bijlage 2 Ontwerp ruimtelijke onderbouwing Bovenkerkweg 82 Montfoort versie 25-09-2024
Tekst van het document
Omgevingsvergunning BOVENKERKWEG 82, MONTFOORT Gemeente Montfoort
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
27 juni 2024
IMRO IDN:
NL.IMRO.0335.Bovenkerkweg82-ON01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Arco Architecten BNA Donkere Gaard 1-4 3421 AS Oudewater
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 12 december 2023
VERSIE 2e versie
27 juni 2024
2e versie
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing
3
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
4
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 8 9
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
11 11 13 15
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 22
Hoofdstuk4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden 4.3 Waterhuishouding
25 25 25 26
Hoofdstuk5
29
5.1 5.2 5.3 5.4
Milieu en omgevingsaspecten
Milieu Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
29 36 38 41
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43 43 43 43
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Onderzoek archeologie
Bijlage 3
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Ruimtelijke onderbouwing
5
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
6
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
YellowBellies is een organisatie met regionaal opererende kinderdagverblijven en buitenspeelse kinderopvangen. Zij heeft een vestiging op het sportcomplex van voetbalvereniging Montfoort S.V.'19 aan de Bovenkerkweg 78 en 82 in Montfoort, waarvoor burgemeester en wethouders op 11 mei 2021 een omgevingsvergunning hebben verleend voor het gebruik van de clubgebouwen voor kinderopvang. De bestaande bebouwing is gedateerd en vraagt een forse investering om deze te laten voldoen aan de hedendaags te stellen eisen. Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan een bouwtechnische verbouwing, maar ook aan het aardgasvrij maken hiervan. Deze investeringen staan niet in verhouding tot het rendement gezien de huidige staat van de bebouwing. In verband hiermede is initiatiefnemer voornemens de bebouwing aan de Bovenkerkweg 82 te slopen en hiervoor in de plaats nieuwbouw te realiseren. Het bouwplan is in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan 'Woonwijken', omdat een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang niet onder de bestemming 'Sport' valt. Mitsdien is een planologische procedure noodzakelijk om medewerking te verlenen aan het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing om de gevraagde planontwikkeling juridisch/planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt op een sportcomplex in de woonkern Montfoort en wordt begrensd door: in het noorden: de Parklaan met aansluitend twee hockeyvelden; in het oosten: de Bovenkerkweg met aansluitend grondgebonden woningen; in het zuiden: A.C.M. Muskeijnplantsoen met aansluitend grondgebonden woningen; in het westen: G. van Damstraat met een school voor basisonderwijs. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood omlijnd) en omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing
7
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Raadsbesluit Bestemmingsplan “Woonwijken" 31 januari 2011 "Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort" 29 oktober 2018
Raad van State n.v.t.
Het perceel heeft in het bestemmingsplan 'Woonwijken' de bestemming 'Sport' waar sportvoorzieningen zijn toegestaan (figuur 2). Binnen de twee bouwvlakken zijn gebouwen ten dienste van de bestemming toegestaan. Voorts zijn de gebiedsaanduidingen 'archeologisch waardevol gebied 4 en 6' van toepassing. Het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang is hiermee in strijd, omdat er enerzijds geen bouwvlak is opgenomen voor vervangende nieuwbouw en anderzijds het gebruik in strijd is met de bestemmingsomschrijving.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Woonwijken'. Plangebied rood omlijnd.
1.4
Goede ruimtelijke onderbouwing
Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang moet een planologische procedure worden doorlopen, omdat dit onderdeel van het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar
8
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
omgeving. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
Ruimtelijke onderbouwing
9
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
10
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied maakt onderdeel uit van het sportcomplex van voetbalvereniging Montfoort S.V.'19. Rondom het sportcomplex liggen in noordelijke richting twee hockeyvelden van Hockeyclub Montfoort. In oostelijke en zuidelijke richting staan grondgebonden woningen. Ten westen van het sportcomplex staat aan de G. van Damstraat een basisschool. Een luchtfoto van de bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.
Figuur 3: luchtfoto bestaande situatie plangebied (groen omkaderd) en omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing
11
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Woningen aan de Bovenkerkweg.
Basisschool aan G. van Damstraat.
Sporthal met rechts kinderopvang en peuterspeelzaal op nr. 78.
