Bijlage 1 Lokale Adaptatiestrategie (LAS) Gemeente Montfoort
Tekst van het document
Tabel 1. Huidige stand van de strategische knoppen
Strategie
Wat doen we nu?
1. Bewustwording & betrokkenheid
Beperkte communicatie en versnipperd aanbod Incidentele ondersteuning, nog geen brede regeling of netwerk Klimaatadaptatie wordt meegenomen bij herinrichting, maar nog geen standaard werkwijze Duurzame maatregelen in enkele gebouwen en projecten, maar nog geen structurele aanpak Klimaatadaptatie staat op de agenda, maar invulling ontbreekt vaak en nog niet structureel geborgd
2. Stimuleren & ondersteunen 3. Klimaatbestendige leefomgeving 4. Vooroplopen en verbinden 5. Verankeren in beleid
Huidige stand (2025) ⚫⚪⚪⚪ ⚫⚪⚪⚪ ⚪⚫⚪⚪ ⚪⚫⚪⚪ ⚪⚫⚪⚪
Wat willen we bereiken? 1. Minimaal 70% van de inwoners weet wat klimaatadaptatie is en waarom het belangrijk is Dit meten we via periodiek onderzoek, waarbij we ook in kaart brengen welke doelgroepen of buurten nog achterblijven in kennis of bewustzijn. 2. We ontwikkelen een communicatiestrategie op maat, afgestemd op verschillende typen buurten en doelgroepen. 3. Jaarlijks organiseren we ten minste twee publiekgerichte activiteiten of campagnes. 4. Klimaatadaptatie wordt opgenomen in het educatieve aanbod van basisscholen en middelbare scholen in de gemeente. Kinderen leren zo op jonge leeftijd over klimaatverandering en wat ze zelf kunnen doen. 5. We groeien van stand 1 (incidentele communicatie) naar stand 3 (structurele communicatie en educatie). Wat gaan we doen? We vergroten het bewustzijn over klimaatverandering en de mogelijke oplossingen onder inwoners, bedrijven en organisaties. We ontwikkelen een communicatiestrategie op maat, afgestemd op verschillende typen buurten en doelgroepen. We zetten in op gerichte communicatie, educatie en het delen van lokale verhalen. Daarmee bieden we handelingsperspectief: inwoners en organisaties weten wat zij kunnen doen om bij te dragen aan een klimaatbestendige leefomgeving. Een goed geïnformeerde samenleving vormt de basis voor gezamenlijke actie en blijvende verandering.
Strategische knop: Bewustwording & betrokkenheid Hoe ver je deze knop opendraait, bepaalt hoe goed inwoners, bedrijven en collega’s begrijpen waarom klimaatadaptatie nodig is en wat ze zelf kunnen doen. ❏ Stand 1: Incidentele communicatie Incidentele of ad-hoc communicatie, vooraf reactief (bijvoorbeeld na weersextreem). Weinig samenhang of herhaling. ❏ Stand 2: Gerichte campagnes per doelgroep Er worden bewuste keuzes gemaakt in communicatie per doelgroep of thema (zoals hitte of wateroverlast), maar nog beperkt in tijd of reikwijdte. Stand 3: Structurele communicatie en educatie Communicatie en educatie zijn doorlopend, herkenbaar en onderdeel van een meerjarig programma. Aandacht op scholen, in wijken en online. ❏ Stand 4: Geïntegreerd in beleid en werkwijzen Communicatie en educatie zijn verankerd in beleid. Klimaatbewustzijn is onderdeel van de gemeentelijke identiteit.
