Bijlage Toelichting
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Graafland 83’
Toelichting bestemmingsplan ‘Groot-Ammers, Graafland 83’
Identificatie NL.IMRO.1978.BPgraafland83AMS-VG01 Datum 21-06-2022 Planstatus Vastgesteld Versie 3.0
2
Inhoud 1.
2
3
4
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding ..................................................................................................... 5
1.2
Kader .......................................................................................................... 7
1.3
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 8
1.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................... 8
1.5
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 8
1.6
Communicatie ............................................................................................ 8
1.7
Realisatie .................................................................................................... 9
1.8
Leeswijzer................................................................................................... 9
Planbeschrijving .................................................................................................................... 10 2.1
Bestaande situatie ..................................................................................... 10
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 13
Beleidskader............................................................................................................................ 25 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 25
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 27
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 31
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 32
3.5
Conclusie .................................................................................................. 33
Sectorale aspecten ................................................................................................................ 34 4.1
Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) .................................................. 34
4.2
Watertoets ................................................................................................ 35
4.3
Geluid ....................................................................................................... 41
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43
4.5
Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 45
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 49
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 54
4.8
Ecologie .................................................................................................... 55
4.9
Stikstofdepositie ....................................................................................... 58
4.10 Bodem ...................................................................................................... 59 4.11 Archeologie .............................................................................................. 61 4.12 Duurzaamheid .......................................................................................... 64 5
Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 65 5.1
Inleiding ................................................................................................... 65
5.2
Systematiek van de regels ......................................................................... 65
5.3
Bestemmingen .......................................................................................... 65
5.4
Aanduidingen ........................................................................................... 66 3
Bijlage Omschrijving 1 Bestaande situatietekening 2
Auteur G. Brandwijk
Referentie Graafland 83 / bestaande situatie Graafland 83 / nieuwe situatie
Datum 01-08-2019
Graafland 83 / voorstel boerderij Graafland 83 / af te voeren verharding 20200925-924330 Rapport 5249
05-12-2019
Bakker Milieuadviezen
BM/261102020
Sept. 2020
Blom Ecologie
BE/2020/583/r
27-08-2020
Van den Heuvel Milieuadvies Voortman Ingenieurs
19026
15-01-2021
R-JVO/1919
10-11-2020
Voortman Ingenieurs
R-JVO/1748
18-01-2022
Nieuwe situatie / landschappelijk inpassingsplan Schetsontwerp boerderij
G. Brandwijk
4
Overzicht af te voeren verharding
G. Brandwijk
5
Digitale watertoets
6
Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek (incl. asbest) Ecologische quickscan Stikstofdepositie onderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek industrielawaai
Waterschap Rivierenland ADC Archeoprojecten
3
7 8 9 10 11
G. Brandwijk
06-12-2019
01-08-2019 25-09-2020 11-12-2020
4
1.
Inleiding
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers betreft een bedrijfsperceel bestaande uit een bedrijfswoning, vijf bedrijfsgebouwen en 10 hectare weidegrond. In het verleden werd op dit perceel jarenlang de kost verdiend middels het houden van melkkoeien. Een aantal jaren geleden heeft men besloten over te schakelen naar het houden van vleeskoeien in combinatie met het verhuur van één van de bedrijfsgebouwen als opslaglocatie voor een bouwbedrijf. Het plan is om op de locatie Graafland 83 te Groot-Ammers een toekomstbestendige situatie te creëren. Het plan is de bestaande bedrijfswoning en een aantal bedrijfsgebouwen te slopen, de bedrijfsbestemming deels te wijzigen naar ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ en aan de voorzijde een boerderijvolume te realiseren gesplitst in twee wooneenheden. De koeienstal op het achtererf blijft behouden voor hobbymatig agrarisch gebruik. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Liesveld’ (vastgesteld op 20 februari 2018). Op het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers is het realiseren van twee burgerwoningen niet toegestaan. Op 3 juni 2020 heeft het college van B&W van de gemeente Molenlanden besloten medewerking te verlenen aan het plan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.
1.1.2 Plangebied Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan het Graafland. Aan de oost- en westzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang die de fysieke grens vormt tussen het plangebied en het naastgelegen agrarische perceel (westzijde) en het bedrijfsperceel Graafland 84. Aan de noordzijde wordt plangebied begrensd door de huidige bedrijfsbestemmingsgrens. Het plangebied is kadastraal bekend als AMS02 - E – 1696 en 1697.
