CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Groot onderhoud bijlagen

Gezamenlijke Commissievergadering 6 februari 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 7. Bestemmingsplan N214 Groot Onderhoud29.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

N214 GROOT ONDERHOUD Bestemmingsplan 7 december 2023

1/2

N214 Groot Onderhoud

Molenlanden

bestemmingsplan - bijlagen

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

20-11-2020 02-11-2021 07-12-2023

concept voorontwerp ontwerp ter vaststelling

NL.IMRO.1978.BPN214MLLNVA01 projectnummer:

20190804 opdrachtleider:

M. Backx

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

2

Inhoudsopgave

Bijlagen

3

Bijlage 1

Ontheffing Wet natuurbescherming

5

Bijlage 2

Activiteitenplan N214

19

Bijlage 3

Compensatieplan NNN

77

Bijlage 4

Nee, tenzij toets tracé N214

87

Bijlage 5

Weidevogel compensatieplan

111

Bijlage 6

Memo stikstof

133

Bijlage 7

AERIUS berekening aanlegfase

137

Bijlage 8

Archeologisch bureauonderzoek traject N214

149

Bijlage 9

Berekening watercompensatie

239

Bijlage 10

Overzicht waterhuishouding

245

Bijlage 11

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

265

Bijlage 12

Vooronderzoek NGE

353

Bijlage 13

Reactienota informatieavonden

417

Bijlage 14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling N214 Groot Onderhoud

445

Bijlage 15

Nota vooroverleg- en inspraakreacties

465

Bijlage 16

Nota zienswijzen

475

Rho adviseurs voor leefruimte

3

Bijlagen

Rho adviseurs voor leefruimte

4

Rho adviseurs voor leefruimte

5

Bijlage 1

Ontheffing Wet natuurbescherming

Rho adviseurs voor leefruimte

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl I www.odh.nl

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

: : :

00560003 ODH-2020-00043955 18 mei 2020

Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 5 september 2019 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in 3.8, eerste lid, en 3.10, tweede lid, (in samenhang met artikel 3.8) van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op groot onderhoud en verbetering van de verkeersveiligheid van de N214A+B en een capaciteitsuitbreiding van een gelijkvloerse kruising van de N214/N216. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper, alsmede het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker en de grote modderkruiper. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -

artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), de baardvleermuis (Myotis mystacinus) en de heikikker (Rana arvalis);

-

artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker (Rana arvalis). -

Artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis).

De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 januari 2020 tot en met 1 januari 2028.

Besluit Wij besluiten: I.

de aangevraagde ontheffing te verlenen;

II.

de voorschriften 1 tot en met 14 te verbinden aan deze ontheffing;

III.

de aanvraag van 5 september 2019 en de aanvullende stukken van 20 maart 2020 onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;

IV.

dat deze ontheffing geldig is van de datum van dit besluit tot 1 januari 2028.

Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,

ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.

2/13

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1

De ontheffinghouder dient: a de start van de werkzaamheden schriftelijk te melden; b het ecologisch werkprotocol op te sturen; c het aanbrengen van de permanente voorziening uiterlijk een week voorafgaand aan het plaatsen schriftelijk te melden; d eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering een week van te voren schriftelijk te melden; e de beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van te voren te melden. Voorgaande meldingen dienen gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 0787708585, e-mailadres: meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van flora en fauna.

2

De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het activiteitenplan. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld, waarin in ieder geval het volgende dient te worden opgenomen: a de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b aanduiding van de locatie van het plangebied; c de uit te voeren werkzaamheden; d de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e de mitigerende en compenserende maatregelen; f de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt.

3

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en het ecologisch werkprotocol op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

4

De details over de plaatsing, de types en het onderhoud van de voorzieningen dienen te worden gemeld via het registratieformulier verblijfsvoorzieningen op www.odh.nl1. Dit dient uiterlijk: a Eén week voor het plaatsen van de tijdelijke voorzieningen of uiterlijk twee weken na het ontvangen van de ontheffing; b Eén week voor het plaatsen van de permanente voorzieningen.

5

De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige2 op het gebied van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper.

1

https://eloket.odh.nl/verblijfsvoorzieningen.

2

Onder een deskundige wordt verstaan: • Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; • Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; • Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; • Hij/zij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied;

•

Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten.

3/13

6

De ontheffinghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard, d.d. 22 augustus 2019, en de aanvullende informatie van d.d. 20 maart 2020.

7

Indien een of meerdere in voorschrift 6 en de specifieke voorschriften genoemde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.

8

Tijdig, minimaal één maand, voordat de in voorschrift 7 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te worden overgelegd .

Specifieke voorschriften Vleermuizen 9

De werkzaamheden dienen overdag uitgevoerd te worden. Daar waar het nodig is om in de ochtend- of avondschemer te belichten (zonsopgang, resp. zonsondergang), dient het kunstlicht uitsluitend te zijn gericht op de bouwplaats en niet op de vliegroutes/massa foerageergebieden binnen het plangebied of de omgeving van het plangebied.

10 Vóórdat de mitigerende en compenserende maatregelen starten, dient uiterlijk één maand vóórafgaand aan de werkzaamheden, een plan van aanpak ten behoeve van de mitigerende en compenserende maatregelen ter goedkeuring aan ODH te worden overgelegd. In dit plan van aanpak dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de uitwerking van de gestelde voorwaarden aan tijdelijke en permanente alternatieve vliegroutes, en dient de fasering in ruimte en tijd inzichtelijk gemaakt te worden en in een werkplan te worden vastgelegd. 11 Voor het uitvoeren van het monitoringsonderzoek naar vleermuizen en broedvogels in 2020, dient u tijdig, minimaal één maand voordat het monitoringsonderzoek wordt uitgevoerd, een monitoringsplan uit te werken en ter goedkeuring voor te leggen aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, emailadres meldingwnb@ozhz.nl. In voorgenoemd monitoringsplan dient u in ieder geval concreet in te gaan op: a De wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd (o.a. aantal waarnemers etc.); b Wanneer en hoe laat de monitoringsmomenten plaatsvinden, in weIke frequentie en met weIke geplande duur; c Wie er verantwoordelijk is voor de uitvoering en rapportage van de monitoring.

