CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke kaders voor de hippische sector, aangepast.pdf

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: AFGEVOERD Raadsvoorstel Ruimtelijke kaders voor de hippische sector (nr. 1057547)13.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze zijn bestemd als sportaccommodatie met aanvulling manege. Deze twee grootschalige bedrijven bedienen een doelgroep die groter is dan de vraag binnen de gemeente Montfoort zelf. Ook vanuit andere gemeenten komen mensen op deze maneges paardrijden, naar ponykampen, wedstrijden etc. Deze locaties zijn ook de thuishaven van de rijverenigingen. Daarmee heeft de gemeente twee sterke pijlers voor de hippische sport en recreatie. Buiten deze twee maneges staat de gemeente andere locaties waar het lesgeven, het organiseren van wedstrijden, ponykampen etc. centraal staat niet toe. Echter is het geven van instructie onlosmakelijk onderdeel van een paardenhouderij. Daarom wordt bij de overige paardenhouderijen waar men zich richt op het trainen, opleiden, verhandelen van paarden en locaties waar pensionstalling wordt aangeboden de aanduiding ´paardenhouderij´ opgenomen. Dit zal worden uitgewerkt in een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 die in de eerste helft van 2022 in procedure wordt gebracht. Door het opnemen van de aanduiding ‘paardenhouderij’ wordt ook een gebruiksgerichte paardenhouderij, niet zijnde een manege toegestaan. In de planregels worden vervolgens specifieke gebruiksregels opgenomen voor het toestaan van het geven van instructie bij deze bedrijven.

Door een manege uit te sluiten wordt voorkomen dat er activiteiten plaats kunnen vinden die een grotere impact hebben zoals de verkeersaantrekkende werking en geluidsoverlast. Hiermee wordt voorkomen dat er iedere uur in groepsverband verschillende ruiters/amazones komen rijden op (dezelfde) paarden. Het lesgeven richt zich met hoofdzaak op individuele training waarbij zowel het paard als de ruiter centraal komt te staan. Daarom wordt er per locatie, per paard en ruiter 1 instructie per paardenbak toegestaan. Dit betekent dat wanneer een locatie over meerdere paardenbakken (buiten en/of binnen) beschikt er meerdere individuele lessen gegeven kunnen worden. Heeft een locatie slechts 1 paardenbak(buiten of binnen) dan mag er dus aan maar 1 combinatie lesgegeven worden.

4.6 Het toestaan en vergroten oppervlakte van paardenbakken Kaderstelling 6: Bedrijfsmatige paardenbakken zijn binnen het bouwvlak direct toegestaan, middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voorwaarden buiten het bouwvlak een buitenbak van 2100m2 te realiseren.

20

Hobbymatige paardenbakken zijn binnen het bestemmingsvlak en de bestemming ´Tuin´ direct toegestaan, middels een afwijkingsbevoegdheid wordt het mogelijk om onder voorwaarden buiten het bestemmingsvlak een buitenbak van 1200m2 te realiseren. Het buitengebied wordt steeds meer gezien als een gemengd gebied, waarin niet alleen ruimte is voor agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen, maar waar ook het plattelandswonen, het recreatief (mede)gebruik en in dat verband ook het (hobbymatig) houden van paarden hun toevlucht nemen. Zowel het Rijksbeleid als het Provinciaal beleid haakt hierop in. Een gevolg van het hobbymatig houden van paarden is een toename van het aantal paardenbakken in het buitengebied. Binnen de bouwvlakken van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch – Rivierzone’, binnen aangeduide locaties in de bestemming ‘Bedrijf’ en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen Tuin en Wonen is het conform het vigerende bestemmingsplan al direct toegestaan om een paardenbak te realiseren. Hieraan worden wel specifieke gebruiksregels gesteld. De aanleg van paardenbakken wordt in het toekomstige bestemmings- / omgevingsplan ook buiten deze bestemmingen mogelijk gemaakt via een afwijkingsbevoegdheid. Het betreft hier een regeling voor enkel onoverdekte paardenbakken.

