1058195 Bijlage 1 Omgevingsvisie Montfoort 2021 Vitale kernen in een waardevol landschap.pdf
Tekst van het document
Het weer in Nederland wordt steeds extremer. Hevige regenbuien en lange periodes van hitte en droogte volgen elkaar op. Daarbij krijgen we steeds vaker te maken met problemen als hittestress en wateroverlast, omdat onze leefomgeving sterk is versteend. Al die stenen verkoelen niet op een hete dag en laten geen water door wanneer het regent. Dat regenwater kan dan het riool overbelasten of je kelder inlopen. Tijdens de participatieavonden werden er meerdere ideeën geopperd voor het klimaatadaptief inrichten van (particuliere) percelen. Één hiervan was het aanleggen van geveltuintjes. Door een rij tegels te verwijderen langs de gevel aan de straatkant en hier een tuintje aan te leggen, kan het van de gevel afstromende regenwater in de grond infiltreren. Daarnaast dragen geveltuinen bij aan een groener straatbeeld. En voor wie competitief is ingesteld: Er bestaat zelfs een jaarlijks terugkomend NK Tegelwippen. Maar ook groene sedumdaken vormen een mogelijkheid. Sedum is een vetplant. Deze plantjes kunnen goed tegen extreme en wisselende weersomstandigheden zoals kou, hitte, droogte en wind. De belangrijkste eigenschap van sedum is dat deze plant water in zijn blad vasthoudt en dit in de zomer gebruikt. Een groendak gaat tevens twee keer zo lang mee dan een traditioneel dak én isoleert erg goed.
Als gemeente waarderen we betrokken buurtbewoners en willen we soortgelijke initiatieven graag stimuleren en faciliteren.
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
55
Woonwijken Linschoten Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
De woonwijken van Linschoten zijn onder te verdelen in drie uitbreidingswijken: 1. de wijk Noord, gelegen tussen het dorp en de provinciale weg; 2. de wijk Rapijnen, ten zuiden van de Montfoortsevaart; 3. de wijk Overvliet, ten noorden van Rapijnen. Het dorp heeft een compacte opbouw in het open weidelandschap, waarbij de historische dorpskern, de omliggende waterwegen en de historische weides rondom de kern zorgen voor een blijvende aantrekkingskracht. Door het vele groen in en rond het dorp kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. Richting de toekomst zetten we in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.
Netwerk
De bereikbaarheid en ontsluiting van de woonwijken moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Bij ontwikkelingen in het wegennet staat verkeersveiligheid voorop. In de woonwijken speelt de wens om de woonwijken te vergroenen. Er dienen meer speelvoorzieningen te komen. Hierbij gaat leefbaarheid boven auto's in de wijk. We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet verder laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden. Eén van de kwaliteiten van Linschoten is haar vrije ligging in het Groene Hart. De verbindingen tussen dorp en de verschillende delen van het buitengebied worden hier en daar echter doorsneden en het buitengebied is niet overal goed toegankelijk. Het maximaal benutten van de aanwezige recreatieverbindingen in het buitengebied biedt de mogelijkheid om voor diverse doelgroepen dit gebied te ervaren. Er zal worden ingezet op rustige extensieve recreatie. 56
Gebruik
De kern Linschoten is meer een forensendorp nabij de uitvalswegen naar het grootstedelijk gebied van Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Naast de autonome vraag van de eigen bevolking is er een aanvullende vraag van settelers, jonge stellen, moderne gezinnen en gearriveerde gezinnen die kiezen voor een rustige en goed bereikbaar woonmilieu. Zij hebben minder binding met het traditionele dorpsleven, maar het ruimtelijke karakter van Linschoten trekt hen aan. In Linschoten is woningbouw, naast inspelen op de lokale behoefte, bedoeld voor forensen en ter voorkoming van verdringing aan de onderkant van de markt. In de huidige woningvoorraad bestaat weinig ruimte voor herstructurering om de woningvoorraad aan te passen voor een brede bevolkingssamenstelling. Voor de nieuw te ontwikkelen bebouwing geldt dat deze in schaal, maat en uitstraling moet passen bij het huidige dorp. Dit houdt in dat daar waar gestapelde bouw wordt gerealiseerd deze zeker niet hoger is dan de kerktoren. Bij de bouw van de woningen wordt aangesloten bij het huidige kleinschalige karakter van Linschoten. Hier is ruimte voor wat meer op privacy-gerichte woonmilieus met modernere architectuur. We willen binnenstedelijke ruimte efficiënt gebruiken, maar ook soepeler zijn met rode contouren, waarbij we het land aan de Liefhovendijk vrijhouden.
De woonwijken willen we toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig) maken. De woonwijken moeten bijdragen aan gezond gedrag. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet ten koste gaan van het groen, bereikbaarheid en veiligheid. De balans tussen verschillende belangen is belangrijk en dient hand in hand te gaan. We zetten in op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat we alleen ruimte bieden aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Ook voor bedrijvigheid is geen ruimte, tenzij kleinschalig ‘aan huis’ en het geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt.
We streven naar een energieneutrale woningvoorraad in 2050. Ook hier willen we daarom samen met de inwoners inzetten op de verduurzaming van de huidige woningvoorraad en een klimaatadaptieve inrichting van percelen. Bij verduurzaming gaat het bijvoorbeeld om alternatieven voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwek van energie (zon op dak). Voor de woonwijken geldt een regulier niveau van welstand. Voor het land rondom de Liefhovendijk en Engherzandweg/Nieuwe Zandweg e.o. en de Korte Linschoten Oosten Westzijde geldt qua welstandsniveau een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
57
58
Idee vanuit participatie: Ommetjes Omgeving
Woonwijken mogen geen druk gebied zijn, zoals het centrum. Om een rustig hoogkwalitatief woonmilieu te garanderen worden voor lucht, geluid, trillingen en geur een hoge milieukwaliteit nagestreefd. Door de wijken willen we ook zo min mogelijk zwaar verkeer hebben dat de externe veiligheid kan verminderen en zijn nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's ongewenst. De woonwijken vormen een groot deelgebied. Voor sommige wijken geldt dat ze dichtbij (provinciale) wegen of bedrijventerreinen liggen, hier wordt het behalen van de lucht- en geluidsnorm een uitdaging. Bij nieuwe ontwikkeling wordt daarom goed gekeken naar de ligging en gezocht naar mogelijkheden om een zo hoog mogelijke omgevingskwaliteit te behalen.
