2022-01-13 Vastgestelde begrotingswijzigingen en Kadernota 2023, ODRU.pdf
Tekst van het document
Eerste Begrotingswijziging 2022 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT
Omgevingsdienst regio Utrecht 15 november 2021
Eerste Begrotingswijziging 2022
Colofon Titel
Eerste Begrotingswijziging 2022
Revisie
8
Datum
15 november 2021
Aantal Pagina’s
22
Auteurs
Omgevingsdienst regio Utrecht
Contactpersoon
P&C
ODRU
Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht
Copyright
© Omgevingsdienst regio Utrecht
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
opgesteld door
Planning & Control
beoordeeld door
managementteam 24 augustus 2021
besproken door
dagelijks bestuur 9 september 2021
besproken door
algemeen bestuur 30 september 2021
vastgesteld door
algemeen bestuur 16 december 2021
Kenmerk
INT20.4089
2 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................... 4 1.
Inleiding ....................................................................................................................... 6
1.1
Algemeen ...................................................................................................................... 6
1.2
Leeswijzer ..................................................................................................................... 6
2.
Eerste begrotingswijziging 2022 ............................................................................... 7
3.
Toelichting ................................................................................................................... 9
3.1
Aanpassingen DVO’s IJsselstein en Montfoort ............................................................ 9
3.2
Overige materiële wijziging ........................................................................................... 9
3.3
Totaal te leveren uren begrotingswijziging ................................................................. 10
4.
Bijgestelde Begroting 2022 ...................................................................................... 11
BIJLAGE 1.
Bijgesteld formatie overzicht Formatieoverzicht 2022 ............................................ 13
BIJLAGE 2.
Structurele en incidentele effecten op de begroting ............................................... 14
BIJLAGE 3.
begrotingswijziging 2022 per taakveld .................................................................... 15
BIJLAGE 4.
Geprognosticeerde balans en kengetallen ............................................................. 19
BIJLAGE 5.
Geactualiseerde begroting & verloop bestemmingsreserve Omgevingswet .......... 21
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
3 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Samenvatting Voor u ligt de eerste Begrotingswijziging 2022. In deze Begrotingswijziging op de begroting 2022 zijn de DVO-verlagingen verwerkt naar aanleiding van het terugvloeien van de RO- en DHW-taken naar de gemeenten IJsselstein en Montfoort per eind 2020 en is een aanpassing verwerkt van de kosten van het programma Omgevingswet. Deze wijzigingen waren bij het opstellen van de begroting 2022 nog niet geformaliseerd en derhalve destijds ook niet verwerkt. Met IJsselstein en Montfoort is in 2020 geconstateerd dat er oneigenlijke taken aan de ODRU waren toebedeeld, waardoor een herschikking in het belang van alle partijen nodig was. Dit is structureel van aard en resulteert in een tekort in de meerjarenbegroting. In 2021 wordt dit goedgemaakt door een incidenteel resultaat. In de jaren na 2021 leidt dit tot een begrotingstekort. Dit kan relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel worden opgelost indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% (van het totale jaarlijkse opdrachtenvolume) DVO uren afnemen, zich gaan houden aan de 80/20 regel (zie ontwerp eerste Begrotingswijziging 2022 en ontwerp Kadernota 2023). Er is geen bestemmingsreserve gevormd waaruit de tekorten in komende jaren kunnen worden gedekt en indirecte kosten geleidelijk kunnen worden afgebouwd.
De Begrotingswijziging leidt als gevolg hiervan tot een bijgestelde begroting met daarin een verwacht structureel negatief resultaat van € 143.500. Om dit negatieve resultaat op te vangen is er een aantal scenario’s mogelijk, t.w.: a) hoger uurtarief doorberekenen, b) verdere overhead besparingen of c) in het eerst volgende jaar het tekort dekken uit de algemene reserve en vervolgens alle effecten, van onder andere de Omgevingswet, goed financieel in kaart te brengen. Er is ondanks het negatieve resultaat, niet voor gekozen het uurtarief van € 96,75 aan te passen ten opzichte van de begroting, maar het tekort voor 2022 te dekken uit de algemene reserve, of indien mogelijk, uit het incidentele resultaat van 2021 (dit betreft twee AB besluiten). Hiervoor is gekozen omdat er mogelijk meer DVOwijzigingen plaats zullen vinden, ophogingen enerzijds en verlagingen anderzijds. Door medio 2022 het saldo van deze wijzigingen in beeld te krijgen en te formaliseren, kan in 2022 het structurele tekort worden opgelost voor de jaren 2023 en verder. Indien er na alle DVO-wijzigingen nog steeds sprake is van een begrotingstekort, zal de oplossing liggen in het alsnog doorvoeren van een tariefsverhoging en/of kostenreducties. Deze oplossing is financieel rechtmatig en kan rekenen op goedkeuring van de accountant en de provincie.
De structurele doorwerking van de DVO-wijzigingen van Montfoort en IJsselstein zullen worden meegenomen in de meerjarenbegroting 2023-2026. Om het tekort te verkleinen is het van belang dat eigenaargemeenten hun DVO’s gaan aanpassen voor uren die in de praktijk structureel worden afgenomen (zoals t.z.t. als gevolg van de Ow voor de bodemtaken). Het bestuur van de ODRU geeft daarnaast al langere tijd aan dat de verhouding tussen DVO en UVP bij nog niet alle gemeenten voldoet aan de eis van 80/20-regel. Indien de gemeenten met een DVO/UVP verhouding lager dan 80% (o.b.v. UVP’s 2021) de DVO’s verhogen naar 80%, wordt het structurele tekort nagenoeg voorkomen. Dit benadrukt nogmaals het belang voor een 80/20 DVO/UVP verhouding bij alle gemeenten.Daarbij komt dat ook aanvullende opdrachten bij een aantal gemeenten meer regel dan uitzondering zijn. Deze baten komen ten goede van het incidentele resultaat en biedt derhalve geen structurele dekking voor vaste kosten zoals huisvesting en ICTcapaciteit. Als gevolg van het uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet loopt het voorbereidingsprogramma door in 2022. Het uitstel geeft de ODRU en de gemeenten en ketenpartners de gelegenheid zich beter voor te bereiden en meer doorlooptijd voor kritische activiteiten.
Tegelijk betekent elk uitstel het doorlopen van coördinatiekosten, kosten voor het bijhouden van kennis en kunde en andere kosten die het programmabudget ontoereikend maken. Ook vinden er werkzaamheden plaats waarvan eerder onduidelijkheid bestond over de urgentie en
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
4 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
omvang. Conform de notitie ‘PVA uitstel’ dat op 30 september 2021 wordt behandeld in het AB, leidt dit tot een tekort in de bestemmingsreserve Koers van € 165.500. Dit bedrag is in kosten en dekking verwerkt in deze Begrotingswijziging. Hierbij is vooralsnog het uitgangspunt dat het AB op 30 september 2021 instemt met het programmavoorstel om een incidentele aanvullende bijdrage te vragen in 2022 aan de eigenaargemeenten ter dekking van het tekort uit de bestemmingsreserve.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
5 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
1.
