CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Groot onderhoud bijlagen

Gezamenlijke Commissievergadering 6 februari 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 7. Bestemmingsplan N214 Groot Onderhoud29.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Compensatieplan naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20180431

4

3. BELANGRIJK WEIDEVOGELGEBIED Locatie De locatie waar het belangrijke weidevogelgebied gerealiseerd kan worden dient afgestemd te worden met de Provincie Zuid-Holland. Beheer In het weidevogelbeheer zal rekening worden gehouden met een jaarlijkse rustperiode in de nestfase waarin agrarische werkzaamheden niet zijn toegestaan van 1 april tot en met 15 juni. Het project betaalt dit beheer voor een periode van 30 jaar. De kosten voor de beheersmaatregelen betreffen een gemiddelde die over heel Nederland gezien nodig zijn om het beheertype in stand te houden. Afhankelijk van de regionale omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om het beheer aan te passen voor de instandhouding van het beheertype (Bron: BIJ12, prijspeil 2018). De kosten bedragen voor N13.01 Vochtig weidevogelgrasland € 723,29 per hectare en per jaar (Bron: BIJ12, prijspeil 2018). Monitoring Vochtig weidevogelgrasland van goede kwaliteit heeft een open karakter zonder opgaande structuurelementen, waardoor de dekking voor predatoren beperkt is. Naast de overwegende korte grazige vegetaties is ook enig mozaïek gewenst van hoge en lage gras- en kruidenvegetatie en een rijk begroeide slootkant voor voedsel en dekking van de kuikens. Dit mozaïek wordt verkregen door een afwisseling van tijdstip en vorm van beheer (maaien, begrazen).

Voor de broedvogels dient 1x per 3 jaar een inventarisatie naar de kwalificerende soorten te worden uitgevoerd.

Compensatieplan naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20180431

5

4. ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE Inrichting De compensatiegronden binnen de NNN-begrenzing zullen indien nodig worden ingericht voor het in het Natuurbeheerplan 2017 vastgelegde ambitie beheertype ‘N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland ’ indien dit beter aansluit bij de naastgelegen percelen. Compensatiegronden buiten de NNN-begrenzing zullen worden ingericht gericht op het ambitie beheertype van het aangrenzende NNN-gebied. De kosten voor de basisinrichting is afhankelijk is van het natuurtype en de benodigde maatregelen, te berekenen volgens de standaardkosten zoals die in het Programma Groen zijn opgenomen, en bedragen €15.000 per hectare. (Bron: Uitvoeringsregeling Natuurcompensatie provincie Zuid-Holland). Met deze kosten is in de investeringsraming van het project rekening gehouden. Beheer De NNN-compensatie omvat een ontwikkelingstijd voor een duur van 10 jaar (conform de Spelregels EHS, beleidskader voor compensatiebeginsel). Compensatiegronden buiten NNN-begrenzing zullen worden en beheerd gericht op het ambitie beheertype. De kosten voor de beheersmaatregelen betreffen een gemiddelde die over heel Nederland gezien nodig zijn om het beheertype in stand te houden. Afhankelijk van de regionale omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om het beheer aan te passen voor de instandhouding van het beheertype (Bron: BIJ12, prijspeil 2018).

De kosten bedragen voor N05.01 Moeras € 497,03 per hectare en per jaar, N04.02 Zoete plas € 58,41 per hectare en per jaar en N12.02 Kruidenen faunarijk grasland € 231,08 per hectare en per jaar (Bron: BIJ12, prijspeil 2018). Monitoring N05.01 Moeras Een gevarieerd en structuurrijk moeras vormt een geschikte biotoop voor diverse faunagroepen zoals libellen, vissen, amfibieën en zoogdieren. Minstens dertig procent van de oppervlakte van het beheertype wordt ingenomen door riet, hoge zeggen en/of hoge biezen. Dit structuurelement is van groot belang als broedgebied voor moeras- en rietlandvogels zoals grote karekiet, roerdomp, purperreiger, snor en rietzanger. Het type kan tot maximaal 20% (open) water omvatten. Het voorkomen van soortenrijke drijftillen is het meest indicatief voor de goede kwaliteit van het beheertype, wordt hier echter niet als structuurelement onderscheiden, omdat dit lastig te monitoren (en te omgrenzen) is. Voor de planten, libellen en broedvogels dient 1x per 6 jaar een inventarisatie naar de kwalificerende soorten te worden uitgevoerd. N04.02 Zoete plas De kwaliteit van de structuur van het type valt wordt bepaald door de variatie in de inrichting en in de oeverzone. Voor de planten, libellen, vissen en dagvlinders dient 1x per 3 tot 6 jaar een inventarisatie naar de kwalificerende soorten te worden uitgevoerd.

