Bijlage 3 - Willeskop 67_67a, Montfoort_vastgesteld_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING PROJECT
Willeskop 67/67a, Montfoort
STATUS
vastgesteld
PROJECTNUMMER
NL.IMRO.0335.BP21120-VA01
DATUM
23-05-2022
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer
info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
5 Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
6 6 7 9
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
Planbeschrijving
10
2.1 2.2
10 12
Bestaande situatie Toekomstige situatie
Beleidskader
17
3.1 3.2 3.3
17 20 29
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Omgevingsaspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
33 35 35 38 39 40 42 44 46 47 48 49
Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Ecologie Geluid Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Water Duurzaamheid M.e.r - beoordeling
Juridische planopzet
51
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
51 51 52 53 53
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overige regels Overgangs- en slotregels
Uitvoerbaarheid
54
6.1 6.2
54 54
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 3
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 4
Toelichting
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met voorliggend bestemmingsplan wordt een actueel planologisch kader geboden voor de exploitatie van een niet-agrarische bedrijfsactiviteit ter plaatse van het voormalige agrarisch bedrijf aan de Willeskop 67 en 67a te Montfoort. Op basis van bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zoals dat geldt voor de planlocatie zijn de gronden (mede)bestemd voor agrarische activiteiten en bedrijfswoning. Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn daarentegen planologisch niet toegestaan. Derhalve wordt een nieuw kader opgesteld om te voorzien in een volledig planologisch regime waarin alle beoogde functies worden geregeld. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit regels en de verbeelding (plankaart). Dit gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen. In deze toelichting wordt een inventarisatie en analyse van de relevante ruimtelijke en milieutechnische aspecten gegeven en wordt de (haalbaarheid van) de toekomstige situatie omschreven en gemotiveerd.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Willeskop 67 en 67a te Montfoort. De locatie behelst in totaal ca. 3 ha en ligt in het buitengebied van de gemeente Montfoort. Rondom het perceel wordt gewoond en gewerkt. Het perceel bereikt men via Willeskop (N228) gesitueerd aan de noordzijde van de gronden. Vanaf het plangebied bereikt men in 6,5 km de snelweg A12. Voorheen is op het perceel een melkveehouderij geëxploiteerd. Naast de bedrijfswoning zijn er meerdere bedrijfsgebouwen op het perceel gesitueerd en is het erf ingericht met onder andere een sleufsilo en een hooiberg. In gevolge van de beëindiging van de melkveehouderij is de stalinrichting uit de voormalige ligboxenstal verwijderd. Daarnaast zijn de bijbehorende gronden grotendeels verkocht aan agrariërs uit de omgeving en beschikt de locatie hierdoor nog over circa drie hectare eigen grond. Het exploiteren van een grondgebonden agrarisch bedrijf zoals een melkveehouderij is omwille van onder andere de omvang van het perceel op onderhavige locatie niet meer mogelijk. Figuur 1.1 toont het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 6
Figuur 1.1 Begrenzing plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Op het moment van schrijven is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", vastgesteld op 11 maart 2013, het geldende bestemmingsplan voor het plangebied. Er heeft een herziening van dit plan plaatsgevonden ("1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012", 26 oktober 2015) welke eveneens betrekking heeft op de gronden behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Tot slot geldt voor het hele grondgebied van Montfoort het paraplubestemmingsplan "Parkeernormen Montfoort" zoals vastgesteld op 29 oktober 2018. Figuur 1.2 toont de verbeelding van de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 7
Figuur 1.2 Uitsnede geldende bestemmingsplannen Buitengebied 2012 Het plangebied is in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" grotendeels voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch - Rivierzone'. In de noordwestelijke hoek geldt voor een klein deel van het plangebied de enkelbestemming 'Wonen'. In het meest zuidelijke deel is een klein deel van het plangebied bestemd voor 'Natuur - Oeverstroken en water'. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven. Verder kennen de gronden de gebiedsaanduidingen 'archeologisch waardevol gebied 4', 'archeologisch waardevol gebied 5' en 'archeologisch waardevol gebied 6'. Ook geldt een gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - straalpad' en voor dezelfde gronden het maatvoeringsvoorschrift 'hoogte: 31 m'. Het exploiteren van een niet-agrarisch bedrijf is binnen de bestemming 'Agrarisch - Rivierzone' niet toegestaan. 1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Het plangebied is via de "1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012" voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie 4' en Waarde - Archeologie 5'. Parkeernormen Montfoort Het paraplubestemmingsplan "Parkeernormen Montfoort" zoals vastgesteld op 29 september 2018, regelt dat aan de 'Nota parkeernormen Montfoort 2015' dient te worden voldaan, dan wel dat indien dit beleid wijzigt, van het gewijzigde beleid uit dient te worden gegaan.
