CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Water en Rioleringsplan Montfoort 2025-2029 Ontwerp1

Raadsvergadering 16 december 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Water- en Rioleringsplan 2025-2029 Montfoort23.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Water en Rioleringsplan Montfoort 2025-2029 Invulling van de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afstromend hemelwater en grondwater Beleid, onderzoeken en maatregelen

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Document referentie

30129769 Water en Rioleringsplan Montfoort 2025-2029 51021704 Gemeente Montfoort Carl Geuljans, Elwin Leusink Elwin Leusink Elwin Leusink 04-11-2024 XXX

2/59

Inhoudsopgave Samenvatting .......................................................................................................4 1

Een nieuw Water- en Rioleringsplan .........................................................6 1.1 Doel van het Water- en Rioleringsplan ..........................................6 1.2 Wettelijke zorgplichten ...................................................................7 1.3 Lokale Adaptatie Strategie (LAS) ..................................................8 1.4 Omgevingswet ...............................................................................8 1.5 Leeswijzer ......................................................................................9

2

Evaluatie: wat ging er vooraf? .................................................................10 2.1 Wat hebben we de afgelopen periode gedaan? ..........................10 2.2 Uitgevoerde onderzoeken en maatregelen .................................10

3

Visie: Wat willen we? ...............................................................................12 3.1 Omgevingsvisie ...........................................................................12 3.2 Visie waterketen ..........................................................................13 3.3 Beleid stedelijk afvalwater ...........................................................14 3.4 Beleid Hemelwater en Klimaatadaptatie......................................15 3.5 Beleid Grondwater .......................................................................19 3.6 Beleid Oppervlaktewater .............................................................21 3.7 Samenwerking .............................................................................23 3.8 Duurzaamheid .............................................................................24 3.9 Water en bodem sturend .............................................................24

4

Huidige situatie: Wat hebben we? ...........................................................25 4.1 Onze riolering en alles wat erbij hoort .........................................25 4.2 Staat van de objecten ..................................................................26 4.3 Functioneren van het rioolsysteem..............................................26 4.4 Grondwatermeldingen .................................................................27 4.5 Oppervlaktewater ........................................................................27

5

Onderzoeken en maatregelen: Wat gaan we doen? ...............................29 5.1 Nieuwe aanleg .............................................................................29 5.2 Onderzoek ...................................................................................30 5.3 Onderhoud ...................................................................................31 5.4 Investeringsplanning korte termijn (MIP) .....................................32 5.5 Vervangingen lange termijn .........................................................33

6

Middelen: Wat hebben we nodig? ...........................................................36 6.1 Personele capaciteit ....................................................................36 6.2 Kosten .........................................................................................36 6.3 Kostendekking .............................................................................38 6.4 Rioolheffingsberekening ..............................................................39

7

Verantwoordelijkheden: Wie doet wat? ...................................................41 7.1 Wat doet de gemeente? ..............................................................41 7.2 Wat verwachten wij van onze inwoners en bedrijven? ................41 7.3 Verordeningen .............................................................................42 7.4 Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ..................42 7.5 Regels voor in het Omgevingsplan..............................................42

Bijlage 1: Uitgangspunten kostendekkingsberekening ......................................43 Bijlage 2: Tabellen Kostendekkingsberekening .................................................46 Bijlage 3: Overstorten gemengd ........................................................................59

Inleiding

3/59

Samenvatting Waarom een Water en Rioleringsplan? (Hoofdstuk 1) Dit Water en Rioleringsplan (WRP) beschrijft de invulling van onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast gaan we in op de zorg voor het oppervlaktewater, de invloed van klimaatverandering op de waterketen en hoe we daarmee omgaan (klimaatadaptatie). Dit plan beschrijft het beleid en de maatregelen voor de komende jaren en bevat de onderbouwing voor de rioolheffing. Het WRP is opgedeeld in een visie-deel, programma-deel en plan-deel. Het visiedeel is de beleidsuitwerking van wat in de Omgevingsvisie staat, het programma-deel beschrijft de werkzaamheden en financiën voor de komende jaren en legt de basis voor het toekomstige Omgevingsprogramma. Het plandeel schept een kader voor wat in het Omgevingsplan wordt opgenomen. Wat ging er vooraf? (Hoofdstuk 2) Het vorige Gemeentelijk Rioleringsplan is opgesteld in 2018 en had een looptijd van 2019-2023. De afgelopen jaren hebben we meerdere projecten en onderzoeken uitgevoerd voor onze gemeentelijke watertaken. We hebben riolen, gemalen en drukrioolunits onderhouden en indien nodig vervangen. We hebben bij projecten de openbare ruimte en de ondergrond heringericht om meer ruimte te creëren voor water. We lopen achter op het gebied van rioolinspectie en rioolvervanging.

We verwachten de komende jaren een inhaalslag te moeten maken op dit gebied. Wat willen we bereiken? (Hoofdstuk 3) We sluiten aan op de doelen in de Omgevingsvisie. We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de Rioolwaterzuiveringsinstalatie (RWZI). We passen de fysieke leefomgeving aan om overtollig hemelwater tijdens extreme neerslag zo goed mogelijk te verwerken zonder overlast. Voor de verwerking van hemelwater volgen we de trits ’benutten-vasthouden-bergen-afvoeren’. Bij voorkeur houden we de druppel vast waar deze valt. Inwoners en bedrijven hebben in principe een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater op eigen terrein. Als ze dat redelijkerwijs zelf kunnen verwerken, moeten ze dat doen. Als we een riool vervangen, dan koppelen we in principe altijd af (gemengd riool vervangen door gescheiden riool), behalve als dat niet doelmatig is vanwege lokale omstandigheden. Nieuwbouw en herontwikkelingen moeten aan klimaatadaptieve eisen voldoen zoals het zoveel mogelijk lokaal verwerken van hemelwater. We willen een bui van 70 mm/uur (bui die theoretisch eens per 100 jaar voorkomt in 2050) kunnen verwerken zonder schade. Voor bestaande bouw zal dit voorlopig niet haalbaar zijn, daarom zetten we in op het geleidelijk aanpassen van de openbare ruimte.

Voor nieuwbouw geven we dit mee als eis. Alle ontwikkelingen in de openbare ruimte willen we gebruiken om de bovengrond klimaatadaptief te herontwikkelen. De klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte staat beschreven in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Bij structureel nadelige grondwateroverlast onderzoeken we of gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn.

Inleiding

4/59

Wat is de huidige situatie? (Hoofdstuk 4) We beheren een groot areaal aan vrijvervalriolen, rioolgemalen, drukrioolunits, persen drukleidingen en randvoorzieningen. Ook onderhouden we veel watergangen, duikers en oevervoorzieningen. Het rioolstelsel functioneert over het algemeen goed. We hebben door meerdere onderzoeken (zoals het Basisrioleringsplan) inzicht gekregen in de locaties die gevoelig zijn voor wateroverlast, inclusief voorgestelde maatregelen om het stelsel te verbeteren. Wat gaan we doen? (Hoofdstuk 5) We gaan de komende planperiode onderzoeken en maatregelen uitvoeren om ons rioolstelsel te onderhouden, uit te breiden, en oude riolering te vervangen of te renoveren (relinen). We beheren de systemen zoveel mogelijk risicogestuurd, waarbij we rekening houden met kwaliteitseisen, faalkansen en kosten. We onderzoeken de toestand van onze riolen, gemalen en persleidingen. We reinigen en inspecteren alle onderdelen van het stelsel periodiek volgens vaste onderhoudsfrequenties. We zetten de komende jaren in op onder andere: • • • • • • • • •

hydraulische verbetermaatregelen in het rioolstelsel tegen wateroverlast; vervangen of renoveren oude riolering die de technische levensduur nadert; klimaatadaptieve maatregelen ondergronds en bovengronds; risicogestuurd beheer (faalkansen en effecten meenemen in investeringsafwegingen); verbeterd databeheer; nieuwe rioolinspecties voor de vrijvervalriolering en persleidingen; inventariseren van duikers; opsporen van aanpakken foutieve rioolaansluitingen; grondwateronderzoeken.