Inleiding
Voor u ligt de eerste Begrotingswijziging 2022. In deze Begrotingswijziging zijn de structurele DVOverlagingen van IJsselstein en Montfoort verwerkt en is een aanpassing van de verwachte lasten voor het programma Omgevingswet opgenomen. 1.1
Algemeen
De Begrotingswijziging 2022 dient door de leden van het algemeen bestuur (AB) van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) te worden vastgesteld. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen binnen acht weken hun zienswijzen naar voren brengen bij het dagelijks bestuur (DB). Het DB zal de zienswijzen bij de Begrotingswijziging 2022 voegen ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. De planning voor de vaststelling van de eerste Begrotingswijziging 2022 is als volgt: • • •
Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB
30 september 2021 26 november 2021 (uiterlijk retour) 16 december 2021
De Begrotingswijziging moet uiterlijk 14 dagen na vaststelling door het AB worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht. 1.2 Leeswijzer De Begrotingswijziging 2022 bevat wijzigingen op de reeds vastgestelde begroting voor het jaar 2022. Per onderdeel van de wijzigingen geven we een toelichting op de financiële effecten. In de bijlage is de wijziging vertaald naar de uniforme taakvelden.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
6 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
2.
Eerste Begrotingswijziging 2022
In onderstaande tabel treft u de Begrotingswijziging aan. Deze Begrotingswijziging is opgebouwd uit de drie kolommen in onderstaande tabel, die nader worden toegelicht in het volgende hoofdstuk. De totale wijziging heeft een negatief effect op het geraamde exploitatieresultaat. In hoofdstuk vier wordt de bijgestelde begroting in beeld gebracht. Hier gaan we in op de wijzigingen op de begroting 2022.
Lasten (in euro's)
Overige materiële wijzigingen
DVO verlaging IJS
DVO verlaging MON
Totaal BGW 2022
-267.250
-236.250
Directe personele lasten
-
Inhuur derden
-
-
-
Indirecte personele lasten
-
-13.500
-11.500
Bestuurskosten
-
-
-
Algemene kosten
-
-
-
Huisvestingskosten
-
-
-
Kapitaallasten
-
-
-
Diversen
-
-
-
Inhuurtaakstelling
-
-
-
-
-280.750
-247.750
-503.500 -25.000 -528.500
DVO verlaging IJS
DVO verlaging MON
Totaal BGW 2022
Totaal lasten Baten (in euro's)
Overige materiële wijzigingen
Directe personele baten
-
-
-
Baten eigenaar gemeenten UVP
-
-360.000
-317.000
Baten aanvullende opdrachten
-
-
-
Overige goederen en diensten
-
-
-
Huisvestingsbaten
-
-
-
Kapitaalbaten
-
-
-
Diversen
-
-
-
Inhuurtaakstelling
-
-
-
Totaal baten
-
-360.000
-317.000
-677.000 -677.000
saldo van baten en lasten
-
-79.250
-69.250
-148.500
Incidentele lasten Uitvoering Koers
-200.517
-
-
Incidentele baten Uitvoering Koers
165.500
-
-
Incidenteel saldo van baten en lasten
-35.017
-
-
-200.517 165.500 -35.017
Vervolg tabel op volgende pagina
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
7 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Geraamd saldo van baten en lasten
-35.017
-79.250
-69.250
Toevoeging aan reserve Koers (Ow)
-
-
-
Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
35.017
-
-
-
-79.250
-69.250
Geraamd effect op resultaat
-183.517 35.017 -148.500
TABEL 1: BEGROTINGSWIJZIGING (BGW) 2022
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
8 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
3.
Toelichting
Per onderdeel vanuit de Begrotingswijziging (tabel 1) is in de volgende paragrafen een toelichting gegeven. De kaders uit de vastgestelde Kadernota 2022 zijn in acht genomen. Daarnaast is de inhoudelijke vertaalslag gemaakt op grond van een aantal binnen de ODRU gehanteerde uitgangspunten (bijvoorbeeld een vast percentage van de extra omzet begroten als algemene kosten). Deze werkwijze draagt bij aan een helder en duidelijk structureel en beheersbaar financieel beleid, dat de afgelopen jaren is ingezet en vastgehouden door de ODRU. De structurele doorwerking van deze wijzigingen wordt meegenomen in de begroting 2022. De volgende onderdelen zijn toegelicht: 1. Aanpassingen DVO’s (§3.1); 2. en overige materiële wijzigingen (§3.2).
3.1
Aanpassingen DVO’s IJsselstein en Montfoort
Naar aanleiding van de teruggave van de RO- en DHW-taken aan de gemeenten IJsselstein en Montfoort in 2020, zijn in 2021 de DVO’s aangepast. De DVO-verlaging van IJsselstein betreft 3.720 uur, wat in 2022 gelijk is aan een omzetafname van € 360.000. De verlaging leidt tot € 267.250 lagere salarislasten en een afname van € 13.500 in de overige personele lasten. Dit heeft per saldo een negatief effect op de structurele begroting van € 79.250. De DVO verlaging van Montfoort betreft 3.279 uur, wat in 2022 gelijk is aan een omzetafname van € 317.000. De verlaging leidt tot € 236.250 lagere salarislasten en een afname van € 11.500 in de overige personele lasten. Dit heeft per saldo een negatief effect op de structurele begroting van € 69.250. Samen resulteren de DVO-verlagingen in een negatief effect van € 148.500 op de structurele begroting. Dit wijkt licht af van de tweede begrotingswijziging 2021, door 2 procent hogere salarislasten en een 1,8 procent hoger verkooptarief in 2022, conform de Kadernota 2022. 3.2
Overige materiële wijziging
De overige materiële wijziging komt voort uit de gewijzigde begroting van het programma Omgevingswet. De Omgevingswet is formeel uitgesteld naar 1 juli 2022. Dit heeft tot gevolg dat de voorbereidingen wederom langer doorlopen dan eerder voorzien. Bepaalde onderdelen uit het Programma Omgevingswet schuiven door van 2021 naar 2022, terwijl de langere voorbereidingstijd op zichzelf ook leidt tot hogere kosten. Initieel was het uitgangspunt bij de begroting 2022 dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking zou treden en het programma dan ook was afgerond. Daartoe was er geen budget opgenomen voor het programma. Met het gewijzigde programmaplan en de begroting, is de verwachting dat de voorbereidingskosten van het programma Omgevingswet in 2022 netto zullen uitkomen op € 200.517. Om deze kosten te dekken is een aanvulling van de bestemmingsreserve Koers (Ow) benodigd van € 165.500. In de notitie ‘PVA Uitstel’ die in het AB van 30 september 2021 wordt behandeld en besluitvorming over plaatsvindt, wordt er door de ODRU een incidentele aanvullende bijdrage gevraagd in 2022 aan de eigenaargemeenten ter dekking van het tekort uit de bestemmingsreserve. Deze ophoging is in de Begrotingswijziging verwerkt. In bijlage 5 is de geactualiseerde begroting opgenomen alsook het verloop overzicht van de bestemmingsreserve en de verdeling van de aanvullende bijdrage naar eigenaargemeenten.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
9 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Per saldo heeft de genoemde overige materiële wijziging geen effect op de bijgestelde begroting 2022, er van uitgaande dat voldoende gelden beschikbaar zullen zijn vanuit de bestemmingsreserve. Over de ophoging van de bestemmingsreserve neemt het AB op 30 september 2021 een besluit. 3.3
Totaal te leveren uren Begrotingswijziging
In tabel 2 zijn de totale begrote uren over 2022 opgenomen. Hierin zijn de DVO-verlagingen van de gemeenten IJsselstein en Montfoort verwerkt. begrotingswijziging 2022 Uur type / jaar DVO en tijdelijke uren (G + T) Project uren (P) Totaal eigenaar gemeenten (UVP) Balans uren (B) Aanvullende uren (A) Totaal
DVO verlaging MON
Totaal Bijgestelde BGW begroting 2022 2022 -6.999 148.577 319
Realisatie 2020
Begroting 2022
DVO verlaging IJS
163.698 20.740
155.576 319
-3.720
-3.279
-
-
184.439
155.895
-3.720
-3.279
-6.999
148.896
3.554 14.116 202.108
155.895
-
-
-6.999
148.896
-3.720
-3.279
TABEL 2:TOTAAL AF TE NEMEN UREN O.B.V. DE BIJGESTELDE BEGROTING 2022
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
10 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
4.
