CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag raadsvergadering d.d. 25 mei 2009

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkenhof, Wijngaarden14.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als er echt naar de cijfers gekeken wordt, kom je anders uit dan het college nu doet voorkomen. We hebben navraag gedaan bij specialisten. Spreker heeft geen zin om onzin dingen te vragen. Spreker trekt de interpretatie van de tellingen in twijfel. De heer Van Dam zegt niet voorbij te gaan aan de mening van de klankbordgroep. Er zijn maar 150 van de 800 formulieren terugkomen. Het is spreker niet duidelijk welke redenen de tegenstemmers hebben. De heer Van Rees kan zich voorstellen dat het van de bewoners bij de Zeemansweg niet drukker hoeft te worden en dat wordt het natuurlijk wel. De heer Verhoeve kan zich dat niet voorstellen. Deze mensen moeten nu helemaal door het dorp heen om naar buiten te kunnen. Volgens de heer Van Rees wordt ook het recreëren daar veel moeilijker. De heer Egas merkt op dat dat nu al moeilijk is, er wordt ontzettend hard gereden. De heer Van Dam vraagt wat is druk? Over het centrumplan het volgende. Als er in een centrum weinig te beleven is, dan zegt men wat is het hier een saai dorp. Dat werken we hier dan ook een beetje in de hand. Maak het centrumplan zo dat het veilig is. De heer Verschoor lanceert een voorstel. We kunnen met elkaar lang praten over interpretatie van tellingen. Wat is druk? Door de bevolking wordt de situatie als druk en onveilig ervaren.

Er is een rapport van 1995, een verkeersplan, waarin gezegd wordt dat het goed zou zijn als die tweede oeververbinding er zou komen. Hoe worden toekomstige verkeersafwikkelingen als er een centrumplan is en een ontsluitingsweg vanaf het Koekoekspad ? Dat zal leiden tot andere verkeersbewegingen. Gooi die brug niet te snel van het kernprogramma af, hij komt er nooit meer op. Het is een historisch gemiste kans als wij hier niet heel zorgvuldig mee omgaan. Zeker gezien het beleven van de bevolking van Bleskensgraaf. De heer Verhoeve sluit zich hierbij aan.

14

De heer Moret wil de fractie van CDA en CU wat meegeven. Het is goed om te kijken hoe het verkeer zich afwikkelt op de toeleidende wegen. Spreker geeft nadrukkelijk mee dat het inderdaad is nu of nooit. We moeten meer nadenken over de gevoelens die naar voren komen uit de klankbordroepen. We hebben deze klankbordgroepen niet voor niets. Richting de voorzitter zegt spreker dat de VVD fractie zich toch een beetje in de maling genomen voelt. Spreker is tevreden als er een verkeersveilige situatie komt, maar ziet nog niet hoe dit gerealiseerd kan worden. U heeft aangegeven dat dit onderzocht wordt en dat men daar wel goed uit kan komen. Spreker heeft daar zorgen over. De voorzitter zegt dat daarom deze discussie in de raad wordt gevoerd om dit soort aspecten op tafel te krijgen. Er is geluisterd naar de inbreng van de diverse fracties. Spreker stelt voor dat het college vanuit dit debat een voorstel maakt voor besluitvorming in de raad. Daarin zal worden meegenomen de diverse ontwikkelingen in de kern Bleskensgraaf, het dorpshart, de woningbouwontwikkelingen, het Koekoekspad, de toekomst van Hofwegen, de ontwikkelingen van het bedrijventerrein. Deze zaken worden meegenomen, los van de interpretatie van de verkeerstellingen. We moeten hier geen maanden meer over spreken, maar een knoop doorhakken.

