concept Circulair actieprogramma Montfoort
Tekst van het document
Circulair Actieprogramma Montfoort 2023 – 2027
Conceptversie december 2023
Inhoudsopgave 1 Waarom een Circulair Actieprogramma voor Montfoort? 1.1 Aanleiding 1.2 Voordelen van een circulaire economie 1.3 Strategieën om te werken aan een circulaire economie 1.4 Transitie naar een circulaire economie 1.5 De economische context van Montfoort 1.6 Opbouw van het actieprogramma
3 4 5 6 7 8 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4
11 12 13 15 18
Beleid van Rijk, provincie en g emeente Rijksbrede Programma Circulaire Economie Provincie Utrecht Regio Gemeente Montfoort
3 Visie, ambities en acties 3.1 De belangrijkste thema’s voor Montfoort 3.2 Doelstellingen en acties
19 20 20
4 4.1 4.2 4.3
32 33 33 33
Organisatie Verantwoordelijkheid van domeinen Financiering Monitoring
Opgesteld door Over Morgen December 2023
1
Waarom een Circulair Actieprogramma voor Montfoort?
3
1.1
Aanleiding
De huidige economie legt een steeds grotere druk op onze planeet en richt schade aan die steeds lastiger te herstellen is. Bovendien raken steeds meer grondstoffen en fossiele energiebronnen op. Er is een nieuwe economie nodig. Een economie waarmee we binnen de natuurlijke kringlopen van de aarde en met hernieuwbare energie in onze menselijke behoeften voorzien. In deze economie wordt uitsluitend hernieuwbare energie gebruikt. Afval bestaat niet. Restproducten zijn de grondstoffen voor nieuwe producten, of worden weer opgenomen door de natuur. We moeten gaan werken in kringlopen, net zoals de natuur dat doet.
Dit actieprogramma heeft als doel om focus te bepalen voor een Montfoortse circulaire economie. Op welke thema’s zetten we de komende jaren in? Hoe geven we als gemeente het goede voorbeeld? En hoe stimuleren en faciliteren we bewoners en bedrijven om samen invulling te geven aan deze doelstelling?
De gemeente Montfoort omarmt de landelijke doelstelling van het Rijk: een volledig circulaire economie in 2050. In 2030 moeten we al op de helft zijn: 50% minder verbruik van primaire abiotische grondstoffen (dit zijn mineralen, fossiele brandstoffen en metalen). Dit vraagt om hergebruik van materialen, werken aan een schoner milieu en minder uitstoot van broeikasgassen. In een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt, zoals afgebeeld in fig.1. De beleidsdoelen van het Rijk zullen op vele vlakken uitvoering moeten krijgen binnen de decentrale overheden. Zaken als afvalpreventie en afvalscheiding, een schone leefomgeving, circulair inkopen, inrichting en onderhoud van de openbare ruimte, infrastructuur, oplossingen voor belemmerende regelgeving, maar ook het contact met ondernemers liggen voor een groot deel in de regio. Een belangrijke rol voor decentrale overheden ligt dan ook in het aanbrengen van een lokale focus; een vertaling van de nationale doelstellingen naar lokale of regionale doelstellingen, passend bij lokale ambities.
Figuur 1: In een circulaire economie worden vrijwel alle producten die Nederlanders in de toekomst gebruiken, steeds opnieuw gebruikt. Als een product kapot is, wordt dit gerepareerd. En als dat niet meer kan, dan worden er nieuwe producten van gemaakt. In een circulaire economie is afval de nieuwe grondstof. Er is geen sprake meer van de lijn: produceren, consumeren en daarna weggooien. Bron: PBL, 2022
4
1.2 Voordelen van een circulaire economie Veel natuur- en milieuproblemen komen voort uit ons grondstoffengebruik. De hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken is sinds 1970 wereldwijd meer dan verdrievoudigd en de verwachting is dat deze hoeveelheid vanaf nu tot 2050 weer gaat verdubbelen (zie studie). Met een circulaire economie wordt het grondstoffengebruik en de negatieve effecten hiervan (zowel in Nederland als in productielanden) sterk verminderd. Een circulaire economie levert daarmee een belangrijke bijdrage aan vier grote maatschappelijke opgaven en zorgt voor verschillende voordelen voor een toekomstbestendige leefomgeving en - bedrijfsvoering. 1.
Klimaatdoelen en tegengaan van klimaatverandering
Efficiënter omgaan met grondstoffen en materialen draagt in hoge mate bij aan de klimaatdoelen. Door grondstoffenkringlopen slim te sluiten kan de uitstoot van broeikasgassen worden verminderd. Er is minder energie nodig om grondstoffen te delven en om er vervolgens materialen en producten van te maken. Bovendien zullen minder nieuwe producten geproduceerd hoeven te worden. Dat maakt het gemakkelijker om de energiebehoefte met duurzame energie in te vullen. De Sociaal Economische Raad heeft in september 2022 geconcludeerd dat zonder versnelling van de grondstoffentransitie de klimaatdoelen niet gehaald zullen worden. Deze ontwikkelingen gaan dus hand in hand. 2.
Schoner milieu en een sterkere economie
Een circulaire economie draagt ook bij aan een betere lucht-, water- en bodemkwaliteit. Door (1) minder primaire-grondstoffengebruik en schadelijke effecten hiervan bij de winning en verwerking, (2) door zo mogelijk (zeer) zorgwekkende stoffen (ZZS) uit te faseren en (3) door zwerfafval te voorkomen. Daarnaast tonen verschillende onderzoeken van onder meer het PBL en TNO aan dat de nieuwe economie ook nieuwe banen oplevert, juist op lokaal niveau. Dat gaat onder meer over reparatie- en onderhoudsdiensten, maar ook voor de verwerking
van grondstoffen. Wat dit exact voor Montfoort zal betekenen is nog ongewis, maar het lijkt erop dat het belang van een sterke lokale economie die vertegenwoordigd wordt door verschillende fases van de keten steeds verder zal toenemen. 3.
Herstel van biodiversiteit
De transitie naar een circulaire economie biedt ook ruimte voor het herstellen van de biodiversiteit. Door bijvoorbeeld (1) minder landgebruik voor primaire grondstofwinning en -teelt, (2) minder uitstoot van vervuilende stoffen naar lucht, water en de bodem tijdens het productieproces, gebruik en afvalfase en (3) minder verdroging. Door het herstellen van de biodiversiteit is ons landschap minder gevoelig voor klimaatextremen en draagt het bij aan een veilige en toekomstbestendige omgeving. 4.
Grotere leveringszekerheid van grondstoffen
Naast de stappen die we zelf zetten wil de gemeente Montfoort ondernemers faciliteren om meer circulair te gaan ondernemen. Veel bedrijven zijn nu al met circulair ondernemen aan de slag om (op langere termijn) te kunnen overleven. Ze maken zich zo minder afhankelijk van steeds schaarser en duurder wordende grondstoffen. Deze trend was al langer gaande maar is de afgelopen jaren extra versterkt door de Coronapandemie, de dagenlange blokkade van vrachtschepen in het Suezkanaal en de oorlog in Oekraïne. Naast de hoge prijzen voor grondstoffen wordt ook het nadeel van afhankelijkheid van onstabiele landen en bedrijven steeds zichtbaarder. De circulaire economie is, met andere woorden, een middel om verschillende maatschappelijke doelen te behalen: tegengaan van schadelijke klimaat verandering, een schoner milieu en schonere leefomgeving, herstel van biodiversiteit en verminderen van afhankelijkheid van grondstoffen en het stimuleren van lokale werkgelegenheid.
