Bijlage 1 Begroting 2026
Tekst van het document
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
40 | P a g i n a
Afvalstoffenheffing
Begroting 2022 1.491.578 -157.610 1.333.968
Begroting 2023 1.543.742 -159.972 1.383.770
Begroting 2024 1.654.522 -169.570 1.484.952
Begroting 2025 1.636.416 -90.000 1.546.416
Raming 2026 1.691.741 -90.000 1.601.741
329.903 260.845
296.302 281.405
300.529 298.095
303.410 286.728
306.501 294.798
Uitgaven taakveld
1.924.716
1.961.477
2.083.576
2.136.553
2.203.040
Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
1.730.014 1.730.014 90%
1.954.798 1.954.798 100%
2.079.905 2.079.905 100%
2.079.905 2.079.905 97%
2.149.441 2.149.441 98%
Bedragen in euro's
Kosten taakveld Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
Reinigingsrechten Bij niet-huishoudens worden reinigingsrechten in rekening gebracht. Dat is een retributie die wordt geheven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang. Er is een tarief voor het beschikbaar stellen van een container en een tarief voor elke extra container. Ook reinigingsrechten zijn bestemmingsheffingen, de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de uitgaven. De prijsindexering is achterwege gelaten. Reinigingsrecht betreft een belasting voor het verwerken van afval voor bedrijven die geen eigen vuilopslagmogelijkheid hebben. Voorgesteld is om deze belasting nagenoeg 100% kostendekkend te maken en te houden. Ook hier wordt uitgegaan van het principe “de gebruiker dan wel vervuiler betaalt”. Voor 2026 is er, naast de indexering van 3,3%, een extra verhoging van het tarief van 4,2% noodzakelijk. De opbrengsten zijn voor 2026 aangepast aan de realiteit. Reinigingsrechten Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld
Begroting 2022 44.400
Begroting 2023 30.594
Begroting 2024 31.995
Begroting 2025 34.730
Raming 2026 40.844
8.522 8.939 61.861
5.557 9.346 45.497
6.581 7.273 45.850
6.337 7.800 48.867
7.400 8.352 56.596
61.287 61.287 100%
45.209 45.209 100%
45.209 45.209 99%
48.209 48.209 99%
51.892 51.892 92%
Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Uitvoering Wet WOZ en bezwaren De Wet waardering onroerende zaken betreft de waardering van woningen en bedrijven. Behalve het periodiek waarderen, gaat dit ook over het analyseren van gerealiseerde verkoopcijfers en huurgegevens, het bijhouden van mutaties in objecten ingevolge van bouwvergunningen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen de WOZ-beschikkingen. Tegen de WOZ-beschikkingen zijn over 2024 in totaal 490 bezwaarschriften ingediend. Dit betreft uitsluitend bezwaarschriften waarin de WOZ-waarde wordt betwist (stand jaarrekening 2024). WOZ tijdvak
Waarde-peildatum 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023
2021 2022 2023 2024
WOZbezwaren 270 212 581 490
Aantal nog in Aantal behandeling afgehandeld 0 270 2 210 2 579 4 486
Waarvan toegekend 108 105 311 233
Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan op verzoek gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De normen voor het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken worden bepaald door de rijksoverheid. Volgens de rijksnormen wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend met betrekking tot de volgende gemeentelijke belastingsoorten: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffingen. De kwijtscheldingen maken deel uit van het minimabeleid, dat onderdeel is van programma Inkomen, jeugd en Wmo. Kwijtscheldingen worden meegenomen bij het bepalen van de heffingen, omdat daar het uitgangspunt van volledige kostendekkendheid geldt. Bij de onroerendezaakbelastingen spelen de lasten geen directe rol bij het bepalen van de tarieven. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Voor de automatische kwijtscheldingen maken zij gebruik van het inlichtingenbureau van de P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
41 | P a g i n a
VNG. Dit bureau geeft een advies of een huishouden in aanmerking komt voor kwijtschelding. Is het advies positief, dan ontvangt dit huishouden automatisch kwijtschelding. De huishoudens die niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen, kunnen nog een afzonderlijk verzoek hiertoe indienen bij de BSR. Overzicht van de kwijtscheldingen per heffing/belasting: Kwijtschelding Bedragen in euro's
Totaal bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal bedrag kwijtschelding rioolheffing Totaal bedrag kwijtschelding extra containers Totaal bedrag
Begroting 2023 38.255 35.313
Begroting 2024 38.255 35.313
Begroting 2025 46.500 40.500
Begroting 2026 45.500 41.500
73.568
73.568
87.000
87.000
Heffingen en belastingen Onroerendezaakbelasting De grondslag voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen is de vastgestelde waarde (WOZ-waarde) van de onroerende zaak. Meer informatie over de WOZ vindt u hiervoor in het onderdeel “Uitvoering Wet WOZ”. Voor 2026 wordt voorgesteld de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen (OZB) met 3,3% te laten stijgen ten opzichte van 2025. De vaststelling van het tarief is mede afhankelijk van de waardeontwikkelingen van de grondslag voor de aanslagen OZB, de vastgestelde waarde van de onroerende zaak (WOZ-waarde). Bij het bepalen van het uiteindelijke tarief wordt hiermee rekening gehouden, zodat bij een gelijkblijvend areaal de totale baten toenemen met 3,3%. Begroting 2023 2.697.403 1.618.209 4.315.612
Onroerendezaakbelasting Bedragen in euro's
OZB Baten woningen OZB Baten niet woningen Totaal opbrengst
Begroting 2024 2.902.405 1.726.749 4.629.154
Begroting 2025 2.995.282 1.768.073 4.763.355
Begroting 2026 3.098.560 1.922.325 5.020.885
Onbenutte belastingcapaciteit OZB De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten en -tarieven te vergelijken met de belastingbaten en tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen van het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder preventief financieel toezicht is gesteld door het rijk vanwege een structureel slechte financiële situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerkingen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire 2025 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2025 vastgesteld op 0,1648. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is als volgt:
Omschrijving Belastingcapaciteit woningen en niet-woningen in € per 1-1-2025 Maximale OZB opbrengst (Norm art. 12: 0,1648% van de WOZ-waarde) Af: Geraamde OZB opbrengst 2025 Onbenutte belastingcapaciteit
2026 3.257.267.000 5.367.976 5.020.885 347.091
