Bijlage 1 Begroting 2026
Tekst van het document
Programmabegroting 2026
Gemeente Montfoort
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6
–
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
Inhoudsopgave Programmabegroting 2026 1
Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1. Aanbiedingsbrief ........................................................................................................................1 1.2. Financiële hoofdlijnen................................................................................................................3 1.3. Dashboard financiën ..................................................................................................................6 1.3.1. Verdeling saldo begroting 2026 naar programma ....................................................................6 1.3.2. Ontwikkeling Algemene reserve en weerstandsratio ...............................................................6 1.3.3. Ontwikkeling weerstandsratio ..................................................................................................7 1.3.4. Ontwikkeling weerstandsratio t.o.v. norm ................................................................................7
2
Programmaverantwoording ............................................................................................................8 2.1. Bestuur en organisatie ...............................................................................................................8
3
2.2.
Openbare orde en veiligheid ...............................................................................................12
2.3.
Wonen en ruimte .................................................................................................................16
2.4.
Onderwijs, sport en cultuur .................................................................................................23
2.5.
Inkomen, Jeugd en Wmo .....................................................................................................27
2.6.
Overhead .............................................................................................................................35
2.7.
Algemene dekkingsmiddelen ..............................................................................................37
2.8.
Heffing Vpb en onvoorzien .................................................................................................39
Paragrafen .....................................................................................................................................40 3.1. Lokale heffingen ......................................................................................................................40
4
3.2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .........................................................................45
3.3.
Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................................50
3.4.
Financiering .........................................................................................................................54
3.5.
Bedrijfsvoering ....................................................................................................................58
3.6.
Verbonden partijen .............................................................................................................61
3.7.
Grondbeleid .........................................................................................................................73
3.8.
Subsidieverlening ................................................................................................................75
Financiële begroting ......................................................................................................................76 4.1. Overzicht baten en lasten ........................................................................................................76
5
4.2.
Geprognosticeerde balans ..................................................................................................78
4.3.
Jaarlijks terugkerende arbeidskosten .................................................................................79
Bijlagen ..........................................................................................................................................80 5.1. Reserves ...................................................................................................................................80 5.2.
Voorzieningen......................................................................................................................80
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6
–
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
5.3.
Meerjareninvesteringsplan..................................................................................................81
5.4.
Verplichte indicatoren .........................................................................................................82
5.5.
Overzicht van incidentele baten en lasten ..........................................................................84
5.6.
EMU saldo ............................................................................................................................86
5.7.
Overzicht begroting naar taakvelden..................................................................................87
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6
–
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
1
Inleiding
1.1. Aanbiedingsbrief Montfoort, 7 oktober 2025 Aan de leden van de raad van de gemeente Montfoort, Voor u ligt de programmabegroting 2026 en tevens de meerjarenraming 2027 – 2029, de vierde en laatste van onze collegeperiode. Een bijzonder moment, want het is een begroting waarin we vooruitkijken én afronden. We zijn ons ervan bewust dat de volgende collegeperiode nieuwe accenten en keuzes zal brengen. Ook dit jaar presenteren we een sluitende begroting. Deze begroting biedt een redelijke basis voor het komende college, ondanks het financieel zware weer. Meer dan ooit realiseren we ons dat de begroting een momentopname is. Het blijven onzekere tijden, waarin ontwikkelingen elders in de wereld grote gevolgen kunnen hebben voor de persoonlijke levenssfeer van onze inwoners en op de bedrijfsvoering van onze ondernemers.
Terugblik De afgelopen jaren hebben we, samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners gebouwd aan een bloeiende gemeenschap en een toekomstbestendig Linschoten en Montfoort. In 2024 is een tussenbalans van het uitvoeringsprogramma gepresenteerd waarin we hebben stilgestaan bij de destijdse behaalde resultaten (enkele voorbeelden zijn het opstellen van beleid op gebied van buitensportaccommodaties of het opstarten van de Regionale Energie Strategie). In de periode erna is er ook de nodige vooruitgang geboekt en zijn resultaten behaald. Zo zijn er stevige stappen gezet in enkele bouwprojecten en sommige zijn zelfs vastgesteld door de gemeenteraad (Burgemeester de Geusplein en Park Rapijnen), welke een positieve bijdrage gaan leveren aan de lokale woningbouw. Verder is de Groene Hart pas ingesteld voor inwoners met een laag inkomen en binnen het jeugddomein zijn er stappen richting een (verplichte) gemeenschappelijke regeling (besluitvorming in 2026) gezet.
Stand van zaken De begroting 2026 sluit met een positief saldo van € 185.000 (afgerond). Het meerjarenbeeld vanaf 2027 geeft echter een negatieve trend weer, het meerjarig saldi daalt van min € 369.000,- tot min € 519.000,- in 2029. In onderstaande tabel ‘Ontwikkeling begroting’ geven we inzicht in de financiële doorrekening van de programmabegroting 2026. In hoofdstuk 1.3. ‘Financiële hoofdlijnen’ volgt een analyse van en toelichting op het financiële resultaat.
De septembercirculaire 2025 is hierin nog niet verwerkt. De effecten ervan worden via een raadsinformatiebrief aangeboden voorafgaand aan de besluitvormende raadsvergadering. Deze raming kan nog wijzigen. Wij zijn er trots op dat wij u een structureel sluitende begroting kunnen aanbieden voor 2026 in tegenstelling tot veel andere gemeenten. Dat geeft vertrouwen. Tegelijkertijd zijn er uitdagingen die om blijvende aandacht vragen. De hoge kosten van onder andere jeugdzorg en Wmo zetten onze financiële positie, en die van veel andere gemeenten, onder druk. We blijven ervan uitgaan dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt en komt met een passende en structurele compensatie. Daarnaast hebben of gaan onze vele investeringen in de gemeente zichtbaar bijdragen aan de ontwikkeling van Montfoort en Linschoten, maar drukken ze tegelijkertijd wel op onze begroting. Dit vraagt om het maken van bewuste keuzes; nu en in de toekomst. We zijn echter voorzichtig in het toekennen van zekerheid aan het financieel meerjarenperspectief op de langere termijn. Hoe verder we vooruitkijken, hoe onzekerder het beeld namelijk wordt. We sluiten onze ogen echter niet voor het ravijnjaar wat vanaf 2028, met name in het structurele beeld, duidelijk zichtbaar wordt. Dat vraagt van ons alertheid en realisme.
Het is een reden om met open ogen naar de financiële toekomst te kijken en voorbereid te zijn op wat op ons afkomt. Met deze begroting sluiten we een bestuursperiode af, waarin we hebben laten zien dat de gemeente Montfoort P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
1|P a g i n a
vooruit kan, zelfs in financieel onzekere tijden. We laten een basis achter waarop deze gemeente verder kan groeien en bloeien. Het is ons vertrouwen dat een volgend college daarop kan voortbouwen, samen met de raad en met onze inwoners. We nodigen u uit tot behandeling van de begroting 2026 over te gaan. Burgemeester en wethouders van Montfoort, de secretaris,
de burgemeester,
M.H. van der Veer
mr. P.J. van Hartskamp-de Jong
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
2|P a g i n a
1.2. Financiële hoofdlijnen 1.2.1. Meerjarenraming 2027-2029 Uitgangspunt voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is het financieel perspectief vanuit de programmabegroting 2025 en de voorjaarsrapportage 2025. Vervolgens worden de financiële effecten van de meicirculaire 2025 en de begrotingswijzingen uit de eerste helft van 2025 verwerkt. De autonome ontwikkelingen en diverse besluiten zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. De financiële ontwikkelingen worden hieronder op hoofdlijnen toegelicht. De begrotingswijzigingen zijn per programma in deze begroting te raadplegen.