De specifieke beleidsuitgangspunten vinden haar basis in de beleidsnotitie Hippische sector uit 2012. Het ruimtelijke beleid omtrent de paardenbakken zal zoveel mogelijk gelijkgesteld worden met de VNG-richtlijn waarbij het bij iedere paardenhouderij mogelijk moet zijn om minimaal één paardenbak (buiten het bouwvlak) te kunnen realiseren. Er wordt nu nog een minimale maat van 800m2 door de gemeente Montfoort mogelijk gemaakt. Deze maat wordt vergroot naar 1200m2 voor hobbymatige paardenhouderijen en 2100 m2 voor bedrijfsmatige paardenhouderijen (zoals de noodzaak hiervan is omschreven in hoofdstuk 2). De basis uit de beleidsnotitie van 2012 blijft in wezen gelijk, echter de oppervlaktes worden vergroot voor zowel bedrijfsmatige als hobbymatige paardenbakken. In de praktijk liggen binnen de gemeente Montfoort immers al veel hobbymatige paardenbakken buiten de bestemming met een oppervlak van 20 x 60 meter. Door het toestaan van paardenbakken buiten het bestemmingsvlak wordt daarentegen de maximale afstand van een buitenbak buiten het bouwvlak verkleind van 100 meter naar 30 meter, zodat de impact op het veelal open landschap binnen de gemeente Montfoort minimaal is en er een duidelijk geheel van de bedrijfsomvang ontstaat.

In het vigerende bestemmingsplan zijn enkel de specifieke gebruiksregels opgenomen voor paardenbakken binnen het bouwvlak of bestemmingsvlak en wordt aangegeven dat paardenbakken buiten het bouwvlak middels een specifieke aanduiding zijn toegestaan. Bij de eerste herziening van het bestemmingsplan buitengebied zijn hierdoor alle bedrijfsmatige paardenbakken buiten het bouwvlak positief bestemd en zijn enkele hobbymatige paardenbakken binnen de bestemming Tuin opgenomen. Echter een afwijkingsmogelijkheid om andere buitenbakken binnen het bouwvlak/bestemmingsvlak op te nemen ontbreekt, waardoor bij de 1e herziening een precedent werking is ontstaan die we recht willen zetten door zowel voor bedrijfsmatige als hobbymatige paardenbakken een afwijkingsbevoegdheid op te nemen. Juist voor hobbymatige paardenbakken is het belangrijk dat er goede regels worden gesteld over het toestaan van de paardenbakken buiten het bestemmingsvlak. Doordat er nu wel met een specifieke aanduiding voor paardenbakken buiten het bouwvlak wordt gewerkt, maar hiervoor geen planregels zijn geformuleerd, is onduidelijk wat nu wel en niet mag en is het beleid niet goed toetsbaar en handhaafbaar.

De gedachte was om hobbymatige paardenbakken alleen binnen de bestemming Wonen en Tuin mogelijk te maken, maar in veel gevallen zijn de oppervlaktes van deze bestemmingsvlakken veel te klein waardoor een paardenbak zelden of nooit binnen deze bestemmingen past. Deze onduidelijkheden en niet toepasbare regels hebben er toe geleid dat er in de gemeente nu verschillende (hobbymatige) paardenbakken buiten het bouwvlak liggen zonder dat deze zijn aangeduid. Veel van deze paardenbakken zijn daarnaast groter dan de toegestane 800m2.

21

Uitwerking van de mogelijkheden voor paardenbakken vindt plaats vindt plaats bij de herziening van het bestemmingsplan buitengebied. Hierbij moet gedacht worden aan: ▪ Situering van de bakken. ▪ Het toepassen van verlichting bij paardenbakken (het huidige bestemmingsplan heeft hiervoor al regels opgenomen). ▪ Wijze van vergunnen via een afwijkingsbevoegdheid.

4.7 Het toestaan van paddock, longeercirkels, stapmolens en andere hippische voorzieningen in relatie tot dierenwelzijn Kaderstelling 7: Gelet op het dierenwelzijn worden er bij zowel bedrijfsmatige paardenhouderijen als hobbymatige paardenhouderijen hippische voorzieningen zoals paddocks, longeercirkels, stapmolens etc. toegestaan. Binnen een bouwvlak of bestemmingsvlak zijn deze hippische voorzieningen direct toegestaan, daarbuiten middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden. Wanneer er gekeken wordt naar het dierenwelzijn van het paard (zie ook paragraaf 3.3) zullen er evenwichtige beleidskeuzes gemaakt moeten worden over het toestaan van hippische voorzieningen. Alle (wetenschappelijk onderbouwde) landelijke kaders, richtlijnen en wetgeving leggen een verband tussen de noodzakelijke voorzieningen, de tijdsduur en wijze waarop een paard gestald wordt. Hoe meer een paard op stal staat hoe meer voorzieningen zoals een paddock en een stapmolen noodzakelijk zijn om een paard te kunnen voorzien in haar levensbehoefte. Staat een paard 24 uur per dag in de wei dan is een paddock of een stapmolen vanuit het geven van voldoende bewegingsvrijheid niet direct noodzakelijk, maar kunnen er andere redenen zijn waardoor het toch noodzakelijk is om deze voorzieningen te realiseren. Zoals bijvoorbeeld het voorkomen dat een paard lange dagen in de modder staat.

