Bijlage Omgevingsagenda Molenlanden
Tekst van het document
Zoek099
Omgevingsagenda Molenlanden Op weg naar de Omgevingsvisie 1 april 2022
Inhoud 1. Inleiding .............................................................................................................. 3 1.1 Op weg naar een Omgevingsvisie ................................................................... 3 1.2 Wat is een Omgevingsagenda?........................................................................ 3 1.3 Doorlopen proces ........................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................... 4 2. Toekomstvisie als startpunt ................................................................................. 6 2.1 Toekomstvisie: Molenlanden, eigenheid in verbondenheid ............................. 6 2.2 Logische opbouw van de Omgevingsvisie ....................................................... 7 3. Landelijke en lokale trends ................................................................................ 10 4. De opgaven, dilemma’s en trends per pijler en overkoepelend thema ................ 12 4.1 Pijler 1: Vitale kernen ................................................................................... 12 4.2 Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied .........................................................
19 4.3 Pijler 3: Bereikbaar houden en maken ........................................................... 26 4.4 Thema A Recreatie & Toerisme ..................................................................... 31 4.5 Thema B: Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energie 33 4.6 Thema C: Gezondheid & Milieu..................................................................... 35 4.7 Dillema’s, trends en participatie overkoepelende thema’s............................. 36 5. Samenvatting dilemma’s, trends en beleidstukken in de maak ........................... 38 5.1 Dilemma’s waarop een keuze moet komen ................................................... 38 5.2 Landelijke en lokale trends die nog aandacht behoeven................................ 39 5.3 Beleidsstukken in de maak die in Omgevingsvisie moeten ............................ 40 Bijlage 1. Vervolgprocedure Omgevingsvisie .......................................................... 41 Bijlage 2. Kansenkaart ........................................................................................... 44 Bijlage 3. Advies inzake Plan-mer........................................................................... 45 Bijlage 4: Referentielijst omgevingsagenda ............................................................ 48
2
1. Inleiding 1.1 Op weg naar een Omgevingsvisie De Omgevingswet verplicht iedere gemeente haar integrale langetermijnvisie vast te leggen in een Omgevingsvisie. De wet bepaalt dat deze visie uiterlijk 2024 moet zijn vastgesteld. De Omgevingsvisie is vormvrij. Wel moet de visie in ieder geval de volgende onderdelen bevatten (artikel 3.2 en 3.3 OW): • de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in hoofdlijnen • de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling op het gebied van: o de aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur o ondergronds bouwen, windturbines, energietransitie, klimaatbestendigheid en dergelijke o gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied (zowel onder- en bovengrond als water) • de hoofdzaken van beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving • uitwerking van de vier milieubeginselen: het voorzorgbeginsel, beginsel van preventief handelen, beginsel bronaanpak en beginsel vervuiler betaalt. Binnen deze wettelijke kaders is het zaak een Omgevingsvisie op te stellen die de gemeente Molenlanden het beste past. Op weg naar deze Omgevingsvisie is de gemeente vertrokken met een startnotitie Omgevingswet waarin de gefaseerde aanpak staat beschreven. De eerste fase bestaat uit het opstellen van de Omgevingsagenda met een bijbehorende kansenkaart.
1.2 Wat is een Omgevingsagenda? In de voorliggende Omgevingsagenda bepalen we nog niet de visie van de gemeente, maar agenderen we de thema’s en opgaven die belangrijk zijn om te komen tot de Omgevingsvisie. Daarom is er een ‘foto’ gemaakt van de belangrijkste bestaande beleidsambities, kansen en opgaven voor de toekomst van de fysieke leefomgeving in de gemeente Molenlanden. Tevens zijn enkele dilemma’s benoemd. Dit zijn uitgangspunten in verschillende beleidsstukken of gesprekken die met elkaar botsen. Ook is beoordeeld of er voldoende antwoord wordt gegeven op de landelijke en lokale trends of dat hier nog aanvullend beleid voor moet worden opgesteld. Belangrijk hierbij is dat er voor een aantal onderwerpen op dit moment beleidsstukken worden opgesteld. Deze beleidsstukken kunnen mogelijk antwoord geven op openstaande vragen vanuit de trends en dan zullen we hiernaar verwijzen. Daarnaast zijn er verschillende onderwerpen naar voren gekomen die waardevol zijn voor de participatie bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Bij de Omgevingsagenda hoort ook een Kansenkaart. Deze kaart geeft de kansen voor ontwikkeling globaal weer en dient in de Omgevingsvisie verder uitgewerkt te worden. Deze is als bijlage opgenomen.
3
1.3 Doorlopen proces De Omgevingsagenda is opgesteld op basis van een analyse van ruim 25 relevante, van kracht zijnde beleidsstukken. Daarnaast hebben we een intensief traject doorlopen met de gemeentelijke werkgroep, college en raad en een groep van ketenpartners. In vele interactieve werksessies en aanvullende inventariserende gesprekken zijn zoveel mogelijk opgaven, kansen en dilemma’s opgehaald. In de startnotitie is vastgelegd dat de participatie met de inwoners in deze fase nog niet wordt georganiseerd. Tot nu was het voornamelijk inventariseren en overzicht scheppen. Over de van kracht zijnde beleidsstukken heeft bovendien al participatie plaatsgevonden. Op weg naar de Omgevingsvisie zal er op basis van deze Omgevingsagenda en in samenhang met de herijking Toekomstvisie en het Omgevingsplan doelgericht geparticipeerd kunnen worden.
1.4 Leeswijzer Deze Omgevingsagenda is zo opgebouwd dat het in delen leesbaar is. Per hoofdstuk of paragraaf is de betreffende informatie samengebracht in een overzichtelijk geheel per onderwerp. Dit maakt wel dat een deel van de informatie dubbel is opgenomen in het document. Hoofdstuk 2 is het inleidende hoofdstuk waarin de uitgangspunten voor het opstellen van deze Omgevingsagenda opgenomen zijn. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de Toekomstvisie en hoe deze is geïntegreerd in deze Omgevingsagenda. Dit is een belangrijk startpunt. In hoofdstuk 3 zijn de landelijke en lokale trends besproken waar bij het opstellen van de Omgevingsvisie rekening mee moet worden gehouden. Hoofdstuk 4 is de daadwerkelijke analyse van de beschikbare en verkregen informatie. Dit hoofdstuk is ingedeeld in drie pijlers voor Molenlanden: 1. Vitale kernen 2. Diversiteit in het buitengebied 3. Bereikbaar houden en maken Met daarboven drie overkoepelende thema’s die deels gemeentebreed zijn en deels binnen één van de pijlers vallen: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie C. Gezondheid & Milieu Per pijler en voor de overkoepelende thema’s gezamenlijk zijn vanuit de analyse de dilemma’s, niet behandelde landelijke en lokale trends, inclusief missende beleidsstukken, en onderwerpen voor participatie in dit hoofdstuk opgenomen.
Hoofdstuk 5 is de samenvatting van alle dilemma’s en niet behandelde landelijke en lokale trends, inclusief missende beleidsstukken. Deze samenvatting zorgt voor een overzicht van alle onderwerpen die aandacht behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie. (zie op de volgende pagina een infographic van hoofdstukken 2 en 3)
4
Bijlage 1 behandelt drie procesmatige onderwerpen die bij het opstellen van de Omgevingsvisie van belang zijn: participatie en rolneming. Rolneming gaat over welke rol de gemeente wil innemen in de fysieke leefomgeving. Hierin wordt de eerste richting voor de invulling van deze rol bepaald. De rol wordt stapsgewijs in het proces tot Omgevingsvisie steeds concreter. Bijlage 2 bevat de Kansenkaart op lage resolutie. Er is ook een separaat bestand in hoge resolutie beschikbaar. Bijlage 3 bevat het advies over de mogelijke procedure voor het opstellen van een Plan-mer.