In paragraaf 4.9 Verkeer en parkeren van deze toelichting wordt nader op dit aspect ingegaan.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 8
1.4
Leeswijzer
De toelichting op het bestemmingsplan is als volgt ingedeeld. Het tweede hoofdstuk omschrijft de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 komen het beleid en algemene regels van het rijk, de provincie en de gemeente aan de orde. Omgevingsaspecten worden behandeld in hoofdstuk 5. Per aspect zijn de van toepassing zijnde regelgeving en het beleid genoemd. Vervolgens zijn de onderzoeken beschreven en conclusies getrokken. Daarna volgt het juridisch deel van de toelichting, waarin in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische planopzet en in hoofdstuk 7 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt behandeld.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 9
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Op de gronden ter plaatse van het plangebied staat in de huidige situatie een vrijgekomen agrarisch bedrijf. In het plangebied, dat gelegen is in het buitengebied van de gemeente Montfoort, is voorheen een melkveehouderij geëxploiteerd. Het perceel is ontsloten via de Willeskop (N228), de doorgaande weg tussen Oudewater en Montfoort. Hierdoor is de locatie logistiek gezien gunstig gelegen gezien de goede aanrijroutes. Naast de bedrijfswoning zijn op het plangebied meerdere bedrijfsgebouwen gesitueerd. Deze bebouwing herinnert nog aan de melkveehouderij, maar er worden geen dieren meer gehouden. De bijbehorende gronden zijn hierdoor grotendeels verkocht aan agrariërs uit de omgeving. Het plangebied beschikt hierdoor nog over circa drie hectare eigen grond. Het exploiteren van een grondgebonden agrarisch bedrijf is omwille van onder andere de omvang van het plangebied niet meer mogelijk.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 10
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 11
Figuur 2.1 Tekening bestaande situatie (bron: Ben Kraan Architecten)
2.2
Toekomstige situatie
Het voorgenomen initiatief betreft een functieverandering van een agrarisch bedrijf naar niet-agrarische bedrijvigheid. In gevolge van de landschappelijke inpassing en het treffen van de nodigde ecologische maatregelen, is het totale grondgebied van Willeskop 67 en 67a onderdeel van de functieverandering. Een deel van de vrijgekomen bedrijfsbebouwing wordt gerenoveerd en hergebruikt. Een ander deel wordt gesloopt en elders op het perceel teruggebouwd. Het terrein wordt hierdoor functioneel en ruimtelijk beter ingericht. Door in de toekomstige situatie op het vrijgekomen agrarisch perceel weer een bedrijfsactiviteit te vestigen wordt verpaupering en ongewenst gebruik tegen gegaan. Daarnaast levert vestiging van een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied een bijdrage aan een economisch en vitaal platteland. De niet-agrarische bedrijfsactiviteiten bestaan voornamelijk uit opslagactiviteiten van Werktent N.V. Voorafgaand aan het opslaan van de werktenten wordt het materiaal schoongemaakt. Daarnaast vindt op de locatie het laden en lossen van werktenten plaats. Tevens wordt een kleedruimte en kantine ingericht. In de toekomstige situatie ontstaat bedrijfsbebouwing van circa 1.275 m², dat voor een groot deel in gebruik wordt genomen voor het opslaan van werktenten. Onderdeel van de bedrijfsbebouwing in de toekomstige situatie is de bestaande hooiberg.
Herstel van de hooiberg is beoogd en in het kader van de vestiging van Werktent N.V. wordt gedacht aan een opslagfunctie en/of kantoorruimte. In de beoogde situatie wordt de oorspronkelijke bedrijfswoning afgesplitst van het agrarisch bedrijf. Dit heeft tot gevolg dat de bedrijfswoning een reguliere woonbestemming krijgt en ter plaatse van de bedrijfsbestemming geen bedrijfswoning wordt toegestaan. Uit de beoordeling van de omgevingsaspecten (zie Hoofdstuk 4) blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van de oorspronkelijke bedrijfswoning wanneer de toetsing plaatsvindt aan de hand van de beoogde bedrijfsactiviteiten en een reguliere woonbestemming. Hoewel het voor de exploitatie van een bedrijf in werktenten niet noodzakelijk is om bij het bedrijf te wonen, is het wel zeer wenselijk voor een familiebedrijf als Werktent N.V. Voor de ontwikkeling is een ontwerp opgesteld door Ben Kraan Architecten en is door Ecogroen voorzien in een landschappelijk inpassingsplan gecombineerd met ecologische maatregelen. Het landschappelijk inpassingsplan en de ecologische maatregelen worden nader beschreven in paragraaf 2.2.2. Een situatietekening van de toekomstige situatie is opgenomen in figuur 2.2.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 12
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 1 3
Figuur 2.2 Situatietekening toekomstige situatie (bron: Ben Kraan Architecten) 2.2.1 Stedenbouwkundige inpassing Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Montfoort. Aan de Willeskop, de doorgaande weg tussen Oudewater en Montfoort, liggen meerdere (agrarische en niet-agrarische) bedrijven en zijn verschillende woningen gesitueerd. De huidige bebouwing binnen het plangebied volgt de verkaveling van percelen en ligt evenwijdig aan bestaande watergangen en kavelgrenzen. Enkele bouwwerken (buiten het plangebied) zijn haaks op de verkaveling georiënteerd of zijn parallel aan de Willeskop gesitueerd. Aan de Willeskop staan meerdere langhuisboerderijen, maar binnen het plangebied is sprake van een vrijstaande woning en schuin daarachter gelegen agrarische opstallen. Dat de agrarische opstallen niet achter de boerderijwoning gelegen zijn, is een uitzonderlijke situatie. De woning heeft derhalve stedenbouwkundig reeds een "eigen" erf. De huidige bedrijfsbebouwing, welke het doorzicht aan een zijde van de woning naar het achterland belemmert, wordt gesloopt. Hierdoor wordt het cluster van bedrijfsbebouwing langer en smaller, in plaats van kort en diep. Dit is meer in overeenstemming met de kavelstructuur. Het beoogde plan voorziet in een verlenging van het bestaande te behouden en te renoveren bedrijfsgebouw. Het oppervlak aan bedrijfsbebouwing wordt niet uitgebreid.
Daarnaast komt het doorzicht aan beide zijden van de woning vrij richting het achterland. De bestaande hooiberg blijft behouden als referentie naar het oorspronkelijke agrarische karakter van het erf. 2.2.2 Landschappelijke inpassing en ecologische maatregelen De toekomstige situatie wordt landschappelijk ingepast. In dit kader zijn door het ervenconsulentschap randvoorwaarden opgesteld om te komen tot een goede landschappelijke inpassing van het plangebied. Samengevat zijn de randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit als volgt: Landschap: zichtlijnen aan weerszijden van de woning op het achterland worden landschappelijke vista's, met op de voorgrond het woonerf en daar achter het agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast wordt het bebouwingscluster op het erf versmald en verlengd, en wordt rondom de bedrijfsbebouwing een erfsilhouet gecreëerd. Erf: het erfkarakter rondom de woning kan worden versterkt en nieuwe verharding kan deels worden voorzien van half-open verharding. Parkeervoorzieningen spelen geen hoofdrol in het beeld op het erf. Gebouwen: de asbestdaken van de te behouden schuren worden vervangen en het landelijke, stoere karakter kan worden versterkt. De hooiberg wordt hersteld en krijgt een nieuwe invulling. Klimaatadaptatie en ecologie: er zijn natuurlijke, groene kruidenrijke grasoevers en er wordt gebruik gemaakt van autochtone beplanting.