5
1.3 Strategieën om te werken aan een circulaire economie Nu de voordelen van een circulaire economie benadrukt zijn is de vraag hoe je een circulaire economie kan realiseren. Met andere woorden, aan welke circulaire knoppen kunnen we draaien? In de basis zijn er vier strategieën meer circulair om te gaan met grondstoffen. Deze komen voort uit het advies van het Plan bureau voor de Leefomgeving. Het is in feite een vereenvoudigde weergave van de bekende R-ladder. 1.
2.
Figuur 3: Positionering circulaire economie ten opzichte van maatschappelijke opgaven en andere beleidsthema’s (Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl)
3.
4.
Vermindering van grondstoffengebruik: minder (primaire) grondstoffen
gebruiken door af te zien van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken (narrow the loop); Substitutie van grondstoffen: primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen of duurzame biogrondstoffen die zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere meer algemeen beschikbare grondstoffen met minder milieudruk; Levensduurverlenging: producten en onderdelen langer en intensiever gebruiken door hergebruik en reparatie. Dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen (slow the loop); Hoogwaardige verwerking: de kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort én er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat (close the loop).
In hoofdstuk 3 worden bij de individuele acties aangegeven aan welke van deze strategische knoppen gedraaid wordt.
6
1.4 Transitie naar een circulaire economie De transitie naar een circulaire samenleving is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd; het is een proces van lange adem, een veranderproces dat diep ingrijpt op de bestaande systemen. Net zoals andere transities is het een fundamentele maatschappelijke verandering in cultuur (manier van denken), structuur (manier van organiseren) en werkwijzen (manier van werken) en vergt vaak meerdere decennia voordat deze op grote schaal zijn gerealiseerd (zie studie). Denk hierbij aan de energietransitie die ruim 20 jaar geleden in gang is gezet en waar nu de wettelijke kaders en technieken duidelijk ontwikkeld zijn. De transitie naar een circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. Dit vraagt om zowel nieuwe innovaties vanuit de markt als toenemend
sturende wet- en regelgeving van de overheid. Want als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.
Omarm onzekerheid Onzekerheden zijn inherent aan transities. Een fundamentele verandering in de samenleving voltrekt zich niet in een rechte, lineaire, lijn. Het is eerder een weg die gekenmerkt wordt door obstakels, weerstand en een lange adem. Het gaat immers om het afbouwen van een niet-duurzame economie en het opbouwen van een duurzame, circulaire economie. Om te begrijpen hoe transities zich voltrekken is de X-curve van onderzoeksinstituut DRIFT een handig instrument (zie Figuur 2). 7
Een circulaire economie als einddoel
1.5 De economische context van Montfoort
De X-curve laat zien dat transities worden gekenmerkt door verschillende patronen. De lijn linksboven vertegenwoordigt de lineaire, niet duurzame, economie. De noodzaak is om deze gestaag af te bouwen, zodat we onze negatieve milieuimpact kunnen reduceren. De lijn linksonder vertegenwoordigt de circulaire, duurzame, economie. Deze dient opgebouwd te worden, zodat we een toekomstbestendige economie kunnen garanderen die in balans is met de planeet. In essentie gaat het dus om het afbouwen van lineaire economische activiteiten en het opbouwen van circulaire activiteiten.
Montfoort is een ondernemende gemeente met veel bedrijfsleven, waaronder veel bedrijven in de maakindustrie, en een grote agrarische sector. Een groot oppervlak van de gemeente bestaat uit landbouwgronden, met name voor melk veehouderijen. De bedrijven in de maakindustrie produceren met vakmanschap en zijn belangrijke regionale werkgevers.
Gemeente Montfoort In de Omgevingsvisie staat onder andere beschreven hoe we als gemeente kijken naar de ontwikkeling van het bedrijfsleven binnen onze gemeentegrenzen. De maakindustrie heeft een duidelijke behoefte aan aanvullende ruimte. De huidige bedrijventerreinen groeien echter tegen de grenzen aan. Als gemeente willen we meegroeien met de lokale wens en zoeken we naar passende oplossingen.
Samenwerking U10 Regio
Figuur 2: De X-curve laat de transitie zien van een vervuilende, lineaire, economie (de lijn linksboven), naar een duurzame, circulaire economie (lijn linksonder). Het gaat om het om- en afbouwen van de vervuilende economie, naar het op- en voortbouwen van de duurzame economie. Bron: DRIFT
In het Ruimtelijk Economisch Programma werken we in U16-verband samen aan de ontwikkeling van de regio. In het REP vertaalt de regio de diverse ruimtelijke ambities en opgaven in een integraal ruimtelijk perspectief en een programma inclusief afspraken over uitvoering. Daarnaast ligt er een voorstel (Q3 2023) om met het regionale circulaire netwerk (UCAN) de samenwerking tussen Utrechtse circulaire ambtenaren te versterken. Dit biedt synergievoordelen, zoals het delen van kennis en ervaring, het samen opstarten van nieuwe projecten en het samen kunnen inkopen van instrumenten voor de circulaire economie.
Lopikerwaard Ook in de Lopikerwaard werken we samen met onze buurgemeenten. De regio Lopikerwaard werkt aan de omgevingsagenda voor de toekomst van de hele Lopikerwaard. Deze ambities zijn geland in de ‘Regionale Omgevingsagenda Weerbaar Lopikerwaard’. Door de jaren heen kende de regio wel een duidelijke 8
groei en krimp van bepaalde sectoren. Met de afname van de bouw, landbouw en vervoer en opslag krimpt de wat ‘zwaardere’ werkgelegenheid, terwijl met cultuur, recreatie, horeca, ICT en zakelijke dienstverlening de hoogwaardige dienstverlening groeit. De arbeidsmarkt lijkt zo wat stedelijker te worden. Dat betekent ook een verschuiving in werklocaties en een menging van functies. In toenemende mate wordt er gewerkt (door zelfstandigen en werknemers) op informele werklocaties. Deze werklocaties behoren niet tot een bedrijventerrein of kantorenpark. De formele werklocaties zullen in de toekomst in toenemende mate worden benut door bedrijfsvestigingen in de industrie, de bouw en de (grootschaliger) logistiek, omdat die vaak nergens anders terecht kunnen. De vraag hiernaar blijft ook daarom nog groot.
1.6 Opbouw van het actieprogramma Een circulaire economie ziet er niet voor iedere gemeente hetzelfde uit. Om te bepalen hoe de Montfoortse circulaire economie eruit kan zien hebben we eerst de meest relevante opgaven kaart gebracht. Voor deze thema’s verwachten we de meeste impact te kunnen maken om ons primair grondstoffengebruik te verminderen.
Aanpak We werken van grof naar fijn. We zijn begonnen om de beleidscontext van nationaal tot lokaal te analyseren. Op welke manier is het nationale, provinciale en regionale beleid ingericht en op welke thema’s richten zij zich? Vervolgens is de lokale context in kaart gebracht. Dit hebben we gedaan aan de hand van: (1) analyse van bestaande beleidsstukken, (2) een informatieavond met de raad, (3) gesprekken met de relevante portefeuillehouder en (4) twee werk sessies met een brede afvaardiging van de ambtelijke organisatie. We hebben hiermee de lokale context bepaald, circulaire kansen verkend en aan de hand daarvan toegewerkt naar de meest relevante thema’s om op te richten in de Actieprogramma Circulaire Economie.
Combinatiekaart huidige situatie Montfoort (bron: Omgevingsvisie Montfoort, 2021)
9
De meest relevante thema’s voor Montfoort zijn: 1.
2. 3. 4.
Buitengebied. Een groot deel van oppervlak van onze gemeente is buiten
gebied. Het grootste deel hiervan is in eerste instantie een cultuurlandschap, hier staat de landbouw centraal. Bedrijfsleven. In Montfoort bevinden zich verschillende bedrijventerreinen en diverse voorzieningen en ondernemers in onze kernen. Fysieke leefomgeving. Een belangrijke opgave van Montfoort is de woningbouwopgave en vele ontwikkelingen in de openbare ruimte. Gemeentelijke organisatie. We willen ook als organisatie het goede voorbeeld geven en daarmee bedrijven en inwoners stimuleren.
