Bijlage 4 - Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan Hoogblokland, Korenbloemstraat
Tekst van het document
XSTART 126601,37 126601,37 126652,00 126564,00 126721,72 126730,11 126730,11 126711,86 126711,86 126652,91 126689,00 126849,47 126849,47 126872,41 126524,42 126559,69 126566,56 126582,84 126565,75 126582,84 126480,58 126582,84 126818,11 126660,07 126818,11 126818,11 126129,95
YSTART 431996,62 431996,62 431974,00 432014,00 431961,62 431957,91 431957,91 431889,09 431889,09 431775,91 431840,00 431843,72 431843,72 431926,84 432033,12 432016,84 431796,16 431815,66 431847,06 431815,66 431871,81 431815,66 431709,97 431772,00 431709,97 431709,97 430866,16
XEND 126652,00 126564,00 126721,72 126559,69 126730,11 126711,86 126759,48 126689,00 126849,47 126689,00 126838,12 126872,41 126838,12 126759,48 126559,69 126572,27 126554,29 126566,56 126480,58 126565,75 126463,41 126652,91 126660,07 126652,91 126838,12 127095,59 126554,29
YEND 431974,00 432014,00 431961,62 432016,84 431957,91 431889,09 431946,84 431840,00 431843,72 431840,00 431794,16 431926,84 431794,16 431946,84 432016,84 432059,53 431755,53 431796,16 431871,81 431847,06 431879,81 431775,91 431772,00 431775,91 431794,16 431734,16 431755,53
LENGTH 55,53 41,22 72,34 5,17 9,18 71,88 31,41 54,20 145,29 73,61 156,49 87,16 50,86 116,85 38,84 44,50 42,61 28,20 88,85 36,72 18,96 80,83 172,11 8,15 86,53 291,63 986,51
LEN_3D 55,53 41,22 72,34 5,17 9,18 71,88 31,41 54,20 145,29 73,61 156,49 87,16 50,86 116,85 38,84 44,50 42,61 28,20 88,85 36,72 18,96 80,83 172,11 8,15 86,53 291,63 986,51
MIN_LEN 6,24 14,17 6,34 5,17 9,18 3,65 12,73 7,39 11,15 21,18 4,81 3,61 9,97 4,39 38,84 44,50 8,16 0,58 1,99 1,07 6,91 4,78 3,59 8,15 86,53 0,14 2,98
MAX_LEN 26,34 27,04 26,38 5,17 9,18 23,40 18,68 26,56 50,48 30,53 37,01 23,71 40,89 31,83 38,84 44,50 24,97 10,21 54,85 10,42 12,05 31,78 35,00 8,15 86,53 69,55 107,94
RSURF_DESC Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Referentiewegdek
V 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 60
TOTINTENS 277,00 0,00 277,00 0,00 277,00 1073,00 208,00 889,00 184,00 889,00 0,00 100,00 283,00 208,00 0,00 0,00 2241,00 2241,00 2669,00 2669,00 2669,00 1974,00 699,00 699,00 283,00 983,00 2213,00
PFLOWDAY PFLOWEVE 6,72 3,54 0,00 0,00 6,72 3,54 0,00 0,00 6,72 3,54 6,70 3,62 6,70 3,65 6,71 3,61 6,67 3,66 6,71 3,61 0,00 0,00 6,66 3,67 6,69 3,68 6,70 3,65 0,00 0,00 0,00 0,00 6,77 3,44 6,77 3,44 6,77 3,46 6,77 3,46 6,77 3,46 6,71 3,60 6,73 3,56 6,73 3,56 6,69 3,68 6,71 3,59 6,89 2,74
PFLOWNI 0,63 0,00 0,63 0,00 0,63 0,63 0,64 0,63 0,64 0,63 0,00 0,64 0,64 0,64 0,00 0,00 0,62 0,62 0,62 0,62 0,62 0,63 0,63 0,63 0,64 0,63 0,79
PFLOWLVDAYPFLOWLVEVEPFLOWLVNI PFLOWLTDAYPFLOWLTEVEPFLOWLTNI PFLOWHTDAY PFLOWHTEVEPFLOWHTNI FLOWLVDAY FLOWLVEVE FLOWLVNI 92,72 96,98 95,11 5,09 2,16 3,97 2,19 0,86 0,92 17,26 9,51 1,66 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 92,72 96,98 95,11 5,09 2,16 3,97 2,19 0,86 0,92 17,26 9,51 1,66 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 92,72 96,98 95,11 5,09 2,16 3,97 2,19 0,86 0,92 17,26 9,51 1,66 96,93 98,76 98,00 2,05 0,85 1,57 1,03 0,39 0,43 69,68 38,36 6,62 98,01 99,19 98,62 1,59 0,65 1,22 0,40 0,15 0,17 13,66 7,53 1,31 96,40 98,54 97,65 2,41 1,00 1,85 1,19 0,46 0,50 57,50 31,62 5,47 99,48 99,80 99,68 0,29 0,12 0,22 0,23 0,09 0,10 12,21 6,72 1,17 96,40 98,54 97,65 2,41 1,00 1,85 1,19 0,46 0,50 57,50 31,62 5,47 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 99,86 99,94 99,91 0,10 0,04 0,08 0,04 0,01 0,02 6,65 3,67 0,64 99,61 99,85 99,76 0,22 0,09 0,17 0,16 0,06 0,07 18,86 10,40 1,81 98,01 99,19 98,62 1,59 0,65 1,22 0,40 0,15 0,17 13,66 7,53 1,31 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 86,85 94,29 90,55 10,49 4,62 8,30 2,66 1,08 1,14 131,77 72,69 12,58 86,85 94,29 90,55 10,49 4,62 8,30 2,66 1,08 1,14 131,77 72,69 12,58 87,99 94,82 91,35 9,75 4,27 7,69 2,26 0,91 0,97 158,99 87,56 15,12 87,99 94,82 91,35 9,75 4,27 7,69 2,26 0,91 0,97 158,99 87,56 15,12