Het voorliggende plan is in afstemming met het ervenconsulentschap Mooisticht, gemeente Montfoort en provincie Utrecht nader uitgewerkt door Ecogroen. De landschappelijke inpassing is binnen de gestelde randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit zoals aangegeven door het ervenconsulentschap verder uitgewerkt door Ecogroen. In Bijlage 1 is de rapportage bijgevoegd. Deze paragraaf voorziet in een beknopte beschrijving. Op basis van de ecologische, historische en geomorfologische analyse zijn door Ecogroen maatregelen geformuleerd om de natuur en biodiversiteit te versterken. Het doel is de openheid te behouden door ecologische maatregelen te richten op het grasland en watergangen. Bij de inrichting is uitgegaan van het historisch kavelpatroon en het versterken en behouden van de noordwest-zuidoost lopende belijning van de kavels en Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 1 4
sloten. Maatregelen die in het kader van het aspect ecologie gewenst zijn, kunnen vanuit het aspect cultuurhistorie en landschap ongewenst zijn, en vice versa. Dit deed zich bijvoorbeeld voor bij het landschappelijk inpassen van het achterterrein met hoge bomen. Vanuit het ecologisch aspect bestaan hiervoor bezwaren in relatie tot het achtergelegen weidevogelgebied. Knotwilgen vormen dan een uitzichtpunt voor roofvogels en kraaien, met alle mogelijke gevolgen voor de weidevogels in het gebied. Afstemming tussen ervenconsulentschap Mooisticht en Ecogroen heeft geresulteerd in de keuze voor struwelen (die geschikt zijn voor zangvogels) in plaats van hoge bomen. In afstemming tussen de specialisten is bijvoorbeeld ook de wijze van het aanbrengen van water in het grasland overeengekomen. In het kader van landschap en cultuurhistorie draagt dit bij aan het herkennen van de kavelstructuur, terwijl vanwege het ecologisch belang losse elementen gewenst zijn. Dit heeft geleid tot de ondiepe vochtige en natte laagtes die geschikt zijn als voortplantingswater voor de rugstreeppad en kunnen dienen als foerageergebied van weidevogels. Naast afstemming in het kader van de aspecten cultuurhistorie, landschap en ecologie, is op verzoek van de provincie Utrecht onderzoek gedaan naar recreatieve mogelijkheden binnen het plangebied.
Uit onderzoek door Ecogroen (zie Bijlage 1) is gebleken dat de locatie van het plangebied en hieruit voortkomende omstandigheden deze mogelijkheden belemmeren. Dit betreft onder andere verbindingen met bestaande fiets- en wandelroutes en het veiligheidsaspect (ligging aan de N-weg). Op verzoek van de provincie Utrecht is tevens onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een verbinding met de Hollandse IJssel. De verbinding brengt echter ecologische bezwaren met zich mee, maar leidt ook tot praktische en financiële belemmeringen. De inrichtingsmaatregelen op het achterterrein zijn als volgt (voor een uitgebreider toelichting wordt verwezen naar Bijlage 1): 1. Grasland op het hele achterterrein omvormen naar bloemrijke kruiden-/grasvegetatie; 2. Graven van ondiepe vochtige tot natte laagtes met open zandige/zavelige plekken; 3. Verflauwen noordoever tiendwetering en de ontwikkeling van een natte ruigte en Dotterbloemhooiland; 4. Aanplant struweel langs de watergangen; 5. Versterken beplanting van knotwilgen en solitaire elzen in combinatie met het aanbrengen van takkenrillen; 6. Plaatsen torenvalkkast op een paal ten zuiden van het erf.
Bovenstaande inrichtingsmaatregelen verbeteren de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied om meerdere redenen, enkele van deze redenen zijn: doordat het grasland wordt omgevormd naar een bloemrijke kruiden-/grasvegetatie ontstaat er een vegetatietype dat goed aansluit op het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland in de Snelrewaard. Verder wordt de noordelijke oever van de Tiendwetering ingericht met een flauw talud. Dit resulteert in een overgang voor de flora van natte naar droge omstandigheden. Het flauwe talud met vegetatie tot in het water is een geschikt voortplantingsbiotoop voor de heikikker. Aanvullend op de inrichtingsmaatregelen op het achterterrein zijn maatregelen voorgesteld om de biodiversiteit op het erf en de tuin te vergroten. De maatregelen 7 tot en met 10 zijn optioneel en daarom cursief weergegeven. De maateregelen 11, 12 en 13 zijn noodzakelijk en worden derhalve onderstaand beschreven. De uitgebreidere omschrijving is opgenomen in Bijlage 1. 7. Plaatsen van nestkasten; 8. Plaatsen van een kerkuilkast; 9. Ophangen van vleermuiskasten; 10. Aanplan van nectarplanten of het plaatsen van een bijen-/insectenhotel; 11. Het realiseren van een boomgaard op de plaats van de te slopen stal; 12. Het planten van een haag op de grens van het woonerf en het bedrijfsgedeelte; Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 15
13. De aanleg van een geriefhoutbosje. De inrichtingsmaatregelen op het erf en de tuin voorzien tevens in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Uit onderzoek van het ervenconsulentschap blijkt dat historisch het zij-erf ook een boomgaard was. Daarnaast verzacht een boomgaard op het zij-erf van de boerderij het beeld. De situering van de boomgaard heeft tot gevolg dat de zichtlijnen op het achterland landschappelijke vista's worden. Het agrarisch cultuurlandschap wordt weer zichtbaar door het versmallen en verlengen van de bebouwing en hierdoor het slopen van de oostelijke schuur. Daarnaast voorzien maatregelen in het versterken van het erfkarakter rondom de woning en wordt parkeren/ stallingsvoorzieningen uit het zicht gerealiseerd, zodat dit geen hoofdrol speelt in het beeld. Doordat de te behouden leegstaande agrarische opstallen weer in gebruik worden genomen, worden deze gerenoveerd en voorziet dit in het versterken van het landelijke, stoere karakter van de schuren.
Figuur 2.3 Landschappelijke inpassing en ecologische maatregelen (bron: Ecogroen)
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 1 6
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Figuur 3.1 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken.
Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 17
onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' zijn een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.". Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie.
Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling behelst de functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf'. Daarnaast wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet in een reguliere burgerwoning. De agrarische activiteiten zijn reeds beeïndigd en het object heeft meerdere jaren te koop gestaan. Ontwikkeling van een niet-agrarische bedrijfsactiviteit, namelijk de opslag van werktenten, geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied. Doordat dit bestemmingsplan geen uitbreiding van de bestaande bouwmogelijkheden mogelijk maakt en het plangebied wordt voorzien van een landschappelijke inpassing met ecologische maatregelen, wordt het behoud van landschappelijke waarden gegarandeerd. Conclusie De Nationale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het Barro is op 1 januari 2017 geconsolideerd.
Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening. Relatie tot bestemmingsplan Met het opstellen van dit bestemmingsplan is het Barro als uitgangspunt genomen. Het initiatief Willeskop 67/67a, Montfoort speelt zich af op lokaal niveau en conflicteert niet met Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 18
het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Conclusie Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Relatie tot bestemmingsplan Om vast te stellen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro, dienen diverse factoren in overweging te worden genomen. Om tot een goede afweging te komen kunnen daar de volgende beoordelingscriteria voor worden gehanteerd, waarbij de onderlinge samenhang bepalend is voor de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling: een (zodanige) functiewijziging; omvang bebouwing; ruimtebeslag in onderlinge samenhang met functiewijziging; voorziene planologische mogelijkheden; toegestane planologische mogelijkheden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming omgezet in de bestemming 'Bedrijf'. Binnen beide bestemmingen zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan, echter geldt logischerwijs dat deze binnen bestemming 'Agrarisch' gericht dienen te zijn op de agrarische bedrijfsvoering. Conform de nu geldende bestemming is het mogelijk een agrarish bedrijf te doen landen waarbinnen activiteiten zijn toegestaan die vallen binnen milieucategorie 3.2. Als gevolg van de planologische wijziging, wordt deze milieucategorie teruggebracht naar categorie 2.
Omdat in beide situaties sprake is van bedrijfsactiviteiten, maar de bijkomende milieuhinder afneemt, kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een zodanige functiewijziging of nieuwe planologische mogelijkheden dat gesproken zou moeten worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat bedrijfsbebouwing ook in de huidige situatie al is toegestaan. De gebruiksmogelijkheden wijzigen weliswaar, maar de bouwmogelijkheden blijven gelijk aan de mogelijkheden die het huidige planologisch kader biedt. Ten opzichte van de toegestane planologische mogelijkheden is dan ook geen sprake van een extra ruimtebeslag, zodat ook daaruit volgt dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 1 9
Gelet op het voorgaande is de ontwikkeling die middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, geen stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Een Laddertoets kan achterwege blijven. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening oog te zijn voor de nut en noodzaak van de ontwikkeling. De redenen waarom een actueel planologisch kader noodzakelijk wordt geacht, zijn reeds in hoofdstuk 1 en 2 beschreven. Conclusie Het Besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie provincie Utrecht is vastgesteld op 10 maart 2021 en is opgesteld vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Via haar ruimtelijke beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in 2050 goed wonen, werken en recreëren is. In de Omgevingsvisie, die opgesteld is op basis van zeven samenhangende thema's, zijn per thema programma's opgenomen die zorgen voor de uitvoering van de hoofdlijnen van het beleid.
Figuur 3.2 Zeven samenhangende beleidsthema's (bron: Omgevingsvisie provincie Utrecht) Voor het omgevingsbeleid hanteert de provincie Utrecht twee centrale uitgangspunten: 1. Gebiedsgerichte, integrale en toekomstgerichte oplossingen waarmee Utrechtse Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 20
kwaliteiten per saldo behouden blijven of worden versterkt De gebiedsgerichte uitwerking en (afspraken om te komen tot) keuzes stemt de provincie af met regionale partijen. Samen met gemeenten, waterschappen en andere partners pakt de provincie de regionale programmering op van woningbouw en werklocaties en mogelijk ook van energie en stedelijke voorzieningen zoals kantoren en retail. De Utrechtse kwaliteiten zijn de kwaliteiten die belangrijk zijn voor de uitstraling en aantrekkelijkheid van de provincie Utrecht en voor het behoud van een duurzame en veilige leefomgeving. Het gaat om: de groene kwaliteiten, zoals natuur, landschap en erfgoed; de blauwe kwaliteiten, zoals bodem, water en lucht; de rode kwaliteiten, zoals economische ontwikkeling, bereikbaarheid, energie en een vitaal bebouwd gebied; de sociale kwaliteiten zoals voorzieningen, sociale samenhang, cultureel aanbod en inclusiviteit. 2. Concentreren en combineren van nieuwe ontwikkelingen, zodat zorgvuldig wordt omgegaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Voor sommige grote opgaven is veel ruimte nodig, zoals verstedelijking en de energietransitie. Daarom kiest de provincie Utrecht ervoor de schaarse ruimte efficiënt te benutten en functies slim te combineren. Daarbij wordt het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’ gehanteerd.
Bij uitbreiding wordt gezocht naar grootschalige locaties waar nieuwe ontwikkelingen geconcentreerd en gecombineerd worden. Relatie tot bestemmingsplan De provincie legt het accent op de binnenstedelijke opgave en beoogt op die manier de druk op het landelijk gebied te verminderen en de beschikbare ruimte duurzaam te benutten. Uiteraard blijven er ook ontwikkelingen die naar aard en omvang minder passend zijn in een stedelijke omgeving. Voor dergelijke ontwikkelingen bestaat ruimte om in het buitengebied te landen, mits wordt voorzien in een goede ruimtelijke én landschappelijke inpassing. Daarbij dient oog te zijn voor (ten minste) behoud en bij voorkeur versterking van de aanwezige kwaliteit van het landelijk gebied. Het bestemmingsplan behelst de functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf'. Daarnaast wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet in een reguliere burgerwoning. Het mogelijk maken van een woonbestemming op een voormalig agrarisch perceel is geen nieuw fenomeen en het toestaan van deze enkele burgerwoning op de locatie staat het voornemen om het grootste deel van de woningbouwopgave binnenstedelijk te realiseren ook niet in de weg. Rondom het plangebied is bovendien reeds sprake van diverse woonbestemmingen, zodat gesteld kan worden dat dit bestemmingsplan aansluit op het bestaande karakter van de directe omgeving.
