CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-01-13 Vastgestelde begrotingswijzigingen en Kadernota 2023, ODRU.pdf

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen19.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• • •

Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu en de adviestaken; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO; Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC); Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead.

De taakvelden worden als zodanig in de begroting 2023 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De ODRU is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die de ODRU voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. De ODRU kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds. In 2016 heeft de Belastingdienst het officiële standpunt ingenomen dat de ODRU niet vennootschapsbelasting (VpB) plichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toe en nu worden verricht. Het beleid is om ook in 2023 en de jaren daarna de vrijstelling te behouden en alleen nieuwe activiteiten te overwegen als deze de vrijstelling niet in gevaar brengen. Het bestuur en het managementteam wordt zoals te doen gebruikelijk periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie conform de Planning & Control kalender.

3.3

Financieel beleid

De ODRU kende afgelopen jaren een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2021 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Doordat de ODRU met een integraal uurtarief werkt waaruit alle vaste kosten van de uitvoering en overhead worden gedekt, ontstaat, bij een gelijk blijvende DVO-uren omvang, een stabiele financieel gezonde basis. Op dit moment is, door meerdere factoren, zoals de Omgevingswet (Ow) en besparingen bij gemeenten, onzeker wat met de omvang van het aantal DVO-uren gaat gebeuren. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect: a. Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft de ODRU geen invloed. b. DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). c. Besparingen: het drie-sporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. d. Wet- en regelgeving: zoals beknopt beschreven in hoofdstuk 2.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

11 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

In de afgelopen jaren is alleen de factor ‘loon- en prijsontwikkelingen’ meegenomen in de berekening van het uurtarief, met uitzondering in het uurtarief van 2020. In dat jaar was de stijging van de DVOuren dusdanig dat we het uurtarief met 1 euro hebben verlaagd. Op dit moment zijn vooral factor a. en b. van groot belang voor het uurtarief van 2023. Factor c. en d. kunnen namelijk ook effect hebben op het aantal uren en/of het incidentele gedeelte van de begroting. Door de DVO-verlagingen bij Montfoort en IJsselstein, als gevolg van teruggave van RO- en DHW taken, is een structureel tekort ontstaan in de meerjarenbegroting. Dit tekort is relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel op te lossen indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% van de af te nemen uren in het DVO hebben opgenomen, zich houden aan de 80/20 regel. Deze is in 2016 overeengekomen en houdt in dat een gemeente 80% van zijn af te nemen uren in de DVO plaatst (gegarandeerde uren) en 20% flexibel afneemt. De 80/20 regel heeft ook een positief effect op de continuiteit en kwaliteit van de dienstverlening van de ODRU. Immers, op basis daarvan kan voldoende vast personeel worden ingezet, en kan een te grote flexibele schil worden voorkomen. Het effect van dit structurele tekort is vooralsnog niet meegenomen in de berekening van het uurtarief voor 2023.

De ODRU heeft er voor gekozen om nu nog niet het uurtarief 2023 te verhogen en dus daarmee het structurele tekort op te lossen. Argumentatie hiervoor luidt als volgt: Op dit moment is er sprake van diverse ontwikkelingen, die mogelijk een substantieel effect in neerwaartse of opwaartse zin hebben op de omvang van het DVO en het uurtarief. Aangezien deze nu nog onvoldoende bekend zijn, zal de ODRU medio 2022 een overzicht van deze effecten maken. Op basis hiervan zal bekeken moeten worden of het uurtarief en de meerjarenbegroting dient te worden aangepast via een begrotingswijziging. De ODRU is vorig jaar een drie-sporen traject gestart om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren. Afgelopen tijd is nauwgezet gewerkt aan het spoor 1 ‘het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur’ als ook aan het spoor 2a ‘minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening’. Onder het laatste spoor valt o.a. standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing op afgesproken kwaliteit, productie en kentallen met normtijden te verbeteren.

In de vorige Kadernota van 2022 is aangegeven dat wij voornemens zijn om, bij een gelijkblijvende DVO-omvang, in 2021 € 200.000 (bruto) en in 2022 daarbovenop € 500.000 (bruto) te besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Door de ODRU is aangekaart in o.a. de vorige Kadernota dat er naast besparingen ook sprake is van, naast de impact van de Omgevingswet, stijging van de structurele lasten. Dit betreft extra noodzakelijke kosten vooral als gevolg van toenemende digitalisering en bijbehorende stijging in kosten voor ICT-beheer. Afgesproken is om uit de besparingen de extra structurele kosten te dekken. Daarnaast is ingestemd om in 2021, mits er een saldo van de besparingen overblijft, dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Inmiddels is hiertoe in het AB van april 2021 besloten om het resultaat over 2020 van € 126.000 positief te bestemmen voor de uitvoering van interne projecten die gericht zijn op realisatie van voorgenomen structurele kostenbesparingen (zgn. bestemmingsreserve ‘‘Efficiëntieverbeteringen ODRU’). Verder is in dit zelfde AB afgesproken alvast € 100.000 aan besparingen in de begroting van 2022 in te boeken. Deze besparing is opgenomen als inhuurtaakstelling in het incidentele gedeelte van de begroting van 2022.

Deze besparing is derhalve niet verwerkt in het uurtarief van 2023 omdat het uurtarief wordt berekend op basis van het structurele gedeelte van de begroting. Naast het uurtarief is het van belang om vanuit meerdere invalshoeken te kijken naar de bedrijfsvoering van de ODRU, zoals: -

De totale bijdrage die de gemeente betaalt in relatie met de afgenomen diensten en producten (het totale effect van een uren- en/of tariefswijziging). DVO uren verlagingen leiden, indien hier geen compensatie tegenover staat, niet tot uurtariefverlaging omdat de vaste kosten niet (meteen) zijn gereduceerd. Daarnaast heeft de

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

12 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

-

ODRU de (zorg) plicht om te voldoen aan de gestelde kwalitietscriteria VTH (KC-2 die richtlijnen geeft voor de inrichting van de organisatie qua kwantiteit en kwaliteit). Het maken van business cases om ‘het verdieneffect’ voor onze eigenaar gemeenten te bepalen als bepaalde taken door meer gemeenten bij de ODRU worden belegd. Dit in samenhang met eventuele taken die niet bij de ODRU worden belegd.

De ODRU wil in staat zijn om uit de reguliere financiering door onze gemeenten voldoende middelen te genereren om de verdere ontwikkeling van de organisatie (R&D, innovatie ten behoeve van verdere besparingen) mogelijk te maken. In ons onderzoek naar de financieringssystematiek wordt, het betalen van innovatie/continue R&D, naast de randvoorwaardelijke- en overhead taken, beschouwd. In het AB van 30 september 2021 zullen de resultaten hiervan worden besproken (notitie ‘Correcties BBV en vervolg financieringssytematiek’). Jaarlijks wordt op basis van een risicoanalyse de gewenste omvang van het vermogen bepaald. In 2015 heeft het algemeen bestuur besloten de omvang van het weerstandsvermogen te relateren aan de omvang van de risico’s die de ODRU loopt. Sinds de laatste, in december 2020 vastgestelde, notitie Risico’s en Weerstandsvermogen heeft het AB besloten hierbij een ratio te hanteren van tussen de 1,0 en 1,4. In de praktijk betekent dit dat met de huidige vastgestelde risico’s, de weerstandscapaciteit tussen de € 672.000 en € 941.000 bedraagt. Komt het ratio onder 1,0 te liggen, dan volgt een ophoging. Boven een ratio van 1,4 volgt een uitbetaling aan de eigenaren. Vermogensontwikkeling Algemene reserve Bestemmingsreserves: - Omgevingswet - PFAS - Efficiëntie verbeteringen ODRU Totaal eigen vermogen Benodigde weerstandscapaciteit

Stand 1-1-2021

Toevoeging n.a.v. ABbesluit april 2021

Onttrekkingen 1e helft 2021

Stand 1-7-2021

703.429

-

-

703.429

314.617 13.980 1.032.026 672.000

125.764 125.764

-126.318 -12.315 -138.633

188.299 1.665 125.764 1.019.157 672.000

TABEL 1: VERMOGENSONTWIKKELING * DE BESTEMMINGSRESERVES MAKEN GEEN ONDERDEEL UIT VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN.

Op dit moment bedraagt de weerstandscapaciteit € 703.429. Hiermee ligt de ratio boven 1,0. Een ophoging van de weerstandscapaciteit is op dit moment niet nodig want is van voldoende niveau om de huidige risico’s af te dekken wanneer deze zich niet gelijktijdig voordoen. Naast de eerstandscapaciteit zijn er in 2021 drie bestemmingsreserves. Voor de Omgevingswet is een bestemmingsreserve om de voorbereidingskosten te financieren. Dit geldt ook voor de bestemmingsreserve PFAS. Beide reserves zijn in het eerste halfjaar aangewend om de gemaakte kosten op te vangen. Het resultaat 2020 heeft de bestemming gekregen voor efficiëntie verbeteringen. Plannen hiervoor en verantwoording hiervan zal aan het bestuur woerden voorgelegd.

3.4

Baten en Lasten

3.4.1

Toelichting op de lasten

Loonkosten De medewerkers van de ODRU vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). De huidige cao liep t/m 31 december 2020. De genormaliseerde cao kent ook lokale ruimte en daarom kunnen er afspraken komen in het lokale overleg. Het is nog onduidelijk wat

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

13 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

de loonontwikkelingen zullen zijn in 2021 en 2022. Waarschijnlijk zal er sprake zijn van een beperkte loonstijging aangevuld met een vergoeding voor thuiswerken. Daarnaast is er discussie over bovenwettelijke vakantiedagen. De verwachting is dat de pensioenpremie stijgt met 1.5% in 20221 en dat ook de gedifferentieerde premie WGA en Ziektewet zullen stijgen vanwege instroom van enkele medewerkers. Bij de berekening van de salarislasten voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van het vastgestelde formatieplan en volgen we de verwachte loonontwikkeling vanuit het CPB. In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 20 augustus 2021, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2022 ingeschat op 2,1%. Dit is 0.10% hoger dan opgegeven in de voorgaande kadernota. Dit effect zien we terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. Voor 2023 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2023 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2021 en de verwachtingen van het CPB stellen wij voor om voor 2023 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2%. Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting.

Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven. Waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2022 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen doorgaans een, historisch bepaald, percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin.

3.4.2

Toelichting op de baten

Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2023 van de ODRU worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van uren die zijn opgenomen in de DVO’s. Dit is conform de begrotingssystematiek uitgewerkt in figuur 2. Naast vaste DVO-uren worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Met extra omzet vanuit aanvullende opdrachten en uren uit het UVP wordt vooralsnog geen rekening gehouden. Als dit zich voordoet, wordt het financieel verwerkt in een begrotingswijziging. Met de huidige vastgestelde DVO’s en vaste contracten komt de afname van uren in 2023 uit op een totaal van 148.896. In bijlage 1 is de verdeling per gemeente weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de in 2021 geformaliseerde DVO-verlagingen van IJsselstein en Montfoort en het aflopende handhavingscontract van De Bilt in 2022. Overige baten Voor de overige baten wordt in de begroting een budget gereserveerd. Deze posten worden begroot op basis van historische kennis met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.

1 https://wsgo.nl/nieuws/abp-verwacht-stijging-pensioenpremies-2022

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

14 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

4.

Loon- en prijsontwikkeling

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de effecten van de verwachte loon- en prijsontwikkeling op het tarief doorgerekend. 4.2

Loon- en prijsontwikkeling

De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 is geïntroduceerd, blijven we handhaven. Hiermee voorkomen we dat ieder jaar een intensieve discussie moet worden gevoerd over de aanpassing van de tarieven. Hierdoor is een reële aanpassing van de tarieven niet mogelijk. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loon- en prijsontwikkeling. Jaar t

Jaar t+1

Jaar t+2

Voorcalculatie lonen t+2 reëel

Voorlopige nacalculatie loonvoet

Definitieve nacalculatie gerealiseerde

verwachte ontwikkelingen

sector overheid (CPB)

ontwikkeling lonen (cao)

Voorcalculatie prijzen t+2 reëel

Voorlopige nacalculatie consumenten

Definitieve nacalculatie consumenten

verwachte ontwikkelingen

prijsindexcijfer (CPI).

prijsindexcijfer (CPI).

TABEL 2: LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGSMETHODIEK

De concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 20 augustus 2021, geven een groeiende economische ontwikkeling weer in 2021 en in 2022. De ontwikkeling van de pandemie is een belangrijke onzekere factor. Als onverhoopt weer grootschalige beperkingen in het economisch verkeer noodzakelijk worden, zal dit de economische ontwikkeling direct raken. De verwachting is dat de economie groeit met bijna 4%. Volgend jaar is de verwachting dat deze groeit met 3%. De cijfers vanuit de concept MEV zijn als volgt verwerkt: •

2021 In het gehanteerde rekenmodel voor de ODRU zijn de mutaties verwerkt tot en met 2021. De loonvoet over 2021 is 0,70%. De verwachte consumentenindex prijscijfer (CPI) over 2021 komt uit op 1,90%. Gewogen voor de ODRU is dit 0,95% over 2021. De voorlopige nacalculatie kwam uit op een gewogen percentage van 1,13%. Dit geeft voor 2021 een definitieve, gewogen nacalculatie van -/- 0,18%.

•

2022 In verband met de vele onzekerheden wordt gewerkt met de verwachte loonvoet voor de sector overheid. Op basis van de concept MEV van het CPB wordt voor 2022 een loonvoet van 2,10% verwacht voor de sector overheid en een consumentenindex prijscijfer (CPI) van 1,80%. Gewogen is dit voor de ODRU 2,04% voor 2022. Aangezien in de Kadernota 2022 en de begroting 2022 is uitgegaan van een loonindex van 2,0% en een prijsindex van 1,50% betekent dit een voorlopige nacalculatie van 0,14% over dit jaar.

•

2023 Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de verwachte loonontwikkeling in 2023 op 2% en die voor de prijsontwikkeling op 1,50% te zetten.

In lijn met de lange termijn visie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden uiteindelijk verrekend in de Kadernota 2024 en de definitieve worden berekend in de Kadernota 2025.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

15 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

In tabel 3 zijn de voorgaande percentages weergegeven. De volledige berekening is terug te vinden in bijlage 2. 2021 Voor- en nacalculatie

Lonen

2022

Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen

schatting Kadernota

2,00%

1,50%

1,90% 2,00%

1,80%

2,04%

Voorlopige Nacalculatie

1,00%

1,60%

1,13% 2,10%

Werkelijke nacalculatie

0,70%

1,90%

0,95%

Loon correctie

-0,30%

Prijs correctie

Tarief

2023

0,10% 0,30%

Gewogen L/P

1,90%

2,00% 0,30%

-0,17%

1,50%

1,80% 1,50%

0,14%

2023

2,10% 1,90%

1,87%

TABEL 3: BEREKENING VOOR- EN NACALCULATIE

Rekening houdend met de definitieve nacalculatie voor 2021 en voorlopige nacalculatie voor 2022 van respectievelijk -/-0,18% en +0,14% stijgt het tarief door de loon- en prijscorrecties over 2023 daardoor met 1,87%. 4.3

Tarief 2023

Het uurtarief zoals wij dat berekenen is op basis van de begrote vaste kosten van de toegestane formatie, ICT, huisvesting en overige materiële kosten (gecorrigeerd voor de overige neveninkomsten die niet uur gerelateerd zijn). Deze netto kosten worden gedeeld door de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO/vaste contracten. Het resultaat hiervan is het uurtarief dat we hanteren voor het desbetreffende jaar. In dit tarief zijn dus de structurele kosten van de toegestane formatie en de overige vaste kosten afgestemd op de verwachtte omzet vanuit de DVO’s (basis-begroting). Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. Jaarlijks wordt in de Kadernota het tarief geïndexeerd via de voor- en nacalculatie methodiek op de loon- en prijsontwikkeling, waardoor het tarief nooit hoger kan uitvallen dan de werkelijke prijsontwikkelingen. Dit sluit aan bij de manier waarop er bij de Rijksoverheid en bij de lokale overheden, door middel van een bijstelling van het gemeentefonds, met de loon- en prijsontwikkeling wordt omgegaan. Met deze correctie wordt de stijging van de reële lasten in 2021 en 2022 opgevangen. In de bijlage bij deze Kadernota zijn de exacte berekeningen opgenomen Bij bovengenoemde uurtariefberekening wordt geen rekening gehouden met de gevolgen van groei of krimp van de organisatie.

Groei leidt tot schaalvoordelen. Binnen een bepaalde bandbreedte van groei hoeft de overhead immers niet evenredig mee te groeien met het aantal uren. Als dit zich voordoet kan het tarief dan gecorrigeerd worden voor deze schaalvoordelen. (Zoals in het tarief van 2020 is gebeurd). Bij het terugnemen van taken geldt het omgekeerde. Er ontstaat dan ‘overhead schade’ die moet worden opgevangen (vaste overhead kosten kunnen niet geheel en/of niet zo snel verlaagd worden waardoor voor deze kosten geen volledige dekking is). In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat deze schade wordt verhaald bij de deelnemer die de taken terugneemt. De ODRU krijgt daarmee de tijd om de formatie en kosten aan te passen aan de nieuwe situatie en de overige deelnemende gemeenten draaien niet op voor de gemaakte frictiekosten. Voor 2023 is de stijging zoals berekend in de vorige paragraaf 1,87%. Dit komt neer op een afgeronde ophoging van €1,75 op het tarief van 2023. Het uurtarief van 2023 komt daarmee uit op € 98,50. Door de DVO-verlagingen ontstaat er in de meerjarenbegroting een structureel te kort van circa € 1 op het uurtarief. Het uurtarief 2023 is dus niet afdoende voor een sluitende begroting.

De ODRU heeft, vanwege de reeds genoemde grote onzekerheid omtrent de toekomstige DVO omvang, er nu nog niet voor gekozen om het uurtarief van 2023 te verhogen en daarmee het structurele tekort op te lossen.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

16 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

Indien de gemeenten met een DVO/UVP verhouding lager dan 80% (o.b.v. UVP’s 2021) de DVO’s verhogen naar 80%, wordt het structurele tekort nagenoeg voorkomen. Dit benadrukt nogmaals het belang voor een 80/20 DVO/UVP verhouding bij alle gemeenten. In de volgende grafiek (figuur 3) is de tariefontwikkeling opgenomen van de afgelopen vier jaar. Hierin is af te lezen dat afgelopen vier jaar het tarief steeds matiger is gegroeid. In het eerste jaar was er een stijging van vanwege de loon- en prijsontwikkelingen € 2,50 per uur en dit jaar wordt er, net als vorig jaar, een stijging voorgesteld van € 1,75 per uur.

FIGUUR 3: TARIEFONTWIKKELING 2020 - 2023

Hieronder zijn de uitgangspunten opgenomen die als basis dienen voor het begrotingsjaar 2023: • • • • • • •

De meerjarenkaders uit de begroting 2022 en de structurele wijzigingen voortkomend uit de tweede begrotingswijziging 2021 vormen de basis voor de begroting 2023. De begroting 2023 zal voortborduren op de huidige wijze van tariefberekening. Voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van de zekere omzet vanuit de DVO´s. Het vastgestelde formatieplan wordt doorgerekend op basis van het maximum schaalniveau. Het voorstel is om het tarief voor 2023 vast te stellen op € 98,50 per uur. Als de omvang van de weerstandscapaciteit en bestemmingsreserves het toelaat worden financiële resultaten achteraf verdeeld via het jaarrekeningresultaat over de eigenaren. De komst van de Omgevingswet heeft een grote impact op de dienstverlening in 2023. De hiermee samenhangende volumewijzigingen zijn nog niet bekend en zullen, daar waar nog onzekerheid is in het UVP van 2023 worden vastgelegd en waar wel zekerheid is in het DVO worden opgenomen en doormiddel van een begrotingswijziging voor 2023 worden voorgelegd.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

17 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

5.

Planning en tijdschema

De uitgangspunten voor de begroting 2023, zoals in deze Kadernota 2023 beschreven, worden op 9 september 2021 vastgesteld in het dagelijks bestuur en op 30 september 2021 besproken in het algemeen bestuur. Daarna volgt de toezending aan het college voor de zienswijzetermijn van acht weken. De zienswijzen worden in het dagelijks bestuur van 25 november 2021 behandeld. Op 16 december 2021 wordt de Kadernota 2023 – rekening houdend met de zienswijzen - vastgesteld in het algemeen bestuur. Medio april, doch uiterlijk acht weken voor de bestuursvergadering van juni 2022, wordt de begroting 2023 aan alle deelnemende gemeenten toegezonden. Hierna kan de begroting in de vergadering van het algemeen bestuur van eind juni/ begin juli 2022 worden vastgesteld en voor 15 juli 2022 aan de toezichthouder worden verstuurd.

6.

Verantwoording

6.1

Rapportages

Binnen de P&C-cyclus worden jaarlijks aan het algemeen bestuur de jaarrekening, de begroting en twee rapportages, inclusief prognose, aangeleverd. De auditcommissie beoordeelt deze rapportages, en de werking van de P&C-cyclus en rapporteert hierover aan het algemeen bestuur. De deelnemende gemeenten ontvangen eenmaal per kwartaal een productrapportage. Hierin staat welke activiteiten er per project zijn uitgevoerd, welke vergunningsprocedures en handhavingactiviteiten er zijn uitgevoerd en welke procedures nog in behandeling zijn. 6.2

Jaarrekening

De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar conform de bepalingen van het BBV. De jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar, aan de deelnemende gemeenten toegezonden waarna zij definitief zal worden vastgesteld door het algemeen bestuur van de ODRU.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

18 Akkoord secretaris:

Kadernota 2023

BIJLAGE 1. Uren per gemeente

Gemeenten

DVO (G)*

(vaste) T Projecten

(vaste) P Projecten

A projecten

Totaal uren

Bijdrage per gemeente**

Gemeente Bunnik

4.359

4.359 €

429.362

Gemeente De Bilt

4.554

4.554 €

448.569

Gemeente De Ronde Venen

22.859

22.859 € 2.251.612

Gemeente IJsselstein

15.626

15.626 € 1.539.161

Gemeente Montfoort

9.856

9.856 €

970.816

Gemeente Oudewater

4.046

4.046 €

398.531

Gemeente Renswoude

3.310

3.310 €

326.035

Gemeente Rhenen

3.263

3.263 €

321.406

Gemeente Stichtse Vecht

15.923

15.923 € 1.568.416

Gemeente Utrechtse Heuvelrug

10.178

10.178 € 1.002.533

Gemeente Veenendaal

6.991

Gemeente Vijfheerenlanden

13.100

13.100 € 1.290.350

Gemeente Wijk bij Duurstede

3.773

3.773 €

Gemeente Woerden

13.679

13.679 € 1.347.382

Gemeente Zeist

17.060

17.060 € 1.680.410

Totaal

148.577

319

319

7.310 €

-

-

720.035 371.641

148.896 € 14.666.256

*

BETREFT DE DVO’S PER BOEKJAAR 2022, VOOR ZOVER PER SEPTEMBER 2021 GEFORMALISEERD. NIET GEFORMALISEERDE OPHOGINGEN/VERLAGINGEN ZIJN NOG NIET VERWERKT.

**

BIJDRAGE PER GEMEENTE IS BEREKEND OP BASIS VAN HET NIEUWE VOORGESTELDE TARIEF 2023

Omgevingsdienst regio Utrecht

19

Kadernota 2023

Ontwikkeling DVO-uren (G) Gemeenten

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Gemeente Bunnik

4.359

4.359

4.359

4.359

4.359

4.359

Gemeente De Bilt

4.554

4.554

4.554

4.554

4.554

4.554

Gemeente De Ronde Venen

12.142

22.859

22.859

22.859

22.859

22.859

Gemeente IJsselstein

19.346

19.346

19.346

15.626*

15.626

15.626

Gemeente Montfoort

13.135

13.135

13.135

9.856*

9.856

9.856

Gemeente Oudewater

4.046

4.046

4.046

4.046

4.046

4.046

Gemeente Renswoude

3.102

3.310

3.310

3.310

3.310

3.310

Gemeente Rhenen

2.417

2.417

2.417

3.263**

3.263

3.263

Gemeente Stichtse Vecht

15.128

15.128

15.923

15.923

15.923

15.923

Gemeente Utrechtse Heuvelrug

10.178

10.178

10.178

10.178

10.178

10.178

Gemeente Veenendaal

5.793

6.291

6.291

6.991***

6.991

6.991

Gemeente Vijfheerenlanden

5.281

13.100

13.100

13.100

13.100

13.100

Gemeente Wijk bij Duurstede

2.441

3.351

3.773

3.773

3.773

3.773

Gemeente Woerden

13.679

13.679

13.679

13.679

13.679

13.679

Gemeente Zeist Totaal

13.885

17.060

17.060

17.060

17.060

17.060

129.486

152.813

154.030

148.577

148.577

148.577

*

TERUGGAVE RO- EN DHW-TAKEN BIJ GEMEENTEN IJSSELSTEIN EN MONTFOORT

**

GEMEENTE RHENEN HEEFT IN 2021 HAAR DVO OPGEHOOGD MET 846 UUR

***

GEMEENTE VEENENDAAL HEEFT EEN DEEL VAN HAAR LANGLOPENDE T-UREN VERSCHOVEN NAAR HET DVO.

Omgevingsdienst regio Utrecht

20

Kadernota 2023

IN DE GRAFIEK IS WEERGEGEVEN WAT DE VERHOUDING IS TUSSEN HET AANTAL DVO UREN EN HET TOTAAL AANTAL GEREALISEERDE UREN IN 2020. DE STREEFWAARDE VAN DE ODRU IS DAT DE VERHOUDING 80% DVO IS EN 20% UVP. AF TE LEZEN IS DAT 7 GEMEENTEN HIERAAN VOLDOEN, 6 GEMEENTEN BINNEN DE 70% ZITTEN EN DAT 2 GEMEENTEN ZICH VER ONDER DE STREEFWAARDE BEVINDEN. GEMEENTEN RHENEN HEEFT IN 2021 HAAR DVO OPGEHOOGD EN KOMT IN HET JAAR 2021 O.B.V. DE GECONTRACTEERDE UREN OP EEN VERHOUDING VAN 74%

Omgevingsdienst regio Utrecht

21

Kadernota 2023

BIJLAGE 2. Berekening loon- en prijsontwikkeling

De loonontwikkeling voor 2021 is conform de vastgestelde werkelijke loonvoet overheid à 0,70%. De consumentenprijsindex is 1,90% voor 2021 op grond van de concept MEV-cijfers van het CBP. De loon- en consumentprijsindex voor 2021 zijn ook op grond van dezelfde concept MEV-cijfers.

In bovenstaande tabel is de meerjarige begroting van de ODRU opgenomen. Hieruit valt af te leiden dat in het huidige meerjarige begroting de geraamde lasten voor 2023 lager uitvallen dan we de werkelijke loon- prijs ontwikkeling gaat doen volgens de verwachting van het CPB, zie de donkergrijze cel in de tabel. Hierdoor wordt voorgesteld om het tarief te herzien. Dit staat in de volgende tabel.

Omgevingsdienst regio Utrecht

22

Kadernota 2023

Het voorstel voor het tarief 2023, zoals in deze Kadernota is doorgerekend in de totale lasten, zie bovenstaande tabel. Hieruit blijkt dat de voorgestelde correctie op van de loon- en prijsontwikkeling in het tarief voldoende zijn om de verwachte ontwikkeling op te vangen. Dit is het vertrekpunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting 2023-2026.

Omgevingsdienst regio Utrecht

23

Tweede Begrotingswijziging 2021 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT

Omgevingsdienst regio Utrecht 15 november 2021

Tweede Begrotingswijziging 2021

Colofon Titel

tweede Begrotingswijziging 2021

Revisie

13

Datum

15 november 2021

Aantal Pagina’s

22

Auteurs

Omgevingsdienst regio Utrecht

Contactpersoon

P&C

ODRU

Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht

Copyright

© Omgevingsdienst regio Utrecht

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

opgesteld door

Planning & Control

beoordeeld door

managementteam 24 augustus 2021

besproken door

dagelijks bestuur 9 september 2021

besproken door

algemeen bestuur 30 september 2021

vastgesteld door

algemeen bestuur 16 december 2021

Kenmerk

INT20.4088

2 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................... 4 1.

Inleiding ....................................................................................................................... 4

1.1

Algemeen ...................................................................................................................... 4

1.2

Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2.

Tweede begrotingswijziging 2021 ............................................................................. 6

3.

Toelichting ................................................................................................................... 7

3.1

Aanpassingen DVO’s IJsselstein en Montfoort ............................................................ 7

3.2

Overige materiële wijzigingen ....................................................................................... 7

3.3

Totaal te leveren uren Begrotingswijziging ................................................................... 9

4.

Tweede bijgestelde Begroting 2021 ........................................................................ 10

BIJLAGE 1.

Bijgesteld formatie overzicht Formatieoverzicht 2021 ............................................ 13

BIJLAGE 2.

Structurele en incidentele effecten op tweede Begrotingswijziging ........................ 14

BIJLAGE 3.

Begrotingswijziging 2021 per taakveld .................................................................... 15

BIJLAGE 4.

Geprognosticeerde balans en kengetallen ............................................................. 19

BIJLAGE 5.

Verloop bestemmingsreserve Omgevingswet 2017-2022 ...................................... 21

BIJLAGE 6.

Overzicht DVO / UVP verhouding per gemeente.................................................... 22

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

3 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Samenvatting Voor u ligt de tweede Begrotingswijziging 2021. In deze Begrotingswijziging op de eerste bijgestelde begroting 2021 zijn de DVO-verlagingen verwerkt naar aanleiding van het terugvloeien van de ROen DHW-taken naar de gemeenten IJsselstein en Montfoort. Naast verwerking van de structurele DVO-verlagingen, zijn nieuwe inzichten vanuit de realisatie van het eerste half jaar 2021 in deze Begrotingswijziging verwerkt. De Begrotingswijziging leidt tot een bijgestelde begroting met daarin een verwacht resultaat van € 173.500. Dit verwachte resultaat is samengesteld uit een positief incidenteel resultaat van € 248.130 en een negatief structureel resultaat van € 74.630. Het uurtarief van € 95,00 is niet aangepast ten opzichte van de begroting (de berekening van ons uurtarief in de Kadernota is, conform bestuursbesluit, gebaseerd op het structurele gedeelte van de begroting). Met IJsselstein en Montfoort is in 2020 geconstateerd dat er oneigenlijke taken aan de ODRU waren toebedeeld, waardoor een herschikking in het belang van alle partijen nodig was. Dit is structureel van aard en resulteert in een tekort in de meerjarenbegroting. In 2021 wordt dit goedgemaakt door een incidenteel resultaat. In de jaren na 2021 leidt dit tot een begrotingstekort.

Dit kan relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel worden opgelost indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% (van het totale jaarlijkse opdrachtenvolume) DVO uren afnemen, zich gaan houden aan de 80/20 regel (zie ontwerp eerste Begrotingswijziging 2022 en ontwerp Kadernota 2023). In deze Begrotingswijziging 2021 zijn hiernaast tevens nieuwe inzichten vanuit de realisatie van het eerste half jaar verwerkt. Als gevolg van een hoge productiviteit van het eigen personeel en een kostenbesparing bij de inhuur vallen de personele kosten lager uit. Tevens zijn ook de overige personele kosten lager, als gevolg van de langer aanhoudende thuiswerksituatie. De eerder begrote algemene kosten op het gebied van voornamelijk ICT, zullen niet volledig worden gerealiseerd. Achterblijvende investeringen leiden tot slot tot lagere kapitaallasten. Per saldo hebben de wijzigingen een positieve invloed op het eerder bijgestelde resultaat, wat leidt tot een verhoging van het verwachte resultaat tot € 173.500. De structurele doorwerking begrotingswijziging 2022.

1.

van

deze

wijzigingen

wordt

meegenomen

in

de

eerste

Inleiding

Voor u ligt de tweede Begrotingswijziging 2021. In deze Begrotingswijziging zijn de structurele DVOverlagingen van IJsselstein en Montfoort verwerkt en zijn de inzichten vanuit de tweede prognose opgenomen. 1.1

Algemeen

De begrotingswijziging 2021 dient door de leden van het algemeen bestuur (AB) van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) te worden vastgesteld. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen binnen acht weken hun zienswijzen naar voren brengen bij het dagelijks bestuur (DB). Het DB zal de zienswijzen bij de begrotingswijziging 2021 voegen ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

4 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

De planning voor de vaststelling van de tweede Begrotingswijziging 2021 is als volgt: • • •

Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB

30 september 2021 26 november 2021 (uiterlijk retour) 16 december 2021

De begrotingswijziging moet uiterlijk 14 dagen na vaststelling door het AB worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht. 1.2

Leeswijzer

De tweede Begrotingswijziging 2021 bevat wijzigingen op de reeds vastgestelde begroting voor het jaar 2021. Per onderdeel van de wijzigingen geven we een toelichting op de financiële effecten. In de bijlage is de wijziging vertaald naar de uniforme taakvelden.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

5 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

2.

Tweede Begrotingswijziging 2021

In onderstaande tabel treft u de Begrotingswijziging aan. Deze Begrotingswijziging is opgebouwd uit de drie kolommen in onderstaande tabel, die nader worden toegelicht in het volgende hoofdstuk. De totale wijziging heeft een positief effect op het geraamde exploitatieresultaat. In hoofdstuk vier wordt de bijgestelde begroting in beeld gebracht. Hier gaan we in op de wijzigingen op de eerste bijgestelde begroting 2021. DVO wijziging IJS

DVO wijziging MON

Overige wijzigingen

Totaal 2e BGW 2021

-262.500

-232.000

-1.291.500

-

-

1.290.000

-13.500

-11.500

-25.000

Bestuurskosten

-

-

5.000

Algemene kosten

-

-

-113.000

Huisvestingskosten

-

-

-

Kapitaallasten

-

-

-44.500

Diversen

-

-

-

-276.000

-243.500

-179.000

-1.786.000 1.290.000 -50.000 5.000 -113.000 -44.500 -698.500

DVO wijziging IJS

DVO wijziging MON

Overige wijzigingen

Totaal 2e BGW 2021

Lasten (in euro's)

Directe personele lasten Inhuur derden Indirecte personele lasten

Totaal lasten Baten (in euro's)

-

-

-

Totaal baten

-353.000

-312.000

140.000

-50.000 -475.000 -525.000

saldo van baten en lasten

-77.000

-68.500

319.000

173.500

Incidentele lasten Omgevingswet

-

-

-35.017

Incidentele baten Omgevingswet

-

-

-

Incidentele lasten PFAS

-

-

-

-

-

-

35.017

-35.017 35.017

Directe personele baten

-

-

-50.000

Baten eigenaar gemeenten UVP

-353.000

-312.000

190.000

Baten aanvullende opdrachten

-

-

-

Overige goederen en diensten

-

-

-

Huisvestingsbaten

-

-

-

Kapitaalbaten

-

-

-

Diversen

Incidentele baten PFAS Incidenteel saldo van baten en lasten

-

Vervolg tabel op volgende pagina

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

6 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Geraamd saldo van baten en lasten

-77.000

-68.500

354.017

Toevoeging aan reserve Koers (Ow)

-

-

-

Onttrekking uit reserve Koers (Ow)

-

-

-35.017

Toevoeging aan reserve PFAS

-

-

-

Onttrekking uit reserve PFAS

-

-

-

-77.000

-68.500

319.000

Geraamd effect op resultaat

208.517 -35.017 173.500

TABEL 1: BEGROTINGSWIJZIGING (BGW) 2021

3.

Toelichting

Per onderdeel vanuit de Begrotingswijziging (tabel 1) is in de volgende paragrafen een toelichting gegeven. De kaders uit de vastgestelde Kadernota 2021 zijn in acht genomen. Daarnaast is de inhoudelijke vertaalslag gemaakt op grond van een aantal binnen de ODRU gehanteerde uitgangspunten (bijvoorbeeld een vast percentage van de extra omzet begroten als algemene kosten). Deze werkwijze draagt bij aan een helder en duidelijk structureel en beheersbaar financieel beleid, dat de afgelopen jaren is ingezet en vastgehouden door de ODRU. De structurele doorwerking van deze wijzigingen wordt meegenomen in de eerste Begrotingswijziging 2022. De volgende onderdelen zijn toegelicht: 1. Aanpassingen DVO’s (§3.1); 2. en overige materiële wijzigingen (§3.2).

3.1

Aanpassingen DVO’s IJsselstein en Montfoort

Naar aanleiding van de teruggave van de RO- en DHW-taken aan de gemeenten IJsselstein en Montfoort in 2020, zijn in 2021 de DVO’s aangepast. De DVO-verlaging van IJsselstein betreft 3.720 uur, wat gelijk is aan een omzetafname van € 353.000. De verlaging leidt tot € 262.500 lagere salarislasten en een afname van € 13.500 in de overige personele lasten. Dit heeft per saldo een negatief effect op de structurele begroting van € 77.000. De DVO verlaging van Montfoort betreft 3.279 uur, wat gelijk is aan een omzetafname van € 312.000. De verlaging leidt tot € 232.000 lagere salarislasten en een afname van € 11.500 in de overige personele lasten. Dit heeft per saldo een negatief effect op de structurele begroting van € 68.500. Samen resulteren de DVO-verlagingen in een negatief effect van € 145.500 op de structurele begroting. 3.2

Overige materiële wijzigingen

Overige wijzigingen komen voort uit inzichten vanuit de inzichten van de realisatie over het eerste half jaar en zijn incidenteel van aard. Normaliter verwerkt de ODRU deze niet in een begrotingswijziging halverwege het jaar, maar de begrotingswijziging naar aanleiding van de DVOverlagingen biedt in dit geval de mogelijkheid om de bijgestelde begroting aan te passen aan de verwachte realisatie conform nieuwe inzichten. De hierna toegelichte wijzigingen, komen bovenop de structurele wijzigingen die zijn toegelicht onder paragraaf 3.1. De verandering in de lasten, baten en in de bestemmingsreserve Koers (Ow) worden hier na elkaar toegelicht.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

7 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Lasten De directe personele lasten zijn € 1.291.500 lager dan in de eerste bijgestelde begroting als gevolg van niet volledige invulling van de formatie. Deze salarislasten vallen vrij om in te huren. In 2021 zien we dat door een hogere productie van eigen personeel, en door kostenbesparing op de inhuur, de vrijgevallen salarislasten niet volledig zullen worden benut. Als gevolg van de langer aanhoudende thuiswerksituatie is de post indirecte personele lasten verder verlaagd. De reiskostenvergoeding blijft achter en is zodoende verder verlaagd. Ook zien we lagere personele uitgaven op onderdelen als teamactiviteiten. Daarnaast zijn de kosten voor de begeleiding van de young professionals lager. Tegenover verlagingen op deze onderdelen staan kostenstijgingen als gevolg van werving en selectiekosten. Deze kosten zijn nodig om de doelstelling te realiseren van 100% formatie. Ook de arbokosten zullen in 2021 iets hoger uitvallen dan eerder voorzien. Samen resulteren deze onderdelen in € 25.000 lagere indirecte personele lasten. De bestuurskosten vallen € 5.000 hoger uit als gevolg van een ophoging van de accountantskosten. In verband met een nieuwe accountant vanaf 2021, houden we rekening met onvoorziene kosten voor eenmalige extra benodigde inspanningen vanuit de accountant en vanuit de ODRU als gevolg van de nieuwe samenwerking.

De gebudgetteerde algemene kosten zijn met € 113.000 verlaagd. Dit is het gevolg van lagere verwachte kosten voor ICT ondersteuning, lagere telecom- en internetkosten, lagere kosten voor archiefbeheer en lager kosten voor activiteiten op de NDC-locaties. Tegenover de verlagingen staat een verhoging van de verwachte licentiekosten in 2021. Nieuw inzicht in de verwachte investeringen in 2021 en 2022 leidt tot een aanpassing van de verwachte kapitaallasten. Doordat vervangingsinvesteringen van computers en telefoons naar waarschijnlijkheid pas begin 2022 plaatsvinden, vallen de afschrijvingskosten lager uit dan eerder verwacht. Anderzijds leidt de negatieve rente tot iets hogere rentelasten dit jaar. Per saldo zijn de kapitaallasten zodoende verlaagd met € 44.500. Baten De directe personele baten vallen in 2021 € 50.000 lager uit, doordat er geen doorbelasting van personeelskosten plaatsvindt. Er zijn geen medewerkers geplaatst in andere organisaties, en er zijn geen concrete signalen dat dat dit jaar nog plaats zal vinden. De baten vanuit eigenaargemeenten zijn naast de structurele verlaging vanuit de DVO’s, incidenteel verhoogd in 2021. Dit is het gevolg van extra tijdelijke uren die zijn opgenomen door IJsselstein in het UVP, waarmee in 2021 nog sprake is van een overgangsfase.

Daarnaast is de verwachting dat meer uren uit de UVP’s zullen worden gerealiseerd dan eerder werd verwacht, bij andere gemeenten. Samen leidt dit tot € 190.000 hogere incidentele baten vanuit de eigenaargemeenten. Bestemmingsreserve Koers (Ow) De Omgevingswet is formeel uitgesteld naar 1 juli 2022. Dit heeft tot gevolg dat de voorbereidingen wederom langer doorlopen dan eerder voorzien. De programmamanager heeft hiervoor het plan van aanpak en bijbehorende programmabegroting geactualiseerd. Deze staat ook geagendeerd ter besluitvorming voor het AB van 30 september 2021. Bepaalde onderdelen uit het Programma Omgevingswet schuiven door naar 2022. Dit heeft tot gevolg dat de verwachte lasten en dekking € 35.017 lager uitvallen in 2021. Het doorschuiven van activiteiten uit het programma heeft ook gevolgen voor de begroting 2022, die in een eerste begrotingswijziging 2022 worden uitgewerkt.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

8 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Per saldo hebben de genoemde overige materiële wijzigingen een positief effect van € 319.000 op de incidentele begroting. 3.3

Totaal te leveren uren Begrotingswijziging

In tabel 2 zijn de totale begrote uren over 2021 opgenomen. Hierin zijn enerzijds de DVOverlagingen van de gemeenten IJsselstein en Montfoort verwerkt en zijn anderzijds voor 2021 incidenteel te realiseren uren opgenomen.

Uur type / jaar DVO en tijdelijke uren (G + T) Project uren (P) Totaal eigenaar gemeenten - (UVP) Balans uren (B) Aanvullende uren (A) Totaal

Realisatie 2020

1e Bijgestelde begroting 2021

DVO wijziging IJS

DVO wijziging MON

Totaal 2e BGW 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

163.698

165.000

-3.720

-3.279

1.838

-5.161

159.839

20.740

23.600

-

-

161

161

23.761

184.439

188.600

-3.720

-3.279

1.999

-5.000

183.600

3.554 14.116 202.108

3.400 8.000 200.000

-

-

-

-

-

-

-3.720

-3.279

1.999

-5.000

3.400 8.000 195.000

Overige wijzigingen

TABEL 2:TOTAAL AF TE NEMEN UREN O.B.V. DE BIJGESTELDE BEGROTING 2021

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

9 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

4.

Tweede bijgestelde Begroting 2021

In tabel 3 staat het overzicht van de bijgestelde begroting 2021. In totaal nemen de baten af met een bedrag van € 525.000 en de lasten met € 698.500. De bijgestelde begroting is met een saldo van baten en lasten van € 173.500 positief. De wijzigingen in deze begroting zijn deels structureel en deels incidenteel van aard, zoals toegelicht. De BBV richtlijnen schrijven voor dat deze structurele en incidentele wijzigingen inzichtelijk worden gemaakt. Wij hebben hiervoor in bijlage 2 een tabel opgenomen met de wijzigingen die structureel dan wel een incidenteel effect hebben op de begroting. De structurele effecten worden ook verwerkt in de bijgestelde begroting 2022.

(in euro's)

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

Directe personele lasten

12.326.000

-1.786.000

Inhuur derden

Lasten

3.610.000

1.290.000

Indirecte personele lasten

803.500

-50.000

Bestuurskosten

91.000

5.000

Algemene kosten

1.539.500

-113.000

Huisvestingskosten

620.000

-

Kapitaallasten

221.000

-44.500

5.000

-

19.216.000

-698.500

10.540.000 4.900.000 753.500 96.000 1.426.500 620.000 176.500 5.000 18.517.500

(in euro's)

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

Directe personele baten

105.000

-50.000

Baten eigenaar gemeenten UVP

18.240.000

-475.000

Baten aanvullende opdrachten

760.000

-

Overige goederen en diensten

110.000

-

1.000

-

Kapitaalbaten

-

-

Diversen

-

-

19.216.000

-525.000

55.000 17.765.000 760.000 110.000 1.000 18.691.000

-

173.500

173.500

Incidentele lasten Omgevingswet

314.617

-35.017

Incidentele baten Omgevingswet

-

-

Incidentele lasten PFAS

13.980

-

Incidientele baten PFAS

-

-

-328.597

35.017

279.600 13.980 -293.580

Diversen

Totaal lasten Baten

Huisvestingsbaten

Totaal baten saldo van baten en lasten

Incidenteel saldo van baten en lasten Vervolg tabel op volgende pagina

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

10 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Geraamd saldo van baten en lasten

-328.597

208.517

-120.080

Toevoeging aan reserve Koers (Ow)

-

-

-

Onttrekking uit reserve Koers (Ow)

314.617

-35.017

279.600

Toevoeging aan reserve PFAS

-

-

-

Onttrekking uit reserve PFAS

13.980

-

13.980

-

173.500

173.500

Geraamd resultaat TABEL 3: BIJGESTELDE BEGROTING 2021

De ODRU is verplicht om conform het BBV een uitsplitsing naar uniforme taakvelden op te stellen. Deze taakvelden zijn zodanig in de begroting onderscheiden dat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. In het BBV worden baten en lasten van overhead niet meer onder de afzonderlijke beleidstaakvelden geregistreerd, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld voor overhead. In deze Begrotingswijziging zijn de wijzigingen ook vertaald naar deze taakvelden, conform de richtlijnen uit de notitie overhead van de Commissie BBV. Wij onderkennen vier taakvelden waarin we de baten en lasten kunnen verdelen. Dit zijn: • • • •

Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de adviestaken Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC) Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten met betrekking tot de overhead. In 2021 vormen de ontwikkeling van de koers, en de voorbereiding/implementatie van de omgevingswet een belangrijk onderdeel van de overheadkosten.

Per taakveld is de wijziging op de begroting opgenomen in bijlage 3. Het totaaloverzicht van de bijgestelde begroting is als volgt. Overzicht van baten en lasten bijgestelde begroting 2021 (per taakveld in euro's)

V&M (Milieu taken) VHROSV (Bouwen en RO) Onderwijs (Natuur- en Milieu Educatie)

Baten

Lasten

Saldo

14.794.569 10.069.200 3.014.482 1.735.000

4.725.369 1.279.482

881.949

609.800

272.149

Overhead

-

6.392.080

-6.392.080

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

Onvoorzien

-

5.000

-5.000

18.691.000 18.811.080

-120.080

-

293.580

Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma Geraamd resultaat

-

173.500

* INCLUSIEF LASTEN UITVOERING KOERS TABEL 4: BIJGESTELDE BEGROTING PER TAAKVELD

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

11 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Balans Deze Begrotingswijziging heeft een verandering in de balans tot gevolg. In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans op basis van de tweede bijgestelde begroting 2021 weergegeven. De voorgeschreven kengetallen zijn ook in bijlage 4 opgenomen.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

12 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

BIJLAGE 1. Bijgesteld formatie overzicht Formatieoverzicht 2021 De totale formatie daalt van 148,95 fte naar 142,77 fte. De wijziging komt voort uit de DVOverlagingen door de gemeenten IJsselstein en Montfoort. Omdat dit formatieoverzicht betrekking heeft op 2021, is hierin nog niet de reeds vastgestelde verlaging van 2,4 fte per 1 januari 2022 uit de Begroting 2022 verwerkt. Die verlaging heeft betrekking op de afloop van het langdurig handhavingscontract met de gemeente De Bilt.

Totale formatie 2021

Vastgestelde formatie (01-07-2021)

2e BGW 2021

Directie en controller Totaal managementteam Bestuur ondersteuning Human Resources Communicatie Planning & Control Bedrijfsbureau Bedrijfsbureau – uitvoering Totaal Staf en ondersteuning Relatiemanagement Integraal Toezicht & Handhaving Beleid & Vergunningen Expertise & Advies Bedrijfsbureau – uitvoering Totaal Uitvoering

6,40 6,40 3,22 2,56 1,50 3,89 20,89 -6,10 25,96 2,85 37,20 41,41 29,03 6,10 116,59

-0,11 -0,11 -0,15 -0,30 -0,15 -0,32 -0,92 -5,11 -0,04 -5,15

6,29 6,29 3,07 2,56 1,20 3,74 20,57 -6,10 25,04 2,85 37,20 36,30 28,99 6,10 111,44

Totaal ODRU

148,95

-6,18

142,77

Formatieoverzicht BGW 2021* (in fte's)

(16-12-2021)

*IN DIT FORMATIEOVERZICHT IS NIET DE FORMATIEVERLAGING OPGENOMEN VAN 2,4 FTE NAAR AANLEIDING VAN DE BEGROTING 2022 PER 1 JANUARI 2022 VOOR DE AFLOOP VAN HET LANGDURIG HANDHAVINGSCONTRACT MET DE GEMEENTE DE BILT.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

13 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

BIJLAGE 2. Structurele en incidentele effecten op tweede Begrotingswijziging In de Begrotingswijziging doen zich structurele en incidentele wijzigingen voor. De structurele wijzigingen hebben ook effect op de meerjarenbegroting en worden als zodanig verwerkt in de begroting 2022 en de jaren daarna. Met de structurele wijziging worden de baten en lasten bedoeld die voor onbepaalde tijd effect hebben op de begroting. Een wijziging met een eindigend karakter wordt als incidenteel aangemerkt. In onderstaande tabel is de Begrotingswijziging vertaald naar de structurele en incidentele wijzigingen. 1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

15.214.000 15.284.870

-519.500 -665.000

14.694.500 14.619.870

70.870

-145.500

-74.630

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

4.002.000 3.931.130

-179.000 140.000

3.823.000 4.071.130

Incidenteel saldo van baten en lasten

-70.870

319.000

248.130

Incidentele lasten Uitvoering koers Incidentele lasten PFAS

-314.617 -13.980

35.017 -

-279.600 -13.980

Geraamd saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow)

-328.597 -

208.507 -

-120.080 -

Onttrekking uit reserve Koers (Ow) Toevoeging aan reserve PFAS Onttrekking uit reserve PFAS Geraamd resultaat

314.617 13.980 -

-35.017 173.500

279.600 13.980 173.500

Structureel Totaal Lasten Totaal Baten Structureel saldo van baten en lasten

Incidenteel Totaal lasten Totaal baten

De aanpassingen van de DVO’s en formatie aanpassingen zijn structureel van aard (§3.1). De overige materiële wijzigingen die zijn opgenomen hebben een incidenteel karakter (§3.2).

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

14 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

BIJLAGE 3. Begrotingswijziging 2021 per taakveld V&M (Milieu taken) Lasten (in euro's)

Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Totaal lasten

Baten (in euro's)

1e Bijgestelde 2e Begrotings- 2e Bijgestelde begroting 2021 wijziging 2021 begroting 2021 7.187.667 2.342.033 389.200 9.918.900

-37.667 242.967 -55.000 150.300

7.150.000 2.585.000 334.200 10.069.200

1e Bijgestelde 2e Begrotings- 2e Bijgestelde begroting 2021 wijziging 2021 begroting 2021

Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Totaal baten

105.000 13.958.029 749.880 60.000 14.872.909

-50.000 -4.131 -24.209 -78.340

55.000 13.953.898 725.671 60.000 14.794.569

Structureel saldo van baten en lasten

4.954.009

-228.640

4.725.369

-

-

-

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Omgevingswet Onttrekking uit reserve Omgevingswet Toevoeging aan reserve PFAS Onttrekking uit reserve PFAS

4.954.009 -

-228.640 -

4.725.369 -

Geraamd resultaat

4.954.009

-228.640

4.725.369

Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidentele lasten PFAS Incidentele baten PFAS Incidenteel saldo van baten en lasten

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

15 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

VHROSV (Bouwen & RO) Lasten

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

1.656.892 616.442 50.500 2.323.834

-1.246.892 668.558 -10.500 -588.834

410.000 1.285.000 40.000 1.735.000

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Totaal baten

3.461.859 3.461.859

-447.376 -447.376

3.014.482 3.014.482

Structureel saldo van baten en lasten

1.138.025

141.458

1.279.482

Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidentele lasten PFAS Incidentele baten PFAS Incidenteel saldo van baten en lasten

-

-

-

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Omgevingswet Onttrekking uit reserve Omgevingswet Toevoeging aan reserve PFAS Onttrekking uit reserve PFAS

1.138.025 -

141.458 -

1.279.482 -

Geraamd resultaat

1.138.025

141.458

1.279.482

(in euro's)

Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Totaal lasten

Baten (in euro's)

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

16 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Onderwijs (NDC) Lasten (in euro's)

Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Totaal lasten

1e Bijgestelde 2e Begrotingsbegroting 2021 wijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

564.941 126.525 24.300 69.500 58.500 843.766

-124.941 -86.525 -500 -22.000 -233.966

440.000 40.000 23.800 47.500 58.500 609.800

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Totaal baten

820.113 10.120 50.000 1.000 881.233

-23.493 24.209 716

796.620 34.329 50.000 1.000 881.949

Structureel saldo van baten en lasten

37.467

234.683

272.149

Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidentele lasten PFAS Incidentele baten PFAS Incidenteel saldo van baten en lasten

-

-

-

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow) Toevoeging aan reserve PFAS Onttrekking uit reserve PFAS

37.467 -

234.683 -

272.149 -

Geraamd resultaat

37.467

234.683

272.149

Baten (in euro's)

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

17 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Overhead 1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

2.916.500 525.000 339.500 91.000 1.470.000 561.500 221.000 5.000 6.129.500

-376.500 465.000 16.000 5.000 -91.000 -44.500 -26.000

2.540.000 990.000 355.500 96.000 1.379.000 561.500 176.500 5.000 6.103.500

1e Bijgestelde begroting 2021

2e Begrotingswijziging 2021

2e Bijgestelde begroting 2021

-

-

-

Structureel saldo van baten en lasten

-6.129.500

26.000

-6.103.500

Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidentele lasten PFAS Incidentele baten PFAS Incidenteel saldo van baten en lasten

314.617 13.980 -328.597

-35.017 35.017

279.600 13.980 -293.580

Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow) Toevoeging aan reserve PFAS Onttrekking uit reserve PFAS

-6.458.097 314.617 13.980

61.017 -35.017 -

-6.397.080 279.600 13.980

Geraamd resultaat

-6.143.480

26.000

-6.103.500

Lasten (in euro's)

Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Totaal lasten

Baten (in euro's)

Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Totaal baten

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

18 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

BIJLAGE 4. Geprognosticeerde balans en kengetallen Kengetallen

Realisatie 2020

Begroting 2021

Bijgestelde 2e Bijgestelde Begroting Begroting 2021 2021 -2,55% -5,22%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-6,28%

-1,43%

-6,28%

-1,43%

-2,55%

-5,22%

Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

12,83% n.v.t. -0,53% n.v.t.

10,16% n.v.t. 0,81% n.v.t.

9,28% n.v.t. 0,37% n.v.t.

11,35% n.v.t. -0,40% n.v.t.

Balans - Activa (in euro's)

Balans 2021

Balans 2021

Balans 2021

(begroting)

(na 1e bgw)

(na 2e bgw)

12.500 771.843 784.343

12.500 616.979 629.479

12.500 340.146 352.646

4.052.015 3.500.000 4.200.000 29.020 20.000 29.000 4.127.899 3.731.696 3684.162 8.208.935 7.251.696 7.913.162

4.200.000 29.000 4.169.512 8.398.512

Balans 2020

Vaste activa Materiele vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - Verbouwingen - Apparaten /installaties

17.500 431.720 449.220

Vlottende activa Uitzetting rente looptijd < 1jaar - Vorderingen publiekrechtelijke lichamen - Vorderingen Overige instanties - Uitzetting in 's Rijk’s schatkist Liquide middelen - Kassaldo - Banksaldo Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen die ten lasten van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

825 250.557 251.382

1.200 250.000 251.200

1.000 250.000 251.000

1.000 250.000 251.000

111.814

175.000

140.000

140.000

9.021.351 8.462.239 8.933.641

9.142.158

19 Akkoord secretaris:

Tweede Begrotingswijziging 2021

Balans - Passiva (in euro's)

Balans 2021

Balans 2021 (na

Balans 2021

(begroting)

bgw)

(na 2e bgw)

703.429 314.617 13.980 -

703.429 -

703.429 125.764

703.429 35.017 125.764

125.764 1.157.790

156.500 859.929

173.500 829.193 1.037.710

476.535 476.535

199.310 199.310

291.170 291.170

Balans 2020

Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserve Koers (Ow) - Bestemmingsreserve PFAS - Bestemmingsreserve Efficiëntie verbeteringen ODRU Saldo rekening - Gerealiseerde resultaat Voorzieningen - Voorziening boventalligen

291.170 291.170

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr - Rekening courant BNG - Crediteuren 908.015 1.350.000 1.250.000 1.250.000 - Belastingen (BTW) en Premies 1.203.575 1.000.000 1.300.000 1.300.000 2.111.590 2.350.000 2.550.000 2.550.000 Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen (huurkorting)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=7f4bce64-a147-48c8-8946-4d717f072ddb