5
2. Toekomstvisie als startpunt 2.1 Toekomstvisie: Molenlanden, eigenheid in verbondenheid Het college is in 2021 een aantal processen gestart die leiden tot een doorgaande lijn op visievorming. Dit zijn de Toekomstvisie, de Omgevingsvisie en de update van het Samenlevingsprogramma. De Toekomstvisie benoemt de ambities voor de langere termijn en is door de gemeenteraad in 2021vastgesteld. Het Samenlevingsprogramma benoemt de inspanningen voor de korte termijn. Aangezien de Omgevingsvisie ook ingaat op de lange termijn is het logisch om de Toekomstvisie als startpunt te pakken om te komen tot een Omgevingsvisie. De vraag staat, begin 2022, nog open of de Toekomstvisie niet integraal opgenomen moet worden in de Omgevingsvisie. De Toekomstvisie omschrijft Molenlanden als volgt, een sterke basis van nature: Hoewel een Toekomstvisie om beweging vraagt, staan we eerst stil bij de sterke en tijdloze ondergrond van waaruit we Molenlanden voortbouwen. Die ondergrond is niet bepaald letterlijk zo sterk. Door het inklinken van onze veenbodem ligt er van nature juist een grote uitdaging voor ons. We zijn ijzersterk door een ‘eigenheid in verbondenheid’. Zo werd de aard van Molenlanden omschreven na gesprekken door raadsleden en inwoners over het karakter van de nieuwe gemeente.
Het eigen karakter en onze eigen behoeften als individu, dorp en vestingstad krijgen de ruimte en tegelijk trekken we samen op. Die veenbodem voegt daar een historie aan toe waarin competente inwoners door de eeuwen heen innovatief en ambitieus zijn omgegaan met hun gebied. Het mensbeeld van autonome maar betrokken en competente inwoners is vertaald in de gelijknamige kernwaarden voor Molenlanden. We staan voor een Molenlanden waar ieder plezierig en betekenisvol kan leven door het versterken en benutten van ieders Autonomie, Betrokkenheid en Competentie. Het ABC-tje van Molenlanden. In klare taal: we willen vrijheid voor ieder combineren met het samen doen en talenten en initiatieven tot bloei brengen. Op weg naar een Toekomstvisie levert dat ons een inspirerende toetssteen op. We bekijken in het wonen, samen leven, werken, recreëren en omgaan met ons gebied hoe we bijdragen aan en gebruik maken van autonome, betrokken en competente inwoners. De sterke basis zien we terug in de dagelijkse werkelijkheid. Molenlanders leven graag in hun dorpen en vestingstad. We werken met elkaar aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen en waar iedereen ertoe doet. We beseffen dat het meedoen niet bij iedereen vanzelf gaat en dat we elkaar nodig hebben. De coronapandemie heeft dat nog eens extra onderstreept.
We zien met trots dat Molenlanden in 2021 een lokale samenleving kent waar behoeften, energie, kennis en kracht worden ontmoet en ondersteund. Deze solide basis en vastgestelde visies die samenkomen in deze Toekomstvisie geven de ruimte om op zoek te gaan naar ondernemerschap. Met waarderende aanpak sturen we op de belangrijke onderwerpen voor ons gebied en volgen of sluiten aan bij ons netwerk waar dat kan.
6
Voor de Omgevingsvisie is de ‘eigenheid in verbondenheid’ een belangrijk vertrekpunt. Behouden van de eigen identiteit van de verschillende kernen en functies in het buitengebied binnen de gemeente, die toch ook een geheel vormt! De drie pijlers, vitale kernen, diversiteit in het buitengebied en bereikbaar houden en maken zijn een concrete vertaling van de basis ‘eigenheid in verbondenheid’. De bestaande kernwaarden zoals benoemd in de Toekomstvisie moeten worden behouden en kunnen zeker ook worden ingezet bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Het globale eindbeeld voor de gemeente in de Toekomstvisie maakt een onderverdeling in zes onderwerpen: 1. Inclusieve samenleving 2. Leefomgeving 3. Economie 4. Recreatie & Toerisme 5. Klimaat en Energie 6. Bereikbaarheid Deze onderwerpen beschrijven de landelijke en lokale trends en de wensen van de gemeente. Per onderwerp is het beeld voor 2030 geschetst. Deze zes beelden samen bepalen het integrale beeld wat voor gemeente Molenlanden in 2030 wil zijn. Om deze wensen maximaal te realiseren is de focus in de Toekomstvisie gelegd op een Molenlanden waar: 1. iedereen welkom is en de lokale structuur van het samen leven en voor elkaar zorgen centraal staat 2. de leefomgeving klimaatadaptief is en waarin mensen graag willen wonen, verblijven en zich veilig voelen 3.
de landschappelijke kwaliteit van ons open agrarisch gebied en haar identiteit belangrijk is. Andere onderwerpen zoals recreatie dragen hier aan bij. Er is balans aanwezig; waardoor de leefbaarheid optimaal is 4. het vestigingsklimaat optimaal is voor ondernemers die innovatie en verantwoord ondernemen belangrijk vinden en vooral een agrarisch en productieprofiel hebben
2.2 Logische opbouw van de Omgevingsvisie Omdat de Omgevingsvisie specifiek gaat over de fysieke leefomgeving is ervoor gekozen pijlers te specificeren naar fysiek aanwijsbare gebieden in de gemeente kernen, buitengebied en infrastructuur - in plaats van de globalere onderwerpen uit de Toekomstvisie. Daarbij zijn de sterke gemeenschap, de eigenheid van de kernen en de variatie in het buitengebied belangrijke waarden die als basis dienen voor de Omgevingsvisie. Aanvullend op de onderwerpen uit de Toekomstvisie zijn 'gezondheid en milieu’ als belangrijke thema’s geïdentificeerd.
7
Op basis van de Toekomstvisie, analyse en gesprekken is gekozen om de opgaven, kansen en dilemma’s voor de toekomst van de fysieke leefomgeving onder te brengen in drie pijlers: 1. Vitale kernen 2. Diversiteit in het buitengebied 3. Bereikbaar houden en maken Daarboven zijn er drie overkoepelende thema’s die deels gemeentebreed zijn, maar deels ook binnen één van de pijlers vallen: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie C. Gezondheid & Milieu Deze drie pijlers en drie overkoepelende thema’s bevatten de grootste opgaven en de vraagpunten die beantwoord moeten worden om in beeld te krijgen waar de gemeente heen wil met de Omgevingsvisie. De variatie binnen de gemeente met twintig kernen - die ook weer verschillen in grootte en identiteit - en een buitengebied met zowel een agrarische, ecologische, recreatieve als toeristische functie maakt dat de vragen/opgaven breed uiteenlopen. Samenvattend zijn de onderwerpen en focuspunten uit de Toekomstvisie vertaald in de verschillende pijlers en thema’s van de Omgevingsagenda. Zoals aangegeven zijn sommige onderwerpen en focuspunten uit de Toekomstvisie overgenomen als pijler (P) of thema (T) in deze Omgevingsagenda en andere zijn terug te vinden in meerdere pijlers en/of thema’s: Toekomstvisie Inclusieve samenleving Leefomgeving
Economie Recreatie & Toerisme Klimaat en Energie Bereikbaarheid Focus 1: Iedereen welkom Focus 2: Leefomgeving
Focus 3: Agrarisch gebied Focus 4: Vestigingsklimaat optimaal
Omgevingsagenda T.C Gezondheid & Milieu P.1 Vitale Kernen Hoofdstuk participatie P.1 Vitale Kernen P.2 Diversiteit in het buitengebied T.B Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en energietransitie T.C. Gezondheid & Milieu P.1 Vitale Kernen P.2 Diversiteit in het buitengebied T.A Recreatie & Toerisme T.B Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie P.3 Bereikbaar houden en maken T.C Gezondheid & Milieu P.1 Vitale Kernen P.1 Vitale Kernen P.2 Diversiteit in het buitengebied T.B Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit T.C Gezondheid & Milieu P.2 Diversiteit in het buitengebied T.A Recreatie & Toerisme P.2 Diversiteit in het buitengebied P.1 Vitale Kernen
8
9
3. Landelijke en lokale trends De maatschappij is op veel verschillende thema’s in beweging. Trends hebben in meer of mindere mate invloed op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie moet rekening houden met en inspelen op deze trends, in navolging van de Toekomstvisie waar ook ingegaan wordt op landelijke en lokale trends. Met deze trends in ons hoofd, hebben we een beleidsinventarisatie uitgevoerd. In hoofdstuk 4 over de pijlers en overkoepelende thema’s is beoordeeld of er voldoende wordt ingegaan op deze landelijke en lokale trends. De belangrijkste trends (verdeeld in de 6 onderwerpen uit de Toekomstvisie) om bij het opstellen van de Omgevingsvisie rekening te houden zijn: 1. Inclusieve samenleving a. Versterken van de sociale cohesie b. Er wordt steeds langer thuis gewoond en daarbij komt een grotere zorgvraag buiten de instellingen c. De netwerksamenleving wordt steeds sterker Inwoners willen actief betrokken worden Participatie is een belangrijk onderdeel van Omgevingswet Individualisering, mensen kiezen steeds meer hun eigen weg 2. Leefomgeving a. Woningtekort Waar moet of kan gebouwd worden: welke locaties zijn geschikt én gewenst b. Klimaatbestendigheid is een voorwaarde voor de toekomst om problemen te voorkomen c. Biodiversiteit moet worden vergroot voor een toekomstbestendig ecosysteem d.
