CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Cattenbroekerdijk 4_vast te stellen_toelichting en regels_20022022.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 4426.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Linschoten

Bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Linschoten

Opdrachtgever:

B. Hornman

Datum rapport:

20 februari 2022

Uitgevoerd door:

Brigit de Jonge Plan B. Advies ruimtelijke ordening

Plan B. Advies ruimtelijke ordening / Springweg 154 / 3511 VZ Utrecht / 06 - 55125659

Cattenbroekerdijk 44

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Vigerend plannen 1.4 Principeuitspraak gemeente

6 6 6 6 8

Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Ontwikkeling

9 9 10

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijks- en provinciaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 20

Hoofdstuk 4 Water 4.1 Kader 4.2 Het plangebied

25 25 26

Hoofdstuk 5 Milieu en overige omgevingsaspecten 5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bodem 5.6 Flora en fauna 5.7 Archeologie en cultuurhistorie 5.8 Kabels en leidingen 5.9 Besluit milieueffectrapportage

28 28 31 32 34 36 39 43 45 46

Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Algemeen 6.2 De bestemmingen

47 47 47

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Financiële haalbaarheid 7.2 Plangebied

50 50 50

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Overleg 3.1.1. Bro en inspraak 8.2 Zienswijzen

51 51 51

Bijlagen toelichting

52

Bijlage 1

Principe akkoord gemeente

53

Bijlage 2

Oppervlakten gebruik

54

Bijlage 3

Uitbouw woning

55

Bijlage 4

Watertoets

56

Bijlage 5

Bodemonderzoek

57

Bijlage 6

Quick-scan flora en fauna

58

Bijlage 7

Aanvullend bodemonderzoek

59

Bijlage 8

Nota van beantwoording vooroverleg en inspraak

60

2

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Regels

62

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

63 63 67

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Tuin Wonen Leiding - Water Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Waterkering

68 68 69 75 76 78 80

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Aanduidingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

81 81 82 83 85 86 87 88

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

89 89 90

Bijlage regels Bijlage 1

vastgesteld

92 Staat van Bedrijfsactiviteiten

93

3

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

4

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Toelichting

vastgesteld

5

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De agrarische bedrijfsvoering aan de Cattenbroekerdijk 44 is beëindigd en het perceel is recent verkocht. De nieuwe eigenaar wil de bestemming wijzigen in 'wonen' en de volgende activiteiten gaan ontplooien:  een thee- en koffietuin 'Cattenbroek'. Op het voorerf wordt een theetuin gemaakt, welke bij mooi weer geopend is om wandelaars, fietsers en watersporters een rustpunt te bieden. Hier wordt koffie en thee geschonken en zelfgemaakte taart geserveerd;  kleinschalige vergaderlocatie “vergaderen in het groen” voor circa 12 personen. Aan bedrijven in de omgeving wordt zo de mogelijkheid geboden om in alle rust te komen vergaderen op een mooie landelijke locatie. Hiervoor wordt een vergaderruimte van circa 30 m 2 ingericht. De lunch die aan de gasten wordt aangeboden wordt afgenomen bij plaatselijke ondernemers;  verhuur van kano's. Het geldende bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.7.5 van de '1 e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012') om de agrarische functie te wijzigen in 'wonen', mits 'de gebouwen in geen enkel opzicht worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de nader bepaalde regels van kan worden afgeweken'. Gezien de vergroting van de woning, kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid en wordt een bestemmingsplan opgesteld.

De gewenste functiewijziging wordt met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor het perceel Cattenbroekerdijk 44 in Linschoten.

Ligging plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Vigerend plannen

1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Voor het perceel is de '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012' van kracht, dat op 26 oktober 2015 is vastgesteld. Het perceel heeft de bestemming 'agrarisch'. De volgende nevenactiviteiten zijn onder andere bij recht toegestaan:  kano-, roeiboot- en fietsenverhuur: maximaal 100 m2 aan bebouwing mag hiervoor gebruikt worden;  kleinschalige horecagelegenheid: maximaal 100 m2 aan bebouwing mag hiervoor gebruikt worden. Nevenfunctie is als volgt gedefinieerd: 'functie welke ondergeschikt is aan een hoofdfunctie, uit de hoofdfunctie dient minimaal 50% van de bedrijfsinkomsten te worden gegenereerd met dien verstande dat deze bepaling over bedrijfsinkomsten niet geldt voor nevenfuncties bij de bestemming Wonen'.

6

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Voor het perceel gelden twee archeologische waarden: op de voorste helft van het perceel geldt de 'waarde - archeologie 3' en op de achterste helft geldt 'waarde - archeologie 5'. Op het voorste deel (evenwijdig aan de weg) geldt de dubbelbestemming 'waterstaat - waterkering'. Het bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.7.5 van de '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012') om de agrarische functie te wijzigen in 'wonen', onder voorwaarden dat:  wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt;  het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden;  het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; Binnen de bestemming 'wonen' zijn zeven verschillende nevenfuncties toegestaan, waaronder kano-, roeiboot- en fietsenverhuur (maximaal 100 m2 aan bebouwing mag hiervoor gebruikt worden).

Het bestemmingsplan zegt niets over hoeveel verschillende nevenactiviteiten er plaats mogen vinden. De belangrijkste voorwaarde is dat de functies ondergeschikt zijn aan de hoofdfuncties. Het begrip 'ondergeschikt' is niet gedefinieerd in het bestemmingsplan. Een kleinschalige horecagelegenheid (bijvoorbeeld een theetuin) is niet mogelijk binnen de woonbestemming. Strijdigheid met bestemmingsplan  Doordat de woning vergroot wordt, kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid en wordt een bestemmingsplan opgesteld.  De theetuin is niet 'bij recht' mogelijk binnen de woon- en tuinbestemming. Theetuinen binnen deze bestemmingen worden specifiek aangeduid. De regels van voorliggend bestemmingsplan sluiten in hoofdlijn aan bij de regels, zoals die gelden in de '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012'. Voor wat betreft de toegelaten nevenfuncties wordt er afgeweken van het geldende plan: naast de beoogde nieuwe functies, zoals beschreven in paragraaf 2.2.1, worden aan huis gebonden beroepen mogelijk gemaakt. De nevenfuncties die het geldende bestemmingsplan bij recht mogelijk maakt binnen een woonbestemming (kleinschalig kamperen, Bed&Breakfast, kampeerboerderij, tentoonstellingsruimte en kinderopvang en buitenschoolse opvang), worden niet direct mogelijk gemaakt, maar voor deze functies is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Daar waar dat nodig geacht is, zijn de regels aangevuld. In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt aangegeven op welke aspecten het voorliggende bestemmingsplan afwijkt van de '1 e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012'.