Paddocks worden gebruikt om de paarden vrije beweging te geven en te voorkomen dat deze de gehele dag op stal staan. De paddocks zijn vaak voorzien van een geprepareerde bodem (bestaande uit fijnmazig zand of een (semi) verharding, tegenwoordig worden er ook veel paddockmatten (rubber) gebruikt om moddervorming te voorkomen. Lang in de modder staan kan infecties aan hoeven en benen veroorzaken. De paddocks zijn een ideaal middel om paarden vrije beweging te bieden zonder dat de beschikbare weide overbelast wordt. Wanneer een paardenhouder niet beschikt over voldoende weiland om een paard jaarrond droog in de wei te hebben staan is een paddock een noodzakelijke voorziening. Ruimte in Nederland is schaars en er zijn maar weinig bedrijven die zo veel landbouwgrond hebben om het jaar rond hun paarden te kunnen beweiden. Op kleigrond is het sowieso niet mogelijk om jaarrond paarden buiten te hebben staan omdat deze klei te nat en te zwaar wordt voor de paardenhoeven. Op een hectare grond kunnen een jaarrond gemiddeld 4 paarden lopen. Een gemiddeld paardenbedrijf heeft 72 paardenboxen. Dit zou uitkomen op circa 15ha grond wat een bedrijf zou moeten hebben. Binnen de gemeente Montfoort beschikken de meeste bedrijven niet over deze hoeveelheid landbouwgrond en ook bestaande hobbymatige eigenaren hebben niet altijd zoveel grond.

Daarom is het essentieel om ook andere voorzieningen toe te staan.

4.8 Het toestaan van schuilhutten Kaderstelling 8: Gelet op het dierenwelzijn wordt het, wanneer de noodzaak aangetoond wordt, middels een afwijkingsbevoegdheid en onder voorwaarden toegestaan om schuilhutten te realiseren. Het klimaat verandert en dat merken we ook in Nederland. Weersomstandigheden worden steeds extremer. De zomers worden langer en steeds heter en de buien in de zomermaanden zijn steeds zwaarder. Met de warmte en lange droogtes komen ook steeds meer ongedierte zoals dazen en horzels waar paarden zeer veel last van hebben. Het ideaal beeld is dat paarden de gehele dag in de wei kunnen lopen. Met de temperaturen van tegenwoordig en

22

vervolgens een stevige bui is een schuilstal echter geen overbodige luxe meer. In het verleden zagen overheidsinstanties een schuilstal vaak als ‘verrommeling van het landschap’ en waren het ongewenste gebouwen. De discussies over het dierenwelzijn hebben er echter voor gezorgd dat hier een kanteling heeft plaatsgevonden. Zo heeft de provincie Noord Brabant als een van de eerste provincies in haar ruimtelijke verordening een regeling opgenomen voor het toestaan van schuilhutten: ‘Schuilhutten zijn soms gewenst in verband met het hobbymatig houden van paarden. Binnen een toegekende woonbestemming is het niet altijd mogelijk hiervoor een voorziening te treffen. Het gaat nadrukkelijk niet om voorzieningen ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Voor gebouwen en bouwwerken ten behoeve van een agrarisch bedrijf geldt dat die alleen zijn toegestaan binnen het toegekende bouwperceel.’ In het kader van het dierenwelzijn dienen alle paarden die buiten staan beschutting te hebben tegen extreme weersomstandigheden. Schuilhutten dienen dan ook onder voorwaarden toegestaan te worden.

