BPGasleidingEneco-VG01.pdf
Tekst van het document
Blad 23 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
Boringen: 1401-1412 Aantal boringen
24
Diepte boringen
Uitgaande van een aanleg op 2 m -mv en diepere putten ter plaatse van de HDD-boringen worden de boringen doorgezet tot een diepte van 2,5 m (in de praktijk meestal 3 m -mv) respectievelijk 4 m -mv, dan wel tot in het beddingzand. Voor werkterreinen (zoals de uitlegstroken, zonder open ontgraving) is een diepte van 1,2 m als minimaal vereiste boordiepte aangehouden op basis van een geplande ingreep tot 0,7 m -mv. Deze boringen zijn echter ten behoeve van de landschappelijke reconstructie doorgezet tot in het beddingzand of tot 2,5 m.
Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleo-landschap
Omdat het tracé hoofdzakelijk noord-zuid gericht is en de stroomgordels hoofdzakelijk oost-west gericht zijn, worden deze over het algemeen dwars doorsneden door het tracé. Deze omstandigheid verhoogt de herkenbaarheid in het profiel van de bedding, de oevers en de kom en derhalve ook van de kansrijke en kansarme zones.
Wijze inmeten boringen
Toughpad GPS
Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering
-
Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA
n.v.t.: slechte vondstzichtbaarheid
Doelen en wensen opdrachtgever Randvoorwaarden
Niet bekend
NEN 5104/ASB snijden/verbrokkelen, doorwoelen en visuele inspectie van de boorkernen n.v.t.
Niet aan de orde: geen vondstzichtbaarheid aan het oppervlak Geen
Geen
Blad 24 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
3.3
Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de raaiprofielen boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage. In het raaiprofiel in bijlage 3 de boringen op volgorde en op absolute hoogte gerangschikt en deze weergave vormt de beste basis voor de landschappelijke interpretatie van de boorprofielen, daarbij geholpen met gegevens zoals verzameld in het bureauonderzoek, met name de digitale kaart van fossiele stroomgordels.12
3.3.1
Bodem, lithologie en interpretatie Noordelijke zone: boringen 401 t/m 423: Veenkomgebied Het plangebied is gelegen in een typisch veenkomgebied ten noorden van de stroomgordelsystemen van de IJsselveld-Schuurenburg (stroomgordel-ID 76; 3200-2715 BP), de stroomgordel van Hollandse IJssel boven 2 (stroomgordel-ID 362; 2514-665 BP) en de stroomgordel van Lampsin + Jutphaas (stroomgordel-ID 359; 4455-665 BP). Op het AHN is duidelijk te zien dat het gebied ten zuiden van dit veenkommen aanzienlijk hoger gelegen is in het landschap (afbeelding 12). Op de planlocatie zijn enkel klei-op-veengronden aangetroffen. De bodemopbouw bestaat, van boven naar beneden, uit een circa 0,45 m dik pakket omgewerkte grond (matig siltige, zwak roesthoudende en zwak humeuze klei). Hieronder volgt een laag matig siltige en matig roesthoudende klei met veel roestvlekken. In de meeste boringen is deze laag aan de basis humeus. Onder de klei volgt een laagje uiterst kleiig en matig stevig veen. Het veen is matig amorf en bevat een matige hoeveelheid riet- en plantenresten. Hieronder volgt in de meeste boringen tot aan de einddiepte van 3 respectievelijk 4 m-mv een dik pakket rietzeggeveen. Het veen is slap en matig amorf. In boring 403 bevat deze laag vanaf 2 m-mv kleiige niveaus.
In boring 401 is op een diepte van 2,8 tot 2,95 m-mv een dun, matig siltig en uiterst slap kleilaagje aanwezig tussen het veen. Deze afwisseling van veen en klei laat een periode van veengroei zien, afgewisseld met een rustigere periode. Zuidelijke zone: boringen 1401 t/m 1412: stroomgordelsysteem van de IJsselveld-Schuurenburg (ID76) De bodemopbouw bestaat, van boven naar beneden, uit een circa 0,5 m dikke bouwvoor gevormd in gerijpt komkleipakket (zware klei). De meest zuidelijke boring, boring 1401 is op een diepte van 1,25 m-mv gestuit en mogelijk ook tot deze diepte geroerd. Deze boring ligt immers aan de rand van de voormalige IJsseldijk (Achthovense dijk), en hoewel deze niet meer als doorgaande weg in gebruik is, is het dijkje nog wel in gebruik als kabel- en leidingstrook. De verstoring wordt aan die omstandigheid (gebruik als weg en ondergrondse infrastructuur) geweten. Onder de zware klei volgt in boringen tot aan boring 1405 een oeverwal of oeverwalachtig pakket, al dan niet afgedekt met een matig siltig kleilaagje. In boring 1405 is op het oeverwalachtige materiaal en onder de bouwboor nog een laag stijve, matig humeuze en matig siltige klei met veel vegetatievlekken aangetroffen. De oeverwal bestaat uit een stevige, sterk siltige en zwak roesthoudende klei met siltlagen. Onder het (zwak) oeverwal(achtige) materiaal volgt in boringen 1402 en 1403 beddingzand.
Het zand is matig fijn, matig siltig, zwak grindig en zwak roesthoudend en bevindt zich op een diepte van respectievelijk 0,1 m +NAP en 0,4 m -NAP.
