CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Boekwerk jaarstukken 2023

Raadsvergadering 8 juli 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 202339.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Investering ICT Telefonie ICT vervangen hardware vaste werkplekken Huis van Montfoort vervanging beglazing Huis van Montfoort zonwering en jaloezieën

-80.262

-74.708

-

8.051 € -320.630 (+ voordeel/- nadeel)

Krediet Vermeerderingen Saldo bedrag t/m 2023 63.000 41.528 21.472 61.000 20.573 40.427 93.000 68.043 24.957 54.606 60.415 -5.809

Status Afsluiten Lopend Afsluiten Afsluiten

7.01 Algemene dekkingsmiddelen B € 26.474.566 L € 554.802

7. Algemene dekkingsmiddelen B € 26.474.566 L € 554.802

*) B = baten en L = lasten

Het 7de “programma” Algemene dekkingsmiddelen is ook als apart hoofdstuk opgenomen, omdat de BBV-voorschriften de gemeente verplichten om naast haar vijf facultatieve programma’s ook dit programma in de begroting apart op te nemen en te verantwoorden. Het programma algemene dekkingsmiddelen betreft de OZB en de uitkeringen uit het gemeentefonds. Deze middelen kennen geen vooraf bepaald bestedingsdoel en zijn daarmee vrij aanwendbaar. Ook het renteresultaat komt via dit programma naar voren. De niet vrij aanwendbare heffingen, zoals het rioolrecht en afvalstoffenheffing, en de ontvangsten van specifieke uitkeringen zijn als baten opgenomen in de betreffende programma’s.

Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

Begroting 2023 primair na wijziging 663.000 92.091 25.299.000 25.593.783 -24.636.000 -25.501.692 0 0 0 0 0 0 -24.636.000 -25.501.692

Rekening voordeel Verschil 2023 - nadeel n 554.802 -462.711 v 26.474.566 880.783 v -25.919.764 418.072 n 0 0 n 0 0 n 0 0 -25.919.764 418.072 v

Toelichting programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Nutsbedrijven: Het dividend op de aandelen Vitens is niet uitgekeerd. Zie hiervoor de paragraaf Financiering. Treasury: Bij de voorjaarsnota 2023 is het renteomslagpercentage op 2% gesteld. Doordat er in 2023 een hogere rentevergoeding op het uitstaande geld bij de schatkist is ontvangen is incidenteel voor de berekening van het omslagpercentage bij de jaarrekening 2023 het percentage voor 2023 weer op 1% gesteld. Dat levert voor het taakveld treasury een nadeel op terwijl in de programma's een voordeel op de kapitaalasten (rente) is ontstaan. Algemene baten en lasten: Dit betreft hoofdzakelijk de stelpost loon en prijscompensatie € 86.000. Deze was geraamd, maar bleek werkelijk niet gerealiseerd hoeven te worden. Algemene uitkering gemeentefonds: Aan de lastenkant is bij de Najaarsrapportage 2023 een stelpost energietoeslag geraamd. Deze baat is daadwerkelijk ontvangen bij de decembercirculaire 2023 en is verantwoord onder de baten. In de begroting 2023 is de raming van de algemene uitkering gebaseerd op de meicirculaire 2023 (€ 20.600.987). De september- en decembercirculaire 2023 zijn niet in de begroting 2023 verwerkt. De raming van de algemene uitkering na de decembercirculaire 2023 komt uit op € 21.381.283. Werkelijk is er € 21.280.890 ontvangen.

Het verschil kan verklaard worden door bijstelling van aantallen en correcties van de uitkering over eerdere jaren. Jaarlijks wordt er een stelpost onderuitputting BCF opgenomen van € 110.000. De daadwerkelijke onderuitputting is incidenteel € 214.100. Baten onroerende zaakbelasting niet-woningen: Mede door de stijging van het aantal WOZ bezwaren is de totale bijdrage aan de BSR over het algemeen toegenomen. Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves Mutaties reserves: Totale afwijking na mutaties reserves

Overzicht baten en lasten Vpb Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

Begroting 2023 primair na wijziging 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Verschil lasten

Verschil baten -37.000

-284.143

312.464

115.692

-276.700

679.900 -110.000 -27.994

10.434 35.417 € - 462.711 € 880.783 0 0 € - 462.711 € 880.783 (+ voordeel/- nadeel)

Rekening 2023

Verschil 0 0 0 0 0 0 0

voordeel - nadeel n 0 n 0 n 0 n 0 n 0 n 0 0 n

Overzicht baten en lasten Onvoorzien Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

Begroting 2023 primair na wijziging 50.000 36.000 0 0 50.000 36.000 0 0 0 0 0 0 50.000 36.000

Rekening 2023

voordeel - nadeel v 36.000 n 0 v 36.000 n 0 n 0 n 0 36.000 v

Verschil 0 0 0 0 0 0 0

Er is begin 2023 voor een deel gebruik gemaakt van de post onvoorzien als dekking. Naar aanleiding van de aardbeving in Turkije heeft de gemeente € 1,- per inwoner gedoneerd aan giro 555. Per saldo resteert dan € 36.000 (voordeel).

Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar

In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de realisatie op het gebied van de gemeentelijke belastingen. Na een samenvatting van de ontwikkeling van de lokale belastingdruk wordt vervolgens per belastingsoort een toelichting gegeven. De gemeente kent de volgende belastingsoorten: -Onroerendezaakbelastingen (OZB/RZB); -Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht; -Rioolheffingen; -Marktgelden; -Lijkbezorgingrechten; -Leges.

In de tabel hieronder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de belastingdruk voor een gemiddeld huishouden in Montfoort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de berekeningen en rapportages die door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de faculteit Economische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen jaarlijks worden gemaakt. In deze berekening zijn alleen de belastingen betrokken die voor iedereen van toepassing zijn en dus niet de heffingen van een specifieke belastingplicht. Omschrijving Bedragen in euro's

OZB woningen Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) Rioolheffing Totaal Gemiddelde alle gemeenten Index belastingcapaciteit (kengetal BBV)

2022 502,00 374,00 269,00 1.145,00 904,00 126,66

2023 533,00 398,00 297,00 1.228,00 944,00 130,00

Wijzigingen t.o.v. 2022 Bedrag in% 31,00 6,2% 24,00 6,4% 28,00 10,4% 83,00 7,2% 40,00 4,4% n.v.t. n.v.t.