Gemeenten gebruiken voor woningen een vergelijkingsmethode, ook wel bekend onder de naam modelmatige waardebepaling. Zowel verkoopcijfers als de kenmerken van een woning spelen daarbij een rol. De WOZ-waarde is de marktwaarde rekening houdend met enkele waarderingsvoorschriften. Voor andere WOZ-objecten dan woningen, zoals bedrijfspanden, worden (ook op een modelmatige wijze) andere taxatiemethodieken toegepast, omdat er andere vormen van marktgegevens beschikbaar zijn, zoals huurprijzen. De Waarderingskamer houdt toezicht op de waardebepaling en de waarde vaststelling van onroerende zaken, op de uitvoering van de basisregistratie waarde onroerende zaken (basisregistratie WOZ) en op de overige in de wet geregelde onderwerpen. De belastingplichtige kan binnen zes weken na ontvangst van de WOZ-beschikking in bezwaar gaan en op basis van de uitspraak eventueel in beroep gaan bij de belastingrechter.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
42 | P a g i n a
Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Er is geen sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. De rioolheffing wordt in 2026 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling BSR. Op basis van het Water en Rioleringsplan Montfoort 2025 - 2029 (WRP) is een verhoging van 1% op de geraamde opbrengst ingecalculeerd. Er wordt een prijsindexering van 3,3% toegepast. Rioolheffing Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Begroting 2022 1.197.415
Begroting 2023 1.291.451
Begroting 2024 1.351.836
Begroting 2025 1.420.826
Raming 2026 1.561.079
205.178 168.450 1.571.042
231.604 217.370 1.740.426
250.646 228.636 1.831.118
259.252 219.129 1.899.207
282.829 222.803 2.066.711
1.576.471 1.576.471 100%
1.740.425 1.740.425 100%
1.810.042 1.810.042 99%
1.882.444 1.882.444 99%
2.026.710 2.026.710 98%
Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse markt. De tarieven zijn met 3,3% prijsindexatie (afgerond) verhoogd. Bedragen in euro's
Marktgelden 2022
Belastingjaar 2023
2024
2025
2026
Standplaats per dag of gedeelte daarvan per strekkende meter Vaste plaatsen Dagplaatsen Standwerkersplaatsen
3,05 3,65 4,55
3,25 3,90 4,85
3,50 4,20 5,20
3,60 4,35 5,35
3,70 4,50 5,50
Marktgelden Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld
Wijzigingen t.o.v. 2025 Bedrag in %
0,10 0,16 0,16
3,3% 3,3% 3,3%
Begroting 2022 9.207
Begroting 2023 9.207
Begroting 2024 9.407
Begroting 2025 9.761
Begroting 2026 10.089
1.767 808 11.782
1.649 808 11.664
1.744 724 11.875
1.781 724 12.266
1.828 724 12.641
6.543 6.543 56%
6.962 6.962 60%
7.491 7.491 63%
7.731 7.731 63%
7.986 7.986 63%
Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor begraven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn niet kostendekkend. Dit betekent dat de kosten deels vanuit de algemene middelen worden opgevangen. Voorgesteld wordt om de heffing voor 2026 met 3,3% prijscompensatie te laten stijgen ten opzichte van 2025. Een opsomming van de meest bepalende tarieven zijn: Lijkbezorgingsrechten
Belastingjaar 2023 2024 1.556,50 1.674,80 1.556,50 1.674,80 1.556,50 1.674,80 778,85 838,05
2022 1.462,85 1.462,85 1.462,85 732,00
Bedragen in euro's
Recht eigen graf 10 jaar Recht groot urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht
2025 1.728,40 1.728,40 1.728,40 864,85
2026 1.785,43 1.785,43 1.785,43 893,39
Wijzigingen t.o.v. 2025 Bedrag in % 57,04 3,3% 57,04 3,3% 57,04 3,3% 28,54 3,3%
Na actualisatie van het meerjaren-onderhoudsplan begraven zijn de kosten en opbrengsten aangepast. Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead Uitgaven taakveld
Begroting 2022 221.392
Begroting 2023 86.069
Begroting 2024 100.663
Begroting 2025 99.102
Raming 2026 105.848
48.816 270.208
15.634 101.703
18.664 119.327
18.083 117.185
19.177 125.025
86.759 86.759 32%
72.312 72.312 71%
77.808 77.808 65%
80.298 80.298 69%
82.948 82.948 66%
Opbrengsten rechten Inkomsten taakveld dekkingspercentage P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
43 | P a g i n a
Leges De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook ten aanzien van de legestarieven is begroot om deze met het 3,3% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 3,3% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven worden in december door de raad vastgesteld. Leges Burgerzaken Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
Begroting 2022 415.838
Begroting 2023 467.633
Begroting 2024 453.398
Begroting 2025 480.891
Raming 2026 534.967
79.815 4.633 500.286
84.941 4.633 557.207
84.065 6.154 543.618
87.746 6.234 574.871
96.923 9.840 641.730
261.512 261.512 52%
278.249 278.249 50%
338.396 338.396 62%
349.224 349.224 61%
360.749 360.749 56%
Begroting 2022 549.257
Begroting 2023 824.445
Begroting 2024 804.111
Begroting 2025 910.704
Raming 2026 1.012.956
105.423 115.344 770.024
149.783 11.634 985.862
149.091 11.486 964.688
166.172 7.286 1.084.162
183.522 6.445 1.202.923
387.667 387.667 50%
332.678 332.678 34%
357.962 357.962 37%
369.417 369.417 34%
481.608 481.608 40%
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
44 | P a g i n a
3.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar
Algemeen Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: • De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn; • De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. De risico’s en weerstandscapaciteit worden in deze paragraaf uitgewerkt en dit gebeurt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf zijn ook de (financiële) kengetallen opgenomen. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende drie componenten: - Reserves - Onbenutte belastingcapaciteit - Overig (begrotingsruimte en stille reserves) Deze componenten zijn in te delen naar de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit. Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft. Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2025 Saldo algemene reserve na jaarrekening 2024 (i ncl res ul ta a tbes temmi ng)
5.562.581
Saldo werkelijke onttrekkingen / dotaties aan algemene reserve 2024
-542.366
Totale incidentele weerstandscapaciteit
5.020.215
NB: in deze berekening is alleen rekening gehouden met de vastgestelde reservemutaties in 2023 en nog niet met het verwachte exploitatieresultaat in 2025
De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit komt tot stand op basis van de drie belangrijkste (belasting)inkomsten van de gemeente, de onroerendezaakbelastingen (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer er ruimte is de tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is sprake van onbenutte capaciteit als de tarieven niet kostendekkend zijn. Uitgangspunt voor ons gemeentelijk tarievenbeleid is het streven naar kostendekkende tarieven. De tarieven voor rioolrechten en afval zijn kostendekkend, waardoor er voor deze belasting geen onbenutte belastingcapaciteit is.
