Verslag cie WWV en SDB 8 oktober 2024.def
Tekst van het document
zitten. Niet te veel in de maag, want dat doet pijn, maar voor de rest vinden wij het juist een heel mooi principe.
De voorzitter: Wij wachten af waar de VVD, en ook alle andere fracties mee komen, en ook de
raadsinformatiebrief die de wethouder heeft toegezegd over de A15. Hiermee zeggen wij dat met de amendementen die voorbereid worden het voorstel zeker besluitrijp is. Over twee weken praten wij verder over de Mobiliteitsvisie. Wij zullen zien of wij hem aannemen of niet. 8.
Beleidskader hobbymatig houden van dieren
De voorzitter: Over dit voorstel van het college vormen wij onze mening. Er wordt gevraagd om de ambities en de uitgangspunten uit het beleidskader op te nemen in de Omgevingsvisie. De
portefeuillehouder bij dit onderwerp is wethouder Bikker. Ik krijg net ingefluisterd dat het de
maidenspeech is van de heer De Ruijter dus ik geef hem als eerste het woord namens de fractie van de SGP.
Eerste termijn woordvoerders: De heer De Ruijter: Dank u wel, ik zal het proberen in te vullen. Onze mooie gemeente Molenlanden kenmerkt zich door het grote buitengebied. Behalve de gangbare agrarische bedrijven met vooral melkveehouderij is er in toenemende mate verwevenheid van meerdere functies. Dit betreft niet
alleen neventakken zoals zorgboerderijen, huisverkoop et cetera bij de gangbare bedrijven, maar
ook de wens van particulieren om hobbymatig wat vee te houden. Ook het parttime boeren neemt een steeds grotere plaats in. Ik kom daar straks nog even op terug.
Als SGP spreken wij onze waardering uit voor het opstellen van het voorliggende beleidskader. U
geeft daarmee aan oog te hebben voor de genoemde ontwikkeling. Vaak is er in combinatie met de
woonbestemming een wens om wat extra ruimte te realiseren voor de huisvesting van hobbydieren.
Met kippen en konijnen lukt dat wel in bestaande gebouwen, maar het wordt lastiger bij het houden van paarden en rundvee. De omvang van het achtererfgebied bij een bouwvlak met de bestemming woondoeleinden bepaalt de maximale bebouwing. Bij kleinere oppervlakken met een
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
36
woonbestemming is voorliggend beleid van groot belang. Dat is ook het geval bij lintbebouwing en kleine afstanden tot geurgevoelige objecten. Reëel wordt daarbij een afstand van 50 meter
benoemd. Graag plaatsen wij bij die afstand van 50 meter een uitzondering voor bestaande
gebouwen waarin hobbydieren worden gehuisvest. Dat zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden in stalruimte van een gestopte agrariër waar in de huidige regelgeving onder bepaalde
omstandigheden 25 meter mag worden gerealiseerd. Niet alle gronden lenen zich voor hobbymatig gebruik, dat delen wij. Graag zien wij wat meer informatie, zoals wij ook gevraagd hebben in onze technische vragen, hoe dat beoordeeld zal gaan worden bij concrete verzoeken. Inzoomen om concreet te worden is bij dit thema heel belangrijk.
Bij de opsomming van de grens van medewerking van concrete dierenaantallen missen wij het
onderdeel rundvee dat een wezenlijk onderdeel is in dit gebied. Met 4 paarden, 9 schapen, 9 geiten en 24 kippen is dat heel concreet. Wij moeten het ook voor runderen concreet kunnen maken, los van mestwetgeving en fosfaatrechten, dus een pleidooi om de rundveeaantallen concreet op te
nemen. Gelet op de genoemde aantallen die als onder- en bovengrens worden genoemd (vooral
bovengrens) is een ruimte van 20m² (ook daar is een vraag over gesteld) in onze beleving wel erg krap. Gezien de welzijnsregelgeving voor runderen en paarden is dat te krap. Voor vier dieren zouden wij willen pleiten voor 30m².
Rondom landschappelijke inpassing lijkt het mij niet erg ingewikkeld om daar een verplichting van
te maken en niet per project af te wegen om het wel of niet te doen. Hoe concreter, hoe beter is een thema dat hierbij belangrijk is.
Ik ga afronden, er zitten in het voorliggende concept wat ons betreft nog heel veel onduidelijkheden en veel onderdelen die op maatwerk worden gestuurd. Wij pleiten ervoor concreter te worden in dit voorstel. Voorbeelden daarbij zijn welke gronden zien wij als wel of niet geschikt, hoe kunnen wij
wel of geen landschappelijke inpassing concreter maken, hoe gaan wij rundvee in dit plan verweven. En ook rondom het behoud de opmerking het moet blijvend zijn. Als iemand door blauwtong (wat heel actueel is) terugvalt van 9 schapen naar 2 schapen is dat dan nog steeds hobbymatig en mag
het afdak dan blijven? Hoe gaan wij dat invullen? Wij willen echt wat dingen nader uitgewerkt zien.
Als laatste zou ik toch willen pleiten voor een wat integralere benadering. Wij hebben nu ingezoomd op hobbydieren. Wij hebben de fulltime agrarische ondernemingen. Wij hebben een parttime groep die ik aan het begin noemde die groter wordt waarbij agrariërs zoeken naar aanvullende
inkomstenbronnen. Soms een stukje verbreding meepakken met hele mooie projecten, maar ik zou eigenlijk een wat doorgaande lijn willen zien welke criteria wij hanteren bij het houden van
hobbydieren, hoe gaan wij om met het faciliteren van parttime boeren en wij hebben ook wel ideeën over volwaardige agrarische ondernemingen? Ik denk dat hier nog wel wat aandachtspunten liggen die sterker kunnen.
(De aanwezigen reageren met applaus). De voorzitter: Dank u wel voor uw eerste bijdrage. Ik kijk naar de fractie van het CDA, de heer De Jong.
De heer De Jong: Als de overheid beleid wil maken is dat vooral bedoeld om helderheid te
verschaffen aan haar onderdanen. Het beleidskader hobbymatig houden van dieren geeft die
helderheid niet. De materie is blijkbaar niet met een schaartje te knippen dus in vrijwel alle gevallen is maatwerk van de ambtenaar geboden. De ambtenaar kan daarbij niet terugvallen op een
commissie die hem bij de toets zal helpen. De participatie voor dit raadsvoorstel is een interne
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
37
ambtelijke participatie plus een gesprek op 24 april met het gebiedsplatform. De brief van het
gebiedsplatform naar aanleiding van het gesprek zit bij de stukken. Afgaande op de laatste zin was dit meer een evaluatie van het VAB beleid dan input voor het raadsvoorstel hobbydieren. Onze conclusie; als dit de participatie was dan levert dat een onvoldoende op.
