2021-04-15 Zienswijze diverse financiële stukken, VRU.pdf
Tekst van het document
UW VEILIGHEID, ONS WERK
2020
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is een samenwerkingsverband van 26 Utrechtse gemeenten op het gebied van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en gemeentelijke crisis beheersing. Vanaf 12 maart 2020 heeft ons werk voor een groot deel in het teken gestaan van covid-19. Zo werkt de VRU met een vaste crisisorganisatie voor covid-19 naast de al bestaan de reguliere crisisorganisatie.
53
wat doet de veiligheidsregio nog meer? kijk op www.vru.nl voor meer informatie. @vrutrecht @veiligheidsregioutrecht @veiligheidsregio-utrecht
opbrengsten & kosten x €1.000
68
Regionaal Beleidsteam (RBT) vergaderingen
rijksbijdrage 10.642
gemeenten 85.357
openbaar meldsysteem 1.096
overige opbrengsten 1.227
Q&A’s opgeleverd voor gemeenten
totaal opbrengsten 98.322
20
4
Noodverordeningen afgegeven
Online sessies met gemeenteraden
477 vic-berichten
7.627
GHOR
1.549
Crisisbeheersing
3.255
Brandweer
53.961
Bedrijfsvoering
25.967
Meldkamer
1.311
Mutaties reserves
2.523
totaal kosten
96.193
Rekeningresultaat
2.129
2.381 medewerkers
Het Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) heeft een continu beeld van het verzorgingsgebied, komen er dreigingen op ons af, welke bijzondere gebeur tenissen vinden er plaats en welke trends kunnen we daarin zien?
GRIP 4 op maat Op 12 maart 2020 is door het algemeen bestuur van de VRU gekozen voor een GRIP 4 op maat, met een vaste crisis organisatie voor covid-19, naast de reguliere crisisorganisatie. Per 1 december 2020 geldt de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. De ingestel de crisisorganisatie is aangepast op de inwerkingtreding van deze wet.
Risicobeheersing
lees verder over covid-19 in 2020:
14
Plenaire vergaderingen met burgemeesters
stimulerende preventie Gegeven voorlichtingen.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 Inzetten roadshow.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 Contacten via e-mail, telefoon, whatsapp.. . . . . . . . . . . . . . . 603 Zorginstellingen die actief de toolbox gebruiken. . . . . . 28 Scholen met lespakketten ‘brandweer op school’.. . . 137
Uitrukpersoneel beroeps
214
Kantoorpersoneel
514
Vrijwillige brandweer
1.653
2020
DE BRANDWEER IN BEELD 71 posten
•
•
er zijn in de veiligheidsregio utrecht: 71 brandweerposten in 26 gemeenten
•
de ronde venen •
•
•
•
baarn
In deze korpsen leren jongens en meisjes tussen 12 en 18 jaar diverse brandweer technieken. Ook doen zij kennis op over brandveiligheid. Veel jeugdbrandweerleden worden na hun 18e lid van de vrijwillige brandweer.
•
stichtse vecht •
•
•
• de bilt • •
woerden
•
•
•
•
•
•
montfoort
brandweermensen
oudewater •
•
lopik
•
•
•
houten
•
•
•
•
13
Redvoertuigen
14
Duikteams
7
20.177 meldingen
•
• •
•
•
Hulpverleningsvoertuigen
•
veenendaal
wijk bij duurstede
•
89
utrechtse heuvelrug
•
•
Blusvoertuigen
renswoude
•
•
• •
woudenberg •
•
nieuwegein
•
leusden
•
bunnik
ijsselstein
•
•
•
•
•
•
zeist
utrecht
•
•
• •
•
Er zijn 116 blus-, hulpverlenings- en redvoer tuigen en nog diverse andere specialistische voertuigen, waaronder die voor natuurbrand bestrijding:
amersfoort
soest
•
•
116 voertuigen •
••
• •
bunschoten
•
•
20 jeugdbrandweerkorpsen
•
eemnes
rhenen •
bij de regionale alarmcentrale. Centralisten nemen daar 24/7 meldingen aan en handelen de meldingen met zorg voor de melder af.
vijfheerenlanden •
•
8.744 uitrukken:
• Uitrukpersoneel beroeps: 214 Beroepsbrandweermensen werken in dag- of 24-uursdiensten en verblijven gedurende die tijd op een brandweerpost.
Vrijwillige brandweer: 1.653 Vrijwilligers hebben naast hun reguliere werk een functie bij de brandweer. Zij rukken uit naar incidenten vanuit huis of werk.
521
2.250
177
353
gebouwbranden
overige branden
technische hulpverlening
hulpverlening aan dieren
1.971 overige hulpverlening
654
645
2.074
99
AED inzetten
basisbehandelingen gevaarlijke stoffen
nodeloze uitrukken oms-systeem
ondersteuning waterongevallen
Zienswijzen Kadernota 2022 Versie 11 maart 2021
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2
Inleiding Inhoud en opbouw notitie Samenvatting strekking zienswijzen
3 3 3
2
Algemene opmerkingen zienswijzen
4
3
Financieel kader
9
4
Hervorming van het OMS-stelsel
10
5
Zienswijzen overige onderwerpen kadernota
13
1 Inleiding 1.1
Inhoud en opbouw notitie In deze notitie zijn de zienswijzen van de gemeenten op de kadernota 2022 VRU opgenomen. In paragraaf 1.2 is een samenvatting opgenomen van de strekkingen van de zienswijzen. In hoofdstuk 2 zijn algemene opmerkingen vanuit de zienswijzen opgenomen. In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen ten aanzien het financieel kader opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn de zienswijzen opgenomen die zich richten op de herziening van het OMS stelsel. In hoofdstuk 5 zij de opmerkingen uit de zienswijzen ondergebracht die niet passen in de eerdere hoofdstukken. Bij elk hoofdstuk is, indien aan de orde, bij de zienswijze aangegeven of er sprake is van geen of gedeeltelijke steun of een inhoudelijke vraag of opmerking is gemaakt.
1.2
Samenvatting strekking zienswijzen De onderstaande tabel bevat een beknopte samenvatting van de strekking van de zienswijzen per onderwerp van de kadernota.
Onderwerp Financieel kader Hervorming OMS-stelsel Overige onderwerpen kadernota Onderwerpen buiten kadernota
Steun 24 18 24 -
Gedeeltelijke steun 6 -
Inhoudelijke Geen steun vraag/opmerking 1 1 2 1 1 2
Totaal 26 26 26 2
Pagina
3
2 Algemene opmerkingen zienswijzen In deze paragraaf zijn de algemene opmerkingen opgenomen op de Kadernota 2022. Naast algemene opmerkingen doen enkele gemeenten de oproep tot bezuinigingen en worden er opmerkingen gemaakt over de inzet van het positieve rekeningresultaat van 2020 om de gemeentelijke bijdrage zo veel mogelijk te beperken. Amersfoort: De raad van Amersfoort gaat er vanuit dat de VRU zich ook bij opstelling van de ontwerpbegroting rekenschap geeft van de positie van gemeenten, en doorlopend blijft zoeken naar manieren om de lastenstijging daar waar mogelijk te beperken. Voorop staat dat de veiligheidszorg op niveau blijft. Baarn: Geen zienswijze. Bunnik: Het is u bekend dat gemeentefinanciën onder druk staan. Wij betreuren het derhalve dat ten opzichte van de begroting 2021 de bijdrage voor het gemeentelijk basispakket iets stijgt, zowel incidenteel als structureel als gevolg van ontwikkelingen die voortkomen uit bestaand beleid. Wij ondersteunen uw uitgangspunt geen aanvullende nieuwe bijdrage te vragen voor het opstellen van nieuw beleid, maar zijn van mening dat kosten op grond van bestaand beleid in de bestaande begroting gedekt moeten worden en derhalve niet tot verhoging van de gemeentelijke bijdrage kan leiden.