Indien bij de monitoring samenwerking met bijvoorbeeld lokale werkgroepen plaatsvindt, dient u dit ook te vermelden; d De momenten wanneer de tussentijdse en eindresultaten worden opgeleverd aan het bevoegd gezag en op weIke wijze dit gebeurt (rapportage of anderzijds); en e De mogelijkheden die er zijn om de effectiviteit van de alternatieve nestlocaties te verbeteren bij tegenvallende monitoringsresultaten. 12 Naar aanleiding van het monitoringsonderzoek naar vleermuizen en broedvogels in 2020, worden de resultaten, zoals verplaatsingen van verblijfslocaties en nesten en het actuele gebruik van (essentiële) vliegroutes van vleermuizen, en conclusies (eventuele aanpassing van de mitigerende en compenserende maatregelen), verwerkt in een rapport. Dit rapport dient uiterlijk twee weken na afronding van het monitoringsonderzoek verstrekt te worden aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, e-mailadres meldingwnb@ozhz.nl. Het bevoegd gezag kan aanvullende voorschriften opleggen, indien de monitoringsresultaten hiertoe aanleiding geven.

4/13

Heikikker en grote modderkruiper 13 Vóórdat de mitigerende en compenserende maatregelen starten, dient uiterlijk één maand vóórafgaand aan de werkzaamheden, een plan van aanpak ten behoeve van de mitigerende en compenserende maatregelen ter goedkeuring aan ODH te worden overgelegd. In dit plan van aanpak dient in ieder geval met de volgende punten rekening te worden gehouden: a. Uitwerking gestelde voorwaarden aan nieuw functioneel leefgebied van de heikikker en de grote modderkruiper; b. De fasering in ruimte en tijd dient inzichtelijk te worden gemaakt en in een werkplan te worden vastgelegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de plekken waar de (kern)populaties van heikikker en grote modderkruiper aanwezig zijn in het gebied. 14 De deskundige op het gebied van de heikikker en grote modderkruiper dient alle bevindingen bij te houden in een logboek en heeft deze (digitaal) beschikbaar op de project locatie. Daarnaast dient het logboek uiterlijk twee weken na afronding van de werkzaamheden verstrekt te worden aan Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en (indien van toepassing) hoeveel volwassen en juveniele exemplaren van de heikikker (individuen) en grote modderkruiper zijn verplaatst en/of wanneer en waar larven / eieren zijn weggevangen en uitgezet.

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK • Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. • Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. • Als de ontheffinghouder de onderhoudsverplichting wenst over te dragen aan een derde dan moet de ontheffinghouder zorgdragen voor het contractueel vastleggen hiervan.

5/13

OVERWEGINGEN Aanleiding Op 5 september 2019 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in 3.8, eerste lid, en 3.10, tweede lid, (in samenhang met artikel 3.8) van de Wnb (verder Wnb). De aanvraag heeft betrekking op groot onderhoud en verbetering van de verkeersveiligheid van de N214A+B en een capaciteitsuitbreiding van een gelijkvloerse kruising van de N214/N216. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper, alsmede het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker en de grote modderkruiper. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -

artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), de baardvleermuis (Myotis mystacinus) en de heikikker (Rana arvalis);

-

artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker (Rana arvalis). -

Artikel 3.10, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis).

De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 januari 2020 tot en met 1 januari 2028. Bij de aanvraag zijn de volgende stukken gevoegd: - VanderHelm Milieubeheer B.V. Kenmerk 20171584. Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkruiper trace N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard, d.d. 22 augustus 2019 - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk IVPA160765, d.d. 15 juli 2016: Ecologische quickscan tracé N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard. - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20170446, d.d. 20 april 2017: Ecologische quickscan kruising N214-N216 te Goudriaan. - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20171584, d.d. 13 november 2017: Ecologische quicksan groot onderhoud 3 kruispunten ter hoogte van Gorissenweg, Middenweg en Minkeloos te Noordeloos - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk IVPA161075, d.d. 23 november 2017: Soortgericht onderzoek vleermuizen, vissen, vogels en heikikker tracé N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard. - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20170446, d.d. 23 november 2017: Soortgericht onderzoek vleermuizen, grote modderkruiper, vogels en heikikker kruising N214-N216 te Goudriaan. - VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20171584, d.d.

14 augustus 2018: Soortgericht onderzoek naar grote modderkruiper, rugstreeppad en heikikker ter hoogte van de Middenweg en Minkeloos te Noordeloos. - Lichtberekening openbare weg: Tauw B.V., kenmerk DL01-1260742XSO-V04, d.d. 21 maart 2019 - Lichtberekening (fiets)onderdoorgang: Tauw B.V., kenmerk DL03-1260742XSO-V02, d.d. 27 februari 2019 - Notitie: Tauw B.V., kenmerk N006-1260742XSO-V03, d.d. 21 maart 2019 - Ontwerp: Tauw B.V., projectnummer 1260742, tekeningnummer: 23, Project: N214/N216 Gelijkvloerse kruising, Onderdeel: Openbare verlichting, d.d.21 maart 2019 - Ontwerp: Tauw B.V., projectnummer 1260742, tekeningnummer: 23, Project: N214/N216 Gelijkvloerse kruising, Onderdeel: Openbare verlichting, d.d. 21 augustus 2019

6/13

Op 20 maart 2020 hebben wij de aanvullende informatie ontvangen: - Van der Helm Milieubeheer B.V. Kenmerk 20181563. Aanvulling op ontheffingsaanvraag zaaknummer 00560003, Groot onderhoud tracé N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard, d.d. 20 maart 2020.

Procedure Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking. Doordat de aangeleverde gegevens onvolledig waren, is de procedure op 24 februari 2020 opgeschort en is verzocht om aanvullende gegevens. De procedure is op 20 maart 2020 hervat. Verlenging Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, Wnb hebben wij op 13 september 2019 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd.

Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag.

Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan de artikelen 3.5, 3.8 en 3.10 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en de heikikker zijn van nature in Nederland in het wild levend dieren van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a bij de Habitatrichtlijn. De ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en de heikikker zijn tevens genoemd in bijlage II bij het Verdrag van Bern. Op grond van artikel 3.5 van de Wnb is het verboden: - de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis en de heikikker opzettelijk te verstoren (tweede lid); - voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker te beschadigen of te vernielen (vierde lid). De grote modderkruiper is van nature in Nederland in het wild levende dier, genoemd in bijlage, onderdeel A bij Wnb Op grond van artikel 3.10 van de Wnb is het verboden: - de grote modderkruiper vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen (eerste lid onder b);

Beoordeling Aanvraag De aanvraag heeft betrekking op groot onderhoud en verbetering van de verkeersveiligheid van de N214A+B en een capaciteitsuitbreiding van de gelijkvloerse kruising van de N214/N216. Hierbij zullen een aantal bomen gekapt worden en enkele watergangen worden gedempt. Alle maatregelen aan de N214

7/13

(inclusief de kruising N214/N216) worden gelijktijdig in één project uitgevoerd en bestaat uit de volgende onderdelen: - Het groot onderhoud aan al het bestaande asfalt en het vervangen van het wegmeubilair (geleiderails, verlichting, bewegwijzering, bebording etc.). - Het versterken van de wegbermen en het aanbrengen van vluchthavens i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het vervangen van de duikers onder de weg (N214) en onderhoud aan kunstwerken of vervanging daarvan (m.n. bruggen). - Het verbreden van een bestaand fietspad aan de noordzijde van de N214 tussen de A15 en de N481 Peilmolenweg i.v.m. met name verkeersveiligheid. - Het ombouwen van de bestaande enkelstrooksrotonde bij de kruising N214/N481 naar een turborotonde i.v.m. verkeersveiligheid en doorstroming. - Het weghalen en/of combineren van bestaande perceelaansluitingen op de N214 Hoofdrijbaan i.v.m. verkeersveiligheid. - Het uitbreiden van N214/N216 Gelijkvloerse kruising: de kruising wordt geregeld met een nieuwe VerkeersRegelInstallatie (hierna: VRI) er worden extra opstelstroken aangelegd en deze worden ook verlengd. Daarnaast worden op de kruising in alle richtingen R-net-haltes aangelegd. De ingreep wordt gedaan in verband met de veel te lage capaciteit op dit moment. Na aanleg moet de lokale doorstroming sterk verbeteren.

Bij deze kruising wordt een nieuw OV-overstappunt gerealiseerd, waardoor de bereikbaarheid per OV van de Alblasserwaard sterk moet verbeteren. - Het vervangen van de voorrangskruising bij de aansluiting N214/Gorissenweg (te Noordeloos) door een enkelstrooksrotonde i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het vervangen van de voorrangskruising bij de aansluiting N214/Middenweg (aansluiting van dorpskern Hoornaar) door een enkelstrooksrotonde i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het verplaatsen van de aansluiting N214/Minkeloos richting het westen om meer afstand te creëren tussen de A27/Ovonde en de aansluiting Minkeloos. Dit heeft te maken met de verkeersveiligheid. - Aanpassen verlichting kruising N214/N216. - Langs de het hele tracé zijn momenteel alleen de aanwezige kruispunten verlicht. De situatie van de huidige verlichting is opgenomen in bijlage 2.Tussen de aanwezige kruispunten is de N214 niet verlicht en daarmee donker. - In de nieuwe situatie zal de lichtsituatie langs de N214 niet veranderen, met uitzondering van het kruispunt N214/N216. Omdat deze kruising qua omvang wordt uitgebreid zal tevens de verlichting aangepast moeten worden om een veilige situatie te kunnen waarborgen. Een aantal rijbanen wordt verbreed en het kruispunt wordt vergroot. In het nieuwe ontwerp moeten de bestaande lichtmasten naast de rijbaan worden verwijderd en worden nieuwe lichtmasten geplaatst.

Het fietspad nabij de onderdoorgang en de onderdoorgang zelf dienen ook voorzien te worden van verlichting. In grote lijnen wordt de volgende werkvolgorde aangehouden: - Bouwrijp maken: verwijderen van asfalt en op zeer beperkte schaal kappen van bomen (later te herplanten). - Het eerst graven van nieuwe watergangen en het vervolgens dempen van bestaande watergangen (om de doorstroming van het water te garanderen). - Aanbrengen voorbelasting of palenfundering (laatste in geval van de N214/N216 Kruising). - Het aanbrengen van de wegfundering of bakkenconstructie (laatste in geval van de N214/N216 Kruising). - Het aanbrengen van wegverhardingen (asfalteren). Voor het asfaltonderhoud geldt dat het asfalt wordt verwijderd en daarna gerecycled weer wordt aangebracht. Dit asfaltonderhoud gebeurt binnen het bestaande wegprofiel. - Het aanbrengen van wegmeubilair en VRI. De realisatie van het project start (naar verwachting) in 2022. De doorlooptijd van het project betreft circa 2 jaar.

8/13

Overtreding verbodsbepaling(en) Om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wnb hebben in 2016, 2017, 2018 en 2019 onderzoek naar vleermuizen, vogels, amfibieën en vissen plaatsgevonden. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform: - Voor vleermuizen: Vleermuisprotocol 2013 en 2017 - Voor de grote modderkruiper: Soortenstandaard 2014 en Kennisdocumenten 2017 - Voor de heikikker: Soortenstandaard 2014 en Kennisdocumenten 2017 - Voor de rugstreeppad: Soortenstandaard 2014 en Kennisdocumenten 2017 - Voor de buizerd: Kennisdocument 2017 - Voor de roek: Soortenstandaard 2014 en Kennisdocument 2017 - Voor de boomvalk: conform de gestandaardiseerde BMP-Methode van SOVON - Voor de ransuil: conform de gestandaardiseerde BMP-Methode van SOVON Hiermee zijn wij van mening dat de onderzoeksinspanning voldoende is geweest. Vleermuizen Tijdens de verschillende vleermuisonderzoeken en inspecties in bomen en kunstwerken in 2016 en 2017 zijn in enkele bomen langs het tracé 2 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en 6 paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de kunstwerken. Veel bomen, die in eerste instantie gekapt zouden worden ten behoeve van het project, zijn na het uitvoeren van de soortgerichte onderzoeken buiten de scope geplaatst.

