09 21086-512_Ruimtelijke onderbouwing_24-01-2024
Tekst van het document
21086 Nieuwbouw bedrijfshal Achthoven-Oost 13 te Montfoort Datum: 03-06-2022
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Wijziging A: 13-10-2022 Wijziging B: 28-11-2022, Ecologie, Lucht, Economische uitvoerbaarheid en Maatschappelijke uitvoerbaarheid. Wijziging C: 06-12-2022, Bijlagen, Inleiding en Maatschappelijke uitvoerbaarheid. Wijziging D: 06-02-2023, Ecologie, M.E.R., Bodem, Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Archeologie. Wijziging E: 15-02-2023, M.E.R en maatschappelijke uitvoerbaarheid Wijziging F: 23-03-2023, Bodem Wijziging G: 09-05-2023, Verkeer en bodem Wijziging H: 30-11-2023 Wijziging I: 24-01-2024. Aanvulling waterparagraaf
Arco Architecten BNA Donkere Gaard 1-4 3421 AS Oudewater
Tel: 0348-561607
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 1
Inhoudsopgave 0 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
2
AANLEIDING LIGGING PLANGEBIED GELDENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE LEESWIJZER
3 4 5 6
PLANBESCHRIJVING / INITIATIEF
7
2.1 2.2 2.3
3
BESTAANDE BESTEMMINGPLAN KAART SITUATIE NIEUWE BESTEMMINGPLAN KAART SITUATIE LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN
BELEIDSKADER 3.1 RIJKSBELEID 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.1 Barro 3.2 PROVINCIAAL BELEID 3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 3.2.1 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 3.4 GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 Omgevingsvisie Montfoort 2021
4
5
3
OMGEVINGSASPECTEN
7 8 9
11 11 11 11 12 12 14 16 16
17
4.1 MILIEU 4.1.1 Milieueffectrapportage (M.e.r.) 4.1.2 Bodem 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Geluid 4.1.5 Bedrijven en milieuzonering 4.1.6 Externe veiligheid 4.2 WATER 4.3 VERKEER EN PARKEREN 4.4 ECOLOGIE 4.5 ARCHEOLOGIE 4.7 OVERIGE REALISERINGS- EN UITVOERINGSASPECTEN 4.8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
17 17 18 22 26 29 30 31 33 36 41 43 44
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
44
BIJLAGEN
46
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De bestemming van de kadastrale percelen 828 en 849, sectie F aan de Achthoven-Oost 13 te Montfoort bevat de enkelbestemming bedrijf. Er is een wens ontstaan om een nieuwe bedrijfshal te realiseren op de desbetreffende percelen ten behoeve van het bedrijf RvR Betonpomp Verhuur B.V. Twee bestaande bedrijfshallen en een tuinhuisje zijn reeds geamoveerd. In de nieuwe situatie zullen de bestaande panden in gebruik worden genomen ten behoeve van een bedrijfswoning, kantoorruimten en een kleine werkplaats. Het totale bebouwde oppervlak in de bestaande situatie bedraagt 1.382m2 (situatie voor sloop). Het totale bebouwde oppervlak zal na realisatie van de plannen (na sloop en bouw) toenemen tot 2.274m2. Het college B&W (brief d.d. 8 maart 2022) heeft de initiatiefnemer laten weten dat zij in beginsel bereid zijn planologische medewerking te verlenen aan het plan. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd binnen de procedure omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (art. 2.12 lid 1 onder a onder 3° Wabo, waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit par. 3.3 Wabo van toepassing is.) Wanneer de omgevingsvergunning wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van nieuwe Omgevingswet dient het plan gerealiseerd te worden onder de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsactiviteit (art.
5.21 lid 2 onder b Ow, in samenhang met art. 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving). Onderdeel van een buitenplanse afwijking procedure bestaat uit een ruimtelijke onderbouwing. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing toont aan dat onderhavige plan ruimtelijk haalbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 3
1.2
Ligging plangebied De planlocatie ligt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ (Gemeente Montfoort). Het plangebied is aangegeven in figuur 1.1. Het plangebied ligt ten aan de oostzijde van Montfoort en ten noorden van de Hollandsche IJssel, aan de provinciale weg N228.
Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied met omgeving (bron PDOK, 16-03-2022), in rood de onderhavige percelen (plangebied).
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 4
1.3
Geldende planologische situatie Voor het plangebied geldt het volgende, door de gemeenteraad van Oudewater vastgestelde, bestemmingsplan: Bestemmingsplan : ‘Bestemmingsplan 2012’ Raadsbesluit : 11-03-2013 : 1e herziening, vastgesteld op 24 mei 2017 : Reparatie 1e herziening, vastgesteld op 13 december 2021 Verder geldt er het paraplu bestemmingsplan parkeernormen Montfoort, vastgesteld op 29 oktober 2018.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplankaart ‘Buitengebied 2012’ te gemeente Montfoort.
Met een rode punt is het desbetreffende perceel aangegeven. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 1.2.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 5
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de planbeschrijving van de desbetreffende locatie uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader verwoord. Hierin wordt het voor het voorliggende plan, relevante rijks- , provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder verschillende aspecten zoals milieu, water en archeologie. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Als laatst is hoofdstuk 5 gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt ingegaan op de uitkomsten van de inspraak.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 6
2
Planbeschrijving / Initiatief
2.1
Bestaande bestemmingplan kaart situatie Het perceel is bestemd voor de volgende bestemmingen: de enkelbestemming bedrijf. Daarnaast bevinden zich op het perceel de functieaanduidingen: agrarisch loonbedrijf en bedrijf tot en met categorie 2. Verder valt het gebied onder de gebiedsaanduiding archeologisch waardevol gebied 3 volgens de 1e herziening van het bestemmingsplan. En binnen het bouwvlak bedraagt het maximale bebouwingspercentage van het perceel: 21 procent.