Uitgaande van de artikel12-norm bij het OZB-tarief (redelijk peil OZB = 0,1648%) kan het volgende worden geconcludeerd:
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
45 | P a g i n a
Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien
50.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB
347.091
Totaal structurele weerstandscapaciteit 397.091 Het totaal aan beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de incidentele en structurele weerstandscapaciteit bij elkaar op te tellen.
Risico’s De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van € 50.000,- of hoger. De risico’s worden opgemaakt in het score-overzicht. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: - Het risico moet (financieel) kwantificeerbaar zijn, om zo het risico te classificeren naar waarschijnlijkheid (kans) en de verwachte impact (gevolg); - Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; - Het risico moet een bedreiging/belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; - De risico’s worden in beeld gebracht in het score-overzicht. In dit overzicht krijgen de risico’s een score aan de hand van de mate van impact (financieel gevolg) maal de inschatting van het percentage van de kans (de waarschijnlijkheid dat risico zich voordoet, oplopend van 0% tot 100%). De score bepaald de mate en hoogte van prioriteit. De score is als volgt geprioriteerd: tot en met score 5 is laag, tussen 5 en 10 is gemiddeld, tussen 10 en 20 is hoog, groter dan 20 is urgent.
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen vermenigvuldigd met het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht: Risico
Beheersmaatregelen
Ondernomen acties en risico inschatting 2026
Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan instellingen verstrekt Deze garanties zijn in eerste instantie In 2025 heeft zich geen problemen voorgedaan rondom de (peildatum 31 december 2022). Het grootste deel hiervan zijn gegarandeerd door het gemeente- garanties. Voor 2026 zijn de bedragen aangepast en garanties voor woningbouwverenigingen waar de gemeente Waarborgfonds Sociale Woningbouw blijft het risico-% gehandhaafd op 2% samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt. (WSW). Planschadeclaim De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de mogelijkheid voor De beoordeling van deze claim is zeer Er is bij een onafhankelijk deskundige adviseur een om planschade te claimen bij de gemeente (artikel 6.1). Eind complex, mede gezien de lange periode conceptbeoordeling aangevraagd en ontvangen. Hierin wordt 2017 is een aanvraagformulier met een claim voor waarop deze zaak betrekking heeft. Om het oordeel gegeven dat in deze casus de claim op planschade tegemoetkoming planschade ontvangen naar aanleiding van de inzicht te krijgen wordt een onterecht is. Op 21 augustus 2023 is het bezwaarschrift vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied. In de wet conceptbeoordeling van de claim hiertegen behandeld.
Bij besluit van 5 september 2023 is het ruimtelijke ordening wordt voor de beoordeling van de claim een opgevraagd bij een onafhankelijk bezwaarschrift ongegrond verklaard conform advies. onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen. deskundige adviseur. Momenteel staat nog de mogelijkheid van beroep open (tot en met 17 oktober). Gezien dit besluit en het advies is het risico-% laag ingeschat, en gezet op 2%. Er is een claim (met een bedrag) ingediend naar aanleiding van De beoordeling van de claim ligt ter De claim wordt door de gemeente betwist en een rechterlijke huurderving met betrekking tot parkeerplaatsen behandeling voor aan de rechterlijke uitspraak is gedaan. Er is echter hoger beroep aangetekend. Het macht. is onbekend of en hoe de hoogte van de claim door de rechters wordt vastgesteld en wanneer dit juridische traject volledig afgerond wordt. Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele Beheersing vindt plaats binnen de GR Vanwege de bekostigingssystematiek van de BUIG uitkering overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. FermWerk voor Montfoort is het gekozen risicoprofiel passend. Per Het risico-bedrag is gebaseerd op het totaal aan uitkeringen aan kwartaal worden rapportages ontvangen. Daarnaast is er de gemeente volgens de Participtiewet.
Periodiek ontvangt de gemeente wekelijks contact over de ontwikkelingen binnen Ferm Werk. kwartaal- rapportages over realisatie van taken en middelen
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
Kans
Kans
Bruto
Impact
Score
Netto (kans % x € bruto)
in %
cat 1 tm 5
in €
cat 1 tm 5
van 1 tm 25
in €
2%
1
16.172.000
5
5
323.440
2%
1
356.345
3
3
7.127
5
5
81.082
pm
5%
pm
1
1.621.647
46 | P a g i n a
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. Het gaat hierbij met name om huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen (clientgebonden kosten). Door invoering van het abonnementstarief en loonontwikkeling bij huishoudelijke hulp is de kans groot dat de totale kosten zullen gaan stijgen. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen deze méérkosten voor rekening van de gemeente.
1. Toewijzing voor ondersteuning worden binnen de grenzen van de wet individueel bepaald en gemonitord, waardoor de kosten zo beheerst mogelijk blijven. 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. de prognoses voor 2023.
Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einderegeling. Dat houdt in dat 1. Toewijzing voor ondersteuning eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de worden binnen de grenzen van de wet gemeente is. Het grootste risico’s betreft voornamelijk de individueel bepaald en gemonitord, complexe dure zorgtrajecten, waarbij incidentele zorgbehoeften waardoor de kosten zo beheerst tot forse extra uitgaven kunnen leiden. Bovendien is de mogelijk blijven. zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage de prognoses voor 2023, omdat de komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente. Het aantallen voor 2024 nog onzeker zijn nieuwe kabinet is voornemens om enkele tegemoetkomingen te in verband met de invoering van een doen, de provincie geeft aan dat er enkele baten verwacht mogen nieuw back-office systeem. worden, waarvoor de gemeente een stelpost mag opnemen. Dit is optioneel.
Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en een voetbalvereniging.
Het beleid is erop gericht om de leningenportefeuille zo beperkt mogelijk te houden.