4.9 Groom- en/of stagiaireverblijf Kaderstelling 9: We onderzoeken of het mogelijk is om op bedrijfsmatige paardenhouderijen groom- en/of stagiaireverblijven toe te staan middels een afwijkingsbevoegdheid en onder specifieke voorwaarden. Grooms en/of stagiaires zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van de paarden en op sport en trainingsstallen gaan zij ook mee op de (internationale) wedstrijden. Het verzorgen van de paarden en meegaan naar de wedstrijden is geen 9 tot 5 baan. Een normale werkdag start meestal tussen 06:00 en 07:00 uur en de laatste voerronde is vaak tussen 22:00 en 23:00 uur. Daarnaast is het gebruikelijk dat voor het transport vaak ’s nachts gereden wordt omdat dit comfortabeler is voor de paarden. Hierdoor is het gebruikelijk dat grooms en stagiaires op het bedrijf verblijven. Er verblijven in Nederland ook heel veel buitenlandse grooms en stagiaires die voor langere tijd op een hippisch bedrijf aanwezig zijn. Op dit moment heeft de gemeente Montfoort geen beleid voor groom en/of stageverblijven binnen de paardenhouderij. De vraag naar deze verblijven neemt steeds meer toe. Belangrijkste uitgangspunt is dat er geen sprake is van een permanente woning (2e bedrijfswoning) en dat er altijd binding is met het bedrijf.

Voor het realiseren van een regeling voor groom- en/of stageverblijven kan uitgegaan worden van 3 verschillende niveaus met ieder een eigen invulling; ▪ ▪ ▪

short stay: verblijfstermijn van een groom of stagiaire die in de gemeente verblijft korter dan 4 maanden; middle stay: verblijfstermijn van een groom of stagiaire die langer dan 4 maanden blijft, maar niet permanent; Long stay: verblijfstermijn van een groom of stagiaire die permanent in de gemeente wil blijven.

Net zoals bij huisvesting voor arbeidsmigranten zal een verblijf voor grooms en/of stagiaires niet aangeduid worden als een gevoelig object. Andere bedrijven mogen immers geen hinder ondervinden van het toevoegen van deze functies op een paardenhouderij. Bij het opstellen van een nieuwe planologische regeling voor de hippische sector (bestemmingsplanherziening) is het uitgangspunt dat er een afwijkingsbevoegdheid wordt opgenomen voor groom- en/of stagiaireverblijven. Alvorens een dergelijke bevoegdheid in het bestemmingsplan wordt opgenomen, zal moeten zijn aangetoond dat het risico op ongewenste bedrijfswoningen juridisch kan worden afgedekt.

23

4.10

Landschappelijke inpassing

Kaderstelling 10: Alle paard gerelateerde initiatieven waarvoor een vergunning of afwijkingsbevoegdheid noodzakelijk is dienen te worden voorzien van een landschappelijke inpassing. Wanneer het initiatief een mogelijke impact heeft op het landschap wordt een landschapsanalyse gevraagd. Wanneer het initiatief een mogelijke impact heeft op de aanwezige flora en fauna wordt een quickscan Flora & Fauna gevraagd. De gemeente Montfoort is een landelijke gemeente in de randstad, men komt juist hier wonen vanwege de rust en ruimte. In andere dichtbevolkte gebieden is het niet mogelijk om hobbymatig paarden te houden en in de gemeente Montfoort juist wel. Daardoor zien we ook veel locaties waar paardenbakken gerealiseerd zijn bij burgerwoningen. In de praktijk passen deze paardenbakken niet binnen de woonbestemming of tuinbestemming. Het is belangrijk om daarom goede uitgangspunten en planregels te realiseren voor het toestaan van paardenbakken binnen de bouwvlakken en bestemmingsvlakken en daarbuiten waarbij rekening wordt gehouden met het landschap en de aanwezige flora en fauna. Zoals omschreven in paragraaf 4.6 t/m 4.8 wordt het mogelijk om buiten het bouw- of bestemmingsvlak middels een afwijkingsbevoegdheid hippische voorzieningen te realiseren. Uitgangspunt bij al deze voorzieningen is dat deze landschappelijk worden ingepast.

Dit geldt voor zowel de bedrijfsmatige paardenhouderij als het hobbymatig houden van paarden. De landschappelijke inpassing van de hippische voorzieningen kan met de juiste invulling van het landschappelijk inpassingsplan een positieve bijdrage hebben op de aanwezige flora en fauna en een versterking zijn voor de biodiversiteit. Naast een landschappelijke inpassing kan de gemeente vragen om een landschapsanalyse uit te voeren waaruit blijkt dat de hippische voorzieningen in het landschapstype ingebed kunnen worden. In overleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige kunnen diverse opties uitgewerkt worden waarna een kwaliteitsbeoordeling op het landschap door de gemeente plaatsvindt. Om te voorkomen dat de hippische voorzieningen afbreuk doen aan de aanwezige flora en fauna kan de gemeente vragen om een quickscan fora en fauna uit te voeren.