Bij het bestuderen van het raadsvoorstel vroeg onze fractie zich meteen af of het voorstel wel van
voldoende kwaliteit is om een besluit te nemen. Nadat wij de antwoorden op vragen van de SGP, de VVD en Progressief Molenlanden gezien hebben werd onze twijfel over dit raadsvoorstel niet
minder. De SGP-fractie gaat op een paar elementen even de diepte in. Een paar puntjes om te
bekijken of het beleid solide is. Niet solide dus, met als hilarisch hoogtepunt de zoogkoe in het
antwoord van vraag 3. Omdat zoogkoeien ook poepen, moet van geval tot geval bekeken worden of
dit wel een hobbydier is. Dan de vraag van de VVD, hoe zit het met de handhaving? Sorry voorzitter, maar op deze manier moeten wij als gemeenteraad de gemeente niet willen besturen. De raad
beleidsregels laten opleggen en op voorhand zeggen dat die niet te handhaven zijn dat gaat niet
samen. Zit er spoed achter dit raadsvoorstel? Het antwoord op die vraag is nee. Op het moment dat wij de visie gaan vaststellen moet onze inwoners helder worden wat wel en wat niet wenselijk
geacht wordt en of het wel of niet vergunning vrij kan. Als wij nu geen beleidskaders vaststellen
moet bij de binnenkomst van een initiatief gehandeld worden naar bevind van zaken. Als wij nu wel beleidskaders vaststellen zal de praktijk ook zijn handelen naar bevind van zaken. Vaststellen of
niet vaststellen, het maakt voor onze inwoners weinig uit. Ik heb niet het idee dat een ambtenaar
rekenschap hoeft te geven van een wil van de raad als dit het beleidskader is dat wij gaan aannemen en daarom vragen wij ons af of dit voorstel wel besluitrijp is.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. De fractie van de VVD, de heer Snoek. De heer Snoek: Toen ik de eerste aankondiging van dit raadsvoorstel hoorde dacht ik regels?
Waarom moet het toch zo zijn dat wij allerlei regels in onze samenleving willen opstellen? U weet wij als VVD zijn juist voor dereguleren. Dat heeft te maken met het geven en nemen van eigen
verantwoordelijkheid. Regels werken immers verstikkend, geven zeker niet altijd de gewenste
duidelijkheid en geven weinig tot geen mogelijkheden tot maatwerk. Dat is ook de achtergrond van mijn technische vragen. Zijn al die regels op deze manier wel echt nodig? Regels vaststellen betekent ook een plicht tot handhaving van die regels indien er overtredingen worden
geconstateerd. Wie constateert dan die overtreding of gaat u als portefeuillehouder een Molenlands
loket in het leven roepen zodat alle inwoners de mogelijkheid hebben om dierenleed te melden of te melden als zij binnen de nieuwe kaders ongewenst bebouwing zien ontstaan? Ik dank de
portefeuillehouder voor de antwoorden op de technische vragen, maar ik ben daar allerminst tevreden over en vraag hem na deze bijdrage om nogmaals te reflecteren.
De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik kijk naar de fractie van Progressief Molenlanden. De heer Blom: Toen wij dit raadsvoorstel zagen vroegen wij ons twee dingen af. In de eerste plaats
wat is hier nu eigenlijk de bedoeling van, waarom dit kader? Dat heeft met name te maken met wat nu uiteindelijk de bedoeling is. Het enige wat wij daarin kunnen vinden is dat er wordt gezegd wij moeten opkomen tegen de verrommeling van het buitengebied. Welke criteria daarvoor gegeven
worden is onduidelijk. En dan is de vraag wat willen wij nu met dit kader? In die zin onderschrijf ik ook de soms wat harde kritiek van de SGP en het CDA. De criteria daarvoor zijn wat willekeurig en
toevallig gekozen. Ik kijk dan met name naar de definitie wat hobbydieren zijn, want ik kan er ook
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
38
nog wel wat meer bedenken (alpaca’s, herten en noem maar op). Ook daar is onvoldoende
duidelijkheid in. Ook het maximaal aantal te houden dieren oogt nogal willekeurig. Daarnaast is ook onduidelijk hoe stank- en geluidsoverlast worden gemeten. Voorts is er behalve op het punt van
schuilgelegenheden ook geen aandacht voor het dierenwelzijn in algemenere zin. Daar missen wij toch duidelijk het belangrijke kader. Wij vragen ons af waarom daarover niets is opgenomen. Wij vinden het wenselijk dat er in het kader van dierenwelzijn schuilplekken zijn, maar het is in het
kader van dierenwelzijn ook heel goed denkbaar dat er nog meer maatregelen getroffen moeten
worden. Dat brengt mij op het stuk over de handhaving, met name de beantwoording van vragen
van de VVD daarover. Dat heeft ons teleurgesteld, het is ook al door collega Snoek al gememoreerd. Wij zien onvoldoende indicaties dat er op deze manier voldoende wordt gehandhaafd en dan heeft dit stuk vooral een symbolische waarde. Dat is voor ons onvoldoende dus wij achten dit voorstel niet besluitrijp.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Blom. Ik ga naar de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Bruggen: De ChristenUnie staat achter het principe dat ook het hobbymatig houden van boerderijdieren wenselijk is. Zij kenmerken onze polder en ons landschap en zijn daarmee
onderdeel van onze omgeving. Wij vragen ons echter wel af, en wij zijn niet de enigen, wat nu
precies de reden is om dit specifieke beleidskader op te stellen en aan ons voor te leggen. Gaat het primair om het hobbymatig houden van dieren, is dat de belangrijkste reden? Of gaat het toch
vooral om de bebouwing? Als het vooral om de dieren gaat vragen wij ons af of dit wel nodig is. Geven het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de informatie van de Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland niet voldoende duidelijkheid? In het BAL staat bijvoorbeeld als hobbymatig gehouden dieren landbouwhuisdieren zijn dan is het BAL alleen van toepassing als het gaat om
milieubelastende activiteiten als het gaat om meer dan 10 stuks rundvee, 15 varkens, 350 kippen of 25 overige landbouwhuisdieren. Er staat ook nog heel veel over de definitie van
landbouwhuisdieren. Oftewel een nationale regeling die wij nu toch (of ik moet het mis hebben) op een andere manier gaan interpreteren en misschien zelfs wel strenger maken als wij bijvoorbeeld
kijken naar de aantallen. Je kunt er ook voor kiezen, als er heel veel vragen zijn over dit punt, om
een informatiefolder te maken om al die landelijke regelgeving te bundelen en visueel mooi vorm te geven om duidelijkheid te geven aan onze inwoners als zij daarmee komen. Ook in het tijdelijke
omgevingsplan, dat is eigenlijk een beetje de bruidsschat, staan in afbeelding 22.3 allerlei regels over geur, mestopslag en het houden van dieren bij wonen. Er zijn al ontzettend veel landelijke
regels op dit punt dus waarom zouden wij het dan lokaal overdoen, exact kopiëren of misschien strenger maken?
Als het vooral gaat om de bebouwing dan kunnen wij daar iets beter in komen. Echter in het
omgevingsplan, eigenlijk de bundeling van al onze oude bestemmingsplannen, staan wel al allerlei regels over het bouwen van allerlei soorten bouwwerken. Is het college dan niet gewoon voor zichzelf op zoek naar uitgangspunten, bijvoorbeeld bij een BOPA om af te wijken van het
omgevingsplan om die aanvragen voor de verschillende bouwwerken niet te beoordelen om daar geen willekeur in te hebben? Je kunt je alleen afvragen of dit dan langs ons zou moeten.