87,99 94,82 91,35 9,75 4,27 7,69 2,26 0,91 0,97 158,99 87,56 15,12 95,64 98,23 97,20 2,78 1,16 2,14 1,58 0,61 0,66 126,68 69,81 12,09 93,49 97,33 95,79 4,10 1,73 3,19 2,41 0,94 1,02 43,98 24,22 4,22 93,49 97,33 95,79 4,10 1,73 3,19 2,41 0,94 1,02 43,98 24,22 4,22 99,61 99,85 99,76 0,22 0,09 0,17 0,16 0,06 0,07 18,86 10,40 1,81 95,25 98,07 96,95 2,99 1,25 2,31 1,76 0,68 0,74 62,83 34,61 6,00 87,24 94,12 90,00 10,28 4,86 8,32 2,48 1,02 1,69 133,02 57,07 15,73
FLOWLTDAY FLOWLTEVE FLOWLTNI 0,95 0,21 0,07 0,00 0,00 0,00 0,95 0,21 0,07 0,00 0,00 0,00 0,95 0,21 0,07 1,47 0,33 0,11 0,22 0,05 0,02 1,44 0,32 0,10 0,04 0,01 0,00 1,44 0,32 0,10 0,00 0,00 0,00 0,01 0,00 0,00 0,04 0,01 0,00 0,22 0,05 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 15,91 3,56 1,15 15,91 3,56 1,15 17,62 3,94 1,27 17,62 3,94 1,27 17,62 3,94 1,27 3,68 0,82 0,27 1,93 0,43 0,14 1,93 0,43 0,14 0,04 0,01 0,00 1,97 0,44 0,14 15,67 2,95 1,45
FLOWHTDAYFLOWHTEVE FLOWHTNI 0,41 0,08 0,02 0,00 0,00 0,00 0,41 0,08 0,02 0,00 0,00 0,00 0,41 0,08 0,02 0,74 0,15 0,03 0,06 0,01 0,00 0,71 0,15 0,03 0,03 0,01 0,00 0,71 0,15 0,03 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,03 0,01 0,00 0,06 0,01 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 4,04 0,83 0,16 4,04 0,83 0,16 4,08 0,84 0,16 4,08 0,84 0,16 4,08 0,84 0,16 2,09 0,43 0,08 1,13 0,23 0,04 1,13 0,23 0,04 0,03 0,01 0,00 1,16 0,24 0,05 3,78 0,62 0,30
Bijlage 3: Resultaten geluidsmodel
Akoestisch onderzoek
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Dorpsweg
Resultatentabel Plansituatie LAeq totaalresultaten voor toetspunten Dorpsweg Ja
Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
Omschrijving toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A 04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 18,73 21,92 23,44 18,88 21,64
Avond 14,61 17,84 19,54 14,78 17,51
Nacht 7,68 10,87 12,46 7,83 10,57
Lden 18,58 21,78 23,36 18,73 21,48
toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
23,94 12,43 14,84 9,92 14,90
19,98 8,07 10,51 6,42 10,87
12,94 1,28 3,69 -0,88 3,87
23,84 12,20 14,62 9,97 14,77
toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
17,18 11,95 18,38 19,66 18,77
13,07 8,30 14,64 15,77 15,23
6,11 1,06 7,47 8,68 7,94
17,03 11,95 18,35 19,58 18,81
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: BuroDB
Akoestisch onderzoek
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
30 km/uur-wegen zonder correctie(s)
Resultatentabel Plansituatie LAeq totaalresultaten voor toetspunten 30 km/uur-wegen Nee
Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
Omschrijving toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A 04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 36,58 37,04 37,32 29,46 32,42
Avond 33,94 34,39 34,66 26,77 29,73
Nacht 26,37 26,83 27,10 19,22 22,19
Lden 37,01 37,47 37,74 29,87 32,83
toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
33,38 40,31 41,55 41,67 40,64
30,68 37,24 38,43 38,52 37,68
23,14 29,88 31,08 31,18 30,26
33,79 40,57 41,79 41,89 40,94
toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt toetspunt
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
41,54 41,60 42,64 42,86 42,50
38,51 38,55 39,97 40,17 39,80
31,12 31,17 32,42 32,63 32,27
41,81 41,87 43,06 43,27 42,91
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: BuroDB
Bijlage 2
Onderzoek stikstofdepositie
(vastgesteld) Hoogblokland, Korenbloemstraat NL.IMRO.1978.BPKorenbloemstrHBL-VG01
59 - 215
