CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Knollemanshoek 8 8a, Montfoort - bijlagen bij toelichting

Raadsvergadering 8 juli 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Knollemanshoek 8 en 8A19.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De verwachting is dat het een kleinschalige verontreiniging betreft. In de nabij gelegen boringen is namelijk geen zand aangetroffen.

4

Project 30636

Daarnaast wordt de verontreiniging met minerale olie in het grondwater aanvullend onderzocht. De oorzaak van de verontreiniging is tot op heden onbekend. De verwachting is dat het een kleinschalige verontreiniging betreft. Wanneer er wel verontreinigd grondwater aanwezig blijkt stroomt dit vermoedelijk richting de aangrenzende Hollandse IJssel. Beide verontreinigingen worden aanvullend onderzocht door een aantal afperkende boringen verspreid rondom de aangetoonde verontreiniging ter plaatsen. Hierbij worden een aantal boringen dieper doorgezet te verticale afperking. Opgemerkt dient te worden dat een bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn. Asbest Tijdens zowel onderhavig- als voorgaand onderzoek is in de bodem bijmenging aan bodemvreemd materiaal waargenomen. Het betreft hoofdzakelijk baksteen. Tevens is in mindere mate grind, kolen en beton waargenomen. De locatie dient formeel te worden beschouwd als zijnde verdacht op het voorkomen van asbest.

Omdat de locatie grotendeels verhard en bebouwd is, is er voor gekozen om nu geen asbestonderzoek uit te voeren. Tijdens het veldwerk wordt visueel wel gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen.

Project 30636

5

3

VELDWERK

3.1

Uitvoering Het veldwerk is in verschillende fases uitgevoerd. De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting

Datum

Persoon

Geldend protocol

Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen verkennend onderzoek

1 maart 2019

dhr. J.C.W. Plomp

2001

Nemen grondwatermonsters verkennend onderzoek

8 maart 2019

dhr. P.J. van der Werf

2002

Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen aanvullend onderzoek

26 maart 2019

dhr. A.J.M. De Jeu

2001

Nemen grondwatermonsters aanvullend onderzoek

4 april 2019

dhr. J. Nuvelstijn

2002

In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie 22 boringen verricht. Veertien boringen zijn verricht ten behoeve van het verkennend onderzoek (boringen 201 t/m 214). De overige boringen zijn verricht ten behoeve van het aanvullend onderzoek (boringen 301 t/m 308). De boringen die zijn uitgevoerd voor het verkennend onderzoek zijn verspreid over de locatie verricht. Hierbij zijn boringen 205 en 211 voorzien van een peilbuis in verband met de zintuiglijke waarneming. In beide boringen is een olie-waterreactie en oliegeur waargenomen. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. Daar waar een verhardingslaag aanwezig is zijn de boringen doorgezet tot minimaal 0,5 meter minus onderzijde verharding. Voor het aanvullend onderzoek zijn alle boringen doorgezet tot minimaal 1,2 m-mv. Hierbij is boring 305 op ca. 1,0 m-mv gestuit in een handmatig ondoordringbare laag. Het betreft een laag volledig bestaande uit baksteen. Boring 303 is voorzien van een peilbuis ter afperking van de verontreiniging met minerale olie. Tevens is boring 210, geplaats voor het verkennend onderzoek, alsnog voorzien van een peilbuis. De ligging van de boringen en de peilbuizen is weergegeven in bijlage I. 3.2

Resultaten

3.2.1 Grond Bodemopbouw Onder de verschillende soorten verharding bestaat de bodem tot de maximale boordiepte van 2,5 –mv uit klei. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Afgezien van het voorterrein (nabij de woning) is er over het gehele terrein een verhardingslaag aanwezig. De aard van het materiaal verschilt binnen het terrein. In de onderliggende bovengrond is voornamelijk zwakke bijmenging aan baksteen, grind, beton en kolen waargenomen. Lokaal is matige bijmenging aan baksteen waargenomen. In boringen 205, 211 en 301 is een olie-waterreactie en een oliegeur waargenomen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Een overzicht van de visuele waarnemingen is weergegeven in navolgende tabel.