Bijgestelde Begroting 2022
In tabel 3 staat het overzicht van de bijgestelde begroting 2022. In totaal nemen de baten af met een bedrag van € 528.500 en de lasten met € 677.000. Na aftrek van de structurele ruimte in de basisbegroting 2022 á € 5.000 leidt dit tot een structureel tekort van € 143.500. De wijzigingen in deze begroting zijn deels structureel en deels incidenteel van aard, zoals toegelicht. De BBV richtlijnen schrijven voor dat deze structurele en incidentele wijzigingen inzichtelijk worden gemaakt. Wij hebben hiervoor in bijlage 2 een tabel opgenomen met de wijzigingen die structureel dan wel een incidenteel effect hebben op de begroting. De structurele effecten worden ook verwerkt in de bijgestelde begroting 2022.
Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
12.255.000
-503.500
-
-
668.500
-25.000
Bestuurskosten
86.000
-
Algemene kosten
1.298.500
-
Huisvestingskosten
640.000
-
Kapitaallasten
341.000
-
5.000
-
-100.000
-
15.294.000
-528.500
11.751.500 643.500 86.000 1.298.500 640.000 341.000 5.000 -100.000 14.765.500
Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
Lasten (in euro's)
Directe personele lasten Inhuur derden Indirecte personele lasten
Diversen Inhuurtaakstelling
Totaal lasten Baten (in euro's)
-
-
-100.000
-
15.299.000
-677.000
105.000 14.406.000 110.000 1.000 -100.000 14.622.000
5.000
-148.500
-143.500
Incidentele lasten Uitvoering Koers
-
200.517
Incidentele baten Uitvoering Koers
-
165.500
Incidenteel saldo van baten en lasten
-
-35.017
200.517 165.500 -35.017
Directe personele baten
105.000
-
Baten eigenaar gemeenten UVP
15.083.000
-677.000
Baten aanvullende opdrachten
-
-
Overige goederen en diensten
110.000
-
1.000
-
-
-
Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Inhuurtaakstelling
Totaal baten saldo van baten en lasten
Vervolg tabel op volgende pagina
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
11 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Geraamd saldo van baten en lasten
5.000
-183.517
-178.517
Toevoeging aan reserve Koers (Ow)
-
-
-
Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
-
35.017
35.017
5.000
-148.500
-143.500
Geraamd resultaat TABEL 3: BIJGESTELDE BEGROTING 2022
De ODRU is verplicht om conform het BBV een uitsplitsing naar uniforme taakvelden op te stellen. Deze taakvelden zijn zodanig in de begroting onderscheiden dat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. In het BBV worden baten en lasten van overhead niet meer onder de afzonderlijke beleidstaakvelden geregistreerd, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld voor overhead. In deze Begrotingswijziging zijn de wijzigingen ook vertaald naar deze taakvelden, conform de richtlijnen uit de notitie overhead van de Commissie BBV. Wij onderkennen vier taakvelden waarin we de baten en lasten kunnen verdelen. Dit zijn: • • • •
Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de adviestaken Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC) Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten met betrekking tot de overhead. In 2022 vormen de ontwikkeling van de koers, en de voorbereiding/implementatie van de omgevingswet een belangrijk onderdeel van de overheadkosten.
Per taakveld is de wijziging op de begroting opgenomen in bijlage 3. Het totaaloverzicht van de bijgestelde begroting is als volgt. Overzicht van baten en lasten bijgestelde begroting 2022
Baten
Lasten
Saldo
11.630.000 2.168.000
7.496.000 1.243.000
4.134.000 925.000
Onderwijs (Natuur- en Milieu Educatie)
724.000
630.000
94.000
Overhead
165.500
5.492.017
-5.326.517
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
Onvoorzien
-
5.000
-5.000
14.687.500 14.866.017
-178.517
-
35.017
(per taakveld in euro's)
V&M (Milieu taken) VHROSV (Bouwen en RO)
Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma Geraamd resultaat
-
-143.500
* INCLUSIEF LASTEN UITVOERING KOERS TABEL 4: BIJGESTELDE BEGROTING PER TAAKVELD
Balans Deze Begrotingswijziging heeft een verandering in de balans tot gevolg. In bijlage 4 is de geprognosticeerde balans op basis van de eerste bijgestelde begroting 2022 weergegeven. De voorgeschreven kengetallen zijn ook in bijlage 4 opgenomen.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
12 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
BIJLAGE 1. Bijgesteld formatie overzicht Formatieoverzicht 2022 De totale formatie daalt van 146,55 fte naar 140,37 fte. De wijziging komt voort uit de DVOverlagingen door de gemeenten IJsselstein en Montfoort.