Wat willen we bereiken? • We zetten een laagdrempelig subsidieprogramma op voor inwoners en bedrijven om zelf klimaatadaptieve maatregelen te nemen. • We ondersteunen of faciliteren jaarlijks minimaal 10 voorbeeldprojecten waarin inwoners, bedrijven of organisaties zelf aan de slag gaan. • Binnen twee jaar is er een netwerk van lokale klimaatambassadeurs actief in de gemeente. • We groeien van stand 1 (passieve houding) naar stand 3 (actieve ondersteuning en communicatie) Wat gaan we doen? Een klimaatbestendig Montfoort lukt alleen als iedereen meedoet. Omdat een groot deel van de ruimte in onze gemeente in particulier bezit is, hebben we bewoners, bedrijven een maatschappelijke organisaties hard nodig. Om hen te activeren, zorgen we voor een sterke combinatie van inspiratie, ondersteuning en zichtbaar resultaat. We helpen inwoners bij acties als het afkoppelen van regenpijpen, het aanleggen van groene daken of het vergroenen van tuinen. Dit doen we onder meer door het opzetten van een laagdrempelige subsidieregeling. Ook zoeken we bij deelname aan landelijke acties nadrukkelijk de samenwerking met lokale vrijwilligers. Waar nodig nemen we aanvullende stappen om vrijwilligers te werven en zo het netwerk van actieve deelnemers te versterken. In samenwerking met maatschappelijke partners bouwen we op die manier aan eigenaarschap en betrokkenheid bij klimaatadaptatie.
Strategische knop: Stimuleren & activeren Deze knop bepaalt hoeveel ruimte en stimulans er is voor bewoners, bedrijven en organisaties om zelf aan de slag te gaan. ❏ Stand 1: Passieve houding (afwachten) Afwachtende houding, waarbij geen actieve stimulans of ondersteuning is voor bewonersinitiatieven. ❏ Stand 2: Stimulerend via regelingen Er is een subsidie of regeling beschikbaar voor enkele projecten of pilots. Stand 3: Actieve ondersteuning & communicatie Inwoners worden actief benaderd. Er zijn subsidies, hulp bij communicatie en een netwerk van partners. ❏ Stand 4: Actieve communityvorming In co-creatie met bewoners is er een actieve communityvorming. Er vindt structurele samenwerking plaats met scholen, corporaties en maatschappelijke instellingen.
Wat willen we bereiken? • Geen schade bij extreme neerslag (meer dan 70mm per uur) aan bebouwing, infrastructuur of vitale voorzieningen. • Binnen 300 meter van iedere woning is een openbare, koele en schaduwrijke plek. • Binnen 5 jaar realiseren we 20% meer groenoppervlak in het stedelijk gebied. • We realiseren extra waterbergingscapaciteit op risicolocaties. • We passen hittebestendige en waterdoorlatende materialen standaard toe bij herinrichtingsprojecten en verharding. • We groeien van stand 1 (klimaatadaptatie als bijzaak) naar stand 3 (klimaatadaptatie als uitgangspunt) Wat gaan we doen? Ook in een veranderend klimaat willen we prettig, gezond en veilig blijven wonen en werken. Dat vraagt om een fysieke leefomgeving die tegen een stootje kan. Klimaatadaptatie maken we een vast uitgangspunt bij ruimtelijke ingrepen. Of het nu gaat om de herinrichting van een wijk, het inrichten van een speelplek of het aanleggen van infrastructuur, we combineren fysieke maatregelen met andere opgaven zoals biodiversiteit, gezondheid, mobiliteit en energie. Zo bouwen we aan een veerkrachtige gemeente – niet alleen voor nu, maar ook voor de toekomst.
Strategische knop: Klimaatbestendige leefomgeving Hoe verder deze knop draait, hoe meer de fysieke leefomgeving klimaatbestendig wordt ingericht. ❏ Stand 1: Klimaatadaptatie als bijzaak Alleen aandacht bij extreme situaties. Ruimtelijke ingrepen richten zich vooral op traditionele doelen zoals verkeer of verharding. ❏ Stand 2: Meekoppelkansen benutten bij herinrichting Klimaatadaptatie wordt benut als kans bij herinrichting, mits het past binnen het project. Stand 3: Klimaatadaptatie als uitgangspunt in elk ruimtelijk project Elke (her)inrichting is standaard klimaatadaptief, met aandacht voor groen, waterberging en hittestress ❏ Stand 4: Klimaatrobuust ontwerp als norm Klimaatadaptatie is leiden in ontwerp, beleid en uitvoering. De leefomgeving is zichtbaar klimaatbestendig, met integratie van andere opgaven zoals biodiversiteit en gezondheid.