4.11

Dierenwelzijn

Kaderstelling 11: In alle beleidsmatige afwegingen die doorgevoerd worden in de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied en eventuele beleidsregels speelt het dierenwelzijn een belangrijke en doorslaggevende rol in het maken van ruimtelijke keuzes voor de hippische sector. Voor nieuwe initiatieven kan de gemeente (zelf geformuleerde) richtlijnen stellen ten aanzien van het dierenwelzijn. Deze richtlijnen kunnen tevens voor bestaande locaties dienen als inspiratiekader. Vanuit verschillende invalshoeken worden regels vastgelegd voor het dierenwelzijn (zie paragraaf 3.3). De gemeente Montfoort heeft het dierenwelzijn hoog in het vaandel staan en zal daarom (zelf geformuleerde) kaders stellen voor het dierenwelzijn: ▪ Bestaande hippische bedrijven zoeken aansluiting bij het Keurmerk Paardenwelzijn. ▪ Alle paarden dienen voldoende dagelijkse bewegingsvrijheid te krijgen waarbij ingezet wordt op drie varianten o Minimale variant vanuit KPW: minimaal 1 uur per dag vrije beweging in een weiland of paddock van minimaal 7,5 x 17,5 meter per paard. o Standaard variant vanuit KPW in combinatie met de VNG richtlijn: minimaal 4 uur per dag vrije beweging in een weiland of paddock van minimaal 20 x 17,5 meter per paard.

24

o

▪

▪

Plus variant: minimaal 6 uur per dag vrije beweging waarvan minimaal 2 uur in weiland en de overige 4 uur in een minimale paddock van 7,5 x 17,5 meter per paard. De gemeente stelt eisen t.a.v. bedrijfsmatige paardenhouderijen voor o.a.: o Oppervlak van een box per paard o Hoeveelheid daglicht o Overig bewegingsgemak o Klimaat in de stal De gemeente stelt eisen ten aanzien van het hobbymatig houden van paarden o Paarden worden niet alleen gehouden o Oppervlak van een box per paard o Hoeveelheid daglicht o Overig bewegingsgemak o Klimaat in de stal

Er zijn landelijk nog geen wettelijke regels over huisvesting van paarden. Het formuleren van een beleidskader hiervoor voor de gemeente Montfoort heeft dan ook geen juridische grondslag. Met het oog op het omgevingsplan is het zinvol om richtlijnen te formuleren om zo het dierenwelzijn te waarborgen. Het is mogelijk nu nog te vroeg om dit in een bestemmingsplan op te nemen en hieraan eisen te stellen onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, maar dit is wel het perspectief voor de paardenhouderij op de lange termijn.

25

5. Wijzigingen ten opzichte van beleidsnotitie 2012 In onderstaand overzicht wordt uiteengezet welke wijzigingen er aan de hand van de gestelde kaders doorgevoerd zullen worden in de herziening van het bestemmingsplan. Wijziging

Toelichting

Aanpassingen

1

VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’ gebruiken als basis’.

De beleidsnotitie uit 2012 gaf aan deze beleidsrichtlijn als basis te hebben gebruikt. Echter door onduidelijke redenen is dit vervolgens niet goed doorgevoerd in het bestemmingsplan Buitengebied en de 1e herziening hiervan. Met deze kadernotitie wordt het beleid van de VNG verduidelijkt en uitgewerkt.

Toelichting, planregels en begripsomschrijvingen conform hoofdstuk 4.

2

Trends en ontwikkelingen en feiten en cijfers

In deze kader\ notitie wordt een uitgebreid inzicht gegeven in de paardensector en het uitgangspunt is om een beleidsnotitie voor de paardensector te maken die daarnaast toetsbaar en handhaafbaar is.

3

De term semibedrijfsmatige paardenhouderij komt te vervallen

Binnen het vigerende bestemmingsplan kwam de term semi bedrijfsmatige paardenhouderij 1x voor. Er is niet uitgeschreven wat wordt verstaan onder een semibedrijfsmatige paardenhouderij. In de praktijk is een semibedrijfsmatige paardenhouderij niet goed toetsbaar. Omdat een volwaardige paardenhouderij gezien wordt als een bedrijf met ‘één arbeidskracht met een daarbij passende bedrijfsomvang en waarbij zicht is op continuïteit, bijvoorbeeld door bedrijfsopvolging, gedurende minimaal de komende tien jaar”, is hiermee al een duidelijke beleidslijn uitgezet. De term semi bedrijfsmatig voegt niets toe en zorgt enkel voor verwarring.