Uit de participatierondes kwam naar voren dat inwoners graag meer mogelijkheden zien voor het maken van wandelingen binnen de gemeente. Sinds coronatijd trekken mensen over het algemeen sneller de wandelschoenen aan, het maken van korte (en lange) wandelingen was lange tijd een van de enige manieren om toch in beweging te blijven. De gemeente Montfoort heeft talloze prachtige locaties voor het maken van een mooie wandeling, zoals door de polder Heeswijk, langs de vele oude boerderijen van Blokland of langs het kasteel. Tijdens de participatie kwam naar voren dat sommige locaties beter toegankelijk kunnen worden gemaakt voor ommetjes, door bijvoorbeeld hekken weg te halen. Deze suggesties zijn zeer waardevol en gaan willen we de komende tijd, samen met bewoners en agrariërs, verder uitwerken.
Nuancering is ook op andere aspecten denkbaar. Op plaatsen waar meer (kwetsbare) inwoners wonen is de ambitie op het gebied van bijvoorbeeld externe veiligheid het hoogst. Hier wordt per ontwikkeling invulling aan gegeven. Hier wordt in het algemeen ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem die hoort bij de functie wonen. Op gevoelige functies binnen woonwijken, zoals kinderspeelplaatsen, of nabij de waterwinning Linschoten, streeft de gemeente een hogere bodemkwaliteit na. HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
Bron: Wanda Wandelt
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
59
Centrum Montfoort Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
De binnenstad van Montfoort heeft een oude, stadse uitstraling. De kleinschalige en compacte binnenstad kent veel cultuurhistorische elementen en oude patronen. Er is nog steeds veel oude bebouwing in het centrum terug te vinden en De Hollandsche IJssel zorgt voor extra beleving van het water.
Netwerk
De historische kern van Montfoort is niet berekend op de tegenwoordige mobiliteit. We zetten in op een goed bereikbaar centrum. Hiervoor is het Uitvoeringsprogramma Binnenstad opgesteld. We zetten hierin in op de volgende punten: • Belemmeren doorgaand verkeer, toegankelijk houden straten • Meer ruimte voor winkelend publiek • Toevoegen parkeerplaatsen • Fietser en voetganger hoofdgebruiker van route bushalte – Wellantcollege • Opwaarderen toevoerwegen vanaf parkeerplaatsen buiten de binnenstad • De Plaats wordt horacaplein • Weren doorgaand vrachtverkeer • Gevolgen voor hulpdiensten en afvaldiensten beperken De afhandeling van verkeer heeft direct invloed op keuzes in weginrichting, aanleg of verwijdering parkeerplaatsen, inrichting van verschillende straten, toestaan van terrassen en uitstallingen en dergelijke. We staan aan de vooravond om te starten met een aantal van deze aanpassingen. Met een aantal voorgestelde ingrepen is doorgaand verkeer voor een groot deel te weren uit de binnenstad en zal er ook minder vrachtverkeer door de binnenstad rijden. De volgende fasen van het uitvoeringsprogramma staan in het teken van herinrichting van de plekken nabij concentraties van horecagelegenheden, het creëren van goede verblijfsruimtes in de binnenstad en uiteindelijk de herinrichting van de belangrijkste winkelstraten.
Verder zetten we ook in het centrum in op duurzame mobiliteit. Denk aan voldoende openbare laadpalen voor auto en fiets en daarnaast bekijken we welke innovatieve mobiliteitsconcepten, zoals deelmobiliteit, passend zijn. In het centrum van Montfoort kunnen de historische ambiance, de oevers aan de Hollandsche IJssel en het mijden van lang parkeerders zorgen voor een beter woonmilieu. De openbare ruimte en voorzieningen moeten voor iedereen goed (en 60
laagdrempelig) toegankelijk zijn. Daarnaast streven we naar het versterken van de entrees van de stad en het beter beleefbaar maken van de Hollandsche IJssel vanuit het centrum. Dit kan tevens bijdragen aan onze ambitie voor water en klimaat. Het centrum van Montfoort leent zich goed voor het combineren van klimaatadaptieve maatregelen met andere ambities.
Gebruik
In het centrum is levendigheid erg belangrijk. We zetten in op een aantrekkelijk, groen centrumgebied dat is gericht op de mogelijkheid tot boodschappen/winkelen, ontmoeten en recreëren voor iedereen. Er is ruimte voor een evenwichtige mix van activiteiten op het gebied van retail, horeca, cultuur, evenementen, toerisme en wonen. De binnensteden staan onder druk, met name op het gebied van detailhandel. Bij de horecagelegenheden was de afgelopen jaren wel een stijging van de werkgelegenheid te zien. We richten ons dan ook op het clusteren van detailhandel en meer een vermenging te creëren tussen verschillende functies, waaronder ook wonen. Consumenten winkelen steeds meer online en dit merken winkels in een dorps- of stadscentrum. Om een levendige winkelstraat te behouden moet een winkelstraat zich aanpassen op deze trend, door winkelaanbod en belevingswaarde van de binnenstad te verbeteren. Met ambachtelijke streekproducten en een specifiek winkelaanbod (in de kernen) kan (toekomstig) toerisme bediend worden. In de historische kernen wordt tevens nog ruimte gezien voor de groei van verblijfslocaties. Deze locaties kunnen inspelen op de kwaliteiten van het landschap en de kernen.
HOGERE AMBITIE
Voor het centrum/binnenstad van Montfoort geldt qua welstandsniveau een bijzonder niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
Omgeving
Binnensteden zijn een druk gebied waar veel bewegingen van personen en goederen plaats vinden. Hier staat reuring boven leefbaarheid, maar om het woonmilieu goed te houden zal voorkomen moeten worden dat er extreme overlast ontstaat op het gebied van geluid, trillingen en geur door verkeer, horeca of evenementen. Voor geluid van activiteiten en geur van bijvoorbeeld evenementen en horeca accepteren we in dit gebied dan ook een lagere kwaliteit dan bijvoorbeeld in de woongebieden, maar we hanteren nog steeds hogere normen dan wettelijk vereist. Zo willen we een goed woon- en leefklimaat garanderen.