Kortom, vooral duidelijkheid waarom wij het doen, gaat het om de dieren, of vooral om de gebouwen? Zeker als het gaat om de dieren hebben wij volgens mij genoeg regelgeving.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Bruggen. De fractie van Doe Mee! mevrouw De Moel.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
39
Mevrouw De Moel: Dank u wel voorzitter, als je als laatste aan de beurt bent dan is er al heel veel
gezegd. Vanuit Doe Mee! waren wij op zich wel positief dat dit onderwerp eens bij de oren gepakt
werd. Er stond duidelijk in vermeld dat er behoefte was aan duidelijkheid en dat er gehandhaafd kan worden. Wij hadden inderdaad een vraag over nieuwe situaties en bestaande situaties. Daar heeft de VVD ook terecht vragen over gesteld. Daarin zat ook wel wat twijfel, want daarin stond voor
bestaande situaties dat er dan sprake van overlast moet zijn. Dat is natuurlijk voor meerderlei zaken uitlegbaar. Als ik mijn collega’s zo beluister kan ik daar nog iets aan toevoegen, maar ik denk dat eerst de wethouder in de eerste instantie aan het woord moet komen om duidelijkheid te verschaffen over het hoe en waarom. Daar krijgt hij na mij het podium voor. De voorzitter: Dank u wel dat u de weg voor wethouder Bikker vrijmaakt. De heer Blom: Mevrouw De Moel, ik vraag mij toch af wat uw visie over dit raadsvoorstel nu eigenlijk is, want dat hoor ik er nog niet echt in. Misschien kunt u dat nog wat meer verduidelijken?
Mevrouw De Moel: Visies hebben wij bij de vorige onderwerpen besproken. In eerste instantie waren wij vanuit de fractie wel enthousiast dat er kaders gesteld worden rondom het hobbymatig houden van dieren. Ik heb van mijn voorgangers gehoord dat daar echt nog heel veel punten en komma’s aan zitten. Het ging mij meer om de uitgangspunten dat het goed is om over sommige dingen
gewoon duidelijkheid te verschaffen. Op het moment dat het college het noodzakelijk vindt dat daar een extra beleidskader voor komt dan is het aan ons om te beoordelen of wij dat ook vinden. Wat ons betreft is dat goed, los van de inhoud.
Wethouder Bikker: Met het beleidskader hobbymatig gebruik van gronden voor het houden van
dieren hebben wij de raad niet duidelijk kunnen maken wat wij beogen. Dit beleidskader gaat over
drie zaken. Wij zien steeds meer dat er particulier gebruik komt op agrarische gronden. Sec gezien
is dat strijdig met eerst het bestemmingsplan en nu het omgevingsplan waarin staat dat agrarische
gronden enkel gebruikt mogen worden voor het agrarisch gebruik van een onderneming en voor het weiden van bedrijfsmatig gehouden vee. Dat is natuurlijk allang achterhaald. Als je dat niet aanpast en er komt een keer een handhavingsverzoek (wij hebben er in het verleden weleens eentje gehad die hier tegenaan schuurde) iemand die iets zegt over een pony of een schaap van een particulier,
gemeente doe daar wat aan dan zijn wij genoodzaakt om het bestemmingsplan erbij te nemen. Wij weten allemaal dat wanneer iemand een handhavingsverzoek doet wij daar toch iets mee moeten. Wat willen wij met dit beleidskader toestaan omdat wij het als college belangrijk vinden dat het hebben van wat particulier vee, zo noem ik het maar even, echt wel een plus kan zijn voor de
beleving van het landschap. Als langs de linten alleen agrarisch vee wordt toegestaan, zijn het juist die pony, die geit of de alpaca’s die extra dynamiek brengen. In ons omgevingsplan is dit dus niet toegestaan en wij leggen u voor om dat toe te staan met dit beleidskader om mee te nemen in de
herziening van de Omgevingsvisie. Ik heb niet echt het idee dat dit beleid heel erg in strijd is met de versie van de Omgevingsvisie die er nu ligt.
Het tweede zijn de paardenbakken, iets wat al jaren loopt waarvoor nooit helder beleid is gemaakt. Er is beleid uit de gemeente Graafstroom hoe daarmee om te gaan, maar dat is een stuk dat
behoorlijk gedateerd is. Wij zijn van mening dat op het moment dat je paarden, een paardenbak of
een paddock hebt dat dit te allen tijde eerst op het agrarische bouwvlak of op de woonbestemming
gerealiseerd dient te worden. Bij wijze van hoge uitzondering als het echt niet anders kan willen wij dit toestaan op agrarische grond maar dan wel onder voorwaarden. Daarbij wijken wij af van de
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
40
voorwaarden van het gebiedsplatform want die zeggen daar moet een heg omheen. Wij willen juist die doorzichten behouden zodat je daar doorheen kunt kijken. Je ziet weleens paardenbakken met twee schotten van 30cm hoog waardoor het doorzicht juist wordt belemmerd. Maximaal 1,50 (drie
planken van 50cm) waardoor de doorkijk over het landschap, de doorzichtjes van de heer De Groot genoemd die helaas niet aanwezig is, wordt behouden.
Het derde is het aspect van de schuilgelegenheden. Te allen tijde zal het zo moeten zijn dat het houden van vee wordt gedaan op eigen terrein, of dat nu een agrarische bestemming, een VAB
locatie of een woonbestemming is. Wij zien soms dat particulieren een terrein in gebruik hebben dat niet aansluitend op hun eigen perceel maar wat verder weg ligt. Het hebben van een
schuilgelegenheid zodat het dier daar met regen en zon onder kan staan is wenselijk voor
dierenwelzijn. Landschappelijk vinden wij dat eigenlijk niet passend, maar dit aspect moet wel
meegewogen worden. Dat willen wij met dit kader mogelijk maken. Als bewezen is dat het echt
noodzakelijk is, wordt een beperkte schuilgelegenheid geplaatst. Een schuilgelegenheid is niet de
winterstalling van je veestapel. Dat moet op een andere manier geregeld worden. Voor dierenwelzijn met felle zon en regenbuien wordt dit onder bepaalde omstandigheden mogelijk gemaakt
gekoppeld aan het gebruik. De heer De Ruijter noemde blauwtong dat nu jaarlijks terug lijkt te
keren. Op het moment dat je zegt ik stop met de schapen, ik had er eerst 7 nu 2 en daarom stop ik ermee betekent dit niet dat de schuilgelegenheid je mancave of je tuinhuisje kan worden. Deze moet dan gewoon verwijderd worden.
Wij hebben natuurlijk een aantal schuren staan in het buitengebied onder het overgangsrecht. Er staat van alles, maar wij willen voorkomen dat er allerlei gebouwen opgericht worden. Kassen
worden specifiek genoemd. Er komen schapen en dan doen wij er een groentetuin bij, er komt een
tractor bij en er moet allerlei opslag plaatsvinden. Dat willen wij niet, dat moet op het eigen perceel. Het is sec om tegemoet te komen aan dierenwelzijn, aan wensen van particuliere eigenaren van de kleine veestapel, maar het is niet de bedoeling dat de winterstalling in het buitengebied geregeld wordt. Bij een kader is het altijd een beetje maatwerk en dan willen wij eerst kijken naar het
eigendom, de woonbestemming of de agrarische bestemming om het daar te regelen. Tegen een
koeienboer ga je ook niet zeggen zet middenin de polder maar een schuur neer zodat de koeien uit
de zon kunnen als ze daar lopen. Dat moet ook op eigen terrein geregeld worden. Daar is dit beleid voor bedoeld.