Onder rollen maken we een onderscheid tussen: Uitvoerder
Uitvoering door gemeente zelf
Partner
Uitvoering samen met andere partijen
Regisseur Uitbesteden van uitvoerende taken, met behoud van sturing en
controle Facilitator Uitvoering ligt bij samenleving; gemeente heeft faciliterende rol
Bouwstenen en doelstellingen
Portefeuilles
Per thema zijn er vervolgens een aantal bouwstenen geformuleerd waar doelstellingen voor opgesteld zijn. De bouwstenen dragen bij om overkoepelende ambities te realiseren en zijn dynamisch van aard. We verwachten dat ze tot 2050 relevant zullen zijn, maar kunnen worden gewijzigd of aangevuld bij een herijking van dit programma. De doelstellingen zijn afgeleid van de Rijks doelstelling om in 2030 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) te gebruiken. De strategische doelstellingen zijn richting gevend en afgestemd met de relevante teamleiders.
Op basis van de verdeling van onderwerpen zijn binnen de gemeente Montfoort de thema’s als volgt binnen de portefeuilles verdeeld:
Acties en rollen Op basis van de verschillende thema’s en de bijbehorende bouwstenen zijn vanuit ambtelijk overleg verschillende acties bepaald. We hebben voor iedere actie – samen met de relevante teamleiders – het eigenaarschap geborgd. Bovendien is voor iedere actie de rol van de gemeente aangegeven.
IBOR
Integraal Beheer, onderhoud & openbare ruimte (ook afval)
WEDC
Wonen, Economische zaken, Duurzaamheid, Culturele erfgoed
I
Inkoop
CE
Circulaire economie
PJ
Projecten
SD
Sociaal domein
BG
Buitengebied
10
2
Beleid van Rijk, provincie en gemeente
11
2.1 Rijksbrede Programma Circulaire Economie
Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030
Het Rijksbrede Programma Circulaire Economie richt zich op vijf sectoren: (1) biomassa en voedsel, (2) kunststoffen, (3) maakindustrie (nieuwe producten), (4) bouw en (5) consumptiegoederen. De focus ligt op het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving en het ontwikkelen van juridische en beleidsinstrumenten die de circulaire economie stimuleren.
Op 3 februari 2022 is het NPCE 2023 – 2030 gepresenteerd. Hierin staat duidelijk gesteld dat het circulaire economiebeleid tot op heden vooral gericht is op vrijwilligheid en vrijblijvendheid. Om de ambitie te verwezenlijken zijn meer richtinggevende en dwingende maatregelen nodig. Het Rijk zet daarom in op een mix van beprijzende, normerende en stimulerende maatregelen.
Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2023
Waar het beleid zich eerder voornamelijk richtte op de achterkant van de keten worden er nu meer maatregelen genomen op de inputkant (zoals circulair ontwerp) en in de gebruikersfase. Er zijn vier ‘knoppen’ waar met het circulaire economiebeleid aan gedraaid kan worden: 1. Vermindering van grondstoffengebruik: minder (primaire) grondstoffen gebruiken door af te zien van het produceren of kopen van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken (‘narrow the loop‘). In het NPCE is bijvoorbeeld de ambitie geformuleerd dat de Nederlandse overheden veel meer circulair gaan inkopen. Van bureaus en stoelen tot wegen en waterwerken. Dit gaat ook iets vragen van gemeentelijke inkoopprocessen. 2. Substitutie van grondstoffen: primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen die zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere, meer algemeen beschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk. Denk hierbij aan de verplichting tot een bepaald percentage recyclaat (hergebruikte materialen). 3. Levensduurverlenging: producten en onderdelen langer en intensiever gebruiken door hergebruik en reparatie. Dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen.
Een maatregel die gericht is op levensduurverlenging is bijvoorbeeld een reparateursregister vanaf 2023 voor elektrische en elektronische apparaten, zodat men gemakkelijk een geschikte reparateur kan vinden. Dit levert lokaal arbeidsplekken op. 4. Hoogwaardige verwerking: de kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort én er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat. In 2050 moet het verbranden van recyclebaar materiaal volledig verleden tijd zijn.
In 2020 is het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2023 vastgesteld met inhoudelijke transitieagenda’s voor de al eerdergenoemde vijf sectoren. Het Rijk heeft hiervoor 3 belangrijke doelen geformuleerd: 1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn. 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. 3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen. Daarnaast werkt de Rijksoverheid aan verschillende dwarsdoorsnijdende thema’s die relevant zijn voor alle inhoudelijke transitieagenda’s, zoals producentenverantwoordelijkheid en financieringsinstrumenten, maar ook circulair inkopen. Op dit moment sijpelt er nog weinig beleid van de Rijksoverheid door naar de gemeenten. De verwachting is dat nieuw beleid zich de komende jaren steeds verder zal ontwikkelen. We zullen als gemeente goed op de hoogte moeten blijven van deze ontwikkelingen. Het is verstandig om ook al in deze fase aan de slag gaan, zodat we goed voorbereid zijn op verwachte veranderingen. Met het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030 heeft het Rijk hier deels invulling aan gegeven.
12
2.2 Provincie Utrecht Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050 De provincie heeft de Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050 in juni 2021 vastgesteld. De Beleidsvisie schetst een beeld van hoe de provincie de circulaire toekomst voor zich ziet. Inclusief kansen om tot deze circulaire samenleving te komen. De provincie Utrecht beschouwt de transitie naar een circulaire samenleving niet als een apart beleidsterrein, maar als integraal onderdeel van beleid en uitvoering. Circulariteit is vooral een andere manier van benaderen van de eigen beleidsopgaven. De provincie richt zich op de volgende thema’s: 1.
Mobiliteit en transport
In 2050 zijn alle vervoersmiddelen emissievrij. Vraag en aanbod van vervoer zijn op elkaar afgestemd met behulp van digitalisering en met strategisch geplaatste logistieke en mobiliteitshubs. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van verschillende vervoersmiddelen (modaliteiten) en zijn deelsystemen gangbaar en gefaciliteerd. 3.
Circulair ondernemerschap
De provincie Utrecht ziet de toekomstige regionale economie als een circulaire economie: grondstof- en productketens zijn zoveel mogelijk regionaal gesloten, circulaire producten en diensten met minimale milieuimpact zijn de standaard en de leveringszekerheid van materialen is gewaarborgd. 5.
Natuur- en landschapsbeheer
Natuur- en landschapsbeheer en agrarische bedrijfsvoering versterken elkaar, er worden meer rendabele biomassareststromen ingezet in de landbouw als bodemverbeteraar en er wordt invulling gegeven aan een te ontwikkelen bossen strategie.
Bouwen en gebiedsontwikkeling
Het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leef omgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten door gebruik te maken van zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen. Hieronder valt onder meer de GWW-sector, de woningbouwopgave, bedrijventerreinen, erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). 2.
4.
Circulaire energietransitie
Een circulaire energietransitie prioriteert circulaire oplossingen voor de omgang met materialen die nodig zijn voor energiebesparing, transport van energie, energieopslag en duurzame opwek.
6.
Water- en bodembeheer
Water wordt in haar verschillende verschijningsvormen – grondwater, oppervlakte water, drinkwater, hemelwater, afvalwater - als een strategische natuurlijke hulpbron beschouwd die op slimme en circulaire wijze dient te worden beheerd 7.
Voedsel
Circulariteit in het voedselsysteem gaat ook over het verminderen van voedselverspilling. Eén mogelijke manier om voedselverspilling te verminderen is om meer eten van boer naar burger te brengen in een korte keten, doordat vraag en aanbod beter op elkaar kunnen worden afgestemd en de ketens flexibeler zijn. 8.