Wat hebben we hiervoor nodig? (Hoofdstuk 6) Om de ambities waar te kunnen maken en om alle geplande werkzaamheden uit te voeren is genoeg personeel nodig. De berekende minimale bezetting van de binnendienst is 3,7 fte. De huidige bezetting voor de binnendienst is 2,2 fte. Het huidige aantal fte is daarmee niet voldoende voor de ambities en werkzaamheden. Uitbreiding van de personele capaciteit is nodig is om alles uit te kunnen voeren. Om alle kosten te dekken, heffen we een rioolheffing. Een gemiddeld huishouden betaalt in 2025 € 322,- rioolheffing per jaar. Stijging van dit tarief is de komende jaren nodig met minimaal € 3 per jaar. De stijging is voornamelijk het gevolg van hoge inflatie in de grond-, weg en waterbouwsector, grotere opgaven door klimaatverandering en de daarop anticiperende klimaatadaptatie, en de hogere vervangingsopgave door een ouder wordend areaal.

Inleiding

5/59

1

Een nieuw Water- en Rioleringsplan

In dit Water- en Rioleringsplan (WRP) beschrijven we hoe wij als gemeente omgaan met onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast gaan we in op de zorg voor het oppervlaktewater en de invloed van klimaatverandering op de waterketen en hoe we daarmee omgaan.

1.1

Doel van het Water- en Rioleringsplan

Ons water- en rioolsysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Ook verwerkt het systeem hemelwater om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen, maar het probeert ook om genoeg hemelwater vast te houden voor de functies die hiervan afhankelijk zijn. We willen een zo natuurlijk mogelijk grondwaterniveau zonder grondwateroverlast of -onderlast. Het water- en rioolsysteem is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving en heeft verbanden met andere vakgebieden in de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte. Dit water- en rioolsysteem bestaat uit vele voorzieningen, zoals riolen, gemalen en drainage. Goedwerkende voorzieningen zijn nodig om deze waterstromen in goede banen te leiden voor: -

het beschermen van de volksgezondheid; het beschermen van het milieu; het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte.

Dit WRP geeft aan hoe we deze doelen willen bereiken in Montfoort. Dit plan is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Montfoort 2019-2023.

Figuur 1-1 De waterketen

Inleiding

6/59

1.2

Wettelijke zorgplichten

In dit WRP geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten invullen: Stedelijk afvalwater

Op grond van de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, mechanische riolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.17 uit de Omgevingswet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).

Afvloeiend hemelwater

Vanuit de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Grondwater

In de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.

Drinkwater

De gemeente draagt zorg voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (samen met Rijk, provincie en waterschap, Drinkwaterwet, artikel 2). Hierbij wordt rekening gehouden met het grondwaterbeschermingsgebied en drinkwaterwinningsgebied en de mogelijke restricties die hieruit voortkomen.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (een van de AMvB’s in de Omgevingswet)

Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.16) volgt dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: 1. het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, 2. lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en 3. het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.

Inleiding

7/59

1.3

Lokale Adaptatie Strategie (LAS)

We willen zoveel mogelijk doen om onze directe leefomgeving te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarom werken we aan een Lokale Adaptatie Strategie (LAS). De LAS beschrijft hoe we in Montfoort omgaan met de gevolgen van klimaatverandering en wat er nodig is om Montfoort richting 2050 klimaatbestendig te maken. Met het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie van 2022 hebben we een basis gelegd voor de LAS. De maatregelen uit dit uitvoeringsprogramma zijn (deels) overgenomen in het nieuwe WRP. De maatregelen die gerelateerd zijn aan de hemelwaterzorgplicht worden toegerekend aan de rioolheffing. Anders dan het WRP beschrijft de LAS een bredere aanpak voor klimaatadaptatie en vormt een strategie die richting geeft aan de wijze waarop we gaan werken om ons aan te passen aan het veranderende klimaat.

1.4

Omgevingswet

De zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn gelijk gebleven met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Wel vervalt de Waterwet en delen van de Wet milieubeheer, de voor water en riolering relevante delen komen als zorgplichten terug in de Omgevingswet (o.a. artikel 2.16). Dit Water en Rioleringsplan is nog geen omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het volgende WRP (gepland voor 2029) wordt dat wel. Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB’s) De regels voor lozingen uit de oude AMvB’s komen na inwerkingtreding van de Omgevingswet voornamelijk terug in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De regels die niet in het Bal zijn opgenomen, komen van rechtswege met de bruidsschat mee in het omgevingsplan. Over deze regels moet voor 2032 worden besloten tot handhaving, aanpassing of verwijdering. Dit leidt tot meer decentrale afwegingsruimte voor gemeenten en minder vergunningsplichten. Integraal werken en participatie Afstemming tussen verschillende disciplines (integraal werken) en bewonersparticipatie is met de komst van de Omgevingswet belangrijker geworden. Ook moeten omgevingsprogramma’s 6 weken voor vaststelling ter inzage worden gelegd om reacties van bewoners te verzamelen. Planverplichting Onder de Omgevingswet vervalt ook de verplichting om een gemeentelijk rioleringsplan op te stellen.

In de memorie van toelichting bij de Omgevingswet is echter aangegeven dat het opstellen van een omgevingsprogramma voor riolering en water wel belangrijk is. Gemeenten zijn nog steeds verplicht om invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken (zoals vastgelegd in Omgevingswet art. 2.16 lid 1 onder a, 1 t/m 3) en de financiën voor de rioolheffing te verantwoorden. Daarvoor dient dit Water en Rioleringsplan (WRP).

Inleiding

8/59

1.5

Leeswijzer

De structuur van dit WRP sluit aan op de structuur van de Omgevingswet. We maken daarom een onderverdeling tussen visie, programma en plan. Het visiedeel is de beleidsuitwerking van wat in de Omgevingsvisie staat, het programma beschrijft de werkzaamheden en financiën voor de komende jaren. Het plandeel schept een kader voor wat in het Omgevingsplan wordt opgenomen. In Figuur 1-2 is de opbouw van het WRP weergegeven. Eerst blikken we terug op de afgelopen periode (evaluatie). Daarna kijken we in de visie vooruit naar wat we willen bereiken (wat willen we). Vervolgens beschrijven we in het programma in hoofdstuk 4 (wat hebben we) de huidige situatie, in hoofdstuk 5 (wat gaan we doen) de onderzoeken en maatregelen die we de komende planperiode willen uitvoeren en in hoofdstuk 6 (wat kost dat) de middelen die we daarvoor nodig hebben. In hoofdstuk 7 (wie doet wat) beschrijven we de verantwoordelijkheden van de partijen in de waterketen, en wat we van elkaar mogen verwachten.

Figuur 1-2 Opbouw Water en Rioleringsplan

Inleiding

9/59

2

Evaluatie: wat ging er vooraf?