Koeienstal
Bedrijfsloods / opslaglocatie bouwbedrijf Bedrijfswoning Graafland 83 Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
5
1.1.3 Belang De gemeente Molenlanden geeft toestemming aan een plan wanneer het plan bijdraagt aan het behalen van gemeentelijke en/of regionale doelstellingen, een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit (of daar tenminste geen afbreuk aan doet) en overige belangen niet, of in ieder geval niet onevenredig nadelig worden beïnvloed. Het plan resulteert in verbetering van de ruimtelijke kwaliteit (landschap) Het plan resulteert in een afname van de bebouwing en verharding op de locatie Graafland 83 Groot-Ammers. Daarbij wordt middels deze bestemmingsplanwijziging de juridisch-planologische bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen en gebruiksmogelijkheden op het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers ingeperkt. Hiermee is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om tot een optimale ruimtelijke kwaliteitsverbetering te komen wordt de boerderij op een passende wijze in het landschap ingepast (in de eerste bebouwingslijn). Het voorerf wordt op een passende wijze, middels streekeigen beplanting, groen ingericht. Voorafgaand aan het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan zijn de stappen van het ‘Molenwaards Kookboek’ doorlopen. De woningen worden op een passende wijze architectonisch vormgegeven. Hierbij wordt gedacht aan een landelijke uitstraling in de vorm van een boerenerf.
Met het terug bouwen van een boerderij in een landelijk bouwstijl met authentieke details wordt recht gedaan aan de betreffende locatie. Het is een feit dat op deze locatie lange tijd een boerderij heeft gestaan en het boerenleven heeft geheerst. Met dit plan wordt de oorspronkelijke / historische situatie in ere gehouden. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk (woon)beleid van Molenlanden Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid van de gemeente Molenlanden (Woonvisie Molenlanden 2020-2024 en Toekomstvisie Molenwaard). Dit plan voorziet in de mogelijkheid voor de initiatiefnemers, mensen die in de gemeente Molenlanden wonen, om een toekomstbestendige situatie te creëren waarbij in de toekomst de eventuele zorg aan huis kan worden geboden. De nieuwbouw vindt plaats op een bestaande bedrijfslocatie, waardoor geen sprake is van aantasting van het landschap. De woningen voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik.
6
1.2 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’, vastgesteld op 26 maart 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Molenwaard. Het plangebied heeft de enkelbestemming: • Bedrijf; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie – 1; • Waarde – Archeologie – 2; • Waarde – Archeologie – 6; En de aanduidingen/maatvoeringen: • Bouwvlak; • Maatvoering: maximum goothoogte: 5 m; • Maatvoering: maximum bebouwingspercentage terrein: 50%.
Afbeelding 2: Vigerende bestemmingsplan
Bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Liesveld’ Op 20 februari 2018 is de ‘parapluherziening Buitengebied Liesveld’ vastgesteld. In de herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen van het buitengebied, evenals omissies en nieuw beleid. Voor het plan betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving. Verder is op de verbeelding van het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding: ‘wetgevingszone: wijzigingsgebied dorpslint’ toegevoegd.
7
1.3 Maatschappelijk resultaat Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe, geactualiseerde en gedigitaliseerde juridische regeling geboden. Middels het bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om een boerderij bestaande uit twee wooneenheden te realiseren.
1.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Participatie Vooruitlopend op de bestemmingsplanprocedure hebben de initiatiefnemers van het plan de buren op de hoogte gebracht van de plannen. Aan de hand van het schetsplan is het plan en de daarvoor noodzakelijke bestemmingsplanwijziging besproken met de buren. De buren/de eigenaren van de percelen Graafland 82a, 83a en 84/85 hebben aangegeven het zeer te waarderen dat zij in een vroeg stadium zijn geïnformeerd en hebben hun goedkeuring gegeven. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan akkoord bevonden door de overlegpartners. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben vanaf 18 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn géén zienswijzen ingediend.
1.5 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan, voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.6 Communicatie Er is op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via Gemeenteblad (internet) en het Kontakt).