Kringlooplandbouw
Het gaat in de landbouw o.a. om de kringlopen van fosfaten en nutriënten. In 2050 produceren de agrarische bedrijven gezond, veilig en kwalitatief hoogwaardig voedsel, waarbij dit ook gezond en veilig voor de omgeving is.
13
9.
Grondbeleid
De meest directe raakvlakken van provinciaal grondbeleid met de circulaire transitie liggen voor de middellange termijn in (a) bodemdaling, en de relatie met circulair water- en bodembeheer, (b) circulaire landbouw en (c) het beheer en onderhoud van groen. 10. Inkoop & aanbesteding
Provincie Utrecht wil koploper zijn in circulair opdrachtgeverschap en uiterlijk 2030 volledig circulair inkopen. Bij deze ambitie hoort een eenduidige definitie wat dit precies betekent en voor welke categorieën (leveringen, werken en diensten) dit van toepassing is. Ook het streven naar regionale samenwerking hoort bij dit onderwerp. De provincie streeft ernaar kennis over circulair opdrachtgeverschap binnen de regio actief uit te wisselen en de werkwijze t.a.v. circulair inkopen met regionale overheden gezamenlijk af te stemmen. 11. Educatie & communicatie
De onderwijsinstellingen in de provincie ontwikkelen onderwijs voor zowel werkenden als studenten dat hen voorbereid op de banen die zijn veranderd of ontstaan door toenemende circulariteit, zoals in de bouw, industrie of landbouw. Daarnaast . Daarnaast wordt middels educatie aandacht geschonken aan veranderende maatschappelijke normen over grondstofgebruik, economische waardesystemen en het leven met en van de natuur zijn aangepast, gestoeld op circulair gedachtengoed.
Coalitieakkoord 2019 – 2023 ‘Nieuwe Energie voor Utrecht’ In het coalitieakkoord 2019-2023: Nieuwe energie voor Utrecht is veel aandacht voor circulariteit en duurzaamheid. Concrete acties in het coalitieakkoord gaan over de thema’s: • Circulair bouwen • Circulaire gebiedsontwikkeling • Circulaire ketensamenwerking • Circulaire bedrijfsvoering
Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) – concept juli 2023 In opdracht van het Rijk is het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) opgeleverd. Dit document beschrijft hoe Utrecht werkt aan een vitaal landelijk gebied, waarin een gezonde natuur, een klimaatbestendig landschap en een economisch rendabele en duurzame landbouw hand in hand gaan.
Vier doelen: natuur, water, klimaat en landbouw Het UPLG is opgesteld in lijn met de doelen zoals beschreven in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Hierin wordt uitgegaan van een integrale aanpak voor de verbetering van natuur, water en klimaat. De provincie stelt het realiseren van een toekomstbestendig en vitaal platteland, met blijvend ruimte voor een duurzame en rendabele landbouw, als belangrijke randvoorwaarde om het UPLG te kunnen realiseren. Om die reden voegt de provincie landbouw (naast natuur, water en klimaat) als 4e doel voor het UPLG toe. Op die manier werkt Utrecht toe naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw die economisch rendabel is en door de maatschappij wordt gewaardeerd.
14
Vaststelling
2.3 Regio
Het uiteindelijke UPLG 1.0 zal, na diverse participatiemomenten voor de belanghebbenden en besluitvorming door Provinciale Staten, in het voorjaar van 2024 definitief worden vastgesteld. Het indienen van het concept-UPLG bij het Rijk zien wij als een startpunt van een langjarig proces.
De provincie Utrecht werkt samen met regionale partners aan circulariteit in het westen, midden en oosten van de provincie.
Concrete doelstellingen •
•
• • • •
Groenblauwe dooradering (GBDA): Het realiseren van GBDA in het landelijk
gebied: 5% in 2030. 10% in 2050 (in de drie NPLG-prioritaire gebieden 10% in 2030). Stikstof: Reductie van de emissie van stikstof uit de landbouw: daling van de totale ammoniakemissie met 46% ten opzichte van het referentiejaar 2018, dat wil zeggen binnen onze provincie een totale reductie van 2.359 kton (van 5.093 kiloton ammoniak in 2018 naar 2.734 kiloton in 2030). Methaan veehouderij: Reductie methaan uit veehouderij: 0,3 megaton CO2eq ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV 2021). Broeikasgassen natte natuur: Reductie broeikasgassen uit ontwikkeling natte natuur: 0,4-0,8 megaton CO2eq als nationale opgave, nog nader te verdelen Broeikasgassen veenbodems in veenweidegebied: Reductie uitstoot broeikasgassen uit veenbodems: in 2030 een reductie van 0,09 Mton CO2eq/jaar. Landbouw: Transitie naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw
Conclusie Wij zullen als gemeente op basis van onze visie en uitvoeringsprogramma de samenwerking met de provincie opzoeken voor de voor ons relevante beleidsthema’s. Het coalitieakkoord 2019-2023 ‘Nieuwe energie voor Utrecht’ geeft per beleidsveld concrete aanknopingspunten en is richtinggevend in de voorliggende beleidsvisie.
Platform Groene Hart Werkt (regio Utrecht West) Platform Groene Hart Werkt verbindt ondernemingen, onderwijs- en onderzoeks instellingen en overheden met elkaar. Belangrijk is de samenwerking tussen deze partijen aan circulaire initiatieven mogelijk te maken. Zo kunnen we de regionale economie versterken en de arbeidsmarkt verbeteren. Via Groene Hart Werkt: • verstevigen partijen hun samenwerking. • delen zij hun kennis en netwerk. • realiseren zij samen kansrijke (regionale) projecten. • Platform Groene Hart Werkt is actief met partners in zowel Zuid-Holland als Utrecht west. Zo is de gemeente Woerden aangesloten bij het platform.
Alliantie Cirkelregio Utrecht (regio Utrecht Midden) De Cirkelregio Utrecht is een netwerk van professionals die zich inzetten voor een circulaire economie. De deelnemers komen uit verschillende organisaties: • Samenwerkingsverband U10 (U10) • Gemeente Amersfoort, Utrecht en Venendaal • VNO-NCW • ROM Utrecht Region (ROM) • Natuur- en milieufederatie Utrecht (NMU) • Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) • Utrecht Sustainability Institute (USI) • Stichting Cirkelstad • Provincie Utrecht
15
Alliantie Cirkelregio Utrecht werkt onder andere in werkgroepen samen om de overgang naar een circulaire regionale economie te versnellen. In de Cirkelregio zijn verschillende thematische coalities (werkgroepen) actief. Professionals uit de regio kunnen zich hierbij aansluiten. Er zijn zes werkgroepen: Bouw en demontage 2. Circulaire gebieden 3. Inkoop 4. Bestuurlijk netwerk 5. Ondernemerschap 6. Monitoring 1.
Conclusie Er lopen verschillende regionale netwerken waar de gemeente Montfoort bij aan kan sluiten. Dit biedt verschillende synergievoordelen, zoals het delen van kennis en ervaring, het samen opstarten van nieuwe projecten en het samen kunnen inkopen van instrumenten voor de circulaire economie. De gemeente Montfoort voert op het moment van schrijven gesprekken met de Alliantie Cirkelregio Utrecht voor meer samenwerking. De gemeente Woerden is aangesloten bij Platform Groene Hart Werkt, waarbij meer Zuid-Hollandse gemeenten zijn aangesloten.
U10 – Woondeal 2022-2030 en Convenant Duurzame Woningbouw
Verder heeft de Alliantie Cirkelregio Utrecht een initiatievenkaart en een Ondersteuningstool met een overzicht van organisaties die hulp bieden aan bedrijven die willen beginnen met circulaire activiteiten of die willen opschalen.