Project 30636

6

Tabel 3.2: Visuele waarnemingen Boring 201 202 203

Diepte boring (m -mv) 2,20 0,50 1,90

204

1,50

205

2,40

206 207 208

1,00 1,00 1,70

209 210 211

1,50 1,50 2,50

212

1,00

213

0,80

214

1,20

301

1,90

302

1,20

303

2,20

Traject (m -mv) 0,00 - 0,80 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,30 - 0,80 0,80 - 1,40 0,13 - 0,30 0,30 - 0,70 0,15 - 0,50 0,50 - 1,00 0,07 - 0,50 0,15 - 0,40 0,21 - 0,70 0,70 - 1,20 0,15 - 0,50 0,12 - 0,40 0,12 - 0,21 0,21 - 0,60 0,60 - 1,50 0,10 - 0,15 0,15 - 0,40 0,00 - 0,10 0,30 - 0,80 0,10 - 0,70 0,70 - 1,20 0,11 - 0,21 0,21 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 1,90 0,13 - 0,45 0,45 - 1,20 0,11 - 0,35 0,35 - 0,50 0,50 - 2,20 0,10 - 0,20 0,20 - 0,40 0,50 - 0,70 0,10 - 0,19 0,19 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,02 0,11 - 0,25 0,25 - 0,50

304

1,50

305

1,02

306

1,00

307

1,20

0,11 - 0,25

308

1,20

0,12 - 0,30 0,30 - 0,60 0,60 - 0,85

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei Klei Klei Klei

sporen baksteen, sporen beton zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend zwak baksteenhoudend fundatie, baksteen, aardewerk, ect zwak baksteenhoudend slakken met klei zwakke brandstofgeur, zwakke olie-water reactie fundatie, slakken, puin, grind, zand, klei sporen kolengruis puinfundatie, geen monster gat met stootijzer ingeslagen sporen baksteen zwak houthoudend, sporen metaal, zwak slakhoudend fundatie, slakken, zand en klei fundatie baksteen en beton sporen baksteen, matige brandstofgeur, matige olie-water reactie zwakke brandstofgeur, zwakke olie-water reactie volledig menggranulaat volledig beton beton sporen baksteen, sporen beton, sporen kolen fundatie baksteen, beton, grind, slakken sporen baksteen verharding, bakstenen en puin zwakke oliegeur matige oliegeur, zwakke olie-water reactie zwakke oliegeur, met guts weinig monster heel lichte oliegeur, versmeerd? Bovenste halve meter in de guts nagenoeg leeg repac geen oliegeur sterk baksteenhoudend, sterk betonhoudend zwak ijzerhoudend, zwak baksteenhoudend geen oliegeur volledig asfalt uiterst baksteenhoudend, zwak betonhoudend geen oliegeur volledig asfalt sterk koolhoudend, sterk slakhoudend volledig baksteen gestuit uiterst baksteenhoudend, verharding matig baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak ijzerhoudend, verharding? sterk baksteenhoudend, sterk betonhoudend, matig

aardewerkhoudend, verharding sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend sterk asfalthoudend, zwak baksteenhoudend, gebroken asfalt sporen baksteen

Klei Klei Klei Klei Zand

Klei Klei

Klei Klei Klei Klei Klei Klei

Klei Klei Klei

Klei

Klei

3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.3: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis

filterstelling (m-mv)

grondwaterstand pH (m-mv)

EC (mS/cm)

Troebelheid (NTU)

205

1,40-2,40

0,46

6,6

1,81

47,3

211

1,40-2,40

0,47

6,8

1,14

74,2

210

1,20-2,20

0,53

9,1

0,56

64,8

303

1,20-2,20

0,50

8,1

1,19

220

Project 30636

7

4

CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in bijlage V.

4.1

Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Ref

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >AW

>T

>I

-

-

Verkennend onderzoek 01.

203 (0,30 - 0,80) 207 (0,15 - 0,40) 213 (0,30 - 0,80)

Baksteen++ kolen+ Grind+ kolen+ Baksteen+ beton+ kolen+

NEN-g+OCB’s Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, PAK

02.

209 (0,15 - 0,50)

Slakken+ metaal+

NEN-g+OCB’s Co, Hg, Mo, OCB’s Cd, min. olie#, Ba, Cu, Pb, PAK, PCB’s Ni, Zn

03.

201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 204 (0,30 - 0,70) 208 (0,70 - 1,20) 214 (0,70 - 1,20)

Baksteen+ beton+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+

NEN-g+OCB’s Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn

-

-

04.