8
1.7 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is het bestemmingsplan na de ter inzage termijn onherroepelijk. De omgevingsvergunning voor de bouw van het gesplitste boerderijvolume kan dan worden aangevraagd.
1.8 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving.
9
2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis Groot-Ammers Groot-Ammers is gelegen in het noorden van de Alblasserwaard, langs de rivier de Lek. Groot-Ammers wordt in de geschiedenis voor het eerst genoemd in 1042. Groot-Ammers dankt haar naam aan het veenriviertje wat uitmondde in de Lek en waarlangs Groot-Ammers is ontstaan (Ammers betekent waterloop). Groot-Ammers en omgeving stonden onder invloed van de heren van Liesvelt, welke bestuurde vanuit slot Liesvelt, wat een van de grootste en sterkste kastelen van Nederland was. Tussen 1300 en 1400 werd de boezem uitgegraven. Deze waterloop mondde via een sluis uit in de Lek en speelt nog steeds een belangrijke rol in de beheersing van het waterpeil in de Alblasserwaard, hoewel de sluis buiten gebruik is genomen. Aan deze boezem staan een viertal poldermolens. Rond 1900 was er in Groot-Ammers veel handel in kaas. De kaas werd in de Alblasserwaardse polder geproduceerd, en in Groot-Ammers verhandeld, getuide de kaaspakhuizen in het dorp. Om de bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog op te kunnen vangen is het dorp aanzienlijk uitgebreid. Met de uitbreiding van het dorp heeft ook de industrie in Groot-Ammers zich aanzienlijk uitgebreid. Door de groter groeiende bedrijven uit de kern ontstond ook de behoefte aan een bedrijfsterrein.
Het bedrijfsterrein Gelkenes, gelegen tussen Groot-Ammers en Nieuwpoort voorzag in deze behoefte. Het plangebied, Graafland 83, is gelegen in het buitengebied aan de oostkant van het dorp Groot-Ammers. Het cultuurhistorische lint waarin het plangebied zich bevindt wordt gekenmerkt door een afwisseling van grote woonboerderijen en veel landschappelijke doorzichten die bijdragen aan het open karakter van het gebied. De hoofdgebouwen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. De hoofdgebouwen hebben overwegend een rechthoekige opzet. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het landschap. De hoofdgebouwen aan Graafland zijn voornamelijk haaks op de weg gepositioneerd. Indien aanbouwen of bijgebouwen aanwezig zijn, hebben deze altijd een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw. De aanbouwen of bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben doorgaans een donkerdere kleur dan de hoofdgebouwen. Kenmerkend voor de lintbebouwing aan de Graafland zijn de zogenoemde kruk- of krukhuisboerderijen. 2.1.2 Huidige status/gebruik Het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers betreft een bedrijfsperceel bestaande uit een bedrijfswoning, vijf bedrijfsgebouwen en 10 hectare weidegrond.
In het verleden werd op dit perceel jarenlang de kost verdiend middels het houden van melkkoeien. Een aantal jaren geleden heeft men besloten over te schakelen naar het houden van vleeskoeien in combinatie met het verhuur van één van de bedrijfsgebouwen als opslaglocatie voor een bouwbedrijf.
10
In de bestaande situatie is op het perceel de onderstaande bebouwing aanwezig: • • • • • • •
Woning Graafland 83 (158 m2); Garage achter woning (101 m2); Schuur 1 (28 m2); Schuur 2 (255 m2); Schuur 3 (363 m2); Schuur 4 (116 m2); Schuur 5 (804 m2)
Totaal: 1825 m2 aan bebouwing aanwezig.
Schuur 5 (804 m2)
Schuur 4 (116 m2)
Schuur 3 (363 m2) Schuur 2 (255 m2)
Schuur 1 (28 m2)
Garage (101 m2)
Woning (158 m2)
Afbeelding 3: Bestaande situatie
Schuur 3 wordt momenteel verhuurd als opslaglocatie aan een lokaal bouwbedrijf. ’s Morgens worden de materialen opgehaald en aan het einde van de dag komt men terug op locatie. Schuur 4 wordt tevens gebruikt voor opslag/het stallen van werktuigen ten behoeve van het onderhouden van de 10 hectare weidegrond (maaimachines etc.). 11
Schuur 5 betreft een koeienstal. In het verleden werden in deze stal de melkveekoeien ondergebracht. Circa 25 jaar geleden was het plan om het agrarisch bedrijf te verplaatsen naar de Peppelweg. De bedrijfsverplaatsing is echter nooit doorgezet. Men is destijds tot andere inzichten gekomen. De voormalige gemeente Liesveld heeft destijds wel het bestemmingsplan herzien (de agrarische bestemming is gewijzigd naar een bedrijfsbestemming). Tot vandaag de dag wordt de koeienstal gebruikt voor het hobbymatig houden van koeien.
