2021-04-15 Zienswijze diverse financiële stukken, VRU.pdf
Tekst van het document
Bedragen x € 1.000
Rijksbijdrage
Actualisatie 2021
Begroting Cumulatief 2022 2022
Bijstelling regulier Bijstelling BDuR 2020
-218
-
-218
Bijstelling BDuR 2021
10
-
10
Bijstelling BDuR 2022
-
2
2
-208
2
-206
Totaal effect GBTP
2.1.6
Samenvatting effect mutaties financieel kader In tabel 7 wordt het effect van de toepassing van het financieel kader op de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP weergegeven. Tabel 7 Effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting mutaties financieel kader
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds*
Financieel effect GBTP Actualisatie 2021
Begroting 2022
Cumulatief 2022
-
-
-
Loonaanpassing
65
859
924
Prijsaanpassing
148
413
561
Lasten FLO-overgangsrecht
pm
pm
pm
-208
2
-206
5
1.274
1.279
Brede doeluitkering Rampenbestrijding Totaal mutatie bijdrage GBTP
*De bijstelling van de ijkpuntscores heeft geen effect op de totale omvang van de bijdrage GBTP. De bijstelling leidt wel tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten.
Pagina
16
2.2
Ontwikkelingen bestaand beleid Deze begroting heeft betrekking op het (tweede en) derde jaar van de nieuwe beleidsperiode zoals beschreven in het beleidsplan 2020-2023. Voor deze beleidsperiode heeft de VRU zich ten doel gesteld geen aanvullende bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Eventuele structurele kosten die voortvloeien uit nieuw beleid worden dan ook gedekt uit besparingen door efficiënter te werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud). Een aantal exogene ontwikkelingen vormt de aanleiding voor bijstellingen die nodig zijn om bestaand beleid te kunnen voortzetten. In de volgende paragrafen worden de bijstellingen nader toegelicht. Voor zover bekend, worden de effecten op de begroting weergeven en zijn deze verwerkt in (de meerjarenraming van) de begroting.
2.2.1
Hervorming OMS-stelsel Een aantal (ca. 1250) gebouwen zijn conform hun vergunning door de gemeente verplicht tot een directe doormelding van hun brandmeldinstallatie naar de meldkamer van de regionale brandweer (Openbaar Meldsysteem; OMS). Daarnaast is bestuurlijk (bij de aanbesteding in 2014) afgesproken dat (ca. 50) gebouwen voor vitale infrastructuur en cultureel erfgoed zich op vrijwillige basis mogen aansluiten op het OMS, i.v.m. maatschappelijk belang of continuïteit van vitale processen. Per aansluiting betaalt de leverancier de VRU een concessievergoeding. Reeds enkele jaren hebben wij het risico omtrent de houdbaarheid van het huidige regionale OMS-stelsel benoemd. Naar aanleiding van landelijk (juridisch) onderzoek naar de houdbaarheid van het huidige OMS-stelsel werd geconcludeerd dat: er op langere termijn nauwelijks tot geen rechtvaardiging te vinden is voor de instandhouding van het huidige OMS-stelsel, waarbij het aantal OMS-aanbieders beperkt is of wordt; voor de huidige praktijk van inning van de vergoedingen in de toekomst nauwelijks ruimte blijft; er geen wettelijke basis is voor de wijze waarop veiligheidsregio’s nu de regie voeren op het tot stand komen van het OMS. Gelet op deze conclusies en de landelijke ontwikkelingen is het risico op het wegvallen van de concessievergoeding in de begroting 2021 al verhoogd naar ‘groot’.
Hierbij werd ingeschat dat de contracten in onze regio tot einde van de concessieperiode (april 2024) konden worden gecontinueerd, tenzij externe ontwikkelingen aanleiding zouden geven om de concessievergoeding tussentijds aan te passen. Inmiddels doet deze ontwikkeling zich voor. In 2021 wordt namelijk een landelijke voorziening voor de ontvangst van meldingen van brandmeldinstallaties operationeel. Dit als onderdeel van het project Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) waarbinnen het beheer van de meldkamer wettelijk aan de politie is overgedragen. Deze voorziening gaat de huidige regionale werkwijze voor de ontvangst van brandmeldingen via het openbaar meldsysteem vervangen. De VRU heeft, samen met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland, in 2014 de concessie voor het huidige regionale OMS aan zes leveranciers gegund na een rechtmatige Europese aanbesteding. Deze concessie loopt tot april 2024. Op dit moment zijn ongeveer 1.300 instellingen en bedrijven op het OMS aangesloten. In de programmabegroting 2021 zijn de inkomsten uit concessievergoeding regionale OMS geraamd op ongeveer € 1,1 miljoen. Bijstelling De consequentie van de hiervoor beschreven ontwikkeling is dat de concessievergoeding van € 1,1 miljoen op termijn volledig vervalt bij ingebruikname van de landelijke voorziening. Op dit moment is nog niet bekend op welke termijn en in welk tempo dit gebeurt.
We gaan er
Pagina
17
vooralsnog van uit dat de huidige op het OMS aangesloten instellingen en bedrijven niet eerder dan eind 2021 over gaan naar de landelijke voorziening. Vanaf 2022 wordt rekening gehouden met het volledig wegvallen van de concessievergoeding OMS. Aan de OMS-opbrengsten zijn slechts in zeer beperkte mate directie(beheers)kosten (€ 27k) verbonden. De OMS-opbrengsten zijn dan ook als algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. Tegenover het wegvallen van de opbrengsten staat dus voor het grootste deel geen directe besparing op de kosten, waarmee deze exogene ontwikkeling niet structureel neutraal in de begroting verwerkt kan worden. Om te voorkomen dat dit in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage is voorgesteld om een OMS-fonds te vormen uit het resultaat 2020, waarmee het wegvallen van de opbrengsten tijdelijk kan worden gedekt. Het OMS-fonds vormt tevens de buffer om de onzekerheid over de termijn en het tempo van het wegvallen van de OMS-opbrengsten op te vangen zonder dat de weerstandscapaciteit wordt aangetast. De bestaande weerstandscapaciteit is met € 1,4 miljoen namelijk relatief beperkt (1,4% van de begroting) en bovendien ontoereikend om deze opbrengstendaling over een langere periode te kunnen opvangen. In tabel 8 is de meerjarenraming van de hervorming van het OMS-stelsel 2021-2025 opgenomen.