1. Toewijzing van ondersteuning wordt scherp gemonitord. De bijraming gedaan in 2025 lijkt voldoende binnen de component clientgebonden kosten Wmo. Bij Wmo zien we wel een toename van het aantal inwoners die gebruik maken van huishoudelijke hulp al lijkt de toename enigszins af te vlakken. Bij begeleiding zien we een forse toename, mede door de ondersteuning of huisvesting van mensen met GGZ gerelateerde problematiek. De lokale opvang en ondersteuning van de MO/BW groep is een substantieel onderdeel van deze toename. Risico kan zitten in een grote woningaanpassing. Tevens is onzeker of en hoe het Rijk gemeenten in voldoende mate compenseren voor de prijsstijgingen en eventuele stijgingen in aantallen.
20%
1
1.891.398
5
5
378.280
De (bij)raming voor 2026 lijkt voorals nog net toereikend. Bij jeugd zien we een toename van jeugdigen in zware jeugdvormen. Met name verblijf neemt toe. Dit zijn intensieve en dure ondersteuningstrajecten die regelmatig geïndiceerd worden door Gecertificeerde instellingen (Samen Veilig, William Schrikker Groep, Leger des Heils etc.), opgelegd worden door een rechter of naar ons toe komen door het woonplaatsbeginsel. In deze situaties hebben wij weinig invloed op de indicatie, maar dragen wij wel de kosten.
20%
1
2.216.048
5
5
443.210
10%
2
189.000
3
6
18.900
Per GR een ander %
3
5.722.505
5
15
323.675
zie
2
hierboven
3
6
0
Uiteraard probeert het jeugdteam daar waar mogelijk de zorg af te schalen en de ondersteuning terug te brengen naar algemene ondersteuning. Verder is de raming over 2026 ook sterk afhankelijk van startende of stoppende zorgtrajecten. Het risicobedrag is gebaseerd op de omvang van de leningen, conform jaarrekening 2024. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd
Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële We brengen de risico’s zo goed Het door een GR gevraagde extra budget wordt beoordeeld op tegenvallers van verbonden partijen. Door deelname verplicht de mogelijk in beeld door de verbonden de parameters voor kostenontwikkeling conform de gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in eventuele extra partijen scherp te monitoren via het septembercirculaire. Toegezonden kadernota's van GR-en zijn méérkosten. Op basis van de informatie uit de paragraaf accounthouderschap. Het benodigde beoordeeld op de getoonde budgettaire ontwikkeling. Waar verbonden partijen wordt per verbonden partij ingegaan op de weerstands-vermogen is gebaseerd op noodzakelijk is hierop gereageerd via zienswijze en/of stand van zaken (zie tabel hieronder). Doordat de gemeente de omvang van de totale bijdrage en afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB. steeds meer samenwerkt met andere gemeenten, kunnen de niet per regeling bepaald. risico’s niet meer zelfstandig beheerst worden. Samenwerking Toegezonden kadernota's van GR-en hierin is dus van groot belang, maar ook lastig wanneer er worden beoordeeld op de getoonde verschillen van inzicht tussen gemeenten rondom de budgettaire ontwikkeling. Waar waargenomen risico's zijn.
noodzakelijk wordt hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).
Als opdrachtgever is het zicht op de Het opnemen van een noodzakelijke voorziening wordt uitvoering van debiteuren-beheer en vervangen door het benoemen van dit punt in de risicohet beoordelen van risico’s niet paragraaf en wordt het financiele risico opgevangen binnen inzichtelijk. Een evt. voorziening het gevormde weerstands-vermogen ten behoeve van de dubieuze debiteuren kan de gemeente gemeenschappelijke regeling (hierboven) daarom niet onderbouwen met documenten richting accountant/ ihkv rechtmatigheid
Implementatie Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet staat gepland op 1-1-2024. Het intern voorbereiden van de Voor het implementeren van deze wet moeten kosten worden implementatie en het blijven gemaakt. Deze invoeringsdatum is al meerdere opgeschoven monitoren van de ontwikkelingen. door het Rijk, omdat er vertragingen waren. Op het moment van het opstellen van de begroting 2024 is er op Rijksniveau wederom sprake van ontwikkelingen. Het risico bestaat dat de invoeringsdatum weer wordt doorgeschoven.
Ter voorbereiding wordt een inschatting van de kosten gemaakt. Na invoering van de wet wordt daarover in het eerstvolgend PC-document over gerapporteerd. Tevens worden de ontwikkelingen op Rijksniveau met de voet gevolgd.
p.m.
p.m.
0
€ 1.575.714
Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.
De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).
In 2025 en 2026 worden enkele uitbreidingslocaties onderzocht. Het is dan ook nog niet bekend of deze later zullen leiden tot een grondexploitatie. In 2026 laat de planning zien dat enkele bouwprojecten worden opgestart.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€0
€ 1.575.714
Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties
Toelichten risicobedrag verbonden partijen Voor het bepalen van het risico, wat de gemeente loopt naar aanleiding van het deelnemen aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan, het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
47 | P a g i n a
Correctie i.v.m. Totale bijdrage Bijdrage aan Op te nemen afzonderlijke Risico in % in 2026 risico risicobedrag geldstromen Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 693.000 0 693.000 5% 34.650 Belasting Samenwerking Rivierlanden (BSR) 310.000 0 310.000 5% 15.500 Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht (GGDrU) 730.000 0 730.000 5% 36.500 Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 992.000 0 992.000 5% 49.600 Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek/Lopikerwaard86.000 (RHC) 0 86.000 5% 4.300 Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) 751.000 0 751.000 10% 75.100 Ferm Werk (FW) 4.148.000 2.215.495 1.932.505 5% 96.625 IBMN 70.000 70.000 5% 3.500 GR Utrecht West 158.000 158.000 5% 7.900 Totaal € 7.938.000 € 2.215.495 € 5.722.505 € 0 € 323.675 Verbonden partij
Verhouding benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 2 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 4,03 wordt daaraan ruimschoots voldaan. Hierbij is uitgegaan van de stand van de algemene reserve en de benodigde weerstandscapaciteit per 1 januari 2026. Ontwikkelingen weerstandsratio Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (a) Berekend weerstandsrisico (zie totaal risico’s) (b) Benodigde weerstandscapaciteit ( c) (= 1,5x b) Vrije ruimte in de weerstandsvermogen --> (d) (= a-c) Weerstandsratio
2026
2027
2028
2029
5.417.306 1.342.631
5.402.595 1.342.631
5.587.425 1.342.631
5.218.580 1.342.631
2.013.947 3.403.360
2.013.947 3.388.649
2.013.947 3.573.479
2.013.947 3.204.634
4,03
4,02
4,16
3,89
In bovenstaande tabel, uitgaande van het meerjarig begrotingssaldo van 2026 tot en met 2029, is ook het meerjarig beeld van de weerstandsratio weergegeven.
