CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

15 BPDeBleekfase1_Bijlage 11. Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel De Bleek, vaststelling bestemmingsplan13.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

31

2.12.1

Daily Logs

Vliegtuigen van de 2nd Tactical Air Force (2nd TAF) gaven tactische luchtsteun aan geallieerde gevechtseenheden. De geallieerde jachtbommenwerpers vielen o.a. vijandelijke stellingen, tanks, treinen en hoofdkwartieren aan. De volgende Daily Logs van de 2nd Tactical Air Force zijn geraadpleegd: Daily Logs 2nd Tactical Air Force. The National Archives Londen

Inventarisnummer

2nd Tactical Air Force: Daily Log: Sept.-Oct. 1944

Air 37/715

2nd Tactical Air Force: Daily Log: Nov.-Dec. 1944

Air 37/716

2nd Tactical Air Force: Daily Log: Jan.-Feb. 1945

Air 37/717

2nd Tactical Air Force: Daily Log: Mar.-May. 1945

Air 37/718

Er zijn in de geraadpleegde inventarisnummers geen relevante vermeldingen met betrekking tot het onderzoeksgebied aangetroffen.

2.13 The National Archives and Records Administration 2.13.1

Kriegstagebücher

Bij het NARA zijn (microfilms van) Duitse bronnen uit de Tweede Wereldoorlog ondergebracht, waaronder informatie betreffende de Kriegsmarine die op o.a. Nederlands grondgebied heeft gevochten. De volgende bronnen zijn bij het NARA geraadpleegd 7: NARA Washington

Inventarisnummer

Kriegstagebuch Admiral in den Niederlanden. 1-31 december 1944

T1022-2726

Kriegstagebuch Marinebefehlshaber Niederlande. 1940-1941

T1022-2784

Er zijn in de geraadpleegde inventarisnummers geen relevante vermeldingen met betrekking tot het onderzoeksgebied aangetroffen.

2.14 Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg In het Bundesarchiv-Militärarchiv zijn de gevechtsverslagen van Duitse eenheden die in mei 1940 en in 1944-1945 strijd op Nederlands grondgebied hebben geleverd ondergebracht. Dit betreft bronnen met betrekking tot zowel het Heer, de Luftwaffe als de Kriegsmarine. De volgende bronnen van de Luftwaffenführungsstab Ic zijn bij het Bundesarchiv-Militärarchiv in Freiburg geraadpleegd: Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg.

Inventarisnummer

Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab 10 mei 1940 t/m 9 november 1941

RL/2/II/205 t/m 269

Het CS-VROO schrijft voor om in overleg met de opdrachtgever Kriegstagebücher van Record Group 242 te raadplegen. AVG heeft het raadplegen van Kriegstagebücher bij het NARA ondervangen door standaard de microfilms T1022-2726 en T1022-2784 te raadplegen.

7

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

32

Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg.

Inventarisnummer

Luftlageberichte Luftwaffenführungsstab 1 augustus 1940 t/m 10 november 1940

RM7/344 t/m 353

Er zijn in de geraadpleegde inventarisnummers geen relevante vermeldingen met betrekking tot het onderzoeksgebied aangetroffen.

2.15 Imperial War Museums De Imperial War Museums beschikken over een grote collectie foto’s en films van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, waaronder opnames die tijdens bombardementen werden gemaakt. Er zijn geen relevante foto’s of films aangetroffen met betrekking tot het onderzoeksgebied.

2.16 Library and Archives Canada 2.16.1

Collectie Defence Overprints en Overlays

Library and Archives Canada beschikt over een collectie zgn. Defence Overprints. Dit zijn geallieerde stafkaarten waarop, op basis van o.a. geanalyseerde luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog, Duitse militaire objecten werden ingetekend. Tevens zijn er hier Overlays ondergebracht. Er is bij Library and Archives Canada een relevante Defence Overlay van het onderzoeksgebied gevonden. Dit betreft Defence Overlay Oudewater, sheetnummer 384, datum onbekend. Er zijn geen relevante feiten ingetekend op deze Overlay en deze zal daarom niet worden afgebeeld in dit rapport.

2.17 Luchtfoto’s 2.17.1

Geraadpleegde luchtfoto’s

De volgende luchtfotoarchieven zijn geraadpleegd: 

Archief van de Afdeling Speciale Collecties van de Wageningen Universiteitsbibliotheek. Dit archief bevat ruim 94.000 luchtverkenningsfoto’s die zijn gemaakt door de Royal Air Force (RAF) en United States Army Air Forces (USAAF) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn bij dit archief twee luchtfoto’s aangeschaft. Archief van het Kadaster te Zwolle. Dit archief bevat circa 110.000 luchtverkenningsfoto’s uit de oorlogsperiode, gemaakt door de RAF en USAAF. Het archief bestaat ook deels uit voor- en naoorlogse luchtfoto’s (in 1939 en 1940 zijn bijvoorbeeld de Grebbelinie en de Nieuwe Hollandse Waterlinie in beeld gebracht). Er is bij dit archief geen luchtfoto aangeschaft. Archief van The National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh. Dit archief bevat circa 11 miljoen luchtverkenningsfoto’s, gemaakt door de RAF en USAAF. Er is gezocht in de collecties ‘JARIC’ en ‘ACIU’. Er is bij dit archief één luchtfoto aangeschaft. Laurier Military History Archive (LMH), Waterloo (Canada). Het betreft hier luchtfoto’s van First Canadian Army die oorspronkelijk werden gebruikt door de Air Photo Interpretation Section in de jaren 1944-1945. De collectie bestaat uit meer dan 130.000