In 2018 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 vastgesteld. Dit plan bestond uit twee delen: een gezamenlijk deel met de gemeenten IJsselstein en Nieuwegein en een individueel plan voor Montfoort. We konden er goed mee werken: we hadden een goeddoordacht gezamenlijk beleidsplan en hadden lokaal uitgewerkt wat we gingen doen in Montfoort. Toch kiezen we nu voor een enkel plan om zaken overzichtelijker te houden. Ook is de samenwerking met gemeenten Nieuwegein en IJsselstein minder intensief geworden, als gevolg van personele wijzigingen. We merkten dat in de uitvoering veel zaken anders liepen dan verwacht. Doordat we geen recente rioolinspecties hadden konden we niet bepalen welke riolen moesten worden vervangen. Dit had o.a. te maken met het databeheer: we hadden niet alle gegevens correct en volledig opgeslagen. Daarom is er meer aandacht uitgegaan naar het databeheer, waarmee we nu op het punt staan om de rioolinspecties op te pakken en daarna de rioolvervanging gestructureerd kunnen uitvoeren. Voor het drukrioolstelsel hebben we al een grote slag geslagen door veel onderhoud en vervangingen uit te voeren. Ook is er tijd gaan zitten in landelijke ontwikkelingen als de Omgevingswet en nieuwe inzichten over klimaatadaptatie. Een andere belangrijke ontwikkeling is de hoge inflatie. Dit zorgt voor hogere kosten en daarom is een actueel financieel beeld belangrijk.

2.1

Wat hebben we de afgelopen periode gedaan?

De afgelopen jaren hebben we meerdere projecten en onderzoeken uitgevoerd voor onze gemeentelijke watertaken. We hebben riolen en gemalen onderhouden en indien nodig vervangen. We hebben vooral veel pompen vervangen van gemalen en drukrioolunits. We hebben bij projecten de openbare ruimte en de ondergrond heringericht om meer ruimte te creëren voor water. Met het Basisrioleringsplan (BRP) hebben we inzichtelijk gemaakt waar de hydraulische knelpunten zitten in het rioolstelsel. Hiermee zijn maatregelen voorgesteld om het risico op wateroverlast te verminderen. Ook hebben we met een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie de basis gelegd voor de Lokale Adaptatiestrategie (LAS). Door personeelstekort en langere doorlooptijden van projecten door personeelstekort bij andere partijen, zijn meerdere acties nog niet uitgevoerd. Ook merkten we dat de data in onze beheersystemen nog niet voldoende op orde is, waardoor sommige acties meer tijd kostten. We lopen achter op het gebied van rioolinspectie en rioolvervanging. We verwachten de komende jaren een inhaalslag te moeten maken op dit gebied.

2.2

Uitgevoerde onderzoeken en maatregelen

In de tabel hieronder staan de onderzoeken en acties uit het vorige GRP en is aangegeven of dit wel of niet uitgevoerd is. Tabel 2-1 Uitvoering van onderzoeken uit GRP 2019-2023

Onderzoeken GRP 2019-2023 Databeheer: op orde houden van de databestanden Berekeningen: het berekenen van de capaciteit van beperkte delen van het rioolstelsel Inventariseren duikers Opstellen BRP Onderzoek rioolvreemd water

Uitgevoerd? Jaarlijks proces Ja, in BRP Nee, schuift door naar komende planperiode Ja Nee, schuift door naar komende planperiode

Inleiding

10/59

Bijwerken incidentenplan Opstellen onderhoudsplan duikers Meten van debieten in persleidingen Opstellen nieuw GRP (of Omgevingsprogramma)

Nee, schuift door naar komende planperiode Nee, schuift door naar komende planperiode Nee, schuift door naar komende planperiode Ja

Tabel 2-2 Uitvoering van acties uit GRP 2019-2023

Onderdeel gemalen gemalen drukriolering persleidingen drukriolering

Project GRP 2019-2023 Sloop van gebouw rioolgemaal Verlengde Hoogstraat Vervangen mechanische en elektrische delen gemaal Tasveld Vervangen mechanische en elektrische delen Heeswijk Ontkoppelen hemelwater persleidingen buitengebied Ontkoppelen hemelwater Hofdijk

Uitgevoerd? Ja Nee, schuift door naar komende planperiode Ja Nee, schuift door naar komende planperiode Nee, schuift door naar komende planperiode

Ook zijn er projecten uitgevoerd dit niet in het vorige GRP waren opgenomen. Dit waren bijvoorbeeld: • • • •

het afkoppelen van de riolering in de Hofstraat met een infiltratieriool (diameter 600 mm); vervangen HWA- en DWA-riolering op de Meidoornlaan; versterken gemaal waterviolier; aanbrengen meerdere doorspuitunits persleidingen (lanceerinrichtingen voor het “piggen” van persleidingen).

Figuur 2-1 Afkoppelen riolering Hofstraat

Inleiding

11/59

3

Visie: Wat willen we?

Dit hoofdstuk beschrijft de visie voor de gemeentelijke watertaken. Dit werken we uit voor de waterstromen stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater en oppervlaktewater, ook op de onderwerpen duurzaamheid, samenwerken en water- en bodem sturend geven we onze visie vanuit de waterketen.

3.1

Omgevingsvisie

In de omgevingsvisie wordt water veelvuldig benoemd als belangrijk onderdeel van de ruimtelijke inrichting. De onderstaande onderdelen van de Omgevingsvisie worden in de volgende paragrafen verder uitgewerkt. • • • • •

• •

• •

• • •

In 2050 hebben wij een gemeente waarin stad en land klimaatbestendig en waterrobuust is; Het is onze ambitie om te komen tot goed functionerende ecosystemen met goede bodem- en watercondities. Dit draagt bij aan de natuurwaarden (biodiversiteit) en waterveiligheid (kwaliteit en kwantiteit); We streven naar een gezonde bodem die water vasthoudt en waarbij verdroging en bodemdaling wordt tegengegaan; We dragen bij aan het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater; We willen bestaande groengebieden en oppervlaktewateren zoals de Hollandsche IJssel en Lange Linschoten meer betrekken bij oplossingen om het wateroverlast te beperken door hevige regenbuien. Bovengronds zoeken we naar ruimte voor waterbuffers / meer wateroppervlak. Daarnaast moeten bij nieuwe ontwikkelingen structureel nadelige gevolgen door te hoge of te lage grondwaterstanden worden voorkomen en zal er kritisch worden gekeken naar de afweging tussen waterveiligheid en het mogelijk maken van vitale en kwetsbare functies; Om droogte te voorkomen willen we in het landelijk gebied langer overtollig water vasthouden en het organische stofgehalte verhogen; Het waar mogelijk vergroenen van het verhard oppervlak in stedelijk gebied. Om neerslag direct of vertraagd in de bodem op te slaan en om hittestress in de woon- en leefomgeving tegen te gaan.

Ook in het gebouwd gebied ligt (in het samenspel rondom peilbeheer) een belangrijke opgave om meer water te bufferen/ vast te houden; De wens is om nieuwbouwlocaties klimaatadaptief en bodemdalingsbestendig te bouwen, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering; We zetten ons in op het behouden en versterken van het (stedelijke) water en de bestaande (regionale) waterkeringen. Water in de stad wordt meer en meer een integrale opgave. Hierin zoeken we samen met het hoogheemraadschap naar mogelijkheden om waterprojecten met andere doelen te combineren. Bij (nieuwbouw) ontwikkelingen specifieke aandacht richten op materiaalgebruik en watercompensatie; Samenwerken aan een meer klimaatadaptieve inrichting van (particuliere) percelen; In waterhuishoudkundig opzicht is de grondwaterbescherming van belang voor de waterwinning; Inspelen op klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress is van groot belang. Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op klimaatadaptatie, waterkwaliteit en veiligheid.

