CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

01 BPDeBleekfase1_NL.IMRO.0335.BPDeBleekfase1-VG01_toelichting v2

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel De Bleek, vaststelling bestemmingsplan19.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) schrijft voor dat nieuwbouw per 1 juli 2018 gasloos uitgevoerd dient te worden.

45

Extra hypotheekruimte voor energiezuinige woningen De Tijdelijke Regeling Hypothecair Krediet maakt het mogelijk om extra hypotheekruimte te krijgen voor duurzaamheid. Huiseigenaren die energiebesparende maatregelen willen meefinancieren kunnen hiervoor meer hypotheekruimte krijgen. Voor energie neutrale woningen of nul-op-meter woningen is deze extra ruimte vanaf 1 januari 2017 tot € 25.000. Dit gaat buiten de normale inkomenstoets om. Er zijn wel voorwaarden, waaronder een bruto minimum jaarinkomen van € 33.000,- en een maximum totaal hypotheekbedrag van 106 % van de marktwaarde van de woning ná het nemen van de maatregelen. Uit andere nieuwbouwprojecten blijkt dat er niet alleen goede technische mogelijkheden zijn om energie neutrale woningen te realiseren, maar ook dat de stijging van de hypotheeklasten overeen kan komen met de daling van de energielasten. De totale kosten (hypotheek + energiekosten) stijgen niet. 4.12.2 Provinciaal beleid De provincie streeft bij gebiedsontwikkelingen naar zelfvoorzienendheid voor energie.

Bij uitleglocaties en transformatieopgaven wordt de voorwaarde opgenomen dat gemeenten en initiatiefnemers in ruimtelijke plannen dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie, waarbij onder meer de toepassing van restwarmte, warmte- en koudeopslag, aardwarmte, zonne-energie en biomassa aan de orde komt. Provincie Utrecht heeft de ambitie om in 2040 het grondgebied van de provincie Utrecht klimaatneutraal georganiseerd te hebben. Het gaat hierbij niet alleen om CO2 -reductie, maar ook om het onafhankelijk zijn van beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. De opgaven voor klimaatneutraliteit zijn: 1. 2. 3.

het energiegebruik sterk verminderen door besparingen en innovaties; de energie die we nog nodig hebben duurzaam opwekken; energie- of warmte vragende en energie- of warmte leverende functies bij elkaar brengen.

Convenant duurzame woningbouw De provincie Utrecht heeft de ambitie dat er jaarlijks 10.000 woningen worden gebouwd, maar wel op een duurzame, toekomstbestendige manier. Om deze ambitie te behalen, moet er veel veranderen in de manier waarop er gebouwd wordt en de materialen die worden gebruikt. Afspraken hierover worden vastgelegd in het convenant duurzame woningbouw, dat ondertekend wordt door vele partijen, waaronder de provincie Utrecht. 4.12.3 Conclusie De gemeente Montfoort heeft geen eigen duurzaamheidsbeleid, maar heeft wel een extra ambitie opgenomen in de woningbouwopgave (GPR7 of hoger). Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hierbij aangesloten en bij de duurzaamheidsambities van het rijk en de provincie. In het kader van de omgevingsvergunning en daarmee het nadere ontwerp van de woningen zal worden onderzocht op welke wijze kan worden aangesloten op de ambities zoals klimaatneutraal bouwen, de toepassing van restwarmte, warmte- en koudeopslag, aardwarmte, zonne-energie en biomassa. Met het voorgenomen plan zal voldaan worden aan de BENG-eisen die per 1 januari 2021 gelden voor nieuwbouw. Zo zullen de nieuwe woningen aardgasloos uitgevoerd worden en voorzien worden van duurzame materialen, goede isolatie en duurzame installaties. Gesteld kan worden dat voldaan wordt aan de ambities ten aanzien van duurzaamheid.

46

4.13 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied.

4.13.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfersverkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 van 10 december 2018 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Om aan te tonen of het verkeer dat op gang komt door voorliggend plan geen hinder zorgt voor de huidige infrastructuur in de omgeving is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (Goudappel, d.d. 24 februari 2023, zie bijlage bij toelichting bijlage 7). In dit verkeersonderzoek is uitgegaan van circa 200 woningen zoals deze in fase 1 worden gerealiseerd.

Uit het onderzoek blijkt dat een extra ontsluiting op de Willeskop noodzakelijk is en een afwenteling van het verkeer via de Bleek tot een verkeerskundig onveilige situatie leidt. Met een nieuwe ontsluiting op de Willeskop kan voor fase 1, maar ook voor fase 2, een verkeerskundig veilige situatie gerealiseerd worden. 4.13.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Planspecifiek Ter plaatse van de planlocatie geldt het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort'. Met dit plan is geregeld dat voldaan moet worden aan de parkeernormen, zoals die zijn vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Montfoort 2015', of diens opvolger. Type woning

Aantal woningen

Parkeernorm per woning

huur, huis, sociale huur koop, huis, tussen/hoek koop, huis, vrijstaand Totaal

63 63 84 210

1,6 2,0 2,3

Parkeerbehoefte (aantal parkeerplaatsen) 100,8 126 193,2 420

De parkeerbehoefte voor de voorgenomen ontwikkeling betreft 420 parkeerplaatsen. Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking zal voldoende ruimte worden opgenomen om de benodigde parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

47

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2 Plansystematiek Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. Regels Inleidende regels Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 worden ook conform de SVBP2012 overgenomen. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreft onder meer het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met erkers, luifels en dergelijke. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

48

Bestemmingsregels Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden:

• • • • • • • •

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de specifieke gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheden.