Tabel 8: meerjarenraming hervorming OMS-stelsel Bedragen x € 1.000
Hervorming OMS-stelsel
2021
2022
2023
2024
2025
Lasten OMS Vervallen beheerskosten OMS
-
-27
-27
-27
-27
Subtotaal lasten
-
- 27
- 27
- 27
- 27
1.079
Baten OMS Derving inkomsten uit concessieverg. OMS
-
1.079
1.079
1.079
Onttrekking OMS-fonds*
-
-1.052
-1.052
-
-
Subtotaal baten
-
27
27
1.079
1.079
Mutatie lasten hervorming OMS-stelsel
-
-
-
1.052
1.052
*De benodigde middelen in het OMS-fonds worden geraamd op € 2,1 miljoen. In tabel 10 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserve en de daarin benodigde middelen.
In tabel 9 is het financiële effect van de hervorming van het OMS-stelsel op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) specifiek voor de jaren 2021 en 2022 weergegeven. Tabel 9: financieel effect hervorming OMS-stelsel Bedragen x € 1.000
Hervorming OMS-stelsel
Financieel effect GBTP Begroting Actualisatie 2021 2021
Begroting 2022
Derving inkomsten uit concessievergoeding OMS
-
-
Vervallen beheerskosten OMS
-
-
1.079 -27
Mutatie baten en lasten OMS structureel
-
-
1.052
Onttrekking OMS-fonds
-
-
-1.052
Mutatie baten en lasten OMS incidenteel
-
-
- 1.052
Totaal Mutatie baten en lasten OMS
-
-
-
Totaal effect GBTP
-
-
-
Pagina
18
De beheerskosten betreffen de capaciteit voor contactbeheer en het beheer van aansluitingen en zijn daarmee wel direct te relateren aan OMS. In tabel 10 is de opbouw van de raming van het OMS-fonds en de fasering van de onttrekking aan het OMS-fonds weergeven. Tabel 10: verloop reserve OMS-fonds Bedragen x € 1.000
OMS-fonds
2021-2023
Stand per 31-12-2020
-
Toevoeging rekeningresultaat 2020
2.104
Verwacht saldo OMS- fonds per 1- 1- 2021
2.104
Onttrekkingen voor derving inkomsten OMS 2022
-1.052
2023
-1.052
Totaal onttrekkingen
- 2.104
Resterend saldo na bovenstaande onttrekkingen
2.2.2
-
Regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Parallel aan de ontwikkeling van de landelijke OMS-voorziening (zie paragraaf 2.3.1) zijn landelijke afspraken gemaakt voor de werkwijze bij automatische meldingen (Beoordelingsprotocol automatische meldingen). Het toepassen van het nieuwe protocol zorgt ervoor dat alleen bij een hoge mate van zekerheid over de noodzakelijke brandweerzorg door de meldkamer wordt gealarmeerd met prioriteit 1. Dat is het geval als, na een automatische brandmelding, uit contact met het object blijkt dat er daadwerkelijk brand is. In andere gevallen (geen contact binnen 3 minuten, onduidelijk wat er is binnen 5 minuten, of nacontrole na melding ‘brand al uit’) volgt alarmering met lagere prioriteit. Voor overige situaties (andere oorzaak dan brand, niets aan de hand) volgt geen alarmering. In het huidige protocol past de meldkamer brandweer een verificatietijd van maximaal 3 minuten toe bij OMS-meldingen. Automatische meldingen die telefonisch door een Particuliere Alarm Centrale (PAC) aan de meldkamer van de brandweer worden doorgegeven, worden door de centralist beoordeeld en hierna vindt eventuele alarmering plaats. Het huidige protocol voor OMS-meldingen is na akkoord van het Algemeen Bestuur ingevoerd op 10 juli 2015.
Op dit moment wordt bij 72% van de OMS-meldingen de brandweerpost niet gealarmeerd doordat de melding is geverifieerd door de meldkamer. Als de brandweerpost wel wordt gealarmeerd, wordt in veel gevallen kort na de alarmering duidelijk dat geen brandweerzorg nodig is en wordt de alarmering voor de brandweerpost ingetrokken voordat het voertuig is uitgerukt. In de overige gevallen waarbij de brandweereenheid ter plaatse komt (deels gealarmeerd met lagere prioriteit, prioriteit 2), wordt na aankomst vaak geconstateerd dat geen brandweerzorg nodig is. Slechts in 5% van de alarmeringen is uiteindelijk brandweerzorg noodzakelijk. Met het nieuwe protocol wordt meer tijd genomen voor verificatie, waardoor bij een groter deel van het aantal OMS-meldingen en PAC-meldingen de brandweerpost niet meer onnodig wordt gealarmeerd. Ook zal het aantal keren dat een brandweerpost met spoed wordt gealarmeerd (prioriteit 1) afnemen waardoor de overlast voor het overige verkeer vermindert. Als gevolg hiervan houden we rekening met een structureel voordelig financieel effect van € 50k. In tabel 11 is het effect op de gemeentelijke bijdrage (GBTP) opgenomen.
