CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Omgevingsagenda Molenlanden

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Omgevingsagenda en Startnotitie Omgevingsplan14.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de pijler Bereikbaar houden en maken gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Voldoende ruimte maken voor recreatief langzaam verkeer • Verder versterken van bestaande toeristisch-recreatieve structuur • Werelderfgoed Kinderdijk zo inzetten dat het toerisme bijdraagt aan de vitaliteit in en rondom het gebied • Transferia realiseren voor toeristen en recreanten bij bronpunten en knooppunten van recreatief netwerk (TOP’s) • Avonturenboerderij Molenwaard en Vakantiepark Molenwaard zijn aandachtsgebieden bij verdere ontwikkeling vanwege de verkeersdrukte Uitgangspunten P3.B: Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en energietransitie Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit is een gemeentebreed overkoepelend thema die apart wordt toegelicht in paragraaf B. Voor de pijler Bereikbaar houden en maken gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Het openbaar gebied klimaatbestendigheid inrichten; o Hittestress o Wateroverlast o Droogte (versnelt bodemdaling wat zorgt voor corroderen veen en extra zetting het gevolg is); • Inspelen op en rekening houden met de bodemdaling; o Stabiliteit van wegen en spoorwegen zijn aandachtspunt o Beperk de gevolgen van bodemdaling: lichte ophoogmaterialen en/of infiltratie/drainage indien nodig. Restzettingseis van 10cm in 30 jaar

28

•

• •

Meekoppelkansen bij bv, herinrichting van de straat o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt standaard hemelwater afgekoppeld o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt drainage aangelegd om verdere bodemdaling te beperken Aandacht voor overstromingsrisico, bereikbaarheid (de gemeente kunnen verlaten) bij hoog water. Nu is er maar één uitgang bij hoog water Vergroten biodiversiteit en natuurinclusiviteit bij de vergroening en ontwikkelingen

Uitgangspunten P3.C: Gezondheid & Milieu Gezondheid & Milieu is een gemeentebreed overkoepelend thema die apart wordt toegelicht in paragraaf C. Voor de pijler Bereikbaar houden en maken gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Stimuleren van fietsen, wandelen en lopen, zorgt voor extra beweging • Terugdringen autoverkeer ten gunste van de luchtkwaliteit • Aandacht voor luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid bij herontwikkeling en nieuwbouw • Leefklimaat rondom A15 en A27 verbeteren • Zwaar verkeer zorgt voor trillingen, dit levert vaak klachten op (hier moet bij ontwikkelingen rekening mee worden gehouden) • Diverse grootschalige infrastructuur met hinder- of veiligheidscontouren (hier moet bij ontwikkelingen rekening mee worden gehouden): o Gasleiding o Hoogspanningsleiding o Snelwegen o Spoor o Vaarwegen • Veilige leefomgeving realiseren door extra aandacht voor verkeersveiligheid

4.3.2 Dilemma’s Pijler 3: Bereikbaar houden en maken Vanuit de inventarisatie zijn er een aantal dilemma’s naar voren gekomen voor de pijler Bereikbaar houden en maken. Deze dilemma’s zullen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie moeten worden opgepakt. Dit kan door middel van interne afstemming tussen de verschillende afdelingen, externe consultatie met de ketenpartners of als onderdeel van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende dilemma’s: • Gebruik van de linten door landbouwverkeer, ontsluiting van de kernen en (recreatief) fietsverkeer – interne afstemming en participatie • Gewenste OV verbetering vanuit de gemeente versus de behoudende inzet van de provincie – externe consultatie met provincie en buurgemeenten en participatie

29

4.3.3 Landelijke en lokale trends Pijler 3: Bereikbaar houden en maken In de geïnventariseerde beleidsstukken en gesprekken zijn veel van de landelijke en lokale trends opgepakt. Op de volgende trends is niet (voldoende) ingegaan en deze behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie dus nog extra aandacht: 2.i. Milieuvraagstukken – hoe kan de leefomgeving rondom de A15 en A27 worden verbeterd? 5.a. Wateroverlast – hoe blijft de gemeente bereikbaar bij hoog water? 5.c. Bodemdaling – in afwachting van het door de provincie op te stellen veenweidestrategie. 6. Bereikbaarheid – in afwachting van mobiliteitsvisie.

4.3.4 Beleidsstukken in de maak die opgenomen dienen te worden Ten tijde van het opstellen van deze Omgevingsagenda waren er meerdere beleidsstukken in de maak die van invloed zijn op de Pijler 3: Bereikbaar houden en maken. Deze moeten bij het opstellen van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd: • Gemeentelijke Mobiliteitsvisie • Inventarisatie capaciteit linten • Snelfietsroutenetwerk door de provincie • Provinciale Veenweidestrategie

4.3.4 Participatie Pijler 3: Bereikbaar houden en maken Vanuit de Pijler 3: Bereikbaar houden en maken kunnen de volgende onderwerpen meegenomen worden in de participatie voor het opstellen van de Omgevingsvisie: • Waar zijn de grootste verkeersknelpunten, ook op het gebied van verkeersveiligheid? o Auto o Fiets o Voetganger (is tijdens inventarisatie niet aan bod gekomen) o Toegankelijkheid mindervaliden (is tijdens inventarisatie niet aan bod gekomen) o Landbouwvoertuigen • Gebruik van de linten: wie krijgt de meeste ruimte? • Welke routes zijn belangrijk voor langzaam verkeer? Waar liggen missende schakels?