Het beleid omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Indien beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald, of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan worden de algemene reserve aangesproken; onderdeel van de algemene reserve is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Indien de algemene reserve niet toereikend is, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5.
In het geval de algemene reserve en de bestemmingsreserves tekortschieten zal de raad voorgesteld worden om de belastingen te verhogen of om te bezuinigen.
Kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: - Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. - Solvabiliteitsratio. - Grondexploitatie. - Structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit. P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
48 | P a g i n a
Kengetal Netto schul dquote Netto schul dquote gecorri geerd voor verstrekte l eni ngen Sol vabi l i tei tsrati o Grondexpl oi tati e Structurel e expl oi tati erui mte Bel asti ngcapaci tei t
Rekening 2024 67,8%
Begroting 2025 49,1%
Begroting 2026 53,3%
67,8%
48,8%
53,1%
23,2% 0,0% -0,5% 121,5%
17,4% 0,0% 1,0% 123,5%
16,1% 0,0% 0,5% 115,2%
Toelichting: Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen en hiervoor gecorrigeerd) Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. In aanloop van het opstellen van deze begroting is de financieringsbehoefte voor 2026 en verder geactualiseerd. In de paragraaf financiering is dit nader toegelicht.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm, en er is een lichte neerwaartse beweging zichtbaar. Dit komt voornamelijk door de combinatie van een positief jaarresultaat van de jaarrekening 2024 (waardoor de Algemene Reserve toeneemt) en een toename in de financieringsbehoefte. De financiële weerbaarheid van de gemeente vermindert iets ten opzichte van 2025, en blijft onder druk staan. Er is verhoudingsgewijs te weinig eigen vermogen beschikbaar ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen.
Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voorgaande jaren zijn enkele grondexploitaties (o.a. Voorvliet) afgesloten. In 2026 en 2027 worden er enkele ontwikkellocaties onderzocht en eventueel enkele bouwlocaties gestart, waarvan nog bepaald gaat worden of deze tot een grondexploitatie zullen leiden.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort een positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente meer structurele baten dan lasten heeft.
Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit. Dit betekent dat de gemeente minder mogelijkheden over heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
49 | P a g i n a
3.3. Onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder(s): drs. C. van Dalen
Intro Gemeente Montfoort heeft veel eigendommen in de openbare ruimte liggen. De paragraaf kapitaalgoederen gaat over het onderhoud van deze kapitaalgoederen. Om helder te hebben waar we over spreken wordt de openbare ruimte gedefinieerd als de buitenruimte, inclusief de ondergrondse infrastructuur, die in beheer en onderhoud van de gemeente is. De paragraaf heeft betrekking op de kapitaalgoederen die vallen onder de begrotingsproducten: • Wegen en verkeer • Openbare verlichting • Groen en speelplaatsen • Waterhuishouding • Civiele kunstwerken In cijfers betekent dit het volgende: Toe-/ afname %
Toelichting
465.021 465.800
0,17%
Combinatie van gras, heesters en vaste planten
St
8.166
8.329
2,00%
St
291
291
0,00%
Onderdeel
Eenheid
Openbaar groen
M2
Bomen Spelen Verharding
M2
Areaal 2024
Areaal 2025
664.659 666.800
0,32%
39 % asfalt, 60 % elementenverharding, 1 % half verharding
Openbare verlichting
St
2.755
2.772
0,62%
Weg- en straatmeubilair
St
275
280
1,82%
Riolering
M1
82.800
84.000
1,45%
Water
M2
20.630
20.630
0,00%
Oeverbescherming
M1
12.050
11.102
-7,87%
Kunstwerken
St
36
36
0,00%
Gebouwen Gronden (met overeenkomst)
St
37
42
13,51%
St
16
30
87,50%
Gemeentelijk Rioleringsplan
Een korte uitleg over de grootste veranderingen: De beheergroep openbaar groen heeft door een aantal projecten en de wens naar meer parkeerplaatsen areaal moeten inleveren. Dat areaal heeft de beheergroep verharding er bij gekregen. De beheergroep bomen heeft een grote aanvulling gekregen in areaal, dit komt door het aanvullen van het beheersysteem met al bestaande bomen in het buitengebied. Er is dus is geen feitelijke areaal uitbreiding in de openbare ruimte, alleen een administratieve uitbreiding. De stijging van het aantal gronden is het gevolg van de (administratieve) doorwerking van de beleidsnotities over vastgoed en die van sport. Ook in de komende jaren worden hier voornamelijk administratieve aanpassingen in verwacht.
Kaders gemeente Montfoort In de onderstaande beleidsplannen en notities zijn keuzes gemaakt die invloed hebben op de kapitaalgoederen en de kwaliteit van het onderhoud. Daarnaast heeft ook ons financieel beleid invloed op kapitaalgoederen en de kosten. Het gaat om de volgende notities: - Keuzes maken Montfoort 2014, de gehele openbare ruimte wordt op C-niveau onderhouden. - WRP 2025 (water en rioleringsplan) - Nota grondprijsbeleid P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
50 | P a g i n a
Ontwikkelingen in beleid Het beleid voor klimaatadaptatie gaat in op de gevolgen door het veranderen van het klimaat. Dit zijn vier onderdelen namelijk: droogte, hitte, wateroverlast en gevolgenbeperking. Dit beleid heeft gevolgen voor de inrichting van de huidige en toekomstige openbare ruimte. Eind 2025 is er ook lokaal beleid vastgesteld voor klimaatadaptatie. In een eerste uitvoeringsplan zal de invloed van klimaatadaptatie op het uiterlijk van de openbare ruimte beperkt zijn en zich vooral richten op de locaties waar wateroverlast speelt. Daarnaast zijn er steeds meer uitdagingen en zeker ook mogelijkheden voor het beheer van de openbare ruimte. Zo wordt gekeken naar het verminderen van het gebruik van energie en de uitstoot van CO2 en het hergebruik van materialen en grondstoffen. In de (toekomstige) beheerplannen wordt aandacht gegeven aan deze onderwerpen en de mogelijkheden die er op dat moment zijn.