Visie

12/59

3.2

Visie waterketen

Met het WRP richten we ons voornamelijk op de (afval)waterketen en daarmee op het beschermen van de volksgezondheid, schoon water, droge voeten en het leefmilieu. Ook zorgen we met klimaatadaptieve maatregelen voor een stedelijk gebied dat robuust is ingericht tegen klimaatverandering. VISIE Waterketen lange termijn, de stip op de horizon Stedelijk afvalwater houden we gescheiden van hemelwater en overtollig grondwater. Alle bruikbare componenten (mineralen, energie, schoon water) in het afvalwater gebruiken we. Wat we niet kunnen hergebruiken, brengen we (lokaal) in het milieu terug, na eventueel lokaal behandeld te zijn. Reststromen die dan nog overblijven, zuiveren we waarna ze in het milieu worden gebracht. De zuiveringsinstallatie werkt hierbij volgens de best beschikbare technieken, waarbij zo min mogelijk reststoffen overblijven en op energiegebied zelfvoorzienend is. Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben in de afvalwaterketen een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet al het hemelwater wordt via buizen afgevoerd. De tritsen ’vasthouden-bergen-zuiveren’ en ’schoonhouden-scheiden-zuiveren’ zijn leidend. We vinden het belangrijk dat schoon hemelwater zoveel mogelijk infiltreert. Als dat niet kan, wordt het bovengronds aangeboden en zoveel mogelijk, vertraagd, via het oppervlak afgevoerd naar plaatsen waar het geen schade berokkent.

Er komen dan soms grote hoeveelheden water op straat, dat hoort erbij als er extreme neerslag is. De ruimtelijke ordening en de hemelwaterzorg raken steeds meer “verweven”. Door optimaal gebruik te maken van de openbare én particuliere ruimte zijn we goed toegerust om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De particuliere ruimte is nodig om te infiltreren waar dat kan. Onderdelen van de openbare ruimte krijgen dubbele functies, bijvoorbeeld door ook water te bergen in een groenstrook. Water in de grond is een natuurlijk verschijnsel dat we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier willen laten functioneren. In nieuwe gebieden voorkomen we dat er structureel nadelige gevolgen optreden door te hoge of te lage grondwaterstanden. Bij bestaand bebouwd gebied weet een inwoner die grondwateroverlast ervaart precies waar hij aan toe is. Als gemeente nemen we de regie bij meldingen van grondwateroverlast. Stedelijk water zoals kanalen en sloten is belangrijk voor onze leefomgeving. We willen aantrekkelijk water met voldoende ruimte voor plant en dier. Het schone en gezonde water zorgt ervoor dat onze inwoners en de natuur met plezier kunnen leven aan het water. Wij voeren de zorg voor de waterketen zó uit dat de volksgezondheid wordt beschermd, een goede leefomgeving wordt bevorderd en schade aan het milieu wordt voorkomen.

Hiervoor bestaat al een omvangrijk stelsel aan voorzieningen, wat we goed beheren. Waar nodig leggen we nieuwe voorzieningen aan. We houden de kosten van dit alles zo laag mogelijk en werken waar mogelijk en zinvol samen, met elkaar, maar mogelijk ook met andere partijen. Daardoor is onze kwetsbaarheid laag en de kwaliteit hoog.

We zijn onderdeel van een waterketen die verbonden is aan de buurgemeenten en het hoogheemraadschap met oppervlaktewateren en persleidingen die naar RWZI Montfoort gaan. Waar mogelijk dragen we bij aan de doelstellingen van de overheden die ook aan dit systeem werken. In onze visie geven we aan hoe we op de lange termijn naar de waterketen kijken. Het is goed mogelijk dat we er tientallen jaren over doen om dit te bereiken. Het pad er naartoe geeft het tempo aan. Dit pad, de beleidskeuzes, is beschreven in dit hoofdstuk.

Visie

13/59

3.3

Beleid stedelijk afvalwater

Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Inzameling en transport We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Montfoort. In het stedelijk gebied zamelen we afvalwater in en voeren we dit af met voornamelijk vrijvervalriolering, in het buitengebied doen we dit met voornamelijk drukriolering. De riolering heeft door de beperkte ruimte een maximale capaciteit om afvalwater te bergen en af te voeren. Om te voorkomen dat bij een zwaardere regenbui huishoudelijk afvalwater niet meer kan worden afgevoerd en in panden of op straat terecht komt, zijn er riooloverstorten aangelegd. Hierdoor wordt het rioolwater in het oppervlaktewater geloosd als de capaciteit van het riool niet meer voldoende is. Dit geeft wel een slechtere oppervlaktewaterkwaliteit, daarom willen we het aantal riooloverstortingen zo laag mogelijk houden. Huidig rioolstelsel onderhouden, aansluiten nieuwe panden Met het huidige rioolstelsel zijn bijna alle panden aangesloten op het riool. We onderhouden het huidige rioolstelsel, zodat we altijd in staat blijven om het afvalwater in te zamelen en af te voeren.

Nieuwe panden willen we altijd aansluiten op het riool. Het is bij nieuwbouw makkelijker om stedelijk afvalwater gescheiden te houden van hemelwater, daarom eisen we bij nieuwe ontwikkelingen dat dit gescheiden van elkaar wordt aangeleverd bij de perceelgrens. Riolering buiten de bebouwde kom Buiten de bebouwde kom ligt vaak drukriolering om het afvalwater in te zamelen. Voor het goed functioneren van de drukriolering mag er geen hemelwater op worden aangesloten. Het systeem is aangelegd op het inzamelen en afvoeren van huishoudelijk afvalwater, daarom ontstaan er capaciteitsproblemen en te hoge pompdraaiuren als er ook hemelwater mee wordt afgevoerd. We handhaven als we merken dat er hemelwater wordt geloosd op de drukriolering. Eigenaren van percelen die zijn aangesloten op drukriolering moeten zelf hun hemelwater verwerken. Schoonhouden-scheiden-zuiveren We volgen de voorkeursvolgorde schoonhouden-scheiden-zuiveren. We willen hemelwater zo schoon mogelijk houden. Waar mogelijk voorkomen we vervuiling vanaf verharding naar afstromend hemelwater We scheiden waterstromen, vervuiling van schoon water door vermenging met verontreinigd water voorkomen we. In het buitengebied zijn deze waterstromen al gescheiden en zamelen we het huishoudelijk afvalwater in met drukriolering. In de kernen zamelen we afvalwater in met vrijvervalriolering.

In sommige wijken zijn dit nog gemengde riolen waar huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en hemelwater in één buis worden verzameld en afgevoerd. Wanneer de huidige gemengde riolering aan vervanging toe is, leggen we daar zo veel mogelijk een gescheiden rioolstelsel voor terug. We brengen vervuild water naar de RWZI waar het Waterschap het water zuivert voordat het terugkomt in het milieu.

