CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

900268 Bijlage 3 Toelichting.pdf

Commissie Ruimte 17 mei 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Benedenkerkweg 1B, Montfoort16.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

4

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Ruimtelijke en functionele structuur

11

Planbeschrijving

13

Randvoorwaarden en uitgangspunten Nieuwe situatie Verkeer en parkeren

13 14 16

Economische uitvoerbaarheid

Financiële haalbaarheid

Hoofdstuk9 9.1 9.2 9.3

Juridische opzet

Algemeen Verbeelding Regels Handhaving bestemmingsplan

Hoofdstuk8 8.1

Milieu en omgevingsaspecten

Milieu Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3 7.4

Water

Inleiding Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Waterhuishouding

Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3 6.4

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3

7 7 8 9 11

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4

7

Bestaande situatie

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk2 2.1

3

Maatschappelijke betrokkenheid

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro Communicatie Zienswijzen

19 19 21 23 25 27 27 27 28 31 31 39 43 45 47 47 47 47 49 51 51 53 53 53 53

Regels

55

Toelichting

5

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk1

Inleidende regels

56

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

56 60

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

61

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bedrijf Groen Wonen

61 63 64

Hoofdstuk3

Algemene regels

66

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

66 67 68 69 70 71 72

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

73

Artikel 13 Artikel 14

Overgangsrecht Slotregel

73 74

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek industrielawaai

Bijlage 2

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Beplantingsplan

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel Benedenkerkweg 1b te Montfoort is Van der Horst Aanhangwagens B.V. gevestigd. Het bedrijfsperceel is gelegen aan één van de hoofdentrees van Montfoort. Het aanzicht van het perceel bij deze hoofdentree is zeer rommelig. Na overleg met de gemeente wordt een herinrichting van het perceel voorgestaan, waarbij de noordzijde sterk wordt verbeterd door een 'groene wand' aan te leggen. Gelijktijdig wordt een geringe uitbreiding aan de zuidzijde van het bedrijf mogelijk gemaakt, welke gronden al feitelijk als zodanig in gebruik zijn zonder dat de bedrijfsbebouwing toeneemt. Ook deze uitbreiding wordt met een groene afscheiding omkleed. Gelijktijdig wordt ten zuiden van het bedrijf een woning mogelijk gemaakt binnen de rode contour. Bij brief van 18 oktober 2017 hebben burgemeester en wethouders ingestemd met deze herontwikkeling. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkelingen juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Benedenkerkweg 1b in noordwestelijke deel van de woonwijk Hofland. Ten noorden hiervan ligt de Willeskop (N228), één van de hoofdentrees van Montfoort. In westelijke en noordelijke richting ligt het buitengebied. Ten oosten van het gebied staan vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied (rood gestreept omlijnd) en omgeving.

Toelichting

7

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

1.3

Vigerend bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Woonwijken" "Buitengebied" "1e herziening Buitengebied 2012"

Raadsbesluit 31 januari 2011 11 maart 2013 26 oktober 2015

Raad van State 17 september 2014

Bestemmingsplan Woonwijken Het perceel aan de Benedenkerkweg 1b is bestemd voor 'Bedrijf tot en met categorie 3 met de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - molenbiotoop' en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Langs de Willeskop ligt een smalle strook met de bestemming 'Groen'. Een bredere groenstrook wordt voorgestaan met gebiedseigen beplanting in plaats van de huidige stalling met aanhangwagens, omdat het perceel aan één van de hoofdentrees van Montfoort ligt. Om aanleg en instandhouding van een groenstrook af te dwingen is een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. Bestemmingsplan Buitengebied De gronden waar een geringe uitbreiding van het bedrijf wordt gelegaliseerd en een woning is gepland zijn bestemd voor 'Agrarisch - Rivierzone' met de gebiedsaanduidingen 'Archeologisch waardevol gebied 4' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop 400 m'. De uitbreiding van het bedrijventerrein en het oprichten van een woning zijn in strijd met deze bestemming. Deze ontwikkelingen zijn evenwel ruimtelijk inpasbaar temeer daar het gebied binnen de rode contour ligt. Om deze planontwikkelingen mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' is gedeeltelijk herzien als gevolg van een proactieve aanwijzing door de provincie van 10 december 2013 en de Uitspraak van de Raad van State van 17 september 2014. Daarnaast is een aantal onjuistheden in planregeling en verbeelding opgenomen, welke ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Voorts zijn nieuwe, kleinschalige ontwikkelingen, hierin meegenomen. Deze aanpassingen hebben geen betrekking gehad op onderhavig plangebied.

Figuur 2: Uitsnede verbeeldingen bestemmingsplannen 'Woonwijken' (links) en 'Buitengebied' (rechts). Deelgebieden rood omlijnd.