Vastgestelde formatie (01-01-2022)
2e BGW 2022
Totale formatie 2022
Directie en controller Totaal managementteam Bestuurondersteuning Human Resources Communicatie Planning & Control Bedrijfsbureau Bedrijfsbureau – uitvoering Totaal Staf en ondersteuning Relatiemanagement Integraal Toezicht & Handhaving Beleid & Vergunningen Expertise & Advies Bedrijfsbureau – uitvoering Totaal Uitvoering
6,40 6,40 3,22 2,56 1,50 3,89 20,49 -6,10 25,56 2,85 35,20 41,41 29,03 6,10 114,59
-0,11 -0,11 -0,15 -0,30 -0,15 -0,32 -0,92 -5,11 -0,04 -5,15
6,29 6,29 3,07 2,56 1,20 3,74 20,17 -6,10 24,64 2,85 35,20 36,30 28,99 6,10 109,44
Totaal ODRU
146,55
-6,18
140,37
Formatieoverzicht BGW 2022 (in fte's)
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
13 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
BIJLAGE 2. Structurele en incidentele effecten op de begroting In de Begrotingswijziging doen zich structurele en incidentele wijzigingen voor. De structurele wijzigingen hebben ook effect op de meerjarenbegroting en zullen als zodanig worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2023-2026. Met de structurele wijziging worden de baten en lasten bedoeld die voor onbepaalde tijd effect hebben op de begroting. Een wijziging met een eindigend karakter wordt als incidenteel aangemerkt. In onderstaande tabel is de Begrotingswijziging vertaald naar de structurele en incidentele wijzigingen. Structureel Totaal Lasten Totaal Baten Structureel saldo van baten en lasten Incidenteel Totaal lasten Totaal baten
Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
15.294.000 15.299.000
-528.500 -677.000
14.765.500 14.622.000
5.000
-148.500
-143.500
Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
-
-
-
Incidenteel saldo van baten en lasten
-
-
-
Incidentele lasten Uitvoering koers Incidentele Baten Uitvoering koers Geraamd saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow) Geraamd resultaat
5.000 5.000
-200.517 165.500 -183.517 35.017 -148.500
-200.517 165.500 -178.517 35.017 -143.500
De aanpassingen van de DVO’s en formatie aanpassingen zijn structureel van aard (§3.1). De overige materiële wijziging die is opgenomen heeft een incidenteel karakter (§3.2).
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
14 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
BIJLAGE 3. Begrotingswijziging 2022 per taakveld V&M (Milieu taken) Lasten (in euro's)
Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal lasten Baten (in euro's)
Begroting 2022 7.281.500 292.500 -78.000 7.496.000 Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
-
7.281.500 292.500 -78.000 7.496.000
Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022
Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal baten
105.000 11.543.000 60.000 -78.000 11.630.000
-
105.000 11.543.000 60.000 -78.000 11.630.000
Structureel saldo van baten en lasten
4.134.000
-
4.134.000
Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidenteel saldo van baten en lasten
-
-
-
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
4.134.000 -
-
4.134.000 -
Geraamd resultaat
4.134.000
-
4.134.000
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
15 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Lasten (in euro's)
Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal lasten Baten (in euro's)
VHROSV (Bouwen & RO) Bijgestelde Begroting Begrotingsbegroting 2022 wijziging 2022 2022 1.635.500 59.000 -17.000 1.677.500 Begroting 2022
-417.000 -17.500 -434.500
1.218.500 41.500 -17.000 1.243.000 Bijgestelde begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal baten
2.862.000 -17.000 2.845.000
-677.000 -677.000
2.185.000 -17.000 2.168.000
Structureel saldo van baten en lasten
1.167.500
-242.500
925.000
Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidenteel saldo van baten en lasten
-
-
-
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
1.167.500 -
-242.500 -
925.000 -
Geraamd resultaat
1.167.500
-242.500
925.000
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
16 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Lasten (in euro's)
Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal lasten Baten (in euro's)
Onderwijs (NDC) BegrotingsBijgestelde wijziging begroting 2022 2022
Begroting 2022 484.500 25.000 67.000 58.500 -5.000 630.000
Begrotingswijziging 2022
Begroting 2022
484.500 25.000 67.000 58.500 -5.000 630.000 Bijgestelde begroting 2022
Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Inhuurtaakstelling Totaal baten
678.000 50.000 1.000 -5.000 724.000
-
678.000 50.000 1.000 -5.000 724.000
Structureel saldo van baten en lasten
94.000
-
94.000
Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidenteel saldo van baten en lasten
-
-
-
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
94.000 -
-
94.000 -
Geraamd resultaat
94.000
-
94.000
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
17 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Overhead Lasten (in euro's)
Directe personeelskosten Inhuur derden Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten Diversen Totaal lasten Baten (in euro's)
Directe personele baten Baten eigenaar gemeenten UVP Baten aanvullende opdrachten Overige goederen en diensten Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Diversen Totaal baten
Begroting 2022
Begrotingswijziging 2022
2.853.500 292.000 86.000 1.231.500 581.500 341.000 5.000 5.390.500 Begroting 2022
-86.500 -7.500 -94.000 Begrotingswijziging 2022
Bijgestelde begroting 2022 2.767.000 284.500 86.000 1.231.500 581.500 341.000 5.000 5.296.500 Bijgestelde begroting 2022
-
-
-
Structureel saldo van baten en lasten
-5.390.500
94.000
-5.296.500
Incidentele lasten Uitvoering Koers Incidentele baten Uitvoering Koers Incidenteel saldo van baten en lasten
-
200.517 165.500 -35.017
200.517 165.500 -35.017
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserve Koers (Ow) Onttrekking uit reserve Koers (Ow)
-5.390.500 -
58.983 35.017
-5.331.517 35.017
Geraamd resultaat
-5.390.500
94.000
-5.296.500
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
18 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
BIJLAGE 4. Geprognosticeerde balans en kengetallen Realisatie 2020
2e Bijgestelde begroting 2021
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-6,28%
-5,22%
-1,90%
-1,23%
-6,28%
-5,22%
-1,90%
-1,23%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
12,83% n.v.t. -0,53% n.v.t.
11,35% n.v.t. -0,40% n.v.t.
9,45% n.v.t. 0,03% n.v.t.
7,90% n.v.t. -0,98% n.v.t.