Toelichting Het kengetal belastingcapaciteit, dat op grond van het gewijzigde BBV dient te worden berekend, geeft aan hoe de lasten van de voornaamste lokale belastingen zich ontwikkelen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De lasten in het jaar worden afgezet tegen de gemiddelde landelijke lasten van het voorgaande jaar. Als een gemeente het landelijk gemiddelde volgt, dan is in dit kengetal de prijsontwikkeling zichtbaar. Het kengetal laat zien dat de gemeentelijke lasten iets toenemen ten opzichte van de landelijke lasten.

Door het COELO wordt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten gepresenteerd. Over het jaar 2022 staat de gemeente Montfoort in deze atlas op plaats 340 van de 352 (deel)gemeenten, oplopend van lage belastingdruk naar hoog met betrekking tot de meerpersoonshuishoudens. Woonlast Bedragen in euro's

Netto

Bedrag 2022 1.145

2023 1.228

Verschil 83

Rang 2022 2023 330 van 349 340 van 352

De Wet waardering onroerende zaken betreft de waardering van woningen en bedrijven. Behalve het periodiek waarderen, omvat dit ook het analyseren van gerealiseerde verkoopcijfers en huurgegevens, het bijhouden van mutaties in objecten als gevolg van bouwvergunningen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften, gericht tegen de WOZ-beschikkingen. Tegen de WOZ-beschikkingen zijn over 2023 553 bezwaarschriften ingediend. Dit betreft uitsluitend bezwaarschriften waarin de WOZ-waarde wordt betwist.

WOZ tijdvak 2020 2021 2022 2023

Waardepeildatum 1-1-2019 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022

WOZbezwaren 191 272 201 553

Aantal nog in Aantal behandeling afgehandeld 0 191 0 272 0 201 2 551

Waarvan toegekend 131 106 91 287

Als een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan op verzoek gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De normen voor het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken worden bepaald door de rijksoverheid. Volgens de Rijksnormen wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend met betrekking tot de volgende gemeentelijke belastingsoorten: Onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. De kwijtscheldingen maken deel uit van het minimabeleid, dat onderdeel is van programma Inkomen, jeugd en Wmo. Kwijtscheldingen worden meegenomen bij het bepalen van de heffingen, omdat daar het uitgangspunt van volledige kostendekkendheid geldt. Bij de onroerendezaakbelastingen spelen de lasten geen directe rol bij het bepalen van de tarieven. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Zij maken voor de automatische kwijtscheldingen gebruik van het inlichtingenbureau van de VNG. Dit bureau geeft een advies of een huishouden in aanmerking komt voor kwijtschelding. Is het advies positief dan ontvangt dit huishouden automatisch kwijtschelding.

De huishoudens die niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen, kunnen nog een afzonderlijk verzoek hiertoe indienen bij BSR. Overzicht van de kwijtscheldingen per heffing/belasting: Aantallen verzoeken om kwijtschelding

2020

2021

2022

2023

Verzoeken om kwijtschelding

202

180

172

179

Verzoeken toegewezen (gedeeltelijk en volledig) Verzoeken afgewezen/ingetrokken Verzoeken in behandeling

159 42 1

135 43 2

134 34 4

143 26 10

Over 2023 kunnen er nog verzoeken binnen komen. Zolang een aanslag niet betaald is, kan men binnen vijf jaar nog kwijtschelding aanvragen. Wanneer de aanslag betaald is, kan dit nog binnen drie maanden. Kwijtschelding Bedragen in euro's

Totaal bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal bedrag kwijtschelding rioolheffing Totaal bedrag kwijtschelding extra containers Totaal bedrag

Rekening 2022 41.154 34.351 462 75.967

Begroting 2023 38.255 35.313 73.568

Rekening 2023 46.700 40.553 87.253

Saldo 8.445 5.240 13.685

Onroerende-zaakbelasting De grondslag voor de aanslagen onroerende-zaakbelastingen is de vastgestelde waarde (WOZwaarde) van de onroerende zaak. Nadere informatie over de WOZ vindt u hiervoor in het onderdeel “Uitvoering Wet WOZ”. Bij het bepalen van de tarieven die in december 2022 in de belastingverordening zijn opgenomen, is gerekend met de meest recente verwachting van de waardeontwikkeling. In 2023 is de OZB met de reguliere prijsindexatie van 6,4% verhoogd. Tarieven onroerendezaakbelasting Bedragen in euro's

Gebruikers, niet woningen Eigenaren, woningen Eigenaren, niet woningen

2020 0,2943 0,1245 0,3510

Belastingjaar 2021 0,3078 0,1254 0,3599

2022 0,2828 0,1223 0,3640

2023 0,3170 0,1121 0,3810

Begroting en rekening baten

Rekening 2022 2.536.575 1.485.637

Bedragen in euro's

OZB Baten woningen OZB Baten niet woningen

Begroting 2023 2.697.403 1.618.209

Rekening 2023 2.700.045 1.642.430

Saldo 2.642 24.221

De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten / -tarieven te vergelijken met de belastingbaten / -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen van het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerking komen voor rijkssteun. In de meicirculaire is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2023 vastgesteld op 0,1729%. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is als volgt: Omschrijving Belastingcapaciteit woningen en niet-woningen in € per 1-1-2023 Maximale OZB opbrengst (Norm art. 12: 0,1729% van de WOZ-waarde) Af: Werkelijke OZB opbrengst 2023 Onbenutte belastingcapaciteit

2023 2.869.688.885 4.961.692 4.342.475 619.217

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van de bewoner van een eigendom, waarbij huishoudelijke afvalstoffen worden opgehaald. Voor bedrijven wordt reinigingsrecht geheven. Voor beide heffingen is het uitgangspunt volledige kostendekking. De afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht zijn in 2023 in rekening gebracht door de BSR. Op grond van de regels van het BBV wordt voor de lokale heffingen informatie op hoofdlijnen opgenomen van kostendekkendheid. Ten laste van de heffingen mogen alleen die baten en lasten van overhead worden toegerekend, die betrekking hebben op het taakveld van de betreffende heffing. In 2023 was voor de afvalstoffenheffing sprake van 100% kostendekkendheid. Bij de jaarrekening 2023 is € 70.000 in de voorziening Afvalstoffenheffing gestort. belastingjaar

Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Tarief eenpersoonshuishouding Tarief meerpersoonshuishouding

Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Kosten taakveld Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Onttrekking uit voorziening Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