Pagina
19
Tabel 11: regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Bedragen x € 1.000
Automatische meldingen
Financieel effect GBTP Begroting Actualisatie 2021 2021
Begroting 2022
Afname personele kosten voor onnodige alarmeringen
-
-50
-50
Lasten autom atische m eldingen
-
-50
-50
Totaal effect GBTP
-
-50
-50
In het landelijke protocol wordt het alarmeren van de brandweer met lagere urgentie (prioriteit 2), bij twijfel of onduidelijkheid over een eventuele brand, als een overgangsmaatregel gezien. Uiteindelijk zal een niet geverifieerde automatische melding niet meer leiden tot een inzet van de brandweer. Bij een geleidelijke overgang krijgt de gebruiker steeds meer verantwoordelijkheid en groeit de maatschappelijke acceptatie. Een concreet voorstel voor de afbouw van de inzet van de brandweer bij twijfel of onduidelijkheid over een eventuele brand zal op termijn ter besluitvorming worden voorgelegd, inclusief eventuele financiële consequenties. Op termijn kan het geraamde voordeel dus nog verder oplopen als de inzet van de brandweer verder wordt afgebouwd. 2.2.3
Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost zonder ingrijpende verbouwingen en meerkosten. In de kadernota en begroting 2019 is daarom gekozen om niet zeven maar twee werkplaatsen te verbouwen naar de huidige eisen, om daarna efficiënter te kunnen werken en de investeringen voor de verbouwingen en apparatuur van de ademluchtwerkplaatsen zoveel mogelijk te beperken. Initieel is gekozen om te onderzoeken of de kazernes van Woerden en Veenendaal geschikt gemaakt kunnen worden om de werkplaatsen te laten voldoen aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. In de kazerne in Woerden zou het grootste deel van het (specialistische) werk verricht worden en de kazerne in Veenendaal was aangewezen om een beperkt deel van het reguliere werk en piekmomenten op te kunnen vangen.
Uitgebreid onderzoek heeft uitgewezen dat het inpassen van een industriële werkplaats in de bestaande kazerne in Woerden niet realiseerbaar is vanwege beperkte mogelijkheid tot uitbreiding van de kazerne en de benodigde draagkracht van de bestaande vloeren en fundering. Een heroriëntatie op de ademluchtwerkplaatsen was noodzakelijk omdat inhuizen in een bestaande post niet mogelijk bleek. In eerste instantie is gezocht naar een tijdelijke huisvesting voor minimaal 5 jaar. Hiermee werd de optie opengehouden om de ademluchtwerkplaats bij een eventuele nieuwbouw van een brandweerpost alsnog in te huizen. Bij de verdere uitwerking van de plannen is gebleken dat een huurtermijn van 5 jaar niet haalbaar is. De nieuwe locatie van de ademluchtwerkplaats zal voor minimaal 15, met een optie tot 20, jaar worden gehuurd. De investeringen en nutsinfrastructuur die noodzakelijk zijn om een professionele, industriële ademluchtwerkplaats te realiseren zijn van een dusdanig omvang dat een afschrijving korter dan 15 jaar bedrijfseconomisch niet verantwoord is. Het voorstel is om niet voor 5 jaar (zoals gemeld in de kadernota), maar voor een langere periode een zelfstandig pand te huren. Het inhuizen van het machinepark is te duur om voor een korte periode te doen. De technische levensduur van het machinepark is gelijk aan de huurperiode.
Pagina
20
De beoogde locatie in Houten is centraal gelegen in de regio. De VRU heeft de mogelijkheid om een nieuw pand te betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen te doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. De eerder genoemde ademluchtwerkplaats in Veenendaal vervalt hiermee. In de kadernota 2022 is voor de heroriëntatie AB-werkplaatsen een aanvullende structurele bijdrage opgenomen van € 155K per jaar. Op basis van de huurtermijn van 15 jaar past de realisatie van de ademluchtwerkplaats binnen deze financiële kaders. De definitieve berekening zorgt voor een verlaging van de structurele meerkosten met € 32K naar € 123K. In tabel 12 zijn de structurele meerkosten en het effect op de gemeentelijke bijdrage (GBTP opgenomen). Tabel 12: financieel effect heroriëntatie AB-werkplaatsen Financieel effect GBTP
Bedragen x € 1.000
Heroriëntatie AB-werkplaatsen
Begroting Actualisatie 2021 2021
Kadernota 2022
Begroting 2022
Meerkosten AB-werkplaatsen
-
-
293
261
Inzet reservering kapitaallasten
-
-
-138
-138
Lasten heroriëntatie AB-werkplaatsen
-
-
155
123
Totaal effect GBTP
-
-
155
123
Het bedrag in de kadernota 2022 was kader stellend waarbij was aangegeven dat een eventueel voordeel bij het opstellen van de begroting zal terugvloeien naar gemeenten. De verlaging van de structurele meerkosten heeft tot gevolg dat de bijdrage van het GBTP met € 32K is verlaagd ten opzichte van de bijdrage zoals deze was opgenomen in de kadernota 2022. 2.2.4
Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer per 1 januari 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. Dit financiële nadeel is reeds verwerkt in de begroting 2020. Daarbij is gemeld dat de VRU dit nadeel verwacht te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Op verzoek van de VRU is een regeling met de politie getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen.
Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage reeds met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k. In de begroting 2021 is aangegeven dat deze verlaging verwerkt zal worden bij de kadernota/ begroting 2022. In tabel 13 is het financiële effect van de compensatieregeling politie in combinatie met het verwachte efficiencyvoordeel op personele lasten opgenomen.