Afbeelding 4: Aanzicht perceel Graafland 83 Groot-Ammers
12
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan is om, ten eerste, de volgende bebouwing op het perceel Graafland 83 te slopen: • Woning Graafland 83 (158 m2); • Garage achter woning (101 m2); • Schuur 1 (28 m2); • Schuur 2 (255 m2); Totaal te slopen bebouwing: 542 m2.
Afbeelding 5: Nieuwe situatie
13
Ten tweede, wordt ca. 4000 m2 van het huidige bedrijfsbestemmingsvlak (met bouwvlak) ingeleverd (gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’, ‘Tuin’ of ‘Agrarisch’).
Weg te nemen bedrijfsbestemmingsvlak (ca. 1600 m2)
Weg te nemen bedrijfsbestemmingsvlak (ca. 2400 m2)
Afbeelding 6: In te leveren bedrijfsbestemmingsvlak
Ten derde, wordt in totaal circa 530 m2 terreinverharding op het voorste gedeelte van het perceel verwijderd.
Afbeelding 7: Te verwijderen terreinverharding (uitvergroot in bijlage)
14
In ruil daarvoor is het plan om een boerderijvolume, in de vorm van een L-vorm, terug te bouwen gesplitst in twee woningen, waarbij iedere wooneenheid een maximale inhoud heeft van 750 m3. Per wooneenheid is een bijgebouw toegestaan met een maximale inhoud van 100 m3. Dit type boerderij wordt ook wel de kruk- of krukhuisboerderij genoemd. Een stenen ‘voorhuis’ met haaks hierachter een (deels) gepotdekselde schuur. Wat betreft de overige bouwregels wordt aangesloten bij de bouwregels voor de bestemming ‘Wonen’ in het vigerend bestemmingsplan ‘parapluherziening Buitengebied Liesveld’. Het plan wordt op verbeelding van het bestemmingsplan als volgt juridisch vastgelegd: 1. Het noordelijke deel krijgt de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – hobbymatig gebruik’, waarmee het hobbymatig gebruik van de stal voor het stallen van vee is toegestaan. 2. Het tussenliggende deel, waarop de schuren 3 en 4 zich bevinden, behoudt de bestemming ‘Bedrijf’. In de huidige situatie zijn op het gehele perceel Graafland 83 te Groot-Ammers bedrijfsactiviteiten toegestaan tot max. categorie 3.1. Het plan is om op het tussenliggende deel de milieucategorie te verlagen naar milieucategorie 2.0. 3. Het zuidelijke deel krijgt de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’. De woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd.
Afbeelding 8: Nieuwe juridisch-planologische situatie
15
2.2.2 Beeldkwaliteitsplan In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk om kaders op te stellen wat betreft het aspect beeldkwaliteit om daarmee ongewenste situatie te voorkomen. Voor het plan is daarom een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Aan de Graafland staan diverse oude boerderijen, karakteristiek is dat een deel van deze boerderijen in een L-vorm is gebouwd. Dit type boerderij wordt ook wel de kruk- of krukhuisboerderij genoemd. Een stenen ‘voorhuis’ met haaks hierachter een (deels) gepotdekselde schuur. Dit type woning komt een aantal keer terug in Graafland. In afbeelding 9 zijn een viertal boerderijen te zien die in een L-vorm zijn gebouwd liggend aan Graafland tussen de Haarsteeg en Nieuwpoort.