Uitsnede bestemmingsplan '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

vastgesteld

7

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen Montfoort' Op 29 oktober 2018 heeft de gemeenteraad het parapluplan 'Parkeernormen Montfoort' vastgesteld. Dit bestemmingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormen Montfoort 2015', of diens opvolger. Op 7 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota parkeernormen Montfoort 2020' vastgesteld, waarmee de nota uit 2015 is vervangen. Het plan schrijft ook de maatvoering van parkeerplaatsen voor.

1.4

Principeuitspraak gemeente

Op 29 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten: 1. In principe medewerking te verlenen aan omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar zelfstandige woonfunctie tot een maximale inhoudsmaat van 750 m3 via een wijziging van het bestemmingsplan. In paragraaf 2.2 van de toelichting en in de bouwregels (regeling 4.2, onder c) is dit beschreven. 2. In principe medewerking te verlenen aan de vestiging van een kleinschalige recreatieve horecaonderneming op het perceel aan de Cattenbroekerdijk 44 in de bestaande bebouwing, mits: a. aangetoond is dat er economisch draagvlak is voor de voorgestelde functies en er daadwerkelijk een bijdrage wordt geleverd aan de verbetering van de recreatiemogelijkheden. Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat kleinschalige recreatieve voorzieningen past binnen het gemeentelijke beleid; b. aangetoond is dat de nieuwe functies ruimtelijk inpasbaar zijn en geen belemmeringen opleveren ten aanzien van omliggende bedrijven, als ook de verkeerskundige situatie (zie paragraaf 2.2 en 5.1); c. er maximaal 50% van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (exclusief de woning) ingezet wordt voor privé gebruik (zie o.a. paragraaf 2.2 van de toelichting en regeling 4.5.1., onder a van de regels); d.

overige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (exclusief de woning) gesloopt wordt, voor zover dit niet ingezet wordt voor de kleinschalige recreatieve horecaonderneming. Uit paragraaf 2.2 blijkt dat er geen opstallen worden gesloopt; e. de open kapschuur op de (zuid-)oostzijde van het perceel als eerste in aanmerking komt voor sloop. De brief waarin de gemeente dit kenbaar heeft gemaakt is in bijlage 1 toegevoegd. In de hierna volgende hoofdstukken wordt aangetoond dat voldaan wordt aan deze voorwaarden.

8

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande en toekomstige situatie

Huidige situatie

Het buitengebied van Montfoort en Linschoten is een rivierenlandschap, dat is onder te verdelen in een stroomruglandschap en een komlandschap. De uiterwaarden van de Hollandse IJssel behoren tot het stroomruglandschap. De Cattenbroekerdijk ligt op de overgang tussen komlandschap en veenweidelandschap, met een venige bodem. Ondanks de ligging (net) binnen het veenweidelandschap, heeft het gebied meer de uitstraling van het komlandschap.

Afbeelding. Fysisch geografische eenheden: groen = venige kom; paars = veengebied Bron : http://webkaart.provincie-utrecht.nl/ Het komlandschap is een zeer open landschap. Kades en dijken, zoals de Cattenbroekerdijk, zijn belangrijke ruimtevormende elementen. De wegen volgen de weteringen en vaarten en/of liggen op kades en dijken. De Cattenbroekerdijk volgt de Montfoortse Vaart, die in het verleden verder doorliep, richting Woerden. Het verloop van deze wegen is strak en rechtlijnig. Kenmerkend voor het komlandschap zijn de Tiendwegen die aan het einde van de opstrekkende kavels (langgerekte verkaveling doordat in het verlengde van het erf steeds verder landinwaarts te gaan verbouwen) kavels liggen. Ter hoogte van het plangebied heeft de strokenverkaveling een regelmatig patroon. De boerderijen zijn in stroken langs de ontginningsbasis (de dijk) gesitueerd. De bebouwingslinten zijn beperkt verdicht, zodat vanuit de linten het open polderlandschap daarachter zichtbaar is. De beplanting bestaat uit erfbeplanting en fruitbomen bij boerderijen, grienden en boomgaarden, knotbomen langs wegen of weteringen, houtsingels op zijkades en achterkades. Landbouw is belangrijk voor de plattelandseconomie van Nederland. Het plangebied ligt in de agrarische regio "westelijk weidegebied" in de Provincie Utrecht.

In het buitengebied van de gemeente waren in 2012 ongeveer 180 bedrijven aanwezig. Iets meer dan de helft van deze bedrijven is agrarisch. Er komen binnen de gemeente met name melkveehouderijen en fruittelers voor. Het merendeel van het buitengebied is in gebruik als weiland. Cattenbroekerdijk 44 Het perceel werd voorheen gebruikt als agrarisch bedrijf. In 1982 was het een melkveebedrijf. Daarna zijn er op beperkte schaal legkippen gehouden en is het bedrijf ingeschreven als loonhuurbedrijf (dienstverlening voor akker en tuinbouw). De bedrijfsvoering is medio 2017 beëindigd. Kort daarna is het perceel te koop aangeboden. Naast de (bedrijfs-) woning staat op het perceel 590 m2 aan bebouwing:  een open kapschuur van 180 m2 aan de straatzijde van het perceel (object A);  een voormalige veestal van 290 m2 aan de straatzijde van het perceel (object B);  een open kapschuur van 100 m2 helemaal achter op het perceel (object C);  een voormalige hooiberg van 20 m2 helemaal achter op het perceel (object D).

vastgesteld

9

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Bestaande situatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl en www.google.nl)

2.2

Ontwikkeling

De nieuwe eigenaar van het perceel wil het gebruik van het perceel Cattenbroekerdijk 44 wijzigen in een woonfunctie. Vanwege de ligging en de omvang van perceel, biedt de locatie goede mogelijkheden om de vitaliteit van het buitengebied te versterken, zonder dat daarmee het landelijk karakter wordt aangetast. Dit door (een deel van) de voormalige agrarische opstallen te gebruiken voor kleinschalige recreatieve functies (nevenactiviteiten), zoals kanoverhuur en een theetuin. 2.2.1

