Bijlage - rekenkamerrapport subsidiebeleid Montfoort
Tekst van het document
Uit de interviews blijkt dat de doorontwikkeling van het subsidieoverzicht te maken heeft met een combinatie van een nieuw zaaksysteem en uitval en capaciteitsproblemen. Het overzicht is daardoor beknopter. Zo biedt dit overzicht uit 2022 een overzicht van het subsidieplafond per subsidievorm (zie rechts). Deze subsidievormen waren ook leidend in de overzichten. In 2023 en 2024 is gekozen voor een variant waar de subsidies per programma zijn gesorteerd, waar nog steeds het aangevraagde, het toegekende subsidiebedrag, en de subsidie van het voorgaande jaar inzichtelijk zijn, plus een korte toelichting op de ontwikkeling per organisatie. Dit overzicht biedt hiermee een overzicht per beleidsprogramma. Aan de hand van dit overzicht kunnen raadsleden vragen stellen over de (hoogte van) subsidies en onderlinge verschillen. Bij het analyseren van de subsidieoverzichten viel op dat er onduidelijkheden in voorkomen, zoals organisaties die er op staan zonder subsidie (€0)11 in combinatie met organisaties die meerdere keren voorkomen (Toernooi Volleybal Pret in het park en Volleybal in het park)12. In de interviews wordt bevestigd dat het overzicht scherper kan. In principe heeft de gemeenteraad hiermee mogelijkheden om tijdig bij te sturen in het subsidieproces, maar hierbij hoort ook een kritische noot.
Dit onderzoek kijkt zoals gezegd niet naar de doelmatigheid (efficiëntie) van specifieke subsidies, maar naar de doeltreffendheid (effectiviteit) van de uitvoering van het subsidiebeleid, zoals dit door de gemeente is ingericht én in welke mate er sturingsmogelijkheden zijn voor de raad. Dit betekent dat er inzicht moet zijn in de mate waarin de gelden bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. In het nog altijd vigerende subsidiebeleid uit 2013 staat voor welke activiteiten de raad subsidie beschikbaar wil stellen binnen het beschikbare subsidieplafond, waarin een aantal algemene criteria en een aantal specifieke criteria gekoppeld aan het betreffende taakgebied zijn opgesteld (zie ook 2.1). De 11
De 'lege' subsidies hebben verschillende oorzaken: 1) er is aangevraagd maar afgewezen, dus ter volledigheid en om aan te geven wat er is aangevraagd en wat er daadwerkelijk is toegewezen 2) het komt soms voor dat een structurele subsidierelatie een jaar geen subsidie aanvraagt omdat ze het jaar ervoor minder hebben uitgegeven/eenmalig niet de activiteit uitvoeren. Hierin is een flexibiliteit waar te nemen (reserves worden behouden). Dit is praktisch, en niet in lijn met het beleid. Er is in geen geval sprake van het toevoegen van subsidies aan het overzicht die niet zijn aangevraagd. 12 Dit zijn twee verschillende subsidies aan dezelfde organisatie voor verschillende activiteiten, die beiden voldoen aan de voorwaarden verbonden aan het subsidiebeleid.
pagina 21
taakvelden beperken zich tot ‘Zorg en Maatschappelijke Dienstverlening’, ‘Cultuur en educatie’, ‘Seniorenwerk’, ‘Jeugd en Jongerenwerk’ en ‘Sport’. Hiermee lijkt niet het gehele pakket van subsidies volledig afgedekt te worden. Onder meer de onderzochte cases Ondernemersfonds en Duurzaam Montfoort hebben geen directe link met deze taakvelden. Het is onduidelijk binnen welke beleidskaders de verstrekking van deze subsidies plaatsvindt. Ook bij de SWOM-subsidie was de koppeling aan beleidsdoelen de afgelopen jaren beperkt. Doordat de gemeente Montfoort sinds de ontvlechting van UW Samenwerking inzette op een rol als regiegemeente, is de relatie te kenschetsen als een partnerschap. Mede hierdoor is echter de subsidierelatie tot voor kort niet strak gekoppeld aan beleidsdoelen. Er is een ontwikkeling gaande om het principe van regiegemeente wat los te laten. Daarover zegt men in de programmabegroting 2024: “Voor diverse taken functioneert dit naar volle tevredenheid. Wel zien we dat, meer dan bij andere gemeenten, wij onze uitgaven minder kunnen beïnvloeden door vastgelegde verhoudingen in gemeenschappelijke regelingen.
Door het principe van regiegemeente wat los te laten ontstaat de mogelijkheid om per uit te voeren taak het terughalen daarvan naar de eigen ambtelijke organisatie te overwegen.”13 Om de juiste besteding van de publieke gelden te waarborgen, risico’s te verminderen en kwaliteit te leveren streeft de gemeente naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking met een adequate regiefunctie, waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.14 Deze ontwikkeling is ook terug te zien in de doorontwikkeling van de subsidierelatie die de gemeente heeft met SWOM. Op 4 december 202315 heeft het college van B&W de raad via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de wens om de subsidie van SWOM meer modulair in te willen richten in vijf modulen16, waarbij per module een financiële verantwoording plaatsvindt binnen de totale subsidie. Het voornemen is om de subsidieverstrekking aan de SWOM nader te concretiseren door deze te voorzien van doelen en resultatenafspraken. Dit is een gedeelde wens van de gemeente én van het bestuur van de SWOM. Hiermee is er meer duidelijkheid over wat de gemeente, en in het verlengde daarvan de inwoners, van de SWOM mogen verwachten. Hiermee gaat de raad in de toekomst mogelijk meer inhoudelijke controle en sturing krijgen.
Desalniettemin constateert de rekenkamer dat de sturing van de raad op het gebied van subsidies in brede zin momenteel voornamelijk op financieel gebied plaatsvindt, namelijk via de P&C-cyclus, het subsidieplafond en het subsidieoverzicht. De inhoudelijke controle en sturing komt vanuit het college via de betrokken accounthouders of beleidsadviseurs. Bevinding: ▪ De raad heeft een actieve rol gespeeld bij de kaderstelling van zowel het subsidiebeleid (in 2013) als de Algemene subsidieverordening (in 2016). ▪ De raad stelt sindsdien eenmaal per jaar een subsidieplafond vast op voorstel van het college, bij het vaststellen van de begroting voor het volgende kalenderjaar. Bijstelling van de plafonds kan via de voor- en najaarsrapportage lopen. De P&C-cyclus – en met name de programmabegroting – is hiermee het belangrijkste sturingsmechanisme. ▪ De doeltreffendheid van het proces is hiermee op orde. Doordat de subsidierelaties niet strak gekoppeld zijn aan beleidsdoelen, is de controle op de inhoudelijke doeltreffendheid (maatschappelijke impact) van specifieke subsidies complex. Deze inhoudelijke controle en sturing komt hiermee vanuit het college via de betrokken accounthouders of beleidsadviseurs, maar zij hebben hiertoe vaak beperkte (cijfermatige) handvatten. 13
Programmabegroting Montfoort 2024, paragraaf 3.5 (bedrijfsvoering). Programmabegroting Montfoort 2024, paragraaf 3.6 (verbonden partijen). 15 RIB Proces SWOM (zaaknummer 244599) 16 Vijf modules, te weten: Sociaal Team, Doe Mee Huis, lnloophuis, Bibliotheek & Welzijn 14
pagina 22
▪ Er is een ontwikkeling gaande om het principe van regiegemeente - leidend sinds de ontvlechting van UW Samenwerking – los te laten en meer grip te krijgen op de besteding van de publieke gelden, waaronder ook subsidiestromen. Dit is onder meer zichtbaar in de ontwikkeling die is ingezet in de subsidiestroom voor de SWOM, waar de raad heeft uitgesproken behoefte te hebben aan meer sturingselementen. Normen De raad geeft invulling aan zijn kaderstellende rol door het formuleren van concrete en meetbare beleidsdoelen, die een relatie hebben met het subsidie-instrument.