12
Cohen et al. 2012
Blad 25 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
Vanaf boring 1407 tot aan boring 1412 (uitgezonderd boring 1411) zijn enkel nog zwakke oeverwal-kenmerken waargenomen. Hier bevindt zich dus de overgang naar het komgebied. In boringen 1404 t/m 1410 zijn onder de matig siltige klei of onder het oeverwalachtige materiaal geulafzettingen (buiten de bedding) aangetroffen. Deze afzettingen bestaan uit siltige klei met silt- en of zandtrajecten/lagen. In boringen 1405 en 1407 is hieronder, op een dieper niveau dan in boringen 1401-1405 nog wel beddingzand aangetroffen, bestaande uit zeer fijn zand (1,7 en 2,1 m -NAP). Boring 1411 is verstoord tot 1,3 m -mv. De NAP hoogtes in deze zone lopen richting het noorden geleidelijk af, waarbij een hoogteverschil van meer dan een meter tussen de meest zuidelijke (1401) en de meest noordelijke boring (1412). Verder naar het noorden toe, in de richting van het veenkomgebied, wordt het bodemprofiel ook duidelijk kleiiger en veniger (afbeelding 12 en 13). In boring 1412 bestaat de basis uit sterk kleiig veen, met hierboven een pakket humeus gelaagde klei met plantenresten. Deze boring illustreert daarmee de overgang naar de veenkom.
Afbeelding 12. Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) met het plangebied. (Bron: Esri en partners).
Blad 26 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
Afbeelding 13. Dwarsdoorsnede van de boorprofielen.
3.3.2
Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen, evenmin als vegetatiehorizonten of door bewoning ontstane opgebrachte of ‘vuile lagen’ die op erfinrichting kunnen wijzen. De oeverwal van de IJssel, ter hoogte van de IJsseldijk, is echter wel te typeren als een bewoningslint uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Hoewel in de boringen in de nabijheid van de IJsseldijk geen resten van vroegere huisplaatsen zijn aangetroffen, zijn op de oeverwal (zone boringen 1402-1407) wel sporen van landinrichting uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd te verwachten. In boring 1405 is onder de moderne bouwvoor een vlekkerige humeuze laag (0,4-0,8 m -mv) aangetroffen, mogelijk een begraven akkerlaag.
Blad 27 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
4
Conclusies en advies
4.1
Conclusies 1. Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? In het noordelijke gedeelte van het plangebied (boringen 401-423) zijn enkel klei-opveengronden aangetroffen. De bodemopbouw bestaat, van boven naar beneden, uit een circa 0,45 m dik pakket omgewerkte grond (matig siltige, zwak roesthoudende en zwak humeuze klei). Hieronder volgt een laag matig siltige en matig roesthoudende klei met veel roestvlekken. In de meeste boringen is deze laag aan de basis humeus. Onder de klei volgt een laagje uiterst kleiig en matig stevig veen. Het veen is matig amorf en bevat een matige hoeveelheid riet- en plantenresten. Hieronder volgt in de meeste boringen tot aan de einddiepte van 3 respectievelijk 4 m-mv een dik pakket rietzeggeveen. Het veen is slap en matig amorf. In boring 403 bevat deze laag vanaf 2 m-mv kleiige niveaus. In boring 401 is op een diepte van 2,8 tot 2,95 m-mv een dun, matig siltig en uiterst slap kleilaagje aanwezig tussen het veen. Het zuidelijke gedeelte (boringen 1401-1412) ligt beduidend hoger in het landschap. De bodemopbouw bestaat uit een circa 0,5 m dikke bouwvoor of een pakket omgewerkte/ opgebrachte grond. Hieronder volgt in boringen 1401 t/m 1405 een oeverwal of oeverwalachtig pakket, al dan niet afgedekt met een zwaardere kleilaag (matig siltige klei).
In boring 1405 is op het oeverwalachtige materiaal en onder de bouwboor nog een laag stijve, matig humeuze en matig siltige klei met veel vegetatievlekken aangetroffen. In boringen 1407, 1408, 1410 en 1412 zijn zeer zwakke oeverwalkenmerken waargenomen. De oeverwal bestaat uit een stevige, sterk siltige en zwak roesthoudende klei met siltlagen. Onder het (zwak) oeverwal(achtige) materiaal volgt in boringen 1402 en 1403 beddingzand. Het zand is matig fijn, matig siltig, zwak grindig en zwak roesthoudend. In boringen 1404 t/m 1410 zijn onder de matig siltige klei of onder het oeverwalachtige materiaal geulafzettingen aangetroffen die bestaan uit siltige klei met silt- en of zandtrajecten/lagen. In boringen 1405 tot en met 1407 is hieronder nog de top van het beddingzand aangetroffen, bestaande uit zeer fijn zand. Verder naar het noorden toe, in de richting van het veenkomgebied, wordt het bodemprofiel ook duidelijk kleiiger en veniger en verdwijnt de beddingafzetting geheel. In boring 1412 bestaat de basis uit sterk kleiig veen, met hierboven een pakket humeus gelaagde klei met plantenresten. 2. Welke stroomgordels zijn er in het gebied aangetroffen en wat zijn hiervan de fysisch geografische kenmerken? In het zuidelijke gedeelte van het plangebied zijn oeverwal- en beddingafzettingen aangetroffen die behoren tot het stroomgordelsysteem van de IJsselveld-Schuurenburg (ID 76). 3.
Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die op de aanwezigheid van een vindplaats kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren /vindplaats(en) en met welke stroomgordel (indien van toepassing) en welk type afzetting zijn deze verbonden? Binnen het plangebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats, maar resten van vroeger landgebruik kunnen wel aanwezig zijn.
Blad 28 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
4. Indien er archeologische lagen aanwezig zijn, op welke diepte bevinden deze zich (minimale en maximale diepte) en waaruit bestaan deze lagen? In principe kunnen er archeologische resten worden aangetroffen in de top van het beddingzand (mits er beginnende bodemvorming is waar te nemen) en de (gerijpte) top van de oeverwalafzettingen. De top van het beddingzand ligt in boringen 1402 en 1403 op een diepte van respectievelijk 0,1 m +NAP en 0,4 m -NAP, en in boringen 1405 en 1407 op 1,7 en 2,1 m NAP. Er zijn echter geen indicaties van beginnende bodemvorming waargenomen, waardoor de kans op het aantreffen van archeologische waarden in deze laag als zeer laag wordt ingeschat. Het oeverwalachtige materiaal is vanaf circa 0,5 m aangetroffen, maar is over het algemeen niet prominent aanwezig en vertonen zwakke tot matige tekenen van rijping. Verder betreft de stijve en humeuze klei met vegetatievlekken onder de bouwvoor (0,4 tot 0,8 m -mv) in boring 1405 een mogelijke archeologische laag (bijvoorbeeld historische akkerlaag). Hierin zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen. 5. Hoe is de overgang van stroomgordel naar komgebied en zijn er in de profielen aanwijzingen te vinden voor (pre)historisch gebruik van de komgebieden? Het noordelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich volledig in een veenkomgebied.
De stroomgordelsystemen van de IJsselveld-Schuurenburg (stroomgordel-ID 76; 3200-2715 BP), de stroomgordel van Hollandse IJssel boven 2 (stroomgordel-ID 362; 2514-665 BP) en de stroomgordel van Lampsin + Jutphaas (stroomgordel-ID 359; 4455-665 BP) bevinden zich verder ten zuiden van het plangebied. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied ligt beduidend hoger dan het veenkomgebied: het hoogteverschil tussen de zones bedraagt meer dan 2 meter (boring 1402: 1,2 m +NAP versus boring 423: 1,4 m -NAP; zie ook afbeeldingen 12 en 13). Daarnaast is ook binnen het hoger gelegen zuidelijke gedeelte van het plangebied een duidelijk hoogteverschil waar te nemen. Zo ligt boring 1412 meer dan een meter lager dan boring 1402. In de richting van het veenkomgebied is het bodemprofiel duidelijk kleiiger en veniger dan de meest zuidelijke gelegen boringen. Het bodemprofiel wordt naar het zuiden toe steeds zandiger, met relatief ondiep gelegen beddingzand in boringen 1402 en 1403 (afbeelding 13). 6. In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door de realisatie van de geplande bodemingrepen? Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van en derhalve mogelijke verstoring van een eventuele vindplaats in het plangebied, anders dan de mogelijke aanwezige akkerlaag/landgebruik. 7.
Hoe kan deze verstoring door planaanpassingen tot een minimum worden beperkt? De werkzaamheden zullen naar alle waarschijnlijkheid niet tot een verstoring van vindplaatsen leiden. 8. In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? De resultaten van het veldwerk stemmen overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek. Voor het noordelijke gedeelte van het plangebied is gezien de ligging in het rivierkomgebied, is een lage archeologische verwachting uitgesproken. Deze is met het booronderzoek bevestigd.
Blad 29 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
In het zuidelijke deel (boringen 1401 tot en met 1412) zijn afzettingen aangetroffen die waarschijnlijk zijn toe te schrijven aan de IJsselveld-Schuurenburg stroomgordel (ID 76). De afzettingen vertonen echter slechte zwakke tot matige tekenen van rijping, de deklaag is echter wel gerijpt. De oeverwal is bewoond vanaf de late middeleeuwen en vormt het huidige bewoningslint van Achthoven. 9. Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? Zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2.
4.2
(Selectie)advies Het noordelijke gedeelte van het plangebied (401-423) ligt in een veenkomgebied waarvoor een lage archeologische verwachting geldt. Het zuidelijke gedeelte (boringen 1401-1412) bevindt zich binnen het stroomgordelsysteem van de IJsselveld-Schuurenburg stroomgordel (ID 76). In het bodemprofiel zijn afzettingen aangetroffen die waarschijnlijk zijn toe te schrijven zijn aan deze stroomgordel (oeverwalachtige trajecten, beddingzand, geulafzettingen). Het oeverwalachtige materiaal vertoont echter slechts zwakke tot matige tekenen van rijping. Daarnaast zijn er nergens duidelijke archeologische lagen of archeologische indicatoren aangetroffen. In het zuidelijk deel is op elke 25 m een boring geplaatst. Door het ontbreken van indicatoren wordt de verwachting op huisplaatsen uit de middeleeuwen of nieuwe tijd in het plangebied als laag ingeschat. Wel is bekend dat het gebied op de oeverwal vanaf de late middeleeuwen intensief benut en dat dit niet alleen de top van de oeverwal betrof, maar ook de flank. Ter hoogte van boring 1409, maar vlak naast het plangebied, lag in de nieuwe tijd een huisje. Gestaan In boring 1409 en naastgelegen boringen zijn geen resten aangetroffen die wijzen dat dit erf groter was dan op historische kaarten wordt getoond.