Natuurinclusiviteit is een voorwaarde voor de toekomst voor een toekomstbestendig ecosysteem e. Demografische ontwikkeling heeft invloed op de woningvraag: Vergrijzing Groeiend aantal eenpersoonshuishoudens f. Leegstand van winkels en terugvallen van voorzieningen g. Gevoel van onveiligheid groeit h. Meer aandacht voor een gezonde leefomgeving i. Meer aandacht voor milieuvraagstukken j. Aandacht voor overgang stad-platteland 3. Economie a. Agrarische verandering vindt plaats: Schaalvergroting Agrariërs willen/moeten zich specialiseren voor toekomstbestendigheid Diversificatie van functies naast de agrarische, zoals recreatie, educatie, natuur, zorg en verkoop b. Innovatie is een voorwaarde voor toekomstbestendigheid c. Online economie neemt toe d. Schaalvergroting bedrijven in alle sectoren
10
4. Recreatie & Toerisme a. Toenemende vraag naar toeristisch, recreatieve mogelijkheden zowel dagals verblijfsrecreatie. b. Veranderende reisbehoefte, er blijft grote interesse in het zien en bezoeken van highlights. Tegelijkertijd is een groeiend deel van de toeristisch, recreatieve bezoekers op zoek naar authentieke reiservaringen. c. Populariteit ruimte en natuur groeit 5. Klimaat en Energie a. Toename van wateroverlast b. Toename van hittestress c. Bodemdaling levert fysieke problemen op en zorgt voor extra uitstoot van CO2 d. Invloed van stikstof door land- en woningbouw op de natuur/natura2000 gebieden e. Energietransitie is een wereldwijde opgave 6. Bereikbaarheid a. Toenemende mobiliteit Belast de bestaande infrastructuur Leidt tot verkeersonveiligheid b. De vraag naar duurzame mobiliteit wordt groter c. Parkeerdruk in bestaand stedelijk gebied wordt groter en vraagt veel ruimte Nationale Omgevingsvisie NOVI Ook in de Nationale Omgevingsvisie is Het Groene Hart, waar de gemeente Molenlanden onderdeel van uitmaakt, beschreven: Leidende thema’s in NOVI-gebied Het Groene Hart zijn: • Beperken bodemdaling • Beperken CO2-uitstoot • Aanpassen waterhuishouding • Relatie stad-land • Omgaan met nieuwe bebouwing, erfgoed en bereikbaarheid.
• (Grote) druk op natuur, landschap en infrastructuur, tot uiting komend in bestaande en nieuwe bouwplannen voor bedrijventerreinen, loodsen en woningen. Kernopgaven in het NOVI-gebied Het Groene Hart zijn: • Stabiliseren van veenbodems (tegengaan bodemdaling, CO2 uitstoot, en verzilting) • Robuust inrichten van het watersysteem, ten behoeve van het behoud van de veenbodem. • Doorontwikkelen van waardevolle gebiedskenmerken, zodat het open karakter van Het Groene Hart als geheel herkenbaar blijft.
11
4. De opgaven, dilemma’s en trends per pijler en overkoepelend thema Uit hoofdstuk 2 volgt op basis van de opgaven voor de toekomst van de fysieke leefomgeving een indeling van drie pijlers voor Molenlanden: 1. Vitale kernen 2. Diversiteit in het buitengebied 3. Bereikbaar houden en maken Daarboven zijn er drie overkoepelende thema’s die deels gemeentebreed zijn en deels binnen één van de pijlers vallen: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie C. Gezondheid & Milieu In dit hoofdstuk staan per pijler en per overkoepelend thema: • De grootste opgaven en het beleid van de gemeente • De dilemma’s waarop een keuze moet komen in de omgevingsvisie • De lokale en landelijke trends die aandacht behoeven in de Omgevingsvisie • Beleidsstukken in de maak die in Omgevingsvisie moeten landen.
4.1 Pijler 1: Vitale kernen 4.1.1 Grootste opgaven en het beleid van de gemeente De gemeente Molenlanden bestaat uit twintig kernen, negentien dorpen en één vestingstad. Tussen de kernen bestaat grote verscheidenheid. Er zijn kernen die als voorzieningenkern dienen voor de omgeving, maar er zijn ook woonkernen met beperkte tot geen voorzieningen. Bij vitaliteit gaat het om de aanwezigheid en bereikbaarheid van werkgelegenheid en voorzieningen, en om de aanwezigheid van bewoners die draagvlak vormen voor die aanwezigheid. De opgaven voor het vitaal houden van de kernen zijn: 1. Behoud van eigenheid van de kernen 2. Realiseren van passende woningvoorraad 3. Op peil houden van de voorzieningen 4. Vergroenen 5. Zorgen voor goede infrastructuur voor auto, fiets en voetganger 6. Zorgen voor voldoende parkeergelegenheid 7. Een juiste plek houden en maken voor bedrijvigheid En is er een relatie met de drie overkoepelende thema’s: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie C. Gezondheid & Milieu Opgave P1.1: Behoud van eigenheid van de kernen Alle kernen hebben een eigen karakter en dorpse identiteit: kleinschalig, met een variatie in bebouwing en openbare ruimte en een hoge gemeenschapszin. Gemeente Molenlanden streeft ernaar deze kenmerken te bewaken en behouden en waar mogelijk uit te bouwen.