Kengetallen
Balans - Activa (in euro's)
Balans 2020
Begroting 2022
1e Bijgestelde Begroting 2022
Balans 2021
Balans 2022
Balans 2022
(na 2e bgw)
(begroting)
(na bgw)
12.500 340.146 352.646
7.500 735.562 743.062
7.500 697.562 705.062
Vaste activa Materiele vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - Verbouwingen - Apparaten /installaties
17.500 431.720 449.220
Vlottende activa Uitzetting rente looptijd < 1jaar - Vorderingen publiekrechtelijke lichamen - Vorderingen Overige instanties - Uitzetting in 's Rijk’s schatkist Liquide middelen - Kassaldo - Banksaldo Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen die ten lasten van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
4.052.015 4.200.000 4.200.000 4.200.000 29.020 29.000 29.000 29.000 4.127.899 4.169.512 3.462.441 3.351.941 8.208.935 8.398.512 7.691.441 7.580.941 825 250.557 251.382
1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
1.000 250.000 251.000
111.814
140.000
140.000
140.000
9.021.351 9.142.158 8.825.503
6.677.003
19 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
Balans - Passiva (in euro's)
Balans 2021
Balans 2022
Balans 2022
(na 2e bgw)
(begroting)
(na bgw)
703.429 35.017 125.764
703.429 125.764
703.429 125.764
125.764 173.500 1.157.790 1.037.710
5.000 834.193
-143.500 685.693
199.310 199.310
199.310 199.310
Balans 2020
Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserve Koers (Ow) - Bestemmingsreserve PFAS - Bestemmingsreserve Efficiëntie verbeteringen ODRU Saldo rekening - Gerealiseerde resultaat Voorzieningen - Voorziening boventalligen
703.429 314.617 13.980 -
476.535 476.535
291.170 291.170
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr - Rekening courant BNG - Crediteuren 908.015 1.250.000 1.250.000 1.250.000 - Belastingen (BTW) en Premies 1.203.575 1.300.000 1.300.000 1.300.000 2.111.590 2.550.000 2.550.000 2.550.000 Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen (huurkorting)
Totaal Passiva
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
363.783
360.000
360.000
360.000
4.837.062 4.850.000 4.850.000 4.850.000 74.591 53.278 32.000 32.000 5.275.436 5.263.278 5.242.000 5.242.000 9.021.351 9.142.158 8.825.503 8.677.003
20 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
BIJLAGE 5. Geactualiseerde begroting & verloop bestemmingsreserve Omgevingswet In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de verloop van de bestemmingsreserve Koers (Ow) alsmede de geactualiseerde begroting die voorligt ter besluitvorming in het AB van 30 september 2021. In 2021 wordt niet de gehele bestemmingsreserve benut. Het resterende deel loopt, net als het programma, door naar 2022. De totale voorbereidingskosten in 2022 bedragen € 200.517 die ten laste gaan van de bestemmingsreserve. Voor 2022 is een ophoging van de bestemmingsreserve benodigd van € 165.500. Deze incidentele aanvullende bijdrage wordt gevraagd aan de eigenaargemeenten en hierover zal worden besloten in de genoemde AB notitie ‘PVA uitstel’. Bijgestelde begroting 2022
2021 (2e BGW)
Programma (in euro's)
Programma Omgevingswet Programmabreed
103.700
51.717
Helderheid en afspraken over taken en rollen
55.000
45.000
Bijdragen aan kerninstrumenten
223.160
122.400
Digitaal samen kunnen werken
143.160
162.000
Ontwikkelen van kennis en anders werken
112.060
132.100
637.080
513.217
Regionale uren
36.000
60.000
Interne uren/budgetten
169.320
145.300
UVP uren
Kosten Dekking uit:
147.960
103.200
Dekking Provincie warme overdracht bodemtaken
4.200
4.200
Totaal benodigd uit bestemmingsreserve Omgevingswet
279.600
200.517
Bestemmingsreserve Koers (Ow) 2017 Resultaat 2016 Kosten 2017
beschikbare middelen
kosten programma
0 738.534
-
-
497.132
2018 Bestemming resultaat 2017 Kosten 2018 Bijdrage gemeenten 2018
241.402 238.127
-
-
587.684
442.250
-
2019 Kosten 2019 Bestemming resultaat 2018
saldo reserve
334.095 -
379.283
106.927
-
Vervolg tabel op de volgende pagina
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
21 Akkoord secretaris:
Eerste Begrotingswijziging 2022
2020
61.738
Kosten 2020
-
235.863
Bestemming resultaat 2019
191.601
-
Bijdrage gemeenten 2020
297.141
-
2021
314.617
Kosten 2021
-
279.600
2022
35.017
Kosten 2022 Bijdrage gemeenten 2022
-
200.517
165.500
-
Saldo ultimo 2022 Totaal
2.180.080
Gemeente
UVP 2021
2.180.080
%
-
Incidentele bijdrage 2022
Gemeente Bunnik
6.370
3% €
5.750
Gemeente De Bilt
11.543
6% €
10.500
Gemeente De Ronde Venen
26.679
15% €
24.000
Gemeente IJsselstein
17.464
10% €
15.750
Gemeente Montfoort
9.856
5% €
9.000
Gemeente Oudewater
5.160
3% €
4.750
Gemeente Renswoude
4.348
2% €
4.000
Gemeente Rhenen
4.405
2% €
4.000
Gemeente Stichtse Vecht
18.957
10% €
17.250
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
11.028
6% €
10.000
Gemeente Veenendaal
9.630
5% €
8.750
Gemeente Vijfheerenlanden
15.642
9% €
14.250
Gemeente Wijk bij Duurstede
5.036
3% €
4.500
Gemeente Woerden
15.599
9% €
14.000
Gemeente Zeist
21.416
12% €
19.000
Totaal
183.133
100% €
165.500
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
22 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT
Omgevingsdienst regio Utrecht 15 november 2021
Kadernota 2023
Colofon Titel
Kadernota 2023
Revisie
9
Datum
15 november 2021
Aantal Pagina’s
24 (inclusief titelpagina)
Auteurs
Omgevingsdienst regio Utrecht
Contactpersoon
Planning & Control
ODRU
Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht
Copyright
© Omgevingsdienst regio Utrecht
opgesteld door
Planning & Control
beoordeeld door
managementteam 24 en 31 augustus 2021
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
beoordeeld door
dagelijks bestuur 9 september 2021
besproken door
algemeen bestuur 30 september 2021
vastgesteld door
algemeen bestuur 16 december 2021
Kenmerk
INT20.1011-4087
1 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................3 1.
Inleiding .............................................................................................................................5
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ............................................................................5
1.2
Proces .................................................................................................................................6
1.3
Leeswijzer ...........................................................................................................................6
2.
Ontwikkelingen .................................................................................................................7
2.1
Algemeen ............................................................................................................................7
2.2
Omgevingswet (Ow) ...........................................................................................................7
2.3
Beleidsontwikkelingen 2023 en verder ...............................................................................7
2.4
Economische ontwikkelingen ..............................................................................................8
2.5
Vernieuwingen BBV ............................................................................................................9
3.
Wat mag het kosten ..........................................................................................................9
3.1
Wijze van financiering .........................................................................................................9
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2023 ...................................................................... 10
3.3
Financieel beleid .............................................................................................................. 11
3.4
Baten en Lasten ............................................................................................................... 13
3.4.1
Toelichting op de lasten ................................................................................................... 13
3.4.2
Toelichting op de baten ................................................................................................... 14
4.
Loon- en prijsontwikkeling ........................................................................................... 15
4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 15
4.2
Loon- en prijsontwikkeling ............................................................................................... 15
4.3
Tarief 2023 ....................................................................................................................... 16
5.
Planning en tijdschema ................................................................................................. 18
6.
Verantwoording.............................................................................................................. 18
6.1
Rapportages .................................................................................................................... 18
6.2
Jaarrekening .................................................................................................................... 18
BIJLAGE 1.
Uren per gemeente ...................................................................................................... 19
BIJLAGE 2.