Daarnaast verzoeken wij u eventuele positieve resultaten terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeenten en de gemeenteraden direct te informeren bij financiële risico’s zoals de hervorming van het OMS stelsel en wellicht Covid-19. Wij gaan ervan uit u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd en zien graag dat u deze zienswijze betrekt bij de behandeling van de Kadernota 2022 in de vergadering van het Algemeen Bestuur VRU op 8 februari 2021 en deze daarna eveneens te betrekken bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022. Inhoudelijke vraag/opmerking Bunschoten: Geen zienswijze. De Bilt: Gemeente De Bilt is zich er van bewust dat de toename van de totale gemeentelijke bijdrage bestaat uit de reguliere technische toepassing van het financiële kader, met daarin de loon- en prijsaanpassing. Het algemeen bestuur heeft een reserve ingesteld die het mogelijk maakt om positieve rekeningresultaten in te zetten om incidentele verhogingen van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van exogene factoren in de toekomst zoveel mogelijk te beperken. Echter vallen hier de loon- en prijsaanpassingen buiten. Elk jaar zien wij dat de loon- en prijsaanpassingen stijgen waardoor de totale gemeentelijke bijdrage alsnog omhoog gaat.
Door alle nieuwe bezuinigen waar verschillende gemeenten mee te maken hebben willen wij u alsnog vragen om met een voorstel te komen om bezuinigen door te voeren zodat de gemeentelijke bijdrage minder zal stijgen. Geen steun voor mutaties gemeentelijke bijdragen (op alle onderdelen). Verzoek om bezuinigingstaakstelling.
Pagina
4
De Ronde Venen: Allereerst onze complimenten voor het heldere en overzichtelijke beeld dat u in de kadernota geschetst hebt. Wij stellen vast dat de kadernota 2022 voldoende onderbouwd is. Toch willen we nog aantal kanttekeningen plaatsen. Hoewel het hier gaat om de zienswijze voor de kadernota 2022, dringen we er reeds voor het jaar 2021 op aan om rekening te houden met de slechte financiële positie van de meeste gemeenten waaronder ook die van gemeente De Ronde Venen. Dat houdt concreet in dat voorkomen moet worden dat beleidsontwikkelingen tot structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen leiden. In het verlengde hiervan vereist dit dat het noodzakelijk is dat er het kritisch wordt gekeken naar de kosten die betrekking hebben op de uitvoering en de mogelijkheden worden bekeken hoe hierop te besparen. Voorts merkt De Ronde Venen op dat zij als raad actief betrokken wenst te worden bij de evaluatie van de Wet op de veiligheidsregio’s en de mogelijke consequenties die hier op basis van de evaluatie uit volgen. Inhoudelijke vraag/opmerking (onderwerp buiten kadernota) Eemnes: Twee belangrijke regio-overstijgende ontwikkelingen zijn het dekkingsplan en de drieslag. Het dekkingsplan is bepalend voor de snelheid van optreden van onze brandweerorganisatie in samenhang met buurregio’s.
De drieslag moet met een interregionale meldkamer, oefencentrum en veiligheidsbureau extra slagkracht bieden voor onze multidisciplinaire crisisorganisatie. Deze vereisen een investering, maar moeten ook leiden tot een hogere mate van efficiency door schaalvoordelen. In de kadernota komt wat ons betreft onvoldoende naar voren wat de verwachte baten en lasten zijn van zowel het dekkingsplan als de drieslag. De effecten daarvan op de begrotingen zouden voor de komende jaren zichtbaar moeten zijn. Een intensievere samenwerking (en op termijn fusie) tussen met name VRU en VR Gooi & Vecht (en mogelijk VR Flevoland) stelt deze Veiligheidsregio’s in staat robuust op te (blijven) treden, maar ook om synergie en daarmee lagere kosten te realiseren. Inhoudelijke vraag/opmerking (onderwerp buiten kadernota) Dat schaalgrootte niet altijd het beoogde voordeel biedt, merken wij ook. Ook voor onze Gemeente betekenen de oplopende kosten en uitblijvende inkomsten van het Rijk dat er bezuinigd moet worden. Dit betekent voor Eemnes dat wij vanaf 2023 geen schoonmaakpakket (pluspakket) meer van de VRU zullen afnemen. Daarnaast merken we dat de coronacrisis de nodige financiële impact heeft. Afhankelijk van de toekomstige rijksbijdrage verandert ook onze bezuinigingsopgave. Dat betekent dat onze bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen, dus ook de VRU, mogelijk opnieuw beoordeeld moet worden.
We hebben veel waardering voor de door de VRU al doorgevoerde bezuinigingen in de afgelopen jaren. Echter de financiële ruimte van veel gemeenten staat behoorlijk onder druk. We vragen u dan ook om met dit scenario rekening te houden en te verkennen welke mogelijkheden er zijn om wederom kritisch te kijken naar mogelijke besparingen. Nieuwe wensen kunnen alleen uit besparingen gehonoreerd worden (oud voor nieuw), maar als de financiële positie van de gemeenten niet verbeterd zal naast het zwembad, de bibliotheek en de zorg ook gekeken moeten worden naar de uitgaven voor veiligheid. Steun op alle onderdelen, met verzoek om voorbereid te zijn op eventuele bezuinigingen als de financiële positie van de gemeenten niet verbetert.
Pagina
5
Houten: Gemeente Houten vindt het een goede ontwikkeling dat zij al in een vroeg stadium de Kadernota 2022 mochten ontvangen. Dit geeft hen het vertrouwen dat zij betrokken kunnen zijn bij de kaders en de programmabegroting 2022, zoals door het algemeen bestuur wordt opgesteld en vastgesteld. In onze raad is besloten op de Kadernota VRU 2022 de zienswijze in te dienen dat de raad: a. Hervorming OMS-stelsel (hoofdstuk 4); b. voor het overige kan instemmen met de Kadernota VRU 2022. IJsselstein: Geen zienswijze. Lopik: Geen zienswijze. Montfoort: De bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen op begrotingsdocumenten van Gemeenschappelijke regelingen is door de gemeenteraad van Montfoort gedelegeerd aan hun college. Op 22 december jl. hebben zij de concept kadernota besproken. zij hebben kennisgenomen van de uitgangspunten voor opstellen van de begroting 2022, zoals, onder andere, geen bijdrage vragen voor nieuw beleid in de beleidsperiode tot en met 2023 en voor incidentele kosten voor de organisatieontwikkeling. Daarnaast worden egalisatiereserves ingezet om schommelingen van gemeentelijke bijdragen tegen te gaan. Verder wordt het positieve rekeningresultaat ingezet om een incidentele bijdrage voor de onvermijdelijke kosten voor het FLO-overgangsrecht in 2020 en 2021 te voorkomen.