Ik kan nog heel specifiek ingaan op de vragen, maar ik denk dat de meeste fracties het kaders
anders geduid hebben dan wij het beoogd hebben. Wij zien dat er echt wel wat strijdigheid zit in
wat er al is aan bestaand beleid en hoe gaan je nu omschrijven dat je krijgt wat je wenselijk vindt en voorkomt wat je onwenselijk vindt. Ik dacht daar ga ik eens een middagje voor zitten, maar dat is
toch wat complexer gebleken. Je komt er dan achter hoe lastig het is om zodanig beleid te schrijven
zodat je later niet wordt geconfronteerd met een invulling die je niet zag aankomen. De doorzichten voor de paardenbakken zijn een hele belangrijke. Of er nu zand ligt of gras, dat maakt niet zo veel
uit. In ieder geval een helder kader dat de ongelijkheid tussen de voormalige gemeenten weghaalt,
maar wat ook aan de particuliere eigenaar van de kleine veestapel tegemoet komt. De aantallen die genoemd worden (koeien vallen onder overig) en verder is mestwetgeving en dergelijke natuurlijk een andere zaak. In een schuilhut mag een koe staan, maar op het moment dat de koe in de
winterstalling staat heb je best een opgave hoe om te gaan met de mest. Dat moet met een mestput of een mestopslag, maar het moet op eigen terrein. Het is niet de bedoeling dat dit bij deze gelegenheden plaatsvindt.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
41
De heer De Ruijter: Even doelend op de dieren, een paard en een schaap zorgen ook voor
uitwerpselen. Ik denk dat je de discussie over mestwetgeving en waar iemand die dieren houdt aan
moet voldoen moet weghouden van de doelen die u noemt om het buitengebied te faciliteren en de schuilgelegenheden vooral te bezien uit dierenwelzijnsperspectief. Laten we de mest achterwege
laten en het rund invoegen, je krijgt geen vergelijk tussen waarom wij wel 9 runderen als maximum benoemen en dan het bijvoorbeeld bij paarden over 4 hebben. Wij hebben ergens een regeling
gepakt waarin de diersoorten benoemd worden. De combinatie van mest, als je bij RVO kijkt dan zeggen zij om de drie dieren is het al altijd goed. Er wordt verschil gemaakt tussen melkvee en
zoogvee en of het vaste mest is of drijfmest. Daar wil ik een beetje vandaan blijven. Wij hebben
gezegd onder 9 moet je voldoen aan de wetgeving, maar of je een schuilgelegenheid mag oprichten gaat puur om onder het dak te kunnen staan en verder met allerlei regels voor geur, afstanden en zo hebben wij gezegd dat de schuilgelegenheid moet voldoen aan voldoende afstand van de
woonbestemming anders krijg je daar weer gedoe mee. Wat verder moet hebben op je eigen perceel voor die dieren valt onder het BAL zoals al werd genoemd door de heer Van Bruggen. Ik zie nog niet die 9 koeien. Naar mate de dieren kleiner zijn vind ik een groter aantal acceptabel als hobby. 24
kippen kakelen niet zo hard. Bij paarden zeggen wij 4, bij koeien nemen wij er ineens toch weer 9. Ik snap het niet.
Wethouder Bikker: Wij hebben ergens een richtlijn opgedoken. Ik kan nog even schriftelijk terugkomen op wat wij hebben genomen en hoe wij daarop gekomen zijn.
De heer Van Bruggen: Allereerst bedankt voor het antwoord over de noodzaak. Als deze duidelijker uit het voorstel was gebleken had dat wel geholpen voor ons. Ik snap best wel de behoefte als het gaat om de gebouwen en het paardenbakbeleid. Je zou ook kunnen bedenken om echt sec die
regelgeving in beleid te vangen. Als je het breder trekt is het goed als het gaat om aantallen en
mest dat het beleid in die zin even teruggenomen wordt zodat er naar het BAL, de Wet dieren en de richtlijnen die RVO hanteert gekeken kan worden. De aantallen die nu genoemd worden zijn hele
andere aantallen dan in het BAL voorkomen als milieubelastende activiteit. Daar gaat het over niet
boven de tien runderen en zelfs 350 kippen. Ik vind dat best wel veel. De suggestie is eigenlijk als
je het zo breed wilt trekken, als die behoefte er is, dan is het misschien goed om het voorstel toch
even terug te nemen en beter te verwijzen naar het BAL, de richtlijnen RVO en de richtlijnen als het gaat om dierenwelzijn want daar hebben wij ons gewoon aan te houden. Vervolgens moet
aangegeven worden dat wanneer wij daar lokaal mee te maken hebben en als het gaat om
schuilgelegenheden en paardenbakken dat wij daar onze eigen ideeën over hebben. Daarin gaan wij dan keuzes maken.
Wethouder Bikker: Ik ga even kijken welke aantallen er in het BAL staan. Wij hebben in ieder gezegd de aantallen die wij noemen waarvan wij vinden dat het eronder valt dat er sowieso sprake is van particulier gebruik of hobbymatige activiteiten, niet van een bedrijfsmatige activiteit. Daarboven
wordt gekeken hoe de vork in de steel zit en dat heeft te maken met afstanden naar de omgeving.
Het maakt verschil of die 130 kippen ergens in the middle of nowhere zitten of onder het raam van je buurvrouw. Ook dat soort aspecten is wel van belang in de weging hoe de ruimtelijke situatie
daar is. Ik zal even kijken of de richtlijn die wij hebben genomen niet strijdig is met het BAL. Verder blijft natuurlijk staan dat wij hobbymatig gebruik van agrarische gronden gaan regelen omdat je anders een keer een vervelende handhaving moet doen. Over het toevoegen van
schuilgelegenheden hoor ik niet dat u daar niet achter kan staan. Ook over het beleid voor
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
42
paardenbakken, zo veel mogelijk op eigen perceel tenzij het niet anders kan, heb ik niet gehoord dat u dat onwenselijk vindt. Ik denk dat wij na deze eerste ronde misschien wel dichterbij elkaar
komen dan naar aanleiding van uw bijdragen in eerste termijn waar ik toch wel wat van schrok. Wij
moeten ook in de spiegel kijken zoals de heer Van Bruggen aangaf, wij hebben u in ieder geval niet kunnen bereiken, maar in onze eigen, kleine bubbel gezeten.
De heer De Ruijter: Dank dat naar het BAL gaat kijken voor de aantallen. Dat gaat een bepaalde bovengrens aangeven, wanneer vinden wij iets nog hobbymatig en wanneer vinden wij het een
milieubelastende activiteit. Ik zoek ook een ondergrens. Heb ik met twee schapen een hobby? Moet ik er dan vijf hebben of is één genoeg? Ik zoek een bovengrens en een ondergrens. Wanneer noem je iets een hobby? In het stuk komt geen ondergrens voor. Als u wilt inzoomen op de aantallen, graag ook een ondergrens.
Wethouder Bikker: Eén geit en een bok houden en dat is mijn hobby, is het dan aan mij om te beoordelen dat er 4 bij moeten?
De heer De Ruijter: Als ik er dan twee heb en ik kom voor een schuilhut? Wethouder Bikker: Hebben één bok en één geit minder recht om uit de zon en de regen te staan dan 6 of 7? Doe het op eigen perceel, maar als het dan gronden zijn wat verder verwijderd dan bieden
wij wel de mogelijkheid zolang het gebruik daar daadwerkelijk is. Daarna moet je het weghalen. Er mag later geen vervolgfunctie aan gegeven worden.
De heer De Ruijter: Wij kunnen toch een ondergrens zoeken om niet alles toe te staan? Als ik drie schapen ga houden mag ik dan een aanvraag doen voor een hut?
Wethouder Bikker: Voor een kleine schuilgelegenheid als het niet aangrenzend is aan je eigen perceel.
De heer Snoek: Wethouder, ik weet niet of u er nog aan toekomt, maar het lijkt erop dat u het woord handhaving even gemist heeft. Als ik de antwoorden op mijn technische vragen zie denk ik dat u daar zelf ook mee geworsteld moet hebben. Expliciet, wij doen er niets aan ook als het over de schreef gaat, dat kan toch niet waar zijn!