1
2 1
3 1
Figuur 2.1: Bestaande situatie, in rood de reeds gesloopte gebouwen (twee bedrijfshallen en een tuinhuisje). Het bebouwd oppervlak van bedrijfshal 1 bedraagt 462m2 en het bebouwd oppervlak bedrijfshal 2 bedraagt 177m2. Het bebouwd oppervlak van het tuinhuisje 3 bedraagt 23m2.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 7
2.2
Nieuwe bestemmingplan kaart situatie In het voorliggende plan zal er een bedrijfsgebouw worden gerealiseerd dat groter is dan de maximale toegestane hoeveelheid bebouwd oppervlak in het vigerende bestemmingsplan (maximum bebouwing percentage bedraagt 21%). Het bestaande bouwvlak bestaat uit een oppervlakte van 6.832m2. Dit betekend dat maximaal 1.434m2 mag worden bebouwd. De nieuwe plannen voorzien in een bebouwd oppervlakte van 2.274m2. Dit betekend een overschrijding van 840m2 ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Het nieuw te vestigen bedrijf RvR Betonpomp Verhuur B.V. valt onder de milieucategorie 3.1. In het vigerende bestemmingsplan worden de desbetreffende percelen aangeduid met de functie aanduiding agrarisch loonbedrijf (milieucategorie 2).
Figuur 2.2: Nieuwe situatie, nieuwe bedrijfshal en landschappelijke inrichting
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 8
2.3
Landschappelijk inrichtingsplan De gemeente Montfoort heeft vanwege het achterstallig onderhoud en de grote saneringsopgave een positieve grondhouding ten aanzien nieuwe plan ontwikkeling van Achthoven Oost 13, mits de gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving niet verslechteren. Derhalve heeft ervenconsulent MooiSticht een advies gegeven ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de nieuwe bedrijfshal. Voor de volledige rapportage zie bijlage 06.
Figuur 2.3: analyse bestaande situatie – MooiSticht
Conclusie De initiatiefnemer wil het perceel opnieuw inrichtingen en een deel van de bestaande bebouwing slopen ten behoeve van een nieuwe loods. Deze loods, welke noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, zorgt er voor dat het bebouwd oppervlak op het perceel toeneemt. Deze vergroting zal gecompenseerd moeten worden met een kwaliteitsverbetering. Toen in de jaren '50-'60 de voormalige boerderij vervangen werd, is de richting/oriëntatie van de boerderij veranderd. Voorheen stond de boerderij parallel aan de richting van de ontginningsstructuur. De noordelijke IJsseldijk volgt de oude meandering van de Hollandsche IJssel, waardoor de dijk overhoeks de kavel doorsnijdt. De nieuwe boerderij staat haaks op de (provinciale) weg, waardoor de landschappelijke structuur ondergeschikt is geraakt. De uitdijende bedrijfsactiviteiten heeft deze nieuwe richting versterkt, waardoor de landschappelijke structuur (deels) verloren is gegaan. De contour van huidig bouwvlak volgt niet de oorspronkelijke verkaveling en is qua vorm niet praktisch ingedeeld. Wanneer het huidig bouwvlak op een recente luchtfoto wordt geprojecteerd is te zien dan er circa 3.595 m2 (illegale) verharding buiten het huidig bouwvlak ligt.
Met deze ontwikkeling kan de vorm van het bouwvlak aangepast worden, zodat de landschappelijke structuur hersteld/ ondersteund wordt en de nieuw contour bedrijfsmatig meer mogelijkheden biedt. Voor het saneren van de verharding buiten het bouwblok, vraagt de initiatiefnemer een compensatie van een verruiming van het bouwblok van circa 600 m2 . Dit is een vermindering van circa 3.000 m2 aan verharding. Het Ervenconsulentschap staat positief ten opzicht van deze ontwikkeling, omdat door de herinrichting van het terrein de oorspronkelijke landschappelijke structuur hersteld en geaccentueerd wordt. Het oppervlak aan verharding wordt aanzienlijk verminderd en goed landschappelijk ingepast. Voor deze landschappelijke inpassing zijn randvoorwaarden opgesteld. Deze randvoorwaarden zijn verbeeld in de schets. Er is enige flexibiliteit in het ontwerp, zolang aan onderstaande randvoorwaarden wordt voldaan. Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 9
Figuur 2.4: inrichtingschets nieuwe situatie - MooiSticht
Landschap - Herstel de oorspronkelijke ontginningsstructuur van het landschap door de sloot aan oostzijde van het terrein te ontdempen. De afstand tussen de inzet van de sloot en de weg is maximaal 60 meter lang (inzet van de sloot is ongeveer ter hoogte van de achtergevel bestaande loods). - Saneer de verharding ten oosten van de ontginningssloot en beheer dit als een kruiden- en faunarijk grasland. Erf - Maak langs beide ontginningssloten een groenstrook van minimaal 3 meter breed (tussen het talud van de sloot de verharding). - Accentueer de ontginningsrichting van het landschap door in beide groenstroken een bomenrij te planten van inheemse soorten, zoals bijvoorbeeld es, iep, veldesdoorn, zomereik, haagbeuk of een combinatie hiervan. • Behoud alle bomen op het voorerf, in het bijzonder de solitaire rode beuk bij de entree en de bomenrij langs de boerderij. • Plant 5 hoogstamfruitbomen ten westen van de woning, gebruik bij voorkeur oudhollandse rassen (appel, peer, pruim, kers). - Zoneer de parkeerplaatsen; kantoorbezoekers op het voorerf en de overige parkeerplaatsen op het achtererf. - Omkader de parkeerplaats op het voorerf met een knip- en scheerhaag van bijvoorbeeld liguster, haagbeuk, veldesdoorn of een combinatie daarvan.
- Scherm de parkeerplaats op het achtererf af door een struweelhaag aan te planten van bijvoorbeeld rode of gele kornoelje, hazelaar, kardinaalsmuts, gewone vogelkers, sleedoorn, wegedoorn, hondsroos, lijsterbes en/of Gelderse roos. - Cluster de nieuwbouw zo veel mogelijk met de bestaande bebouwing. Hou aan alle zijden circa 15 meter vrij voor de draaibewegingen van de voertuigen. - Plaats de nieuwe schuur parallel aan de ontginningsrichting van het landschap.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 10
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting door middel van vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Het NOVI benoemt daarnaast 21 nationale belangen waarop de nationale overheid zich op richt.