Het wegvallen van concessie-opbrengsten van het zogenaamd openbaar meldsysteem (OMS), die als algemeen dekkingsmiddel in de begroting zijn opgenomen, zal voorlopig worden opgevangen door een fonds, te voeden door het te verwachten positieve rekeningresultaat van 2020. Dit alles heeft erin geresulteerd dat de bijdrage voor het gemeentelijke basistakenpakket voor Montfoort in 2022 uitkomt op C 817.000,-, C 4.000,- meer dan de bijdrage voor 2021. Dit betekent dat sprake is van een beperkte stijging. Deze bedraagt 0,507% en is lager dan het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 voor de jaarschijf 2022. Met het oog hierop heeft het college besloten geen zienswijze op de concept kadernota 2022 in te dienen. Nieuwegein: Geen zienswijze. Oudewater: De gemeenteraad maakt zich zorgen over de mogelijke financiële consequenties van de risico’s waarmee in de begroting nog geen rekening is gehouden. Wij gaan er dan ook vanuit dat u zich maximaal zult inspannen om deze consequenties te beperken. Het inzetten van een mogelijk rekeningoverschot over het jaar 2020 vinden we in dit kader prematuur. Hoewel we uw gedachtegang begrijpen, willen we pas een uitspraak doen over het bestemmen van een rekeningoverschot bij het vaststellen van de jaarrekening 2020. Renswoude: Renswoude heeft kennisgenomen van de kadernota 2022 van de VRU.
In de kadernota zijn op overzichtelijke en gestructureerde wijze het financiële kader, de belangrijkste financiële ontwikkelingen en effecten daarvan op de begroting weergegeven. Wij begrijpen de gevolgen van het financieel kader zoals weergegeven in deze kadernota en constateren met u dat dit onvermijdelijke kosten zijn.
Pagina
6
Rhenen: Gemeente heeft kennisgenomen van de kadernota 2022 van de VRU. In de kadernota zijn op overzichtelijke en gestructureerde wijze het financiële kader, de belangrijkste financiële ontwikkelingen en effecten daarvan op de begroting weergegeven. Wij begrijpen de gevolgen van het financieel kader zoals weergegeven in deze kadernota en constateren met u dat dit onvermijdelijke kosten zijn. Soest: Geen zienswijze. Stichtse Vecht: Stichtse Vecht neemt op dit moment de Kadernota 2022 voor kennisgeving aan, met daarin opgenomen het voorstel om het jaarrekeningresultaat op te nemen in de bestemmingsreserve OMS. De gemeenteraad van Stichtse Vecht komt mogelijk in de zienswijze op de jaarrekening 2020 met een afwijkende zienswijze. De Kadernota 2022 Veiligheidsregio Utrecht is duidelijk en voldoende onderbouwd. Zij hebben geen inhoudelijke opmerkingen. Utrecht: Gemeente Utrecht geeft een positieve zienswijze af op de kadernota 2022 waarbij zij verzoeken onderstaande in acht te nemen. U geeft aan zich te realiseren dat de gemeentefinanciën onder druk staan en dat de VRU binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders actief zoekt naar mogelijkheden om de gemeentelijke bijdrage voor 2021 en 2022 verder te beperken. Wij willen hiervoor onze waardering uitspreken.
Utrechtse Heuvelrug: Allereerst willen wij u bedanken voor uw inspanningen om tijdig te komen tot een duidelijke ‘VRU Kadernota 2022’. De ‘VRU Kadernota 2022’ heeft voor ons een positieve boodschap. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is hiermee niet gevraagd om een verhoogde gemeentelijke bijdrage. Wij waarderen uw inspanningen om de financiële impact van landelijke ontwikkelingen zo beperkt mogelijk te houden en, daar waar mogelijk, financiële voordelen terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeenten. Gelet op de financiële situatie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug willen wij u desondanks vragen om met een tweetal punten rekening te houden bij het opstellen van de ontwerpbegroting voor 2022. Allereerst is het voor ons van groot belang dat eventuele positieve resultaten, zoals eerder geprognosticeerd, waar mogelijk in mindering worden gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Ten tweede waarderen wij uw terughoudendheid in het initiëren van nieuw beleid. Het devies ‘nieuw voor oud’ kan nog steeds rekenen op onze steun. Sterker nog, ook dit keer vragen wij u met klem om toekomstige beleidskeuzen die voortkomen uit exogene ontwikkelingen tijdig en helder met ons te communiceren. Ons inziens kan er ook in 2022 geen sprake zijn van financiële implicaties op de gemeentelijke bijdrage zonder daaraan voorafgaande weloverwogen lokale besluitvorming.
Veenendaal: Veenendaal heeft kennisgenomen van de kadernota 2022 van de VRU. In de kadernota zijn op overzichtelijke en gestructureerde wijze het financiële kader, de belangrijkste financiële ontwikkelingen en effecten daarvan op de begroting weergegeven. Wij begrijpen de gevolgen van het financieel kader zoals weergegeven in deze kadernota en constateren met u dat dit onvermijdelijke kosten zijn.
Pagina
7
Vijfheerenlanden: Geen zienswijze. Wijk bij Duurstede: Wijk bij Duurstede stelt vast dat de VRU hen in staat gesteld heeft om vroegtijdig kennis te nemen van de financiële effecten van de kadernota. Allereerst willen wij u danken voor alle inspanningen en verrichtingen aangaande de bestrijding van Covid-19. Tevens danken wij u voor uw inspanningen om te komen tot een duidelijke VRU Kadernota 2022. Woerden: De gemeenteraad van Woerden is wederom tevreden over het feit dat de jaarlijkse kadernota van de VRU beleidsarm is ingestoken. Het principe dat aan gemeenten geen aanvullende bijdrage wordt gevraagd voor het uitvoeren van nieuw beleid kan op onze goedkeuring rekenen. De gemeenteraad stemt dan ook in met de Kadernota 2022 zonder aanvullende zienswijze in te dienen. Woudenberg: De gemeente Woudenberg heeft besloten gebruik te maken van de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken en nadere toelichting te vragen. Allereerst willen onze waardering uitspreken dat u bij het opstellen van de kadernota 2022 VRU aandacht heeft voor de huidige financiële positie van de gemeente. Zeist: De gemeente Zeist heeft kennis genomen van de kadernota en spreekt graag haar dank uit voor de helderheid ervan. Waardering is er ook voor het feit dat er geen structurele bijdrage gevraagd wordt voor nieuw beleid.
De gemeente Zeist stelt vast dat de stijging van de kosten van het gemeentelijk basispakket en het individueel gemeentelijk pluspakket nagenoeg geheel het gevolg zijn van externe factoren, zoals de prijs- en loonontwikkeling en een wijziging in de FLO-regelgeving. Deze ontwikkelingen liggen dus buiten de invloedssfeer van de VRU. De Kadernota van de VRU geeft dan ook aanleiding tot een ondersteunende en instemmende zienswijze, waarbij wel aangeven moet worden dat wij, net als andere gemeenten, voor een significante financiële uitdaging staan. We hebben alle gemeenschappelijke regelingen, waarin Zeist deelneemt, gevraagd een bijdrage te leveren om deze uitdaging het hoofd te bieden. Hierop zullen we later bij u terugkomen.
Pagina
8
3 Financieel kader Bunnik: Zie algemeen De Bilt: Zie algemeen Geen steun Woudenberg: Op basis van de voorliggende kadernota verzoekt de gemeente de verdelingsgrondslag (bladzijde 4), de ijkpuntscore van 0,77% voor de gemeente Woudenberg te verduidelijken. Na een aantal berekeningen heeft de gemeente een hoger percentage becijferd. Inhoudelijke vraag
Pagina
9
4 Hervorming van het OMS-stelsel Bunnik: Zie algemeen. De Bilt: Zie algemeen Geen steun Houten: Gemeente Houten begrijpt dat is voorgesteld een Openbaar Meldsysteem(OMS)-fonds te vormen vanuit het verwachte positieve resultaat 2020, maar dat dit de VRU niet onttrekt van haar verplichting om te onderzoeken waar het vervallen van de concessievergoeding OMS binnen de bestaande begroting structureel kan worden opgevangen. Gedeeltelijke steun: steun voor tijdelijke dekking, steun onder voorbehoud voor structurele verhoging gemeentelijke bijdrage. Verzoek om te onderzoeken of het wegvallen van de OMSvergoeding binnen de bestaande begroting kan worden opgevangen. Leusden: Gemeente Leusden vraagt de VRU om in het kader van de Kadernota 2023 en de Kadernota 2024 te onderzoeken in hoeverre in de begroting ruimte kan worden gevonden om de wegvallende inkomsten ten gevolge van het wegvallen van de OMS opbrengsten te compenseren. Gedeeltelijke steun: steun voor tijdelijke dekking, geen steun voor structurele verhoging gemeentelijke bijdrage. Verzoek om te onderzoeken of het wegvallen van de OMS-vergoeding binnen de bestaande begroting kan worden opgevangen. Oudewater De gemeenteraad maakt zich zorgen over de mogelijke financiële consequenties van de risico’s waarmee in de begroting nog geen rekening is gehouden.