Pagina
21
Tabel 13: financieel effect mutatie overdracht beheer meldkamer Bedragen x € 1.000
Overdracht beheer Meldkamer
2.2.5
Financieel effect GBTP Begroting Actualisatie 2021 2021
Begroting 2022
Effect uitname rijksbijdrage overdracht beheer Meldkamer
-
-
Verhoging gemeentelijke bijdrage begroting 2020
-
-
193
Verlaging gemeentelijke bijdrage
-
-
-193
Lasten overdracht beheer Meldkam er
-
-
-193
Totaal effect GBTP
-
-
-193
-193
Licentiekosten LCMS GZ De veiligheidsregio heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een systeem voor informatievoorziening tijdens crisisomstandigheden (Wvr, art 46 lid 3 en 4). Het landelijk Veiligheidsberaad heeft hiervoor het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) als standaard geadopteerd voor de veiligheidsregio’s en hun ‘witte’ ketenpartners. De GHOR is een onderdeel van de Veiligheidsregio en heeft dientengevolge ook de verplichting om haar informatievoorziening op orde te hebben. Hierin wordt voorzien met een aanvullende LCMS omgeving waar alle zorgketenpartners op worden aangesloten: LCMS GZ. Dit om informatie snel en adequaat te delen en inwinnen van informatie over actuele incidenten, rampen en crisis en geplande evenementen. Via de kadernota en begroting 2019 is de gemeentelijke bijdrage met € 48k verhoogd voor de licentiekosten van LCMS GZ. Hierbij is destijds aangegeven dat op termijn een daling van de licentiekosten werd voorzien, naarmate het aantal gebruikers toeneemt. Inmiddels is gebleken dat deze licentiekosten inderdaad zijn gedaald. Conform de toezegging bij de kadernota en begroting 2019 wordt deze verlaging doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. In tabel 14 is het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage (GBTP) weergeven. Tabel 14: financieel effect mutatie licentiekosten LCMS GZ Bedragen x € 1.000
Licentiekosten LCMS GZ
2.2.6
Financieel effect GBTP Begroting Actualisatie 2021 2021
Begroting 2022
Licentiekosten LCMS GZ conform kadernota/begroting 2019
-
-48
Indexering
-
-1
-1
Licentiekosten LCMS GZ huidig
-
37
37
licentiekosten LCMS GZ
-
-12
-12
Totaal effect GBTP
-
-12
-12
-48
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat naar verwachting vanaf 1 januari 2022 stapsgewijs in. Dat hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aangegeven. De veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving van advieswerk naar toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken.
Pagina
22
2.2.7
Versterking GHOR In de begroting 2021 zijn ontwikkelingen in het spoed-zorgveld geduid die vragen om de versterking van de GHOR op het gebied van netwerkcoördinatie en informatiemanagement. In 2020 is een intern verkenningstraject gestart om de mogelijkheden tot versterking binnen de VRU te onderzoeken en in de samenwerking met anderen. Door de coronacrisis doorzien we scherp waar de versterking nodig is. De beweging die de GHOR moet maken ten aanzien van netwerkcoördinatie is om van operationeel/tactische regievoering naar strategische regievoering te komen en daarbij het niet-acute zorgnetwerk aan te haken. Het aanhaken van het niet-acute zorgnetwerk vraagt ook om meer regie op het informatiemanagement binnen het netwerk. Beide sporen zijn de afgelopen periode cruciaal gebleken in de samenwerking met het netwerk. Inhoudelijk is in de afgelopen periode een grote inhaalslag gemaakt, die nu bestendigd moet worden in de organisatie. Conform de bestuurlijke opdracht en het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ van het vigerende beleidsplan is het uitgangspunt dat dit binnen de bestaande kaders gebeurt.
2.2.8
Tijdelijk behoud redvoertuig in Vianen Om het risico op oplopende opkomsttijden in Vianen, vanwege de aangekondigde werkzaamheden aan de A27, te verminderen en de huidige kwetsbare beschikbaarheid van een redvoertuig in dit gebied te beperken, heeft het algemeen bestuur op 6 juli 2020 besloten om gedurende deze beleidsperiode (tot en met 2023) een extra redvoertuig te behouden op de post Vianen. Als de situatie met betrekking tot de werkzaamheden aan de A27 en daarmee de bereikbaarheid van Vianen dit toelaat, kan dit betekenen dat het redvoertuig risicogericht op andere locaties ingezet wordt ten gunste van de regionale dekking. De kosten voor het tijdelijk behouden van het redvoertuig in 2021, 2022 en 2023 zijn geraamd op 90K per jaar. Bij de besluitvorming in 2020 is bepaald dat deze kosten als incidentele verhoging van de gemeentelijk bijdrage worden verwerkt in de geactualiseerde begroting 2021. Conform de toezegging in de aanbiedingsbrief bij de kadernota 2022 is gezocht naar incidentele dekking binnen de begroting, om een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage van in totaal 180K in 2021 en 2022 te voorkomen. De incidentele kosten voor het reguliere onderhoud en overige vaste lasten van het extra redvoertuig worden gedekt uit een incidentele besparing op de kapitaallasten door uitgestelde investeringen in 2020.
2.2.9
Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Tabel 15: Effect mutaties bijstellingen bestaand beleid op bijdrage GBTP Financieel effect GBTP
Bedragen x € 1.000
Samenvatting bijstellingen bestaand beleid
Begroting Actualisatie 2021 2021
Mutatie 2022
Begroting 2022
1.052
1.052
Hervorming OMS-stelsel
-
-
Regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen
-
-50
-
-50
Heroriëntatie AB-werkplaatsen
-
-
123
123
Overdracht beheer meldkamer
-
-
-193
-193
Licentiekosten LCMS GZ
-
-12
-
-12
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
-
-
-
-
Versterking GHOR
-
-
-
-
Tijdelijk behoud redvoertuig Vianen
-
-
-
-
Bijstellingen bestaand beleid structureel
-
- 62
982
920
Onttrekking OMS-fonds
-
-
-1.052
-1.052
Bijstellingen bestaand beleid incidenteel
-
-
- 1.052
- 1.052
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-
-62
-70
-132
Pagina
23
2.3
Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Tabel 16: Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) 2021 en 2022 per gemeente Mutaties actualisatie 2021
Bedragen x € 1.000
Mutaties begroting 2022
Gemeente
Bijdrage GBTP Begroting 2021
Mutaties financieel kader structureel