Meerjarenraming 2027-2029 Ontwikkeling begroting 2026 -380 1.492
I. Basis 2025 incl. begrotingswijzigingen II. Autonome ontwikkelingen lll. Actualisatie staand beleid Totaal Tabel 2 saldo meerjarenraming 2026 - 2029
2027 -583 1.436
-927 185
(Bedragen * € 1.000) 2028 2029 -859 -1.021 1.387 1.418
-1.222 -369
-1.100 -572
-916 -519
I. Basis 2025 inclusief begrotingswijzigingen Deze regel geeft de begrotingssaldi weer zoals deze zijn vastgesteld door de raad bij de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2025. NB: Tussen deze vaststelling en nu zijn er nog enkele kleine begrotingswijzigingen vastgesteld, welke bij de saldi zijn opgeteld.
II. Autonome ontwikkelingen 2026 a. Algemene uitkering gemeentefonds b. Ontwikkeling lokale heffingen
2027
1.165 290
c. Loon/prijs-bijstelling Totaal
2028 1.109 290
2029 1.059 290
1.090 290
38
37
38
38
1.492
1.436
1.387
1.418
Tabel 2 saldo autonome ontwikkelingen
a. Algemene uitkering gemeentefonds In de meicirculaire 2025 een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Het LPO accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Deze ramingen worden verondersteld ter dekking te dienen van de werkelijke inflatie, CAO-stijgingen en doorwerkingen van CAO-stijgingen in de bijdragen van verbonden partijen. Voorgaande circulaires hebben uitgewezen dat het Rijk hiervoor onvoldoende compenseert via het Gemeentefonds. b. Ontwikkeling lokale heffingen Afvalstoffenheffing, rioolheffing Het uitgangspunt van het beleid is dat voor afval en riolering kostendekkende tarieven in rekening worden gebracht. Daarnaast is ook het uitgangspunt, uit de Voorjaarsrapportage, om rekening te houden met 3,3% indexatie van de tarieven van de lokale heffingen. Door een stijging van afvalkosten komt de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing onder de 100% uit. Een aanvullende indexatie van de afvalstoffenheffing is benodigd. In de paragraaf ‘lokale heffingen’ wordt verder inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de heffingen. c.
Loon- en prijsstijgingen Op het gebied van loon- en prijsstijgingen zijn er meerdere ontwikkelingen verwerkt in deze begroting. De prijsstijgingen worden veroorzaakt door de indexatie van 3,3%. Daarnaast is er sprake van mutaties in de personele sfeer. Om de continuïteit en een stabiel personeelsbeleid te borgen wordt er een strategisch personeelsbeleid gevoerd. Er wordt voor drie jaar vooruitgekeken, en brengen toekomstige vacatures wegens pensionering of loopbaanontwikkeling in kaart en anticiperen daarop. Dit gebeurt door aanpassingen in de organisatie-inrichting aan te brengen en door het tijdig invullen van vacatures, zodat er nog sprake kan zijn van overdracht van kennis en kunde. Het streven blijft om alle personele mutaties in het personeelsbestand zo goed als mogelijk budgettair neutraal op te vangen.
III. Actualisatie staand beleid P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
3|P a g i n a
Actualisatie staand beleid
(Bedragen * € 1.000) 2026
a. Actualisatie kapitaallasten bestaande activa b. Actualisatie kapitaallasten nieuwe investeringen
2027
2028
2029
-639
-662
-661
-515
0
0
0
0
c. Overige bijstellingen
-289
-561
-439
-401
Totaal
-927
-1.222
-1.100
-916
a. en b. Actualisatie kapitaallasten Een jaarlijkse actualisatie van de planning van investeringen, de daadwerkelijke investeringen in 2025 leiden in 2026 tot een nadeel van € 640.000. Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte aanschaf van de woonunits op de gemeentelijke opvanglocatie IJsselveld 20 (raadsbesluit november 2024). De aanschaf van deze woonunits worden verwacht in 2026 plaats te vinden en conform het raadsbesluit worden de kapitaallasten (€ 445.000,-) direct toegerekend. Dat leidt tot de nadelige effecten vanaf 2026 tot en met 2029. Ter dekking van deze kapitaallasten wordt een deel van de normvergoeding Oekraïne ingezet. Deze baten zijn opgenomen in het onderdeel ‘overige bijstellingen’. Daarnaast worden bij de begroting alle voorgenomen investeringen en nieuwe investeringen kritisch op haalbaarheid qua planning beoordeeld. Dit kan leiden tot verschuiving in jaarschijven en dus verschuiving van kapitaallasten. In onderdeel 5.3 wordt in het MeerjarenInvesteringsPlan (MIP) een totaaloverzicht van alle verwachte investeringen voor de periode 2026 - 2029 gepresenteerd. c. Overige bijstellingen CAO: bijstelling salarissen Door de net vastgestelde gemeente – CAO voor de periode maart 2025 tot en met maart 2027 worden de salarisramingen bijgesteld. Deze bijstelling is structureel en komt uit op een bedrag van € 389.000,- (nadelig).
Stijging bijdragen GR-en Gedurende 2025 hebben de GR-en hun begrotingen 2026 voorgelegd aan hun deelnemers, met daarin de melding dat de bijdragen 2026 zullen stijgen, onder andere vanwege stijgende inflatie en omdat er recent in de publieke sector CAO-afspraken zijn gemaakt. Op basis van deze begrotingen 2026 zijn de GR-bijdragen 2026 in totaal (structureel) gestegen met circa € 120.000,-. Indexatie subsidies Conform de Voorjaarsrapportage 2025 is de indexatie voor de subsidies gesteld op 3,3%. Het financiële effect bedraagt structureel vanaf 2026 circa € 250.000,Bijstelling sociaal domein Binnen het sociaal domein worden de budgetten voor de volgende onderdelen aangepast: Wmo vervoersdiensten, Wmo begeleiding en PGB-Jeugd. Bij vervoersdiensten Wmo, stijgen de kosten van de regiotaxi, vanaf 2026 met € 15.000,- structureel. Voor Wmo begeleiding wordt vanaf 2026 meer zorg verwacht waardoor meer inzet wordt verwacht van intensieve zorgvragers. Dit leidt tot een structurele bijraming van € 50.000,-. En voor PGB-jeugd is er sprake van een verplichte ophoging van de uurtarieven wegens wettelijke bijstellingen. Hier gaat het om een structurele bijstelling van € 40.000,-.
Bijstelling overig Tevens wordt voorgesteld om door actuele ontwikkelingen de volgende budgetten bij te stellen: Opleidingsbudget: - door de krapte op arbeidsmarkt is het moeilijker om specialistisch werk ingevuld te krijgen. Als die invulling onverhoopt niet lukt, en de deskundigheid wel vereist is voor het werk, is het nodig om onze functionarissen meer opleidingsmogelijkheden aan te bieden om zo die vereiste deskundigheid te verkrijgen; - tevens is door de toename van het aantal personeelsleden mede door de toename van specialistische taken die overgeheveld worden naar de gemeente. Daardoor ook toename van het aantal eenpitters. Deze nieuwe medewerkers moeten in het kader van deskundigheidbevordering opleidingstrajecten volgen. Deze specialistische functies kunnen namelijk formatief gezien, vanwege de kleinschaligheid van onze organisatie, slechts door één functionaris worden ingevuld. Deze functionarissen dienen daarom volledig deskundig te zijn. Inhuurbudget: Aansluitend op het vorige punt, omdat het lastig blijft functies ingevuld te krijgen zoals bijvoorbeeld een vacature voor verkeerskundige (ontstaan in 2025) en twee vacatures binnen juridische zaken zijn, leidt dit ertoe dat voor een langere periode deze vacatures ingevuld worden door middel van inhuurkrachten. Het zijn functies welke specifieke kennis, kunde en expertise betreft.