Afbeelding 9: Referentiebeelden boerderijen Graafland
Het plan is om in het ontwerp van het boerderijvolume aandacht te besteden aan de authentieke details van deze boerderijen. In afbeelding 10 is een overzicht opgenomen van enkele kenmerkende materialen en details. Deze materialen en details dienen ter inspiratie voor de architect bij het ontwerp van de boerderij. De huidige boerderij is inmiddels al vijf generaties in bezit van de initiatiefnemers. Tot twee generaties terug werd de boerderij dubbel bewoond. Het voorhuis waar opa en oma woonden en het tussenhuis waar het gezin woonde. In het achterhuis stonden de koeien. Voor zover bekend heeft het huis altijd één huisnummer gehad. Volgens overlevering is voordat de boerderij in de familie kwam een keer volledig afgebrand. Er is bij het streekarchief (Dordrecht) onderzoek gedaan naar de historie van de boerderij. Er is navraag gedaan bij de Historische Kring Nieuwpoort en de gemeente Molenlanden is benaderd. Uit al deze kanalen zijn geen archiefgegevens gekomen. Het valt wel op dat andere oudere woningen aan de Graafland zijn opgetrokken met gele ijsselsteentjes en de woning aan Graafland 83 met rode kloostermoppen. Op afbeelding 11 is een archieftekening (bron: nationaal archief) waaruit blijkt dat de woning parallel aan Graafland ligt. De tekening is uitgegeven in 1866.
Het plan is om deze oriëntatie (parallel aan Graafland) terug te laten komen in het ontwerp door het stalgedeelte ook parallel aan Graafland te plaatsen. In afbeelding 12 is het schetsontwerp van de beoogde nieuwe boerderij te zien.
16
Afbeelding 10: Kenmerkende details boerderijen
17
Afbeelding 11: Archieftekening locatie Graafland 83 Groot-Ammers
Afbeelding 12: Schetsontwerp boerderijvolume
18
Beeldkwalititeitscriteria Situering bebouwing • De boerderij dient op minimaal 5 meter van de weg te worden gerealiseerd. • De boerderij mag zowel haaks als parallel aan Graafland worden gesitueerd. Een combinatie in de vorm van een L-vormige krukhuisboerderij is tevens mogelijk. • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van de boerderij gebouwd. • Veranda’s, erkers, pergola’s, loggia’s, luifels en serres kunnen een verrijking zijn van het straatbeeld en de architectonische opzet van de boerderij en zijn toegestaan voor de voorgevel van de boerderij. Bouwmassa • De boerderij dient een rechthoekige opzet te hebben met een zadeldak of een afgeleide van dit daktype. Een L-vormige krukhuisboerderij is tevens mogelijk. • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen een eenduidige en rechthoekige opzet te hebben met een kap of platte afdekking (passend bij de architectuur van de boerderij). • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen qua bouwmassa ondergeschikt te zijn aan de boerderij. Materialisatie, kleurstelling en detaillering • Kleur- en materiaalgebruik en detaillering van de boerderij over het algemeen in afstemming met de omgeving (dorpse/landelijke uitstraling). • In geval van een krukhuisboerderij kunnen de authentieke/ kenmerkende details van dit type boerderijen te worden toegepast.
• Er dient gebruik te worden gemaakt van traditionele (streekeigen) bouwmaterialen of een alternatief met een gelijkwaardige uitstraling. • Het kleurgebruik dient ingetogen en in afstemming te zijn met de omgeving. Een in de omgeving passende ingetogen kleurstelling (geen met de omgeving contrasterende kleuren); • De voorgevel van de boerderij dient een heldere geleding te hebben. Er dient sprake te zijn van een duidelijk onderscheid in een dakgedeelte (eerste en/of tweede verdieping) en een begane grond. • De gevels dienen te worden opgebouwd uit bakstenen, eventueel aangevuld met stucwerk, gevelbekleding van hout (of materiaal met gelijkwaardige uitstraling) of contrast metselwerk in tegelverband. • De dakbedekking dient te bestaan uit riet of dakpannen of een alternatief met een gelijkwaardige uitstraling. • Bij (vervangende) nieuwbouw en/of verbouwingen is de kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering van de oorspronkelijke bebouwing richtinggevend. • Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen qua architectonische expressie ondergeschikt te zijn aan de woning. Erfscheidingen • De erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied dienen een groene uitstraling te krijgen in de vorm van groene hagen en/of gaas hekwerk met begroeiing.