Wat willen we bereiken? • We brengen in kaart welke gemeentelijke gebouwen en terreinen het meest geschikt of urgent zijn voor klimaatadaptieve aanpassingen. • We realiseren ten minste twee klimaatadaptieve voorbeeld locaties, waar zichtbare maatregelen als inspiratieplek dienen voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. • De gemeente initieert of faciliteert jaarlijks minimaal 5 samenwerkingsprojecten met bewoners, bedrijven of onderwijsinstellingen. • Alle relevante beleidsmedewerkers en projectleiders binnen de gemeente zijn bekend met de noodzaak van klimaatadaptatie en de beschikbare mogelijkheden. • We groeien van stand 1 (reactief) naar stand 3 (actieve voortrekkersrol). Wat gaan we doen? Als gemeente nemen we het voortouw in klimaatadaptatie. We geven zelf het goede voorbeeld, niet alleen in de openbare ruimte maar ook binnen onze eigen gebouwen, projecten en bedrijfsvoering. Met klimaatadaptieve maatregelen in het eigen vastgoed en de openbare ruimte laten we zien dat we doen wat we van anderen vragen. We stimuleren voorbeeldgedrag door onze eigen terreinen en gebouwen aan te passen aan hitte, droogte en wateroverlast. Dit doen we zichtbaar zodat het inspireert. Ook binnen de organisatie vergroten we de kennis over klimaatadaptatie onder medewerkers, zodat het structureel onderdeel wordt van beleid en uitvoering.
Daarnaast zoeken we actief de samenwerking op: met inwoners, bedrijven, scholen en maatschappelijke partners. Door gezamenlijke projecten en jaarlijkse initiatieven versterken we het netwerk en de betrokkenheid.
Strategische Knop: Vooroplopen en verbinden Deze knop bepaalt of en hoe sterk de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft, zowel in woorden als in daden. ❏ Stand 1: Gemeente kijkt vooral naar anderen Klimaatadaptatie ligt vooral bij inwoners en externe partijen. De gemeente is reactief. ❏ Stand 2: Gemeente doet zelf mee waar mogelijk Enkele voorbeeldprojecten op eigen gronden, maar geen vaste structuur of communicatie. Stand 3: Actieve voortrekkersrol Gemeente inspireert actief met voorbeeldprojecten, past adaptatie toe in beheer en communiceert zichtbaar over eigen inzet. ❏ Stand 4: Regisseur & inspirator De gemeente neemt structureel regie, verbindt partijen, monitort voortgang en laat voorbeeldgedrag zien in beleid, uitvoering én communicatie.
Wat willen we bereiken? • Binnen 2 jaar is klimaatadaptatie integraal opgenomen in alle relevante beleidsdocumenten, zoals de Omgevingsisie, Woonvisie, etc. • We beschikken over een gemeentelijk toetsingskader voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. • We maken prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties. • We groeien van stand 1 (ad hoc) naar stand 3 (structureel beleid & uitvoering) Wat gaan we doen? Klimaatadaptatie moet vanzelfsprekend onderdeel worden van de manier waarop we werken, plannen en keuzes maken. Dat betekent dat we het thema niet als losstaand behandelen, maar als structureel onderdeel van beleidsvorming, uitvoering en samenwerking. We zorgen ervoor dat klimaatbestendigheid een vast onderdeel wordt van beleidskaders, toetsingscriteria en werkprocessen. Dit doen we via het ontwikkelen van interne richtlijnen, checklists en procesafspraken. We maken bovendien structurele afspraken met ketenpartners, zoals woningcorporaties en waterschappen. Door klimaatadaptatie in een vroeg stadium mee te nemen in projecten en beleid, voorkomen we dat kansen worden gemist of dat maatregelen later duurder moeten worden ingehaald. We streven naar een organisatie waarin iedere beleidsmaker en projectleider weet wat klimaatadaptatie betekent voor zijn of haar werkterrein.