De gemeente Montfoort heeft de Woondeal 2022-2030 samen met 15 andere gemeenten ondertekend. Hierin staan concrete doelstellingen en afspraken over circulair bouwen opgenomen waar bestuurlijke commitment voor is uitgesproken.
Living Lab Regio Foodvalley Circulair (Regio Utrecht Oost)
De regio U10 en provincie willen sneller duurzame en toekomstbestendige woningen (ver)bouwen. Dit vraagt om veranderingen in de manier waarop er gebouwd wordt en de materialen die worden gebruikt. Om dit proces te versnellen bevat het Convenant Duurzame Woningbouw afspraken op het gebied van onder andere circulariteit, natuur- inclusief bouwen, klimaatadaptatie en energiegebruik. Het zijn afspraken die ambitieuzer zijn dan de huidige wettelijke normen. Het doel is om gezamenlijk te streven naar meer standaardisatie en uniformering van de eisen.
De regionale partijen van Regio Foodvalley Circulair willen samen de transitie naar een circulaire economie versnellen. Het doel is om in de regio Foodvalley een brede circulaire beweging op gang te brengen. Vooral om in de praktijk te experimenteren en te innoveren. Samenwerking is daarvoor noodzakelijk, tussen: (1) ketenpartijen, (2) sectoren, (3) ondernemers, (4) onderwijs- en kennisinstellingen en (5) overheden. Ook met andere initiatieven binnen en buiten de regio versterken zij de samenwerking. Zo kan men optimaal gebruikmaken van bestaande kennis en netwerken.
De provincie loopt hier met het Convenant Duurzame Woningbouw op vooruit door te werken met drie verschillende ambitieniveaus, werken we toe naar meer eenduidigheid. Het Convenant Duurzame Woningbouw is in de regio U10 door de provincie Utrecht, (individuele) marktpartijen en door 14 van de 16 gemeenten in de regio U10 ondertekend (waaronder Montfoort). 16
In de Woondeal zijn de volgende afspraken gemaakt voor o.a. circulair bouwen. Deze afspraken komen deels overeen met de afspraken uit het Convenant en zijn daarnaast aangevuld met onderstaande afspraken: • Minimaal 50% circulair of industrieel - De gemeenten spannen zich in om in 2030 minimaal de helft van het materiaalgebruik van de woningen circulair en/of industrieel toe te passen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie. We bevelen aan om per project een materialenpaspoort op te stellen die kan dienen als monitoring. • Inzet milieu-prestatie tot minimaal 0.5 MPG - Woningbouw met een lage milieu-impact (uitgedrukt in de Milieuprestatie Gebouwen, MPG) is technisch mogelijk. Betrokken partijen zetten binnen aanbestedingen in op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een MPG van 0,5, vooruitlopend op de voorgenomen aanscherping van nationale wetgeving. Gemeenten zetten vanwege standaardisatie en uniformering standaard in op een MPG van 0,5. Dit sluit echter sluit niet uit dat gemeenten bij afzonderlijke kansen ambitieuzer in kunnen zetten. Partijen die in het Convenant niveau brons hebben ondertekend
•
•
•
zetten voor nu minimaal in op een MPG van 0,75 en groeien op termijn toe naar een MPG van 0,5. Gemeenten nemen deze mee bij eventuele grondverkoop en spannen zich in om bij woningbouwontwikkeling door marktpartijen een maximaal haalbare MPG te behalen. 30% biobased materialen in 2025 en 50% in 2030 - Toepassing van biobased materialen levert een grote bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestatie en slaat bovendien CO2 op. Deze toepassing wordt actief gestimuleerd in nieuw te realiseren projecten en renovatie, waarbij partijen zich inspannen om het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen naar 30% in 2025 en 50% in 2030. Het Nieuwe Normaal (HNN) bij circulair (ver)bouwen - We hanteren Het Nieuwe Normaal als eenduidige taal voor circulair (ver)bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Daarmee dragen we bij aan de nationale transitie naar een circulaire bouweconomie. Aandacht voor aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen - Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften.
17
2.4 Gemeente Montfoort
Uitvoeringsprogramma college Montfoort 2022-2026
De gemeente wil meer van ‘buiten naar binnen werken’ en op termijn meer loslaten. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. Montfoort heeft 10 strategische keuzes bepaald die de richtinggevende ambities voor de gemeente zijn. In dit stuk noemen we ze niet allemaal, maar lichten er een aantal uit die relevant zijn voor deze visie en uitvoeringsprogramma.
Montfoort wil samen met inwoners en ondernemers bouwen aan een toekomstbestendige gemeente. Er is aandacht voor de bouw van nieuwe van woningen, economische weerbaarheid van bedrijventerrein, waaronder de ontwikkeling bedrijventerrein Heeswijk-oost, en het agrarisch gebied. In het verder bouwen legt het college drie accenten waaraan deze aankomende periode nadrukkelijk op ingezet wordt: bouwen aan een krachtige gemeenschap, bouwen aan leefbare kernen en bouwen aan een vitaal buitengebied.
We bieden ruimte aan woningbouw We kiezen voor in- en uitbreiding van de kernen en kijken daarnaast naar het bieden van ruimte in de linten. Nieuwe woningbouwlocaties dienen verschillende woningtypologieën aan te bieden, waardoor Montfoort en Linschoten aantrekkelijk zijn voor alle doelgroepen. We willen dat de nieuwe woningen bijdragen aan een goed leefklimaat. Nieuwe woningen en wijken dienen veilig en duurzaam te zijn en moeten passen bij de kwaliteiten van de bestaande leefomgeving.
Bouwen aan een krachtige gemeenschap Wij willen op zoek gaan naar vormen waarmee we deze kracht en de sociale cohesie behouden en verder versterken. Bijvoorbeeld via stimulering van maatschappelijke initiatieven die hieraan bijdragen. Maar ook door te kijken naar manieren waarop het verenigingsleven ondersteund en versterkt kan worden. Onderdeel hiervan zijn ook initiatieven die zich richten op hergebruik en reparatie van huishoudelijke apparaten en andere consumentengoederen.
We bieden ruimte aan de lokale maakindustrie We willen meegroeien met de lokale wens en ruimte bieden aan bedrijven die aansluiten op de huidige Montfoortse industrie. We richten ons daarnaast op het concentreren op bestaande bedrijventerreinen, waarbij we de behoefte naar lokale uitbreidingsruimte faciliteren.
Bouwen aan leefbare kernen De gemeente zet zich in voor de realisatie van nieuwe woningbouwlocaties en spant zich de aankomende jaren in om aanvullende woonvoorzieningen voor ouderen en/of personen met een zorgbehoefte te realiseren. Bij leefbare kernen draait het niet uitsluitend om fysieke woonruimtes, maar ook zeker om een passend en bereikbaar voorzieningenniveau, ruimte voor werkgelegenheid, levendige middenstand, onderwijs in de nabijheid, recreatie en horecagelegenheden, etc.
Omgevingsvisie Gemeente Montfoort 2040
We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuur We streven naar een toekomstbestendige landbouw, waarbij andere of bredere verdienmodellen voor agrariërs mogelijk moeten zijn. Dit werken we samen met de huidige gebruikers verder uit. Samen zoeken we ook naar waar mogelijk (verder) te verduurzamen, zodat bedrijven een (nog) minder grote impact hebben op natuur en milieu en ook in de toekomst een gezonde bedrijfsvoering kunnen blijven behouden. Waar mogelijk streven we naar het behalen van een positieve impact van agrarische bedrijven op een gezonde bodem en schoon water.