Gebruik

De voormalige bedrijfswoning wordt gebruikt als woning. Alle voormalige agrarische opstallen blijven behouden. Een deel (280 m2) wordt voor privé gebruik ingezet; de rest (310 m2) wordt gebruikt ten behoeve van de volgende nevenfuncties.  een thee- en koffietuin 'Cattenbroek';  kleinschalige vergaderlocatie “vergaderen in het groen”;  verhuur van kano's (in het weekend). Object A (180 m2) De open kapschuur wordt volledig gebruikt voor opslag. Opslag van gereedschap, de kano's, de trailer voor de kano's en het tuinmeubilair (de picknicktafels en parasols) voor de theetuin. Opslag ten behoeve van twee nevenfuncties die zeer seizoensgebonden zijn. Ook wordt hier een oplaadpunt voor e-bikes gemaakt. Object B (290 m2) Op het voorerf wordt een theetuin gemaakt, welke bij mooi weer geopend zijn om wandelaars, fietsers en watersporters een rustpunt te bieden. Hier wordt koffie en thee geschonken en zelfgemaakte taart geserveerd. De voormalige stal wordt in z'n geheel verbouwd en dient als huisvesting voor de volgende functies:  er wordt een ruimte ingericht waar passanten gebruik kunnen maken van sanitaire voorzieningen. In deze ruimte wordt ook de keuken-voorziening van de theetuin geplaatst en vindt deels de opslag van het meubilair van de theetuin plaats. Maximaal 100 m2 wordt gebruikt ten behoeve van de theetuin;  een kleinschalige vergaderlocatie “vergaderen in het groen”.

Hier wordt de mogelijkheid geboden om in alle rust te vergaderen op een mooie landelijke locatie. Hiervoor wordt een vergaderruimte ingericht voor maximaal 12 bezoekers (circa 30 m2). De bezoekers maken gebruik van de keuken en de toilet voorzieningen van de theetuin. De lunch die aan deze gasten aangeboden kan worden, wordt afgenomen bij plaatselijke ondernemers;  verhuur van kano's aan passanten, recreanten en bedrijven in de omgeving. De bestaande kanoroutes die in de Montfoortse Vaart zijn uitgestippeld lopen langs het perceel. Vanuit hier kan of naar de Hollandsche IJssel in Montfoort of naar het historisch centrum van Linschoten, Oudewater en Woerden gevaren worden. Hiervoor wordt een kantoorruimte en een balie ingericht. Ten behoeve van de nevenfuncties wordt 130 m2 gebruikt. Het grootste gedeelte hiervan wordt, net als object A, gebruikt voor de seizoensgebonden activiteiten van de theentuin en de verhuur van kano's. Slecht 30 m2 hiervan wordt het hele jaar rond gebruikt. De resterende 160 m 2 wordt gebruikt voor privé doeleinden.

10

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Objecten C en D (100 m2 en 20 m2) Deze opstallen staan achter op het perceel en zijn niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Door de omvang van de gebouwen en de positie op het perceel, passen deze karakteristieke opstallen goed in het landelijke karakter en het oude bewonerslint (zie paragraaf 5.7.2). Deze opstallen zijn een herinnering aan het verleden en maken de geschiedenis van het perceel tastbaar en zichtbaar. Beide opstallen blijven behouden ten behoeve van privé doeleinden.

Objecten C en D In bijlage 2 is per object het gebruik en de daarbij behorende oppervlakten opgenomen. In onderstaande afbeelding is dit visueel weergegeven. Uit het overzicht blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde voorwaarde van de gemeente dat maximaal 50% van de bebouwing gebruikt mag worden voor privé gebruik. De objecten C en D hebben en tuinbestemming gekregen en in de specifieke gebruiksbepaling is bepaald dat in deze opstallen geen nevenfuncties zijn toegestaan. Binnen de bestemming 'wonen' is geregeld dat maximaal 160 m2 van de bijgebouwen binnen de woonbestemming gebruikt mogen worden voor privé doeleinden.

Gebruik opstallen (privé - nevenfuncties) Ondergeschiktheid nevenfuncties Het hoofdgebruik van het perceel is in de bestaande en in de toekomstige situatie wonen. De nevenfuncties zijn, met uitzondering van de vergaderruimte, seizoengebonden en vooral gericht op passanten (fietsers en wandelaars). De nevenfuncties hebben een ondergeschikt karakter: ze worden door de bewoners zelf uitgevoerd, zonder daarvoor (aanvullend) personeel in te schakelen, en de inkomsten die hiermee gegenereerd worden zijn zeer beperkt. Er is geen enkele intentie om de kanoverhuur en de theetuin bedrijfsmatig te gaan exploiteren. vastgesteld

11

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Het feit dat voor de kleinschalige recreatieve voorzieningen relatief veel opslagruimte nodig is (180 m2 wordt uitsluitend gebruikt voor het opslaan van de kano's en het tuinmeubilair voor de theetuin), doet hier niets aan af. Dat maakt het perceel nog geschikter voor deze nevenfuncties, omdat er geen nieuwe opstallen hiervoor gebouwd hoeven te worden. De bestaande, voormalige agrarische opstallen worden hiervoor gebruikt, waarmee het agrarische karakter van het gebied behouden blijft. Met de nevenfuncties, wordt er dus met name ingezet op het bieden van seizoengebonden kleinschalige recreatieve voorzieningen in het buitengebied. Door de ligging aan drie recreatieve routes (een vaar-, een fiets- en een wandelroute) is de locatie hier uitermate geschikt voor. In de directe omgeving zijn er geen vergelijkbare voorzieningen (functies) aanwezig. Met de nevenfuncties wordt een bijdrage geleverd aan de recreatieve belevingsmogelijkheden en daarmee de vitaliteit van het buitengebied, zoals beschreven in de 'Omgevingsvisie Montfoort (2021)' (paragraaf 3.3.1) en de provinciale omgevingsverordening (paragraaf 3.2.1). Aanvullend op de hiervoor genoemde nevenfuncties wordt met dit bestemmingsplan een aan huis gebonden beroep mogelijk gemaakt.