Resten van landbouwkundige activiteiten zijn wel in het plangebied te verwachten, zoals de mogelijke begraven akkerlaag in boring 1405. De vermoedelijke aanwezigheid van sporen van landinrichting uit middeleeuwen en nieuwe tijd wordt niet als voldoende grond beschouwd voor het verrichten van vervolgonderzoek. Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Bij het uitvoeren van de werkstrook moet worden opgelet op de mogelijke aanwezigheid van vroegere bewoningsresten. Dit valt onder de wettelijke meldingsplicht (zie onder). De werkstrook mag niet breder worden aangelegd dan in het hier gebruikte ontwerp (november 2021). Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Heerenveen, februari 2022
Blad 30 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
Literatuur en geraadpleegde bronnen Alkemade, M., Brugman, B., Gouw, M., Klerks, K. en C. Visser, 2010. Archeologiebeleid gemeente Montfoort. Ontwikkeld in samenwerking met de gemeenten Lopik, Oudewater en Woerden. Vestigia, Amersfoort. Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. en Geurts, A.H., 2012, Digitaal basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Fens, R., 2021. Plan van Aanpak Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen. Gasunie-tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht, gemeente Utrecht, Montfoort, IJsselstein, Lopik, Vijfherenlanden en Molenlanden. Antea Group, Heerenveen. Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G.J.W.C. Peek & R.M van den Berg van Saparoea, 2013. Landschappen van Nederland; geologie, bodem en landgebruik. Wageningen Academic Publishers, Wageningen. Kalisvaart, C.C., 2018. Gemeente Utrecht, Woerden en Montfoort. Plangebied Reijerscop. Archeologisch bureauonderzoek. BAAC Rapport V-17.0138. BAAC bv, ’s-Hertogenbosch. Nater, C.I. en V. Van Looveren, 2019. Bureauonderzoek Gasunie-tracé Hoornaar-ReijerscopUtrecht; gemeente Montfoort.
Antea Group Archeologie 2019/120. Antea Group, Oosterhout. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Velthuis, I.M.J., 2018. Archeologische begeleiding baggerwerkzaamheden Gekanaliseerde Hollandsche IJssel. ADC Rapport 4564. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Visser, C.A. en K. Klerks, 2014. Onderhoudsbaggerwerkzaamheden Gekanaliseerde Hollandsche IJssel, gemeenten Gouda, Vlist, Oudewater, Montfoort, IJsselstein en Nieuwegein. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek. Vestigia BV, Amersfoort.
Internet ahn.arcgisonline.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl archis.cultureelerfgoed.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl utrecht.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=bcc6e7f9aa7c47e6beb8368b1f 4c1f9b
Blad 31 van 33
Antea Group Archeologie 2021/76 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 455773 17 februari 2022 revisie 0B N.V. Nederlandse Gasunie
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1.
Afbeelding 2. Afbeelding 3. Afbeelding 4. Afbeelding 5. Afbeelding 6. Afbeelding 7. Afbeelding 8. Afbeelding 9. Afbeelding 10. Afbeelding 11. Afbeelding 12. Afbeelding 13.
De ligging van het plangebied in de gemeente Montfoort. (Bron: Esri & partners.). In het zuidelijke deel (onderste figuur) vindt alleen een gestuurde boring plaats zonder ontgravingen. De overige afbeeldingen in dit document geven daarom in de meeste gevallen alleen het noordelijk deel van het tracé in de gemeente Montfoort weer. Overzichtskaart met de ligging van het tracé Hoornaar – Reijerscop. (Bron: Esri & partners.) De locatie van het plangebied op een recente luchtfoto. (Bron: Esri & partners.) De locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart. (Bron: Stiboka.) De locatie van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). (Bron: www.ahn.nl) (legenda: van rood (hoog) naar blauw (laag).) De locatie van het plangebied op de bodemkaart. (Bron: STIBOKA/Alterra Wageningen.) De locatie van het plangebied (rood met blauw) op de stroomgordelkaart. (Bron: Cohen en Stouthamer, 2012.) Uitsnede uit de kadastrale veldminuut uit 1819 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). (Bron: Cohen en Stouthamer, 2012.) De locatie van het plangebied op de topografische en militaire kaart uit 1850. (Bron: Esri & partners.) De locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1890. (Bron: Esri & partners.) De locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1965. (Bron: Esri & partners.) Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN).
Dwarsdoorsnede van de boorprofielen. (Bron: TerraIndex).
