CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

1058195 Bijlage 1 Omgevingsvisie Montfoort 2021 Vitale kernen in een waardevol landschap.pdf

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Omgevingsvisie Montfoort 'Vitale kernen in een waardevol landschap' (nr. 1058195)24.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waar? • Cultuurhistorische waardevolle elementen: Bomen, Rijks- en gemeentelijke monumenten, (aardkundige) archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappelijke elementen, grachten en militaire werken, boomgaarden, tuinen, jaagpaden, historische linten en kerken. • De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (GHIJ) • Linie van Linschoten • Landgoed Linschoten

30

4.2.4

Natuur

We geven de natuur een impuls door de blauwe aders in de gemeente gebruiken als verbindingszones tussen de al waardevolle maar versnipperde natuurgebieden. De GHIJ is een ecologische schakel binnen de gemeente met zijn rivier, oevers, dijken en uiterwaarden. Een kans voor natuurverbetering ligt ook in de aanpassing van het agrarisch beheer van de graslanden. Doelen: • Ontwikkeling van ecologische potenties op diverse niveaus. Dit moet in samenhang met elkaar worden bekeken; de beschermde natuurgebieden (NNN), ecologische verbindingszones, natuuren natuurontwikkelingsgebieden, belangrijke weidevogelen ganzengebieden, slotenbeheer en een kleinschalige ecologische waarden. We sluiten hierbij ook aan op de 'aanpak biodiversiteit in stad en dorp' • Zoeken naar een nieuwe balans tussen groene, rode en blauwe functies met een ruimtelijk contrast tussen binnendijks en buitendijks gebied. Door in de landschapsontwikkeling met groene bufferzones in te spelen op de stedelijke ontwikkelingen aan de noord- en oost- en westzijde van de gemeente. Rekening houdend met de stroomruggen van de Lange Linschoten en Hollandsche IJssel. • Verhogen biodiversiteit in oevers en kaders. Bijvoorbeeld door middels beheer verschralen kade/oever om bloemrijke grasvegetatie te ontwikkelen. • Ontwikkelen en openstellen van de natuur om de beleving te verhogen.

• Het verbeteren van de biodiversiteit op het boerenland. Rolopvatting: • Ontwikkeling ecologische potenties: Samenwerkend en netwerkend • Versterking/behoud: Responsief, faciliterend en samenwerkend Wat willen we niet? • Verslechtering ecologische waarden Waar? • Weidevogel- en ganzengebieden • Natuur- en natuurontwikkelingsgebieden • Stroomruggen • Boerenlanden • Tiendwegen en jaagpaden

4.2.5

Water en klimaatverandering

Het watersysteem komt de komende jaren onder druk te staan. Samen met 14 gemeenten uit de regio Utrecht Zuidwest, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht is er gewerkt aan een regionale adaptiestrategie (RAS) en het regionale programma 'gevolgbeperking overstromingen'. De RAS is inmiddels vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest hebben, waarbij het gebied en de samenleving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering. Vanuit de RAS is het de bedoeling te komen tot een LAS (Lokale adaptatiestrategie). Doelen: • Uitvoering van de doelstellingen in de regionale adaptiestrategie. We willen bestaande groengebieden en oppervlaktewateren zoals de Hollandsche IJssel en Lange Linschoten meer betrekken bij oplossingen om het wateroverlast te beperken door hevige regenbuien. Bovengronds zoeken we naar ruimte voor waterbuffers / meer wateroppervlak. Daarnaast moeten bij nieuwe ontwikkelingen structureel nadelige gevolgen door te hoge of te lage grondwaterstanden worden voorkomen en zal er kritisch worden gekeken naar de afweging tussen waterveiligheid en het mogelijk maken van vitale en kwetsbare functies. • Om droogte te voorkomen willen we in het landelijk gebied langer overtollig water vasthouden en het organische stofgehalte verhogen.

Hiervoor werken we samen met het hoogheemraadschap en agrariërs aan een gedifferentieerd peilenbeleid, waardoor verdroging en bodemdaling beperkt kan worden. • Het waar mogelijk vergroenen van het verhard oppervlak in stedelijk gebied. Om neerslag direct of vertraagd in de bodem op te slaan en om hittestress in de woon- en leefomgeving tegen te gaan. Ook in het gebouwd gebied ligt (in het samenspel rondom peilbeheer) een belangrijke opgave om meer water te bufferen/ vast te houden. • De wens is om nieuwbouwlocaties klimaatadaptief en bodemdalingsbestendig te bouwen, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. • We zetten ons in op het behouden en versterken van het (stedelijke) water en de bestaande (regionale) waterkeringen. Water in de stad wordt meer en meer een integrale opgave. Hierin zoeken we samen met het hoogheemraadschap naar mogelijkheden om waterprojecten met andere doelen te combineren. Bij (nieuwbouw) ontwikkelingen specifieke aandacht richten op materiaalgebruik en watercompensatie.

• •

•

Samenwerken aan een meer klimaatadaptieve inrichting van (particuliere) percelen. Zorg dragen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening en voorkomen van vervuiling van drinkwaterbronnen door activiteiten. Alle overheden hebben een drinkwaterzorgplicht, bij afwegingen worden dan ook altijd de belangen van drinkwater meegenomen. Het tegengaan van overstromingen en beheersen van de risico's hiervan. Hiervoor werken we met het concept meerlaagsveiligheid. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming. De tweede laag richt zich op het realiseren van een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land. De derde laag zet in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming (rampenbeheersing).

Rolopvatting: • Klimaatadaptieve maatregelen: Faciliterend, netwerkend en samenwerkend • Watercompensatie en nieuwe ontwikkelingen: Kaderstellend • Drinkwaterzorgplicht: Presterende overheid Wat wilen we niet? • Waterbergingsopgaven afwentelen naar andere gebieden (tenzij doelmatig) Waar? • Groengebieden en oppervlaktewateren • Drinkwaterbeschermingsgebieden • Stedelijk gebied • Buitengebied

31

Afbeelding 4.3: Netwerk (1/2) ► (infrastructurele) netwerken binnen gemeente Montfoort

32

4.3

Netwerk

Naast de landschappelijke structuren en kwaliteiten zijn infrastructurele routes en ruimtelijke knooppunten zoals de dorpskernen en linten belangrijk voor de samenhang, het gebruik en verplaatsing binnen onze fysieke leefomgeving. Hetzelfde geldt voor het bestaande groen en de openbare ruimte. De bestaande netwerken vormen een ordeningsprincipe, we bouwen namelijk voort op bestaande netwerken.

4.3.1

Mobiliteit

• •

Mobiliteit is de vraag naar verplaatsingsbehoefte die ontstaat uit de activiteiten wonen, werken en recreatie en is daarom nauw verbonden met de bereikbaarheid en de leefbaarheid van een omgeving. De afgelopen jaren is de vraag naar mobiliteit toegenomen. De verwachting is dat deze behoefte verder zal blijven toenemen. De groei is niet alleen veroorzaakt door de autonome groei, maar ook door de lokale vraag naar ruimtelijke ontwikkeling te voorzien.

• •

Mobiliteit heeft echter een keerzijde, de infrastructuur neemt steeds meer ruimte in beslag en het heeft een negatieve effect op het milieu, met name de luchtkwaliteit en door de toenemende vraag neemt de bereikbaarheid af. Om de huidige en toekomstige vraag naar mobiliteit te voorzien is het van belang dat we ons beleid richten op het verduurzamen van de mobiliteit. Duurzame mobiliteit gaat over de uitdaging een evenwicht te bereiken tussen bereikbaarheid, economie, leefmilieu en klimaat.