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE ’T HOOG 18B TE HOOGBLOKLAND
Onderzoek stikstofdepositie ’t Hoog 18B te Hoogblokland Opdrachtgever
Wissing Ruimtelijke Denkers Middenbaan 108 2991 CT Barendrecht
Rapportnummer Versienummer Datum Vestiging
14577.002 D1 10 februari 2021 Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
De heer N. Berends, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer S.D.F. Slange, MSc
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 2
2
TOETSINGSKADER ................................................................................................................... 3
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................. 4 3.1
3.2 4
Aanlegfase ........................................................................................................................ 4 3.1.1 Mobiele werktuigen ............................................................................................ 4 3.1.2 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 4 Gebruiksfase..................................................................................................................... 6 3.2.1 Verkeersbewegingen .......................................................................................... 6
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING ........................................................................ 8
BIJLAGEN:
1. - AERIUS berekening projecteffect aanlegfase 2. - AERIUS berekening projecteffect gebruiksfase 14577.002
SAMENVATTING Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan de ’t Hoog 18B te Hoogblokland heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer is voornemens 4 woningen te realiseren. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De relevante emissies van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2020).
Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 1 van 8
1
INLEIDING
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan de ’t Hoog 18B te Hoogblokland heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer is voornemens 4 woningen te realiseren. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plangebied en omliggende Natura-2000 gebieden
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied en Diefduikzuid’ ligt op circa 2 kilometer afstand het meest nabij het plan.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 2 van 8
2
TOETSINGSKADER
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000gebieden. Met het programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NO x) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Indien dit niet het geval is, is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 3 van 8
3
UITGANGSPUNTEN
3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de bouw van 4 woningen mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling en zal minder dan één jaar duren. De werkzaamheden zullen in 2021 worden uitgevoerd. 3.1.1 Mobiele werktuigen De benodigde gegevens (bouwjaar, brandstof, vermogen en draaiuren) voor de aanlegfase zijn bepaald uit kentallen van vergelijkbare projecten uitgevoerd door Econsultancy. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kentallen bij reguliere werkzaamheden. De totale hoeveelheid draaiuren bestaat uit zowel gebruiks- als stationaire uren. Gemiddeld draait een mobiel werktuig 30% stationair van de totale hoeveelheid draaiuren1. Het stationair draaien van de mobiele werktuigen wordt afzonderlijk gemodelleerd in AERIUS Calculator. De bijbehorende emissies zijn bepaald aan de hand van de instructie gegevensinvoer voor AERIUS 1. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 weergegeven mobiele werktuigen voorzien.