Berekening loon- en prijsontwikkeling .......................................................................... 22
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
2 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
Samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2023 voor de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2023. Het belangrijkste uitgangspunt in deze Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2023. Het uurtarief wordt, net als voorgaande jaren, op basis van het structurele gedeelte van de begroting als volgt berekend (en gecorrigeerd voor de loon- en prijsontwikkeling (CPB-index)): begrote vaste toegestane formatie plus vaste overige kosten voor 2023 (meerjarenbegroting) huidige gegarandeerde (G-) uren (= DVO) plus vaste T-contracten
Financiële situatie De ODRU kende afgelopen jaren een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2021 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Doordat de ODRU met een integraal uurtarief werkt waaruit alle vaste kosten van de uitvoering en overhead worden gedekt, ontstaat, bij een gelijk blijvende DVO-uren omvang, een stabiele financieel gezonde basis. Op dit moment is, door meerdere factoren, zoals de Omgevingswet (Ow) en besparingen bij gemeenten, onzeker wat met de omvang van het aantal DVO-uren gaat gebeuren. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect: a. Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft de ODRU geen invloed. b. DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). c. Besparingen: het drie-sporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. d. Wet- en regelgeving: zoals beknopt beschreven in hoofdstuk 2. In de afgelopen jaren is alleen de factor ‘loon- en prijsontwikkelingen’ meegenomen in de berekening van het uurtarief, met uitzondering in het uurtarief van 2020. In dat jaar was de stijging van de DVOuren dusdanig dat we het uurtarief met 1 euro hebben verlaagd. Op dit moment zijn vooral factor a. en b. van groot belang voor het uurtarief van 2023.
Factor c. en d. kunnen namelijk ook effect hebben op het aantal uren en/of het incidentele gedeelte van de begroting. Met IJsselstein en Montfoort is in 2020 geconstateerd dat er oneigenlijke taken aan de ODRU waren toebedeeld, waardoor een herschikking in het belang van alle partijen nodig was. Het betreft hier de teruggave van RO- en DHW-taken hetgeen tot een verlaging van de DVO leidt bij de gemeenten IJsselstein en Montfoort. Dit is structureel van aard en resulteert in een tekort in de meerjarenbegroting. Dit tekort is relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel op te lossen indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% van de af te nemen uren in het DVO hebben opgenomen, zich houden aan de 80/20 regel. Deze is in 2016 overeengekomen en houdt in dat een gemeente 80% van zijn af te nemen uren in de DVO plaatst (gegarandeerde uren) en 20% flexibel afneemt. De 80/20 regel heeft ook een positief effect op de continuiteit en kwaliteit van de dienstverlening van de ODRU. Immers, op basis daarvan kan voldoende vast personeel worden ingezet, en kan een te grote flexibele schil worden voorkomen. Het effect van dit structurele tekort is vooralsnog niet meegenomen in de berekening van het uurtarief voor 2023. De ODRU heeft er voor gekozen om nu nog niet het uurtarief 2023 te verhogen en dus daarmee het structurele tekort op te lossen.
Argumentatie hiervoor luidt als volgt: Op dit moment is er sprake van diverse ontwikkelingen, die mogelijk een substantieel effect in neerwaartse of opwaartse zin hebben op de omvang van het DVO en het uurtarief. Aangezien deze nu nog onvoldoende bekend zijn, zal de ODRU medio 2022 een overzicht van deze effecten maken. Op
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
3 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
basis hiervan zal bekeken moeten worden of het uurtarief en de meerjarenbegroting dient te worden aangepast via een begrotingswijziging. De ODRU is vorig jaar een drie-sporen traject (factor c.) gestart om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren. De ODRU werkt nauwgezet aan het spoor ‘het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur’ als ook aan het spoor ‘minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. In deze Kadernota wordt een aantal externe ontwikkelingen genoemd die van belang zijn voor de ODRU, omdat deze uiteindelijk effect zullen hebben op het uurtarief (en/of de uren van de gemeenten). Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2023 in deze Kadernota, omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Gezien de grote betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU, behoeven deze tevens een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. De belangrijkste ontwikkelingen die invloed zullen hebben op de totale bijdrage die gemeenten betalen (dus op uurtarief en/of uren) zijn de Omgevingswet (o.a. bodemtaken), de WKB, klimaat, energie en duurzaamheid en energielabel C verplichting voor kantoren. Deze ontwikkelingen kunnen wijzigingen in de DVO-uren omvang tot gevolg hebben en derhalve effect op het uurtarief.
Naast het uurtarief sec is het van belang om te kijken naar de totale bijdrage die de gemeenten betalen en het voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria VTH, die richtlijnen geeft voor de inrichting van de organisatie qua kwantiteit en kwaliteit (KC-2).
Tarief 2023 De tarieven van de ODRU dienen tenminste kostendekkend te zijn, waarbij ernaar wordt gestreefd deze zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiente bedrijfsvoering. Indien de verwachtingen van het CPB worden doorgevoerd resulteert dit in een tariefstijging van 1,87%. Hierin is tevens over het jaar 2021 en 2022 een correctie berekend op basis van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Het tarief voor 2023 is als volgt berekend: Voor- en nacalculatie
Tarief 2023
Loon correctie
1,80%
Prijs correctie
2,10%
Gewogen L/P Stijging (€ 96,75 * 1,87%) Berekend tarief 2023
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
1,87% €
1,75
€
98,50
4 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
1.
Inleiding
Voor u ligt de Kadernota 2023 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2023. Het belangrijkste doel van de Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2023. In deze Kadernota worden diverse interne en externe ontwikkelingen beschreven die effect hebben op het uurtarief en/of de R&D kosten van de ODRU. Er kunnen ook externe ontwikkelingen zijn die niet van invloed zijn op het uurtarief, maar wel op het aantal uren (producten en diensten) dat door gemeenten van de ODRU gevraagd wordt. Gezien de betekenis hiervan voor de ODRU vergen deze ontwikkelingen voorbereidingen en behoeven een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2023 omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting.
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
De ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van vijftien middelgrote en kleine gemeenten in de provincie Utrecht. Los van landelijke ontwikkelingen hebben zij al eerder hun krachten gebundeld op het gebied van het omgevingsrecht. Dit levert voor zowel de gemeenten samen, als voor elk van de gemeenten afzonderlijk, betere garanties voor kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. De Rijksoverheid heeft met het Besluit omgevingsrecht bepaald welke taken gemeenten minimaal moeten overdragen aan hun Omgevingsdienst. De ODRU is uitvoerder van gemeentelijke VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en het kennis- en expertisecentrum voor milieu en duurzaamheid. Wij werken in opdracht van vijftien gemeenten in de provincie Utrecht. De deelnemende gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ruim 200 vakspecialisten, variërend in leeftijd en achtergrond, ondersteunen gemeenten en andere samenwerking-organisaties zoals de veiligheidsregio, het waterschap en de GGD bij de uitvoering van hun milieu- en omgevingstaken.