Wij gaan er dan ook vanuit dat u zich maximaal zult inspannen om deze consequenties te beperken. Het inzetten van een mogelijk rekeningoverschot over het jaar 2020 vinden we in dit kader prematuur. Hoewel we uw gedachtegang begrijpen, willen we pas een uitspraak doen over het bestemmen van een rekeningoverschot bij het vaststellen van de jaarrekening 2020. Gedeeltelijke steun: verzoek tot besluiten over het bestemmen van het positieve rekeningresultaat 2020 bij vaststellen van jaarrekening 2020 Renswoude: Renswoude constateert dat er sprake is van een ontwikkeling welke van invloed is op de toekomstige gemeentelijke bijdrage aan de VRU. Wij plaatsen hierbij een kanttekening: Het instellen van een OMS fonds zal een totale omvang hebben van € 2,9 miljoen om de gevolgen van het wegvallen van de concessievergoeding van € 1,05 miljoen te compenseren. Met het instellen van dit fonds kunnen de financiële gevolgen tot begin 2024 worden opgevangen. In de kadernota 2022 wordt aangegeven dat de totale gemeentelijke bijdrage in 2024 met € 0,81 miljoen en in 2025 met € 1,05 miljoen zal stijgen. In het beleidsplan VRU 2020-2023 is opgenomen dat voor nieuw beleid geen extra bijdrage wordt gevraagd aan gemeenten. Voor Renswoude zal dit ook het uitgangspunt zijn ten aanzien van het beleidsplan VRU 2024-2027.
De jaarlijkse bijdrage in deze periode kan alleen met de trendmatige loon-en prijsstijging worden verhoogd. Dit betekent dat de VRU het wegvallen van de concessievergoeding OMS, vanaf 2024 binnen de eigen exploitatie zou moeten opvangen. Om die reden vragen wij u de mogelijkheden van een taakstellende bezuiniging te bezien in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode.
Pagina
10
Gedeeltelijke steun: steun voor tijdelijke dekking, geen steun voor structurele verhoging gemeentelijke bijdrage. Verzoek om taakstellende bezuiniging om de afname van de OMSvergoeding te dekken. Rhenen: Rhenen constateert dat er sprake is van een ontwikkeling welke van invloed is op de toekomstige gemeentelijke bijdrage aan de VRU. Het instellen van een OMS fonds zal een totale omvang hebben van € 2,9 miljoen om de gevolgen van het wegvallen van de concessievergoeding van € 1,05 miljoen te compenseren. Met het instellen van dit fonds kunnen de financiële gevolgen tot begin 2024 worden opgevangen. In de kadernota 2022 wordt aangegeven dat de totale gemeentelijke bijdrage in 2024 met € 0,81 miljoen en in 2025 met € 1,05 miljoen zal stijgen. In het beleidsplan VRU 2020-2023 is opgenomen dat voor nieuw beleid geen extra bijdrage wordt gevraagd aan gemeenten. Voor Rhenen zal dit ook de verwachting zijn ten aanzien van het beleidsplan VRU 2024-2027. De jaarlijkse bijdrage in deze periode kan alleen met de trendmatige loon-en prijsstijging worden verhoogd. Dit betekent dat de VRU het wegvallen van de concessievergoeding OMS, vanaf 2024 binnen de eigen exploitatie zou moeten opvangen. Om die reden vragen wij u de mogelijkheden van een taakstellende bezuiniging te bezien in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode.
Gedeeltelijke steun: steun voor tijdelijke dekking, geen steun voor structurele verhoging gemeentelijke bijdrage. Verzoek om taakstellende bezuiniging om de afname van de OMSvergoeding te dekken. Utrecht: …de VRU geeft aan dat er sprake is van een externe ontwikkeling die aanleiding geeft om de concessievergoeding aan te passen, namelijk het operationaliseren van een landelijke voorziening voor de ontvangst van meldingen van brandmeldinstallaties. Deze voorziening vervangt de huidige regionale werkwijze voor de ontvangst van brandmeldingen via het openbaar meldsysteem. De concessievergoeding die de VRU ontvangt vanuit de leverancier komt hiermee te vervallen (€ 1,1 miljoen euro). Wij begrijpen dat u in eerdere begrotingen rekening heeft gehouden met deze baten en dat een aanpassing leidt tot een begrotingswijziging. Om de gemeentelijke bijdrage in de toekomstige jaren, als gevolg van het wegvallen van de concessievergoeding OMS, te beperken verzoeken wij u om een tijdelijke reserve OMS-fonds te vormen uit het positieve saldo 2020 met een maximale omvang van 2,860 miljoen euro minus eventuele besparingen op niet meer te verrichten taken. Veenendaal: Veenendaal constateert dat er sprake is van een ontwikkeling welke van invloed is op de toekomstige gemeentelijke bijdrage aan de VRU.
Wij plaatsen hierbij een kanttekening: Het instellen van een OMS fonds zal een totale omvang hebben van € 2,9 miljoen om de gevolgen van het wegvallen van de concessievergoeding van € 1,05 miljoen te compenseren. Met het instellen van dit fonds kunnen de financiële gevolgen tot begin 2024 worden opgevangen. In de kadernota 2022 wordt aangegeven dat de totale gemeentelijke bijdrage in 2024 met € 0,81 miljoen en in 2025 met € 1,05 miljoen zal stijgen. In het beleidsplan VRU 2020-2023 is opgenomen dat voor nieuw beleid geen extra bijdrage wordt gevraagd aan gemeenten. Voor Veenendaal zal dit ook het uitgangspunt zijn ten aanzien van het beleidsplan VRU 2024-2027. De jaarlijkse bijdrage in deze periode kan alleen met de trendmatige loon-en prijsstijging worden verhoogd. Dit betekent dat de VRU het wegvallen van de concessievergoeding OMS, vanaf 2024 binnen de eigen exploitatie zou moeten opvangen. Om die reden vragen wij u de mogelijkheden van een taakstellende bezuiniging te bezien in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode.