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
We zetten in de hele gemeente, dus ook in het centrum, in op schone vervoersvormen en vergroening, hiermee streven we ook naar een betere luchtkwaliteit en een reductie van geluid van verkeer. Voor wat betreft bodemkwaliteit geldt dat deze door de historie een lage kwaliteit heeft. Door bij nieuwe grondtoepassingen in te zetten op standaard kwaliteit, zal door de tijd een betere bodemkwaliteit ontstaan. 61
Centrum Linschoten Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
Het centrum van Linschoten bestaat uit het oude dorpshart en bijbehorende lintbebouwing nabij de Lange Linschoten en trekvaart. In de dorpskern, waaronder de Dorpstraat, Raadhuisstraat en de Hogewerf en omgeving, zien we veel karakteristieke en monumentale woonhuizen afgewisseld met andere functies. Linschoten is goed bereikbaar vanuit zowel noordelijke als zuidelijke richting. Door de nabijgelegen aansluiting Woerden op de A12 is er een zeer goede verbinding met het landelijke hoofdwegennet. De dooradering van de rivier door het dorpscentrum van Linschoten zorgt voor een hoge omgevingskwaliteit in het dorp. Het nog gave historische dorpscentrum is dan ook aangewezen als beschermd dorpsgezicht.
Netwerk
Ook de historische kern van Linschoten is niet berekend op de tegenwoordige mobiliteit. Gezien de weg- en omgevingscapaciteit overschrijdt het aantal voertuigen de maximale wegbelasting niet. Dit neemt niet weg dat de straten in het dorpscentrum niet bedoeld zijn voor doorgaand verkeer aangezien dit een verblijfsgebied is. De verkeerscirculatie en de parkeervoorzieningen moeten worden verbeterd. Het streven is om de historische dorpskern en het landelijke recreatieve gebied rondom de Lange Linschoten naadloos met elkaar te verbinden.
62
Gebruik
We richten ons in de dorpskern op behoud van het historische karakter, de leefbaarheid en bereikbaarheid voor zowel inwoners als recreatieve bezoekers. We gaan uit van het zoveel mogelijk behouden van de huidige detailhandel. Indien andere voorzieningen eveneens daarbij gesitueerd zijn, bevordert dat de vitaliteit van een centrum, maar bovendien is het clusteren van voorzieningen ook van belang om de voorzieningen in het dorp te houden. Voor het beschermde dorpsgezicht geldt qua welstandsniveau een bijzonder niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota. Voor nieuw te ontwikkelen bebouwing en activiteiten geldt in ieder geval dat deze in schaal, maat en uitstraling moet passen bij het huidige dorp.
Omgeving
Binnensteden zijn een druk gebied waar veel bewegingen van personen en goederen plaats vinden. Hier staat reuring boven leefbaarheid, maar om het woonmilieu goed te houden zal voorkomen moeten worden dat er extreme overlast ontstaat op het gebied van geluid, trillingen en geur door verkeer, horeca of evenementen. Voor geluid van activiteiten en geur van bijvoorbeeld evenementen en horeca accepteren we in dit gebied dan ook een lagere kwaliteit dan bijvoorbeeld in de woongebieden, en kiezen we voor de standaard milieukwaliteit. We zetten in de hele gemeente, dus ook in het centrum, in op schone vervoersvormen en vergroening, hiermee streven we ook naar een betere luchtkwaliteit en een reductie van geluid van verkeer. Voor wat betreft bodemkwaliteit geldt dat deze door de historie een lage kwaliteit heeft. Door bij nieuwe grondtoepassingen in te zetten op standaard kwaliteit, zal door de tijd een betere bodemkwaliteit ontstaan.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
63
64
Uitgangspunten voor uitbreidingslocaties woningbouw Montfoort en Linschoten
De leefomgeving moet voorzien in de mogelijkheden en de behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van de toekomstige generaties. Bij voorkeur dienen er zoveel mogelijk koppelkansen te worden meegenomen bij nieuwe uitbreidingen/ontwikkelingen die een positieve bijdrage leveren aan de maatschappelijke vraagstukken, zoals onder andere op het gebied van biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid, mobiliteit, klimaatverandering, energietransitie. Woninguitbreiding zien we als een motor voor gebiedsontwikkeling. Door urgente opgaven in een gebied slim en integraal te koppelen ontstaat er meerwaarde voor de kernen en het landschap en wordt een prettige en gezonde leefomgeving gecreëerd.
Hierboven zijn de diverse beleidsthema's voor de uitbreidingslocaties voor woningbouw geprioriteerd. Deze zijn indicatief, relatief en kwalitatief bedoeld. Dat wil zeggen: hiermee worden richting, voorkeuren en prioriteiten ten opzichte van beleidsthema's onderling aangegeven. Dit betekent niet dat bepaalde ontwikkelingen met een lage prioriteit in zijn geheel onmogelijk worden gemaakt, echter worden zij wel ondergeschikt gemaakt aan de belangen vanuit de andere thema's.
Specifieke aandachtspunten: • Minder homogeen, meer wisseling in programma en buitenruimte. • Bij ontwikkelingen goed kijken naar de behoefte en aanwezigheid in de omgeving. • Goed nadenken over voortuinen, bruikbare buitenruimtes bij woningen. • Bij ontwikkeling rekening houden met historie van het gebied en zorgen voor uitstekende landschappelijke inpassing. • Nieuwbouw dient energiezuinig of energieneutraal te worden gebouwd. In het ontwerp kan onder andere rekening worden gehouden met opwekking van duurzame energie, het zoveel mogelijk beperken van de warmte- en koudevraag, het kiezen voor oplossingen voor het opwekken van warmte die zo weinig mogelijk stroom vraagt en het bieden van mogelijkheden voor bijvoorbeeld laadpalen op eigen terrein. • Met duurzame grondstoffen ontwikkelen is van meerwaarde. • Koppeling doelen uit woonvisie en woningbouwprogramma.
65
IJsselzone Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
De Hollandse IJssel vormt een specifiek onderdeel van het landschap van de gemeente. Montfoort is ontstaan aan de zuidoever van de Hollandse IJssel. Aan de noordzijde is het zicht op de rivier en op Montfoort het meest oorspronkelijk. Er liggen hier goede kansen om recreanten vanuit stedelijk gebied te ontvangen. Naast de Hollandsche IJssel behoren ook de linten nabij de IJssel (Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk, Blokland, Mastwijkerdijk, Heeswijk, Waardsedijk en IJsselveld) en de directe omgeving hiervan tot deze zone. Het vormt een gebied waar wonen, werken, recreatie, groen en water centraal staan, als de aantrekkelijke groen-blauwe ader door het open landschap.