19
2.2.3 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers wordt thans ontsloten door twee ontsluitingen. De westelijke ontsluiting wordt in de huidige situatie gebruikt voor het doorrijden naar de loods die verhuurd wordt. De oostelijke ontsluiting wordt gebruikt door het woonverkeer. Beide ontsluitingen blijven ongewijzigd. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernormering is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Molenlanden 2020. Voor het vaststellen van de parkeernorm wordt er van uitgegaan dat het plangebied is gelegen in het buitengebied. Uitgaande van tweemaal het type woning ‘koop, twee-onder-een-kap’ wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen per wooneenheid, wat uitkomt op 4,4 parkeerplaatsen. Deze benodigde parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Rondom de te realiseren woonboerderij en in/onder de bijbehorende bijgebouwen is er meer dan voldoende ruimte voor het parkeren van minimaal 5 auto’s (zie afbeelding 5). Hiermee kan ruimschoots worden voldaan aan de gestelde parkeernorm. 2.2.4 Landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (landschappelijke inpassing).
Aan de hand van het ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente, het ‘Molenwaards Kookboek’, is een landschappelijke analyse uitgevoerd. Stappenplan Molenwaards Kookboek Stap 1: De geschiedenis in beeld Zoals in hoofdstuk 2.2.2 Beeldkwaliteitsplan staat beschreven is er onderzoek gedaan naar de historische situatie. De huidige boerderij is inmiddels al vijf generaties in bezit van de initiatiefnemers. Tot twee generaties terug werd de boerderij dubbel bewoond. Het voorhuis waar opa en oma woonden en het tussenhuis waar het gezin woonde. In het achterhuis stonden de koeien. Voor zover bekend heeft het huis altijd één huisnummer gehad. Volgens overlevering is voordat de boerderij in de familie kwam een keer volledig afgebrand. Er is bij het streekarchief (Dordrecht) onderzoek gedaan naar de historie van de boerderij. Er is navraag gedaan bij de Historische Kring Nieuwpoort en de gemeente Molenlanden is benaderd. Uit al deze kanalen zijn geen archiefgegevens gekomen.
20
1900
1950
2000
2020
In 1900 was reeds bebouwing aanwezig in het plangebied. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorische lint. Aan de noordzijde van de Graafland is meer bebouwing aanwezig dan aan de zuidzijde. De bebouwingsdichtheid is laag en het open slagenlandschap is goed zichtbaar.
Ten opzichte van 1900 is de bebouwing in het lint beperkt toegenomen. De verkavelingsrichting van de percelen zijn goed zichtbaar, de kavels staan haaks op de Graafland.
In 2000 is de bebouwingsdichtheid in vergelijking met 1950 toegenomen. Er is meer bebouwing gerealiseerd in de tweede lijn als gevolg van de schaalvergroting in de agrarische sector.
Ten opzichte van 2000 blijft de bebouwingsdichtheid redelijk gelijk, met uitzondering van enkele wijzigingen.
21
Stap 2: Kenmerken lint en omgeving Het plangebied, Graafland 83, is gelegen in het buitengebied aan de oostkant van het dorp Groot-Ammers. Het cultuurhistorische lint waarin het plangebied zich bevindt wordt gekenmerkt door een afwisseling van woonboerderijen en landschappelijke doorzichten die bijdragen aan het open karakter van het gebied. De hoofdgebouwen zijn overwegend opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. De hoofdgebouwen hebben overwegend een rechthoekige opzet. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en zijn in harmonie met het landschap. De hoofdgebouwen aan Graafland zijn voornamelijk haaks op de weg gepositioneerd. Indien aanbouwen of bijgebouwen aanwezig zijn, hebben deze altijd een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van het hoofdgebouw. De aanbouwen of bijgebouwen zijn overwegend opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben doorgaans een donkerdere kleur dan de hoofdgebouwen. Kenmerkend voor de lintbebouwing aan de Graafland zijn de zogenoemde kruk- of krukhuisboerderijen. Stap 3: Kenmerken erf Het perceel Graafland 83 te Groot-Ammers betreft een bedrijfsperceel. In het verleden werd op dit perceel jarenlang de kost verdiend middels het houden van melkkoeien.