2020 168 274

2021 205 335

2022 229 374

2023 243 398

Wijzigingen t.o.v. 2022 Bedrag in % 14 6,4% 24 6,4%

Rekening 2022 1.419.237 -45.262 1.373.975

Begroting 2023 1.654.522 -169.570 1.484.952

Rekening 2023 1.568.252 -155.827 1.412.426

Saldo

261.671 248.699

300.529 298.095

323.015 273.956

1.884.345

2.083.576

2.009.396

1.879.587 1.879.587 100%

2.079.905 2.079.905 100%

2.006.550 2.006.550 -73.355 100%

-74.180

Reinigingsrechten Bij niet-huishoudens worden reinigingsrechten in rekening gebracht. Dat is een belasting die wordt

geheven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang. Er is een tarief voor het beschikbaar stellen van een container en een tarief voor elke extra container. Ook reinigingsrechten zijn bestemmingsheffingen, de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de lasten. Bij de jaarrekening 2023 is € 2.600 uit de voorziening Afvalstoffenheffing onttrokken om op een kostendekkendheid van 100% uit te komen. Reinigingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2022 28.401

Begroting 2023 30.594

Rekening 2023 26.017

5.236 7.232 40.870 40.792 100%

5.557 9.346 45.497 45.209 100%

5.359 5.380 36.755 36.617 100%

Saldo

-8.742 -8.592

De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Er is geen sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. De rioolheffing wordt in 2023 in rekening gebracht door de BSR. Rioolheffing Bedragen in euro's

Tarief per huishouden

Rioolheffing Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Onttrekking uit voorziening Opbrengsten heffingen Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

2020 241

Belastingjaar 2021 255

2022 269

2023 297

Wijzigingn t.o.v. 2022 Bedrag in% 28 10,4%

Rekening 2022 1.195.504

Begroting 2023 1.291.451

Rekening 2023 1.302.694

220.421 194.094 1.610.018

231.604 217.370 1.740.425

268.318 215.809 1.786.821

1.609.592 1.609.592 100%

1.740.425 1.740.425 100%

1.780.398 1.780.398 39.973 100%

Saldo

46.396

Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse marktdag op dinsdag. De tarieven zijn met 6,4 % prijsinflatie verhoogd. Gezien het aantal kramen is 100% kostendekkendheid niet realistisch. Marktgelden Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2022 8.847

Begroting 2023 9.207

Rekening 2023 10.643

1.631 732 11.211 8.913 80%

1.649 808 11.664 6.962 60%

2.192 983 13.819 3.819 28%

Saldo

2.155 -3.143

Bij de rekening 2022 zijn de opbrengsten voor standplaatsen inbegrepen.

Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor graven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. In deze paragraaf wordt volstaan met een opsomming van de meest bepalende tarieven. Met de programmabegroting 20223 zijn de baten met 6,4% geïndexeerd. Hierbij zijn de tarieven vastgesteld, zoals hieronder weergegeven.

Lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Recht eigen graf 10 jaar Recht urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht

Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente Uitgaven taakveld Opbrengsten rechten Totaal opbrengst rechten dekkingspercentage

2020 1.414,35 1.414,35 1.414,35 707,70

Belastingjaar 2021 2022 1.439,80 1.462,85 1.439,80 1.462,85 1.439,80 1.462,85 720,45 732,00

2023 1.556,50 1.556,50 1.556,50 778,85

Wijzigingen t.o.v. 2022 Bedrag in % 93,65 6,4% 93,65 6,4% 93,65 6,4% 46,85 6,4%

Rekening 2022 109.567

Begroting 2023 86.069

Rekening 2023 119.175

20.201 129.768 75.225 75.225 58%

15.634 101.703 73.312 73.312 71%

24.547 143.722 102.482 102.482 71%

Saldo

42.019 29.170

De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook voor de legestarieven is begroot deze met 6,4% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 6,4% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven 2023 zijn in december 2022 door de raad vastgesteld. Leges Bedragen in euro's

Secretarieleges KCC Leges omgevingsvergunningen Leges APV Totaal opbrengst

Leges Burgerzaken en APV Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2022 222.395 777.415 63.022 1.062.832

Begroting 2023 264.494 332.678 13.755 610.927

Rekening 2023 195.741 565.912 58.755 820.408

Rekenng 2022 458.353

Begroting 2023 467.633

Rekening 2023 483.806

84.509 5.161 548.023 285.417 52%

84.941 4.633 557.207 278.249 50%

99.650 12.659 596.115 254.496 43%

Rekenng 2022 984.635

Begroting 2023 824.445

Rekening 2023 1.118.810

181.541 117.716 1.283.892 777.415 61%

147.684 11.634 983.763 332.678 34%

230.443 118.066 1.467.319 565.912 39%

Saldo -68.753 233.234 45.000 209.481

Saldo

38.908 -23.753

Saldo

483.556 233.234

Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar Algemeen Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: • De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn; • De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. Beide worden in de deze paragraaf uitgewerkt en dit wordt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening, geactualiseerd. In deze paragraaf zijn ook de kengetallen opgenomen die op grond van het gewijzigde BBV voorgeschreven zijn. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Weerstandscapaciteit We onderscheiden incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit.

Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft. Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2023

Saldo algemene reserve vóór jaarrekening 2023 Verwachte storting resultaat 2023 (na bestemming) Totale incidentele weerstandscapaciteit

4.267.502 1.426.290 5.693.792

NB: in deze berekening is alleen rekening gehouden met de vastgestelde reservemutaties in 2022 en nog niet met het verwachte exploitatieresultaat in 2023.

De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten en tarieven te vergelijken met de belastingbaten en -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het zogeheten artikel 12-beleid. Een gemeente met een artikel 12-status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte financiële situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerking kunnen komen voor rijkssteun.

De onbenutte belastingcapaciteit OZB voor het begrotingsjaar 2023 wordt berekend op basis van twee uitgangspunten: - De WOZ-waarde met peildatum 1-1-2023; - Het artikel-12 percentage uit de meicirculaire 2022.