Mutaties bijstellingen bestaand beleid
Bijdrage GBTP Actualisatie 2021
Mutaties financieel kader structureel
Mutaties bijstellingen bestaand beleid
Bijdrage GBTP Begroting 2022
Renswoude
345
8
-0
353
5
-0
358
Eemnes
546
2
-0
547
8
-0
554
Oudewater
591
-3
-0
588
8
-0
596
Woudenberg
688
0
-0
688
10
-1
697
Montfoort
813
-7
-1
806
11
-1
816
Lopik
861
1
-1
862
11
-1
872
Bunnik
942
-7
-1
935
13
-1
947
Bunschoten
1.104
7
-1
1.110
17
-1
1.126
Rhenen
1.141
-0
-1
1.140
16
-1
1.155
Wijk bij Duurstede
1.382
-6
-1
1.375
18
-1
1.393
Baarn
1.554
-17
-1
1.536
22
-1
1.557
Leusden
1.612
0
-1
1.611
24
-1
1.634
IJsselstein
1.700
-0
-1
1.698
26
-1
1.723
De Bilt
2.655
-46
-2
2.607
37
-2
2.641
De Ronde Venen
2.601
-3
-2
2.597
37
-2
2.632
Soest
2.691
-41
-2
2.648
39
-2
2.685
Houten
2.295
-0
-2
2.293
39
-2
2.329
Utrechtse Heuvelrug
3.135
-82
-2
3.051
43
-2
3.091
Woerden
2.994
-22
-2
2.969
43
-2
3.010
Vijfheerenlanden
3.312
117
-2
3.427
46
-3
3.471
Stichtse Vecht
3.910
-37
-3
3.870
53
-3
3.920
Nieuwegein
3.715
-1
-3
3.711
57
-3
3.765
Veenendaal
3.131
-0
-3
3.128
58
-3
3.183
Zeist
4.051
-5
-3
4.044
60
-3
4.100
Amersfoort
9.860
-121
-7
9.733
146
-8
9.870
Utrecht
26.805
269
-21
27.053
428
-23
27.458
Totaal
84.437
5
-62
84.380
1.274
-70
85.584
Pagina
24
2.4
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Tabel 17: Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2021 en 2022
Bedragen in euro's
Gemeente Renswoude
Vergoeding IGPP begroting 2021
Loon- & Vergoeding Mutaties prijsIGPP TUO's aanpassing actualisatie 2021a 2021a 2021
Loon- & Vergoeding Mutaties prijsIGPP TUO's aanpassing begroting 2022 2022 2022
-
-
-
-
-
-
-
Eemnes
38
-
0
39
-
1
39
Oudewater
19
-
0
19
-
0
19
Woudenberg
19
-
0
19
-
0
19
Montfoort
-
-
-
-
-
-
-
Lopik
-
-
-
-
-
-
-
Bunnik
-
-
-
-
-
-
-
19
-
0
19
-
0
19
Bunschoten Rhenen
-
-
-
-
-
-
-
Wijk bij Duurstede
92
-
0
92
-1
0
91
Baarn
36
36
-
0
36
-
0
Leusden
-
-
-
-
-
-
-
IJsselstein
16
-
0
16
-
0
16
De Bilt
-
-
-
-
-
-
-
De Ronde Venen
-
-
-
-
-
-
-
75
-
0
76
-
1
77
Houten
66
-
0
66
-1
0
65
Utrechtse Heuvelrug
104
-
0
104
-1
1
104
Woerden
127
-
1
127
-
2
129
Vijfheerenlanden
163
-
0
163
-
0
163
Stichtse Vecht
-
-
-
-
-
-
-
Nieuwegein
12
-
0
12
-
0
12
Soest
Veenendaal
69
-
0
69
-
1
70
Zeist
896
-4
4
897
-
13
909
Amersfoort Utrecht Nog toe te rekenen Totaal
447
-
2
449
-
6
455
1.240
-
4
1.244
-
17
1.261
527
-
1
527
-
7
534
3.965
-4
13
3.974
-3
49
4.020
Pagina
25
3 Beleidsbegroting – Programmaplan 3.1 3.1.1
Risicobeheersing Wat willen we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag bewust de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Wij richten ons op het voorkomen en beperken van (brand)gevaar en op het optreden van ongevallen voor mens en dier door o.a. brand of gevaarlijke stoffen. Hierin betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Risicobeheersing drie doelstellingen opgenomen: Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid. Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken.
Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.
3.1.2
Wat gaan we daarvoor doen? We zien dat de inhoud van ons werk verandert. Met de beschikbare capaciteit moeten we prioriteren en focussen op zaken die er echt toe doen (risicogericht werken). Door de energietransitie krijgen we te maken met nieuwe, vaak complexere risico’s. De komst van de Omgevingswet vereist een andere manier van adviseren en toezicht houden. Daarnaast heeft COVID-19 gevolgen voor veel van onze reguliere processen. We gaan op zoek naar nieuwe manieren om een bijdrage te leveren aan een (brand)veilige samenleving. Daarvoor investeren we in de ontwikkeling van de medewerkers; in kennis, kunde en competenties. Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen voeren we de volgende activiteiten uit: We richten ons programma (Brand)Veilig Leven op specifieke doelgroepen. Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed. We hebben ons risicobeeld op orde en monitoren de relevante trends. Uitgangspunt is dat wij adviezen, toezicht en activiteiten in het kader van brandveilig leven, risicogericht uitvoeren. Concreet betekent dit dat wij in onze adviezen en in onze inspectierapportages bij toezicht op zoek gaan naar mogelijkheden tot verbetering van de brandveiligheid, ook daar waar de regelgeving (nog) niet in voorziet.
Met de verwachte invoering van de Omgevingswet per 2022 moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier
Pagina
26
is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via: regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart; (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen; integrale veiligheidsplannen; brandrisicoprofiel. Om het risicobeeld actueel te houden ontwikkelen, ontsluiten en beheren we relevante data. We analyseren effecten van primaire processen, waaronder de resultaten uit ons brandonderzoek. Het inzicht in risico’s wordt gebruikt om gerichte keuzes te maken in de realisatie van fysieke veiligheid. We volgen de technische ontwikkelingen. Deze brengen andere risico’s (bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie, klimaatadaptatie en vergrijzing) én nieuwe oplossingen. Op lokale en landelijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen monitoren en anticiperen we. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de inwerkingtreding van de Omgevingswet en – gelijktijdig- de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per (naar verwachting) 1 januari 2022. Gemeentes en ketenpartners zijn druk bezig met voorbereidingen op de implementatie van deze wetten. De VRU is hierbij goed aangesloten.
De invoering van de Wkb zal ook invloed hebben op de VRU. De eerste veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving binnen het advieswerk (van bouwkundig toets naar een ruimtelijke toets) en meer toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: omgevingsvisies en -plannen; ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); bouwen; brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; milieu; evenementen. De afgelopen jaren zagen we in veel gemeenten nog een toename van bouwactiviteiten. Deze toename vlakt af (mogelijk ook veroorzaakt door de stikstofcrisis).