Netwerk
Langs de IJsselzone willen we inzetten op vergroting van de capaciteit wat betreft klimaatadaptatie. In dit gebied zijn meerdere functies te combineren, van waterberging en recreatie, tot het behoud van de biodiversiteit. In de bebouwde gebieden gebruiken we de openbare ruimte om water langer vast te houden en te bergen. Hier combineren we ook vergroening voor hittebestendigheid. De bereikbaarheid moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Een aandachtspunt is de verkeersveiligheid in de linten. Er wordt vaak snel gereden en oversteken of fietsen is niet altijd even veilig. Bij nieuwe ontwikkelingen of functies die zorgen voor een toename aan verkeer, dient hier rekening mee te worden gehouden.
Gebruik
Voor het gebied ten noorden van de Hollandsche IJssel zien we een ontwikkeling tot hoogwaardig landschappelijk en recreatief gebied. Dat kan ook de aanleg van bossen betekenen of meer open water. Bij ontwikkelingen staat de verbetering van de landschappelijke en ecologische kwaliteit voorop. Bestaande bedrijvigheid binnen deze zone kan behouden blijven. Nieuwvestiging van bedrijven of grootschalige uitbreiding is ongewenst, behalve als deze bedrijven aansluiten bij het gewenste recreatieve karakter van de zone. 66
Ten zuiden van de Hollandsche IJssel wordt wel ruimte gezien voor functieverandering en intensivering van lintbebouwing. Bij Heeswijk-oost bestaat ruimte voor uitbreiding van bedrijvigheid. In de gehele Hollandse IJsselzone wordt woningbouw in het kader van Ruimte voor Ruimte aangemoedigd. Een (klein) deel van de woningvraag kan worden opgevangen door de linten te intensiveren. We zien hierin ruimte voor functieverandering. Met een minimale impact op het landschap en hierdoor wordt er voortborduurt op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polder- en rivierenlandschap. Ook het opdelen van agrarische percelen of creatieve ideeën als tiny houses en boerenwinkels vormen een mogelijkheid in deze gebieden. We stimuleren tevens de ontwikkeling van recreatiegerichte bedrijfjes, zoals kamperen bij de boer, een landwinkel of kanoverhuur. Voor elk lint verschilt het hoe we om gaan met initiatieven. De voorwaarden voor het intensiveren van de linten worden de komende jaren nog verder uitgewerkt. In de Hollandse IJsselzone ligt dus de nadruk op het aantrekkelijker maken van het verblijfsklimaat voor bewoners en recreanten. Het streven is naar een betere landschappelijke inpassing bij verbeteringen aan bestaande bedrijfslocaties. Voor bedrijven met een aan recreatie of natuurontwikkeling gelieerde functie kan een uitzondering worden gemaakt.
In de IJsselzone met bijbehorende linten geldt over het algemeen een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
Omgeving
Ook het gebied rondom de Hollandsche IJssel omvat een groot gedeelte van onze gemeente. Een groot deel van dit gebied zal voornamelijk gebruikt worden voor landbouw, natuur en recreatie. We streven naar een relatief hoge kwaliteit op het gebied van geluid en geur. Voor bodem hanteren we een standaard kwaliteit; in de IJsselzone is door de langdurige menselijke activiteit sprake van een hogere chemische bodembelasting dan elders. De ligging nabij provinciale wegen zorgt ervoor dat een te hoge kwaliteitsnorm voor lucht niet realistisch is. Aan de randen kan het opwekken van duurzame energie invloed kan hebben op de externe veiligheid. Om dit mogelijk te maken is de norm voor externe veiligheid dan ook lager. Nabij de linten en de woonwijken is de norm wel hoger. Per ontwikkeling zal hier worden gekeken wat de mogelijkheden zijn en wat de gewenste kwaliteit is.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
67
Landgoed Linschoten Kwaliteiten en opgaven Kwaliteiten
Het Landgoed Linschoten en de omgeving rond Willeskop zijn hoogwaardige natuurgebieden die het groene karakter van de gemeente gestalte geven. Het landgoed Linschoten is het enige landgoed in het Groene Hart. Het Landgoed Linschoten geeft ten noordwesten van Linschoten een groene invulling van grote (cultuurhistorische) waarde.
Netwerk
De visie voor deze gebieden is een extensief recreatief, landschappelijk en natuurlijk park. Er wordt ingezet op een betere toegankelijkheid van Landgoed Linschoten. Vanaf Landgoed Linschoten wordt een recreatieve verbinding gelegd via Willeskop naar de Lek. Bij uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden is de parkeerdruk een aandachtspunt.
68
Gebruik
Ter plaatse van het Landgoed Linschoten kan een andere balans worden gezocht tussen natuur, erfgoed, landbouw en recreatie. Uitgangspunt is dat projecten in samenhang worden uitgevoerd en bijdragen aan de duurzame exploitatie van het landgoed. Het landgoed draait op agrariers, er moet een goede combinatie zijn tussen agrarisch gebruik en recreatie. De agrarische delen van het landgoed blijven behouden als waardevol landschap, daar is een openbare parkfunctie niet gewenst. Projecten en ontwikkelingen moeten worden afgestemd met de agrariërs in het gebied. Voor het landgoed, met het Huis te Linschoten, geldt een bijzonder niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
Omgeving
Dit gebied zal voornamelijk gebruikt worden voor landbouw en recreatie. We sturen op een veiligere en prettigere verblijfskwaliteit voor bewoners en bezoekers. Primair blijft het een landbouwgebied dus zetten we over het algmeen in op een standaard milieukwaliteit. Omdat het een belangrijk natuurgebied vormt zetten we de ambitie qua luchtkwaliteit, externe veiligheid en geluid door activiteiten relatief hoog. zijn Nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's zijn ongewenst. Ook kiezen we voor een hogere bodemkwaliteit omdat hier hoge natuurwaarden worden nagestreefd. Een goede bodemkwaliteit is van belang om deze ambitie waar te kunnen maken.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
69
Buitengebied
70
Idee vanuit participatie: Voedselbossen & Pluktuinen Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
Naast de twee kernen kent de gemeente ook een bijzonder buitengebied met verschillende buurtschappen en lintbebouwing. Het buitengebied kenmerkt zich door historische linten, openheid en markante boerderijen. Deze paragrafen richten zich alleen op het agrarisch land, de linten worden hierna behandeld onder 'veenweidelinten' en hiervoor onder 'IJsselzone'. Het buitengebied bestaat uit agrarisch gebied met zowel grondgebonden als nietgrondgebonden landbouw. Veel gebieden met grondgebonden landbouw hebben landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en worden gekenmerkt door recreatief medegebruik; binnen deze gebieden bevinden zich kleine recreatie- en natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De landbouwsector is een belangrijke economische sector die ook een beheerder is van ons cultuurhistorische landschap.