Strategische Knop: Beleidsverankering Hoever deze knop draait, bepaalt hoe structureel klimaatadaptatie is ingebouwd in het dagelijkse gemeentewerk. ❏ Stand 1: Ad hoc en projectmatig Klimaatadaptie wordt per project bekeken, zonder structurele borging of samenhang. ❏ Stand 2: Beperkte beleidsverankering Klimaatadaptatie is opgenomen in enkele beleidsdomeinen. Stand 3: Structureel beleid & uitvoering Klimaatadaptatie is breed opgenomen in beleid, werkprocessen en uitvoering, met aandacht voor monitoring. ❏ Stand 4: Integrale borging & samenwerking Klimaatadaptatie is integraal onderdeel van alle gemeentelijke processen, met regionale samenwerking, tools, richtlijnen en heldere kaders.
De concrete acties en maatregelen die horen bij de strategische knoppen zijn uitgewerkt in een apart document: de Uitvoeringsagenda. In deze agenda vertalen we de gekozen koers naar uitvoering, welke acties voeren we uit en welke maatregelen nemen we in de komende jaren. Deze LAS en de Uitvoeringsagenda vormen samen één geheel en moeten in samenhang worden gelezen. De Uitvoeringsagenda sluit aan op de zesjarige cyclus van het DPRA. De eerste Uitvoeringsagenda richt zich op de periode 2025 tot 2030. Na afloop evalueren we de voortgang, actualiseren we strategie voor de volgende cyclus en sturen we bij waar nodig. Zo blijven we op koers richting 2050: scherp, haalbaar en flexibel. De Uitvoeringsagenda is een dynamisch document. We monitoren de voortgang zorgvuldig, voeren tussentijdse evaluatie uit en grijpen in als dat nodig is. Om de uitvoering concreet en beheersbaar te maken, worden grotere of complexe maatregelen indien nodig opgesplitst in kleinere, uitvoerbare stappen. Dit vergemakkelijkt niet alleen de uitvoering, maar maakt het ook mogelijk om vroegtijdig bij te sturen.
Veel maatregelen kunnen worden uitgevoerd binnen bestaande projecten. Daardoor blijven de extra kosten relatief beperkt. Voor andere, zelfstandige projecten en maatregelen zijn wel aanvullende investeringen nodig om de uitvoering uit de Uitvoeringsagenda mogelijk te maken. De Uitvoeringsagenda bevat per strategielijn een overzicht van de benodigde budgetten. Alle details zijn terug te vinden in een apart document. De onderstaande tabel biedt een samenvatting van de verwachte kosten voor de komende jaren. Deze budgetten zijn gebaseerd op basis van de huidige informatie en exclusief personeelskosten en btw. Meekoppelkansen met grotere projecten in de openbare ruimte zijn nog niet opgenomen in de uitvoeringsagenda. We gaan ervan uit dat klimaatadaptatie een vast onderdeel wordt van toekomstige kredietramingen. Tabel 2. Jaarlijkse kosten, per strategielijn
Strategische knop 1. Informeren & bewustwording 2. Stimuleren & activeren 3. Fysieke leefomgeving 4. Gemeente als voorbeeld 5. Verankeren in beleid & processen Evaluatie en bijsturing Nieuwe stresstesten Actualisatie LAS & Uitvoeringsagenda Totaal
2025 € 5.000 € 40.000 €0 €0 € 10.000
€ 100.000
2026 € 10.000 € 40.000 € 5.000 € 5.000 €0
€ 100.000
2027 € 10.000 € 40.000 € 35.000 € 15.000 €0
€ 100.000
2028 € 10.000 € 40.000 € 35.000 € 15.000 €0
2029 € 5.000 € 40.000 € 20.000 €0 €0
€100.000
€ 15.000 € 20.000 € 100.000
De uitvoeringsagenda, inclusief de bijbehorende budgetten, wordt jaarlijks geactualiseerd. Het uitgangspunt is dat beschikbare middelen uit de begroting leidend zijn voor de uitvoering. Wanneer het budget binnen de uitvoeringsagenda onvoldoende is, maken we binnen de agenda keuzes. Acties of maatregelen die wél prioriteit hebben, maar niet binnen het beschikbare budget van het betreffende jaar passen, worden doorgeschoven naar een later jaar.
De uitvoering van maatregelen uit de uitvoeringsagenda wordt bekostigd vanuit de rioolheffing, passend binnen de watertaken van de gemeente. In het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2025-2029 is jaarlijks €100.000,- gereserveerd voor klimaatadaptieve maatregelen. Zoals weergegeven in Tabel 3 kunnen we verwachte kosten voor de geplande maatregelen hiermee worden gedekt.