De overige nevenfuncties, die algemeen mogelijk zijn binnen de bestemming 'wonen' in het bestemmingsplan '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012', worden met een afwijkingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. Daarmee worden de direct toegestane nevenactiviteiten met dit bestemmingsplan, zowel qua aard als oppervlakte, beperkt ten opzichte van andere woonbestemmingen in het buitengebied en wordt de ondergeschiktheid geborgd. De oppervlakten aan bebouwing, die gebruikt kan worden voor de nevenfuncties, zijn in de regels als maximale oppervlakten vastgelegd. In paragraaf 3.3.2 (parkeerbehoefte en verkeersaantrekkende werking) wordt nader in gegaan op de openingstijden en het aantal verwachtte bezoekers van de nevenactiviteiten. 2.2.2

Bouwen

Het totaal aan bebouwing op het perceel wijzigt nauwelijks: de woning wordt met circa 36 m 2 vergroot aan de achterzijde. De rest van de voormalige agrarische opstallen blijft behouden. Woning De woning wordt aan de achterzijde met ongeveer 4 meter verlengd over een breedte van 8,7 meter. De kap van het 'achterhuis' wordt aan de noord-west zijde in dezelfde lijn doorgetrokken; aan de zuid-oost zijde vindt er een verspringing plaats. De nieuwe achtergevel is smaller dan de voorgevel. De goothoogte is gelijk aan de goothoogte van het bestaande 'achterhuis'. De bouwhoogte is gelijk aan de bouwhoogte van het voorste deel van de bestaande woning, namelijk 7,625 meter. Vanwege een peilverschil tussen de voor- en achterkant van de woning (van circa 1 meter), wordt ter plaatse van de uitbreiding van de woning de grond met circa 1 meter opgehoogd. De inhoud van de woning wordt maximaal 750 m3. In bijlage 3 zijn gedetailleerde tekeningen opgenomen van de beoogde (ver-)bouw.

Plattegrond begane grond (bestaand en nieuw)

12

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Schets uitbreiding woning Steiger De bestaande aanlegsteiger in de Montfoortse Vaart wordt vervangen. In verband met de werkzaamheden aan de waterkering (de Cattenbroekerdijk) moet de bestaande steiger verwijderd worden. Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft laten weten medewerking te willen verlenen aan het terugbrengen een iets grotere steiger nadat de waterkering is opgeleverd. Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan een 'opstelruimte' voor gebruikers (voetgangers) van de steiger. De steiger vormt geen onderdeel van dit bestemmingsplan.

Huidige steiger 2.2.3

Nieuwe steiger

Parkeren en verkeersaantrekkende werking

Voor het onderdeel parkeren en verkeersaantrekkende werking wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2.

vastgesteld

13

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijks- en provinciaal beleid

De functiewijziging heeft een kleinschalig en lokaal karakter. Het rijksbeleid voorziet niet in bepalingen die relevant zijn voor de uitbreiding. De functiewijziging valt dan ook binnen de reikwijdte van het rijksbeleid, vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Om die reden wordt hier dan ook niet verder op het rijksbeleid ingegaan. Wel wordt de ´ladder voor duurzame verstedelijking´ behandeld. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Als stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

De tot 1 juli 2017 in artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder a, (en vierde lid) van het Bro opgenomen eis dat de actuele regionale behoefte dient te worden beschreven is gewijzigd in die zin dat de elementen "actuele" en "regionale" komen te vervallen. Bestemmingsplannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, dienen in de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De Afdeling hanteert een aantal uitgangspunten, die gehanteerd worden bij de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling (uitspraak 201608869/1/R3). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m 2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Behoefte Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een bestemmingswijziging doorgevoerd, waarmee de bedrijfswoning iets vergroot wordt en gebruikt mag worden als burgerwoning.

Voor wat betreft de beoogde functies, als genoemd in paragraaf 2.2.1, wordt geconstateerd dat deze (neven-)functies binnen het geldende bestemmingsplan ook toegestaan zijn. De grootste wijziging is dat de agrarische functie vervalt. De functiewijziging wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Het aantonen van de behoefte is daarom niet nodig.

14

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening vervangt de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening 2013, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Waterverordening provincie Utrecht 2009, de Waterverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009, de Waterverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017, de Waterverordening waterschap Rivierenland, de Waterverordening waterschap Vallei en Veluwe, de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017, de Distelverordening provincie Utrecht 1990 en de Ontgrondingenverordening, provincie Utrecht. De interim Omgevingsverordening provincie Utrecht is op 1 april 2021 in werking getreden. In de Interim Omgevingsverordening zijn regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. De regels uit de bovenstaande verordening zijn, daar waar nodig, herschreven, samengevoegd, vereenvoudigd en op elkaar afgestemd. De verordeningen zijn samengevoegd met het oog op de toekomstige invoering van de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening heeft juridische werking onder de huidige wetten. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal de Interim Omgevingsverordening worden vervangen door de Omgevingsverordening.

De volgende instructieregels van de interim verordening zijn relevant voor het plangebied:  Instructieregel vrijwaringszone regionale waterkering (artikel 2.8)  Instructieregel overstroombaar gebied (artikel 2.10)  Instructieregel matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad (artikel 3.11)  Instructieregel behoud regionaal fietsnetwerk (artikel 4.4)  Instructieregel landschap - Groene Hart (artikel 7.9)  Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen) (artikel 9.9)  Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie (artikel 9.10) Instructieregel vrijwaringszone regionale waterkering (artikel 2.8) De Nieuwe Zandweg is een regionale waterkering. Overeenkomstig artikel 2.8 van de verordening bevat een ruimtelijk plan bestemmingen of regels die de waterkerende functie beschermen en voorzien in een vrijwaringszone aan weerszijden van de waterkering. Voor nadere informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Instructieregel overstroombaar gebied (artikel 2.10) Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen.

Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘overstroombaar gebied’ bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het over stromingsrisico is omgegaan.

vastgesteld

15

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Ligging plangebied in overstromingsgebied en vrijwaringszone waterkering (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl) Artikel 3.11 Instructieregel matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een 'matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad' houdt rekening met de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwaterwinning. De motivering op een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het matig kwetsbare deel van de strategische grondwatervoorraad is het van belang deze gebieden zo veel mogelijk te vrijwaren van nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is vooral belangrijk om het risico op aantasting van de beschermende kleilagen boven het grondwater te voorkomen (onder meer bij bodemenergiesystemen). In deze zone worden geen verdere regels gesteld voor bestemmingsplannen van gemeenten. Wel wordt gemeenten gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen aandacht te hebben voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.