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Variatie in structuur is belangrijk voor faunasoorten die in dit grasland voorkomen. Zo zorgt een afwisseling tussen korte en hoge vegetatie met plaatselijk ruigte en struweel voor verschil in microklimaat, hetgeen van belang is voor dagvlinders, andere insecten, reptielen, vogels en kleine zoogdieren. Voor de planten en dagvlinders dient 1x per 6 jaar een inventarisatie naar de kwalificerende soorten te worden uitgevoerd.

Compensatieplan naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20180431

6

REFERENTIELIJST Arcadis 2017. Nee, tenzij toets NNN en weidevogelgebied en compensatieplan, Provincie Noord-Holland. 9 februari 2017. ATKB 2017. (Herziene) nota ecologische verbindingen in de provincie Zuid-Holland. Kenmerk 20160402/rap01, d.d. 28 augustus 2017. www.BIJ12.nl Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Ministeries van LNV en VROM en de provincies, 2007. Spelregels EHS, beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-Saldobenadering en herbegrenzen EHS. Provincie Zuid-Holland, 2016. Natuurbeheerplan Zuid-Holland 2017. Provincie Zuid-Holland, 2013. Beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013. Provincie Zuid-Holland, 2017. Integrale kaarten Zuid-Holland VanderHelm Milieubeheer B.V. Ecologische quickscan tracé N214. kenmerk IVPA160765, d.d. 15 juli 2016. VanderHelm Milieubeheer B.V. Soortgericht onderzoek vleermuizen, vissen, vogels en heikikker. kenmerk IVPA161075, d.d. 23 november 2017. VanderHelm Milieubeheer B.V. Nee tenzij toets. kenmerk IVPA161075

Compensatieplan naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20180431

7

86

Rho adviseurs voor leefruimte

87

Bijlage 4

Nee, tenzij toets tracé N214

Rho adviseurs voor leefruimte

NEE, TENZIJ TOETS NATUUR NETWERK NEDERLAND,

ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE EN BELANGRIJK WEIDEVOGELGEBIED

M I L I E U B E H E E R

N214 IN DE ALBLASSERWAARD

NEE, TENZIJ TOETS NATUUR NETWERK NEDERLAND, ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE EN BELANGRIJK WEIDEVOGELGEBIED N214 IN DE ALBLASSERWAARD

Colofon

Opdrachtgever:

Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. A. Kolders

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Projectcode:

IVPA161075

Status / versie

Definitief

Datum

7 januari 2020

Verantwoording

Auteur

Dhr. ing. A. Kolders

Kwaliteitscontrole

Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil

Vrijgave

Mevr. M. Kortlever-Boer MSc

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 3 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 3 1.3 DESKUNDIGHEID ...................................................................................................................................................... 3 1.4 KWALITEITSBORGING................................................................................................................................................. 3 1.5 VERANTWOORDING .................................................................................................................................................. 3 2. JURIDISCH KADER .............................................................................................................................................. 4 2.1 NATUUR NETWERK NEDERLAND..................................................................................................................................

4 2.2 ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE ................................................................................................................................ 4 2.3 BELANGRIJK WEIDEVOGELGEBIED ................................................................................................................................. 4 3. PROJECTGEBIED................................................................................................................................................. 5 3.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 5 3.2 LOCATIE EN LIGGING NNN, ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE EN WEIDEVOGELGEBIED ........................................................... 6 3.3 TOEKOMSTIGE SITUATIE, WERKZAAMHEDEN EN PLANNING ................................................................................................ 7 3.4 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................................. 7 4. BESCHRIJVING WEZENLIJKE KENMERKEN EN WAARDEN ...................................................................................

