Bijlage 2 - Handleiding Opstellen Soortenmanagementplan en Gebiedsgerichte ontheffingsaanvraag
Tekst van het document
• •
Logboek: Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden moet u een logboek bijhouden. Deze logboeken verzamelt u op een centrale locatie (bijvoorbeeld gemeente) en moeten ter inzage beschikbaar zijn voor de handhavende partij. Neem hierin in ieder geval het volgende op: • Initiatiefnemer en uitvoerende partij • Begeleidende partij • Alle voorzorgsmaatregelen om het doden en verwonden van individuen te voorkomen. • Borging dat tijdig geschikte en voldoende alternatieven beschikbaar en aanwezig zijn voor de betreffende soort en functie inclusief locaties. • Ecologische begeleiding en ondernomen acties tijdens de werkzaamheden. • Controle op natuurinclusieve maatregelen die nodig zijn conform het Soortenmanagementplan en de vastlegging hiervan.
Bijlage IX Inhoud Monitoringsplan Per soort beschrijft u de volgende aspecten: • Doel(en) van het monitoringsplan. Maak hierin onderscheid tussen het inzichtelijk maken van de populatietrends de bescherming van kwetsbare functies. • Methodiek van de monitoring. • Indicatoren die gebruikt worden bij de monitoring. • Aspecten die gemonitord worden (populatietrend, belangrijke functies, et cetera). • Variabelen die gebruikt worden om deze aspecten te meten. • Wijze van uitvoering en onderzoeksinspanning. • Periodisering/frequentie van de uitvoering van de monitoring (per functie/doel). • (eind) verantwoordelijke voor het uitvoeren en rapporteren van de monitoring. • Wijze van verslaglegging. • Wijze en frequentie van de communicatie met betrekking tot de monitoring, de evaluatie en de resultaten naar het bevoegd gezag en andere belanghebbenden.
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 27
Bijlage X Sleutelfactoren monitoring populatie-ontwikkeling (staat van instandhouding) Sleutelfactoren bij de Soortenmanagementplan: • • • • •
•
•
monitoring
van
de
populatie-ontwikkeling
binnen
een
Voorafgaand aan de monitoring stelt u vast op basis van welke indicatoren de staat van instandhouding bepaald wordt. Monitoring van de populatie vindt plaats door middel van het lopen of fietsen van vaste transecten, meetpunten of punt-transecten. Alle landschapstypen (typen bebouwing, groen, water) moeten vertegenwoordigd zijn binnen de transecten. De transecten zijn bij voorkeur zo gekozen dat er geen kraamkolonies in of nabij de routes of meetpunten aanwezig zijn. De transecten moeten meerdere malen binnen het juiste seizoen uitgevoerd worden, bij weersomstandigheden zoals opgenomen in de desbetreffende richtlijnen en kennisdocumenten. Zorg voor voldoende spreiding in de verschillende transecten/meetpunten in tijd en ruimte. Hoe groter het aantal meetpunten, des te betrouwbaarder de trendbepalingen zijn. Zorg ervoor dat de monitoring zoveel mogelijk gestandaardiseerd is. Stel vooraf duidelijk vast welke waarnemingen de onderzoekers tijdens de monitoring wel en niet noteren en op welke wijze en welke middelen zij inzetten bij de monitoring en communiceer hierover.
Bijlage XI Aandachtspunten bij opstellen van management- en administratieplan • • •
Breng de verschillende interne processen in beeld die relevant zijn voor de uitvoering van het Soortenmanagementplan. Benoem de verantwoordelijkheden en voeg een draaiboek toe met de stappen die ondernomen worden om te werken met een Soortenmanagementplan. Zorg voor de beantwoording van de volgende vragen: o Wie interpreteert, evalueert en neemt de beslissingen wanneer het bijsturen van de maatregelen, de werkwijze of het onderzoek noodzakelijk is? o Wie is of zijn bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen verantwoordelijk? Wie is het aanspreekpunt en hoe wordt dit geborgd als er een wisseling plaatsvindt? o Hoe wordt het overzicht behouden in de planning van de voorgenomen ingrepen in relatie met de gewenningsperioden en de uitgevoerde maatregelen zoals alternatieve verblijfplaatsen? o Hoe wordt het totale overzicht behouden tussen verschillende maatregelen, de planning en de ingrepen en activiteiten binnen het soortenmanagementplangebied? o Hoe vindt de communicatie onderling en met betrekking tot de monitoring, de evaluatie en de resultaten plaats? o Op welke momenten (tussenevaluaties) en aan wie worden de resultaten van de monitoring gerapporteerd? o Zijn draaiboeken opgesteld waarin de te nemen stappen bij incidenten of tegenvallende resultaten beschreven staan?
