CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

01 BPDeBleekfase1_NL.IMRO.0335.BPDeBleekfase1-VG01_toelichting v2

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel De Bleek, vaststelling bestemmingsplan19.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

De Bleek fase 1, Montfoort Gemeente Montfoort

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0335.BPDeBleekfase1-VG01

Datum:

1 november 2023

Contactpersoon Buro SRO:

Dhr. R. van den Heuvel | Dhr. J. van Nuland

Kenmerk Buro SRO:

SR210585

Opdrachtgever:

BPD Ontwikkeling / Bunnik projekten

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 6 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 10

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 16 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 21 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 22

4 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 26 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 26 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 27 4.3 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 28 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 30 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 31 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 32 4.7 Waterhuishouding.............................................................................................................................................

34 4.8 Ecologie ............................................................................................................................................................. 37 4.9 Archeologie ....................................................................................................................................................... 40 4.10 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................ 43 4.11 Niet gesprongen explosieven .......................................................................................................................... 44 4.12 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 45 4.13 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 47

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 48 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 48 5.2 Plansystematiek ................................................................................................................................................ 48 5.3 Toelichting afzonderlijke bestemmingen .......................................................................................................... 49

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 51 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 52 7.1 Participatie, inspraak en vooroverleg ................................................................................................................ 52 7.2 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 52

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De locatie de Bleek in Montfoort is door de gemeenteraad van Montfoort in december 2020 aangewezen als een mogelijke woningbouwlocatie in Montfoort. BPD en Bunnik Projecten hebben vervolgens in overleg met de gemeente, omwonenden en belangstellenden een stedenbouwkundig plan opgesteld voor de Bleek. Dit stedenbouwkundige plan is de onderlegger van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is de juridische onderlegger voor de daadwerkelijke realisatie van de woningen en infrastructuur, etc. in de Bleek. Tevens is door de gemeente in oktober 2022 een PvE vastgesteld voor De Bleek. Het stedenbouwkundig plan ziet op de ontwikkeling van circa 500 woningen. Dit bestemmingsplan maakt realisatie van fase 1 mogelijk. Het programma in fase 1 is circa 210 woningen groot, waarvan enkele kavels die in eigen beheer worden gerealiseerd en 4 woonwagen standplaatsen. Het totale woningprogramma wordt verdeeld naar circa 30% sociale huur, circa 36% betaalbare koop- en/of huurwoningen en circa 34% hoger segment. Van de woningen zal circa 10 tot 15% bestaan uit appartementen. De overige woningen zullen grondgebonden zijn. Om het beoogde plan, 1e fase, juridisch-planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

Omdat onderhavig plan onderdeel uitmaakt van een gefaseerde ontwikkeling zijn verschillende haalbaarheidsonderzoeken al voor het gehele plan uitgevoerd. Op deze wijze wordt ook inzicht verkregen in de effecten van het totale plan op het omliggende gebied.

5

1.2 Ligging plangebied Het plangebied van fase 1 van de Bleek grenst aan de zuidwestelijke bebouwingsrand van Montfoort en heeft een oppervlakte van circa 10,5 ha. De planlocatie ligt ten westen van de straat De Bleek, aan deze straat dankt de locatie ook haar naam. Ten noorden wordt het plangebied begrensd door de provincialeweg Willeskop. Aan de zuidzijde wordt de planlocatie begrensd door de bestaande watergang en de Tiendweg. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door de Benedenkerkweg. De Benedenkerkweg ligt parallel aan de weg De Bleek.

Globale ligging plangebied (rode cirkel, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' (vastgesteld op 11 maart 2013) en '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012' (vastgesteld op 26 oktober 2015). Voorts geldt het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort', vastgesteld op 29 oktober 2018. De volgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' (plangebied aangegeven met rode omkadering)

Het plangebied kent, volgens het vigerende bestemmingsplan '1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012', één bestemming. Het gaat hier om de enkelbestemming ‘Agrarisch - Rivierzone’. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor: volwaardige veehouderijbedrijven, akkerbouwbedrijven en intensieve veehouderijen. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde '- Archeologie 6'. De hiervoor aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor bescherming en instandhouding van archeologische (verwachtings-)waarden. De noordzijde van het plangebied is gelegen binnen de vrijwaringzone molenbiotoop 400 meter. Binnen deze zone, behorende bij molen De Valk, mogen nieuw op te richten gebouwen en andere bouwwerken zich niet verder uitstrekken boven de onderste punt van de verticaal staande wiek dan 1:30 van de afstand gemeten tussen het op te richten bouwwerk en het middelpunt van de molen. De hoogte van de stelling bedraagt circa 3,30 meter. De kortste afstand tot het plangebied bedraagt circa 200 meter. Tevens geldt het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort', een gemeentedekkende en uniforme regeling voor parkeren (en laden en lossen). Op basis van het geldende bestemmingsplan is de realisatie van de woningen niet toegestaan. Hiermee is het plan strijdig met het geldende bestemmingsplan.

Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt.

7

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 volgt allereerst een planbeschrijving van de huidige situatie met vervolgens een beschrijving van de voorziene ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan het geldende ruimtelijk beleid op verschillende schaalniveaus. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst op inpasbaarheid en uitvoerbaarheid aan de hand van de verschillende omgevingsaspecten. De juridische toelichting wordt gegeven in hoofdstuk 5. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in respectievelijk hoofdstuk 6 en 7 belicht.