De waarde van deze discussie is dat een aantal aspecten op een andere manier is neergezet. Het college zal genoemde aspecten goed belichten en op basis daarvan met een voorstel komen. Ten aanzien van brandweer proeft de voorzitter een unanieme voorkeur om de vier posten te houden en de huisvesting adequaat te regelen. Dit zal het college verder uitwerken. De heer Verhoeve gaat akkoord met het voorstel. Alleen naar De Waard toe moeten we ook dingen laten zien. Als de brug niet doorgaat is het straks makkelijker om dit punt van de lijst te halen dan er op te zetten. De voorzitter antwoordt dat de tweede oeververbinding niet is geschrapt, deze staat nog steeds in de projectenlijst van de Waard. Om 22.30 uur wordt de vergadering geschorst tot 22.40 uur. Besluitvormend deel van de vergadering 14. Vaststelling bestemmingsplan Gascompressorstation incl. zienswijzen en weerlegging De heer De Groot neemt de plaats van de heer Verhoeve in aan de raadstafel. De heer Moret wil niet alle argumenten uit vorige debatten herhalen maar is nog steeds van mening dat het station niet in het Groene Hart past, er zijn daar buiten locaties te vinden die beter zijn, maar misschien iets meer kosten. Spreker verwijst naar het boekje Koers van de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Het is de regionale reactie op de provinciale structuurvisie. Op blz.

15 staat dat de mening van deze regio is dat er geen verdere aantasting van het Groene Hart moet plaatsvinden. Als voorbeeld wordt genoemd het gascompressorstation. Wij gaan dus vanavond akkoord met een voorstel terwijl wij in de richting van de provincie de reactie geven dat er in het Groene Hart eigenlijk geen gasstations mogen worden gebouwd. Dat is dus met elkaar in tegenspraak. De zienswijzen zijn soms verwerkt, maar soms ook helemaal niet. Spreker heeft hierover opmerkingen gehad van de indieners van de zienswijzen. Een voorbeeld. Toegezegd is dat alles in de oude staat zou worden teruggebracht, maar dat is dan toch weer niet helemaal het geval. Waarom moet dat nu? De verwerking van zienswijzen die wel gehonoreerd zijn, is niet optimaal. Met de kleine wijzigingen die wel hebben plaatsgevonden, zouden we dus moeten instemmen. Dat doen we niet. Het plan is niet substantieel gewijzigd. Er is een onderzoek gaande bij de Europese commissie. Dat onderzoek leidde er toe dat er via de rechter geprobeerd werd de werkzaamheden van de Gasunie te stoppen. Dat verzoek is weliswaar door het laagste rechtsorgaan afgewezen, naar sprekers mening om vreemde redenen. Men gaat daartegen in hoger beroep. Als er iets onder de rechter is, kun je je afvragen of je juridisch gezien dan wel een bestemmingsplan kunt goedkeuren. Spreker is van mening van niet.

Er wordt gesproken over een evaluatieonderzoek. Wat doe je daar later mee? Wat evalueer je dan? Ga je dan de temperatuur in de vijvers van de kikkers meten? Spreker is dus niet enthousiast over het voorstel. Enerzijds vanwege de argumenten die de VVD destijds al heeft aangevoerd, anderzijds omdat er nog steeds geen echte garanties zijn dat de

15

omwonenden er niets van zullen horen, zien en ruiken en vanwege het feit dat de zaak nog steeds onder de rechter is. De VVD fractie stemt tegen het voorstel. De heer Van Rees heeft ook kennis genomen van de zienswijzen. Sprekers is blij dat daar waar mogelijk indieners tegemoet zijn gekomen. Spreker heeft zelf in een eerder stadium vragen gesteld over de bodemdaling. Toen is gezegd dat deze vraag op die vergadering niet thuishoorde. Het komt nu terug als een zienswijze. Spreker heeft er nog steeds zorg over. Om de bodemdaling bij het gascompressorstation te beperken zou retourbemaling moeten worden toegepast. Er wordt in het stuk gezegd dat dit een goede methode is. Vervolgens wordt gezegd dat deze methode niet in Graafstroom wordt toegepast. Waarom niet? Er wordt gesteld dat al deze zaken straks bij de bouwvergunning worden geregeld. Dan heeft de raad daar geen zicht meer op. Spreker zou graag zien dat er op het punt van bodemdaling een second opinion wordt aangevraagd en dit punt dan vervolgens in de raad terugzien. De CDA fractie gaat wel akkoord met het voorstel. De heer De Kruijk deelt de zorg over de bodemdaling, maar deze zorg heeft alleen kracht als je niet akkoord gaat met het bestemmingsplan. De heer Van Rees merkt op dat deze punten bij de bouwvergunning worden geregeld. Als raad heb je er dan geen zicht meer op.

De voorzitter zegt dat er een brief klaarligt rondom de bodemdaling. De heer Heijkoop zegt dat een en ander inderdaad onduidelijk is. Spreker heeft om een onderbouwing gevraagd. Het antwoord is inmiddels binnen. Uit het advies blijkt dat de zetting niet gaat afwijken van de autonome zetting. Alle fracties krijgen de technische uitleg op papier. De heer Van Rees merkt op dat de zorg met name betrekking heeft op het gebouw zelf. De heer Heijkoop antwoordt dat zowel het leggen van de leidingen als het gebouw zelf in de uitleg is meegenomen. De heer Moret vraagt of bij de bouwvergunning kan worden geëist dat er een damwand geslagen wordt. De heer Heijkoop durft dat niet te zeggen. Als dat noodzakelijk is voor een adequate aanleg dan kan dat een onderdeel zijn. De heer Boender noemt het voorstel een logisch gevolg van eerder gevoerde discussies. De CU fractie gaat dan ook akkoord. Spreker is van mening dat er op een correcte en afgewogen wijze is gereageerd op de zienswijzen. Is op dit moment al bekend en benoemd wat er in de evaluatie aan de orde zal komen? Wordt er vanuit een bepaalde doelstelling gekeken wat er geëvalueerd gaat worden en hoe wij daarmee omgaan? De voorzitter vraagt of de raad er bezwaar tegen heeft dat de heer De Groot in het besluitvormende deel van deze vergadering het woord voert. Dat is niet het geval.

De heer De Groot merkt op dat de SGP fractie graag een andere locatie had gezien. De keuze is schoorvoetend gemaakt en vanavond moeten de consequenties van ons bestuurlijk handelen een stap verder worden gebracht. De zienswijze van de bewoners om het gasstation aan het zicht te onttrekken door een bosrand is begrijpelijk. Daarbij zijn voor ons de bebouwingsvoorschriften van de locatie niet van ondergeschikte aard. Met het vorige ontwerp zijn de bebouwingsvoorschriften deels ingeperkt maar voor spreker nog onvoldoende. Er zijn mogelijkheden om later op te schalen. In het bestemmingsplan worden hogere bouwhoogtes genoemd. In het huidige plan zien wij hoogtes van 6, 7 tot 10 meter. Als wij de oorspronkelijk stukken er op naslaan was er sprake van gebouwen van 3, 6 en 9 meter. Het hoofdgebouw heeft één bouwlaag. Echter in het bestemmingsplan zien wij dat niet terug. In het bestemmingsplan wil spreker beslist nog niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst. Het gaat tenslotte om bouwen in het Groene Hart waar de regel geldt; nee, tenzij. In uw motivering bij de zienswijzen refereert u hieraan. Misschien is het mogelijk om aan de hand van een plot de bijbehorende bouwhoogtes in te vullen in de bestemmingsplankaart. Verder vraagt spreker zich af hoe het staat met de geluidscontouren. Het geluid moet onder 50dba blijven.

Dit vraagt spreker onder meer omdat voor het station geen geluidsdata voorhanden zijn. Tenslotte vraagt spreker aandacht voor het tegengaan van zetting in de polder door het aanleggen van de leidingen. In art. 10 van de planvoorschriften is hiervoor een aanlegvergunning opgenomen. Er is niets te lezen over zettingscriteria zodat een toetsing mogelijk is. Spreker zegt dat de SGP fractie eerst antwoord op de vragen wil hebben, voordat de fractie een besluit kan nemen. 16

De heer Verhoeve neemt de plaats van de heer De Groot weer in aan de raadstafel. De heer De Kruijk zegt dat de PvdA fractie in de raadsvergaderingen van 15 december en 21 april 2008 al duidelijk melding heeft gemaakt van de bezwaren van een industrieel complex in het Groene Hart. Het moge duidelijk zijn dat de PvdA fractie niet zal instemmen met het voorliggende voorstel. Er moet een evaluatieonderzoek plaatsvinden. En er zijn geen verdere financiële consequenties verbonden aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Wie gaat dat evaluatie onderzoek dan betalen? Spreker denkt dat de gemeente dit onderzoek zelf zal moeten bekostigen. De Minister van Economische Zaken stelt dat er sprake is van een voorziening van algemeen nut. Dat is ook zo, maar niet op die plek. De opmerkingen van het CDA en de argumenten van de SGP bewijzen ons gelijk. Ook in een aantal prominente stukken staat dat het Groene Hart planologische bescherming vraagt. De trend is dat wij het Groene Hart moeten bewaren. Jammer dat de alternatieve locaties die ook door de PvdA fractie zijn voorgesteld, van tafel zijn geveegd en er voor financiële argumenten is gekozen om het station in Wijngaarden te realiseren. Ondanks het indrukwekkende beplantingsplan zul je nog jaren vanaf de N214 ontvangen worden door een lelijk industrieel complex omdat de beplanting zich niet laat opjagen om het lelijks snel te verbergen.

De PvdA fractie neemt het rentmeesterschap over de Alblasserwaard serieus en gaat niet akkoord met het vaststellen van het bestemmingsplan. De heer Heijkoop bevestigt dat het gasstation inderdaad in het boekje Koers van de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden als voorbeeld wordt genoemd als iets waar de regio niet om staat te springen. Het voorbeeld van de windmolens van Giessenlanden staat er ook in. Dat is ook een bijzondere situatie. Dat zijn toch de uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar wij hebben als gemeente de Gasunie niet verzocht om een station hier te realiseren. Het schakelstation gaat wel degelijk weg. Het geschrevene heeft betrekking op de begroeiing die daarom heen is aangelegd. Het is de bedoeling de beplanting langs de weg en gedeeltelijk langs de sloten te laten staan. De rest gaat weg zodat het open karakter van het weiland terug komt. De heer Bikker merkt op dat is toegezegd dat alles in de oude staat teruggebracht zou worden. Dat betekent knotwilgen langs de waterkant. De heer Moret vult aan dat de toezegging was gedaan dat alles weg zou gaan, dat is niet het geval, het gaat dus om het gevoel. De heer Heijkoop concludeert dat de meerderheid van mening is dat er op de zienswijzen afdoende is ingegaan. Dan de voorwaarden wat zetting betreft. Dat is niet zozeer een zaak van de gemeente, maar van het Waterschap.

Het heeft ook te maken met peilbeheer en peilhoogten. Spreker weet niet of er op voorhand al voorwaarden door het Waterschap zijn gesteld. In 2007/2008 is het hele gebied opnieuw in kaart gebracht. Alle hoogtes zijn recent bepaald. Er wordt gewerkt aan een nieuw peilbeheerplan. Alle informatie is dus heel recent en daar zullen alle nieuwe ontwikkelingen tegen afgezet worden. Het evaluatieonderzoek is een voorwaarde die in de Wet Milieubeheer is opgenomen en wordt vooral gerelateerd aan de MER. De gemeente is uitvoerende partij, het bevoegd gezag, maar spreker gaat er van uit dat de kosten door de Gasunie worden betaald. Het onderzoek gaat naar verschillende partijen. De heer De Kruijk vindt het raar dat de slager zijn eigen vlees keurt. De heer Heijkoop antwoordt dat dit niet zo is. De gemeente geeft opdracht, maar voert deze niet zelf uit. In de tekst van het bestemmingsplan staan hoogten genoemd zijnde geen gebouwen. Daar wordt dus bijvoorbeeld de ontluchtingspijp mee bedoeld. Verder is precies aangegeven op welke plaatsen welke bouwhoogte gerealiseerd mag worden. Zo ver als mogelijk is dit dicht getimmerd en vastgelegd. Volgens de heer Verhoeve is er nog een discrepantie van een meter. Wat wordt er straks gehandhaafd? De heer Heijkoop antwoordt dat alle hoogten staan opgenomen op de verschillende vlakken van de plattegrond.

Zaken die buiten die vlakken vallen zijn met name genoemd inclusief de toegestane hoogten en zo vastgelegd in het bestemmingsplan. Daar kan niet zo maar van worden afgeweken. De heer Verhoeve wil nog graag antwoord op de vraag over het geluid. De heer Heijkoop antwoordt dat de geluidsnormen in de Wet Milieubeheer staan. De contour is de grens waarop de 50dba van toepassing is. Deze ligt nog ver bij de woningen vandaan. De Wet Milieubeheer zegt ook nog iets over de milieubelasting op de woningen zelf. De waarborg is er.

17

De heer Moret vraagt of de cumulatie van de geluidsoverlast, A15, Betuweroute en nu het station ook wettelijk goed vastligt. De heer Heijkoop antwoordt dat de achtergrondgeluiden van de A15 bekend zijn. Hoe dat tegen elkaar afgezet wordt, is nogal ingewikkeld. Er wordt gewerkt met modellen. De heer Verschoor merkt op dat dit niet zomaar bij elkaar kan worden opgeteld. De heer Heijkoop bevestigt dit. Volgens de voorzitter heeft het beroep bij het Gerechtshof geen opschortende werking. Dat ligt besloten in de uitspraak in het kort geding van de rechtbank. De rechter is inhoudelijk ingegaan op de stand still procedure. Er is geen sprake van staatssteun, daarom hoeft het stand still beginsel niet te worden toegepast. Vanuit de uitspraak van de rechter is het college er van overtuigd dat het vaststellen van het bestemmingsplan niet hoeft te worden opgeschort. De heer Moret is het daar niet mee eens. Voor de heer Verhoeve is het antwoord van de wethouder met betrekking tot de hoogtes niet voldoende. De voorzitter kan de zekerheid geven dat er geen uitbreidingsmogelijkheden zijn. Dat is uw achterliggende gedachte. Dat is dus niet het geval. De Gasunie doet niets anders dan eerder is aangegeven. De raad stemt in met de vaststelling van het bestemmingsplan. De fracties van de VVD en PvdA stemmen tegen. 15.

Voorstel inzake extra krediet haalbaarheidsonderzoek dorpshuis Oud-Alblas De heer Bakker merkt op dat de vorige raadsvergadering is gevraagd de onderzoeksvraag uit te breiden met de brandweer. Dat is niet terug te vinden. Dit is ook de vraag van de heren Verschoor en Hamerpagt. De heer Jonker meldt dat het college op dit moment geen noodzaak ziet de brandweer bij het nieuwe complex te realiseren. Dit zou een vertragend effect hebben op Trefpunt. Mochten de beoogde locaties voor de brandweer alsnog afvallen, dan kan de brandweer alsnog met Trefpunt meeliften. De heer Egas merkt op dat dit wel raadsbreed, unaniem zelfs, is gevraagd. De heer Bakker stemt hiermee in. De voorzitter zegt op dat het college niet uitsluit dat er een dergelijk onderzoek komt. Het college wil echter wel het resultaat van het onderzoek over een andere locatie afwachten alvorens nu al opdracht te geven de brandweer bij Trefpunt te betrekken. De heer Bakker vraagt of er dan straks weer een aanvullend krediet zal worden gevraagd. De voorzitter antwoordt ontkennend. De heer Verschoor vraagt waarom dit niet in het voorstel is verwoord. Dit uit het oogpunt van goede communicatie. De heer Jonker antwoordt dat dit door omstandigheden niet is gebeurd. Daarom wordt nu een mondelinge toelichting gegeven.

De heer Egas is van mening dat het chiquer was geweest om deze mededeling te doen voordat het voorstel in bespreking werd gegeven. De voorzitter hoopt dat er met een week meer duidelijkheid is over de locatie van de brandweer. De heer Hamerpagt vraagt wanneer het onderzoek inzake Trefpunt zal worden afgerond. De heer Jonker zegt dat in eerste instantie 29 juni is afgesproken, maar omdat het voorstel twee weken later in de raad behandeld wordt dan gepland, loopt de opdrachtverstrekking al twee weken achter. De heer Egas vat een en ander als volgt samen: Binnen een week komt het college terug met een locatievoorstel voor de brandweer, zo niet dan wordt de brandweer betrokken in de onderzoeksvraag inzake Trefpunt. Het gevraagde krediet wordt dan niet hoger. De heer Jonker zegt dat als de locatie van de brandweer afvalt en de brandweer dus wordt meegenomen in het voorstel 29 juni absoluut niet gehaald zal worden. Er wordt aldus besloten. 18

16. Beschikbaar stellen krediet voor renovatie dorpshuis Goudriaan De heer Bakker heeft nog geen antwoord gekregen op zijn eerder gestelde vraag over de 6% BTW. De heer Heijkoop antwoordt dat het hele btw verhaal afhankelijk is van het gebruik van de zaal en het contract van de beheerder. Het college is van het hoogste percentage uitgegaan, maar gaat er van uit dat het voor delen lager zal zijn. Het is nog een ingewikkelde kwestie, maar er zal niet worden nagelaten te proberen zaken tegen het laagste BTW tarief te realiseren. De heer Bikker is van mening dat het niet zo moet zijn dat BTW die wordt teruggekregen wordt gebruikt om eventuele tekorten te dekken. Teruggevorderde BTW moet in de algemene reserve komen en niet worden besteed aan luxe extra zaken. De heer Heijkoop antwoordt dat het in het verleden bij de realisatie van De Spil wel is meegenomen als extra dekkingsmogelijkheid, maar dat is hier niet het geval. De raad stemt unaniem in met het voorstel. 17. Herziening Gemeenschappelijke Regeling “De Waard” 1e termijn. De heer De Kruijk merkt op dat het gaat om een effectuering van eerder besproken notities en rapporten. Er staat dat de bevoegdheden van raden gelijk blijven.

Wat mandateren we nu in volmacht precies aan de directeur van de Waard wat voorheen door het college werd uitgeoefend? (zie stelling 6) Artikel 7.2a spreekt over beleidsontwikkeling en strategie die volgens artikel 1 overgedragen worden aan de Gemeenschappelijke Regeling. Hoe zit het nu precies met beleidsontwikkeling, daar is de raad toch voor, die geeft toch kaders aan? Volgens artikel 7.4 is er een mandaat- en volmachtsbesluitoverzicht. Is dit overzicht er al? Dat wil spreker graag zien. Volgens artikel 10.8 worden besluiten betreffende begroting en jaarrekening van de werkorganisatie genomen door het algemeen bestuur. De werkorganisatie slokt voor het grootste deel de gemeentelijke gelden op. Hoe staat de raad daar in? Het algemeen bestuur gaat daar besluiten over nemen. Hoe informeert het algemeen bestuur de gemeenteraad over ontwikkelingen, werkzaamheden, beheer financiën (bijvoorbeeld geldleningen ook van andere gemeenteraden), vaststellen formatie, inhuren van specialisten, kwaliteit e.d. van De Waard? Artikel 23.4. Hoe organiseert de raad na ontvangst van de ontwerp begroting haar schriftelijke zienswijzen naar het algemeen bestuur? Dat gaat anders dan voorheen.

Wordt dit via de griffie georganiseerd? Hoe vinden verrekeningen plaats als door gemeenten naar verhouding veel meer een beroep gedaan wordt op de diensten van de werkorganisatie? Wij hebben 31 projecten, een andere gemeente maar zes. Hoe zit dat dan? Spreker heeft wel een verhouding gezien, maar als je nu veel meer vragen hebt en dingen regelt dan zal de werkorganisatie waarschijnlijk zeggen dat er meer betaald moet worden. Zijn er voorschriften voor het beheer van de financiën? Dat zal in alle drie de gemeenten nu anders zijn. De inrichting van de administratie, de controle, de kasgelden, het verzekeren van eigendommen enz., zijn deze zaken al eenduidig geregeld? De heer Egas heeft het gevoel dat we het allemaal wel erg ingewikkeld maken, maar daar heeft de raad voor gekozen. Over het algemeen bestuur is al eens een debat gevoerd waarbij is aangegeven dat daar geen raadsleden in plaats mogen nemen in verband met de vermenging van taken. Je kunt niet jezelf controleren. Per gemeenteraad moeten er drie leden aangewezen worden. De voorzitter zegt dat de leden van het algemeen bestuur de leden van de colleges zijn. De heer Egas leest artikel 9.2 voor waarin staat dat iedere gemeenteraad drie leden aanwijst. De voorzitter zegt dat dit formeel klopt. De heer Egas is het er mee eens dat dit collegeleden moeten zijn.