Pagina
11
Gedeeltelijke steun: steun voor tijdelijke dekking, geen steun voor structurele verhoging gemeentelijke bijdrage. Verzoek om taakstellende bezuiniging om de afname van de OMSvergoeding te dekken. Wijk bij Duurstede: Wijk bij Duurstede verzoekt ons eventuele ontwikkelingen vanuit het OMS-stelsel met mogelijke financiële effecten tijdig en helder met hen te communiceren en hen waar mogelijk te betrekken bij daarbij behorende beleidskeuzes. Woudenberg: Woudenberg stemt niet in met het instellen van een OMS-fonds uit het positief resultaat van 2020 om op deze manier het wegvallen van de concessievergoeding te compenseren. Het positief resultaat van 2020 moet naar rato aan de deelnemende gemeenten worden teruggegeven. Het wegvallen van de concessievergoeding moet structureel opgevangen worden binnen de huidige begroting door bijvoorbeeld te bezuinigen, her-prioriteren of door efficiency. Geen steun
Pagina
12
5 Zienswijzen overige onderwerpen kadernota Bunnik: Zie algemeen De Bilt: Zie algemeen Geen steun De Ronde Venen Gemeente De Ronde Venen blijft graag betrokken bij de ontwikkelingen op het gebied van de taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepskrachten. Wijk bij Duurstede: Wijk bij Duurstede verzoekt de VRU eventuele ontwikkelingen vanuit taakdifferentiatie met mogelijke financiële effecten tijdig en helder met hen te communiceren en hen waar mogelijk te betrekken bij daarbij behorende beleidskeuzes. Woudenberg: Op basis van de voorliggende kadernota verzoekt de gemeente de verdelingsgrondslag (bladzijde 4), de ijkpuntscore van 0,77% voor de gemeente Woudenberg te verduidelijken. Na een aantal berekeningen heeft de gemeente een hoger percentage becijferd. Daarnaast vraagt u voor het huren van een bestaande locatie voor het vestigen van een ABwerkplaats een financiële bijdrage. Heeft u ook bij deelnemende gemeenten nagevraagd of zij een locatie beschikbaar hebben voor een gereduceerd tarief? Inhoudelijke vragen
Pagina
13
Ontwerp-Begroting 2022 & geactualiseerde begroting 2021 (concept) Versie gemeenten 15 april 2021
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: Vastgesteld op: Door:
[corsa nummer] 5 juli 2021 Algemeen bestuur VRU
Voorwoord Graag bied ik u namens het algemeen bestuur van de VRU de begroting 2022 en de geactualiseerde begroting 2021 aan. Deze begroting is gebaseerd op de Kadernota 2022 die in november 2020 door ons algemeen bestuur is vastgesteld. De bijdrage voor het gemeentelijk basispakket 2022 wijzigt niet ten opzichte van die Kadernota. De ambitie is uitgesproken om in de beleidsperiode 2020-2023 (de looptijd van het vigerende beleidsplan) geen aanvullende structurele bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Dat kan ook. De in het beleidsplan opgenomen beleidsambities vragen niet primair om structurele begrotingsimpulsen, maar zijn veelal richtsnoeren en gearticuleerde versterkingswensen op allerlei thema’s die vragen om passende sturing, hernieuwde focus en een voortdurend efficiënt en actief inspelen op veranderingen in het veiligheidsdomein. In dat veiligheidsdomein ligt onze wettelijke en collectief opgedragen gemeentelijke taak. Wij streven ernaar om die steeds beter uit te voeren. Wij willen snel ter plaatse komen, redden, blussen, goed communiceren bij incidenten en crises, deskundig en gericht adviseren over veiligheid, risico’s onderkennen en helpen wegnemen, en veiligheidspartners laten samenwerken. Dat doen wij met elkaar voor iedereen die elke dag in deze regio woont en verblijft.
Veiligheid maken wij samen! Naast onze vaste taken zoals beschreven in deze begroting, willen we ook vooral leren van de coronacrisis waarvan we nu in het laatste stuk zitten. Op welke punten kon onze organisatie dankzij een crisis efficiënter werken dan normaal, wat is blijven liggen en is dat erg? Hoe konden we digitaal beter samenwerken, wat hebben onze partners en gemeenten fijn gevonden in de samenwerking en wat hebben ze gemist? Kortom: wat moeten we vooral behouden en waarvan kunnen we leren. In alles staat voorop waar we het voor doen. Onze motivatie is helder: “wij helpen mensen in nood, motiveren mensen om zelfredzaam te zijn en dragen bij aan het wegnemen van onveilige situaties. Elke dag weer, en steeds beter”. Wij hopen dat wij samen met onze gemeenten en onze partners deze begrotingsperiode succesvol kunnen inzetten, vanzelfsprekend altijd aanspreekbaar op onze prestaties en bereid te leren en te verantwoorden. Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,
dr. Peter L.J. Bos Algemeen directeur
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1 1.1 1.2
Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting 1.2.1 Geactualiseerde begroting 2021 1.2.2 Begroting 2022 1.2.3 Beleidsplan 2020-2023
7 7 7 7 8 10
2 2.1
Financiële hoofdlijnen 11 Financieel kader 11 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds 11 2.1.2 Loonaanpassing 12 2.1.3 Prijsaanpassing 13 2.1.4 Lasten FLO-overgangsrecht 14 2.1.5 Brede doeluitkering Rampenbestrijding 15 2.1.6 Samenvatting effect mutaties financieel kader 16 Ontwikkelingen bestaand beleid 17 2.2.1 Hervorming OMS-stelsel 17 2.2.2 Regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen 19 2.2.3 Heroriëntatie AB-werkplaatsen 20 2.2.4 Overdracht beheer meldkamer 21 2.2.5 Licentiekosten LCMS GZ 22 2.2.6 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 22 2.2.7 Versterking GHOR 23 2.2.8 Tijdelijk behoud redvoertuig in Vianen 23 2.2.9 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid 23 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket 24 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket 25
2.2
2.3 2.4 3 3.1
3.2
3.3
3.4
Beleidsbegroting – Programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? 3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.1.3 Waarop sturen we? 3.1.4 Wat kost het? Crisisbeheersing 3.2.1 Wat willen we bereiken? 3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.3 Waarop sturen we? 3.2.4 Wat kost het? GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? 3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.3.3 Waarop sturen we? 3.3.4 Wat kost het? Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? 3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.4.3 Waarop sturen we? 3.4.4 Wat kost het?
26 26 26 26 28 29 30 30 30 32 33 33 33 33 34 35 35 35 36 40 41
3.5
Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? 3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.5.3 Waarop sturen we? 3.5.4 Wat kost het? Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 3.6.2 Overhead 3.6.3 Onvoorzien
41 41 41 42 43 44 44 44 45
4.5
Beleidsbegroting – Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandscapaciteit 4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit 4.1.3 Kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Kapitaalgoederen 4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.2.3 Onderhoud materieel Financiering 4.3.1 Financieringsportefeuille 4.3.2 Risicobeheer 4.3.3 Verloop reserves Bedrijfsvoering 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Personeel 4.4.3 Interne beheersing 4.4.4 Duurzaamheid 4.4.5 Privacy 4.4.6 Vennootschapsbelasting Verbonden partijen
46 46 46 46 47 48 48 49 49 49 49 50 52 54 54 54 55 55 56 56 56
5 5.1 5.2 5.3
Financiële begroting – baten en lasten 2021 en 2022 Baten en lasten Overzicht van baten en lasten Incidentele baten en lasten
57 57 57 58
6 6.1 6.2 6.3
Financiële begroting – Meerjarenraming 2022-2025 Meerjarenraming 2022-2025 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2022-2025
59 59 60 60
7 7.1 7.2
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo
62 62 63
3.6
4 4.1
4.2
4.3
4.4
Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP)
64
Bijlage 2: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2022-2025
66
Bijlage 3: Baten en lasten per taakveld
67
Bijlage 4: Tarieventabel 2021 en 2022
68
Bijlage 5: Vergoedingentabel 2021 en 2022
69
Bijlage 6: Compensatiebedragen
71
Bijlage 7: Verdelingsgrondslag bijdrage gemeentelijk basistakenpakket
72
Bijlage 8: Investeringen 2021-2022
73
Bijlage 9: Begrippen en afkortingen
74
1 Inleiding 1.1
Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de kadernota 2022; De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2021 en 2022, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2022 t/m 2025 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. Figuur 1 Opbouw begroting
1.2
Proces totstandkoming begroting De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting 2021, de kadernota 2022 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 2 Proces begroten en verantwoorden VRU
Kadernota
1.2.1
Begroting
Begrotingswijziging (en)
Jaarrekening
Geactualiseerde begroting 2021 De geactualiseerde begroting 2021 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2021, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage. De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022. Het dagelijks bestuur zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2021 en 2022 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het verwachte positieve rekeningresultaat van 2020.