30

4.4 Thema A Recreatie & Toerisme De gemeente Molenlanden wordt intensief gebruikt door recreanten en toeristen. Het buitengebied heeft een grote recreatieve waarde, maar daarnaast zijn er een aantal grote trekkers in de gemeente, met als belangrijkste natuurlijk Kinderdijk en de vestingstad Nieuwpoort. Daarnaast zijn er recreatieve voorzieningen, zoals Avonturenboerderij Molenwaard en vakantiepark Molenwaard die veel (dag)toeristen naar de gemeente trekken. Op het gebied van toerisme heeft Molenlanden de volgende ambitie: • Een sterke vrijetijdseconomie waarin de bestedingen en werkgelegenheid verder groeien • Toeristen komen specifiek voor het verhaal van Molenlanden • Het landschap, de kernen en de iconen zijn aantrekkelijk en beleefbaar; • Het aanbod van dag- en verblijfsrecreatie groeit mee en is gericht op de doelgroepen inzichtzoekers (gericht op educatie), verbindingszoekers (gezelligheid staat centraal) en harmoniezoekers (balans tussen dingen ondernemen en rust houden) • Recreatie & Toerisme draagt bij aan maatschappelijke doelen zoals duurzaamheid, vitaliteit, mobiliteit, bewegen & gezondheid, educatie en opleidingen • Door samenwerking met diverse partners is het toeristisch en recreatief aanbod en de promotie daarvan op orde Deze ambitie is vertaald naar drie concrete doelen: 1. Molenlanden gaat inzetten op kwantitatieve en kwalitatieve groei verblijfsrecreatie 2.

De algehele leefbaarheid voor inwoners mag door de toeristische ontwikkeling niet achteruitgaan a. Er moet een balans zijn tussen toerisme, erfgoed en vitaliteit; b. Combineren van voorzieningen voor toeristen en inwoners 3. De gemeente gaat in haar werkwijze ruimte inbouwen voor 'samen leren', het omarmen van innovatieve ideeën en het starten van pilots Aan de hand van deze doelen zijn vijf speerpunten opgesteld waar de gemeente de komende jaren met prioriteit aan gaat werken 1. Aantrekkelijk en beleefbaar aanbod 2. Heldere profilering en informatievoorziening 3. Bestemming in balans 4. Samenwerking 5. Kennis en educatie Onder andere bij het onderwerp recreatie en toerisme is zondagsrust een thema. Gezien de gemaakte afspraken hierover in het coalitieakkoord wordt uitgegaan van de huidige situatie.

31

Kinderdijk Het gebied Kinderdijk is een uitzonderlijk deel van de gemeente en heeft daarmee ook specifiek beleid en uitgangspunten. De gemeente Molenlanden wil inzetten op: • Werelderfgoed Kinderdijk zo inzetten dat het toerisme bijdraagt aan de vitaliteit in en rondom het gebied • Het behouden en versterken van de natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied (Kinderdijk) is uitgangspunt bij het uitdiepen van de recreatieve en toeristische potenties. • Balans tussen toerisme, erfgoed en vitaliteit. Het laat het watersysteem in de Alblasserwaard zien en dit is nog herkenbaar in het landschap • Kinderdijk staat voor drie opgaves: o (Inter)nationaal: Hoe kan het wereldwonder een nieuwe positionering krijgen gericht op kwaliteitstoeristen zodat het de (inter)nationale betekenis krijgt die het verdient? o Bovenregionaal: Hoe kan nog beter inhoud worden gegeven aan de verhaallijn van Kinderdijk zodat het zich meer verbindt met de bovenregionale context? o Regionaal/Lokaal: Hoe kunnen we bezoekers op gastvrije wijze beleving en educatie bieden en tegelijkertijd een gezonde exploitatie voeren die in balans is met de leefbaarheid en de omgeving?

32

4.5 Thema B: Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energie Voor een toekomstbestendige gemeente zijn dit onderwerpen die heel belangrijk zijn en waar de gemeente dan ook aandacht voor heeft. Daarbij is het ook een heel breed thema dat veel verschillende onderwerpen bevat. In de toekomstvisie is opgenomen dat de gemeente samen werkt aan een circulair, energieneutraal, klimaatbestendigheid en schoon Molenlanden met aandacht voor een eerlijke voedselketen waarin afval wordt gezien als grondstof. Dit met betaalbare en praktische oplossingen, groot en klein. Er wordt gebruik gemaakt van zonne-energie, duurzame warmte en vele andere bronnen. Klimaatbestendigheid Algemeen stelt de gemeente dat het openbaar gebied klimaatbewust/duurzaam ingericht moet worden.