Het college geeft invulling aan de actieve informatieplicht door de raad direct te informeren in geval van afwijkingen van subsidievoorwaarden of substantiële financiële problemen bij een gesubsidieerde organisatie. De raad geeft invulling aan zijn controlerende rol.
Score De raad heeft een actieve rol gespeeld bij de kaderstelling van zowel het subsidiebeleid als de Algemene subsidieverordening. Deze zijn echter verouderd. Er zijn (nog) geen meetbare beleidsdoelen voor beleidsterreinen zoals duurzaamheid en economie. Mogelijk zijn de beleidsdoelen voor het sociaal domein verouderd. Hierdoor voldoet de gemeente deels aan de norm. Het college geeft invulling aan de actieve informatieplicht en het subsidieoverzicht biedt raadsleden een overzicht van de verleende subsidies en afwijkingen ten opzichte van het vorige jaar. Hoewel de overzichten duidelijker kunnen, voldoet de gemeente aan de norm. De gemeenteraad geeft voornamelijk invulling aan zijn controlerende rol via de financiële kaders. Doordat de subsidierelaties niet strak gekoppeld zijn aan beleidsdoelen, is de controle op de doelmatigheid (efficiëntie) van specifieke subsidies complex, waarmee de gemeente deels voldoet aan deze norm.
pagina 23
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Gemeente Montfoort • Subsidiecoördinator • Oud-Subsidiecoördinator • Accounthouder SWOM • Accounthouder Duurzaam Montfoort • Accounthouder Ondernemersfonds Montfoort • Concerncontroller • Portefeuillehouder subsidies Gesubsidieerde organisaties • SWOM • Duurzaam Montfoort • Ondernemersfonds Montfoort
pagina 24
Bijlage 2. Factsheet SWOM Omschrijving organisatie Stichting Sociaal Welzijn op Maat (voorheen Stichting Welzijnsondersteuning Montfoort – Linschoten, SWOM) is de welzijnsorganisatie voor de inwoners voor Montfoort en Linschoten. Naast een breed scala aan welzijnsactiviteiten, het Steunpunt Mantelzorg, ontmoetingscentrum 't Bakkershuis en het SWOM DoeMeeHuis, biedt SWOM binnen het sociaal team de frontoffice van de Wmo, Algemeen Maatschappelijk Werk en Buurtbemiddeling aan. De SWOM is door de Belastingdienst aangewezen als ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’ (ANBI). Een stichting met een ANBI-status zet zich voor minstens 90% in voor het algemeen belang. Er mag geen winstoogmerk zijn en de stichting en de betrokkenen moeten voldoen aan de integriteitseisen. Ook moet de stichting voldoen aan diverse administratieve verplichtingen en op de eigen website verplicht specifieke gegevens publiceren. De SWOM geeft in het jaarverslag een visie mee dat iedereen in staat moet zijn deel te kunnen nemen aan de maatschappij: “Wij willen creatief inspelen op de lokale behoeftes aan sociale ondersteuning.
Uitgaande van de eigen kracht van de inwoner zorgen onze medewerkers en vrijwilligers voor dienstverlening die tijdig en op maat wordt geleverd.” Als missie wordt hierop aangevuld: “Wij willen samen met maatschappelijke partners in Montfoort en Linschoten en hun netwerken het huidige aanbod aan dienstverlening en welzijnsactiviteiten borgen en toekomstbestendig houden.” Elders in het jaarverslag wordt benadrukt dat het doel is om ‘zoveel mogelijk ondersteuning te bieden waar mogelijk’. Overzicht subsidies Stichting Welzijnsondersteuning Montfoort-Linschoten Subsidies17 Aangevraagd Toegekend
subsidieoverzicht 2022
€ 1.290.489
€ 1.251.360
2023
€ 1.392.336
€ 1.286.483
2024
€ 1.480.185
€ 1.429.244
De SWOM is de hoogste subsidie die verstrekt wordt in de gemeente Montfoort. De SWOM is echter niet alleen door de omvang een bijzondere casus, maar ook doordat er relatief veel personeelslasten zijn (ca. 80%) ten opzichte van de overige bedrijfsvoering. Dat betekent dat de indexaties voor deze posten soms verschillen, op basis van de CAO-stijgingen. Dit is ook te zien in de toelichtingen bij de subsidieoverzichten: • “Het te verlenen subsidiebedrag wordt gebaseerd op de verleende subsidie in 2021. Hierboven op komt een bedrag van € 27.835,- voor een geschatte CAO-verhoging van 3,25%.” (2022) • “Het te verlenen subsidiebedrag wordt gebaseerd op het herrekende subsidiebedrag voor 2022, aangepast wegens CAO-verhoging van € 1.251.360 naar € 1.261.258,26. Hier bovenop komt een bedrag van € 25.225,17 voor een CAO-verhoging per 01-01-2023 van 2%, in totaal een verhoging van € 35.123 t.o.v. initiële subsidie-toewijzing 2022.”18
17
Het onderzoek beperkt zich tot de hoofdsubsidie voor de SWOM. Er is ook een subsidiestroom voor ‘Bibliotheek-Swom’ en ‘SWOM AED’. Bij deze structurele aanvragen zaten ook een incidentele subsidieaanvragen. Deze maken geen onderdeel uit van de casuïstiek. 18 In het verleden was er regelmatig onduidelijkheid over de beoogde werkwijze om te anticiperen op stijging in personeelslasten. Er wordt gewerkt met een berekening vanuit de gemeente over de ontwikkeling van personeelslasten. Als dat niet blijkt te volstaan, corrigeert de gemeente achteraf, waarbij verschillen worden verrekend. Dit maakt de SWOM kwetsbaar voor jaren zoals 2023 waar grote stijgingen in salariskosten zijn, mede doordat staat vastgelegd in de subsidieverordening dat de algemene reserve niet boven de 5% mag komen, waarbij overschotten worden teruggevorderd. Daarom is in het verleden gepoogd te anticiperen op stijging in personeelslasten in de subsidieaanvraag van de SWOM. Op 28 maart 2023 is bijvoorbeeld via een verzoek tot subsidievaststelling over het jaar 2022 gevraagd om de subsidie met terugwerkende kracht te verhogen. Toelichting: “… om binnen de wettelijke afhandelingstermijnen te blijven en niet geconfronteerd te worden met wachtlijsten.” De structurele subsidieverstrekking gaat echter niet verder dan de indexatie met de CAO verhoging.
De gemeente fungeert als buffer, als er een probleem zou zijn in cashflow.
pagina 25
•
“Op het subsidiebedrag van 2023 is een indexatie toegepast van 3,25%. indien de CAO verhoging hoger is dan 3,25% zal het verschil tussen de indexatie en de daadwerkelijke CAO verhoging over de looncomponent worden herberekend.” 19 (2024)
Daarnaast valt op dat de toegekende bedragen in de onderzoeksjaren structureel onder de aangevraagde bedragen liggen. Uit de interviews blijkt dat dit kwam omdat in het verleden niet altijd de juiste lijn wordt gevolgd bij de aanvragen. Voorbeeld hiervan is het aanvragen van extra FTE’s die via de subsidie.20 De lijn is dat dergelijke verzoeken via college naar de raad gaan, om dan bij goedkeuring in de subsidieaanvraag te landen. Ook kwam voor dat de indexatie in de aanvraag was toegepast op basis van de vorig jaar aangevraagde subsidie, en niet op basis van de toegekende. Doorontwikkeling subsidieaanvragen De opbouw van de subsidieaanvragen van SWOM is sterk gewijzigd in de onderzoeksjaren, zie ook tabellen op de volgende pagina. In 2023 werd nog gewerkt met een post ‘overige bedrijfskosten’, waar automatisering, huisvesting en algemene bedrijfskosten werden ondergebracht. In 2024 zijn deze posten verdeeld onder de teams. Hiermee is meer inzicht in de precieze verdeling van de subsidie. Daar tegenover staat dat de resultaatgebieden die in 2023 op de teams ‘receptie’ en ‘welzijn’ zijn gebruikt, zoals de mantelzorgconsulent, niet meer traceerbaar zijn. Andere resultaatgebieden die niet meer in de opbouw van 2024 staan zijn ‘Sociaal juridische ondersteuning’, ‘Deskundigheidsbevordering professionals’, ‘Deskundigheidsbevordering vrijwilligers’ en ‘Advieskosten’.
Het is niet direct duidelijk waar deze zijn ondergebracht. Ook zijn de kosten per team niet goed vergelijkbaar. Bij de resultaatgebieden die dit nog wel zijn valt op dat ‘WMO maatwerkvoorzieningen’, ‘Algemeen Maatschappelijk Werk’ en ‘Inloop- en activiteiten begeleiding’ allen een toename tussen de 11,1% en 12,2% hebben. Deze is in lijn met de in de subsidieaanvraag beschreven stijging van de salariskosten (8% in 2023 en 2,5% in 2024). De subsidieaanvraag voor de resultaatgebieden ‘Dementie’ (+37%, naar € 113.861) en ‘Directe kosten activiteiten Doe-Mee-Huis’ (+92%, naar € 38.460) stijgen aanzienlijk harder. Over het Doe-Mee-Huis staat een toelichting in de aanvraag: “Momenteel wordt de dienstverlening binnen het Doe-Mee-Huis verder geprofessionaliseerd, zodat het meer een integraal onderdeel van de totale dienstverlening van SWOM gaat zijn. Daarbij zal er ook een doelgroep analyse gemaakt worden.” De stijging op ‘Dementie’ wordt in de aanvraag echter niet toegelicht, hoewel uit interviews blijkt dat die verklaring er vaak wel is. In dit voorbeeld gaat het om het integreren van een incidentele subsidie21 van het Bakkershuis in de structurele subsidie. Het wordt als aandachtspunt erkend dat deze wijzigingen niet altijd goed op papier staan. De informatiebehoefte gaat breder dan alleen het toelichten van wijzigingen.
Ook ziet men meerwaarde aan het strakker formuleren van de bestaande posten. Zo is er een omvangrijke ‘overige bedrijfskostenpost’ bij ‘sociaal team’. De voorkeur bij zowel gemeente als SWOM is om dit in de toekomst strakker te benoemen, zodat het beter inzicht geeft. Het huidig financieel jaaroverzicht biedt nog te weinig handvatten voor controle en is daarmee alleen te interpreteren door mensen die veel kennis hebben van de SWOM. 19
Dit wordt verder toegelicht in de subsidieaanvraag: “De einddatum van de huidige CAO is 1 juli 2023. Wij hebben een stijging van de salariskosten voorzien per 1 juli van 8%. De stijging voor 2024 hebben wij ingeschat op 2,5%. Wij gaan ervanuit dat wij, zoals gebruikelijk, achteraf gecompenseerd worden door de gemeente indien er tussentijds bijstellingen plaatsvinden in de CAO en voor een eventueel afwijkende CAO verhoging na 1 januari 2024.” 20 In de subsidieaanvraag van 2024 staat: “Door de huidige ontwikkelingen waarbij SWOM vaak wordt gevraagd om nieuwe activiteiten op te zetten of te begeleiden is het lastig om de hoogte van de benodigde middelen te bepalen. Door de toegenomen armoede, energiecrisis, schuldhulpverlening, ed. is de druk op de organisatie verder verhoogd. (…) Deze aanvraag is gebaseerd op de huidige werkzaamheden, aangevuld met de onderdelen die reeds besloten zijn. De grootste toevoeging hierbij is Welzijn op recept. (…) In deze aanvraag is rekening gehouden met een extra medewerker (24 uur per week) voor Welzijn op Recept.” 21 De incidentele subsidies zijn veelal taken die vanuit provincie of Rijk worden toebedeeld (‘Spuk’), maar het kan ook gaan om ‘pleisterwerk’ om tijdelijke gaten te vullen. Dit is wel complex voor de SWOM om solide personeelsbeleid op te voeren.
pagina 26
Opbouw subsidie in subsidieaanvraag 2023 Team
Resultaatgebied
Bedrag
Staf
Directie en ondersteunende diensten
€ 224.778
Receptie
Inloop vrijwilligers en inwoners
€ 61.081
Admin. ondersteuning activiteiten en diensten Welzijn
€ 12.000
Ontwikkeling en begeleiding Individuele hulpvragen
€ 121.140
Mantelzorgconsulent
€ 20.000
Activiteiten en diensten
€ 30.000
Directe kosten Welzijnsactiviteiten
€ 10.000
WMO maatwerkvoorzieningen
€ 297.420
Algemeen Maatschappelijk Werk
€ 94.162
Dementie
€ 82.910
Sociaal juridische ondersteuning
€ 40.000
Inloop- en activiteiten begeleiding
€ 129.345
Directe kosten activiteiten Doe Mee Huis
€ 20.000
Overige
Automatisering, onderhoud en aanschaf
€ 32.000
bedrijfskosten
Huisvesting Montfoort-Linschoten
€ 40.000
Algemene bedrijfskosten
€ 135.000
Deskundigheidsbevordering vrijwilligers
€ 7.500
Deskundigheidsbevordering professionals
€ 25.000
Advieskosten
€ 10.000
Welzijn
Sociaal Team
Doe Mee Huis
Opbouw subsidie in subsidieaanvraag 2024 Team
Resultaatgebied
Bedrag
Staf
Personele kosten
€ 207.915
Huisvesting
€ 5.539
Automatisering
€ 6.050
Overige bedrijfskosten
€ 17.679
Personele kosten
€ 67.532
Huisvesting
€ 2.920
Automatisering
€ 3.190
Overige bedrijfskosten
€ 9.320
Personele kosten
€ 245.576
Huisvesting
€ 7.010
Automatisering
€ 7.640
Overige bedrijfskosten
€ 22.330
WMO maatwerkvoorzieningen
€ 330.333
Algemeen Maatschappelijk Werk
€ 104.894
Dementie
€ 113.861
Huisvesting
€ 9.630
Automatisering
€ 10.510
Overige bedrijfskosten
€ 103.020
Inloop- en activiteiten begeleiding
€ 145.186
Directe kosten activiteiten Doe Mee Huis
€ 38.460
Huisvesting
€ 4.090
Automatisering
€ 4.460
Overige bedrijfskosten
€ 13.040
Receptie
Welzijn
Sociaal Team
Doe Mee Huis
pagina 27
Beleidskader en subsidieregeling op basis waarvan de organisatie subsidie ontvangt De structurele subsidieaanvraag SWOM uit 2024 is gebaseerd op begroting 2024 en de Visie SWOM uit 2021. Deze koppeling wordt verder niet toegelicht. Er is geen referentie naar het subsidiebeleid, of de daarin genoemde taakvelden. In 2023 werd ook het jaarwerkplan meegestuurd, maar dit is geen verplichting en in 2024 gebeurde dit niet. In de interviews wordt bevestigd dat de koppeling aan gemeentelijke doelen daarmee complex en indirect is. Er worden momenteel stappen gezet om deze koppeling te versterken (zie ‘Doorontwikkeling subsidie SWOM: modules gekoppeld aan te bereiken doelen’). Als reden voor de besluitvorming over de toekenning van de subsidie wordt nu nog consequent aangegeven dat de toekenning past binnen het subsidieplafond van ons begrotingsprogramma 5. lnkomen, jeugd en WMO, en dat het subsidiebedrag is in overeenstemming met het door het college vastgestelde subsidieoverzicht. Dit zijn puur procesmatige kaders. Een inhoudelijke toetsing of de subsidieaanvraag aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen ontbreekt. Wijze van verantwoording subsidie De verantwoording van SWOM verloopt via twee documenten. De eerste betreft het jaarverslag waarin de organisatie de gesubsidieerde werkzaamheden van het afgelopen jaar omschrijft.
Daarnaast is er een financieel jaarrapport van de stichting, voorzien van een accountantsverklaring. In de onderzochte jaarverslagen splitst SWOM de activiteiten op in meerdere onderdelen, te weten: -
Receptie Welzijn Steunpunt Mantelzorg DoeMeeHuis Huis van Ervaring Ontmoetingscentrum ’t Bakkershuis Sociaal Team Algemeen Maatschappelijk Werk Vrijwilligers
Aan de hand van deze onderdelen, die deels opgehangen lijken aan de teams en resultaatgebieden in de subsidieaanvraag, worden de prestaties van het afgelopen jaar uitgelicht en kort ingegaan op de uitdagingen voor de toekomst. SWOM geeft zelf ook aan dat er veel wordt bijgehouden ‘om maar iets in nummers te kwantificeren’. Er wordt geen poging gedaan om de prestaties te koppelen aan effecten. Zo zijn er geen partner- en klanttevredenheidsonderzoeken22 en/of scores op beleidsindicatoren. Dit maakt de controle op doeltreffendheid complex. De indeling helpt onvoldoende met de koppeling aan gemeentelijke beleidsdoelen, ook omdat de activiteiten hier niet direct aan verbonden zijn. Er is daarmee geen controle of activiteiten voldoende renderen. In de praktijk is de inhoudelijke aansturing van de SWOM hierop daarmee zeer beperkt. De ontwikkeling met de modules (zie Doorontwikkeling subsidie SWOM: modules gekoppeld aan te bereiken doelen) moet hier meer sturing aan geven. Momenteel ligt de nadruk op de jaarrekening, met een check of er aandachtspunten zijn bij de middelen.
22
Er is een gemeentelijk cliëntervaringsonderzoek waar ook componenten in zitten die voor de SWOM van belang zijn, maar deze worden niet opgevoerd in het jaarverslag van de SWOM. Dat heeft te maken met dat het een gemeentelijk onderzoek is, maar ook met dat het te laat verscheen (juni) om in de verantwoording mee te nemen.
pagina 28
Behalve gedocumenteerde verantwoording voert de accounthouder van de gemeente meermaals per jaar gesprekken met de directeur en operationeel leidinggevende van SWOM. Ook diverse beleidsadviseurs hebben regelmatig contact met SWOM over operationele zaken. Er is dus veelvuldig overleg met SWOM in de vorm van een soort contractbeheer. Over het algemeen is er een relatie tussen de gemeente en SWOM op basis van vertrouwen. Doorontwikkeling subsidie SWOM: modules gekoppeld aan te bereiken doelen Op 4 december 202323 heeft het college van B&W de raad via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de wens om de subsidie van SWOM meer modulair in te willen richten, waarbij per module een financiële verantwoording plaatsvindt binnen de totale subsidie. Het voornemen is om de subsidieverstrekking aan de SWOM nader te concretiseren door deze te voorzien van doelen en resultatenafspraken. Dit is een gedeelde wens van de gemeente én van het bestuur van de SWOM. Hiermee is er meer duidelijkheid over wat de gemeente, en in het verlengde daarvan de inwoners, van de SWOM mogen verwachten. Uitgangspunt is het verzakelijken van de samenwerkingsrelatie, waaronder het specificeren van de opgave, rollen en verantwoordelijkheden. Op 30 september 2024 is er in een raadsinformatiebijeenkomst stilgestaan bij de nieuwe ‘contouren van de samenwerkingsafspraken met SWOM’.
De opdracht aan SWOM is hier uitgewerkt in vier24 modules: Inloophuis voor inwoners met beginnende geheugenproblematiek, Welzijn, Doe-Mee-Huis en Sociaal Team, met ieder een eigen doelstelling(en)25: • Welzijn richt zich op de hulpvragen van de inwoner. Wij proberen de eigen kracht van de inwoner te versterken om te voorkomen dat er een zorgbehoefte komt. • Het DoeMeeHuis biedt ondersteuning voor inwoners die zonder deze ondersteuning zijn aangewezen op zorg en/of WMO-voorzieningen. • Sociaal Team: o WMO uitvoering volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. o Het bieden van ondersteuning en advies, met als doel dat inwoners zich hierna weer in de eigen omgeving en op eigen kracht kunnen redden. o Het verwijzen naar en indiceren van passende zorg of ondersteuning, zo dichtbij en licht mogelijk. De modulaire inrichting gaat niet gepaard met een toe- of afname aan subsidie voor de SWOM. Het is alleen gesplitst in meerdere onderdelen, waarbij per module gekeken kan worden of de dienstverlening op peil is. Ook wordt het hiermee makkelijker om afwijkingen te verklaren. Per module worden er prestaties afgesproken en zijn er kwaliteitseisen opgesteld. Daarnaast is er per module een ontwikkelopgave opgesteld. In de kaders voor samenwerking wordt expliciet aandacht besteed aan monitoring.
Prestatie-indicatoren worden in de toekomst door de gemeente en SWOM samen opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de informatiebehoefte van de raad, zo wordt meegegeven in de raadsinformatiebijeenkomst. Per kwartaal gaan er per module ambtelijke voorgangsgesprekken plaatsvinden tussen de directeur van SWOM en de accounthouder van de gemeente. Elk half jaar is er bestuurlijk overleg tussen het stichtingsbestuur, directie SWOM en de wethouders sociaal domein van de gemeente Montfoort. Aan het eind van het jaar wordt dan stilgestaan bij de mate waarin de inhoud van de
23
RIB Proces SWOM (zaaknummer 244599) Eerdere communicatie sprak van vijf modules. De module bibliotheek is geschrapt, want dit is een eigen organisatie en de enige link is dan er welzijnsactiviteiten (‘Doe-Mee-Huis’) plaatsvinden in de bibliotheek. 25 De module geheugenproblematiek was in de informatieavond niet behandeld, omdat hier eerder al over gecommuniceerd was richting college, blijkt uit de interviews. 24
pagina 29
modules aansluit bij maatschappelijke en lokale ontwikkelingen. De modules en de ontwikkelopgave voor het komende jaar opgesteld en vertaald in de subsidieaanvraag. Hoewel de werkwijze nog niet helemaal is uitgewerkt, zien de betrokkenen een meerwaarde in een voorbespreking die plaatsvindt voor de aanvraag, zodat verwachtingen over en weer in lijn zijn. Ook is er behoefte aan een evaluatie-structuur. Vanuit beide partijen wordt de ontwikkeling omarmd, en geborgd door procedures strakker op papier te zetten. Vanwege de subsidierelatie, kan echter niet alles dichtgetimmerd worden. De gemeente ‘gaat niet over de inhoud’. De sleutel zit vooral in wijzigingen in de inhoud met gevolgen voor financiën. Meer duidelijkheid over de procedures voor de SWOM zal volgens betrokkenen helpen bij de efficiency van de processen. Zo is er per module een budget beschikbaar gesteld. Het is niet mogelijk om zonder akkoord van de gemeente te schuiven binnen de budgetten. Indien de gemeente een aanvullende opdracht bij SWOM wil beleggen, wordt hier een aanvullende incidentele subsidie voor verstrekt.
pagina 30
Bijlage 3. Factsheet Ondernemersfonds Montfoort Omschrijving organisatie Aanleiding voor het Ondernemersfonds is dat de bedrijfsverenigingen (ondernemersorganisaties DeBIJ, de Winkeliersvereniging Montfoort, de BV-M en VVE Heeswijk) merkten dat de slagkracht van hun verenigingen afnam, omdat er ondernemers waren die de meerwaarde van bedrijfsverenigingen onvoldoende inzagen (‘free riders’), waarna een overkoepelend Ondernemersfonds naar Leids model is gevormd. In april 2015 is door de ondernemersorganisaties in samenwerking met de Rabobank en de gemeente Montfoort uitgesproken gezamenlijk de stad te willen versterken door de oprichting van het Ondernemersfonds Montfoort. Het fonds is in het najaar van 2015 opgericht, en per 2016 gestart. De subsidie is ondergebracht in begrotingsprogramma 3 – Wonen en Ruimte.
Het Ondernemersfonds Montfoort heeft als doel het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid en ruimtelijke kwaliteit in de openbare ruimte(n) van het gebied binnen de gemeente Montfoort vanuit een centraal ondernemersfonds en het creëren van financiële middelen die kunnen worden aangewend ter stimulering van het bedrijfsleven en de werkgelegenheid in Montfoort, waarbij de binding van de eigen inwoners met de eigen gemeente hoog is en bestedingen worden verricht in de eigen stad en het stimuleren van ondernemers in Montfoort om te komen tot samenwerkingsverbanden en collectieve initiatieven ter stimulering van ondernemersbelangen en het financieren van collectieve initiatieven van ondernemers in Montfoort. De verwachte prestatie wordt in de beschikking van 2 december 2021, geformuleerd als: ‘Vanuit een centraal ondernemersfonds middelen creëren die worden aangewend ter stimulering van het bedrijfsleven en de werkgelegenheid in Montfoort, waarbij de binding van de eigen inwoners met de eigen gemeente hoog is en bestedingen worden gedaan in de eigen stad.’ Overzicht subsidies Ondernemersfonds Montfoort Subsidies Aangevraagd 2022
€180.000 structureel en €74.000 incidenteel26
2023 2024
€180.000 €180.000
Toegekend
€180.000 structureel en €74.000 incidenteel €180.000 €180.000
Historie subsidieopbouw Ondernemersverenigingen uit Montfoort en Linschoten kunnen aanvragen indienen bij het Ondernemersfonds voor het krijgen van een subsidie om vervolgens een bepaald project uit te kunnen voeren. Hiervoor ontvangt het Ondernemersfonds jaarlijks een subsidie van € 180.000,-. Dit bedrag wordt – in tegenstelling tot het gros van de overige subsidies – niet geïndexeerd. Dit heeft een verklaring, want een toename van de subsidie gaat ook gepaard met een hogere OZBopslag. Het bedrag wordt verzameld door middel van een opslag op de onroerende-zaakbelasting
26
Het Ondernemersfonds vraagt elk jaar 180.000 aan en ontvangt deze ook op basis van de uitvoeringsovereenkomst. De overige bedragen op de subsidieoverzichten in 2022 en 2023 hebben betrekking op de gelden die bestemd zijn voor agrariërs en maatschappelijke instellingen. Deze staan onder hetzelfde grootboeknummer. Voorheen verliep dit allemaal via het Ondernemersfonds en konden agrariërs en maatschappelijke instellingen restitutie aanvragen. Dit kan echter vanaf 2021 niet meer n.a.v. een rechtelijke uitspraak (zie ook historie subsidieopbouw).
pagina 31
(OZB) voor eigenaar/gebruiker niet woningen toegepast. Dit heeft als gevolg dat de slagkracht van het fonds door de inflatie in de afgelopen jaren is beperkt. Het fonds heeft in 2015 een uitvoeringsovereenkomst gesloten met de gemeente Montfoort. Vier jaar lang werkte men op deze wijze. Bij het aflopen van de termijn (2019) werd op basis van een motie het college verzocht bij de geplande evaluatie van het ondernemersfonds in het eerste kwartaal van 2020 zoveel mogelijk individuele ondernemers te betrekken, aandacht te besteden aan de gehanteerde transparantie en de samenwerking met de verschillende deelnemers, de rol van de gemeente in het fonds en de doelmatigheid van de ingezette financiën te onderzoeken. Er zijn op donderdagavond 12 maart 2020 presentaties gehouden naar aanleiding van de motie, waarvoor alle fracties waren uitgenodigd. Op verzoek van de stellers van de motie heeft het Ondernemersfonds een onderzoek onder de ondernemers gehouden. Dinsdagmiddag 6 oktober 2020 heeft het Ondernemersfonds de uitslag van de enquête in de raadzaal aan de stellers gepresenteerd. Met als resultaat dat de aanwezige fractievertegenwoordigers aangaven dat het Ondernemersfonds Montfoort bestaansrecht heeft. Het college stelt daarmee in november 2020 voor de overeenkomst met één jaar te verlengen.
Deze korte looptijd werd ingegeven doordat op dat moment tijd en expertise ontbrak om een gedegen besluit te nemen met rugdekking van de gemeenteraad en dat gekeken moest worden naar de restitutie c.q. subsidiëring aan de agrariërs. Die restitutieregeling werkte als volgt: de gemeente heft dat jaar van de bedrijven een opslag op de OZB van € 247.000,- en gaf vervolgens aan het Ondernemersfonds € 180.000,- subsidie. De overige € 67.000 werd tot 2020 via de restitutieregeling teruggegeven aan de agrariërs en de eigenaren en gebruikers van de maatschappelijke objecten. Eerder dat jaar was echter door het Hof Den Haag geoordeeld dat het ondernemersfonds van de gemeente Teylingen en BodegravenReeuwijk niet in stand kon blijven, omdat via het hanteren van een restitutieregeling bepaalde categorieën 'niet-woningen' feitelijk minder belasting betalen dan andere categorieën 'nietwoningen'. Deze categorieën betalen namelijk niet het volledige bedrag zoals is bepaald in de Verordening OZB, maar het op grond van deze verordening verschuldigde bedrag verminderd met het bedrag dat op grond van de restitutieregeling aan hen wordt teruggegeven. Dit bracht ook een risico met zich mee voor het Ondernemersfonds Montfoort, omdat dat van een soortgelijke constructie gebruik maakt.
In de constructie tot en met 2020 vond er via het Ondernemersfonds een restitutie plaats aan de agrariërs, die op grond van bovengenoemde jurisprudentie niet meer is toegestaan. Gedurende het jaar komt er meer duidelijkheid over de rechtmatigheid van de oplossing. De gemeente stel in het raadsvoorstel dat op grond van artikel 216 juncto 220 Gemeentewet de vaststelling van het OZB-tarief een zelfstandige bevoegdheid van de gemeenteraad is. De belastingrechter is dan ook niet bevoegd om over de tarieven te oordelen, tenzij de tariefstijging of tariefstelling in strijd is met een hogere wettelijke regeling of leidt tot een onredelijke belastingheffing. In dit voorstel wordt gepleit voor het in stand houden van de huidige opslag. Van een onredelijke belastingheffing of een disproportionele tariefstijging is dan ook geen sprake. Daarnaast staat het de raad vrij de OZB-opbrengsten naar eigen inzicht besteden, bijvoorbeeld ten behoeve van het Ondernemersfonds. In de raadsvergadering van 5 juli 2021 is besloten de constructie te verlengen tot en met 2026. Deze meerjarige constructie maakt het mogelijk om relatief grote projecten op te pakken, omdat over meerdere jaren er zekerheid is van budget. Een amendement van de SGP om over te gaan tot de constructie van een Bedrijfs Investerings Zone (BIZ) is in deze vergadering verworpen. Er is een pagina 32
nieuwe uitvoeringsovereenkomst afgesloten. Deze is korter en staat bijvoorbeeld niet stil bij de inhoudelijke doelstellingen. Wel staat er in artikel 1 dat deze overeenkomst een verlenging betreft van de bestaande uitvoeringsovereenkomst uit 2015, zodat de inhoud van die uitvoeringsovereenkomst overeind blijft, tenzij daarvan bij deze overeenkomst wordt afgeweken. In de uitvoeringsovereenkomst voor de subsidieverstrekking van € 180.000 voor de periode tot 2026 wordt duidelijk dat aan de agrariërs de alternatieven zijn gepresenteerd, namelijk aansluiten bij de bestaande vereniging dan wel een eigen 'agrarische' vereniging oprichten en afzonderlijk gesubsidieerd worden. Voor de bij de agrariërs opgelegde toeslag is een Lokale Agrarische Vereniging Montfoort en Linschoten tot stand gekomen in 2022. Deze opereert los van Ondernemersfonds Montfoort-Linschoten. De verwachting is dat in 2025 de maatschappelijke organisaties zich ook gaan verenigen om vervolgens aanspraak te maken op de gelden. Deze ontwikkelingen zijn ook de reden dat in de subsidieoverzichten nog sprake is van een bedrag van € 180.000,- per jaar en een incidentele subsidie van € 74.000. In latere subsidieoverzichten wordt dit als een aparte post voor agrariërs genoteerd.
Beleidskader en subsidieregeling op basis waarvan de organisatie subsidie ontvangt De subsidie aan het Ondernemersfonds heeft een atypische verstrekking. Dit is in de eerste plaats doordat het bedrag via de OZB-opslag wordt opgehaald en naar de ondernemers wordt teruggebracht via dit fonds27. In de tweede plaats is al geconstateerd dat er geen indexatie plaatsvindt. Ook in de basis waarop het Ondernemersfonds subsidie ontvangt wijkt af, omdat er sprake is van een uitvoeringsovereenkomst voor vier jaren. Er is een jaarlijkse aanvraag, maar die heeft geen koppeling aan doelstellingen. Zo lang het Ondernemersfonds zich aan de regels in de uitvoeringsovereenkomst houdt, zal de aanvraag altijd worden gehonoreerd. Hierin staat onder meer dat de begroting elk jaar wordt voorzien van een bijbehorend actieplan (art. 4.2) en dat het bestuur ‘uiterlijk op 1 februari van elk jaar een overzicht van de geplande activiteiten voor datzelfde jaar aan de gemeente’ (art. 5.1). In de overeenkomst staat geen expliciete koppeling aan beleidsdoelstellingen. Wel zijn de doelstellingen van het Ondernemersfonds duidelijk gecommuniceerd in hun eigen jaarstukken: • • • • • •
Jongeren opleiden en in laten vloeien in de Montfoortse bedrijven Eigen inwoners laten werken in eigen gemeente Stimuleren kopen en verblijven in eigen gemeente Bedrijven onderling meer zaken laten doen met elkaar Vergroten bedrijvigheid met kwalitatief hoogwaardige bedrijven Platform voor inwoners van Montfoort en Linschoten, andere partijen en met de gemeente
Dit zijn de doelen van het fonds, maar door het intensieve contact tussen gemeente en het bestuur van het Ondernemersfonds (4x per jaar) wordt geborgd dat de doelen van de gemeente en het fonds in lijn zijn met elkaar. De link met de doelen van het subsidiebeleid zijn zeer beperkt. Het subsidiebeleid van de gemeente heeft immers als doel ‘het ondersteunen en stimuleren van activiteiten van welzijnsinstellingen in de breedste zin van het woord om de sociale cohesie in de gemeente Montfoort in stand te houden en te bevorderen’. De doelen van het Ondernemersfonds raken wel doelen op het gebied van sociale cohesie, maar dat dit is meer indirect.
27
Deze werkvorm wordt landelijk vaker toegepast, al wordt er doorgaans wel een artikel in dergelijke uitvoeringsovereenkomsten opgenomen waaruit blijkt dat de Algemene Subsidieverordening van de gemeente niet van toepassing is op deze subsidie en de uitvoeringsovereenkomst leidend is. Dat is in deze uitvoeringsovereenkomst niet het geval.
pagina 33
Wijze van verantwoording subsidie In de meerjarige overeenkomst staan bepalingen die aansluiten bij het subsidiebeleid, zoals een jaarlijkse formele subsidieaanvraag en een verantwoording, door middel van een jaarverslag met daarin inzicht in de activiteiten. Het jaarverslag is echter vrij summier. Bij de jaarverslagen zit geen balans of resultatenrekening, en geen inhoudelijk verslag over de geleverde prestaties. Er worden enkele activiteiten en investeringen genoemd als voorbeelden, zonder dat hier kosten bij in kaart worden gebracht. Hieruit kan niet worden opgemaakt in welke mate de subsidie bij heeft gedragen aan de vooraf bepaalde doelen. De afstemming en sturing vanuit de gemeente zit meer in het zeer regelmatige contact en overleg dat plaatsvindt. Eenmaal per kwartaal komt het bestuur van het Ondernemersfonds bij elkaar, waarbij ook de accounthouder vanuit de gemeente aansluit. Minimaal eenmaal per jaar is ook de portefeuillehouder/wethouder aangesloten bij zo’n bestuursvergadering. Sinds 2024 is het streven uitgesproken om daarnaast jaarlijks met het gehele college en het bestuur van het Ondernemersfonds bij elkaar te komen. Hier worden bestuurlijke doelstellingen besproken en indien nodig/mogelijk op elkaar afgestemd. Los van deze vaste momenten is er ook regelmatig anderszins contact met de accounthouder over de uitvoering van diverse plannen.
Deze contacten zorgen er voor dat het Ondernemersfonds haar activiteiten en gelden kan inzetten in dienst van de gemeentelijke doelen, en dat de gemeente goed zicht houdt op de bestedingen van het Ondernemersfonds. Ook raadsleden komen regelmatig in aanraking met de activiteiten van het fonds, via de nieuwsbrief of via de tweejaarlijkse rondleiding voor raadsleden.
pagina 34
Bijlage 4. Factsheet Duurzaam Montfoort Omschrijving organisatie Stichting Duurzaam Montfoort is een stichting, opgericht in november 2018. De Belastingdienst heeft Duurzaam Montfoort vanaf 17 november 2023 geregistreerd als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Een stichting met een ANBI-status zet zich voor minstens 90% in voor het algemeen belang. Er mag geen winstoogmerk zijn en de stichting en de betrokkenen moeten voldoen aan de integriteitseisen. Ook moet de stichting voldoen aan diverse administratieve verplichtingen en op de eigen website verplicht specifieke gegevens publiceren. In de statuten is het doel van Duurzaam Montfoort vastgelegd: ‘Een onafhankelijk platform te vormen voor en door inwoners van Montfoort en Linschoten ten behoeve van een gezonde leefomgeving, voor nu en voor later, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords’. Overzicht subsidies Stichting Duurzaam Montfoort Subsidies Aangevraagd
Toegekend
2022
€ 2.896
€ 2.896
2023
€ 11.549
€ 11.549
2024
€ 13.975
€ 12.42628
Het bedrag wat de Stichting voor 2022 aanvraagt is beduidend lager dan in vergelijking met eerdere jaren. De reden hiervoor is dat de stichting kiest om geen eigen vermogen29 op te bouwen maar dit direct in te zetten (te reserveren) voor het uitvoeren van activiteiten in 2022. Het is bij de huidige accounthouder niet bekend of dit gevolgen heeft gehad voor de manier van controleren, omdat in het beleid staat dat onder de € 7.500 geen controle nodig is. In 2023 is de toekenning weer conform toekenning vóór 2022. In 2024 wordt echter meer budget aangevraagd, met in de aanvraag de onderbouwing: “Het betreft voortzetting van de activiteiten, zoals die in 2023 zijn uitgevoerd.” Bij navraag blijkt dat de verhoging in de aanvraag zijn oorsprong vond in de komst van een nieuwe vrijwilliger die nieuwe initiatieven rondom flora en fauna wilde uitzetten. Door een fout bij de gemeente werd aanvankelijk alleen de indexatie toegepast, maar na een zienswijze op deze toekenning is alsnog het gehele aangevraagde bedrag toegekend. Beleidskader en subsidieregeling op basis waarvan de organisatie subsidie ontvangt De koppeling aan het subsidiebeleid - of de daarin genoemde taakvelden – is niet aanwezig.
Het subsidiebeleid (2013) focust in doelstellingen sterk op sociaal domein (‘het ondersteunen en stimuleren van activiteiten van welzijnsinstellingen in de breedste zin van het woord om de sociale cohesie in de gemeente Montfoort in stand te houden en te bevorderen’). Hier mist het thema duurzaamheid. In theorie is het mogelijk via de sociale component van de werkzaamheden een link te maken is, maar volgens de direct betrokkenen is het logischer om duurzaamheid explicieter in het subsidiebeleid te noemen als mogelijk doel. Een extra complicerende factor is dat de gemeente Montfoort geen overkoepelend duurzaamheidsbeleid voert waar Duurzaam Montfoort op kan terugvallen. Er zijn onderdelen vastgelegd (klimaatakkoord, energietransitie, circulaire economie), maar er is geen overkoepelend 28
Door een fout bij de gemeente werd aanvankelijk alleen de indexatie toegepast, zoals in het subsidieoverzicht staat vermeld. Na een zienswijze op deze toekenning is alsnog het gehele aangevraagde bedrag toegekend. 29 In de subsidieaanvraag van het daaropvolgende jaar wordt duidelijk dat dit komt door extra inkomsten door RRE en minder uitgaven vanwege de corona-pandemie.
pagina 35
beleid met bijbehorende doelen. Dat maakt de P&C-cyclus de enige houvast om een koppeling tussen activiteiten van Duurzaam Montfoort en het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid te maken. Dit gebeurt nu nog niet in de praktijk. Als reden voor de besluitvorming over de toekenning van de subsidie wordt in de afgelopen jaren aangegeven dat de toekenning past binnen het subsidieplafond van ons begrotingsprogramma 3 (wonen en ruimte) en dat het subsidiebedrag is in overeenstemming met het door het college vastgestelde subsidieoverzicht. Dit zijn puur procesmatige kaders. Een inhoudelijke toetsing of de subsidieaanvraag aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen wordt hier niet aan toegevoegd. Dat betekent niet dat deze helemaal niet plaatsvindt. In een gesprek tussen de accounthouder en Duurzaam Montfoort rond het jaarplan wordt stilgestaan bij de beoogde activiteiten, en is er een globale toets of deze in lijn zijn met de doelstellingen van Duurzaam Montfoort. Er is dus geen toetsing met gemeentelijke doelen, maar met die van Duurzaam Montfoort. Deze doelen zijn er sinds de start van Duurzaam Montfoort, en het is niet bekend of en in welke mate deze doelen tot stand zijn gekomen in samenspraak met de gemeente.
Omdat de activiteiten vaak logisch te koppelen zijn aan de doelstelling, in grote mate identiek zijn aan eerdere jaren en/of ingegeven zijn door aanhaken bij landelijke duurzaamheidsactiviteiten, is er niet vaak redenen om hier op te verdiepen in het gesprek rond het jaarplan. Sinds 2024 wordt er gewerkt met een vragenlijst die door de subsidiënt (Duurzaam Montfoort) is ingevuld, en die door de accounthouder wordt doorgezet naar het team financiën. In het zaaksysteem zit een automatische koppeling aan andere relevante stukken, zoals het jaarplan. De beoordeling van de vragen is de eerste stap die de accounthouder zet in het aanvraagproces. Op basis van deze beantwoorde vragen en inzichten uit het overleg rond het jaarplan wordt een advies gegeven over de gunning van de subsidie. Wijze van verantwoording subsidie In het jaarverslag is via de activiteitenkalender een terugblik op de geleverde prestaties. Het jaarverslag wordt- net als het jaarplan – besproken. Bij dit overleg is ook de portefeuillehouder aanwezig. Vooraf is er een check door de accounthouder of het verslag in lijn is met het jaarplan van het bijbehorende jaar. Eventuele afwijkingen worden – als deze nog niet in het jaarverslag zijn toegelicht – besproken.
Hierbij kan gedacht worden aan een wijziging doordat expertise wegvalt of toegevoegd wordt door verhuizing (of komst) van een (nieuwe) vrijwilliger, of een algemeen gebrek aan vrijwilligers. Het jaarverslag van Duurzaam Montfoort poogt duidelijk zo veel mogelijk inzichten te geven via harde data, bijvoorbeeld door het aantal geplaatste regentonnen, aangelegde boomspiegels en opgehaald kerstbomen te benoemen. Niet alle inspanningen lenen zich echter voor dergelijke cijfermatige onderbouwing. Zo is er wel kwalitatieve informatie over bijvoorbeeld het Repair Café, de zwerfvuilambassadeurs en de energie ambassadeurs, maar kan deze niet worden ondersteund door cijfers. Bij de stukken zit ook een jaarrekening, met overzicht van inkomsten en uitgaven, en een balans. Hieruit kan niet direct worden opgemaakt in welke mate de subsidie bij heeft gedragen aan de vooraf bepaalde beleidsdoelen.
pagina 36
Bijlage 5. Wettelijk kader evaluatie subsidiebeleid Wettelijk voorschrift subsidies De Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:23, lid 1) bepaalt dat een bestuursorgaan subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat beschrijft voor welke activiteiten een subsidie kan worden verstrekt. Voor gemeenten betekent dit dat de grondslag voor structurele subsidies in een formele verordening moet worden vastgelegd. Volgens de memorie van toelichting bij de Awb moet een wettelijk voorschrift, in dit geval een gemeentelijke verordening, aan de twee volgende eisen voldoen om de beoogde doelmatigheid en rechtszekerheid te bereiken. Het moet een omschrijving bevatten van de activiteiten, waarvoor subsidie kan worden verleend en het moet een grondslag bevatten voor de verplichtingen, die het bestuursorgaan aan de subsidieverlening kan verbinden. Artikel 4:24 schrijft voor dat voor de op wettelijk voorschrift gebaseerde subsidies ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag wordt gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Verschil beleidsregel en voorschrift. Een beleidsregel is geen verordening, maar een algemene regel waarin het bestuursorgaan heeft neergelegd hoe het belangen afweegt.
Verschil met een verordening is dat een beleidsregel alleen het bestuursorgaan zelf bindt en geen werking “naar buiten” heeft. Een beleidsregel of –nota kan dus geen zelfstandige grondslag voor subsidieverstrekking zijn. Ten tweede kan én moet er bij beleidsregels soms worden afgeweken van de beleidsregel (artikel 4:84 Awb), terwijl er bij algemeen verbindende voorschriften niet van het wettelijk voorschrift mag worden afgeweken. Ten derde behoeven beleidsregels geen wettelijke grondslag, terwijl algemeen verbindende voorschriften wel een dergelijke grondslag behoeven. Voor het wijzigen van beleidsregels is derhalve dan ook geen wettelijke grondslag nodig. Uitzondering wettelijk voorschrift In een aantal gevallen zou de eis van een wettelijk voorschrift onevenredig zwaar of minder wenselijk zijn. Het derde lid van artikel 4:23 bevat daarom een viertal uitzonderingen op de eis van een wettelijk voorschrift: 1. Voor min of meer spoedeisende gevallen is bepaald dat men alvast met de subsidieverstrekking mag beginnen, mits de voorbereiding van het wettelijk voorschrift ter hand is genomen; 2. Voor subsidies die rechtstreeks zijn gebaseerd op een door de Europese Unie vastgesteld programma; 3. Indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of 4.
In incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
pagina 37
Bijlage 6. Overzicht subsidies 2024 Pr. Aanvrager
omvang
groei/krimp t.o.v. 2023
5 SWOM
€
1.403.925
1,09
5 Stichting De Thuisbasis Sociaal Werk, Jeugdteam
€
595.766
1,29
4 Bibliotheek - Het Groene Hart Bibliotheek
€
210.252
1,10
3 Ondernemersfonds Montfoort/Linschoten
€
180.000
0,74
5 Stichting Vluchtelingenwerk West en Midden Nederland
€
61.235
1,08
3 Agrariers
€
55.104
nieuw
4 Stichting Zwembad Montfoort
€
41.000
1,01
4 Bibliotheek - swom
€
38.413
1,10
5 Handjehelpen
€
18.719
1,09
4 De Thuisbasis VVE
€
15.860
1,11
4 Stichting Zwembad Montfoort (aflossing lening)
€
14.605
1,00
3 Stichting Platform Duurzaam Montfoort
€
13.975
1,21
5 Incidentele subsidies programma 5
€
12.924
1,08
4 Stichting Radio Stad Montfoort
€
8.070
1,08
5 Stichting Schuldhulpmaatje
€
6.811
nieuw
3 Kinderboerderij Montfoort
€
5.427
1,08
4 MBO on Stage
€
5.000
nieuw
4 Incidentele subsidies programma 4
€
4.842
1,08
5 Stichting Vakantie Ontspanning Montfoort
€
4.411
1,08
4 Muziekvereniging Sint Carolus
€
4.110
0,84
5 Stichting Slachtofferhulp Nederland
€
3.941
1,08
4 Stichting Koningsdag Montfoort
€
3.847
1,08
4 Vereniging Oud-Linschoten
€
3.489
1,55
4 Stichting Oud Montfoort
€
3.489
1,08
4 Muziekvereniging Ons Genoegen
€
2.883
1,13
4 Oranje comite Linschoten
€
2.421
1,08
4 Dorpsplatform Linschoten
€
2.200
nieuw
3 Stichting Woerdens Techniek Talent
€
1.883
1,08
4 Muziekvereniging Linfano
€
1.592
1,08
4 Stichting Cultureel Montfoort
€
1.076
1,08
5 Buurtbus vereniging W-IJ 505
€
1.076
1,08
5 Stichting Tent Activiteiten Montfoort (3 seasons, pret in park)
€
1.076
1,08
5 Stichting Veteranen Lopikerwaard
€
807
1,08
4 4 en 5 mei comité Montfoort
€
771
1,08
4 Comm. dodenherdenking 4 mei Linschoten
€
484
1,08
5 Proxima Terminale zorg.
€
322
1,07
pagina 38
Bijlage 7. Bestuurlijke reactie emeente Montfoort
Aan: Rekenkamer Montfoort, Postbus 41, 3417 ZG MONTFOORT.
Zaaknummer
442663
Behandeid door
Hans Teeuwen
Onderwerp
Rekenkameronderzoek subsidiebeleid Montfoort
Telefoonnummer
0348-476400
Uw kenmerk Datum
Bijlage(n) 18 februari 2025
Geachte heer, mevrouw, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw rapport d.d. januari 2025 met betrekking tot het subsidiebeleid, waarbij u ons college de gelegenheid geeft een reactie te geven. De bevindingen en de conclusies van uw kamer verrassen ons niet. Wij zijn ons ervan bewust dat het subsidiebeleid sterk verouderd is en dat actualisatie noodzakelijk is. ln het verlengde hiervan ligt het voor de hand ook de subsidieverordening te actualiseren. Uw rapport zien wij als een extra stimulans om hiermee aan de slag te gaan. Sterker nog, wij hebben hierin reeds de eerste stappen gezet. Wij focussen erop dat voor het einde van hetjaar nieuw subsidiebeleid en een nieuwe subsidieverordening aan de raad te kunnen presenteren. Dit beleid zal dan moeten gaan gelden met ingang van hetjaar 2026, waarbij het effect bij structurele subsidies eerst in 2027 zichtbaar wordt. Uw aanbevelingen hierin betrekkend zullen wij hierbij ook kijken naar een afwegingskader voor de keuze tussen inkoop en subsidie. Ook zal het onderscheid tussen incidentele en structurele subsidies tegen het licht worden gehouden. Met het opstellen van nieuw beleid zal aandacht worden geschonken aan het zo SMART mogelijk maken van doelen, zodat alle subsidierelaties hier hun activiteiten op kunnen richten.
Bij de verstrekking van subsidies en de verantwoording hierover kan vervolgens worden nagegaan of de subsidieverstrekking bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Met het opzetten van modules bij de subsidieverstrekking van de SWOM is hiertoe al een aanzet gegeven. Het integraal beleidsplan sociaal domein 2023, zoals deze door de raad op 3 juli 2023 is vastgesteld, biedt voldoende aanknopingspunten om de hierin geformuleerde beleidsdoelstellingen te koppelen aan het instrument subsidies teneinde het effect hiervan te meten. Met de opstelling van de economische visie kan hetzelfde worden bewerkstelligd. Ook zal gekeken worden naar het faciliteren van de subsidiecoördinator en de betrokken beleidsadviseurs door middel van het aanreiken van richtlijnen voor het uitvoeren van de taak in het subsidieproces. Wij erkennen dat het subsidieproces jaarlijks een lange periode in beslag neemt, maar aanvragen dienen zorgvuldig te worden beoordeeld en het is uiteindelijk de gemeenteraad die de subsidíeplafonds vaststelt.
Gemeente Montfoort l Kasteelplein 5 l 3417JG Montfoort Postbus 41 l 3/.17 ZG Montfooít l T 0348-/.76/.00 l info@montfûort.nt
www.montfoart.n
Desalniettemin gaan we bekijken bij het herzien van de subsidieverordening of deze termijn kan worden bekort. Naar aanleiding van de opmerking in het rapport over onjuiste informatie op de website zorgen wij er voor dat deze op korte termijn, uiterlijk vóór 1 april a.s. wordt gecorrigeerd. U constateert dat er na 5 jaar geen evaluatie is geweest van het subsidiebeleid. Alhoewel er wel eerder aanzetten zijn geweest voor evaluatie en actualisatie van het subsidiebeleid is deze constatering juist. lnmiddels zijn onder andere door het vaststellen van de SWOM-modules en de vastlegging van procedures in het zaaksysteem forse slagen gemaakt. Zodat met dit rapport en de aanpassingen in het beleid vorm gegeven wordt aan de periodieke evaluatieplicht, nu en in de toekomst. Tot slot zijn wij van mening dat in het kader van de P&C-cyclus meer inhoud kan worden gegeven aan de paragraaf subsidies in de programmabegroting en -rekening. Samenvattend en concluderend zien wij voldoende uitdagingen en kansen om het subsidiebeleid naar een hoger plan te brengen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
................-.
Met vriendelijke groet, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MONTFOORT de secretaris de burgemeester
/
/j
/
,/ÿ
M.H.vanderVeer
mr. P.J. van Hartskamp — de Jong
Gemeente Montfoort l KsteeLpLein 5 l 34Ì7JG Moatfoort Postbus 41 l 3417 ZG Montfoort l T 0348-476400 l Lnfo@moatfoort.nt
www.montfoort.n[