Netwerk
De infrastructuur in het buitengebied moet gedeeld worden door utilitair (woon-werk en landbouw) en recreatief verkeer. In het buitengebied spelen niet-agrarische bedrijven een belangrijke rol in de werkgelegenheid. De verhoging van de verkeersdruk op de tamelijk smalle landbouwwegen leidt tot verkeersonveilige situaties een versnelde slijtage aan wegen en bermen. Bij toekomstige ontwikkelingen vormt dit een belangrijk aandachtspunt, bij herinrichting moeten de wegprofielen voldoen aan het principe 'durzaam veilig', waarbij onder andere fietspaden zoveel als mogelijk vrijliggend worden aangelegd.
Een ander idee vanuit de participatierondes is het faciliteren van pluktuinen en voedselbossen binnen de gemeente. In Nederland zijn er tientallen pluktuinen waar mensen zelf een boeket kunnen samenstellen. Er zijn ook pluktuinen waar bijvoorbeeld fruit en groente worden geoogst. Lekker wandelen en kletsen door de natuur en ondertussen de mooiste bloemen of het lekkerste fruit plukken. Meestal is er bij de pluktuin ook een terras of zijn er ook dieren, speeltoestellen en andere activiteiten voor kinderen. Ook ontstaat de laatste jaren meer en meer aandacht voor voedselbossen. Een voedselbos is letterlijk een eetbaar bos. In voedselbossen wordt landbouw met natuur gecombineerd voor een duurzame voedselproductie. Het is een biodivers systeem dat ook nog eens voor voedselproductie zorgt. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan het oplossen van het klimaatprobleem. De bossen binden CO2 in het hout en de bodem, daarnaast houden ze water vast. Kortom: een mooi voorbeeld van natuurinclusieve landbouw. Het enthousiasme voor voedselbossen wordt steeds groter. Mensen vormen een eigen stuk land om tot voedselbos of ze helpen vrijwillig bij de ontwikkeling van een voedselbos in hun buurt. Niet alle plantensoorten hoeven trouwens voor de mens eetbaar te zijn. Ook soorten die bijvoorbeeld bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken krijgen er hun plek.
Binnen de gemeente zien we zeker mogelijkheden voor het faciliteren van dit soort initiatieven. We zien de ideeën van bewoners dan ook graag tegemoet en denken graag mee met de uitwerking ervan! Dit betreft per locatie maatwerk.
De verbindingen tussen dorp en de verschillende delen van het buitengebied worden hier en daardoorsneden en het buitengebied is niet overal goed toegankelijk. Het maximaal benutten van de aanwezige recreatieverbindingen in het buitengebied biedt de mogelijkheid om voor diverse doelgroepen dit gebied te ervaren.
Gebruik
We willen ruimte bieden aan de veranderingen in het buitengebied. Hierom sturen we op open, kwalitatieve eisen en werken we niet voor alle onderwerpen met harde kaders.
Bron: Biltsheerlijk
71
72
De trend in het buitengebied onder agrariërs is schaalvergroting en/of verbreding of bedrijfsbeëindiging. Schaalvergroting is onder voorwaarden mogelijk en kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan winst op andere vlakken. Op het moment dat een agrarisch bedrijf stopt te bestaan, zijn er verschillende mogelijkheden om het erf een nieuwe invulling te geven. Een optie is de ruimte voor ruimte regeling: op het moment dat een agrarisch bedrijf stopt is het mogelijk om in de plaats van de opstallen een extra woning toe te voegen aan het buitengebied. Veel agrarische ondernemers ontwikkelen tegenwoordig nevenactiviteiten in het kader van de verbrede landbouw. Een niet-agrarische nevenactiviteit kan een belangrijke aanvullende inkomstenbron zijn voor een agrariër. Wij willen hiervoor ruimte geven, waarbij we beoordelen op de kwaliteit die de activiteit toevoegt. Uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijven wordt onder voorwaarden toegestaan. Ook bij vrijkomende agrarische bebouwing worden, onder voorwaarden, andere functies toegestaan om de vitaliteit van het buitengebied te versterken. We streven naar economisch rendabele landbouw. Waar mogelijk kan dit worden gecombineerd met het opwekken van duurzame energie, bijvoorbeeld op agrarische daken. Versnippering van kleine bedrijven dient te worden voorkomen.
Bij ontwikkelingen in het buitengebied en aan de dorpsranden is landschappelijke inpassing van groot belang voor de leef- en woonkwaliteit. Schuren, bedrijfsgebouwen en andere grote bouwwerken moeten goed ingepast worden in het landelijke gebied. Nieuwe agrarische bebouwing moet goed in het landschap worden ingepast en worden voorzien van een erfinrichtingsplan. Bij aantasting van het landschap dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. Voor het buitengebied geldt over het algemeen een plus niveau van welstand. Voor de Haardijk, Noord Linschoterdijk en Blokland geldt het bijzonder niveau van welstand. Voor de ruilverkavelingslinten van Linschoten en Montfoort geldt het regulier niveau van welstand. In Linschoten zijn de Lagekade en de Schapenlaan te zien als ruilverkavelingslint. In Montfoort is de Benedenkerkweg te karakteriseren als ruilverkavelingslint. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
Omgeving
Dit gebied zal voornamelijk gebruikt worden voor melkveehouderijen en recreatie. We stellen een hoge norm aan de lucht- en geluidskwaliteit. Dit heeft te maken met de ligging van natuur- en stiltegebieden binnen het buitengebied. Het blijft primair een landbouwgebied, daarom zetten we in een lage milieukwaliteit op het gebied van geur.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
Het gebied kent een hoge bodemkwaliteit, dit willen we graag zo houden en verzakking en verzilting tegen gaan. Het opwekken van duurzame energie wordt hier onderzocht, voor zover dit geen afbreuk doet aan ecologische en agrarische kwaliteiten. Dit zal invloed hebben op de externe veiligheid. Voor externe veiligheid accepteren dan ook een lager kwaliteitsniveau. Voor alle normen geldt de nuance dat dit bij per situatie kan verschillen, bijvoorbeeld als ontwikkelingen plaatsvinden nabij natuur- en/of stiltegebieden. 73
Veenweidelinten Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten
De verschillende veenweidelinten die door ons buitengebied lopen vormen een deelgebied waar wonen, landbouw en recreatie centraal staan. Onder de veenweidelinten verstaan we de Cattenbroekerdijk en het lint bij Blokland. De linten zijn een sterk historisch kenmerk van het buitengebied. We richten ons hier op behoud en versterking van de identiteit van het open en groene landschap door behoud van het contrast tussen de open weidegebieden, de besloten linten, de halfopen oeverwallen van de Hollandsche IJssel en de Lek en het uitgestrekte stroomgebied van de Lek.