Pagina
7
Restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht Het grootste deel van de specifieke bezuinigingstaakstelling voor (brandweer)repressie in het gebied van de gemeente Utrecht is inmiddels ingevuld. Het resterende deel bedraagt € 283K. Vanaf 2018 is het restant van de taakstelling ingevuld met incidentele middelen uit de bestemmingsreserve Repressieve Efficiency Utrecht. Zowel door het financiële toezicht van de Provincie Utrecht als de bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën is gewezen op de noodzaak om tot een structurele invulling te komen. We zien op dit moment geen mogelijkheden om dit restant in te vullen zonder dat dit gevolgen heeft voor de dienstverlening in het kader van de brandweerzorg in het gebied van de gemeente Utrecht. In de bestemmingsreserve Repressieve Efficiency Utrecht is nog incidentele dekking aanwezig voor 2021. We zijn met de gemeente Utrecht in gesprek om in samenhang met het individueel gemeentelijk pluspakket te komen tot een structurele invulling van het resterende deel van de taakstelling die per 2022 kan worden geeffectueerd. Kosten tijdelijk behoud van het redvoertuig in Vianen Op 6 juli 2020 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen tijdens de beleidsplanperiode 2020-2023.
De daarmee gemoeide kosten van € 90K per jaar zouden bij de actualisatie van de begroting 2021 worden verwerkt. Om de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te beperken, is voor de voorzienbare kosten gezocht naar incidentele dekking binnen de begroting voor de jaren 2021 en 2022. Hierdoor wordt een incidentele stijging van de bijdrage van in totaal € 180K voorkomen. COVID-19 De ontwikkelingen rond COVID-19 hebben ook voor de begroting 2021 consequenties voor de VRU, omdat de veiligheidsregio’s ook in 2021 een centrale rol vervullen bij de coördinatie van crisisbeheersing. De extra kosten die wij voor 2021 verwachten zijn geraamd op € 0,5 miljoen. Deze meerkosten kunnen wij in ieder geval t/m het tweede kwartaal declareren bij het rijk (Ministerie van VWS) en hebben wij derhalve als opbrengst geraamd. Omdat de vergoeding van de meerkosten pas definitief wordt na controle en vaststelling op deze declaratie hebben wij deze opbrengst als stelpost in de begroting 2021 opgenomen en vermeld in de risicoparagraaf. Per saldo heeft COVID-19 daarmee geen gevolgen voor de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage voor het basistakenpakket zoals opgenomen in voorliggende begroting. 1.2.2
Begroting 2022 Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting 2022, vanaf de concept-kadernota 2022 tot de voorliggende begroting 2022. Het eerste concept van de kadernota 2022 is in september 2020 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2020 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen, het dagelijks bestuur en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) Bedrijfsvoering en Financiën. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd en adviezen overgenomen: De voortgang van het herijkingsonderzoek is specifiek toegelicht in relatie tot het mogelijk effect op de ijkpuntscores die als verdelingsgrondslag van de gemeentelijke bijdrage van het basistaken dient; De consequenties van de recente ontwikkelingen op het gebied van OMS zijn uitgezocht en in beeld gebracht; De argumentatie en toelichting bij paragraaf 3.3 ‘Heroriëntatie AB-werkplaatsen’ zijn aangescherpt; In de aanbiedingsbrief bij de kadernota is nader toegelicht hoe rekening wordt gehouden met de financiële situatie van de gemeenten.
Pagina
8
De gewijzigde concept-kadernota 2022 is op 2 november 2020 nogmaals besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten via een online bijeenkomst. De kadernota is op 9 november jl. behandeld in het algemeen bestuur van de VRU, bestaande uit alle burgemeesters van gemeenten in de provincie. Hierbij is besloten om in te stemmen met het voornemen om een bestemmingsreserve in de vorm van een OMS-fonds in te stellen voor de duur van de huidige concessieperiode. Ook is opdracht gegeven om in de begroting 2022 het doel, de hoogte, de looptijd en de inzet van deze reserve vast te leggen. De kadernota 2022 is - met inachtneming van de hiervoor vermelde aanvullingen - op 9 november 2020 vastgesteld door het algemeen bestuur. Vervolgens is de kadernota op 12 november 2020 aangeboden aan de gemeenteraden met daarbij de uitnodiging om hun zienswijze kenbaar te maken. Zienswijzen kadernota 2022 In de BAC bedrijfsvoering en financiën is op 27 januari 2020 gesproken over de tot dan toe ontvangen zienswijzen op de kadernota 2022. De BAC heeft eerder al positief geadviseerd op de voorstellen in de kadernota en ziet naar aanleiding van de zienswijzen geen aanleiding tot inhoudelijke wijzigingen. De BAC adviseert om voorbereid te zijn op mogelijk negatieve effecten van wijziging van het landelijk verdeelmodel van het gemeentefonds.
Deze kunnen leiden tot lastige keuzen en bezuinigingen en inspanningen om de VRU betaalbaar te houden. Daarnaast is geadviseerd om besluiten over een eventuele financiële bezuinigingstaakstelling te koppelen aan fundamentele keuzes in de taakuitvoering. Het ligt voor de hand om te besluiten over dergelijke keuzes in het licht van het volgende beleidsplan. Op basis van de stand van de ingekomen zienswijzen op 28 januari 2021 heeft het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voorgesteld met inachtneming van het advies van de BAC bedrijfsvoering en financiën de voorstellen uit de kadernota ongewijzigd te verwerken in de ontwerpbegroting 2022. De zienswijzen op de kadernota zijn vervolgens op 8 februari 2021 in het algemeen bestuur besproken. Naar aanleiding hiervan is afgesproken de kadernota 2022 verder uit te werken in de ontwerpbegroting 2022. Dit betekent dat bij besluitvorming over de voorlopige jaarstukken 2020 wordt voorgesteld om een belangrijk deel van het positieve rekeningresultaat 2020 in te zetten voor de hervorming van het OMS-stelsel. In de kadernota 2022 is reeds voorgesteld een OMSfonds in te richten, gefinancierd uit het jaarresultaat 2020. Voor de hoogte van het fonds is in de kadernota nog uitgegaan van een bedrag van € 2,6 miljoen om hiermee de gemiste opbrengsten in de periode 2021-2024 te kunnen dekken.
In de voorliggende (concept)begroting is dit bedrag naar beneden bijgesteld. Nu wordt uitgegaan van een bedrag van € 2,1 miljoen die in 2022 en 2023 wordt ingezet om het wegvallen van de opbrengsten in 2022 en 2023 volledig te dekken. Hiermee wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in de huidige beleidsperiode van 2020-2023 voorkomen. Voor 2021 schatten wij in de reeds begrote opbrengsten te kunnen realiseren. Daarnaast bevat de begroting 2022 ook een aantal positieve bijstellingen die in mindering worden gebracht op de gemeentelijke bijdrage en is incidentele dekking gevonden voor het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen. Lasten FLO-overgangsrecht Na het vaststellen van de kadernota 2022 is er een aantal ontwikkelingen op het gebied van de lasten voor het FLO-overgangsrecht geweest. We wachten nog op nadere informatie over de uitwerking (LOGA-brief) die medio maart 2021 beschikbaar komt. De financiële effecten zijn op dit moment nog niet duidelijk en daarom ook nog niet verwerkt in de voorliggende stukken. Wel is zeker dat de ontwikkelingen zullen leiden tot een kostenstijging. In de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën is hier over gesproken. De komende weken zullen we de meerjarenraming voor de lasten van het FLO-overgangsrecht actualiseren en (laten) valideren.