Visie

14/59

Foutaansluitingen Foutaansluitingen (vuil water op een hemelwaterriool of hemelwater op een vuilwaterriool) zijn ongewenst. Het leidt tot vervuiling van oppervlaktewater of tot minder capaciteit van het stelsel. We zetten in op het opsporen en aanpakken van foutaansluitingen. Riooltoezicht We willen geen schade aan het riool als gevolg van (indirecte) lozingen. Vooral bedrijfslozingen met schadelijke stoffen kunnen tot problemen leiden in het stelsel. De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) controleert of lozingen op riolering geen negatieve effecten hebben op het rioolstelsel en de gemaalpompen. De ODRU voert riooltoezicht uit op aanvraag van de gemeente. We doen als gemeente geen preventieve controles, bij klachten schakelen we de ODRU in. We willen meer inzicht krijgen in wie grote bedrijfsmatige lozers zijn en welke risico’s aan deze lozingen verbonden zijn. Rioolvreemd water Rioolvreemd water is al het water dat onbedoeld wordt afgevoerd door de riolering. Dit is in de meeste gevallen ongewenst omdat extra (schoon) water een belasting is voor de gemalen en zuivering. Verder kan dit rioolvreemd water de ruimte in het riool gebruiken die nodig is om afvalwater te bergen. We willen rioolvreemd water in het stelsel terugdringen. Schade aan huisaansluitingen Perceeleigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de leidingen onder hun eigen terrein.

Dit betekent dat werkzaamheden hieraan voor kosten zijn van de perceeleigenaar. De perceelgrens is het overnamepunt tussen particulier en gemeente. Verzakkingen in de openbare ruimte zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij nieuwe aansluitingen wordt op het overnamepunt standaard een ontstoppingsput aangelegd. Deze kan gebruikt worden om te herleiden of verstopping op eigen terrein is of in gemeentelijk stelsel.

3.4

Beleid Hemelwater en Klimaatadaptatie

Hemelwater is al het water dat uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw en hagel. Particulieren hebben in principe zelf de verantwoordelijkheid om het hemelwater dat op hun eigen perceel valt te verwerken, mits dit redelijkerwijs gevraagd kan worden. Klimaatverandering Klimaatscenario’s geven aan dat we meer hevige neerslag kunnen verwachten. Ook extreme droogte gaat vaker voorkomen door klimaatverandering. Extreme buien geven overlast door geblokkeerde straten en soms ook schade door water dat gebouwen in stroomt. Ook is er vaker langdurige neerslag: het water kan dan niet voldoende weglopen naar de oppervlaktewateren en het grondwaterpeil komt hoog te staan. We willen de negatieve effecten van klimaatverandering beperken door middel van klimaatadaptatie. Beperken van wateroverlast De oplossing voor het verwerken van zware neerslag zit niet alleen in ondergrondse maatregelen. Grotere riolen helpen beperkt in het afvoeren en bergen van hemelwater, ze zijn altijd gelimiteerd in wat ze aankunnen en de kosten van de aanleg zijn hoog. Bovengronds is er veel meer ruimte voor water, daarom zoeken we in eerste instantie daar de oplossing. Dit heeft tot gevolg dat water een ’te accepteren’

Visie

15/59

onderdeel moet worden van de leefomgeving. Het moet voldoende ruimte krijgen om bij een extreme regenbui bovengronds te blijven, zonder dat het al te grote problemen veroorzaakt.

Figuur 3-1 Water op straat Abraham Colijnhof Montfoort

Benutten-vasthouden-bergen-afvoeren Voor de verwerking van hemelwater volgen we de trits ’benutten-vasthouden-bergenafvoeren’. Bij voorkeur benutten we hemelwater dat valt voor huishoudelijke toepassingen. Als dat niet mogelijk is, houden we de druppel zo veel mogelijk vast waar deze valt. Op goed doorlatende ondergrond, zoals zand, infiltreren we hemelwater zoveel mogelijk in de ondergrond. Als infiltreren niet mogelijk is, of als infiltratievoorzieningen hun capaciteit hebben bereikt, bergen we het water, middels boven- en ondergrondse bergingen en in oppervlaktewater. Na het bergen van hemelwater voeren we het (vertraagd) af. Deze voorkeursvolgorde geldt zowel voor de openbare ruimte als voor de particuliere ruimte. Aanvullend op de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ zetten we in op het benutten van hemelwater. Zo kan hemelwater bijvoorbeeld opgeslagen worden en later gebruikt worden in de tuin om planten water te geven of binnenshuis om bijvoorbeeld het toilet door te spoelen. Ook kunnen energie en grondstoffen gewonnen worden uit afvalwater, oppervlaktewater en drinkwater. Waar mogelijkheden en initiatieven zijn om waterstromen te benutten sluiten we hierbij aan.

Afkoppelen bestaande bouw Als er een riool wordt vervangen, dan wordt er in principe altijd afgekoppeld, behalve als dat niet doelmatig is vanwege lokale omstandigheden (bijvoorbeeld bij hoge kosten om het in beperkte ruimte aan te leggen, per project wegen we dit af). Om ook op de waterkwaliteit te letten gebruiken we de “Leidraad afkoppelen en infiltreren afstromend hemelwater, Provincie Utrecht 2024” en het “Beslisschema Directe afvoer regenwater op open water” van Samenwerkingsverband Netwerk Water en Klimaat.

Visie

16/59

Figuur 3-2 Beslisschema afkoppelen Provincie Utrecht 2024

Bij afkoppelwerkzaamheden gaan we ervanuit gaan dat particulieren willen meedoen om de voorkant van hun pand af te koppelen samen met de openbare ruimte. De gemeente koppelt dan de regenwaterafvoer aan de voorkant van de woning bij voorkeur bovengronds af. De achterkant van de woning kan de particulier zelf afkoppelen. Hiervoor wordt hij voorzien van informatie. Dit wordt de nieuwe standaardwerkwijze bij rioolvervanging. Samenwerking met andere vakgebieden is nodig om dit voor elkaar te krijgen. Water kan bijvoorbeeld tijdelijk op straten of in verlaagde groenvakken worden geborgen, daarvoor is medewerking nodig van andere vakgebieden. Ook onze inwoners en bedrijven moeten meehelpen. Zij zullen merken dat er soms bij een zware regenbui water blijft staan op de straat. En we verwachten dat zij zelf meehelpen met het goed verwerken van hemelwater, door hemelwater af te koppelen van het gemengde riool en zoveel mogelijk in eigen tuin vast te houden. Klimaatadaptief inrichten en beschermingsniveau extreme buien We grijpen elke kans aan om de leefomgeving klimaatadaptief te maken. Bij nieuwbouw is dit relatief makkelijk, omdat er dan meer ruimte is om een goed watersysteem aan te leggen. Bij bestaande bouw moet rekening worden gehouden met de omgeving, daardoor kunnen sommige maatregelen zeer kostbaar worden.

We hebben in Tabel 3-1 uitgangspunten opgenomen voor het beschermingsniveau bij extreme buien. Bij nieuwbouw is dit een eis, terwijl we bij bestaande bebouwing dit nastreven en bij goede argumenten hiervan af kunnen wijken. We sluiten aan op richtlijnen zoals beschreven in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Tabel 3-1 Uitgangspunten beschermingsniveau extreme buien als onderdeel van het klimaatadaptief maken van de leefomgeving

Neerslaghoeveelheid ondergronds verwerken (geen water op straat bij deze neerslaghoeveelheid)

Oorspronkelijk ontwerp

Aanpassing bestaande situatie

Nieuwbouw

bui08* +10%

bui 09**

bui 09**

Visie

17/59

Neerslaghoeveelheid ondergronds+ bovengronds verwerken (geen schade bij deze neerslaghoeveelheid)

45 mm/uur

Geadviseerde afstand tussen vloerpeil en straatpeil

70 mm/uur

70 mm/uur

geen advies

advies 30 cm

* bui08 komt overeen met 19,8 mm neerslag in 1 uur * bui09 komt overeen met 29,4 mm neerslag in 1 uur