De WOZ-waarde met peildatum 1-1-2023 wordt vastgesteld en afgegeven door de BSR. De geprognosticeerde WOZ-waarde is € 2.869.000.000. In de meicirculaire 2022 is het percentage van de WOZwaarde voor toelating tot artikel 12 voor 2023 vastgesteld op 0,1729%. Dit leidt tot onderstaand bedrag aan onbenutte belastingcapaciteit OZB. Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien

50.000

Onbenutte belastingcapaciteit OZB

619.236

Totaal

669.236

Het totaal aan beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de incidentele en structurele weerstandscapaciteit bij elkaar op te tellen. Risico’s De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van (bruto) € 20.000 of hoger. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: Er moet sprake zijn van oorzaak en gevolg; De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet zijn onzeker; Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; Het risico moet een bedreiging / belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; Het risico moet financieel kwantificeerbaar zijn. De risico-inschatting wordt per programma bekeken. Bij het signaleren van risico’s wordt gekeken of het risico nog bestaat en of er eventueel nieuwe risico’s gesignaleerd zijn. Wanneer een risico onderkend is, wordt aan de hand van bovenstaande criteria gekeken of het risico wordt opgenomen in de risicolijst. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat het risico kan plaatsvinden; waar mogelijk wordt hierbij gekeken naar de ervaringen in het verleden.

Effecten van de oorlog in Oekraïne Door de inval van Rusland in Oekraïne, in februari 2022, zijn er verschillende effecten in gang gezet. Een van de gevolgen is dat Oekraïners het land ontvluchten en elders in Europa worden opgevangen, zo ook in Nederland. De opvang van Oekraïners werd gecoördineerd vanuit de gemeente in samenwerking met externe partijen, zoals de Veiligheidsregio en straks de provincie. Deze coördinatie heeft een beslag op de ambtelijke capaciteit gelegd, die daardoor in beperkte mate aan hun reguliere werkzaamheden zijn toegekomen. Vooralsnog blijkt het lastig om de huidige en toekomstige effecten van deze opvang om te zetten in een te verwachten risico. Voor verdere toelichting zie de extra paragraaf Oekraïne. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen maal het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht:

Kans

Kans

Bruto

Impact

Score

Netto (kans x bruto)

in %

cat 1 tm 5

in €

cat 1 tm 5

van 1 tm 25

in €

In 2023 hebben zich geen problemen voorgedaan rondom de gemeente- garanties. Voor 2023 zijn de bedragen aangepast aan de nieuwe opgave WSW en blijft het risico-% gehandhaafd op 2%

2%

1

17.700.000

5

5

354.000

De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de De beoordeling van deze claim is Er is bij een onafhankelijk deskundige mogelijkheid voor om planschade te claimen zeer complex, mede gezien de adviseur een conceptbeoordeling bij de gemeente (artikel 6.1). Eind 2017 is een lange periode waarop deze zaak aangevraagd en ontvangen. Recentelijk heeft aanvraagformulier met een claim voor betrekking heeft. Om inzicht te de rechter uitspraak gedaan en de claim tegemoetkoming planschade ontvangen naar krijgen wordt een afgewezen. Er kan nog wel een aanleiding van de vaststelling van het conceptbeoordeling van de claim herzieningsverzoek ingediend worden. bestemmingsplan Buitengebied. In de wet opgevraagd bij een onafhankelijk ruimtelijke ordening wordt voor de deskundige adviseur. beoordeling van de claim een onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen.

2%

1

356.345

3

3

7.127

5%

1

5

5

87.750

Risico

Beheersmaatregelen

Ondernomen acties en risico inschatting

Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan Deze garanties zijn in eerste instellingen verstrekt (peildatum 31 december instantie gegarandeerd door het 2021). Het grootste deel hiervan zijn garanties Waarborgfonds Sociale voor woningbouwverenigingen waar de Woningbouw (WSW). gemeente samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt.

Planschadeclaim

Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in Beheersing vindt plaats binnen Door de T-2 systematiek van de BUIG was het dat eventuele overschrijdingen op deze taak de GR FermWerk risico 2023 nagenoeg gelijk aan de voor risico van de gemeente is. Het risicoPeriodiek ontvangt de gemeente verwachting. bedrag is gebaseerd op het totaal aan kwartaal- rapportages over uitkeringen aan de gemeente volgens de realisatie van taken en middelen Participtiewet. Toename bijstandsuitkeringen door Corona. Daadwerkelijke trendcijfers Het aantal uitkeringen levensonderhoud is in Door de Corona-uitbraak is de verwachting dat worden periodiek gerapporteerd 2023 gedaald.Het aantal uitkeringen het aantal bijstandsuitkeringen met een factor door Fermwerk. bijzondere bijstand en andere 0,20 tot 1 (of meer) kan zal toenemen. Door de minimaregelingen is gestegen t-2 vergoedingssystematiek. Vooraf aan Corona werden 103 bijstandsuitkeringen verstrekt

1.755.000

pm

nntb

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt 1. Toewijzing voor ondersteuning Binnen de posten die vallen onder de in dat eventuele overschrijdingen op deze taak worden binnen de grenzen van de clientgebonden kosten Wmo zijn diverse voor voor risico van de gemeente is. Het gaat hierbij wet individueel bepaald en en nadelen die elkaar grotendeels met name om huishoudelijke hulp, woon- en gemonitord, waardoor de kosten compenseren. Een uitzondering daarop zijn vervoersvoorzieningen. Door invoering van het beheersbaar blijven. de woningaanpassingen. In 2023 zijn er iets abonnementstarief en loonontwikkeling bij minder incidentele uitgaven geweest dan huishoudelijke hulp is de kans groot dat de voorgaande jaren. Er is hierdoor een lichte totale kosten zullen gaan stijgen. Zonder onderschrijding van ca. € 100.000,compensatie via de Rijksbijdrage komen deze méérkosten voor rekening van de gemeente.

5%

1

1.856.000

5

5

92.800

1

2.725.000

5

5

136.250

2

114.000

3

6

11.400

Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einderegeling. Dat 1. Toewijzing voor ondersteuning Binnen de posten die vallen onder de houdt in dat eventuele overschrijdingen op worden binnen de grenzen van de clientgebonden kosten Jeugd zijn diverse deze taak voor risico van de gemeente is. Het wet individueel bepaald en voor en nadelen die elkaar grotendeels grootste risico’s betreft voornamelijk de gemonitord, waardoor de kosten compenseren. Er is sprake van een minimale complexe dure zorgtrajecten, waarbij zo beheerst mogelijk blijven. onderschrijding. incidentele zorgbehoeften tot forse extra uitgaven kunnen leiden. Bovendien is de zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente.

5%

Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de Het beleid is erop gericht om de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting leningenportefeuille zo beperkt Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en mogelijk te houden. een voetbalvereniging.