Zo ook de bomen met daarin de aangetroffen paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Deze bomen zijn derhalve geen onderdeel meer van deze ontheffingsaanvraag. Wanneer het kappen van deze wel bomen nodig lijkt, wordt een separaat traject gevolgd met een nieuwe ontheffingsaanvraag. Tijdens de verschillende vleermuisonderzoeken in 2016 en 2017 blijken de bomen langs het tracé onderdeel te vormen van een essentiële vliegroute en een foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en baardvleermuis. Het foerageergebied heeft geen essentiële functie voor de vleermuizen. Door de werkzaamheden kunnen exemplaren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis worden verstoord als deze gebruik maken van de essentiële vliegroute ten tijde van de werkzaamheden. Bij verstoring is het mogelijk dat exemplaren van deze soorten moeten uitwijken naar alternatieve vliegroutes. Hiermee wordt de verbodsbepaling zoals opgenomen in artikel 3.5, tweede lid van de Wnb, overtreden. Heikikker Er zijn roepende exemplaren van de heikikker vastgesteld in de watergang langs het fietspad, boven boomvak 3.3-3.4 en in watergang 2837. Daarnaast zijn er eierklompen aangetroffen langs het fietspad.

Binnen het plangebied is ook overwinteringshabitat van de heikikker aanwezig op vorstvrije plekken, vooral bij bosschages en holen in slootkanten en rond de watergang, kippenbos/rotonde en boomvak 3.3-3.4. De heikikker is tevens vastgesteld in de directe omgeving van het projectgebied. Door de werkzaamheden worden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker beschadigd en vernield. Omdat de aanwezige individuen van de soort een alternatief moeten zoeken, worden ze opzettelijk verstoord. Hiermee wordt de verbodsbepaling zoals opgenomen in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb overtreden. Grote modderkruiper Langs het tracé N214, waar watergangen vergraven of gedempt worden, is de grote modderkuiper ten tijde van de visinventarisatie in 2016 niet aangetroffen in de watergangen langs de N214/N481. Op basis hiervan wordt de soort uitgesloten langs dat deel van het tracé.

9/13

In de watergangen 2835, 2840 en 28413 is in 2017 eDNA van de grote modderkruiper aangetoond, waardoor er vanuit wordt gegaan dat in deze 3 watergangen grote modderkruipers voorkomen en deze gebruikt worden als voortplantings-, rust- en overwinterplaats. Door de werkzaamheden worden mogelijk voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de grote modderkruiper beschadigd of vernield. Hiermee wordt de verbodsbepaling zoals opgenomen in artikel 3.10, eerste lid, lid b, van de Wnb overtreden.

Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper tot een minimum te beperken worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard, d.d. 22 augustus 2019 en de aanvullende informatie van 20 maart 2020. In het kort bestaan de voorgestelde maatregelen onder andere uit de volgende onderdelen. Algemeen Er wordt rekening gehouden met de meest kwetsbare perioden en zorgplichtmaatregelen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met kennis van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper. Vleermuizen Door de vleermuizen te allen tijde in staat te stellen naar verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden in de omgeving te vliegen, wordt er voor vleermuizen, aan de rand van het werkterrein, een alternatieve vliegroute gerealiseerd. Deze alternatieve vliegroute wordt gerealiseerd door het plaatsen van schermen en/of palen in de tijdelijke situatie en beplanting in de permanente situatie. Heikikker en grote modderkruiper De watergangen in het plangebied worden 1 op 1 gecompenseerd, voordat deze worden gedempt.

Voor de heikikker en de grote modderkruiper worden alternatieve watergangen gegraven, vóórdat het huidige leefgebied binnen het plangebied verloren gaat. Nadat de nieuwe watergangen zijn gegraven worden deze direct functioneel gemaakt als leefgebied voor de heikikker. De huidige watergangen worden afgeschermd en exemplaren weggevangen. Door deskundigen het plangebied te laten controleren voorafgaand aan de werkzaamheden, wordt voorkomen dat exemplaren van de heikikker en grote modderkruiper tijdens de werkzaamheden aanwezig zijn. De werkzaamheden worden vanwege de omvang van het plangebied gefaseerd uitgevoerd, waardoor het aanwezige waterleven de kans krijgt om te vluchten naar omringend leefgebied.

Staat van instandhouding Als gevolg van de werkzaamheden gaat een essentiële vliegroute voor vleermuizen en leefgebied van heikikker en grote modderkruiper verloren. Vleermuizen Vliegroutes zijn voor vleermuizen van essentieel belang om van verblijfplaatsen naar foerageergebied te kunnen vliegen. Ze gebruiken hiervoor lijnvormige elementen zoals boomrijen en vliegen bij voorkeur uit de wind en uit het licht (straatverlichting, verlichting uit gebouwen etc.). Met het uitvoeren van de werkzaamheden in het plangebied wordt een essentiële vliegroute voor vleermuizen aangetast. Vanwege de functie van de N214 als essentiële vliegroute voor vleermuizen worden tijdelijke en permanente alternatieve vliegroutes voor vleermuizen gerealiseerd. De alternatieve vliegroutes moeten functioneel zijn voor de periodes waarvoor deze worden ingezet. Om de functionaliteit van deze alternatieve vliegroutes te garanderen, worden maatregelen getroffen zoals het uitvoeren van een monitoringsonderzoek, werken 10/13

buiten de kwetsbare periode, materiaal keuze, hoeveelheid benodigde materiaal, een lichtplan en een werkwijze. Om de continuïteit van het leefgebied als essentiële vliegroute te garanderen, dienen de maatregelen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Aanscherping van voorwaarden aan de alternatieve vliegroutes dienen opgenomen te worden in een plan van aanpak en ter goedkeuring te worden aangeleverd bij het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 10. Het monitoringsplan dient eveneens voorafgaand aan het monitoringsonderzoek ter goedkeuring te worden aangeleverd bij het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 11. Na het uitvoeren van het monitoringsonderzoek dienen de resultaten verwerkt te worden in een rapportage en eveneens voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan naar aanleiding van deze resultaten nieuwe voorschriften opleggen wanneer deze hiertoe aanleiding geven. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 12. Vervolgens dienen de resultaten uit het onderzoek verwerkt te worden in een rapportage. Wij zijn van mening dat met het treffen van de genoemde maatregelen, de continuïteit van het leefgebied als vliegroute voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de baardvleermuis gegarandeerd blijft en negatieve effecten van de werkzaamheden tot een minimum kunnen worden beperkt.

