CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag cie WWV en SDB 8 oktober 2024.def

Gezamenlijke Commissievergadering 8 oktober 2024, gemeente Molenlanden29.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag commissie WWV en SDB

Datum

8 oktober 2024

Locatie

Bleskensgraaf, de Spil - raadzaal

Tijd

19.30 – 23.50 uur

Voorzitter

Woordvoerders

Mevrouw Mirjam Muis

Doe Mee! : De dames Naomi Kok, Wilma de Moel, de heer Bob Brokking SGP

: De heren Wietse Blok, Corné Egas, Christiaan de Ruijter

CDA

: De heren Wim de Haan, Wout de Jong en Maarten Klink

VVD

: Mevrouw Marieke de Wit, de heer Bert Snoek

ChristenUnie: De heren Pieter van Bruggen, Harry Stam en Leo Timmer Woordvoerders namens het college Griffier

PM

: De heren Michel Blom en Ferry van der Koelen

Wethouders Arco Bikker, Maarten van Helden, Jan Lock, burgemeester Theo Segers De heer Ger Egas

1.

Opening en vaststellen van de agenda

2.

Spreekrecht geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen

3.

Uitwisseling verbonden partijen

4.

Mededelingen / Vragenhalfuur (over actuele en urgente onderwerpen)

De agenda is ongewijzigd vastgesteld.

Er zijn geen insprekers.

Er zijn geen mededelingen.

Wethouder Lock deelt mee dat de raad op 6 november een raadsinformatiebrief ontvangt over alternatieven voor de windturbines (besluit 9 juli RES). 5.

Lijst ingekomen stukken

De heer Timmer vraagt de afhandeling van de brief van de bouwadviescommissie over

toegankelijkheid openbare gebouwen te wijzigen in afhandeling college met terugkoppeling naar de raad.

De commissie stemt in met dit voorstel. De lijst ingekomen stukken wordt zo gewijzigd als hamerstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 22 oktober 2024.

Verslag commissie Wonen, Werken & Verkeer en Samenleving, Duurzaamheid & Bedrijfsvoering 8 oktober 2024

1

6.

Omgevingsvisie

Eerste termijn woordvoerders: Bijdrage mevrouw De Moel: Inleiding

Aan mij de eer om de bijdrage voor Doe Mee! op dit onderwerp te delen. Als visie een goed leesbaar stuk. In het proces met de Toekomstvisie als paraplu, de visie sociaal beleid voor de sociale

omgeving en deze visie voor de fysieke omgeving in Molenlanden. Met de mobiliteitsvisie hierna op de agenda zijn er al veel stappen gezet. Er staat veel in deze omgevingsvisie. Op hoofdlijnen, dus

een visie waardig. Dus niet alleen fysiek stappen gezet, bestuur en de organisatie hebben het zich eigen gemaakt. We zijn er met elkaar als het ware ingegroeid. Kern

Aantal termen, die passeren wil ik extra aandacht geven (ambities – samenwerking – keuzes maken): 1.

Ambities

Voor Doe mee! mag iedereen meedoen, zijn we inclusief en gaan we voor een goede bereikbaarheid. Als het gaat om mobiliteit, dan geef ik straks graag het podium aan mijn collega Naomi Kok. Voor de overige ambities kunnen we wachten op het omgevingsprogramma, want pas dan kunnen we

politieke keuzes maken voor Molenlanden. Daarin zal de samenhang duidelijk worden. Hoe we de

ambities vormgeven met onze uitdagingen als bodemdaling, vergrijzing, toename van het verkeer, ruimte voor ondernemerschap en wat denken jullie van de uitgestrektheid van de 192km2 Molenlanden? 2.

Samenwerken: “We doen het Molenlands, we doen het samen”

Met inwoners >> De open houding spreekt ons aan. Dat vraagt wat van ons als raad. Durven we in de kaders ook los te laten of willen we toch dat controlerende vingertje houden? Zie plaatje (sturingsfilosofie en samenwerken pagina 18)

Dat vraagt ook wat van de organisatie, want als de medewerkers inwonersinitiatieven omarmen en verbinden, dan denk ik door en vraag me af op welke manier dat vanuit onze zelfsturende

organisatie wordt gemanaged. Vanuit de initiatieven in plaats vanuit de regels. Mooi om te zien, dat

een aantal klankbordgroepen en dorpsberaden daar al op een goede manier gebruik van maken. Het voorbeeld van het Julianapark in Groot-Ammers en het Noorderhuis in Noordeloos zijn dé voorbeelden van nu. Participatie

Deze visie geeft aan, dat participatie plaatsvindt op thema’s. Dat is ook goed voor de

betrokkenheid. Zo is er april 2023 een TIP Molenlandenenquête gehouden rondom de

omgevingsvisie, die ging over groen, verduurzaming en verkeersveiligheid. 1388 respondenten. Als we die doorrekenen op de 20+ ers in de gemeente, dan komen we op een response van 4,1%. En mooi getal.

Met partners in de regio >> alleen al voor de mobiliteit hebben we te maken met het waterschap en de provincie. Dan lezen we dat we voor het wegbeheer niet altijd aan zet zijn, maar wel het gesprek aangaan. Aan de overige gesprektafels hangt het weer af van de rol, die we als gemeente hebben.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

2

Wat Doe mee! betreft blijft dat vaag en mag het bestuur aan de voorkant van zo’n tafel best vaststellen wat het doel is en dat ook toetsen.

Ik sluit ook dit onderwerp graag positief af, want we vinden in de regio nu ook de Krimpenerwaard. Het pontje vaart dan wel niet ’s nachts, bestuurlijk heeft Molenlanden de overkant gevonden. 3.

Keuzes maken

Dat wordt uit alle ambities en uitdagingen een beste klus. Laten we ons daarin leiden door andere overheden of gunnen we onszelf als gemeente ook een eigen regie? In ons hoofd en in onze

portemonnee. Voor Doe mee! is daarin de vitaliteit van de dorpen en die ene stad belangrijk. Dat inwoners zich thuis voelen, dat ze ruimte hebben om te sporten en bewegen, van cultuur te genieten en vooral, dat ze het met elkaar doen. Samenvatting

Mooie start, we kijken uit naar de programma’s, wat ons betreft nog 2 vragen: 1.

De gemeente heeft bij initiatieven verschillende rollen. In het plaatje van net zagen we een

handreiking en een kaderstelling vanuit het bestuur. Welke rol houden we nu als raad, bijvoorbeeld voor de inrichting van een dorp? 2.

Nog een cliffhanger zal ik maar zeggen. De TIP Molenlanden enquête rondom de

omgevingsvisie is een mooi voorbeeld over wat inwoners belangrijk vinden. Wat gaat u met de

uitkomsten verder doen in bijvoorbeeld de programma’s en horen de inwoners daar nog iets van terug?

Voetnoot 4.2

Sturingsfiliosofie en samenwerking (pagina 18)

De gemeente ziet voor zichzelf een proactieve rol ziet op de thema’s wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein. De voorzitter: Het woord is aan de fractie van de SGP. De heer Egas: Voorzitter, wij hebben een mooie visie ontvangen van het college waaraan veel werk

verzet is en die ook heel actueel is. De laatste ontwikkelingen zijn meegenomen in deze visie. Onder andere het besluit waar zojuist bij de mededelingen over gesproken is en het besluit van 9 juli. Het is nu krap oktober en het is allemaal al in de visie verwoord. Er is hard doorgewerkt door de

ambtelijke organisatie waarvoor onze dank. Er is ook een rij aan zienswijzen toegevoegd, die ik heb gelezen, waarbij ik onder de indruk was van de nauwkeurigheid waarmee de inbreng van alle

partners die verzocht zijn om hun mening te geven over de visie (een aanvulling, een kritiekpuntje

hier en daar) zijn verwerkt zodat er een breed gedragen visie voorligt. Het is een beetje jammer dat maar drie inwoners van de ruim 45.000 inwoners gereageerd hebben. Dat is een beetje mager, ik weet niet of dat beter had gekund en of dit in den lande meer voorkomt, maar in ieder geval er is

gereageerd. Nogmaals dank voor deze visie. Ik heb nog wel een klein kritiekpuntje als het gaat over het taalgebruik. In de tweede alinea komt het woordje ‘we’ wel erg vaak voor. Als u zou vragen wat wilt u veranderen dan zou ik daar eens taalkundig naar laten kijken. Ik ga de zin nu niet voorlezen, iedereen kan de tweede alinea vinden op pagina 3. Dat is taalkundig een beetje een lastige zin. In

ieder geval iets meer creativiteit in het gebruik van woorden zou denk ik wel op zijn plaats zijn, ook omdat de visie zo prachtig vormgegeven is en er heel veel nuttige en goede zaken in beschreven staan.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