De emissiefactoren mogen in de praktijk niet hoger zijn dan de in de tabel aangegeven emissies Tabel 3.1 Mobiele werktuigen aanlegfase werktuig graafmachine mobiele kraan betonstorter dumper
bouwjaar brandstof 2014 2014 2011 2011
diesel diesel diesel diesel
vermogen belasting stationaire gebruiksuren [kW] [%] uren [uur] [uur[ 200 270 200 215
69 61 69 69
48 48 24 12
160 120 60 30
Emissiefactoren [g/kWh] NH3 NOx 0,8 0,00241 0,9 0,00236 3,0 0,00279 3,0 0,00279
3.1.2 Verkeersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat er voor de gehele aanlegfase 2.000, 1.500 en 1.000 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. Voor het laden en lossen wordt een stagnatiefactor van 50% toegepast voor het (middel)zwaar verkeer. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is als worstcase scenario een volledige ontsluiting in zuidelijke richting, richting de Dorpsweg gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie1, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’
1 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020, Versie 2020 1.0.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 4 van 8
De etmaalintensiteit op de Dorpsweg ligt met circa 2.000 motorvoertuigen2 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van het plan. Het verkeer ten gevolge van de aanlegfase zal derhalve ter hoogte van de Dorpsweg volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek tot de Dorpsweg gehanteerd. In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen voor het gebruik van de mobiele werktuigen (bron 1), het stationair draaien van de mobiele werktuigen (bron 2) en het bouwverkeer (bron 3) weergegeven.
Figuur 3.1
Emissiebronnen aanlegfase
2 NSL monitoringskaart 2019, peiljaar 2020, verkregen van https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 5 van 8
3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt de bouw van 4 woningen mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. 3.2.1 Verkeersbewegingen De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Molenlanden is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een niet stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van 4 woningen opgenomen. Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het totale plan 34,4 lichte verkeersbewegingen per weekdag. Ten behoeve van bezorgingen etc. wordt 1 middelzware verkeersbeweging toegevoegd per etmaal. Tabel 3.2 verkeersgeneratie plan
functie woning, koop, vrijstaand
plan
eenheid
4 woningen
1 woning
verkeersgeneratie per eenheid min max 7,8
8,6
verkeersgeneratieplan min max gem 31,2
34,4
32,8
Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 6 van 8
In figuur 3.2 is de emissiebron voor het verkeer (bron 1) ten gevolge van de 4 woningen weergegeven.
Figuur 3.2
Emissiebronnen gebruiksfase
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 7 van 8
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2020). Onderstaand zijn de screenshots van de berekeningsresultaten weergegeven.
Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.