De toegestane bedrijfsactiviteiten binnen voorliggend bestemmingsplan, passen naar aard en omvang minder goed binnen bestaand stedelijk gebied. Voor de opslag van werktenten is passende ruimte nodig, terwijl de binnenstedelijke mogelijkheden schaars zijn. Daarnaast hebben binnenstedelijke locaties logistiek gezien een minder gunstige ligging ten opzichte van de hoofdinfrastructuur, waardoor een dergelijke locatie zowel vanuit economisch oogpunt als met het oog op veiligheid en milieu, slechts beperkt kansen biedt. Het uitwijken naar de locatie aan de Willeskop is daarom een logisch gevolg, zonder dat dit in het gedrang komt met het doel zo veel mogelijk binnenstedelijke locaties te benutten. Het gevolg van de locatiekeuze is automatisch dat er oog dient te zijn voor de kenmerken en kwaliteiten van het landschap. De ontwikkeling mag niet tot gevolg hebben dat deze landschappelijke waarden worden aangetast. Er dient dan ook zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing, waarbij waar mogelijk investeringen plaatsvinden die het karakter van het landelijk gebied doen versterken. In dit geval geldt in eerste instantie dat met de geplande ontwikkeling verval en verpaupering van de locatie Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 21
wordt tegengegaan. Door het wegvallen van de agrarische bedrijfsactiviteiten is het perceel weer beschikbaar voor de markt, maar door de verkoop van diverse percelen die voorheen onderdeel uitmaakten van de locatie, is de locatie niet geschikt voor het oprichten van een nieuw agrarisch bedrijf. Met de beoogde ontwikkeling is een passende invulling gevonden voor de locatie. Zodoende faciliteert dit bestemmingsplan een duurzame ontwikkeling met het oog op de kwaliteit van de directe omgeving. Daarnaast is door Ecogroen een landschappelijk inpassingsplan met ecologische maatregelen opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige waarden van het betreffende landschap. Welk landschap dit is en wat de daarbij behorende waarden zijn, komt nader aan bod in de behandeling van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (paragraaf 3.2.2). Onderhavig plan heeft, door behoud van het agrarisch karakter van het bestaande erf, geen onevenredig nadelig effect op de bestaande verkavelingsstructuur en op het karakter van het bebouwingslint. De huidige bedrijfsbebouwing, welke het doorzicht aan een zijde van de woning naar het achterland belemmert, wordt gesloopt. Hierdoor wordt het cluster van bedrijfsbebouwing langer en smaller, in plaats van kort en diep. Dit is meer in overeenstemming met de kavelstructuur.
Daarbij worden tevens extra inspanningen geleverd om de bedrijfsbebouwing vanuit het achterliggende landschap alsook voor gebruikers van buurpercelen, verder uit het zich te onttrekken. Deze maatregelen bestaan vooral uit de aanleg/aanplant van groen, waarbij gekozen wordt voor streekeigen soorten, zodat de bestaande groenstructuur in de omgeving wordt versterkt. Er wordt onder andere voorzien in het versterken/uitbreiden van afschermende en historische beplanting van knotwilgen en het planten van enkele opgaande elzen in combinatie met het aanbrengen van takkenrillen. Ook de nieuwe aan te planten boomgaard ter plaatse van de te slopen stal zorgt voor het onttrekken van het zicht op de bedrijfsbebouwing. Door bij de inrichting te kiezen voor het behoud van het historisch kavelpatroon en de noordwest-zuidoost lopende belijning van de kavels en sloten, richten een groot deel van de maatregelen zich op het grasland en de watergangen. Dit komt ten goede aan het weidevogelleefgebied in de weidevogelrandzone en het leefgebied voor de rugstreeppad en de heikikker. Het landschappelijk inpassingsplan en de ecologische maatregelen zijn besproken in paragraaf 2.2.2 van deze toelichting. Daarnaast is het landschappelijk inpassingsplan met ecologische maatregelen opgenomen in Bijlage 1.
Voor de ruimtelijke en milieutechnische inpassing wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan. Daarin worden de relevante omgevingsaspecten beschouwd en waar nodig voorzien van een (milieutechnisch) onderzoek. Conclusie Het bestemmingsplan en de daarin opgenomen ontwikkelingen zijn in lijn met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht De interim Omgevingsverordening provincie Utrecht bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De interim Omgevingsverordening is vastgesteld op 10 maart 2021 en in werking getreden op 1 april 2021. De interim Omgevingsverordening is een tijdelijke verordening, totdat de Omgevingswet van kracht is. De interim Omgevingsverordening vervangt onder andere de ruimtelijke verordening en de milieuverordening. In deze paragraaf wordt ingegaan op de bepalingen uit de interim Omgevingsverordening, voor zover relevant en daarmee niet limitatief. Voor het beoordelen van de van toepassing zijnde onderdelen uit de interim Omgevingsverordening is gebruik gemaakt van de digitale planviewer, geraadpleegd op 8 april 2021 (https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/).
Hieruit blijkt dat een aantal onderwerpen relevant zijn om mee te nemen in dit Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 22
bestemmingsplan. De onderwerpen worden in deze paragraaf behandeld. Waterssyteem In het kader van het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen of beperkten van wateroverlast zijn in hoofdstuk 2 van de interim Omgevingsverordening regels opgenomen. Het plangebied ligt binnen een overstroombaar gebied. Daarnaast vindt gedeeltelijke overlap plaats met de vrijwaringszone in het kader van de versterking van een regionale waterkering.
Figuur 3.3 Uitsnede kaart 'Watersysteem kaart 2' (bron: interim Omgevingsverordening) Overstroombaar gebied Het is belangrijk dat vitale en kwetsbare objecten, zoals elektriciteitscentrales en ziekenhuizen, woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor individuele woningen en bedrijven. Door een goed doordachte locatiekeuze en inrichting kunnen de gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. Het doel van dit bestemmingsplan is herbestemming van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf' en het afsplitsen en omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning. De bestaande oppervlakte bedrijfsbebouwing wordt in de toekomstige situatie gebruikt voor de inpandige bedrijfsactiviteiten. De overstromingsrisico's blijven daarmee gelijk aan de huidige situatie. Aanpassing van de bestaande situatie of een gewijzigde positionering van bebouwing vermindert die risico's niet. Paragraaf 4.10 geeft een nadere omschrijving van de (effecten op de) waterhuishoudkundige situatie. Vrijwaringszone regionale waterkering Ter plaatse van de af te splitsen bedrijfswoning is in de interim Omgevingsverordening een vrijwaringszone opgenomen ter voorkoming dat functies worden mogelijk gemaakt die de versterking van de regionale kering bemoeilijken.