3

De Omgevingswet verplicht ons deze Omgevingsvisie op te stellen. Eerlijk gezegd waren wij daar

ook wel aan toe na de fusie van uiteindelijk vier gemeenten die nu de mooie gemeente Molenlanden vormen. Vier visies uit het verleden komen tot één visie. Juist nu de druk op Molenlanden toeneemt, vraagt het om keuzes. Een transitie van onze sterke agrarische sector, een grote opgave rondom de energievoorzieningen, passende woningen voor onze inwoners en dat voor alle 20 kernen. Wij

kijken als SGP-fractie terug op een Omgevingsvisie die nu tot stand gekomen is. In februari waren

wij in Arkel bijeen en hebben wij een beeldvormende avond gehad en binnen een afzienbare periode ligt deze visie er. Wij hebben toen gesproken over de ambities en dat heeft geleid tot een motie die wij ingediend hebben samen met CDA en ChristenUnie (die het helaas door de afwezigheid van een aantal raadsleden niet heeft gehaald) maar toch heeft u geluisterd naar die motie. Dat kunnen wij waarderen, dat zult u begrijpen. Mede door de vele opbouwende inspraakreacties zijn de teksten

van de visie aangepast. Wij willen er een paar noemen. In een groot deel van het gebied bestaat de grond uit klei op veen. Al eeuwen kent het gebied een robuust bodem en watersysteem. (Het is jammer dat de heer Van Rees niet in onze raad zit, want hij zou ons er van alles over kunnen vertellen). Dat heeft een belangrijke basis gelegd voor de agrarische sector.

Een tweede punt: wij streven naar voldoende betaalbare en levensloopgeschikte woningen voor

verschillende doelgroepen. Wij streven naar tenminste behoud van bestaande voorzieningen (dat staat expliciet vermeld in de visie) in de kernen waarbij mogelijke ontwikkelingen van nieuwe

voorzieningen niet uit de weg gegaan worden. Daarbij vinden wij, fijn dat dit zo beschreven staat, het behoud van de nabijheid van onderwijs een kernbelang.

De voorzitter: Mijnheer Egas, zijn er ook nog dingen die u wilt zeggen of vragen, want uw vier

minuten zijn al om. Wij hebben het apparaat echt pas aangezet toen uw microfoon rood brandde. De heer Egas: Oké, ik heb nog anderhalve minuut, dan spreek ik dus te langzaam. De voorzitter: U gebruikt te veel woorden. Ik moet u vragen om tot een afronding te komen. Heeft u nog vragen voor de wethouder?

De heer Egas: Het kritieke punt, daar waarschuwt de inleidende tekst ook voor, is dat hier en daar

de visie schuurt en wringt en elkaar soms tegenspreekt betreffende de keuzes die gemaakt moeten worden waar gaan wij bouwen, waar nog wel traditioneel en waar op een andere wijze bouwen. Hierbij sluiten wij geen complete gebieden uit. Daarbij zullen wij tot overeenstemming moeten

komen met andere overheden die op het thema water en bodem sturen en bevoegd gezag zijn.

Deze tekst lijkt de hele visie meer ruimte te geven, maar krijgen wij deze ruimte straks voldoende

van de andere overheden (lees Provincie, Waterschap) om nog in alle kernen voldoende traditioneel

of op andere wijze te bouwen voor alle doelgroepen, want het draait om de leefbaarheid en vitaliteit van al onze kernen. Ruimte is er genoeg. Ik citeer wethouder Lock op een bijeenkomst in Oud-

Alblas (De Beemd) dat in 30 jaar nog maar 0,9% van het landoppervlak bebouwd is. Dat moet ons

voldoende ruimte geven om met andere overheden het gesprek te voeren om in alle kernen uit te kunnen breiden met geschikte woningen voor onze mensen.

De voorzitter: Dank u wel. Mag ik u allen eraan herinneren dat wij in de agendacommissie hebben

afgesproken om scherp te sturen op de spreektijden? De volgende vier minuten zijn voor de fractie van het CDA.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

4

De heer Klink: Dank u wel voorzitter, kijken of het mij lukt. Allereerst de hartelijke complimenten en felicitaties aan de ambtelijke organisatie met het feit dat de Omgevingsvisie definitief voorligt. Het is een heel traject geweest. Wij hebben daar beeldvormend over gesproken. Over sommigen deelonderwerpen zijn zelfs al besluiten gevallen en er heeft ook heel veel participatie plaatsgevonden. Fijn dat dit er nu ligt. Ik wil er graag een paar punten uit halen.

Het CDA is blij dat na onze bijdrage van maart 2024 niet meer gekozen worden om minder belang te hechten aan voorzieningen in kleine kernen. Waar toen stond “wij willen voorzieningen in grote

kernen ontwikkelen en voorzieningen in kleine kernen behouden als dat haalbaar is” staat er nu “wij streven tenminste naar behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijk

ontwikkeling van nieuwe voorzieningen”. Heel goed, geen concentratie van voorzieningen in alleen de grote kernen.

Het tweede punt, wij zijn positief over het voornemen om passende bedrijvigheid ruimte te geven, om geen gebieden categorisch uit te sluiten voor bouw en wij zijn positief over de trots die uit de visie spreekt op de agrarische sector. Het is belangrijk dat de gemeente achter de agrariërs staat gelet op de uitdagingen die er nu allemaal zijn. Die positieve houding springt er echt uit.

Wel missen wij, dat is het derde punt, het thema woningsplitsing. Dit zou ook onderdeel zijn van de visie, als ik het mij goed herinner, maar misschien dat wij dit nog gaan bespreken bij het zesde

thema. Dat thema is nog onbesproken en komt als het goed is nog. Het heet uitbreiding kernen,

een heel belangrijk onderwerp. Misschien dat daarin ook iets wordt gezegd over hoe het zit met de woningbouwopgave na 2030 want het is bijna 2025. Het lijkt ons goed om daar, zeker in een visie

die rijkt tot 2040, ook oog voor te hebben. Tot nu toe zijn de kleppen wel heel erg op 2030 gericht. Misschien een reactie van de wethouder op die twee punten (woningsplitsing en woningbouw na 2030).

Als vierde punt, naast het feit dat het onderwerp uitbreiding kernen nog niet besproken is, hebben

wij ook het document landschappelijke kwaliteit buitengebied nog niet helemaal binnen. Dat is een

heel belangrijk onderwerp dat bijvoorbeeld gaat over het aanzicht van onze linten en misschien een reflectie op het VAB beleid. Dus in zoverre zijn wij nog niet klaar met het hele onderwerp en sowieso het interactieve proces.

Het vijfde punt financiën; in de visie klinken talloze ambities door, maar hebben wij het geld wel om ze te realiseren? Er komen magere jaren aan. Daar zou ik graag een reactie van de wethouder op willen.

Het laatste punt, in de Omgevingsvisie 2018 van de voormalige gemeente Giessenlanden werden

concrete kernopgaven opgesomd met daarbij aangegeven wat de rol van de gemeente is en of het een punt was voor de korte, middellange of lange termijn. Daarnaast werd dit ook nog eens per kern gedaan. Gaat zoiets nu bij de omgevingsprogramma’s plaats krijgen? Want zo’n beeld van

concrete kernopgaven zegt toch veel meer dan de wat abstracte vergezichten van deze visie, hoe mooi vaak ook. De grondhouding onder de leden is wel een hele positieve. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klink, ik ben heel positief over de hoeveelheid tijd die u gebruikt heeft; 3.14 minuut. Neemt er een voorbeeld aan. Wij gaan naar de ChristenUnie.