Planspecifiek Het voorliggende plan sluit aan op de onderwerpen benoemd als nationale belangen: 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing maakt het mogelijk om meer bebouwingsoppervlak te realiseren op een locatie met reeds een aangegeven bedrijfsbestemming. Er is sprake van een landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. De landschappelijke aanpassingen sluiten aan op de bestaande karakteristieke kavelstructuur en lintbebouwing en is van een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete rijksbelangen voortkomen. Het rijksbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.1.1
Barro De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Het planinitiatief raakt geen nationale belangen als genoemd in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er derhalve geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 11
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De omgevingsvisie opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De omgevingsvisie geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. De Omgevingsvisie Provincie Utrecht valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de Omgevingsvisie Provincie Utrecht alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie en niet voor andere partijen. De omgevingsvisie zorgt voor doorwerking van het beleid en is niet bindend voor de gemeenten. De gehele gemeente Montfoort is gelegen in het nationale Landschap het Groene Hart. Voor het Groene Hart wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: - openheid; - (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); - landschappelijke diversiteit; - rust & stilte.
In het ruimtelijke beleid van de provincie Utrecht heeft ruimtelijke kwaliteit een centrale plek. Volgens de provincie Utrecht heeft ruimtelijke kwaliteit betrekking op zowel het behoud van het bestaande als het creëren van nieuwe kwaliteit. De afweging of een ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit legt de provincie Utrecht bij de gemeenten. De provincie Utrecht heeft in haar beleid wel geprobeerd aan te geven waar het voor haar om gaat bij ruimtelijke kwaliteit. Ook in het landelijk gebied is kwaliteits(verbetering) een belangrijke opgave, zowel op themaniveau (landschap, landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie), als op het niveau van ontwikkelingen hiervoor of hierin. In de navolgende opsomming hebben we aspecten opgenomen die een rol kunnen spelen in de drie soorten gebieden. Het is een niet-limitatieve opsomming, bedoeld als inspiratiebron. - Behoud van landelijke kwaliteiten met aandacht voor landschap, landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie. - Verbeterde condities voor een vitaal economisch functioneren en ruimte voor innovatie. - Een stevige en stabiele basis voor landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. - Robuuste eenheden natuur met een wateraanbod dat zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin aansluit bij het beoogde natuurdoeltype. - Inrichting is afgestemd op het water- en bodemsysteem.
- Klimaatbestendige inrichting door bijvoorbeeld ruimte voor waterberging c.q. opslag op te nemen. - Goede ontwikkelingsmogelijkheden voor de aan een gebied verbonden functie(s). - Een op functie en gebied afgestemde inrichting en mate van openbare toegankelijkheid. -Inspelen op de wensen van de bewoners van de stad (waaronder recreatie en regionale voedselproductie). - Op passende landschappelijke schaal ruimte voor (het beleven van) dynamiek naast rust en ruimte. - Aantrekkelijk voor gebruikers en bezoekers. - Een landelijk landschap met goede combinaties van ‘oud’ en ’nieuw’ in landschappelijke structuren, cultuurhistorie, natuur, landbouw en recreatie. Het instrument van de zogenoemde rode (bebouwings)contouren is neergelegd in paragraaf 4.4 Vitale steden en dorpen. Hierin is vastgelegd dat de verstedelijkingsambities moeten plaatsvinden binnen de rode contouren (stedelijk gebied).
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 12
Figuur 3.1: Themakaart 9.14 Instructieregel uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk, Provincie Utrecht -– de project locatie wordt aangegeven met een gele punt.
Planspecifiek In de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht wordt het volgende vermeld onder paragraaf 4.4.2 ‘Ruimte voor werken en winkelen’: “Lokale bedrijven zijn vaak verankerd in de lokale samenleving. In specifieke gevallen bieden wij ruimte voor de uitbreiding van een bedrijventerrein. Namelijk daar waar er binnenstedelijk via bijvoorbeeld herstructurering geen mogelijkheden meer zijn, de uitbreiding of uitplaatsing nog past bij de aanwezige verkeersinfrastructuur, de uitbreiding past bij het karakter van het dorp en de regionale economie en waar er geen mogelijkheden zijn binnen het bestaande stedelijke gebied.” Bovenstaand is van toepassing op onderhavig plan. De bedrijfsverplaatsing bied daarnaast kansen om de desbetreffende locatie ook landschappelijk te verbeteren. Het plangebied is gelegen binnen de zone ‘uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk’, zie de aanduiding op figuur 3.1. Er is sprake van een landschappelijke inpassing van de nieuwe bedrijfsbebouwing. De landschappelijke aanpassingen versterken de bestaande karakteristieke kavelstructuur en lintbebouwing. Daarnaast sluiten deze aanpassingen aan op de voorgenoemde beoogde kernkwaliteiten gesteld door provincie Utrecht. Het provinciale beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 13
3.2.1
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De Interim Omgevingsverordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In deze verordening staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. Er zijn alleen algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De verordening geeft soms harde ruimtelijke grenzen aan. Soms wordt volstaan met de verplichting om een ruimtelijke keuze voor een bepaald beleidsaspect goed te onderbouwen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening ook regels die voortvloeien uit het Barro. Volgens de verordening bestaan voor kwaliteitsverhoging verschillende mogelijkheden. Binnen bestaande bouwkavels kan worden gedacht aan herstel van waardevolle bebouwing, afbraak van storende bebouwing, sanering van storende functies in samenhang met vestiging van gewenste functies. Op naastgelegen onbebouwde kavels kan worden gedacht aan herstel van waterlopen en landschapsstructuren, herstel van doorzichten en dergelijke. De grootte en verschijningsvorm van de nieuwbouw moet passen binnen het omringende landschap en de bestaande bebouwing.
Cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig aangetast worden en de inhoud van de woning moet aansluiten bij de omliggende bebouwing. Een landschap is geen statisch plaatje: landschap is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Voor elke ontwikkeling in het stedelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Planspecifiek De locatie ligt binnen ‘landelijk gebied’. Onder hoofdstuk 9 Wonen, werken en recreëren zijn regels opgesteld met het oog op behoud van de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied . Onder artikel 9.7 ‘Instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dan wonen’ is onder lid 1a en 2 het volgende opgenomen: “Stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak.” “De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing, waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.” Bovenstaand is van toepassing op onderhavig plan.
De bedrijfsontwikkeling levert een bijdrage aan de werkgelegenheid en het vitaal houden van de gemeente Montfoort. De planvorming houdt rekening met de door de provincie geformuleerde uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals deze zijn vastgelegd in de (1e herziening) bestemmingsplan buitengebied 2012. Verder worden door de realisatie van de nieuwe bedrijfsbebouwing, de belangen van bestaande omringende functies niet onevenredig aangetast.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 14
Overstroombaar gebied Op grond van artikel 2.10 van de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is het plangebied aangeduid als overstroombaar gebied, zie figuur 3.2.