Gemeenten dienen er zorg voor te dragen dat zij in hun bestemmingsplannen een passende regeling opnemen, op basis waarvan de realisatie van dergelijke functies niet zonder meer mogelijk is. In dit geval geldt de vrijwaringszone ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning (af te splitsen in reguliere burgerwoning) en de bestaande hooiberg. De bestaande bebouwing ter plaatse van de Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 2 3
vrijwaringszone blijft behouden en wordt ten delen gerenoveerd. De te slopen vierkante meters bebouwing zijn gesitueerd buiten de vrijwaringszone en worden tevens buiten de vrijwaringszone teruggebouwd. Hierdoor treden er ter plaatse van de vrijwaringszone geen wijzigingen op ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied ligt niet in een beschermingsgebied ten behoeve van drinkwaterwinning. Er zijn tevens boringsvrije zones waar rekening mee dient te worden gehouden. Bepalingen ten aanzien van de bescherming van grondwater ten behoeve van winning van drinkwater zijn op dit bestemmingsplan niet van toepassing. Bereikbaarheid en mobiliteit Op grond van artikel 4.1 dient de toelichting op een bestemmingsplan waarmee een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien, in te gaan op de gevolgen van die ontwikkeling voor de verkeersgeneratie en de ontsluiting van het gebied. Op het moment dat uit deze beschrijving blijkt dat er knelpunten kunnen ontstaan, dient een mobiliteitstoets te worden uitgevoerd. Paragraaf 4.9 van deze toelichting gaat in op het aspect verkeer en parkeren. Daarin is omschreven dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een toenane van de verkeersdrukte. Daarnaast is het plangebied gunstig ontsloten op de Willeskop en de nabije ligging van diverse hoofdinfrastructurele voorzieningen. Van knelpunten is geen sprake. Een mobiliteitstoets is niet noodzakelijk.
Voor een nadere omschrijving wordt verwezen naar de betreffende paragraaf. Natuur Met het oog op natuurbescherming zijn in hoofdstuk 6 van de interim Omgevingsverordening regels opgenomen. Het plangebied ligt niet binnen de Groene contour of het Weidevogelkerngebied, maar bevindt zich wel op korte afstand hiervan. Compensatie door aantasting van natuur is derhalve niet aan de orde. Wel is bij het landschappelijk inpassingsplan met ecologische maatregelen aangesloten op de ligging van het plangebied nabij het Weidevogelkerngebied, zie paragraaf 2.2.2 en Bijlage 1. Cultuurhistorie en landschap Hoofdstuk 7 gaat in op cultuurhistorie en landschap, waaronder ook de cultuurhistorische hoofdstructuur. Het plangebied is onderdeel van het Agrarisch cultuurlandschap en ligt in het 'Landschap Groene Hart'. Voor wat betreft het gebied dat onderdeel uitmaakt van de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt dat bestemmingsplannen binnen deze gebieden bestemmingen dienen te bevatten die de waarden binnen de afzonderlijke gebieden beschermen. Welke waarden dit zijn, is opgenomen in de bijlage 14 'Cultuurhistorie' bij de interim Omgevingsverordening.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 2 4
Figuur 3.4 Uitsnede kaart 'Cultuurhistorie en landschap kaart 1' (bron: interim Omgevingsverordening) Het plangebied is gelegen binnen het agrarisch cultuurlandschap en binnen het gebied 'Uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied'. De wijze waarop dit bestemmingsplan rekening houdt met de waarden binnen dit landschap, komt onder andere tot uiting in paragraaf 4.2, waarin het aspect cultuurhistorie nader wordt beschouwd. De ontwikkeling heeft geen effect op de verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap. Ook andere cultuurhistorische waarden die op deze kaart niet naar boven komen, blijven behouden. De verschillende onderdelen worden in de paragraaf 'Cultuurhistorie' nader beschouwd. Doordat dit bestemmingsplan geen verstedelijking in het landelijk gebied toestaat, anders dan nieuwe bebouwing voor een stedelijke bestemming in plaats van bestaande (agrarische) bebouwing, ontstaat geen strijdigheid met de regels in het kader van het verstedelijkingsverbod. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is tevens gelegen in het landschap 'Groene Hart'. Een ruimtelijk besluit voor gronden binnen een bepaald landschap dient bestemmingen en regels te bevatten die strekken ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in bijlage 15 'Kernkwaliteiten landschap' behorende bij de interim Omgevingsverordening.
Voor het Groene Hart zijn dit: openheid; (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); landschappelijke diversiteit; rust & stilte. Een bestemmingsplan mag voorts geen regels bevatten die de genoemde kernkwaliteiten onevenredig aantasten. Daarnaast dient de toelichting op het plan een omschrijving te bevatten van de in het plangebied voorkomende kwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van deze kwaliteiten is omgegaan. Voor de ontwikkeling waar dit bestemmingsplan voor is opgesteld, is door Ecogroen een landschappelijk inpassingsplan met ecologische maatregelen opgesteld. Hierin is rekening gehouden met de aanwezige kwaliteiten en karakteristieken van de omgeving. In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan is een planbeschrijving gegeven, waarin tevens is ingegaan op de landschappelijke inpassing en ecologische maatregelen (zie paragraaf 2.2.2) van het geheel. Van negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het Groene Hart is geen sprake. Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 25
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en naar Bijlage 1, waarin het landschappelijk inpassingsplan met ecologische maatregelen is opgenomen. Wonen, werken en recreëren Landelijk gebied Het plangebied is onderdeel van het landelijk gebied. In hoofdstuk 9 van de interim Omgevingsverordening wordt ingegaan op onder andere verstedelijking in het landelijk gebied. Het noordelijk deel van het plangebied is tevens onderdeel van de 'kernrandzone'. Het gehele plangebied is gelegen in het gebied dat is aangemerkt voor 'Uitbreiding woningbouw en bedrijventerreinen onder voorwaarde mogelijk'.
Figuur 3.5 Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren kaart 1' (bron: interim Omgevingsverordening) In de verordening is aangegeven dat bij beëindiging van het agrarisch gebruik op een locatie in het landelijke gebied een stedelijke functie, niet zijnde wonen kan worden toegestaan, en dat een woonbestemming kan worden gegeven aan de bedrijfswoning van het voormalige agrarisch bedrijfsperceel. De voorwaarden zijn opgenomen in artikel 9.9 en 9.10 van de interim Omgevingsverordening. De voorwaarden uit artikel 9.9 zijn: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: 1. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening, of 2. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; 3.
het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; 4. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; 5. er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 2 6
beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of 6. de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Voor voorliggend bestemmingsplan kan als volgt worden gereageerd op de voorwaarden uit artikel 9.9: Ad. a. Door verkoop van het overgrote deel van de bijbehorende gronden aan agrariërs uit de omgeving, beschikt het plangebied nog over circa drie hectare eigen grond. Het exploiteren van een grondgebonden agrarisch bedrijf is omwille van onder andere de omvang van het plangebied niet meer mogelijk; Ad. b. Een deel van de huidige bedrijfsbebouwing, welke het doorzicht aan een zijde van de woning naar het achterland belemmert, wordt gesloopt. Het beoogde plan voorziet in een verlenging van het bestaande te behouden en te renoveren bedrijfsgebouw. Het totaal oppervlak aan bedrijfsbebouwing wordt hierbij niet met 50% gereduceerd.
De ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd, onder andere door het treffen van ecologische maatregelen, waardoor het lagere slooppercentage kan worden gerechtvaardigd. In paragraaf 2.2 is dit uitgebreid gemotiveerd; Ad. c. Het cluster van bebouwing wordt in de nieuwe situatie langer en smaller, in plaats van kort en diep. Dit is meer in overeenstemming met de kavelstructuur. Het zicht komt vrij richting het achterland en het bouwvlak wordt verkleind; Ad. d. De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden én versterkt. In paragraaf 2.2 is dit uitgebreid gemotiveerd; Ad. e. De omliggende agrarische bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Dit is toegelicht in paragraaf 4.3 van deze plantoelichting. Om een woonbestemming te geven aan de bedrijfswoning van het voormalige agrarisch bedrijfsperceel dient voldaan te worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 9.10 van de interim Omgevingsverordening. De voorwaarden uit dit artikel zijn: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw, of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; b. de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt; c.
de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; en d. een kantoor of bedrijf aan huis is mogelijk indien de omvang van die activiteiten ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. Voor voorliggend bestemmingsplan kan als volgt worden gereageerd op de voorwaarden uit artikel 9.10: Ad. a. Door verkoop van het overgrote deel van de bijbehorende gronden aan agrariërs uit de omgeving, beschikt het plangebied nog over circa drie hectare eigen grond. Het exploiteren van een grondgebonden agrarisch bedrijf is omwille van onder andere de omvang van het plangebied niet meer mogelijk;
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 27
Ad. b. De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden én versterkt. In paragraaf 2.2 is dit uitgebreid gemotiveerd; Ad. c. De omliggende agrarische bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Dit is toegelicht in paragraaf 4.3 van deze plantoelichting. Ad. d. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om een kantoor of bedrijf aan huis uit te oefenen mits dit ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en voldaan wordt aan de overige voorwaarden in de regels van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voldoet hiermee aan zowel de voorwaarden uit artikel 9.9 als 9.10. Stiltegebied Daarnaast blijkt uit een uitsnede van kaart 4 (zie figuur 3.6) voor wonen, werken en recreëren dat het plangebied nabij een stiltegebied ligt en daardoor zelf onderdeel is van het 'Aandachtsgebied stiltegebied'.
Figuur 3.6 Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren kaart 4' (bron: interim Omgevingsverordening) In de interim Omgevingsverordening zijn regels gesteld ter bescherming van de in de provincie aangewezen stiltegebieden. Deze gebieden zijn nodig als tegenhanger van de drukte en bijkomende geluidhinder in en rondom Utrecht. Door de aanwijzing van stiltegebieden en bijbehorende regelgeving wordt voorzien in de behoefte aan stilte van recreanten en inwoners, met een gunstig effect voor de mens en natuur als gevolg. Het plangebied zelf is niet gelegen in een stiltegebied. Het zuidelijk gelegen stiltegebied en het plangebied, liggen op zeer korte afstand van elkaar. Een aandachtsgebied stiltegebied is een zone van 1500 meter rondom het stiltegebied en hier ligt het plangebied derhalve geheel binnen. In artikel 9.27 van de interim Omgevingsverordening is opgenomen hoe omgegaan dient te worden met de doelstellingen voor het geluidsniveau in stiltegebied. Als richtwaarde voor het maximaal toelaatbare geluidsniveau vanwege een inrichting buiten een stiltegebied geldt een geluidsniveau van 35 dB(A) LAeq,24h op een afstand van 50 meter in een stiltegebied gerekend vanaf de grens van het stiltegebied. Gelet op de ruime afstand van het erf met de bedrijfsbebouwing tot het stiltegebied, worden op voorhand geen belemmeringen verwacht.
Voor de volledigheid wordt hieronder nader ingegaan op mogelijke geluidhinder als gevolg van de bedrijfsbestemming. In dit geval geldt dat de bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak buiten de planlocatie Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 28
plaatsvinden. Werktenten worden vervoerd en elders opgezet en tijdelijk in gebruik genomen. Activiteiten op het perceel bestaan daarom met name uit (inpandige) opslagactiviteiten. Het geluid afkomstig van de inrichting beperkt zich daarmee enkel tot geluid als gevolg van vervoersbewegingen, waarvan merendeel inpandig plaatsvindt ten behoeve van de opslagactiviteit. In de huidige situatie is een melkveehouderij toegestaan. Verkeersbewegingen van en naar de Willeskop 67 en 67a bestaan uit onder andere aan- en afvoer van vee, melk en krachtvoer, maar ook uit bewegingen in verband met de afvoer van o.a. drijfmest en bijvoorbeeld in het kader van het inkuilen van gras en maïs. Door het mogelijk maken van de opslag van niet-agrarische producten in de vrijgekomen agrarische opstallen ontstaan nieuwe verkeersbewegingen van en naar het perceel; aan- en afvoer van werktenten. Echter kan gesteld worden dat de verkeersbewegingen ten behoeve van de opslag van werktenten vergelijkbaar of lager zullen uitvallen in vergelijking met de verkeersbewegingen ten behoeve van de melkveehouderij. Aangezien de beoogde bedrijfsvoering geen bezoekersfunctie kent, is daarnaast uitsluitend sprake van incidentele verkeersbewegingen van eigen voertuigen. Er is geen sprake van toename van de verkeersintensiteit.