Het blijft voor de raad van belang de vinger aan de pols te houden. Spreker zou willen afspreken dat het algemeen bestuur regelmatig aan de raad moet rapporteren middels maraps. Het verdwijnt uit ons zicht. Er wordt gesproken over 1 keer een begroting indienen 1 keer een rekening en dat is het dan. Artikel 12.5.3 Bij de samenstelling van het algemeen bestuur wringt iets. Er staat; “de colleges zijn gehouden het algemeen bestuur in kennis te stellen …” Spreker neemt aan dat de colleges niet

19

zichzelf in kennis stellen van. Het college heeft straks ook twee rollen, net zoals raadsleden dat zouden hebben. Wij willen graag bij dit proces toezicht kunnen houden. De heer Boender sluit zich aan bij de laatste twee vragen van de heer Egas. In het raadsvoorstel wordt gesproken over bevoegdheden die in mandaat of volmacht worden overgedragen aan de algemeen directeur. Wat houdt dat nu precies in? Ook de heer Van Rees heeft moeite met het overdragen van volmachten, maar het is een logisch gevolg van de weg die we zijn opgegaan. Er komt een werkorganisatie op grotere afstand als we nu kennen. Deze gemeenschappelijke regeling is het stuk waarin dit goed geregeld wordt. Dat vindt de heer De Kruijk ook maar hij wil wel weten wat we precies uit handen geven. Dat hoort de heer Van Rees straks graag van de voorzitter. De heer Moret heeft er eerder op gewezen dat het ingewikkeld is. Als we dat als raad niet willen moeten we eerder herindelen. Dat is de keuze. Spreker is erg nieuwsgierigs naar de invloed van de raad. Wat mandateren we aan de directeur? Spreker wil dat precies weten. Verder heeft spreker niet kunnen vinden wie straks de functioneringsgesprekken met de directeur voert. Wie bepaalt de bezoldiging van de directeur en ligt dit vast? De voorzitter antwoordt dat dit in artikel 20 staat, bezoldiging wordt bepaald door het dagelijks bestuur.

De voorzitter merkt op dat deze Gemeenschappelijke Regeling tot stand is gekomen in het belang van de werkorganisatie De Waard. Daarmee is een belangrijke beperking aangebracht. Het gaat niet om een Gemeenschappelijke Regeling waarin allerlei beleids- en beheerszaken worden geregeld. Het gaat om een regeling voor personeels en organisatiebeleid. Dat is een expliciete bevoegdheid van de colleges. Die bevoegdheid wordt overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een dagelijks en algemeen bestuur. In het besluit staat bij punt 3 dat u als raad besluit dat het algemeen bestuur bestaat uit de drie colleges. Het dagelijks bestuur wordt aangewezen door het algemeen bestuur en dat zijn de portefeuillehouders P&O, in casu de drie burgemeesters. Het budgetrecht personeel blijft bij de raden. De raden kunnen zicht en grip houden door de reguliere Planning & Control cyclus. In de burap zal gerapporteerd worden over bijzonderheden in de werkorganisatie De Waard. De mandaten moeten nog worden verleend. Daarover bestaat nog discussie in de stuurgroep. Maar deze zullen in grote mate overeenkomen met de huidige mandaatregeling die door de huidige colleges is vastgesteld. Het zullen allemaal zaken zijn die verband houden met personeel- en organisatie beleid. Spreker stelt zich voor dat het dagelijks bestuur de functioneringsgesprekken met de directeur zal voeren.

De heer Moret vraagt of dit kan worden vastgelegd. Volgens de voorzitter biedt de Gemeenschappelijke Regeling niet het kader om dit vast te leggen. Er komt een directiestatuut waarin dit geregeld kan worden. 2e termijn. De heer Moret vraagt het volgende. Als er door het algemeen bestuur een besluit wordt genomen kan dan een van de raden altijd haar veto daarover uitspreken? De voorzitter antwoordt dat de raad niet in het algemeen bestuur zit, dit zal dus door de colleges moeten gebeuren. Het uitgangspunt is dat in unanimiteit tot een besluit moet worden gekomen. De heer Egas geeft een voorbeeld. Als gemeente a en b vinden dat gemeente c te veel projecten heeft, kunnen zij dan projecten schrappen. De voorzitter merkt op dat een en ander in artikel 14 is geregeld. Er is een meerderheid van stemmen nodig tenzij unanimiteit is vereist. De heer Egas concludeert; dus geen veto! De heer De Kruijk vraagt hoe organiseert deze raad na ontvangst van de ontwerp begroting haar schriftelijke zienswijzen, kijkend naar artikel 23.4? Hoe doen wij dat dan? In artikel 7.2a wordt gesproken over beleidsontwikkeling. Maar dat ligt toch in de raad, wij stellen toch de kaders? De voorzitter antwoordt niet als het gaat over personeel en organisatie, dat valt nu ook onder de colleges. De heer Egas worstelt nog met de rollen. Over artikel 12.5 is nog niets gezegd.

De voorzitter ziet dit in het kader van de planning & Control cyclus. In dat kader zullen mededelingen worden gedaan over bijzondere aspecten die de raad raken. Dat vindt dus periodiek plaats. 20

De heer Egas krijgt het gevoel dat een en ander achter de horizon verdwijnt. De voorzitter zegt dat de heer Egas deze regeling moet zien als een regeling voor de werkorganisatie De Waard. Het gaat om bevoegdheden van de colleges die worden overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een AB en DB. De heer Egas zegt dat er nu een directe relatie tussen raad en college ligt. Straks is er een relatie tussen de gemeenteraad en het algemeen bestuur. Er gaan dus andere collegeleden mee beslissen. De ontwerpbegroting gaat over de begroting van De Waard. Die komt ter inzage voor de raad. Dat is wat anders als de eigen gemeente begroting. De heer Egas gaat er van uit dat over de ontwerpbegroting van De Waard wel een debat gevoerd kan worden. Het antwoord op de vraag van de heer De Kruijk staat in artikel 23.3. De raad krijgt informatie van het dagelijks bestuur. De raad heeft geen vraagplicht, het bestuur heeft een opdrachtplicht. De raad moet wel een en ander aangaande het antwoord organiseren. Daar moeten nog procesafspraken over worden gemaakt. De heer Verhoeve vraagt als nu na verloop van tijd blijkt dat sommige dingen niet goed lopen, dan kunnen er toch wijzigingen worden doorgevoerd? De voorzitter antwoordt bevestigend. De raad stemt in met de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. 18.

Voorbereidingsbesluit A14/A16 Ottoland De heer Bikker noemt het voorstel een mooi voorbeeld van de ruimte voor ruimte regeling. Als een boer stopt en zijn schuren sloopt mag hij ter compensatie een woonhuis bouwen. Het doorzicht in de polder moet niet weggenomen worden door de nieuwe woning. Dat is bij dit plan niet het geval. De VVD fractie kan met het voorstel instemmen. Hoe is met buren omgegaan? Ook de heer Van Rees vindt het een mooi voorbeeld van de ruimte voor ruimte regeling. De CDA fractie gaat akkoord met het voorstel. De heer Verhoeve geeft ook de ruimte. De heer Heijkoop noemt dit een schoolvoorbeeld van hoe de regeling goed tot zijn recht komt. Het besluit moet genomen worden omdat het bestemmingsplan te oud is. Het voorbereidingsbesluit geeft het college de mogelijkheid de bestemmingswijziging in werking te gaan stellen. Niet bij elk plan wordt op voorhand de buurt bij elkaar geroepen. Ook voor de buren is er sprake van verbetering van de omgeving, er wordt een kwaliteitsslag gemaakt. Als men daar anders over denkt kan men een zienswijze indienen. Het contact opnemen met de buren is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. De raad besluit conform het voorstel. 19. Financiële gevolgen De raad besluit conform voorstel. 20. Sluiting De voorzitter sluit om 23.50 uur de vergadering met het uitspreken van het ambtsgebed.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Graafstroom, gehouden op 6 juli 2009.

De griffier,

de voorzitter,

T.W. Kanters

D.R. van der Borg

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e15962c0-a7d0-4990-a131-c806f541ccd8