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

33

luchtfoto’s en heeft onder andere betrekking op Nederlands grondgebied. Er is bij dit archief geen luchtfoto aangeschaft. The National Archives and Records Administration (NARA), College Park (Verenigde Staten). Het NARA beschikt over een zeer uitgebreide luchtfotocollectie van meer dan 35 miljoen luchtfoto’s die betrekking hebben op de periode 1918-2011. Deze luchtfoto’s hebben deels betrekking op Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Er is bij dit archief één luchtfoto aangeschaft. Het archief van de Luftbilddatenbank te Estenfeld (Duitsland). De Luftbilddatenbank beschikt over 500.000 eigen luchtfoto’s en raadpleegt daarnaast archieven in Nederland, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Canada. Er is bij dit archief geen luchtfoto aangeschaft.

Uit de geïnventariseerde luchtfoto’s zijn de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie is rekening gehouden met de dekking, de opnamedatum in relatie tot gevechtshandelingen, alsmede de kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. Er is gezocht naar luchtfoto’s van zo kort mogelijk voor en na de gevechtshandelingen (mits van voldoende kwaliteit voor interpretatie op oorlogsschade). In bepaalde gevallen zijn er geen luchtfoto’s besteld. Dit wordt in bijlage 6.3 gemotiveerd. Een belangrijk selectiecriterium voor de luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog is de opnamedatum. De voorkeur is uitgegaan naar luchtfoto’s die zo kort mogelijk voor en na de belangrijkste gevechtshandelingen zijn gemaakt. Er is daarnaast rekening gehouden met de kwaliteit van de luchtfoto’s, alsmede de schaal. De bestelde luchtfoto’s worden in hoofdstuk drie in de gebeurtenissentabel per luchtfotoarchief besproken. Datzelfde geldt voor de analyseresultaten. De luchtfoto’s zijn als categorie A en B gekwalificeerd. 8 Dat betekent dat de verkrijgbare luchtfoto’s geen of een kleine kwalitatieve beperking hebben voor wat betreft de luchtfotointerpretatie. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s is de validiteit van de classificatie in GIS vastgelegd in de volgende drie niveaus van betrouwbaarheid:   

Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%) Waarschijnlijk: de organisatie is overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto (betrouwbaarheid 50% of hoger) Mogelijk: de organisatie is overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto (betrouwbaarheid lager dan 50%)

De optimalisatie van de luchtfoto’s heeft plaatsgevonden vanuit de GIS applicatie ArcGIS Pro. Naar aanleiding van de luchtfotoanalyse wordt geconcludeerd dat er sporen van gevechtshandelingen in het onderzoeksgebied zichtbaar zijn. Dit wordt verder uitgewerkt in de gebeurtenissentabel in hoofdstuk 3.

8

Kwalificatie van de luchtfoto’s: A = goed, B = matig, C = slecht.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

34

Op de hierna volgende pagina’s zijn de volgende kaarten weergegeven:   

Een kaart met daarop de geanalyseerde luchtfoto’s. Een kaart met daarop een collage van de geanalyseerde luchtfoto’s. Een kaart met daarop een weergave van luchtfotoanalyse.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

35

4_1597 / 4195 /

4_2363 / 3028 / 4/19/1945

3G-TUD-S088 / 5095,5096,5097 / 7/9/1 945

/ 4/19/1945 4_2363 / 3026

/ 7/9/1945

4_2363 / 3028 / 4/1

3G-TUD-S088 / 5093

9/1945

4_1597 / 4195

/ 1/5/1945

GEANALYSEERDE LUCHTFOTO'S

1/5/1945 4_1597 / 4195 /

1/5/1945

Esri Nederland, Community Map Contributors

LEGENDA Geanalyseerde luchtfoto's

Aan de binnenkant van de contouren van de luchtfoto's zijn respectievelijk het sortienummer, het nummer van de luchtfoto en de datum van de opname van de desbetreffende luchtfoto weergegeven.

0

125

250

500

750 Meter

LUCHTFOTOCOLLAGE Grote

v Pro

cht Gra

eg lew a i inc Stadspark

el ksing deri We

M eg aw ald ein AR

kop lles i W

ek Ble De

Waardsedijk

Sportpark Hofland

MA W ille s

ar s ch alklaan

kop

eg daw nal Rei

Ma

ek Ble De

M

M

n laa alk h c s aar

eg aw ald ein AR

W ille sk op

Esri Nederland, © OpenStreetMap contributors, Esri Nederland, Community Map Contributors

LEGENDA

Onderzoeksgebied

0

100

200

300

400

500 Meter

LUCHTFOTOANALYSE

K32089 K32089

Esri Nederland, Community Map Contributors

LEGENDA Onderzoeksgebied

Krater >2 meter

0.0

100

200

300

400

500 Meter

2.17.2

Veranderingen na-conflictperiode

Er is ten bate van het vooronderzoek middels historische kaarten gezocht naar indicaties betreffende veranderingen na de conflictperiode. 9 Het onderzoeksgebied is in de huidige situatie geanalyseerd met behulp van Google Maps, Google Earth en Bing Maps. Uit een vergelijking van deze luchtfoto’s met historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl en historische luchtfoto’s blijkt de volgende ontwikkeling in het gebied. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bestond het onderzoeksgebied nagenoeg volledig uit agrarische grond, op enkele vormen van bebouwing in het noorden van het gebied, gelegen aan de Rijksweg. Eind jaren 1950 is de M.A. Reinaldaweg aangelegd aan de westelijke grens van het onderzoeksgebied. Sinds 1960 zijn er enkele boerderijen in het noorden en zuiden van het onderzoeksgebied bijgekomen. Rond 1980 is ten oosten van het onderzoeksgebied en De Bleek een nieuwe wijk (“Hofland”) opgetrokken in de voormalige Polder Hofland. Sindsdien hebben er ogenschijnlijk geen noemenswaardige veranderingen meer plaatsgevonden in of direct naast het onderzoeksgebied. Op de volgende pagina zijn door middel van kaarten van verschillende jaartallen de veranderingen in het onderzoeksgebied weergegeven.

9 Het betreft hier geen onderzoek na-conflictperiode (hoofdstuk 3.4 van het CS-VROO d.d. februari 2021) maar een beknopte aanvulling op het vooronderzoek 1940-1945.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

39

NAOORLOGSE VERANDERINGEN

Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000) 1945

Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000) 1970

Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000) 1990

Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. De tiled services van de historische kaarten zijn vrij te gebruiken onder vermelding van bron:2022 Kadaster

LEGENDA

Onderzoeksgebied

0

250

500

1,000 Meter

±

3 3.1

CHRONOLOGIE RELEVANTE GEBEURTENISSEN Gebeurtenissentabel en gebeurtenissenkaart

AVG heeft op basis van de gegevens in hoofdstuk 2 een overzicht van relevante gebeurtenissen opgesteld, die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden. Hierbij is gebruik gemaakt van alle op het moment van opstellen beschikbare bronnen. Deze gegevens zijn in chronologische volgorde in een tabel verwerkt. De in deze tabel verwerkte nummering correspondeert met de in de gebeurtenissenkaart verwerkte feiten en in de bodembelastingkaart afgebakende verdachte gebieden (zie hoofdstuk 4).

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

41

HISTORISCH FEIT Begindatum Einddatum

10-5-1940

14-5-1940

4-7-1940

Tijdstip

Gebeurtenis

Organisatie

LOCATIE Wapensysteem

Bombardement en boordwapenbeschieting

Luftwaffe

Militair vliegtuig

Luchtfotoverkenning

RAF

Militair vliegtuig

OO

Afwerpmunitie, geschutmunitie

Plaatsnaam

Montfoort

Montfoort

Locatie

Ten zuiden van de N228 te Montfoort

OMSCHRIJVING FEIT Bron

Naam/nummer

Omschrijving feit

Literatuur

4 en 5 mei comité Montfoort, Herdenkingskrant 2020, pagina 11

“Van de eerste oorlogsdagen herinner ik mij de stromen evacués, die naar en door Montfoort trokken. En die -dat weet ik van de verhalen, die hierover in Montfoort rond gingen- op de Provincialeweg door plotseling opdoemende vliegtuigen met mitrailleurs werden beschoten; waarna de vliegtuigen bommen afwierpen … Ook vielen er nog drie bommen neergekomen in het land van boer Van der Neut, die drie enorme kraters in zijn land veroorzaakten. Dit land lag ten zuiden van de plek waar de Willeskoppige Stier staat.”

Luchtfotoarchief

NCAP, sortienummer H-002, fotonummer 0049

AFBAKENINGSANALYSE Kwaliteit Afwijking

GIS GKnrs.

Hoofdsoort(en)

Beschouwing luchtfoto

Conclusie met motivatie

A

5m

De luchtfoto dekt het gehele onderzoeksgebied af.

Onverdacht: er zijn geen OO-gerelateerde zaken binnen het onderzoeksgebied waargenomen.

De luchtfoto dekt het onderzoeksgebied gedeeltelijk af.

Verdacht: er zijn twee bomkraters waargenomen in het 87 meter vanaf het zuiden van het onderzoeksgebied. Het is niet bekend welk type vliegtuig deze kraters veroorzaakt heeft, maar, centrum van de kraters + 8 meter horizontale op basis van de opnamedatum van de luchtfoto en het kraterpatroon zal hier worden uitgegaan van een ondergrondse jachtbommenwerper. Er zal derhalve rekening worden verplaatsing + 5 meter met een eventuele derde bom die is afgeworpen in de luchtfotoafwijking nabijheid van de twee waargenomen kraters.

Luchtfotoverkenning

RAF

Militair vliegtuig

Montfoort

Luchtfotoarchief

Wageningen Universiteit, sortienummer 4-1597, fotonummer 4195

A

5m

19-4-1945

Luchtfotoverkenning

RAF

Militair vliegtuig

Montfoort

Luchtfotoarchief

Wageningen Universiteit, sortienummer 4-2363, fotonummers 3026 en 3028

B

8m

De luchtfoto dekt het gehele onderzoeksgebied af.

Onverdacht: er zijn geen nieuwe OO-gerelateerde zaken waargenomen.

9-7-1945

Luchtfotoverkenning

RAF

Militair vliegtuig

Montfoort

Luchtfotoarchief

NARA, sortienummer 3G-TUD-S088, fotonummers 5093, 5095, 5096 en 5097

B

8m

De luchtfoto dekt het gehele onderzoeksgebied af.

Onverdacht: er zijn geen nieuwe OO-gerelateerde zaken waargenomen.

Montfoort De Bleek

Verticale afbakening

GIS BBKnrs.

AVG heeft naar aanleiding van de vermelding in de herdenkingskrant een luchtfoto aangeschaft in een poging de situatie te verifiëren. Op de luchtfoto zijn geen vliegtuigbomkraters, of andere OO-gerelateerde zaken, waargenomen die in direct verband kunnen worden gebracht met de OO-vermelding. AVG zal derhalve geen verdacht gebied afbakenen op basis van deze vermelding.

5-1-1945

143000284-VO-01C

Horizontale afbakening

K32089 K40689

Afwerpmunitie

bovenzijde: MV WOII, onderzijde: 10 MPa laag van minimaal 1 meter dikte

42

B1

GEBEURTENISSENKAART

© OpenStreetMap (and) contributors, CCBY-SA LEGENDA

Onderzoeksgebied Krater >2 meter

De gebeurtenissen die op de gebeurtenissenkaart zijn ingetekend betreffen de gebeurtenissen uit de rapportage. Gebeurtenissen die in de archieven en literatuur zijn aangetroffen, maar overduidelijk niet het onderzoeksgebied betreffen zijn niet allemaal ingetekend. De gebeurtenissen buiten het onderzoeksgebied zijn daarentegen niet Alleen oorlogshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied zijn afgebakend. Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de gebeurtenissentabel in het vooronderzoek.

0

25

50

PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:

K40689 K32089

Esri Nederland, Community Map Contributors

Vestiging Veerweg 10 5171 PW Kaatsheuvel 0416-700220

100 Meter 143000284 GK-01C A2 C.C.W. Beijen 31-8-2023 Buro SRO BV M.A. Abee

Vestiging Heijen: De Grens 7 6598 DK Heijen 0485-802010

Email: eo@avg.eu Web: www.avg.eu

4 4.1       

BEOORDELING BRONNENMATERIAAL Indicaties voor ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied Er is in de meidagen van 1940 geen sprake geweest van grondgevechten in het onderzoeksgebied. Voorafgaand aan de bevrijding door de geallieerden was er geen sprake van grondgevechten in het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied waren geen militaire objecten aanwezig. Er zijn geen militaire vliegtuigen in het onderzoeksgebied gecrasht. Ter plaatse van het onderzoeksgebied is sprake geweest van een bombardement. Het onderzoeksgebied heeft geleden onder gevechtshandelingen. Er zijn in het verleden geen ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied geruimd.

Op basis van de beschikbare feiten zijn er voldoende indicaties beschikbaar waaruit blijkt dat er mogelijk ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied aanwezig zijn.

4.2 

Leemten in kennis bronnenmateriaal Bij een historisch onderzoek kan nooit een volledig overzicht van alle bronnen worden verkregen. Er is bij dit onderzoek gebruik gemaakt van een bronnenselectie. Getuigen die meer kunnen vertellen over dumpingen van ontplofbare oorlogsresten, vliegtuigcrashes en bombardementen kunnen ondertussen zijn overleden. Luchtfoto’s van de Royal Air Force geven doorgaans een betrouwbare indicatie betreffende de vraag of er mogelijk ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Luchtfoto’s geven altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied zijn terechtgekomen. Het is, vanwege getroffen camouflagemaatregelen, maar zeer de vraag of alle geschutopstellingen etc. op luchtfoto’s kunnen worden teruggevonden. De ruimrapporten van de EODD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de ontplofbare oorlogsresten werden aangetroffen. Deze ontplofbare oorlogsresten zijn bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven. Er kan alleen een op ontplofbare oorlogsresten verdacht gebied worden afgebakend met behulp van concrete locatiebeschrijvingen.

AVG is niet in staat gebleken om het ooggetuigenverslag uit de Herdenkingskrant, waarin gesteld wordt dat er vliegtuigbommen in het land ten zuiden van waar nu de Willeskoppige Stier staat, zijn neergekomen in de meidagen van 1940, te verifiëren door middel van een luchtfoto. Deze vermelding kan derhalve niet worden gebruikt ter afbakening van (een deel van) het onderzoeksgebied.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

44

AVG heeft niet kunnen achterhalen welk type jachtbommenwerper verantwoordelijk is geweest voor het kraterpaar dat in het zuiden van het onderzoeksgebied is aangetroffen. Derhalve is er uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij het vliegtuig een bommenlast had van drie vliegtuigbommen.

4.3

Hoofdsoort en verschijningsvorm

In de lijst van gebeurtenissen (hoofdstuk 3) worden de volgende gevechtshandelingen genoemd: 

Een bombardement door een jachtbommenwerper

Voor de genoemde handelingen is beoordeeld of – als gevolg van de handeling – ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied kunnen worden aangetroffen. Zo ja, dan is tevens beoordeeld welke van de zestien hoofdsoorten ontplofbare oorlogsresten uit het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse in de bodem aanwezig kunnen zijn.

4.3.1

Bombardement door jachtbommenwerpers

De geraadpleegde luchtfoto geeft blijk van de volgende gevechtshandeling: 

De afworp van geallieerde afwerpmunitie met een gewicht van vermoedelijk 250 lb./500 lb./1000 lb. Er was vermoedelijk sprake van tactische duikbombardement.

Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet door AVG worden achterhaald op basis van de geanalyseerde bronnen. Gezien de aard van de tactische luchtaanvallen (ondersteuning grondtroepen) is het aannemelijk dat er impact ontstekers (ook wel bekend als direct werkende ontstekers) zijn gebruikt, aangezien vliegtuigbommen met een chemische lange tijdsvertraging ontsteker een gevaar zouden vormen voor de eigen grondtroepen. Direct werkende ontstekers werden ingezet bij doelen waar een directe uitwerking van de vliegtuigbom noodzakelijk is (bijvoorbeeld een aanval op een spoorbrug, gebouwen, bewegende doelen zoals vaar- en voertuigen etc.). Dit scenario is echter een aanname die niet wetenschappelijk valt te onderbouwen zonder extra archiefonderzoek. AVG acht zich daarom niet aansprakelijk als op basis van deze scenariovorming vervolgwerkzaamheden wordt uitgevoerd. 10 De volgende soorten ontplofbare oorlogsresten zijn als gevolg van de bovengenoemde gevechtshandelingen mogelijk in de bodem aanwezig 11: Hoofdsoort

Nationaliteit

Gewicht

Verschijningsvorm

Afwerpmunitie

Geallieerd

250 lb., 500 lb., 1000 lb.

Afgeworpen

10 De explosievenbranchevereniging VEO en opdrachtgevers als RWS hechten er echter waarde aan dat op basis van beschikbare kennis en praktijkervaring een uitspraak over het type ontstekers wordt gedaan. Daarom is er een Afwegingskader trillingen in afwerpmunitie verdacht gebied (versie april 2019) opgesteld door praktijkdeskundigen onder de VEO-leden. In dit afwegingskader wordt aan het onderzoeksbureau gevraagd om een aannemelijk scenario vast te stellen als er geen specifieke informatie beschikbaar is over het gebruikte type ontsteker. Aan deze voorwaarde is met de voorgaande tekst voldaan. 11 Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet worden achterhaald op basis van de geanalyseerde bronnen.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

45

4.4

Aantal mogelijk aan te treffen OO

De volgende aantallen ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. Een en ander is gebaseerd op een inschatting van AVG omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Hoofdsoort

Aantal mogelijk aan te treffen ontplofbare oorlogsresten

Afwerpmunitie

Eén

4.5

Horizontale en verticale begrenzing verdacht gebied

De verdachte gebieden die in deze paragraaf worden besproken zijn ingetekend op de bodembelastingkaart. In de volgende deelparagraaf wordt de begrenzing van ieder verdacht gebied besproken en gemotiveerd.

4.5.1

Bombardement door jachtbommenwerpers

Een jachtbommenwerper is een jachtvliegtuig dat is aangepast om tactische bombardementen uit te kunnen voeren. Een tactisch bombardement is met name gericht op vijandelijke troepen, aanvoerlijnen en commandocentra in de onmiddellijke nabijheid van het front of het vijandelijke achterland. De bommenladingen die deze jachtbommenwerpers mee konden voeren was zeer beperkt. De inzet van een jachtbommenwerper was hoofdzakelijk gericht op gelegenheidsdoelen die zich tijdens de vlucht zelf presenteerden. Maar het gebeurde ook dat jachtbommenwerpers met een omschreven opdracht op pad werden gestuurd. Spitfires en Typhoons zijn op Nederlands grondgebied door de geallieerden het vaakst ingezet als jachtbommenwerpers. De afbakeningsmethode is gebaseerd op het uitgevoerde onderzoek zoals beschreven in bijlage CS-VROO-02.B02.02 en vormt een leidraad om luchtaanvallen van deze toestellen op een gefundeerde en herleidbare wijze te analyseren en een verwachtingsgebied af te bakenen. Voor de afbakening van een verwachtingsgebied ontplofbare oorlogsresten waarbij andere typen jachtbommenwerpers zijn ingezet wordt een vergelijkbare methode, met dezelfde onderzoeksstrategie, toegepast. Bij de analyse van het bronnenmateriaal voor de afbakening van een verwachtingsgebied wordt er ingegaan op de onderstaande onderzoeksvragen.

De antwoorden zijn onderbouwd met een duidelijke en herleidbare verwijzing naar de onderliggende bronnen. Onderzoeksvragen locatieverwijzing: Welke luchtfoto’s zijn beschikbaar na de aanvalsdatums? De aanvalsdatum(s) zijn niet bekend bij AVG. De luchtfoto waarop de twee bomkraters voor het eerst zijn waargenomen is van 5 januari 1945.  Is de locatie waar de vliegtuigbommen zijn ingeslagen geografisch vast te leggen? Ja, dit betreft een locatie langs de zuidelijk grens van het onderzoeksgebied.  Verwijst de locatie naar een mogelijk te herleiden aanvalsdoel? Nee, er is geen tactisch doelwit te herleiden in of nabij de bominslagen. 

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

46

Onderzoeksvragen achtergebleven ontplofbare oorlogsresten:  Welk type jachtbommenwerper is ingezet AVG is niet in staat om deze informatie te achterhalen.  Wat is de afgeworpen hoeveelheid vliegtuigbommen per jachtbommenwerper? Vanwege het gebrek aan informatie m.b.t. het type vliegtuig dat de bommen heeft afgeworpen gaat AVG uit van het meest uitgebreide afbakeningsscenario (worst-case), wat betekent dat de afgeworpen hoeveelheid drie vliegtuigbommen betreft.  Wat was de gebruikelijke wijze van afwerpen bij dit type jachtbommenwerper? Bij jachtbommenwerpers van het meest uitgebreide en dus dekkende scenario was de gebruikelijke wijze van afwerpen dat eerst de twee bommen onder de vleugels, tegelijkertijd, werden afgeworpen, waarna de bom onder de romp werd afgeworpen.  Op welke datum is de aanval uitgevoerd? Dit is onduidelijk. De eerste keer dat de bominslagen zijn gesignaleerd door AVG is op een luchtfoto met de opnamedatum van 5 januari 1945.  Hoeveel vliegtuigbommen kon dit type jachtbommenwerper aan boord hebben/had daadwerkelijk aan boord? Dit zouden er maximaal drie zijn geweest. Onderzoeksvragen afbakening verwachtingsgebied: Wat is de spreiding van de bominslagen? De bominslagen liggen, gemeten van centrum tot centrum, circa 11 meter uit elkaar.

 Zijn kraterpatronen duidelijk te onderscheiden? Het kraterpatroon dat uit de waarneming kan worden opgemaakt is dat dit de twee vleugel-bommen betreft die tegelijkertijd zijn afgeworpen.  Hoeveel vliegtuigbommen zijn totaal afgeworpen? Twee bominslagen zijn zichtbaar, maar er zou mogelijk nog één bom kunnen zijn afgeworpen.  Wat zijn de afmetingen van de kraters? De kraters hebben een diameter van circa 6 meter.  Wat is het maximale aantal nog aanwezige blindgangers? Eén mogelijke blindganger.  Hoeveel kraters zijn zichtbaar op de luchtfoto(s’)? Twee kraters zijn waargenomen.  Is er aanvullende informatie van het bombardement geregistreerd door de autoriteiten? Er is geen aanvullende informatie door AVG aangetroffen.  Zijn er na het bombardement op de locatie blindgangers geruimd? Dergelijke informatie is niet bekend bij AVG. 

Toegepaste afbakening op basis van bijlage CS-VROO-02.B02.02: Conform bijlage CS-VROO-02.B02.02 is de volgende afbakening toegepast: 

Er wordt hier uitgegaan van het meest uitgebreide afbakeningsscenario (worst-case) omdat het type vliegtuig niet te achterhalen is. De afbakening is als volgt: er wordt rekening gehouden met een Spitfire met een bommenlast van één 500 ponder en twee 250 ponders. De bomkraters zijn afgebakend met een straal van 87 meter + 8 meter in verband met de horizontale verplaatsing + 5 meter in verband met afwijkingen als gevolg van het georefereren van de luchtfoto.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

47

4.6

Bodembelastingkaart

De verdachte gebieden die in dit hoofdstuk zijn besproken zijn ingetekend op de bodembelastingkaart op de hierop volgende pagina. De nummers op de bodembelastingkaart corresponderen met de nummering in de gebeurtenissentabel in hoofdstuk 3.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

48

BODEMBELASTINGKAART

450500

4 en 5 mei comité Montfoort, Herdenkingskrant 2020

450400

© OpenStreetMap (and) contributors, CCBY-SA LEGENDA

Onderzoeksgebied

450000

450100

450200

450300

Verdacht gebied afwerpmunitie

Deze kaart en de daarop weergegeven resultaten behoort bij een vooronderzoek rapportage. Zonder deze rapportage heeft deze kaart geen geldigheid status. Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de gebeurtenissen tabel in het vooronderzoek. 449900

Alleen oorlogshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied zijn afgebakend. B1

449800

0

25

50

143000284 BBK-01C A2 C.C.W. Beijen 1-9-2023 Buro SRO BV M.A. Abee

449700

PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:

100 Meter

Esri Nederland, Community Map Contributors

124100

124200

124300

124400

124500

124600

124700

124800

124900

125000

125100

125200

125300

Vestiging Kaatsheuvel: Vestiging Heijen: Veerweg 10 De Grens 7 5171 PW Kaatsheuvel 6598 DK Heijen 0416-700220 0485-802010

Email: eo@avg.eu Web: www.avg.eu

5

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

5.1

Conclusie

AVG heeft in opdracht van Buro SRO BV een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd voor het onderzoeksgebied De Bleek te Montfoort. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende gevechtshandelingen/ontplofbare oorlogsresten gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: 

Een bombardement door een jachtbommenwerper

De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: 

Afwerpmunitie

Wij adviseren Buro SRO BV om dit vooronderzoek ter kennisgeving te delen met de gemeente Montfoort. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart (zie pagina 48). De horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5.

5.2

Advies vervolgtraject

AVG adviseert Buro SRO BV om de werkzaamheden onder reguliere condities uit te voeren. De kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten is net zo groot als de gemiddelde kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten op als ‘onverdacht’ aangemerkte locaties in de rest van Nederland. Een vooronderzoek na-conflictperiode (hoofdstuk 3.4 van het CS-VROO d.d. februari 2021) is niet van toepassing. Zie de BBK tekening op pagina 48.

5.2.1

Opsporing ontplofbare oorlogsresten

Opsporingsfase Het onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in hoofdstuk 4 van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

50

Detectieonderzoek Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat bovengrondse obstakels, zoals hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moeten zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd. Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd, worden alle verdachte objecten die worden gedetecteerd direct benaderd. Aangetroffen ontplofbare oorlogsresten worden in kaart gebracht door de locatie door middel van RTK-GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd. Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger. De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma. Benaderen van objecten De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

51

6

BIJLAGEN

6.1

Bronnenlijst

6.1.1                 

Explosieven Opruimings Dienst Defensie te Soesterberg / Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk Bedrijfsarchief AVG Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg Gemeentearchief Montfoort / RHC Rijnstreek en Lopikerwaard Imperial War Museums te Londen Kadaster te Zwolle Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage Laurier Military History Archive (LMH), Waterloo (Canada) Library and Archives Canada te Ottawa Luftbilddatenbank te Estenfeld Nationaal Archief te ‘s-Gravenhage National Archives and Records Administration te Washington DC Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam Nederlands Instituut voor Militaire Historie te ’s-Gravenhage Provinciaal Archief / Het Utrechts Archief Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties The National Archives te Londen

6.1.2           

Archieven en overige instanties

Literatuur

Amersfoort, H., en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands Grondgebied (’s-Gravenhage 2005) Brongers, E.H., De gebroken vleugel van de Duitse adelaar: inventarisatie van de Duitse verliezen in de luchtoorlog van mei 1940 boven Nederland (Soesterberg 2010) Foreman, J., The Fighter Command War Diaries: July 1944 to May 1945 (2004) Grimm, P., Verloren luchtruim. De geallieerde luchtoperaties boven Nederland in mei 1940 (Lichtenvoorde 2021) Klep, C. en B. Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944 – 1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995) Koopman, H., Vergeltungswaffen in Nederland. De inzet van V.1, V.2 & V.4 vanaf Nederlands grondgebied (Utrecht 2018) Meijers, A., Achtung Minen – Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947 (Soesterberg 2013) Middlebrook, M., en C. Everitt, The Bomber Command War Diaries. An Operational Reference Book, 1939-1945 (Suffolk 1985) Molenaar, F. J., De luchtverdediging in de meidagen van 1940. Deel 1 en deel 2 (’sGravenhage 1970) Nierstrasz, V.E., De operatiën van het veldleger en het Oostfront van de Vesting Holland, mei 1940 ('s-Gravenhage 1955) Woensel, J. van, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers 1944-2004 (Amsterdam 2004)

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

52

 

Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil….Kroniek van een Luchtoorlog. Deel 1 & 2 (’s-Gravenhage 1990/1992) 4 en 5 mei comité Montfoort, Herdenkingskrant 2020 (Montfoort 2020)

6.1.3              

https://www.archieven.nl/nl/ http://www.avg.eu https://beeldbankwo2.nl/nl/ https://www.delpher.nl/ http://www.echodelta.net/mbs/eng-translator.php http://www.explosievenopsporing.nl https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ https://www.iwm.org.uk/collections https://www.oorloginblik.nl https://nimh-beeldbank.defensie.nl/beeldbank https://www.tracesofwar.nl/ http://www.vergeltungswaffen.nl http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl https://rhcrijnstreek.nl/bronnen/lokale-historie/montfoort/montfoort/montfoort-inde-tweede-wereldoorlog/

6.1.4 

Websites

Overig

T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (2003)

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

53

6.2

Certificaat vooronderzoek en risicoanalyse

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

54

6.3

Motivatie luchtfotobestelling

In bepaalde gevallen zijn er geen luchtfoto’s besteld. Dit wordt als volgt gemotiveerd:  

  

 

 

 

Indien er geen kwalitatief goede luchtfoto’s beschikbaar zijn van (kort) voor/na een gebeurtenis Bij schermutselingen en kleinschalige grondgevechten, waarbij er enkel schotenwisselingen met klein kaliber munitie hebben plaatsgevonden en/of waarbij het gebruik van (grotere kalibers) geschutmunitie achterwege is gebleven Bij beschietingen met vliegtuigboordwapenmunitie. Inslagen van vliegtuigboordwapenmunitie zijn niet waarneembaar op luchtfoto’s Bij uit schriftelijke bronnen globaal bekende of niet/onvoldoende herleidbare bombardementen Indien reeds bekend is dat een gebied door meerdere (zware) bombardementen is getroffen, dan worden er luchtfoto’s van de begin- en eindsituatie na het laatste bombardement besteld Bij bombardementen met kleine (cluster-)bommen, zoals de SD1, de SD2 en staafbrandbommen. Inslagen van kleine bommen zijn niet waarneembaar op luchtfoto’s Bij schadevermeldingen op basis waarvan de aard van de schade niet kan worden herleid of waarbij niet bekend is door welk type ontplofbare oorlogsresten deze werd veroorzaakt, alsmede het ontbreken van de gegevens over de locaties waar de ontplofbare oorlogsresten zijn neergekomen. Indien de aard van de schade wel herleidbaar is, dan dient deze bron te worden geverifieerd middels een andere bron.

Bij noodlandingen van militaire vliegtuigen, omdat deze inmiddels zijn verwijderd Bij vliegtuigcrashes waarvan locaties niet direct herleidbaar zijn omdat er alleen een plaats- of straatnaam wordt genoemd. Bij een herleidbare locatie wordt alleen een foto van vlak na de gebeurtenis gebruikt, als men op latere foto’s niets kan waarnemen Bij opgeblazen bruggen en kunstwerken waarvan de locaties reeds uit (geschreven) bronnen bekend zijn Gevechtshandelingen waarvan de (geschreven) bronnen, niet zijnde de luchtfoto’s, afdoende duidelijkheid verschaffen over de door een gevechtshandeling getroffen locatie, waardoor er een afbakening kan worden toegepast Indien er een aan ontplofbare oorlogsresten gerelateerde waarneming door middel van de luchtfotoanalyse wordt gedaan, zonder dat er een koppeling met een geschreven bron kan worden gemaakt, dan worden geen extra luchtfoto’s ingekocht om de dag of periode van de gevechtshandeling vast te kunnen stellen

Wanneer er sprake is van de aanleg van militaire objecten, zoals stellingen, wapenopstellingen, loopgraven, verdedigingswerken, opslaglocaties van ontplofbare oorlogsresten, militaire kampementen en tankgrachten, dan wordt dit niet beschouwd als gevechtshandelingen, maar verdedigende maatregelen. In dit geval is het wenselijk om over luchtfotomateriaal van de eindsituatie te beschikken: het moment waarop verdedigende maatregelen zijn getroffen. Bij grondgevechten in een gebied dat gedurende een langere periode aan het front heeft gelegen, zoals bijvoorbeeld het Maasfront en het Betuwefront, wordt op de volgende wijze de luchtfotoselectie toegepast: de frontperiode wordt in zijn geheel bezien, waarbij de begin- en einddatum van de frontperiode leidend zijn bij het bestellen van luchtfoto’s.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

55

Het uitgangspunt is dat de totale weerslag van de strijd het beste zichtbaar is op luchtfoto’s van na de gevechtshandelingen.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

56

6.4 Afkortingenlijst Afkorting

Betekenis

2nd TAF

Second Tactical Air Force

ABTA

All Bombs in Target Area

ARTA

All Rockets in Target Area

A/C

Aircraft

D/H

Direct Hit

FO

Flight Officer

Jabo

Jachtbommenwerper

Kkm

Klein kaliber munitie

Lbs.

Ponden

MET

Military Enemy Transport

N/M

Near Miss

NRO

No Results Observed

NYR

Not Yet Returned

OO

Ontplofbare Oorlogsresten

PAG / Pag.

Pantser Afweer Geschut

Rly.

Railway

R/P

Rockets

TA

Target Area

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

57

6.5 Wijze benadering archiefbronnen De wijze waarop archiefbronnen zijn benaderd, is hieronder beschreven: 

Heeft er een fysiek bezoek plaatsgevonden; en zo ja, wanneer en door wie? Ja, voor alle archieven heeft er een fysiek bezoek plaatsgevonden, tenzij het archief reeds gedigitaliseerd was. Dit geldt voor het online krantenarchief Delpher, alsmede de toegangen 409 en 575 van het NIMH. Is een database met eerder verworven informatie uit een archief geraadpleegd? Indien alle relevante stukken uit een archief reeds in bezit zijn, is er een (GIS) database van de uitwerkingen geraadpleegd. Is enkel de website van de archiefbewaarplaats geraadpleegd? Nee, in geen van de gevallen is enkel de website van de archiefbewaarplaats geraadpleegd. Heeft de organisatie de bron zelf benaderd, of is dit uitbesteed aan derden - en zo ja, aan wie? De organisatie heeft de bron zelf benaderd. Zijn van de archiefbewaarplaats enkel telefonische inlichtingen verkregen? Nee, er heeft fysiek bezoek van de archiefbewaarplaatsen plaatsgevonden, tenzij de archieven reeds gedigitaliseerd zijn en de stukken via het internet kunnen worden ingezien. Is de bron op een andere wijze benaderd? Nee, dit is niet van toepassing.

143000284-VO-01C

Montfoort De Bleek

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=e9eabd44-dd40-4ee3-90ff-d944d319d9ee