Artikel 4.5.1 lid f wordt de term (semi) verwijderd

4

Begripsomschrijvingen aanpassen

Zie paragraaf 4.2 er wordt aansluiting gezocht bij de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’ waardoor het plan beter toetsbaar en handhaafbaar wordt en bedrijven niet onterecht zijn wegbestemd.

De begrippen uit deze kadernotitie worden overgenomen.

5

Maneges worden bestemd als sport met aanduiding ‘manege’

Er zijn 2 manege bedrijven. De bestemming van deze twee bedrijven is niet gelijk, bij het nieuwe bestemmingsplan krijgen deze dezelfde bestemming.

Maneges bestemmen als Sport met aanduiding ‘manege’

6

Productiegerichte paardenhouderij

Het beleid gaf niet heel duidelijk aan welke type paardenhouderijen er onder een gebruiksgerichte paardenhouderij vielen. Het vigerende bestemmingsplan maakt door een krappe begripsomschrijving enkel fokkerijen mogelijk waardoor nagenoeg alle paardenhouderijen binnen de gemeente Montfoort strijdig zijn met het bestemmingsplan. Deze omissie wordt rechtgezet.

Begripsomschrijving aanpassen

26

Onder een productiegerichte paardenhouderij vallen de volgende type bedrijven:

7

Gebruiksgerichte paardenhouderij

•

fok- en opfokbedrijven

•

hengstenhouderijen

•

paardenmelkerijen

•

africhtingsstallen

•

trainings- en sportstallen

•

handelsstallen

•

stalhouderijen

•

spermawinstations

Deze term komt helemaal niet voor in het vigerende bestemmingsplan terwijl het beleid dat wel aangaf. Daarom wordt er nu duidelijk omschreven wat er valt onder een gebruiksgerichte paardenhouderij. Onder een gebruiksgerichte paardenhouderij vallen de volgende activiteiten: • •

8

Het geven van instructie

Paardenhouderijen waar gebruiksgerichte activiteiten plaatsvinden krijgen de aanduiding ‘paardenhouderij - 1’.

de meer accommodatiegerichte (nietgrondgebonden) pensionstallen verenigingsaccommodaties

Het vorige beleid gaf geen duidelijke invulling aan het geven van instructie. Binnen de gemeente zijn 2 grote maneges aanwezig waar groepslessen gegeven mogen worden. Bij het geven van groepslessen is een aanzienlijk hogere verkeersaantrekkende werking.

Alle paardenhouderijen waar instructie wordt gegeven krijgen de aanduiding ‘paardenhouderij -2’

Het geven van instructie is op bijna ieder paardenbedrijf een onlosmakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Het geven van instructie is een activiteit die onderdeel uitmaakt van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Omdat er al twee maneges aanwezig zijn worden bij andere paardenbedrijven alleen individuele lessen toegestaan. 9

Bedrijfsmatige Paardenbakken binnen het bouwvlak

Binnen het bouwvlak zijn bedrijfsmatige paardenbakken toegestaan. Hiervoor worden specifieke gebruiksregels gesteld. De huidige specifieke gebruiksregels zijn overgenomen en aangevuld met de volgende aanpassingen/wijzigingen: •

Het maximum toelaatbare oppervlak wordt vergroot van 800m2 naar 2100m2 (zie hoofdstuk 2 waarin de noodzaak wordt aangetoond)

Regels aanpassen conform paragraaf 4.4 Bestaande paardenbakken die voldoen aan de planregels positief bestemmen met aanduiding ‘specifieke

27

•

•

10

Bedrijfsmatige paardenbakken buiten het bouwvlak

Het aantal lichtmasten wordt vergroot naar 8 en de hoogte wordt vergroot naar 6 om strooilicht en lichtvervuiling te voorkomen. (zie voetnoot paragraaf 3.8) De regels voor de afstand van de bak naar derden wordt gewijzigd. Dit was 30 meter tot het bouwperceel en dit wordt 50 meter tot aan de woning van derden die geen onderdeel uitmaakt van hetzelfde bouwperceel. Hiermee wordt beter aangesloten op de milieuwetgeving. Ook hiervoor wordt een escape ingebouwd zodat na een positieve omgevingsdialoog met omwonende deze afstand verkleind kan worden.

Er wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van paardenbakken buiten het bouwvlak met de volgende gewijzigde / aanvullende regels: •

•

•

• • • •

•

vorm van agrarisch – paardenbak’.