Ontwikkelingen door stedelijke uitbreidingen Gemeente Montfoort heeft de ambitie om woningen te bouwen. Een heel aantal projecten zijn opgestart en verkeren in verschillende fasen van ontwikkeling. Deze projecten hebben tot gevolg dat, te zijner tijd, er nieuwe openbare ruimte wordt toegevoegd aan deze paragraaf. In de begroting nemen we de ontwikkelingen mee en uiteindelijk ook de nieuwe arealen openbare ruimte. De projecten die nu lopen en gevolgen hebben op het areaal van onze openbare ruimte en de begroting zijn: Project
Toelichting
De Bleek fase 1
Aan het einde van de ontwerpfase
Park Rapijnen, Linschoten Zuid
Met dit project wordt circa 4,5 ha openbare ruimte toegevoegd aan het beheerareaal, dit is circa 4% van het huidige areaal. Nog in ontwikkeling Nog in ontwikkeling Aan het einde van de ontwerpfase
G. van Damstraat Hofdijk De Bleek fase 1
Gevolgen begrotingsjaar Volgt nog
Benodigd in euro
Verwachting 2028
Nog niet bekend
Volgt nog
-
-
De projecten zijn nog volop in ontwikkeling, hierdoor zijn nu nog geen concrete cijfers te geven. Wanneer er, bij een volgende begroting, wel nieuwe (areaal) cijfers beschikbaar zijn, worden die opgenomen in dit overzicht.
Ontwikkelingen binnen de beheerplannen In de onderstaande tabel staan de betreffende beheerplannen met de status en planperiode. Het beheer is een cyclisch proces en zo ook de beheerplannen. Per beheerplan is opgenomen of en hoe goed de middelen voor het onderhoud (klein- en grootonderhoud) en de vervanging zijn opgenomen in de begroting. Onder aan de tabel wordt een enkele nadere toelichting gegeven op de inhoud van de tabel en het eventuele achterstallige onderhoud. Beheerplan
Looptijd van / tot
Openbaar groen (niet aanwezig)
Vaststellen in 2026
Bomenbeheerplan*1 Speelbeheerplan
Actualiseren in 2026 2022/ 2030
Onderhoud: Ja; Vervanging: ja Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja
Beheerplan begraafplaatsen Wegenbeheerplan*2
Actualiseren in 2026 2026/ 2029
Onderhoud: Ja; Vervanging: nvt Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee
Beheerplan openbare verlichting
2021/2031
Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
Financiële vertaling in begroting? Onderhoud: Ja; Vervanging: deels
G e m e e n t e
Opmerkingen
Achterstallig onderhoud?
Het beheerplan wordt in 2025 opgesteld. Voor nu geldt dat vervanging van groen voor 10% gebudgetteerd is in de exploitatie. Voor de vervanging is voldoende gebudgetteerd in de begroting. Er zijn voldoende middelen voor onderhoud. Voor het vervangen zijn kredieten beschikbaar.
Nee, door Bloemrijk* Nee Nee Nee
Met groot onderhoud kan kwaliteit behouden blijven, vervanging is vaak niet nodig. * zie bij de onderstaande toelichting
M o n t f o o r t
51 | P a g i n a
Ja Nee
Weg- en straatmeubilair (niet aanwezig) Gladheidsbeheerplan
Opgenomen in Openbaar Groen Opstellen in 2026 2025/ 2029
Onderhoud: Ja; Vervanging: deels Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: Ja Vervanging: Ja
Beheerplan oeverbescherming
Opstellen in 2026
Nota afvalstoffen
2026
Onderhoud: deels; Vervanging: Ja Via leges
Beheerplan kunstwerken*3
2025 - 2029
Tractieplan
Actualiseren in 2026
Gemeentelijk rioleringsplan
Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee
Onderhoud: Ja; Vervanging: deels MJOP Gebouwen 2026-2029 ja * Zie de onderstaande toelichting op de tabel
Vanuit de begroting worden elementen vervangen
Nee Nvt
Met het vaststellen van het WRP in 2025 is het onderhoud en vervanging geregeld. Uitvraag voor het opstellen van beheerplan is gedaan.
Nee
Wordt eind 2025 in raad behandeld In budget zitten middelen voor klein onderhoud, voor groot onderhoud is een krediet beschikbaar. Investeringen worden meegenomen in begroting, kleine reserve aanwezig.
Nvt
Nee
Nee
Nee Nee
Uitleg/toelichting op beheerplannen *1 Bomenbeheerplan: In het beheerplan zijn de inspecties en de onderhoudsmaatregelen cyclisch ingepland. Dit loopt gewoon door. In 2026 zal het plan geactualiseerd worden. *2 Wegen: De wegen zijn in 2024 geïnspecteerd en er is een grotere hoeveelheid van D-niveau geconstateerd dan in de voorgaande inspectieronde. Dit kan met verschillende parameters te maken hebben en is niet direct ernstig te noemen. Wel wordt met de nieuwe cijfers en de gevonden kwaliteiten het beheerplan Wegen geactualiseerd. De resultaten worden in 2025 beschikbaar. *3 Kunstwerken: Volgens het beheerplan kunstwerken staat de Graafbrug in 2025 op de planning voor groot onderhoud. Tijdens de nadere onderzoeken zijn een aantal scenario’s opgesteld om te komen tot een goede en efficiënte oplossing. De aanbesteding volgt eind 2025 begin 2026. Voor de uitvoering van de werkzaamheden in 2026 is krediet beschikbaar.