Hiermee wordt ingezet op vijf genoemde landelijke trends: • Gevolgbeperking bij overstromingen door dijkdoorbraken • Voorkomen van en omgaan met wateroverlast door extreme regen • Tegengaan van hittestress • Beperken van en rekening houden met droogte • Voorkomen van verdere bodemdaling In de beleidsstukken en gesprekken zijn voor deze vier onderwerpen specifieke voorstellen benoemd: • Gevolgbeperking bij overstromingen door dijkdoorbraken: o Drooghouden essentiële elementen en infrastructuur door op hoogte te zetten, waterdicht afsluiten, van ringdijk voorzien of verplaatsten • Voorkomen van en omgaan met wateroverlast door extreme regen: o Drooghouden essentiële elementen en infrastructuur door op hoogte te zetten, waterdicht afsluiten, van ringdijk voorzien of verplaatsten o Nieuwe woningen hoog genoeg realiseren ten opzichte van waterpeil o Open houden van hoofdroutes ten behoeve van hulpdiensten • Tegengaan hittestress: o Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst o Ook 40% van alle oppervlakken wordt geschikt tegen warmte of verkoelend ingericht. bv. Albedo verhogen, warmtecapaciteit verlagen en/of begroeiing o Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-)ruimte in de directe omgeving. bv.

passieve systemen en/of warmte-koudeopslag • Beperken van en rekening houden met droogte (1op10): o grondwaterstand op peil houden om bodemdaling en schade aan panden te beperken o groenstructuur is bestand tegen droogte door meer diversiteit en grotere bomen die meer water vasthouden, maar ook gebruiken. Vraagt om grondwater aan te vullen o In de kernen wordt minimaal 50% van de jaarlijkse neerslag vastgehouden

33

•

Voorkomen van verdere bodemdaling (1op1): o De waterpeilen in en rond de kernen worden in principe niet meer verlaagd; o kijken naar balans tussen agrarische functie en peil o maatregelen die minder kosten dan de beheermaatregelen tijdens de eerste 60 jaar na nieuwbouw worden opgenomen in ontwerp o Beperk de gevolgen van bodemdaling: lichte ophoogmaterialen en/of infiltratie/drainage indien nodig. Restzettingseis van 10cm in 30 jaar

En bij alle inrichtingsopgaven wordt ingezet op gebruik maken van meekoppelkansen: • Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt hemelwater standaard afgekoppeld • Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt drainage aangelegd om verdere bodemdaling te voorkomen Biodiversiteit en natuurinclusiviteit Daarnaast wordt ingezet op de vergroening van de openbare ruimte, waarbij vergroting van de biodiversiteit in natuurinclusiviteit belangrijk is, met ook hier specifieke voorstellen voor herinrichting en nieuwe ontwikkelingen: • Bij herinrichting: groen uitbreiden met 10 % • Bij nieuwbouw: 30 % van het oppervlak als groen in het plan opnemen • Streef naar 50 % van de openbare ruimte als groen/blauw ingericht en 30% oppervlakte verkoelend ingericht. • Versnippering van groen/blauwe structuren voorkomen Energie Een onderwerp dat een directe relatie heeft met het veranderende klimaat is de energietransitie. Hierin heeft iedereen een belangrijke bijdrage en dus ook de gemeente. De gemeente zet hierbij in op het reduceren van het energieverbruik van de gebouwde omgeving (woningen, utiliteit en bedrijven) en het aardgasvrij worden van de gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving moet worden aangesloten op duurzame warmtebronnen.

De manier van duurzame warmtevoorziening is over het algemeen afhankelijk van de warmtevraagdichtheid: • Warmtenet in kernen (hoge dichtheid) • Groen gas langs de Graafstroom en een select aantal linten (middelhoge dichtheid) • Individueel of klein collectief in het buitengebied. (lage dichtheid) Dit is ook afhankelijk van de aanwezigheid van lokale bronnen zoals aquathermie, restwarmte uit bedrijven en rioolthermie (restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen). De gemeente heeft voor het tot stand brengen van deze ontwikkeling recent de Transitievisie warmte vastgesteld. Met de regio is de RES opgesteld om deze energietransitie in gang te zetten. Hierin wordt ingezet op de volgende onderwerpen: • •

Het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit (met bijvoorbeeld windturbines langs de rijkswegen en zonnepanelen op al bestaande gebouwen zoals agrarische bebouwing en (nieuwbouw)woningen). Het regionale aspect van de warmtetransitie. In de RES wordt een doorkijk gemaakt naar de Regionale Structuur Warmte (RSW): de RSW geeft inzicht in de warmtevraag en het warmte-aanbod, een beschrijving van de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen bovengemeentelijke warmte- infrastructuur en een

34

• • •

toelichting op het doorlopen proces met stakeholders. (de RSW wordt nog opgesteld). De impact van de energiestrategie op de energie-infrastructuur en -opslag en de ruimtelijke inpassing daarvan. Oftewel: de technische (on)mogelijkheden van het huidige en toekomstige elektriciteitsnet. Het besparen van energie: wat niet wordt gebruikt hoeft immers ook niet opgewekt te worden. Innovatie: de omgang met huidige en toekomstige technische ontwikkelingen die een effect hebben op onze energiebehoefte en opwekmogelijkheden. de innovaties die veelbelovend zijn voor de toekomst zijn : waterstof, geothermie, aquathermie, groen gas, waterkracht, energieopslag en thorium/kernenergie".

Voor de toepassing van windmolens is in de gesprekken met ketenpartners nog als aandachtspunt benoemd dat rekening moet worden gehouden met het leefgebied van vogels en het behouden van zichtlijnen in het open landschap. Daarbij heeft de provincie op dit moment het standpunt dat er geen windmolens in het groene hart worden gerealiseerd.