Vanaf 2020 hebben we de beschikbare capaciteit per gemeente verdeeld over Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven-taken. Daar waar sprake is van (bovenmatige) overschrijding van de met de gemeente afgesproken aantallen zoals genoemd in het jaarplan, worden de daadwerkelijk gemaakte uren via het IGPP op basis van nacalculatie aan de gemeente belast. Voor 2020 is de uitbreiding van de adviescapaciteit
Pagina
27
via IGPP-afspraken niet ingezet, omdat –als gevolg van COVID-19- er geschoven is met capaciteit. De ontwikkeling voor 2021 en 2022 is nog niet duidelijk. Risicogericht toezicht We houden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook houden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseren wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam worden om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen. We communiceren over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s, mede in lijn met de landelijke handhavingsstrategie.
Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op verschillende doelgroepen: Algemene publiekscommunicatie. Hiervoor zetten we o.a. de roadshow in, maar ook geven we voorlichting op verzoek van de samenleving of na brand. We beantwoorden burgervragen en plaatsen boodschappen op (sociale) media. De brandveilige generatie. We zorgen ervoor dat de nieuwe generatie al vanaf kinds af aan bekend is met (brand)preventie, door lesprogramma’s op scholen en voorlichting aan stakeholders. In 2021 gaan we –naast basisscholen- ook programma’s aanbieden aan ROC’s en middelbare scholen. Kwetsbare burgers. Samen met zorginstellingen werken we aan de (brand)veiligheid; door implementatie van de toolbox en door (samen met repressie) te oefenen bij zorginstellingen. We geven voorlichting in het netwerk van kwetsbare burgers over mogelijke risico’s en innovaties (zoals het gebruik van ‘slimme melders’). Ondernemers. Door deelname aan programma’s gericht op ondernemers geven we bedrijven en instellingen concrete handelingsperspectieven om veilig om te gaan met risico’s. 3.1.3
Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. In onderstaande tabel zijn enkele vakken grijs gearceerd. Van deze indicatoren is de productie afhankelijk van de COVID-19-situatie in Nederland.
Pagina
28
Nr.
Productie-indicator
1 2 3 4 5
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)
313 3.194 136 919 854
180 2.640 120 850 2.100
250 3.200 120 850 1.500
250 3.100 120 850 2.100
1.855 37 4.016
2.300 75 5.000
2.100 75 5.000
2.100 75 5.000
0,28 68 10 96
0,15 800 10 100
0,15 800 10 100
0,20 800 10 95
8a 9 10 11
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk
12 13
Vergroten veiligheidsbewustzijn Het aantal gegeven voorlichtingen Het aantal inzetten Roadshow
67 1
150 40
150 40
150 40
14
Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc.
603
700
700
700
15
Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer
28
40
40
40
16
Het aantal scholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt
137
250
250
250
Nr.
Prestatie-indicatoren
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
nee/deels
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
6 7 8
1 2
3 4
3.1.4
Realisatie 2020 Begroting 2021 Actualisatie 2021 Begroting 2022
Realisatie 2020
Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan Stimulerende Preventie is uitgevoerd
Wat kost het? Tabel 18: Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
Risicobeheersing
Rekening 2020
Lasten Directe lasten Totaal Lasten
7.627
Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
7.627
Actualisatie 2021
Begroting 2022
8.668 8.668
8.700 8.700
130
406 406
548 548
- 7.498
- 8.262
- 8.152
32
222
-
-7.466
-8.040
-8.152
130
Pagina
29
3.2 3.2.1
Crisisbeheersing Wat willen we bereiken? Op basis van het risicoprofiel maken wij afspraken met onze partners in de veiligheidsketen over welke maatregelen we vooraf en tijdens een crisis of brand kunnen treffen en welke inzet een ieder kan leveren ten tijde van een crisis. Zodra een gemeente getroffen wordt door een groot incident, crisis of ramp, trekken hulpdiensten en gemeenten binnen Veiligheidsregio Utrecht gezamenlijk op. Dit op zowel het gebied van coördinatie, als voorbereiding, beheersing en bestrijding van crises. Met het Regionaal Crisisplan 2020-2023 als basis werken we als veiligheidsregio samen met gemeenten en partners. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. Het maatschappelijk leven moet immers zo min mogelijk worden ontwricht. Met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland hebben we afspraken gemaakt over hoe de crisisorganisatie bij elkaar aansluiten en gealarmeerd wordt door de landelijke meldkamer. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen: Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening. Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein.
Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de gemeentelijke crisisbeheersing. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.
3.2.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij vervolgen onze transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We verbeteren het inzicht in de kwaliteit van de crisisorganisatie. We gaan verder met de doorontwikkeling van de flexibiliteit en compactheid van de crisisorganisatie. We gaan verder invulling geven aan het herijken van gemeentelijke crisisbeheersing. We verbeteren het strategisch crisismanagement door onder andere de strategisch adviseurs van de beleidsteams (op schaal van Midden-Nederland) een gezamenlijke training aan te bieden. We implementeren afspraken die uit het programma Drieslag kwamen over interregionale samenwerking ten aanzien van de crisisorganisatie en het VIC. We maken afspraken met onze omgeving over overbruggingsmaatregelen om de (effecten van) discontinuïteit te herstellen (herstelmanagement).
Pagina
30
Uitgelicht Crisisorganisatie Daarnaast wordt aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe crises. Informatievoorziening Het VIC voorziet ook in de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van data-analyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Gemeentelijke crisisbeheersing We zijn met gemeenten in gesprek over de toekomst van crisiscommunicatie. Na een gedragen standpunt gaan we verder met de uitwerking ervan. Platform voor partners De VRU wil in nauwe samenwerking met de partners uitvoering geven aan de gezamenlijke strategische agenda (meerjarig). Binnen deze agenda worden inhoudelijke thema’s en ook gezamenlijke doelen geformuleerd. Deelnemen aan elkaars OTO activiteiten is hiervan een belangrijk onderdeel.
Pagina
31
3.2.3
Waarop sturen we? Nr.