Heikikker Met de werkzaamheden in het plangebied gaat leefgebied van de heikikker verloren. De heikikker komt verspreid voor in de Alblasserwaard vanwege geschikt leefgebied in deze omgeving. Voorafgaand aan de werkzaamheden, waarbij leefgebied van heikikker verloren gaat, wordt 1 op 1 nieuw functioneel leefgebied voor heikikker gerealiseerd. Om de functionaliteit van deze leefgebieden te garanderen, worden maatregelen getroffen zoals het bijhouden van een logboek, het werken buiten de kwetsbare periode, het creëren van nieuw functioneel leefgebied en het faseren van werk in tijd en ruimte. Om de continuïteit van het leefgebied van het leefgebied voor heikikker te garanderen, dienen de maatregelen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. De maatregelen zijn daarom verwerkt in de voorschriften van dit besluit. Het creëren van nieuw functioneel leefgebied en het faseren van het werk in tijd en ruimte dient te worden verwerkt in een plan van aanpak en voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 13. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient een logboek bijgehouden te worden. Indien de werkzaamheden zijn afgerond dient het logboek te worden verstrekt aan het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 14.

Wij zijn van mening dat met het treffen van de genoemde maatregelen, de continuïteit van het leefgebied voor heikikker gegarandeerd blijft en negatieve effecten van de werkzaamheden tot een minimum kunnen worden beperkt. Door het treffen van deze maatregelen is het aannemelijk dat de heikikker in de omgeving van het plangebied aanwezig blijft. Grote modderkruiper Met de werkzaamheden in het plangebied gaat leefgebied van de grote modderkruiper verloren. De grote modderkruiper is een soort die moeilijk wordt gevangen, waardoor het inventariseren van de soort erg lastig is. De staat van instandhouding is daarmee moeilijk te bepalen. Om de functionaliteit van deze leefgebieden te garanderen, worden maatregelen getroffen zoals het bijhouden van een logboek, het werken buiten de kwetsbare periode, het creëren van nieuw functioneel leefgebied en het faseren van werk in tijd en ruimte. Om de continuïteit van het leefgebied van het leefgebied voor grote modderkruiper te garanderen, dienen de maatregelen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. De maatregelen zijn daarom verwerkt in de voorschriften van dit besluit. Het creëren van nieuw functioneel leefgebied en het faseren van het werk in tijd en ruimte dient te worden verwerkt in een plan van aanpak en voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 13.

Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient een logboek bijgehouden te worden. Indien de werkzaamheden zijn afgerond dient het logboek te worden verstrekt aan het bevoegd gezag. Dit hebben wij opgenomen in voorschrift 14. Wij zijn van mening dat met het treffen van de genoemde maatregelen, de continuïteit van het leefgebied voor grote modderkruiper gegarandeerd blijft en negatieve effecten van de werkzaamheden tot een minimum kunnen worden beperkt. Door het treffen van deze maatregelen is het aannemelijk dat de grote modderkruiper in de omgeving van het plangebied aanwezig blijft.

11/13

Het creëren van nieuw functioneel leefgebied en het faseren van het werk in tijd en ruimte wordt verwerkt in een plan van aanpak zodat de continuïteit van functioneel leefgebied voor grote modderkruiper gegarandeerd blijft. Wij zijn van mening dat met het bijhouden van een logboek en het opstellen en uitvoeren van het plan van aanpak voldoende is om het leefgebied van grote modderkruiper te compenseren. Door het treffen van deze maatregelen is het aannemelijk dat de grote modderkruiper in de omgeving van het plangebied aanwezig blijft. Dit hebben wij in de ontheffing opgenomen onder voorschriften 14 en 15. Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de voorgenomen werkzaamheden niet leiden tot verslechtering van de instandhouding van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en de grote modderkruiper.

Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De werkzaamheden en de wijze waarop maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het ecologisch werkprotocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften 1, 2 en 3 vastgelegd.

Belangenonderbouwing De ontheffing is aangevraagd op grond van in het belang van de “volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten”. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd vanwege behoud van verkeersveiligheid en de doorstroming op de N214. Diverse problemen zijn op deze locatie ontstaan voor de duizenden mensen die dagelijks gebruik maken van het tracé. Door de aanpassingen van het plangebied is een groter ruimtebeslag nodig dan de huidige bestaande infrastructuur. Op verschillende tracédelen zijn verschillende werkzaamheden noodzakelijk om zowel het verkeer veiliger te maken als de doorstroming te verbeteren. Door mitigerende en compenserende maatregelen te treffen voor de heikikker en de grote modderkruiper, en zorg te dragen dat de mogelijk essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de baardvleermuis behouden blijft, wordt ervoor gezorgd dat de dieren tijdens en ook na de werkzaamheden op dezelfde manier gebruik kunnen blijven maken van het projectgebied.

Gelet op het bovenstaande, zijn wij van oordeel dat het belang “volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten” voldoende is onderbouwd.

Geen andere bevredigende oplossing Het project is locatiegebonden vanwege werkzaamheden aan bestaande infrastructuur. De veranderingen in infrastructuur worden uitgevoerd omdat op de huidige locaties onveilige situaties ontstaan. Het uitvoeren van deze werkzaamheden op een andere locatie, of het achterwege houden van de aanpassingen, is derhalve niet van toepassing. De gekozen werkwijzen zijn economisch het meest voordelig en hebben het kleinste ruimtebeslag. Er zijn geen alternatieven die hetzelfde doel kunnen bereiken (verbeteren van de verkeersveiligheid) en waarbij minder leefgebied van beschermde soorten verloren gaat. Door de werkzaamheden gefaseerd in werk en tijd uit te voeren, het uitvoeren van een monitoringsonderzoek naar broedvogels en vleermuizen, het 12/13

bijhouden van een logboek voor heikikker en grote modderkruiper en het opstellen en uitvoeren van plan van aanpakken, wordt ervoor gezorgd dat de soorten ook na de werkzaamheden op dezelfde manier gebruik kunnen blijven maken van het projectgebied. Gelet op de noodzaak en wijze van uitvoering zijn wij van mening dat er voor de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de baardvleermuis, heikikker en grote modderkruiper, voldoende is aangetoond dat geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Door de gekozen wijze en periode van uitvoering, wordt schade aan de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, heikikker en grote modderkruiper zoveel mogelijk voorkomen.

Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren. Die mogelijkheid geldt bijvoorbeeld voor het NatuurNetwerk Nederland. Hiervoor is de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag.

Conclusie Op grond van het vorenstaande kan de gevraagde ontheffing op grond van artikel 3.8, eerste lid en artikel 3.10 tweede lid, in samenhang met 3.8 van de Wnb worden verleend.

13/13

19

Bijlage 2

Activiteitenplan N214

Rho adviseurs voor leefruimte

ACTIVITEITENPLAN VLEERMUIZEN, (BUIZERD, ROEK, RANSUIL), HEIKIKKER EN GROTE MODDERKRUIPER TRACE N214 TUSSEN DE A15 EN DE A27

M I L I E U B E H E E R

IN DE ALBLASSERWAARD

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

2

ACTIVITEITENPLAN VLEERMUIZEN, (BUIZERD, ROEK, RANSUIL), HEIKIKKER EN GROTE MODDERKRUIPER TRACE N214 TUSSEN DE A15 EN DE A27 IN DE ALBLASSERWAARD

Colofon

Opdrachtgever:

Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2509 LP Den Haag

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. ing. A. Kolders

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Projectcode:

20171584

Status / versie

Definitief, versie 2

Datum

22-08-2019

Verantwoording

Auteur

Mevr. ing. T. Deugd

Kwaliteitscontrole

Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil

Vrijgave

Mevr. M. Kortlever-Boer MSc

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

3

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 5 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 5 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 5 1.3 DESKUNDIGHEID ...................................................................................................................................................... 5 1.4 KWALITEITSBORGING................................................................................................................................................. 5 1.5 VERANTWOORDING .................................................................................................................................................. 5 2. PROJECTGEGEVENS EN WERKZAAMHEDEN ....................................................................................................... 6 2.1 PROJECTGEBIED .......................................................................................................................................................

6 2.2 WERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................... 7 2.3 PLANNING............................................................................................................................................................... 8 3. AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN EN ONDERZOEK ................................................................................ 9 3.1 RESULTATEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN .................................................................................................................. 11 3.2 GEBRUIK VAN VRIJSTELLINGEN OF GEDRAGSCODES ........................................................................................................ 20 3.3 MOGELIJKE OVERTREDINGEN WET NATUURBESCHERMING.............................................................................................. 22 4. MAATREGELEN .................................................................................................................................................24 4.1 MITIGERENDE MAATREGELEN ................................................................................................................................... 24 4.2 SPECIFIEK DEELGEBIED 1: ROTONDE 1, VAK 3 EN OVERKANT VAK 3, KM 3.3 TOT KM 4.4 ......................................................

32 4.3 SPECIFIEK DEELGEBIED 2: DUIKER 38D04 ................................................................................................................... 32 4.4 SPECIFIEK DEELGEBIED 3: BRUG 38D18 ..................................................................................................................... 32 4.5 SPECIFIEK DEELGEBIED 4: VAK 5, VAK 6, VAK 8 EN VAK 9................................................................................................ 33 4.6 SPECIFIEK DEELGEBIED 5: N214/N216 ...................................................................................................................... 33 4.7 SPECIFIEK DEELGEBIED 6: VAK 14 .............................................................................................................................. 33 4.8 SPECIFIEK DEELGEBIED 7: MINKELOOS ........................................................................................................................ 33 4.9 COMPENSERENDE MAATREGELEN .............................................................................................................................. 33 4.10 ECOLOGISCH WERKPROTOCOL ................................................................................................................................. 33 5.

EFFECTANALYSE................................................................................................................................................34 5.1 EFFECT OP DE BESCHERMDE ELEMENTEN ..................................................................................................................... 34 5.2 EFFECT OP DE STAAT VAN INSTANDHOUDING ................................................................................................................ 34 5.3 CUMULATIEVE EFFECTEN .......................................................................................................................................... 38 6. WETTELIJK BELANG EN ALTERNATIEVENAFWEGING .........................................................................................39 6.1 WETTELIJK BELANG ................................................................................................................................................. 39 6.2 ALTERNATIEVENAFWEGING....................................................................................................................................... 40 7. ONTHEFFINGSAANVRAAG ................................................................................................................................41 BIJLAGEN (2 T/M 9 EN12 WORDEN SEPARAAT TOEGESTUURD): 1. REGIONALE SITUATIEKAART 2. HUIDIGE VERLICHTING TRACÉ N214 3.

PLANNING WERKZAAMHEDEN 4. RAPPORTAGES ECOLOGISCHE QUICKSCANS 5. RAPPORTAGES SOORTGERICHTE ONDERZOEKEN 6. LICHTBEREKENINGEN, NOTITIE EN TEKENING KRUISING N214/N216 7. KAARTEN AANGETROFFEN BESCHERMDE ELEMENTEN 8. VERSPREIDINGSKAART HEIKIKKER 2009-2018 ALBLASSERWAARD 9. VERSPREIDINGSONDERZOEK GROTE MODDERKRUIPER W ATERSCHAP RIVIERENLAND 2013 EN 2016 10. SOORTBESCHRIJVINGEN 11. W ETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING 12. MACHTIGING ONTHEFFINGSAANVRAAG

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

4

1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van Provincie Zuid-Holland opdracht gekregen voor het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming, ten behoeve van diverse grootonderhoud werkzaamheden aan de N214, het kappen van een aantal bomen en dempen van watergangen langs de N214. De machtiging voor het aanvragen van de ontheffing is opgenomen in bijlage 12. Het onderhavige activiteitenplan dient als onderbouwing van de ontheffingsaanvraag. 1.1 AANLEIDING De aanleiding tot het aanvragen van de ontheffing en het opstellen van bijbehorend activiteitenplan zijn de uit te voeren werkzaamheden in het projectgebied en de aanwezigheid van een mogelijk essentiële vliegroute van vleermuizen, nesten van buizerd en roek en voortplantings- en rustplaatsen van heikikker en de grote modderkruiper. Door de werkzaamheden worden verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Hiervoor is het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk. 1.2 DOELSTELLING Met behulp van het onderhavige activiteitenplan kan een ontheffing op de Wet natuurbescherming worden aangevraagd bij provincie Zuid-Holland (uitvoerende instantie: Omgevingsdienst Haaglanden). In het activiteitenplan wordt een nadere toelichting gegeven op diverse onderdelen die juridisch of procedureel noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de ontheffingsaanvraag.