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 28
Bijlage XII Begrippenlijst
Begrip in Soortenmanagementplan Administratie
Alternatievenafweging Anekdotische ervaringen Belangrijke en kwetsbare functies en verblijfplaatsen
Belangrijke en kwetsbare nestplaatsen Bewezen effectieve maatregel
Cumulatieve effecten
Ecologische onderbouwing
Ecologisch werkprotocol
Ervaren ecoloog/deskundige Expert judgement Functionele leefomgeving
Toelichting Het verkrijgen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van de voortgang van werkzaamheden en het beheersen conform het Soortenmanagementplan. Een andere beweegreden die afwijkt van wat gebruikelijk is, maar daar niet voor onderdoet. Een bewijs dat gebaseerd is op onderzoek, waar nog geen wetenschappelijk methode voor is ontwikkeld. Kraamverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen van meer dan tien vleermuizen, massawinterverblijfplaatsen, vliegroutes, essentiële foerageergebieden en clusters van meerdere paarverblijfplaatsen (hotspots). Verblijfplaatsen en leefgebied van kwetsbare en bijzondere vleermuissoorten als laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis. Kolonies van tien paartjes of meer huismussen of gierzwaluwen op woning- en/of op straatniveau. Een maatregel is bewezen effectief als uit gedegen onderzoek en wetenschappelijke informatie blijkt dat de maatregel in gebruik genomen wordt door de soort voor de betreffende functie. Bij alternatieve verblijfplaatsvoorzieningen moet bewezen zijn dat hierbij geen negatief effect op het voortplantingssucces optreedt.
Effecten van verschillende vormen van invloeden samen, waarbij de gevolgen van de vormen afzonderlijk niet ernstig behoeven te zijn, maar van de verschillende vormen samen mogelijk wel tot gevolg hebben dat soorten lokaal onder druk komen te staan. Een onderbouwing op basis van wetenschappelijke literatuur, aantoonbare ervaringen of kennis uit geaccepteerde en actuele Kennisdocumenten (BIJ12) of vleermuisprotocollen (NGB). Een praktisch uitvoeringsdocument waarin de maatregelen staan waaraan conform de (verleende) ontheffing Wet natuurbescherming moet worden voldaan. In het ecologisch werkprotocol staat de praktische uitvoering van deze maatregelen beschreven en toegelicht. Een ecologisch werkprotocol is altijd op locatie aanwezig. Voor wat hier precies onder verstaan, sluiten we aan bij de definitie van de RVO. Onderbouwde inschatting van één of meerdere deskundige(n) op grond van opleidingen, kennis en ervaring. Een voldoende robuust gebied met de minimale kenmerken, variatie en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor het duurzaam functioneren en het behoud van de betreffende populatie.
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 29
Begrip in Soortenmanagementplan Hotspots
Indicatoren Kwetsbare en bijzondere vleermuissoorten
Logboek
Massawinterverblijfplaats
Mitigatie- en compensatieplan
Monitoring
Toelichting Op het moment dat in een buurt of straat een grote dichtheid (hotspot) aan bijvoorbeeld paarverblijfplaatsen of baltsende individuen van vleermuizen aanwezig zijn, moet u deze buurt of straat aanmerken als belangrijke functie. Het belang van een gebied is ook afhankelijk van de totale lokale populatie-omvang, de omgeving en de verspreiding van de lokale populatie. Een maatstaf om de monitoring te kunnen bepalen en aan te tonen. Kwetsbare en bijzondere vleermuissoorten zijn soorten: • Waar tot op heden geen bewezen effectieve maatregelen voor bekend zijn • Die vanwege hun leefwijze moeilijk waarneembaar zijn en aldus minder worden waargenomen en/of • Waarbij wetenschappelijke kennis over verspreiding, leefwijze en aantalsontwikkeling (trends) goeddeels tekortschiet en/of • Waarbij de bestaande onderzoeksprotocollen in de praktijk nog onvoldoende uitsluitsel geven om de aan- of afwezigheid van de soort te kunnen vaststellen. • Die specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. In de provincie Utrecht zijn dit onder andere beschermde soorten zoals de laatvlieger, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, kleine dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Onderdeel van het Ecologisch werkprotocol waarin de uitgevoerde acties betreffende de verleende ontheffing Wet natuurbescherming bijgehouden worden.