We zijn actief bezig met het benutten van subsidiemogelijkheden. Via het Netwerk Water & Klimaat hebben we een aanvraag ingediend voor de tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk. Deze regeling voorziet in een bijdrage van 1/3 van de kosten, waarbij de gemeente zelf 2/3 bijdraagt. Voor Montfoort is tot 2027 een maximale rijksbijdrage van €224.514,- beschikbaar. Deze middelen zetten we in voor projecten die wateroverlast binnen de gemeente aanpakken. Daarnaast blijven we actief zoeken naar subsidiemogelijkheden voor onderzoek en uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen. Dit doen we in samenwerking met de provincie en het hoogheemraadschap. De provincie biedt onder andere subsidie via de regeling Klimaatbestendige, groene en gezonden steden en dorpen. Per project of maatregel beoordelen we of deze in aanmerking komt voor deze regeling. In de uitvoeringsagenda is nog geen rekening gehouden met subsidies of cofinanciering, omdat vooraf niet zeker is of deze daadwerkelijk worden toegekend.
In deze paragraaf beschrijven we wat de lokale adaptatiestrategie en de bijbehorende uitvoeringsagenda betekenen voor de organisatie van de gemeente Montfoort.
Met deze lokale adaptatiestrategie ronden we fase 2 (willen) van de DRPA-cyclus af. We zijn nu klaar om door te gaan naar fase 3: werken. Klimaatadaptatie raakt meerdere beleidsterreinen binnen de gemeentelijke organisatie. Goede onderlinge afstemming is daarom essentieel om de acties en maatregelen uit de uitvoeringsagenda effectief uit te voeren. De projectleider Klimaatadaptatie is verantwoordelijk voor uitvoering van de LAS en de uitvoeringsagenda. Tegelijkertijd ligt er een gedeelde verantwoordelijkheid bij het team IBOR. Ook andere disciplines binnen de organisatie leveren een belangrijke bijdrage bij de uitvoering. Regelmatig intern overleg zorgt ervoor dat iedereen op één lijn blijft en dat de uitvoering soepel verloopt.
De uitvoering van deze strategie kunnen we niet alleen. We werken nauw samen met (lokale) partners om de impact van de maatregelen te vergroten en brede betrokkenheid te creëren. Binnen het Netwerk Water & Klimaat werken we samen met omliggende gemeenten, het waterschap en de provincie. We delen kennis, stemmen beleid af en voeren gezamenlijk onderdelen uit van de regionale uitvoeringsagenda. Deze regionale maatregelen sluiten nauw aan op onze eigen LAS en uitvoeringsagenda. Sommige maatregelen worden regionaal opgepakt, maar ragen om lokale uitwerking. We zoeken daarom actief afstemming met buurgemeenten en overleggen regelmatig op verschillende niveaus. Ook lokale samenwerking is cruciaal. We betrekken belangrijke lokale partners zoals Duurzaam Montfoort en Linschoten, het lokale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zoals de SWOM. Door in gesprek te blijven, verkennen we continu nieuwe mogelijkheden voor samenwerking. Zo versterken we het gezamenlijk eigenaarschap en het gedeelde doel: een klimaatbestendig Montfoort.
Monitoring is een vast onderdeel van onze werkwijze. We gebruiken hiervoor de PDCA-cyclus (PlanDo-Check-Act). Hiermee volgen we de voortgang, toetsen we of doelen worden behaald en sturen we waar nodig bij. De ervaringen uit de eerste uitvoeringsagenda gebruiken we om toekomstige projecten beter vorm te geven. Aan het eind van de looptijd evalueren we alle uitgevoerde acties en maatregelen. Daarbij kijken we naar: • In hoeverre doelstellingen zijn behaald; • Of we de juiste stappen hebben gezet; • Wat beter kan in de samenwerking met partners. De evaluatie vormt de basis voor de actualisatie van de lokale adaptatiestrategie en bijbehorende uitvoeringsagenda.