Wethouder Bikker: Als wij op elke fout van een bestemmingsplan moeten handhaven hebben wij op elk perceel wat te doen, zeker in het buitengebied. Of het nu beschoeiing is waar geen vergunning voor aangevraagd is of voorgevellijnen en dat soort zaken, daar zit nogal wat.
De heer Snoek: Hobbymatig houden van dieren, als daar over de schreef gegaan wordt dan wordt er toch niet naar gekeken, dat kan toch niet? Je hebt toch een verplichting, communicatief, er zijn zo veel aspecten. Het kan niet zo zijn dat u dat gewoon vrij laat. Dat bestaat niet in mijn optiek. Wethouder Bikker: Op het moment dat er vragen komen en je hebt geen beleid wat die
schuilgelegenheden toestaat en je hebt voor de paardenbakken vanuit de voormalige gemeenten verschillend beleid, heb je geen helder kader om vragen en situaties van initiatiefnemers aan te toetsen. Er zijn echt wel zaken die niet zijn toegestaan in het bestemmingsplan. Je kunt je dan
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
43
afvragen of je handhaving moet inzetten. Het is niet meteen dat de omgeving daarbij gevaar loopt,
maar er zijn best een hoop gevallen die niet aan wet- en regelgeving voldoen. Nu scheppen wij wel een helder kader waarbij wij aangeven wat wij in ieder geval wel wenselijk vinden. Dat hebben wij
tot nu toe niet gedaan. U zegt bent u daar tegenaan gelopen en vindt u dat lastig, ja dat vind ik heel lastig.
De heer Snoek : Wethouder, handhaven betekent niet dat achter elke boom een politieagent of een
boa dient te staan. Er zijn verschillende manieren om die handhavingsparagraaf in te vullen. Dat wil ik u toch even ter overweging meegeven.
Wethouder Bikker: Er zijn best een hoop situaties waarin een aanschrijving is geweest, maar waarbij
wij aangeven voorlopig heeft dit geen prioriteit. Op het moment dat je echt gaat handhaven moet je met brieven komen, constateringsrapporten, vooraankondigingen last onder dwangsom. Soms zijn het schuren die best al wat langer staan waar geen vergunning voor is, maar waarvan je wel kunt zien op de kaart dat deze er al vanaf 2000 staan. Dat maakt het wel complex. Wij willen voor de toekomst een kader bieden voor schuilmogelijkheden, want vaak zien wij dat er vooral wordt
geacteerd op verzoeken tot handhaving waarbij wij de excessen pakken. Dat heeft met capaciteit te maken. Je wilt ook niet een gemeente zijn die achter elke boom een handhaver heeft.
De heer Snoek: Wethouder denk alsjeblieft na over de invulling van de handhavingsparagraaf. De heer Blom: Twee vragen en een korte reflectie op het BAL, want het is mij niet helemaal duidelijk
hoe u daar vorm aan wilt geven. Hoor ik het goed als u zegt wij gaan eerst kijken of het houden van hobbydieren in de privésfeer in eerste instantie op het woongebied plaatsvindt en als dat niet
mogelijk blijkt dat wij dan vervolgens wel toestemming gaan geven om dat buiten het woongebied te gaan doen?
Wethouder Bikker: Het houden van hobbymatig vee is iets wat op je eigen perceel plaatsvindt. Met het beleid op schuilstallen, zo zal ik het even noemen, willen wij een mogelijkheid bieden dat als
het perceel wat verder ligt en niet aangesloten is op het eigen perceel dat je daar een bescheiden
schuilgelegenheid kunt maken. Dat is dus een hokje waar het dier, zonder aantallen te noemen, uit de regen en zon kan staan. De winterstalling, het aflammeren van de schapen en dat soort dingen, daar moet je op eigen perceel doen. Het is puur om de dieren uit de weersinvloeden te houden. De heer Blom: En de vormgeving van de reflectie op het BAL. Wethouder Bikker: Op die aantallen kom ik even terug zodat wij daar geen strijdigheid in hebben. Of wij het BAL gaan volgen of deze lijst.
De heer Van Bruggen: Ik weet niet of het goed is om dit aan de wethouder te vragen, maar anders
ga ik het zo dadelijk in de tweede termijn doen. Is dit gewoon niet een veel beter voorstel, ik hoor eigenlijk hoe langer u praat hoe meer het eigenlijk gaat over de schuilgelegenheden en de
paardenbakken, dus echt de gebouwtjes of de bouwwerken, daar gaan wij ook over, dat wij ofwel het beleid met een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten formuleren zoals wij dat eerder
gedaan hebben bij uitgangspunten voor visie en omgevingsplan op de verschillende deelgebieden. Bijvoorbeeld over het splitsen van woningen, niet om dat nu weer extra aan te halen, maar daar
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
44
hebben wij toen ook gewoon randvoorwaarden gesteld die wij later in het omgevingsplan gaan
verwerken. Is dat niet een beter idee en dan gewoon verwijzen naar het BAL en de Wet dieren en dat soort dingen. Nu wordt eigenlijk gevraagd of wij expliciet van alles willen gaan vaststellen over
dingen die landelijk allang zijn bepaald. Wij gaan het dan misschien per ongeluk ook nog eens veel strenger maken. Wij krijgen er dan alleen maar meer discussie over.
Wethouder Bikker: Sec zijn het drie dingen: de paardenbakken, de schuilgelegenheden en het
toestaan van niet zijnde agrarisch vee op agrarische gronden. Misschien is de verdieping van wat
hobbymatig is … nou dat ik ga het eerst overleggen. Dat lijkt mij verstandig. Er zou iemand zijn om
mij vanavond te ondersteunen, maar dat zou via het beeld zijn. Misschien is het inderdaad goed om
voor particulier gebruik te verwijzen naar het BAL zodat wij een helder kader hebben. Om aanvragen te beantwoorden zal het beleid helpend zijn. Er is geen enkele situatie die nu zou mogen die zo meteen niet mogelijk wordt gemaakt.
De heer De Jong: Vooral de noodzaak is voor ons helder. Er is ooit een keer een bestemmingsplan vastgesteld door de raad in september 2023 bij een VAB uitwerking in Giessenburg waar werd
gesproken over het hobbymatig houden van vee. Wij hebben dat raadsbesluit van toen er nog eens
bij genomen. Het voorstel werd als hamerstuk afgewerkt. Objectieve beleidsvoornemens en het was
allemaal prima. Kan wat toen besloten is een piketpaaltje zijn voor het nieuwe beleid waar wij het nu over hebben? Nog even een vraag over handhaving. Ik hoor de wethouder zeggen dat het belangrijk
is om dit voorstel aan te nemen omdat mensen die het al hebben niet gehandhaafd worden, maar in feite gelegaliseerd kunnen worden. In het raadsvoorstel staat niet dat dit een aanleiding was om het raadsvoorstel te maken. Mijn concrete vraag aan de wethouder is hoeveel van die concrete gevallen zijn er aan handhavingsverzoeken geweest of lopen er op dit moment in Molenlanden tegen deze drie dingen (paardenbakken, schuilgelegenheden en het hobbymatig houden van vee).
Wethouder Bikker: Echt handhaving hebben wij daar nog niet lopen. Het komt wel regelmatig voor dat mensen melding doen van bepaalde zaken. Tussen een melding doen van iets en een
handhavingsverzoek indienen zit nog wel een stap. Uw eerste vraag, volgens mij refereert u aan en
bestemmingsplanwijziging van agrarisch waarschijnlijk naar agrarisch met een hobbymatige functie, dat staat hier los van. Dit gaat over een particulier die wat vee heeft of een paardenbak bij een woonbestemming of een agrarische bestemming komt. Ik denk dat u het breder trekt dan dit voorstel eigenlijk bedoeld wordt.