Een logboek is, net als het Ecologisch werkprotocol, altijd op locatie aanwezig. Overwinteringslocatie van een groep vleermuizen, waarbij tijdens het zwermen mogelijk enkele tientallen (twintig dieren of meer) aanwezig zijn of waarvan verwacht wordt (niet uitgesloten kan worden) dat er een groep van meer dan twintig dieren potentieel gebruik maken van de locatie (gebaseerd op de omschrijving massawinterverblijfplaats uit het Kennisdocument gewone dwergvleermuis 2017 (BIJ12)). In deze context wordt met potentieel bedoeld: op het moment dat een groep van enkele tientallen zwermende vleermuizen moeilijk te tellen is of als het exacte aantal vleermuizen in een winterverblijfplaats onzeker is, maar het niet uit te sluiten is dat meer dan twintig dieren gebruikmaken van de verblijfplaats moet deze gerekend worden als massawinterverblijfplaats. Plan waarin de mitigerende en compenserende maatregelen staan van het Soortenmanagementplan. In dit plan worden keuzemodellen van maatregelen opgenomen inclusief de prioritering van maatregelen. Op basis van het mitigatie- en compensatieplan kan een Ecologisch werkprotocol opgesteld worden. Een onderzoek dat periodiek en conform dezelfde werkwijze uitgevoerd wordt om verandering te meten.
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 30
Begrip in Soortenmanagementplan Netwerken
Nulmeting
Ontheffinghouder Plus
Populatie
SFC’s Soortenmanagementplan
Soortgericht veldonderzoek
Staat van instandhouding
Transecten Verkennend gebiedsdekkend onderzoek
Verouderde data
Toelichting Zeer verschillende functionele deelleefgebieden in het landschap die vleermuizen gedurende het jaar gebruiken om te foerageren, te vliegen en te verblijven. Het onderzoek waarop een Soortenmanagementplan gebaseerd is. Dit basisonderzoek is het uitgangspunt voor het verdere proces, de werkwijze, het bepalen van de methodiek en het maatregelenpakket. De hoofdbetrokkene Het aantoonbaar versterken (kwalitatief en kwantitatief) van een netwerk van verblijfplaatsen, leefgebied, voedsel en verbindend habitat binnen het soortenmanagementplangebied. Een groep van dezelfde soort in een ruimtelijk begrensde eenheid (habitat/leefgebied) die zich potentieel onderling kunnen voortplanten. Soort-functie combinaties. Een instrument dat dient als ecologische onderbouwing bij een te verlenen gebiedsgerichte ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenmanagementplannen zijn een voorwaarde voor het aanvragen van een gebiedsgerichte ontheffing. Het Soortenmanagementplan is in principe gebaseerd op uitgebreid veldonderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en de functies van het plangebied. In het Soortenmanagementplan zijn robuuste voorwaarden en maatregelen opgenomen waarmee de staat van instandhouding van beschermde soorten geborgd wordt tijdens de uitvoering van de betreffende activiteiten gedurende een langere periode.
Nader onderzoek specifiek gericht op het aantonen van de aanwezigheid van soorten, het gebruik van een gebied door de betreffende soorten (aanwezige functies en netwerken) en het belang van structuren, kenmerken en objecten door de betreffende soort. Het effect van de som van de invloeden die op de betrokken soort inwerken en op lange termijn een verandering kunnen bewerkstelligen in de verspreiding en de grootte van de populaties van die soort op het grondgebied, bedoeld in artikel 2 van de Habitatrichtlijn (Art. 1.1 van de Wet natuurbescherming). Een strook grond waarlangs ecologische metingen (van het aantal vleermuizen) gedaan zijn met regelmatige tussenpozen. Een verkennend onderzoek dat bestaat uit literatuuronderzoek, veldbezoeken en gebiedsanalyse. Het heeft als doel de (potentieel) belangrijke structuren en leefgebieden van verschillende (beschermde) soorten afzonderlijk in kaart te brengen. Onderzoeksgegevens zijn maximaal drie tot vijf jaar geldig, de validiteitstermijn is afhankelijk van de soort en de dynamiek binnen het gebied.