Opbrengsten raadsinformatieavond lokale adaptatiestrategie Op 6 februari 2024 vond een raadsinformatieavond plaats over klimaatverandering en de impact ervan op Montfoort. We bespraken met de raad de noodzaak om de regionale adaptatiestrategie lokaal handen en voeten te geven via de Lokale Adaptatiestrategie (LAS). De opbrengsten vormen input voor de LAS. 1. Klimaatadaptatie in bestaand stedelijk gebied: gedeelde verantwoordelijkheid De raad benadrukt het belang van gedeeld eigenaarschap tussen gemeente, inwoners en woningcorporatie(s). Ook gemeentelijk vastgoed moet het goede voorbeeld geven. Bewoners kunnen worden gestimuleerd of beperkt in het gebruik van verharding, bijvoorbeeld via minimale groennormen of subsidiëring. Er is draagvlak voor inzet op: • Bewustwording en gedragsverandering, o.a. via inzet van het duurzaamheidsplatform • Vergroening van particuliere en openbare ruimte • Heldere communicatie over keuzes in vergroening, zoals boomsoorten • Koppeling aan sociale waarden: samen zorgen voor een groene leefomgeving 2. Wat accepteren we qua overlast? Klimaatrechtvaardigheid en bewustwording De raad benadrukt het belang van duidelijke grenzen aan wat we collectief kunnen en willen opvangen. Er is aandacht nodig voor bewoners met fysieke of financiële beperkingen. Maatwerk en ondersteuning zijn essentieel.
Belangrijke punten zijn: • Investeren in waterbewustzijn en kennisdeling • Ontwikkeling van voorbeeldprojecten, zoals klimaatbestendige modelwoningen • Inzicht geven in balans tussen publieke en private maatregelen • Samenwerking met HDSR op gebied van voorlichting • Aandacht voor onderlinge effecten tussen percelen (“wat doet de buurman?”) 3. Klimaatadaptatie in het buitengebied: afstemming en rolverdeling De raad ziet dat klimaatverandering ingrijpt op lange termijnontwikkelingen in het buitengebied. Er is behoefte aan een duidelijke visie op de rol van gemeente ten opzichte van het waterschap en de provincie, met name bij thema’s als verdroging, waterberging en functieverandering. • Landschappelijk inrichting op basis van hoogtekaarten en historische structuren • Stimuleren van natte teelten, overloopzones en recreatieve buffers • De gemeente als facilitator, niet alleen als regelgever • Integrale afweging van ruimteclaims • Verkenning van een herplantplicht ter versterking van landschappelijke kwaliteit 4. Klimaatadaptatie bij nieuwe gebiedsontwikkeling: ambitie en verankering De raad is positief over de eerste voorbeelden, zoals de Bleek, maar ziet het belang van structurele verankering van klimaatambities in elke fase van gebiedsontwikkeling. Er is bereidheid om extra kosten te accepteren, mits goed onderbouwd.
Aandachtspunten: • Duidelijke prestatie-eisen in bestemmingsplannen en kavelpaspoorten • Ruimte voor groen en waterberging als basisvoorwaarde • Verleiden van bewoners via aantrekkelijke ontwerpen, zoals hofjes en tuingrond • Slim gebruik van subsidies, mits doelgericht ingezet • Focus op leefkwaliteit en welzijn van bewoners
Koppeling van raadsinput aan klimaatstrategieën De input van de raad sluit aan bij de vijf sporen van deze strategie: 1. Informeren en bewustwording vergroten • Stimuleren van waterbewustzijn • Heldere communicatie over vergroening (zoals boomsoorten en effecten) • Inzet van voorbeeldwoningen en modelprojecten • Betrekken van HDSR bij voorlichting en participatie 2. Stimuleren en activeren van initiatief • Subsidies of andere vormen van stimulering voor vergroening (tuinen, daken, wateropslag) • Actieve inzet richting woningcorporaties • Duurzaamheidsplatform als aanjager van gedragsverandering • Bewoners verleiden via slimme ontwerpen en aantrekkelijke oplossingen 3. Inrichten van een klimaatadaptieve fysieke omgeving • Vergroening van bestaande wijken en tegengaan van verstening • Aanleggen van wateroverloopgebieden en recreatieve buffers • Borging van klimaatadaptatie in nieuwe ontwikkelingen (zoals de Bleek) • Bevorderen van natte teelten en natuurinclusief landgebruik 4. Gemeente als voorbeeld en aanjager • Klimaatbestendig maken van gemeentelijk vastgoed • Transparante communicatie vooraf, bijvoorbeeld over boomaanplant • Gemeente als facilitator, met name in het buitengebied 5.
Verankeren in beleid en processen • Integratie in bestemmingsplannen, kavelpaspoorten en vergunningverlening • Realistische én ambitieuze vertaling van beleidsdoelen in de praktijk • Beperken van verharding bij nieuwbouw • Verkenning van herplantplicht voor bomen in het landelijk gebied
Als onderdeel van de risicodialoog organiseerde we een klimaatcafé voor de ambtelijke organisatie. Hierin ging ambtenaren met elkaar in gesprek over de invloed van klimaatverandering op hun dagelijkse werk, kansen voor verbetering en knelpunten in de uitvoering. Ook gaven zij input voor de LAS. De belangrijkste opbrengsten zijn thematisch samengevat: 1. Beheer en openbare ruimte • Huidige werkwijzen, zoals bladruimen en maaibeleid, worden kritisch bekeken: kan het duurzamer of ecologischer? • Suggesties om bermmaaisel beter te benutten, bijvoorbeeld als bodemverbeteraar • Kansen om speelplekken en groenvoorzieningen verder te vergroenen en verstening terug te dringen • Boomkeuzes moeten bewuster worden gemaakt, met aandacht voor biodiversiteit, zoals het planten van drachtbomen 2. Waterbeheer en overlast • Toename van wateroverlast en piekbelasting op het rioolstelsel wordt gesignaleerd • Behoefte aan meer afkoppelprojecten en robuuste wateropvang in de openbare ruimte • Ideeën voor een lokaal hitteplan, met maatregelen als watertappunten en schaduwrijke verblijfsplekken 3.
Klimaatadaptatie bij vastgoed en herontwikkeling • Kansen bij de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed, zoals sportaccommodaties • Bij renovaties moet meer worden ingezet op hergebruik van materialen en circulaire toepassingen • Nieuwe bedrijventerreinen moeten vanaf de start blauwgroen en klimaatadaptief worden ontworpen 4. Effecten op ondernemers en erfgoed • Ondernemers in de binnenstad ondervinden (mogelijk) gevolgen van extreme hitte en wateroverlast • Zorgen over klimaatschade aan monumenten, zoals verzakking en scheurvorming • Behoefte aan meer inzicht in de klimaatbestendigheid van bestaande bedrijventerreinen 5. Gezondheid, biodiversiteit en recreatie • Brede steun voor meer verkoeling in de stad: denk aan zwemwater, schaduwplekken en groene ontmoetingsplekken • Aandacht voor het creëren van voedsel- en schuilplekken voor dieren in het groenbeheer • Kansen om de biodiversiteit en recreatieve waarde van het watersysteem te versterken
Samen met de beheerders van team IBOR is, op basis van de stresstesten, gesproken over kwetsbaarheden door klimaatverandering en mogelijke oplossingsrichtingen. Het doel was om richting te geven aan de strategie en de ambities te verkennen. Thema’s als wateroverlast, hitte en kwamen aan bod. Centraal stonden de vragen: welke vormen van schade en overlast accepteren we, en welk ambitieniveau past bij Montfoort? De belangrijkste uitkomsten zijn per thema samengevat: 1. Wateroverlast: acceptatie en ontwerpprincipes De beheerders erkennen dat het rioolstelsel piekbuien niet volledig kan verwerken. Daarom is besproken welke mate van overlast acceptabel is en welke ontwerpprincipes kunnen helpen: • Water op straat is acceptabel, mits: o Het niet leidt tot schade en overlast achter de voordeur o Het binnen 4 uur is verdwenen o Er voldoende overloopmogelijkheden zijn • Wegen kunnen worden ingezet als functionele afvoerroutes • Bepaalde vormen van hinder, zoals natte auto’s of plassen tussen opsluitbanden, zijn binnen kaders acceptabel • Conclusie: er is behoefte aan een risicogestuurd watersysteem met heldere normen en ontwerpuitgangspunten 2.
Hitte en vergroening in stedelijk gebied Vergroening wordt gezien als een belangrijke maatregel tegen hittestress, maar kent in de praktijk ook beperkingen: • In binnenstedelijke gebieden concurreren vergroening en functies zoals parkeren regelmatig • De “3-30-300-regel” wordt genoemd als bruikbare richtlijn voor nieuwbouw • Conclusie: er is behoefte aan realistisch afwegingskader voor vergroening, met duidelijke streefnormen én ruimte voor maatwerk 3. Privaat terrein: grote potentie, maar start met informeren Met ongeveer 60% van het oppervlak in Montfoort in private handen, liggen hier grote kansen, maar de basis is nog kwetsbaar: • Bewustzijn onder inwoners is laag; startpositie ligt onderaan de participatieladder • Voorstel om te werken met klimaatambassadeurs, klimaatportretten of andere vormen van lokale communicatie • Afkoppelen en vergroenen van tuinen is wenselijk, maar momenteel vooral op vrijwillige basis • Conclusie: de strategie richt zich nu op informeren, stimuleren en faciliteren; verplichtende maatregelen kunnen later volgen 4. Nieuwbouw: afdwingbare ambities gewenst Nieuwbouw biedt ruimte om klimaatadaptatie direct goed te regelen.
Beheerders pleiten voor duidelijke kaders: • Verplichtingen rond waterdoorlatendheid en vergroening op privaat terrein • Idee voor een “grijstaks”: financiële prikkel bij overmatige verharding • Gemeente moet stimuleringsregelingen bieden, maar met heldere kaders • Woningcorporaties en projectontwikkelaars moeten worden betrokken via prestatieafspraken • Conclusie: de gemeente kiest voor een assertieve aanpak, waarin eisen en stimulansen samenkomen 5. Buitengebied: bodem en water sturend Inrichting van het buitengebied moet gebeuren op basis van natuurlijke principes. De beheerders sluiten aan bij het landelijke en provinciale beleid: • Bodem en water als sturende principes bij inrichting en functie • Denk aan ruimte voor waterberging, teelt en herstel van natuurlijke structuren • Conclusie: dit vormt een bouwsteen voor het ruimtelijk beleid en sluit aan bij het beleid van Rijk en provincie
Om inzicht te krijgen in de ervaringen en behoeften van inwoners rondom de gevolgen van klimaatverandering, is een digitale enquête verspreid. Het doel van deze enquête is om inzicht te krijgen in de mate waarin inwoners overlast ervaren of hebben ervaren door wateroverlast, hitte en/of droogte. Ook willen we in kaart brengen of zij al klimaatadaptieve maatregelen hadden genomen of bereid zijn om dat te doen. Daarnaast is de enquête bedoeld als nulmeting, aangezien we nog geen structurele communicatieaanpak op gebied van klimaatadaptatie hebben ontwikkeld. Hiermee willen we een beeld krijgen van de huidige stand van zaken. Deze informatie biedt een waardevol uitgangspunt om in de toekomst de effectiviteit van beleid en communicatie te kunnen vergelijken. De enquête is breed verspreid onder inwoners via diverse kanalen. In de periode van 18 oktober tot 28 november hebben respondenten de mogelijkheid gehad om de vragenlijst in te vullen. In totaal hebben 65 respondenten de enquête ingevuld.
De belangrijkste uitkomsten van de enquête zijn weergegeven in onderstaande grafieken:
1. Een groot deel van de respondenten geeft aan nu al de gevolgen van klimaatverandering te ervaren. Met name in de vorm van droogte en extreme neerslag, wat leidt tot hinder en overlast. 2. Het tegengaan van wateroverlast wordt door de meeste respondenten gezien als een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente. 3. Respondenten zien graag dat de gemeente een actieve en stimulerende rol moet spelen in de aanpak van klimaatverandering. onder andere door het geven van voorlichting en het faciliteren van maatregelen. 4. Respondenten zien ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor inwoners zelf om bij te dragen aan oplossingen binnen de gemeente. 5. Respondenten zien vooral kansen in het vergroenen van de omgeving, zowel in de openbare ruimte als op eigen terrein.