Regels aanpassen conform paragraaf 4.4.

Een paardenbak buiten het bouwvlak is alleen toegestaan als aangetoond kan worden waarom deze niet binnen het bouwblok past. Het maximum toelaatbare oppervlak wordt vergroot van 800m2 naar 2100m2 (zie hoofdstuk 3 waarin de noodzaak wordt aangetoond). Het aantal lichtmasten wordt vergroot naar 8 en de hoogte wordt vergroot naar 6 om strooilicht en lichtvervuiling te voorkomen. Er moet naast de landschappelijke inpassing ook een landschapsanalyse gemaakt worden. Er moet aangetoond worden waarom de bak niet binnen het bouwvlak past. Er moet een quickscan flora en fauna uitgevoerd worden. De bak moet aansluitend aan het bouwvlak gerealiseerd worden, hiervoor geld nu nog de regel op een afstand van 100 meter. Maar hierdoor kan de bak te ver in het open landschap worden gelegd. Er is in de afwijkingsregels een escape opgenomen dat wanneer er door belemmeringen geen mogelijkheid is om de bak aan te laten sluiten door bijvoorbeeld een watergang dat burgemeester en wethouders mogen beslissen om het verder weg te leggen. Het verder weg leggen kan alleen als er een positieve omgevingsdialoog met omwonenden wordt gevoerd. De regels voor de afstand van een bak naar derden wordt gewijzigd. Dit was 30 meter tot een het bouwperceel en dit wordt 50 meter tot aan de woning van derden die geen onderdeel uitmaakt van hetzelfde bouwperceel. Hiermee wordt beter aangesloten op de milieuwetgeving.

Ook hiervoor wordt een escape ingebouwd zodat na een positieve omgevingsdialoog met

28

11

Hobbymatige paardenbakken binnen bestemmingsvlak

omwonenden deze afstand verkleind kan worden. Binnen het bestemmingsvlak zijn hobbymatige paardenbakken toegestaan. Hiervoor worden specifieke gebruiksregels gesteld. De huidige specifieke gebruiksregels zijn overgenomen en aangevuld met de volgende aanpassingen/wijzigingen:

Bestemmingsplan regels worden aangepast conform paragraaf 4.5

•

12

Hobbymatige paardenbak buiten het bouwvlak

Het maximum toelaatbare oppervlak wordt vergroot van 800m2 naar 1200m2 (zie hoofdstuk 3 waarin de noodzaak wordt aangetoond). • De hoogte van de lichtmasten wordt vergroot van 4 naar 6 meter om strooilicht en lichtvervuiling te voorkomen. • De regels voor de afstand van de bak naar derden worden gewijzigd. Dit was 30 meter tot een bouwperceel en dit wordt 50 meter tot aan de woning van derden die geen onderdeel uitmaakt van hetzelfde bouwperceel. Hiermee wordt beter aangesloten op de milieuwetgeving. Ook hiervoor wordt een escape ingebouwd zodat na een positieve omgevingsdialoog met omwonenden deze afstand verkleind kan worden Er wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van paardenbakken buiten het bouwvlak met de volgende gewijzigde/aanvullende regels: •

•

•

• • • •

Paardenbak buiten het bouwvlak is alleen toegestaan als aangetoond kan worden dat deze niet binnen de woon-, tuin-, of bedrijfsbestemming past. Het maximum toelaatbare oppervlak wordt vergroot van 800m2 naar 1200m2 (zie hoofdstuk 2 waarin de noodzaak wordt aangetoond). Het aantal lichtmasten wordt vergroot naar 8 en de hoogte wordt vergroot naar 6 om strooilicht en lichtvervuiling te voorkomen. Er moet naast de landschappelijke inpassing ook een landschapsanalyse gemaakt worden. Er moet aangetoond worden waarom de bak niet binnen het bouwvlak past. De gemeente kan een quickscan flora en fauna vragen. De bak moet aansluitend aan het bouwvlak gerealiseerd worden, hiervoor geld nu nog de regel op een afstand van 100 meter. Maar hierdoor kan de bak te ver in het open landschap worden gelegd. Er is in de afwijkingsregels een escape opgenomen dat wanneer er door belemmeringen geen mogelijkheid is om de bak aan te laten sluiten door bijvoorbeeld een watergang dat Burgemeester en wethouders mogen beslissen om het verder weg te leggen.