Een aantal jaren geleden heeft men besloten over te schakelen naar het houden van vleeskoeien in combinatie met het verhuur van één van de bedrijfsgebouwen als opslaglocatie voor een bouwbedrijf. Het achterste deel van het plangebied heeft een bedrijfsmatige uitstraling. De voorzijde van het plangebied vormt hier een uitzondering op. Aan de voorzijde is een aantrekkelijke groene boeren voortuin gelegen (met fruitbomen). Stap 4: Ontwerpuitgangspunten De landschappelijke analyse heeft geresulteerd in de onderstaande ontwerpuitgangspunten: • • • • • •
Behouden agrarische uitstraling perceel (boerenerf); Behouden groene boeren voortuin aan de voorzijde van het plangebied; Behouden doorzicht over het weiland ten westen van het perceel; Behouden sloten- en verkavelingspatroon; Realisatie groene inpassing aan de westzijde van het perceel middels het gebruik van streekeigen erfbeplanting. Parkeren aan het zicht onttrekken.
22
Stap 5: Landschappelijk inpassingsplan Op basis van de ontwerpuitgangspunten is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan is uitvergroot toegevoegd in de bijlage. Het landschappelijk inpassingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting juridisch verankerd in dit bestemmingsplan.
Afbeelding 13: Landschappelijk inpassingsplan
23
Zicht vanaf de weg (richting het oosten)
Zicht vanaf de weg (richting het westen)
24
3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
25
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Per saldo wordt middels dit plan één wooneenheid toegevoegd. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing.
26
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.
Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).
Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij 27
nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plan betreft een kleinschalig plan op een bestaand bedrijfsperceel in het lint langs Graafland (in de ‘bebouwde ruimte’). Het plan resulteert in een afname aan bebouwing en verharding. De nieuwe boerderij wordt op een passende wijze in het landschap ingepast. Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving.
De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Veenweidegebied De ruimtelijke structuur in het veenweidegebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen.
Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor ontwikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden; • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen;
28
• • •
Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders; Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst; • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
Plangebied
Afbeelding 14: Kwaliteitskaart
29
Het plan sluit aan bij de kwaliteitskaart en daarmee richtpunten voor ontwikkelingen in de gebieden ‘veenweidelandschap’ en ‘linten’. Voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (paragraaf 2.2.4). 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het plan kan geschaard worden binnen de categorie ‘inpassen’. Het plan is qua schaal en aard passend in dit gebied en zorgt voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
Het plangebied wordt op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast.
30
Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk (zie paragraaf 3.1.3).
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. Het plan resulteert in verbetering van de cultuurhistorische waarde van het lint ter plaatse. Het perceel wordt op een verantwoorde wijze landschappelijk ingepast, waardoor het open, rustige en authentieke karakter van het landschap wordt versterkt. Het cultuurhistorische situatie ter plaatse wordt in ere hersteld middels de realisatie van een karakteristieke krukhuisboerderij. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
3.3.2 Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige
31
concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking Groot-Ammers is een voorzieningendorp. Deze dorpen hebben een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Voorzieningendorpen zijn aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen, met name lokale starters, senioren en doorstromers. Dit plan voorziet in de specifieke woonbehoefte van de aanvragers (eigen gebruik). Gezien de hoeveelheid plannen in de kern (1,1%, dus boven de agendamaat van 0,7%) moet het plan gemeld worden in de regio. De extra woning wordt gemeld in het regionaal overleg en wordt meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2020-2030. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Molenwaard De Toekomstvisie Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen en bedrijven die hier wonen en werken en die hier willen blijven en mensen en bedrijven die een binding hebben met de gemeente. De gemeente wil zijn bedrijven begeleiden in hun ontwikkeling. Dit vraagt om maatwerk en veelal heel praktische oplossingen. Om de doelen in de visie te realiseren moet worden samengewerkt met bedrijven/ondernemers. Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid van de gemeente Molenlanden (Toekomstvisie Molenwaard). De Toekomstvisie Molenwaard geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die hier wonen, die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente. Mensen moeten kunnen wonen waar ze willen, de woonwens en de eigen kern als woonplaats staan centraal. Mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom zet de gemeente in op levensloopbestendig wonen en zorg aan huis. Middels het plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd waarbij in de toekomst de eventuele zorg aan huis kan worden geboden. 3.4.2 Woonvisie Molenlanden 2020-2024 In oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden de Woonvisie 2020-2024 vastgesteld. Relevant voor het plan is het gemeentelijk beleid ten aanzien van woningbouw.