Rapport 14577.002 versie D1
Pagina 8 van 8
BIJLAGE 1. AERIUS berekening projecteffect aanlegfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Econsultancy
't Hoog 18B, 4221 LM Hoogblokland
Omschrijving
AERIUS kenmerk
't Hoog 18B
Rsrbkn2MVUAn
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
09 februari 2021, 10:03
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
91,13 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Aanlegfase
Resultaten
Aanlegfase
Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Aanlegfase
Emissie Aanlegfase
Resultaten
Bron Sector
Aanlegfase
Emissie NH3
Emissie NOx
mobiele werktuigen (actief) Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
73,64 kg/j
mobiele werktuigen (stationair) Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
13,59 kg/j
Bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
3,89 kg/j
Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
graafmachine
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
17,66 kg/j < 1 kg/j
AFW
mobiele kraan
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
17,79 kg/j < 1 kg/j
AFW
betonstorter/-mixer
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
24,84 kg/j < 1 kg/j
AFW
dumper
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
13,35 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
mobiele werktuigen (actief) 126841, 431904 73,64 kg/j < 1 kg/j
mobiele werktuigen (stationair) 126841, 431904 13,59 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Stationair
4,0
2,0
0,0 NOx NH3
13,59 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase
Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer 126835, 431781 3,89 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
2.000,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1.500,0 / jaar NOx NH3
2,07 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1.000,0 / jaar NOx NH3
1,65 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase
Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase
Rsrbkn2MVUAn (09 februari 2021) pagina 6/6
BIJLAGE 2. AERIUS berekening projecteffect gebruiksfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rh3CfEhTx7CJ (09 februari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Econsultancy
't Hoog 18B, 4221 LM Hoogblokaland
Omschrijving
AERIUS kenmerk
14577.002
Rh3CfEhTx7CJ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
09 februari 2021, 09:59
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
1,41 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
gebruiksfase
Resultaten
Gebruiksfase
Rh3CfEhTx7CJ (09 februari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase
Emissie Gebruiksfase
Bron Sector
Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Gebruiksfase
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
1,41 kg/j
Rh3CfEhTx7CJ (09 februari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase
NOx NH3
Resultaten
Verkeer 126834, 431774 1,41 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
34,4 / etmaal NOx NH3
1,13 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase
Rh3CfEhTx7CJ (09 februari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase
Rh3CfEhTx7CJ (09 februari 2021) pagina 5/5
Bijlage 3
Archeologisch bureauonderzoek
(vastgesteld) Hoogblokland, Korenbloemstraat NL.IMRO.1978.BPKorenbloemstrHBL-VG01
85 - 215
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK ’T HOOG 18 B IN HOOGBLOKLAND GEMEENTE MOLENLANDEN
Archeologisch bureauonderzoek ’t Hoog 18 B te Hoogblokland Opdrachtgever
Wissing Ruimtelijke Denkers Middenbaan 108 2991 CT Barendrecht
Rapportnummer
14577.001
Versienummer 1
2
Datum
4 mei 2021
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
R.S. Verheij, MSc. drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
14577.001
Toponiem
’t Hoog 18 B
Opdrachtgever
Wissing Ruimtelijke Denkers
Gemeente
Molenlanden
Plaats
Hoogblokland
Provincie
Zuid-Holland
Kadastrale gegevens
Gemeente Hoogblokland, sectie C, perceel 150
Omvang plangebied
Circa 1.960 m2
Kaartblad
38G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 126840/ Y: 431900
Bevoegde overheid
Gemeente Molenlanden Dhr. R. van Oosterbos Postbus 5 2970 AA Bleskensgraaf
T: 088 75 15 000 E: info@molenlanden.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Dhr. E.E.A. van der Kuijl Hamaland Advies Ambachtsweg 9B 7021 BT Zelhem
T: 06-51873933 E: info@hamaland-advies.nl
Onderzoeksmelding ARCHIS3
4944340100
Archeoregio NOaA
13: Utrechts-Gelderse rivierengebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland
Uitvoerders
Econsultancy, R.S. Verheij, MSc. & drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de ’t Hoog 18 B te Hoogblokland in de gemeente Molenlanden. Het aanwezige schoolgebouw is reeds gesloopt en de initiatiefnemer heeft het voornemen om vier woningen te realiseren in het plangebied. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de periode Mesolithicum – Midden-Neolithicum (top rivierduin), een middelhoge verwachting voor bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de periode Laat-Neolithicum – Vroege Bronstijd (oeverafzettingen Schaik-stroomgordel) en een lage verwachting voor bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen (top veen/komafzettingen aan het maaiveld).
Eventuele archeologische resten in de top van het rivierduin en de daar op liggende oeverafzettingen worden beneden -2,7 m NAP verwachten alleen bedreigd door diepe graafwerkzaamheden en heiwerkzaamheden. Econsultancy adviseert dan ook om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ te handhaven, maar de vrijstellingsgrens voor wat betreft de verstoringsdiepte te verruimen naar 2 m -mv. Ook wordt geadviseerd om het aanbrengen van heipalen toe te staan, mits de totale verstoring hierdoor (inc. reeds aanwezige heipalen) niet meer dan 1% van het netto bouwoppervlak bedraagt en de onderlinge afstand tussen de heipalen ten minste 2,5 m is. Mochten er wel vergunningplichtige werkzaamheden dieper dan 2 m -mv plaatsvinden, dan is vervolgonderzoek noodzakelijk. In eerste instantie wordt geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uit te voeren. Dit onderzoek kan het best worden uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek, dat tot doel heeft de landschappelijke opbouw en de intactheid van het bodemarchief vast te stellen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden), die vervolgens een besluit of en in welke vorm vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd.
Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de gemeente Molenlanden of de provincie Zuid-Holland).
Rapport 14577.001 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ............................................................................................................................. 7
2
BUREAUONDERZOEK .......................................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 8 Methoden ..................................................................................................................... 8 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ........................................................ 9 Toekomstige situatie ................................................................................................... 10 Aardwetenschappelijke gegevens ............................................................................... 10 Beschrijving van het historische gebruik ...................................................................... 12 Archeologische waarden ............................................................................................. 15 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel....................................................... 17
CONCLUSIE EN ADVIES ..................................................................................................... 19
LITERATUUR ................................................................................................................................. 20 BRONNEN ..................................................................................................................................... 21
Rapport 14577.001 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1. Tabel 2.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto De toekomstige situatie van het plangebied Het plangebied op de beddinggordelkaart Het plangebied op de paleogeografische kaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historische kaarten Bouwgeschiedenis voormalig schoolgebouw Funderingstekeningen voormalig schoolgebouw Archeologische waarden en onderzoeken Archeologische beleidskaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terrein Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen
Rapport 14577.001 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Wissing Ruimtelijke Denkers een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de ’t Hoog 18 B te Hoogblokland in de gemeente Molenlanden. Het aanwezige schoolgebouw is reeds gesloopt en de initiatiefnemer heeft het voornemen om vier woningen te realiseren in het plangebied. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in januari 2021 door R.S. Verheij, MSc. en drs. A.J. Wullink (senior KNA-prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top
2
SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 7 van 15
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Molenlanden. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Molenlanden.
3
SIKB, 2018
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 8 van 15
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied dat zal worden ontwikkeld en waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan wordt doorgevoerd. Het plangebied ligt aan ’t Hoog en aan de Korenbloemstraat, in de bebouwde kom van Hoogblokland, in de gemeente Molenlanden. Hoogblokland is omgeven door landbouwgrond en ligt ten westen van het Merwedekanaal en ten oosten van de A27. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Hoogblokland, sectie C en omvat het perceel 150. De totale oppervlakte van het plangebied is 1.960 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen informatie wordt verzameld om tot het gespecificeerde verwachtingsmodel te komen. Het onderzoeksgebied beslaat over het algemeen het gebied in een straal van zo’n 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie In het plangebied heeft een basisschool gestaan. Het schoolgebouw is al gesloopt en verder is er geen bebouwing aanwezig in het plangebied. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Giessen-Oudekerk, Hoogblokland en Schelluinen4 uit 2012 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm –mv.
De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.5 Milieuhygiënische situatie Voorafgaande aan het archeologisch onderzoek is door Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.6 Uit dit verkennend onderzoek is gebleken dat de zandige bovengrond in het traject 0,05 - 0,35 m -mv niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. De kleiige ondergrond in het traject 0,15 – 1,20 m -mv blijkt licht verontreinigd met nikkel. Het veen in de ondergrond, in het traject 0,90 - 1,60 m -mv, blijkt licht verontreinigd te zijn met kobalt, nikkel en molybdeen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium (regionaal verhoogde achtergrondconcentratie). De lichte verontreinigingen zijn in tegenstelling met de vooraf gestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. De aangetoonde gehalten zijn dermate laag dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. De boringen geven aan dat de ondergrond tot 0,35 m -mv bestaat uit zand, daaronder komt tussen 0,15 en 1,2 m -mv klei voor, hieronder komt (al dan niet in combinatie met klei) veen voor tussen 0,35 en 1,6 m -mv. De dieptes waarop de pakketten voorkomen, varieert per boring. De conclusie van dit onderzoek is dat de onderzoeksresultaten geen belemmering vormen voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden.