De onder uitputting van loonkosten is niet voldoende om de kosten voor deze inhuur te dekken. Dit heeft te maken met het feit dat de tarieven voor inhuurkrachten minimaal tweemaal zo hoog zijn, als de uurlonen welke passend zijn bij deze functies. Om deze reden dient het centraal inhuurbudget opgehoogd te worden. P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
4|P a g i n a
Budget Groen Dit betreft de actualisatie van het budget Groen op drie onderdelen: onkruidbeheersing, maaien en knippen en op beplantingen. Dit zijn door derden uitgevoerde werkzaamheden. De bijraming is nodig, omdat de inzet van Fermwerk in 2025 is komen te vervallen. De inzet van Fermwerk was relatief goedkoop, ten opzichte van een commerciële partij. Dit werk wordt nu overgenomen door een andere aannemer. Daarnaast is er, vanwege een aanbesteding, ook een nieuwe overeenkomst aangegaan met een huidige aannemer, waarbij de prijzen hoger zijn. Per saldo leidt dit tot hogere kosten. Het structurele effect bedraagt € 100.000,- nadelig. Opbrengsten leges omgevingsvergunningen 2025 is het tweede jaar na invoering van de Omgevingswet, de raming van de opbrengsten voor 2026 kan op basis van de jaaropbrengsten 2023 en 2024 nauwkeuriger worden ingeschat. Voorgesteld wordt om de legesopbrengst omgevingsvergunningen structureel te verhogen met € 120.000,-.
1.2.2. Provinciaal toezicht De door de gemeenteraad vastgestelde begroting 2026 dient vóór 15 november 2025 aan de provincie te worden toegestuurd. De provincie toetst of de gemeentebegroting voldoet aan de gestelde wettelijke vereisten en provinciale regelgeving. De standaard vorm van provinciaal toezicht is repressief toezicht. Dit betekent dat de provincie de gemeente "op afstand volgt". Bij repressief toezicht hebben de begroting en begrotingswijzigingen van een gemeente rechtskracht zonder de goedkeuring van de provincie. De begroting 2026 sluit met een positief saldo van € 184.830,- (waarvan € 284.000 incidenteel). Dit betekent een positief structureel saldo van € 469.000,-. Vanaf 2026 is een duidelijke terugval te zien in het meerjarig saldi. In 2027 wordt een negatief saldo verwacht van min € 369.000,- en loopt op tot min € 519.000,- in 2029. Dit heeft voornamelijk te maken met een terugval uit het Gemeentefonds, het wegvallen van incidentele middelen vanuit het rijk en de stijgende kosten in het sociaal domein. Onze toezichthouder heeft aangegeven de focus te leggen op een sluitende begroting 2026 en begrip te hebben voor de lastige situatie rondom de meerjarenraming.
Meerjarenraming 2026-2028 (structureel) 2026
2027
Basis 2025 incl. begrotingswijzigingen
-380
Autonome ontwikkelingen
1.492
Actualisatie staand beleid
-927
Saldo meerjarenraming 2026 - 2029 (na ontwikkelingen)
185
Saldo incidentele baten en lasten Saldo meerjarenraming 2026 - 2029 (structureel)
2028 -583
2029 -859
-1.021
1.436
1.387
1.418
-1.222
-1.100
-916
-369
-572
-519
284
71
76
-105
469
-298
-496
-624
1.2.3. Conclusie Met deze begroting laten we zien dat er in 2026 nog sprake is van een sluitende jaarschijf. Maar dat voor de jaarschijven 2027 tot en met 2029 een dalende trend zichtbaar is, die zich uit in een toenemend negatief saldi. Voor de gemeente Montfoort geldt dat het zogeheten ravijnjaar vooral vanaf 2027 tot uiting komt. Ondanks de positieve saldi en het begrip van de provincie voor het ravijnjaar zijn er nog allerlei variabele externe factoren om onomkeerbare beslissingen te nemen die leiden tot verschralen van de kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening en voorzieningen voor onze inwoners. De belangrijkste (externe) factor, nu het huidige kabinet demissionair is en in 2026 een nieuw kabinet zal aantreden, hoe en welke invulling dit nieuwe kabinet zal gaan geven aan hun plannen. In haar kielzog zal zij cruciale beslissingen gaan nemen over de klimaatcrisis, de opvangcrisis, de energiecrisis, de stikstofcrisis en andere belangrijke zaken. In welke mate en op welke wijze deze de gemeente gaat beïnvloeden blijft voor nu onduidelijk.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
5|P a g i n a
1.3. Dashboard financiën 1.3.1. Verdeling saldo begroting 2026 naar programma
1.3.2. Ontwikkeling Algemene reserve en weerstandsratio Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Algemene reserve Onttrekking begroting 2026
5.402.595
5.587.425
5.218.580
4.646.817
Saldo algemene reserve Saldo begroting 2026
5.402.595 184.830
5.587.425
5.218.580
4.646.817
Saldo begroting 2027
-368.845
Saldo begroting 2028 Saldo begroting 2029
-571.763 -519.040
Saldo algemene reserve na begrotingsdoorrekening 5.587.425 5.218.580 4.646.817 2026
4.127.777
De ontwikkeling van de Algemene reserve gaat uit van de stand per 1 januari. De reeds vastgestelde reservemutaties zijn in deze stand verwerkt (o.a. jaarrekening 2024, voorjaarsrapportage 2025 en de meicirculaire 2025). De reservemutaties naar aanleiding van de najaarsrapportage 2025 en eventuele effecten van de september- en decembercirculaires 2025 zijn hierin nog niet verwerkt. De weerstandsratio is gebaseerd op de benodigde weerstandscapaciteit. Hiertoe zijn de bekende en kwantificeerbare risico’s vastgesteld (een overzicht hiervan is te vinden in paragraaf 3.2). De omvang van de benodigde weerstandscapaciteit voor 2026 is bepaald op € 2.013.000,-. Destijds is bepaald, als onderdeel van ons financieel beleid, dat de weerstandsratio voor de gemeente Montfoort minimaal 1,5 moet bedragen. P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
6|P a g i n a
1.3.3. Ontwikkeling weerstandsratio Ontwikkelingen weerstandsratio Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (a) Berekend weerstandsrisico (zie totaal risico’s) (b) Benodigde weerstandscapaciteit ( c) (= 1,5x b) Vrije ruimte in de weerstandsvermogen --> (d) (= a-c) Weerstandsratio
2026
2027
2028
2029
5.417.306 1.342.631
5.402.595 1.342.631
5.587.425 1.342.631
5.218.580 1.342.631
2.013.947 3.403.360
2.013.947 3.388.649
2.013.947 3.573.479
2.013.947 3.204.634
4,03
4,02
4,16
3,89
1.3.4. Ontwikkeling weerstandsratio t.o.v. norm
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
7|P a g i n a
2
Programmaverantwoording 2.1. Bestuur en organisatie Portefeuillehouder(s):
mr. P.J. van Hartskamp-de Jong en W. van Wikselaar
1.01 Bestuur B €0 L € 1.483.883
1. Bestuur en organisatie 1.02 Burgerzaken B € 306.195 L € 437.303
B* € 578.447 L* € 2.229.621
1.03 Beheer ov. gebouwen B € 272.252 L € 308.435
*) B = baten en L = lasten
Ambitie Samen verder bouwen aan de toekomstbestendigheid van de gemeenschap, dat kenmerkt dit college in deze collegeperiode. Samenwerken met de gemeenschap waarbij er respect voor ieders rol en verantwoordelijkheden is. Participatie, openstaan voor maatschappelijke initiatieven en co-creatie zijn kernwoorden die hierbij passen. Als gemeentebestuur zijn we benaderbaar, hebben een luisterend oor en zijn transparant in ons handelen. De ambtelijke organisatie is wendbaar en handelt passend bij de voorliggende situatie.
Trends en ontwikkelingen • • • •
•
Gemeenten worden steeds meer uitvoeringsorganisaties van rijk en provincie, waardoor minder ruimte voor specifiek lokaal beleid is. Het biedt daarentegen kansen om lokaal in het ‘hoe we de dingen doen’ voor de gemeenschap het verschil te maken. Werken aan vertrouwen tussen gemeenschap en overheid vraagt (meer) inspanning om het wederzijds vertrouwen te doen groeien. Dit vraagt om een werkwijze die aansluit bij de belevingswereld van de gemeenschap (leefwereld) en om een benaderbare overheid. De vitaliteit van de gemeenschap staat onder druk door demografische ontwikkelingen en toenemende pluriformiteit. Dit vraagt om een bestuurscultuur die aandacht voor de geluiden uit de gemeenschap en een luisterend oor heeft, en om oog voor het behoud en versterken van de bestaande sociale cohesie. We hebben op dit moment te maken met elkaar in rap tempo opvolgende ontwikkelingen in de samenleving en de instabiele toestand in de wereld, die zorgen voor de noodzaak van een wendbare organisatie om adequaat om te kunnen gaan met situaties. Zoals met de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de opvangcrisis in de asiel- en migratieketen en armoedebestrijding. Er is een toenemend aantal complexe vraagstukken die op regionale schaal georganiseerd worden en waar we als gemeente inbreng te leveren hebben.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
8|P a g i n a
Kaderstellende beleidsnota’s • • • • • • •
Uitvoeringsprogramma college 2022-2026 ‘Samen verder bouwen aan een toekomstbestendig Linschoten en Montfoort’ Inrichtingsplan gemeente Montfoort ‘Gewoon bijzonder, Bijzonder gewoon’ Personeelsbeleid gemeente Montfoort Nota Reserves en Voorzieningen Nota Activabeleid Communicatiebeleidsplan Beleidsnotitie over exploitatie, onderhoud en beheer gemeentelijk vastgoed
Verbonden / uitvoerende partijen I. II.
U10/U16 K80
Programmaonderdeel 1.01: Bestuur Wat willen we bereiken? 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Een herkenbaar en benaderbaar bestuur. Een deskundige, efficiënte en wendbare ambtelijke organisatie. Een overheid die werkt vanuit de bedoeling en daardoor een natuurlijke partner is voor de gemeenschap. Succesvolle samenwerking(en) behouden en waar nodig nieuwe samenwerking(en) aangaan. Een structureel financieel gezonde gemeente zijn en een aantrekkelijke partner in de regio blijven. Een overheid die bereikbaar is voor inwoners, bedrijven en organisaties met wie het makkelijk communiceren is.
Wat gaan we ervoor doen? 1. 2.
3.
4.
5.
6.
Als college zijn we toegankelijk voor inwoners en ondernemers uit onze krachtige gemeenschap. We zijn zichtbaar aanwezig in de samenleving en we zoeken daarbij actief de verbinding, bijvoorbeeld door uit te leggen hoe en waarom besluiten worden genomen en met welke dilemma’s we te maken hebben. Aantrekken, behouden en verder ontwikkelen van een deskundig personeelsbestand. Dit doen we door uitvoering te geven aan het personeelsbeleid van gemeente Montfoort met aandacht voor duurzame inzetbaarheid, efficiënt werken, werkgeluk en goede opleidings- en ontwikkelmogelijkheden. Ook werken we actief aan ons positieve imago op de arbeidsmarkt als werkgever. We vinden het belangrijk om in onze manier van handelen de verbinding te zoeken. Daarom gaan we naar de gemeenschap toe en gaan we in gesprek met onze burgers en partners. Dit vraagt deels om een omslag in denken en dat we meer gaan werken vanuit de bedoeling, ook bij onze uitvoeringspartners. Tevens vraagt dit om voldoende tijd en ruimte om participatie vorm te geven. Via gebiedsmanagement brengen we verbinding tot stand tussen gemeente en inwoners, en ondersteunen we burgerinitiatieven. Begin 2025 hebben we onderzocht wat dit vraagt van onze organisatie. Nu ligt de focus op het implementeren van deze aanpak.
Op themaniveau vinden we elkaar in het Lopikerwaardgebied, zoals bij de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Binnen de U16 werken we met 15 andere Utrechtse gemeenten samen, onder andere aan de stapsgewijze realisatie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Ook blijven we betrokken bij het traject van de RES binnen de RES-regio U16. Daarnaast blijven we doorgaan met het lidmaatschap van de K80 om onze belangen binnen de VNG en bij het rijk te behartigen. Bij verbonden partijen en organisaties met een subsidierelatie houden we de vinger aan de pols over de kwalitatieve uitvoering en de financiële kaders. Door middel van de planning-en controldocumenten geven we inzicht in de financiële stand van zaken. Financiële tekorten worden waar mogelijk binnen het programma opgevangen. Als dat niet mogelijk blijkt, dan wordt de raad betrokken bij de oplossingsmogelijkheden. Zo houden we grip op de financiën, blijven we financieel gezond en daarmee een aantrekkelijke partner in de regio om mee samen te werken. Uitgangspunt bij samenwerking is en blijft het voor onze inwoners goed behartigen van hun belangen en de kwaliteit van dienstverlening. Onze communicatie is laagdrempelig en toegesneden op specifieke doelgroepen, waarbij de passende communicatiekanalen gekozen worden om deze doelgroepen te bereiken.
Daarbij maken we gebruik van digitale mogelijkheden en behoud van persoonlijke nabijheid. We werken aan een nieuw participatiebeleid en richten een vorm van gebiedsmanagement in.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
9|P a g i n a
Programmaonderdeel 1.02: Burgerzaken Wat willen we bereiken? 1. 2. 3. 4.
Op dezelfde manier doorgaan met passende dienstverlening aan onze inwoners. Verhogen adreskwaliteit in de Basisregistratie Personen (BRP). Aanpassingen in de jaarlijkse zelfevaluatie BRP doorvoeren. Adequaat verkiezingen organiseren.
Wat gaan we ervoor doen? 1. De verwachting is dat er in 2026 weer meer aanvragen van reisdocumenten zullen komen. Dit is gebaseerd op het feit dat ruim 10 jaar geleden de geldigheid van reisdocumenten van 5 naar 10 jaar ging. Houders van reisdocumenten worden geïnformeerd over de afloop van de geldigheid. In 2025 was het aantal aanvragen minder dan verwacht. De openingstijden bewegen mee met het aantal afspraken die voor het aanvragen van een reisdocument worden gemaakt. Helaas komt het regelmatig voor dat mensen niet komen opdagen zonder de afspraak af te zeggen. Door het niet nakomen van afspraken wordt de organisatie in een lastig parket geplaatst. Men realiseert zich blijkbaar onvoldoende dat er een plek in de agenda bezet is gehouden waar iemand anders graag gebruik van had gemaakt. Daarnaast zijn diverse administraties, zoals de begraafplaatsadministratie, leerlingenvervoer, invalideparkeerkaart/plaats, ontheffing blauwe zone, administratieve ondersteuning APV, subsidieproces en postregistratie bij het KCC ondergebracht. Dit zorgt voor een snelle afhandeling van de diverse aanvragen en verzoeken. 2. Ook zal in 2026 weer een aantal integrale controles met een aantal ketenpartners, waaronder de politie, het RIEC, de Omgevingsdienst regio Utrecht en soms de belastingdienst, plaatsvinden, om onder andere spookbewoning tegen te gaan 3.
Jaarlijks voeren we de zelfevaluatie Basisregistratie Personen (BRP) uit. Dit is een onderzoek naar de inrichting, werking en beveiliging van de BRP, gecombineerd met een onderzoek naar de verwerking van gegevens. De zelfevaluatie BRP bestaat uit een vragenlijst, een bestandscontrole en een inhoudelijke controle van persoonslijsten op basis van brondocumenten. Doelstelling van de aanpassingen is het opstellen van toetsbare normen en een beter beeld van de dienstverlening aan burgers. Daarbij is een onderscheid gemaakt in normen die toezien op het naleven van de wet- en regelgeving (rechtmatigheidsvragen) en normen die toezien op de sturing door gemeenten op de eigen kwaliteitsdoelen voor de BRP. 4. Op 18 maart 2026 vinden weer gemeenteraadsverkiezingen plaats. Deze gaan we volgens de dan geldende weten regelgeving organiseren en uitvoeren. Recente wijzigingen in de Kieswet hebben als doel nog beter aan te tonen dat de verkiezingen betrouwbaar zijn verlopen, maar hebben wel als gevolg dat het een arbeidsintensiever traject is geworden wat meer tijd en inspanning vraagt van de medewerkers.
Programmaonderdeel 1.03: Beheer gebouwen Wat willen we bereiken? 1. Het onderhoud van onze gemeentelijke gebouwen op niveau 3 handhaven. Dit wil zeggen dat we het op het onderhoud op gemiddeld niveau houden. Als een pand in een herontwikkelingsgebied ligt, wordt het alleen winden waterdicht gehouden en veilig beheerd. 2. Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. 3. In 2030 49% minder CO2-uitstoot dan in 1990. 4. Eenduidigheid in verhuur, verpachting en beheer van al het gemeentelijk vastgoed.
Wat gaan we ervoor doen? 1. Uitvoering geven aan het verduurzamingsmeerjarenonderhoudsplan voor het commercieel gemeentelijk vastgoed 2026 – 2035 en aan een zelfde plan voor het overig gemeentelijke vastgoed. Het eerstgenoemde plan zal in het laatste kwartaal van 2024 aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Het tweede plan wordt financieel verwerkt in het eerste kwartaal van 2025. 2. Zie 1. 3. Zie 1. 4. Verdere uitvoering geven en blijven geven van de in 2021 vastgestelde notitie exploitatie, onderhoud en beheer gemeentelijk vastgoed.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
10 | P a g i n a
Financieel overzicht (bedragen x € 1.000) Rekening Begroting*
Programma 1. Bestuur en organisatie
2024
LASTEN (actuele begr'25)
2025
2.619
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
2.655
2.655
2.655
2.655
93 -556 37,1
93 -556 28,1
93 -556 32,1
93 -556 26,1
2.655
Mutaties: Doorbelasting salarismutaties (o.a. CAO) Incidenteel 2025 (Oek raïne en amendement grondgebruik ) Overig Totaal lasten Begroting 2026 BATEN (actuele begr'25)
2.619
2.655
2.230
2.220
2.224
2.218
598
1.289
1.289
1.289
1.289
1.289
-729,4 19
-729,4 19
-729,4 19
-729,4 19
Incidenteel 2025 (grondopbrengsten) Overig Totaal baten begroting 2026
598
1.289
578
578
578
578
2.021
1.366
1.651
1.642
1.646
1.640
- waarvan incidenteel
333
-173,4
0
0
0
0
- waarvan structureel
1.688
1.539
1.651
1.642
1.646
1.640
Saldo baten en lasten voor mutaties reserves
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekking aan reserves
30
300
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves
-30
-300
0
0
0
0
30
-300
0
0
0
0
0
0
0
0
0
- waarvan incidenteel - waarvan structureel
-
Saldo baten en lasten na mutaties reserves
1.991
1.066
1.651
1.642
1.646
1.640
Structureel saldo na mutaties reserves
1.688
1.539
1.651
1.642
1.646
1.640
Kredieten 2026 Planning jaar afronding 42.018 2026 30.164 2026 55.000 2026
Investeringen programma 1
Krediet per 2026
Kasteel Montfoort vervangen lift Oude Stadshuis vervangen lift Nieuwe discussieposten Raadszaal
€ € €
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
-
11 | P a g i n a
2.2. Openbare orde en veiligheid Portefeuillehouder(s):
mr. P.J. van Hartskamp-de Jong
2. Openbare orde en veiligheid B* € 57.354 L* € 1.629.345
2.01 Veilgheid en brandweer B € 57.354 L € 1.629.345
*) B = baten en L = lasten
Ambitie Onze ambitie op het gebied van openbare orde en veiligheid is om overlast verder terug te dringen, nieuwe crises te beheersen, nieuwe vormen van criminaliteit te bestrijden en het veiligheidsniveau op de traditionele vormen van criminaliteit te stabiliseren of verlagen. Deze brede ambitie maken we waar vanuit een integrale aanpak en door intensieve samenwerking met veel verschillende partners. De nadruk ligt daarbij op preventie, maar we schromen niet om op te treden als dat nodig is. Onder de brede ambitie werken we aan zes thema’s: • Buurt & wijk: Inwoners en ondernemers voelen zich veilig, het aantal traditionele geregistreerde misdrijven stijgt in ieder geval niet en de sociale cohesie en participatie zijn optimaal. • Jeugd & veiligheid: Jongeren kunnen zich in een veilige omgeving ontwikkelen en structurele jongerenoverlast komt nauwelijks voor. • Zorg & veiligheid: Overlast en onveilige situaties worden tot een minimum beperkt door een maatwerk aanpak te bieden aan inwoners met onbegrepen gedrag of meervoudige problematiek. • Ondermijnende criminaliteit: Voorkomen en bestrijden van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in gemeente Montfoort. • Digitale veiligheid: Inwoners en ondernemers zijn weerbaar tegen risico’s en dreigingen van de snel digitaliserende maatschappij.
• Crisisbeheersing: Adequaat optreden bij de (dreiging van) incidenten, rampen en (langdurige) crises en daarmee de impact voor inwoners en ondernemers beheersen.
Trends en ontwikkelingen • • • • •
Verharding van de criminaliteit Verschuiving van traditionele criminaliteit naar ondermijnende en cybercriminaliteit Toenemende verleiding voor (met name) kwetsbare jongeren vanuit de criminele wereld Verdere normalisering van gebruik van hard- en softdrugs Toename digitale dreiging en cybercriminaliteit
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
12 | P a g i n a
• • •
Meer- en langdurigere incidenten met personen met onbegrepen gedrag Vrijkomende (agrarische) bebouwing Groei van sociale tegenstellingen in de samenleving
Kaderstellende beleidsnota’s • •
Meerjarig Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 Regionale VeiligheidsStrategie
Verbonden en / of uitvoerende partijen I. Politie II. Horeca en ondernemers III. Woningcorporatie Cazas Wonen IV. Welzijnsinstelling SWOM V. GGD regio Utrecht VI. Zorg- en Veiligheidshuis Utrecht VII. Regionaal informatie- en expertise centrum (RIEC) VIII.Veiligheidsregio Utrecht (VRU) IX. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) X. Onderwijsinstellingen (primair en middelbaar) XI. Zorginstellingen XII. Jeugdteam / De Thuisbasis
Programmaonderdeel 2.01: Brandweer en crisisbeheersing Wat willen we bereiken? 1. De samenleving keert na een ramp of crisis zo snel mogelijk terug naar normaal, door de juiste keuzes te maken in de aanloop naar en tijdens een ramp of crisis. 2. Zelfredzame inwoners zijn behulpzaam tijdens incidenten, crises en rampen om verminderd zelfredzamen te helpen. 3. Het aantal risicovolle situaties bij publieksevenementen wordt tot een minimum beperkt.