Ligging plangebied in matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl) Aanvullend op de instructieregel wordt het plangebied aangemerkt als 'boringsvrije zone'. Conform artikel 3.40 van de verordening is het verboden om hier:  boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder maaiveld en;  boringen of grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld, met inbegrip van schuine boringen, uitgevoerd vanaf een locatie buiten de boringsvrije zone.

16

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Daarnaast geldt voor iedereen in de boringsvrije zone de bijzondere zorgplicht (op grond van art. 3.12 Interim Omgevingsvisie Provincie Utrecht). Dit houdt in dat activiteiten waarvan men weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die tot nadelige gevolgen voor de bescherming van het grondwater kunnen leiden, moeten worden voorkomen of, voorzover het niet kan worden voorkomen, zoveel mogelijk moet worden beperkt of ongedaan gemaakt. Het verdient aanbeveling dat ontwikkelingen worden afgestemd met het waterwinbedrijf. Instructieregel behoud regionaal fietsnetwerk (artikel 4.4) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het Regionaal fietsnetwerk bevat geen bestemmingen en regels die de instandhouding en uitbreiding van dit regionaal fietsnetwerk belemmeren. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening gehouden is met het regionaal fietsnetwerk.

Ligging plangebied aan regionaal fietsnetwerk (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl) Instructieregel landschap - Groene Hart (artikel 7.9) Een bestemmingsplan, vallend binnen het landschap het Groene Hart bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landschap’ bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Het Groene Hart - kernkwaliteiten Voor het landschap Groene Hart zijn in de bijlage van de verordening de volgende kernkwaliteiten benoemd:  openheid;  (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.);  landschappelijke diversiteit;  rust & stilte. Deze kernkwaliteiten zijn benoemd in de Voorloper Groene Hart. De kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Groene Hart verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten hebben we opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen (www.provincie-utrecht.nl/kwaliteitsgids). In de kwaliteitsgids wordt het landschap het 'Groene Hart' onderscheiden in ‘zones’ en ‘velden’, die elk een fundamenteel andere structuur hebben.

De natte laaggelegen grote open ruimten van de velden stralen rust en stilte uit. Velden zijn vlakke, open landschappen met vergezichten tot aan de horizon. De open ruimte wordt bepaald door een tapijt van gras in een strokenverkaveling met rechte sloten, weteringen, kaden en dijken die het vlak doorbreken. De hoger gelegen kleinschalige en meer besloten zones hebben juist een levendige en intieme sfeer. Zones zijn lineaire landschappen met een meanderende rivier als basis. Rond de rivier heeft zich een beschut en intiem landschap ontwikkeld, met een mozaïek van gemengd grondgebruik, hoge bomen en bosschages, linten langs slingerende wegen en af en toe een dorp of stadje aan de rivier.

vastgesteld

17

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen:  openheid en intimiteit  rust en reuring  oude en nieuwe overgangen Artikel 9.9: instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen) Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw, en b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: 1.

het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening, of 2. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat, of 3. het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn, of 4. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied, of 5. er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald of; 6. de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden, en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landelijk gebied’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan Artikel 9.10 Instructieregel functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locatie binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat een agrarisch bedrijfsperceel waar het agrarisch gebruik is beëindigd een woonbestemming wordt gegeven aan de bedrijfswoning en de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde bedrijfsruimte, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:  het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw, of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw;  de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt;  de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; en  een kantoor of bedrijf aan huis is mogelijk indien de omvang van die activiteiten ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

18

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Consequentie plangebied Artikel 2.8: regionale waterkering. De beperkte uitbreiding van de woning ligt binnen de beschermingszone van 30 meter van de waterkering. Volgens de legger van de waterbeheerder (het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden) blijkt dat deze waterkering een waterstaatswerkzone en een beschermingszone heeft.

Ligging waterstaatswerkzone en een beschermingszone legger HDSR (bron: http://hdsr.webgispublisher.nl/ ) Binnen de waterstaatswerkzone mogen geen activiteiten plaats vinden die de waterkering kunnen beschadigen. Denk daarbij aan het planten van bomen en struiken, het graven in of bouwen op een waterkering en het weiden van paarden of koeien. Deze verboden staan beschreven in de Keur . Binnen de beschermingszone is het verboden om zonder vergunning in de beschermingszone van een waterkering: a. afgravingen (bijvoorbeeld voor het winnen van zand of klei) en seismische onderzoeken te verrichten; b. werken met een overdruk van 10 bar of hoger te plaatsen en te hebben; c. explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen te hebben Bouwen en slopen van opstallen is algemeen toegestaan binnen deze zone. Gezien de ligging van de woning buiten de waterstaatwerkzone is voor de uitbreiding van de woning geen watervergunning nodig. Artikel 2.10: overstroombaar gebied. Met dit bestemmingsplan wordt een beperkte functiewijziging en een beperkte bouwactiviteit mogelijk gemaakt: er wordt geen nieuwe functie toegevoegd. De ligging in een overstroombaar gebied levert geen beperking op dit bestemmingsplan. Artikel 3.11: matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Het plangebied ligt op circa 1 km afstand van het grondwaterbeschermingsgebied Linschoten.

Het grondwaterbeschermingsgebied is een gebied rondom de grondwaterwinning Linschoten. Deze grondwaterwinning is de bron van de drinkwatervoorziening voor o.a. de gemeente Montfoort. In het grondwaterbeschermingsgebied beschermt een ondergrondse laag de onderliggende waterwinning Om te voorkomen dat activiteiten (zoals het toepassen van bodemenergiesystemen) plaats vinden die verontreiniging of lokale opwarming van het grondwater tot gevolg hebben, stelt de provincie Utrecht In de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht regels ter bescherming van de grondwaterkwaliteit voor de drinkwatervoorziening. Het betreft onder andere een verbod op boor-, grond- en funderingswerkzaamheden dieper dan 40 meter onder het maaiveld en het toepassen van bodemenergiesystemen. Onder voorwaarden zijn vrijstellingen op dit verbod mogelijk. Binnen het plangebied vinden geen activiteiten plaats die effect hebben op het grondwater (en daarmee op de drinkwaterwinning welke plaats vindt op een kilometer afstand). Artikel 4.4: regionaal fietsnetwerk. Met dit bestemmingsplan wordt een functiewijziging mogelijk gemaakt, waarmee onder andere kleinschalige recreatieve functies mogelijk worden gemaakt (een theetuin en verhuur van kano's). Deze functies hebben een toegevoegde waarde voor met name wandelaars en fietsers.

Daarmee draagt dit bestemmingsplan bij aan het versterken van het regionale fietsnetwerk. Artikel 7.9: de kernkwaliteit van het Groene hart wordt niet aangetast. De kernkwaliteit is het contrast in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische vastgesteld

19

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 landschappen van de oude stroomruggen. Ga zorgvuldig om met de open, lege ruimte en de concentreer de dynamiek in ‘zones’. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een bestemmingswijziging doorgevoerd, waarmee de bedrijfswoning iets vergroot wordt en gebruikt mag worden als burgerwoning. Voor wat betreft de beoogde functies, als genoemd in paragraaf 2.2.1, wordt geconstateerd dat deze (neven-) functies binnen het geldende bestemmingsplan ook toegestaan zijn. Het contract tussen rust en dynamiek verandert niet met dit bestemmingsplan. Artikel 9.9:  de te handhaven bedrijfsgebouwen binnen het voormalige bouwperceel worden volledig hergebruikt. Er worden geen nieuwe opstallen bijgebouwd;  de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden, en  de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd (zie paragraaf 5.1);  de bestaande ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan door sloop van bebouwing. Met de beoogde nevenfuncties, wordt ingezet op het bieden van een (kleinschalige) recreatieve voorzieningen, waarmee een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van het buitengebied. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van het buitengebied, zoals beschreven in de 'Omgevingsvisie Montfoort (2021)' (paragraaf 3.3.1).

Bijgedragen wordt aan de recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat. Bovendien blijven de agrarische opstallen, welke het gebied karakteriseren, behouden. Dat draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Een sloop percentage lager dan 50% (in dit geval: geen sloop) is daarom gerechtvaardigd. Artikel 9.10:  het bouwperceel is niet uitgerust voor de grondgebonden landbouw en ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw;  het buitengebied van Montfoort kenmerkt zich door historische linten, openheid en markante boerderijen. De Cattenbroekerdijk is één van de historische linten binnen de gemeente. Met dit bestemmingsplan vindt er geen aantasting plaats van de openheid van het landschap: er wordt geen extra bebouwing gerealiseerd, waarmee de karakteristiek van het landschap gehandhaafd wordt, evenals de doorzichten vanaf de dijk. Het bestaande landelijke karakter blijft behouden. Er vindt geen aantasting plaats van het van oudsher aanwezig bewonerslint (zie ook paragraaf 5.7). De nevenfuncties dragen bij aan het langer vasthouden van bezoekers in het gebied en levert daarmee een bijdrage aan de door de gemeente zeer gewenste vitaliteit van het buitengebied;  zoals blijkt uit hoofdstuk 5 worden omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

Geconstateerd wordt dat met dit bestemmingsplan geen ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, die strijdig is met de omgevingsverordening van de provinciale.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Montfoort (2021)

Op 13 december 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie ‘Vitale kernen in een waardevol landschap’ vastgesteld. In de omgevingsvisie heeft de gemeente de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor de lange termijn vastgelegd. In de visie wordt de koers, oftewel de richtinggevende ambities, van de gemeente beschreven. Ambities die ervoor moeten zorgen dat de gemeente toekomstbestendig is met vitale kernen in een waardevol landschap. Van de tien strategische keuzes, zijn met name de volgende twee relevant voor Cattenbroekerdijk 44:  De leefomgeving moet passen bij de identiteit, waarbij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten worden beschermd en verbeterd. De gemeente heeft unieke kwaliteiten; historische kernen in groene landschappen, leven in het groen maar vlakbij de grote stad. Daar is de gemeente trots op en dit wil ze dan ook koesteren. De landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente vormen daarom het uitgangspunt voor de ontwikkelrichting voor de komende jaren, met als streven om dit zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Het gaat hierbij onder andere om de mooie omgeving met het agrarisch cultuurlandschap waar rivieren als de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten doorheen stromen.

20

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Recreatieve en toeristische mogelijkheden verder uitbouwen. De aantrekkelijkheid van de kernkwaliteiten (karakteristieke kernen in prachtig cultuurhistorisch landschap) is een onderbenutte kans voor toerisme en recreatie. De gemeente richt zich op het beter benutten van wat er al is. Aangesloten wordt bij logische ontwikkelpunten, zoals het meer zichtbaar maken van de waterlinie en het benutten van de IJssel. De gemeente ziet koppelkansen in het versterken van recreatieve routes samen met reguliere werkzaamheden en (particuliere) initiatieven. In en rondom Montfoort en Linschoten wordt het recreatieve netwerk, dat met verzorgde fietspaden, kanoroutes en wandelbossen rondom het Huis te Linschoten een aantrekkingskracht op zowel bewoners als bezoekers heeft, uit gebreid. Ook de natuurontwikkeling langs ecologische verbindingszones draagt bij aan het rijke karakter van het buitengebied. Buitengebied 

Voor het buitengebied geeft de omgevingsvisie een aantal punten aan:  De beëindiging van agrarische bedrijven en de daaraan gekoppelde doorgaande schaalvergroting is een belangrijke ontwikkeling in het buitengebied. Hierdoor is ruimte voor functieverandering die kan leiden tot een woonfunctie - al dan niet in combinatie met – passende bedrijvigheid. In het buitengebied zijn ook karakteristieke lintstructuren te vinden. Een (klein) deel van de woningvraag zou opgevangen kunnen worden door deze te intensiveren. Met een minimale impact op het landschap kan er worden voortgeborduurd op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polderen rivierenlandschap, om zo de linten levendig te houden.  Om verrommeling van het landschap te voorkomen formuleert de visie de volgende doelen:

Doelen om verrommeling van het landschap te voorkomen (bron: Omgevingsvisie Montfoort (2021))  Toerisme en recreatie zijn belangrijke pijlers. Hierin wordt prioriteit gelegd bij het versterken van de recreatieve- en verblijfsfunctie. De gemeente moet aantrekkelijker worden voor toeristen. Ingezet wordt op het verbeteren van de mogelijkheden voor kleinschalige dagrecreatie: recreatief medegebruik (in kwantiteit en kwaliteit) zolang dit past binnen de landschappelijke randvoorwaarden. Consequentie plangebied De beoogde ontwikkeling betreft een beperkte uitbreiding van de woning aan de achterzijde en de toevoeging van (met name) dagrecreatieve nevenfuncties. Er vindt geen aantasting plaats van de openheid van het landschap. Alle voormalige agrarische opstallen blijven behouden, waarmee de karakteristiek van het landschap gehandhaafd wordt. De toevoeging van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen vindt plaats binnen de bestaande bebouwing en leveren een bijdrage aan de vitaliteit en de recreatieve functie van het buitengebied. Door de ligging aan het fietsnetwerk, en de toevoeging van kanoverhuur op deze locatie, wordt bijgedragen aan versterken van recreatieve routes in het buitengebied.

vastgesteld

21

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de ambities van de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.2

Nota parkeernormen Montfoort 2020

Op 7 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota parkeernormen Montfoort 2020' vastgesteld. Op 25 december 2020 zijn de parkeernormen in werking getreden. Met de Nota Parkeernormen 2020 beschrijft de gemeente Montfoort het kader ten aanzien van het parkeerbeleid. Nieuw in het beleid is het parkeren voor fietsen. Hiernaast is de nota een norm voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij de bouw en renovatie van gebouwen. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, privé-initiatieven, bedrijven en inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ of ‘functieveranderingen’ aanvraagt waar een parkeercomponent onderdeel van is. Om te voorkomen dat door ruimtelijke ontwikkelingen bestaande parkeerknelpunten vergroot worden en/of dat nieuwe parkeerknelpunten ontstaan, worden alle ruimtelijke ontwikkelingen en –plannen getoetst op het onderdeel parkeren. Om een objectieve beoordeling van de parkeereffecten van een ruimtelijke ontwikkeling te kunnen maken bestaat behoefte aan eenduidig toe te passen toetsingskader. Een parkeernormennota biedt hiervoor uitkomst. De parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke parkeerkencijfers uit de meest recente CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen, december 2018).

Voor de hele gemeente is uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, namelijk 'weinig stedelijk gebied'. De Cattenbroekerdijk is te kenmerken als 'buiten de bebouwde kom'. De parkeernormennota gaat uit van:  een gemiddelde parkeernorm (afgerond naar 1 cijfer achter de komma) op basis van het minimum- en maximum parkeerkencijfer van het CROW;  parkeren op eigen terrein. Wanneer twee (of meerdere) functies gebruik maken van dezelfde parkeervoorziening(en) is het niet (altijd) noodzakelijk om de som van het aantal parkeerplaatsen van de verschillende functies aan te leggen. Vaak kan gedeeld gebruik van de parkeervoorzieningen plaatsvinden. De mate waarin gedeeld gebruik van de parkeervoorzieningen kan plaatsvinden is afhankelijk van in hoeverre de gecombineerde parkeervraag van de verschillende functies in tijd gezien samenvalt. De parkeernota bevat een tabel met aanwezigheidspercentages naar dagdeel/tijdstip. Hiermee kan de maatgevende gecombineerde parkeervraag van verschillende functies bepaald worden. De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit de CROW publicatie 381. Omdat de gemeente Montfoort fietsen wil stimuleren (en daarmee autogebruik kan verlagen) is het van belang dat ook het fietsparkeren goed gefaciliteerd wordt. Naast autoparkeernormen publiceert het CROW ook fietsparkeernormen (publicatie: Fietsparkeerkencijfers 2019, CROW).

In toenemende mate gebruiken gemeenten deze kentallen om goede voorzieningen voor het stallen van de fiets te waarborgen. Zo ook de gemeente Montfoort. Consequentie plangebied Parkeren auto's Zoals beschreven in paragraaf 2.2.1 is de theetuin beperkt open en wordt de vergaderruimte maximaal 44 keer per jaar verhuurd aan maximaal 12 bezoekers per keer. Daarmee zijn de gewenste functies echt ondergeschikt aan de hoofdfunctie (wonen). De parkeernota voorziet niet in parkeernormen voor de gewenste nevenfuncties. Uitgegaan wordt van het volgende:  vergaderruimte van 30 m2: voor een vergadercentrum wordt volgens jurisprundentie de parkeernorm van 'evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw' toegepast. De parkeernorm hiervoor bedraagt 8,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De gemeente Montfoort vindt de vergaderruimte vergelijkbaar met de functie restaurant. De nota parkeernormen geeft voor zowel de congresfunctie als de horecafunctie geen parkeernorm voor 'buiten de bebouwde kom'.

De gemeente heeft aangegeven dat rekening gehouden moet worden met de parkeernorm van een restaurant in 'rest bebouwde kom': een parkeernorm van 15 parkeerplaatsen per 100 m 2 bvo;  theetuin: de gemeente heeft aangegeven dat voor de theetuin de parkeernorm van een cafetaria voor 'de rest bebouwde kom' geldt: een parkeernorm van 7 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (de nota parkeernormen geeft geen parkeernorm voor het buitengebied);  verhuur kano's: de gemeente heeft aangegeven dat voor de verhuur van kano's de parkeernorm

22

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 van een jachthaven geldt: een parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per ligplaats. Uitgegaan wordt van de verhuur van 5 kano's. De daadwerkelijke parkeerbehoefte valt naar alle waarschijnlijkheid lager uit, omdat de bezoekers van de theetuin over het algemeen niet met de auto komen. Dit zijn wandelaars en fietsers die passeren. In 2020 is de theetuin al open geweest en toen is gebleken dat de bezoekers van de theetuin niet met de auto komen. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de parkeerbehoefte, gebaseerd op de aangereikte parkeernormen van de gemeente. parkeernorm

eenheid

totaal door de weeks

totaal in het weekend

2,4

1

2,4

2,4

vergaderruimte

30 m2

5

theetuin

100 m2

7

verhuur kano's

5

3

woning

totaal

7,4

12,4

Overzicht parkeerbehoefte Op het perceel aan de Cattenbroekerdijk (met een omvang va 7.370 m2 ) is voldoende plek voor de realisatie van 13 parkeerplaatsen:  voor de woning, direct aan de Cattenbroekerdijk zijn twee haaks parkeerplekken aanwezig;  langs en achter de kapschuur is ruimte voor 7 parkeerplaatsen;  achter de stal kunnen maximaal 4 auto's geparkeerd worden.