Hoofdtribune met kantine van voetbalvereniging Montfoort S.V.'19.
De voetbalvereniging beschikt over vijf voetbalvelden. Het hoofdveld ligt in het noordoostelijke deel met een nieuwe kantine en hoofdtribune tussen twee voetbalvelden. Aan de noordzijde van de twee zuidelijk gelegen voetbalvelden staat de (voormalige) kantine met kleedkamers van de voetbalvereniging. Zuidelijk hiervan staat een voetbaltribune met hierachter een noodlokaal dat nu in gebruik door YellowBellies. Aan de Bovenkerkweg 80 staat sporthal Hofland met op nummer 78 een kinderopvang en peuterspeelzaal. Enkele foto's van de bestaande situatie zijn hieronder opgenomen.
12
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
De te slopen kantine.
Links de kleedaccommodaties.
Het noodgebouw van YellowBellies.
Links voetbaltribune en rechts noodgebouw van YellowBellies.
2.2
Nieuwe situatie
Het nieuwe hoofdgebouw van YellowBellies bestaat uit twee bouwlagen met een bruto vloeroppervlakte van afgerond 1.462 m² (begane grond 835 m² en eerste verdieping 627 m²) In het gebouw komen een kinderdagverblijf (0-4 jaar), buitenspeelse opvang (4-12 jaar), kantoor en overige centrale voorzieningen. Op de begane grond komen baby- en peutergroepen in meerdere lokalen, alsmede een theater voor de BSO en een gymzaal. Op de eerste verdieping zijn er meerdere lokalen voor BSO groot en klein, atelier en techniek, kleedkamers en een kantoor van YellowBellies. De openingstijden van de buitenspeelse kinderopvang zijn elke werkdag van 14:00 uur tot 18:30 uur. Woensdag en vrijdag is de kinderopvang al vanaf 12:00 uur geopend. Het kinderdagverblijf is op werkdagen geopend van 07:30 uur tot 18:30 uur. Een situatietekening is opgenomen in figuur 4a en 4b. Enkele aanzichttekeningen van de nieuwe toestand zijn weergegeven in figuur 5. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende bouwtekeningen.
Ruimtelijke onderbouwing
13
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Figuur 4a: Situatietekening sportcomplex.
Figuur 4b: Situatietekening plangebied ingezoomd.
14
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Figuur 5: Aanzichttekeningen nieuwe situatie (indicatief).
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Bovenkerkweg. De maximum snelheid is 30 km/uur. In noordelijke richting is via de Parklaan het centrumgebied van Montfoort en de Provincialeweg N228 bereikbaar (richting Oudewater en A12). Parkeren De gemeenteraad van Montfoort heeft op 29 oktober 2018 het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen Montfoort' vastgesteld. De bepaling verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar thans de 'Nota Parkeernormen Montfoort 2020'. Om te voorkomen dat door ruimtelijke ontwikkelingen bestaande parkeerknelpunten vergroot worden en/of dat nieuwe parkeerknelpunten ontstaan, worden alle ruimtelijke plannen getoetst op het onderdeel parkeren. Om een objectieve beoordeling van de parkeereffecten van een ruimtelijke ontwikkeling te kunnen maken bestaat behoefte aan eenduidig toe te passen toetsingskader. De 'Nota parkeernormen Montfoor 2020' biedt hiervoor uitkomst. Op basis van de hierin opgenomen kengetallen is de volgende berekening gemaakt zoals opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers (weinig stedelijk in rest bebouwde kom) Functies Parkeernorm Oppervlakte Kinderdagverblijf (crèche) 1,4 per 100 m² 1.352 m² kantoor (personeel) 2,6 per 100 m² 110 m² Totaal
parkeerbehoefte 18,9 pp 2,9 pp 22 pp (afgerond)
Voor het sportcomplex aan de Bovenkerkweg is een centraal parkeerterrein aanwezig bij de sporthal. Deze parkeerplaatsen zijn op werkdagen nagenoeg onbenut, omdat de sportactiviteiten alleen in het weekend en in de avonduren plaatsvinden. De openingstijden van de buitenspeelse kinderopvang zijn van 12:00/14:00 uur tot 18:30 uur. Het kinderdagverblijf is geopend van 07:30 uur tot 18:30 uur. De parkeerbehoefte van YellowBellies kan worden opgevangen op het bestaande parkeerterrein waar op werkdagen overdag voldoende parkeergelegenheid is.