8 4.1 NNN ..................................................................................................................................................................... 8 4.2 ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE ................................................................................................................................ 9 4.3 BELANGRIJKE WEIDEVOGELGEBIEDEN.......................................................................................................................... 11 5. EFFECTENBEOORDERLING ................................................................................................................................12 5.1 NEE, TENZIJ AFWEGING............................................................................................................................................ 12 5.2 AANTASTING BESCHERMDE GEBIEDEN ......................................................................................................................... 12 5.3 COMPENSATIE ....................................................................................................................................................... 15 5.4 COMPENSATIEOPGAVE N214 ................................................................................................................................... 17 6.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ......................................................................................................................18 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................19

BIJLAGEN 1. REGIONALE SITUATIEKAART 2. COMPENSATIE TEKENING NNN, ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE EN WEIDEVOGELGEBIED

Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

2

1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van Provincie Zuid-Holland opdracht gekregen voor het bepalen van het effect van de herontwikkeling van natuurverbindingen en belangrijk weidevogelgebied langs het tracé N214 in de Alblasserwaard. 1.1 AANLEIDING Aanleiding voor het uitvoeren van het bepalen van het effect van de herontwikkeling op de natuurverbindingen en het belangrijk weidevogelgebied zijn de voorziene werkzaamheden in het projectgebied en de resultaten van een eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V. kenmerk IVPA161075, d.d. 15 juli 2016). Uit de ecologische quickscan blijkt dat de werkzaamheden mogelijk effect hebben op de ecologische verbindingszones en de belangrijke weidevogelgebieden. 1.2 DOELSTELLING Doel van dit ecologisch onderzoek is het bepalen van het effect van de werkzaamheden op de natuurverbindingen en het belangrijk weidevogelgebied, de eventueel te nemen vervolgstappen in het kader van deze beschermde elementen en het bepalen van de compensatieopgave voor de verschillende natuurgebieden. 1.3 DESKUNDIGHEID De ingezette ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken, zie box 1, genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige.

Box 1: Deskundigheid (Bron: Ministerie van Economische Zaken) Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet Natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

1.4 KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op het door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2008. 1.5 VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek. Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

3

2. JURIDISCH KADER Het projectgebied maakt (gedeeltelijk) onderdeel uit van een Natuur Netwerk Nederland (hierna: NNN), een ecologische verbindingszone en een belangrijk weidevogelgebied. De Provincie Zuid-Holland richt zich daarnaast op het behoud van weidevogels en het karakteristieke open weidelandschap waarin zij leven. Hiervoor zijn belangrijke weidevogelgebieden aangewezen die eveneens planologisch zijn beschermd in het kader van de provinciale verordening. 2.1 NATUUR NETWERK NEDERLAND Het beschermingsregime voor gebieden die vallen onder het NNN vloeit voort uit de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. Het is in de Nota Ruimte op nationaal niveau en vervolgens door de provincies op provinciaal niveau nader uitgewerkt. Bescherming van deze gebieden is op planologische basis en er wordt van uitgegaan van het ‘Nee, tenzij’-regime en compensatiebeginsel. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom geldt in het NNN het ‘nee, tenzij’- regime. Dit betekent dat werkzaamheden op voorhand niet uitgevoerd mogen worden (nee-principe), tenzij uit onderzoek blijkt dat geen negatief effect ontstaat.

