bijlage 7 Getekende versie Verordening Sociaal Domein gemeente Montfoort 2020
Tekst van het document
6.4 Inkomenstoeslag [PW] De inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen. Het is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
6.4.1 Doelgroep 1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner die; a. 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeflijd is; en b. in een ononderbroken periode van 36 maanden een gemiddeld inkomen heeft gehad dat lager is dan 110% van de bijstandsnorm; en c. geen goede financiële buffer heeft. 2. De kostendelersnorm wordt niet toegepast.
6.5 Jeugdfondssportencultuur [PW, Gemeentewet] Kinderen vormen een belangrijke groep waar de gemeente verantwoordelijk voor is. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Hiervoor is er het jeugdfonds sport en cultuur. Daarnaast is er de declaratieregeling voor gezinnen. Deze regeling draagt bij aan het kunnen meedoen in de samenleving. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor de regelingen gelden.
22
6.5.1 Doelgroep Het jeugdfonds sport en cultuur is bedoeld voor sportactiviteiten en culturele activiteiten van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar. Het inkomen van de ouders van de kinderen moet lager zijn dan 120% van de bijstandsnorm.
6.5.2 Inhoud jeugdfondssport en cultuur 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Het jeugdfonds sport en cultuur vergoedt de contributie van een sport- of cultuuractiviteit. De inwoner kan zich aanmelden voor het jeugdfonds via een digitaal aanmeldingsformulier op www.allekinderendoenmee.nl . De inwoner kan voor meerdere kinderen uit een gezin een aanmelding doen. Per kind kan een aanmelding voor of een sportactiviteit of een cultuuractiviteit worden gedaan. Het jeugdfonds keert nooit geld uit aan een inwoner. De contributie voor een lidmaatschap van een sportvereniging of een cultuurinstelling wordt rechtstreeks aan hen overgemaakt. Alleen de contributie voor sportdeelname bij sportverenigingen die zijn aangesloten bij door NOC*NSF erkende sportbonden wordt vergoed. Voor cultuur wordt alleen de contributie vergoed voor cultuurinstellingen of ZZP-kunstdocenten die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel.
6.6 Declaratieregeling [Gemeentewet] Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan bijvoorbeeld culturele en andere maatschappelijke activiteiten. Ook abonnementen op kranten, tijdschriften of internet kunnen worden vergoed maar ook schoolbijdragen.
6.6.1 Doelgroep De inwoner die geen goede financiële buffer heeft en een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm kan via Ferm Werk een bijdrage krijgen voor de kosten van maatschappelijke activiteiten.
6.6.2 Maatschappelijkeactiviteiten 1.
2.
De bijdrage is bedoeld voor sportieve, culturele en andere maatschappelijke activiteiten. Het kan gaan om: een eenmalige of regelmatige activiteit; het lidmaatschap van een organisatie of sportclub; het abonnement op een krant of tijdschrift of een internetabonnement; de ouderbijdrage voor kinderen op de basisschool en het voortgezet onderwijs. De bijdrage wordt niet verstrekt voor sportactiviteiten en culturele activiteiten van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar waarvoor een bijdrage uit het jeugdfonds sport en cultuur wordt verstrekt.
6.7 Zorgkosten [Wmo, PW] Voor inwoners met een laag inkomen heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. b.
Een collectieve zorgverzekering; Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.
23
6.7.1 Collectievezorgverzekering [pvyi 1.
2. 3.
Ferm Werk biedt samen met zorgverzekeraars VGZ en Zorg en Zekerheid een collectieve zorgverzekering voor invwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering bevat: a. een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen; en b. een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De inwoner met een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm krijgt een bijdrage in de zorgpremie van de aanvullende zorgverzekering.