Het risicobedrag is gebaseerd op de omvang van de leningen, conform jaarrekening 2023. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd

10%

Herijking gemeentefonds Het gemeentefonds is een van de belangrijkste Het blijven volgen van de inkomsten voor de gemeente Montfoort. Vanaf ontwikkelingen omtrent de 2021 is er sprake van herijking van de herijking en daar waar mogelijk onderliggende verdelingssystematiek van het invloed uit te oefenen en Gemeentefonds. De bijgestelde planning is dat gesprekken aan te gaan. per 1-1-2023 de nieuwe verdeling/herijking wordt ingevoerd. Deze nieuwe verdeling wordt uitgevoerd door BZK. De VNG en de ROB hebben hun advies uitgebracht over de nieuwe herverdeling en hun twijfels geuit. Vanaf 2023 vinden wel evaluatie-onderzoeken door BZK uit n.a.v. de herijking, want er zijn voordeel - en nadeelgemeenten. Eventuele correcties kunnen nog volgen. Volgens de laatst bekende herverdeling is Montfoort een voordeelgemeente, € 1,- per inwoner (totaal maakt dat circa € 14.000,-). Het risico bestaat dat het huidige voordeel (van € 1,- per inwoner) een keer, n.a.v. een evaluatie-onderzoek van BZK, wordt bijgesteld. Die bijstelling kan dus voordelig maar ook nadelig uitpakken.

Het contacteren van de fondsbeheerder, de VNG en de ROB om onze standpunten over te brengen. Op basis van de huidige inzichten is het aannemelijk dat het huidige voordeel in de toekomst een keer wordt bijgesteld.

50%

4

Per GR een ander %

3

5.179.900

14.000

3

12

7.000

3

9

398.328

3

3

15.000

pm

pm

0

3

3

5.500

Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met We brengen de risico’s zo goed Het door een GR gevraagde extra budget financiële tegenvallers van verbonden mogelijk in beeld door de wordt beoordeeld op de parameters voor partijen. Door deelname verplicht de verbonden partijen scherp te kostenontwikkeling conform de gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in monitoren via het septembercirculaire. Toegezonden eventuele extra méérkosten. Op basis van de accounthouderschap. Het kadernota's van GR-en zijn beoordeeld op de informatie uit de paragraaf verbonden partijen benodigde weerstands-vermogen getoonde budgettaire ontwikkeling. Waar wordt per verbonden partij ingegaan op de is gebaseerd op de omvang van noodzakelijk is hierop gereageerd via stand van zaken (zie tabel hieronder). de totale bijdrage en niet per zienswijze en/of afgestemd met de eigen Doordat de gemeente steeds meer regeling bepaald. Toegezonden vertegenwoordiger binnen AB. De totale samenwerkt met andere gemeenten, kunnen kadernota's van GR-en worden budgetmutatie tussen de primaire begroting de risico’s niet meer zelfstandig beheerst beoordeeld op de getoonde en de werkelijk kosten bedroeg (6.863.000-/worden. Samenwerking hierin is dus van groot budgettaire ontwikkeling. Waar 6.656.000 = 206.000) voordeel.

Dit betreft belang, maar ook lastig wanneer er verschillen noodzakelijk wordt hierop dus een voordeel, valt daarmee binnen het van inzicht tussen gemeenten rondom de gereageerd via zienswijze en/of vastgestelde risicobudget. waargenomen risico's zijn. afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB

Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).

Energie prijzen Eind 2022 lopen de huidige energiecontracten, die Montfoort heeft afgesloten met Eneco (elektra) en Gazprom (gas) allebei af. Daarom is in 2022 gestart met de aanbesteding van nieuwe energieleveranciers. Naar verwachting zullen in de nieuwe contracten fors hogere tarieven van toepassing zijn. De exacte financiele gevolgen en implicaties zijn voor nu onbekend. Medio 2023 zal hierover meer bekend worden.

Als opdrachtgever is het zicht op de uitvoering van debiteurenbeheer en het beoordelen van risico’s niet inzichtelijk. Een evt. voorziening dubieuze debiteuren kan de gemeente daarom niet onderbouwen met documenten richting accountant/ ihkv rechtmatigheid

Het opnemen van een noodzakelijke voorziening wordt vervangen door het benoemen van dit punt in de risico-paragraaf en wordt het fin risico opgevangen binnen het gevormde weerstands-vermogen ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling (hierboven)

zie

2

hierboven

Zodra de nieuwe energiecontracten bekend zijn, de financiële effecten ervan melden en verwerken in het eerst volgende P&Cdocument.

Het blijven monitoren van de ontwikkelingen. Lopende 2023 is het budget voor energie en brandstof bijgeraamd met 2x 600.000,- voor 2023 en 2024. Deze bijraming verlaagt het risico aanzienlijk. In 2023 is gebleken dat er sprake is van een onderschrijding van circa € 160.000,-. Ook de realisatie valt mee ten opzichte van de bijraming.

5%

1

300.000

Kapitaallasten Door de ontwikkelingen op Europees Het blijven monitoren van de Het blijven monitoren van de niveau (met name door het huidige ECB- ontwikkelingen op de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en beleid) kan de gemeente geconfronteerd kapitaalmarkt en leningen leningen markt worden met een stijgende rente, voor het markt. aantrekken van leningen. Een stijging van de rente zal leiden tot een verhoging van de kapitaallasten.

Implementatie Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet staat Het intern voorbereiden van nu gepland op 1-1-2024. Voor het de implementatie en het implementeren van deze wet moeten blijven monitoren van de kosten worden gemaakt. Deze ontwikkelingen. invoeringsdatum is al meerdere opgeschoven door het Rijk, omdat er vertragingen waren. Op het moment van het opstellen van de begroting 2023 is er op Rijksniveau wederom sprake van vertraging. Het risico bestaat dat de invoeringsdatum weer wordt doorgeschoven.

pm

5%

Door het regelmatig uitstellen van het invoeren van de Omgevingswet zijn reeds de benodigde voorbereidingen getroffen. Om die reden is het budget invoering Omgevingswet afgeraamd met € 110.000,- Het risico worden daarom laag ingeschat. Zodra de invoering definitief bekend is, dan wordt daarover in het eerstvolgend PCdocument over gerapporteerd. Tevens worden de ontwikkelingen op Rijksniveau met de voet gevolgd. De invoering is uiteindelijk doorgeschoven naar 1 januari 2024

pm

1

110000

Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties

1.115.155

Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.

De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).

Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties

In 2023 is de Voorvliet definitief afgerond. Er zijn verder geen actieve GREX-en in 2023.

n.v.t.

n.v.t.