Bijlagen 1 Archeologische perioden 2 AMZ-cyclus 3 Boorprofielen Kaartbijlagen 455773-ARCHIS 455773-ARO
Beschrijving van de archeologische perioden Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Weergave met beschrijving van de boorprofielen en raaiprofielen
Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen, eerdere onderzoeken en waarnemingen Kaart met daarop de ligging van de uitgevoerde boorpunten
Blad 32 van 33
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Bijlage 3: Boorprofielen Legenda (conform NEN 5104 / ASB) grind
klei Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel
slib
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand
water
Projectcode: 455773ARO_MON
Bijlage: 3
B: 1401 B: 1402 B: 1403 B: 1404 B: 1405 B: 1406 B: 1407 B: 1408 B: 1409 B: 1410 B: 1411 B: 1412 B: 401 B: 403 B: 405 B: 407 B: 409 B: 411 B: 413 B: 415 B: 417 B: 419 B: 421 B: 423 1,50
1,00
1,00
1,00
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-0,50
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,00
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-1,50
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,00
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-2,50
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,00
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-3,50
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,00
-4,50
-4,50
-4,50
-5,00
-5,00
-5,00
Schaal vertikaal 1: 30 Horizontale schaal 1:400 getekend volgens NEN 5104
Projectnr. 455773ARO_MON
Boring:
1401
Boring:
1402
Boring:
1403
Boring:
1404
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP 1,6
m
Maaiveldhoogte: NAP 1,2 0
150 (60)
60 (20)
100
80 (40)
50
20 (1 152)5
m
weiland Klei, stijf, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, kalkloos, opgebrachte grond Klei, stevig, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, naar boven toe fijner, kalkrijk Klei, stevig, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor, siltlagen, oeverwalachtig, brokkelig, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk
Maaiveldhoogte: NAP 1 0 (40)
100
40
(70)
50
110
0
(40) 150
weiland
m
Klei, stijf, sterk siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, scherp, kalkloos, bouwvoor Klei, stevig, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor, siltlagen, oeverwal, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, naar boven toe fijner, kalkrijk Zand, matig fijn, stevig, matig siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, neutraal geelbeige, Guts, bedding, Veel gevlekt neutraalroest, aan de top kleiig, kalkrijk
Maaiveldhoogte: NAP 0,8 0
100
(45) 45
50 (65)
0
110 (30) 140 (10) 150
-50
Klei, stevig, sterk siltig, matig zandig, matig grindig, zwak roesthoudend, Guts, gestuit, brokkelig, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk
m
weiland Klei, stijf, sterk siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, scherp, kalkloos, bouwvoor Klei, stevig, sterk siltig, zwak roesthoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor, siltlagen, oeverwal, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, naar boven toe fijner, kalkrijk Klei, matig stevig, uiterst siltig, zwak zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, oeverwal, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk Zand, matig fijn, stevig, matig siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, neutraal geelbeige, Guts, bedding, Veel gevlekt neutraalroest, aan de top kleiig, kalkrijk
0 (45)
50 45
(65)
0 110
-50
(60)
170
-100
weiland Klei, stevig, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, matig kolengruishoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, scherp, kalkloos, bouwvoor Klei, stevig, sterk siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor, siltlagen, oeverwalachtig, scherp, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk Klei, stevig, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, onderin siltlaagjes, oeverwalachtig/ komafzetting?, scherp, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk Zand, zeer fijn, matig slap, sterk siltig, zwak kleiïg, laagjes zand, laagjes klei, neutraalgrijs, Guts, matig gelaagd, kalkrijk, Geulafzetting
(130)
-150
-200 300
Boring:
1405
Boring:
1406
Boring:
1407
Boring:
1408
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP 0,8
m
Maaiveldhoogte: NAP 0,7 0 (40)
50
40 (40)
0
80 (30) 110
-50 (70)
-100
180
(70)
-150 250
(50)
-200 300
Schaal: 1: 50
weiland Klei, stevig, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, scherp, kalkloos, bouwvoor Klei, stijf, matig siltig, matig humeus, neutraalgrijs, Guts, vegetatievlekken, geleidelijk, Veel gevlekt donkergrijs, kalkloos Klei, stevig, sterk siltig, matig roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor, siltlagen, oeverwalachtig, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkrijk Klei, stevig, uiterst siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, zandige en kleiige lagen zonder duidelijke trend, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk, Geulafzetting
m
Maaiveldhoogte: NAP 0,6 0 (35)
50 35
(55)
0 90 (45)
-50 135 (35)
-100
170
weiland
m
Maaiveldhoogte: NAP 0,5 0
Klei, stevig, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, dekafzetting, scherp, kalkloos, bouwvoor Klei, stijf, matig siltig, neutraalgrijs, Guts, bovenin wat vegetatievlekken, onderin wat siltlaagjes, scherp, Weinig gevlekt donkergrijs, kalkloos Klei, stevig, sterk siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, silttrajecten zonder duidelijke trend, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk, Geulafzetting Zand, zeer fijn, matig slap, matig siltig, matig kleiïg, laagjes zand, laagjes klei, neutraalgrijs, Guts, sterk gelaagd, kalkrijk, Geulafzetting