De heer De Jong: Het was van agrarisch naar wonen met hobbymatige activiteiten daarnaast. Wethouder Bikker: Op iedere woonbestemming mag natuurlijk hobbymatig vee gehouden worden als je voldoet aan de voorwaarden gesteld in het BAL. Vaak zie je als het een opvolgfunctie van
agrarisch is dat je wat meer vee mag houden, maar dat heeft dan te maken met de opstallen. Dan
ga je weer naar de milieuregelgeving, mest en dat soort zaken. Dit gaat puur over het toestaan van particulier vee op agrarische gronden, de mogelijkheid hebben om onder bepaalde voorwaarden te komen tot het oprichten van een schuilgelegenheid en een helder kader voor paardenbakken (als
het kan op het eigen perceel, als het echt niet anders kan elders onder voorwaarden). Meer is het niet.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
45
De heer Blom: Hoorde ik u nu zeggen in feite betekent dit het voorstel terug naar de tekentafel
omdat er toch sprake is, aan de hand van wat de heer Van Bruggen zei, een aanzienlijke vernauwing van wat er nu ligt?
Wethouder Bikker: Het gaat om de definitie hobbydieren, de aantallen genoemd in het BAL. Ik moet even kijken hoe wij dat technisch gezien doen. Wat wij wel en niet mogen. Het kan zijn dat u om een amendering vraagt, maar ik wil eerst even overleggen hoe wij dat gaan doen.
De heer Snoek: Wethouder, sorry maar ik heb u het woord handhavingsparagraaf nog niet horen noemen en wil daar toch op aandringen.
Wethouder Bikker: Als wij zien dat dingen opgericht worden die strijdig zijn met, als de
bouwactiviteit plaatsvindt, is dat het beste moment om daar wat mee te doen. Er zit nog wel wat vervuiling in het bestemmingsplan. Ik ben nog niet zo lang geleden een tijdelijke vergunning tegengekomen voor een schuur die wel in stenen uitgevoerd werd. Dat maakt het wat lastig
natuurlijk. Er zijn nog wel wat dingetjes uit het verleden, maar laten wij er in ieder geval voor
zorgen dat wij geen nieuwe situaties creëren. Wat onder het overgangsrecht is gekomen en gebruikt wordt voor vee dat staat daar prima.
De heer Snoek: Ik zou echt niet willen dat eruit komt wij handhaven niet op dit aspect. Dat kan
gewoon niet. Dat moet expliciet in het aangepaste raadsvoorstel komen. Zo moeilijk kan het niet zijn, want het is niet een boa achter iedere boom. Niet handhaven kan absoluut niet. Wethouder Bikker: Ik ben wel benieuwd wat u zo meteen doet met de APV. De heer Snoek: Dat is nu niet het onderwerp. Ik vraag hier expliciet aan de wethouder om dit te bewerkstelligen.
De voorzitter: De heer Blom suggereert al dat het voorstel teruggaat naar de tekentafel.
Verschillende fracties hebben in eerste termijn al aangegeven het voorstel is eigenlijk gewoon niet besluitrijp. Hoe denken wij daarover nu wij de wethouder gehoord hebben? Aanpassingen aan dit
voorstel kunnen niet zomaar gedaan worden. Heeft het zin om het voorstel te amenderen of zegt u terug naar de tekentafel? Daar moet u dan over stemmen.
De heer Van Bruggen: Wat ons betreft is het voorstel niet besluitrijp. Nogmaals dank voor de
beantwoording door de wethouder, dit geeft echt wel een bepaalde noodzaak aan op een aantal aspecten, maar dit beleid is gewoon veel te ruim en deels ook landelijke regelgeving. Maak het beknopter en ga echt in op de uitgangspunten waar wij over gaan dan kunnen wij het daar vervolgens met elkaar over hebben.
Mevrouw De Moel: Mee eens, een stukje concreetheid geeft duidelijkheid en dat is wat wordt
beoogd. Ik ga mee met de heer Snoek als het gaat om handhaving. Wat ons betreft geen willekeur.
Het hoeft niet perse dat er allerlei dwangsommen afgegeven worden, maar duidelijkheid geven aan
de inwoners wat wel en wat niet kan, ook in bestaande situaties voor als het voorstel straks weer op tafel komt.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
46
De heer De Ruijter: Dank voor de uitgangspunten. Ik wil genoemd hebben dat wij de drie punten die genoemd zijn delen. Ook het gebruik van agrarische gronden waarover de collega van de
ChristenUnie wat twijfelde. Natuurlijk moet je iets regelen als een particulier agrarische grond
gebruikt als je dat wilt toestaan. Dat betekent ook richting handhaving dat er misschien een paar
dingen staan die niet kunnen en met het nieuwe beleid wel kunnen blijven. Dat kan ook een stukje
oplossen. Ik ben voor regels die handhaafbaar en duidelijk zijn. Daar is wel wat huiswerk voor nodig dus ik pleit wel voor nog een keer een goede screen.
De heer De Jong: Wij moeten beleid vaststellen, maar niet over twee weken. De voorzitter: Dus terug naar de tekentafel? De heer De Jong: Ja, wij zijn er nog niet aan toe. De voorzitter: Mijnheer Snoek, terug naar de tekentafel? De heer Snoek: Ja, correct. De heer Blom: Terug naar de tekentafel, een beperkter kader. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, zei Goethe reeds.
De voorzitter: Mijn Duits is niet zo goed, maar de boodschap is helder; terug naar de tekentafel met alle aanbevelingen die zijn gedaan.
Er zijn steeds meer afhakers. Ik zie dat het bijna 23.30 is. Maken wij de agenda vanavond af? Ja? Het is duidelijk. 9.
Actualisatie APV
De voorzitter: De Algemene Plaatselijke Verordening stamt uit 2019. Wij gaan deze wijzigen en
hopelijk ook vaststellen. De wijzigingen worden voorgesteld vanwege voortdurend maatschappelijke ontwikkelingen die het nodig maken om nieuwe artikelen op te nemen. De portefeuillehouder is burgemeester Segers.
Is het heel erg opportuun om u de vraag te stellen of u zich kunt vinden in de voorgestelde
wijzigingen, of heeft u echt een twee uur durende bijdrage voorbereid? U mag antwoorden met ja of nee.
Eerste termijn woordvoerders: De heer De Lijster: Ik wil toch even een bijdrage geven. Binnen twee minuten is voor mij al kort. De
jaarlijkse aanpassing van de APV, altijd leuk voor het debat. Deze keer hopelijk heel kort. Vorig jaar heeft de portefeuillehouder tijdens het debat beloofd om de APV integraal aan te pakken, mede omdat wij het carbidschieten in een amendement aanhangig hadden gemaakt. Wij zouden dat
eigenlijk nog steeds willen, maar helaas heb ik in deze integrale aanpak geen aanpassing van het
carbidschieten gezien. Dit terwijl ook andere partijen vorig jaar hebben aangegeven dat belangrijk
te vinden. Wij moeten overlast voorkomen en de ervaringen van de jaarwisseling van 2023 en 2024 meenemen bij het al dan niet aanpassen van de APV. Ook de mogelijkheden tot handhaving vinden
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
47
wij belangrijk bij dit punt. Helaas kwam er vorig jaar niet genoeg steun voor ons amendement, maar wij vanuit Doe Mee! vinden dat je ook rekening moet houden met de omvang van de problematiek. Voordat wij onze mening vormen en er misschien wel een hamerstuk van maken over het niet
aanpassen van de APV op het gebied van carbidschieten een vraag aan het college. Hoeveel klachten en meldingen zijn er de laatste jaarwisseling geweest met betrekking tot overlast van carbidschieten?