Parkeerlocaties auto's en fietsen Parkeren fiets In bijlage 3 van de nota parkeernormen zijn normen voor fietsparkeren opgenomen. In lijn met hetgeen onder 'parkeren auto' is genoemd, zijn de volgende parkeernormen voor fietsen relevant:  voor de vergaderruimte wordt gerekend met de parkeernorm 'restaurant', voor 'buiten de bebouwde kom': 2 fietsparkeerplekken per 100 m2 bvo;  voor de theetuin wordt gerekend met de parkeernorm 'cafetaria' voor 'buiten de bebouwde kom': 7 fietsparkeerplekken per 100 m2 bvo;  voor de woning: 2 fietsparkeerplekken. In totaal zouden er 10 fietsparkeerplekken aanwezig moeten zijn. In de open kapschuur en op het verharde deel voor de open kapschuur is er ruimte voor meer dan 10 fietsen.

vastgesteld

23

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 Verkeersaantrekkende werking Het gemeentelijke parkeerbeleid bevat geen cijfers voor verkeersgeneratie. De CROW publicatie 381 (december 2018) 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' geeft voor verschillende functie kengetallen voor verkeersgeneratie, maar niet voor de gewenste kleinschalige nevenfuncties. Het verkeer dat komt, is verkeer voor de nevenactiviteiten. Nevenactiviteiten die juridisch-planologisch nu ook al (grotendeels) mogelijk zijn, als onderdeel van een agrarisch bedrijf. Met dit bestemmingsplan worden niet meer (neven-)activiteiten mogelijkheden gemaakt dan wat het geldende bestemmingsplan mogelijk maakt. Daarmee neemt de verkeersaantrekkende werking (juridisch-planologisch gezien) niet toe. Door de beëindiging van de agrarische functie (loonhuurbedrijf) kan beargumenteerd worden dat de verkeersaantrekkende werking verbeterd: in de kapschuur (welke open is) werden de zware voertuigen geparkeerd. Het af - en aanrijden van zwaar materieel leidt tot meer geluidproductie dan een aantal personenauto's. Uit gegevens van de gemeente blijkt bovendien dat de Cattenbroekerdijk een etmaalintensiteit heeft van 172 motorvoertuigen/etmaal. Dat is erg laag. De Cattenbroekerdijk is een erftoegangsweg (een erftoegangsweg is de laagste wegcategorie die wordt onderscheiden).

Zo'n type weg kan maximaal 6.000 mtv/etm veilig afhandelen. De (beperkte) verkeersaantrekkende werking van de nevenfuncties zullen er niet toe leiden dat het aantal motorvoertuigen per etmaal stijgt tot 6.000. Aanvullende argumenten zijn:  uit ervaring op andere plekken binnen de gemeente blijkt dat de bezoekers van een theetuin vaak passanten op de fiets zijn;  afgaande op de parkeerbehoefte (maximaal 10 parkeerplaatsen voor de nevenfuncties) kan geconcludeerd worden dat de verkeersaantrekkende werking beperkt is. Op grond van bovenstaande motivering kan geconstateerd worden dat de verkeersaantrekkende werking van de beoogde functiewijziging niet tot verkeersonveilige situaties leidt op de Cattenbroekerdijk.

24

vastgesteld

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44

Hoofdstuk 4 4.1

Water

Kader

Wettelijk kader Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Vierde Nota Waterhuishouding Ten aanzien van de waterhuishouding is het Rijksbeleid verwoord in de Vierde Nota Waterhuishouding. Deze nota vormt de basis voor de watertoets, welke in het Besluit ruimtelijke ordening voor alle ruimtelijke plannen is voorgeschreven.

Centrale doelstelling van de nota is "Het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd". In de nota is beleid geformuleerd ten aanzien van verschillende watersystemen, waarbij onder meer veiligheid (beheer waterkeringen) en kwaliteit centraal staan. Ook wordt gestreefd naar goede afstemming tussen verschillende overheden en daarbij horende (ruimtelijke) plannen. In de Vierde Nota Waterhuishouding is het water in de stad apart benoemd, door middel van zeven aangrijpingspunten: 1. het uitvoeren van een knelpuntenonderzoek stedelijk waterbeheer; 2. het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie van gemeenten en waterbeheerders op het waterbeleid en doorvertaling naar bestemmingsplannen en waterbeheersplannen; 3. een meer op ecologische, hydrologische aspecten en belevingswaarde gebaseerde planning van de verstedelijking; 4. aandacht voor de waterketen in relatie tot duurzaam bouwen; 5. voortgaan met het opstellen en uitvoeren van gemeentelijke rioleringsplannen, het terugdringen van overstortingen en het verwijderen van vervuilde waterbodems; 6. het bevorderen van waterbesparing en hergebruik van water; 7. het afkoppelen van verhard oppervlak en infiltratie van water in de bodem.

Keur Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Nieuw toegevoegde bebouwing heeft gevolgen voor de snelheid waarmee het regenwater naar de sloten afstroomt. Hetzelfde geldt bij uitbreiding van (erf)verharding. In de Keur is daarom opgenomen dat het verboden is om zonder watervergunning hemelwater afkomstig van nieuw verhard oppervlak versneld af te voeren. Voor oppervlakken tot 500 m² in stedelijk gebied en 1.000 m² in niet stedelijk gebied gelden algemene vrijstellingsregels voor watercompensatie. Indien er watergangen gedempt worden, dienen deze wel gecompenseerd te worden. In het geval dat nieuwe verharding of uitbreiding van bestaande verharding aangebracht wordt boven de gestelde ondergrens (500 m² in stedelijk gebied en 1.000 m² in niet stedelijk gebied) moeten compenserende maatregelen worden getroffen treffen die deze overlast voorkomen. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is.

Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een

vastgesteld

25

bestemmingsplan Cattenbroekerdijk 44 bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=26af0c3b-4589-45a8-b481-3820a1f3d513