55
Klei, stevig, sterk siltig, matig humeus, resten baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, stukje leisteen en wat grind, scherp, kalkloos, bouwvoor
(20) 75 (15) 90
Klei, stijf, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Guts, geleidelijk, kalkloos
50 (55)
0
-50 (100)
-100 190
-150 (80)
Klei, matig slap, uiterst siltig, matig zandig, laagjes zand, laagjes klei, neutraalgrijs, Guts, matig gelaagd, aan de basis zandig, kalkrijk, Geulafzetting
-200
Zand, zeer fijn, sterk siltig, laagjes klei, laagjes zand, neutraalgrijs, Guts, top bedding, kalkrijk
weiland
2 0 (257 7)5
Klei, stevig, sterk siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Guts, enkele siltlaagjes, oeverwalachtig/komafzetting?, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkrijk Klei, stevig, uiterst siltig, zwak zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, silttrajecten zonder duidelijke trend, onderin zandlagen, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk, Geulafzetting Zand, zeer fijn, matig slap, matig siltig, matig kleiïg, laagjes zand, laagjes klei, neutraalgrijs, Guts, sterk gelaagd, geleidelijk, kalkrijk, Geulafzetting Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Guts, bedding, kalkrijk
getekend volgens NEN 5104
50
0
m 0
weiland
(60)
Klei, stevig, sterk siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, scherp, kalkloos, bouwvoor
60 (20) 80 (25)
-50
-100
-150
105
(95)
200
(80)
-200 280
Klei, stijf, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, geleidelijk, Weinig gevlekt donkergrijs, kalkloos Klei, stevig, matig siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, enkele siltlaagjes, oeverwalachtig/komafzetting?, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkrijk Klei, stevig, uiterst siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Guts, weinig zandlagen, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk, Geulafzetting Klei, slap, uiterst siltig, neutraalgrijs, Guts, matig gelaagd, zandlagen, kalkrijk, Geulafzetting
Projectnr. 455773ARO_MON
Boring:
1409
Boring:
1410
Boring:
1411
Boring:
1412
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Datum:
21-12-2021
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP 0,4
m
Maaiveldhoogte: NAP 0,3 0
weiland
(60)
Klei, stevig, sterk siltig, matig humeus, insluitingen zand, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, scherp, kalkloos, bouwvoor
0
m
(85)
weiland
(55)
Klei, stevig, sterk siltig, matig humeus, insluitingen zand, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, scherp, kalkloos, bouwvoor
0
Klei, stijf, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, scherp, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkloos
(25) 80
-50
(95)
-100 -100
145
(55)
-150
m
Maaiveldhoogte: NAP 0 0
weiland
(130)
Klei, matig stevig, sterk siltig, matig humeus, spikkels baksteen, insluitingen zand, brokken beton, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, verstoord, scherp, kalkloos, omgewerkte grond
0
55
60
-50
Maaiveldhoogte: NAP 0,2 0
Klei, matig stevig, sterk siltig, laagjes zand, neutraalgrijs, Guts, siltlaagjes, kalkconcreties, ijzerconcreties, kalkrijk, Geulafzetting
Klei, stijf, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, scherp, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Guts, siltmondjes, komafzetting/zwak oeverwalachtig?, geleidelijk, Veel gevlekt neutraalroest, kalkrijk
200
200
0
weiland
(55)
Klei, stevig, matig siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, scherp, kalkloos, bouwvoor
55 (25)
(90)
Klei, matig stevig, matig siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, siltmondjes, komafzetting/zwak oeverwalachtig?, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkrijk
170
Klei, stijf, matig siltig, zwak roesthoudend, neutraal blauwgrijs, Guts, geleidelijk, Weinig gevlekt neutraalroest
80
-100 -100
130
(70) (25)
-50
-50
-150
175
-150
m
0
Klei, matig stevig, sterk siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Guts, enkele zandlagen, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkrijk, Geulafzetting
Klei, stevig, sterk siltig, brokken veen, neutraal blauwgrijs, Guts, humeuze niveaus, enkele siltlagen, kalkrijk
200
-150
(60)
-200
230
-250 (70)
401
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1 -100
GWS (cm -mv): 65
m
403
Boring:
405
Datum:
23-3-2021
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,1 0 (45) 45
-150
Boring:
weiland Klei, stijf, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, kalkloos, omgewerkte grond
-200
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos
-250
Veen, matig stevig, uiterst kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Guts, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
(30) 75 (20) 95
(185)
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, geleidelijk, aan de basis kleiig, matig amorf, kalkloos
m
Maaiveldhoogte: NAP -1,1 0 (40)
-150
40 (35) 75 (10) 85
-200
(215)
m
Klei, stijf, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, kalkloos, omgewerkte grond Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos
(45)
-150
45 (35)
Boormeester:
Richard Fens
-150
4 (555 0) (30)
-250
-300
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-300
-350
m
80
280 (15) 295
(105)
-450
Klei, uiterst slap, matig siltig, matig riethoudend, neutraalgrijs, Guts, geleidelijk, kalkloos
-400
(220)
-350
-400
300
Veen, slap, veel plantenresten, veel riet, neutraalbruin, Guts, matig amorf, kalkloos
-400
-450
-500
400
getekend volgens NEN 5104
400