29

13

Beleid voor verlichting bij de paardenbak

Het verder weg leggen kan alleen als er een positieve omgevingsdialoog met omwonenden wordt gevoerd. • De regels voor de afstand van de bak naar derden wordt gewijzigd. Dit was 30 meter tot het bouwperceel en dit wordt 50 meter tot aan de woning van derde die geen onderdeel uitmaakt van hetzelfde bouwperceel. Hiermee wordt beter aangesloten op de milieuwetgeving. Ook hiervoor wordt een escape ingebouwd zodat na een positieve omgevingsdialoog met omwonenden deze afstand verkleind kan worden. In het bestemmingsplan waren al regels opgenomen voor het toestaan van verlichting bij paardenbakken. Dit wordt aangepast en aangescherpt om strooilicht te voorkomen en lichthinder op de flora en fauna in te perken.

Planregels aanpassen conform paragraaf 4.4 en 4.5

•

14

Toestaan van bijgebouwen bij een paardenbak

15

Specifieke aanduiding paardenbakken

Om te voorkomen dat lichthinder voor de natuur ontstaat mag er op een perceel dat grenst aan de bestemmingen 'Bos', 'Natuur' en 'Natuur Oeverstroken en water' geen verlichting worden opgericht. • Om flora te beschermen mag in een open zone van 100m geen verlichting worden geplaatst die schijnt in de richting van de bestemmingen 'Bos', 'Natuur' en 'Natuur – Oeverstroken en water'. • Om overlast van strooilicht te voorkomen moet de verlichting op een afstand van ten minste 30 meter van de woning derden komen te staan. • Voor woningen van derden welke onderdeel uitmaken van hetzelfde bouwperceel zoals bijvoorbeeld plattelandswoningen geldt deze norm niet aangezien deze bestemmingsplantechnisch gezien beoordeeld worden als bijbehorende bedrijfswoning en een geheel vormen met de bedrijfslocatie. • In overige gevallen is buitenverlichting toegestaan bij een paardenbak. In het huidige bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat maar slechts een deel van de toegestane bijgebouwen gebruikt mag worden voor het hobbymatig houden van paarden. Deze regel is gelet op de vergunningsvrije bouwmogelijkheden op basis van het Besluit omgevingsrecht niet toetsbaar en handhaafbaar. Men mag in het buitengebied 150m2 vergunningsvrij bouwen en is vrij om daar zelf een invulling aan te geven. Deze regel wordt in dit beleid dan ook geschrapt.

In het vigerende bestemmingsplan zijn de paardenbakken en bijbehorende voorzieningen buiten het bouwvlak/bestemmingsvlak bestemd als

Aanpassen regels conform paragraaf 4.4 en 4.5

Op de verbeelding moeten de aanduiding van paardenbakken

30

16

Landschappelijke inpassing

‘specifieke vorm van recreatie – paardenbak. Dit is conform de SVBP niet juist en moet aangepast worden naar ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenbak’.

buiten het bouwvlak aangepast worden.

Binnen het bestaand beleid was het al verplicht om iedere paardenbak zowel binnen het bouwblok / bestemmingsvlak als daarbuiten landschappelijk in te passen. We willen hier nog een stap aan toevoegen:

Aanpassen regels conform paragraaf 4.4 en 4.5

•

•

Voor zover de paardenbak komt te liggen binnen de bestemming Agrarisch met waarden – openheid, dient tevens een landschappelijke analyse uitgevoerd te worden. Voor zover de paardenbak komt te liggen binnen de bestemming Agrarisch met waarden – openheid, dient tevens een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden.

Dit geldt voor zowel hobbymatige als bedrijfsmatige paardenbakken.

31

6. Vervolg 6.1 Vertalen kaders naar beleid en bestemmingsplanregels Met het vaststellen van deze ruimtelijke kaders stelt de gemeenteraad van Montfoort de hoofdlijnen vast waarbinnen de hippische sector zich kan ontwikkelingen. Met deze kaders is de basis gelegd voor een bestemmingsplanherziening. Het nieuwe bestemmingsplan wordt het primaire toetsingskader. Dit bestemmingsplan zal worden voorbereid door burgemeester en wethouders en zal na een zienswijzeprocedure ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien nodig kunnen burgemeester en wethouders, aanvullend op de nieuwe bestemmingsplanregeling, specifieke beleidsregels vaststellen. NB: de reeds toegepaste aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – paardenbak’ is niet conform de SVBP. Daarom zullen alle (legale / legaliseerbare) paardenbakken aangeduid worden als ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenbak’.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=7658e103-d909-48f2-9ec6-57992042446b