We zullen de geactualiseerde meerjarenraming voor de FLO-lasten verwerken in de versie van de begroting voor het AB van 5 juli. In aanloop daar naartoe wordt bezien of een begrotingswijziging nodig.
Pagina
9
1.2.3
Beleidsplan 2020-2023 De opbouw van het huidige beleidsplan dat het AB in juli 2019 vaststelde, volgt de indeling van de programmaonderdelen van de begroting van de VRU. Hiermee is een optimale aansluiting tussen de beleidscyclus en de planning-en-controlcyclus geborgd. Deze begroting heeft betrekking op het derde jaar van de huidige beleidsperiode. De strategische doelstellingen die in het beleidsplan zijn opgenomen worden via de reguliere begrotingscyclus nader uitgewerkt in concrete beleidsactiviteiten per jaar. Op basis daarvan wordt de meerjarenraming jaarlijks bijgesteld. Begrotingswijzigingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen worden altijd voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenten worden op deze manier in de gelegenheid gebracht om zowel invloed uit te oefenen op de strategische koers van de VRU die wordt beschreven in het beleidsplan, als de concrete uitwerking en financiële vertaling daarvan in de begroting. Figuur 3 Samenhang beleidscyclus en planning-en-controlcyclus
Beleidsambitie en -beginselen
Beleidsplan
Beleidsdoelstellingen
Begroting
Beleidsactiviteiten en -begroting
Pagina
10
2 Financiële hoofdlijnen 2.1 2.1.1
Financieel kader Bijstelling gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed op de begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds. De meeste gemeentebegrotingen zijn gebaseerd op de daarop volgende meicirculaire. In 2020 is een landelijk herijkingsonderzoek voor het gemeentefonds uitgevoerd. Op 7 december 2020 hebben de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is onder andere de huidige financiële positie van gemeenten. De effecten van het herijkingsonderzoek op het verdeelmodel van de VRU en daarmee op de individuele bijdrage per gemeente zullen niet eerder dan bij besluitvorming over de kadernota 2023 (najaar 2021) of de begroting 2023 (voorjaar 2022) specifiek aan het algemeen bestuur worden voorgelegd.
Op basis van gangbare normeringssystematiek worden de gemeenten bij de meicirculaire 2021 via de uitkering van het gemeentefonds voor het jaar 2022 gecompenseerd voor zowel de wijzigingen van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage als de loon- en prijsontwikkeling voor 2022. Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de kadernota 2022 van de VRU, wordt daarmee indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen.1 Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores. In tabel 1 zijn de geactualiseerde percentages voor de begroting 2021 en de percentages voor 2022 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de begroting 2021 vermeld.
1 Het is mogelijk dat de loon- en prijsontwikkelingen bij het Rijk niet volledig gelijk zijn aan de loon- en
prijsontwikkelingen bij gemeenten maar deze ontwikkelingen volgen wel eenzelfde trend.
Pagina
11
Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente
Begroting 2021
Begroting 2021a
Kadernota 2022
Renswoude
0,37%
0,39%
0,39%
Eemnes
0,60%
0,61%
0,61%
Oudewater
0,65%
0,65%
0,65%
Woudenberg
0,76%
0,77%
0,77%
Montfoort
0,90%
0,89%
0,89%
Lopik
0,95%
0,96%
0,95%
Bunnik
1,07%
1,07%
1,06%
Bunschoten
1,26%
1,27%
1,27%
Rhenen
1,32%
1,32%
1,32%
Wijk bij Duurstede
1,53%
1,52%
1,52%
Baarn
1,77%
1,75%
1,75%
Leusden
1,89%
1,89%
1,89%
IJsselstein
2,04%
2,02%
2,02%
De Bilt
2,98%
2,92%
2,92%
De Ronde Venen
2,97%
2,97%
2,97%
Soest
3,05%
3,00%
3,00%
Houten
3,07%
3,05%
3,05%
Utrechtse Heuvelrug
3,48%
3,38%
3,38%
Woerden
3,45%
3,42%
3,42%
Vijfheerenlanden
3,51%
3,68%
3,68%
Stichtse Vecht
4,39%
4,35%
4,34%
Nieuwegein
4,51%
4,45%
4,46%
Veenendaal
4,59%
4,57%
4,57%
Zeist
4,57%
4,58%
4,58%
Amersfoort
11,38%
11,22%
11,22%
Utrecht
32,94%
33,32%
33,33%
TOTAAL
100%
100%
100%
Wijzigingen in de ijkpuntscores lopen synchroon met de hoeveelheidsmutatie van de algemene uitkering2 die de individuele gemeenten van het rijk ontvangen. Dit betekent dat een wijziging in het relatieve aandeel in de ijkpuntscores indirect gecompenseerd wordt door een mutatie in de algemene uitkering. In tabel 16 is per gemeente de bijdrage aan het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) voor 2021 en 2022 opgenomen. Deze bijdrage is gerelateerd aan het relatieve aandeel in de ijkpuntscores. In tabel 17 is de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) voor 2021 en 2022 opgenomen. De vergoeding die gemeenten betalen is gebaseerd op taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) die de VRU met individuele gemeenten heeft gesloten. 2.1.2
Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling3. In tabel 2 is het financiële
2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer-
en rampenbestrijding, gebaseerd op de septembercirculaire 2020. 3 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling.
Pagina
12
effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen4. Tabel 2 Financieel effect loonaanpassing GBTP Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP % Loonaanpassing
Actualisatie 2021
Mutatie stelpost looncompensatie 2021
0,10%
65
-
65
Stelpost looncompensatie 2022
1,30%
-
859
859
Totaal effect GBTP
1,40%
65
859
924
Loonaanpassing GBTP
Begroting 2022
Cumulatief 2022
Bij het opstellen van deze begroting is er nog geen nieuwe CAO afgesloten voor de periode vanaf 1 januari 2021. Om de loonontwikkeling goed te kunnen volgen is hiervoor bij het opstellen van de kadernota 2022 een stelpost voor looncompensatie opgenomen. De berekening van deze stelpost is gebaseerd op de indexcijfers uit de circulaires van het gemeentefonds. Voor de begroting 2021 is al een percentage van +2,6% aan looncompensatie in de begroting verwerkt. Het percentage voor 2021 is op basis van de septembercirculaire 2020 bijgesteld van 2,6% naar 2,7% (+ 0,1%). De premieontwikkeling ABP en sociale verzekeringslasten hebben ook invloed op de loonkosten. De ABP-premies voor 2021 zijn in december 2020 vastgesteld en samen met een stijging van sociale lasten per 1 januari 2021 leidt dit tot een stijging van het werkgeversaandeel in 2021 met 1,06%. Deze stijging wordt in principe gedekt uit de genoemde stelpost voor loonontwikkeling. Het restant van de stelpost looncompensatie 2021 is bedoeld voor de CAO 2021 en bedraagt +1,6% (€ 1.042K). Voor de loonontwikkeling 2022 (CAO en premies) is ook een stelpost in de begroting opgenomen. Voor 2022 bedraagt het percentage voor looncompensatie +1,3% (€ 859K). In totaal bedraagt de structurele loonaanpassing voor 2022 inclusief de doorwerking van de structurele aanpassing in 2021 +1,4%.