Een bui die statistisch gezien eenmaal in de vijf jaar valt (bui09 KBSW, 29 mm in een uur), moet via de riolering kunnen worden verwerkt. Ons streven is om hemelwater zoveel mogelijk vast te houden in het gebied, bij voorkeur door het in de bodem te infiltreren. Op veel locaties is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld door hoge grondwaterstanden. We laten het water dan vertraagd afstromen, waarbij naastgelegen gebieden geen last hiervan mogen ondervinden. Bij extreme regenbuien kan water op straat blijven staan, omdat het watersysteem de grote hoeveelheid water niet kan verwerken. Door de uitgangspunten in Tabel 3-1 te volgen kunnen we meer neerslag verwerken, maar het duurt vele jaren voordat we onze gehele gemeente hierop hebben aangepast en dan kan nog steeds een zwaardere bui vallen. Als water op straat zorgt voor een blokkade van een belangrijke route (bijvoorbeeld naar het ziekenhuis) zoeken we naar een oplossing. Dit doen we ook als er grote schade is ontstaan. Of we de oplossing uitvoeren hangt af van de afweging tussen de ontstane schade (klein-groot), de kans op herhaling (klein-groot) en de kosten van de oplossing (laag-hoog). Convenant Duurzame woningbouw Provincie Utrecht We sluiten aan op het convenant duurzame woningbouw van Provincie Utrecht. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkelingen aan afgesproken eisen moeten voldoen voor klimaatadaptatie.

Ontwikkelingen moeten aantonen dat ze aan deze eisen voldoen. Enkele voorbeelden van deze eisen zijn: • • •

Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij langdurige droogte wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Hiermee sluiten we ook aan op de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst met de “Weging van het Waterbelang” samen met het waterschap (voorheen bekend als watertoets). Hiermee wordt getoetst of de ontwikkeling het hemelwater goed verwerkt en het watersysteem niet teveel wordt belast. Aanvullend willen we dat nieuwe ontwikkelingen middels een klimaattoets aantonen dat ze voldoen aan de eisen uit het convenant. Droogte Tijdens extreme droogte zakt de grondwaterstand. Door lagere grondwaterstanden kan de bodem extra verzakken. Dit kan weer problemen met de fundering van gebouwen en infrastructuur tot gevolg hebben. Ook kunnen bomen en planten verdorren. Ook de waterkwaliteit kan verslechteren, omdat concentraties vervuilende stoffen toenemen. Om droogte tegen te gaan zetten we in op het zo veel mogelijk lokaal infiltreren van hemelwater. Hierbij houden we wel rekening met mogelijke (te) hoge grondwaterstanden. Maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het aanleggen van een

Visie

18/59

infiltratieriool met overstortdrempel. Het hemelwater heeft zo meer tijd om te infiltreren in de ondergrond. Inwoners en bedrijven Inwoners en bedrijven hebben een belangrijk rol in een goede omgang met hemelwater. Veel verhard oppervlak is hun bezit, bijvoorbeeld de daken van huizen, opritten en terrassen. Om voor te bereiden op zwaardere buien moeten zij zich ook aanpassen. Dit begint met het accepteren van water in de leefomgeving: bij een zware regenbui kan er bovengronds water blijven staan en dit kan tijdelijke hinder geven. Inwoners en bedrijven hebben in principe een eigen verantwoordelijkheid voor hemelwater op eigen terrein. Als ze dat redelijkerwijs zelf kunnen verwerken, moeten ze dat doen. We vragen daarom zoveel mogelijk water op eigen terrein te verwerken en/of te bergen. Dit proberen we in eerste instantie te bereiken door te communiceren en te stimuleren. Hierbij houden we in de gaten dat aan inwoners een redelijke vraag wordt gesteld: ze moeten de ruimte hebben om op eigen terrein de aanpassingen uit te voeren, waarbij ze geen ontluchtingsproblemen krijgen en de kosten draagbaar moeten zijn.

3.5

Beleid Grondwater

Grondwater is al het water dat zich in de bodem bevindt onder de grondwaterspiegel. Grondwater wordt met name gevoed door hemelwater en vanuit het oppervlaktewater. Bij langdurige droogte zakt het grondwater weg en in natte perioden stijgt het grondwater, er is dus altijd sprake van een bepaalde mate van fluctuatie in de grondwaterstand. In dit plan hebben we het over het ondiepe grondwater in stedelijk gebied. Grondwateroverlast en -onderlast Particulieren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast of -onderlast op[ eigen terrein. Dit geldt alleen als deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier). Als gemeente hebben we de zorgplicht om onder voorwaarden maatregelen te treffen tegen structurele grondwater over- en onderlast. Om te bepalen of er sprake is van structurele grondwateroverlast of -onderlast die nadelige gevolgen voor de perceelsfunctie heeft, kijken wij naar het volgende: ▪ ▪

de gebruiksmogelijkheden van een perceel of pand moeten aantoonbaar verminderd zijn, door een structureel te hoge of te lage grondwaterstand; of: de waarde van een perceel of pand moet aantoonbaar verminderd zijn, door een structureel te hoge of te lage grondwaterstand.

Dit komt erop neer dat er een probleem moet zijn dat is veroorzaakt door grondwater. Voorbeelden hiervan zijn: bomen vallen om, de weg verzakt, schimmels op de muren in woonkamers, te hoge luchtvochtigheid in de woonkamer door grondwater, aantasting houten constructievloer, droogstand van houten paalfundering, zetting van de grond, et cetera. Natte kruipruimten en lekke kelders zijn veel voorkomende problemen. Een natte kruipruimte wordt niet als belemmering van de functie ’wonen’ beschouwd, als dit geen gevolgen heeft voor de verblijfsruimtes erboven. Een lekkende kelder wordt als bouwkundig probleem beschouwd en niet als grondwaterprobleem. Wij beoordelen of er sprake is van structurele grondwateroverlast en -onderlast door eventuele nadelige gevolgen te relateren aan metingen van structureel te hoge of structureel te lage grondwaterstanden. Kortom, we zoeken naar een duidelijk verband

Visie

19/59

tussen de klachten en de grondwaterstand, dat is maatwerk. Hierbij houden we rekening met de streefwaarden voor de grondwaterstanden, als daar niet aan wordt voldaan is het meer aannemelijk dat er sprake is van overlast. Om te kijken of dit structureel is, houden we aan dat de overlast minimaal 60 aaneengesloten dagen per jaar moet plaatsvinden over een periode van 3 jaar. Hierbij houden we ook rekening met uitzonderlijke weersomstandigheden, als dat ervoor zorgt dat de metingen niet representatief zijn. Tabel 3-2 Streefwaarden grondwaterstand

Gebruiksfunctie

Maximale grondwaterstand

Minimale grondwaterstand

Bebouwing met kruipruimte

0,9m onder vloerpeil, uitgaande van een kruipruimte tot 0,5 m onder vloerpeil

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Bebouwing zonder kruipruimte

0,5 m onder vloerpeil

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Tuinen

0,5m onder maaiveld

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Industriegebied

0,5m onder vloerpeil

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Primair Secundair

1,0m onder wegas

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Overig verhard openbaar gebied

0,5m onder maaiveld

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Openbaar groen en parken

0,4m onder maaiveld

0,3m onder oppervlaktewaterpeil in de wijk

Overige perceelsfuncties

maatwerk

maatwerk

Wegen: -

0,7m onder wegas

Doelmatigheid grondwatermaatregelen Particulieren met aantoonbare grondwateroverlast die het teveel aan grondwater redelijkerwijs niet zelf kunnen afvoeren, kunnen dit aanbieden aan ons als gemeente. Dit staan we toe als bouwkundige maatregelen, het ophogen van het terrein of de afvoer van overtollig grondwater naar een aangrenzende watergang geen realistische oplossingen zijn. Wij nemen het overtollig grondwater in ontvangst op de perceelgrens. De aansluitkosten zijn op rekening van de aanvrager. Iedere overlastsituatie is verschillend, daarom is er geen standaard antwoord te geven op welke maatregelen doelmatig zijn. Maatwerk is vereist. De kosteneffectiviteit van maatregelen is belangrijk in de afweging welke maatregelen wordt toegepast. De gemeente voert alleen grondwatermaatregelen uit in de openbare ruimte. Hierbij wordt rekening gehouden met de maximale ontwateringscapaciteit van drainage. Bij de keuze van maatregelen wordt ook rekening gehouden met beheer en toekomstbestendigheid. Maatregelen moeten robuust zijn, een lange levensduur hebben en onderhoudsarm zijn.