Opzet van het plan Voorliggend plan is een zogenaamd ontwikkelingsplan. Daarmee is de daadwerkelijke invulling van het plangebied nog niet tot in detail bekend. De fase waar de planvorming nu in zit vraagt daarmee om een relatief globaal plan waarbinnen de verdere detaillering van het plan en uitwerking kan plaatsvinden. Keerzijde van een globaal plan is dat niet alle kwaliteitsaspecten van het onderliggende stedenbouwkundige plan tot in detail vastgelegd kunnen worden. Er is voor gekozen de bestemming 'Woongebied' te formuleren waarbij, middels aanvullende aanduidingen, de bebouwingstypologie is vastgelegd. Omdat het plan per bouwveld één bouwvlak kent zijn veel bouwkundige zaken, zoals woningdiepte, afstanden tot de erfgrens, hoogtes vastgelegd in de planregels. Op deze wijze wordt voorkomen dat, na realisatie en verkoop, door verbouwingen afbreuk wordt gedaan aan de opzet van het plan. Daarnaast zijn de belangrijkste water-, verkeer- en groenstructuren vastgelegd met de bestemmingen 'Water' en 'Groen'.

5.3 Toelichting afzonderlijke bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen Binnen deze bestemming vallen de grotere groenvoorzieningen en daarmee de belangrijkste groenstructuren. Verkeer De bestemming is opgenomen voor die gronden die een functie krijgen voor hoofdzakelijk doorgaand verkeer. Hierbij is aangesloten op de gangbare systemathiek van de gemeente. Verkeer-verblijfsgebied De verkeersfuncties met meer een verblijfskarakter, zoals erfontsluitingswegen, parkeervoorzieningen etc. is de bestemming Verkeer - verblijfsgebied opgenomen. Water De belangrijkste watergangen zijn voorzien van de bestemming 'Water'. Ook waterbergingen, taluds en groenvoorzieningen zijn mogelijk binnen deze bestemming. Er mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, zoals duikers, bruggen en oeververbindingen.

49

Woongebied Er is voor gekozen de bestemming 'Woongebied' te formuleren waarbij, middels aanvullende aanduidingen, de bebouwingstypologie is vastgelegd. Omdat het plan per bouwveld één bouwvlak kent zijn veel bouwkundige zaken, zoals woningdiepte, afstanden tot de erfgrens, hoogtes vastgelegd in de planregels. Op deze wijze wordt voorkomen dat, na realisatie en verkoop, door verbouwingen afbreuk wordt gedaan aan de opzet van het plan. De maximale goot- en bouwhoogte zijn opgenomen op de verbeelding. Voor de westzijde van het plangebied zijn binnen de drie bouwvlakken ook maximale woningaantallen opgenomen. Binnen deze vlakken mogen niet meer woningen gerealiseerd worden dan aangeduid. Daarmee wordt de gewenste kwaliteit en geleidelijke overgang naar het landelijk gebied geborgd. De opgenomen aantallen op de verbeelding tellen mee in het totale programma van 210 woningen voor fase 1. Waarde - Archeologie De archeologische waarden van de niet vrijgegeven gronden zijn middels deze dubbelbestemming beschermd. Leiding - Water Ter plaatse van de waterleiding in het zuiden van het plangebied is de dubbelbestemming 'Leiding - Water' opgenomen. Deze gronden zijn primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een waterleiding en secundair de andere daar voor komende bestemmingen. Algemene regels Binnen het plan komt één aanduiding voor die meerdere bestemmingen bestrijkt.

Op de verbeelding en in de regels is de vrijwaringzone voor de molenbiotoop opgenomen. De molenbiotoop is samen met de rekenmethode voor de toegestane bouwhoogte opgenomen in dit bestemmingsplan. Hiermee wordt de windvang van de molenbiotoop geborgd.

50

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek De gemeente zal ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. In deze overeenkomst wordt de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is het ruimtelijke plan financieel uitvoerbaar.

51

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.1 Participatie, inspraak en vooroverleg Participatie In het kader van de ontwikkeling is een participatietraject doorlopen (zie bijlagen bij toelichting bijlage 8). Tijdens het participatietraject konden omwonenden, belanghebbenden en geïnteresseerden hun inbreng delen. Met deze inbreng kan tot het best mogelijke plan worden gekomen. Er zijn meerdere meedenkavonden en klankbordgroep bijeenkomsten gehouden. Inspraak Te zijner tijd zullen eventueel ingediende inspraakreacties hier van een gemeentelijke reactie worden voorzien. Vooroverleg In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan inclusief bijbehorende stukken heeft vanaf 16 juni tot en met 10 augustus 2023 ter inzage gelegen bij de publieksbalie van het stadskantoor van Montfoort en digitaal op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de gestelde termijn zijn 11 zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording in de Nota van zienswijzen. Deze nota is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=3abfa979-b5d4-4844-82e0-3771413ca461