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 31
Bijlage XIII Checklist Ontheffingsaanvraag en Soortenmanagementplan
Ontheffingsaanvraag Juridische kaders en wettelijke eisen Beschrijving van het plangebied waarvoor u ontheffing aanvraagt Beschrijving van de activiteiten en ingrepen waarvoor u ontheffing aanvraagt Actoren die gebruik kunnen maken van de ontheffing Beschrijving van hun verantwoordelijkheden en plichten Beschrijving van handelswijze bij particuliere projecten Termijn waarvoor u de ontheffing aanvraagt Overzicht van de soorten en functies waarvoor u ontheffing aanvraagt Overzicht van de verbodsbepaling(en) waarvoor u ontheffing aanvraagt Onderbouwing (inclusief documenten) van het wettelijk belang Beschrijving van de alternatievenafweging
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Nulmeting Beschrijving van het onderzoeksgebied (indeling deelgebieden) Beschrijving van het aanwezige landschapstype/habitattype binnen de onderzoeksgebieden Potentie-inschatting en verkenning Beschrijving van het literatuuronderzoek Uitwerking van het verkennend gebiedsdekkend onderzoek Soortgericht veldonderzoek Beschrijving van de onderzoeksinspanning en -methodiek Beschrijving van de deskundigheid van de onderzoekers Beschrijving van de onderzoeksresultaten (soort-functie combinaties) Geografisch inzicht in de onderzoeksresultaten
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee
Effectbepaling Beschrijving van de rol en het belang van het soortenmanagementplangebied voor de betreffende soorten Overzicht van de meest kwetsbare gebieden en soort-functie combinaties gekoppeld aan de geplande activiteiten Beschrijving van de negatieve effecten per soort, functie (soort-functie combinaties) en activiteit Beschrijving van de verhouding van de mogelijke effecten tot de lokale staat van instandhouding Knelpuntenanalyse Cumulatieve effecten die spelen in het soortenmanagementplangebied
Gedaan? Ja / Nee
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 32
Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Soortenmanagementplan
Ambitie en langetermijnvisie Langetermijnvisie Doel Ambitieniveau per soort(groep) Ambitieniveau versterken natuurwaarden en biodiversiteit Ambitieniveau natuurinclusief bouwen
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Mitigatie- en compensatieplan Randvoorwaarden waar de maatregelen aan voldoen per soort en functie Beschrijving van de mogelijke maatregelen voor mitigatie en compensatie Prioritering van de keuzemogelijkheden van maatregelen Geografische spreiding en van de maatregelen Borging van voldoende variatie in de maatregelen per soort en functie Beschrijving van de effectief bewezen en van de experimentele maatregelen Verhouding en plaatsing van de maatregelen ten opzichte van aanwezige soortfunctie combinaties Compensatie en verbetering van het leefgebied (ecologische ‘plus’) Beheerplan voor de leefgebieden Ecologisch werkprotocol Logboek
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Monitoringsplan Beschrijving van de methodiek Indicatoren waarmee de staat van instandhouding bepaald wordt Monitoring van belangrijke en kwetsbare functies en verblijfplaatsen Monitoring van de effectiviteit van de maatregelen
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Management- en administratieplan Verantwoordelijkheden Administratieve middelen Acties bij tegenvallende resultaten of incidenten Draaiboeken met te nemen acties, stappen en communicatielijnen Planningen, uitgevoerde maatregelen en geplande werkzaamheden
Gedaan? Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 33
Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee
Bijlage XIV Contactgegevens
Heeft u interesse in het opstellen van een Soortenmanagementplan en het aanvragen van een gebiedsgerichte ontheffing? Neem dan contact op met de:
Team Vergunningverlening Natuur en Landschap
Via het e-mailadres wnb@provincie-utrecht.nl. We helpen u graag op weg met de uitvraag voor het ecologisch onderzoek en informeren u graag over
subsidiemogelijkheden
voor
gemeenten
voor
het
opstellen
Soortenmanagementplan.
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 34
van
een
Colofon Versie april 2022
Provincie Utrecht Postbus 80300 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111
HANDLEIDING OPSTELLEN SOORTENMANAGEMENTPLAN EN GEBIEDSGERICHTE ONTHEFFINGSAANVRAAG| 35