De heer Van Bruggen: Dank u wel voorzitter, ik voel wat druk, maar wij gaan een poging wagen. De Omgevingsvisie is een integrale lange termijn visie van een bestuursorgaan, van ons als raad, voor de hele fysieke leefomgeving, de ruimte en haar grondgebied. Hele formele taal, maar dat is wel

waar wij het voor doen. Ieder mens in onze gemeente heeft ruimte nodig. Ruimte om te wonen, te

werken, te reizen en te recreëren. Wonen gaat over zo veel meer dan stenen stapelen. Wonen gaat

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

5

over samenleving, samenhang, gemeenschappen in een buurt, een straat of een wijk. In de

Omgevingsvisie die nu voorligt, staan veel zaken om ontzettend trots op te zijn; met recht Mooi Molenlanden. Toch willen wij als ChristenUnie op een drietal punten verduidelijking dan wel wat meer ambitie, afhankelijk van de antwoorden.

Het eerste punt is dat wij de dorpshuizen missen, die zijn belangrijk voor de samenhang en het

samenleven in de kernen. Wat de ChristenUnie betreft moet iedere kern een dorpshuis hebben of in ieder geval een locatie met een dorpshuisfunctie. Vraag 1: waarom worden de dorpshuizen alleen

genoemd met betrekking tot eenzaamheid? Bij ambitie 1 (de levende kernen met een eigen karakter) staat zo mooi beschreven “tenminste behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijk ontwikkeling van nieuwe voorzieningen”. Daarbij vinden wij behoud van de nabijheid van

onderwijs van kernbelang. In het IHP, dat wij recent hebben vastgesteld, hebben wij een eenzijdige focus op scholen waardoor het er op lijkt dat andere voorzieningen zoals dorpshuizen op de achtergrond raken. Zeker als het gaat over eventuele multifunctionaliteit. In het

accommodatiebeleid, dan gaan wij nog verder terug in de tijd, staat immers nog steeds het

volgende uitgangspunt: “Wij blijven inzetten op samengestelde accommodaties waar bewegen, onderwijs, ontmoeten, sport, welzijn en zorg onder één dak, of binnen een beperkt ruimtelijk

gebied worden aangeboden”. Afhankelijk van het antwoord overwegen wij een amendement in te dienen om de dorpshuizen expliciet op te nemen onder ambitie 1 en daarbij willen wij ook de samenhang met het onderwijs benoemen.

Het tweede punt gaat over de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2050. Om klimaatveranderingen tegen te gaan groeien wij met elkaar geleidelijk naar een energie neutrale situatie in 2050. In de

visie staat nu onder ambitie 5 (een klimaat robuuste en energie neutrale gemeente): “Onze ambitie is om in 2050 als gemeente nagenoeg CO² neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Met gebruik van woorden als ‘ambitie’ en ‘nagenoeg’ wordt deze ambitie wat ons betreft te veel

afgezwakt. Wij overwegen op dit punt een amendement in te dienen om het woord ambitie te

vervangen door doel ofwel het woord nagenoeg te schrappen (dus geen dubbele afzwakking). Het derde punt gaat over het lokaal eigendom bij energieprojecten. Het stimuleren van

energiecorporaties waarbij de inwoners medeaandeelhouder zijn zorgt voor meer draagvlak en

voorkomt dat winsten wegvloeien naar investeerders. Op pagina 13 van de visie staat: “Wij streven

ook naar maximaal lokaal eigendom en naar het lokaal gebruik van opgewekte energie”. Die ambitie kunnen wij van harte steunen, maar op pagina 30 staat: “In lijn met het klimaatakkoord streven wij

naar 50% lokaal eigendom van energieprojecten”. Vraag 2: Welke boodschap gaat hiervan uit? Is 50% het maximale of minimale zoals afgesproken bij de RES.

De volgende punten (en dan rond ik af) blijven wij ook kritisch volgen. Allereerst het bouwen van

voldoende woningen maar dan ook voor alle doelgroepen, het dilemma tussen de bodemdaling en de waterwinning, een in onze ogen te strikt VAB beleid dat wij hebben vastgesteld en de mogelijkheid van het splitsen van woningen (het CDA sprak daar ook over). Dank u wel.

De voorzitter: Keurig mijnheer Van Bruggen, dank u wel. Wij gaan naar de VVD, de heer Snoek. De heer Snoek: In het nabije verleden is de ingangsdatum van de Omgevingswet keer op keer

uitgesteld. Dat weten wij allen. Onder andere de IT en de software die ondersteunend moesten zijn

voor de burger om integraal een aanvraag te kunnen doen, is daarbij een ware spelbreker gebleken. Dat had niet echt te maken met het programmeren, maar juist met het gebruik daarachter, de content, want breng voor elke handeling binnen het fysieke leefdomein van overheden zoals

Provincies, Waterschappen en gemeenten de relevante integrale tekst maar eens onder in een wet.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

6

Dat was geen sinecure. Ook in the making of waren naar onze mening enige problemen en hobbels. Niet alleen de beleidsambtenaren en de verantwoordelijke portefeuillehouder, maar ook wij als raad kenden vele hoofdbrekens en hebben best wel lastig leesbare en moeilijk begrijpbare

tussenproducten moeten verteren. Maar uit al die stukjes van de legpuzzel is echt een mooie

Omgevingsvisie ontstaan, een groot compliment is op zijn plaats. Bij dezen vooral richting de

componisten (de beleidsambtenaren) van deze Omgevingsvisie. Maar waarom dan dit compliment? Niet omdat het allemaal zo eenvoudig wegleest als een roman. Nee, je moet je hoofd er echt wel

goed bij houden. Deze visie heeft een strakke opbouw, schetst prima waarover het gaat en somt ons inziens ook de ambities op een goede manier op. Zoals een persoon uit onze fractie het

opmerkte, ik mis in de kern eigenlijk niets, maar het maakt wel hongerig naar het vervolg. Hij gaf aan dat hij zeer benieuwd is naar de verdere uitwerking in gebieden en thema’s, want is en wordt het voor de burger of de initiatiefnemer wel eenvoudiger? Komen er door de nieuwe wet niet juist meer regels? En duurt het niet langer om een vergunning te kunnen verlenen? Ook wij in

Molenlanden moeten doorpakken. De verdere uitwerking verdient ons inziens alle aandacht. Onze permanente aandacht, onze focus om vooral invulling te kunnen geven aan het doel van de

Omgevingswet. Voorzitter, daar schuilen ook mijn vragen in. Ondanks dat in de bijlagen het

vervolgproces wordt aangegeven is of zijn onze vragen aan de portefeuillehouder: Welke concrete gebieden of thema’s heeft hij voor ogen? In het stuk worden genoemd kern, platteland,

bedrijventerreinen en het werelderfgoed Kinderdijk. Zit hierin, dat is mijn vraag, prioriteit? En welke prioriteit en waarom is daar prioriteit aan gegeven? Dezelfde vraag geldt ook voor de thema’s. In bijlage 3 staat hierover een zeer cryptische zin geformuleerd. Wij hebben hem allemaal kunnen

lezen of wij zijn erover gestruikeld. Maar tot slot voorzitter, dat is ook wel een beetje de kern die ik

bij Doe Mee! terug hoorde, heeft onze raad hier nog een stem in bij zowel de gebiedsgerichte als de thematische aanpak? Dank u wel.

De voorzitter: Binnen de tijd, dank u wel, mijnheer Snoek. Het woord is aan de fractie van Progressief Molenlanden, de heer Van der Koelen.

De heer Van der Koelen: Wij hebben recent de Toekomstvisie met elkaar besproken en nu ligt hier

de Omgevingsvisie voor. Deze visie is al in diverse gremia besproken en dit is het eindresultaat. Wij als Progressief Molenlanden zijn net als de anderen akkoord gegaan met de terinzagelegging zoals nu het geval is, maar wij vinden dat op deze visie op onderdelen nog wel wat aangescherpt mag

worden. Zo hebben wij hem ook besproken in ons fractieoverleg. Ik kom daar zo meteen nog op terug. Totdat afgelopen zaterdag, en dat is toch wel heel leuk, de NRC op de mat viel met een

Toekomstvisie. Een Nederland om van te dromen. Daar staan toch wel een paar hele leuke thema’s in die ik zo meteen wil behandelen. Waar zij met name op sturen is een aantal hoofdthema’s. De

energietransitie is er één, wat een hele belangrijke is. Hoe ga je van het huidige energiegebruik over naar een energie neutrale omgeving. Anderzijds wordt wonen genoemd. Daar werd expliciet

aangegeven met een houtskoolschets bouw met name in hoger gelegen oorden. Dat wordt een uitdaging voor ons als zodanig waar wij wonen. En ook naar bedrijventerreinen kun je op

verschillende manieren kijken. Daarbij komt de energietransitie natuurlijk ook weer om de hoek

kijken. Daar zul je op termijn ook mee aan de slag moeten; wil je nog steeds bedrijventerreinen in de polder, of kies je uiteindelijk voor bedrijventerreinen aan de randen van Molenlanden? Daar

speelt voor ons wel het nodige. Met name met betrekking tot de rol van de bedrijventerreinen zijn wij benieuwd hoe de wethouders daar naar kijken.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

7

Iets anders is, dat is al eerder genoemd, de transitie van de agrarische sector, want wij staan

natuurlijk niet alleen hier in Molenlanden, maar in heel Nederland voor een enorme uitdaging. Wij

zien dat wij moeten teruggaan naar een aantal eenheden, mogelijk een halvering van de veestapel

en dat is natuurlijk een hele opgave. Daar zullen wij zeker ook in Molenlanden mee te maken gaan krijgen.