FIGUUR 1: MISSIE ODRU
Dat doen we met een breed aanbod van producten en diensten op het gebied van bodem, milieu-, bouwen woningtoezicht, vergunningen en meldingen, geluid en lucht, natuur- en milieueducatie, ruimtelijke ordening, klimaat, energie en duurzaamheid.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
5 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
1.2
Proces
De leden van het algemeen bestuur (AB) van de ODRU stellen de Kadernota 2023 vast. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de (ontwerp)Kadernota toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur (DB) hun zienswijzen naar voren brengen. Het DB voegt de ingebrachte zienswijzen bij de Kadernota 2023 ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. In het kader van versimpeling, waar ook het bestuur om heeft gevraagd, gaat de ODRU onderzoeken hoe dit proces van zienswijzen kan worden vereenvoudigd. De planning voor de vaststelling van de Kadernota 2023 is als volgt: • • •
Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB
30 september 2021 26 november 2021 (uiterlijk retour) 16 december 2021
De Kadernota 2023 vormt hierna het financiële kader voor de Begroting 2023, die in het voorjaar van 2022 wordt opgesteld. Het AB stelt de Kadernota en Begroting vast vanuit de rol van eigenaar. De gemeenten hebben de rol van opdrachtgever bij de totstandkoming van de dienstverleningsovereenkomst en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 1.3
Leeswijzer
In deze Kadernota zetten we in hoofdstuk 2 eerst de ontwikkelingen uiteen in het fysieke domein die op ons afkomen. De Omgevingswet, beleidsontwikkelingen, economische ontwikkelingen en vernieuwingen in het BBV worden hierin behandeld. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de ODRU wordt gefinancierd en wat de financiële uitgangspunten voor de begroting 2023 zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Hierin wordt het tarief berekend op basis van de nacalculatiemethode. Afsluitend vindt u in de hoofdstukken 5 en 6 de tijdsplanning en de verantwoordingsrapportages.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
6 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
2.
Ontwikkelingen
2.1
Algemeen
Een aantal voor ons relevante ontwikkelingen op bouw en milieu in Nederland kan een financieel effect op de ODRU hebben, maar naar verwachting (vooralsnog) niet op het uurtarief. Inhoudelijk zijn ook in 2023 de Omgevingswet (Ow) en Klimaat, Energietransitie en Duurzaamheid de belangrijkste thema’s voor de ODRU. En voor de bouwtaken is dat de Wet Kwaliteitsborging bouw, waarvan de inwerkingtreding ook is uitgesteld naar 1 juli 2022. Wat de ODRU in de komende jaren moet ontwikkelen wordt grotendeels daardoor bepaald. Hoe de ODRU dat gaat doen wordt enerzijds beïnvloed door de corona pandemie. Parttime thuiswerken bijvoorbeeld is in 2023 een structureel gegeven voor veel medewerkers. Anderzijds kan de beperkte arbeidsmarktcapaciteit leiden tot hogere kosten voor het vaste personeel en hogere tarieven voor inhuur. De ODRU zal daarom in 2023 doorgaan met het reeds ingezette beleid om alle vacatures te vervullen, opdat de totale kosten voor personeel lager zijn en waarmee de beoogde kostenbesparing verder wordt gerealiseerd. De ODRU verwacht vooralsnog dat de krappe arbeidsmarkt geen effect zal hebben op het uurtarief.
2.2
Omgevingswet (Ow)
In het bestuurlijk overleg van de landelijke koepels is besloten dat zij de Eerste en Tweede Kamer gaan voorstellen de inwerkingtreding van de Omgevingswet met een halfjaar uit te stellen naar 1 januari 2023. De ODRU heroverweegt daarom haar implementatietraject van de Omgevingswet. Voortschrijdend inzicht op de implementatie op de Omgevingswet en het uitstel maken dat de invoering van de Omgevingswet duurder is dan geraamd. Tegelijk heeft de laatste raming van de ODRU van de structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet een lagere stijging van het benodigde aantal uren en/of te maken aantal producten opgeleverd dan in de eerdere raming. Dit is een indicatie; de werkelijk stijging is afhankelijk van nog te maken keuzes en meer inzicht in de gevolgen van de Omgevingswet. Voor 2022 worden de gevolgen van Ow meegenomen in een aangepast Uitvoeringsprogramma per gemeente per 1 juli 2022. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Ow kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO), en daarmee dus ook niet over het uurtarief.
2.3
Beleidsontwikkelingen 2023 en verder
Gemeenten en beleid In 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot verandering, versnelling of uitstel van beleidskeuzes op VTH gebied. Er is nu sprake van financiële druk bij de gemeenten. Gemeenten willen daarom meer inzicht hebben in de kosten van de ODRU. Daar werkt de ODRU hard aan, nog in 2021 zullen bijvoorbeeld alle standaardproducten een eerste kengetal hebben. Tegelijkertijd zijn landelijk extra structurele gelden vrijgekomen voor gemeentelijke taken in de jeugdzorg en het onderwijs. Dat kan gemeenten lucht geven op het budget voor de VTH taken. Steeds vaker worden overheden, landen en zelfs internationale organisaties als de EU gedwongen hun klimaatbeleid waar te gaan maken. Rapporten als die van de Rekenkamer (juni 2021) zijn kritisch op het beleid en het toezicht. Er is meer druk dan ooit om de gemaakte afspraken (Parijs b.v.) echt te halen dan wel om de afspraken aan te scherpen. Dit kan leiden tot aanvullende regelgeving en nieuwe prioriteiten voor de provincies en gemeenten, en daarmee de ODRU.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
7 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
De vervuiling (PFAS, stikstof) in combinatie met energietransitie is echt een maatschappelijk thema. De aandacht voor een gezonde leefomgeving neemt onder de inwoners stevig toe. De burger betrekt daar ook steeds meer zijn persoonlijke gezondheid bij. Hierdoor komt het werk van een omgevingsdienst dichter bij die van zorg- en veiligheidsorganisaties als de GGD en het RIVM. Per 1 januari 2023 zijn alle kantoren verplicht te voldoen aan de eisen van energielabel c. Voor het toezicht hierop zijn de gemeenten verantwoordelijk en zij krijgen daarvoor financiële middelen van het rijk. Mogelijk besluit het AB van de ODRU dat dit toezicht een koerstaak is, waardoor alle gemeenten deze taak bij de ODRU gaan beleggen. En omdat het structureel is, zou dit kunnen leiden tot een verhoging van de DVO-uren. In 2023 zullen waarschijnlijk ook effecten te zien zijn van het rapport van de Commissie van Aartsen. Denk hierbij aan de opdrachtgeversrol van de gemeenten en het onafhankelijk toezicht op omgevingsdiensten. Verdere organisatorische vernieuwingen, die door mogelijk extra werk effect heeft op overhead (uurtarief/kosten), zullen worden vereist in: • • •
Wet Open Overheid als vervanger van WOB: alles is openbaar tenzij; Wet Elektronische Publicaties (WEP); Wet Gemeenschappelijke regeling.