Bij actualisatie van de begroting 2022 wordt het percentage voor 2022 structureel bijgesteld op basis van de dan geldende CAO en vastgestelde premie’s. Hiermee wordt de stelpost structureel vertaald naar de werkelijke loonontwikkeling en indien van toepassing verrekend met de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket. 2.1.3
Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd5. Tabel 3 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP).
4 Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt
indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de gemeentelijke loonontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend. 5 Het financieel effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De prijsontwikkeling van het rijk is cf. de begroting van de VRU gebaseerd op de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product (prijs BBP). De prijsontwikkeling wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten (prijsmutatie). De compensatie voor de gemeentelijke prijsontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
13
Tabel 3 Financieel effect prijsaanpassing GBTP Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP % Prijsaanpassing
Actualisatie 2021
Begroting 2022
Cumulatief 2022
Mutatie prijsaanpassing 2019
0,50%
148
-
148
Mutatie prijsaanpassing 2020
0,20%
59
-
59
Mutatie prijsaanpassing 2021
-0,20%
-59
-
-59
Mutatie prijsaanpassing 2021
0,50%
148
-
148
Prijsaanpassing GBTP
Prijsaanpassing 2022
1,40%
-
413
413
Prijsaanpassing 2022
1,40%
-
413
413
Totaal effect GBTP
1,90%
148
413
561
Voor 2021 bedraagt de correctie over 2021 en de twee voorgaande jaren +0,5%. Voor 2022 bedraagt de prijsaanpassing +1,4%. De totale prijsaanpassing voor de begroting 2022 komt daarmee uit op +1,9%. 2.1.4
Lasten FLO-overgangsrecht Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de ‘Bestemmingsreserve lasten FLO-overgangsrecht’. Na vaststelling van de kadernota 2022 heeft zich een aantal ontwikkelingen op het gebied van het FLO-overgangsrecht voorgedaan. De financiële effecten van deze ontwikkelingen worden momenteel doorgerekend en zijn derhalve niet in de voorliggende geactualiseerde begroting 2021 en ontwerpbegroting 2022 verwerkt. Inmiddels wordt duidelijk dat er sprake is van een kostenstijging van het FLO-overgangsrecht ten opzichte van de meerjarenraming in de begroting 2021 en de kadernota 2022. In algemene zin geldt dat het FLO-overgangsrecht is gebaseerd op een netto-inkomensgarantie. Veranderingen (in premies en het fiscale regime) hebben hierdoor direct invloed op de (werkgevers)lasten van het FLO-overgangsrecht. Naast de reguliere loonaanpassing wordt de stijging van de lasten verwacht door een aantal factoren: Een recent aangenomen wetsvoorstel tot aanpassing van de duur van de toepassing levensloop. Een recente aanpassing in de zienswijze van de belastingdienst ten aanzien van de toepassing van de RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding)-boete.
Voor ambtenaren met afwijkende FLO-leeftijden (FLO 60 jaar) hebben cao-partijen overeenstemming bereikt over de opname van levenslooptegoeden vóór 1 januari 2022 en over de afkoop van deze aanspraken indien de tegoeden niet of niet in zijn geheel vóór 1 januari 2022 kunnen worden opgenomen. De afkoop leidt tot incidentele kosten in 2021. Uit een analyse van de werkelijke kosten in 2020 is gebleken dat de begroting op een aantal onderdelen ontoereikend was. De meerjarenbegroting wordt op deze onderdelen bijgesteld. Medio maart volgt er nog een LOGA-brief waarin een aantal nieuwe landelijke afspraken over het FLO-overgangsrecht nader zijn uitgewerkt. Deze uitwerking wordt meegenomen in de herberekening van de lasten van het FLO-overgangsrecht. De geactualiseerde meerjarenraming zal worden verwerkt in de eerste bestuurlijke rapportage van 2021. Op basis van de eerste bestuurlijke rapportage voor 2021 en de geactualiseerde meerjarenraming van de lasten voor het FLO-overgangsrecht zal worden bezien of een tussentijdse begrotingswijziging voor 2021 en 2022 noodzakelijk is, of dat de geactualiseerde meerjarenraming van de lasten voor het FLOovergangsrecht later kan worden verwerkt als onderdeel van de reguliere herijking van het
Pagina
14
financiële kader in de kadernota voor 2023 (najaar 2021) en de actualisatie van de begroting 2022 (voorjaar 2022). Conform eerdere toezeggingen zal hierbij worden bezien welke mogelijkheden er binnen de begroting zijn om het effect op de gemeentelijke bijdrage zo veel mogelijk te beperken. De actualisatie van de kostenprognose is nog niet verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2022. In tabel 4 is de meerjarenraming van de lasten FLO-overgangsrecht weergegeven die overeenkomt met de opgave uit de begroting 2021 (geïndexeerd) en kadernota 2022. Tabel 4: meerjarenraming lasten FLO-overgangsrecht 2021-2025 Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming FLO overgangsrecht
2021
2022
2023
2024
2025
Lasten FLO- overgangsrecht begroting 2021
4.682
2.993
3.138
3.097
2.944
Storting/ onttrekking reserve FLO-overgangsrecht
-1.677
52
-93
-52
101
Totaal lasten FLO overgangsrecht
3.005
3.045
3.045
3.045
3.045
De mutatie van de lasten FLO-overgangsrecht zoals opgenomen in de kadernota 2022 kan worden opgevangen door inzet van de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de meerjarenraming leidt in dat geval niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. Tabel 5 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) specifiek voor de jaren 2021 en 2022, zoals opgenomen in de begroting 2021 (geïndexeerd) en kadernota 2022. Tabel 5: financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000
Lasten FLO-overgangsrecht
Lasten FLO-overgangsrecht 2021 structureel Bijstelling via reguliere loon- en prijsaanpassing Lasten FLO- overgangsrecht structureel
Financieel effect GBTP Actualisatie 2021
Begroting 2022
Cumulatief 2022
3.000
3.000
6.000
5
45
50
3.005
3.045
6.050
Lasten FLO-overgangsrecht 2021 incidenteel
1.677
-52
1.625
Lasten FLO- overgangsrecht incidenteel
1.677
- 52
1.625
Totaal lasten FLO- overgangsrecht
4.682
2.993
7.675
Structurele dekking begroting 2021
-3.000
-3.000
-6.000
Storting/ onttrekking reserve FLO-overgangsrecht
-1.677
52
-1.625
Correctie loon- en prijsaanpassing 2022*
-5
-45
-50
Mutatie Lasten FLO- overgangsrecht
-
-
-
Totaal effect GBTP
-
-
-
*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de lasten FLO-overgangsrecht zijn onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (zie paragraaf 2.1.2 en 2.1.3). Daarom is een correctie toegepast.
2.1.5
Brede doeluitkering Rampenbestrijding De hoogte van de ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ bedraagt structureel € 9,5 miljoen. Dat is € 0,2 miljoen meer dan opgenomen in de meerjarenraming van de begroting 2021. De rijksbijdrage ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de geactualiseerde verdeelmaatstaven en een aanpassing voor de loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling voor 2021 en 2022 bedraagt respectievelijk € 208K en € 206K voordelig. Deze bijstelling wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP omdat de bijstelling voornamelijk voortvloeit uit de loon- en prijsaanpassing en in de gemeentelijke bijdrage
Pagina
15
al de loon- en prijsbijstelling voor de volledige begroting is opgenomen. Tabel 6 geeft inzicht in het financiële effect van de bijstelling van de BDuR. Tabel 6 Financieel effect mutatie BDuR Financieel effect GBTP