6.7.2 Bijdrage voor mensenmet eenchronische ziekteof beperking [Wmo] 1. Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen. Deze bijdrage uit de Wmo is een tegemoetkoming in de kosten van de wettelijk verplichte eigen bijdrage Zvw. 2. De bijdrage is bedoeld voor een inwoner die: a. geen goede financiële buffer heeft; b. moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 140% van de bijstandsnorm; c. een chronische ziekte of beperking heeft; en d. volledig de wettelijk verplichte eigen bijdrage Zvw moet betalen. 3. Een aanvraag voor een bijdrage kan ieder jaar voor 1 april worden ingediend voor de in het jaar daarvoor in rekening gebrachte verplichte eigen bijdrage Zvw. De gemeente bekijkt elk jaar de hoogte van de bijdrage. Een eventuele aanpassing van de bijdrage gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
6.8 Schulddienstverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schulden te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente als inwoners om hulp vragen.
6.8.1 Samenwerkingen toegang 1. 2. 3.
De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners hoge schulden krijgen. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die kan worden geboden en zorgt en/oor dat die hulp ook echt beschikbaar is.
6.8.2 Aanbod schulddienstverlening 1. 2.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner de hulp bij het oplossen van schulden zo snel mogelijk krijgt. De vorm van schulddienstverlening is van meerdere factoren afhankelijk en wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de inwoner. De hulp kan daarom per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn; c. aard, zwaarte en omvang van de schulden; d. psychosociale situatie; e. houding en gedrag van de inwoner; f. eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening; g. inkomsten, uitgaven en woonsituatie.
24
3. 4. 5.
6.
Verschillende organisaties kunnen worden ingeschakeld om de hulp die nodig is te leveren. De gemeente ziet erop toe dat deze organisaties zorgen voor samenhang in het aanbod van de hulp. Het aanbod van hulp leidt voor de inwoner tot een langdurig effect door schuldregeling en psychosociale hulpverlening op elkaar af te stemmen. Daarbij wordt gevrerkt aan gedragsverandering en bewustwording. De gemeente kan voorwaarden stellen bij het doen van een aanbod schulddienstverlening aan de inwoner. Voonwaarden die in ieder geval gesteld kunnen worden zijn: a. het aanvaarden van aanvullende hulpverlening, als die nodig is om een langdurig effect te bereiken; b. als de inwoner geen betaalrekening op zijn eigen naam en zonder debetstand bij een bank heeft, kan de inwoner de verplichting krijgen om een bankrekening te openen. Tijdens het traject heeft de gemeente regelmatig contact met de inwoner om samen met hem te kijken hoe de voortgang is.
6.8.3 Verplichtingen 1. 2.
3.
De inwoner informeert de gemeente over alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de schulddienstverlening De inwoner is verplicht om alle medewerking te geven die nodig is voor het onderzoek van zijn (financiële) situatie en tijdens de looptijd van de schulddienstverlening. De medewerking bestaat in ieder geval uit: a. het nakomen van afspraken; b. geen nieuwe schulden maken. Als de inwoner niet of onvoldoende de verplichtingen nakomt, kan de gemeente besluiten de schulddienstverlening niet te verlenen of stop te zetten.
6.8.4 Beëindigingschulddienstveriening De schulddienstverlening kan worden beëindigd als: a. de inwoner niet of in onvoldoende mate de verplichtingen nakomt; b. de inwoner zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden; c. de inwoner onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inwoner op basis van de juiste gegevens niet in aanmerking komt voor schulddienstverlening; d. de inwoner zich misdraagt tegenover medewerkers, die werkzaamheden uitvoeren als onderdeel van de schulddienstverlening; e. de inwoner in staat is om zijn schulden weer zelf te regelen.
6.8.5 Besluit 1. 2.
De gemeente informeert de inwoner, die hulp kan krijgen bij het oplossen van zijn schulden, over de manier waarop de hulp wordt gegeven. De gemeente informeert de inwoner, die geen hulp kan krijgen, waarom er geen hulp wordt gegeven.
6.8.6 Nazorg 1. 2.
Om te voorkomen dat de inwoner na afloop van de hulp terugvalt naar een situatie met schulden, inwoner nazorg. Deze nazorg wordt ook geboden bij een WSNP-traject. De inhoud van de nazorg past bij de situatie van de inwoner en duurt minimaal 1 jaar.