Netwerk
De bereikbaarheid moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Een aandachtspunt is de verkeersveiligheid in de linten. Er wordt vaak snel gereden en oversteken of fietsen is niet altijd even veilig. Bij nieuwe ontwikkelingen of functies die zorgen voor een toename aan verkeer, dient hier rekening mee te worden gehouden.
74
Gebruik
De bedrijven in de linten zijn gebonden aan de eisen en randvoorwaarden die gesteld worden aan bouwen in het buitengebied. Met het vervangen van agrarische gebouwen bestaat er een kans dat er meer bebouwing in het buitengebied ontstaat. Landschappelijke kwaliteiten, zoals het karakter en structuren van de linten, zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Een (klein) deel van de woningvraag kan worden opgevangen door de linten te intensiveren. We zien hierin ruimte voor functieverandering. Met een minimale impact op het landschap en hierdoor wordt er voortborduurt op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polder- en rivierenlandschap. Ook het opdelen van agrarische percelen of creatieve ideeën als tiny houses en boerenwinkels vormen een mogelijkheid in deze gebieden. Voor elk lint verschilt het hoe we om gaan met initiatieven, verdichting bij Blokland is bijvoorbeeld minder gewenst door de hoge historische waarde. Hier zijn andere functies denkbaar dan in een sterk agrarische lint als de Cattenbroekerdijk. De exacte voorwaarden voor het intensiveren van de linten worden de komende jaren nog verder uitgewerkt. We willen samen met de inwoners en bedrijven inzetten op de verduurzaming van de huidige bebouwing. Het gaat om alternatieven voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwek van energie (zon op dak).
Voor de veenweidelinten geldt over het algemeen een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
Omgeving
We streven in dit gebied naar het combineren van functies als landbouw, wonen, energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en recreatie. Om een rustig woon-, natuur- en recreatiegebied te garanderen streven we naar hoge kwaliteitsnormen wat betreft activiteiten. We streven naar het verminderen van de impact van (landbouw)bedrijven op het milieu. De ligging nabij de snelweg en provinciale wegen zorgt ervoor dat een te hoge kwaliteitsnorm voor lucht en geluid niet realistisch is. Ook zijn er een aantal veehouderijen aanwezig binnen dit gebied, voor geur wordt dan ook de standaardkwaliteit wordt gehanteerd. In het algemeen wordt ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
75
Bedrijventerreinen Kwaliteiten en opgaven Kwaliteiten
Het bedrijventerrein IJsselveld in Montfoort is totaal circa 50 hectare groot en kan worden getypeerd als een echt handels- en industrieterrein. Opvallend is het grote aantal (bedrijfs)woningen, met name langs de Steenovenweg en de Waardsedijk Oost. Het bedrijventerrein heeft vooral een lokale functie. Het bedrijventerrein van Linschoten is tot ontwikkeling gekomen aan het water. Van oudsher is hier een houthandel gevestigd. Het bedrijventerrein is gelegen aan de noordkant van Linschoten en toegankelijk vanaf de N204.
Netwerk
Een goede bereikbaarheid is van groot belang voor de bedrijventerreinen. De bestaande bedrijventerreinen zijn goed bereikbaar, dit willen we in stand houden. Op het gebied van openbaar vervoer zijn betere aansluitingen met de bedrijventerreinen gewenst. Bij toekomstige ontwikkelingen is daarnaast het realiseren van voldoende parkeergelegenheid een aandachtspunt. Andere opgaven zijn het verduurzamen en vergoenen van de (openbare) ruimte op de bedrijventerreinen.
76
Gebruik
Binnen onze gemeente is veel lokale vraag naar nieuwe bedrijventerreinen. Bedrijven of bedrijventerreinen met een grote regionale functie zijn op dit moment niet gewenst. Het huidige bedrijventerrein IJsselveld blijft de voornaamste vestigingslocatie in Montfoort. We zien nog ruimte voor beperkte uitbreiding van bedrijventerrein Heeswijk in oostelijke richting. Voor het bedrijventerrein in Linschoten zien we ruimte voor functieverbreding. Een combinatie van wonen en werken is hier mogelijk. Eventuele nieuwe functies mogen elkaar niet in de weg staan, maar dienen elkaar aan te vullen. De huidige en eventuele toekomstige bedrijventerreinen zouden niet gebruikt moeten worden voor grootschalige logistiek, deze “verdozing” zorgt voor relatief weinig werkgelegenheid ten opzichte van bijvoorbeeld de maakindustrie. Ook hoogbouw is niet gewenst. Een ander aandachtspunt voor bestaande bedrijventerreinen vormt het keurmerk veilig ondernemen. Voor de bedrijventerreinen geldt over het algemeen een regulier niveau van welstand. Voor het gebied Vlasakker geldt qua welstandsniveau een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.
Omgeving
We willen bedrijven op de bedrijventerreinen voldoende beweegruimte geven om hun activiteiten te kunnen uit voeren. We kiezen echter niet voor de laagste milieukwaliteiten. Mede omdat de bedrijven relatief dichtbij de woonomgeving gevestigd zijn zetten we voor externe veiligheid, geur- en luchtvervuiling in op standaard kwaliteit. In de basis gaan we in dit gebied voor een vrij lage bodemkwaliteit. Echter, daar waar woningbouw nog een optie lijkt, wordt naar de standaardkwaliteit gestreeft. Daarom mag alleen op bepaalde bedrijventerrein lage kwaliteit grond worden opgebracht. Bij de toetsing op (een beperktere) chemische bodemkwaliteit wordt gekeken naar gezondheidsrisico’s voor het gebruik zoals wonen en drinkwater, verspreidingsrisico’s en ecologische risico’s.