Visie

20/59

Aandacht voor grondwater in bebouwd gebied In bestaand bebouwd gebied willen we duidelijkheid geven aan bewoners die grondwateroverlast ervaren. Dit doen we door in eerste instantie te kijken of wij als gemeente een rol hebben bij het oplossen van de grondwateroverlast. Als we tot de conclusie komen dat we als gemeente maatregelen moeten treffen, dan bekijken we de mogelijkheden voor een actieve sturing van de grondwaterstanden. We behouden dan een redelijk stabiele grondwaterstand, door grondwater af te voeren als het te hoog staat en toe te voegen als het te laag staat. Hiermee wordt het natuurlijke grondwatersysteem sterk beïnvloed, daarom doen we dit alleen als het gebied met (potentiële) grondwateroverlast of -onderlast relatief groot is. Als dit geen optie is, dan bieden wij enkel een mogelijkheid aan om grondwater af te voeren. Informatie over grondwaterstanden Met ons grondwatermeetnet verzamelen we informatie over grondwaterstanden. Grondwaterstanden kunnen op korte afstand sterk verschillend zijn, onder meer door de opbouw van grondlagen. Een grondwatermeetnet geeft daarmee een indicatie van grondwaterstanden in de gemeente en maakt duidelijk welke fluctuaties er zijn in de grondwaterstanden. Drinkwater Binnen onze gemeentegrenzen wordt drinkwater gewonnen in drinkwaterwinning Linschoten. Binnen dit gebied geven we extra aandacht aan de waterkwaliteit.

Als er werkzaamheden zijn in dit gebied vragen we om extra beschermende maatregelen. We volgen de regionale ontwikkelingen over deze drinkwaterwinningen. Ook houden we ons de aan de regels voor beschermingsgebieden van drinkwater zoals die vastgesteld zijn in de Omgevingsverordening van provincie Utrecht.

Figuur 3-3 Locaties drinkwaterwinningen binnen Gemeente Montfoort

3.6

Beleid Oppervlaktewater

Oppervlaktewater is al het water in sloten, kanalen, beken en rivieren. Deze watergangen spelen een belangrijke rol in het verwerken van hemelwater, maar hebben ook belangrijke natuur-, recreatie- en belevingswaarden. Capaciteit Voldoende capaciteit van het oppervlaktewater is nodig voor het goed functioneren van het hemelwaterstelsel. Daarom is het belangrijk dat oppervlaktewater voldoende bergings- en afvoercapaciteit heeft. Hiervoor schonen en baggeren we watergangen en onderhouden we duikers (ondergrondse verbindingen tussen watergangen).

Visie

21/59

Waterkwaliteit We willen een goede chemische en ecologische waterkwaliteit in ons oppervlaktewater. Het Hoogheemraadschap is hier veel mee bezig, maar als gemeente is er ook een rol op het gebied van overstorten en vervuiling van afstromend hemelwater. We willen de negatieve invloed van riolering en andere vervuilingsbronnen op de waterkwaliteit beperkt houden. Voorbeelden hiervan zijn overstorten aanpakken, en hemelwater voor infiltratie eerst zuiveren door een bodempassage, zoals een wadi. Waar mogelijk voorkomen we vervuiling van oppervlaktewateren. Waar we dat niet kunnen voorkomen zorgen we voor extra onderhoud, zoals vaker watergangen baggeren en schonen. Op locaties die zijn aangewezen als zwemwaterlocatie wordt de waterkwaliteit in de gaten gehouden door de Provincie. De Kaderrichtlijn Water (KRW) beschrijft aanvullende eisen waar de kwaliteit van oppervlaktewater aan moet voldoen. Samen met het Hoogheemraadschap bekijken we of er extra maatregelen nodig zijn om aan de KRW te voldoen. Ecoscans Met Ecoscans krijgen we inzicht in de ecologische en chemische waterkwaliteit van oppervlaktewater. Deze worden uitgevoerd samen met het samenwerkingsverband Water en Klimaat. Om een goed beeld te hebben van de kwaliteit van ons stedelijk gebied, gebeurt het meten eens in de drie jaar. In 2021 zijn deze ecoscans voor het laatst uitgevoerd.

De resultaten van deze scans geven ons een goed beeld van de huidige kwaliteit van het stedelijk gebied en ook voor de mogelijkheden tot verbeteringen. Oevers We willen oevervoorzieningen zoals beschoeiingen goed blijven beheren. We streven ernaar zoveel mogelijk houten beschoeiingen te vervangen voor natuurvriendelijke oevers.

Visie

22/59

Figuur 3-4 Watergang Grote gracht Montfoort (Ecoscan HDSR)

3.7

Samenwerking

Binnen de waterketen zoeken we de samenwerking op binnen de gemeente, met andere gemeenten en met het Hoogheemraadschap. Dit doen we om: • • •

Kennis te vergroten: door samen na te denken en ideeën uit te wisselen vergroten we de denkkracht en nemen we elkaars sterke punten over. Kwaliteit te verhogen: door samen te werken krijgen we meer uniformiteit en vergelijkbaarheid, waardoor we zien waar de kwaliteit kan worden verhoogd. Kosten te besparen: door kennis te delen hoeven we niet alles zelf uit te zoeken en maken we beslissingen in samenhang met elkaar.

Samenwerkingsverband Netwerk Water en Klimaat Netwerk Water en Klimaat bestaat uit veertien gemeenten, Provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, GGD Utrecht en Veiligheidsregio Utrecht. Het doel is om in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig te zijn in een gezonde aantrekkelijke en leefbare omgeving Als deelnemer van Water en Klimaat delen we in de kennisontwikkeling die plaatsvindt binnen het samenwerkingsverband. Grote, nieuwe ontwikkelingen worden door Water en Klimaat bijgehouden, waardoor wij in beeld hebben wat er binnen onze eigen gemeente moet gebeuren. Jaarlijks wordt door Water en Klimaat een planning gemaakt van de dat jaar op te pakken onderwerpen en projecten. Wij werken mee aan de uitvoering van deze planning. De komende jaren zetten we gezamenlijk in op: het grondwatermeetnet, een standaard ontwerp gemaalbesturing, aansluiten op het Gegevenswoordenboek

Visie

23/59

Stedelijk Water (GWSW), de nieuwe regionale stresstest voor stedelijk en regionaal gebied.