25
krijgt de
7
De vorm van de hulp
De hulp die de inwoner krijgt is in principe ‘in natura ’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet en stemt de vorm ervan af op het doel van de hulp. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (bijvoorbeeld een inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget (pgb). In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de inwoner de hulp krijgt en wanneer de inwoner een financiële bijdrage moet betalen voor Wmo-hulp.
7.1 Hulp in natura 1.
2.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Wgs, Gemeentewet] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product .
7.2 Hulp in geld 1.
2. 3.
4.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Awb] De inwoner die hulp krijgt, ontvangt de hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, moet het geld wel worden terugbetaald. De betaling aan de inwoner volgt zo snel mogelijk nadat een besluit is genomen over de betaling. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, behalve als het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon worden betaald. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een aanbieder of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van één van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.
7.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]
7.3.1 Voorwaarden 1.
2.
3.
In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoongebonden budget (pgb) krijgen. Dit kan alleen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die hieronder staan. De gemeente kent een pgb pas toe als uit overleg met de in\woner blijkt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn eigen belangen voldoende te behartigen. Een voonwaarde is dat de inwoner de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een eenmalige uitkering aan de hulpverlener(s).
26
4.
De gemeente kan een pgb weigeren in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. b. Het gaat om kosten voor vervoer, maar de inwoner kan gebruikmaken van het collectief taxivervoer. c. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. d. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. e. De inwoner heeft eerder misbruik gemaakt van of fraude gepleegd met een pgb.
7.3.2 Hoogte tarief en pgb 1.
2.
3.
4. 5.
6.
7.
De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de maximale hoogte van het pgb op de kostprijs, waarvoor de gemeente de dienst of het product heeft ingekocht. Met deze kostprijs kan de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het laagste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp die nodig is (hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Wil de inwoner luxere hulp inkopen dan nodig, vergoedt de gemeente niet meer dan het bedrag voor de goedkoopst passende beschikbare hulp in natura. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten.
Als hulp wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk of door een niet-professionele hulpverlener, dan is het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon, inclusief vakantietoeslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek en maximaal het op basis van de Wlz geldende pgb tarief voor informele hulp. De gemeente betrekt bij de hoogte van het pgb de persoonlijke situatie van de inwoner en de werkervaring en deskundigheid van de hulpverlener. Als hulp wordt gegeven door een professionele hulpverlener, die in dienst is van een aanbieder, die geen contract heeft met de gemeente, dan is het pgb maximaal het laagste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen aan een gecontracteerde aanbieder (hulp-in-natura tarief). Als hulp wordt gegeven door een professionele hulpverlener, die geen personeel in dienst heeft, dan is het pgb maximaal 83% van het laatste inkoopbedrag dat de gemeente zou betalen aan een gecontracteerde aanbieder (hulp-in-natura).
7.3.3 Pgb bij hulp door personenuit het sociaie netwerk 1.
2.
De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Deze persoon hanteert een tarief dat minimaal gelijk is aan het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder inclusief vakantietoeslag en bij een 36-urige werkweek. b. Deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. c. In het pgb-plan staat gemotiveerd waarin de ondersteuning door het sociaal netwerk de gebruikelijke hulp overstijgt en hoe de ondersteuning bijdraagt aan het bereiken van het gewenste effect. Hulp door een bloed- of aanvenvant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
27
7.3.4 Verantwoording pgb 1. 2.
De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.
7.3.5 Opschorten pgb De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als er een vermoeden is dat: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het pgb; of c. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt; d. de inwoner langer dan twee maanden verblijft in een ziekenhuis of zorginstelling.
7.4 Bijdrage in de kosten 1.
2.
3. 4. 5.
6.