Verder zijn het goede wijzigingen. Doe Mee! zou wellicht met deze wijzigingen kunnen instemmen, maar wij hebben nog een tweede vraag. Waarom gaan wij eigenlijk de regels voor loslopende
honden buiten de bebouwde kom wijzigen? Ik lees dat er één klacht is geweest. Van de beheerders van de Slingelandse plassen notabene. Toen zij de plassen in beheer namen mochten honden daar al tientallen jaren loslopen omdat dit één van de plekken is waar honden los kunnen lopen zonder dat zij worden aangereden. Waarom is dit en zijn er ook andere klachten binnengekomen? De voorzitter: Wij gaan naar de fractie van de SGP. De heer Egas: Ik zou kort met ja kunnen antwoorden, maar in het raadsvoorstel staat een beperkt
aantal onderbouwingen en argumenten. En ik ben ook wel benieuwd naar het antwoord op de vraag over de loslopende honden. Een hond heeft ook wel eens behoefte aan vrijheid in de polder om
lekker uit te rennen. Ik vraag mij af waar dat vandaan komt, die hele regelgeving. Goede vraag. Wat ons betreft kan de APV aangepast worden zoals het college voorstelt, maar graag nog een onderbouwing daarbij.
De heer Klink: Het zijn precies dezelfde dingen als die ik zou willen zeggen dus beschouw mij als een echo.
Mevrouw De Wit: Wij zijn akkoord met het voorstel, maar wij zijn wel verbaasd aangezien in het
voorstel expliciet staat dat vanavond alleen over het voorstel gesproken zal worden, er toch andere punten bijgehaald worden.
De heer Blom: Een wijziging van de APV aan de hand van recente ontwikkelingen, ook in dit
gremium. Ik heb nog één vraag aan de portefeuillehouder. Dat betreft artikel 250a, het verbod
gebruik openbare plaats als slaapplaats. In het voorstel wordt opgemerkt dat daar niet direct op
wordt gehandhaafd, maar naar zorginstanties wordt verwezen. Ik lees dat niet terug in 250a zelf. Daar zou ik graag wat opheldering over willen krijgen. Overigens ondersteun ik de vraag van de heer De Lijster.
De voorzitter: De heer Van Bruggen niet? Dat is een ja dan. Wij gaan naar de portefeuillehouder, burgemeester Segers.
Portefeuillehouder Segers: Vorige keer toen er vragen waren over carbid die wat laat werden
gesteld, hebben wij gezegd dat doen wij bij de APV. Dat is ook het moment om dit te doen. Toch
heeft het college gemeend, na het bekijken van de klachten die er waren, wat de effecten zijn als je
regels gaat stellen. Wij hebben ook gekeken naar andere gemeenten die wel degelijk regels hebben
gesteld. Bijvoorbeeld 150 of 250 meter buiten de bebouwde kom. Wij hebben geconstateerd dat als wij dat zouden doen dit betekent dat hele mooi initiatieven die er zijn (dorpsfeesten, ik zal geen
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
48
namen noemen, mijnheer De Lijster, maar ik denk dat u het wel kent) dat daar dan niet mag doorgaan wat er al gebeurt. Dat zou ontzettend jammer.
Er zijn klachten, afgelopen jaar heel weinig. De meeste klachten kwamen in 2021-2022; zes
klachten waarvan twee uit Giessenburg, twee uit Goudriaan en twee uit het buitengebied. In twee
situaties werd carbid geschoten op een plek waar dit niet kon, maar even later zijn die mensen daar weggegaan. De politie of een boa is langs geweest of zij hebben zelf met elkaar besloten dat het
niet verstandig was om het daar te doen. Wij hebben afspraken gemaakt waar het wel en niet mag. Binnen de bebouwde kom wordt toestemming verleend als het passend is. Eigenlijk vallen de klachten mee. Daarbij komt ook nog dat bij de klachten die zijn geuit, die zes klachten in
2021-2022, maar ook in 2020 waren er twee klachten, wordt getwijfeld of het om carbidschieten ging of om zwaar illegaal vuurwerk. Zwaar illegaal vuurwerk mag niet. Vuurwerk afsteken mag
alleen op de momenten die zijn toegestaan in de regelgeving. Wij doen ons best om te handhaven. Gelukkig heeft de politie nu al wat in beslag genomen. Carbid en vuurwerk lopen door elkaar heen dus op basis van het argument dat er weinig klachten waren en dat het beheersbaar is, wij weten waar het is en kunnen daar ook in de communicatie aandacht aan geven, vinden wij het niet verstandig om dit in de APV op te nemen.
De heer De Lijster: Ik wil even twee misverstanden wegnemen. Als winnaar van de plofprijs enkele jaren geleden van de meest teleurstellende knal ooit, het was nooit de bedoeling om dat soort
evenementen tegen te houden. Het gaat juist om die twee knallen bij iemand naast de deur. In één geval waar één knal is geweest, alleen de hond van de buurvrouw ging wel zo ongeveer door het raamkozijn heen en de buurvrouw moest nieuwe bloempotten kopen. Dat soort overlast daar hebben wij het over. Georganiseerde evenementen prima en vooral doorgaan.
Portefeuillehouder Segers: Die knallen zullen waarschijnlijk komen van heel zwaar vuurwerk dat
alleen maar zwaarder wordt waar wij ons wel zorgen over maken. Vandaar dat het niet in de APV is opgenomen.
De wijzigingen die wij voorstellen waaronder de loslopende honden, dat is een verzoek. Wij hadden
die regel niet. Waarom? Daarom, is het korte antwoord. De stichting wil graag dat verbod omdat het
college de mogelijkheid heeft om een deel aan te wijzen waar honden aangelijnd moeten worden en een deel waar honden los mogen lopen. Er zijn tegengestelde belang en dat is ingewikkeld. De mogelijkheid is er, wij hopen er samen al pratend uit te komen en dat doen wij graag.
Dit geldt ook voor ingrijpen als mensen slapen op straat. Dat mag niet, maar wij kijken wel of wij
zorg kunnen bieden, een beetje op de Molenlandse manier. Wij willen een vangnet zijn voor mensen die het zwaar hebben. Dat staat niet in de regels, maar werkt wel zo in de praktijk.
De heer De Lijster: Volgens mij is er op een fors deel van de Slingelandse plassen al een losloopverbod. Is dat nu niet rechtsgeldig of hoe moet ik dat zien?
Portefeuillehouder Segers: Ik weet niet of er klachten zijn en hoe het met de bordjes zit, maar nu moet het in de APV opgenomen worden als besluitmogelijkheid voor het college om de grond daarvoor beschikbaar te stellen.
De voorzitter: Dank u wel voor het beantwoorden van de vragen. Ik vermoed dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dit voorstel kan als hamerstuk naar de raadsvergadering.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
49
10.