1a 1b 1c 2a 2b 2c 3 3c
Productie-indicator Crisisorganisatie en informatie voorziening Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s) Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen) Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (Copi, ROT, GBT, RBT)
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
260
300
300
300
48
250
250
250
96
300
300
300
266
1.500
1.500
1.500
0
1.500
1.500
1.500
0
1.100
1.100
1.100
304
1.000
1.000
1.000
Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen Strategisch Crisismanagement (tactisch en strategisch niveau) Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners)
576 0
200
200
200
5
Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie)
0
130
130
130
6
Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
104 (ma-do) 260 (24-uurs)
77
100
100
100
4
het VIC 7 8
Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen
5 evaluaties
> aantal GRIP- > aantal GRIP- > aantal GRIPincidenten incidenten incidenten
9
Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen
1
2
2
2
10
Het aantal GRIP incidenten
8
15
15
15
11
Platform voor partners Het aantal platformoverleggen met crisispartners
0
7
7
7
Nr.
Prestatie-indicator
1
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden
Realisatie 2020
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
ja
ja
ja
ja
2
De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
3
De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
4
De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
5
De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel
nee
ja
ja
ja
6
Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s
deels
ja
ja
ja
Pagina
32
3.2.4
Wat kost het? Tabel 19: Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Crisisbeheersing Lasten Directe lasten Totaal Lasten
3.255
Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
3.3 3.3.1
Rekening 2020
3.255
Actualisatie 2021
Begroting 2022
3.384 3.384
3.409 3.409
195
75 75
61 61
- 3.060
- 3.309
- 3.348
28
-
-
-3.032
-3.309
-3.348
195
GHOR Wat willen we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Onze GHOR vormt de schakel tussen deze organisaties. Zowel in de voorbereiding als tijdens crises pakken wij de coördinatie op en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor een goede balans tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor GHOR twee doelstellingen opgenomen: Wij willen een stevigere regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg. Wij willen vanuit onze toezichtsrol actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.
3.3.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De spoedzorgketen vormt de basis voor de opschaling, maar verschuiving in het zorglandschap betekent dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk,
Pagina
33
vanuit het traumanetwerk Midden Nederland ROAZ, het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (Min VWS, GGD GHOR Ned, ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio. De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en -instellingen in de regio. 3.3.3
Waarop sturen we? Nr.
Realisatie 2020
Productie-indicator
Begroting 2021
Actualisatie 2021
Begroting 2022
Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen
2
Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR -
Op individueel niveau Op teamniveau Op procesniveau Op systeemniveau
70
300
300
300
60 20 50 0
245 260 134 170
245 260 134 170
245 260 134 170
3
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum)
0
1
1
1
4
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen)
0
0
0
0
5
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU)
0
1
1
1
Regiepositie presterend vermogen spoezorg 6
Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden.
12
12
12
12
7
Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr
geen
geen
geen
geen
8
Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2
geen
geen
geen
geen
9
Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen
geen
geen
geen
geen
Nr.
Prestatie-indicator
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Begroting 2021
Begroting 2022
Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen
geen
geen
geen
geen
2
Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
3
De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken
ja
ja
ja
ja
4
De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam
deels
0,94
0,94
0,94
5
De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken
geen
geen
geen
geen
6
Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s
ja
ja
ja
ja
Pagina
34
3.3.4
Wat kost het? Tabel 20: Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000
GHOR Lasten Directe lasten Totaal Lasten Baten Directe baten Totaal Baten Saldo v an baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves Geraamd resultaat
3.4 3.4.1
Rekening 2020
1.549
Actualisatie 2021
Begroting 2022
1.857 1.857
1.878 1.878
54
-
-
- 1.495
- 1.857
- 1.878
37
-
-
-1.532
-1.857
-1.878
1.549
54
Brandweer Wat willen we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen: Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.
Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven; Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten); Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden; Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;
Pagina
35
Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie; Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen. 3.4.2
Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen, Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij implementeren op alle posten in onze regio het nieuwe Materieel en personeelsbeheeren spreidingsplan. Wij gaan aan de slag met de resultaten van de proeftuinen paraatheid. Wij ontwerpen een regiobrede roosterregeling. Wij ronden de implementatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer af. Wij realiseren een (tijdelijke) adembeschermingswerkplaats. Wij werken binnen de mogelijkheden van de uitvoering van Vakbekwaamheid i.v.m. de coronacrisis aan het herontwerp van onze oefensystematiek. We organiseren brandweerzorg, rekening houdend met de uitkomsten van de discussie rondom de taakdifferentiatie. (voor nadere uitwerking zie risicoparagraaf “Taakdifferentiatie/ (On)gelijke behandeling vrijwilligers”). Vrijwilligheid blijft een van de pijlers van de brandweerorganisatie, waarbij de ondersteuning van de brandweerposten en het blijvend boeien en binden van vrijwilligers noodzakelijke aandacht blijft krijgen. Wij dragen bij aan het opstellen van een herijkte onafhankelijke bestuurlijke businesscase voor een basisoefen- en trainingscentrum brandweer in Lelystad.
Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand komt. Zodoende kan de inrichting van de brandweerzorg beter afgestemd worden op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2021 worden deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Incidenten bestrijden Na binnenkomst van een incidentmelding worden de benodigde brandweereenheden gealarmeerd. Indien meer potentieel noodzakelijk is, schalen we soepel op of worden specialistische eenheden gealarmeerd. Ons uitgangspunt is dat de burger in nood kan rekenen op de snelst mogelijke hulp. Bij niet-maatgevende incidenten willen wij elke post en ploeg de mogelijkheid geven om vraaggericht uit te kunnen rukken met een TS4 zonder tweezijdig te hoeven aanrijden. Daarnaast hebben we met de zeven omliggende veiligheidsregio’s onderzocht en in convenanten vastgelegd welke post op welke grenslocaties de snelste hulp kan bieden.
Implementatie landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Het algemeen bestuur heeft op 9 november 2020 ingestemd met gebruik van het nieuwe protocol op de meldkamer. De implementatie zal per 1 februari 2021 plaats vinden.