[Wmo] De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten van Wmo-hulp voor de volgende algemene voorzieningen: a. Maaltijdvoorziening. De bijdrage is gelijk aan de prijs, die de leverancier van de maaltijdvoorziening aanhoudt. b. Collectief vervoer via de regiotaxi. De bijdrage bestaat uit een opstaptarief en een tarief per zone. Dit tarief is gelijk aan het openbaar vervoer tarief. c. Sociale alarmering. De bijdrage bestaat uit aansluitkosten en abonnementskosten. De bijdrage is gelijk aan het tarief, dat de leverancier hiervoor aanhoudt. d. SWOM-auto. De bijdrage bestaat uit maandelijkse abonnementskosten en de ritbijdrage. Voor ritten binnen Montfoort of ritten naar het ziekenhuis geldt een vast tarief en voor ritten buiten Montfoort een tarief per kilometer. Deze algemene voorzieningen vallen niet onder het abonnementstarief omdat er geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. De SWOM zorgt voor de inning van de bijdrage voor de algemene voorzieningen met uitzondering van de bijdrage voor het collectief vervoer via de regiotaxi. De taxivervoerder zorgt voor het innen van de bijdrage voor de regiotaxi. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten, het abonnementstarief, voor Wmo-hulp, zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt.
Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner het abonnementstarief totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt het abonnementstarief per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De kostprijs van hulp in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen a. de onderhoudsplichtige ouders, en b. degene, die anders dan als ouder, samen met de ouder het gezag uitoefent over de minderjarige inwoner, het abonnementstarief. De gemeente vraagt geen bijdrage voor een rolstoel.
28
8 Afsprakentusseninwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
8.1 Hoe gaan we met elkaarom? [Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]
8.1.1 De rol van de gemeente/jeugdteam/sociaal team/FermWerk 1.
2.
Afhankelijk van de soort hulpvraag zoekt of de gemeente of het jeugdteam of het sociaal team of Ferm Werk samen met de inwoner naar een oplossing voor de hulpvraag. Daarbij wordt op een respectvolle manier met elkaar omgegaan. Gezorgd wordt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem heeft. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker. Dat gesprek kan in het Huis van Montfoort, bij Ferm Werk, thuis bij de inwoner of op een andere plaats zijn. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp een taak is voor die organisatie. d. Er zijn eenvoudige meldingsformulieren en aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die meldingsformulieren en aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. e. De inwoner krijgt op een passende manier informatie over procedures die worden gevolgd en deze procedures zijn zo eenvoudig mogelijk. f. De gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team respecteren de privacy van de inwoner. g. De gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. h. De gemeente.
Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team informeren de inwoner over beschikbare deskundige hulp en over kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning. Bij ontoelaatbaar gedrag van de inwoner zorgt de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: • zijn rechten en plichten • wat er van hem wordt venwacht welk gedrag ontoelaatbaar is wat de reactie van de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team is op gedrag dat ontoelaatbaar is waarom de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team tegen het gedrag optreedt b. De gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team geven de inwoner de kans om zijn mening te geven voordat zij beslissen om op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen. c. De reactie van de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team op ontoelaatbaar gedrag past bij: • de ernst van het gedrag • de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden • de persoonlijke situatie van de inwoner d. De gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team sturen de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat zij gaan doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen.
Ze maken de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team eventueel de hulp zal voortzetten (als die is stopgezet).
29
8.1.2 De rol van de inwoner 1.
2.
De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn hulpvraag op te lossen. b. Als de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team hulp verlenen werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn hulpvraag. c. De inwoner werkt eraan mee dat de hulp van de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team geven duidelijk aan hoeveel tijd de inwoner heeft om alle informatie aan te leveren. c.
De inwoner brengt de gemeente, Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente. Ferm Werk, het jeugdteam en het sociaal team.
8.2Afsprakenen verplichtingenoveruitkeringen 8.2.1 Afstemmingop houding en gedrag van de inwoner [PW, lOAW, lOAZ, Awb] 1. 2.
3.
4.
Ferm Werk verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt Ferm Werk rekening met: a. de ernst van het gedrag b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden c. de persoonlijke situatie van de inwoner Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft Ferm Werk de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manieren doen: • telefonisch • schriftelijk • via e-mail De inwoner kan ervoor kiezen dat hij niet wil worden gehoord. Ook Ferm Werk kan afzien van het horen van de inwoner maar dan alleen als daar bijzondere redenen voor zijn.