Gedragscodes raad en college en onderzoeksprotocol
De voorzitter: De gedragscode is een richtlijn voor het handelen en heeft als doel raadsleden,
collegeleden en burgers te ondersteunen bij de invulling van de verantwoordelijkheid voor de
integriteit van het openbaar bestuur. De portefeuillehouder is burgemeester Segers. De vraag is of de gedragscodes zoals deze aan ons zijn voorgelegd gaan helpen om de integriteit van de gemeenteraad en het college van B&W en de zuiverheid van alle besluiten te bevorderen. Is er een fractie die hierover het woord wil voeren? Eerste termijn woordvoerders: De heer Blom: Ik heb een vraag aan de portefeuillehouder over 4.7 van de gedragscode
burgemeester en wethouders waarin staat dat collegeleden in de uitoefening van hun ambt niet
zodanig handelen dat zij vooruitlopen op een functie na hun aftreden. Wij kennen in de Tweede
Kamer de regelgeving dat een minister niet binnen een bepaalde tijd een functie mag aanvaarden op het gebied waarbinnen hij werkzaam is. Mijn vraag is in hoeverre daarover een regel in deze gedragscode zou kunnen worden opgenomen.
De heer Klink: Ik vind het een beetje apart om dit zomaar voorbij te laten gaan omdat het over ons
eigen gedrag gaat. Ik denk dat de meerwaarde vooral is geweest dat wij het hebben gelezen en het er nu met elkaar over hebben. Wij moeten dit natuurlijk heel serieus nemen. Ik wilde dat toch even zeggen opdat wij het niet lichtvaardig opnemen. De voorzitter: Dank voor deze onderstreping. De heer Egas: Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Klink. Het is een soort erecode (code
d’honneur) die je met elkaar afspreekt die met name bedoeld is voor een eerlijk en transparant
openbaar bestuur. Dat staat ook in de inleiding. Ik zal er verder niets over zeggen. Ik zal ook de zondeval erbuiten laten. Ik vroeg mij wel af, wij moeten het wettelijk vaststellen, ook voor het
college van B&W, daarom een vraag aan de portefeuillehouder. Wat ons betreft zou het wel een idee zijn om dit in een vergadering van het college vast te stellen. Wij moeten het doen, maar het voelt
voor mij een beetje vreemd dat wij dat ook voor het college moeten doen. Kennelijk moet dat, maar ik zou eraan hechten dat het college ook zelf eigenaar wordt van deze code door dit ook in een vergadering vast te stellen. Het is een vraag aan de burgemeester, want ik denk dat het niet verplicht is, maar het zou mooi zijn als dit kan.
De heer Brokking: Ik wil dit historische moment niet voorbij laten gaan omdat wij hier gaan
besluiten over stukken waarvan wij hopen dat zij nooit meer uit de lade hoeven te komen. Daar wil ik het bij laten.
De heer Stam: Vorige week woensdag was een delegatie uit Noorwegen in Bleskensgraaf. Ik mocht daarbij aanwezig zijn. Ik heb met volle trots, blijdschap en dankbaarheid kunnen uitlggen dat wij
hier een integriteitsprotocol hebben. Dat de burgemeester de fracties ernstig toesprak van zet dit
standaard op je agenda. Dat werd met veel egards ontvangen door de delegatie. Daarom wil ik de
raadsleden, de collegeleden en niet in de laatste plaats de burgemeester een compliment geven dat het op die manier te berde mocht worden gebracht.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
50
De voorzitter: Er zijn twee vragen gesteld aan de portefeuillehouder. Portefeuillehouder Segers: De twee vragen kan ik heel kort beantwoorden. Op de vraag van de heer Blom over 4.7 wordt schriftelijk teruggekomen.
Het feit dat het hier niet staat of in de praktijk niet voorkomt, ik weet niet of wij zo precies moeten zijn met deze regel uitbreiden. Ik kom daar nog even op terug.
De complimenten dat wij dit stuk hebben. Natuurlijk moet je dit in vredestijd maken. Ik kom te veel collega’s tegen die hiermee worstelen. Met de raad, met het college of in onderlinge verhoudingen. Het is prachtig dat de fracties hier aandacht aan besteden. In het college vandaag nog, in de eerste vergadering van de maand. Iedere maand kijken wij elkaar in de ogen of er iets speelt. Als er iets
speelt dan schromen wij niet om elkaar daarop aan te spreken. De burgemeester bij wet de hoeder van de integriteit en over deze gedragscode, maar dat zijn wij in feite samen. Wij moeten elkaar
hierop aanspreken. Het is een soort erecode en daarom is het mooi dat dit stuk er is. Een prachtige
sessie die wij hebben gehad in Hoeven waar mensen uit Rotterdam ons bij geholpen hebben. Ik ben blij dat het stuk er is en natuurlijk hopen wij dat het niet hoeft, maar als het gebruikt wordt weten wij welke stappen wij moeten zetten. Zeker als het gaat over de onderzoeksvragen en het
onderzoeksprotocol. Als het mis is, er iets aan de hand is, het niet klopt, dan is er geen schandpaal, maar een goed protocol dat wij langslopen om uw veiligheid daarin te waarborgen. Ook dat is van belang. Hoe makkelijk zetten wij mensen en ook burgemeesters aan de schandpaal die zich niet kunnen verdedigen en daarom is het goed dat wij een onderzoeksprotocol hebben. De vraag van de heer Egas; wij hebben het besluit al genomen. De heer Egas: Zonder dat wij besloten hebben? Portefeuillehouder Segers: Nee, nee in het raadsbesluit staat dat het college op 24 september het besluit genomen heeft en dat dit door de raad moet worden bekrachtigd. Wij hebben dat als een hamerstuk in het college gedaan, besproken en besloten.
De voorzitter: De raad gaat dit over twee weken bekrachtigen. 11.
Inkoopstrategie aanbesteding accountant (bijlage geheim)
De voorzitter: Voor dit onderwerp is het van belang dat er geen inhoudelijke discussie plaatsvindt over de bijlage. Het gaat puur om de vraag of dit stuk kan worden vastgesteld. De bijlage bevat
onderwerpen waar nu nog geheimhouding op rust. Ik ga er vanuit dat u geen inhoudelijke vragen heeft over de bijlage. De portefeuillehouder is de heer Stam namens de auditcommissie.
Is er iemand die een vraag wil stellen? Dat is niet het geval. Dan gaat dit ook als een hamerstuk door naar de raadsvergadering.
De heer Stam: Natuurlijk had ik een enorme batterij aan vragen verwacht, maar wat ik als
portefeuillehouder graag zou willen uitspreken, dat klinkt een beetje zwaar, is dat het echte werk is
gedaan vanuit de auditcommissie, maar ook in de werkgroep waar ook de heer Egas jr. (als ik dat zo mag zeggen) een rol vanuit de griffie heeft vervuld en natuurlijk de ambtenaren. Ik wil niet
onbenoemd laten dat twee leden van de auditcommissie (de heren De Haan en Van der Wal) hun
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
51
werk in de werkgroep prima hebben verricht. Vanuit de auditcommissie dank dat zij hun beste beentje hebben voorgezet.
(De aanwezigen reageren met applaus).
12.
Sluiting
De voorzitter: Wat zijn er vanavond weer een hoop lovende woorden gesproken. Dat is toch een
mooi einde van deze lange vergaderavond en het is nog niet eens middernacht. Dat valt toch weer
mee. Dank u wel voor uw inbreng, uw uithoudingsvermogen, uw scherpte en aanwezigheid. Ik sluit de vergadering en vraag uw aandacht voor het dankgebed:
Almachtige God wij danken u voor de gelegenheid ons geschonken voor het volbrengen van onze taak. Geeft dat onze werkzaamheden bevorderlijk zijn voor de welstand van deze gemeente en de eer van Uw Naam, om Jezus wil. Amen.
Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024
52