12
Daarnaast is de structuur van het onderliggende landschap bepalend. Met name waardevolle doorzichten naar het buitengebied en het slagenlandschap vormen de basis bij ontwikkelingen in de kernen en er wordt ingezet op het behoud van waardevolle archeologische waarden. Ook immaterieel erfgoed maakt onderdeel uit van de eigenheid van de kernen. Dit kan ook in de Omgevingsvisie opgenomen worden. Er is specifiek in beleidsstukken opgenomen dat: • Nieuw-Lekkerland meer als één kern ontwikkeld moet worden dan nu het geval is • Kinderdijk vraagt om een kwaliteitsimpuls. Daarbij gaat het om de kwaliteit van het woongebied en niet om de strakke bebouwingscontouren • Het toevoegen van nieuwe bebouwing stedenbouwkundig en landschappelijk passend moet zijn. Opgave P1.2: Realiseren van passende woningvoorraad Net als in heel Nederland is er ook binnen Molenlanden sprake van krapte op de woningmarkt. Er is een grote vraag naar nieuwe woningen, met name binnen de kernen. Wanneer uitbreiding van de woningvoorraad binnen de kernen niet mogelijk is wordt pas gekeken naar uitbreidingen elders. De woningbouwproductie wordt afgestemd op de woningvraag in de kern. Binnen de gemeente is voornamelijk behoefte aan: • • • • •
betaalbare koop- en huurwoningen woningen voor ouderen zorgwoningen woningen die jongeren en gezinnen behouden in de kernen Iedere kern heeft een andere woonbehoefte, hier wordt rekening mee gehouden
Voor jongeren wordt gedacht aan flexibele kleinschalige woningen. Daarnaast is doorstroming van belang, zodat er woningen vrij komen voor jongeren om in hun eigen kern te blijven. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. Dit vraagt om levensloopbestendige woningen en de mogelijkheid voor zorg aan huis. De woonzorgvisie, die hier verder op in gaat, wordt op dit moment opgesteld. Voor het behoud van een sterke gemeenschap is het mengen van jongeren en ouderen in de woonomgeving belangrijk. Het is tevens belangrijk om een goede balans te hebben tussen de verschillende woningtypen en prijsklassen. Daarnaast is het van belang om in te zetten op verduurzaming van de woningvoorraad. De ambitie hierin is het maken van (bijna) energieneutrale woningen, het voorkomen van bodemdaling en gericht op klimaatadaptatie. Binnen de gemeente wonen ook arbeidsmigranten. Ook voor deze inwoners is het belangrijk om voldoende en fatsoenlijke huisvesting te bieden. Voorkomen moet worden dat huisvesting voor arbeidsmigranten leidt tot een te groot beslag op het woningaanbod voor regulier woningzoekenden of leefbaarheidsproblemen voor de omwonenden en de arbeidsmigranten.
13
Opgave P1.3: Op peil houden van de voorzieningen Voor de vitaliteit van de kernen is het belangrijk dat de voorzieningen voldoende op peil blijven. Het gaat hierbij zowel om winkelvoorzieningen als om maatschappelijke en zorgvoorzieningen. Er is binnen de gemeente onderscheid te maken tussen voorzieningenkernen en woonkernen. In de voorzieningenkernen moet worden ingezet op het behoud van de bestaande voorzieningen en is ruimte voor de toevoeging van nieuwe voorzieningen. Deze kernen hebben een functie voor de wijde omgeving van buitengebied en woonkernen. De woonkernen blijven waar mogelijk zelfvoorzienend, maar er wordt niet ingezet op de vestiging van nieuwe voorzieningen. Het is wel wenselijk om zoveel mogelijk voorzieningen toch op fietsafstand bereikbaar te houden. In onze samenleving staat gezondheid voorop en zijn alle inwoners even belangrijk. De mogelijkheden, talenten en regie van onze inwoners staat centraal. Maatschappelijke organisaties zoals verenigingen en kerken pakken hierin een verbindende rol. De bestaande maatschappelijke en zorggerelateerde voorzieningen moeten verbeteren. Als uitgangspunt daarbij wordt (jeugd)hulp zoveel mogelijk dicht bij huis georganiseerd. Ook dient er een transformatie plaats te vinden in het aanbod van zorgvoorzieningen, omdat mensen steeds langer thuis wonen en er dus meer behoefte is aan zorg aan huis.
Opgave P1.4: Vergroenen In de kernen staat de openbare ruimte op verschillende plekken onder druk. Vooral het aantal te bouwen woningen met de daarbij behorende parkeervraag en de wens om te vergroenen conflicteren met elkaar. Het beperken van verharding door vergroening is belangrijk voor de klimaatbestendigheid van de kernen en zorgt voor een aantrekkelijke, biodiverse en gezonde leefomgeving. Vergroening draagt onder andere bij aan een gezonde leefomgeving door verbetering van de luchtkwaliteit en het biedt ruimte aan extra mogelijkheden voor wandel en fietspaden, wat bijdraagt aan een gezonde leefstijl. Bij ontwikkelingen in de kernen moet de groene ruimte één integraal onderdeel worden van de planontwikkeling. In het gemeentelijk beleid is een aantal specifieke normen voor groen opgenomen bij herontwikkeling en nieuwbouw: • bij herinrichting: groen uitbreiden met 10 % • bij nieuwbouw: 30 % van het oppervlak als groen in het plan opnemen • streefdoel om 50 % van de openbare ruimte als groen/blauw in te richten en 30 % oppervlakte verkoelend in te richten. Versnippering van de groen/blauwe structuren moet worden voorkomen en er moet – waar mogelijk – worden ingezet op herstel van oorspronkelijke doorzichten en waterstructuren. Bij de inrichting moeten openbare watergangen in kernen worden ingericht met natuurlijke oevers om de waterkwaliteit en natuurwaarde te verbeteren.
Bij herinrichting of nieuwe speelplekken wordt het ontwerp samen met bewoners gemaakt (type toestellen, plaatsing etc.).
14
Opgave P1.5: Zorgen voor goede infrastructuur Het bereikbaar maken en houden van Molenlanden is één van de drie pijlers. Dit vereist een goede en verkeersveilige infrastructuur. maar zowel qua verkeer als qua riolering zit de infrastructuur binnen de linten van Molenlanden op veel plekken aan de maximale capaciteit. Op dit moment lopen onderzoeken om de capaciteit van de wegen en riolering in Molenlanden objectief in beeld te brengen. In de kernen speelt met name de beperkte parkeerruimte versus voldoende groen een belangrijke rol in het vitaal houden van een kern. Dus bij in- en uitbreidingen zijn dit belangrijke randvoorwaarden waarop moet worden gelet. Binnen Molenlanden wordt ingezet op het stimuleren van langzaamverkeer, zoals fietsen en lopen , zeker binnen de kernen. Verkeersveiligheid is hierbij een belangrijk aandachtspunt. De bereikbaarheid van de kernen met het openbaar vervoer moet verbeteren, maar de provincie breidt het OV-netwerk niet verder uit, dit is een dilemma dat aandacht behoeft. Opgave P1.6: Zorgen voor voldoende parkeergelegenheid Binnen de gemeente is sprake van relatief hoog autogebruik vanwege de beperkte OV-voorzieningen en de grote afstanden tot de voorzieningen in de verschillende kernen. Dit zie je ook terug en is inherent aan het aantal benodigde parkeerplaatsen.
In de oude kernen is vaak sprake van een oude en lagere parkeernorm dan nu het geval is. Binnen het paraplubestemmingsplan Parkeren is geregeld dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt uitgegaan van de huidige landelijke normen. Dit kan druk geven op de openbare ruimte in relatie tot het aantal te bouwen woningen. Het is belangrijk om bij herontwikkelingen of uitbreidingen voldoende parkeergelegenheid te realiseren. Daarbij mag de aanleg van extra parkeerplaatsen niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en vitaliteit van de omgeving (zie vergroening hierboven). Er dient altijd een integrale afweging gemaakt te worden van aantal woningen, bijbehorende parkeerplaatsen en de gewenste ruimtelijke kwaliteit met onder andere voldoende groen. De ambitie om fietsen aantrekkelijker te maken, vraagt ook om een investering in voldoende fietsparkeren. Deze fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen, dicht bij voorzieningen en/of OV-haltes (HUB). Opgave P1.7: Een juiste plek houden en maken voor bedrijvigheid Molenlanden is een gemeente waar innovatie een belangrijke plek heeft en verantwoord ondernemen vanzelfsprekend is. Veel van de bedrijven bevinden zich in het buitengebied, maar er zijn ook verschillende bedrijventerreinen direct aan de kernen gelegen.
Op dit moment wordt er een bedrijventerreinvisie opgesteld, deze is nog niet in deze Omgevingsagenda meegenomen, maar is een onderdeel dat wel terug zal komen in de Omgevingsvisie. In de Toekomstvisie is aangegeven dat het belangrijk is dat het vestigingsklimaat optimaal is voor ondernemers, met vooral een agrarisch en productieprofiel, die innovatie en verantwoord ondernemen belangrijk vinden. Hiervoor wordt gebouwd aan een netwerk van ondernemers, stakeholders en gemeente. En wordt ingezet op circulaire bedrijfsvoering.
15
Voldoende werkgelegenheid en bedrijvigheid is een belangrijke factor in het creëren en behouden van een aantrekkelijke woongemeente. Voor de kernen is het belangrijk dat bedrijvigheid qua schaal en intensiteit aansluit op de locatie. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt voor energieopwekking door zonnepanelen vooral gekeken naar de daken van bedrijventerreinen. Hier zijn grote dakvlakken beschikbaar dicht bij de gebruikers en zonnepanelen op daken gaan niet ten koste van het open agrarische landschap. Uitgangspunten P1.A: Recreatie & Toerisme Recreatie & Toerisme is een gemeentebreed overkoepelend thema dat apart wordt toegelicht in paragraaf A.
Voor de pijler ‘vitale kernen gelden de volgende uitgangspunten: • Toeristische ontwikkelingen zijn qua schaal passend en tasten de vitaliteit van de kernen niet aan • Inzetten op aantrekkelijke bestemming voor meerdaags verblijf • Verder versterken van bestaande toeristisch-recreatieve structuur (koppelen met buitengebied) • Recreatief icoon Nieuwpoort verder uitbouwen • Vitaliteit van de kern Kinderdijk in balans met toeristisme • Combineren voorzieningen voor toeristen en bewoners Uitgangspunten P1.B: Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en energietransitie is een gemeentebreed overkoepelend thema dát apart wordt toegelicht in paragraaf B. Voor de pijler vitale kernen gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Het openbaar gebied klimaatbestendigheid inrichten o Beperk hittestress o Beperk wateroverlast • Inspelen op en rekening houden met de bodemdaling: o Beperk de gevolgen van bodemdaling: lichte ophoogmaterialen en/of infiltratie/drainage indien nodig. Restzettingseis van 10 cm in 30 jaar; o Droogleggingssituatie, plaats woningen hoog genoeg ten opzichte van waterpeil o Extra aandacht voor niet onderheide woningen in de kernen, De woningen zakken dichter richting waterpeil, waardoor gevaar voor wateroverlast steeds grotere wordt.
• Meekoppelkansen bij - bijvoorbeeld - herinrichting van de straat: o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt standaard hemelwater afgekoppeld o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt drainage aangelegd om verdere bodemdaling te voorkomen • Vergroten biodiversiteit en natuurinclusiviteit bij de vergroening en ontwikkelingen • Inzetten op circulaire bedrijfsvoering en innovatie
16
•
Energie o Er zijn plannen voor pilots voor energieneutrale dorpen. In de Omgevingsvisie kan worden bepaald waar de kansen liggen o Mogelijkheid tot verplichten zonnepanelen op grote daken met industriefuncties en overige gebruiksfuncties (bijv. parkeergarage en schuur) (nieuw en bestaande bouw) in Besluit bouwwerken leefomgeving. o Inzetten op een warmtenet in de transitie naar duurzame warmtebronnen.
Uitgangspunten P1.C Gezondheid & Milieu Gezondheid & Milieu is een gemeentebreed overkoepelend thema dat apart wordt toegelicht in paragraaf C. Voor de pijler vitale kernen gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Aandacht voor luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid bij herontwikkeling en nieuwbouw • Intensieve veehouderijen niet te dicht op de kernen • Breder aanbod van sporten, spelen en gezond leven o Meer mogelijkheden voor buitenrecreatie, door faciliteren van wandel- en fietspaden • Veilige en gezonde leefomgeving • Er wordt gewerkt aan een nieuw afvalsysteem, waarbij wordt ingezet op het tegengaan van zwerfafval
4.1.2 Dilemma’s Pijler 1: Vitale kernen Vanuit de inventarisatie is er een aantal dilemma’s naar voren gekomen voor de pijler ’vitale kernen’. Deze dilemma’s zullen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie moeten worden opgelost. Dit kan door middel van interne afstemming tussen de verschillende afdelingen, externe consultatie met de ketenpartners of als onderdeel van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende dilemma’s: • Parkeerdruk versus vergroening – interne afstemming en participatie • Verbetering van OV – externe consultatie met provincie en buurgemeenten en participatie • Moet Welstandsbeleid wel of niet worden teruggebracht? – interne afstemming en mogelijk participatie • Tegengaan van bodemdaling versus betaalbare woningen – interne afstemming en externe consultatie • De verhouding tussen beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten in relatie tot de verduurzamingsopgave (zonnepanelen, warmtepompen, ed.) – interne afstemming en participatie • Hoe om te gaan met de kernen waarbij binnen BSD geen ruimte meer is voor bebouwing, maar wel behoefte voor uitbreiding? Waar wel en waar niet uitbreiden en waarom? – interne afstemming, externe consultatie (provincie) en participatie
17
4.1.3 Landelijke en lokale trends Pijler 1: Vitale kernen In de geïnventariseerde beleidsstukken en gesprekken zijn veel van de landelijke en lokale trends opgepakt. Op de volgende trends is niet (voldoende) ingegaan en deze behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie dus nog extra aandacht: 1.a. Sociale cohesie – hoe blijft de hechte gemeenschap behouden? 2.f. Leegstand winkels en voorzieningen – of is hier binnen de gemeente geen sprake van? 4.b. Authentieke reiservaring – zijn er naast Nieuwpoort nog andere kernen die hierop kunnen inzetten? 5.c. Bodemdaling – in afwachting van de door de provincie op te stellen veenweidestrategie.
4.1.4 Beleidsstukken in de maak die opgenomen dienen te worden Ten tijde van het opstellen van deze Omgevingsagenda waren er meerdere beleidsstukken in de maak die van invloed zijn op de Pijler 1. Deze moeten bij het opstellen van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd: • Gemeentelijke Woonzorgvisie • Gemeentelijke Bedrijventerreinvisie • Provinciale Veenweidestrategie • Regionale RES 2.0 Antennebeleid ontbreekt nog, hiervoor moet een nota of afwijkingenbeleid opgesteld worden of het moet opgenomen worden in het omgevingsplan.
4.1.5 Participatie Pijler 1: Vitale kernen •
Voor Pijler 1 kunnen de volgende onderwerpen meegenomen worden in de participatie bij het opstellen van de Omgevingsvisie: Hoe omgaan met de gewenste vergroening? Waar is er ruimte? En welke mogelijke inrichtingsvormen zien de participanten?: o bij herinrichting: groen uitbreiden met 10 % o bij nieuwbouw: 30 % van het oppervlak als groen in het plan opnemen o streef naar 50 % van de openbare ruimte als groen/blauw ingericht en 30 % oppervlakte verkoelend ingericht
18
4.2 Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied 4.2.1 Grootste opgaven en het beleid van de gemeente De gemeente Molenlanden is een plattelandsgemeente met een heel groot agrarisch grondgebied, het buitengebied. Dit buitengebied biedt ruimte aan diverse gebruikers. Natuurlijk de agrariërs, die hier van groot tot klein een plek hebben. Daarnaast trekt dit buitengebied vele recreanten en toeristen aan. Aan de vele linten door dit buitengebied wordt vanuit de historie ook gewoond. Als laatste is de natuurwaarde van een deel van het buitengebied aanzienlijk en zijn er verschillende ecologische structuren en gebieden aanwezig. Het gaat bij het behouden van de diversiteit om het zorgen dat de verschillende functies op een goede manier een plek kunnen behouden en krijgen in het buitengebied, door middel van: 1. het benadrukken van de eigenheid van het buitengebied 2. Het behouden en ontwikkelen van de agrarische functie 3. aandacht voor de linten 4. strategische inzet van vrijkomende agrarische bedrijven 5. natuurontwikkeling en -behoud En is er een relatie met de drie overkoepelende thema’s: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit & energietransitie C. Gezondheid & Milieu Opgave P2.1: Eigenheid van het buitengebied benadrukken Het buitengebied is het grootste deel van de gemeente Molenlanden.