HOGERE AMBITIE
STANDAARD MILIEUKWALITEIT
WETTELIJKE ONDERGRENS
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEMKWALITEIT
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
...
77
78
6. Uitvoering - de omgevingsvisie in werking 6.1
Inleiding
6.2
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie denken te realiseren. Hierbij dragen we een aantal concrete projecten aan die we als gemeente graag gerealiseerd willen zien. Omdat we daarbij ook afhankelijk zijn van andere initiatiefnemers beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven.
Beleidscyclus
De omgevingsvisie vormt een integrale visie waarbij we de koers bepalen, er is er geen wettelijke actualiseringtermijn meer zoals wel bij structuurvisie het geval was. Op enig moment kunnen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. In de geest van de Omgevingswet moet de omgevingsvisie ‘elke dag vers’ gehouden worden. Dit is in de praktijk niet werkbaar. Wij denken dat een actualiseringscyclus van vier jaar werkbaar is en de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd houdt.
In dit hoofdstuk beschrijven we verder de diverse uitwerkingen die we bij de visie gaan opstellen en geven we aan hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
Een belangrijk ijkpunt is het jaar 2022. Op dat moment treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Als gemeente hebben we dan een actueel planologisch kader en kennen we de finesses van de Omgevingswet. Eens per vier jaar, dus één keer per raadstermijn, wordt deze omgevingsvisie herzien. Tussentijds kunnen wel specifieke thema's of gebieden worden geactualiseerd door middel van programma's. Deze programma's kunnen ook worden gebruikt als nadere uitwerking of verdieping, zie hiervoor ook paragraaf 6.3. In het kader van een continue beleidscyclus dienen ook deze programma's uiteindelijk weer te worden verwerkt in de omgevingsvisie en/ of het omgevingsplan. Bijzondere aandacht bij het herzien van de omgevingsvisie vraagt de verdere integratie van de ‘niet traditionele’ ruimtelijke beleidsvelden binnen de kaders van de omgevingsvisie. Sommige sociaal-maatschappelijke thema’s zitten al in de omgevingsvisie, maar die integratie en interactie met de omgeving moet ook in de praktijk worden gebracht. Het integraal en interactief werken binnen de gemeente zal verder gestalte moeten krijgen.
Afbeelding 6.1 De Beleidscyclus leidscyclus volgt in grote lijnen de 'Plan-do-check-act-volgorde'. De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan wordt ook wel de kleine beleidscyclus genoemd, omdat dit vaak tot aanscherping van beide beleidsinstrumenten leidt.
79
►
6.3
Doorwerking omgevingswetinstrumenten en monitoring
De Omgevingswet voorziet in een zestal omgevingswetinstrumenten waarvan de omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan de belangrijkste beleidsinstrumenten voor het college en gemeenteraad zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige omgevingswetinstrumenten.
De omgevingsvisie biedt ruimte en stelt ambities, kaders en richtlijnen. Verdere uitwerking van het strategisch beleid in de omgevingsvisie kan op tactisch/ operationeel niveau plaatsvinden via het programma. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s vindt nadere thematische of gebiedsgerichte uitwerking plaats.
Omgevingsplan
Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Er kan worden gewerkt met onder andere gebiedsgerichte, thematische of opgavegerichte programma’s. Een gebiedsgericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van de visie voor de binnenstad of een specifiek lint. Een thematisch gericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van een plan om de biodiversiteit of de gemeentelijke riolering te verbeteren. Een opgavegericht programma kan bijvoorbeeld zijn het uitwerken van één van de in de omgevingsvisie geformuleerde opgaven.
De omgevingsvisie wordt zodanig interactief opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. In deze visie zijn namelijk al de kernkwaliteiten, doelen en ambities van gemeente Montfoort als geheel - en per deelgebied - opgenomen. Deze kunnen in het omgevingsplan verder vertaald worden naar regels. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief in zijn geheel niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Zo wordt vormgegeven aan de intentie van de wetgever dat de raad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders, maar niet nadat de raad de kaders heeft meegegeven.
De komende jaren werken we enkele van onze opgaven uit in (integrale) programma's. Te denken valt aan opgaven vanuit hogere overheden, het uitwerken van de energieopgave of integrale programma's voor bepaalde gebieden binnen de gemeente. Ook wordt een deel van de beleidsnota's, zoals deze nu zijn vastgesteld, in de toekomst aangeboden als programma, waarmee deze beleidsmatig 'onder' de omgevingsvisie komen te hangen. De exacte invulling van deze programma's staat echter nog niet vast.
Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Dit betekent in principe dat het systeem zoals we dat nu kennen, verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het buitengebied, niet meer aan de orde zal zijn. Ook alle regels uit verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente zelf direct bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld.
80
Programma’s
Monitoring
De komende jaren werken we ook het monitoringsprgramma verder uit. We beginnen daarvoor bij de thema's en doelen die we in de omgevingsvisie hebben opgenomen. In een volgende versie van de omgevingsvisie zal dit worden meegenomen. Ook wordt bij de doorvertaling van de visie naar programma's de meerwaarde van een studie naar mogelijke milieueffecten afgewogen. Bij het omgevingsplan wordt hoe dan ook een milieueffectrapportage gemaakt. Deze zal ook waardevolle kwantitatieve input en indicatoren opleveren voor het monitoringssysteem.