Indien een voorgenomen ingreep de ‘nee, tenzij’-afweging met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Indien een voorgenomen ingreep niet voldoet aan de voorwaarden uit het ‘nee, tenzij’-regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden. 2.2 ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE Ecologische verbindingszones vormen groene verbindingen tussen natuurgebieden en zorgen ervoor dat dieren en planten niet geïsoleerd raken en veilig kunnen migreren. Naast dat de verbindingszones functioneren als migratieroutes zijn deze geschikt als voortplantings- en rustplaats voor diverse soorten dieren. 2.3 BELANGRIJK WEIDEVOGELGEBIED Belangrijke weidevogelgebieden zijn agrarisch gebieden met een hoge weidevogeldichtheid die als zodanig zijn aangeduid op de functiekaart en op de kaart Ecologische Hoofdstructuur en belangrijke weidevogelgebieden in de provinciale Structuurvisie. De belangrijke weidevogelgebieden zijn in het natuurbeheerplan begrensd en worden via de provinciale ruimtelijke verordening beschermd tegen inbreuken op de openheid. Een wijziging van het bestemmingsplan die tot oppervlakteverlies, verstoring of een peilverlaging leidt in het weidevogelleefgebied is niet toegestaan, tenzij er geen aanvaardbaar alternatief aanwezig is en een groot openbaar belang wordt gediend (‘nee, tenzij’).

Als een ingreep (onder bovengenoemde voorwaarden) wordt toegestaan, moet de initiatiefnemer het weidevogelleefgebied dat verloren gaat, op eigen kosten compenseren.

Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

4

3. PROJECTGEBIED 3.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied bestaat uit het tracé N214 tussen de A15 ter hoogte van Papendrecht en de A27 ter hoogte van Noordeloos. Binnen het projectgebied de N214 vallen de bermen en watergangen aan weerszijde van de N214, de bomen en struiken langs de N214, met name de bomen en struiken die gekapt gaan worden ten behoeve van het verjongingsplan en de kunstwerken in de vorm van duikers en bruggen. De omgeving van het projectgebied bestaat uit agrarisch landschap: weilanden met koeien. In de directe omgeving van het projectgebied liggen enkele natuurgebieden/recreatiegebieden zoals het Alblasserbos, Kraaienbos met plas en Slingelandse plassen. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1 en afbeelding 2 en voor de regionale ligging wordt verwezen naar bijlage 1. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie: Kilometerhok (Rijksdriehoekscoördinaten):

Tracé N214 tussen A15 (Papendrecht) en de A27 (Noordeloos) Provincialeweg N214 en N216 Oud-Alblas, Papendrecht, Wijngaarden, Bleskensgraaf, Molenaarsgraaf, Ottoland, Hoornaar, Noordeloos, Minkeloos en Goudriaan. Papendrecht, Molenwaard en Giessenlanden Zuid-Holland X: 108 t/m 123 Y: 428 t/m 434

Minkeloos

N214/ N216

Afbeelding 1: Globale begrenzing projectgebied met een rode lijn en relevante deelgebieden (Bron: Bingmaps)

Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

5

3.2 LOCATIE EN LIGGING NNN, ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE EN WEIDEVOGELGEBIED Het projectgebied ligt in een gebied van de NNN, een ecologische verbindingszone en een belangrijk weidevogelgebied. Het NNN-gebied betreft het Kippenbos, de noordkant van het Alblasserbos. Langs de N214 bevindt tussen het Kippenbos en de kruising N214-N216, een ecologische verbindingszone en daarnaast liggen er diverse belangrijke weidevogelgebieden langs de N214. Op onderstaande afbeeldingen 2 en 3 zijn de NNN-gebieden, ecologische verbindingszones en weidevogelgebieden weergegeven.

Afbeelding 2 en 3: Ligging N214 (projectgebied rode lijn, dit betreft een globale ligging) ten opzichte van de NNN (donkere groene vlakken, liggen hier buiten het projectgebied), ecologische verbindingszone (paarse lijn) en belangrijke weidevogelgebieden (lichtgroene vlakken) (bron: interactieve kaarten en atlassen, Provincie Zuid-Holland). Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

6

3.3 TOEKOMSTIGE SITUATIE, WERKZAAMHEDEN EN PLANNING In de toekomst worden werkzaamheden uitgevoerd aan de N214 tussen de A15 en de A27. Er wordt groot onderhoud gepleegd aan de weg. In tabel 2 is weergegeven welke werkzaamheden van invloed zijn op de NNN, ecologische verbindingszone en belangrijk weidevogelgebied. Tabel 2: Werkzaamheden die effect hebben op de beschermde gebieden

Werkzaamheden

Maatregel

Wordt er gewerkt in beschermd gebied?

Ombouwen van het noordelijk gelegen (brom)fietspad Rotonde N214/N481 ombouwen

Watergang opgeschoven worden Watergangen dempen en bomen kappen Bermen verwijderen

Er zal een gedeelte van belangrijk weidevogelgebied worden vernietigd. Een aantal bomen in NNN worden gekapt.

Optimaliseren aansluiting tankstation Aanleggen vluchthavens Aanpassen kruising N214/N216 Rotonde aanleggen Middenweg Rotonde aanleggen Gorissenweg Kruising aanleggen Minkeloos Aanpassen bermen Aanpassen van tankstation hm 20.0 Parallelweg Laantje verbreden hm 18.9 – 19.3 Opheffing aansluiting Grotewaard (molen) hm 20.3 Verbeteren diverse kunstwerken Asfalt aanpassen vanaf Gorissenweg tot A27 Bomenvakken kappen op diverse locaties

Bermen verwijderen Watergangen dempen en bomen kappen Watergang dempen en grasland verwijderen Rotonde verbreden Watergang dempen en grasland verwijderen Bermen verwijderen Aanleggen linksafvak en verwijderen pechhaven Verbreden van de weg

Een gedeelte van ecologische verbindingszone wordt verwijderd. Een gedeelte van ecologische verbindingszone wordt verwijderd. Mogelijk worden hier gewerkt in ecologische verbindingszone en belangrijk weidevogelgebied. Er zal een gedeelte van belangrijk weidevogelgebied worden vernietigd. Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied. Er zal een gedeelte van belangrijk weidevogelgebied worden vernietigd. Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied. Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied. Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied.

Verwijderen van de aansluiting Grotewaard Schadeherstel aan diverse kunstwerken Asfalt vervangen

Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied.

Bomen kappen

Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied.

Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied. Er wordt niet gewerkt in een beschermd gebied.

De exacte planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van het ecologisch onderzoek nog niet bekend. Vooralsnog staat de uitvoering gepland eind 2019, begin 2020, maar dit is nog afhankelijk van diverse factoren. 3.4 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK Langs het tracé zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar soorten die volgens de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Langs het tracé zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd:  VanderHelm Milieubeheer B.V., ecologische quickscan, kenmerk IVPA160765, d.d. 15 juli 2016.  VanderHelm Milieubeheer B.V., ecologische quickscan, kenmerk 20170446, d.d. 20 april 2017.  VanderHelm Milieubeheer B.V., soortgericht onderzoek, kenmerk 20171584, d.d. 13 november 2017.  VanderHelm Milieubeheer B.V., soortgericht onderzoek, kenmerk IVPA161075, d.d. 23 november 2017.  VanderHelm Milieubeheer B.V., soortgericht onderzoek, kenmerk 20170446, d.d. 23 november 2017. Op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken zijn de volgende juridisch zwaarder beschermde soorten aanwezig langs het hele tracé:  Europees beschermd: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en baardvleermuis.  Europees beschermd: heikikker en rugstreeppad.  Nationaal beschermd: grote modderkruiper.  Vogelrichtlijn categorie 2: roek.  Vogelrichtlijn categorie 4: buizerd en ransuil.