De landschappelijke kwaliteit van het open agrarisch gebied en haar identiteit is belangrijk. Andere onderwerpen zoals recreatie dragen hier aan bij. Er is balans aanwezig waardoor de vitaliteit optimaal is. De zichtlijnen over het open landschap en het slagenlandschap vormen een belangrijke basis voor deze kwaliteit en identiteit en dienen dus behouden te blijven. Als onderdeel van het open landschap is de verscheidenheid aan natuurlijke (knotwilgen, geriefbosjes, eendenkooien, sloten, boezemwateren, etc.) en culturele (dijken, kaden molens, boerderijen etc.) elementen zeer kenmerkend voor Molenlanden. Bij ontwikkelingen in het buitengebied wordt ingezet op herstel van de verscheidenheid waar dit verloren is gegaan. Deze natuurlijke en culturele elementen worden ‘beleefbaar’ gemaakt door het verbeteren van de toegankelijkheid. Groene hoofdstructuren dienen grotendeels onbebouwd te zijn, daarom wordt ingezet op slopen of optimaal inpassen van aanwezige bebouwing die het groene karakter aantasten. Ook de donken dienen behouden te blijven in het landschap, hier is geen extra bebouwing toegestaan. Waterlopen zijn beeldbepalend in het slagenlandschap en mogen in principe niet worden gedempt.
Bij ontwikkelingen in het buitengebied wordt gestreefd naar mengen van functies en activiteiten, echter mogen nieuwe functies niet de primaire functie, zoals landbouw of natuur, verstoren. Het open, weidse, agrarische landschap van - grotendeels agrarische bedrijven, moet worden doorgeven aan toekomstige generaties. Nieuwe functies moet aansluiten bij de omgeving en de bebouwing moet qua uitstraling passen binnen het landschap. Er is ruimte voor verbrede landbouw in de vorm van recreatie of andere nevenfuncties. Deze nieuwe functies zorgen voor een mozaïek van activiteiten zonder verdergaande verrommeling van het open buitengebied. Voor behoud van het contrast van openheid en de kernen verdient de overgang van kernen naar het buitengebied extra aandacht. De realisatie van landgoederen biedt een goede gelegenheid om natuurontwikkeling te combineren met recreatie, maar wel met voorwaarden en het wordt per geval beoordeeld. Opgave P2.2: Agrarische functie behouden en ontwikkelen Molenlanden is een gemeente waar innovatie een belangrijke plek heeft en verantwoord ondernemen vanzelfsprekend is. Molenlanden is leidend op onderwerpen als landbouw en het in stand houden van de voedselketen staat centraal. Dit is het uitgangspunt voor het agrarische buitengebied om tot toekomstbestendige landbouw te komen.
Maar er moet ook voldoende ruimte zijn voor vestiging en uitbreiding van de agrarische bedrijven. Waarbij ook hier wordt ingezet op circulaire bedrijfsvoering en innovatie, ook op het gebied van energie. De ontwikkeling in de agrarische sector is tweeledig, dit zien we terug in Molenlanden. Aan de ene kant is er sprake van schaalvergroting van de bedrijven, met grote invloed op de directe omgeving, onder andere door groot verkeer en geur. Waar schaalvergroting mogelijk is binnen de gemeente is dus afhankelijk van de locatie en de directe omgeving. Aan de andere kant is er juist sprake van verduurzaming en verbreding door de toevoeging van nevenfuncties aan het agrarisch bedrijf in de vorm van natuurbeheer, zorg, educatie of verkoop van eigen producten. Recreatieve landbouw (agrotoerisme) is een opkomende tak in het veld. Tijdens de gesprekken is de vraag naar voren gekomen of het mogelijk is om de diversiteit van de agrarische bedrijven meer te sturen in het kader van de bodemdaling (functies afstemmen op de bodemalingsproblematiek), dit is opgenomen als één van de dilemma’s. Voor de verdere ontwikkeling van het agrarisch grondgebied is het belangrijk dat ruilverkaveling door de gemeente wordt gefaciliteerd.
Nieuwvestiging van agrarische bedrijven is mogelijk aan de ruilverkavelingswegen, aansluitend aan het karakteristieke landschap en met behoud van de maat en schaal en mate van bebouwing in het landschap. Uitbreiding van intensieve veehouderijen zijn ongewenst.
20
Opgave P2.3: Aandacht voor de linten De linten zijn belangrijke landschappelijke elementen in het buitengebied, niet alleen ruimtelijk, maar ook in gebruik. Behoud van de structuur en vitaliteit van linten is daarom van groot belang. Ook de karakteristiek van de linten moet behouden blijven. Uit de gesprekken kwam naar voren dat de riolering en de wegen van de linten aan hun maximale capaciteit zitten. Er is op dit moment geen ruimte voor uitbreiding, terwijl er veel vraag is naar ontwikkelingen aan de linten, zoals de Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) en schaalvergroting. Op dit moment wordt er geïnventariseerd waar en in welke mate de linten aan hun maximale capaciteit zitten. Dit is nog niet meegenomen in deze Omgevingsagenda. De linten zijn ook belangrijke recreatieve routes, dit zorgt voor intensief gebruik van het netwerk (zie hoofdstuk bereikbaar houden en maken). Opgave P2.4: Strategische inzet van vrijkomende agrarische bedrijven (VAB) De ontwikkelingen in de agrarische sector maken dat er veel agrarische bedrijven en gebouwen vrij komen en dus in aanmerking komen voor herontwikkeling. Hier is door de gemeente specifiek beleid voor opgesteld.
Daarin wordt veel aandacht gevraagd voor de meekoppelkansen bij een ontwikkeling, dit zijn onder andere: • versterking biodiversiteit • energietransitie • klimaatadaptatie • tegengaan bodemdaling • recreatief medegebruik • huisvesting tijdelijk personeel Bij herontwikkeling naar woningbouw heeft het de voorkeur om dit in en nabij de kernen een plek te geven. Daarbij wordt terughoudend omgegaan met de ruimtevoor-ruimteregeling, maar wordt ingezet op gedifferentieerde wooneenheden in boerderijcomplexen. Ook is het belangrijk om de originele maat en schaal van de ruilverkaveling te waarborgen, dit is cultureel waardevol en moet niet volledig weggepoetst worden. Bij herontwikkeling is het uiteraard van belang dat het geen belemmering vormt voor omliggende agrarische bedrijven of andere functies. Opgave P2.5: Natuurontwikkeling en behoud In de gemeente liggen meerdere Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden en Natura-2000 gebieden, met een netwerk van ecologische verbindingen. Investeren in natuur en landschap is bij de ontwikkeling van het buitengebied belangrijk, mede als recreatieve drager. Op groter schaalniveau wordt er gewerkt aan een natte as/groene ruggengraat van noord naar zuid die dwars door de gemeente Molenlanden gaat.
Daarnaast wordt ingezet op de realisatie van ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden door middel van onder andere natte graslandvegetatie langs watergangen, moerasbos, eendenkooien en poelen.
21
Er is nu geen beleid op het gebied van natuurwaarden en biodiversiteit. Om de bovengenoemde natuurontwikkeling in stand te houden dienen doelen voor bescherming van natuurwaarden en bevordering van biodiversiteit opgenomen te worden in de Omgevingsvisie. Op kleiner schaalniveau is het behouden en terugbrengen van landschappelijke waarden, zoals pest- en geriefbosjes, uitgangspunt bij ontwikkelingen. Ook moet er ingezet worden op het vergroten van de biodiversiteit en natuurinclusief ontwikkelen. Bij overige ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met stiltegebieden en de vele dieren die ook gebruik maken van het buitengebied, zoals vogels. Uitgangspunten P2.A: Recreatie & toerisme Recreatie & Toerisme is een gemeentebreed overkoepelend thema dat apart wordt toegelicht in paragraaf A. Voor de pijler Diversiteit in het buitengebied gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Vrijkomende agrarische bedrijven willen zich veelvuldig transformeren naar recreatieve functies. Dit is in principe mogelijk binnen de gemeente.