8

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

10

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied maakt onderdeel uit van het meest noordwestelijke deel van de woonwijk Hofland. Deze wijk is gebouwd tussen 1970 en 1980. Onderdeel van de wijk is het Stadspark, te karakteriseren als groengebied met een duidelijke relatie met de cultuurhistorie, en de diverse tennisbanen en sportvelden rondom sporthal Hofland. In de wijk staat een diversiteit aan woningtypen, zoals vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, bungalows, appartementen en rijtjeshuizen. De planlocatie aan de Benedenkerkweg 1b ligt aan de westelijke entree van Montfoort. Hier is Van der Horst Aanhangwagens B.V. gevestigd. Dit familiebedrijf is in 1948 opgericht. Door de jaren heen is Van der Horst Aanhangwagens B.V. uitgegroeid tot fabrikantspeciaalbouw en dealer van diverse aanhangwagens en paardentrailers. De stalling van aanhangwagens langs Willeskop (Provincialeweg N228) oogt rommelig. Hierachter staat het bedrijfspand. Achter de loods vindt ook buitenopslag plaats dat goed zichtbaar is vanaf de Willeskop. In zuidelijke richting ligt het buitengebied met grasland. Van der Horst aanhangwagens B.V.

Plangebied vanaf N228.

Locatie nieuwe woning achter het bedrijf.

Aan overzijde van de weg gelegen woning.

Toelichting

11

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

12

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het principebesluit van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2017 zijn de volgende randwaarden geformuleerd overeenkomstig de bij de brief behorende 'overzichtstekening situatie nieuw nr 100 d.d. 16-03-2017' om medewerking te verlenen aan deze planontwikkling. a. De bedrijfsbestemming aan de voorzijde van het pand en de verlengde voorgevel langs de Willeskop vervalt geheel. b. Langs de Willeskop aan de voorzijde van het pand mogen maximaal 3 aanhangwagens met een maximale hoogte van 1 meter worden gestald. Hiervoor dient een goede, handhaafbare, bestemming te worden opgesteld. c. Het perceel wordt groen aangekleed. d. De agrarische bestemming ten zuiden van de huidige bedrijfsbestemming mag deels worden omgezet naar een bedrijfsbestemming. e. De agrarische bestemming ten zuiden van de nieuwe bedrijfsbestemming mag deels worden omgezet naar een woonbestemming. f. De bedrijfsbebouwing mag niet worden uitgebreid. g. Laden en lossen vindt op eigen terrein plaats en niet meer op De Bleek. Hiervoor worden door aanvrager aanpassingen gemaakt aan de bocht tussen De Bleek en de toegangsweg. h. De buitenopslag (van de aanhangwagens) op het terrein achter de groene omheining mag niet hoger zijn dan 4 meter. i. De nieuwe woning mag een maximale inhoud van 650 m³ hebben. j. De goot- en bouwhoogte van de woning mogen respectievelijk maximaal 3.5 m en 9 m bedragen. k.

Het gezamenlijk grondoppervlak van de bij de woning behorende bijgebouwen mogen respectievelijk maximaal 3,5 en 9 meter bedragen. l. De goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mogen respectievelijk maximaal 3 m en 5 m bedragen. Verder dient voor de planregels aansluiting gevonden te worden bij de vigerende bestemmingsplannen op de locatie. Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De landschappelijke/groene aankleding/inrichting is een belangrijke voorwaarde voor deze ontwikkeling. Daarom dient de landschappelijke inrichting via voorwaardelijke verplichting gekoppeld te zijn aan uitvoer/ gebruik van dit plan. Op de volgende wijze zijn deze randvoorwaarden verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan. ad. a, b en c De bestemming is gewijzigd van 'Bedrijf' naar 'Groen' met de aanduiding 'specifieke vorm van Groen stalling aanhangwagens'. Gelet op de grootte van het perceel en de geringe omvang en hoogte van de toegestane aanhangwagens is nadien als richtlijn overeengekomen het aantal te verhogen tot maximaal vijf aanhangwagens in kader van reclame/marketing. Hierbij zal nooit sprake mogen zijn van opslag. In de specifieke gebruiksregels (artikel 4.3.1) is als zodanig vastgelegd dat maximaal 5 aanhangwagens zijn toegestaan met een bouwhoogte van 3 m. Aanhangwagens mogen niet op elkaar worden gestapeld. Opslag is hier niet toegestaan.

De landschappelijke inpassing is geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3.2. Ad d, f en h De bestemming is gewijzigd van 'Agrarisch' naar 'Bedrijf', zoals aangeduid op de verbeelding. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen van het bestaande bedrijfsgebouw. Alleen binnen het bouwvlak is bedrijfsbebouwing toegestaan. In de specifieke gebruiksregels (artikel 3.3.2) is opgenomen dat buitenopslag van aanhangwagens niet meer mag bedragen dan 4 m. Ad e De bestemming is gewijzigd van 'Agrarisch' naar 'Wonen', zoals aangeduid op de verbeelding. Ad g De aanpassing van de bocht van De Bleek naar de Benedenkerkweg wordt voorzien van bestrating. Hiervoor wordt vooruitlopend de bestemmingsplanprocedure een omgevingsvergunning aangevraagd. Op

Toelichting

13

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort het open terrein van het bedrijfsperceel is voldoende ruimte voor laden en lossen van materieel. Ad i, j, k en l Met betrekking tot de nieuw te bouwen woning is nadien stedenbouwkundig onderzoek uitgevoerd naar de omvang hiervan, waarbij aansluiting is gezocht met de omliggende woningen. Dit heeft geresulteerd in een inhoudsmaat die vergelijkbaar is met de woningen aan de overzijde van de weg. Gelet hierop wordt er vanuit stedenbouwkundige en landschappelijke overwegingen een verhoging van de maximum inhoudsmaat tot 800 m³ inpasbaar geacht, waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m. De nokhoogte dient maximaal 9 m te zijn, zodat de woning aan de rand van het dorp een fraaie afronding vormt en één wordt met de omliggende woningen. In de bouwregels van de bestemming 'Wonen' is opgenomen dat de (aangepaste) inhoud van de het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 800 m³. Ook zijn hierin de maximum goot- en bouwhoogte van de woning en bijgebouwen opgenomen. De landschappelijke inpassing is door middel van een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in artikel 4.3.2 van de bestemming 'Groen'.

3.2

Nieuwe situatie

Van der Horst Aanhangwagens B.V. De bestaande situatie van het bedrijf wordt conserverend bestemd met dien verstande dat de al in gebruik genomen stalling en opslag van aanhangwagens in het zuidelijke gedeelte ook positief worden bestemd. De bestaande bedrijfsloods met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 7 meter behoudt haar bouwvlak zonder dat verdere uitbreiding mogelijk wordt gemaakt. Hier tegenover staat dat aan de voorzijde van het bedrijf een brede groenstrook van 10 meter wordt aangelegd over de volledige lengte van het perceel (45 meter lang). Aan de westzijde van het bedrijfspand worden leilindes geplaatst. Het bedrijf blijft bereikbaar via de bestaande uitrit op de Benedenkerkweg. Op eigen terrein is voldoende ruimte voor laden en lossen, zodat dit niet langer op De Bleek nodig is. Hiervoor worden door initiatiefnemer aanpassingen gemaakt aan de bocht tussen De Bleek en het toegangsterrein. De terreinafscheidingen worden beplant met hedera, zodat vier seizoenen lang een groene wand ontstaat. Op deze wijze wordt verrommeling tegengegaan en ontstaat een kwaliteitswinst voor een belangrijke entree van Montfoort en directe omgeving. De landschappelijk inpassing wordt geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Een situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 3.

14

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Figuur 3: Nieuwe situatie plangebied. Woning De woning wordt ten zuiden van het bedrijf binnen de rode contour gepositioneerd. De maximum gooten bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 9 meter, zodat de woning landschappelijk kan worden ingepast in deze dorpsrand. De woning krijgt een uitrit op de Benedenkerkweg. In figuur 4 zijn enkele aanzichttekeningen van de woning opgenomen.

Toelichting

15

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Figuur 4: Enkele aanzichttekeningen nieuwe woning (indicatief).

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Het bedrijf en de woning worden ontsloten op de Benedenkerkweg. Via De Bleek is de N228 bereikbaar richting Gouda en De Meern (A12). De bocht bij De Bleek wordt aangepast om de bereikbaarheid te verbeteren. De aanpassing valt binnen de bestemming 'Verkeer' van het geldende bestemmingsplan. In figuur 5 is hiervan een tekening opgenomen. Het aantal verkeersbewegingen blijft ongewijzigd.

Figuur 5: Aanpassing bocht bij hoek Bleek en Benedenkerkseweg.

16

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort De Benedenkerkweg.

De Bleek, links afslag naar Benedenkerkweg.

Uitrit bedrijf.

De N228 (rechts plangebied, niet zichtbaar).

Parkeren De gemeenteraad van Montfoort heeft op 25 mei 2016 de Nota parkeernormen 2015 vastgesteld. Nadien zijn de parkeerbepalingen opgenomen in het door de gemeenteraad op 29 oktober 2018 vastgestelde paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen Montfoort'. De bepaling verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Nota Parkeernormen Montfoort 2015. Om te voorkomen dat door ruimtelijke ontwikkelingen bestaande parkeerknelpunten vergroot worden en/of dat nieuwe parkeerknelpunten ontstaan, worden alle ruimtelijke ontwikkelingen en -plannen getoetst op het onderdeel parkeren. Om een objectieve beoordeling van de parkeereffecten van een ruimtelijke ontwikkeling te kunnen maken bestaat behoefte aan eenduidig toe te passen toetsingskader. Een parkeernormen nota biedt hiervoor uitkomst. De parkeernormen in de Nota parkeernormen 2015 zijn gebaseerd op de landelijke parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie 317 (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, oktober 2012). De parkeerkencijfers zijn in tabel 3.1 opgenomen. Tabel 3.1 Parkeernormen (matig stedelijk) Functies Norm gemiddeld rest bebouwde kom Aandeel bezoekers Woning koop, vrijstaand 2,0 per woning waarvan 0,3 per woning Bedrijf, arbeidsintensief/ 2,4 per 100 m² bvo 5% bezoekersextensief Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2).