 Vogelrichtlijn categorie 5: boomkruiper, ekster, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte kraai (voldoende alternatief).  Diverse algemene broedvogels. Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

7

4. BESCHRIJVING WEZENLIJKE KENMERKEN EN WAARDEN In deze paragraaf wordt voor het hele tracé de NNN en ecologische verbindingszones weergegeven en een beschrijving gegeven van de bijbehorende natuurbeheertypen. 4.1 NNN In het Natuurbeheerplan (2017) zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN en ecologische verbindingszone weergegeven. Het Natuurbeheerplan bevat het huidige en de gewenste beheer voor de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en agrarische gebieden met natuurwaarden. In het Natuurbeheerplan begrenst en beschrijft de provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden en welke natuuren landschapsdoelen met het beheer worden gediend. NNN Kippenbos: Het kippenbos, ter plaatse van de N214/N481 is in het Natuurbeheerplan (2017) aangegeven als natuurbeheertypen: N14.02 Hoog- en laagveenbos. In de omgeving van het projectgebied (zoals het Alblasserbos) zijn diverse andere natuurbeheertypen aanwezig, maar hier worden geen werkzaamheden uitgevoerd en de werkzaamheden in het projectgebied hebben op deze natuurbeheertypen geen negatieve invloed.

Afbeelding 4: Het NNN Kippenbos (projectgebied) betreft het blauwe vlak binnen de aangegeven rode lijn.

Toelichting natuurbeheertype N14.02 Hoog- en laagveenbos: Hoog- en laagveenbos is bos op natte standplaatsen op venige bodem met dominerende soorten als zwarte els, zachte berk en grauwe wilg. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Elzenverbond, verbond van de berkenbroekbossen en verbond van wilgenbroekstruwelen. Soms zijn deze bossen heel structuurrijk, soms vrij uniform. Hoog- en laagveenbos omvat bossen en struwelen en komt in vrijwel alle landschapstypen voor, waarbij hoogveenbossen tot de meest zeldzame broekbossen behoren. Water speelt een grote rol binnen het beheertype en bepaalt voor een groot deel de begroeiing. Bij veel invloed van regenwater (vooral in hoogveen) domineert de zachte berk en een ondergroei van veenmossen en dwergstruiken, bij invloed van grondwater (in laagveen en dalen) juist de zwarte els en moerasplanten. Aaneengesloten struwelen komen vooral voor in hoog-en laagveengebieden met soorten als grauwe wilg, gagel en zwarte appelbes. Op open plekken domineren moerasplanten. Hoog- en laagveenbossen kennen een hoge diversiteit bij veel structuurvariatie en de afwezigheid van verdroging. In Hoog- en laagveenbossen met elzen ontstaat deze variatie bij een hoge ouderdom door het ontstaan van hogere wortelkluiten en poelen na het omvallen van oude bomen.

Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

8

Veel veenbossen zijn op een natuurlijke manier ontstaan, soms na stopzetten van maaibeheer van rietlanden (laagveenmoerassen) of door verdroging en stikstofdepositie (hoogveen). Nationaal en internationaal worden Hoog- en laagveenbossen bedreigd door verdroging, versnippering en eutrofiering. Nederland heeft een belangrijke taak het areaal en de kwaliteit in stand te houden en waar nodig te verbeteren. Opvallend binnen bos op laagveen zijn diverse typische moerasplanten, zoals moerasvaren. 4.2 ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE Ecologische verbindingszone N214: De ecologische verbindingszone langs de N214 is in het Natuurbeheerplan (2017) aangegeven als ambitie: N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. De ecologische verbindingszones betreffen de Elzenweg en de Smoutjesvliet. Deze nog in te richten gebieden betreffen in de huidige situatie nog weiland, bermen en watergang waar intensief beheer wordt toegepast.

Afbeelding 5: De ecologische verbindingszone (projectgebied) betreft de roze lijn langs de N214.

Elzenweg De beheertypen die langs de Elzenweg voorkomen bestaan uit: N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N14.02 Hoog- en laagveenbos. Het betreft een brede aaneengesloten bosen moerasverbindingen. Als basis is een watergang aanwezig waarlangs natuurvriendelijke oevers en plasdrasbermen aangelegd zijn; hierdoor ontstaat een aaneengesloten moeraszone. In bredere stukken en in de stapstenen zijn poelen aangelegd en bosjes geplant. In de moeraszone komt een afwisselende soortenrijke moerasvegetatie voor en is ruimte voor riet. Op de drogere delen zijn smalle stroken bloemrijk grasland aanwezig. De kwaliteit van de verschillende natuurtypen is momenteel matig. Doelsoorten Zoogdieren: otter, bever, rosse woelmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing. Amfibieën en reptielen: heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, ringslang. Libellen: vroege glazenmaker, bruine glazenmaker, glassnijder, groene glazenmaker, smaragdlibel. Vlinders: argusvlinder, zwart sprietdikkopje, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: bittervoorn, grote modderkruiper, snoek, kroeskarper, zeelt. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: purperreiger, fuut, waterhoen, blauwborst, rietzanger, snor, wielewaal, spotvogel, matkop, kneu en grauwe vliegenvanger.