Hoeveel ruimte hiervoor beschikbaar is, is een dilemma dat ten tijde van de Omgevingsvisie verder moet worden uitgewerkt • Druk & Draagkracht in balans: Er dient een balans te zijn tussen de kwaliteit van het buitengebied, het agrarisch gebruik en het gebruik van het buitengebied voor (massa)toerisme en recreatie • Werelderfgoed Kinderdijk zo inzetten dat het toerisme bijdraagt aan de vitaliteit in en rondom het gebied • Verder versterken van bestaande toeristisch-recreatieve structuur; • Agrotoerisme faciliteren als aanvullende functie • Aandacht bij schaalvergroting toerisme vanwege de druk op het open landschap Uitgangspunten P2.B: Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en energietransitie Klimaatbestendigheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit is een gemeentebreed overkoepelend thema dat apart wordt toegelicht in paragraaf B.
Voor de pijler Diversiteit in het buitengebied gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Inspelen op en rekening houden met de bodemdaling • In overleg met de agrariërs over waterstand en bodemdaling • Meekoppelkansen benutten, bijvoorbeeld bij de herinrichting van de straat: o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt standaard hemelwater afgekoppeld o Bij rioolvervanging en nieuwbouw wordt drainage aangelegd om verdere bodemdaling te voorkomen • Regionaal risicoprofiel: aandacht voor overstromingsrisico, vraagstuk rondom de Lek • Onderzoeken of waterberging in laag gelegen gebieden gerealiseerd kan worden • Vergroten biodiversiteit en natuurinclusiviteit bij de vergroening en ontwikkelingen • Inzetten op circulaire bedrijfsvoering en innovatie
22
•
Energie o Aandachtgebieden voor windmolens langs de snelwegen opgenomen in de RES (raadsmotie (M2021-09 participatie over aandachtsgebieden bij de verankering in ruimtelijk beleid) over informeren inwoners en ondernemers over verankeren aandachtsgebieden in de Omgevingsvisie) Agrarische sector positief over kleinere windmolens (circa 35 meter) o Grootschalige zonnevelden zijn in beginsel niet gewenst in het buitengebied, kleinere zonnevelden tegen een kern aan ter ondersteuning voor het energieneutraal worden van de kern is denkbaar als blijkt dat dit niet met zon op dak kan worden bewerkstelligd (afwegingen op basis van zonneladder) o Inzetten op groen gas en individuele of klein collectieve in de transitie naar duurzame warmtebronnen
Uitgangspunten P2. C: Gezondheid & Milieu Gezondheid & Milieu is een gemeentebreed overkoepelend thema die apart wordt toegelicht in paragraaf C. Voor de pijler Diversiteit in het buitengebied gelden voor dit thema de volgende uitgangspunten: • Aandacht voor luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid bij herontwikkeling en nieuwbouw • Waterwingebieden behouden en inzetten op strategische watervoorraad; • Aandacht voor de diverse grootschalige infrastructuur met hinder- of veiligheidscontouren: o Gasleiding o Hoogspanningsleiding o Snelwegen o Spoor o Vaarwegen • Minimumafstanden voor extensieve veehouderijen plaatselijk halveren tot 50 en 25 meter ten opzichte van woningen binnen respectievelijk buiten de bebouwde kom. Dit is echter niet voor het gehele grondgebied van Molenlanden noodzakelijk.
Er wordt uitgegaan van de volgende zonering: o de afstanden worden gehalveerd binnen de (cultuurhistorische) lintbebouwingen o voor de ruilverkavelingswegen en woonkernen blijven de volledige afstanden in principe gehandhaafd o voor de woonkernen worden de rode contouren uit het streekplan aangehouden zoals grens van de zonering o op plaatsen waar een cultuurhistorische lintbebouwing met agrarische bedrijvigheid doorloopt in een woonkern is in overleg met de gemeente bepaald of voor dit gedeelte de afstanden worden gehalveerd • Veilige leefomgeving realiseren, zowel milieutechnisch, sociaal als verkeersveilig; • Tegengaan van zwerfafval, conform nieuw afvalsysteem. • Faciliteren van gezonde leefomgeving: vergroenen, aanleg van wandel- en fietspaden Lichthinder beperken, bijvoorbeeld rond lichtgevoelige natuurgebieden (voor kassengebieden of grootschalige bedrijventerreinen)
23
4.2.2 Dilemma’s Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied Vanuit de inventarisatie zijn er een aantal dilemma’s naar voren gekomen voor de pijler Diversiteit in het buitengebied. Deze dilemma’s zullen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie moeten worden opgepakt. Dit kan door middel van interne afstemming tussen de verschillende afdelingen, externe consultatie met de ketenpartners of als onderdeel van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende dilemma’s: • Schaalvergroting vs Verbreding – interne afstemming en participatie; • Kijkend naar de ondergrond/bodemdaling verschil in agrarische functies aanmoedigen? – interne afstemming en externe consultatie • Vrijkomende agrarische bedrijven willen zich veelvuldig transformeren naar recreatieve functies. Hoeveel ruimte hiervoor beschikbaar is, is een dilemma die ten tijde van de Omgevingsvisie verder moet worden uitgewerkt.
– interne afstemming en participatie • Wordt het huidige geurbeleid, met het plaatselijk halveren van de geurcontour, in de Omgevingsvisie doorgezet – interne afstemming en participatie • Agrariërs willen droge voeten versus bodemdaling – interne afstemming, externe consultatie en participatie • Aandacht bij verdere ontwikkeling van de Activiteitenboerderij Molenwaard en Vakantiepark Molenwaard vanwege de druk op het open landschap – interne afstemming en participatie • Hoe om te gaan met het grondgebied van Molenlanden tussen de kernen en de omliggende gemeenten (Gorinchem, Drechtsteden)? – interne afstemming, externe consultatie en participatie
4.2.3 Landelijke en lokale trends Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied In de geïnventariseerde beleidsstukken en gesprekken zijn veel van de landelijke en lokale trends opgepakt. Op de volgende trends is niet (voldoende) ingegaan en deze behoeven bij het opstellen van de Omgevingsvisie dus nog extra aandacht: 1.a. Sociale cohesie – hoe blijft de hechte gemeenschap behouden? 2.i. Milieuvraagstukken – in de Omgevingsvisie moet dit integraal worden meegenomen en zijn er veel keuzes te maken. 3.b. Innovatie – hoe innovatie bij bedrijven stimuleren? 4.b. Veranderende reisbehoefte – wat voor vormen van toerisme zijn mogelijk binnen het buitengebied? 5.a. Wateroverlast – hoe omgaan met gebieden die onder water lopen? Lage gebieden aanwijzen voor waterberging? 5.c. Bodemdaling – in afwachting van het door de provincie op te stellen veenweidestrategie. 5.d. Energietransitie – Er komt een RES 2.0 voor de verdere uitwerking.
24
4.2.4 Beleidsstukken in de maak die opgenomen dienen te worden Ten tijde van het opstellen van deze Omgevingsagenda waren er meerdere beleidsstukken in de maak die van invloed zijn op de Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied. Deze moeten bij het opstellen van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd: • Gemeentelijke Bedrijventerreinvisie • Inventarisatie capaciteit linten • Provinciale Veenweidestrategie • Regionale RES 2.0 Er is nu geen beleid op het gebied van natuurwaarden en biodiversiteit. Om de bovengenoemde natuurontwikkeling in stand te houden dienen doelen voor bescherming van natuurwaarden en bevordering van biodiversiteit opgenomen te worden in de Omgevingsvisie Er zal beleid over lichthinder in de Omgevingsvisie moeten worden opgenomen.