Tabel 3.2 Parkeerbalans nieuwe situatie Functies typologie/ bvo Parkeernorm Aantal/ oppervlakte woningen koop, vrijstaand 2,0 per woning 1 bedrijf per 100 m² bvo 2,4 per 100 m² bvo 600 m²

Toelichting

Totaal 2,0 14,4

17

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort Op het bedrijf van Van der Horst Aanhangwagens B.V. zijn in totaal 17 parkeerplaatsen aanwezig (zie figuur 3), zodat ruimschoots wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Voor de nieuw te bouwen woning is op eigen erf voldoende ruimte beschikbaar voor het stallen van drie auto's. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig voornoemde parkeernormen. In de Overige regels van het bestemmingsplan (artikel 12.2 Parkeren) wordt dit geborgd.

18

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.

Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Deze hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie.

Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij om: Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; Elektriciteitsvoorziening; Natuurnetwerk Nederland; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In de derde tranche van 1 februari 2014, zijn de volgende twee nationale belangen toegevoegd: Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Door de (14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de

Toelichting

19

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De planontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Montfoort (bestaand stedelijk gebied). De invulling van het plangebied met een bedrijf en een woning levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. Ad behoefte Het geldende bestemmingsplan maakt al een bedrijvenbestemming mogelijk. Ten opzichte van dit plan vindt geen uitbreiding van bedrijfsbebouwing plaats.

Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Daarnaast wordt in dit bestemmingsplan een woning mogelijk gemaakt. Het begrip woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op basis van jurisprudentie blijkt dat ontwikkeling van één of enkele woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling (o.a. Uitspraak ABRvS 18 december 2013, 201302867/1/R4). Vanuit de verstedelijkingsladder levert het bestemmingsplan geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

20

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Structuurvisie 2013-2028 Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten (PS) van Utrecht de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016), hierna PRS en de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (Herijking 2016), hierna PRV vastgesteld. In de PRS legt de provincie het ruimtelijke beleid voor de periode 2013-2028 vast. De herijking van het provinciaal ruimtelijk beleid heeft tot doel dat het geheel van ruimtelijk beleid en bijbehorende regels weer actueel is. In de herijking zijn diverse wijzigingen opgenomen. De grotere beleidswijzigingen betreffen de onderwerpen experimenteerruimte, duurzame energie, kernrandzones, detailhandel en landbouw. Gemeenten kunnen binnen dit beleid onder meer woningen bouwen, natuur aanleggen, bedrijven huisvesten of recreatievoorzieningen ontwikkelen. Het ruimtelijke beleid van de provincie heeft als uitgangspunt: lokaal wat kan, regionaal wat moet. Gemeenten krijgen hierdoor meer ruimte om, binnen gestelde kaders, zelf beslissingen te nemen. Ruimtelijke kwaliteit staat hierbij voorop. Provinciale Staten willen de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht 2040 is daarbij de stip aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier is daar op gericht.

De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak die voor het ruimtelijk beleid resulteert in drie pijlers: een duurzame leefomgeving vitale dorpen en steden landelijk gebied met kwaliteit. Als hoofdlijn voor het verstedelijkingsbeleid richt de provincie zich primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied: op die manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims. Ten behoeve van de leefbaarheid en bereikbaarheid wil de provincie de verstedelijking zoveel mogelijk koppelen aan haltes en knopen van het openbaar vervoersnetwerk. Het beleid sluit aan bij de zogenaamde duurzame verstedelijkingsladder, welke is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De duurzame verstedelijkingsladder houdt in dat, als de behoefte aan de voorgenomen verstedelijking is aangetoond, bij voorkeur wordt gekeken naar de mogelijkheden voor herstructurering of transformatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Binnenstedelijke ontwikkeling is mogelijk zonder de leefbaarheid en de sociale kwaliteit van de leefomgeving aan te tasten. Sterker nog, het kan de stedelijke kwaliteit juist versterken. Mits het gebeurt binnen bepaalde randvoorwaarden, met aandacht voor kwaliteit van zowel de woningen als de woonomgeving.

De planontwikkeling ligt in het binnenstedelijk gebied, waarbij alleen sprake is een geringe aanpassing van de bedrijfsbestemming van een bestaand bedrijf en het oprichten van een woning. Deze ontwikkelingen zijn in overeenstemming met de Ladder van duurzame verstedelijking. In de Provinciale Structuurvisie is het plangebied aangeduid als Algemene beleidslijn voor verstedelijking. Een uitsnede van kaart 8: wonen en werken is opgenomen in figuur 6.

Toelichting

21

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Figuur 6: Uitsnede kaart 8 'Wonen en werken'. Het plangebied is zwart gestreept omlijnd aangeduid. Conclusie Het plangebied ligt binnen de rode contour, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de binnenstedelijke ruimte. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking en de Provinciale Structuurvisie. Er zijn geen strijdigheden met de Provinciale belangen. 4.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Provinciale Ruimtelijke Verordening Utrecht 2013 (Herijking 2016) vastgesteld, (afgekort PRV). Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Artikel 4.1 (Stedelijk gebied) Bepalingen over verstedelijking (waaronder wonen en werken) zijn vastgelegd in artikel 4.1 (Stedelijk gebied).

De planontwikkeling is hiermee in overeenstemming, omdat het plangebied als zodanig is aangewezen en vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart 7 Wonen en werken (figuur 7). In artikel 4.1, lid 3 is vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. In paragraaf 4.3.3 wordt hierop ingegaan. Artikel 4.2 (Bedrijventerrein stedelijk gebied) Op grond van dit artikel kan een ruimtelijk besluit regels bevatten voor nieuwvestiging van bedrijventerreinen of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen zoals genoemd in de bijlage Bedrijventerreinen, onder het kopje inbreiding. In onderhavige situatie is sprake van een bestaand bedrijf aan de rand van de bebouwde kom in het 'Stedelijk gebied'. De geringe uitbreiding gaat gepaard met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, omdat

22

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort het bedrijf met groen wordt 'ingepakt'. Daarbij komt dat er geen uitbreiding van bedrijfsbebouwing mogelijk wordt gemaakt. Er is geen strijd met de provinciale belangen. Conclusie Het plangebied is op grond van artikel 4.1, lid 1 aangewezen als 'Stedelijk gebied' (kaart 7). Zowel (de uitbreiding van) het bedrijfsperceel als de woning liggen in het stedelijk gebied. Mitsdien is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de PRV. Eveneens wordt voldaan aan de richtlijnen voor duurzaamheid. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale belangen.

Figuur 7: Uitsnede kaart 7 'Wonen en werken'. Het plangebied is zwart gestreept omlijnd aangeduid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie 2030 De gemeenteraad van Montfoort heeft op 12 december 2011 de Totaalvisie Montfoort 2030 vastgesteld. De Totaalvisie Montfoort 2030 geeft richting aan de (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente en is de basis voor bestemmingsplannen. Het geldende beleid vormt de basis voor de Totaalvisie, er wordt slechts in beperkte mate nieuw beleid ontwikkeld. Daar vallen ook de Visie Binnenstad Montfoort 2030 en Dorpsvisie Linschoten 2030 onder. In de Totaalvisie worden de volgende kernuitgangspunten voor stedenbouwkundige ontwikkelingen benoemd: Wonen Om de leefbaarheid binnen de gemeente te behouden wordt ingezet op woninguitbreiding binnen de gemeente. Hierbij wordt het migratiesaldo nul-scenario gebruikt als uitgangspunt. (Bij woningbouwlocaties wordt nadrukkelijk gekeken naar inbreidingsmogelijkheden en herstructurering.) Het uitbreiden van de woningvoorraad vindt plaats binnen de bestaande rode contouren. Bij bouw/inbreiding/herstructurering is het belangrijk de gewenste doelgroep te bedienen (met name senioren en starters). Gebieden met een eenzijdige bouw van eengezinswoningen worden gezien als transformatielocaties. Bij het ontwikkelen van bouwlocaties zal rekening gehouden worden met de molenbiotoop van molen De Valk.

Toelichting

23

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort Werken Om de bedrijven in Montfoort de mogelijkheid te bieden om uit te breiden en om te voorkomen dat werkgelegenheid uit de gemeente verdwijnt, is ruimte nodig waar bedrijven voor uitbreiding naar toe kunnen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van uitbreiding van bestaande terreinen (buiten de rode contour). Bedrijven dienen behouden te blijven binnen de gemeente of de regio. Behoud van de lokale werkgelegenheid is uitgangspunt. Kernuitgangspunten voor bedrijfsvestiging zijn onder andere: Uitgangspunt voor structuurvisie is in te spelen op de huidige krapte. Om deze reden wordt ook buiten de rode contouren gezocht naar bedrijfslocaties; Grotere of hinder veroorzakende bedrijven binnen het stedelijke woongebied zijn daar niet op haar plek. Indien mogelijk moeten deze uitgeplaatst worden; Samenwerking tussen gemeente en particulieren is belangrijk. Er dienen faciliteiten geschapen te worden om de handel en nijverheid, een belangrijke economische motor van Montfoort, te laten voortbestaan. Conclusie Werken Sprake is van een bestaand bedrijf dat haar activiteiten om bedrijfseconomische redenen ter plaatse wenst voort te zetten. Door herschikking wordt het voorterrein langs een belangrijke doorgaande verkeersweg verbeterd door middel van aanleg van een brede groenstrook.

Gelijktijdig wordt het achterste deel van het terrein gelegaliseerd en voorzien van een groene afscherming. Per saldo ontstaat hierdoor een win-winsituatie. De uitbreiding binnen de rode contour is milieutechnisch inpasbaar. Dit laatste wordt beschreven in paragraaf 6.1.2. Wonen Het planvoornemen betreft het oprichten van één woning aan de Benedenkerkweg. Dit sluit bij één van de kernuitgangspunten voor stedenbouwkundige ontwikkeling uit de TotaalVisie 2030, omdat de woning binnen de rode contour wordt gebouwd. Rekening wordt gehouden met de molenbiotoop De Valk. Dit wordt beschreven in paragraaf 6.2.2. 4.3.2 Nota Volkshuisvesting2011-2020 Montfoort In de Nota Volkshuisvesting legt de gemeenteraad haar woonbeleid en ambities op het gebied van wonen vast. Het doel van nota volkshuisvesting 2011-2020 is het bieden van een basis en leidraad voor de beoordeling van nieuwbouwplannen, prestatieovereenkomsten met woningcorporaties, afspraken en overeenkomsten met marktpartijen alsmede ten behoeve van overleg in regionaal verband en met provincie Utrecht over de Provinciale Structuurvisie. In de Nota Volkshuisvesting wordt geconcludeerd dat het aantal huishoudens in de gemeente Montfoort tot 2019 zal toenemen. Als gevolg van de toenemende vergrijzing zal met name het aantal huishoudens boven de 75 jaar zeer sterk stijgen.

Bij deze groep huishoudens is behoefte aan zowel gestapelde als grondgebonden woningen. Daarbij is het gewenst om de seniorenwoningen zo dicht mogelijk bij de (centrum)voorzieningen te realiseren. Aan de andere kant zet de ontgroening (afname van jongeren) van de gemeente door, onder andere door te dure woningen en het gebrek aan starterswoningen in de gemeente. In deze nota is opgenomen dat circa 1/3 van de woningvoorraad in Montfoort bestaat uit vrijstaande- en twee-onder-één-kap woningen. Een overschot dreigt te ontstaan aan rijwoningen. Als er wordt gekeken naar de vraag in Montfoort dan komt naar voren dat in de koopsector er met name een grote vraag naar enerzijds twee-onder-één-kap woningen en anderzijds vrijstaande woningen is. Nieuwbouw binnen de gemeente dient zoveel mogelijk afgestemd te worden op de lokale woningbehoefte. In de Nota is opgenomen het nieuwbouwprogramma voor woningen zich vooral richt op woningen in de dure sector (vrijstaand en twee-onder--één-kap) en seniorenwoningen en appartementen. Woningmarktonderzoek In december 2015 is een woningmarktonderzoek in Montfoort uitgevoerd. Uit de toelichting op de ontwikkeling van de woningbehoefte blijkt dat de vraag naar grondgebonden koopwoningen de komende jaren toeneemt met 30 tot 130 woningen in de periode 2015 tot 2030.

De omvang van de toekomstige behoefte aan grondgebonden koopwoningen wordt sterk beïnvloed door de economie. Met name de 24

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort afzetbaarheid van duurdere koopwoningen is afhankelijk van de economische ontwikkeling. Hoe groter de economische groei, hoe meer vraag er zal zijn naar woningen in het duurdere segment. Woningmarktanalyse In augustus 2018 is, ter voorbereiding op de nieuwe woonvisie, de rapportage 'Bouwstenen voor de woonvisie' opgeleverd. Dit heeft geresulteerd in een beeld van de belangrijkste woningmarktopgaven waarvoor Montfoort nu staat. In eigenlijk alle segmenten is er vraag naar woningen in Montfoort. In de nieuw op te stellen woonvisie zal aangegeven worden hoe de gemeenteraad deze vraag wil invullen. Conclusie Het oprichten van een woning in de dure koopsector past in de uitgangspunten van de Nota Volkshuisvesting 2011 - 2020. De planontwikkeling betreft de toevoeging van een woning en past daarmee ook binnen de behoefte-ontwikkeling uit het woningmarktonderzoek. Het oprichten van een woning past ook in de vraag naar gedifferentieerd wonen in de jaren na de huidige Nota Volkshuisvesting en zoals opgenomen zal worden in de nieuw op te stellen woonvisie. 4.3.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied.

Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). De gemeente Montfoort heeft verklaard duurzaam bouwen als uitgangspunt te nemen bij nieuwbouwprojecten. De gemeente heeft zich aangesloten bij de systematiek van GPR gebouw. De ambitie is om per thema (milieu, energie, toekomstwaarde, gebruikskwaliteit en gezondheid) een GPR-score van minimaal 7 te realiseren. Planspecifiek Om een duurzame woning te bouwen zal initiatiefnemer een inventarisatie van verscheidene duurzaamheidsmaatregelen maken. Hierbij kan worden gedacht aan het treffen van de volgende maatregelen: EPC ambitie: minimaal 10% lager dan de geldende eis, o.a. door inzet van de navolgende maatregelen, o.a.: 1. energiewinning middels PV- zonnepanelen op het dak; 2. lage temperatuur verwarming; 3. hoge isolatiewaarden van daken, vloeren en uitwendige scheidingsconstructies; 4. Energielabel woning: A (na de bouw zal er een definitief energielabel worden opgemaakt en zal deze worden geregistreerd) 5.

GPR gebouw: hanteren van de systematiek van GPR gebouw met een minimale score van 7 per thema. Bij uitwerking van het bouwplan zal de architect samen met de specialist (duurzaamheid adviseur) de bovengenoemde maatregelen nader berekenen en toelichten. Een advies hierover zal vervolgens worden voorgelegd aan de gemeente (ODRU). Conclusie De bouw van de woning zal plaatsvinden overeenkomstig de eisen die zijn gesteld in het Bouwbesluit. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.

4.4

Conclusie

Het planinitiatief voldoet aan het geschetste rijksbeleid. Sprake is van een duurzame verstedelijking, waarbij rekening is gehouden met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er is geen strijdigheid met de rijksbelangen.

Toelichting

25

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort De planontwikkeling past binnen het provinciale beleid, zoals dat is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie en provinciale Ruimtelijke Verordening, omdat de herontwikkeling van het bedrijf en nieuwbouw van een woning binnen het stedelijk gebied (de rode contour) plaatsvinden. De herinrichting van het bedrijfsperceel draagt bij aan het versterken van de kernkwaliteiten van het Groene Hart, omdat door het aanbrengen van beplanting langs de Provincialeweg verrommeling wordt tegengegaan. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot locatiekeuze en ladder voor duurzame verstedelijking. De planontwikkeling op onderhavige locatie past eveneens binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten. De woning op deze locatie voorziet in een lokale behoefte. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal en lokaal vastgesteld beleid.

26

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in onder meer de toelichting bij een bestemmingsplan. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Waterkoers 2016-2021 Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft haar ambities en langetermijnvisie vastgelegd in het door het algemeen bestuur op 16 maart 2016 vastgestelde waterbeheerplan Waterkoers 2016–2021 (http://www.waterschaponline.nl/hdsr). De Waterkoers is een koersdocument om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelende doel Samen werken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. In de Waterkoers wordt op een niet-planmatige manier over het waterschapswerk gesproken. Waterschapswerk is hierbij breder dan enkel beheer van water. Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving.

Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de ruimtelijke ordening aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van ruimtelijke adaptatie (Deltabeslissing, www.ruimtelijkeadaptatie.nl): De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat het plan hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Ruimtelijke adaptatie Het klimaat verandert: Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting.

Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel: De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst.

Toelichting

27

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Door het grootschalig verharden van tuinen van particulieren neemt de kans op wateroverlast toe.

5.3

Waterhuishouding

Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m² in stedelijk gebied en 1.000 m² in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied liggen geen regionale waterkeringen. Evenmin ligt het gebied in een beschermingszone. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater In het plangebied liggen ten noorden en westen van het plangebied tertiaire watergangen (figuur 8). Deze watergangen hebben een beschermingszone van 2 meter. Binnen deze beschermingszones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. Bij de herinrichting dient een beschermingszone van 2 meter in acht te worden genomen.

Figuur 8: Uitsnede Legger oppervlaktewater Toekomstige situatie Het plangebied is grotendeels in gebruik als bedrijfsdoeleinden. Deze bestemming wijzigt in de nieuwe situatie niet, met dien verstande dat aan de noordzijde een deel wordt ingericht voor groendoeleinden. In

28

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort het zuidelijke gedeelte wordt alleen een woning mogelijk gemaakt. Het verhard oppervlak zal hierdoor toenemen met circa 160 m². De extra verharding op het bedrijventerrein wordt 889 m², waarvan nieuw onverhard oppervlak (halfverharding) 586 m². Per saldo neemt het verhard oppervlak met 463 m² toe. Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap dient in beginsel 15% water te worden gecompenseerd wanneer meer dan 500 m² verhard oppervlak wordt aangelegd. Het bebouwd oppervlak en daarmee de totale verharding neemt in de nieuwe situatie niet meer toe dan 500 m². Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap is geen watercompensatie nodig. Waterafvoer Het hemelwater van het dak van de woning zal worden afgevoerd overeenkomstig de eisen van het gemeentelijke rioleringsbeleid. Bij uitwerking van het plan zal conform het advies van het Hoogheemraadschap worden nagegaan of hemelwater bij extreme neerslag kan worden afgevoerd naar aanwezige watergangen en het openbare groen. Het afvalwater van de nieuwbouw zal op het bestaande rioolstelsel worden aangesloten. Bij bouwactiviteiten zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap.

Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen heeft de wijziging van bestemming geen nadelige gevolgen. Daarmee voldoet de ruimtelijke ontwikkeling aan het belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.

Toelichting

29

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

30

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort

Hoofdstuk 6

Milieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

6.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 6.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject wonen), maar de omvang onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt en categorie D 11.3, (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein), maar de omvang een oppervlakte heeft van minder dan 75 ha, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van de toelichting van dit bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Dit bestemmingsplan maakt enerzijds een geringe uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk met een oppervlakte van afgerond 1.300 m² en anderzijds het oprichten van één woning. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. In de hierna volgende paragrafen wordt aangetoond dat 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe uitbreiding van het bedrijventerrein zonder dat er nieuwe bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd. Voorts wordt het oprichten van een woning mogelijk gemaakt. Beide bestemmingen zijn mogelijk, zoals dat is aangetoond in het akoestisch onderzoek, zoals toegelicht in paragraaf 6.1.2.

Er is geen cumulatie met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van overige activiteiten (in paragraaf 6.1.2 wordt hierop nader ingegaan). Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij de voorgestelde functiewijzigingen. Plaats van het project Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. Dit aspect is beschreven in paragraaf 6.2. Het plangebied ligt voorts buiten de invloedssfeer van verderop gelegen Natura 2000-gebieden. De afwijking ten opzichte van de geldende regeling is gering, zodat een toets waaruit inzichtelijk wordt of de betreffende activiteit een negatieve invloed heeft op de gestelde beheerdoelen achterwege is gelaten. Kenmerken van het potentiële effect

Toelichting

31

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. Bovendien is er geen sprake van een onomkeerbaarheid van het effect. De complexiteit is gering gelet op de omvang van het plangebied. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu. 6.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009).

De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 6.2 vermeld. Tabel 6.1: Richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Uitbreiding bedrijf Dit bestemmingsplan voorziet in herinrichting van een bestaand bedrijf met een geringe uitbreiding. Ten zuiden hiervan wordt een woning mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom. In de nabijheid van het plangebied ligt de N228, zodat het gebied kan worden getypeerd als 'gemengd gebied'. Het bedrijf valt onder milieucategorie 3.1. De richtafstand tussen een bedrijf en woningen bedraagt in gemengd gebied 30 meter, waarbij het aspect geluid bepalend is.

In verband met de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten en de zuidelijk geplande woning is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd door Agel adviseurs te Oosterhout (rapport van 10 november 2020, projectnummer 20170350, versie 2, Bijlage 1). Hieruit kan het volgende worden afgeleid. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Op basis van de rekenresultaten kan gesteld worden dat ter plaatse van de bestaande woningen voldaan wordt aan de standaard geluidnorm van 50 dB(A) van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de bouwlocatie van de nieuwe woning geldt dat de geluidsbelasting overeenkomt met de richtwaarde van 45 dB(A) geldend voor een rustige woonwijk. Maximaal geluidniveau Uit de rekenresultaten blijkt dat ter plaatse van de bestaande woningen voldaan wordt aan de standaard geluidnorm van 70 dB(A) in de dagperiode van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast is aangetoond dat ter plaatse van de bestaande woningen sprake is van goede ruimtelijke ordening. Voor de bouwlocatie van de nieuwe woning geldt dat er sprake is van een geringe overschrijding van de als maximaal aanvaardbaar geachte richtwaarde van 70 dB(A) in de dagperiode met 2 dB. Aangetoond is dat maateregelen op deze locatie niet reëel zijn. Omdat de frequentie van overschrijding maximaal 4x

32

Toelichting

bestemmingsplan Benedenkerkweg 1b, Montfoort per dagperiode bedraagt kan dit als aanvaardbaar aangemerkt worden. Omdat daarnaast bij de bouw van de nieuwe woning nog diverse geluidbeperkende maatregelen mogelijk zijn, zoals o.a. het aanhouden van een grotere afstand tot de perceelgrens van de bedrijfslocatie, het toepassen van extra geluidwerende gevelmaatregelen en de indeling van de woning is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Indirecte hinder Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de grenswaarde van 50 dB(A) ruim wordt onderschreden. De hoogst optredende geluidsbelasting bedraagt 42 dB(A). Nieuwbouw woning Voor de nieuw te bouwen woning zijn verder twee agrarische bedrijven relevant, te weten een veehouderijbedrijf aan de Willeskop 5 een agrarisch bedrijf aan de Benedenkerkweg 3. Ten aanzien hiervan wordt het volgende opgemerkt. Veehouderijbedrijf aan Willeskop 5 Een veehouderij valt onder milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 m (het houden van koeien; SBI: 0141). De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de nieuw te bouwen woning is meer dan 195 m, zodat altijd voldaan worden aan de minimale afstand zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit (100 m). Voor de woning kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Benedenkerkweg 3 Aan de Benedenkerkweg 3 was een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit bedrijf grenst aan de bestaande woonwijk.

De woning is tegenwoordig in gebruik als burgerwoning. Overigens staan tegenover dit voormalige bedrijf aan de Bleek op circa 25-30 meter afstand al woningen die maatgevend zijn in de huidige situatie. De nieuwe woning ligt op een grotere afstand, te weten minimaal 70 m, zodat de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf niet wordt belemmerd door deze nieuwe woning. Voor de woning kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Conclusie Vanuit een goede ruimtelijke ordening dient te worden aangetoond dat er voor de nieuwe en bestaande woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek industrielawaai blijkt dat als gevolg van de uitbreiding van de bedrijfslocatie bij de bestaande woningen voldaan wordt aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ter plaatse van de nieuwe woning kan voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau gesteld worden dat zowel voldaan wordt aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer als de richtwaarden geldend voor een rustige woonwijk. Voor het maximaal geluidsniveau is sprake van een geringe overschrijding van zowel de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit als de richtwaarde uit de VNG publicatie.

De overschrijding is echter dermate gering, maximaal 2 dB, en gering van frequentie, maximaal 4x per dag, dat deze als aanvaardbaar aangemerkt kan worden. Omgekeerd wordt het bedrijf niet beperkt in haar bedrijfsvoering als gevolg van de woningbouwontwikkeling. Uit inventarisatie is verder gebleken er geen relevante (agrarische) bedrijven in de nabijheid van de nieuwe woning zijn gevestigd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde wijziging naar Wonen milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zal opleveren. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan. 6.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen. Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Voor deze bestemmingen zijn voorkeursgrenswaarden opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=1f18203b-5940-4f7f-9e7e-1cc89f0a848c