Ruimtelijke onderbouwing
15
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
16
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de
Ruimtelijke onderbouwing
17
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De ontwikkeling voorziet in het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang in bestaand dorpsgebied. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De planontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Met dit bouwplan wordt de vervanging van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang mogelijk gemaakt. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat vervangende nieuwbouw niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Vanuit de verstedelijkingsladder levert het bouwplan geen belemmering op. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.
Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
18
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee zijn deze documenten definitief geworden. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn vanaf 1 april 2021 in werking getreden. Vitale steden en dorpen De provincie Utrecht kent een grote diversiteit aan steden, dorpen en kernen en een grote diversiteit aan woon- en vestigingsmilieus. De grote steden Utrecht en Amersfoort zijn een populaire vestigingsplaats voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. Naar verwachting verwelkomt de stad Utrecht in 2024 de 400.000e inwoner. Samen met omliggende kernen maken deze Utrechtse steden deel uit van het stedelijk netwerk van de noordelijke Randstad. Naast deze agglomeraties ligt de charme van de provincie voor een belangrijk deel juist in kleinschaligheid en een aantrekkelijke, vriendelijke leefomgeving in de kleinere, landelijk gelegen kernen. Basisprincipes voor verstedelijking Prognoses wijzen uit dat de provincie de komende decennia nog fors gaat groeien, en dat er extra ruimte nodig is om deze groei op te vangen. De provincie beziet de toekomstige ontwikkeling van woonen werklocaties in samenhang met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in deze visie verwoord.
Daarom hanteert de provincie bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes: zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; daarnaast in overig stedelijk gebied; eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors. In aanvulling hierop wil de provincie onder voorwaarden ruimte bieden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Stedelijke kwaliteit Gezien de grote ruimtevraag die op de provincie afkomt, is het zaak om zorgvuldig om te gaan met de ruimte. Een groot gedeelte van de mensen woont graag in een stedelijke of dorpse omgeving. De menging en aanwezigheid van functies zoals wonen, werken en voorzieningen draagt bij aan deze aantrekkelijkheid. Binnen het stedelijk gebied van steden en dorpen is nog veel ruimte aanwezig die kan worden benut voor verdichting, herontwikkeling of intensivering. In de afgelopen jaren zijn er weliswaar al veel binnenstedelijke locaties ontwikkeld, maar er zijn nog steeds binnenstedelijke mogelijkheden en er komen continu nieuwe mogelijkheden bij.
Door structurele economische veranderingen verliezen veel gebouwen en locaties hun oorspronkelijke functie en komen daarmee voor herontwikkeling in beeld. Deze drie aspecten maken dat de provincie primair blijft inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. De provincie vraagt daarbij aandacht voor de wijze van verdichting. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan wonen en werken zal de provincie zich moeten inspannen om, in alle kernen, innovatiever en compacter te bouwen dan we tot nu toe gewend zijn. De mate van compactheid is afhankelijk van de locatie, en hangt ook af van hetgeen mogelijk is relatie tot onze opgaven en ambities op het gebied van onder andere binnenstedelijke kwaliteit, energieneutraliteit en gezondheid. Ook is er aandacht nodig voor de kwaliteit van de openbare ruimte: klimaatverandering en gezondheid vragen om een stedelijke omgeving waar tevens ruimte is voor groen, waaronder bomen, en blauw en voor bewegen. Tevens vraagt de provincie aandacht voor het op peil houden van het niveau, de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van culturele en recreatieve voorzieningen. Op die manier blijft de binnenstedelijke kwaliteit op een goed niveau. Toetsing planinitiatief Het plangebied maakt onderdeel uit van stedelijk gebied (figuur 6).
Er is sprake van meervoudig grondgebruik van een bestaande sportaccommodatie waar al een kinderdagverblijf en buitenspeelse
Ruimtelijke onderbouwing
19
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
kinderopvang zijn gevestigd. De nieuwbouw van deze maatschappelijke voorziening draagt bij aan het voorzien in voldoende voorzieningen voor ouders en hun kinderen. Deze planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang (vervangende nieuwbouw) in bestaand dorpsgebied tast de ruimtelijke kwaliteit van het gebied niet aan. Er is geen strijd met de provinciale belangen.
Figuur 6: Uitsnede kaart 11 'Vitale steden en dorpen'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld, (afgekort PRV). Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Paragraaf 9.1 (Stedelijke functies in landelijk gebied) Bepalingen over bestaande en nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied zijn vastgelegd in paragraaf 9.1 (Stedelijke functies in landelijk gebied). De regels in deze paragraaf zijn bedoeld om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden. Als het voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit nodig is om een kostendrager te zoeken, dan is kleinschalige verstedelijking die zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving mogelijk.
In artikel 9.7 is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied bestemmingen en regels kan bevatten die toestaan dat: a. percelen voor specifieke stedelijke functies bestemmingen een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde
20
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; b. stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in bestaand dorpsgebied. De nieuwbouw van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang is in overeenstemming met het provinciaal beleid, omdat de planlocatie onderdeel uitmaakt van het stedelijk gebied. Deze ontwikkeling is toegestaan zoals aangeduid op 'kaart 19: Wonen, werken en recreëren kaart 2' (figuur 7). De belangen van omliggende functies worden niet beperkt. Samenvattend is het bouwplan in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening.
Verder is in de toelichting op artikel 9.15 vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve (woning)bouw en efficiënt ruimtegebruik. In paragraaf 5.3.2 wordt hierop ingegaan. Conclusie Er is sprake van een bestaande stedelijke functie in het landelijk gebied. Het gebruik op het sportcomplex is al toegestaan op grond van een door burgemeester en wethouders op 11 mei 2021 verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van de clubgebouwen voor kinderopvang. Sprake is van sloop/ nieuwbouw van een gebouw voor buitenspeelse kinderopvang. Deze voorziening voorziet in een groeiende behoefte. Het bouwplan is in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening. Eveneens wordt voldaan aan de richtlijnen voor duurzaamheid.
Figuur 7: Uitsnede kaart 19 'Wonen, werken en recreëren kaart 2'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.
Ruimtelijke onderbouwing
21
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Montfoort De gemeenteraad van Montfoort heeft op 13 december 2021 de Omgevingsvisie Montfoort 'Vitale kernen in een waardevol landschap' vastgesteld. In deze Omgevingsvisie heeft de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor de lange termijn vastgelegd. Deze omgevingsvisie is opgesteld in de 'geest' van de aankomende Omgevingswet en is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Montfoort. Het is een dynamisch document en biedt het raamwerk, waarbinnen gemeente de komende jaren beleid verder zal uitwerken. De visie kent geen maximum geldigheidsduur en zal regelmatig worden bijgesteld. Het vormt dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle onderwerpen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in gemeente Montfoort. De koers in 10 keuzes De gemeente beschrijft haar koers, oftewel onze richtinggevende ambities, in 10 strategische keuzen aan de hand van de positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". De 10 strategische keuzen zijn: 1. De leefomgeving moet passen bij onze identiteit, waarbij we onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten beschermen en verbeteren. 2. We kiezen voor een vitale, leefbare en inclusieve gemeente. 3. We bieden ruimte aan woningbouw. 4.
We bieden ruimte aan de lokale maakindustrie. 5. Voor mobiliteit volgen we het adagium: "Lokaal vertragen, regionaal versnellen". 6. We bieden (zeer beperkt) ruimte aan energiebronnen in het buitengebied en op bedrijventerreinen.' 7. We bouwen recreatieve en toeristische mogelijkheden uit. 8. We gebruiken klimaatadaptatie om de gemeente groener, gezonder en veiliger te maken. 9. We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuur. 10. We sturen ook vanuit de fysieke leefomgeving op een gezonde en veilige samenleving. Ad 2 Vitale, leefbare en inclusieve gemeente De gemeente kent een sterke sociale cohesie, met veel ruimte voor activiteiten en veel gezelligheid. De inwoners en ondernemers kennen nu en in de toekomst een grote sociale binding met hun leefomgeving. Dit vertaalt zich naar inwoners en lokale bedrijven die nooit zouden willen verhuizen naar buiten de gemeente. De gemeente heeft wijken met hechte gemeenschappen en gezamenlijke activiteiten. Om de kernen levendig en vitaal te houden is ontwikkeling van beide kernen van belang. Beperkt ruimte bieden aan nieuwe instroom bevordert de vitaliteit van de kernen en heeft een gunstig effect op het draagvlak voor voorzieningen. Initiatieven die bijdragen aan de vitaliteit of leefbaarheid van de gemeente wil zij vanuit een ja-mits houding benaderen.