4.2.5 Participatie Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied Vanuit de Pijler 2: Diversiteit in het buitengebied kunnen de volgende onderwerpen meegenomen worden in de participatie voor het opstellen van de Omgevingsvisie: • Hoe omgaan met vrijkomende agrarische bebouwing, wat zijn wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied? • Welke nieuwe/extra functies zijn wenselijk in het buitengebied? • Met agrariërs nadenken over het beleid met betrekking tot bodemdaling en de mogelijkheden, oplossingen en inrichtingen die zij zien (dit vindt al plaats in het kader van het opstellen van de Veenweidestrategie). o Waterberging o Natuur o Andere functies of gebruik • Hoe omgaan met het huidige geurbeleid in de toekomst?
25
4.3 Pijler 3: Bereikbaar houden en maken 4.3.1 Grootste opgaven en het beleid van de gemeente Voor de vitale kernen en het diverse buitengebied is bereikbaarheid van groot belang. Maar juist door de diversiteit in het buitengebied staat de bereikbaarheid onder grote druk. Het verkeersnetwerk kent diverse gebruikers die allemaal een plek nodig hebben en dit leidt regelmatig tot conflicten. Het bereikbaar houden en maken is dus van groot belang voor de gemeente Molenlanden, dit kwam ook duidelijk naar voren in de beleidsstukken en de gesprekken zowel intern als met de ketenpartners. Belangrijk is te noemen dat er op dit moment gewerkt wordt aan de mobiliteitsvisie en dat deze nog niet is verwerkt in de Omgevingsagenda. Het bereikbaar houden en blijven zet in op: 1. Goede autobereikbaarheid 2. Voldoende parkeren 3. Een doorgaand fietsnetwerk 4. Bereikbaar openbaar vervoer 5. Transferia en bronpunten 6. Functionele ondergrondse infrastructuur en hoogspanning En is er een relatie met de drie overkoepelende thema’s: A. Recreatie & Toerisme B. Klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en energietransitie C. Gezondheid & Milieu Opgave P3.1: Goede autobereikbaarheid De druk op het wegennet is in heel de gemeente hoog. Daarbij is er veel sluipverkeer door de gemeente heen, dat voor veel overlast zorgt.
In afwachting van de mobiliteitsvisie lijkt het verstandig om voor de Omgevingsvisie de grootste verkeersknelpunten in beeld te brengen. In en langs de gemeente lopen de snelwegen A15 en A27, dit zorgt voor goede toegangen (bronpunten) tot de gemeente. De A15 wordt verbreed en bij de A27 wordt een nieuwe afslag gerealiseerd voor het bedrijventerrein Grote Haar. Vanaf de snelwegen gezien biedt de gemeente een karakteristiek open beeld (zichtlijnen), dit dient behouden te blijven. De linten zijn op dit moment te druk belast met autoverkeer, landbouwverkeer en langzaam verkeer (zowel van eigen inwoners als recreanten). Door de verschillende gebruikers in de soms krappe ruimte ontstaan er conflicten en verkeersonveilige situaties. Vooral het landbouwverkeer vraagt veel ruimte. Verkeersveiligheid is een vaak genoemd thema, waar in de Omgevingsvisie aandacht besteedt moet worden. Verder wordt binnen de gemeente wordt ingezet op het gebruik van de fiets om het aantal korte ritten met de auto binnen de gemeente te beperken. Opgave P3.2: Voldoende parkeren Parkeren moet in de kernen een goede plek krijgen, maar moet niet dominant in het straatbeeld zijn. Er moet altijd een goede afweging gemaakt worden tussen aantrekkelijke woonomgeving, klimaatbestendigheid/groen en voldoende ruimte voor parkeren. Voor duurzame mobiliteit moet er voldoende ruimte zijn voor laadinfrastructuur.
Vooral op strategische plekken moet hierop worden ingezet, bijvoorbeeld bij transferia en de grote parkeergelegenheden.
26
De ambitie om fietsen aantrekkelijker te maken, vraagt ook om een investering in voldoende fietsparkeren. De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen, dichtbij voorzieningen of OV-haltes. Opgave P3.3: Een doorgaand fietsnetwerk Binnen de gemeente wordt ingezet op betere langzaam verkeersroutes, zowel binnen de gemeente als naar buiten toe. Het fietsroutenetwerk dient te worden verbreed in samenwerking met de regio. Hiermee wordt de bestaande toeristischrecreatieve structuur verbeterd. De toevoeging van nieuwe recreatieve routestructuren en voorzieningen op knopen biedt de (economische) basis voor de instandhouding van het landschap. Op dit moment wordt er door de provincie gewerkt aan een plan voor snelfietsroutes. Deze zijn nog niet opgenomen in deze Omgevingsagenda. Zoals gezegd zijn er vaak conflicten tussen landbouwverkeer en langzaam verkeer door medegebruik van de ruimte, vooral op de linten zorgt dit vaak voor problemen en zal er dus gewerkt moeten worden aan verbetering van deze situaties. Opgave P3.4: Bereikbaar openbaar vervoer De bereikbaarheid van de kernen met het openbaar vervoer is op veel plekken moeilijk. De gemeente heeft de wens om de bereikbaarheid met het OV te verbeteren door uitbreiding van het netwerk of vergroting van de intensiteit.
Vanuit de provincie zijn er juist plannen om te werken met OV-hubs waardoor niet elk dorp meer bereikbaar is met de bus. Dit dilemma zal voor de Omgevingsvisie verder besproken moeten worden. Opgave P3.5: Transferia en bronpunten Bronpunten zijn de plekken waar de meeste verkeersgebruikers de gemeente binnen komen, maar ook de plekken waar grote groepen verkeersgebruikers naar toe gaan, zoals de belangrijkste toeristische voorzieningen. De gemeente is van meerdere kanten op verschillende manieren te bereiken, via snelwegen, spoor, maar ook over het water. Op een aantal van deze bronpunten wordt gewerkt aan de realisatie van transferia/mobiliteitshubs. Dit zijn vertrek-, overstap- of eindpunten voor inwoners, maar zeker ook voor toeristen en recreanten. Juist voor het kanaliseren van de (toeristische) drukte zijn transferia een goede oplossing. Van daaruit kan de rest van de gemeente bereikt worden. De mobiliteitshub bij Kinderdijk is één van de belangrijkste ter verbetering van de vitaliteit in de gemeente en zeker voor de directe omgeving van Kinderdijk en de kern Alblasserdam. Het streefbeeld is een transferium in Alblasserdam met complete informatievoorzieningen en een optimale shuttle-service over water/weg. Dit in combinatie met een toegangsprijs voor bezoekers. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is de invoering van vergunningparkeren in Kinderdijk en Alblasserdam-noord.
Avonturenboerderij Molenwaard en vakantiepark Molenwaard trekken veel verkeer aan en zijn daarbij aandachtpunten voor het mobiliteitsbeleid, als bronpunten/eindpunten.
27
Als extra mogelijk dient het vervoer over water gestimuleerd te worden als oplossingen voor de ontsluitingsproblematiek, onder andere voor Kinderdijk. Mogelijk kan er een extra waterbushalte worden gerealiseerd bij Kinderdijk en kan dit gekoppeld worden aan een doorgaande recreatieve verbinding over water met Nieuwpoort. Opgave P3.6: Functionele ondergrondse infrastructuur en hoogspanning De riolering is op veel plekken in de linten aan zijn maximale capaciteit. Op dit moment wordt hier een inventarisatie voor uitgevoerd om de huidige situatie en problematiek in beeld te brengen. Bij herinrichting of werkzaamheden moet gekeken worden naar de meekoppelkansen, dit zorgt voor een integrale wijkaanpak bij de aanleg van laadpalen, riolering en andere ondergrondse infrastructuur. De hoogspanningskabels door de gemeente blijven behouden, deze worden niet onder de grond gebracht. Onder deze kabels is geen ontwikkeling mogelijk. Op dit moment worden woningen onder de hoogspanningskabels uitgekocht in het kader van een landelijke regeling. Verder loopt door Molenlanden een gasleiding waarop ook geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Uitgangspunten P3.A: Recreatie & Toerisme Recreatie & Toerisme is een gemeentebreed overkoepelend thema die apart wordt toegelicht in paragraaf A.