Figuur 3.2: Themakaart 2.10 Intructieregel overstroombaar gebied Provincie Utrecht -– de project locatie wordt aangegeven met een gele punt.
Grote delen van de provincie Utrecht liggen in overstroombare gebieden van Nederrijn, Lek en het Eemmeer. Het is belangrijk dat kwetsbare en vitale objecten en grootschalige woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor kleinschalige woonwijken en bedrijventerreinen. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. Het landschappelijk ontwerp van Achthoven Oost 13 houdt rekening met de richtlijnen zoals gesteld in de handreiking om zodoende wonen in gebieden met overstromingsrisico’s veiliger te maken. Er wordt een nieuwe sloot aangelegd en bestaande sloten worden verlengd. Hierdoor ontstaat meer oppervlak en ruimte ten behoeve van water infiltratie. Daarnaast wordt aan de voorzijde van het perceel het verhard oppervlak verkleind.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 15
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Montfoort 2021 De Omgevingsvisie Montfoort is vastgesteld in december 2021. In de Omgevingswet wordt het oude instrument ‘structuurvisie’ vervangen door de ‘omgevingsvisie’. In de omgevingsvisie wordt, ten opzichte van een structuurvisie, met een integrale blik gekeken naar allerlei onderwerpen zoals bijvoorbeeld water, milieu, verkeer en vervoer. Maar ook naar sociaalmaatschappelijke aspecten. De Omgevingsvisie geeft de koers aan voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte en middellange termijn en op de lange termijn. Deze visie biedt een ruimtelijk kader voor de gewenste gebiedsgerichte uitwerkingen op gemeentelijk schaalniveau. Lopende projecten worden met elkaar in verband gebracht en nieuwe projecten worden ingezet. De Omgevingsvisie heeft de volgende functies: - de visie biedt een integraal en samenhangend ontwikkelingskader voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van Montfoort; - het is een toetsingskader voor de ontwikkeling van deelprojecten; - het zorgt voor communicatie, overleg en afstemming van het beleid op verschillende schaalniveaus, tussen zowel rijk, provincie en de gemeente, als de communicatie tussen het gemeentebestuur en de bevolking. Plan specifiek In de Omgevingsvisie Monfoort 2021 wordt Achthoven Oost 13 omschreven als de IJsselzone.
Het gebied nabij de Hollandsche IJssel waaronder de linten nabij de IJssel (Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk, Mastwijkerdijk, Heeswijk, IJsselveld en Waardsedijk) en de directe omgeving hiervan. Dit vormt een gebied waarin wonen, werken, recreatie in samenhang gaan met groen en water. Een aantrekkelijke groenblauwe ader door het open landschap. Ten aanzien van de kwaliteiten en ambities wordt onder gebruik het volgende omschreven: “In de Hollandse IJsselzone ligt dus de nadruk op het aantrekkelijker maken van het verblijfsklimaat voor bewoners en recreanten. Het streven is naar een betere landschappelijke inpassing bij verbeteringen aan bestaande bedrijfslocaties. “ Onder paragraaf 4.4.2 formuleert de gemeente Montfoort doelen ten aanzien van bedrijvigheid. Onderstaande doelen zijn relevant ten aanzien van onderhavig plan. “- Ruimte bieden aan bedrijven die naadloos aansluiten op de huidige Montfoortse industrie. Waarbij we eerst ruimte bieden aan bestaande bedrijven. Eventuele nieuwe bedrijvigheid moet qua functie en bebouwing aansluiten bij de kleinschaligheid van de gemeente. Grootschalige logistiek en distributie is niet gewenst.” “- Detailhandel en bedrijvigheid niet spreiden, maar clusteren.
Aansluiten en concentreren op bestaande bedrijventerreinen, inspelen op lokale uitbreidingsruimte in plaats van grootschalige regionale behoefte.” De ontwikkelingen aan Achthoven-Oost 13 sluiten aan bij de gestelde doelen van de gemeente Montfoort. Er wordt nieuwe bedrijfsbebouwing toegevoegd en uitgebreid binnen een bestaande bedrijfslocatie. Daarnaast wordt er in de plannen rekening gehouden met een passende landschappelijke inpassing zoals gesteld in de Omgevingsvisie. Vanuit gemeentelijk beleid zijn er derhalve geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 16
4
Omgevingsaspecten De uitvoerbaarheid van een plan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden. Daaronder valt zowel de onderzoek verplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Milieueffectrapportage (M.e.r.) Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.‐ beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D‐lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het realiseren van een nieuwe bedrijfshal waarbij het bebouwd oppervlak zal toenemen van 1.382 m2 tot 2.274m2. Het project valt onder de categorie: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (D11.3)”. De grenswaarden onder kolom 2 ‘gevallen’ geeft aan dat een project m.e.r. beoordeling plichtig is als: “In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.” De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in bijlage 03 van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen m.e.r.‐beoordeling noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling.
Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect. Aanmeldingsnotitie De aangevraagde omgevingsvergunning maakt de voorgenomen ontwikkeling direct mogelijk. Er zal daarom een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit (voorbereidingsbesluit) genomen moeten worden voordat er inhoudelijk op de (nog in te dienen) omgevingsvergunningaanvraag kan worden beslist. De omgevingsvergunningaanvraag moet worden vergezeld met een afschrift van een aanmeldingsnotitie (een ‘mededeling’ als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid van de Wm). Voor het onderhavig plan is hiervoor een separate aanmeldingsnotitie opgesteld, zie ook bijlage 08. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven‐ en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora‐ en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling niet nodig wordt geacht.
Het besluit om op basis van deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling geen verder onderzoek te doen in het kader van het Besluit m.e.r. is een afzonderlijk collegebesluit dat voorafgaand aan of gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning zal worden genomen.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 17
4.1.2
Bodem In het kader van een afwijking van het bestemmingsplan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Om een uitspraak te kunnen doen over de milieukundige situatie ter plaatse is er voor gekozen een bodemonderzoek uit te voeren. Plan specifiek Op de locatie Achthoven-Oost 13, kadastraal perceel 828 en 849, te Montfoort zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: indicatief onderzoek RSK (d.d. 28 januari 2021), bodemonderzoek RSK (d.d. 12 maart 2021), verkennend bodemonderzoek Strukton Milieutechniek B.V. (20 december 2021), evaluatie rapportage Amos Milieutechniek B.V (d.d. 4 mei 2022) en nader onderzoek voor ruimtelijke onderbouwing Strukton Milieutechniek B.V. (d.d. 3 februari 2023). Voor de volledige onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen van de ruimtelijke onderbouwing. Aanleiding en doel Op locatie is in het verleden een methamfetamine laboratorium in bedrijf geweest en daarnaast zijn bij controle door het bevoegd gezag diverse overtredingen geconstateerd waarbij mogelijk een bodemverontreiniging is ontstaan.