Technologische ontwikkelingen De technologische ontwikkeling zet door. Enerzijds betreft het de informatiepositie voor inwoner en overheid. Die moet gelijk zijn. Dat heeft voor de ODRU veel consequenties die gaan over datakwaliteit en privacy gevoeligheid. Ervoor zorgen dat informatie digitaal beschikbaar is. Wie legt wat vast, wie is de eigenaar van de bronbestanden. Dat moet goed afgebakend worden. Daarnaast komen er nieuwe technologische mogelijkheden in het werk van de ODRU, zoals drones voor toezicht. In combinatie met meer thuiswerken zijn dit, zoals hierboven al genoemd, ook mogelijkheden om beter om te kunnen gaan met de krapte op de arbeidsmarkt en de organisatiekosten beheersbaar te houden, opdat er vanuit de bedrijfsvoering geen ophogend effect op het uurtarief is.
2.4
Economische ontwikkelingen
Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht dat de economie in 2021 groeit met bijna 4%, gevolgd door ruim 3% groei in 2022. Hoewel de economie als geheel snel herstelt, blijft de aanwezigheid van het coronavirus wel een factor van betekenis en deze pandemie is ook de belangrijkste onzekerheid bij de economische vooruitzichten. Indien onverhoopt weer grootschalige beperkingen in het economisch verkeer noodzakelijk worden, zal dit de economische ontwikkeling direct raken. De overheidsfinanciën herstellen in lijn met de ontwikkeling van de economie. In 2021 is er nog een begrotingstekort van 5,3%, maar in 2022 daalt dit door het wegvallen van de steun en het aantrekken van de belastinginkomsten tot 1,8%. Door de snelle groei daalt de overheidsschuld, gemeten als percentage van de economie, alweer. Arbeidsmarkt Het UWV verwacht een herstel van de arbeidsmarkt in 2021 en 2022. Dit blijkt uit de UWV Arbeidsmarktprognose 2021 – 2022, waarin een grote mate van onzekerheid zit vanwege de coronacrisis. Het CPB spreekt van spanning op de arbeidsmarkt. Bij de ODRU is de spanning op de arbeidsmarkt merkbaar. De ODRU heeft de ambitie om de formatie zoveel mogelijk in te vullen maar merkt de spanning op de arbeidsmarkt waarbij het vooral voor de bouw- en milieutaken moeilijk is om vacatures in te vullen. De verwachting is dat deze spanning de komende jaren aanhoudt.
De situatie wordt verergerd door de toenemende uitstroom wegens leeftijd en arbeidsmobiliteit.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
8 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
Huizenmarkt De verwachtingen voor de prijzen op de huizenmarkt zijn de laatste tijd door de meeste banken naar boven bijgesteld. De verwachting is dat de prijzen in 2022 een bescheiden stijging zullen laten zien. Bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en milieuvergunningen zijn direct gelinkt aan investeringen, gebiedsontwikkeling en bedrijvigheid. Dit betekent dat de komende jaren weinig veranderingen zullen zijn in de vraag naar WABO-vergunningaanvragen en wijzigingen van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit ook een stabiel niveau van toezicht en handhaving en klachtafhandeling voort. Het is belangrijk om samen met de gemeenten de ontwikkeling van de conjunctuur en het effect hiervan op de vraagkant te blijven volgen in de aanloop naar de contractbesprekingen voor 2023.
2.5
Vernieuwingen BBV
De begroting 2023 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV, de ervaringen met de jaarcijfers 2021 en de begroting 2022. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest in het BBV waardoor de opzet van de begroting 2023 op dezelfde wijze kan plaatsvinden zoals de begroting 2022. De beoogde wijziging om per 2021 een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen, is uitgesteld naar 2022 en blijft ook voor 2023 relevant. Vanaf begrotingsjaar 2022 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het dagelijks bestuur aan zet. Het dagelijks bestuur dient immers te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en -controle, om (primair) te waarborgen dat de ODRU bij alle (financiële) beheers handelingen en transacties de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan heeft de ODRU per 2021 het interne controleplan aangescherpt, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. Indien er na vaststelling van deze Kadernota wijzigingen in het BBV worden doorgevoerd, dan wordt dit meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023.
3.
Wat mag het kosten
3.1
Wijze van financiering
De financiële exploitatie van de ODRU is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken (via de Kadernota) en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor de ODRUbegroting. Op jaareinde wordt een afrekening gemaakt op basis van de werkelijk gerealiseerde uren. In het AB is de wijze van financiering en verantwoording besproken waarbij besloten is te werken op basis van outputsturing en inputfinanciering. Dit houdt in dat er een uitgebreidere verantwoording plaatsvindt van de output maar dat voor de financiering de ureninkoop de basis blijft.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
9 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
Figuur 2 geeft de systematiek van begroten grafisch weer.
FIGUUR 2: BEGROTINGSMETHODIEK BIJ DE ODRU
1. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO en de vaste contracten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. 2. Afhankelijk van de rechtmatigheid en noodzaak wordt jaarlijks een begrotingswijziging (BGW) gemaakt. In de begrotingswijziging worden extra baten vanuit de vastgestelde UVP’s (T+Puren) opgenomen tegen het afgesproken basistarief. Hierdoor ontstaat dekking voor incidentele lasten, voornamelijk in te huren capaciteit om de productie te realiseren. De BGW wordt opgesteld met een mate van voorzichtigheid. Hiermee wordt bedoeld dat niet alle extra gecontracteerde UVP-uren worden opgenomen, maar gemiddeld 90% van de extra uren. De systematiek van BGW draagt bij aan de financiële solide basis. Mocht er onverhoopt iets minder worden gerealiseerd en zijn er dus minder inkomsten, dan staan daar vanuit dit voorzichtigheidsbeginsel geen uitgaven tegenover die tot een negatief resultaat kunnen leiden. 3. Naast de DVO (G-uren), UVP (T+P-uren) is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende taken afnemen bij de ODRU.
Voor deze aanvullende uren wordt het basistarief met een opslag van 10% gehanteerd. Daarnaast is het mogelijk dat er meer UVP-uren worden gerealiseerd dan vooraf gecalculeerd, omdat deze UVP-uren voorzichtig worden begroot (+/-90%). De aanvullende baten geven dekking voor inhuur van tijdelijke capaciteit, de organisatie van deze inhuur en onvoorziene kosten.
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2023
De meerjarige budgetten voor 2023-2025 uit de begroting 2022 en de structurele wijzigingen uit de tweede bijgestelde begroting 2021 vormen de basis voor het opstellen van de begroting 2023 met inachtneming van de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV).
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
10 Akkoord secretaris:
Kadernota 2023
Op grond van de in deze Kadernota 2023 opgenomen uitgangspunten zullen de meerjarige budgetten worden aangepast. De methodiek van de voor- en nacalculatie op de loon- en prijsontwikkeling, zoals afgelopen jaren gehanteerd, wordt ook in deze kadernota gevolgd. De begroting 2023 borduurt voort op de huidige manier van begroten (zie figuur 2). De producten- en dienstencatalogus (PDC) is de basis voor de vertaling van de DVO in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (UVP). Het aantal uren uit de DVO’s vormt de basis voor de vaste toegestane formatie. Conform de vereisten van het BBV wordt de begroting 2023 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden. Voor de ODRU zijn dat: •