Ik kom even terug op wonen, wonen in hoger gelegen gebieden, maar wij zien ook dat er een

Randstad is die langzaam maar zeker oprukt. Wij zien dat in het Sliedrecht en in Hardinxveld. Ik

verwacht ook dat in de komende jaren hier in Molenlanden druk zal ontstaan, welke mogelijkheden heb je voor de Randstad om hier te wonen? Dat is een aandachtspunt en ik ben benieuwd hoe de

wethouder daar naar kijkt. Wat wil je anders? Wil je het of wil je het niet? Idem voor mobiliteit. Daar kan ik nu op ingaan, maar ik neem even een voorschot vanwege de tijd die ik nu niet heb om dat dadelijk bij de mobiliteitsvisie te doen.

Even terug naar de zienswijzen. Het zijn inderdaad drie inwoners geweest, maar ook een aantal

bedrijven. Wij zien ook dat LTO een aantal zienswijzen heeft ingediend. Het is heel behoudend dat LTO er zo in blijft zitten. Het was voor ons niet nodig geweest om een aanpassing te doen op de zienswijze van LTO. Het is zo, het verandert niet veel aan de zaak, maar het geeft toch wel het behoudende karakter aan en het blijven vasthouden aan de huidige realiteit.

Voor de rest wil ik eigenlijk met name de ambtenaren bedanken voor hun inzet om dit product te leveren. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Koelen. De heer Egas: Mag ik een vraag aan de heer Van der Koelen stellen? Hij heeft geciteerd uit NRC over het wonen in hogere gebieden in Nederland, de grens bij Amersfoort in de visie van de heer Rotmans. Is de heer Van der Koelen het daarmee eens?

De heer Van der Koelen: Laat ik het zo zeggen, het zijn houtskoolschetsen, dat is één. Een tweede is je kunt dus niet zo blijven bouwen zoals wij gedaan hebben tot op heden. Dat moet op andere

manieren als wij willen blijven bouwen, een andere vorm kiezen die wel toekomstbestendig is. Waar je dan aan kunt denken, laten wij daaraan een invulling geven bij de programma’s.

De heer Klink: Ik zat te wachten op de tweede termijn, maar waarschijnlijk gaat het daar dan

helemaal niet over. Ik hoorde de heer Van der Koelen zeggen dat de veestapel gehalveerd moet

worden. Wij zijn het meest extensieve agrarische gebied in Nederland met maar twee koeien per hectare. Misschien zit u in de verkeerde gemeente, maar meent u echt dat in Molenlanden de veestapel gehalveerd zou moeten worden? Dat is toch hopelijk niet uw visie.

De heer Van der Koelen: Ik heb gezegd mogelijk, maar wij moeten wel heel kritisch kijken, want de manier waarop wij het nu doen staat gewoon sterk onder druk. Wij zullen gewoon keuzes moeten maken. Die keuzes moeten wel toekomstbestendig zijn. Niet dat je vandaag een keuze maakt en morgen weer een andere. Ook een agrariër moet een toekomst hebben.

De heer Klink: Volgens mij staat heel mooi verwoord in de visie dat dàt zo is, maar dat wij wel volledig achter de boer staan.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

8

De voorzitter: Dank u wel voor de eerste termijn. Er is een aantal vragen gesteld. Naast alle lovende

woorden zijn er ook nog wat aandachtspunten gegeven en kritische vragen gesteld. Wethouder Van Helden, aan u het woord.

Wethouder Van Helden: Goedenavond beste raadsleden, ik ben blij om hier voor u te staan en ook

trots. Voor u ligt de Omgevingsvisie 2024 van de gemeente Molenlanden. Het is uw Omgevingsvisie, dat wil ik er even bij zeggen. Alle gemeenten moeten per 1 januari 2027 een Omgevingsvisie

hebben. Wij zijn dus ruim op tijd. De Omgevingsvisie bevat integrale ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De Omgevingsvisie is ook bindend, wij binden onszelf aan de ambities die wij in de Omgevingsvisie zetten. Eigenlijk is deze Omgevingsvisie

daarmee ook de input voor bijvoorbeeld de ruimtelijke puzzel. De Omgevingsvisie valt binnen het vergezicht van de Toekomstvisie, net als de visie Sociaal Domein. De Omgevingsvisie en de visie Sociaal Domein zitten op hetzelfde niveau, qua onderling verband ook. Daar waar de fysieke leefomgeving en het Sociaal Domein elkaar raken, bijvoorbeeld sport, beweegvriendelijke

buitenruimte en ontmoetingsplekken. De visie heeft ter inzage gelegen. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot tekstuele aanpassingen, aanscherpingen en verduidelijkingen. Ambtelijk is een

aantal actualisaties doorgevoerd. Wij zijn er nog niet met deze Omgevingsvisie, dat heeft u ook al

geconstateerd. De kansen, ambities en dilemma’s zijn benoemd als consequenties en die dwingen ons als gemeente tot het maken van keuzes. Dat doen wij in omgevingsprogramma’s,

gebiedsgericht of themagericht. Daar werd zojuist door mevrouw De Moel, de heer Klink en de heer

Snoek naar gevraagd. Als college doen wij dat samen met u als gemeenteraad en ook samen met de

samenleving. Het gaat bijvoorbeeld ook over de inrichting van de dorpen. Dat gaan wij samen doen. De heer Snoek: Dat klinkt goed, dat had ik ook verwacht van de wethouder, maar eigenlijk is de

vraag op welke wijze en wat bepaalt dan welke voorzet u formuleert? Is Kinderdijk meer prominent dan bijvoorbeeld onze kern, om er maar twee willekeurig te noemen? Op basis waarvan stelt u dan de keuze voor, voor A, B, C, of D?

Wethouder Van Helden: Mijnheer Snoek, u stelt nu vragen over de uitvoering. Dat kan ik mij heel goed voorstellen, maar er is bij voorbaat geen prioriteit tussen de verschillende gebieden. De

gebieden staan op pagina 8 in een afbeelding, de detaillering van wat voor soorten kernen, wat voor soorten buitengebied en dat soort dingen.

De heer Snoek: Dat klopt, alleen u zult het met mij eens zijn dat u en uw ambtenaren niet alles in

één keer kunnen behappen. Je zult toch een keuze moeten maken om zeg maar ook te ontwikkelen in een proces hoe je het aanpakt. Natuurlijk is het uitvoering, dat begrijp ik wel, maar ik verwacht eigenlijk van het college wel een voorzet van op basis van A, B en C kies ik dat gebied, dat thema primair te gaan aanpakken.

Wethouder Van Helden: Ik kan mij die vraag heel goed voorstellen. Wij zijn ook aan het nadenken hoe wij het precies gaan aanpakken en wat daarin prioriteit krijgt. Ik kan het alleen nu moeilijk

zeggen. Ik kan mij voorstellen dat de kernen als eerste aan bod komen, maar dat wil niet zeggen

dat dit een prioriteit is gezien de problematiek. Er volgt op korte termijn een verhaal over de aanpak want wij gaan volgend jaar uitwerken en dan moeten wij dit jaar wel bedacht hebben hoe wij dat gaan doen. Ik kom daar bij u op terug.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

9

De integrale keuzes gaan wij maken per gebied of per woonkern. Een programma kan meerdere

projecten en maatregelen bevatten om uitvoering aan te geven. Het is eigenlijk een tussenvorm. Een programma tussen de Omgevingsvisie en een omgevingsplan, maar daarvoor zijn concrete regels net zoals deze nu in bestemmingsplannen staan.

Even iets over de relatie met de mobiliteitsvisie. De mobiliteitsvisie, dat heeft u al geconstateerd, is

op hoofdlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie. Bij de uitwerking van de omgevingsprogramma’s wordt mobiliteit, net als andere thema’s, nadrukkelijk meegenomen. Het staat niet los van elkaar.

De Omgevingsvisie is meer dan alleen een document. De ambities staan er goed in genoteerd, maar het gaat vooral over de manier van werken. Een manier van werken in de organisatie, de integrale samenwerking tussen de medewerkers van de verschillende domeinen en vakgebieden en met de

buitenwereld. Ik heb heel veel complimenten gehad. Het is fijn als een document waar zo lang aan gewerkt is waar heel veel mensen aan meegewerkt hebben zo goed wordt ontvangen. Dank u wel

daarvoor. Dit wilde ik even zeggen en een aantal vragen beantwoorden. Het is een integrale visie die het hele fysieke domein raakt. Een aantal vragen wordt nog beantwoord door collega Jan Lock.

De heer Klink: Ik heb een vraag gesteld over de financiën, hoe de vlag er nu bij hangt. Wij spreken ons uit over een heleboel doelen en ambities, maar de realiteit is wel dat wij zullen moeten gaan

bezuinigen. Had dit misschien een plek moeten krijgen in de visie of hoe kijkt u überhaupt naar dat spanningsveld tussen alles wat wij willen maar ook wat wij kunnen?

Wethouder Van Helden: Ik begrijp uw vraag, maar zie de visie meer als een lange termijn beeld waar wij naar streven, daarbij ga ik niet bij voorbaat de kosten, die zijn wel in beeld te brengen voor de lange termijn, maar daar ga je niet bij voorbaat restricties opleggen vanwege bezuinigingen nu.

Bezuinigen en meer uitgeven is een golfbeweging. Wij willen graag dat het een ambitieuze visie is. Ook in de uitwerkingen willen wij ambitieus zijn, maar ook dat zal in de uitwerking als het gaat

wringen en je moet keuzes maken, bijvoorbeeld om financiële redenen keuzes maken, een reden

kunnen zijn. Maar om nu al een financiële situatie in de visie beschrijven daar leent wat mij betreft deze visie zich niet voor.

De heer Klink: U vindt het niet te ambitieus? Wethouder Van Helden: Ik vind nooit iets te ambitieus. Realiteitsgehalte is een mooi, maar zodra je dat gaat doen, ga je jezelf temperen in je ambities.

De heer Klink: Dan is de wethouder het dus eens met het voorstel van de heer Van Bruggen, maar goed, ik loop op de zaken vooruit.

Wethouder Van Helden: Mevrouw De Moel vroeg wat wij gaan doen met de uitkomsten van TIP Molenlanden, die nemen wij mee in de uitwerking per gebied en dus ook per kern. Mevrouw De Moel: Wat bedoelt u daar dan precies mee? Wethouder Van Helden: Als wij een afweging gaan maken tussen de verschillende ambities en

dingen die met elkaar botsen dan doen wij dat samen met u als raad, maar ook met de samenleving met de dingen in het achterhoofd die ingebracht zijn. Die gebruiken wij dan weer. Voor de mobiliteitsvisie geldt precies hetzelfde.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

10

De heer Egas bedank ik voor de complimenten, taalkundig wil ik er nog wel even goed naar kijken. Uw andere vraag wordt zo dadelijk beantwoord door wethouder Lock.

De heer Klink had nog een vraag over woningsplitsing, maar die begreep ik niet helemaal. De heer Klink: Ik meen dat wij het ooit weleens over woningsplitsing hebben gehad. Toen is gezegd dat vindt een plek in de Omgevingsvisie. Het heeft nu geen plek gekregen. Er zou nog een avond volgen waarop wij de uitbreiding van de kernen gaan bespreken. Dat is het zesde thema dat nog

niet aan bod is gekomen. Dat is volgens mij in september vorig jaar in een planning aangegeven, dit komt nadat wij de Omgevingsvisie hebben vastgesteld. Misschien dat het daar dan besproken gaat worden, maar wij hebben het er weleens over gehad. Het duurt wel lang voordat er eindelijk iets mee wordt gedaan en daarom was het de vraag waard om te vragen hoe zit het daarmee. De heer Bikker zal deze vraag beantwoorden.

Wethouder Van Helden: Mijnheer Van Bruggen had het over de dorpshuizen als voorzieningen, die

worden niet genoemd, scholen wel. Het is lastig om de voorzieningen allemaal te noemen. Als je ze wel noemt, ga je er een bepaald belang van aangeven. Ik heb er zelf op zich geen problemen mee om dit aan de visie toe te voegen.

De heer Van Bruggen: Ik denk dat wij daar dan alsnog op moeten amenderen, maar dank u wel dat u het er ook op die manier in leest. Misschien nog iets dat wellicht te ver voert omdat ik ook het IHP aanhaalde, de samenhang, misschien een klein beetje een toelichting ondanks dat dit een

interruptie is. Wij waren vorige week in Nieuwpoort en toen hoorden wij van een aantal kernen, het ging over Goudriaan, dat zij zich door het IHP eigenlijk een beetje zorgen maken over eventuele

ideeën voor een MFC omdat zij het idee hebben de focus ligt heel erg op nieuwbouw, het bouwen van een school op korte en lange termijn, waardoor de plannen die er vanuit het dorp al concreet waren of iets minder concreet waren, bijvoorbeeld over een MFC, voor het gevoel naar de

achtergrond raakten. Ik noem even Goudriaan als concreet voorbeeld, maar dat gevoel kregen wij

die avond. Dat is ook een beetje de gedachte achter de vraag. De samenhang tussen een school en bijvoorbeeld het dorpshuis.

Wethouder Van Helden: Die samenhang zie ik ook. Ik kan mij dat goed voorstellen en daarom juist de dorpshuizen erbij noemen.

De vragen van de heer Van der Koelen worden straks beantwoord door wethouder Lock. Ik kom na de beantwoording van wethouder Lock nog even bij u terug voor het geval u nog vragen mocht hebben.

De voorzitter: Begrijp ik het goed dat wethouder Lock nu het woord krijgt en daarna wethouder Bikker waarna u nog even terugkomt? Wij zien er naar uit.

Wethouder Lock: Dank u wel, voorzitter. De complimenten die specifiek over mijn portefeuille

gingen zal ik doorgeven, want er is ook aan onze kant hard aan gewerkt. Een aantal vragen die mijn portefeuille betreffen is gesteld en die ga ik ook als zodanig beantwoorden. De eerste gaan over bodem en watersturend. Dat gaat zowel over bodem als water. Het punt is dat dit zich nog een

beetje aan het zetten is. Wij roepen het veel en hebben het er veel over, maar niemand heeft echt een goede definitie en wij zijn ook nog aan het zoeken wie nu het bevoegd gezag is dat daar

besluiten over neemt. In ieder geval het Waterschap, de Provincie en het Rijk vinden daar iets over

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

11

en wij als gemeente ook want het vindt allemaal plaats in onze gemeente. Je hebt dan ook nog eens een keer de ruimtelijke puzzel die over heel Nederland ligt als een deken, die ook ons gebied

specifiek treft. Wat ik in de Omgevingsvisie heb willen neerzetten is hoe wij vanuit de gemeente naar die verschillende andere overheden kijken en spreken op basis van dit document. Het is

inderdaad bodem en watersturend, u heeft mij geciteerd naar aanleiding van een bijeenkomst in Wijngaarden of Oud-Alblas. Afgelopen 12 jaar hebben wij 0,4% van het landbouwareaal verloren

tegen 6% in Het Groene Hart. Je ziet dat de Provincie heel erg stuurt op wat er in Het Groene Hart

gebeurt. Op het moment dat wij 0,4% aan landbouwareaal verliezen (dat is 70 hectaren) en de rest van Het Groene Hart 6% snap je dat je uit moet kijken als gemeente dat daar niet een blauwdruk overheen gelegd wordt. Wethouder Bikker en ik drukken daar sterk op en attenderen om dat te doen. En ja, dat is ook een antwoord op een andere vraag, wij moeten ook kijken hoe wij dan

bouwen en daarin verder gaan. Wij hebben geprobeerd dat goed neer te zetten naar aanleiding van het debat van de vorige keer over de Omgevingsvisie.

Vanuit het CDA kwam de vraag over landschappelijke kwaliteit. Dat is iets wat wij aan het uitwerken zijn. Wij hebben al vergaande plannen. Ik denk zelfs voordat er een programma is dat u dat ter

kennisname krijgt in een beeldvormende avond omdat wij daar eigenlijk in het kader van het ex

NPLG en nog bestaande en levende ZH-PLG actief in bezig zijn. Samen met de zuidelijke rand van de Alblasserwaard hebben wij daar vergaande ideeën over.

Klimaatneutraliteit en alles daaromtrent van de heer Van Bruggen; je ziet en dat is dan wel weer

opvallend als je in zo’n debat gaat, wij hebben het een aantal keren doorgelezen, maar er ligt een aantal basisdocumenten voor de Omgevingsvisie. Eén van die documenten is het rechtsdocument

dat u citeert. Dat is indertijd unaniem aangenomen met wat wij gezegd hebben als Molenlanden, wij willen minimaal 50% lokaal eigendom. Dat was toen nog niet specifiek vanuit de RES wetgeving, dat was een amendement dat er vanuit ons ingekomen is. Het was tenminste. Na voortschrijdend

inzicht rond de hele discussie over windenergie in Molenlanden is het door uw raad aangenomen

amendement lokaal voor lokaal ingebracht. Wij hebben dat specifiek ingebracht in de zin van lokaal gefinancierd, maar ook energie opwekken ten bate van lokale energiesystemen. Daar werken wij nu ook aan. Het raadsbesluit van 9 juli heeft ons erg geholpen om daar daadwerkelijk invulling aan te

geven. U zult daar binnenkort nadere informatie over krijgen. Dat is de achtergrond van dat er twee

tonen in de muziek zitten die elkaar eerder versterken dan tegenspreken. Ik zou het op dat punt bij deze toelichting willen laten. Ik zie niet in dat wij daarop zouden moeten amenderen of andere dingen zouden moeten gebruiken.

Ingewikkelder vind ik uw opmerking, u noemt het terecht, de ambitie van Molenlanden om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat nagenoeg is er als nuance ingekomen. Dat heeft ook weer te maken

met, een klein beetje technisch maar dan snapt u dat dit woord er niet zomaar ingekomen is, de

hele herberekening van de CO² emissie vanuit veen. Die blijkt zo ongeveer gehalveerd omdat er een verkeerd model en een verkeerde rekenmethode gebruikt zijn. Het inzicht groeit steeds meer dat

met name in veengebieden als het onze de landbouw nooit CO² neutraal kan worden. Je moet dan

zo ongeveer alle beesten en mensen het land uit doen en dan nog geeft dit gebied CO². Wij vinden dat wel zo eerlijk om dat ook in de Omgevingsvisie te zetten. Dat betekent niet dat wij niet onverminderd krachtig de doelen nastreven, maar wij wel eerlijk dit soort ontwikkelingen meenemen.

De heer Van Bruggen: Dank u wel voor het antwoord. In principe noemde ik op het eerste punt niet de mogelijkheid van een amendement. Als het gaat om dit laatste punt dank u wel voor de

toelichting, het zat hem wat ons betreft meer in een doel stellen om iets nagenoeg bijna te halen of

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

12

een ambitie om het te halen. Gehoord de discussie zagen wij het meer als twee termen om een

eventueel doel wat af te zwakken. Dank u wel voor de toelichting, het is aan ons om te bekijken wat wij daar eventueel mee doen.

Wethouder Lock: Ik snap wat u zegt. Het leek alsof wij bij de ambitie weg wilden, maar het is een groeiende realiteitszin. Zo zie ik het althans.

Ik kom bij de bijdrage van Progressief Molenlanden over de transitie van de agrarische sector. U

kwalificeert LTO als behoudend en dat wij daar als college een beetje onnadenkend in gevolgd zijn; voetstoots volgen wij LTO. Als u de zienswijze leest en kijkt wat er in de Omgevingsvisie is

overgenomen kunt u constateren dat wij niet voetstoots aangenomen hebben wat LTO gezegd

heeft. Ik laat het verder aan u over, maar wij hebben bij andere organisaties en bevoegde gezag wel

kritisch gekeken wat is hun belang. Dat hebben wij ook bij LTO gedaan. Wij hebben gekeken wat wij daar als gemeente mee willen doen. Tegelijkertijd zit er in de bijdrage van LTO een aantal punten

die wij heel serieus nemen. Eén van die punten is, u noemt dat conservatief. Ik denk dat conservatief in dit geval het meest ambitieus is wat wij met ons gebied kunnen en willen. Ik zal het toelichten.

Als wij als Molenlanden uitspreken, dat hebben wij de Toekomstvisie gedaan en dat doen wij nu ook in de Omgevingsvisie, wij willen een duurzame agrarische sector in de toekomst behouden en

daarop investeren, is dat op zichzelf een enorme opgave. Dat is niet het behoud, maar behoud in

een context die heel sterk verandert. Dan wordt het een enorme uitdaging en vind ik het ook niet

meer conservatief in de zin van wij zakken een beetje achterover en laten alles hetzelfde zoals het is. Dat weerspreek ik. Dat zit wat ons betreft ook niet in die visie. De heer Van der Koelen: In duurzaamheid zit ook keuzes maken. Wethouder Lock: U noemt intensieve veehouderij. De heer Klink heeft daar al enigszins op

gereageerd. Wij hebben net een verkenning landbouw afgerond. Wij hebben daar net die 0,4%

uitgehaald, die gaat u ook zien. Dat wordt binnenkort beeldvormend aan u gepresenteerd. Daarin

staat dat de gemiddelde veebezetting in koeien die wordt toegestaan ongeveer 2,3% is. Ons gebied komt uit op 1,55% tot 2,9%. Dus zelfs de hoogste blijft toegestaan. Wij zitten wat veebezetting

betreft aan de goede kant. Dat betekent dat in de keuzes die wij maken, even los van derogatie, wij een gebied zijn dat eigenlijk al vooruitloopt op datgene wat gewenst is. Je kunt dan zeggen het is

conservatief. Je kunt ook zeggen wij lopen vooruit en hoeven niet harder te lopen dan strikt nodig is want dan loop je jezelf voorbij als je niet uitkijkt.

De heer Van der Koelen: Op andere vlakken zegt u juist dat wij die ambities verder moeten

aanscherpen en nog harder gaan lopen dan de anderen, maar hier bent u wel heel behoudend. Wij doen genoeg; dat vind ik wel behoudend.

Wethouder Lock: Dan heb ik het niet goed gezegd. Ik vind dat wij een voortrekkersrol hebben in de manier waarop wij de landbouwsector behouden. Ik noem bewust die twee woorden. Wij behouden de landbouwsector op een voortrekkende wijze. Als u dat niet gelooft, moet u maar een paar keer

met ons mee om te kijken hoe dat klinkt. Dat is wel hoe wij het doen. Ik snap vanuit uw perspectief dat u zegt wat u zegt, het is in die zin ook niet verrassend, maar het is wel op het scherpst van de

snede balanceren en hoe wij dat doen. Willen wij die globale ambitie (een duurzame landbouwsector richting 2025) ook daadwerkelijk waar kunnen maken. Anders moeten wij daar maar een keertje in

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

13

de wandelgangen verder over discussiëren. Over het landgebruik heb ik al wat dingen gezegd. Wat mij betreft is dit het wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel wethouder Lock, dan geven wij het stokje door aan wethouder Bikker om de vragen over wonen en woningen splitsen te beantwoorden. Daarna mag wethouder Van Helden afronden.

Wethouder Bikker: Aangenaam wonen (punt 2) wordt genoemd, naar welke type woningen er vraag is, welke opgaven er liggen. Het aantal van 1461 dat wij mogen bouwen in de periode 2024-2030

wordt genoemd. Er wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld en daar komen wij binnenkort bij u op terug hoe wij de periode 2025-2028 verder in willen vullen. Ik beloof u dat het onderdeel

woningsplitsing daar dan in ieder geval besproken gaat worden. Woningsplitsing van historische boerderijen is natuurlijk al een mogelijkheid. Binnen de kernen is het ook onder bepaalde

voorwaarden mogelijk. Het kan natuurlijk een bijdrage leveren aan de opgave die wij hebben, dat

ben ik met u eens, maar wij moeten wel goed doorspreken wat wij wel en niet toestaan. Wij hebben een voorbeeld gehad van iemand die van een winkel een aantal woningen wilde maken terwijl de

straat al vol staat met geparkeerde auto’s. Je hebt dan ook andere aspecten die je mee moet laat

wegen. Het is goed om alle aspecten die hiermee samenhangen in samenhang te bezien om daar

een verantwoorde keuze in te maken. Wij komen daar bij u op terug voor het uitvoeringsprogramma 2025-2028. Verder is er ook een opgave na 2030, daar moeten wij het gesprek over voeren met de

Provincie. Allerlei onderzoeken die daarvoor gedaan worden en wat onze mogelijkheden zijn. Tot nu toe mogen wij bouwen voor migratiesaldo 0. Dat is wel wat achterhaald, want wij hebben ook wel een andere opgave dan 5 tot 6 jaar geleden met betrekking tot het huisvesten van diverse

doelgroepen waarvan Rijk, Provincie en Regio zeggen zorg wel dat zij een plaats krijgen. Dat is een gesprek waar wij naar uit kijken om dat te voeren. De woningsplitsing komt terug bij de uitwerking 2025-2028.

De heer Klink: Als u naar de Provincie gaat om het gesprek te voeren is het misschien ook mooi om als in die visie staat wat ongeveer die richting is die wij zouden willen. Ik hoor wethouder Lock

zeggen zo’n visie is reuze handig om mee te nemen naar de Provincie of andere hogere overheden, want dan weten wij wat wij willen als basis voor het gesprek. Dan had het er juist niet in moeten staan als dat gesprek nog gevoerd moet worden.

Wethouder Bikker: Hier staat wat wij mogen, maar er staat ook in wat onze opgave is. Dat is een

andere opgave dan wij in het verleden hadden. De Provincie zal daarin echt wel moeten bewegen om niet alleen als taakstelling op te leggen welke doelgroepen wij moeten huisvesten, maar ook onze eigen mensen, onze eigen aanwas een plek te kunnen geven. Dat staat in deze visie ook

meerdere keren benoemd dus deze visie kunnen wij echt wel onder onze arm meenemen voor dat gesprek.

De heer Klink: Er staat alleen een zinnetje van na 2030 zijn er natuurlijk ook nog woningen nodig. Dat is toch wat magertjes. U moet daar andere beleidsthema’s bij pakken van hieruit spreekt de

behoefte om ook na 2030 nog die woningen te hebben. Als het er klip en klaar in staat lijkt mij dat een comfortabelere positie.

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

14

Wethouder Bikker: Het is verstandig om onder je arm mee te nemen wat je hebt staan en waar je onderzoek naar gedaan hebt. Het is voor mij niet lastig om aan te geven wat onze woningbouwbehoefte is na 2030.

De voorzitter: De heer Van der Koelen heeft nog een nabrander. De heer Van der Koelen: Het duurzaam, toekomstbestendig bouwen, welke gedachte de wethouder daar bij heeft.

Wethouder Bikker: Dat staat natuurlijk heel duidelijk in de stukken beschreven. Kijk het traditioneel bouwen op hoger gelegen gronden dat weten wij heel goed, maar het bodem en watersturend daar is deze visie van doordrenkt dat wij daar rekening mee moeten houden. Wij zeggen hierin ook dat wij niet enkel op die hoge en solide gronden gaan bouwen, maar dat wij juist op de gebieden met

een mindere bodemgesteldheid kijken wat de mogelijkheden zijn passend bij de bodemgesteldheid. Dat wordt nadrukkelijk genoemd. U kunt zaterdag het NRC op de mat hebben gekregen, maar deze visie benoemt toch wat anders dan wat in het NRC staat. Ik hoop ook van harte dat uw fractie deze visie vast wil stellen.

De heer Van der Koelen: Dat heb ik net al aangegeven in de discussie, maar wij moeten wel gewoon kijken hoe wij dat toekomstbestendig doen.

Wethouder Bikker: Ik vind dat het in deze visie voldoende omschreven staat. Als u daarin iets mist

dan horen wij dat graag. Ik denk dat juist specifiek het onderdeel bouwen op de minder geschikte minder stevige gronden heel nadrukkelijk een plaats heeft in deze visie.

De voorzitter: Dank u wel, wethouder Bikker. Ik kijk nog even naar wethouder Van Helden omdat hij graag een afsluitend woord wil spreken.

Wethouder Van Helden: Het was meer dat ik het een beetje gek vond om daar te gaan zitten terwijl er misschien nog een nabrander is en ik dan ineens weg ben in de eerste ronde.

De heer Klink: Voordat u gaat heb ik beloofd dat ik nog complimenten zou geven. Wethouder Van Helden: Dat is eigenlijk de enige reden dat ik nog even terugkom. De voorzitter: Voordat wij aan de tweede termijn beginnen, schorsen wij even de vergadering omdat wij even willen controleren of de opname goed gaat. Wij krijgen de uitzending niet meer voor elkaar vanavond, maar wij moeten wel een goede opname hebben voor het verslag.

(De vergadering wordt heropend). Tweede termijn woordvoerders: De voorzitter: Wij hebben de eerste termijn van agendapunt 6 afgesloten. Ik denk dat de conclusie

is dat er minstens één amendement van de ChristenUnie komt rondom de dorpshuizen. Wilt u daar nog wat aan toevoegen?

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

15

De heer Van Bruggen: Is het dan gelijk mijn tweede termijn? De voorzitter: Zijn er überhaupt fracties die gebruik willen maken van de tweede termijn? Wilt u allemaal gebruik maken van de tweede termijn? Wij gaan het rijtje af.

De heer Van Bruggen: Drie punten die wij hebben benoemd. Om bij het laatste te beginnen als het gaat om het lokaal eigendom van energieprojecten, was het antwoord van de wethouder duidelijk. Ik denk er nog even over na of wij daar iets mee doen. Het tweede punt ging over de ambitie tot

2050. Daar gaan wij niet op amenderen na het antwoord van de wethouder. Overigens was het wel een bewuste afzwakking, maar vanuit realisme, de ambitie van het college is nog steeds helder,

vinden wij het ook belangrijk om te benoemen waar wij naar streven met elkaar. Het punt waarop wij wel willen amenderen zijn de dorpshuizen. De wethouder gaf aan namens het college dat dit wordt gelezen in de voorzieningen, wij vinden het mooi om het ook expliciet te benoemen en

daarom zullen wij een amendement voorbereiden. Wij zullen de samenhang met het onderwijs

benoemen in lijn met het uitgangspunt uit het accommodatiebeleid waar wij ook kijken en streven naar samenhang en multifunctionaliteit.

De voorzitter: Wilt u ook nog de mening van uw collega’s horen? De heer Van Bruggen: Zeker. De heer Egas: Ik heb een vraag op welke pagina, welke zin wilt u precies aanpassen? Omdat er over voorzieningen in het algemeen gesproken wordt en over onderwijs expliciet, ik las daar bij

voorzieningen algemeen wel zoals dorpshuizen in. Ik zou eigenlijk graag willen weten waarover wij praten voordat wij onze mening geven over uw amendement.

De heer Van Bruggen: Uiteraard denken wij na over de formulering. Het gaat expliciet om ambitie 1, hoofdstuk 3.2 pagina 9. Daar willen wij op de pagina met het dikgedrukte gedeelte over de

bestaande voorzieningen nabij het onderwijs de dorpshuizen expliciet benoemen in samenhang. De heer Snoek: Kiest de ChristenUnie er dan voor om iets van een soort algemene omschrijving te krijgen van voorzieningen waar je actief bijvoorbeeld enkele werkwoorden achter formuleert om toch te proberen te vangen het onderwijs, de dorpshuisfunctie, de sociale adhesie, kerkelijke

instellingen, alles wat wij een beetje kennen, naar de Toekomstvisie? Ik ben een beetje bang als je expliciet de dorpshuizen benoemt dat je dan een limitatieve opsomming krijgt. Ik zou willen

voorstellen om te kiezen voor voorzieningen met wat actieve werkwoorden daarachter waarin wij dingen onder dat dak kunnen uitvoeren en doen.

De heer Van Bruggen: Ik zie dit meer als een tip bij het vaststellen van het amendement. Onderwijs wordt terecht expliciet genoemd. Wij willen ook graag de dorpshuizen ook expliciet noemen.

De voorzitter: In lijn met het accommodatiebeleid zoals u dat aangaf in uw eerste termijn. Was dat uw tweede termijn? (Dat is het geval).

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

16

Mevrouw De Moel: Ik zit nog een beetje te kauwen over die rol van de raad, zeker als dat expliciet gaat richting die uitvoeringsprogramma’s. Geven wij nu het college volledige ruimte of neemt het

college ons op voorhand mee? Wij hebben de wethouder antwoord horen geven van wij nemen dat op, maar dat zouden wij wel wat concreter willen beetpakken omdat het eigenlijk goed is om dat

aan de voorkant af te spreken; wat verwachten wij daarin ook van het college. Ik wil ook eigenlijk

wel een reactie van u horen of dat dan misschien in de vorm van een beeldvorming zou kunnen zijn of door het expliciet te benoemen. Ik wil liever aan de voorkant ergens een kader voor stellen dan dat wij aan de achterkant zeggen wij hadden het eigenlijk liever anders gewild.

Het tweede is de reactie op de heer Van Bruggen, ik heb specifiek de bewoordingen die u daarnet

naar voren haalde genoemd. Ik snap de toevoeging van de dorpshuizen, alleen ik ga ook mee met wat de heer Snoek daarin aangeeft. Onderwijs wordt genoemd, maar er worden geen scholen genoemd. In de ambitie over die levendige kernen worden wel expliciet zwembaden en

sportvoorzieningen genoemd en ook nog de aantallen. Er wordt een aantal dingen concreet

benoemd waardoor ik mij kan voorstellen dat je de reactie van de heer Van Bruggen krijgt. Mijn

voorstel zou zijn om het een beetje in algemene zin mee te nemen. Op het moment dat je expliciet de dorpshuizen gaat noemen, mis misschien net wat anders op het gebied van cultuur. Het gaat erom dat mensen samenkomen. Meer in die trant, dat is waarom ik denk dat dit een goede oplossing zou kunnen zijn. Dit is even een suggestie richting de heer Van Bruggen.

De voorzitter: Even een verheldering ten aanzien van uw opmerking over de rol van de raad, zijn er wat kaders die u zou willen toevoegen aan de Omgevingsvisie of los daarvan?

Mevrouw De Moel: Het zou misschien wel kunnen zijn dat het iets is om te amenderen, maar ik wil

eerst eventjes kijken hoe mijn collega’s daarover denken. Misschien is dit wel een plek om het vast te leggen als kader.

De heer Egas: Wij hebben onze tijd meer dan gebruikt denk ik en toch hebben wij het gevoel dat wij nog niet alles hebben kunnen zeggen wat wij over de Omgevingsvisie willen zeggen. Daarvoor is

deze ook te veel omvattend en te breed om in vier minuten te kunnen bespreken. Om kort te gaan danken wij de wethouders voor de antwoorden die gekomen zijn op onze vragen. Dat heeft voor

ons verduidelijking gegeven, met name op die punten waarop de visie wringt en schuurt. Eigenlijk hebben de wethouders Bikker en Lock gezegd waar onze ambitie maar ook de uitdaging ligt op

basis waarvan dat lastiger is, maar die uitdaging wordt wel aangegaan. Wij zijn blij dat het college zich daarvoor wil inspannen.

Er liggen nog twee vragen. Een vraag van de heer Van Bruggen, hoe denkt u over een eventueel

amendement rondom dorpshuizen? Als ik paragraaf 3.2 lees dan lees ik het daarin. Dat is altijd een punt van exegese, hoe leg je een woord uit. Als er staat ‘bestaande voorzieningen tenminste

behouden’ dan zijn dat de dorpshuizen die er nu zijn. Dat lees ik erin. Ik heb van de wethouder

gehoord dat de nadere aanduiding voor hem geen probleem zou zijn. Ik zie niet echt een probleem, maar ik zie ook niet echt dat het er niet in staat. Wij wachten dat nog even af. Het zal nog wel een

toer worden om daar een goede zin voor te maken, maar de fractie van de ChristenUnie is creatief genoeg.

Een tweede punt is de positie van de raad, dat vind ik een lastige. Over een aantal weken stelt de

raad de Omgevingsvisie vast en vervolgens gaat het college daarmee aan de slag. Dat is ook onze

positie, die kaderstellende rol, die visie vaststellen en eigenlijk tegen het college zeggen ga hiermee aan het werk in uw uitvoeringsprogramma. Ik wil er een beetje van wegblijven om daar als raad

Verslag commissievergadering WWV en SDB - 8 oktober 2024

17

continu bovenop te zitten. Ik geef het college de ruimte en de gelegenheid om de visie uit te werken en tot plannen te komen die dan vervolgens weer voorgelegd worden aan de raad. Dat is toch een beetje het spel dat wij normaalgesproken spelen.

De heer Snoek: Een concrete vraag aan collega Egas, wil hij verrast worden met een raadsvoorstel

met een bepaalde keuze dat een gebiedsverdeling en bepaalde thema’s in zich heeft? Ik begrijp dat hij bedoelt te zeggen ik wil niet altijd op de achterbank zitten van het college, maar in dit

belangrijke dossier wil ik toch wel weten hoe het college beweegt. Ik neig dan naar meenemen van de raadsleden in het gedachtegoed.

De heer Egas: Ik denk dat wij met dit college voldoende aan informatie krijgen. Wat mij betreft in

ieder geval. Ik heb wethouder Lock vanavond een aantal keren horen zeggen daar krijgt u nog een raadsinformatiebrief over, daar gaan wij nog een beeldvormende avond over houden. Ik zie die proactieve houding van het college naar de raad en heb niet de indruk dat er dingen

achtergehouden worden of dat wij ineens verrast zullen worden met iets dat wij niet hadden zien

aankomen. Ik denk ook dat het een taak van het college is om proactief te blijven informeren en ons op de hoogte te houden. Om daar een positie in te nemen dat wij voortdurend daar extra besluiten over moeten nemen, behalve dan waartoe wij geroepen zijn om te besluiten, namelijk de visie

vaststellen en vervolgens de uitvoeringsplannen vaststellen, dat dit onze positie is. Vervolgens is uw vraag terecht waar legt u uw prioriteiten, waarin maakt u uw keuzes. Daarin zullen wij ook onze rol pakken als die informatie van het college komt om het college te bevragen. Op voorhand al een

positie innemen van wij willen wel heel erg de vinger aan de pols houden, ik houd altijd een beetje ruimte voor de creativiteit van het bestuur om daarmee hun gang te gaan.

De heer Van der Koelen: De heer Egas heeft net al antwoord gegeven op de vraag die ik wilde

stellen, van in hoeverre wil de heer Egas meegenomen worden in het vervolgproces, maar daar krijg ik geen antwoord op.

Mevrouw De Moel: Ik heb eigenlijk een paar expliciete vragen gesteld. Is het zo dat wij hier een kader zouden moeten stellen. Zou het bijvoorbeeld in de vorm van een beeldvormende avond

moeten, daar hoor ik u geen antwoord op geven. Is dat iets waarvan u zegt dat is die proactieve houding?

De heer Egas: Ik heb de wethouder vanavond horen zeggen dat het college van plan is met de

agendacommissie af te stemmen om een aantal beeldvormende avonden rondom thema’s die uit

deze visie voortkomen te houden. Ik proef in ieder geval in de antwoorden van het college vanavond wij willen graag met u op pad gaan, niet als college los van de raad, maar samen. Dat is in ieder

geval wat mij vanavond aangesproken heeft, dat ik dat gehoord heb. Ik denk dat dit versterkt kan worden. Ik zou eigenlijk uitgesproken willen zien de gemeenteraad wil graag op de hoogte

gehouden worden van uw plannen, van uw ambitie, van uw prioritering, neem ons daarin mee. Om daar een formeel besluit over te nemen, daarin aarzelen wij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e9b6c425-8429-4fa2-90c0-b933c32d41ea