Wat gaan we ervoor doen? 1. De mate van geoefendheid van gemeentelijke sleutelfunctionarissen en het functioneren van de crisisorganisatie brengen en houden we op peil. We zorgen voor een effectieve inrichting en inzet van de crisisorganisatie. We doen dit om met name bij langdurige crises ook de reguliere gemeentelijke taken te kunnen leveren en de impact voor inwoners en bedrijven zoveel mogelijk beperken. 2. Met onze partners organiseren we trainingen, workshops en voorlichting voor inwoners over handelingsperspectief en levensreddende vaardigheden bij noodsituaties. 3. Adviseren op veiligheidsaspecten bij aanvragen van vergunningen voor (middel)grote en risicovolle publieksevenementen (zogenaamde B- en C-evenementen). Samen met de partnerdiensten organiseren van een integrale schouw voor de start van risicovolle publieksevenementen.
Programmaonderdeel 2.02: Openbare Orde en Veiligheid Wat willen we bereiken? 1. Het veiligheidsgevoel onder inwoners en ondernemers verbetert. 2. Het aantal traditionele vormen van criminaliteit (zoals woninginbraken, fietsendiefstal en vandalisme) stabiliseert of neemt af. 3. Inwoners voelen zich betrokken en verantwoordelijk voor de veiligheid in hun wijk of omgeving. 4. Situaties die kunnen leiden tot maatschappelijke onrust worden tijdig gesignaleerd en in de kiem gesmoord. 5. We zijn goed in verbinding met onze jongeren. 6. We bieden mogelijkheden aan jongeren om van een crimineel pad af te kunnen stappen. 7. Jongeren komen niet in aanraking met de georganiseerde (drugs)criminaliteit, kunnen negatieve onderlinge groepsdruk weerstaan en gebruiken geen drugs- en alcohol voor hun 18e verjaardag. 8. Inwoners kunnen rekenen op adequate zorg en maatregelen voor personen die door hun gedrag overlast en onveilige situaties veroorzaken. En weten hoe te handelen bij signalen of zorg in dergelijke situaties. 9. Afname, ontmoediging en handhaving van drugscriminaliteit. 10. Indammen of sluiten van risicolocaties en -branches. 11. Inwoners (jong en oud) en ondernemers zijn weerbaar tegen ondermijning en cybercriminaliteit. 12. De gemeente is integer en weerbaar tegen invloeden van ondermijning en werkt aan minimalisering van de kans op data- en informatielekken.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
13 | P a g i n a
Wat gaan we ervoor doen? 1. We stimuleren meldings- en signaleringsbereidheid door inwoners en ondernemers onder andere door gerichte communicatiecampagnes of tools zoals meldmisdaad anoniem. Tweejaarlijks monitoren we middels enquête onder inwoners het veiligheidsgevoel. Daarmee kunnen we het veiligheidsgevoel door de tijd heen volgen. De monitor is in 2025. 2. Het accent van onze aanpak ligt op preventie, in nauwe samenwerking met onze veiligheidspartners, inwoners en ondernemers. 3. We stimuleren de inzet van buurtbemiddeling, zodat inwoners in een vroegtijdig stadium zelf bijdragen aan de oplossing, en faciliteren burgerinitiatieven die aan dit doel bijdragen. 4. We verstevigen de informatiepositie in de gemeenschap, zodat we eventuele maatschappelijke onrust tijdig signaleren. We doen dat door verdere samenwerking met organisaties die midden in onze samenleving staan en door verder invulling te geven aan wijkmanagement. Samen met onze partners bepalen we hoe we maatschappelijke onrust gezamenlijk beheersen. We voeren bij gerichte signalen integrale controles uit gevolgd door passende handhaving. Controles op illegale bewoning en bij signalen van ondermijning hebben topprioriteit. 5. Samen met inwoners, ondernemers, jongerenwerk en jongeren werken we aan duurzame oplossingen om eventuele overlast tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Dit doen we onder andere door een handelingsperspectief op ter stellen en het diverse aanbod van activiteiten voor jongeren te bezien. 6. Jongeren die afglijden richting (drugs)criminaliteit of structureel ernstige overlast veroorzaken, bieden we een aanpak op persoons- en groepsniveau waarbij jongeren zowel begrensd worden als perspectief en hulp wordt geboden. 7. Met het onderwijs bespreken we hoe ouders, verzorgers en docenten de signalen van mogelijk afglijden en druggebruik gaan herkennen en wat ze daar vervolgens mee kunnen doen. Daarbij verkennen we ook óf, en zo ja met welke lesprogramma’s we de scholen kunnen faciliteren. Het horecaconvenant “Veilig uitgaan” is in 2023 afgesloten met de horecaondernemers. 8. We werken met een persoonsgerichte aanpak, samen met de zorg- en veiligheidspartner om overlast en onveilige situaties te doen stoppen. Inwoners weten waar ze terecht kunnen met signalen of zorgen die te maken hebben met onbegrepen gedrag, huiselijk geweld of kindermishandeling. 9. We versterken onze informatiepositie ten aanzien van het verstoren van criminele samenwerkingsverbanden en versterken onze integrale aanpak mede gebaseerd op “van signaal tot interventie”. Daarnaast benutten we maximaal het beschikbare instrumentarium door drugscriminaliteit strafrechtelijk, fiscaal en bestuursrechtelijk aan te pakken.
We blijven uitstralen dat drugsgebruik niet oké is Daarbij hoort ook de aanpak van (drugs-) overlast. We brengen in kaart en minimaliseren de voornaamste kwetsbaarheden en risico’s in de fysieke leefomgeving, die tot maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden vanwege de keteneffecten. 10. We brengen risicolocaties in beeld en pakken die aan met integrale controles en handhaving. 11. We zetten campagnes op om inwoners en ondernemers verder bewust te maken van signalen en de gevolgen van ondermijning, en van de mogelijkheid situaties anoniem te melden. In samenwerking met de VNG, VRU, politie en andere partners ontwikkelen we een aanpak vanuit weerbaarheid cybercrime en online fraude. We verkennen de mogelijkheid van een meldpunt waar het midden- en kleinbedrijf (MKB) cyberincidenten kan melden. 12. We brengen de kwetsbaarheden in de gemeentelijke organisatie in beeld en ondernemen acties om deze te beheersen. Daarnaast zetten we bewustwording in de organisatie voort op signalen van ondermijning, informatieveiligheid en phishing mails.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
14 | P a g i n a
Financieel overzicht Rekening Begroting* Begroting 2026 2024 2025
Programma 2. Openbare orde en veiligheid LASTEN (actuele begr'25)
1.610
1.594
Mutaties: Bijdrage VRU Overig Totaal lasten Begroting 2026
1.594
1.594
1.594
21 14
21 23
21 22
21 21
1.594
1.629
1.637
1.636
1.634
57
56
57
57
57
57
57 1.553 0 1.553
56 1.539 0 1.539
57 1.572 0 1.572
57 1.579 0 1.579
57 1.578 0 1.578
57 1.577 0 1.577
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
1.553 1.553
1.539 1.539
1.572 1.572
1.579 1.579
1.578 1.578
1.577 1.577
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel Saldo baten en lasten na mutaties reserves Structureel saldo na mutaties reserves *) Begroting 2025 na vastgestelde wijzigingen
1.594
1.610
BATEN (actuele begr'25) Totaal baten begroting 2026 Saldo baten en lasten voor mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
(bedragen x € 1.000) Raming Raming 2028 2029
Raming 2027
Kredieten 2026 Investeringen programma 2
Krediet per 2026
-
-
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
Planning jaar afronding -
M o n t f o o r t
-
15 | P a g i n a
2.3. Wonen en ruimte Portefeuillehouder(s): mr. P.J. van Hartskamp-de Jong, C. L. Jonkers, drs. C. van Dalen en W. van Wikselaar
3.10 Mutatie reserve B € 556.970 L € 506.500 3.08 Begraafplaatsen B € 168.860 L € 191.761 3.07 Vergunning, handh. en milieu
3.01 Wegen en verkeer B € 28.744 L € 1.983.120 3.02 Water L € 143.332
3. Wonen en ruimte B* € 6.253.763 L* € 11.222.274
B € 1.063.687 L € 3.215.100 3.06 Afval B € 2.291.333 L € 1.648.670
3.05 Riolering
3.03 Economie B € 7.986 L € 456.813 3.04 Groen en speel-voorz. B€0 L € 1.568.669
B € 2.136.416 L € 1.508.080
*) B = baten en L = lasten *) Hierboven staan de werkelijke baten en lasten per taakveld weergegeven. Voor de berekening van de kostendekkende tarieven van bijvoorbeeld afval, riolering, begraafplaatsen en vergunningen en handhaving worden er aanvullende kosten doorbelast aan de taakvelden, zoals overhead en BTW.
Ambitie Onze ambitie is om te zorgen voor leefbare kernen en een vitaal buitengebied. Voor leefbare kernen is het van belang om voldoende betaalbare woongelegenheid te hebben, voor jong en oud, voor bijzondere doelgroepen en voor personen met een zorgbehoefte. Maar ook dat de basisvoorzieningen bereikbaar zijn, de openbare ruimte functioneel en aantrekkelijk is, er ruimte is voor werkgelegenheid en er een levendige middenstand met horeca is. In een vitaal buitengebied wordt in samenhang ruimte geboden aan diverse opgaven. Onze ambitie is om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak, waarin vraagstukken over natuur, watersystemen (waterberging), energiebehoefteen opwekking, het tegengaan van ondermijning, het beleven van het buitengebied door recreatie en toerisme en een structureel rendabele landbouwsector worden opgepakt. Er zijn diverse ontwikkelingen die een steeds bredere blik verlangen en waarvan de urgentie steeds zichtbaarder wordt. Deze onderwerpen passen niet meer in de huidige onderverdeling, maar behoeven wel verantwoording. Daarmee ontstaat de behoefte voor een nieuw onderdeel welke zich richt op de toekomstbestendigheid van onze gemeente. Er gebeurt al veel en dit laten we nu samenkomen, denk aan thema’s al klimaatadaptatie, circulariteit, warmtetransitie, landbouwtransitie en de energietransitie.
Trends en ontwikkelingen • •
Er is een toenemende druk op de ruimte in de regio; wonen, economie, recreatie, natuur en energie vragen om steeds meer ruimte. De toenemende ruimtedruk vraagt om sterkere regionale samenwerking en afstemming. Het rijk heeft regie gepakt op ruimtelijke ordening en wonen met de Nationale Woon- en Bouwagenda, onder andere door aan te sturen op een substantieel aandeel betaalbare en /of sociale woningbouw. Er is diverse wetgeving (in
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
16 | P a g i n a
• • • • • • • • •
ontwikkeling) die meer gemeentelijke taken en (dwingende) beleidskaders met zich meebrengt. Denk aan de Wet Goed Verhuurderschap, de Wet Betaalbare Huur en de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting en aanwijzing van het NOVEX-gebied Groene Hart. De financiële vergoeding van het rijk voor deze extra taken lijkt niet kostendekkend. Omdat het wel wettelijk verplichte taken zijn is er (beperkt) extra budget nodig. Realisatie van betaalbare woningbouw wordt lastiger vanwege stijgende prijzen en schaarse materialen. De opgave om kwetsbare inwoners te huisvesten blijft groot en urgent. Dit doordat deze doelgroepen niet of nauwelijks zelfredzaam zijn op de oververhitte woningmarkt en er al 8 jaar geen nieuwe sociale huurwoningen van de corporaties zijn gerealiseerd in de gemeente. De provincie stelt elke anderhalf jaar het Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) vast. Hierin wordt onder andere aangegeven welke locaties buitenstedelijk gerealiseerd mogen worden. Inbreng wordt regionaal afgestemd in het Regionaal Programma Wonen en werken (RPWW), voor gemeente Montfoort via de U16. Teruglopend voorzieningenniveau van de centra; er is steeds meer leegstand. De veranderingen in het klimaat hebben invloed op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. We krijgen steeds vaker te maken met extremen. Dit heeft gevolgen voor onze gezondheid, veiligheid, leefbaarheid en economie.
Daarom willen we ons hier goed op voorbereiden. De provincie Utrecht heeft de concept Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (ULG) opgesteld om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak. Toenemende invloed van de opgaven volgens het klimaatakkoord; woningen van het gas, meer elektrische mobiliteit, meer herwinbare energie, verduurzaming van bestaande woningen enzovoorts. Invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024. Toenemende aandacht voor biodiversiteit in ruimtelijke en duurzaamheidsopgaven.
Kaderstellende beleidsnota’s • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Woonvisie 2019-2030, actualisatie 2025 (2025) Woonwagen- en standplaatsenbeleid (2023) Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen (2023) Beleidsnota Huisvesting arbeidsmigranten (2019) Doelgroepenverordening (2022) Omgevingsvisie Montfoort (vastgesteld 13 december 2021) (GOVI) Uitvoeringsagenda Binnenstad (2020) Beeldkwaliteitsplan Binnenstad (vastgesteld 2010) Uitvoerings- en handhavingsstrategie VTH 2024-2027 (vastgesteld 12 maart 2024) Beoordelingskader voor het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen (vastgesteld 30 mei 2023) Ruimtelijke kaders paardenhouderij (vastgesteld 13 november 2023) Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024, gemeente Montfoort (inclusief nadere regels)(2024/2025) Algemeen plaatselijke verordening (2023) Water en Rioleringsplan (WRP) (2025) Afvalstoffennota 2020 Erfgoednota (2021) Cultuurhistorische Waardenkaart (2020) Visie Recreatie & Toerisme Montfoort 2021-2024 (vastgesteld mei 2021) Lopikerwaardagenda 2024 (vastgesteld mei 2020) Transitievisie Warmte (April 2024) Afwegingskader zon en wind (2021) Regionale Adaptatie Strategie (2021) VAB-visie (2024) Verordening starterslening (2024) RES Herijking (2025)
Verbonden partijen/ Uitvoerende partijen I. ODRU II. AVU III. Woningcorporatie Cazas IV. Woningcorporatie Woonzorg Nederland V. Ondernemers participerend in ondernemersfonds VI. Platform Duurzaam Montfoort VII. Energie Diensten Centrum (EDC) VIII.Netwerk Water & Klimaat IX. Stichting Urgentieverklaring West Utrecht (SUWU) X. Stichting MooiSticht P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
17 | P a g i n a
XI. Georganiseerde agrariërs XII. Werkgroep behoud Lopikerwaard XIII.Stichting Hugo Kotestein XIV. Platform Utrechtse Waarden XV. Diverse recreatie partners (Oude Hollandse Waterlinie, Utrecht Region, enz.)
Programmaonderdeel: 3.01, 3.02, 3.04 t/m 3.06 en 3.08 openbare ruimte
Beheer
Wat willen we bereiken? 1. We behouden veilige en functionele wegen met een ambitieniveau C volgens de C.R.O.W.-systematiek wat ook wel wordt uitgedrukt als “sober en doelmatig”. Meer informatie staat in het “Beheerplan Wegen”. 2. We behouden een zo goed mogelijk functionerende openbare ruimte ook bij duisternis. Meer informatie staat in het “Beheerplan Openbare Verlichting 2022-2032”. 3. We behouden veilige en functionele civiele kunstwerken. Meer informatie staat in “Beheerplan Kunstwerken 20202030”. 4. Inzetten op een afvalscheidingspercentage van 75%. 5. Een duurzaam en klimaatbestendig beheer van het groen, waarbij het onderhoudsniveau minimaal voldoet aan niveau C. 6. Inzetten op efficiënt en klimaatadaptief beheer en onderhoud van de riolering.