1.3 DESKUNDIGHEID De medewerkers van de afdeling Ecologie van VanderHelm Milieubeheer B.V. voldoen aan tenminste één van de door het Ministerie van Economische zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige, zie box 1. Box 1: Deskundigheid Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige:  op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of  op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of  als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of  zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De

Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of  zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

1.4 KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd zijn gebaseerd op het door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V.. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2015. 1.5 VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het opgestelde document. Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

5

2. PROJECTGEGEVENS EN WERKZAAMHEDEN Het project betreft grootonderhoud aan de N214 waarbij een aantal bomen worden gekapt, kunstwerken worden aangepast, enkele rotondes worden aangepast of aangelegd en watergangen worden gedempt. Het project kan worden verdeeld in twee onderdelen: ‘N214A+B Groot onderhoud en verbetering verkeersveiligheid’ en ‘N214/N216 Capaciteitsuitbreiding gelijkvloerse kruising’. 2.1 PROJECTGEBIED Het projectgebied bestaat uit het tracé N214 tussen de A15 ter hoogte van Papendrecht en de A27 ter hoogte van Noordeloos. Binnen het projectgebied, de N214, vallen de bermen en watergangen aan weerszijde van de N214, een aantal bomen en struiken langs de N214 en kunstwerken in de vorm van duikers en bruggen. Het project is opgesplitst in 7 deelgebieden (zie afbeelding 1). De omgeving van het projectgebied bestaat uit agrarisch landschap: weilanden met koeien. In de directe omgeving van het projectgebied liggen enkele natuurgebieden/recreatiegebieden zoals het Alblasserbos, Kraaienbos met plas en Slingelandse plassen. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in afbeelding 1 en voor de regionale ligging wordt verwezen naar bijlage 1. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie: Kilometerhok (Rijksdriehoekscoördinaten):

Tracé N214 tussen A15 (Papendrecht) en de A27 (Noordeloos) N214 Oud-Alblas, Papendrecht, Wijngaarden, Bleskensgraaf, Molenaarsgraaf, Ottoland, Noordeloos en Goudriaan. Papendrecht, Molenwaard en Giessenlanden Zuid-Holland X: 108 t/m 123 Y: 428 t/m 134

Minkeloos

N214/ N216

Afbeelding 1: Globale begrenzing projectgebied met een rode lijn en relevante deelgebieden zwart omlijnd (Bron: Bingmaps).

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

6

2.2 WERKZAAMHEDEN De status van het ontwerp is ‘Definitief’ en aldus vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en Provinciale Staten. Alle maatregelen aan de N214 (inclusief de kruising N214/N216) worden gelijktijdig in één project uitgevoerd. Het project bestaat uit de volgende onderdelen: - Het groot onderhoud aan al het bestaande asfalt en het vervangen van het wegmeubilair (geleiderails, verlichting, bewegwijzering, bebording etc.). - Het versterken van de wegbermen en het aanbrengen van vluchthavens i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het vervangen van de duikers onder de weg (N214) en onderhoud aan kunstwerken of vervanging daarvan (m.n. bruggen). - Het verbreden van een bestaand fietspad aan de noordzijde van de N214 tussen de A15 en de N481 Peilmolenweg i.v.m. met name verkeersveiligheid. - Het ombouwen van de bestaande enkelstrooksrotonde bij de kruising N214/N481 naar een turborotonde i.v.m. verkeersveiligheid en doorstroming. - Het weghalen en/of combineren van bestaande perceelaansluitingen op de N214 Hoofdrijbaan i.v.m. verkeersveiligheid. - Het uitbreiden van N214/N216 Gelijkvloerse kruising: de kruising wordt geregeld met een nieuwe VerkeersRegelInstallatie (hierna: VRI) er worden extra opstelstroken aangelegd en deze worden ook verlengd. Daarnaast worden op de kruising in alle richtingen R-net-haltes aangelegd.

De ingreep wordt gedaan in verband met de veel te lage capaciteit op dit moment. Na aanleg moet de lokale doorstroming sterk verbeteren. Bij deze kruising wordt een nieuw OV-overstappunt gerealiseerd waardoor de bereikbaarheid per OV van de Alblasserwaard sterk moet verbeteren. - Het vervangen van de voorrangskruising bij de aansluiting N214/Gorissenweg (te Noordeloos) door een enkelstrooksrotonde i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het vervangen van de voorrangskruising bij de aansluiting N214/Middenweg (aansluiting van dorpskern Hoornaar) door een enkelstrooksrotonde i.v.m. de verkeersveiligheid. - Het verplaatsen van de aansluiting N214/Minkeloos richting het westen om meer afstand te creëren tussen de A27/Ovonde en de aansluiting Minkeloos. Dit heeft te maken met de verkeersveiligheid. Aanpassen verlichting kruising N214/N216 Langs de het hele tracé zijn momenteel alleen de aanwezige kruispunten verlicht. De situatie van de huidige verlichting is opgenomen in bijlage 2.Tussen de aanwezige kruispunten is de N214 niet verlicht en daarmee donker. In de nieuwe situatie zal de lichtsituatie langs de N214 niet veranderen, met uitzondering van het kruispunt N214/N216. Omdat deze kruising qua omvang wordt uitgebreid zal tevens de verlichting aangepast moeten worden om een veilige situatie te kunnen waarborgen.

De kruising wordt uitgebreid, een aantal rijbanen wordt verbreed en het kruispunt wordt vergroot. In het nieuwe ontwerp moeten de bestaande lichtmasten naast de rijbaan worden verwijderd en worden nieuwe lichtmasten geplaatst. Het fietspad nabij de onderdoorgang en de onderdoorgang zelf dienen ook voorzien te worden van verlichting. Uitgangspunt bij de nieuwe lichtsituatie is dat aanwezige mogelijk essentiële (alternatieve) vliegroutes van vleermuizen functioneel blijven en niet worden verstoord door een grotere mate van verlichting.