Bouwen aan een vitaal buitengebied Hierbij gaat het niet alleen over het vraagstuk van de toekomst van de landbouwsector, maar ook over natuur, watersystemen (waterberging), energiebehoefte en -opwekking. Meer lokaal georiënteerd gaat het ook over het tegengaan van ondermijning, het beleven van het buitengebied middels recreatie en toerisme, bedrijfsveranderingen en omgang met leegstand van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). 18
3
Visie, ambities en acties
19
3.1 De belangrijkste thema’s voor Montfoort De ambitie van de gemeente Montfoort is om in 2050 een volledige circulaire economie gerealiseerd te hebben. Om daar te komen willen we in 2030 al 50% minder primaire abiotische grondstoffen gebruiken - conform de ambities van het Rijk. Via een beleidsanalyse, ambtelijke werksessies, interviews met het bedrijfsleven en overleg met de portefeuillehouder hebben we vier thema’s geïdentificeerd die bij moeten dragen aan deze doelstelling. 1.
Buitengebied: We willen het buitengebied meenemen in de doelen voor
circulariteit 2.
Bedrijfsleven: We willen het bedrijfsleven stimuleren om meer circulair te
handelen 3.
Fysieke leefomgeving: We richten onze fysieke leefomgeving in via circulaire
4.
Gemeentelijke organisatie: We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld
principes
3.2 Doelstellingen en acties Om verdere richting te bepalen en nog meer lokale kleur aan de visie te geven hebben we deze thema’s nog verder gevuld met strategische doelstellingen. Deze doelstellingen zijn in samenspraak met verschillende gemeentelijke teams opgesteld en vormen op het moment van opstellen van dit document een totaal beeld van het thema. Deze doelstellingen geven richting aan wat we willen bereiken op de middellange termijn (tot 2030). Vervolgens is er vanuit de doelstellingen toegewerkt naar acties en actierichtingen. We kijken hierbij zowel naar wat er al gebeurt op de verschillende beleids domeinen en naar mogelijke nieuwe acties en actierichtingen. Op de volgende pagina is een overzicht gegeven van de circulaire visie voor Montfoort. Vervolgens wordt er per thema ingezoomd op de doelstellingen en acties. Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? 20
21
Buitengebied
Wat willen we bereiken? De gemeente Montfoort kenmerkt zich door een groot agrarisch buitengebied met ± 80 agrarische bedrijven. Het is een belangrijke drager van het cultuur historisch landschap van de gemeente. Zoals in de Omgevingsvisie is geformuleerd, werken we mee aan een toekomstbestendige landbouw, waarbij andere of bredere verdienmodellen voor agrariërs mogelijk moeten zijn. Dit doen we samen met de huidige gebruikers. Samen zoeken we ook naar mogelijkheden (verder) te verduurzamen, zodat bedrijven een (nog) minder grote impact hebben op natuur en milieu en ook in de toekomst een gezonde bedrijfsvoering kunnen blijven behouden. We sluiten hierbij aan bij de ontwikkelingen vanuit het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied (UPLG) en hebben circulaire ambities van het Rijk en provincie vertaald voor het Montfoortse buitengebied.
We stimuleren kringlooplandbouw bij agrariërs Agrariërs kunnen met hun bedrijfsvoering bijdragen aan verschillende maatschappelijke doelen. Denk aan het stimuleren van de biodiversiteit, circulair werken of de omslag maken naar kringlooplandbouw. Dit biedt naast maatschappelijke voordelen ook kansen voor agrariërs. Zo zorgt het efficiënter omgaan met organische reststromen voor een kostenbesparing, agrotoerisme en samenwerking in circulaire ketens voor nieuwe verdienmodellen en een reductie van vervoersbewegingen.
Vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) worden al gesprekken gevoerd met agrariërs, waaronder over alternatieve verdienmodellen die kunnen bijdragen aan een toekomstbestendig verdienmodel. Uit deze verkenning, waar is gesproken met alle Montfoortse agrariërs, blijkt dat meer dan de helft willen werken aan kringlooplandbouw, het versterken van de biodiversiteit en het reduceren van stikstofemissies. We zetten in op de bedrijven waar energie zit op het thema en verkennen samen met hen de mogelijkheden voor kringlooplandbouw.
In 2030 is de stikstofuitstoot met 46% gereduceerd t.o.v. 2018 De provincie Utrecht heeft als doel gesteld om in 2030 een stikstofreductie uit de landbouw van 46% te realiseren ten opzichte van het referentiejaar 2018. Deze doelstelling passen we ook toe in Montfoort. Uit een eerste prognose blijkt een stikstofreductie van +-50% haalbaar. Het stimuleren van de principes van kring looplandbouw, zoals het vergisten van mest, efficiënter omgaan met reststromen en alternatieve verdienmodellen (korte ketens, agrotoerisme etc.), dragen onder andere bij aan deze doelstelling. We gaan samen met agrariërs en de provincie verkennen wat de mogelijkheden zijn om gezamenlijk aan deze doelstelling bij te dragen.
Het is van groot belang dat we toewerken naar een meer lokaal en duurzamer voedselsysteem. In een lokaal duurzaam en circulair voedselsysteem zijn de voedselketens kort, wat betekent dat er weinig tussenpersonen zijn tussen de producent en de consument. Boeren en producenten verkopen hun producten rechtstreeks aan lokale (super)markten, coöperaties, restaurants of consumenten. Dit vermindert transportafstanden, levert een eerlijke prijs op en zorgt voor bewustwording bij consumenten over duurzame consumptie. 22
Buitengebied
Wat gaan we doen? Bouwsteen
Kringlooplandbouw
Stikstofreductie
Acties
Rol gemeente
Eigenaar (intern)
Partner (extern)
Vorm
Resultaat
Inspanning
Start
Circulaire strategie
1. In de intentieovereenkomst voor de toekomst van het landelijk gebied hebben we aandacht voor alternatieve verdienmodellen. Deze wordt in december ’23 ondertekend
Partner
BG
Regio/ Provincie
Gesprekken
Document
Bestaand
2023
2. We zetten in op korte ketens en stimuleren agrariërs hun verdienmodel te verbreden, door o.a. boederijwinkels te faciliteren en kaasmakerijen te koppelen aan lokale supermarkten
Facilitator
CE/WEDC
geen
Gesprekken
Afspraak
Bestaand
2024
3. We stimuleren de verkoop van lokale voedselproducten in winkels en supermarkten in Montfoort
Facilitator
CE/WEDC
geen
Gesprekken
Afspraak
Bestaand
n.t.b.
4. We gaan een pilot starten om bufferstroken in te zetten om de biodiversiteit te stimuleren (draagt bij aan UPLG-doelstelling 10% groenblauwe dooradering in 2030)
Facilitator
BG
Provincie
Pilot
Project
Bestaand
2024
5. We onderzoeken samen met agrariërs de mogelijkheden voor kringlooplandbouw en reductie van stikstofuitstoot, waaronder het gebruik van minder bestrijdingsmiddelen
Partner
CE
Agrariërs
Analyse
Document
Extra: Kosten via UPLG
2024-26
6. Bij het opstellen van VAB-beleid wordt ook gekeken naar circulaire kansen voor (her)ontwikkeling van de vrijgekomen bebouwing
Regisseur
CE/WEDC
Provincie
Analyse
Document
Bestaand
2023
7. We stimuleren innovaties voor de verwerking van mest middels monovergisting en onderzoeken de kansen voor de ontwikkeling van een collectief groengas-station met aansluiting op het aardgasnetwerk
Facilitator
BG
Agrariërs
Gesprekken
Vergistingsstation
Bestaand
2024-27
23
Bedrijfsleven
Wat willen we bereiken? Het verduurzamen van het bedrijfsleven is een belangrijk thema. De maakindustrie is een belangrijke sector in Montfoort die invloed heeft op de transitie naar een circulaire economie. Deze transitie biedt kansen voor de maakindustrie om bijvoorbeeld producten en materialen te ontwerpen die gemakkelijk demonteerbaar en recyclebaar zijn. Door het implementeren van innovatieve recycling- en herfabricageprocessen kunnen bedrijven bovendien waarde halen uit afgedankte producten en materialen. Dat biedt kansen voor nieuwe samenwerkingsvormen binnen de waardeketen en verdienmodellen voor bedrijven. Het thema ‘bedrijfsleven’ gaat enerzijds gaan over het circulair inrichten van het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein (gebouwen en openbare ruimte) en anderzijds over het stimuleren van circulaire samenwerking tussen bedrijven onderling en met het onderwijs.