Op het vlak van woningbouw luidt de visie als volgt: • Er worden voldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale woningvraag, het gaat daarbij om de realisatie van +1.460 woningen in de periode 2020 t/m 2029. • De focus in de nieuwbouw gaat uit naar het bouwen van betaalbare woningen voor starters, jonge doorstromers en nultredenwoningen voor senioren. Daarbij gaat het met name om een vraag naar betaalbare koopwoningen.
32
•
•
•
•
De gemeente stuurt meer op de juiste prijs-kwaliteit van woningen, gericht op die doelgroepen waar de grootste vraag zit. Tegelijkertijd versnel de gemeente de woningproductie, zodat voorkomen wordt dat woningzoekenden naar andere gemeenten uitwijken. Nieuwbouw voldoet minimaal aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Dit betekent dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG) en aardgasloos. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties en herstructurering van bestaande wijken is het belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor klimaatadaptatie, om de gevolgen van droogte en wateroverlast op te kunnen vangen. Nieuwbouw wordt primair gerealiseerd op transformatieplekken binnen de kernen (sloop / nieuwbouw of herbestemming leegstaand vastgoed).
Dit plan voorziet in de specifieke woonbehoefte van de aanvragers (eigen gebruik). De woningen kunnen worden geschaard in het middeldure segment gericht op doorstromers en gezinnen. De woningen voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. Het plan voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de (lokale) woningvoorraad en draagt het plan bij aan doorstroming in de markt. Het plan past binnen Woonvisie Molenlanden 2020-2024.
3.5 Conclusie Op basis van de beleidskaders kan worden geconcludeerd dat: • • •
•
Het plan betreft geen stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is; Het plan zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; De extra woning worden gemeld in het regionaal overleg en worden meegenomen in de herijking van de woningbouwmonitor AlblasserwaardVijfheerenlanden 2020-2030; Het plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.
33
4
Sectorale aspecten
4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit 2 woningen. Er is daarmee geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch planologisch mogelijk om 2 woningen te realiseren. Behoudens de reeds toegestane bedrijfsactiviteiten (opslag bouwbedrijf en hobbymatige agrarische activiteiten) en de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven zullen er geen andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden.
Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Natuurnetwerk Nederland. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het stikstofdepositieonderzoek is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen als gevolg van het plan kan in voldoende mate worden afgewikkeld via de bestaande wegen. Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen geen van de toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. Conclusie Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
34
4.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Rivierenland de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met het duurzaam waterbeheer. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden. Om aan deze eis te kunnen voldoen hebben de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom en het waterschap Rivierenland de handen ineengeslagen en het Stedelijk Waterplan Gemeente Liesveld en Graafstroom opgesteld. In dit waterplan is aangegeven welke doelen men wenst te bereiken op het gebied van stedelijk waterbeheer voor de voormalige gemeenten Liesveld en Graafstroom. De doelen uit het beleidsplan zijn uitgewerkt in vier aspecten: • Afkoppelen, meer ruimte voor water creëren en diffuse bronnen aanpakken (duurzaam onkruidbeheer, duurzaam bouwen); • Belevingswaarde; • Samenwerking; • Beheer en onderhoud.
Het beleidsplan moet de gemeenten helpen om een veilig, robuust en duurzaam watersysteem te bereiken in 2025 door optimalisering van het huidige systeem. De gemeenten en het waterschap gaan de komende jaren intensief samenwerken om de gestelde doelen te bereiken. Hierbij wordt, naast het toetsen van nieuwe ontwikkelingen in de ruimtelijke inrichting, ook aandacht besteed aan de gezamenlijke uitvoering en communicatie rond de geplande ingrepen. In het laatste aspect wordt deze samenwerking doorgezet voor het beheer en onderhoud. Dit is een belangrijke pijler voor het op orde houden van het watersysteem. Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen.
Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen.
35
Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een A- of B-watergang mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. Voor een A-watergang geldt in de Alblasserwaard een beschermingszone van 5 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de wateraanen afvoer, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Onderzoek Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode: 20200925-9-24330). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt.