CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Park Rapijnen

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Park Rapijnen, Linschoten35.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeente Montfoort

Bestemmingsplan “Park Rapijnen, Linschoten”

VASTSTELLING

622.164.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: Maart 2024

GEMEENTE MONTFOORT

BESTEMMINGSPLAN “PARK RAPIJNEN, LINSCHOTEN”

TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 622.164.60 datum Maart 2024 bestand J:\622\164\60\3.projectresultaat

Procedureoverzicht Fase

Datum

Concept

22 juni 2023

Ontwerp

14 september 2023

Vaststelling

22 april 2024

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ...........................................................................................................................................1 Aanleiding en doel ........................................................................................................................... 1 Plangebied ....................................................................................................................................... 1 Vigerende ruimtelijke plannen ......................................................................................................... 2 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving .............................................................................................................................4 Inleiding ............................................................................................................................................ 4 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 4 Ontwikkelingen................................................................................................................................. 5 Planmethodiek ............................................................................................................................... 10

3 3.1 3.2 3.3

Ruimtelijk kader ........................................................................................................................... 14 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 14 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 16 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 22

4 Omgevingsaspecten .................................................................................................................... 26 4.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 26 4.2 Milieueffectrapportage ................................................................................................................... 26 4.3 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................. 27 4.4 Geluid ............................................................................................................................................. 29 4.5 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................... 30 4.6 Externe veiligheid........................................................................................................................... 32 4.7 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................... 34 4.8 Water .............................................................................................................................................

38 4.9 Natuur en ecologie ......................................................................................................................... 45 4.10 Cultuurhistorie en Archeologie ....................................................................................................... 48 4.11 Duurzaamheid................................................................................................................................ 52 4.12 Mobiliteit ......................................................................................................................................... 54 4.13 Overige aspecten ........................................................................................................................... 60 5 5.1 5.2 5.3

Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 62 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 62 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 62 Handhavingsaspecten ................................................................................................................... 62

6 6.1 6.2 6.3

Procedure ..................................................................................................................................... 64 Overleg .......................................................................................................................................... 64 Ontwerpfase ................................................................................................................................... 64 Vaststellingsfase ............................................................................................................................ 64

Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:

KuiperCompagnons (3 november 2023) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling KuiperCompagnons (22 februari 2024) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ABO-Milieuconsult (22 augustus 2023) Verkennend en aanvullend bodemonderzoek AVIV (17 augustus 2023) Quick scan externe veiligheid / Woningontwikkeling te Linschoten KuiperCompagnons (11 juli 2023) Akoestisch onderzoek ‘Polsstokclub Linschoten’

KuiperCompagnons (11 juli 2023) Akoestisch onderzoek honk- en softbalvereniging ‘Green Hearts’ te Linschoten Bijlage 7: KuiperCompagnons (11 juli 2023) Akoestisch onderzoek ‘V.V. Linschoten’ Bijlage 8: KP-adviseurs (17 januari 2022) Ecologische quickscan Bijlage 9: KP-adviseurs (9 februari 2022) Bomeninventarisatie Bijlage 10: Bomenwacht Nederland (16 juni 2023) Bomen Effect Analyse Bijlage 11: KuiperCompagnons (20 november 2023) Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 12: Vestigia (6 november 2023) Archeologisch vooronderzoek Bijlage 13: Mobycon (3 augustus 2023) Onderbouwing verkeer – Park Rapijnen Linschoten Bijlage 14: RRog (6 september 2023) Beeldkwaliteitsplan Bijlage 15: BeoBom (22 juni 2023) Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 16: KuiperCompagnons (5 september 2023) Akoestisch onderzoek invulling ‘Park Rapijnen’ Bijlage 17: Peutz (25 augustus 2023) Lichtonderzoek in verband met vervanging sportverlichting Bijlage 18: Veiligheidsregio Utrecht (18 juli 2023) Advies voorontwerpbestemmingsplan Bijlage 19: KP-adviseurs (6 oktober 2023) Nader ecologisch onderzoek Bijlage 20: BURO Vastgoed (1 november 2022) Participatieverslag Bijlage 21: Nota van Zienswijzen en wijzigingen Bijlage 6:

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Aan de zuidoostelijke zijde van de kern Linschoten (gemeente Montfoort) is een uitbreiding van het dorp beoogd: Park Rapijnen. De uitbreiding bestaat uit in totaal 98 woningen. Voor de beoogde ontwikkeling van het gebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld en uitgewerkt, dat het college op 8 november 2022 heeft vastgesteld. Op basis van een analyse van het gebied, de opgaven en door het organiseren van participatiebijeenkomsten is een plan ontwikkeld dat zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. In het plan komen alle ontwerpopgaven voor het gebied samen. Naast het woningprogramma zijn het behoud van de bestaande sportverenigingen binnen het plangebied en een landschappelijke inpassing met groen- en waterstructuren belangrijke uitgangspunten. In de vigerende bestemmingsplannen kennen de gronden grotendeels een sport- en een agrarische bestemming. De ontwikkeling van woningen is binnen de geldende bestemmingen niet toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan biedt een passend juridisch-planologisch kader waarbinnen de beoogde ontwikkeling gerealiseerd kan worden.

1.2

Plangebied

Het plangebied van dit bestemmingsplan bevindt zich aan de oostkant van het dorp Linschoten, ten zuiden en oosten van de bestaande woonwijk Rapijnen. De locatie omvat een deel van het huidige sportpark Rapijnen en een langgerekt perceel dat aan de zuidoostkant langs de wijk loopt (kadastraal bekend als nummer 1929). Op een grotere schaal vormt het plangebied samen met de sportvelden de overgang tussen de bestaande kern Linschoten en het landelijk gebied van de polder Rapijnen. Afbeelding 1.1 toont de ligging van het plangebied in de omgeving. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 6,8 hectare en wordt begrensd door de Nieuwe Zandweg, Laan van Rapijnen, de woningen aan de Veldzichtlaan, Schansbos en Oostwijk, een deel van het Appellaantje, de voetbalvelden van Voetbal Vereniging Linschoten, de Montfoortse Vaart, de watergang aan de noordoostzijde van de sportvelden en de scheidingssloot/greppel ten zuiden van perceel 1929.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

2

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in de omgeving.

1.3

Vigerende ruimtelijke plannen

Ter plaatste van het noordelijk deel van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Kern Linschoten’, dat door de gemeenteraad van Montfoort op 1 november 2011 is vastgesteld. De gronden kennen hierin voor een groot deel de bestemming ‘Sport’. Binnen deze bestemming, die is opgenomen voor het gehele bestaande sportpark, zijn de gronden bestemd voor sport- en daarbij behorende voorzieningen. Aan de oostkant is een bestemming ‘Maatschappelijk’ opgenomen, met de functieaanduiding ‘verenigingsleven’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn gronden bestemd voor verenigingsleven en sociale en culturele voorzieningen. Daarbinnen is een bouwvlak opgenomen, waar momenteel geen bebouwing aanwezig is. Daarnaast is aan de gronden binnen het voorliggende plangebied geheel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ toegekend, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – 4’ aan de noordoostkant en ‘specifieke vorm van waarde – 2’ in het zuidwesten. Voor een klein deel aan de uiterste noordwestkant geldt verder de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Ter plaatse van het zuidelijke langgerekte perceel (perceel 1929) geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012 geconsolideerd’, dat is vastgesteld op 6 september 2022. De gronden binnen het voorliggende plangebied kennen hierin grotendeels de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Openheid’.

De bestaande watergang langs de noordwestrand van het perceel is bestemd als ‘Water’. Het meest westelijke deel grenzend aan de Nieuwe Zandweg en Laan van Rapijnen kent de bestemming ‘Agrarisch’. Daarbinnen is een bouwvlak opgenomen waarbinnen bebouwing is toegestaan. Aan de gronden is daarnaast een archeologische dubbelbestemming toegekend, ‘Waarde – Archeologie – 3’ in het zuidwesten en ‘Waarde – Archeologie – 5’ in het noordoosten.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

3

Afbeelding 1.3: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen ‘Kern Linschoten’ en ‘Buitengebied 2012 geconsolideerd’ (voorliggend plangebied is rood omkaderd).

De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied passen niet binnen de vigerende bestemmingsplannen. De geldende bestemmingen laten het gebruik van het plangebied als woongebied en de bouw van woningen niet toe. Om woningbouw mogelijk te maken in het plangebied, wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader vastgelegd op grond waarvan de beoogde ontwikkeling kan plaatsvinden.

1.4

Leeswijzer

De opzet en het vervolg van deze toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. Tevens komt de planmethodiek aan de orde. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader. In het vierde hoofdstuk komen de verschillende milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hierbij worden per thema de relevante juridische en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De uitvoerbaarheid van het plan en procedurele aspecten met betrekking tot overleg en inspraak komen in de laatste twee hoofdstukken aan de orde.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

4

2

Planbeschrijving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het plan zodat een duidelijk beeld van het totale gebied in de voormalige en toekomstige situatie ontstaat. Eerst komen de ruimtelijke en functionele aspecten van de bestaande situatie van het plangebied aan bod. Vervolgens worden de beoogde ontwikkelingen beschreven, aan de hand van het stedenbouwkundig plan dat voor het gebied is opgesteld. Dit vormt het uitgangspunt voor het bestemmingsplan en de planologische afwegingen die daarbij gemaakt zijn. Ten slotte wordt de methodiek van het bestemmingsplan besproken.

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied is in de bestaande situatie deels in gebruik voor sportvoorzieningen, als onderdeel van sportpark Rapijnen. Zoals te zien in afbeelding 1.2 ligt het honk- en softbalveld van vereniging Green Hearts aan de oostzijde binnen het plangebied. Verder grenst het plangebied aan de sportterreinen van de voetbalvereniging VV Linschoten (VVL) en Polsstokclub Linschoten. Een van de trainingsvelden van de voetbalvereniging ligt binnen het plangebied, dit zal komen te vervallen. De gronden rondom de sportvelden bestaan vooral uit onbebouwd grasland en bomen. Het sportpark wordt aan de noordoost- en zuidoostkant grotendeels omringd door een bomenrij. De polsstokclub en honk- en softbalvereniging zijn bereikbaar via een vertakking van de Oostwijk, die in het verlengde van het Appellaantje in noordoostelijke richting het plangebied inloopt. De voetbalvereniging kent een eigen toegang en parkeerterrein aan de westzijde, aansluitend op de De Beide Vlooswijkenlaan. Het plangebied ligt in het gebied van de polder Rapijnen, op de rand van de hogere kleirug waarop Linschoten is ontstaan, en het verveende gebied ten oosten daarvan. Op de topografische kaart van 1850 is in het gebied al bebouwing te zien met de bijbehorende cultuurgronden. Pas rond 1960 staat bij deze bebouwing de naam Hoeve in ’t Veld.

Ook na de bouw van de wijk Rapijnen in de jaren 1970 met de bijbehorende sportvelden staat de boerderij er nog. Inmiddels is de hoeve afgebroken. De voetbalvelden zijn in 2016 vernieuwd. De overgang van de kleirug naar het verveende gebied van de polder Rapijnen is in het gebied goed zichtbaar, door het naar het oosten toe steeds natter worden van de watergangen. Op hoogtekaarten is het verloop in hoogte goed zichtbaar (zie afbeelding 2.1), vooral op perceel 1929. Ook is te zien dat de wijk Rapijnen is opgehoogd, en ook het terrein waar vroeger Hoeve in ’t Veld stond een stuk hoger ligt. Bij de polsstokclub is het hogere deel met de schansen en de tribuneheuvel goed zichtbaar.

Afbeelding 2.1: Hoogte bodem en gebouwen – AHN3 (bron: Atlas Leefomgeving).

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

5 Ruimtelijk kent het gebied ondanks de scherpe grenzen weinig samenhang. De watergangen, bomenrijen en de hoogteverschillen delen het gebied op met elk een eigen sfeer en beleving. Het langgerekte perceel 1929 aan de zuidoostkant maakt in de huidige situatie deel van het open landelijk gebied. Zowel vanuit de woonwijk Rapijnen als vanuit het deel van het plangebied bij de sportvelden is dit open landelijk gebied op een aantal plekken goed beleefbaar door enkele open doorzichten. Bomenrijen geven op een aantal plekken in het plangebied een duidelijke begrenzing aan. Ten westen van het plangebied loopt het historische Appellaantje. Het Appellaantje vormde vroeger de toegangsweg tot de boerderij van de familie Breedijk. Het boerenpad begon tussen twee grote Kastanjebomen en eindigde op het erf van de boerderij. Aan beide zijde van het pad groeiden appelbomen. Tijdens de bouw van de wijk Rapijnen is er getracht het Appellaantje zoveel mogelijk te behouden. Dat is deels gelukt. Het is nu een wandelpad door de wijk. Afbeelding 2.2 toont een beeld van de bestaande situatie op enkele locaties binnen het plangebied.

Afbeelding 2.2: Bestaande situatie plangebied (bron: Stedenbouwkundig plan, 3 november 2022).

2.3

Ontwikkelingen

2.3.1 Stedenbouwkundig plan Voor de ontwikkeling van Park Rapijnen heeft Kien Ontwerp in samenwerking met de gemeente, omwonenden/bewoners, sportverenigingen, woningzoekenden, en de ontwikkelaars een stedenbouwkundig plan opgesteld. Hierin is allereerst de opgave voor het gebied bepaald, op basis van een analyse van de historische ontwikkeling en bestaande situatie, de ontwerpopgave, het beoogde ruimtelijk concept en de uitkomsten uit een intensief participatietraject. Op basis daarvan is het plan Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

6 opgesteld, waarbij de hoofdopbouw voor het gebied is bepaald en onderscheid wordt gemaakt in verschillende deelgebieden. Vervolgens gaat het plan in een nadere uitwerking in op het beoogde ruimtegebruik, bebouwing en programma, water-, groen-, verkeersstructuur, duurzaamheid en biodiversiteit, en technische aspecten. Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort heeft het plan op 8 november 2022 vastgesteld. Dit stedenbouwkundig plan is verder uitgewerkt in een voorlopig ontwerp. Daarbij zijn enkele wijzigingen doorgevoerd, onder andere in de situering van de patiowoningen en opbouw van de massa van de studio’s en kleine appartementen. Afbeelding 2.3 geeft de verkavelingstekening uit het stedenbouwkundig plan voor Park Rapijnen weer. Afbeelding 2.4 toont de actuele versie van het voorlopig ontwerp. Tevens is er voor de ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat als bijlage 14 bij deze toelichting is opgenomen.

Afbeelding 2.3: Verkavelingsplan Park Rapijnen (bron: Stedenbouwkundig plan, 3 november 2022).

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

7

Afbeelding 2.4: Voorlopig ontwerp verkavelingstekening (bron: VO, 1 september 2023).

Hoofdopbouw en deelgebieden In het stedenbouwkundig plan voor Park Rapijnen komen alle ontwerpopgaven voor het gebied samen. De ruimtelijke opbouw bestaat uit de groen- en waterstructuur voor het gebied, het programma met de nieuwe bebouwing (woningen), de sportvoorzieningen en de structuren van wegen en paden. Het qua vorm bijzondere plangebied heeft geleid tot een opdeling in vier deelgebieden: het Lint, het Erf, de Dorpsrand en het Park. Afbeelding 2.5 toont een impressie van de stedenbouwkundige opzet van het gebied met daarbinnen de ligging van de deelgebieden. Het lintt en het Erf liggen aan de zuidkant van het plangebied, en omvatten het meest zuidwestelijke deel van perceel 1929. Deze deelgebieden zorgen voor een verankering van het plan aan de oude lintstructuur van Linschoten. De bebouwing heeft een duidelijke oriëntatie op het oude lint aan de Nieuwe Zandweg en vormt tegelijkertijd met de schuurwoningen een verbinding met de rest van het plan. De huidige agrarische bebouwing maakt plaats voor een nieuw boerenerf. Aan de Nieuwe Zandweg komen een vrijstaande boerderijwoning en een vrijstaande schuurwoning, die worden ontsloten aan de Nieuwe Zandweg en met parkeerplaatsen op eigen terrein. Achter deze woningen komen twee korte rijen met schuurwoningen.

De ontsluiting van deze en de overige woningen binnen het plan vindt plaats via de nieuwe ontsluitingsweg in het achtergelegen plangebied. Het parkeren voor de schuurwoningen gebeurt centraal aan de noordoostzijde. Tussen de schuren ligt een gemeenschappelijk erf en aan de zuidwestzijde is er ruimte voor gemeenschappelijke voorzieningen en de bergingen. In de Dorpsrand, het middendeel van perceel 1929, komen de landschapsstructuur en de structuur van de woonwijk Rapijnen bij elkaar. De smalle kavel vormt een nieuwe dorpsrand en daarmee de overgang naar het landelijk gebied. De nieuwe ontsluitingsweg en de waterstructuur ondersteunen de landschapsstructuur, terwijl de positionering en oriëntatie van de woningen en de doorzichten aansluiten op de structuur van de woonwijk.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

8 Binnen de Dorpsrand zijn twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen beoogd. Tussen de woningen en daar waar de wegen en groenstructuur in de wijk Rapijnen grenzen aan het plangebied, worden in het verlengde daarvan zo veel mogelijk open doorzichten in de verkaveling gemaakt. In het verlengde van de Oostwijk is de open plek gekoppeld aan een langzaam verkeersverbinding. De nieuwe ontsluitingsweg volgt de primaire watergang. Het Park vormt de dragende structuur en het grootste deel van Park Rapijnen. Door de verplaatsing van het honk- en softbalveld naar de oostelijk punt van het plangebied ontstaat er ruimte voor een aaneengesloten parkstructuur, die loopt van de brug over de Montfoortse Vaart naar de zendmast en De Dorpsrand aan de zuidoostzijde. Dit park verbindt verschillende (bestaande en nieuwe) woongebieden in Linschoten en de verschillende sportvoorzieningen. Ook heeft het een belangrijke rol in de waterhuishouding en biedt het ruimte voor een klimaatadaptief leefgebied met een grote biodiversiteit. In Het Park zijn drie woonclusters opgenomen. De clusters bevatten patiowoningen en appartementen. De entree van Het Park bevindt zich aan de De Beide Vlooswijkenlaan aan de noordwestkant, die door wordt getrokken. Hiermee worden de voetbal- en korfbalvereniging en de twee noordwestelijke woonclusters ontsloten.

Aan deze toegangsweg worden nieuwe parkeerplaatsen voor deze functies aangelegd, waarbij een deel van de bestaande parkeerplaatsen worden verplaatst. Verder ligt in het uiterste noordwesten de bestaande brug over de Montfoortse Vaart die een verbinding vormt tussen de tennisvelden en het speelparkje aan de Jacob Barneveldstraat. Tussen de westelijke clusters en de voetbalvelden komt een nieuwe watergang. Ten noordoosten van de oostelijke clusters patiowoningen komt een speelweide met een grote waterpartij. Ten oosten hiervan ligt het nieuwe honk- en softbalveld. Aan de oostzijde van Het Park komt een appartementencomplex en woonblokken, bestaande uit appartementen en studio’s. Samen met de twee oostelijke clusters patiowoningen wordt dit deel van Het Park ontsloten door de toegangsweg die in zuidwestelijke richting aansluit op de Laan van Rapijnen. Aan deze weg en rondom de woonclusters zijn parkeerplaatsen in het groen voorzien. 2.3.2 Programma Woonprogramma In totaal worden er in Park Rapijnen 98 nieuwe woningen gerealiseerd. Het woningprogramma kent een grote verscheidenheid in typen en segmenten. In deze verdeling is zo veel mogelijk aangesloten bij het woonbeleid en de woningbehoefte in de gemeente.

Zo is er tijdens de planvorming en op basis van participatiebijeenkomsten gebleken dat er een grote behoefte is aan goedkopere koopwoningen voor starters en senioren, waardoor er extra woningen voor deze doelgroepen aan het programma zijn toegevoegd. Het totale woningprogramma is opgenomen in de regionale programmering van de provincie. Het woningprogramma is verdeeld over de drie deelgebieden, die daarmee elk een eigen karakter hebben. Passend bij het karakter van een boerenerf worden in het deelgebied het Erf een boerderij, een schuurwoning (relatief ruime vrije sector koopwoningen, naar verwachting aangeboden als vrije kavels) en 10 erfwoningen (middeldure koopsegment) gebouwd. De Dorpsrand bestaat globaal uit twee delen. In het westelijke deel is een rij met in totaal 18 grondgebonden vrijstaande en twee-onder-eenkapwoningen voorzien. Dit betreffen vrije sector koopwoningen. Het oostelijke deel van de Dorpsrand bestaat uit een complex met appartementencomplex met 21 middendure koopstudio’s en koopappartementen. Hier wordt met name gericht op starters. Het woningprogramma in het Park is opgebouwd uit compacte woonclusters. De clusters bestaan uit patiowoningen (gezamenlijk 18 vrije sector koopwoningen). Tot slot wordt in het noordoosten een appartementengebouw gerealiseerd, met daarin 29 sociale huurwoningen.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

9 Sportvoorzieningen Voor de sportvoorzieningen is de verplaatsing van het honk- en softbalveld de grootste ingreep. In het plangebied is een nieuwe configuratie van het honk- en softbalveld opgenomen die voldoet aan de wensen van de vereniging. In het plan komt het trainingsveld van de voetbalvereniging te vervallen. De te handhaven locaties van de polsstokclub, de voetbalvelden en de korfbalvelden vallen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Wel is binnen het plangebied rekening gehouden met een beperkt aantal extra vierkante meters ten behoeve van een veilig gebruik van de jeugdschansen van de polsstokclub. Naast het verplaatsen van het honk- en softbalveld worden de bereikbaarheid van en het parkeren voor de polsstokclub en de honk- en softbalvereniging verbeterd. Bovendien krijgen de (huidige en) toekomstige clubgebouwen van deze verenigingen een permanente bestemming. Ook voor de voetbalvereniging en de korfbalvereniging komen er nieuwe parkeervoorzieningen. Groen- en waterstructuur Het groen en het water kunnen in het plan niet los van elkaar worden gezien. Het huidige en nieuw te realiseren water vormen samen met de oevers een doorgaande structuur. Het recreatieve groen sluit aan op deze structuur en vormt in zichzelf ook weer een aaneengesloten gebied. Door de groenstructuur wordt het gebied een eenheid met een duidelijke eigen identiteit.

Bovendien zorgen boomsingels, watergangen en greppels voor een zachte overgang naar het aangrenzende open landschap. Voor het water vormt de oorspronkelijke landschappelijke structuur de basis. Ook in de huidige situatie is het oude slotenpatroon herkenbaar. In het plan is het bestaande slotenpatroon zo veel mogelijk intact gelaten en daar met nieuw water op aangesloten, zoals een inlaat vanuit Montvoortsevaart ter plaatse van de voetbalvereniging. Op het toekomstige watersysteem en de realisatie van watercompensatie gaat paragraaf 4.8 nader in. Net als het water vormt het groen de dragende structuur van het plan. De ruime tuinen van de woningen dragen daaraan bij. Het groen in het plan wordt gevormd door het recreatieve groen in het centrale park, de sportvelden, de oevers en de bermen. Het continue netwerk dat daarmee wordt gevormd is beeldbepalend voor Park Rapijnen, biedt kansen voor een klimaatbestendige en biodiverse woonomgeving en is beleefbaar door het fijnmazige netwerk van wandelpaden. Door de randen van Het Park openbaar te maken is er een betere zichtbaarheid en beleving van het landschap mogelijk. Dit sluit aan bij de wens van de provincie voor de inpassing van de ontwikkeling nabij het landelijk gebied (zie paragraaf 3.2). Het groen vormt zo een natuurlijke overgang tussen het wonen en het landelijke gebied.

Zo ligt het recreatieve deel meer centraal en wordt het groen naar de randen steeds natuurlijker met bijvoorbeeld houtwallen. Afbeelding 2.6 toont de toekomstige groenstructuur van Park Rapijnen.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

10

Afbeelding 2.6: Groenstructuur Park Rapijnen (bron: Stedenbouwkundig plan, 3 november 2022).

2.4

Planmethodiek

Algemeen De planmethodiek van dit bestemmingsplan is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de DURP-standaarden 2012 (SVBP2012). Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en (plan)regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting bevat een motivering en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. De bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan is gericht op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij is gekozen voor een opzet waarin de hoofdstructuren (groen, verkeer, woon- en sportfuncties) zijn vastgelegd, maar binnen de woonbestemmingen nog enige flexibiliteit geboden wordt voor de uitwerking van een definitief bouwplan. Qua systematiek en regelingen is zo veel mogelijk aangesloten bij vigerende bestemmingsplannen in de omgeving. Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

De verbeelding is volgens IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) 2012 getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

11 eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Voor dit bestemmingsplan gelden de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Sport’, ‘Verkeer – Woonomgeving’ en ‘Wonen’. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Gas’, Leiding – Riool’, ‘Leiding – Water’, ‘Waarde – Archeologie’, ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Hieronder volgt een nadere beschrijving van deze bestemmingen. Groen De groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming Groen.

Naast beplanting, zijn hier onder andere ook speelvoorzieningen, tuinen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen en water mogelijk. Voor parkeerplaatsen zijn specifieke aanduidingen opgenomen. Sport De sportvelden en (bestaande en nieuwe) bijbehorende clubgebouwen hebben de bestemming Sport. Verkeer – Woonomgeving Het openbaar gebied in het woongebied heeft een verblijfs- en verplaatsingsfunctie. Deze gronden zijn bestemd als Verkeer - Woonomgeving. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeren, groen- en waterpartijen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, speeltoestellen en reclame-uitingen. Wonen De woningen, met bijbehorende tuinen, zijn voorzien van de bestemming Wonen. Per bouwvlak is het type woningen, het aantal toegestane woningen en de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. De bouwregels voor de betrokken woningen en de erfbebouwingsregeling zijn in de bestemming opgenomen. Aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn als ondergeschikte functie bij de hoofdfunctie wonen toegestaan. Dubbelbestemmingen Leiding – Gas, Leiding – Riool, Leiding – Water In het plangebied ter plaatse van de Laan van Rapijnen is een rioolpersleiding van het waterschap en een gasleiding gelegen.

De hoofdleidingen hebben elk een eigen bestemming met daaraan gekoppeld een stelsel van omgevingsvergunningen aanleg werken en werkzaamheden ter bescherming van de leidingen. Naast deze dubbelbestemming zijn ook andere bestemmingen van kracht. Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken. Nieuwbouw is slechts mogelijk op basis van een door het college van burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning, waarbij wordt getoetst aan het belang van de leiding. Voor het uitvoeren van een aantal werkzaamheden en werken, geen gebouwen zijnde, is een omgevingsvergunningplicht Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

12 opgenomen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar voor zover het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad. Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 3, Waarde – Archeologie 5 In het plangebied is een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie opgenomen: 'Waarde Archeologie'. Deze gronden zijn bij wijze van dubbelbestemming bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bouwwerken op gronden met samenvallende bestemmingen kunnen weliswaar worden gerealiseerd, maar dan met inachtneming van de in de regels opgenomen voorwaarden. Daarvoor is een procedure opgenomen waarbij het verlenen van een omgevingsvergunning van kan worden afgeweken. Is er blijkens onderzoek geen sprake van archeologische waarden, dan kunnen de werken en bouwwerken met omgevingsvergunning worden gerealiseerd. Dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan de waterkeringen (kernzone inclusief beschermingszones) in het plangebied. Deze gronden hebben een waterkerende functie of zijn van invloed op de waterkering. Er is sprake van samenvallende bestemmingen, waarbij de met Waterstaat - Waterkering samenvallende bestemmingen ondergeschikt zijn. Dit uitgangspunt is vertaald in de betreffende bouwregels.

Langs de bestemming Waterstaat - Waterkering zijn beschermingszones aanwezig waarop de Keur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden van toepassing is. Indien bij een omgevingsvergunning wordt afgeweken van de bepalingen in de regels, dient het bevoegd gezag de waterkeringsbelangen in acht te nemen. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie Om de onderhoudsstrook langs de watergang vrij te houden van bebouwing, is de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ opgenomen. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Door gebruik te maken van een dubbelbestemming gaat het waterhuishoudkundige belang boven het belang van de onderliggende bestemming. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Dit artikel voorkomt dubbel gebruik van gronden bij bouwmogelijkheden, in de zin dat dezelfde gronden niet voor verschillende bouwplannen mogen worden meegenomen.

Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Zoals regels omtrent overschrijdingen van bouwgrenzen, bestaande maten en steigers. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

13 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Zo is er een standaardregeling opgenomen die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een afwijking geregeld kunnen worden. Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen voor het borgen van voldoende parkeergelegenheid en voldoende ruimte voor laden en lossen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd, bijvoorbeeld mits de afwijking van het plan naar aard en omvang niet wordt vergroot. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

14

3

Ruimtelijk kader

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta; Duurzaam, concurrerend en circulair; Kwaliteit van leven in stad en dorp; Nabijheid en betrouwbare verbindingen; Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.

Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

15

De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. In algemene zin levert de realisatie van nieuwe woningen en nieuwe en groene inrichting van de openbare ruimte een bijdrage aan de kwaliteit van leven in stad en dorp en een waardevolle leefomgeving. Binnen de ontwikkeling van Park Rapijnen worden woningbouw, sportvoorzieningen en een groen verblijfsgebied gecombineerd, wat aansluit aan bij het inrichtingsprincipe ‘combineren boven enkelvoudig’. Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van in totaal 98 nieuwe woningen mogelijk. Deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, waarvoor een ladderonderbouwing benodigd is. Doorwerking in het plangebied Op 4 juli 2023 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht het tweede Provinciaal programma wonen en werken vastgesteld. Daarmee heeft de provincie Utrecht een overzicht opgesteld van het programma voor woningbouw en bedrijvigheid per regio en gemeente. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen realisatie- en pijplijnprojecten. In het concrete realisatiedeel is voor de gemeente Montfoort een woningbouwprogramma opgenomen van 475 woningen tot en met 2030; waarvan 233 in de periode 2022-2025 en 242 in de periode 2026-2030. Dit woningbouwprogramma is deels voorzien op binnenstedelijke en deels op uitleglocaties.

In een nadere uitsplitsing van het realisatiedeel in plannen per gemeente is voor de gemeente Montfoort het plan ‘Linschoten Zuidoost’ opgenomen, als uitleglocatie met 80 woningen (indicatief). Zoals benoemd in het Provinciaal programma wonen en werken, is in het ‘Kader voor regionale programmering wonen en werken’ een opsomming gegeven van locaties die eerder door de provincie aanvaardbaar zijn geacht. Uitgangspunt is dat deze locaties in de regionale programmering zijn opgenomen. Het betreft uitbreidingslocaties die waren opgenomen in de provinciale Ruimtelijke structuurvisie en verordening (PRS/PRV). Hoewel nog niet al deze locaties zijn opgenomen in het realisatiedeel van het programma (omdat de planontwikkeling nog niet zodanig ver is), acht de provincie deze uit oogpunt van betrouwbaar bestuur deze locaties nog steeds aanvaardbaar. Voor de gemeente Montfoort is de PRS-uitbreidingslocatie in Linschoten zuidoost opgenomen. Zoals blijkt uit het Provinciaal programma wonen en werken, wordt de realisatie van woningbouw op de uitleglocatie Linschoten Zuidoost – Park Rapijnen – door de provincie aanvaardbaar geacht. De locatiekeuze voor de ontwikkeling is dan ook al afgewogen en behoeft geen verdere onderbouwing. Wat betreft de behoefte aan de ontwikkeling, is het plan al opgenomen in het ‘realisatiedeel’ van het provinciale woningbouwprogramma.

Daarbij is indicatief een programma van 80 woningen opgenomen. Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

16 In de oorspronkelijke plannen voor Park Rapijnen waren ook circa 80 woningen opgenomen. Gedurende de planvorming en op basis van participatiebijeenkomsten is gebleken dat er in Linschoten een grote behoefte is aan betaalbare woningen voor starters. Naar aanleiding daarvan zijn op de plek van twee rijen woningen (deelgebied De Dorpsrand) aan het programma 21 startersappartementen en 5 sociale huurappartementen toegevoegd, zonder dat het bebouwd oppervlak significant toeneemt. Met deze extra woningen omvat het programma in totaal 98 woningen, met een grote verscheidenheid in typen en segmenten. Daarmee wordt verdere invulling gegeven aan de woningopgave van de gemeente Montfoort van 295 woningen tot en met 2029, en zoveel mogelijk aangesloten bij de kwalitatieve behoefte zoals bepaald in het gemeentelijke woonbeleid. Zo omvat het plan 30% woningen in het sociale segment en 30% in het middendure segment. De ophoging van het aantal is met de provincie afgestemd en akkoord bevonden. Het totaal van 98 woningen zal in de volgende versie van de regionale programmering van de provincie worden opgenomen.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 1 april 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht in werking getreden. In de omgevingsvisie heeft de provincie zeven thema's uitgewerkt. Op hoofdlijnen wil de provincie per thema het volgende bereiken. 1. Stad en land gezond. De provincie zorgt ervoor dat de woon-, werk- en leefgebieden gezond zijn en uitnodigen tot bewegen (te voet of per fiets). Ook wil de provincie dat er in en rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. 2. Klimaatbestendig en waterrobuust. De provincie beschermt onze provincie tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Ook gaat de provincie de bodemdaling tegen, met name in de veenweidegebieden. 3. Duurzame energie. De provincie stimuleert energiebesparing, evenals het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. 4. Vitale steden en dorpen. De provincie bouwt nieuwe woningen en bedrijven vooral op plekken binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein, bus, tram en fiets te bereiken zijn. 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar. De provincie legt nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen. 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur.

De provincie zorgt goed voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, en wil dat veel mensen kunnen genieten van die fraaie plekken. Ook vindt de provincie het belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) met het aantal inwoners meegroeit. 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. De provincie beschermt de natuur en legt nieuwe natuurgebieden aan die de provincie onderling met elkaar verbindt. De provincie helpt boeren om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Deze thema’s en keuzes staan niet op zichzelf, maar bekijkt de provincie in samenhang met elkaar. Dat betekent dat niet overal alles kan, maar door slim combineren en concentreren wil de provincie de ruimte in de provincie zo optimaal mogelijk gebruiken.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

17

Afbeelding 3.1: Visiekaart provincie Utrecht (in rood de globale ligging van het plangebied).

Doorwerking in het plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan is niet expliciet in de provinciale omgevingsvisie benoemd. In het algemeen zijn voor dit bestemmingsplan met name de thema's ‘stad en land gezond’ en ‘vitale steden en dorpen’ relevant. De ontwikkeling levert een bijdrage aan de forse kwantitatieve woningbouwopgave die de provincie stelt van 133.200 tot 165.700 woningen tot 2040. Hoewel het uitgangspunt voor de locatiekeuze van nieuwe verstedelijking is om dit zo veel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren, biedt de provincie onder voorwaarden ook ruimte aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten. Voor grotere locaties hanteert de provincie een systematiek voor afweging in regionaal verband, met een ‘Kader voor de regionale programmering’ en ‘Provinciaal programma wonen en werken’. Zoals beschreven in de ladderonderbouwing in paragraaf 3.1, is de locatie Linschoten Zuid Oost hierin opgenomen. Woningbouw op deze uitbreidingslocatie is zodoende al planologisch afgewogen en opgenomen in de provinciale programmering. Met de ontwikkeling zet de gemeente in op het versterken van de vitaliteit van de kern Linschoten. Het woningprogramma sluit aan bij de lokale behoefte.

In dit kader is gedurende de planvorming ook een aantal starterswoningen aan het programma toegevoegd. Daarbij is er met het stedenbouwkundig plan voor de ontwikkeling voor gezorgd dat de uitbreiding past bij het karakter van het dorp en geen onevenredige afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van het landschap. De locatie bevindt zich dichtbij (de voorzieningen in) de dorpskern en een ov-halte. Ook de steden Montfoort en Woerden met de aanwezige voorzieningen en treinstation liggen op korte afstand. Daarnaast wordt de ontwikkeling ingepast in het groen, met een groene inrichting van de ruimte rondom de bebouwing en het bijzonder deelgebied het Park. Zodoende draagt de ontwikkeling bij aan de provinciale doelstellingen voor vitale (steden en) dorpen en stad en land gezond. De aspecten klimaatbestendigheid en duurzame energie komen in paragraaf 4.11 aan bod.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

18

Omgevingsverordening provincie Utrecht De Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 is op 30 maart 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. De omgevingsverordening treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking, op 1 januari 2024. De omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Cultuurhistorische hoofdstructuur In de provinciale omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als ‘CHS – agrarisch cultuurlandschap’. In de regels (artikel 7.7) is bepaald dat in een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties hierbinnen rekening wordt gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en regels worden gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Als deze waarden gelden de kernkwaliteiten opgenomen als bijlage bij de verordening, onder andere voor het Agrarisch cultuurlandschap. De motivering van het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden, en van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Paragraaf 4.10 van deze toelichting gaat nader in op het aspect cultuurhistorie in relatie tot de ontwikkeling in het plangebied.

Kwaliteit van landschappen Het plangebied is in de omgevingsverordening aangeduid als ‘Landschap Groene Hart’. In artikel 7.9 is bepaald dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op deze gronden bestemmingen en regels bevat ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten bevat, en geen nieuwe activiteiten toestaat die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. Het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Deze kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de bijlage bij de verordening. De kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Groene Hart verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten zijn opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Ook liggen in het Groene Hart agrarische cultuurlandschappen die deel uitmaken van de Cultuurhistorische hoofdstructuur (zie hierboven). Voor het Groene Hart als geheel zijn de volgende kernkwaliteiten benoemd: • openheid • (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc. • landschappelijke diversiteit • rust en stilte Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap.

Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen openheid en intimiteit, rust en reuring, en oude en nieuwe overgangen. Paragraaf 4.10 van deze toelichting gaat in het kader van het aspect cultuurhistorie ook nader in op de landschappelijke kernkwaliteiten in het plangebied. Stedelijke functies in landelijk gebied In de omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als ‘Landelijk gebied’, ‘Kernrandzone’ en ‘Uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk’. Voor locaties binnen ‘Landelijk gebied’ kan een bestemmingsplan in principe geen verstedelijking Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

19 toelaten, tenzij in de verordening anders is bepaald (artikel 9.2). In artikel 9.13 is bepaald dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen ‘Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk’ bestemmingen en regels kan bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw of is opgenomen in de Bijlage 18 Wonen en werken; b. de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het stedelijk gebied; c. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; d. de woningbouw wordt in samenhang ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie; en e. de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd, en f. de woningbouw draagt bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan, waar ook een beeldkwaliteitsparagraaf onderdeel van uitmaakt. Ten aanzien van de ‘Kernrandzone’ is bepaald (artikel 9.8) dat een bestemmingsplan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit bestemmingen en regels kan bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.

de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten; b. de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en zonnevelden, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur; c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en d. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan en die een beschrijving bevat van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan, waarbij wordt aangegeven hoe de verstedelijking aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing. Doorwerking in het plangebied De voorgenomen ontwikkeling past binnen de voorwaarden voor uitbreiding van woningbouw in landelijk gebied. De woningbouw is opgenomen in het Provinciaal programma wonen en werken (Linschoten Zuid Oost) zoals eerder in deze paragraaf beschreven, en in bijlage 18 bij de omgevingsverordening (Wonen: Sportvelden Linschoten).

Het nieuwe woongebied wordt gerealiseerd direct aansluitend op het bestaand bebouwd gebied van Linschoten. De ontwikkeling zal niet leiden tot extra bodemdaling in het gebied. Daarnaast is in het stedenbouwkundig plan nadrukkelijk aandacht besteed aan de groenstructuren in het gebied, de verhouding tussen de woningbouw, ruimte voor natuur en recreatie en de overgang van de woningbouw naar het achterliggende landschap. Het groen (en water) vormt de dragende structuur van het plan. Naast de ruime tuinen van de woningen, wordt het groen in het plan gevormd door het centrale park, waar is gekozen voor compacte woonclusters met daaromheen ruimte voor recreatief groen, de sportvelden, de oevers en bermen. Daarmee ontstaat een continu groennetwerk, dat beeldbepalend is voor Park Rapijnen en kansen biedt voor een klimaatbestendige en biodiverse woonomgeving. Het groen wordt beleefbaar door een fijnmazige netwerk van wandelpaden. Door een deel van de randen openbaar te maken is er een betere zichtbaarheid en beleving van het landschap mogelijk. Dit sluit aan bij de wensen van de provincie voor de inpassing van de ontwikkeling in het landelijk gebied. Het groen vormt zo een natuurlijke overgang tussen het wonen en het landelijke gebied, waarbij het recreatieve deel meer centraal ligt en het groen naar de randen toe steeds natuurlijker wordt met bijvoorbeeld houtwallen.

Boomsingels, watergangen en greppels zorgen Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

20 voor een zachte overgang naar het aangrenzende open landschap. Door deze groenstructuur wordt het gebied een eenheid met een duidelijke eigen identiteit. Daarnaast wordt met de ontwikkeling een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van de kernrandzone gerealiseerd. In de huidige situatie kent het gebied ondanks de scherpe grenzen ruimtelijk weinig samenhang. De watergangen, bosschages, bomenrijen en de hoogteverschillen delen het gebied op in kleinere eenheden met elk een eigen sfeer en beleving. De watergangen die nog deels in de oude verkavelingsrichting lopen geven het gebied te weinig structuur om die hoofdrichting te beleven, met uitzondering van perceel 1929 die deel uitmaakt van het open landelijk gebied. Voor de toekomstige invulling van Park Rapijnen is een integraal stedenbouwkundig plan opgesteld, dat op 8 november 2022 door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. Hierin komen alle ontwerpopgaven voor het gebied samen, en is nadrukkelijk aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit. De beoogde ruimtelijke kwaliteitsverbetering staat in verhouding tot de aard en omvang van de verstedelijking. De 98 nieuwe woningen worden zorgvuldig ingepast, aansluitend bij de bestaande bebouwing in de omgeving en binnen een hoofdstructuur van groen en water.

Deze woningbouwontwikkeling op deze locatie is door de provincie al afgewogen. Voor ‘kernrandactiviteiten’ (zoals sportvelden) is extra kwaliteitsversterking niet nodig en een goede landschappelijke inpassing voldoende. Met name de toekomstige groenstructuur levert een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het gebied. Het onderling verbonden groennetwerk biedt ruimte voor recreatie met speel- en verblijfsmogelijkheden en een fijnmazig netwerk van paden. Daarbij zorgt het voor een duidelijke ruimtelijke samenhang in het gebied, en een zachte overgang tussen het (bestaand en nieuw) bebouwd gebied van Linschoten en het omliggende landschap. Deze zachte overgang naar het landschap is zichtbaar vanuit een openbaar pad. Achter de twee-onder-eenkap- en vrijstaande woningen in de dorpsranden komt geen openbaar pad, maar hier wordt een geleidelijke overgang geborgd door het opnemen van de bestemming ‘Groen’ in deze zone. Hier mag geen bebouwing worden opgericht, en is een natuurlijke inrichting het uitgangspunt. De beeldkwalitatieve uitwerking van het plan is nader omschreven in het beeldkwaliteitplan, dat als bijlage 14 bij deze toelichting is opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=08bcb633-4ab3-47b7-8c12-33bcc21dfe9a