•

Autoverkeer: • Bereikbaarheid, leefbaarheid en toegankelijkheid binnenstad van Montfoort verbeteren. De komende jaren gaan we hier mee aan de slag. Zo willen we onder andere de verkeerscirculatie aanpassen om de doorgaand verkeer in de binnenstad te weren. Ook willen we parkeerterreinen creëren aan de rand van de binnenstad om auto’s aan de rand van de binnenstad op te vangen, de blauwe zones aanpassen een parkeerverbod instellen en parkeervakken maken waar wel geparkeerd mag worden. Hiermee is er minder verkeer door de smalle straten in de binnenstad en wordt de binnenstad veiliger en neemt de veiligheid en de leefbaarheid toe. • Onderzoeken of de inzet van deelmobiliteit mogelijk is. Hiermee hopen we het autobezit terug te dringen en op een duurzame manier de verplaatsingsbehoefte te voorzien. • Het realiseren van oplaadpunten voor elektrische voertuigen om het gebruik van duurzame vervoersmiddelen te stimuleren. Langzaam verkeer (fiets- en voetgangers): • Op de (gemeentelijke) infrastructuur de fiets voorrang geven ten opzichte van de auto. De fiets is bij uitstek een duurzame vervoersmiddel om de korte en

•

middellange afstand. Het beleid is er daarom op gericht op het gebruik van de fiets zoveel als mogelijk te faciliteren. Voorzien in voldoende stallingsvoorzieningen Aanpak onveilige kruispunten op het fietsnetwerk; Zoals het kruispunt Doeldijk-Cattenbroekerdijk- LindeboomswegIJsselveld en de N228 Anne Franklaan – de Meern, herinrichting Knollemanshoek. Ook willen we op meerdere plekken de breedte van fietspaden verbeteren en fietspaaltjes saneren of vervangen door veiligere fietspaaltjes. Educatie van jongeren op school en fietstraining voor ouderen Het verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid en verkeersveiligheid. We willen de hoofdfietsverbinding binnenstad, Hofstraat- Om ’t HofHofplein als fietsstraat inrichten. Op dit moment ontbreken tevens regionale fietsverbindingen zoals Reyerscop -Doeldijk. Veiligere voetpaden/stoepen naar de belangrijkste voorzieningen. Ingericht op het gebruik door minder valide inwoners. Verbeteren/ aanleggen van fiets- en wandelpaden langs recreatieve activiteiten.

Openbaar vervoer: • Verbeteren van de kwaliteit van de busverbindingen. Het openbaar vervoer is, gezien de ontwikkelingen in de OV voorzieningen de laatste jaren, geen volwaardig alternatief voor de auto. De (regionale) wens is dit te verbeteren, dit wordt onderzocht. • Zorgen voor goede bereikbaarheid van de bushalten en voldoende fietsstallingen bij de bushalten. Rolopvatting: • Gemeentelijke wegen en infrastructuur: Presterend en initiërend • Provinciale infrastructuur en netbeheerders: Netwerkend Wat willen we niet? • Toename van de negatieve effecten van mobiliteit • Verslechteren van de verkeersveiligheid en een toename van het aantal verkeersslachtoffers. • Overmatige groei van het autoverkeer/congestie op de wegen • Verslechteren van de bereikbaarheid, ook voor hulpdiensten en vuilophaaldiensten Waar? • Auto-infrastructuur • Fiets-infrastructuur • Openbaar-vervoer routes • Wandelroutes

33

Afbeelding 4.4: Netwerk (2/2) ►

Netwerken en landschappen binnen gemeente Montfoort

34

4.3.2

Groen en openbare ruimte

Binnen de gemeente is er behoefte aan groene gebieden met een ontmoetingsof evenementenfunctie. Voor de levendigheid van de stad willen we dan ook meer (groene) ontmoetingspleinen te creëren. De groene gebieden kunnen tevens gebruikt worden om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en om in te bewegen. Dit kan ook in combinatie met speelvoorzieningen. We willen de Lange Linschoten en de Hollandsche IJssel aansluiten op de openbare ruimte en de kernen meer op de rivier te richten. Doelen: • De openbare ruimte nodigt uit om elkaar te ontmoeten en tot een langer verblijf in de buitenruimte. We streven naar meervoudig gebruik van de openbare ruimte, aaneengesloten groen en en openbare ruimte die uitnodigt tot het maken van een wandeling. • Het groen nodigt uit tot ontdekken, (on)bewust bewegen en biedt voldoende speelmogelijkheden. Er is behoefte aan (meer)trapveldjes in of nabij de wijk. Bestaande speelvoorzieningen en de algehele openbare ruimte moeten daarnaast groener worden ingericht. • Het vergroenen van bestaande (woon)wijken, samen met bewoners. Door bijvoorbeeld de aanleg van meer groene (speel)voorzieningen en voortuinen, samen met en door inwoners. In Linschoten willen we de structuur van de sloten uit de graslanden terugbrengen in het stedelijk gebied en straten vergroenen.

• Groen moet het gevoel van veiligheid versterken en een positieve invloed hebben op bedrijven, horeca en winkelgebieden. We willen de verhouding bebouwing en groen verbeteren door bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen en het faciliteren van geveltuinen. Ook willen we het Stadspark ten zuiden van de binnenstad van Montfoort beter laten aansluiten op het centrum en de wijken. • De stad meer op de rivier richten. We willen de openbare ruimte langs de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten aantrekkelijk en uitnodigend inrichten en waar mogelijk zitplaatsen creeëren. Op termijn onderzoeken we de mogelijkheden voor het terugbrengen van de gracht in het centrum van Montfoort. We willen het zicht op bedrijventerreinen wegnemen, bebouwing meer met de voorkant naar de rivier richten of achterkanten landschappelijk inpassen.

•

•

•

Bij een uitbreiding of herinrichting dient er meer verweving te komen tussen het stedelijk- en buitengebied. Ook in de toekomstige ontwikkelingem dient een goede balans te zijn tussen groen en andere functies in de openbare ruimte. Veranderingen in de landbouw en de klimaatopgave aangrijpen om een deel van de verdwenen diversiteit in natuurlijke en landschappelijke zin opnieuw terug te brengen. Inzetten op de deels openbare, kleine, landschappelijke elementen. in het buitengebied. Dit doen we door in onze rol als beheerder een voorbeeldrol te nemen. Bijvoorbeeld door langs wegen op meer ecologische vormen van bermbeheer in te zetten.

Rolopvatting: • Groene en aantrekkelijke openbare ruimte: Initiërend en samenwerkend • Aanleg en beheer openbare ruimte: Doelmatig en verantwoordelijk Wat willen we niet? • Een afname van het binnenstedelijk groen • Minder m2 ruimte voor groen en water in stedelijk gebied Waar? • Groenstructuren en openbare ruimtes in kernen • Openbare, landschappelijke elementen in het buitengebied

35

Afbeelding 4.5: Gebruik ► Ontwikkelingen binnen gemeente Montfoort

36

4.4

Gebruik

Om aantrekkelijk te blijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers is het belangrijk om voldoende ruimte te bieden aan bestaande en nieuwe activiteiten en functies. In deze laag gaan we daarom in op de gewenste ontwikkeling van de gemeente. Dit gaat over ontwikkelingen, activiteiten en functies waar we als gemeente ruimte aan willen bieden. We gaan hierbij uit van de centrale waarden en de Montfoortse schaal.

4.4.1

Wonen

We richten ons op de (boven)lokale behoefte, voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de vitaliteit en leefbaarheid van de kernen. Binnen de stedelijke contour is echter te weinig ruimte om voldoende woningen te bouwen met de kwaliteit die we willen. Deze vraag zal daarom voor een deel opgevangen moeten worden buiten de rode contouren. Als gemeente proberen we met passende woonmilieus de beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Te realiseren woonmilieus in Montfoort kenmerken zich door traditionele waarden als groen, ruimte en rust, met traditionele architectuur. In Linschoten is daarnaast ook ruimte voor wat meer op privacy-gerichte woonmilieus met modernere architectuur. De beëindiging van agrarische bedrijven en de daaraan gekoppelde doorgaande schaalvergroting is een belangrijke ontwikkeling in het buitengebied. Hierdoor is ruimte voor functieverandering die kan leiden tot een woonfunctie - al dan niet in combinatie met – passende bedrijvigheid. In het buitengebied zijn ook karakteristieke lintstructuren te vinden. Een (klein) deel van de woningvraag zou opgevangen kunnen worden door deze te intensiveren.

Met een minimale impact op het landschap kan er worden voortgeborduurd op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polderen rivierenlandschap, om zo de linten levendig te houden. We bieden kansen voor het realiseren of aanbouwen van mantelzorgwoningen bij bestaande woningen, waardoor ouderen langer zelfstandig en dicht bij hun kunnen mantelzorger wonen. In 2020 is er een onderzoek uitgevoerd naar de woon/zorg opgave in onze gemeente vanaf heden tot 2040. Door de uitkomst van dit onderzoek is er zicht gekomen op de huisvestingsopgave voor diverse zorgvragers de komende jaren. Momenteel wordt er gewerkt aan een ruimtelijke doorvertaling van deze opgaven.

Doelen: • Bouwen voor de behoefte. We willen woningen bouwen voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden, in de vrije sector maar óók sociale huur. We richten ons hierbij primair op woningen die aansluiten bij de lokale vraag, zodat doorstroming mogelijk is. Er liggen kansen voor nieuwbouw binnen de kern en aan de rand van de kern, waarbij ruimte wordt geboden voor creativiteit en nieuwe (woon) concepten. • Streven naar een groei van het aandeel sociale huurwoningen. 30% van de 430 te bouwen woningen tot 2030 worden sociale huurwoningen. Insteek is deze verspreid door de gemeente te bouwen op zowel inbreidings- als uitleglocaties’ • Verduurzaming bij woningbouwontwikkeling stimuleren. • Woonmilieus moeten het “dorpse” en groene karakter van de gemeente waarborgen. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bij deze kwaliteiten, maat en schaal passen. Hoogbouw is niet gewenst. • We willen de mogelijkheden die zich aandienen voor woningbouw actief benutten door inbreiding, transformatie of herstructurering. Hierbij werken we met een creatieve en/of projectmatige aanpak, ook voor verduurzamling. • We bieden nieuwbouwwoningen voor verschillende leeftijdsgroepen, huishoudenstypen en inkomensgroepen. Bij bouw/inbreiding/herstructurering is het belangrijk de gewenste doelgroep te bedienen.

• Eventuele uitbreiding van woonwijken laten aansluiten op de huidige (beeld)kwaliteit en waar mogelijk deze versterken. • Bij ontwikkelingen in het buitengebied de landschappelijke kwaliteiten, zoals het karakter en structuren van de linten, bewaken en waar mogelijk, versterken. Hierom willen we tussenruimtes tussen bebouwing in de linten en tussen lintbebouwing en stad/dorp handhaven; Doorzichten tussen woningen en bedrijven in het lint naar het achterland zijn belangrijk. • Bij (vervangende) nieuwbouw in het buitengebied dient de bebouwing op te gaan in het landschap en daardoor niet als storende factor te worden ervaren. Bij toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling kunnen woningen in de nabijheid van de kwaliteitswinst (slopen van schuren) een plek krijgen, mits passend in de omgeving. Eventuele nieuwe woningen mogen de omliggende bedrijven ook niet beperken in hun bedrijfsvoering. 37

Rolopvatting: • Bestaande woningvoorraad: Faciliterend • Nieuwbouw: Samenwerkend en toezichthoudend Wat willen we niet? • De mogelijke ontwikkelruimte binnen bestaand stedelijk gebied beperken. • Oplopen tekort woningen • (hoog)stedelijke nieuwbouw • Afname van de hoeveelheid groen en te weinig ruimte voor gezond leven, afname van de leefbaarheid van de kernen. • Bouwmogelijkheden binnen de historische stadstuinen en groene gebieden direct grenzend aan de binnenstad. Waar? • Uitbreidingslocaties • Binnenstedelijke herstructureringslocaties • Vrijkomende agrarische bebouwing

38

4.4.2

Bedrijvigheid

Onder bedrijvigheid verstaan we bedrijven, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Op de bedrijventerreinen van Montfoort zijn verschillende bedrijven in de maakindustrie gevestigd. Deze bedrijven maken producten met vakmanschap en vormen belangrijke (regionale) werkgevers. De afgelopen jaren wordt er steeds meer thuisgewerkt en door de coronacrisis zal dit naar verwachting sterk toenemen. Met een grotere groep mensen die thuiswerken zal de fysieke omgeving ook anders ingericht moeten worden. Vanuit de maakindustrie is er echter behoefte aan aanvullende ruimte. De huidige bedrijventerreinen groeien echter tegen de grenzen van de rode contour aan. Als gemeente willen we meegroeien met de lokale wens en zoeken we naar passende oplossingen. Daarnaast biedt het woningbouwprogramma ruimte voor alle doelgroepen, waardoor er ook meer woningen voor de lokale werknemers kunnen worden gerealiseerd. Doelen: • Ook buiten de rode contouren zoeken naar bedrijfslocaties. Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) kan hierin een rol spelen. • Beperkt uitbreiden van bedrijventerrein Heeswijk. Het huidige bedrijventerrein IJsselveld blijft echter de voornaamste vestigingslocatie in Montfoort. • Ruimte bieden aan bedrijven die naadloos aansluiten op de huidige Montfoortse industrie. Waarbij we eerst ruimte bieden aan bestaande bedrijven.

Eventuele nieuwe bedrijvigheid moet qua functie en bebouwing aansluiten bij de kleinschaligheid van de gemeente. Grootschalige logistiek en distributie is niet gewenst. • Bedrijvigheid in Linschoten op termijn anders bestemmen. Bijvoorbeeld als gemengd gebied in plaats van alleen bedrijvigheid. • Detailhandel en bedrijvigheid niet spreiden, maar clusteren. Aansluiten en concentreren op bestaande bedrijventerreinen, inspelen op lokale uitbreidingsruimte in plaats van grootschalige regionale behoefte. • Nieuwe grotere of hinderveroorzakende bedrijven binnen het stedelijke woongebied niet toestaan en bestaande waar mogelijk uitplaatsen. We dragen samen met de veiligheidsregio Utrecht zorg voor een zo veilig mogelijke woonomgeving waarin we nieuwe overlastgevende activiteiten of activiteiten met externe veiligheidsrisico’s niet toe staan in woongebieden en/of zeer kwetsbare gebouwen of vitale locaties in de buurt van risicobronnen. • Duurzame landbouw moet op het gebied van energie, klimaat, bodem en voedselproductie de mogelijkheid krijgen om te groeien. De landbouw is een belangrijke drager van het landelijk gebied en een sterke sector die ruimte moet krijgen voor ontwikkeling.

•

•

Nevenactiviteiten stimuleren. We willen bedrijven stimuleren om meer in te spelen op de bestaande lokale identiteiten, kwaliteiten van de gemeente en de regionale vraag naar hoogwaardige streekproducten of een (nog) grotere rol te vervullen als ecologisch landschapsbeheerder. Eventuele nieuwe voorzieningen moeten echter geen beperkingen opleveren voor huidige landbouwactiviteiten. Ondernemers stimuleren om bedrijfsterreinen en individuele bedrijven te verduurzamen. We willen ondernemers ondersteunen bij vragen rondom verduurzaming en mogelijke subsidiëringen.

Rolopvatting: • Uitbreiding/herstructurering bedrijfslocaties: netwerkend • Verduurzaming: Faciliterend en samenwerkend

Faciliterend

en

Wat willen we niet? • Toename areaal overlast gevende industrie – zwaar verkeer/hoge milieucategorie. • Het gebruiken van eventuele toekomstige bedrijventerreinen voor grootschalige logistiek/distributie. • Veroudering / verloedering van (oudere) bedrijventerreinen. • Dat omliggende bedrijven door functieverandering (VAB) in hun bedrijfsvoering worden beperkt. • Ontwikkeling nieuwe industriële bedrijvigheid in de historische linten. • Afname van m2 groen (bijvoorbeeld door herstructurering) • Nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in de Hollandsche IJsselzone. Bij bedrijventerrein Heeswijk is beperkte uitbreiding mogelijk. Waar? • Bestaande en toekomstige bedrijventerreinen

4.4.3

Voorzieningen

Montfoort en Linschoten hebben beide een historische kern die aantrekkelijk is voor bezoekers en inwoners. We willen ons op het gebied van voorzieningen richten op het (nog) meer clusteren en meer een vermenging te creëren tussen de horeca en retail. Doelen: • Verbeteren van de sportvoorzieningen. Linschoten heeft behoefte aan een vernieuwd sportpark waar slimmer gebruik wordt gemaakt van de ruimte door meer samenwerking tussen de verenigingen en slimmer gebruik van de ruimte. Ook willen we de ruimte bieden bieden om de openbare ruimte meer in te richten voor sportactiviteiten. Door de sportvoorzieningen te verbeteren willen we inzetten op het verbeteren van de gezondheid van onze inwoners. • Verbeteren van het verblijfsklimaat van de dorpscentra. Hierbij richten we ons onder andere richten op vergroening van de openbare ruimte en de mogelijkheid tot ontmoeten. • Streven naar een compact en aaneengesloten winkelgebied. • Het winkelaanbod en de belevingswaarde van de binnenstad verbeteren. Om een levendige winkelstraat te behouden willen we ons aanpassen op de landelijke trends. Rolopvatting: • Centrumfuncties: Samenwerkend en netwerkend • Verbeteren sportvoorzieningen: Initiërend en presterend Wat willen we niet? • Spreiding van detailhandel-functies buiten de wijk- en dorpscentra. Waar? • Centrumgebieden • Bestaande sportvoorzieningen en openbare ruimtes

39

4.4.4

Recreatie en toerisme

Rolopvatting: • Recreatie: Faciliterend, netwerkend en samenwerkend

Toerisme en recreatie zijn belangrijke pijlers. Hierin wordt prioriteit gelegd bij het versterken van de recreatieve- en verblijfsfunctie. De gemeente moet aantrekkelijker worden voor toeristen. We richten ons dan ook op verbetering van de mogelijkheden voor kleinschalige dagrecreatie. We zien ook graag meer recreatief medegebruik (in kwantiteit en kwaliteit) zolang dit past binnen de landschappelijke randvoorwaarden.

40

Belangrijkste opgaven/uitgangspunten: • Voldoende ruimte voor recreatie en groen behouden, waarbij we inzetten op dagrecreatie, structuur én vermarkting. De gezamenlijke ambitie is samenwerken, lokaal én regionaal en inzetten op wandelen, fietsen, varen én cultuur. Ook moeten agrariërs meer in staat gesteld worden om kleinschalige recreatieve activiteiten te organiseren. • De wandel- en fietsroutes in de gemeente verbeteren en de kanoroutes in stand houden. Dit geldt voornamelijk langs de Hollandsche IJssel. Het geplande fietspad van Leidsche Rijn naar de Mastwijkerdijk vormt hierin al een verbetering. In de toekomst willen we verder inzetten op betere wandelen fietsroutes die aansluiten op de kernen. • De bijzondere culturele (historische) voorzieningen van onze gemeente behouden. Hierbij zien we kansen om ruimte te bieden voor meer evenementen. • Beter faciliteren van (recreatieve) vaarroutes en uitbreiding aanlegplaatsen in de kernen. De GHIJ vormt een belangrijke vaarweg binnen onze gemeente. Watergebonden voorzieningen kunnen worden gecombineerd met andere voorzieningen zoals horeca. • Het gebied langs de IJssel ontwikkelen tot een hoogwaardig landschappelijk en recreatief gebied. Er liggen langs de IJssel goede kansen om recreanten vanuit stedelijk gebied te ontvangen.

• Voor het Landgoed Linschoten en het gebied ten zuiden van Willeskop streven naar een extensief recreatief, landschappelijk en natuurlijk park. Deze gebieden vormen hoogwaardige natuurgebieden. Vanaf Landgoed Linschoten wordt een recreatieve verbinding gelegd via Willeskop naar de Lek. De agrarische delen van het landgoed blijven behouden als waardevol landschap, daar is een parkfunctie niet gewenst. • In de historische kernen en het landelijke gebied meer inspelen op de kwaliteiten van het landschap en de kernen. In de historische kernen en het landelijke gebied is ruimte voor de groei van verblijfslocaties.

Wat willen we niet? • Grootschalige recreatieparken. We zetten in op rustige, extensieve recreatie. Waar? • Wandel- en fietsroutes • Langs de IJssel • Historische kernen en het landelijk gebied

4.4.5

Energie en grondstoffen

De gemeente Montfoort volgt de ambitie van het Rijk en wil in 2050 een energieen klimaatneutrale gemeente zijn. Met het voorziene elektriciteit in 2030 en de voorziene toenamen van het elektriciteit gebruikt naar 2050 vinden we het belangrijk om, conform het Klimaatakkoord, tot 2030 een eerste stap te zetten in de opwek van hernieuwbare elektriciteit zodat we in 2050 daadwerkelijk alle elektriciteit duurzaam opwekken. Tot 2030 zien we hiervoor voornamelijk mogelijkheden in zonne-energie. Daarom willen we in 2030 voor 50% van onze eigen energiebehoefte duurzaam opwekken. We zoeken daarbij zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden met marktpartijen, (lokale) organisaties en andere overheden. Doelen: • Een afvalloze samenleving, circulaire economie en het gebruik van grondstoffen reduceren of hergebruiken. Een afvalloze samenleving en circulaire economie is het ultieme doel maar er wordt in ieder geval gestreefd naar een duurzaam afvalbeheer. Duurzaam en circulair bouwen kan hieraan bijdragen. Ook het optimaal (her)gebruiken en behouden van reeds beschikbare materialen en producten hoort hierbij. De gemeente zet hierom in op bewustwording.

Met een wijkgerichte benadering, campagnes in de media en afvalcoaches als mogelijke instrumenten willen we de verspilling van voedsel en het gebruik van verpakkingsmaterialen terug dringen en zorgen dat er niet overbodig geconsumeerd en geproduceerd wordt.

•

•

•

•

Stimuleren van kleinschalige duurzame energie opwekking. Hierbij valt te denken aan (particuliere) initiatieven voor zon op dak, kleine windmolens, energiebesparing, hernieuwbare warmte en energiezuinig bouwen. De woningvoorraad is in 2050 energieneutraal. Hierbij hebben we voorkeur voor de keuzes die ook het elektriciteitsverbruik zo laag mogelijk houden en piekbelasting voorkomen. De verdere uitwerking van dit doel vindt plaats in de 'Transitievisie Warmte'. Duurzame bedrijvigheid en duurzaam bouwen stimuleren. We willen het energieverbruik reduceren, bijvoorbeeld door gebruik te maken van energiezuinige apparaten. Ook bijvoorbeeld waterbesparend bouwen draagt hier aan bij. We onderzoeken de mogelijkheden wat betreft (grootschalige) hernieuwbare warmtebronnen en opwekking van duurzame energie. Zie hiervoor ook het kader hiernaast. Combinatie met andere functies of onbenutte gronden zijn hierin kansrijk. Een mooi voorbeeld hiervan is 'Energietuin Mastwijk' waar op de voormalige vuilstort de aanleg van een groot zonnepark wordt onderzocht. Bij initiatieven voor grootschalige energieopwekking vinden we maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak van groot belang. We streven ernaar dat vijftig procent van een energieproject in lokaal eigendom (bijvoorbeeld coöperatief) komt. We willen dat iedereen de mogelijkheid heeft om daarin mee te doen, ongeacht financiële draagkracht.

Toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit Het toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit is 25 oktober 2021 met enkele amendementen vastgesteld. In het toets- en afwegingskader wordt vastgelegd onder welke voorwaarden grootschalige duurzame energieprojecten worden toegestaan. Deze voorwaarden kunnen ruimtelijk, technisch of financieel zijn, maar gaan ook over wat de gemeente maatschappelijk acceptabel vindt. Het toets- en afwegingskader wordt gebruikt om aanvragen van ontwikkelaars te beoordelen. Er is besloten dat voor grootschalige windturbines geen ruimte is in de gemeente. De plaatsing van grootschalige zonnevelden is enkel in de 'snelwegzone' afweegbaar.

Rolopvatting: • Energieopwekking: Samenwerkend en kaderstellend • Grondstoffen: Samenwerkend en netwerkend Wat willen we niet? • Energieopwekking nabij of in natuur- en weidevogelgebieden Waar? • Zoekgebieden energieopwekking • Nieuwe en bestaande bedrijventerreinen en woonwijken.

41

Afbeelding 4.6: Omgeving ► Omgevingsaspecten binnen gemeente Montfoort

42

4.5

Omgeving

Naast dat we kwalitatieve kaders stellen, pragmatische afwegingen maken vanuit de netwerken en ruimte bieden aan gewenste ontwikkelingen stellen we in deze laatste laag ook grenzen aan deze gewenste ontwikkelingen. We willen namelijk een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor onze inwoners garanderen. Hierbij is het belangrijk aandacht te hebben voor de huidige milieukwaliteit en waar mogelijk te sturen op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid.

4.5.1

Bewegen, zorg en welzijn

De focus op (positieve) gezondheid is een relevante ontwikkeling. Een gezondere levensstijl wordt steeds belangrijker onder inwoners, men wil meer gaan bewegen, gezonder leven en in een gezonde omgeving wonen. Onze ambitie is dat inwoners van Montfoort zich gezond voelen, veerkrachtig zijn en het vermogen hebben zich aan te passen en de eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. De komende jaren willen we verder onderzoeken hoe we met de inrichting van de fysieke leefomgeving bijdragen aan oplossingen voor bijvoorbeeld zorgbehoevende ouderen, vereenzaming, jeugdproblematiek, overmatig drugs- en drankgebruik en overgewicht. De leefomgeving 'beweegvriendelijk' maken is hier een belangrijk onderdeel van. Doelen: • Behouden en verbeteren van de goede gezondheidssituatie van inwoners. We willen hiervoor onder andere het alcohol- en drugsgebruik actief tegengaan en voorkomen en faciliteiten van de sportverenigingen in combinatie met andere gezondheidsvoorzieningen blijven ontwikkelen. Daarnaast willen we overgewicht bestrijden door burgers bewust te maken van het belang van gezonde voeding en beweging, zoals door het stimuleren van het fietsgebruik. Het inrichten van de openbare ruimte met voldoende groen en ruimte voor ontmoeting behoort ook tot dit doel, evenals het bewaken van een goede luchtkwaliteit.

• Voldoende groen en ruimte voor ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte. We denken hierbij onder andere aan beleefbaar groen, betere en meer wandelpaden en voorzieningen als meer bankjes in de openbare ruimte. We streven naar het aanbieden van voldoende uitdagende en veilige speelvoorzieningen voor kinderen en het stimuleren van buiten bewegen voor ouderen. Maar ook het verbeteren van wandelpaden, het beleefbaar maken van groen en het voorzien in voldoende bankjes in de openbare ruimte.

• • • • •

•

• •

•

Er is passend en inclusief beweegaanbod in onze gemeente. Er wordt bewogen in een veilige en uitdagende sportomgeving. Het beweegaanbod is gemakkelijk vindbaar en toegankelijk voor iedereen. Een positieve en gezonde omgeving om in te bewegen Tegengaan eenzaamheid bij zwakkere groepen in de samenleving en het weerbaar maken en bevorderen van de psychische gezondheid van jongeren, volwassenen en senioren. Mogelijk maken om ouderen zo lang mogelijk veilig thuis te laten wonen, zodat verzorgingstehuizen niet overvol raken. Hiervoor willen we inzetten op het preventief aanpassen van de woning voor mensen die langer thuis blijven wonen. Aandachtspunt hierbij is het beperken van (brand) veiligheidsrisico's. Voldoende zorgpunten en voldoende aanbod verpleeghuiszorg realiseren en het clusteren van zorg- en welzijnvoorzieningen. Op basis van de opgave zorgen voor voldoende woonopties voor de verschillende zorgdoelgroepen, waarbij het uitgangspunt is om te spreiden over de kernen en in te spelen op de wensen van de betreffende doelgroep als het gaat om locatiekenmerken. Per initiatief kijken naar locatiespecifieke huisvestingsmogelijkheden. Naast de ouderenzorg zijn er ook andere doelgroepen die een ruimtevraag hebben. Dit vraagt per doelgroep om maatwerk.

Rolopvatting: • Voldoende zorg- en huisvestingsmogelijkheden: Regie houdend, kaderstellend • Verbeteren gezondheidssituatie: Samenwerkend, faciliterend en verbindend Wat willen we niet? • Achteruitgang van de gezondheidssituatie van inwoners op alle mogelijke facetten • Afname zorgpunten en -voorzieningen Waar? • Gehele grondgebied gemeente Montfoort

43

4.5.2

Veiligheid en sociale samenhang

We staan voor een veilige, leefbare en gezonde samenleving, voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In Montfoort moet iedereen in een veilige omgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Veilig leven in Montfoort vergt een verantwoordelijkheidsgevoel van ons allemaal. Inwoners, gemeente, ondernemers, politie en het maatschappelijk middenveld werken daarom continu samen om de subjectieve en objectieve veiligheid in Montfoort te verbeteren. Veiligheid moet eigenlijk gezien worden als een satépen door alles heen. Bij elke beleidsontwikkeling zou standaard de vraag gesteld moeten worden wat een en ander betekent voor de fysieke-, de sociale- en zeker de digitale veiligheid. Doelen: • Het accent ligt op preventie: voorkomen is beter dan genezen. • Verhoging van de mate van toezicht en handhaving. We willen een betrouwbare, dienstbare, bereikbare en laagdrempelige overheid zijn. • Zero tolerance ten aanzien van ondermijnende criminaliteit. We pakken risicolocaties, waaronder het buitengebied, aan en zetten actief in op het tegengaan van drugs- en alcoholgebruik onder jongeren. • De fysieke leefomgeving zo in richten dat deze ook een veilige leefomgeving garandeert. Veiligheid moet al een een vroeg stadium worden meegewogen als thema in de fysieke leefomgeving.

Dit houdt bijvoorbeeld in dat hinderveroorzakende of externe veiligheidsrisico's veroorzakende bedrijven niet worden toegestaan in woongebieden en/of nabij zeer kwetsbare gebouwen. • De sterke sociale structuren behouden. Ook als er in de toekomst meer bezoekers naar de gemeente trekken. We willen conflictsituaties voorkomen door de openbare ruimte, verkeerssituaties en parkeermogelijkheden goed op elkaar af te stemmen. We koesteren de vrijwilligers die zich inzetten voor de sociale cohesie in de wijken. • Burgers betrekken bij de aanpak van veiligheidsproblemen om de veiligheid te verbeteren. Een actieve bijdrage van inwoners, ondernemers, scholen etc. wordt verwacht om de veiligheid en zelfredzaamheid te vergroten. • Wijk- en buur(t) activiteiten stimuleren. Deze activiteiten vergroten de sociale samenhang in een buurt of wijk. Dat zijn zowel gezelligheidsactiviteiten als activiteiten waarbij de inwoners hun eigen talent gebruiken om elkaar te helpen. Initiatieven van inwoners die daaraan bijdragen stimuleren we. 44

Rolopvatting: • Toezicht en handhaving: Kaderstellend en verantwoordelijk • Sociale samenhang: samenwerkend en verbindend Wat willen we niet? • Toename van criminaliteitscijfers, meldingen van overlast en het onveiligheidsgevoel. Waar? • Gehele grondgebied gemeente Montfoort

4.5.3

Milieu

Wij vinden een goed milieu een wezenlijk onderdeel van een goede fysieke leefomgeving. Daarom hechten wij grote waarde aan een goede bodemkwaliteit, weinig geluidhinder, een goede luchtkwaliteit, weinig geurhinder, een hoge externe veiligheid en weinig lichthinder. Dit komt ook de woonkwaliteit en de recreatie ten goede. In de koers voor de deelgebieden wordt de afwegingsruimte voor de verschillende milieuaspecten nader beschreven. Hierbij maken wij het voorbehoud dat nog niet voor ieder milieuaspect een (volledige) afweging is gemaakt. De lokale afwegingsruimte zal de komende jaren verder worden ingevuld. In de kaart met omgevingsaspecten (afbeelding 4.6) geven we - op hoofdlijnen - een overzicht van mogelijke beperkingen voor ontwikkelingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om geluidcontouren, hoogspanningsnetwerken en bedrijven met bepaalde risico's. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen en transformatie van, of menging nabij, deze beperkingen kunnen ervoor zorgen dat de grenzen worden opgezocht wat betreft milieunormen. Ook liggen er binnen de gemeente belangrijke transport- en hoofdleidingen. Eenmaal in de grond is het uit oogpunt van maatschappelijke kosten gewenst dat leidingen zo lang mogelijk ongestoord kunnen blijven liggen. Daarvoor is het voor de grote doorgaande transportleidingen van belang dat daar in de ruimtelijke planvorming rekening mee gehouden wordt.

Doelen: • We streven naar een goed woon- en leefklimaat op de verschillende milieuaspecten. Aangezien de wisselwerking tussen de functionele indeling van een gebied en de kaderstelling van deze milieuthema’s duidelijk van invloed is op de ambities die we stellen, gebruiken we hiervoor een gebiedsgerichte benadering. We stellen in elk gebied per milieuthema onze ambitie vast – gaan we voor de standaard normstelling of voor een hogere of lagere (wettelijke) normstelling. • We streven naar een verbetering van de luchtkwaliteit. Te denken valt aan maatregelen die bijdragen aan schoner vervoer en minder uitstoot. Deze ambitie zal de komende jaren nader worden uitgewerkt. Rolopvatting: • Milieunormen en ambities: Kaderstellend • Beheer en bescherming: Kaderstellend en verantwoordelijk Wat willen we niet? • Verslechtering van de huidige milieukwaliteit van de bodem, water en lucht. • Toename van overlast door geluid, geur en luchtkwaliteit. Waar? • Per deelgebied. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.

Impact Corona Ondanks de huidige crisis, blijft de verwachting dat ons gezondheidsnivieau en levensverwachting op de lange termijn verder toe zal nemen. Een crisis zorgt over het algemeen namelijk niet voor volstrekt nieuwe trends en ontwikkelingen, maar versterkt en versnelt onderliggende reeds in gang gezette ontwikkelingen. Het versterkt bijvoorbeeld de kloof tussen mensen met een goede en minder goede gezondheid, verschillen tussen mensen met een hoog en laag besteedbaar inkomen. Ook heeft het geleid tot een herwaardering van tuinen en balkonnen, het openbaar groen in de wijk en parken en natuur- en recreatiegebieden in de directe nabijheid van de woonomgeving. Ondanks de verwachting dat meer thuiswerken voor kantoorbanen (deels) blijvend wordt, is dit waarschijnlijk te beperkt voor een significante reductie van de luchtvervuiling door verkeer. Een bijkomend voordeel van het thuiswerken is wel een toename van het onderling contact in de buurt en een toename van sociale controle. Een ander mogelijk effect van de verruimde thuiswerkmogelijkheden is dat woon-werkafstanden (en reistijden) voor hogeropgeleide werknemers groter worden. Hierdoor is het mogelijk dat de woningdruk minder geconcentreerd wordt en de vraag enigzins verschuift van meer compacte stedelijke omgevingen naar ruimere landelijkere omgevingen.

Dat wil zeggen dat de vraag en bijbehorende stijgende zich nog meer uitspreiden over de landelijkere gemeenten, zoals ook Montfoort. We zien ook een versnelling in de verschuiving van fysiek versus digitaal winkelen, waarvan het op dit moment onduidelijk is of winkelen nog op hetzelfde niveau komt in termen van uitgaven en bezoekers en dus draagkracht van detailhandelclusters. De pakketbezorging zal naar verwachting blijven toenemen. De directe impact op de (maak)industrie is vooralsnog beperkt. Een eventuele zware economische recessie als gevolg van stijgende rentes en/of hoge inflatie kan uiteraard wel grote negatieve impact hebben op diverse economische sectoren en de woningbouwmarkt. Vooralsnog lijkt dit echter niet aan de orde. De verwachting is dat de impact op (de vraag naar) de horecasector als geheel van korte duur is. De verwachting is dat bezoek en uitgaven komende jaren weer snel richting het oude niveau gaan, zodra de laatste beperkingen worden opgeheven. De korte termijn effecten van corona op de toeristische sector zijn groot. Internationale reizen zijn sterk afgenomen. Daar tegenover staat dat verblijf in eigen land hoger lag dan normaal. Hoe dit zich verder zal ontwikkelen op korte termijn zal grotendeels afhangen van het verloop van het virus en bijbehorende reisbeperkingen en economische impact.

Voor recreatie zien we momenteel een sterke toename van activiteiten in de openbare ruimte en natuur- en recreatiegebieden. De nabijheid hiervan ten opzichte van de woonomgeving is belangrijker geworden. Ook voor evenementen zijn de korte termijn effecten desastreus. De lange termijn effecten zijn momenteel nog lastig in te schatten. 45

4.6 Visie op hoofdlijnen In de voorgaande hoofdstukken zijn de onderdelen van de omgevingsvisie opgebouwd. In deze paragraaf sommen we de visie op hoofdlijnen, oftewel onze richtinggevende ambities, samen en vertalen dit ruimtelijk naar de visiekaart. We hebben vitale kernen gelegen in een prachtig landschap, maar niets doen is geen optie. Het behouden van wat we hebben is hard werken. Er komen namelijk diverse uitdagingen op de gemeente af. Van grote ruimtelijke vraagstukken, zoals opgaven op het gebied van woningbouw en energietransitie, sociale vraagstukken omtrent bijvoorbeeld vergrijzing en grote zorgopgaven en bredere maatschappelijke opgaven zoals een veranderd klimaat en gevolgen van nieuwe technologische mogelijkheden. Het toekomstbestendig maken van de gemeente in zowel de manier van werken, de grote ruimtelijke, sociale en bredere maatschappelijke veranderingen staat dan ook centraal in deze omgevingsvisie. Oftewel, we werken aan: "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap" Toekomstbestendigheid, vitaliteit en een waardevol landschap begint bij de geschiedenis. Bij wat we door de eeuwen heen hebben opgebouwd met elkaar. Het beschermen en behouden van wat onze gemeente uniek maakt, onze onderscheidende kernkwaliteiten, is dan ook een belangrijke ambitie.

Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kwaliteiten in de ondergrond, natuurgebieden en landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Ook het waarborgen dat een ieder deel kan nemen aan de samenleving, het versterken van de sociale cohesie en eisen stellen op het gebied van gezondheid en veiligheid hoort hier bij.

46

We integreren in deze omgevingsvisie diverse maatschappelijke opgaven. Soms zitten daar tegengestelde belangen in. Daarom stellen we, waar nodig, nu al per gebied bepaalde prioriteiten. Zo geven we bijvoorbeeld aan waar wij ruimte voor woningbouw, duurzame energie en transformatie of uitbreiding van bedrijvigheid zien. Daarnaast geven we aan waar we inzetten op verbetering van veiligheid voor fietsverbindingen, groen willen inzetten voor verbetering leefbaarheid en klimaatadaptatie en waar wij kansen zien voor nieuwe verbindingen. Veel van deze gebieden zijn nu nog 'zoekgebieden' dat wil zeggen dat we hier omtrent nog een nadere uitwerking en afweging maken. Dit doen we in overleg met lokale belanghebbenden. Naast eventuele initiatiefnemers, eigenaren en mede-overheden gaat dat uiteraard ook om omwonenden. Een voorbeeld betreft de aanduiding omtrent de zoekgebieden voor woningbouw. Samen met eigenaren, omwonenden en mede-overheden zullen de locaties komende periode nader worden uitgewerkt. Deze visie is een belangrijke, doch eerste, stap in de beleidscyclus van de toekomstige Omgevingswet. Het bevat de hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving, maar is bovenal een uitnodiging aan de samenleving tot deelname aan het realiseren van onze gezamenlijke doelen en wensen.

We nodigen een ieder dan ook van harte uit om met voorstellen te komen hoe zij aan deze visie invulling willen geven. Zoals we uit de diverse omgevingsvisiegesprekken hebben opgehaald: “We nemen de tijd voor elkaars belangen en maken keuzes waar nodig.”

In de omgevingsvisiekaart op de volgende pagina is de ruimtelijke vertaling van de diverse thematische uitgangspunten uit hoofdstuk 4 samengevat. ►

►

47 Afbeelding 4.7 Combinatie - Visiekaart

48

5. Gebiedsprioriteiten Aan de hand van de aanwezige en gewenste structuren en ontwikkelingen beschrijven we in dit hoofdstuk de koers voor de specifieke deelgebieden. We onderscheiden hierbij acht deelgebieden, ieder met een eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichtingen. In de deelgebieden spelen verschillende opgaven. In de volgende paragrafen geven we aan wat het gewenste karakter is van de specifieke deelgebieden. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op de resultaten van de verdiepingssessies, raadsavonden en besprekingen tijdens de tweede week van de omgevingsvisie. We zetten in op initiatieven die passen bij de koers per deelgebied. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid.

Toelichting deelgebieden Woonwijken De beide kernen van de gemeente hebben een eigen karakter en trekken verschillende doelgroepen aan. Er is een lokale behoefte en een grote regionale druk op de woningmarkt. Om de kernen levendig en vitaal te houden is ontwikkeling van beide kernen van belang. Ruimte bieden aan nieuwe instroom en ruimte bieden aan de woonwensen van onze inwoners bevordert de vitaliteit van de kernen en heeft een gunstig effect op het draagvlak voor voorzieningen. In de deelgebieden maken we onderscheid tussen de woonwijken van Montfoort en die van Linschoten. Binnen de woonwijken vallen ook alle openbare voorzieningen, zoals winkels, horeca, sportclubs en openbaar groen. Centra/kernen Beide kernen, Montfoort en Linschoten, ademen historie. Montfoort en Linschoten hebben beide een historische kern die aantrekkelijk is voor bezoekers en inwoners. Hierdoor zijn er verschillende winkels en horeca gelegenheden gevestigd in het centrum. In de deelgebieden maken we onderscheid tussen de kern Montfoort en de kern Linschoten. IJsselzone Hiermee bedoelen we De Hollandsche IJssel, de linten nabij de IJssel (Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk, Mastwijkerdijk, Heeswijk, IJsselveld en Waardsedijk) en de directe omgeving hiervan.

Dit vormt een gebied waar wonen, werken, recreatie, groen en water centraal staan, als de aantrekkelijke groenblauwe ader door het open landschap.

Veenweidelinten De verschillende veenweidelinten die door ons buitengebied lopen vormen een deelgebied waar wonen, landbouw en recreatie centraal staan. Onder de veenweidelinten verstaan we de Cattenbroekerdijk en het lint bij Blokland. Landgoed Linschoten Het Landgoed Linschoten met het bijzondere park, waterlopen, monumentale boerderijen en bossen is een van onze cultuurhistorische en recreatieve parels. Tevens is het landgoed ook de beheerder van een deel van het open landschap in de noordwest hoek van onze gemeente. Buitengebied In het deelgebied 'buitengebied' spelen de (toekomstige) rol van de landbouw en de komst van duurzame energiebronnen. Een groot oppervlak van onze gemeente bestaat uit landbouwgronden, met name voor melkveehouderijen. Daarnaast behoren de M.A. Reinaldaweg eb de Engherzandweg binnen dit deelgebied. Bedrijventerreinen Op de bedrijventerreinen van Montfoort zijn verschillende bedrijven in de maakindustrie gevestigd. De bedrijven maken producten met vakmanschap en zijn belangrijke regionale werkgevers. 49

Uitleg 'spinnenwebben' Zoals hiervoor al aangegeven gaan we per deelgebied in op het gewenste karakter, en dus de gewenste functies per gebied. Dat doen we met een webdiagram. De thema's die het belangrijkst voor de toekomst zijn, scoren in het diagram het hoogste en staan dus verder naar buiten op het diagram. De scores zijn gebaseerd op de resultaten van de inwonersenquête. Water en klimaat Inspelen op klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress is van groot belang. Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op klimaatadaptatie, waterkwaliteit en veiligheid. Gezondheid en veiligheid Deze opgave houdt in dat we hier gezond en veilig kunnen wonen, verblijven of recreëren. De gezonde, veilige, aantrekkelijke en multifunctionele fysieke leefomgeving draagt bij aan de leefkwaliteit en nodigt uit tot bewegen, ontmoeten en meedoen. Wonen Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op het creëren en behouden van een aantrekkelijke woonomgeving. De woningvoorraad en de huisvestingsopgave staat dan centraal. Landschap en cultuurhistorie Wanneer dit thema op maximaal staat in een deelgebied, is het versterken en bewaken van erfgoedwaarden, cultuurvoorzieningen en het onderscheidende landschap van maximaal belang.

Voorzieningen Wanneer deze opgave in een deelgebied op maximaal staat, zijn hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen met betrekking tot zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport van maximaal belang. Duurzame energie en grondstoffen Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we de energievraag centraal. We zetten hier maximaal in op het verduurzamen van de leefomgeving en het opwekken van duurzame energie in de vorm van warmte of zonne-energie.

50

Mobiliteit Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op de bereikbaarheid binnen dit deelgebied en naar de andere deelgebieden toe. Bedrijvigheid Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is de economische vitaliteit in de vorm van industrie, landbouw, handel, logistiek, retail en/of horeca van maximaal belang. Recreatie en toerisme Wanneer deze opgave op maximaal staat willen we hier meer inzetten op het uitbouwen van recreatieve en toeristische mogelijkheden. Hierbij maken we gebruik van wat we als gemeente al in huis hebben en bouwen dit verder uit. Natuur, groen en openbare ruimte Wanneer dit thema op maximaal staat, is de kwaliteit van de natuur en de groenvoorzieningen van maximaal belang. Het groen staat hier centraal, zowel in het buitengebied als binnenstedelijk, evenals de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte.

Uitleg 'mengpanelen' De gezondheid van onze inwoners wordt deels beïnvloed door factoren in de fysieke leefomgeving. Met omgevingsbeleid kunnen wij sturen op het minimaliseren van de negatieve factoren en het verbeteren van ruimtelijke factoren die de gezondheid bevorderen. De (klassieke) milieuthema's zijn luchtkwaliteit, lichtuitstoot, geur, geluidsoverlast, trillingen en bodem- en watervervuiling. Het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven kan bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk wegen we per deelgebied de milieuthema's af tegen de ontwikkelingen die we zien in het deelgebied. Hier komt vervolgens een bepaalde ambitie uit, die uiteindelijk in het omgevingsplan wordt vertaald in een norm. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we dus voor een lage milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de vereiste normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien echter wel ruimte om op bepaalde in de gemeente hogere normen te stellen, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verbeteren of juist op onderdelen de grens op te zoeken om ontwikkelingen mogelijk te maken.

HOGERE AMBITIE

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

WETTELIJKE ONDERGRENS

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

...

In veel gevallen zal het ambitieniveau gelijk zijn aan het huidige kwaliteitsniveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Maar door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we de leefomgeving gezonder en veerkrachtiger maken. Hier zullen we dan een hoger kwaliteitsniveau hanteren. Aandachtspunt hierbij is wel dat bijvoorbeeld energietransitie ook negatieve effecten kan hebben op de veiligheid en op milieuaspecten, bijvoorbeeld geluidsoverlast van warmtepompen. Ook bestaat er een nuancering per deelgebied. Het kan bijvoorbeeld voor komen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. Het kwaliteitsniveau biedt een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. De uiteindelijke, verplichte normen worden opgenomen in het omgevingsplan.

51

Woonwijken Montfoort Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten

Zowel Linschoten als Montfoort bieden een aantrekkelijk woonplek voor leefstijlen die in landelijke kernen willen wonen, op korte afstand van het stedelijk gebied: jong en oud, rijk en arm. Door het vele groen in en rond de stad kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. Daarnaast bestaat er een traditionele lokale samenhang en een rijk verenigingsleven. Richting de toekomst zetten we in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.

Netwerk

De bereikbaarheid en ontsluiting van de woonwijken moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. Bij ontwikkelingen in het wegennet staat verkeersveiligheid voorop. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Montfoort heeft van oudsher een sterke binding met Utrecht. Dat heeft ondermeer geleid tot een openbaar vervoerverbinding met Utrecht. In andere richtingen is de verbinding met het openbaar vervoer minder. De komende jaren willen we, samen met andere gemeenten in de regio, nadenken over een verbeterde ontsluiting, zodat het aantrekkelijker wordt om het openbaar vervoer te gebruiken. Ook willen we inzetten op het verbeteren van (snel)fietsverbindingen. In de woonwijken van Montfoort speelt evenals in Linschoten de wens om de woonwijken te vergroenen. Er dienen meer speelvoorzieningen te komen. Hierbij gaat leefbaarheid boven auto's in de wijk. We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet evenredig laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden.

52

Gebruik

We willen bouwen aan toekomstbestendige kernen. Dit zijn kernen waar we voorsorteren op de grote opgaven van deze tijd, zoals de verduurzaming en een gezonde leefomgeving. We willen rekening houden met mensen die afhankelijk zijn van nabijheid van voorzieningen. De noodzaak van nieuwe woningen is hoog. Dit vraagt om het actief benutten van de (schaarse) mogelijkheden die zich aandienen door inbreiding, transformatie of herstructurering. De woningnood moet echter niet ten koste gaan van het groen, bereikbaarheid en veiligheid. De balans tussen verschillende belangen is belangrijk en dient hand in hand te gaan. De woonwijken willen we toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig) maken. We zetten in op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud in een wijkgerichte aanpak. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat we alleen ruimte bieden aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Ook voor bedrijvigheid is geen ruimte, tenzij kleinschalig ‘aan huis’ en het geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. We streven naar woonwijken met voldoende rust en ruimte, dus is er geen ruimte voor bijvoorbeeld hoge windmolens of te drukke wegen.

De openbare ruimte moet schoon en veilig zijn, en uitnodigen om kinderen buiten te laten spelen en mensen elkaar te laten ontmoeten. Te realiseren woonmilieus in Montfoort kenmerken zich door traditionele waarden als groen, ruimte en rust, met traditionele architectuur. We streven binnen deze kaders wel naar diversiteit binnen woonwijken, met ruimte voor verschillende woonstijlen en doelgroepen. Met name in de kern Montfoort zijn er veel wijken uit de jaren ’60 en ’70. Deze woningen zijn nu rond vijftig jaar oud. Doorgaans is dit een indicatie van verminderde kwaliteit waarbij binnen afzienbare tijd een renovatiemoment aan de orde is, waarbij verduurzaming meegenomen kan worden. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor primair bij de eigenaren van woningen. Zij moeten dan wel informatie hebben over de noodzaak en mogelijkheden van energetische verbeteringen. Woningcorporaties hebben tevens een grote rol wat betreft onderhoud en verduurzaming. We streven naar een energieneutrale woningvoorraad in 2050. We willen dan ook samen met de inwoners inzetten op de verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Hetzelfde geldt voor het klimaatadaptief inrichten van (particuliere) percelen. Voor de woonwijken geldt over het algemeen een regulier niveau van welstand.

Voor de wijk Hofdijk/Doeldijk, de wijk Tabakshof Oost, de wijk Hofland Oost en het Stadspark geldt qua welstandsniveau een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota.

53

54

Idee vanuit participatie: Klimaatadaptieve percelen

Omgeving

Woonwijken mogen geen druk gebied zijn, zoals het centrum. Om een rustig hoogkwalitatief woonmilieu te garanderen worden voor lucht, geluid, trillingen en geur een hoge milieukwaliteit nagestreefd. Door de wijken willen we ook zo min mogelijk zwaar verkeer hebben dat de externe veiligheid kan verminderen en zijn nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's ongewenst. De woonwijken vormen een groot deelgebied. Voor sommige wijken geldt dat ze dichtbij (provinciale) wegen of bedrijventerreinen liggen, hier wordt het behalen van de lucht- en geluidsnorm een uitdaging. Bij nieuwe ontwikkeling wordt daarom goed gekeken naar de ligging en gezocht naar mogelijkheden om een zo hoog mogelijke omgevingskwaliteit te behalen. Nuancering is ook op andere aspecten denkbaar. Op plaatsen met een concentratie van kwetsbare inwoners, zoals nabij verzorgingstehuizen is de ambitie op het gebied van bijvoorbeeld externe veiligheid het hoogst. Hier wordt per ontwikkeling invulling aan gegeven. Hier wordt in het algemeen ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem die hoort bij de functie wonen. Op gevoelige functies binnen woonwijken, zoals kinderspeelplaatsen, streeft de gemeente dan een hogere bodemkwaliteit na. HOGERE AMBITIE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=da0e75c1-ad73-454e-b740-7db85b7b21bb