3.8

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een breed begrip, we bedoelen ermee dat we in onze werkzaamheden tegemoetkomen aan de levensbehoeften van de huidige generatie zonder de toekomstige generatie tekort te doen. Naast duurzame nieuwbouw met het convenant duurzame woningbouw, zijn er ook andere transities aan de gang. •

• •

3.9

Energietransitie: omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen en het terugdringen van de CO2 uitstoot. Aquathermie zoals riothermie kunnen interessant zijn voor het opwekken van thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater. Het initiatief voor deze onderzoeken ligt bij Team Duurzaamheid, vanuit water volgen wij deze ontwikkeling en werken we mee als er initiatieven zijn. Klimaatadaptatie: aanpassen van de leefomgeving op het veranderende klimaat. We doen dit door meer ruimte te maken voor water en groen. Transitie naar een circulaire economie: omschakelen naar een circulaire economie door grondstofgebruik te verminderen, gebruik van hernieuwbare grondstoffen, levensduur verlengen en hergebruik van grondstoffen. Voor riolering kijken we hiervoor naar duurzame materialen en pompoptimalisatie.

Water en bodem sturend

Eind 2022 is het landelijk beleid ‘water- en bodem sturend’ geïntroduceerd. Binnen dit beleid is omschreven dat nieuwe functies ergens pas een plek kunnen krijgen als het water- en bodemsysteem passen bij die functie. Hiermee wordt rekening gehouden met risico's zoals overstromingen, wateroverlast, droogte en bodemverzakkingen. Beslissingen worden niet alleen genomen op basis van economische of sociale overwegingen, maar ook op basis van de natuurlijke kwaliteiten. Het doel is om gezonde, duurzame, veilige en veerkrachtige systemen te creëren die op lange termijn bestand zijn tegen de uitdagingen waar water en bodem mee te maken hebben. Ook mogen problemen niet worden afgewenteld op aangrenzende regio’s of op de toekomst. We geven hier invulling aan door bij nieuwe ontwikkelingen meer rekening te houden met risico’s voor overstromingen, bodemdaling, wateroverlast en droogte voor de te ontwikkelen locatie.

Figuur 3-5 Ruimtelijk afwegingskader Water en Bodem sturend bouwen

Visie

24/59

4

Huidige situatie: Wat hebben we?

Dit hoofdstuk beschrijft het areaal dat we beheren, de staat van deze objecten en het functioneren van het systeem.

4.1

Onze riolering en alles wat erbij hoort

Binnen onze gemeente ligt een groot stelsel van riolen, kolken en allerlei andere objecten die nodig zijn om onze zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater te vervullen. In Tabel 4-1 staat een overzicht van onze rioleringsobjecten. Tabel 4-1 Overzicht rioleringsobjecten

Onderdeel

aantal

eenheid

Onderdeel

Aantal

eenheid

Vrijvervalriolering

84

km

Rioolgemalen

25

stuks

- gemengd

27

km

Minigemalen

214

stuks

- hemelwater (HWA)

26

km

Bergbezinkbassins

3

stuks

- vuilwater (DWA)

31

km

Druk- en persleidingen

17

km

Alle percelen in onze gemeente zijn aangesloten op de riolering. Het afvalwater wordt naar de RWZI Montfoort getransporteerd. Een overzicht van de overstorten is te vinden in Bijlage 3.

Figuur 4-1 Type riolering in beheer van Gemeente Montfoort

Programma

25/59

4.2

Staat van de objecten

De riolen en de gemalen zijn over het algemeen in goede staat. Wel ligt er een grote beheeropgave voor de komende jaren als gevolg van een ouder wordend areaal. Inspectiefrequenties staan beschreven in paragraaf 5.3.

4.3

Functioneren van het rioolsysteem

Basisrioleringsplan (BRP) Het hydraulisch functioneren gaat over de waterkwantiteit: kunnen we zoveel water afvoeren als we willen? In een basisrioleringsplan (BRP) rekenen we dit door, met behulp van een model van alle Montfoortse riolen en watergangen. Ons basisrioleringsplan komt uit 2023. Uit het BRP kwam een aantal verbeterpunten, op basis van de modelresultaten en recente klachten en meldingen. Hieronder staan een aantal maatregelen benoemd: • • • •

Extra HWA-uitlaten op het rioolstelsel aan de Marjoraan die lozen op het peilgebied ten westen van de Bovenkerkweg Straten en daken afkoppelen op de Schoolstraat om het gemengde stelsel te ontlasten. Extra HWA-riool bij de Lange Kerkstraat en Oude Boomgaard. De daken en straatkolken dienen dan zoveel mogelijk hier op aangesloten te worden. Extra HWA-uitlaten in het stelsel van Linschoten om de uitstroming van het stelsel te vergroten.

Klimaatstresstest In alle gemeenten van het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn in 2018 klimaatstresstesten uitgevoerd. Hier is voor de hele gemeente in beeld gebracht waar bij hevige regenval wateroverlast te verwachten is. Er is uitgegaan van buien van 70 millimeter en 140 millimeter in 2 uur. Deze stresstesten geven een beeld van de wateroverlast die kan ontstaan in een gebied. Het bepalen van de hoeveelheid wateroverlast helpt bij het opsporen en onderzoeken van knelpunten. Klachten en meldingen We ontvangen jaarlijks enkele tientallen meldingen over riolering. Onze eigen buitendienstmedewerker beoordeelt de meldingen en is als het nodig is binnen 30 minuten ter plaatse. Deze medewerker regelt de vervolgacties en schakelt andere partijen in als het nodig is.

Programma

26/59

Figuur 4-2 Knelpunten wateroverlast op basis van klimaatstresstest (Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2022)

4.4

Grondwatermeldingen

In onze gemeente kunnen relatief hoge grondwaterstanden voorkomen, we ontvangen nu en dan meldingen over grondwateroverlast. Er komt een grondwatermeetnet met minimaal 12 peilbuizen. Hierdoor krijgen we beter inzicht in de grondwaterstanden.

4.5

Oppervlaktewater

Binnen gemeente Montfoort ligt ongeveer 674 km aan watergangen. Primaire watergangen worden onderhouden door het waterschap omwille van het regionale belang van de doorstroming en waterkwaliteit. Overige watergangen worden onderhouden door de gemeente of door particulieren. Dit staat beschreven in de legger van het waterschap. Voor een goed werkend oppervlaktewatersysteem beheren we ook duikers en oevervoorzieningen zoals beschoeiingen. Ook onderhouden we watergangen door deze te schonen en te baggeren.

Programma

27/59

Figuur 4-3 Overzicht watergangen binnen Gemeente Montfoort, bron: Legger HDSR

Programma

28/59

5

Onderzoeken en maatregelen: Wat gaan we doen?

Dit hoofdstuk beschrijft de maatregelen en onderzoeken die we de komende jaren gaan doen. Hierbij kijken we naar de planperiode (komende 5 jaar) en naar de lange termijn (komende 60 jaar)

5.1

Nieuwe aanleg

Bij alle nieuwbouw leggen we een watersysteem aan dat voorbereid is op de toekomst. We adviseren projectontwikkelaars om water waar mogelijk te hergebruiken. Hemelwater en huishoudelijk afvalwater houden we zoveel mogelijk gescheiden en we voorkomen dat water extra vervuild raakt door afstroming over verontreinigde oppervlakken. We volgen hierbij de in dit WRP beschreven vereisten en relevante wet- en regelgeving. Onze ideeën en vereisten borgen we in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Bij grote bouwplannen (inbreiding en uitbreiding) streven we naar een klimaatbestendige inrichting. Hiervoor beoordelen we de plannen onder andere op: ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=916ed517-479c-47d4-a317-42a5cc8b2bba