Aangezien de nieuwe situatie als gevolg van voorliggend bestemmingsplan een vergelijkbaar of lagere verkeersintensiteit kent en vervoersbewegingen ten behoeve van de opslag activiteit voor een groot deel inpandig zullen plaatsvinden, wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan geen onaanvaardbare geluidhinder mogelijk maakt ter plaatse van het stiltegebied. Conclusie Met voorliggend bestemmingsplan wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de provinciale regelgeving op de diverse deelonderwerpen. Voor het overige is het bestemmingsplan daar niet mee in strijd.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Montfoort (2021) De Omgevingsvisie van de gemeente Montfoort 'Vitale kernen in een waardevol landschap', is op 13 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze Omgevingsvisie is Montfoort gepositioneerd als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". Er zijn tien strategische keuzes geformuleerd: 1. De leefomgeving moet passen bij onze identiteit, waarbij we onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten beschermen en verbeteren; 2. We kiezen voor een vitale, leefbare en inclusieve gemeente; 3. We bieden ruimte aan woningbouw; 4. We bieden ruimte aan de lokale maakindustrie; 5. Voor mobiliteit volgen we het adagium: "Lokaal vertragen, regionaal versnellen"; 6. We bieden (zeer beperkt) ruimte aan energiebronnen in het buitengebied en op bedrijventerreinen; 7. We bouwen recreatieve en toeristische mogelijkheden uit; 8. We gebruiken klimaatadaptatie om de gemeente groener, gezonder en veiliger te maken; 9. We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuur; 10. We sturen ook vanuit de fysieke leefomgeving op een gezonde en veilige samenleving. Daarnaast wordt aan de hand van de aanwezige en de gewenste structuren en ontwikkelingen de koers beschreven voor specifieke deelgebieden.
In de gemeente zijn acht deelgebieden onderscheiden, waarin verschillende opgaven spelen en waarvan een Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 2 9
gewenst karakter is geformuleerd. Relatie tot bestemmingsplan Het plangebied van dit bestemmingsplan is op de kaart 'kwaliteiten: landschap, cultuurhistorie, natuur en groen' deels gelegen in het bebouwingslint en het bebouwd gebied. Daarnaast maakt de locatie onderdeel uit van het landbouwgebied en is in dit gebied 'groenstructuur openheid' aangegeven. Dit project sluit onder andere aan bij de doelen zoals geformuleerd voor het landschap door behoud en versterking van de identiteit van het open, groene landschap en de karakteristieke landschapspatronen en natuurwaarden. Daarnaast wordt tevens aangesloten bij de doelen zoals vastgesteld voor de natuur, onder andere door de te treffen ecologische maatregelen. Verder wordt in de Omgevingsvisie aangegeven dat de gemeente Montfoort mee wil groeien met de lokale wens en wil zoeken naar passende oplossingen voor bedrijvigheid. Eén van de doelen betreft het zoeken buiten de rode contouren naar bedrijfslocaties. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) kan hierin een rol spelen. Het beoogde plan sluit hierop aan door de vestiging van het niet-agrarische bedrijf op een locatie waar de agrarische activiteiten zijn beëindigd.
Figuur 3.7 Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Montfoort (2021) Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in twee deelgebieden. Aan de noordzijde de IJsselzone en aan de zuidzijde het buitengebied. Concreet wordt aangegeven dat ten zuiden van de Hollandsche IJssel ruimte wordt gezien voor functieverandering. Voorliggend plan sluit derhalve aan op de in de visie aangegeven ontwikkelingen in de IJsselzone. Ter plaatse van het deelgebied 'Buitengebied' zijn in dit bestemmingsplan ecologische inrichtingsmaatregelen voorzien en wordt daarmee aangesloten op de ontwikkelingsrichting zoals geformuleerd voor het buitengebied. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan aansluit op de gewenste structuren en ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie Montfoort (2021). Voor het overige is het bestemmingsplan daarmee niet in strijd.
Mees Ruimte & Milieu | Willeskop 67/67a, Montfoort
Pagina | 3 0
3.3.2 Duurzaamheidsvisie 'Montfoort Duurzaam' Op 14 september 2015 is de gemeentelijke duurzaamheidsvisie 'Montfoort Duurzaam'. De duurzaamheidsvisie is opgesteld ter invulling van één van de actiepunten zoals verwoord in het toenmalige Collegeprogramma 2014-2018, waarin de gemeente heeft uitgesproken bij te dragen aan een duurzamere samenleving. Tot op dat moment was de aanpak van duurzaamheid ad hoc en op projectbasis, de behoefte was dan ook een weloverwogen en samenhangende visie op dit onderwerp te vormen. Deze visie is verwoord in de duurzaamheidsvisie. Het beoogde resultaat van de duurzaamheidsvisie is een energieneutrale gemeente, waarin gemeente, ondernemers en inwoners komen tot een duurzame samenleving met als prioriteiten de afvalketen, gebouwenbeheer en energieverbruik, alsmede biodiversiteit, openbare ruimte en zorg voor de in de gemeente aanwezige natuurwaarden. De visie geldt voor de periode 2015 - 2020. Relatie tot bestemmingsplan Voor dit plan geldt dat een vormalige agrarische locatie die niet meer als zodanig kan worden gebruikt, een nieuwe functie krijgt dat past binnen de omgeving. Een deel van de bestaande bebouwing wordt in de huidige vorm in gebruik genomen. Voor het overige vindt renovatie en sloop/nieuwbouw plaats.