Kwaliteit In dit onderdeel van deze paragraaf wordt een weergave gegeven van de raadskeuzes voor de onderhoudsniveaus van de verschillende elementen in de openbare ruimte. Dit geldt overigens niet voor alle onderdelen, voor onder andere de speeltoestellen, de gebouwen, de bruggen en sluis, de tractie en het functioneren van de watergangen gelden externe normen. Veel onderdelen van de openbare ruimte kunnen volgens de beeldsystematiek en de normen van de CROW worden gemonitord. Bij gebouwen gebeurt het monitoren door middel van de NEN-normen. In de onderstaande tabel zijn voor ieder beheerplan verschillende onderdelen opgenomen die aangeven welke kwaliteit is gekozen en hoe dit wordt gemonitord, zo is de frequentie, de normering/ methode en de uitvoering beschreven. De eerste tabel betreft een legenda voor de beeldkwaliteit. Legenda voor CROW-beeldkwaliteit: Kwaliteit A+ A B C
Zeer goed Goed Voldoende Matig
D
Te slecht
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
Omschrijving Ongeschonden, net nieuw aangelegd Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, enige vorm van hinder, aanloop naar achterstallig onderhoud Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
52 | P a g i n a
Onderdeel Openbaar groen Bomen Bloemrijk Montf. Spelen Begraafplaatsen Verharding Openbare verlichting Wegmeubilair Gladheid Riolering Duikers Water (baggeren) Oeverbescherming Zwerfafval Afvalstoffen Sluis en bruggen Tractie Gebouwen Openbaar groen
Vastgestelde Frequentie Normering Uitgevoerd door ambitie C Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern C ¼ per jaar CROW-beeldkwal. Intern A Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern C Maandelijks Warenwet Intern/ Extern A Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern C 1 x per 2 jaar CROW- nr. 146 Extern C Jaarlijks Scheefstand, schade, lamp Intern/ Extern C Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern Nvt Indien noodzakelijk Geen normen beschikbaar Intern Nvt Inspectie 1/7 deel CROW-normen Extern Nvt Nvt Jaarlijks Waterkeur Extern C CROW Intern C Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern Nvt Jaarlijks Scheidingsmeter Extern Nvt 1 x per 4 jaar. Technische normen Extern Nvt Jaarlijks APK-Keuring Extern 3 Om de 4 jaar NEN 2767 Extern C Maandelijks CROW-beeldkwal. Intern
Conclusies Hieronder is een overzicht weergegeven van de conclusies over de paragraaf kapitaalgoederen, het geeft de relatie weer tussen de beheerplan en de eventuele risico’s en aandachtspunten voor 2026.
Beheerplan
Financieel tekort / ruimte
Algemeen Algemeen Algemeen
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
Opmerking De kapitaalgoederen zijn goed in beeld en behalen de vastgestelde kwaliteit. In 2026 zijn enkele beheerplannen weer toe aan actualisatie. Er wordt veel gewerkt in de openbare ruimte, we hebben/ houden aandacht voor het actualiseren en bijhouden van de beheersystemen
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
53 | P a g i n a
3.4. Financiering Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar
Algemeen De paragraaf Financiering is op grond van de Wet financiering decentrale overheden (wet FIDO) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financierings- en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen op grond van wetgeving van de centrale overheid.
Financieringspositie en -resultaat Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort. In het volgende schema is het (verwachte) verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2025 tot en met 2030 opgenomen. Financieringspositie ultimo 2025-2030 (bedragen x € 1.000.000) 2025 2026 2027 2028
2029
2030
57,3 0,1 0,0 57,4
56,9 0,1 0,0 57,0
53,5 0,1 0,0 53,6
22,3 9,4 9,1 -0,4 40,4
20,9 9,4 8,6 -0,6 38,3
19,5 9,5 8,6 -0,5 37,1
18,3 9,8 8,4 -0,6 35,9
-13,3 -11,5
-19,1 -16,2
-19,9 -19,5
-17,7 -18,8
Vaste activa Im- en Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa
52,3 0,2 0,0 52,5
51,8 0,2 0,0 52,0
53,6 0,1 0,0 53,7
Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva
25,2 8,1 8,0 1,0 42,3
23,8 9,3 9,0 0,2 42,3
Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)
-10,2 -10,0
-9,7 -10,0
Naar de actuele inzichten ontstaat er in 2025 een financieringstekort. Dit tekort ontstaat voornamelijk door geplande investeringen in de fysieke leefomgeving. De ontwikkeling van het financieringstekort wordt nauwlettend gemonitord. Hoewel er sprake is van een tekort, betekent dit niet dat de gemeente structureel meer uitgeeft dan zij ontvangt. Het betreft hier met name tijdelijke kasuitgaven voor investeringen, die geactiveerd worden en over meerdere jaren worden afgeschreven. Bijstelling van de investeringsplanning, prioritering binnen projecten of fasering in de uitvoering zijn mogelijk indien de begrotingsruimte daar om vraagt. De financiële positie blijft, mede dankzij een gezonde algemene reserve en een robuust weerstandsvermogen, op dit moment toereikend. Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het begrote financieringsresultaat over 2025 tot en met 2030 weergegeven.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
54 | P a g i n a
Financieringsresultaat 2025-2030 (bedragen × € 1.000.000) 2025 2026 2027 2028 Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat
2029
2030
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,9 0,0 0,0 0,9
0,9 0,0 0,0 0,9
0,6 0,0 0,6
0,5 0,0 0,5
0,5 0,0 0,5
0,5 0,0 0,5
0,4 0,0 0,4
0,4 0,0 0,4
0,2
0,3
0,3
0,3
0,5
0,5
Wet FIDO en financiering De in de inleiding genoemde Wet FIDO beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de Wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en te beheersen: de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de rijksoverheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Indien de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt zal er geconsolideerd moeten worden door middel van het afsluiten van een lange financiering.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
55 | P a g i n a
Kasgeldlimiet Montfoort 2025-2030 (bedragen × € 1.000) 2025 2026 2027 Begrote lasten 40.335 39.703 40.220 Kasgeld limiet (8,5%) 3.428 3.375 3.419
2028 39.268 3.338
2029 39.736 3.378
Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid indien in een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2025-2029 (bedragen x € 1.000) berekening 1-1-2025 1-1-2026 Renteherziening vaste schuld og Renteherziening vaste schuld ug
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
a
0
0
0
0
0
b
0
0
0
0
0
c=a-b
0
0
0
0
0
Nieuw aangetrokken schuld
d
0
0
0
0
0
Nieuw verstrekte leningen
e
0
0
0
0
0
Netto renteherziening
Netto nieuwe schuld
f=d-e
Betaalde aflossingen
g
0
0
0
0
0
1.409
1.413
1.417
1.421
1.254
Herfinanciering
h=laagste f of g
0
0
0
0
0
Renterisico
i=c+h
0
0
0
0
0
j
25.166
23.757
22.344
20.927
19.506
k l=jxk
20 5.033
20 4.751
20 4.469
20 4.185
20 3.901
Renterisiconorm
m=l
5.033
4.751
4.469
4.185
3.901
Renterisico vaste schuld
n=i
0
0
0
0
0
5.033
4.751
4.469
4.185
3.901
Renterisiconorm Vaste schuld Percentage vastgesteld Renterisiconorm Toets renterisiconorm
Ruimte
o=m-n
Schatkistbankieren Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De drempel is per 1 juli 2021 gewijzigd en vastgesteld op 2,00% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1,0 mln. Begrote drempelbedragen schatkistbankieren Montfoort 2026-2029 (bedragen × € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Begrote lasten 39.703 40.220 39.268 39.736 Drempel schatkistbankieren (2,0%) Drempel minimum
794
804
785
795
1.000
1.000
1.000
1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Constant wordt in de gaten gehouden of het rendabel is leningen vervroegd af te lossen. In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar weergegeven (in euro’s).