0

1.115.155

Toelichten risicobedrag Verbonden partijen Voor het bepalen van het risico, dat de gemeente loopt door deelname aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan. Het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven.

Verhouding benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 1 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Dit bedrag is exclusief het risico op grondexploitaties, omdat hiervoor een aparte reserve wordt aangehouden. In bovenstaande tabel is het benodigde bedrag nader onderbouwd en op basis van de beschreven risico’s bepaald op € 1,1 miljoen excl. grondexploitaties. Daarnaast is gekeken naar het weerstandsvermogen als de risico’s en de reserve voor het grondbedrijf wél worden meegenomen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 5,11 (exclusief grondexploitaties) wordt daar aan voldaan. Omschrijving (bedragen in €) Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (a) Benodigde weerstandscapaciteit (zie totaal risico’s) (b) Ruimte in de weerstandscapaciteit o.b.v. 1,5 --> (a-(1,5 x b)) Factor weerstandsvermogen (a/b)

Exclusief Inclusief grondexploitaties grondexploitaties 5.693.792 5.693.792 1.115.155 1.115.155 4.021.059 4.021.059 5,11 5,11

Het beleid omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Wanneer beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan wordt de algemene reserve aangesproken; onderdeel van de algemene reserve is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Als de algemene reserve niet toereikend is, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5.

In het geval de algemene reserve en de bestemmingsreserves tekortschieten, wordt de raad voorgesteld om de gemeentelijke belasting te verhogen of om te bezuinigen. Kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is de raad op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente.

Het gaat om de volgende kengetallen: Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Solvabiliteitsratio. Grondexploitatie. Structurele exploitatieruimte. Belastingcapaciteit. Kengetal

Rekening Rekening Rekening Rekening 2020 2021 2022 2023

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

55,5%

48,5%

42,6%

73,3%

54,9%

48,0%

42,6%

73,3%

Solvabiliteitsratio Grondexploitatie

11,2% 5,1%

11,3% -0,2%

13,7% -0,2%

21,1% 0,0%

Structurele exploitatieruimte

0,4%

0,8%

3,9%

5,9%

116,9%

124,7%

124,6%

124,2%

Belastingcapaciteit

Toelichting: Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen en hiervoor gecorrigeerd) Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. Doordat de lening (circa € 12 miljoen) is aangegaan voor de financieren van het scholengebouw Kindcentrum verspringt de netto schuldquote wel in 2023. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm en komt voor 2023 uit op 18%. Dit geeft aan dat de financiële weerbaarheid van de gemeente wel is toegenomen, maar ook onder druk blijft staan en de gemeente verhoudingsgewijs nog te weinig eigen vermogen heeft ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen.

Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. In de gemeente Montfoort is er nog 1 openstaande grondexploitatie, Voorvliet, deze is in 2023 afgerond. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort een positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente meer structurele baten heeft dan lasten en daardoor de nodige ruimte heeft om eventuele lastenstijgingen op te vangen. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit.

Dit betekent dat de gemeente minder mogelijkheden over heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld.

Duiding van de kengetallen De kengetallen geven, in hun samenhang, een beeld over hoe de financiële gezondheid van de gemeente ervoor staat. Uit de gepresenteerde kengetallen komt een beeld naar voren van een gemeente, die in bewolkt weer met hier een daar een opklaring verkeert. De solvabiliteit is toegenomen en is uitgekomen op 18%. Dit geeft aan dat het eigen vermogen is verbeterd, maar ondanks dat het voor de gemeente ook nog lastig kan worden om aan haar verplichtingen te voldoen. Aan de andere kant is een versteviging van de financiële positie zichtbaar in de stijging van kengetal voor de structurele exploitatieruimte. Deze indicator geeft aan dat er de nodige speelruimte is om (een stijging van) de structurele lasten op te vangen. Door het aantrekken van de lening voor de bouw van het scholencomplex Kindcentrum is de schuldquote gestegen. Het aandeel vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen is namelijk gestegen. Rest de vraag of de gemeente nog financieel kan bijsturen aan de batenkant: door het verhogen van de eigen inkomsten. Uit het kengetal van de belastingcapaciteit kan men concluderen dat de gemeente hier weinig meer mogelijkheden heeft, maar mogelijk is wel een positieve trend zichtbaar. Deze indicator staat ver boven de 100% waaruit blijkt dat de belastingdruk voor de inwoners van de gemeente Montfoort hoger is dan gemiddeld in Nederland.

De beperkte mogelijkheid tot sturing op de baten wordt mede onderbouwd door de beperkte omvang van de nog aanwezige onbenutte belastingcapaciteit van € 669.000. Echter deze onbenutte capaciteit is wel toegenomen ten opzichte van 2022 (€ 207.000,-).

Portefeuillehouder(s): C. van Dalen Intro De gemeente Montfoort heeft veel eigendommen in de openbare ruimte liggen. De paragraaf kapitaalgoederen gaat over het onderhoud van deze kapitaalgoederen. We spreken dan over de buitenruimte, inclusief de ondergrondse infrastructuur, die in beheer en onderhoud van de gemeente is. De paragraaf heeft betrekking op de kapitaalgoederen die vallen onder de begrotingsproducten: De opzet van deze paragraaf is als volgt: - Ontwikkelingen in het areaal - Status van de beheerplannen; - Kwaliteit van de kapitaalgoederen; In cijfers betekenen de ontwikkelingen van het areaal het volgende: Eenheid

Areaal 2022

Areaal 2023

Openbaar groen

M2

477.524

465.632

-2,49%

Bomen

St

7.862

7.741

-1,54%

Spelen

St

291

292

0,34%

Verharding

M2

640.321

665.726

3,97%

Openbare verlichting Weg- en straatmeubilair

St

2.745

2.755

0,36%

St

275

275

0,00%

Riolering

M1

82.800

82.800

0,00%

Water

M2

20.628

20.628

0,00%

Oeverbescherming

M1

12.050

12.050

0,00%

Marktkasten

St

3

3

0,00%

Kunstwerken

St

36

36

0,00%

Gebouwen

St

35

35

0,00%

Gronden (met overeenkomst)

St

16

16

0,00%

Onderdeel

Toe/ afname %

Toelichting Aanpassing in areaal door bv aanleg parkeerplaatsen

Door aanleg parkeerplaatsen en bredere wegen

Uit Gemeentelijk Rioleringsplan

Status van de beheerplannen Vanaf 2019, na de ontvlechting van UW Samenwerking, is er gewerkt aan verschillende beheerplannen. Het resultaat is dat we op dit moment de echt noodzakelijke beheerplannen beschikbaar hebben. Uiteraard zijn er altijd wel wensen, echter deze hebben geen directe noodzaak en brengen ook geen risico met zich mee. In de onderstaande tabel staan de betreffende beheerplannen met de status en planperiode. Daarnaast is opgenomen of en hoe goed de middelen voor het onderhoud (klein- en grootonderhoud) en de vervanging zijn opgenomen in de begroting. Vanwege het feit dat een antwoord heel anders kan worden uitgelegd wordt de betekenis in de kolom opmerkingen kort toegelicht.