weiland Klei, stijf, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, kalkloos, omgewerkte grond Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos Veen, matig stevig, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
(290)
-400
Schaal: 1: 50
23-3-2021
(45)
-250
-350
407
Datum:
0
Veen, matig stevig, uiterst kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Guts, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
110
-300
-500
Klei, stijf, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, brokken klei, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, kalkloos, omgewerkte grond
-200
(30)
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, kleiige niveaus 200-300, matig amorf, kalkloos
-350
weiland
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos
80
-200
Boring:
Maaiveldhoogte: NAP -1,1 0
Veen, slap, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Guts, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
-250
-300
weiland
GWS (cm -mv): 40
Veen, matig stevig, sterk kleiïg, veel riet, zwak houthoudend, donker bruingrijs, Guts
300
-300
Boring:
Klei, slap, matig siltig, zwak plantenresten houdend, zwak riethoudend, neutraalgrijs, Guts, zwak gelaagd, siltlaagjes,humeus gelaagd, geleidelijk, aan de basis humeus
300
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
Projectnr. 455773ARO_MON
Boring:
409
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,2
GWS (cm -mv): 75
m
(40) 40 (30) 70 (10) 80
-200
-250
-300
411
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,2 0
-150
Boring:
(220)
GWS (cm -mv): 70
m
weiland
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos
(35)
-150
35 (35) 70 (20)
-200
Veen, matig slap, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
-250
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-300
413
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,2 0
Klei, stijf, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, kalkloos, omgewerkte grond
Boring:
90
GWS (cm -mv): 60
m
weiland
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos Veen, matig stevig, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
(50)
-150 50 (20) 70
-200
(30) 100
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
-250
m 0
Klei, stijf, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, kalkloos, omgewerkte grond
-150
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos
-200
(40) 40 (30)
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-300
GWS (cm -mv): 55
weiland
Veen, matig slap, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
(210)
415
Datum:
Maaiveldhoogte: NAP -1,3 0
Klei, stijf, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor, kalkloos, omgewerkte grond
Boring:
70 (30) 100
-250
weiland Klei, stijf, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, spikkels baksteen, licht bruingrijs, Edelmanboor, kalkloos, omgewerkte grond Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, aan de basis humeus, kalkloos Veen, matig slap, sterk kleiïg, matig riethoudend, matig plantenresten houdend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
-300
(200)
(200)
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-350 -350
-350
-350
-400 -400
-400
-400
300
Boring:
417
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,3
-150
GWS (cm -mv): 70
m
Boring:
419
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,3 0
weiland
(20)
Klei, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, spikkels baksteen, licht bruingrijs, Edelmanboor, doorworteling, kalkloos, opgebrachte grond
20 (20) 40 (20) 60
-200
300
(40) 100
Klei, matig slap, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, brokkelig, scherp, kalkloos, omgewerkte grond Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos
-250
-300 (200)
-350
GWS (cm -mv): 50
m
(40) 40 (30)
-200
70 (15) 85
-250
Veen, matig stevig, uiterst kleiïg, weinig riet, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
-300
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-350
Boring:
421
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,3 0
-150
300
(215)
weiland Klei, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, spikkels baksteen, licht bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, doorworteling, kalkloos, omgewerkte grond Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos
GWS (cm -mv): 50
m
-150 (45) 60 (30) 90
Veen, matig stevig, uiterst kleiïg, weinig riet, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos
-250
Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-300
Boring:
423
Datum:
23-3-2021
Boormeester:
Richard Fens
Maaiveldhoogte: NAP -1,3 0 (15) 15
-200
300
GWS (cm -mv): 60
m
weiland
0
weiland
Klei, slap, matig siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, doorworteling, kalkloos, omgewerkte grond
(20)
Klei, stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalgrijs, Edelmanboor, Weinig gevlekt neutraalroest, kalkloos, opgebrachte grond
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor, scherp, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos Veen, matig slap, sterk kleiïg, matig plantenresten houdend, matig riethoudend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
-150
20 (35) 55
-200
(30) 85 (25) 110
-250
-300 (190)
-350
-350
-400 300
-400
-400
300
300
-450
-500 400
Schaal: 1: 50
getekend volgens NEN 5104
Klei, stijf, matig siltig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, scherp, Weinig gevlekt donkergrijs, Veel gevlekt neutraalroest, kalkloos Veen, matig slap, sterk kleiïg, matig plantenresten houdend, matig riethoudend, donker bruinzwart, Edelmanboor, geleidelijk, matig amorf, kalkloos Veen, slap, veel riet, neutraalbruin, Guts, rietzeggeveen, matig amorf, kalkloos
(310)
-400