201 (0,80 - 1,30) 204 (0,70 - 1,20) 205 (1,00 - 1,50) 209 (0,50 - 1,00) 210 (0,40 - 0,90)

-

NEN-g

Pb

-

-

05.

205 (0,50 - 1,00)

Olie-waterreactie+ brandstofgeur+

Min. olie

Min. olie

-

-

06.

211 (0,21 - 0,60)

Olie-waterreactie++ brandstofgeur++ Min. olie

Min. olie

-

-

-

-

Aanvullend onderzoek 07.

209 (0,50 - 1,00)

-

NEN-g

Cd, Cu, Pb, Zn, PAK, PCB’s min. olie

08.

307 (0,25 - 0,60)

-

NEN-g

Ba, Cd, Co, Hg, Ni, Pb Zn, PAK, PCB’s, min. olie

Cu

09.

306 (0,50 - 1,00) 308 (0,30 - 0,60)

Asfalt+++ grind++ baksteen+

NEN-g

Cd, Pb, Ni, PAK, PCB’s

Cu, min olie#

Ba, Zn

10.

301 (0,60 - 1,00)

Olie-waterreactie+ oliegeur++

Min. olie

Min. olie

-

-

11.

306 (0,50 - 1,00)

-

NEN-g

Cd, Hg, Pb, Ni, Zn

Cu

-

12.

308 (0,60 - 0,85)

Baksteen+ grind+

NEN-g

Co, Cu, PAK, PCB’s, min. olie#

-

-

13.

307 (0,60 - 1,00)

-

NEN-g

Cu, Pb, Ni

-

-

ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920) getal# : het gehalte wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst)

Tijdens het verkennend onderzoek zijn mengmonsters van de boven- en ondergrond geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Tevens zijn monsters van de (oorspronkelijke) bovengrond aanvullend onderzocht op OCB’s in verband met het historisch gebruik van de locatie als boomgaard. Er is niet op vanadium geanalyseerd omdat er geen verharding van slakken aanwezig bleek op de locatie.

8

Project 30636

Verkennend onderzoek In mengmonsters van zowel de boven- als ondergrond zijn hoofdzakelijk lichte verhogingen aan zware metalen, OCB’s, PAK, PCB’s en minerale olie aangetoond. In de grond waar visueel olie in is waargenomen, uit boring 205 en 211, zijn analytisch hooguit lichte verhogingen aan minerale olie aangetoond. In het monster van de bovengrond van boring 209, waar bijmenging aan slakken in is waargenomen, zijn sterke verhogingen aan meerdere zware metalen aangetoond. Daarnaast zijn meerdere stoffen matig verhoogd aanwezig. Aanvullend onderzoek Ter horizontale afperking van de verontreiniging met zware metalen in boring 209 zijn meerdere monsters geanalyseerd op het standard NEN-pakket. In het grondmonster van boring 307 (0,25-0,60 m-mv) is een sterke verhoging aan koper aangetoond. Daarnaast zijn een matige verhoging aan lood en meerdere lichte verhogingen aangetoond. In een mengmonster 09 van de boring 306 (0,5-1,0 m-mv) en boring 308 (0,3-0,6 m-mv) is een sterke verhoging aan zink aangetoond. Daarnaast zijn een matige verhoging aan koper en meerdere lichte verhogingen aangetoond. Echter in mengmonster 09 bleek per abuis een grondmonster (boring 306) te zijn opgemengd met een monster van een verhardingslaag (boring 308).

Het monster van boring 306, en het juiste grondmonster van boring 308 (0,60-0,85m-mv) dat in mengmonster 09 had moeten zitten, zijn vervolgens separaat geanalyseerd. Hierbij is nog maximaal een matige verhoging aan koper aangetoond. Daarnaast zijn in beide monsters meerdere lichte verhogingen aangetoond. Ter verticale afperking zijn tevens de ondergrond van boring 209 en 207 geanalyseerd. Hierbij zijn nog hooguit lichte verhogingen aangetoond. Ter bepaling van de mate van de verontreiniging met minerale olie ter hoogte van boring 211 is de ondergrond van boring 301 (0,6-1,0 m-mv) geanalyseerd op minerale olie. Hierbij is wederom, net als in het grondmonster van boring 211, hooguit een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=c2a050af-c024-4c5d-ac31-e0701206779d