Bedrijventerreinen zijn op basis van circulaire principes ingericht en beheerd Als gemeente gaan wij circulaire principes centraal zetten bij het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in Heeswijk-Oost. We stellen voor dit gebied een visiedocument op met circulaire ambities (1). Denk bijvoorbeeld aan flexibel en aanpasbaar bouwen, zodat bedrijfsgebouwen aangepast kunnen worden aan veranderende behoeften (groei of krimp), ruimte bieden aan circulair ondernemer schap of het toepassen van circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. De ontwikkeling van Heeswijk-Oost dient als duurzame katalysator te fungeren voor het bestaande bedrijventerrein in Heeswijk.
Ontwikkeling circulaire bedrijventerreinen
Circulariteit is zelfstandig onderdeel van praktijkonderwijs Als gemeente is onze invloedssfeer op bedrijven beperkt. Wel kunnen we hen wijzen op, en inspireren over, circulaire ontwerpprincipes. Door lokaal praktijk onderwijs te koppelen aan lokale makers (2) kunnen we kruisbestuiving stimuleren rond dit thema. Zo leiden we de toekomstige generatie op met het circulaire gedachtegoed en binden we een nieuwe generatie aan Montfoort. Een potentiële match zit er bijvoorbeeld tussen Daiwa House (voormalig Jan Snel) die industrieel en circulair bouwen en het praktijkonderwijs bij Yuverta.
24
Bedrijfsleven
Samenwerking tussen bedrijven actief in de maakindustrie is gefaciliteerd Om de lokale maakindustrie nog meer te stimuleren en inspireren over circulariteit sluiten we aan bij de Alliantie Cirkelregio Utrecht (3) om bestaande circulaire educatieprogramma’s te koppelen aan Montfoortse bedrijven. Daarnaast zetten wij in op meer samenwerking tussen bedrijven om het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen en faciliteren wij samenwerking tussen bedrijven om het delen van voorzieningen (4) te organiseren en gezamenlijk op te trekken in het hoogwaardig verwerken van lokale reststromen. Dit is een behoefte die vanuit Montfoortse bedrijven naar voren kwam. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van elkaars productieruimte, machines of mobiele apparatuur. Ook kan een gezamenlijke hub een mogelijkheid zijn om verder te verkennen. Dit kan bijvoorbeeld onderdeel worden van de Green Deal Bedrijventerreinen.
25
Bedrijfsleven
Wat gaan we doen? Bouwsteen
Bedrijventerreinen
Praktijkonderwijs
Samenwerking
Acties
Rol gemeente
Eigenaar (intern)
Partner (extern)
Vorm
Resultaat
Inspanning
Start/duur
Circulaire strategie
1. We formuleren circulaire ambities voor de uitbreiding van Heeswijk-Oost. Denk hierbij aan het toepassen (lokaal) hergebruikte of biobased materialen, losmaakbaar ontwerpen en circulair beheer en inrichting. Deze ontwikkeling moet als duurzame katalysator fungeren voor het bestaande (grijze) bedrijventerrein Heeswijk
Regisseur
CE/WEDC /PJ
Geen
Ontwikkeling
Document
Bestaand
2024-26
2. We verkennen de mogelijkheid of lokaal praktijkonderwijs gekoppeld kan worden aan lokale maakindustrie op het thema circulaire economie (bv. circulair bouwen en Jan Snel/Daiwa House)
Facilitator
CE/WEDC
Lokaal praktijkonderwijs (Yuverta)
Gesprekken (bij elkaar brengen van partijen)
Netwerk
Bestaand
2024-26
3.We sluiten aan bij circulaire regionale initiatieven (bv. Alliantie Cirkelregio Utrecht) en promoten deze onder Montfoortse bedrijven
Facilitator
CE/WEDC /SD
Regio/ Provincie
Gesprekken
Afspraak
Bestaand
2024-26
4. Als onderdeel van de Green Deal gaan we samen met bedrijven verkennen wat de mogelijkheden zijn om van elkaars voorzieningen gebruik te maken (productieruimte, machines en apparatuur). Denk hier bijvoorbeeld aan een gezamenlijke hub.
Facilitator
CE/WEDC /SD
Ondernemer svereniginge n
Gesprekken
Project
Bestaand
2024
26
Fysieke leefomgeving
Wat willen we bereiken?
•
De gemeente Montfoort heeft een relatief grote woningbouwopgave de komende jaren. Een groot deel daarvan zal gebouwd worden in uitbreidingslocaties, grenzend aan de huidige kernen van de gemeente. Voor nieuwbouw heeft de gemeente al bestuurlijke circulaire en duurzame ambities uitgesproken via het convenant Toekomstbestendige Woningbouw en het ondertekenen van de Woondeal. Naast nieuwe woningbouw kan de gemeente zelf het goede voorbeeld geven bij het ontwerpen en onderhouden van de openbare ruimte en maatschappelijk vastgoed.
•
50% van nieuwe woningbouw is circulair of industrieel in 2030 In 2030 dient 50% van de nieuwe woningbouw in Montfoort circulair of industrieel te zijn (Woondeal 2023-2030). Om dit te realiseren dient de gemeente bij woning bouw-ontwikkelingen circulaire ambities en eisen op te nemen. Dit doen we altijd in samenhang met de andere duurzaamheidsthema’s en programmatische eisen van het gebied. We kijken bij ontwikkelingen in hoeverre deze aansluiten bij het convenant duurzame woningbouw (1) waar Montfoort één van de ondertekenaars van is. Het convenant is nog niet geborgd in het werk binnen de gemeente, vandaar dat we beginnen om te experimenteren met de toepassing van het convenant (2) bij de Bleek (fase 1 en 2). Zoals opgenomen in de Woondeal worden de volgende uitgangspunten meegenomen naar woningbouwontwikkelingen: • Gemeenten zetten vanwege standaardisatie en uniformering standaard in op een MPG van 0,5 • In 2030 minimaal de helft van het materiaalgebruik van de woningen (nieuwbouw of renovatie) circulair en/of industrieel toe te passen
•
Het aandeel hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen is 30% in 2025 en 50% in 2030. We hanteren Het Nieuwe Normaal als eenduidige taal voor circulair (ver) bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften
In 2030 is 50% van de openbare ruimte volgens circulaire principes gebouwd Verhardingen, straatmeubilair, riolering, verlichting, groenvoorzieningen: in de openbare ruimte gaan enorme volumes materiaal en dus grondstoffen om. In plaats van het vervangen van objecten en meubilair in de openbare ruimte (assets) zodra ze versleten zijn, kan de focus liggen op levensduurverlenging en het repareren en herstellen ervan. Om dit in de toekomst goed uit te kunnen voeren moeten passende randvoorwaarden worden opgesteld en materialen en bouwmethodieken geregistreerd worden. Hiervoor voeren we eerst een nulmeting uit hoe circulaire principes nu toegepast worden in de openbare ruimte. Vervolgens experimenteren we met het toepassen van circulaire principes (3) in de openbare ruimte in twee pilots (de Bleek en Rapijnen). Hierbij stellen we een materialenpaspoort (4) op om te verkennen of we dit breder kunnen toepassen. We integreren de circulaire lessen die zijn opgedaan in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (5) die jaarlijks herijkt kan worden.