Beheerplan

Looptijd van / tot

Financiële vertaling in begroting?

Openbaar groen (niet aanwezig)

Nog op te stellen

Onderhoud: Ja; Vervanging: deels

Bomenbeheerplan

2020/ 2023

Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja

Speelbeheerplan

2022/ 2030

Beheerplan begraafplaatsen Wegenbeheerplan

2022/ 2025

Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja Onderhoud: Ja; Vervanging: nvt Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee

Beheerplan openbare verlichting Weg- en straatmeubilair (niet aanwezig)

2021/2031

Gladheidsbeheerplan

2019/ 2025

Gemeentelijk rioleringsplan

2019/ 2023

Beheerplan water (baggeren en duikers) Beheerplan oeverbescherming

2013/2022

Nota afvalstoffen Beheerplan kunstwerken

2020 2021/ 2030

Tractieplan

Nog op te stellen

2022/ 2026

ntb

Nog op te stellen

Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja Onderhoud: Ja; Vervanging: deels Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: Ja Vervanging: Ja Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: deels; Vervanging: Ja Onderhoud: Ja Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee

Onderhoud: Ja; Vervanging: middels kredieten MJOP Gebouwen 2017-2026 ja * Zie de onderstaande toelichting op de tabel

Opmerkingen

Achterstallig onderhoud? Het beheerplan wordt geactu- Nee, door aliseerd. Voor nu geldt dat project vervanging van groen voor Bloemrijk* 10% gebudgetteerd is in de exploitatie. Voor de vervanging is volNee doende gebudgetteerd in de begroting. Voor vervanging zijn kredieNee ten aanwezig. Onderdelen vallen onder de Nee andere beheerplannen Met groot onderhoud kan kwaliteit behouden blijven, vervanging is vaak niet nodig. Nee* Vanuit de begroting worden elementen vervangen

Nee

Nvt Met het vaststellen van het GRP is het onderhoud en vervanging geregeld.

Nee

Nee Het onderhoud betreft vooral vervanging en zeer beperkt (klein) onderhoud. In budget zitten middelen voor klein onderhoud, voor groot onderhoud incidenteel Investering wordt meegenomen in begroting, kleine reserve aanwezig.

Nee

Nvt *

Nee

Nee

Uitleg/ toelichting op beheerplannen Openbaar groen: Met het project Bloemrijk Montfoort zijn veel slechte heestervakken omgevormd tot bloemrijke vakken, een erg mooie en fraaie toevoeging aan het beeld van de gemeente. Hierdoor is er op dit moment geen achterstand. Echter op een zeker moment zijn er wel middelen noodzakelijk voor het vervangen van het openbaar groen, mochten de middelen uitblijven, dan komt daar ook een “ja” te staan. Openbare verlichting: door het besluit om de openbare verlichting in eigendom over te nemen en tevens een moderniseringsslag te maken is de kwaliteit van de verlichting erg goed. Eventuele achterstand zijn daarmee in de afgelopen jaren weggewerkt. In 2021 is gewerkt aan een nieuw beheerplan voor de openbare verlichting waarbij alle modernisering en veranderingen zijn meegenomen. Kunstwerken: Net als bij de openbare verlichting is er gewerkt aan een nieuw beheerplan op basis van een technische inspectie aan alle kunstwerken. De uitkomsten daarvan zijn globaal vertaald en

gefaseerd in het beheerplan. Tijdens de inspectie is geconcludeerd dat zes kunstwerken aangepakt moeten worden. Middels kredieten zijn de eerste kunstwerken(bruggen) reeds onderhouden en kunnen voor langere tijd weer veilig gebruikt worden. Kwaliteit In dit onderdeel van deze paragraaf wordt een weergave gegeven van de raadskeuzes voor de onderhoudsniveaus van de verschillende elementen in de openbare ruimte. Dit geldt overigens niet voor alle onderdelen, voor onder andere de speeltoestellen, de gebouwen, de bruggen en sluis, de tractie en het functioneren van de watergangen gelden externe normen. Veel onderdelen van de openbare ruimte kunnen volgens de beeldsystematiek en de normen van de CROW worden gemonitord. Bij gebouwen gebeurt het monitoren door middel van de NEN-normen. In de onderstaande tabel zijn voor ieder beheerplan verschillende onderdelen opgenomen die aangeven welke kwaliteit is gekozen en hoe dit wordt gemonitord, zo is de frequentie, de normering/ methode en de uitvoering beschreven. De eerste tabel betreft een legenda voor de beeldkwaliteit.

Legenda voor CROW-beeldkwaliteit: KwaliOmschrijving teit A+ Zeer goed Ongeschonden, net nieuw aangelegd A Goed Mooi en comfortabel B Voldoende Functioneel C Matig Onrustig beeld, enige vorm van hinder, aanloop naar achterstallig onderhoud D Te slecht Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid

Onderdeel Openbaar groen Bomen Bloemrijk Montf. Spelen Begraafplaatsen Verharding Openbare verlichting Wegmeubilair

Kwaliteit C C A A A C C

Frequentie Maandelijks ¼ per jaar Maandelijks Maandelijks Maandelijks 1 x per 2 jaar Jaarlijks

C Nvt

Maandelijks Indien noodzakelijk Inspectie 1/7 deel

Gladheid Nvt Riolering Duikers Water Oeverbescherming Zwerfafval Afvalstoffen Marktkasten Sluis en bruggen Tractie Gebouwen

Nvt Nvt C C Nvt Nvt Nvt Nvt 3

Jaarlijks Maandelijks Jaarlijks Jaarlijks 1 x per 4 jaar. Jaarlijks Om de 4 jaar

Normering CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. Warenwet CROW-beeldkwal. CROW- nr. 146 Scheefstand, schade, lamp CROW-beeldkwal. Geen normen beschikbaar CROW-normen

Uitgevoerd door Intern Intern/ Extern Intern Intern/ Extern Intern Extern Intern/ Extern

Waterkeur CROW CROW-beeldkwal. Scheidingsmeter Technische normen Technische normen APK-Keuring NEN 2767

Extern Intern Intern Extern Extern Extern Extern Extern

Intern Intern Extern

Conclusies Om een goed en compleet overzicht te geven, is hieronder een tabel opgenomen met daarin de conclusies over de beheerplannen waarin de vraag wordt beantwoord welke goed in de begroting zijn vertaald. Als dit niet het geval is wat is dan het jaarlijks benodigde bedrag om geen achterstanden op te lopen en de openbare ruimte tot in de eeuwigheid te kunnen onderhouden.

Relatie beheerplan en de risico’s Financieel tekort / ruimte Beheerplan PM Openbaar groen Kunstwerken (Sluis en bruggen)

PM

Opmerking Vervanging is deels opgenomen in begroting, deels niet. Volgt vanuit het nog op te stellen beheerplan, nog geen risico. Afhankelijk van de resultaten uit het nader onderzoek is er een financieel risico.

Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar Algemeen De paragraaf Financiering is op grond van de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en hetBesluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financieringsmanagement en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen door wetgeving van de centrale overheid. Financieringspositie en -resultaat Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort.

In het volgende schema is het verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2022 en 2023 en de verwachte financieringspositie 2024 tot en met 2027 weergegeven. Financieringspositie 2022-2027 (bedragen x € 1.000.000) 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vaste activa Im- en Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa

28,2 0,2 0,0 28,4

40,1 0,2 0,0 40,3

45,7 0,2 0,0 45,9

45,8 0,2 0,0 46,0

45,4 0,1 0,0 45,5

43,3 0,1 0,0 43,4

Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva

27,9 7,7 3,5 3,0 42,1

26,6 7,8 5,8 3,2 43,4

25,2 8,7 5,2 1,6 40,7

23,8 9,3 5,7 1,8 40,6

22,3 9,8 6,1 0,3 38,5

20,9 10,3 6,6 -0,1 37,7

Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)

13,7 7,2

3,1 8,4

-5,2 -1,1

-5,4 -5,3

-7,0 -6,2

-5,7 -6,4

In 2023 zijn er geen vaste geldleningen aangetrokken. Naar de actuele inzichten loopt het financieringstekort in de toekomst op en is mogelijk opnieuw een beroep op de kapitaalmarkt nodig. De wijze van dekking hangt onder meer af van het daadwerkelijk verloop van de verwachte investeringen en de renteverwachting.

Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het gerealiseerde financieringsresultaat over 2022 en 2023 en het begrote financieringsresultaat over 2024 tot en met 2027 weergegeven. Financieringsresultaat 2022-2027 (bedragen × € 1.000.000) Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat Financieringsresultaat volgens MJB Verschil

2022

2023

2024

2025

2026

2027

0,3 0,0 0,0 0,3

0,3 0,0 0,3 0,6

0,8 0,0 0,0 0,8

0,9 0,0 0,0 0,9

0,9 0,0 0,0 0,9

0,9 0,0 0,0 0,9

0,3 0,0 0,3

0,6 0,0 0,6

0,6 0,0 0,6

0,5 0,0 0,5

0,5 0,0 0,5

0,5 0,0 0,5

0,0 0,1 -0,1

0,0 0,1 -0,1

0,2 0,3 -0,1

0,4 0,3 0,1

0,4 0,3 0,1

0,4 0,3 0,1

Rentetoerekening aan investeringen Bij de begroting 2023 is uitgegaan van een renteomslagpercentage aan investeringen van 1,0%. Bij de voorjaarsrapportage is dit percentage bijgesteld naar 2%. Doordat er in 2023 een hogere rentevergoeding op het uitstaande geld bij de schatkist is ontvangen, is incidenteel voor de berekening van het omslagpercentage bij de jaarrekening 2023 het percentage weer voor 2023 op 1% gesteld. Dat leverde voor het taakveld treasury een nadeel op terwijl in de programma's een voordeel op de kapitaalasten(rente) is ontstaan. Conform de stellige uitspraken van de commissie BBV wordt een correctie verplicht gesteld als de afwijking groter is dan 25%. Voor jaarrekening 2023 was dit het geval. Schema rentetoerekening realisatie jaar 2023

a. b.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

C1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend -/- € C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend -/- € C3. De rentebaten van doorverstrekte leningen waar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend +/+ €

609.501

-/-

€

-342.692 266.809

-

-

€

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen

+/+ € +/+ €

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f.

-/-

Renteresultaat op het taakveld Treasury

* De boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedragen De aan taakvelden toegerekende rente bedraagt Percentage afwijking tussen de werkelijke rentelasten en toegerekende rentelasten

266.809 -

€

266.809

€

-289.151 *

€

22.341

28.282.538 289.151

0,92 %

Wet FIDO en financiering De Wet FIDO heeft tot doel decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de Wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en te beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de overheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Als de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt is consolidatie nodig door middel van het afsluiten van een lange financiering. Kasgeldlimiet Montfoort 2023-2027 (bedragen × € 1.000) 2023 2024 2025 2026 2027 Begrote lasten 33.241 35.308 34.204 33.400 33.468 Kasgeld limiet (8,5%) 2.825 3.001 2.907 2.839 2.845 Er is gedurende 2023 geen kasgeldlening aangetrokken. Overschrijding van de kasgeldlimiet is derhalve niet aan de orde geweest.

Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan één jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid als een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2023-2027 (bedragen x € 1.000) berekening

1-1-2023

1-1-2024

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

Renteherziening vaste schuld og

a

0

0

0

0

0

Renteherziening vaste schuld ug

b

0

0

0

0

0

c=a-b

0

0

0

0

0

d

0

0

0

0

0

Nieuw verstrekte leningen

e

0

0

0

0

0

Netto nieuwe schuld

f=d-e

0

0

0

0

0

Betaalde aflossingen

g

1.402

1.405

1.409

1.413

1.417

Netto renteherziening Nieuw aangetrokken schuld

Herfinanciering

h=laagste f of g

0

0

0

0

0

Renterisico

i=c+h

0

0

0

0

0 22.344

Renterisiconorm Vaste schuld

j

27.972

26.571

25.166

23.757

Percentage vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=23ef416f-4e0a-4c5b-935d-ac5be4b68f16