Pagina
36
Met het nieuwe protocol wordt het mogelijk een groter deel van het aantal OMS-meldingen af te vangen door de meldkamer, zodat een brandweerpost minder vaak onnodig wordt gealarmeerd. De verwachting is dat daardoor het aantal keren dat een brandweerpost met spoed wordt gealarmeerd (prioriteit 1) zal afnemen. Specialismen Een basiseenheid van een tankautospuit is uitgerust om de vier basistaken van de brandweer uit te voeren. Daarnaast kennen we binnen de VRU de volgende specialismen: Brandweerduiken Hoogteredding Optreden bij grof en extreem geweld Technische hulpverlening Natuurbrandbestrijding Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Rietenkapbrandbestrijding Grootschalig brandweeroptreden Hiernaast wordt de pilot met specialistische brandbestrijding (BBM) verlengd tot eind 2021. De pilot moet inzicht geven in de toegevoegde waarde van deze specialistische middelen boven op het huidige materieel wat ingezet kan bij het bestrijden van incidenten. Sinds 2019 wordt in de vakbekwaamheid van de eenheden bijzondere aandacht besteed aan het brandweeroptreden bij grof en extreem geweld. Wij trainen de basiseenheden voor deze specifieke taak en hebben een Quick Response Team (QRT) aangewezen, getraind en operationeel om basiseenheden te ondersteunen waar nodig. AED/First Responder-taak Sinds de zomer van 2016 rukken alle VRU-brandweerposten voor de AED/First Responder taak uit.
Dit is geen wettelijke, maar wel een collectieve taak: het bestuur heeft in 2015 besloten dat de VRU deze taak uitvoert. In 2015 werd op basis van ervaringen uit de pilot rekening gehouden met jaarlijks circa 100 extra uitrukken. Inmiddels is gebleken dat het aantal AED-uitrukken fors meer bedraagt (circa 600-700 uitrukken per jaar). Op basis van de tweede bestuurlijke evaluatie heeft het algemeen bestuur op 27 maart 2019 besloten om de AED/First Responder taak voorlopig tot en met 2021 te continueren. Aan de VRU is de opdracht gegeven om te zoeken naar efficiency bevorderende maatregelen. In 2021 volgt er een derde bestuurlijke evaluatie, waarbij ook de beleving van de uitvoering van de taak op de brandweerpopulatie wordt onderzocht. Nazorg We hebben de opvang en nazorg aan onze brandweermensen professioneel georganiseerd. Wanneer er na afloop van incidenten behoefte is aan nazorg, wordt deze lokaal, op de betreffende brandweerpost geleverd. Daarbij is gespecialiseerde ondersteuning als aanvulling op onze nazorg georganiseerd en beschikbaar. Jeugdbrandweer Onze jeugdbrandweer is een belangrijke kweekvijver voor onze toekomstige brandweer, maar kent ook een zeer belangrijke maatschappelijke taak in het uitdragen van brandveilig leven. Wij bevorderen de toestroom van leden vanuit alle gemeenten en de uiteindelijke doorstroom naar alle brandweerposten in onze regio.
Informatievoorziening
Pagina
37
Als ondersteuning bij de bestrijding van incidenten bij risicovolle en kwetsbare objecten in onze regio maken we gebruik van aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten. Deze willen we verder digitaal beschikbaar maken. Ook onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor routenavigatie. Materiële paraatheid Met betrekking tot de paraatheid is de doelstelling om de materiële paraatheid te versterken. De bedrijfsprocessen worden ingericht met als streven 100% materiële paraatheid. Zonder materieel kan immers geen inzet gepleegd worden. Alle voertuigen en gereedschappen worden efficiënt en professioneel onderhouden en periodiek gekeurd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost zonder ingrijpende verbouwingen en meerkosten.
In de kadernota en begroting 2019 is daarom gekozen om niet zeven maar twee werkplaatsen te verbouwen naar de huidige eisen, om daarna efficiënter te kunnen werken en de investeringen voor de verbouwingen en apparatuur van de ademluchtwerkplaatsen zoveel mogelijk te beperken. Initieel is gekozen om te onderzoeken of de kazernes van Woerden en Veenendaal geschikt gemaakt kunnen worden om de werkplaatsen te laten voldoen aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. In de kazerne in Woerden zou het grootste deel van het (specialistische) werk verricht worden en de kazerne in Veenendaal was aangewezen om een beperkt deel van het reguliere werk en piekmomenten op te kunnen vangen. Uitgebreid onderzoek heeft uitgewezen dat het inpassen van een industriële werkplaats in de bestaande kazerne in Woerden niet realiseerbaar is vanwege beperkte mogelijkheid tot uitbreiding van de kazerne en de benodigde draagkracht van de bestaande vloeren en fundering. Een heroriëntatie op de ademluchtwerkplaatsen was noodzakelijk omdat inhuizen in een bestaande post niet mogelijk bleek. In eerste instantie is gezocht naar een tijdelijke huisvesting voor minimaal 5 jaar. Hiermee werd de optie opengehouden om de ademluchtwerkplaats bij een eventuele nieuwbouw van een brandweerpost alsnog in te huizen.
Bij de verdere uitwerking van de plannen is gebleken dat een huurtermijn van 5 jaar niet haalbaar is. De nieuwe locatie van de ademluchtwerkplaats zal voor minimaal 15, met een optie tot 20, jaar worden gehuurd. De investeringen en nutsinfrastructuur die noodzakelijk zijn om een professionele, industriële ademluchtwerkplaats te realiseren zijn van een dusdanig omvang dat een afschrijving korter dan 15 jaar bedrijfseconomisch niet verantwoord is. Het voorstel is om niet voor 5 jaar (zoals gemeld in de kadernota), maar voor een langere periode een zelfstandig pand te huren. Het inhuizen van het machinepark is te duur om voor een korte periode te doen. De technische levensduur van het machinepark is gelijk aan de huurperiode. De beoogde locatie in Houten is centraal gelegen in de regio. De VRU heeft de mogelijkheid om een nieuw pand te betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen te doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. De eerder genoemde ademluchtwerkplaats in Veenendaal vervalt hiermee.