4.6 Thema C: Gezondheid & Milieu Wat een belangrijke verandering is onder de Omgevingswet is dat gezondheid en milieu integraal moeten worden meegenomen in Omgevingsvisies en omgevingsplannen. Dit is een logische ontwikkeling omdat beide grote invloed hebben op de fysieke leefomgeving. Gezondheid wordt steeds belangrijker voor inwoners, juist ook omdat deze steeds meer onder druk staat. En om te komen tot een gezonde leefomgeving zijn er veel componenten waar rekening mee moet worden gehouden. Belangrijkste aandachtspunten zijn: • Stikstof: o Met negatieve invloed op diverse Natura2000 gebieden en op natuur en biodiversiteit in het algemeen. • Luchtkwaliteit: o Fijnstof, de WHO-normen (World Health Organisation) zijn verscherpt • Geluid: o Snelwegen o Spoorwegen o Drie gezoneerde industrieterreinen met geluidscontour o De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is.

Er is sprake is van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan:  53 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) en 50 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) met snelheid boven de 70 kilometer per uur  55 dB door railverkeer en scheepvaart (officieel is er voor scheepvaart geen norm, maar er wordt gewerkt met dezelfde normen als railverkeer)  50 dB(A) door industrie • Geur: o Minimumafstanden voor extensieve veehouderijen plaatselijk te halveren tot 50 en 25 m ten opzichte van woningen binnen respectievelijk buiten de bebouwde kom; Dit is echter niet voor het gehele grondgebied van de Molenlanden noodzakelijk. Er wordt uitgegaan van de volgende zonering:

35

de afstanden worden gehalveerd binnen de (cultuurhistorische) lintbebouwingen  voor de ruilverkavelingswegen en woonkernen blijven de volledige afstanden in principe gehandhaafd  voor de woonkernen worden de rode contouren uit het streekplan aangehouden zoals grens van de zonering  op plaatsen waar een cultuurhistorische lintbebouwing met agrarische bedrijvigheid doorloopt in een woonkern is in overleg met de gemeente bepaald of voor dit gedeelte de afstanden worden gehalveerd Externe veiligheid: o Gasleiding o Vervoer gevaarlijke stoffen o Inrichtingen 

•

Ook het aanmoedigen van beweging is voor de gemeente een belangrijk speerpunt zodat meer inwoners een gezonde leefstijl krijgen waarbij gezondheidsverschillen op sociaal, fysiek en emotioneel gebied tussen inwonergroepen kleiner zijn. Dit doen ze onder andere door inzetten op een breder aanbod van sporten, spelen en gezond leven, het stimuleren van het gebruik van de fiets en inrichting van de buitenruimte die aanzet tot bewegen zoals wandelen. Ook een veilige leefomgeving is hierbij belangrijk. Dit thema wordt wel op meerdere plekken benoemd, zoals vele malen in de Toekomstvisie, maar de problemen en bijbehorende ingrepen zijn niet in beeld.

4.7 Dillema’s, trends en participatie overkoepelende thema’s Dilemma’s Overkoepelende thema’s A, B en C Vanuit de inventarisatie zijn er een aantal dilemma’s naar voren gekomen voor de Overkoepelende thema’s. Deze dilemma’s zullen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie moeten worden opgepakt. Dit kan door middel van interne afstemming tussen de verschillende afdelingen, externe consultatie met de ketenpartners of als onderdeel van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende dilemma’s: • Agrariërs willen droge voeten en dus de grondwaterstand naar beneden vs tegengaan van bodemdaling – interne afstemming, externe consultatie en participatie • Wordt het huidige geurbeleid, met het plaatselijk halveren van de geurcontour, in de Omgevingsvisie doorgezet – interne afstemming en participatie

Landelijke en lokale trends Overkoepelende thema’s A, B en C In de geïnventariseerde beleidsstukken en gesprekken zijn veel van de landelijke en lokale trends opgepakt. Op de volgende trends is niet (voldoende) ingegaan en deze behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie dus nog extra aandacht: 2.c. Biodiversiteit – geen gemeentelijk beleid op welke vormen van biodiversiteit moet worden ingezet 2.d. Natuurinclusiviteit – geen gemeentelijk beleid op welke vormen van natuurinclusiviteit moet worden ingezet

36

2.h. 2.i. 3.b. 5.a. 5.c. 5.d.

Gezonde leefomgeving – nog geen beleid hoe daar te komen Milieuvraagstukken – in de Omgevingsvisie moet dit integraal worden meegenomen en zijn er veel keuzes te maken Innovatie – gebruik maken van innovatie bij klimaatbestendigheid maken Wateroverlast – hoe omgaan met gebieden die onder water lopen? Lage gebieden aanwijzen voor waterberging? Bodemdaling – in afwachting van het door de provincie op te stellen veenweidestrategie. Energietransitie – Er komt een RES 2.0 voor de verdere uitwerking

Beleidsstukken in de maak Overkoepelende thema’s A, B en C Ten tijde van het opstellen van deze Omgevingsagenda waren er meerdere beleidsstukken in de maak die van invloed zijn op de Overkoepelende thema’s. Deze moeten bij het opstellen van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd: • Gemeentelijke Beleidsnota verblijfsrecreatie • Inventarisatie capaciteit linten • Provinciale Veenweidestrategie • Regionale RES 2.0 • Veiligheidsplan 2022-2025 (vastgesteld op 26 oktober 2021) Er is ook gesproken over het mogelijk opstellen van beleid voor verblijfsrecreatie, maar deze is nog niet opgestart ten tijde van deze Omgevingsagenda.

Participatie Overkoepelende thema’s A, B en C Vanuit de Overkoepelende thema’s kunnen de volgende onderwerpen meegenomen worden in de participatie voor het opstellen van de Omgevingsvisie: • Voor welke toeristische functies zien de participanten ruimte binnen de gemeente? • Hoe zorgen voor meer vergroening? • Waar ervaren mensen nu al problemen op het gebied van bodemdaling, hittestress, droogte of wateroverlast? • Wat zijn de inwoners bereid om te doen voor het klimaatbestendigheid maken van de gemeente? • Wat zijn de inwoners bereid om te doen voor in het kader van de energietransitie? • Gesprek met agrariërs over bodemdaling en waterberging? • Wat is voor de inwoners belangrijk voor een gezonde leefomgeving? • Hoe wordt de geuroverlast op dit moment ervaren? • Hoe kan de gemeente de veilige leefomgeving verbeteren?

37

5. Samenvatting dilemma’s, trends en beleidstukken in de maak Dit een samenvatting van alle dilemma’s, niet behandelde landelijke en lokale trends, inclusief missende beleidsstukken, en onderwerpen voor participatie uit hoofdstuk 2. Deze samenvatting zorgt voor een overzicht van alle onderwerpen die aandacht behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie.

5.1 Dilemma’s waarop een keuze moet komen Vanuit de inventarisatie is er een aantal dilemma’s naar voren gekomen. Deze dilemma’s zullen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie moeten worden opgelost. Dit kan door middel van interne afstemming tussen de verschillende afdelingen, externe consultatie met de ketenpartners of als onderdeel van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende dilemma’s: • Parkeerdruk versus vergroening – interne afstemming en participatie • Hoe om te gaan met de kernen waarbij binnen BSD geen ruimte meer is voor bebouwing, maar wel behoefte voor uitbreiding? Waar wel en waar niet uitbreiden en waarom? – interne afstemming, externe consultatie (provincie) en participatie • Tegengaan van bodemdaling versus betaalbare woningen – interne afstemming en externe consultatie • De verhouding tussen beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten in relatie tot de verduurzamingsopgave (zonnepanelen, warmtepompen, ed.) – interne afstemming en participatie • Moet Welstandsbeleid wel of niet worden teruggebracht? – interne afstemming en mogelijk participatie • Hoe om te gaan met het grondgebied van Molenlanden tussen de kernen en de omliggende gemeenten (Gorinchem, Drechtsteden)? – interne afstemming, externe consultatie en participatie • Schaalvergroting vs Verbreding – interne afstemming en participatie; • Agrariërs willen droge

voeten versus bodemdaling – interne afstemming, externe consultatie en participatie • Kijkend naar de ondergrond/bodemdaling verschil in agrarische functies aanmoedigen? – interne afstemming en externe consultatie • Wordt het huidige geurbeleid, met het plaatselijk halveren van de geurcontour, in de Omgevingsvisie doorgezet – interne afstemming en participatie • Vrijkomende agrarische bedrijven willen zich veelvuldig transformeren naar recreatieve functies. Hoeveel ruimte hiervoor beschikbaar is, is een dilemma die ten tijde van de Omgevingsvisie verder moet worden uitgewerkt. – interne afstemming en participatie

38

• • •

Aandacht bij verdere ontwikkeling van de Activiteitenboerderij Molenwaard en Vakantiepark Molenwaard vanwege de druk op het open landschap – interne afstemming en participatie Gebruik van de linten door landbouwverkeer, ontsluiting van de kernen en (recreatief) fietsverkeer – interne afstemming en participatie Gewenste OV verbetering vanuit de gemeente versus de behoudende inzet van de provincie – externe consultatie met provincie en buurgemeenten en participatie

5.2 Landelijke en lokale trends die nog aandacht behoeven In de geïnventariseerde beleidsstukken en gesprekken zijn veel van de landelijke en lokale trends opgepakt. Op de volgende trends is niet (voldoende) ingegaan en deze behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie dus nog extra aandacht: 1.a. Sociale cohesie – hoe blijft de hechte gemeenschap behouden? 2.c. Biodiversiteit – geen gemeentelijk beleid op welke vormen van biodiversiteit moet worden ingezet 2.d. Natuurinclusiviteit – geen gemeentelijk beleid op welke vormen van natuurinclusiviteit moet worden ingezet 2.f. Leegstand winkels en voorzieningen – of is hier binnen de gemeente geen sprake van? 2.h. 2.i. 2.i. 3.b. 3.b. 4.b. 4.b. 5.a. 5.a. 5.c. 5.d. 6. X X

Gezonde leefomgeving – nog geen beleid hoe daar te komen Milieuvraagstukken – in de Omgevingsvisie moet dit integraal worden meegenomen en zijn er veel keuzes te maken. Milieuvraagstukken – hoe kan de leefomgeving rondom de A15 en A27 worden verbeterd? Innovatie – hoe innovatie bij bedrijven stimuleren? Innovatie – gebruik maken van innovatie bij klimaatbestendigheid maken Authentieke reiservaring – zijn er naast Nieuwpoort nog andere kernen die hierop kunnen inzetten? Veranderende reisbehoefte – wat voor vormen van toerisme zijn mogelijk binnen het buitengebied? Wateroverlast – hoe omgaan met gebieden die onder water lopen? Lage gebieden aanwijzen voor waterberging? Wateroverlast – hoe blijft de gemeente bereikbaar bij hoog water? Bodemdaling – in afwachting van het door de provincie op te stellen veenweidestrategie. Energietransitie – Er komt een RES 2.0 voor de verdere uitwerking. Bereikbaarheid – in afwachting van mobiliteitsvisie. Lichthinder – ontbreekt nog Antennebeleid - ontbreekt nog, hiervoor moet een nota of afwijkingenbeleid opgesteld worden of het moet opgenomen worden in het omgevingsplan.

39

5.3 Beleidsstukken in de maak die in Omgevingsvisie moeten Ten tijde van het opstellen van deze Omgevingsagenda waren er meerdere beleidsstukken in de maak die van belang zijn voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Deze moeten bij het opstellen van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd: • Gemeentelijke Woonzorgvisie • Gemeentelijke Bedrijventerreinvisie • Gemeentelijke Mobiliteitsvisie • Gemeentelijke Beleidsnota verblijfsrecreatie • Inventarisatie capaciteit linten • Provinciale Veenweidestrategie • Snelfietsroutenetwerk door de provincie • Regionale RES 2.0 • Veiligheidsplan 2022-2025 (vastgesteld op 26 oktober 2021)

40

Bijlage 1. Vervolgprocedure Omgevingsvisie Participatie Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is participatie. De Omgevingswet zegt over participatie: 'het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit'. Belanghebbenden zijn burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. De Omgevingswet eist dat over de Omgevingsvisie ook participatie plaats vindt. Gemeenten moeten verslag doet van de manier waarop de ingebrachte reacties en suggesties uit de participatie worden opgenomen in de (ontwerp) Omgevingsvisie.

Bij het opstellen van de Omgevingsvisie kunnen de volgende onderwerpen meegenomen worden in de participatie: • Hoe omgaan met de gewenste vergroening? Waar is er ruimte? En welke mogelijke inrichtingsvormen zien de participanten?: o bij herinrichting: groen uitbreiden met 10 % o bij nieuwbouw: 30 % van het oppervlak als groen in het plan opnemen o streef naar 50 % van de openbare ruimte als groen/blauw ingericht en 30 % oppervlakte verkoelend ingericht • Waar ervaren mensen nu al problemen op het gebied van bodemdaling, hittestress, droogte of wateroverlast? • Wat zijn de inwoners bereid om te doen voor het klimaatbestendigheid maken van de gemeente? • Wat zijn de inwoners bereid om te doen voor in het kader van de energietransitie? • Wat is voor de inwoners belangrijk voor een gezonde leefomgeving? • Hoe kan de gemeente de veilige leefomgeving verbeteren? • Met agrariërs nadenken over het beleid met betrekking tot bodemdaling en de mogelijkheden, oplossingen en inrichtingen die zij zien (dit vindt al plaats in het kader van het opstellen van de Veenweidestrategie).

o Waterberging o Natuur o Andere functies of gebruik • Welke nieuwe/extra functies zijn wenselijk in het buitengebied? • Hoe omgaan met vrijkomende agrarische bebouwing, wat zijn wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied? • Hoe wordt de geuroverlast op dit moment ervaren? • Hoe omgaan met het huidige geurbeleid in de toekomst? • Gebruik van de linten: wie krijgt de meeste ruimte? • Waar zijn de grootste verkeersknelpunten, ook op het gebied van verkeersveiligheid? o Auto o Fiets o Voetganger (is tijdens inventarisatie niet aan bod gekomen) o Toegankelijkheid mindervaliden (is tijdens inventarisatie niet aan bod gekomen) o Landbouwvoertuigen • Welke routes zijn belangrijk voor langzaam verkeer? Waar liggen missende schakels? • Voor welke toeristische functies zien de participanten ruimte binnen de gemeente?

41

Gemeente Molenlanden werkt volgend het principe van Kerngericht Werken. Kerngericht werken is de werknaam voor Overheids- en Burgerparticipatie. Daarnaast is er binnen de gemeente een recent opgesteld participatiebeleid, waarin het belang van participatie voor de gemeente naar voren komt. In het beleid staan vier speerpunten: • Denken vanuit een doel • Managen van verwachtingen • Inwoners bereiken die nu nog minder betrokken zijn • Actieve communicatie en onze inwoners op de hoogte houden Er zijn 8 participatiebeloften opgenomen: inleven, stimuleren, energie ontmoeten, vrije invulling, duidelijke communicatie, alle geluiden beluisteren en ook participatie vanuit raad en bestuur. De Omgevingsvisie staat niet op zichzelf. Er bestaat een duidelijk verband met de Toekomstvisie en het nog op te stellen Omgevingsplan. Bij de vaststelling van de Toekomstvisie heeft de raad unaniem in een amendement het college opgedragen om na maart 2022 het gesprek aan te gaan met de inwoners en maatschappelijke organisaties. Het doel is om in deze gesprekken samen met de nieuwe gemeenteraad de Toekomstvisie aan te vullen en aan te scherpen met nieuwe inzichten. Zo blijft de Toekomstvisie actueel. Gelet op de samenhang tussen Toekomstvisie, Omgevingsvisie en omgevingsplan is een apart document opgesteld waarin de wijze van participatie wordt behandeld.

Dit document wordt samen met de voorliggende Omgevingsagenda, waarin is aangegeven op welke onderdelen geparticipeerd kan worden, ter vaststelling aangeboden.

42

Rolneming In de (jonge) gemeente Molenlanden is een duidelijke boodschap aan de inwoners gegeven over wat voor een gemeente wij willen zijn. Onder de naam 'Kerngericht werken' is aangegeven dat we ontmoeten en ondersteunen in de behoeften, energie, kennis en kracht in onze samenleving. We stimuleren het creëren van draagvlak en staan voor de tevredenheid en vitaliteit in onze kernen. Ook in het Samenlevingsprogramma zien we onszelf als Partner van de samenleving. Begin 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De nieuwe gemeenteraad moet in de gelegenheid worden gesteld om te bepalen welke rolneming (sturingsfilosofie) hij wil hanteren (reguleren, samenwerken of ondersteunen). Die sturingsfilosofie gaat vooral over de eigen rol en die van anderen bij het oplossen van de beleidsproblemen. Zo geeft de Omgevingsvisie aan voor welke zaken de gemeente verantwoordelijk is. En wat de gemeente aan burgers en bedrijven overlaat. De sturingsfilosofie in de Omgevingsvisie draagt op die manier bij aan een samenhangende benadering van de maatschappelijke opgaven. De rolneming kan een voortzetting zijn van het huidige beleid, maar het kan ook zo zijn dat de raad voor zichzelf een andere rol ziet. Mogelijk verschilt de sturing zelfs per thema binnen de Omgevingsvisie. In aanloop naar de Omgevingsagenda is in een aantal beeldvormende avonden gesproken over de rolneming door de raad.

Deze bijeenkomsten zijn informatief geweest. De raad heeft nog geen besluit genomen over zijn rol. De Omgevingsagenda maakt dus nog geen keuze in de sturingsfilosofie. Dit moet gaandeweg het Omgevingsvisietraject in gesprek met de samenleving worden vormgegeven. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, worden dus in de Omgevingsvisie vastgelegd. De sturingsstijl zou moeten afhangen van de aard van het probleem.

43

Bijlage 2. Kansenkaart

44

Bijlage 3. Advies inzake Plan-mer 1.

Inleiding

In Nederland (en de Europese Unie) is het verplicht om voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen, en een milieueffectrapport (mer) op te stellen. Het doel van een m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken en zo inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen activiteit op de omgeving, en in mogelijke maatregelen om eventuele negatieve effecten op de omgeving te verminderen en/of te compenseren. De m.e.r. draagt bij aan het maken van goed afgewogen, verantwoorde keuzes: welke milieueffecten worden (maximaal) verwacht wanneer een bepaalde keuze wordt gemaakt, en hoe kan daar in het ontwerp het beste rekening mee worden gehouden? Omdat een Omgevingsvisie integraler is dan een ’structuurvisie oude stijl’ kunnen de doelen en milieueffecten van ontwikkeling en leefomgeving vroegtijdig in beeld worden gebracht. Het is mogelijk dat de optelsom van alle mogelijke ontwikkelingen in de Omgevingsvisie, leidt tot een verplichting van het doorlopen van een Plan-merprocedure en leidt tot het opstellen van een Plan-MER. In het kader van het opstellen van de Omgevingsagenda wordt met dit advies beoordeeld of de Omgevingsvisie Molenlanden Plan-mer-plichtig is.

Tabel Afkortingen milieueffectrapportage Toelichting gebruikte termen milieueffectrapportage Plan-mer milieueffectrapportage voor een plan (in dit geval procedure Omgevingsvisie) Plan-MER het milieueffectrapport dat het resultaat is van de Plan-mer In dit advies worden de volgende vragen beantwoord: 1. Wanneer is een activiteit Plan-mer-(beoordelings)plichtig? 2. Is de Omgevingsvisie Molenlanden Plan-mer-(beoordelings)plichtig? 3. Is er een reden om een Plan-MER op te laten stellen?

2.

Beantwoording vragen

Vraag 1 Wanneer is een activiteit Plan-mer (beoordelings)plichtig? In de Omgevingswet is in artikel 16.341 de reikwijdte van de Plan-mer opgenomen. Voor plannen en programma’s moet een milieueffectrapportage worden gemaakt. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan een Omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Wanneer een plan of programma Plan-mer-(beoordelings)plichtig is, is geregeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet en bijlage V van het Omgevingsbesluit.

45

Bijlage V2 van het Omgevingsbesluit bevat de tabel waarin de mer(beoordelings)plichtige projecten en de daaraan gekoppelde besluiten zijn aangewezen. Het betreft daarbij projecten zoals nu ook al gangbaar zijn in de m.e.r. wetgeving zoals aanleg van energie-installaties, industrie en infrastructuur en ruimte. Onder laatstgenoemde wordt onder meer verstaan: • Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen • Landinrichtingsprojecten Een belangrijk verschil met de huidige wetgeving is dat de D-drempelwaarden (o.a.) aantallen woningen nu niet meer genoemd staan. In de huidige regelgeving vormen deze waarden nog het onderscheid tussen de vormvrije en de formele merbeoordeling. De drempelwaarden zijn dus niet van invloed op de vraag of er een mer-beoordeling moet plaatsvinden. In het nieuwe stelsel bestaat nog maar één procedure voor de mer-beoordeling met eisen om te voldoen aan de mer-richtlijn. Deze procedure is lichter dan de voormalige formele mer-beoordeling, waardoor eerder sprake zal zijn van een lastenverlichting. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de tabel toegevoegd.

Uit kolom 2 van deze tabel blijkt in één regel of en wanneer een (Plan)-mer-plicht of een (Plan)-mer-beoordeling voor een project van toepassing is. In principe zijn Omgevingsvisies hierbij niet genoemd. Artikel 11.8, tweede lid, van het Omgevingsbesluit vangt dit op. Deze bepaling maakt het mogelijk om bij het ontbreken van een besluit, genoemd in bijlage V een ander besluit aan te wijzen waarvoor bij de voorbereiding daarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Met dit artikellid wordt ook invulling gegeven aan artikel 16.43, vierde lid, onder b, van de wet, dat de mogelijkheid geeft om een Omgevingsvisie, programma of onderdeel van een omgevingsplan als besluit voor een project aan te merken. Omgevingsvisies en programma’s worden op voorhand niet aangewezen, maar kunnen zo nodig via dit artikellid als besluit voor een project worden aangemerkt.

46

Vraag 2 Is de Omgevingsvisie Molenlanden (Plan)-mer-(beoordelings)plichtig? Een Omgevingsvisie is een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma en kan daarmee Plan-mer-plichtig zijn. Als de Omgevingsvisie Molenlanden activiteiten mogelijk maakt zoals genoemd zijn in bijlage V, dan kan de Plan-mer-plicht of Plan-mer-beoordelingsplicht van toepassing zijn. Daarbij moet de Omgevingsvisie wel een kader* vormen voor te nemen besluiten voor de Plan-mer-(beoordelings)-plichtige projecten3. Of voor de visie moet een passende beoordeling in het kader van natuur worden gemaakt. Laatstgenoemde wordt voor de Omgevingsvisie Molenlanden op voorhand niet verwacht. *Een 'kader' moet concreet genoeg zijn en bindend voor een later (Plan)-mer-plichtig of (Plan)-mer-(beoordelings)plichtig besluit. Van 'een kader vormen' is bijvoorbeeld sprake als een locatie- of tracékeuze in het plan is opgenomen. Maar het kan ook gaan om andere keuzes, zoals de capaciteit van een afvalverwerkingsinstallatie.

De inhoud van een plan (in dit geval de Omgevingsvisie) bepaalt dus mede de eventuele Plan-mer-plicht. Vaak voldoet een Omgevingsvisie aan dit vereiste. In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een Plan-mer-beoordeling te doen. Of dit kan moet worden beoordeeld aan de hand van een aantal criteria. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een Plan-MER achterwege blijven. Een Plan-mer-beoordeling is mogelijk als: • het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat; • het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau; • het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die wel aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Vraag 3 Is er een reden om een Plan-MER op te laten stellen? Er kan een reden zijn om een Plan-MER op te stellen voor de Omgevingsvisie. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de inhoud van de Omgevingsvisie. Als er keuzes worden gemaakt die tot gevolg hebben dat activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd staan in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Dan is een PlanMER nodig. In sommige gevallen is het wel mogelijk om eerst een Plan-merbeoordeling te doen.

3.

Conclusie

Op voorhand, kan in dit stadium, niet worden uitgesloten of een Plan-MER voor de Omgevingsvisie Molenlanden moet worden opgesteld. Omdat de Omgevingsvisie deels voorziet in nieuw beleid wordt in elk geval verwacht dat een Plan-mer-beoordeling noodzakelijk is.

1

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-156.html

2

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-290.html#d17e5437

3

https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/mer-instrumenten-omgevingswet/

47

Bijlage 4: Referentielijst omgevingsagenda Lijst met gebruikte beleidsstukken voor de omgevingsagenda 1. RES 2. Transitievisie Warmte 1.0 (TVW) 3. Plaatsingsbeleid EV's 4. Lokale Adaptatiestrategie 5. Samenlevings-programma met themakaarten 6. Omgevingsvisies Giessenlanden 7. Structuurvisie Graafstroom 8. Structuurvisie Nieuw-Lekkerland 9. Gebiedsperspectief Kinderdijk (notitie toekomst Kinderdijk) 10. Toeristische Agenda Molenlanden 11. Kerngericht werken (burgerparticipatie) 12. Participatiebeleid 13. Programmaplan Dienstverlening 14. Koersdocument Sociaal Domein 15. Gemeentelijk Rioleringsplan 16. Parapluplan parkeren met vigerende 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020 17. Strategienota (afval) 18. Handboek Inrichting Openbare Ruimte 19. VAB-beleid 20. Visiedocument Landbouw 21. Woonvisie 22. Stukken Economie (Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid) 23. Bodembeheerplan Molenlanden 24. Beleidsregel Geluidbeleid goede ruimtelijke ordening Molenlanden 2020 25. Gebiedsvisie geur Molenlanden (Graafstroom, Liesveld, Nieuw-Lekkerland en Giessenlanden) 26. Regionale Maatschappelijke Agenda-visies 27. Toekomstvisie 2030 28. Veenweidestrategie (in ontwikkeling Fase 3) 29. Archeologiebeleid

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=a67b2301-9ab4-414c-a0af-ca1308cc42e2