De aanleiding voor het bodem- en mestonderzoek vormt de geconstateerde overtredingen door de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de geplande ontwikkeling van het terrein. De ODRU heeft een last onder dwangsom opgelegd om de locatie te onderzoeken en de overtredingen én eventueel ontstane bodemverontreinigingen uit deze overtredingen ongedaan te maken. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aantonen of de activiteiten op het terrein de bodemkwaliteit hebben beïnvloed. Voor nieuw ontstane verontreinigingen geldt namelijk, volgens artikel 13 van de Wet Bodembescherming een zorgplicht waarbij de bodem hersteld dient te worden tot de oorspronkelijke waarden. Daarnaast wordt op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de ontwikkeling op het terrein. Indien uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor het huidige of beoogde gebruik kan aanvullend bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Tevens wordt op basis van de onderzoeksresultaten de voorlopige veiligheidsklasse (conform de CROW400) bepaald. Het doel van het mestonderzoek is het bepalen of de mest over de gehele oppervlakte van de mestkelder verontreinigd is met druggerelateerde parameters. Daarnaast wordt de hoeveelheid mest in de mestkelder bepaald.
Met de resultaten van het onderzoek kan de inhoud van de mestkelder worden gesaneerd en afgevoerd naar een erkend verwerker. Het nader bodemonderzoek heeft als doel het bepalen van de mate en omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de overgelopen lekbak op het terrein. De uitkomsten van het onderzoeken dienen als uitgangspunten voor de uit te voeren sanering. Conclusies en aanbevelingen – verkennend bodemonderzoek Strukton Milieutechniek B.V. Op basis van de resultaten van onderhavig bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater belemmeringen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkelingen op de locatie De verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de overstroomde lekbak is ingekaderd en blijkt een omvang te hebben van ca. 25m3 . Aangezien zorgplicht van toepassing is voor nieuw ontstane bodemverontreinigingen dient de verontreiniging volledig gesaneerd te worden. De saneringswerkzaamheden kunnen middels een plan van aanpak worden gemeld bij het bevoegd gezag. De sanering dient te worden uitgevoerd door een BRL7000 protocol 7001 gecertificeerd aannemer en te worden begeleid door een BRL6000 protocol 6001 gecertificeerd milieukundig begeleider. Wij adviseren de verhoogde pH-waarde in het grondwater ter plaatse van peilbuis 401 nader te onderzoeken.
De oorzaak van de verhoogde pHwaarde is op dit moment niet vastgesteld. De gehele inhoud van de mestkelder blijkt verontreinigd met druggerelateerde parameters en dient te worden gesaneerd en afgevoerd naar een erkend verwerker. Wanneer de inhoud van de mestkelder is gesaneerd dient de mestkelder visueel gecontroleerd worden op scheurvorming. Wanneer de mestkelder na visuele inspectie niet waterdicht lijkt, dient een bodemonderzoek uit gevoerd te worden rondom de mestkelder om de mogelijke verspreiding van de verontreiniging in de mest richting de bodem te onderzoeken. Op basis van de resultaten van onderhavig bodemonderzoek blijkt de bodem aan de achterzijde van het drugslab niet verontreinigd met druggerelateerde parameters. Aangezien ten tijde van het
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 18
bodemonderzoek het drugslaboratorium nog aanwezig was is de bodem ter plaatse van het drugslab niet onderzocht. Zodra het druglaboratorium is opgeruimd dient er aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. De paarse ‘spots’ verkleuringen op de gele grond op het achter terrein zijn middels het uitgevoerde analytisch onderzoek niet aan één van de onderzochte chemische componenten te relateren. Voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400 Bij eventuele werken in en met verontreinigde bodem is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan de veiligheids- en gezondheidsaspecten. Om vast te stellen of voor de werkzaamheden in de (verontreinigde) grond aanvullende veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden, zijn de voorlopige onderzoeksresultaten getoetst aan de toetsingswaarden uit de CROW 400. Op basis van o.a. de aard, concentratie en mate van ventilatie is de (voorlopige) veiligheidsklasse bepaald. Op basis van de veiligheidsklasse moeten veiligheidsmaatregelen genomen worden die passen bij de aangetroffen verontreiniging, de uit te voeren werkzaamheden en de aanwezige omstandigheden. Veiligheidsklasse ter plaatse van olieverontreiniging Op basis van de beschikbare analyseresultaten en de CROW is een voorlopige veiligheidsklasse bepaald voor de sanerende werkzaamheden ter plaatse van de olieverontreiniging, namelijk rood vluchtig.
De toetsing is onder bijlage X toegevoegd. Veiligheidsklasse overige terrein zonder verontreinigingen: Hieruit blijkt dat voor de overige werkzaamheden vooralsnog geen veiligheidsklasse van toepassing is en er geen aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen hoeven te worden. Wel zijn de regels omtrent de “Basishygiëne” van toepassing conform de CROW 400. Conclusies en aanbevelingen – evaluatie rapportage Amos B.V. In opdracht van Aannemersbedrijf W.E. Oskam B.V. is door Amos Milieutechniek B.V. een begeleiding uitgevoerd bij het opruimen van een bedrijfslocatie aan de Achthoven Oost 13 te Montfoort. Op de locatie zijn recent meerdere overtredingen op de (toen geldende) Omgevingsvergunning geconstateerd en heeft de voormalige terreineigenaar een methamfetamine laboratorium in bedrijf gehad. Doel van de uitgevoerde werkzaamheden betreft het verwijderen van aanwezige afvalstoffen en depots grond en puin, welke buiten de reikwijdte van de voormalige omgevingsvergunning op de locatie opgeslagen zijn geweest. Tevens bestaat het doel om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van enkele de door de ODRU aangegeven locaties in beeld te brengen ter bepaling of de voormalige onvergunde activiteiten een negatief effect heeft gehad op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden is de volgende eindsituatie ontstaan: 1. Het voormalige methamfetamine laboratorium is schoongemaakt, vrijgegeven en ontmanteld. 2. Aanwezig bedrijfsafval, groenafval, metaal, hout, dakleer, asfalt etc. is afgevoerd van de locatie naar een daarvoor geschikte verwerker. 3. Van de aanwezige gronddepots is de milieuhygiënische kwaliteit bepaald, waarna deze afgevoerd zijn naar een grondbank of toepassingslocatie, of, indien mogelijk toegepast zijn/worden in het kader van de herontwikkeling van de locatie. 4. Twee voormalige schuren zijn gesloopt en verontreinigd mest is uit de mestput verwijderd en afgevoerd naar een daarvoor geschikte verwerker. De betonnen constructie van de put is vervolgens visueel beoordeeld, waarbij geconstateerd is dat er geen aanwijzingen zijn dat er mogelijk lekkage naar om-/onderliggende bodem heeft plaatsgevonden. 5. Aanwezig grof puin is op de locatie gebroken door een gecertificeerde puinbreker en overtollig puin is afgevoerd van de locatie voor toepassing elders. 6. De eerder aangetoonde minerale olie verontreiniging in de grond en puinfunderingslaag nabij een voormalige lekbak is teruggesaneerd tot aan de achtergrondwaarden op de locatie. Een wijziging ten opzichte van het plan van aanpak en de aanvulling daarop betreft: De mestput zou volgens het plan van aanpak opgevuld worden met gebroken puingranulaat.
Gekozen is echter om de put duurzaam her te gebruiken als onderdeel van de nieuw te realiseren bebouwing als opslagput voor regenwater (ten behoeve van het schoonspuiten van materieel). Het betreffende puingranulaat welke zou worden gebruikt om de put op te vullen (circa 827 ton) is op depot geplaatst en zal bij de geplande herontwikkeling van de locatie duurzaam worden hergebruikt. Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 19
Op basis van de uitgevoerde aanvullende bodemonderzoeken kan worden gesteld: 1. De voormalige aanwezigheid van de container met minerale olie en koelvloeistof heeft, zover aantoonbaar, niet geleid tot noemenswaardige verontreiniging van de bodem. 2. In het ondiepe grondwater op een deel van de locatie zijn verhoogde pH waarden aangetoond. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is er niet direct een verband aan te wijzen tussen de voormalige aanwezigheid van het methamfetamine laboratorium of de overstroomde lekbak en de verhoogde pH waarden. 3. Ter hoogte van en ook in de nabijheid van het voormalige methamfetamine laboratorium blijken in de bodem (grond, puin en grondwater) verhoogde waarden aan amfetamine, methamfetamine en N-acetyl amfetamine aanwezig te zijn. Hoewel middels aanvullende boringen en analyses getracht is om de omvang van de verontreiniging in beeld te krijgen, blijkt dit vooralsnog niet gelukt te zijn. Aanbevelingen Uitvoering van de in het plan van aanpak en de aanvulling daarop genoemde punten blijkt succesvol uitgevoerd / afgehandeld te zijn.
Onderdeel van het plan van aanpak+aanvulling betrof het in beeld brengen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van een voormalige opslagcontainer voor oliën en koelvloeistof, een aanvullend onderzoek naar verhoogde pH waarden in het grondwater en het in beeld brengen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het voormalige methamfetamine laboratorium. Ter hoogte van het methamfetamine laboratorium blijken daarbij afvalstoffen in de vorm van amfetamine, methamfetamine en N-acetyl amfetamine aanwezig te zijn in de zandlaag onder de klinkers, de puinfundering en in het grondwater. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de omvang van de verontreiniging verder in beeld te brengen. De aanwezigheid van de verontreinigingen met amfetamine, methamfetamine en N-acetyl amfetamine wordt gelinkt met de voormalige aanwezigheid van het methamfetamine laboratorium. Aanvullende sanerende handelingen zullen derhalve ook noodzakelijk worden geacht in het kader de wettelijke zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming). Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat er geen directe link te leggen is tussen de verhoogde pH waarden en de voormalige aanwezigheid van het methamfetamine laboratorium of de overstroomde lekbak.
Een verhoogde pH waarde is niet direct een saneringsplichtige parameter en wordt ook niet als belemmering gezien voor de toekomstige nieuwbouw van een bedrijfshal op de locatie. De huidige eigenaar van de locatie heeft aangegeven dat momenteel de vergunningsprocedure loopt voor de bouw van een nieuwe bedrijfshal. De bedrijfshal (zie bijlage X) zal gebouwd worden buiten de (middels onderhavig onderzoek vastgestelde) contouren van de verontreinigingen. In het kader van de zorgplicht dient de aangetoonde verontreiniging mogelijk te worden verwijderd. Echter, uitgaande van de toekomstige aanwezigheid van gesloten verhardingen, bestaan er geen directe aanwijzingen voor onacceptabele risico’s bij het toekomstige gebruik als bedrijfshal. Conclusies nader onderzoek voor ruimtelijke onderbouwing Strukton Milieutechniek B.V. (d.d. 3 februari 2023) De op de locatie aanwezige slakkenlaag heeft een hoge pH-waarde. In het grondwater is eveneens een hoge pH waarde aangetroffen. De bodemlagen tussen de slakkenlaag en het grondwaterniveau heeft geen noemenswaardige afwijkende pH-waarde. Op basis van dit ph verloop is geen direct verband vast te stellen tussen de hoge pH-waarde van de slakkenlaag en de hoge pH waarde van het grondwater. Dat er een beïnvloeding heeft plaatsgevonden valt eveneens niet uit te sluiten.
Aangezien de slakkenlaag indicatief voldoet aan de samenstelling en emissiewaarden en in de direct onderliggende bodemlaag geen verontreinigingen zijn aangetoond, vindt geen uitloging van de onderzochte parameters plaats. Op basis van de onderzoeksresultaten is geen risico tot het ontstaan van een ernstige bodemverontreiniging door uitloging van stoffen uit de slakhoudende laag. In de toekomst bestaat het voornemen om de slakkenlaag af te dekken middels een vloerconstructie. Hierdoor wordt het risico van eventuele beïnvloeding van grond- en oppervlaktewater door infiltratie van regenwater vanuit de bovenliggende (slakhoudende) bodemlaag voorkomen. Op basis van de resultaten van onderhavig verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater geen belemmeringen aanwezig zijn voor de beoogde ontwikkelingen op de locatie. De onderzoeksresultaten (geen overschrijdingen van de tussen- en/of interventiewaarden) geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek of sanerende maatregelen.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 20
Monitoring bodemverontreiniging De verplichting tot een aanvullende sanering volgt uit de aangetroffen verontreiniging met amfetamine. Echter is het niet proportioneel om de zorgplicht te handhaven om verontreiniging te verwijderen, omdat de gehalten met amfetamine net boven de bepalingsgrens liggen. Daarom moet een monitoring van het grondwater plaatsvinden om een potentiële verspreiding te monitoren. Als tweemaal op rij de gehalten met amfetamine in het grondwater onder de bepalingsgrens liggen dan mag de monitoring worden beëindigd. Het ODRU heeft in een brief n.a.v. het onderzoeksresultaat (d.d. 15 november 2022), het volgende aangegeven: verplichtingen op basis van de zorgplicht kunnen beperkt blijven tot jaarlijkse kwantitieve monitoring van peilbuizen 102, 1015, 1016,1006, 1020 en P507 en daarbij metingen uitvoeren op de drugsparameters CVZ en EC. Men verzoekt hierbij initiatiefnemer om jaarlijks in het vierde kwartaal het resultaat van de monitoring toe te sturen naar info@odru.nl ter attentie bodem ODRU onderdeel toezicht en handhaving. Onder vermelding van de zaak met kenmerk: Z/19/145957. Verder dienen de te monitoren peilbuizen bij bouwwerkzaamheden en herinrichting van het terrein beschermd te worden zodat deze behouden blijven voor de monitoring.
Terugvalscenario Op het moment dat hogere concentraties worden gemeten of in meerdere filters amfetamine worden waargenomen of de CZY oÍ EC waarden oplopen, kan er alsnog vervolgonderzoek opgelegd worden. Het resultaat van het aanvullende onderzoek kan leiden tot sanerende maatregelen. ODRU geeft daarnaast in haard advies van 22 maart 2023 aan dat bij een aanvullende sanering, een risicobudget beschikbaar is mocht uit de monitoring blijken dat er alsnog een zorgplichtsanering moet plaatsvinden. Het risico dat in de toekomst sanerende maatregelen nodig zijn onder het te realiseren gebouw wordt als beperkt ingeschat. Het blijft lastig een goed beeld te krijgen van de verontreinigingssituatie. De gemeten geringe overschrijding van de detectielimiet geeft een verbeterd beeld van de omvang van de problematiek. Op basis van dit beeld is realisatie van het bedrijfspand geen belemmering in relatie tot het risico voor eventuele sanerende werkzaamheden in de toekomst. De huidige peilbuis onder het geplande gebouw kan daarom vervallen. Voor een volledige toelichting ten aanzien van de monitoring en het terugvalscenario, zie ook bijlagen nummer 15. Aandachtspunten toekomstige grondwerkzaamheden Het ODRU heeft de volgende aandachtspunten aangegeven (via e-mail d.d. 1 mei 2023).
Het ODRU geeft aan dat de milieutechnische bodemkwaliteit voor toekomstige grondwerkzaamheden nog niet voldoende is vastgelegd. Het historisch onderzoek is niet volledig en voldoet niet aan de NEN5725. Er ontbreekt informatie over de in 1968 gedempte sloot, voormalig boomgaardgebied en de aangetroffen puin- en slakkenlaag in de bodem. De grondlaag onder de puin-/slakkenlaag is verdacht op het voorkomen van verontreinigingen (o.a. vanadium en mogelijk is de verhoogde pHwaarde te relateren aan de slakken). Voordat er grondwerkzaamheden plaatsvinden moeten deze verdachte deellocaties worden onderzocht en indien nodig moeten saneringsmaatregelen worden gemeld bij het bevoegde gezag. De onderzoeksopzet voor het aanvullend bodemonderzoek is op 11 januari 2023 door de ODRU akkoord bevonden. Op de locatie is mogelijk sprake van sterk verontreinigde grond. Werkzaamheden in of op verontreinigde grond zijn niet zonder meer toegestaan: a) Het is niet toegestaan werkzaamheden op of in een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging uit te voeren zonder instemming van het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb). De provincie Utrecht heeft de uitvoering van de Wbb-taken uitbesteed aan de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD-Utrecht).
b) Hergebruik van sterk verontreinigde grond (met een concentratie boven de Interventiewaarde) is niet toegestaan, tenzij de RUD-Utrecht hier mee heeft ingestemd. Vrijkomende sterk verontreinigde grond binnen een niet-ernstig geval van bodemverontreiniging moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. De ODRU ziet namens de gemeente toe op een verantwoorde handelwijze bij gevallen van niet-ernstige bodemverontreiniging.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 21
4.1.3
Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 μg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, zoals in onderhavig geval, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. Plan specifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM-criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. Voorliggend plan voldoet ruimschoots aan deze norm.
Fijnstof (PM10) De fijnstof (PM10) waarden op de plan locatie bedragen 19-20 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM10 waarden afnemen tot 17-18 microgram/m3 in 2030. Het WHO hanteert advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 15 microgram per kuub. Deze norm is vastgesteld door het WHO op 22 september 2021. Er zal een verbetering plaats vinden van de toekomstige lucht kwaliteit maar het is niet met zekerheid te zeggen dat de WHO advies waarde van 15 microgram per kuub zal worden voldaan.
Figuur 4.1: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM10 2018 – 19-20 microgram/m3.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 22
Figuur 4.2: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM10 2030 – 17-18 microgram/m3.
Zeer fijnstof (PM2,5) De zeer fijnstof (PM2,5) waarden op de plan locatie bedragen 12,5-13 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM2,5 waarden afnemen tot 10-10,5 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert advieswaarden voor fijn stof (PM2,5) van 5 microgram per kuub. Deze norm is vastgesteld door het WHO op 22 september 2021. Er zal een verbetering plaats vinden van de toekomstige lucht kwaliteit maar het is niet met zekerheid te zeggen dat de WHO advies waarde van 5 microgram per kuub zal worden voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 23
Figuur 4.3: Uitsnede Geoloket kaart – zeer fijnstof PM2,5 2018: 12,5-13 microgram/m3.
Figuur 4.4: Uitsnede Geoloket kaart – zeer fijnstof PM2,5 2030: 10-10,5 microgram/m3.
Stikstof (NO2) De stikstof (NO2) waarden op de plan locatie bedragen 17-18 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen NO2 waarden afnemen tot 12-14 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert advieswaarden voor stikstof (NO2) van 10 microgram per kuub. Deze norm is vastgesteld door het WHO op 22 september 2021. . Er zal een verbetering plaats vinden van de toekomstige lucht kwaliteit maar het is niet met zekerheid te zeggen dat de WHO advies waarde van 10 microgram per kuub zal worden voldaan. Zie paragraaf 4.4 ecologie, voor verdere toelichting ten aanzien van de stikstof depositie ten gevolgen van de plan ontwikkeling aan Achthoven-Oost 13 te Montfoort.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 24
Figuur 4.5: Uitsnede Geoloket kaart - stikstofdioxide NO2 2018: 18-20 microgram/m3.
Figuur 4.6: Uitsnede Geoloket kaart – stikstofdioxide NO2 2030: 10-12 microgram/m3.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 25
4.1.4
Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh | per 01-04-2012): - woningen; - geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft); - andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek De nieuwe inrichting wordt gevestigd aan de Achthoven-Oost 13 te Montfoort. De geluidsimmissie van de inrichting ter hoogte de bestaande woningen zal moeten voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit.
In het vigerende bestemmingsplan geldt op de locatie de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’, echter volgens de VNGpublicatie en de Staat van Bedrijfsactiviteiten vallen verhuurbedrijven voor machines en werktuigen – zoals RVR Betonpomp – in milieucategorie 3.1. Een omgevingsvergunning kan verleend voor bedrijven die ten hoogste twee categorieën zwaarder zijn, voor zover het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan te behoren tot de categorie 2. Voor het onderzoek is getoetst aan de voor milieucategorie 2 behorende richtwaarden uit de VNGpublicatie Bedrijven en Milieuzonering. Ten behoeve van het onderzoek zijn er geluidsmetingen verricht met behulp van precisie geluidmeet- en registratieapparatuur (IEC 61672-1:2013 class 1 en IEC 61260 class 0). De geluidsimmissie in de omgeving is middels een rekenmodel bepaald conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (Specialistische Methode II, HMRI-2, 1999) met behulp vanGeomilieu versie 2021.1. AV Consulting B.V heeft derhalve akoestische onderzoek uitgevoerd ten aanzien van AchthovenOost 13 te Montfoort. Zie voor het volledige onderzoek, zie akoestisch onderzoek met rapport nummer: 2006007070-2021807i-1 (d.d. 10. oktober 2022). Wettelijk kader De inrichting van RVR Betonpomp Verhuur B.V. valt onder de werking van het "Activiteitenbesluit Wet milieubeheer" (Stb. 415, 2007).
In dit besluit staan onder andere de volgende geluidseisen vermeld:
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 26
Figuur 4.7: Artikel 2.17, Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer.
Voor inrichtingen die zijn gelegen op een bedrijventerrein geldt:
Figuur 4.8: Artikel 2.17.3, Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer.
Ruimtelijke onderbouwing Achthoven-Oost 13, kadastraal percelen 828 en 849 te Montfoort 27
Planspecifiek Alle woningen van derden rond de inrichting liggen buiten het bedrijventerrein. Er is derhalve getoetst aan de voorschriften uit tabel 2.17a uit het Activiteitenbesluit. De bestaande bedrijfswoning aan de Achthoven Oost 13 behoort tot de inrichting en is derhalve buiten beschouwing gelaten. Bedrijven en milieuzonering Naast de geluidseisen uit het Activiteitenbesluit dient bij de oprichting van nieuwe inrichtingen rekening gehouden te worden met de richtlijnen uit de VNG-publicatie “Bedrijven milieuzonering”. De VNG-publicatie “Bedrijven milieuzonering” is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Op grond van de Brochure bedrijven en milieuzonering gelden er per bedrijfscategorie richtafstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn minimale afstanden tot geluidsgevoelige bestemmingen die aangehouden moeten worden. Indien er binnen de richtafstand toch woningen aanwezig zijn, dient onderzocht te worden of er toch aan de geluidseisen (of eisen voor geur, stof en gevaar) voldaan kan worden. Conform gegevens van bijlage 01 van de Brochure bedrijven en milieuzonering valt RVR Betonpomp Verhuur in bedrijfscategorie 3.1.
In het vigerende bestemmingsplan is een maximale milieucategorie 2 toegestaan, derhalve is gerekend met de volgende richtafstand:
In de onderhavige situatie zijn binnen de richtafstand van 30 meter geen woningen gelegen; er dient onderzocht te worden of het de geluidsimmissie in de omgeving door de inrichting vergelijkbaar is aan die van een bedrijf uit milieucategorie 2. Derhalve zijn berekeningen verricht op 10 meter afstand, waar voldaan dient te worden aan 50 dB(A) etmaalwaarde. De aan te houden normering hangt samen met de gebiedstypering. Voor het onderzoek zijn de richtwaarden aangehouden uit stap 2 voor het gebiedstype “gemengd gebied”: • 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; • 70 dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (LAmax); • 50 dB(A) voor de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Conclusie Uit de resultaten van het voorliggend onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: 1. RVR Betonpomp Verhuur B.V. aan de Achthoven Oost 13 te Montfoort voldoet - in de representatieve bedrijfssituatie - aan de geluidseisen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) uit het Activiteitenbesluit, namelijk een etmaalwaarde van 50 dB(A). 2. RVR Betonpomp Verhuur B.V. voldoet - in de representatieve bedrijfssituatie - aan de geluidseisen voor de maximale geluidsniveaus (LAmax) uit het Activiteitenbesluit. 3. RVR Betonpomp Verhuur B.V.
voldoet aan de richtwaarden voor het LAr,LT en het LAmax uit stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” voor “gemengd gebied” op 10 meter uit de inrichting. 4. Met betrekking tot de indirecte hinder wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de streefwaarde van 50 dB(A) uit de zogenaamde Schrikkelcirculaire. 5. Met betrekking tot de andere milieuaspecten aspecten (geur, stof, gevaar) wordt voldaan aan de richtafstanden. Op de locatie zullen géén activiteiten plaatvinden die relevant zijn voor de geuremissie, stofemissie en de externe veiligheid. 6. Uit het onderhavige onderzoek blijkt dat RVR Betonpomp Verhuur B.V. - qua invloed op de omgeving vanwege de nieuwe inrichting - kan behoren tot de milieucategorie 2.