Vleermuizen kunnen de verbinding gebruiken als foerageergebied en vliegroute. Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

9

Alblasserbos – Slingenland De beheertypen die langs het Alblasserbos – Slingeland voorkomen bestaan uit: N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N14.02 Hoog- en laagveenbos. Op dit tracé wordt een bos- en moerasverbinding beoogd. Over de gehele lengte is een watergang aanwezig. Door de oevers te verflauwen (of plas-drasbermen in te richten) en ondiepten te realiseren ontstaat een doorgaande moeraszone die onder andere geschikt is voor libellen en vissen. Op bredere stukken en in de stapstenen worden poelen aangelegd. In de moeraszone wordt een afwisselende soortenrijke moerasvegetatie nagestreefd met riet en ruigtekruiden. Op de drogere delen zijn smalle stroken bloemrijk grasland aanwezig, die in de stapstenen en bredere delen overgaan in overjarige ruigte, struweel en uiteindelijk bos met boomsoorten als zwarte els en verschillende soorten wilg. Doelsoorten Zoogdieren: otter, bever, rosse woelmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing. Amfibieën en reptielen: heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, ringslang. Libellen: vroege glazenmaker, bruine glazenmaker, glassnijder, groene glazenmaker, smaragdlibel. Vlinders: argusvlinder, zwart sprietdikkopje, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: bittervoorn, grote modderkruiper, snoek, kroeskarper, zeelt. Slakken: platte schijfhoren.

Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: purperreiger, fuut, waterhoen, blauwborst, rietzanger, snor wielewaal, spotvogel, matkop, kneu en grauwe vliegenvanger. Diverse soorten vleermuizen kunnen de verbinding tevens gebruiken als foerageergebied en vliegroute. Smoutjesvliet De beheertypen die langs de Smoutjesvliet voorkomen bestaan uit: N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Deze moerasverbinding is gerealiseerd langs de Smoutjesvliet tussen Pinkeveer en Goudriaan in de Alblasserwaard. Op het tracé zijn stroken met drassig bloemrijk grasland, moeras en plas-drasbermen ingericht. Verspreid zijn kleinschalige landschapselementen zoals poelen en bosschages aanwezig. De verbinding is ingericht voor een verscheidenheid aan soort(groep)en die voorkomen in moerassige natuur. Om geschikt leefgebied voor de grote modderkruiper (belangrijke doelsoort in de Alblasserwaard) te creëren is enige verlanding toegestaan. Belangrijk leefgebied (Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk en Achterwaterschap) van de zeggekorfslak wordt door deze verbinding ontsloten en uitgebreid. Doelsoorten Zoogdieren: otter, bever, waterspitsmuis, noordse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing. Amfibieën en reptielen: heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, ringslang.

Libellen: bruine korenbout, vroege glazenmaker, bruine glazenmaker, glassnijder, groene glazenmaker. Vlinders: argusvlinder, zwart sprietdikkopje, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Vissen: bittervoorn, grote modderkruiper, snoek, kroeskarper, zeelt. Slakken: platte schijfhoren, zeggekorfslak. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: slobeend, zomertaling, fuut, waterhoen, grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, blauwborst, grote karekiet, graspieper, rietzanger, kneu en snor.

Nee, tenzij toets naar NNN, ecologische verbindingszones en belangrijk weidevogelgebied N214 in de Alblasserwaard Projectcode: IVPA161075

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=258a9735-ba50-4d8f-a425-6c468940b4ee