De gemeente zet in op een veilige, schone leefomgeving met aandacht voor inclusie. Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving, erbij horen. Toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen zijn hierbij van groot belang. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om welzijn, om voldoende vrije tijd, om een goede gezondheid, een prettige leefomgeving en om ruimte voor persoonlijke groei. Inwoners moeten zich thuis voelen en de kans blijven krijgen om zich te ontwikkelen. Er moet voldoende ruimte blijven voor spelen en ontmoeten. Dit wil de gemeente samen met inwoners en organisaties verwezenlijken. Voor beide kernen wil de gemeente het rijke verenigingsleven behouden, met veel sportmogelijkheden. De kernen bestaan uit voldoende voorzieningen om de vitaliteit te waarborgen. De gemeente gaat uit van het clusteren van detailhandel. Indien andere voorzieningen eveneens daarbij gesitueerd zijn, bevordert dat de vitaliteit van een centrum. Het clusteren van voorzieningen is ook van belang om voorzieningen in de kernen te houden, mits dit haalbaar en betaalbaar is. De gemeente sluit daarnaast aan bij de verbonden vitaliteit in de regio en streven naar goede, veilige verbindingen naar voorzieningen in andere kernen.
Toetsing planinitiatief Er is sprake van een bestaand kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang waarvoor burgemeester en wethouders al eerder op 11 mei 2021 een omgevingsvergunning hebben verleend. Het plangebied
22
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
maakt onderdeel uit van bebouwd gebied. De nieuwbouw draagt bij aan clustering van voorzieningen, waarbij er ruimte is voor welzijn, spelen en ontmoeten. Het bouwplan past binnen de ambities van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waarover geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het planvoornemen betreft het vervangen van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang middels nieuwbouw, waarvoor burgemeester en wethouders al op 11 mei 2021 een omgevingsvergunning hebben verleend voor het gebruik van de bestaande clubgebouwen voor kinderopvang. Het bouwplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.3.2 Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Montfoort heeft in 2011 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand.
Het gaat daarbij om de volgende aspecten: karakteristiek van de bestaande bebouwing; openbare ruimte; landschap; stedenbouwkundige context; massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen). De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke gebiedscriteria opgesteld. Conclusie Het bouwplan voor het oprichten van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang zal om advies worden voorgelegd aan de welstandscommissie. De door de commissie gemaakte opmerkingen worden overgenomen. 3.3.3 Duurzaamheidsvisie gemeente Montfoort Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a.
aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). De Gemeente Montfoort streeft er volgens de Duurzaamheidsvisie gemeente Montfoort 2015 - 2020 (juli 2015) naar de natuurlijke momenten van gebouwonderhoud te benutten om te verduurzamen. Bij gebiedsontwikkeling is het streven om woningen, kantoren en bedrijfspanden duurzaam te bouwen met aandacht voor duurzaam ondernemen en duurzame mobiliteit. Planspecifiek Het bouwplan wordt overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Zo krijgt de nieuwe kinderopvang geen gasaansluiting. Bij uitwerking van het bouwplan zal de architect samen met de specialist (duurzaamheid adviseur) de maatregelen nader berekenen en toelichten. Een advies hierover zal vervolgens worden voorgelegd aan de gemeente (ODRU). Conclusie De nieuwbouw van een kinderdagverblijf en kinderopvang vindt plaats overeenkomstig de eisen van het Bouwbesluit. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.
Ruimtelijke onderbouwing
23
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
24
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Hoofdstuk 4 4.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
4.2
Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Waterbeheerprogramma 2022 - 2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam In het op 22 december 2021 vastgestelde waterbeheerprogramma staan de ambities van het waterschap voor de komende zes jaar. Grote maatschappelijke opgaven Nederland staat de komende jaren voor grote maatschappelijke opgaven. De snelheid van klimaatverandering is ongeëvenaard en de effecten (extreme droogte én extreme neerslag) zijn nu al zichtbaar. Ook de afname van biodiversiteit gaat sneller dan ooit in de menselijke geschiedenis. Om dit tegen te gaan is een energietransitie gaande, moet het hoogheemraadschap een omslag maken naar een klimaatbestendige inrichting, een circulaire economie en meer duurzame landbouw. In al deze uitdagingen speelt water een rol.
Daarnaast is er een grote woningbouwopgave. Deze opgaven samen leveren een grote druk op de ruimte op. Stroomopwaarts werken Het hoogheemraadschap wil als waterschap meer aan het roer zitten om water een sturende rol in de ruimtelijke ordening te geven. Zij noemen dat stroomopwaarts werken, gericht op de toekomst. Het hoogheemraadschap investeert zelf - op haar eigen terreinen - in biodiversiteit, circulariteit en duurzaamheid. Zij stimuleert waterbewust gedrag, en vraagt daarmee ook iets van de inwoners. Tegelijk zet zij zich volop in voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Toekomstbestendig gebied Om voorbereid te zijn op de toekomst investeert het hoogheemraadschap in het watersysteem. Zij werkt samen met partners aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven: De komende jaren versterkt het waterschap de dijk langs de Lek; dit project Sterke Lekdijk biedt kansen voor groen en landschap. Daarnaast vraagt zij haar partners om de gevolgen van overstromingen tegen te gaan via ruimtelijke inrichting (2e laag waterveiligheid); Voor de zoetwatervoorziening van West-Nederland is tijdens extreem droge periodes de wateraanvoer via het watersysteem van De Stichtse Rijnlanden van essentieel belang. Deze aanvoercapaciteit vergroot zij de komende jaren via het project Capaciteitsuitbreiding Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA+).
Zij gaat de inlaat vanuit de Neder-Rijn bij Wijk bij Duurstede ook bij extreem lage rivierwaterstanden zeker stellen door het bouwen van een inlaatgemaal; De afvoer van water gaat voor een groot deel van de regio via het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin beperkt ruimte is om extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren en de afhankelijkheid ervan te verkleinen door een meer waterrobuuste inrichting van steden en polders;
Ruimtelijke onderbouwing
25
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit. Het hoogheemraadschap streeft overal naar schoon en levendig water: gezond water in de stad, levendige boerensloten en natuurwater vol leven. Dit vraagt de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het is nodig voor een robuuste, gezonde en prettige leefomgeving. Voor elke categorie gaan we de samenwerking aan met de relevante partners; Warmte en grondstoffen uit (afval)water. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA) heeft veel potentie én kansen in onze regio vanwege de grote woningbouwopgave langs grote wateren. Het hoogheemraadschap stimuleert het gebruik van warmte en grondstoffen uit (afval)water.
4.3
Waterhuishouding
Ruimtelijke ontwikkeling Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m² in stedelijk gebied en 5.000 m² in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied liggen geen regionale waterkeringen. Evenmin ligt het plangebied in een beschermingszone hiervan. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater Aan de randen van het sportcomplex liggen tertiaire watergangen (figuur 8). Deze watergangen hebben een beschermingszone van 2 meter. Binnen deze beschermingszones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. De nieuwbouw ligt ruim buiten de beschermingszones hiervan. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
26
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Figuur 8: Uitsnede Legger oppervlaktewater 2020. Plangebied blauw omkaderd. Toekomstige situatie Het plangebied is in gebruik als kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang. De bestaande bebouwing aan de Bovenkerkweg 82 wordt gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Het verhard oppervlak wijzigt niet zoals opgenomen in de onderstaande watertabel. Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap is geen watercompensatie nodig. Tabel 4.1: Waterbalans.
Ruimtelijke onderbouwing
27
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Waterafvoer Het hemelwater van het dak van de nieuwbouw wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het afvalwater van de bebouwing zal op het rioolstelsel worden aangesloten overeenkomstig de eisen van de gemeente. Bij bouwactiviteiten zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. Wateradvies Het hoogheemraadschap heeft per e-mail van 19 maart 2024 geadviseerd om te zoeken naar mogelijkheden om het hemelwater zichtbaar af te laten stromen richting oppervlaktewater op een wijze waarop infiltratie van het hemelwater mogelijk is. Een andere te onderzoeken mogelijkheid zou kunnen zijn om een eventueel aanwezig drainagesysteem (onder het sportveld) te gebruiken voor infiltratie van het hemelwater. Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met dit advies. Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen heeft dit bouwplan geen nadelige gevolgen. Daarmee voldoet de ruimtelijke ontwikkeling aan het belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.
28
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Hoofdstuk 5
Milieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
5.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 5.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsvinden als de omvang onder de drempelwaarde valt. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven.
Onderzoek/ beoordeling Dit project valt mogelijk onder categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit bijlage D. Dit bouwplan maakt de vervangende nieuwbouw van een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang mogelijk, dat al bij recht is toegestaan. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er alleen sprake is van een sloop-/nieuwbouw, waarbij de bestaande kinderopvang wordt voortgezet met een kinderdagverblijf. lokale context: het sportcomplex voorziet reeds in deze functie. In de nieuwe situatie is dat niet anders. planologische mogelijkheden: burgemeester en wethouders hebben op 11 mei 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de clubgebouwen voor kinderopvang. De vervangende nieuwbouw op dit deel van het sportcomplex is passend. Er is geen m.e.r.-beoordeling nodig, omdat een functie-aanpassing volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De fysieke wijzigingen zijn beperkt, omdat feitelijk alleen sprake is van vervangende nieuwbouw. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r.-beoordeling achterwege worden gelaten.
Conclusie Op basis van de in bijgevoegde Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling en bovenstaande korte toelichting kan worden geconcludeerd dat de beoogde planontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg zal hebben.
Ruimtelijke onderbouwing
29
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
5.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld. Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype Milieucategorie rustig woongebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt op een sportcomplex met een voetbalvereniging, een sporthal, kinderopvang en peuterspeelzaal.
Rondom het sportcomplex staan aan de zuid- en oostzijde woningen. Aan de noordzijde liggen twee hockeyvelden. In westelijke richting is een basisschool gevestigd. Vanwege de ligging van deze diverse functies in de directe omgeving kan het gebied getypeerd worden als 'gemengd gebied'. Een kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang zijn niet genoemd in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering". Deze voorziening kan evenwel worden aangemerkt als behorend tot milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De dichtstbijzijnde woningen staan op een afstand van circa 100 meter van de planlocatie. Kinderdagverbllijf zelf Een kinderdagverblijf, 0 tot 4 jaar, is in wet- en regelgeving aangewezen als een geluidgevoelig gebouw. In het gebouw zijn slaapvertrekken, zodat moet worden aangetoond dat er sprake zal zijn van een goed verblijfklimaat voor de slaapvertrekken van het kinderdagverblijf zelf, omdat er sprake is van sportvelden en andere faciliteiten op zeer korte afstand. Een ander aspect waaraan aandacht moet worden besteed is het effect van het kinderdagverblijf op korte afstand van het sportcomplex, omdat dit consequentie heeft voor de huidige geluidsruimte van het sportcomplex gedurende de openingstijden van het kinderdagverblijf. Hierover wordt het volgende opgemerkt.
Yellowbellies is inmiddels een aantal jaar gevestigd op de sportcampus en maakt hiervoor gebruik van de voormalige sportkantine en aangrenzende twee sportvelden. De overige velden en het hoofdveld bevinden zich aan de andere zijde van het complex waar ook de nieuwe sportkantine is gerealiseerd. In de huidige situatie is Yellowbellies ingericht als een buitenschoolse opvang (BSO) die gebruik maakt van de twee aangrenzende sportvelden. De voetbalvereniging maakt tijdens de openingstijden van Yellowbellies geen gebruik van deze velden, hierover zijn ook afspraken gemaakt. In de nieuwe situatie zal de BSO aangevuld worden met een kinderdagverblijf met slaapvertrekken voor kinderen tussen 0-4. Deze doelgroep kan naadloos aan deze constructie toegevoegd worden omdat alleen Yellowbellies zelf gebruik maakt van de aangrenzende velden. Er is in geen geval sprake van gelijktijdigheid in het gebruik. Gelet op het vorenstaande kan worden vastgesteld dat er geen beperkingen zijn voor het plangebied.
30
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Conclusie Uit inventarisatie is gebleken er geen milieugevoelige functies in de nabijheid van het kinderdagverblijf en buitenspeelse kinderopvang staan. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het beoogde kinderdagverblijf en de buitenspeelse kinderopvang milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zal opleveren. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit onderdeel van het bouwplan. 5.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen. Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Onder geluidsgevoelige gebouwen wordt verstaan (artikel 1 Wgh en artikel 1.2 Bgh): Woningen; Onderwijsgebouwen; Ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuis en psychiatrische inrichting; Kinderdagverblijf. Wettelijk kader railverkeerslawaai Op 1 juli 2012 zijn de “spelregels” voor hoofdspoorwegen gewijzigd.
Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Wettelijk kader industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform art. 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (art. 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Verkeerslawaai De planlocatie ligt niet binnen de geluidzone van verkeerswegen. De dichtstbijzijnde 50 km/uur-weg ligt op meer dan 200 meter afstand. De Wet geluidhinder is daarom niet van toepassing. Rondom het plangebied liggen wel diverse 30 km/uur-wegen.
Alhoewel deze buiten de Wet geluidhinder vallen, blijkt uit jurisprudentie dat ook het geluid vanwege deze wegen moet worden meegenomen in de beoordeling of sprake is van een goed (akoestisch) woon- en leefklimaat. De genoemde geluidbeoordeling is uitgevoerd en daaruit blijkt dat de 48 dB voor wegverkeersgeluid niet wordt overschreden. Dit valt af te leiden uit de indicatieve geluidbelasting volgens het gemeentelijk rekenmodel verkeerslawaai inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh (bron: website Omgevingsdienst regio Utrecht op december 2016, figuur 9). Rondom het plangebied is namelijk de geluidbelasting maximaal 43 dB. Hoewel voor het plangebied zelf geen berekeningen aanwezig zijn kan zonder onderzoek worden gesteld dat de voorkeurswaarde van 48 dB voor verkeerslawaai niet wordt overschreden.
Ruimtelijke onderbouwing
31
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
Figuur 9: Geluidcontouren 2030 wegverkeer incl. aftrek ex art. 110g Wgh. (Afkomstig van het Geoloket van de ODRU website). Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn. Een akoestisch onderzoek op basis van de Wet geluidhinder is niet nodig. Vanuit railverkeerslawaai bestaan er geen belemmeringen tegen deze planontwikkeling. Industrielawaai Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan gevoelige functies in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie hiervoor paragraaf 5.1.2). Voor gezoneerde bedrijventerreinen geldt dat er binnen de geluidszone in beginsel geen milieugevoelige functies zijn toegestaan op grond van het bepaalde in de Wet geluidhinder. In de nabijheid van het plangebied liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen. Dit betekent dat er voor het kinderdagverblijf en de buitenspeelse kinderopvang sprake van een goed woonen leefklimaat. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling, die dit bouwplan mogelijk maakt.
32
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
5.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling Bij een bouwplan dient in beginsel een bodemonderzoek te worden uitgevoerd als sprake is van een gevoeligere bestemming óf als de locatie verdacht is op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. In verband hiermede is een verkennend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740 uitgevoerd door Van Dijk Geotechniek en Milieu in De Meern (rapport van 14 november 2023, Bijlage 1). Uit de resultaten kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag van de bodem ter plaatse van de voorziene bouwlocatie licht verontreinigd is met lood en PAK. Dergelijke verontreinigingen worden vaker vastgesteld in van oudsher bewoonde gebieden en kunnen derhalve gezien worden als verhoogd achtergrondgehalte.
Daarnaast is de grond ter plaatse als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. Voor een nadere toelichting inzake de licht verhoogde gehalten wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van het rapport. Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met barium en xylenen. Een licht verhoogd gehalte aan barium wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen. Voor een nadere toelichting inzake het licht verhoogde gehalte wordt verwezen naar paragraaf 4.4 van het rapport. Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er, gezien de geringe mate aan verontreiniging, milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige nieuwbouw. Conclusie Vanuit milieukundig oogpunt is het bouwplan geschikt voor het voorgenomen gebruik. Er zijn geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.
5.1.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Vanaf 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 van kracht. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Tabel 5.2: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden
Ruimtelijke onderbouwing
33
omgevingsvergunning Bovenkerkweg 82, Montfoort
PM2,5 PM10
25 µg/m3 40 µg/m3
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. 50 µg/m3
n.v.t. 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden
Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijk plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; en b. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; en c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht; (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10, PM2,5) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.) d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten (projecten In Betekenende Mate of IBM-projecten) tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen. Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Onder andere voor woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.