Wat gaan we ervoor doen? 1. We voeren planmatig klein en groot onderhoud uit aan de openbare wegverharding. Daarnaast vervangen of renoveren we grote wegvakken op basis van de C.R.O.W.-systematiek. 2. We voeren planmatig klein en groot onderhoud uit aan de openbare verlichting. Daarnaast vervangen we oude armaturen voor nieuwe armaturen op LED-basis. 3. We voeren planmatig klein en groot onderhoud uit aan de civiele kunstwerken. Daarnaast vervangen of renoveren we kunstwerken waarvan de verwachting is dat ze op korte termijn niet meer aan de eisen voldoen. 4. We zetten in op serviceniveau en communicatie, en onderzoeken doorlopend de mogelijkheden om tot een efficiëntere afvalinzameling en beter afvalscheiding te komen. 5. Bij het vervangen van bomen kijken we goed naar de locatie en specifieke eigenschappen daarvan. We kiezen bomen die goed passen en beter bestand zijn tegen de veranderingen van het klimaat. Dit is een eerste stap en zal uiteindelijk resulteren in een duurzaam te beheren bomenbestand. We vervangen die bomen die nu of in de nabije toekomst een risico vormen voor de leefomgeving. 6. Door ons Water en Riolering Plan willen we het stelsel bestand maken tegen een grotere regenwaterbelasting. We gaan meer afkoppelen op plaatsen waar we riolering gaan vervangen.
Programmaonderdeel 3.03: Economie, recreatie en toerisme Economie Wat willen we bereiken? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Behoud en versterking van de positie van de ondernemers en de maakindustrie. Behoud en versterking positie van de landbouw. Behoud en versterking van de middenstand. Versterking van de arbeidsmarkt. Goede relatie onderhouden met het bedrijfsleven. Uitbreiding van de bedrijventerreinen voor lokale bedrijven. Zorgen voor een toekomstbestendig en duurzaam economisch klimaat binnen de gemeente.
Wat gaan we ervoor doen? 1. We inventariseren de huidige en toekomstige wensen en knelpunten van lokale ondernemers tijdens bedrijfsbezoeken en verbinden ondernemers met ondernemers(verenigingen). We brengen de wensen vanuit de lokale ondernemers en maakindustrie regionaal (U16) en provinciaal voor het voetlicht. Dit in samenwerking met het bedrijfsleven en Lopikerwaard-gemeenten. 2. We onderhouden een goede relatie met de (georganiseerde) agrariërs en Werkgroep Behoud Lopikerwaard, en gaan actief het gesprek aan over de toekomst van het buitengebied. We inventariseren wat de behoeften, wensen en knelpunten zijn. Vraagstuk daarbij is in welke vorm de agrarische kwaliteit behouden blijft, binnen de brede opgaven die in het buitengebied terecht komen, inclusief stikstofmaatregelen. We betrekken hen bij de Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (ULG) van provincie Utrecht en bij de uitvoering van de Visie Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB-visie). 3. In 2026 gaan we samen met ondernemers en de koersgroep Recreatie en Toerisme een vervolg geven aan de bestaande en nieuwe projecten die bijdragen aan vitale kernen en o.a. ten goede komen aan de middenstand. De P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 6 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
18 | P a g i n a
4.
5.
6.
7.
projecten hebben o.a. betrekking op het aantrekkelijk maken van de winkelgebieden en het (nog meer) aantrekken van bezoekers. Dit gebeurt op basis van het ‘Toekomstbeeld Montfoort en Linschoten 2030’. In gesprek met onder andere ondernemers, brancheorganisaties en onderwijs onderzoeken of, en zo ja hoe, een betere match tussen vraag en aanbod gerealiseerd kan worden. Hierbij bekijken we hoe (lokale, regionale) arbeid bijdraagt aan de vitaliteit van onze lokale bedrijvigheid. En we pakken lokale initiatieven voor het bevorderen van de lokale arbeidsmarkt, zoveel mogelijk gezamenlijk op met lokale initiatiefnemers. Inmiddels is er zicht op verschillende doelgroepen en zijn er projecten concrete opgesteld om (potentiële) werkzoekenden en werkgevers te verbinden. Deelname aan de ondernemersvereniging en – initiatieven. Onderdeel hiervan is het bijwonen van ledenvergaderingen en bestuursvergaderingen van het Ondernemersfonds. Actief bedrijven bezoeken met als doel het behouden en versterken van het netwerk. Ook werken we samen met het bedrijfsleven aan diverse opgaven met als doel een vitaal en toekomstbestendig bedrijfsleven in zowel Montfoort als Linschoten te behouden en te bevorderen. In 2023 is een voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd op de gronden ten oosten van bedrijventerrein Heeswijk.
In 2026 wordt (verder) toegewerkt naar een ruimtelijke procedure of het vaststellen van een visie op deze uitbreiding. De extra uitbreiding van de locatie (3ha extra) die is ingebracht in 2025, is goedgekeurd door de provincie en is opgenomen in het Programma Wonen en Werken. We geven uitvoering aan de acties die staan in Uitvoeringsagenda, gebaseerd op de Economische Visie. De raad wordt periodiek hierover geïnformeerd.
Recreatie en toerisme Wat willen we bereiken? 1. Aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel inwoners als toeristen met de historische kernen Linschoten en Montfoort. 2. Versterking recreatie en toerisme om zo de verblijfsduur van de bezoeker te verlengen. 3. Vergroten van de bekendheid en de historie van Montfoort en Linschoten.
Wat gaan we ervoor doen? 1. Als oprichters van de Koersgroep Recreatie&Toerisme (met daarin vertegenwoordigers uit de beide kernen en het buitengebied) geven we uitvoering aan het actieplan realisatie vitale en levendige kernen van Montfoort en Linschoten. Hiervoor is een projectenoverzicht recreatie en toerisme 2024-2026 opgesteld. De nadruk ligt op het levendig houden van onze kernen door ondersteuning vanuit recreatie/toerisme. De projecten dragen bij aan het toekomstbestendig maken van de Toeristisch Informatie Punten, beleefbaar maken van erfgoed, monumenten en historie, ontplooiing waterrecreatie, aantrekkelijk maken van de binnenstad en (regionale) promotie. Daarnaast nemen we naast de Koersgroep Recreatie&Toerisme ook actief deel aan netwerken, zoals bijvoorbeeld; Visit Utrecht Region, Routebureau Utrecht, het Platform De Utrechtse Waarden en Stichting het Groene Hart. 2. We werken samen en faciliteren partners om nieuwe arrangementen op te zetten om zo de bezoekers te verleiden langer in ons gebied te blijven. Het speerpunt hierbij is fietsen, wandelen, varen en historie. We ondersteunen en faciliteren met de beperkte middelen gericht acties en dragen bij aan samenwerkingsinitiatieven. Zowel lokaal (bijvoorbeeld in de Koersgroep) als regionaal.
Ook door middel van het ontwikkelen van faciliteiten en het aantrekkelijker maken van de kernen en het buitengebied willen we bezoekers verleiden om langer in het gebied te blijven. 3. We blijven op zoek naar nieuwe mogelijkheden om de toeristische informatie fysiek en digitaal te ontsluiten, zoals de verspreiding van flyers op de Toeristische Informatie Punten en overnachtingslocaties. We sluiten samen met het Platform De Utrechtse Waarden en de gemeente Oudewater aan bij DMO Woerden Marketing om de marketing van ons gebied en de regio beter te ontwikkelen en te ontsluiten. Dit doen we in samenwerking met de Toeristisch Informatiepunten (TIP’s) en andere partijen. We zetten in op een duidelijkere profilering van onze gemeente bijvoorbeeld als historisch groene gemeente in het Groene Hart en aantrekkelijke achtertuin van Utrecht, en dragen dat ook uit richting provincie Utrecht en andere partners.