8.2.2 Onacceptabel gedrag [PW, lOAW, lOAZ, Awb] Ferm Werk verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel instanties die de Participatiewet, de lOAW en lOAZ uitvoeren.
30
gedraagt tegenover personen
en
8.3Terugvorderenuitkering 8.3.1 Terugvorderingen incasso [PW, lOAW, lOAZ] 1.
2.
Ferm Werk vordert uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. Ferm Werk vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. Bij de incasso zorgt Ferm Werk ervoor dat de inwoner een inkomen blijft houden dat past bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
8.4 Beëindigenen terugvorderen 8.4.1 Beëindiginghulp [Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1.
2.
De gemeente of Ferm Werk kan hulp beëindigen als: a. de hulp niet langer passend of nodig is b. de inwoner zich niet houdt aan voonvaarden en verplichtingen die aan de hulp zijn verbonden c. de hulp is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner d. de gemeente of Ferm Werk niet langer kan vaststellen of een hulp kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de hulp e. de hulp voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld f. de inwoner niet binnen 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de hulp, tenzij hem dat niet te verwijten is De hulp kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).
8.4.2 Terugvorderen [Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Wgs, Gemeentewet] De waarde van de hulp kan van de inwoner worden teruggevorderd vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de punten die genoemd worden in artikel 8.4.1. Wmo-hulp kan alleen worden teruggevorderd als die hulp is beëindigd omdat de inwoner met opzet onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.
8.5Hoe is de controle op het nakomenvan afspraken? 8.5.1 1. 2.
Controle
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ] De gemeente kan, als daar aanleiding voor is, controleren of de inwoner nog recht heeft op hulp. Ferm Werk controleert regelmatig of de inwoner nog recht heeft op een uitkering en of hij de juiste uitkering ontvangt. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van: a. huisbezoeken: medewerkers van Ferm Werk gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. Ferm Werk kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen; medewerkers van Ferm Werk verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek; c. bestandsvergelijkingen: Ferm Werk vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;
31
3. 4.
d. signalen en tips van organisaties of particulieren; e. andere passende onderzoeksmethoden. Bij de controle van uitkeringen \«orden de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten nageleefd. Bij beëindiging van de uitkering op verzoek van de inwoner, onderzoekt Ferm Werk wat de reden is van de beëindiging. Ferm Werk gaat ook na of de uitkering tot de einddatum terecht is verstrekt.
8.5.2 Voorkomenvan fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ] De gemeente en Ferm Werk steiien aiies in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren de gemeente en Ferm Werk de inwoner op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en hulp.
8.5.3 Privacy 1.
2. 3.
[PW, lOAW, lOAZ] Ferm Werk stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast regels vast. Het gaat in ieder geval om regels voor de inzet van: a. huisbezoeken b. buurtonderzoeken De regels moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privé-leven van de inwoner plaatsvindt. Ferm Werk maakt de regels bekend. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt Ferm Werk ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privé-leven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
8.5.4 Toezichthouders De gemeente kan een of meer ambtenaren bijbehorende regels worden nageleefd.
aanwijzen
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Awb] die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de
32
9 Inspraaken inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een cliëntenadviesraad is en is de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met aanbieders kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking.
9.1 Inspraakvan inwoners 1.
2. 3.
4.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening gemeente Montfoort zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop aanbieders hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Sociaal Domein (=cliëntenadviesraad); b. via de cliëntenraad van Ferm Werk; c. via UW Ouderplatform; d. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; e. door samen met inwoners een plan te ontwerpen. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het ondenwerp en bij de groep waar het om gaat. De gemeente bepaalt na overleg met de Adviesraad Sociaal Domein welke vorm de inspraak heeft.
9.2Hulp van de gemeentebij inspraak [Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Gemeentewet] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manier: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
9.3AdviesraadSociaal Domein 1.
2. 3.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Gemeentewet] De gemeente zet zich ervoor in dat de Adviesraad Sociaal Domein en de themagroepen een afspiegeling vormen van de Montfoortse samenleving. In de themagroepen nemen ervaringsdeskundigen, voor wie deze verordening iets regelt, deel naast netwerkpartners met specifieke expertise en betrokkenheid. Het doel van de Adviesraad Sociaal Domein is dat inwoners en/of hun vertegenwoordigers, door het kenbaar maken van ervaringen, meningen en inzichten, in openheid en op basis van gelijkwaardigheid, vroegtijdig invloed uitoefenen op het beleid en de uitvoering hiervan door of namens de gemeente. De Adviesraad Sociaal Domein bestaat uit 7 leden, waarbij het de voorkeur heeft dat deze leden in de gemeente Montfoort wonen. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein kunnen kandidaten voordragen.
33
4. 5. 6.
De leden van de Adviesraad Sociaal Domein worden benoemd door de gemeente, voor een periode van 4 jaar. De gemeente heeft ten minste 2 keer per jaar contact met de Adviesraad Sociaal Domein. De gemeente evalueert elk jaar ten minste 1 keer met de Adviesraad Sociaal Domein hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert.
9.4Takenen bevoegdheden AdviesraadSociaal Domein 1. 2. 3.
4. 5.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Gemeentewet] De Adviesraad Sociaal Domein maakt ervaringen, meningen en inzichten van inwoners die afhankelijk zijn van hulp van de gemeente kenbaar aan de gemeente. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen. De gemeente betrekt de Adviesraad Sociaal Domein in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling van nieuw beleid. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente uiterlijk 4 weken nadat de gemeente een adviesaanvraag bij de Adviesraad Sociaal Domein heeft ingediend. Deze termijn kan met maximaal 2 weken worden verlengd. De Adviesraad Sociaal Domein kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. De Adviesraad Sociaal Domein kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan.
9.5Budget, vergoedingen voorzieningen 1. 2. 3. 4.
[Jeugdwet, Wmo, PW, lOAW, lOAZ, Gemeentewet] De gemeente geeft de Adviesraad Sociaal Domein elk jaar een budget voor de onkosten. De leden van de Adviesraad Sociaal Domein ontvangen een onkostenvergoeding. De gemeente zorgt ervoor dat de Adviesraad Sociaal Domein gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren. De gemeente stelt een medewerker aan die de contactpersoon is voor de Adviesraad Sociaal Domein.
9.6Inspraakbij aanbieders 1.
2.
Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak vorm de inspraak heeft. De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.
34
[Jeugdwet, Wmo] inspraak te geven gaat en welke
10 Kritiekop de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Dit hoofdstuk sluit aan op de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
10.1
Doelenklacht-en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet]
1.
2. 3. 4. 5.
De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zien een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te laten horen c. een mogelijkheid om de hulp aan inwoners te verbeteren d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te herstellen De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, kan zijn klacht of bezwaar mondeling toelichten. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zorgen en/oor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. De gemeente, het jeugdteam, het sociaal team en Ferm Werk zorgen en/oor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.
10.2 1.
2.
[Awb, Gemeentewet] De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de manier waarop de inwoner is behandeld b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld c. de manier waarop de gemeente hulp heeft uitgevoerd De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente informeert de inwoner hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.
10.3 1.
2. 3. 4.
Klachtenfunctionaris gemeente
Klachten overanderepersonenof organisaties
[Awb, Gemeentewet] De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is gecontracteerd om namens de gemeente hulp te verlenen, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of instanties die zijn gecontracteerd wordt nageleefd. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld.
35
10.4
Vertrouwenspersoon
[Jeugdwet, Gemeentewet] De vertrouwenspersoon kan de jeugdige en/of zijn ouders op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door hetjeugdteam, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling {Veilig Thuis).
10.5 1. 2.
3.
4.
Bezwaar
[Awb, Gemeentewet] Als de gemeente of Ferm Werk een besluit neemt, krijgt de inwoner informatie over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen door de gemeente, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Montfoort. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen door Fenn Werk kan daartegen bezwaar maken bij Ferm Werk. Daarbij zijn de regels die zijn beschreven in de Verordening commissie bezwaarschriften van de gemeente Woerden van toepassing. Nadat de gemeente of Ferm Werk een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente of Ferm Werk en kan leiden tot een aanpassing van het besluit.
36
11 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
11.1 1. 2.
3.
4.
Kwaliteit
Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, waardoor het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt.. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder. De diensten en producten: a. passen bij de behoefte van de inwoner b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd e. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld De gemeente stelt samen met de inkooporganisatie de inkoopregels vast. Hierin staan de kwaliteitseisen. Samen met de inkooporganisatie controleert de gemeente of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.
11.2 Inkoop en aanbesteding 1.
2.
3.
4.
De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voonwaarden uit artikel 11.1 bij het derde punt. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen b. zich houden aan de regels van het arbeidsrecht als zij personeel hebben De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. het soort dienst of product b. het salaris en andere arbeidsvoonwaarden van de beroepskrachten c. een redelijke toeslag voor overheadkosten d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel e. reis- en opleidingskosten f. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten g. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen De aanbieder moet aantonen dat bij het bepalen van de kostprijs rekening gehouden is met de zaken die bij punt 3 staan genoemd.
37
12 Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat de werking van de verordening beoordeeld wordt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. [Gemeentewet] 12.1 1,
2.
Werkingvan de verordening
De gemeenteraad stelt met de programmabegroting vast welke doelen door werking van de verordening worden bereikt. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De gemeenteraad bespreekt regelmatig de bereikte doelen en past de verordening aan als dat nodig is.
12.2 Uitvoeringsregeis De gemeente en Ferm Werk kunnen uitvoeringsregeis maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregeis kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een nadere regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente of Ferm Werk met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een nadere regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. Er staan in deze verordening geen bedragen maar wel een omschrijving van de totstandkoming van de bedragen. Op basis hiervan zijn de exacte bedragen opgenomen in een nadere regeling. De mogelijkheid om uitvoeringsregeis te maken wordt begrensd door de wet.
12.3 Afwijkenvan de verordening(hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening. Dit kan als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in paragraaf 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
12.4 Intrekkenoude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Montfoort 2018 Jeugdverordening gemeente Montfoort 2018 Verordening Participatieraad gemeente Montfoort
ingaat:
12.5 Overgangsrecht 1. 2.
3.
Maandelijkse hulp die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, loopt na 1 januari 2020 door. Deze hulp loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die hulp heeft genomen. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór1 januari 2020 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van één van de bij 12.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.
38
12.6 Ingangsdatum en naam 1 2
Deze verordening heet: Verordening sociaal domein gemeente Montfoort 2020. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.
Aldusvastgesteld in deopenbare raadsvergadering van9 maart2020 degriffier,
devoorzitter.
rs. M. Lucassen
mr. P.J. vanHarts
39
ng
13 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Aanbieder: de natuurlijke de gemeente. Abonnementstarief: wordt verstrekt.
persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van
een vast tarief per maand dat betaald moet worden voor hulp die op grond van de Wmo
Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW-uitkering Arbeidsinschakeling:
aan het werk (kunnen)
ingaat. gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de lOAW en artikel 37 van de lOAZ Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Beperking: de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijk functioneren. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Declaratieregeling: regeling die is bedoeld om kosten van maatschappelijke activiteiten te vergoeden zodat inwoners met een laag inkomen hieraan kunnen deelnemen. Het gaat dan om kosten om te sporten en om mee te doen aan culturele en andere maatschappelijke activiteiten.
Duurzame hulpverleningsrelatie: er is sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - de inwoner ontvangt persoonlijke hulp van een hulpverlener; en - de band tussen de inwoner en de hulpverlener moet blijven bestaan voor goede hulpverlening; en - de inwoner maakt langdurig gebruik van de hulpverlening.
40
Effect: het resultaat
of het doel.
Ferm Werk: organisatie die namens de gemeente Montfoort de gemeentelijke taken op het gebied van participatie, werk en inkomen uitvoert. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Door fraude wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, bespreekt.
zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken
Grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen jaar.
één
Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de lOAW en artikel 36 van de lOAZ, bijstand als bedoeld in artikel 7 Participatiewet, een uitkering als bedoeld in artikel 5 lOAW en artikel 5 lOAZ, inkomensondersteuning op grond van artikel 147 Gemeentewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schulddienstverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. De hulp bestaat uit een op de inwoner afgestemde voorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand. ❖ Als het gaat om schulddienstverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag:
de behoefte aan
ondersteuning
die de inwoner bij de melding heeft.
Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Inkomensondersteuning: financiële ondersteuning die kan bestaan uit bijzondere bijstand, studletoeslag, individuele inkomenstoeslag of een vergoeding op basis van de declaratieregeling. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die in de gemeente woont volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen. Gaat het om jeugdhulp, dan betreft het de jeugdige die zijn
41
woonplaats heeft in de gemeente Montfoort en de ouder(s) van de jeugdige. Gaat het om schulddienstvertening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die huip van de gemeente heeft gehad maar zijn woonpiaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wetteiijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. lOAW: Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers.
lOAZ: Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp:
hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jeugdige: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jeugdteam: het team dat namens de gemeente Montfoort uitvoering geeft aan het onderzoeken van meldingen van inwoners en het toeleiden naar passende jeugdhulp op grond van de Jeugdwet. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: (zorgjverzekeringen.
de dagelijkse bestaanskosten,
Medewerker: de persoon die namens bestuur van Ferm Werk optreedt.
zoals kosten voor voeding, kleding, huur,
het college van burgemeester en wethouders of namens
energie, water en
het dagelijks
Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente samen met de inwoner opstelt. Hierin staan de knelpunten die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, de gewenste hulp en mogelijke oplossingen die de gemeente ziet. Ouders: ouders, pleegouders,
voogden of verzorgers van de jongere.
Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten ervaart en de gewenste hulp. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan:
staan die de inwoner een familiegroepsplan.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden
budget
Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de voortgang van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: gesteld zijn.
iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan
Programmabegroting: in de programmabegroting legt de gemeenteraad vast wat ze wil bereiken, hoe ze dit gaat realiseren en wat het gaat kosten. Het is een belangrijk sturingsinstrument van de gemeenteraad. Per programma worden de doelstellingen, beoogde effecten, activiteiten en prestaties en een overzicht van de baten
42
en lasten weergegeven. jaar vast.
De gemeenteraad
stelt jaarlijks in november de programmabegroting
voor het volgende
PW: Participatiewet. Samenwonen:
een gezamenlijke
Sociaal netwerk: huisgenoten mantelzorgers).
huishouding
voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
of andere personen
met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief
Sociaal team; het team dat namens de gemeente Montfoort uitvoering geeft aan het onderzoeken van meidingen van inwoners en het toeleiden naar passende ondersteuning op grond van de Wmo. Startkwalificatie:
een startkwalificatie
is een diploma van de havo, het vwo of het mbo niveau
2 of hoger.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de lOAW- of de lOAZ-uitkering. De bijstandsuitkering is de aigemene bijstand voor ievensonderhoud, bedoeid in artikei 5, onderdeei b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de lOAW of lOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vervoermiddel: een middel dat de inwoner kan gebruiken (elektrische) fiets, scootmobiel.
om zich te kunnen
verplaatsen
bijvoorbeeld een auto,
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de lOAW, de lOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet.
de Wet maatschappelijke
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wmo: Wet maatschappelijke
ondersteuning
Wmo-hulp: de maatschappelijke Woning:
2015.
ondersteuning,
bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
hoofdverbiijf
WSNP-traJect; WSNP staat voor de Wet Schuidsanering Natuuriijke Personen. De rechter bepaait de toegang tot een WSNP-traject. Aan dit traject zijn strenge voorwaarden verbonden en er wordt een bewindvoerder toegewezen. Na afloop van het traject worden de schulden gesaneerd: er zijn dan geen schulden meer. Zvw: Zorgverzekeringswet
43