Klei, slap, matig siltig, matig humeus, spikkels baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, brokkelig, doorworteling, kalkloos, omgewerkte grond
Kaartbijlage
126000
126500
127000
127500
128000
128500
129000
129500
130000
Woerden
2978836100
113872899991100
452500
452500
2978852100
2948582100 2978909100 2899983100
2978941100
1969
2067358100
2978933100 2978788100 31922531001972 2978747100 2978966100 Utrecht 2978925100 2978682100 4588321100 2978755100 2978706100 11445 2978990100 11444 11384 2978763100 2979054100 2979062100 2978666100 2978982100 2979046100 11443 2280785100 2978803100 2978674100 11477 3187150100 2979013100 11385 2979021100 4572648100 2209578100 2082659100 2978617100 4557169100 2467263100 4588321100 4548689100 2979127100
2899967100
4760632100 4696684100 4019993100 2459900100 4568403100 4724482100
5105343100
2905302100 5129814100
2978796100 2979087100
2373310100 3298786100 3292475100 4005030100
4012734100 3253440100 2010721100
2873398100 2842755100 46072591002899894100 3200311100
2979102100 2203
2341412100
2904744100
2292084100 2257181100 2455267100
2899659100
IJsselstein
2372444100 2029814100
4877776100
449500
2372436100 2374786100
4951299100
2905895100
2923828100
2881587100 2923869100
2233804100 2351457100 2319819100
3127194100 2894839100
! °
2906031100
20211022_Tracélijn_openontgraving
2342417100
2276727100
20211022_Tracélijn_HDD
449000
4612929100 3061665100
3062045100
2427305100 2226474100
5006750100 20210706-Rijerscop-Utrecht_Openontgraving
2949498100 3103663100
0
4589115100
20220120-Werkstrook_Tracédeel_Utrecht
4860092100
20211111-Werkstrook_Eneco_Utrecht
00
NR
3989854100 2459114100 Terrein van archeologische4007226100 waarde onderzoeksgebied
448500
2030989100
2467239100
2252831100
Legenda
11453
2446819100 2461511100
5750
2431299100
2076324100
1989
2978585100 11451 11452
2277050100
3035697100
2978569100
11886 2978593100
2198798100
2904655100 2269867100
4552487100
2211886100 5086503100 4609835100 2172090100 2394209100 2260356100 4580237100 2346435100 4007778100 2899731100 2421149100 4654547100 2240705100 2899707100 2229203100 3299530100 2159333100 2242625100 2900248100 2900207100 4960362100 2211861100 4003402100 2255075100
2979135100 2029822100
2080317100
3988274100 2336642100
2978600100 3189079100
2979095100 4548689100
Montfoort
3040661100 2162621100
11450
2978811100
2904858100
3059510100
2899804100
921 921 2899764100 11944 3128863100 4904804100 4557930100
2189628100
2203656100
2904833100 2979119100
450500
4035609100 4646958100 2280841100
450000
451500
4011998100
449500
2302192100
4872056100
325
2340668100 16-2-2022
2826766100 975 2401628100
3061202100
GIS SPECIALIST
PROJECTLEIDER
J. Kruse
PROJECTOMSCHRIJVING
onderzoeksmeldingen_vlak
Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen, onderzoeken en waarnemingen (zaakidentificatienummers)
Lopik
vondstmeldingen
SCHAAL
1:20.000
FORMAAT 3177309100
A3
2220090100 2923633100 DATUM BLAD IN BLADEN tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht 16-2-2022 1 van 1 2477664100 2895551100 4776744100 STATUS WIJZ.NR 3252971100 KAARTTITEL Definitief 305699210000 3994924100
4860092100
Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
GET. 3063917100 2421765100
R. Fens
N.V. Nederlandse Gasunie
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
3131292100 RF
2823647100 WIJZIGING
OPDRACHTGEVER
Terrein van hoge archeologische waarde
1.300 m
3130482100 2949
2894685100
Definitief
2238940100 DATUM
650
449000
452000
4683901100 3128806100 2012252100 2899918100
451000
2978877100
1971 2978860100
4622924100
2335079100
450500
453000
4560416100 2978900100
2129047100
448000
131500
2018400100
2318733100
3299166100
450000
131000
KAARTNUMMER
455773-ARCHIS
Gemeenten (Bestuurlijke Grenzen 2021)
2894393100
15939
www.anteagroup.nl 1224 3063609100 3978870100 2907499100
12071
1223 3130944100 Esri Nederland, Community Map Contributors 3131981100 C:\Data\455773 Hoornaar Reyerscop 2\ArcGIS 2021\MXD\455773-BP.mxd
124000
124500
125000
452000
453000
4594907100
130500
451500
125500
451000
125000
125500
126000
126500
127000
127500
128000
128500
129000
129500
130000
130500
131000
131500
448500
124500
448000
124000
127500
. ! 128500
128000
129000
!556 . 554 . !
Woerden
552
. ! . !
550
Utrecht 423
. !
421
453000
453000
. ! 419
. ! . !
417 68
415
. ! 0
. !
413
411
. ! . !
409
407
. ! 405
. !
403
. ! 452500
452500
401
. ! Montfoort
76
106
76
1412
! 1411. .1410 ! .1409 ! .1408 ! .1407 ! .1406 ! .1405 ! .1404 ! .1403 ! .1402 ! .1401 ! . !
Legenda
. !
Boorpunt archeologie - 03/2021
. !
Boorpunt archeologie - 12/2021
! ° 0 00
NR
20211022_Tracélijn_openontgraving
359
OPDRACHTGEVER
76
20211022_Tracélijn_HDD
100 9-2-2022 DATUM
200
Definitief
76
359
450 - 800 14C BP = 1200 AD
359
1:6.000
PROJECTLEIDER
FORMAAT
IJsselstein 9-2-2022
Boorpuntenkaart
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
Definitief
KAARTTITEL
Einde van Sedimentaire activiteit. Intern hanteert het GIS 14C jaren. De legenda geeft ook ruwe conversie naar 'kalender' jaren.
SCHAAL
R. Fens
J. Kruse
tracé Hoornaar-Reijerscop-Utrecht
ouddom - EINDDATERINGEN RIVIERACTIVITEIT
RF
GET. GIS SPECIALIST
20211111-Werkstrook_Eneco_Utrecht PROJECTOMSCHRIJVING
400 m
WIJZIGING
N.V. Nederlandse Gasunie
Gemeenten (Bestuurlijke Grenzen 2021)
300
452000
452000
362
76
1 van 1 00
www.anteagroup.nl
KAARTNUMMER
2351 - 3000 14C BP = 1200 BC
455773-ARO
359
0
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\Data\455773 Hoornaar Reyerscop 2\ArcGIS 2021\MXD\455773-BP.mxd
127500
128000
128500
129000
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 06 533 63 708 E. richard.fens@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl
Bijlage 2 Historisch vooronderzoek bodem
Rho adviseurs voor leefruimte
20191066.003