8

2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie In de huidige situatie bestaan de gronden uit agrarisch grasland. Sinds vele decennia zijn de gronden als zodanig in gebruik. Begin jaren 80 is Montfoort in zuidelijke richting fors uitgebreid en is de planlocatie in aansluiting op het woongebied komen te liggen. De navolgende afbeelding laat de huidige situatie van het plangebied zien.

Zicht op het plangebied vanuit het noorden

9

2.2 Toekomstige situatie In de nieuwe situatie zal op locatie in fase 1 een woonwijk van circa 210 woningen gerealiseerd gaan worden, dit geldt voor fase 1. Voor de gehele planontwikkeling is door Kuiper Compagnons een stedenbouwkundig plan opgesteld die ziet op circa 500 woningen. Het gehele plan wordt hieronder stedenbouwkundig nader toegelicht. Bij het opstellen van de plannen zijn omwonenden en belangstellenden benaderd om mee te denken. Er zijn drie bijeenkomsten geweest waar gelegenheid geboden is om input te geven op de plannen en er is intensief samengewerkt met een klankbordgroep, bestaande uit bewoners van de Bleek e.o. In 2020 is gemeentelijk voorkeursrecht gevestigd. Dit betekent dat de gemeente het eerste recht van koop heeft als er grond wordt aangeboden. In november 2021 heeft de raad besloten om de Bleek als eerste woningbouwplan te gaan uitwerken. Het programma van eisen voor de Bleek is in oktober 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In overleg met de provincie Utrecht is gekozen voor een gefaseerde ontwikkeling. Deze fasering houdt verband met de woningbehoefte en de programmatoekenning zoals deze voorgesteld is door provincie Utrecht. Stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten De Bleek Situering Het plangebied ‘De Bleek’ ligt aan de westzijde van Montfoort in de overgang tussen stad en polderlandschap.

Het gebied waarop de gemeente de wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) heeft gevestigd is circa 19 hectare groot en wordt globaal begrensd door de provinciale weg Willeskop aan de noordzijde, de Benedenkerkweg en De Bleek aan de oostzijde, de Tiendweg aan de zuidzijde en aan de westzijde door het perceel van Van Vliet melkveehouderij. Karakteristiek Het plangebied maakt deel uit van het veenweidelandschap van de Utrechtse Waarden, is open van karakter en kent een regelmatige verkaveling met lange sloten en smalle percelen. Het gestrekte karakter wordt extra benadrukt door de bomenrij langs De Bleek. De bestaande bebouwing aan De Bleek vormt een harde overgang op de grens met het open polderlandschap. Door de agrarische functie van het gebied is de toegankelijkheid van het landschap hier zeer beperkt. De locatie ligt nabij het groene stadspark, de scholen en de sportvelden. De locatie biedt ruimte voor een (grotere) woningbouwopgave en doorgroeimogelijkheden naar de toekomst. De locatie is goed en eenvoudig te ontsluiten via de bestaande infrastructuur en er zijn volop koppelkansen voor ecologie, klimaatadaptatie en energie. Een woninguitbreiding op deze plek heeft impact op het open veenweidelandschap van het Groene Hart.

Daar staat tegenover dat uitbreiding aan deze zijde van de stad kansen biedt om de huidige harde scheiding en overgang tussen stad en land te verbeteren/verzachten door hier een bijzonder woonmilieu met veel groen en water te ontwikkelen. Door voort te bouwen op bestaande landschapsstructuren en landschapselementen en routes te verbinden vanuit het bestaand woongebied kan het polderlandschap beter beleefbaar en toegankelijk worden gemaakt. Om de zachte overgang zoals beoogd aan de westkant te borgen is daar per woonveld het maximaal aantal woningen (welke meetellen in het totale programma) vastgelegd. Deze regeling in combinatie met het aanvullende beeldkwaliteitsplan, wat geldt voor de ontwikkeling van het gebied, borgt de gewenste kwaliteit van deze overgangszone.

10

Aandachtspunten In en rondom het gebied is er sprake van een aantal aandachtspunten die van invloed zijn op de planvorming:

•

Aan de noordoostzijde van ontwikkelgebied De Bleek (fase 1 en 2) ligt, buiten de plangrenzen, een bedrijf met milieucategorie 3.1. De richtafstand is 50 meter. Ten westen van het plangebied ligt een melkveehouderij. Hier is de richtafstand 100 meter;

•

Eveneens ten westen van het plangebied ligt een timmerbedrijf met bedrijfscategorie 3.2. Ook hier is sprake van een richtafstand van 100 meter;

•

Ten noorden van het plangebied staat molen ‘De Valk’. Ter bescherming van de molenbiotoop is er een vrijwaringszone over een deel van het plangebied geprojecteerd. Daarbinnen mag nieuw op te richten bebouwing zich in hoogte niet uitstrekken boven de onderste punt van de verticaal staande wiek dan 1:30 van de afstand gemeten tussen het op te richten bouwwerk en het middelpunt van de molen;

•

In het zuidelijk deel van het plangebied is in de ondergrond een oude oeverwal aanwezig, met aardkundige waarde; Langs de Tiendweg ligt een ondergrondse waterleiding. Binnen de aangeduide veiligheidszone mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht;

• •

Verder zijn er binnen het plangebied een aantal archeologisch waardevolle gronden aangewezen. Op deze gronden mag worden gebouwd onder voorwaarden. De verwachtte waarden moeten worden onderzocht en zo nodig beschermd en veiliggesteld.

Hoofdstructuur Het landschap als onderlegger Bij het opzetten van de hoofdstructuur van het ontwerp is voortgeborduurd op een aantal voor het gebied karakteristieke landschappelijke structuren en patronen. Dit zijn naast het lineaire en gestrekte karakter van de verkaveling van het veenweidelandschap, de afwisseling open en gesloten in het bebouwingslint van Willeskop en de historische lijnen Tiendweg en Benedenkerkweg. Het gestrekte karakter wordt mede bepaald door de aanwezigheid een opvallende doorgaande sloot. Ingegeven door de gunstige ligging in het gebied is deze sloot aangegrepen als basis voor de lay-out de gebiedsontwikkeling. Door vervolgens de hoofdontsluiting van de nieuwe wijk langs deze sloot te projecteren en die te begeleiden met bebouwing ontstaat een eenduidige en heldere dragerstructuur, die het plangebied vanzelfsprekend verankert aan het onderliggende landschap en de oorspronkelijke, karakteristieke lineaire structuur van het gebied onmiskenbaar afleesbaar maakt. Groen en water Met de ontwikkeling ontstaat er een nieuwe rand aan het open landschap. Deze krijgt gestalte door de strook aan de westzijde van de hoofdontsluiting te bestempelen als een groen-blauw woonlandschap waartussen sloten, legakkers en bosjes een reeks van eilanden is geprojecteerd met daarop ruimte voor landschappelijk wonen.

Op die manier ontstaat een landschappelijke en geleidelijke overgang tussen het bebouwd gebied en het open veenweidegebied. Het groen biedt een kader aan de nieuwe bebouwing en camoufleert als een vitrage het zicht hierop vanuit het landschap. Daarnaast heeft dit groen, samen met het water betekenis voor ecologie, klimaatadaptatie en recreatief medegebruik. Langs De Bleek is een langgerekt park geprojecteerd. Door deze positie krijgt het park zowel voor de huidige als de nieuwe bewoners betekenis als uitloopgebied, en kwaliteitsdrager voor de ontwikkeling. Bijkomend voordeel is dat de nieuwbouw op substantiële afstand komt van de huidige bebouwing. Dwarsverbindingen met routes voor wandelaars en fietsers koppelen achtereenvolgens de bestaande wijk, het nieuwe park en de nieuwe wijk aan het open polderlandschap. Dit fijnmazig natuurnetwerk creëert volop kansen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.

11

Wonen In noord-zuid richting wordt het plangebied in twee onderscheidende zones verdeeld. In het noorden een zone langs Willeskop en het resterende gebied daaronder. In de noordelijke zone wordt parallel aan de karakteristiek van Willeskop voorgesorteerd op een invulling met ‘boerenerven’ met een rijke schakering van bouwvolumes, die ruimte bieden voor de ontwikkeling van uiteenlopende woningtypen in verschillende segmenten. In het gebied achter het lint zullen aan de oostzijde van de hoofdontsluiting meer reguliere grondgebonden woningen een plek krijgen. Om de dragerstructuur zoveel mogelijk te benadrukken is het voorstelbaar dat hierlangs een enkel bebouwingsaccent met een bouwhoogte van 4 tot 5 woonlagen wordt geplaatst. Door de enigszins rationele opzet van de bouwblokken in deze zone kan flexibel worden ingespeeld op de grote vraag naar betaalbare woningen. Verkeer De hoofdontsluiting langs de doorgaande sloot wordt op termijn aangesloten op Willeskop. Op die manier kan de nieuwe wijk opzichzelfstaand op de omliggende hoofdwegen worden aangesloten. Daarnaast wordt de nieuwe wijk op twee punten op De Bleek aangesloten. Dit bevordert de doorwaadbaarheid van de locatie een betere verdeling van de verkeersdruk, ook voor de aanpalende bestaande wijk.

In de loop van de periode waarin de nieuwe wijk wordt gerealiseerd, faciliteren deze aantakkingen op De Bleek de fasering van de woningbouw. Verder wordt ingezet op het realiseren van een Duurzaam Veilig verkeerssysteem (30 km/u), met autoluwe straten en veel ruimte voor wandelaars en fietsers met goede verbindingen naar de stad en overige voorzieningen. Naast de aansluitingen op de Bleek en Willeskop zijn voor fietsers en voetgangers extra aansluitingen voorzien op de Tiendweg, de Bleek en Willeskop. Voor het langzaam verkeer ontstaat zo een fijnmazig netwerk van voet- en fietspaden. De openbaar vervoershub bij het Kasteelplein in Montfoort biedt bewoners van de Bleek een goede ontsluiting met het openbaar vervoer. Verder wordt ingezet op het realiseren van een Duurzaam Veilig verkeerssysteem (30 km/u), met autoluwe straten en veel ruimte voor wandelaars en fietsers met goede verbindingen naar de stad en overige voorzieningen. Programma ‐ 500 woningen (fase 1 en 2); ‐ Suburbaan woonmilieu, georiënteerd op bestaande voorzieningen van Montfoort; ‐ 30% goedkoop (150 won.), 36% midden (200 won.) en 34% vrije sector (150 won.). Ontsluiting Het plan voor de gehele ontwikkeling voorziet in een nieuwe noord-zuid ontsluiting die aan de zuidzijde aansluit op De Bleek en aan de noordzijde op Willeskop.

Aan deze nieuwe ontsluitingsweg zijn ten oosten en ten westen van de weg nieuwe woonvelden gesitueerd met groen en/of water als omzooming. In aansluiting op De Bleek voorziet het plan in een brede groenstructuur waarmee aangesloten wordt aan de bestaande woningbouw ten oosten van De Bleek. De hoofdontsluiting van De Bleek is opgenomen in fase 1 van de ontwikkeling. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van de bewoners aan de Bleek e.o. om de nieuwe woonwijk te voorzien van een zelfstandige ontsluiting en niet het verkeer over de Bleek te routeren. De beoogde aansluiting aan de zuidzijde wordt op termijn een eenrichtingsweg. Langzaamverkeer vanuit het plangebied zal direct aansluiten op De Bleek.

12

De onderstaande afbeelding laat een globale versie van het stedenbouwkundig plan zien voor fase 1. Fase 2 kent logischer wijs eenzelfde structuur van woonerven die ontsluiten op de hoofdontsluiting.

Globaal stedenbouwkundig plan (bron: Kuiper Compagnons)

13

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van woningen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de NOVI zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied raakt niet aan één van de nationale belangen en is dus ook niet specifiek van toepassing op het plangebied.

14

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet ruimtelijke ordening kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het voorliggende plan maakt de realisatie van circa 210 woningen mogelijk, waarmee het project aangemerkt wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht op grond van de 'ladder'. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan de woningen gemotiveerd worden. Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Behoefte In het Integraal ruimtelijk perspectief 2021-2040, zoals deze op 14 december 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld, wordt voor Montfoort tot 2030 de woningbouw van minimaal 430 woningen voorzien om de vitaliteit van de kern Montfoort te behouden. Dit beoogde woningaantal volgt oorspronkelijk uit de Woonvisie gemeente Montfoort 2019 - 2030 zoals deze op 9 juli 2019 door de gemeenteraad van Montfoort is vastgesteld. Deze behoefte staat ook in de lateren woonvisie en programmeringen beschreven (zie paragraaf 3.3.2 en 3.3.3). Besloten is in te zetten op scenario 3, behoud draagvlak voorzieningen, zoals deze in de Woonvisie is geformuleerd. Er is daarmee een grote behoefte aan woningbouw om in Montfoort de middenstand en voorzieningen op peil te houden. Locatie In de Woonvisie is ook geconcludeerd dat het beoogde woningaantal, passende bij scenario 3, niet past binnen het bestaande stedelijk gebied van Montfoort. Uitbreiding is daarmee nodig. Hiertoe is een aantal mogelijke uitbreidingslocaties onderzocht en een grondige afweging gemaakt gebaseerd op tal van onderwerpen. Onder andere gebaseerd op dit onderzoek en het doorlopen participatietraject is gebleken dat De Bleek een geschikte locatie is.

15

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie:

• • • • • • •

waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie en het verbouwen van voedsel. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar we voor staan kunnen de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden.

Programma's Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen.

16

Planspecifiek Het plangebied is, conform kaart 1, aangewezen als transitie locatie voor duurzame landbouw. Daarnaast ligt het plangebied waar de ontwikkeling van de groenblauwe structuur en de recreatieve structuur wordt nagestreefd. De planlocatie ligt buiten de, op kaart 8 aangegeven, vitale steden en dorpen. Blijkens kaart 11 van de Omgevingsvisie ligt de planlocatie binnen het Groen Hart en de zogenaamde kernrandzone. Voor het behoud van vitale kernen, met voldoende voorzieningen, is de beoogde woningbouw wel benodigd. Hierover is veelvuldig overleg geweest tussen de gemeente Montfoort en de provincie Utrecht. Binnen de kern wordt een terugloop van voorzieningen geconstateerd als gevolg van het uitblijven van nieuwbouw van woningen. Hoewel de planlocatie ligt buiten het gebied zoals aangewezen op kaart 8 draagt het plan wel bij aan de beleidsambitie van de provincie Utrecht zoals nagestreefd in het kader van 'vitale steden en dorpen'. Het beoogde woningbouwplan is daarmee niet in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. Hierover wordt tussen de gemeente Montfoort en de provincie Utrecht overleg gevoerd. In toelichting paragraaf 3.2.2 is verder onderbouwd waarom de ontwikkeling binnen het provinciaal beleid past.

3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Het beleid van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd met behulp van de op 10 maart 2021 vastgestelde Interim Omgevingsverordening en Programma's: De Omgevingsverordening In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in de kernrandzone en op een locatie waar woningbouw onder voorwaarden mogelijk is.

In artikel 9.13 (Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk) in de Interim Omgevingsverordening wordt het volgende gesteld: 1.

2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw zoals dat is opgenomen in de Bijlage 18 Wonen en werken; 2. de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het stedelijk gebied; 3. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; 4. de woningbouw wordt in samenhang ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie; en 5. de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd, en 6. de woningbouw draagt bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing.

17

Er zal worden voldaan aan de genoemde voorwaarden. In overleg met de provincie Utrecht zal de locatie worden opgenomen in de, nog vast te stellen, nieuwe versie van het programma woningbouw. De locatie bevindt zich direct grenzend aan de bestaande bebouwing van Montfoort. Bij de realisatie van de woningbouw zal nog lopende de ruimtelijke procedure rekening worden gehouden met het voorkomen van extra bodemdaling. Met het plan wordt een grote hoeveelheid groen en water aangelegd waarbij ruimte is voor recreatie. Er kan gesteld worden dat de woningbouw in samenhang met lokale groenontwikkeling wordt ontwikkeld. De belangrijkste water en groenstructuren worden vastgelegd in onderhavig bestemmingsplan. De woningbouwontwikkeling zal, onder meer door de grote hoeveelheid groen en water, voorzien in een goede ruimtelijke kwaliteit en draagt daarmee bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. In het ontwerp Programma Wonen en Werken is De Bleek benoemd in het programma. Besluitvorming hierover volgt nog in 2023. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. 3.2.3 Groen groeit mee In de Omgevingsverordening Provincie Utrecht, die op 1 januari 2024 van kracht is geworden, is in artikel 9.15 opgenomen dat woningbouw in samenhang moet worden ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling.

Bij meer dan 50 woningen moet de woningbouw in een evenwichtige verhouding staan tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie. Daarnaast moet de realisatie en de duurzame instandhouding daarvan verzekerd zijn. De hiervoor te nemen maatregelen worden hieronder verder uitgewerkt. In dit kader is op 7 januari 2022 door uiteenlopende regionale partners binnen de provincie, waaronder alle gemeenten, met het ondertekenen van het Groen Groeit Mee Pact, intenties vastgelegd om aan deze opgave te kunnen voldoen. Doel van dit Pact is groen binnen de provincie naar een hoger niveau te tillen en te zorgen dat groen een wezenlijk onderdeel wordt van de ruimtelijke programmering naast wonen, werken, mobiliteit en energie. Deze ambities vinden hun plek in het provinciale programma Groen Groeit Mee. Het programma Groen Groeit Mee gaat uit van een brede waardecreatie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het positieve effect van groen en landschap op de fysieke en geestelijke gezondheid, maar ook naar de bijdrage van groen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en het creëren van een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Binnen dit programma wordt gewerkt met de tool van de vijf ‘P’s’, te weten People, Planet, Profit, Place en Public. Hierbij is het Groen Groeit Mee Pact als leidraad genomen om de meer abstracte waardecreatie op de vijf ‘P’s’ zo concreet mogelijk te maken.

De aspecten die volgens de ambities van Groen Groeit Mee meegenomen moeten worden voor groen in nieuwe woongebieden, zijn onderverdeeld in de zogenaamde ‘Schijf van vijf van de provincie Utrecht. De te nemen maatregelen moeten antwoord geven op de aspecten van deze Schijf, uitgaande van 1) biodiversiteit, 2) toegankelijkheid van voordeur tot landschap, 3) waterbalans, 4) de gezonde mens en 5) identiteit. Initiatieven worden beoordeeld aan de hand van de hierboven genoemde uitgangspunten en tools. Planspecifiek In het kader van de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied De Bleek, fase I (maar zeker ook in de nabije toekomst voor fase II) zal ingezet moeten worden op het toevoegen van groen in de omgeving van het plangebied, en het versterken van de beleving hiervan. Daarnaast zet de gemeente in op het versterken van de toeristische netwerken en verbindingen. In eerste instantie maakt dit bestemmingsplan de ontwikkeling van De Bleek fase I mogelijk. Daarmee is de uitwerking van de ambities die zijn vastgelegd in het Groen Groeit Mee Pact in eerste instantie opgesteld in het kader van De Bleek fase II. Daarentegen zijn de voorgestelde maatregelen en ontwikkelingen niet los te zien van de uitvoering van het realisatie van de nieuwbouwlocatie De Bleek als geheel.

Zo zijn bijvoorbeeld de nieuwe wandel- en fietsroutes niet alleen voor de toekomstige bewoners van De Bleek fase I te gebruiken, maar kunnen alle toekomstige bewoners van De Bleek hiervan

18

profiteren. De maatregelen worden dan ook voor de gehele ontwikkeling van De Bleek opgesteld, maar kunnen natuurlijk op onderdelen verder uitgewerkt worden. Vanuit het programma Groen Groeit Mee wordt ingezet op het bundelen van de diverse initiatieven, op zowel lokaal als regionaal niveau. In het kader van de realisatie van het plangebied De Bleek, wordt ingezet op verschillende maatregelen en plannen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat deze plannen gerealiseerd kunnen zijn voor 2032. Voor deze ruime scope is gekozen om aan te sluiten bij de invoering van de Omgevingswet. In het kader daarvan moeten gemeenten uiterlijk voor 2032 een nieuw Omgevingsplan opgesteld hebben. In dit Omgevingsplan zal het onderhavige bestemmingsplan overgenomen worden, en zodoende ook de genoemde plannen. In het kader van het programma Groen Groeit mee wordt ingezet op de volgende maatregelen: 1.

Aanleggen een nieuw wandelpad, in aanvulling op bestaande landelijke wandelroutes, waarmee een nieuwe mogelijkheid wordt gecreëerd om een ‘ommetje’ te lopen. Daarbij kan worden gedacht aan een nieuwe wandelstructuur door het aangrenzende open gebied, via het buitengebied tot aan de Hollandsche IJssel.

2.

Aanleggen van natuurvriendelijke oevers van de Hollandsche IJssel, ter hoogte van de manege aan de Willeskop. In overleg met het Waterschap worden de kansen en mogelijkheden hiervoor onderzocht, in samenhang met de mogelijke ontwikkeling van een naastgelegen terrein met een natuurlijke inrichting. De ontwikkeling van de natuurvriendelijke oevers en het in te richten terrein bieden mogelijkheden voor een robuuste groenstructuur in deze kernrand, in aansluiting op de nieuw aan te leggen wandelstructuur, onder meer vanaf het plangebied De Bleek. Daarnaast zal aansluiting gezocht worden bij de ontwikkeling van groenstructuren en versterken van de biodiversiteit in het kader van de groen-blauwe dooradering van het omringende gebied. Naast natuurvriendelijke oevers is hierbij te denken aan het inzaaien van stroken met een bloemrijk zadenmengsel. Om hierbij alle mogelijkheden en kansen voor groene ontwikkelingen in kaart te brengen en de onderlinge samenhang te versterken zal er bij de ontwikkeling op aangestuurd worden de regionale ervenconsulent hierbij te betrekken.

3.

Montfoort is via het landelijke fietsknooppuntennetwerk goed bereikbaar. Op dit moment loopt de verbindingsroute tussen de historische binnenstad en het buitengebied (o.a. richting Blokland) midden door een drukke woonwijk. In 2024 zal de route verlegd worden, en zal via de Beneden Kerkweg de binnenstad verbonden worden met Blokland. Dit is het fietspad dat langs de groene bufferzone loopt, aansluitend op het plangebied De Bleek.

4.

In aansluiting op de ontwikkeling van het plangebied De Bleek, en als (toekomstig) onderdeel van het landelijk fietsknooppuntennetwerk, wordt ervan uitgegaan dat de Beneden Kerkweg, voor het gedeelte tussen de Maarschalklaan en Blokland, voor gemotoriseerd verkeer als éénrichting weg aangemerkt zal worden. De benodigde onderzoeken zijn hiervoor in gang gezet. Wanneer uit de onderzoeken een positief beeld komt, zal het proces in gang gezet worden om hiervoor een verkeersbesluit te nemen.

5.

Naast het aansluiten van het plangebied op de diverse routenetwerken, zullen in ieder geval vier banken geplaatst worden. Wat betreft de locatie kan worden gedacht aan een langeafstandspad, dat op korte afstand van het plangebied ligt, een of meerdere boerderijwinkels in de directe omgeving bevinden, of als aanvulling op het te creëren ‘ommetje’. Om de nieuwe banken goed in het landschap in te passen, en een aantrekkelijke rustplek te creëren, zal waar mogelijk ingezet worden op het toevoegen van kleinschalige landschapselementen. Zo kan bijvoorbeeld een kleine houtwal zorgen voor beschutting en schaduw bij de nieuwe rustplekken.

6.

In de directe omgeving van het plangebied wordt de haalbaarheid van een aantal ontwikkelingen onderzocht, die een bijdrage kunnen leveren aan de gewenste groenontwikkeling. Zo wordt, in het kader van de ontwikkeling van een kleinschalige camping ook ingezet op het versterken van de hier aanwezige kleine landschapselementen en het uitbreiden van het routenetwerk in de

19

directe omgeving hiervan. Daarnaast wordt aan Blokland gedacht aan de ontwikkeling van agroforestry (boslandbouw in combinatie met landbouw), waarbij naast de ontwikkeling van een fruitboomgaard, ook een verbinding over het terrein met de naastgelegen wijk, en daarmee ook met het plangebied De Bleek, gerealiseerd gaat worden. Tenslotte wordt in de oksel van de Benedenkerkweg en Blokland de mogelijkheid onderzocht voor het aanleggen van een ecologisch park. Bij de uitwerking van deze ontwikkeling zal ook de bereikbaarheid vanuit het plangebied De Bleek meegenomen worden. Naast de hierboven genoemde punten wordt ook ingezet op het versterken van de lokale en regionale recreatie. De ontwikkeling van recreatie en toerisme is een speerpunt van de gemeente Montfoort. Hierbij wordt de nadruk gelegd op wandelen, fietsen en varen, zoals onder meer vastgelegd in de visie recreatie & toerisme 2021. Vanuit het Platform de Utrechtse Waarden heeft de gemeente de regionale wensen in kaart gebracht. Er is behoefte aan een uitgebreider vaarnetwerk (fluisterbootjes, kajaks en SUP’s), fietspaden en vooral wandeltracés om een ‘ommetje’ te kunnen maken en daarmee het landschap en de natuur toegankelijke en beleefbaarder te maken.

Deze ambities krijgen onder meer vorm met de hierboven genoemde maatregelen, waarmee ingezet wordt op meer recreanten naar de regio te halen, maar zeker ook om de directe omgeving ook voor inwoners aantrekkelijker te maken en te stimuleren om in beweging te komen.

20

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Intergraal ruimtelijk perspectief 2021 - 2040 Het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021-2040 is een gezamenlijke visie van de 16 gemeenten in de U10 en is de 'wegwijzer' naar de toekomst. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 is te zien als een convenant tussen de gemeenten. Het doel van het perspectief is om de regio te versterken als economisch centrum van Nederland, met behoud van de hoge kwaliteit van de leefomgeving. Het perspectief richt zich op een aantal thema's, waaronder wonen, bereikbaarheid, economie, duurzaamheid en landschap. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van de verschillende functies in de regio, waarbij zowel de steden als het platteland een belangrijke rol spelen. Belangrijke onderdelen van het perspectief zijn onder andere het ontwikkelen van hoogwaardig openbaar vervoer, het stimuleren van duurzame energievoorziening, het creëren van meer groen en het bevorderen van de circulaire economie. Het IRP doet beleidsmatige uitspraken over:

• • • • • •

De omgang met groen, landschap en water; Voldoende en passende woningen en banen voor iedereen; Ruimte voor economie door voldoende en complementaire werklocaties; Goede bereikbaarheid van dorpen en steden in de regio; Gezonde en vitale leefomgevingen; Energietransitie en duurzame opwekking van energie.

Planspecifiek In het IRP een t.b.v. vitaliteit in de kernen een woningprogramma tot 2030 voorzien van circa 430 woningen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan een deel van het beoogde woningbouwprogramma.

21

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie 2022 Montfoort Op 13 december 2021 heeft de gemeenteraad van Montfoort haar Omgevingsvisie Montfoort, Vitale kernen in een waardevol landschap, vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld in de ‘geest’ van de Omgevingswet. De visie is samen met de bevolking, maatschappelijke partijen en alle relevante disciplines binnen de ambtelijke organisatie opgesteld. Hierdoor is de visie integraal en participatief opgesteld. De visie is opgesteld als een dynamisch document en biedt het raamwerk waarbinnen de komende jaren beleid verder uitgewerkt wordt. De visie kent dan ook geen maximum geldigheidsduur en zal regelmatig worden bijgesteld. De omgevingsvisie van de gemeente Montfoort is dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle onderwerpen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in Montfoort. Planspecifiek De Omgevingsvisie doet beleidsmatige uitspraken over tal van onderwerpen en thema's. Onderhavig plan ziet op de ontwikkeling van woningen. Voor de vitaliteit en toekomstbestendigheid van de kernen wordt in de Omgevingsvisie ingezet op woningbouw, bedrijvigheid, verbetering bereikbaarheid, recreatiemogelijkheden en aanpassingen voor een veranderend klimaat.

In de Omgevingsvisie wordt gesteld, in lijn met de Woonvisie en de Woningbouwprogrammering, dat er voor de komende tien jaar een woningbehoefte is van 430 woningen. Insteek is deze woningen verspreid door de gemeente te bouwen op zowel inbreidings- als uitleglocaties. In de omgevingsvisie zijn meerdere zoeklocaties voor deze inbreidings- en uitleglocaties aangegeven. Zoals zichtbaar op onderstaande afbeelding is De Bleek aangegeven als 'woningbouw zoeklocatie'.

Kaart ontwikkelingen Omgevingsvisie 2022 Montfoort (bron: Omgevingsvisie 2022 Montfoort)

22

Nieuwe woningbouwlocaties dienen verschillende woningtypologieën aan te bieden, waardoor Montfoort aantrekkelijk is en blijft voor alle doelgroepen. Bij een uitbreiding dient er, op basis van de Omgevingsvisie, meer verweving te komen tussen het stedelijk- en buitengebied. Het stedenbouwkundig plan voorziet hierin door de woonvelden te omzoomen door water en groen. Te realiseren woonmilieus in Montfoort kenmerken zich door traditionele waarden als groen, ruimte en rust, met traditionele architectuur. Met onderhavige ontwikkeling wordt hierbij aansluiting gezocht, onder meer met het realiseren van de groene woonvelden. In de Omgevingsvisie zijn specifieke aandachtspunten voor uitbreidingslocaties opgenomen. Deze zullen in acht genomen worden bij onderhavige ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie 2022 van de gemeente Montfoort. 3.4.2 Woonvisie gemeente Montfoort 2019 - 2030 Op 8 juli 2019 heeft de gemeenteraad de 'Woonvisie gemeente Montfoort 2019-2030' vastgesteld. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. De bevolkingssamenstelling verandert, de economie verandert en de woningmarkt verandert mee. Keuzes die in 2019 gemaakt worden, werken door in de komende decennia. De visie is dan ook geen gedetailleerde opsomming van activiteiten in de komende jaren.

De woonvisie wordt gezien als een 'kompas' waarmee aangegeven wordt hoe tegen de opgaven in het woonbeleid aangekeken wordt. Er wordt richting gegeven en een bestendige lijn wordt uitgezet voor de toekomst. Daarbij inspelend op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen. De gemeente zet zich in voor de vitaliteit van wonen en leven in Montfoort en Linschoten. Een passend woonaanbod vormt een onderdeel hiervan, binnen de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de kernen Met de woonvisie wil de gemeente toekomstgericht inspelen op de woonwensen en woonmogelijkheden voor de inwoners van Montfoort en Linschoten, en tevens haar bijdrage leveren aan het verminderen van de druk op de regionale woningmarkt. Dit laatste draagt ook bij aan een evenwichtige ontwikkeling en behoud van de vitaliteit van Montfoort en Linschoten. Differentiatie van woningen is daarbij nodig, om een toekomstbestendige woningvoorraad te hebben waar doorstroming in plaats kan vinden. Op basis van dit vertrekpunt en afweging van de drie gepresenteerde scenario’s kiest de gemeente Montfoort voor een toekomstscenario dat ruimte biedt aan ontwikkelingen passend bij de lokale vraag, met een kleine plus voor nieuwkomers in de gemeente Montfoort. Deze ambitie wordt uit aan de hand van vijf pijlers uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5.

voorzichtige groei van de kernen: tot 2030, 210 woningen toevoegen, waarvan 130 voor de lokale behoefte (hierbij dient opgemerkt te worden dat het woningaantal inmiddels naar boven is bijgesteld); de twee kernen verschillen in woonmilieus en leefstijlen (nieuwe woonstijlen sluiten aan bij de leefstijlen in de kernen); voorkomen dat kwetsbare groepen op de woningmarkt verdrongen worden (o.a. 30% van nieuwbouwprogramma bestaat uit sociale woningbouw); de kernen zijn duurzaam en gezond (o.a. de woningvoorraad is in 2050 energieneutraal); ruimte voor eigen initiatief en innovatie (gemeente faciliteert particuliere initiatieven binnen afwegingskader; nieuwbouw moet zorgen voor een kwalitatieve toevoeging aan de kernen).

De woonvisie heeft ertoe geleid dat de gemeenteraad een stap verder wil gaan en wil onderzoeken of er, bovenop de 210 woningen, nog eens extra 180 woningen gerealiseerd kunnen worden. Hiermee is gekozen voor scenario 3 van de woonvisie. Binnen scenario 3 wordt ruimte geboden aan circa 430 woningen binnen Montfoort om het voorzieningenniveau duurzaam te borgen. Planspecifiek De planlocatie aan de westzijde van De Bleek wordt in de woonvisie specifiek benoemd als één van de locaties voor woningbouw in Montfoort. Met het bebouwen van de locatie naast De Bleek wordt, zo staat in de woonvisie beschreven, de cirkel om oud Montfoort voltooid. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn is met de ambities van de Woonvisie 2019 - 2030.

23

3.4.3 Woningbouwprogrammering 2019 - 2030 Op 27 januari 2020 heeft de gemeenteraad de woningbouwprogrammering 2019-2030 vastgesteld. Met dit besluit is de woningbouwopgave zowel in kwantitatief opzicht als in kwantitatief opzicht vastgelegd. Als gevolg van de ontwikkelingen op de woningmarkt, maar ook als gevolg van de financiële verkenningen van de woningbouwlocaties, behoeven enkele kwalitatieve aspecten uit de woningbouwopgave aanpassing teneinde een gezonde en voortvarende ontwikkeling van nieuwbouwprojecten mogelijk te maken. Hiertoe is op 25 oktober 2021 een aangepaste woningbouwopgave vastgesteld. De onderdelen dichtheid, bandbreedte voor koopwoningen in het middensegment, levensloopbestendigheid, en doorstromingswens zijn aangepast. Tevens wordt een doorzicht gegeven naar de woningbouwopgave tot 2040. In de woningbouwprogrammering 2019 - 2030 is gekozen voor het zogenaamde ‘plusprogramma’, namelijk 430 extra woningen tussen 2019 en 2030. Basis van deze wens was het behoud van de vitaliteit van de kernen en de enorme vraag naar nieuwbouwwoningen. Dit is en blijft de basis voor de woningbouwopgave voor de gemeente in deze periode. Wanneer deze toename ook voor de periode na 2030 geëxtrapoleerd wordt dan is het realistisch om nu al uit te gaan van - en dus ook voorbereid te zijn op - ca. 1.000 extra woningen tussen 2019 en 2040.

In de woningbouwprogrammering is opgenomen dat van alle nieuwbouwwoningen 30% (mits gedifferentieerd) moet worden gebouwd in het segment sociale huur tot €720 (liberalisatiegrens, prijspeil 2019). Daarnaast moet 25% van alle nieuwbouwwoningen gebouwd worden in het segment middenhuur tot €1.000/goedkope koop (VON-prijs: max NHG-grens en gedifferentieerd). In het specifieke programma van eisen, wat voor deze ontwikkeling door de gemeenteraad is vastgesteld, is overeengekomen dat het aandeel ‘betaalbare middensegment’ verhoogt wordt van 25% naar 30%, dit omdat binnen de kern er behoefte is aan meer betaalbare woningen. Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 210 nieuwe woningen gerealiseerd. De ontwikkeling past in het woningbouwprogramma van 430 extra woningen tussen 2019 en 2030 en ca. 1.000 extra woningen tot 2040. De eisen vanuit de woningbouwprogrammering zullen hierbij in acht genomen worden. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn is met de woningbouwprogrammering 2019-2030 en de later vastgestelde aangepaste woningbouwopgave. 3.4.4 Doelgroepenverordening Op 17 oktober 2022 heeft de gemeenteraad van Montfoort ingestemd met de Doelgroepenverordening 2022. In het verlengde van het uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie is de verordening opgesteld.

ln het uitvoeringsprogramma van de Woonvisie staat beschreven dat een doelgroepenverordening wordt opgesteld, in combinatie met een instrumentenmix. De noodzaak hiervoor is steeds groter geworden met de druk op de woningmarkt. Woningzoekenden met een kleinere beurs ondervinden steeds meer moeite om een woning te vinden. De Doelgroepenverordening stelt regels over de te realiseren woningen voor specifiek onderscheiden doelgroepen. De verordening borgt de structurele beschikbaarheid van betaalbare woningen voor de doelgroepen die dat nodig hebben. Voor het kunnen gebruiken van de inhoud van een Doelgroepenverordening moet deze verankerd zijn in het bestemmingsplan. Dit met als doel om de woningen ook op de lange termijn beschikbaar te behouden voor de doelgroepen.

24

Planspecifiek De doelgroepenverordening wordt voor dit bestemmingsplan ingezet. Door een verplichting op te nemen voor de percentages sociale en middeldure huurwoningen en hierop de doelgroepenverordening van toepassing te verklaren is de realisatie en langdurige beschikbaarheid van sociale en middeldure huurwoningen juridisch geborgd. 3.4.5 Convenant Duurzame Woningbouw Het "Convenant Duurzame Woningbouw" is een convenant tussen verschillende partijen, zoals overheden, bouwbedrijven, en maatschappelijke organisaties, om duurzame woningbouw te bevorderen. In dit convenant worden doelen en maatregelen vastgelegd om te zorgen voor milieuvriendelijkere en energiezuinige woningen. Het convenant is op 29 september 2022 ook door de gemeente Montfoort ondertekend. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over circulariteit, natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en energiegebruik. Deze afspraken zijn vastgelegd in bijlage 2 van het convenant. Bij de verdere planuitwerking zal in lijn met het gesloten convenant verder invulling worden gegeven aan de overeengekomen duurzaamheidsambities.

25

4 Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artikel 3.1 lid 3 van de Wro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, et cetera) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=3abfa979-b5d4-4844-82e0-3771413ca461