27
Fysieke leefomgeving
1) Voorbeeld van levensduurverlenging in de openbare ruimte: hergebruikte bakstenen tegen bestaande bestrating aangelegd. 2) Grasbetontegels. 3) Halfverharding (minder materiaalgebruik en meer ruimte voor groen)
Biobased en circulair maatschappelijk vastgoed zoals scholen of sportaccomodaties (bron: Heiplaat Rotterdam, LIAG Architecten)
50% van de materiaalstromen binnen maatschappelijk vastgoed wordt in 2030 hergebruikt We bezitten als gemeente Montfoort een aantal vastgoedobjecten waarbij we zelf aan zet zijn in het beheer en onderhoud ervan. We streven naar levensduurverlenging van het vastgoed door het uitvoeren van preventief onderhoud en het herstellen van gebreken, bij voorkeur met de toepassing van herbruikbare, demonteerbare en recyclebare materialen. Om hier een eerste stap in te zetten inventariseren we circulaire kansen voor het nieuwe Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) (7). Hierbij stellen we een nulmeting op voor circulaire kansen in gepland onderhoud. Daarnaast komen tijdens de sloop van gebouwen komen veel materialen vrij die niet of laagwaardig worden hergebruikt. Om circulair sloopbeleid in de gemeente op te stellen gaan we eerst experimenteren met circulaire renovatie (6) bij bij de van Damstraat en sporthal Hofland. Daarbij inventariseren we de materialen, om zo veel en zo hoogwaardig mogelijk te oogsten. Geleerde lessen worden opgenomen in circulair sloopbeleid. Hierbij kan gedacht worden aan onder meer een verplichte sloopinventarisatie en aandacht voor circulaire eisen bij vergunningverlening.
Hoogwaardig hergebruik van producten uit onderhoud (bron: Pix4Profs – Ron Magielse)
28
Fysieke leefomgeving
Wat gaan we doen? Bouwsteen
Acties
Woningbouw
Openbare ruimte
Maatschappelijk vastgoed
Rol gemeente
Eigenaar (intern)
Partner (extern)
Vorm
Resultaat
Inspanning
1.We experimenteren voor een deelontwikkeling van uitbreidingslocatie de Bleek (fase 2) samen met ontwikkelaars met het toepassen van het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw en nemen hier circulaire ambities in op. We vragen hierbij kosteloos ondersteuning aan vanuit het Expertteam Woningbouw dat wordt aangeboden door RVO om duurzame (flex)woningbouw te stimuleren
Regisseur
CE/IBOR/PJ
n.t.b.
Toepassing
Fysiek project (pilot)
Bestaand
2025 – 2029
2. We toetsen het woningbouwontwerp van uitbreidingslocatie de Bleek (fase 1) op het convenant Toekomstbestendig Bouwen (o.a. circulariteit) en sturen waar mogelijk nog bij
Uitvoerder
CE/PJ
Geen
Analyse
Intern advies toepassing convenant
Bestaand
2024
3.We stellen een nulmeting op voor bestaande assets in de openbare ruimte om te toetsen hoe circulaire principes nu worden toegepast. Vervolgens experimenteren we in twee projecten met het toepassen van circulaire principes (op circulaire materialen en op levensduurverlenging van materialen van wegen, stoepen en fietspaden) in de projecten de Bleek en Rapijnen
Regisseur
CE/IBOR
Stichting IBMN
Analyse
Nulmeting (document)
Extra: €35.000 (actie 3 en 4)
2025
4.Voor projecten in de openbare ruimte stellen we in de projecten Bleek en Rapijnen een materialenpaspoort op om efficiënt beheer en hoogwaardig hergebruik te faciliteren
Uitvoerder
CE/IBOR
n.t.b. (bv. Madaster)
Toepassing
Fysiek project
Extra (zie actie 3)
2025 2026
5.We integreren opgedane kennis over de circulaire principes jaarlijks in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)
Regisseur
CE/IBOR
Adviesbureau/ regio
Analyse
Herijking LIOR
Bestaand
2024-25
Pilotproject en terugkoppeling beleid
Fysiek project
Extra: €20.000
2024 / 2025
Ontwikkeling
Document
Bestaand
2024
6. We onderzoeken de mogelijkheden voor circulaire sloop en renovatie bij de school van Damstraat en sporthal Hofland. Daarbij inventariseren we de materialen, om zo veel en zo hoogwaardig mogelijk te oogsten. Geleerde lessen worden opgenomen in circulair sloopbeleid dat onder meer verplichte sloopinventarisatie en daaraan gekoppelde aandacht voor circulaire eisen bij vergunningverlening vraagt
Uitvoerder
CE/IBOR/PJ
Sloper/ Materiaalinventaris atie
7. In de Meerjarig Onderhoudsplannen (MJOP) voor maatschappelijk vastgoed wordt bij de nulmeting ook in kaart gebracht wat de circulaire kansen voor het geplande onderhoud zijn
Regisseur
CE/ IBOR
Adviesbureau
Start/ duur
Circulaire strategie
29
Gemeentelijke organisatie
Wat willen we bereiken? Als gemeente hebben wij een maatschappelijke voorbeeldfunctie in de transitie naar een circulaire economie. Daarom hebben wij hoge ambities als het gaat om de onderdelen waar wij als gemeente direct invloed op uitoefenen. Denk hierbij aan inkoop en aanbesteding, maatschappelijk vastgoed en het delen, repareren en hoogwaardig hergebruiken van producten en materialen mogelijk te maken.
waar nodig (4 en 5). Naast de hoogwaardige inzameling van huishoudelijke reststromen verkennen wij als gemeente de mogelijkheid om samen met omliggende buurgemeenten groene reststromen uit snoei- en kaphout en maaiafval hoogwaardig te gaan verwerken. Denk hierbij aan vezelproductie voor bouwproducten, productie van biogas, fermentatie voor bodemverbetering (bokashi) of het maken van meubels uit kaphout.
In 2030 kopen we voor 100% circulair in (met een tussenstap van 50% in 2027) Als gemeente hebben we met inkoop en aanbestedingen een belangrijke troef in handen om de circulaire economie te stimuleren. We volgen de ambities van de provincie Utrecht voor circulair opdrachtgeverschap op en willen in 2030 100% circulair inkopen. Bij deze ambitie hoort een eenduidige definitie wat dit precies betekent en voor welke categorieën (leveringen, werken en diensten) dit van toepassing is. Samen met Inkoop Bureau Midden Nederland stellen we een beleidsdocument duurzaam inkopen op met een strategie voor volledig circulair inkopen in 2030 (1). Daarnaast stellen we ook met hen een toetsingskader voor circulaire eisen in aanbestedingstrajecten op (2). Als basis gebruiken we hiervoor het raamwerk van Het Nieuwe Normaal, zoals aangegeven in de Woondeal en het convenant Toekomstbestendig Bouwen.
Er zijn verschillende platforms en nationale standaarden die bij kunnen dragen aan circulair inkopen. Zo is er 1) het platform ikwilcirculairinkopen.nl speciaal voor overheden om circulair inkopen concreet te maken, 2) Het Nieuwe Normaal een nationaal gedragen standaard voor circulaire bouwprestaties, of 3) de MVI-criteria tool
We stimuleren hoogwaardig hergebruik reststromen en producten We zetten in de gemeente in op het hoogwaardig hergebruiken van reststromen van onze bewoners (6), waarbij het naast de VANG-doelstellingen gaat over het hoogwaardig hergebruiken van reststromen. We verkennen daarbij de mogelijkheid om hergebruik en reparatie mogelijk te maken op de milieustraat en verkennen de behoeftes van reparatie- of deel-initiatieven en ondersteunen hen
Een voorbeeld van de milieustraat van de toekomst (bron: Modulo Milieustraten B.V.)
30
Gemeentelijke organisatie
Wat gaan we doen? Bouwste en
Inkoop en aanbestedin g
Afval en grondstoffen
Acties
Rol gemeente
Eigenaar (intern)
Partner (extern)
Vorm