6.4
Financiële paragraaf
Kostenverhaal en Uitgangspunten grondbeleid
Om de kwaliteit in de gemeente op peil te houden, zijn investeringen nodig. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven een groot deel hiervan gaan bekostigen. Uitvoering geven aan, en investeren in, de urgente maatschappelijke opgaven die we in de omgevingsvisie hebben opgenomen is nadrukkelijk een gezamenlijke taak die wij niet alleen als gemeente willen oppakken, maar samen met lokale en (boven)regionale partners willen vormgeven. Omdat private partijen ook profijt gaan krijgen van deze investeringen, zal de gemeente waar mogelijk ook hen om een bijdrage vragen. Kortom, iedereen draagt bij aan de opgaven binnen onze gemeente. We werken in principe met faciliterend grondbeleid. Dat wil zeggen dat we als gemeente niet actief grond gaan aankopen voor nieuwe ontwikkelingen en dit aan de markt overlaten. Wel willen we omwille van kwaliteitsborging en verantwoordelijkheden op het gebied van ruimtelijke ordening hierin het voortouw nemen. Bijvoorbeeld door in deze omgevingsvisie de potentiële locaties op de kaart te zetten, maar ook hierbinnen stedenbouwkundige regie te voeren op de nadere verkenning en/of uitwerking van deze locaties. Partijen die bouwen in de gemeente en daarmee inkomsten verdienen, dragen op twee manieren bij aan de stad.
Direct door invulling te geven aan de stedelijke opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeentelijke organisatie zelf geeft aan onze gemeente. We zijn wettelijk verplicht om de kosten die de gemeente zelf maakt, te verhalen op de (particuliere) initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Soms is dit de gemeente zelf, soms zijn het marktinitiatieven. Alle kosten die de gemeente moet maken om dit mogelijk te maken, brengt de gemeente in rekening bij de initiatiefnemer. Daarvoor vraagt de gemeente een exploitatiebijdrage. Het kostenverhaal vloeit nu nog voort uit de Wet ruimtelijke ordening, maar heeft straks een wettelijke basis in de Omgevingswet. Daarom is het kostenverhaal nu nog (deels) in de basis geformuleerd conform het vigerende Wro. Het kostenverhaal bestaat globaal uit 3 categorieën, onderverdeeld in 5 kostenposten:
Kosten die het initiatief overstijgen en daar niet direct mee samenhangen: • Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Bij private initiatieven borgt de gemeente het kostenverhaal (bij voorkeur) met een exploitatiebijdrage in een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk spoor). Alleen als we er echt niet uitkomen, stellen we een exploitatieplan vast en kunnen we de kosten afdwingen (publiekrechtelijk spoor). De Omgevingswet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal, die met name via het omgevingsplan geborgd worden: • Kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling. Dan is er een concreet eindbeeld en tempo van de ontwikkeling. Het tijdvak is bepaald. • Kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling. Dan ontbreken een concreet tijdvak en eindbeeld.
Financiële bijdrage / vereveningsfonds
We zetten het parkeerfonds voort en zien naar aanleiding van de omgevingsvisie niet direct aanleiding voor aanvullende ontwikkeling van (verevenings)fondsen. Wel bekijken we bij grootschalige duurzame energie-ontwikkelingen op welke wijze onze inwoners daar het beste van mee kunnen profiteren.
Uitvoeringsprogramma(s)
Net als de opzet van een monitoringssysteem wordt de omgevingsvisie nader uitgewerkt in andere omgevingswetinstrumenten. Komende periode wordt nader bekeken in hoeverre dit in via nieuwe of bestaande programma's en het omgevingsplan voldoende geborgd wordt of dat hier een apart uitvoeringsprogramma voor moet worden opgesteld. Bij de volgende herijking van de omgevingsvisie wordt dit nader afgewogen. Hierbij zullen ook nadere keuzes worden gemaakt omtrent de inzet van financiële middelen.
Kosten direct aan het initiatief gerelateerd: • Planeigen (fysieke) kosten • Plankosten Kosten die het initiatief overstijgen, maar daar wel nauw mee samenhangen: • Bovenwijkse voorzieningen • Bovenplanse kosten 81
Colofon Titel Omgevingsvisie Montfoort (2021): Vitale kernen in een waardevol landschap Datum Oktober 2021 Auteurs Kernteam gemeente Montfoort in samenwerking met KuiperCompagnons Vormgeving KuiperCompagnons Copyright Alle beelden van KuiperCompagnons of Gemeente Montfoort tenzij anders vermeld. Citaten en beelden mogen zonder schriftelijke toestemming van de auteurs worden gebruikt, op voorwaarde dat een duidelijke bronvermelding en naamsvermelding erbij worden vermeld. Totstandkoming visie Met hartelijk dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de omgevingsvisie Montfoort. Voor de totstandkoming van dit product is gesproken met afgevaardigden van diverse ondernemers en maatschappelijke organisaties, en met inwoners. Intern hebben een breed samengestelde stuurgroep en projectgroep het proces begeleid en inhoudelijke input geleverd. Bijeenkomsten/inspraakmomenten • 16 mei 2020: Brief aan raadswerkgroep i.v.m. aangepaste participatie vanwege corona • Mei 2020: Consultatieronde ketenpartners/stakeholders Atlas • Mei/juni 2020: Participatie inwoners en ondernemers Atlas (website en ansichtkaart) • 9 juli 2020: Raadsbijeenkomst (discussie over bouwstenen, n.a.v.
participatierondes en concept Atlas • 27 oktober 2020: Vaststelling Atlas in college • 5 november: Raadsinformatiebrief vaststelling Atlas • 11 november 2020: Raadswerkgroep over raadsbijeenkomst 19 november • 19 november 2020: Raadsbijeenkomst over scenario’s/keuzeopties • 14 januari 2021: College-bespreking over uitkomst raadsbijeenkomst • 29,30,31 maart 2021: (digitale) inloopavonden inwoners en ondernemers • 23 maart t/m 12 april 2021: Online vragenlijst inwoners en ondernemers • 15 april 2021: Raadsbijeenkomst (uitkomst participatie) • Maart/april 2021: Consultatieronde ketenpartners/stakeholders concept-visie • 11 augustus - 21 september 2021: Ontwerpomgevingsvisie ter inzage
Geconsulteerde stakeholders: • Provincie Utrecht • Vitens • Stedin • ODRU • Combi Midden* • LTO • SOM* • VOL • Stichting Hugo Kotestein • Mooisticht • HDSR • SWOM* • GroenWest • Woonzorg Nederland* • VRU • Huurdersvereniging Weidelanden* • Huurdersvereniging Antoniushof* * waarvan geen reactie ontvangen
• • • • • • • • • • •
Gemeente Lopik Gemeente Oudewater* Gemeente Woerden* Gemeente IJsselstein Buurtsportcoach* Staatsbosbeheer* Cyclus Werkgroep behoud Lopikerwaard* Stichting Landgoed Linschoten* Programmabureau Groene Hart* GGD
83