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

7

2.3 PLANNING De realisatie van het project start (naar verwachting) in 2022. De doorlooptijd betreft circa 2 jaar. De exacte startdatum is afhankelijk van het verloop van de grondverwerving (of eventuele onteigeningsprocedure en van het feit dat andere projecten in de regio eerst zullen moeten zijn afgerond alvorens het onderhavige project kan worden gestart. De globale conceptplanning van de werkzaamheden is opgenomen in bijlage 3. Deze kan nog wijzigen naar aanleiding van diverse (onvoorziene) omstandigheden. Bij wijzigingen in de planning zal echter te alle tijden rekening worden gehouden met de kwetsbare perioden van aanwezige (zwaarder beschermde) diersoorten en de maatregelen zoals opgenomen in hoofdstuk 4. De werkvolgorde die in grote lijnen wordt aangehouden: - Bouwrijp maken: verwijderen van asfalt en op zeer beperkte schaal kappen van bomen (later te herplanten). - Het eerst graven van nieuwe watergangen en het vervolgens dempen van bestaande watergangen (om de doorstroming van het water te garanderen). - Aanbrengen voorbelasting of palenfundering (laatste in geval van de N214/N216 Kruising). - Het aanbrengen van de wegfundering of bakkenconstructie (laatste in geval van de N214/N216 Kruising). - Het aanbrengen van wegverhardingen (asfalteren). Voor het asfaltonderhoud geldt dat het asfalt wordt verwijderd en daarna gerecycled weer wordt aangebracht.

Dit asfaltonderhoud gebeurt binnen het bestaande wegprofiel. - Het aanbrengen van wegmeubilair en VRI. - Tot slot kan alles weer in gebruik worden genomen en wordt het project opgeleverd.

Activiteitenplan vleermuizen, (buizerd, roek, ransuil), heikikker en grote modderkuiper tracé N214 in de Alblasserwaard Projectcode: 20171584

8

3. AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN EN ONDERZOEK Door VanderHelm Milieubeheer B.V. zijn langs het tracé N214 diverse ecologische quickscans en soortgerichte onderzoeken uitgevoerd. Vanwege tussentijdse wijzigingen in de scope van het project en de uit te voeren werkzaamheden zijn meerdere (aanvullende) onderzoeken gedaan. Onderstaande onderzoeken geven gezamenlijk een beeld van de aanwezige beschermde elementen van zwaarder beschermde diersoorten in het gehele projectgebied. Naar aanleiding van deze onderzoeken is alleen vervolg gegeven aan de relevante locaties die onderdeel zijn van de definitieve scope van onderhavig project. Ecologische quickscans  VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk IVPA160765, d.d. 15 juli 2016: Ecologische quickscan tracé N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard.  VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20170446, d.d. 20 april 2017: Ecologische quickscan kruising N214-N216 te Goudriaan.  VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20171584, d.d. 13 november 2017: Ecologische quicksan groot onderhoud 3 kruispunten ter hoogte van Gorissenweg, Middenweg en Minkeloos te Noordeloos. Soortgerichte onderzoeken  VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk IVPA161075, d.d. 23 november 2017: Soortgericht onderzoek vleermuizen, vissen, vogels en heikikker tracé N214 tussen de A15 en de A27 in de Alblasserwaard.

 VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20170446, d.d. 23 november 2017: Soortgericht onderzoek vleermuizen, grote modderkruiper, vogels en heikikker kruising N214-N216 te Goudriaan.  VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20171584, d.d. 14 augustus 2018: Soortgericht onderzoek naar grote modderkruiper, rugstreeppad en heikikker ter hoogte van de Middenweg en Minkeloos te Noordeloos. Het onderzoek naar vleermuizen is in het najaar van 2016 van start gegaan. Hierbij is nog gebruik gemaakt van het vleermuisprotocol 2013. Het onderzoek naar vleermuizen in 2017 is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017. De overige onderzoeken zijn uitgevoerd conform:  Grote modderkruiper: Soortenstandaard (2014) en het BIJ12 Kennisdocument (2017);  Heikikker: Soortenstandaard (2014) en het BIJ12 Kennisdocument (2017);  Rugstreeppad: Soortenstandaard (2014) en het BIJ12 Kennisdocument (2017);  Buizerd: BIJ12 Kennisdocument (2017);  Roek: Soortenstandaard (2014);  Boomvalk & Ransuil: conform de gestandaardiseerde BMP-Methode van SOVON. Uitgesloten soorten Op basis van bovenstaande onderzoeken zijn beschermde elementen van de boomvalk en de rugstreeppad uitgesloten binnen het projectgebied. De volledige rapportages van de ecologische quickscans en de soortgerichte onderzoeken, met daarbij een onderbouwing van de gehanteerde methodes, zijn opgenomen in bijlagen 4 en 5.

Tijdens het opstellen van onderhavig activiteitenplan is geconstateerd dat in de rapporten van de uitgevoerde soortgerichte onderzoeken naar vleermuizen in het projectgebied per abuis niet is vermeld waarom beschermde elementen van de rosse vleermuis op voorhand kunnen worden uitgesloten in het projectgebied en deze soort derhalve niet is meegenomen tijdens het soortgericht onderzoek. De rosse vleermuis is zeldzaam in de Alblasserwaard. Uit de NDFF en waarneming.nl komt naar voren dat in de Alblasserwaard geen verblijfplaatsen van rosse vleermuizen bekend zijn. Wel zijn enkele waarnemingen van overvliegende rosse vleermuizen in de Alblasserwaard bekend. Het gaat hier met name om de westkant van de Alblasserwaard rondom de dorpen Alblasserdam, Oud-Alblas, Bleskensgraaf en Wijngaarden. Naar alle waarschijnlijkheid betreffen dit dieren die afkomstig zijn uit het Kralingse bos en omgeving. Tijdens het soortgericht onderzoek naar vleermuizen (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk kenmerk IVPA161075, d.d. 23 november 2017 en VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk 20170446, d.d. 23 november 2017) is slechts twee keer een hoog overvliegende rosse vleermuis waargenomen, welke geen binding had met het projectgebied. Rosse vleermuizen kunnen grote afstanden afleggen vanaf de verblijfplaats naar de foerageergebieden, welke ze vaak in een rechte lijn afleggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=258a9735-ba50-4d8f-a425-6c468940b4ee