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
56 | P a g i n a
Bank Percentage BNG Bank 1,749% BNG Bank 1,970% BNG Bank 1,530% BNG Bank 0,295% BNG Bank 3,040% Provincie Limburg 2,935%
Stand 1-1 Rentebedrag 2.500.000 37.085 5.489.525 107.573 1.017.109 15.152 2.800.000 7.827 5.950.000 178.286 6.000.000 176.100
Totaal
23.756.634
522.023
Aflossing 666.667 114.904 106.271 175.000 350.000 0
Stand 31-12 1.833.333 5.374.621 910.838 2.625.000 5.600.000 6.000.000
1.412.842
22.343.792
Meerjarig laten de opgenomen leningen het volgende zien: Stand per 1-1 Opname Aflossing Stand per 31-12
2026 23.756.634 0 1.412.842 22.343.792
2027 22.343.792 0 1.416.731 20.927.061
2028 20.927.061 0 1.420.690 19.506.371
2029 19.506.371 0 1.254.023 18.252.348
Leningenportefeuille uitgezette gelden Tot deze portefeuille behoren vooral leningen die conform de besluiten van de gemeenteraad zijn verstrekt aan de Stichting Kunstgras Montfoort en de Stichting Zwembad Montfoort. Het saldo van de verstrekte geldleningen bedraagt per 1 januari 2025 afgerond € 103.000, zonder hypothecaire zekerheid.
Beleggingsportefeuille Het aandelenbezit (totaal € 43.161) is niet gebaseerd op winstoogmerk. Het risico van deze aandelen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens is verwaarloosbaar. Aandelenportefeuille bestaat uit: BNG Bank Vitens Totaal
€ 31.200 € 11.861 € 43.061
Leningen met een gemeentegarantie In het kader van een publieke taak waarborgt de gemeente in sommige gevallen leningen voor investeringen die passen binnen de doelstellingen van de begroting. Het beleid ten aanzien van verstrekken van een garantie is vastgelegd in de Financiële Verordening en houdt in dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen wordt afgegeven. De portefeuille van de gegarandeerde leningen bedraagt per 1-1-2025 ongeveer € 27,01 miljoen (saldo 31-12-2024 jaarrekening). waarvoor de gemeente indirect garant staat voor leningen van de woningcorporatie afgesloten via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Hypotheekgarantie Eigen Woningen (vóór 1995) en de Gemeentelijke Verduurzamings Regeling.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
57 | P a g i n a
3.5. Bedrijfsvoering Portefeuillehouders: mr. P.J. van Hartskamp-de Jong en C.L. Jonkers
Een eigen organisatie De ambtelijke capaciteit van onze organisatie kent grenzen. Uit een benchmarkonderzoek van Berenschot (2024) blijkt echter dat onze organisatie haar taken efficiënt uitvoert. Formatief gezien bevinden we ons op het niveau van vergelijkbare gemeenten. Tegen de achtergrond van een krappe arbeidsmarkt blijft het cruciaal om de balans te bewaken tussen ambities en de uitvoeringscapaciteit. Daarom blijven we onze organisatiebehoeften en -uitdagingen continu monitoren. Gemeente Montfoort heeft zich de afgelopen jaren gepositioneerd als een aantrekkelijke werkgever met een goed imago. Vacatures worden nog steeds ingevuld, mede dankzij goed werkgeverschap, een prettige werksfeer, de platte organisatiestructuur en de korte lijnen. Dit maakt dat we goed kunnen concurreren op de arbeidsmarkt. In 2024 is een Medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder het personeel. Vermeldenswaardig is onze Employee Net Promotor Score (dNPS). Dit laat zien in welke mate medewerkers de organisatie zouden aanbevelen, om voor te werken. Het zegt iets over de medewerkerstevredenheid maar ook over de ‘employer branding’. de reclame over en reputatie van een bedrijf op de arbeidsmarkt. Gemeente Montfoort scoort op de dNPS 49. In Nederland is de gemiddelde dNPS-score tussen de 4 en 8. Wereldwijd is de score van de top 3 van de beste werkgevers gemiddeld 48.
Gemeente Montfoort scoort dus buitengewoon goed. Het is van groot belang dit zo te houden en te investeren in goed werkgeverschap. Zo kunnen we onze organisatie blijven bemensen in relatie tot de uitbreiding en steeds complexere taken waar we als gemeente voor staan en deze medewerkers ook vasthouden. Om kwaliteit en deskundigheid binnen de organisatie te waarborgen, blijft blijvende ontwikkeling van medewerkers essentieel. Naast vakinhoudelijke scholing en deelname aan de regionale Groene Hart Academy, hebben we in 2025 de Montfoort Academy doorontwikkeld en geprofessionaliseerd. Deze interne academie richt zich op soft skills en algemene vakinhoudelijke vaardigheden, afgestemd op zowel de behoeften van medewerkers als de eisen van de organisatie. Vanaf heden blijft de Montfoort Academy een structureel onderdeel van ons secundaire arbeidsvoorwaardenpakket. Daarnaast dient het opleidingsbudget te worden aangepast aan de groei van het personeelsbestand en de toename van specialistische taken bij de gemeente. Nieuwe medewerkers en één-pitters moeten opleidings- en ontwikkelingstrajecten volgen om hun deskundigheid te waarborgen. Dit is noodzakelijk omdat deze functies vaak door slechts één medewerker worden vervuld en daardoor volledig deskundig moeten zijn. Een goed bemenste organisatie met deskundige en efficiënte medewerkers is weerbaar en levert kwaliteit.