Wanneer er grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van 4
www.ruimtelijkeplannen.nl Boshoven e.a., 2009 6 Tritium Advies, documentkenmerk: 2004/174/RH-01, versie A 5
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 9 van 15
grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen om vier woningen te realiseren in het plangebied. De toekomstige situatie wordt verbeeld in figuur 4. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m –mv. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 1.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie
Fluviatiele afzettingen afgewisseld met veen op rivierduinzand; Formatie van Echteld afgewisseld met de Formatie van Nieuwkoop op het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel.
Beddinggordelkaart
Laat glaciale meandergordel
Geomorfologie
Rivierkomvlakte
Bodemkunde
Drechtvaaggronden
Grondwatertrap
III
Landschappelijke ontwikkeling De landschappelijke ontwikkeling van het gebied zal worden beschreven aan de hand van enkele standaardwerken.7 Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders rivierengebied. Dit gebied maakte in de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 – 10.000 jaar geleden) deel uit van een brede riviervlakte van een vlechtende Rijn en Maas, ook wel het Pleniglaciaal terras of Laagterras genoemd8. De rivierafzettingen die in deze periode zijn afgezet behoren tot de Formatie van Kreftenheye. In die periode ontstaan rivierterrassen door de variatie in sedimentaanvoer en de zeespiegelstand. Volgens de beddinggordelkaart (figuur 5) ligt het plangebied ter hoogte van een laatglaciale meandergordel, ten noorden van een Jonge Dryas-terras (ook wel Terras X genoemd, 11.000 – 10.000 jaar geleden). Tijdens het Late Dryas (10.500 – 10.150 jaar BP) ontstaan door sterke (zuid-)westenwinden hoge rivierduinen. Deze rivierduinen behoren tot het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel. Het plangebied ligt op een rivierduin gevormd tussen 9000 en 2750 v. Chr. (figuur 6A - D). De Rijn en de Maas veranderen in het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) in meanderende rivieren. Er ontstaat een stelsel van fossiele rivierlopen, beddinggordels, doordat deze rivieren voortdurend hun loop verleggen en deze rivierlopen zich insnijden in oudere afzettingen.
In deze periode liggen zandige beddinggordels en bijbehorende oeverafzettingen relatief hoog in het landschap, waardoor ze geschikt zijn voor bewoning. Tussen de verschillende beddinggordels wordt in de laaggelegen komgebieden komklei afgezet of vindt veengroei plaats. Rond 1500 v. Chr. vindt er veengroei plaats ter plaatse van het plangebied en zijn de rivierduinen volledig bedekt met veen (figuur 6E). Ook worden er in het komgebied door doorbraken van oeverwallen crevasses gevormd. Deze Holocene rivierafzettingen behoren tot de Formatie van Echteld gerekend. 7
Mulder e.a., 2003; Cohen e.a., 2012; Jongmans e.a., 2013; Stouthamer e.a., 2017.
8
Berendsen & Stouthamer, 2001
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 10 van 15
Volgens de stroomgordelkaart van de Rijn-Maas-delta (figuur 5) ligt er ten noorden van het plangebied de Schaik-stroomgordel behorend tot riviersysteem de Graaf. De stroomgordel is actief tussen 3335 tot 2290 v. Chr. Deze stroomgordel heeft een anastomoserend patroon en heeft vooral rond Hoogblokland een cluster van geulen gevormd.9 Ten oosten van het plangebied ligt de Gorkum-Arkel-stroomgordel, actief tussen 4565 en 3640 v. Chr. en de Zederik-stroomgordel, actief tussen 155 v. Chr. en 1100 n. Chr.10 Vanaf de 11e eeuw worden de rivieren in het gebied bedijkt om overstromingen tegen te gaan, alleen in de uiterwaarden worden nog rivierafzettingen afgezet. Ook vind er vanaf deze periode veenwinning plaats tot aan de voet van de dijken. Dit werkt doorbraak van de dijken in de hand, waardoor delen van het gebied regelmatig onderwater komen te staan. Tijdens deze overstromingen kunnen sedimenten in de vorm van klei en zand worden afgezet.11 Geologie Volgens het GeoTOP-model in het DINOloket12 worden in het plangebied fluviatiele afzettingen van de Formatie van Echteld verwacht, afgewisseld met veen van de Formatie van Nieuwkoop tot -3,2 m NAP. Hieronder worden Laat-Pleistoceen (Weichselien) en Vroeg-Holoceen eolische duinafzettingen van het Laagpakket van Delwijnen (Formatie van Boxtel) verwacht.
Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied op een rivierkomvlakte, ten noorden van een rivierduin en ten zuiden van een stroomrug. Hoogblokland ligt ter hoogte van dit rivierduin. Wanneer de maaiveldhoogte kaart van het plangebied en omstreken wordt bekeken (AHN3; figuur 8) is te zien dat het plangebied hoger (tussen -0,36 en 0 m NAP) ligt dan de omliggende landbouwgrond (tussen -1,6 en -0,5 m NAP). Het plangebied ligt lager dan de kern van Hoogblokland wat rond 1,4 m NAP ligt. Dit komt doordat de kern op het rivierduin ligt. Verder zijn op de maaiveldhoogtekaart verscheidene stroomgordels te onderscheiden ten noorden van het plangebied ter hoogte van de landbouwgrond. Ook is de loop van de rivierduin waar Hoogblokland op ligt goed te onderscheiden. Ten oosten van het plangebied is de hoger gelegen oever van het Merwedekanaal te onderscheiden. Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 9) komen in het plangebied drechtvaaggronden voor (code Rv01C). Deze bodems behoren tot de hydrokleivaaggronden en zijn zavel- en kleigronden waarin periodieke hoge waterstanden kunnen voorkomen. De bodems worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een kleilaag van 40 à 80 cm dikte, die overgaat in veen van meer dan 40 cm dikte.
De kleilaag in de drechtvaaggronden is meestal kalkloos en er komen roestvlekken in voor. 13 De drechtvaaggronden hebben grondwatertrap III. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) hoger dan 40 cm -mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) tussen 80 en 120 cm – mv.
9
Boshoven e.a., 2009
10
Cohen e.a., 2012
11
Boshoven e.a., 2009
12
www.dinoloket.nl; De Mulder e.a., 2003
13
Bakker & Schelling, 1989
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 11 van 15
De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. 2.6
Beschrijving van het historische gebruik
Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal Bewoning in het riviergebied vindt voornamelijk plaats op rivierduinen en de relatief hooggelegen oeverwallen en stroomruggen. Het plangebied ligt op een (flank van) rivierduin, gevormd in de Jonge Dryas. Op deze duin was bewoning mogelijk vanaf het Mesolithicum. De oudste bewoningssporen uit de omgeving dateren dan ook uit deze periode. De meeste resten uit het Mesolithicum zijn aangetroffen tijdens de aanleg van de Betuweroute, waaronder botresten, natuursteen, vuurstenen artefacten, houtresten en in een enkel geval een graf. Ook is het oudste skelet van Nederland tijdens de aanleg van de Betuweroute gevonden op de vindplaats De Bruin en Polderweg te Hardinxveld-Giessendam.14 Tijdens het Neolithicum blijven de hoger gelegen delen bewoond, maar er vindt ook een bewoningsverschuiving plaatst naar stroomgordels. Dit komt doordat er steeds meer rivierduinen bedekt raken met een veen- of kleipakket en doordat er een verandering plaats vind in de manier van leven. Men trekt naar gebieden waar de mogelijkheid voor landbouw bestaat, namelijk oeverwallen van stroomgordels. Uit deze periode zijn in de omgeving onder anderen aardewerk, bot, vuurstenen voorwerpen, paalsporen, kuilen, graven en geslepen bijlen aangetroffen.
De bewoning lijkt in de Late Bronstijd af te nemen, waarschijnlijk door de verandering in klimaat en toenemende activiteit van de rivieren in de regio. Deze trend zet zich door in de IJzertijd, wanneer er veel overstromingen in het gebied voorkomen en ook vindt er meer veenvorming plaats, wat delen van het gebied minder geschikt maakt voor bewoning. Bewoning in de Romeinse tijd concentreert zich onder andere op de rivieroevers van de Linge ten zuidoosten van het plangebied en de Lek in de omgeving van Vianen, ten noorden van het plangebied. Uit de Vroege Middeleeuwen zijn onder andere resten gevonden op de oeverwal van de Linge, in Arkel. Het betreft aardewerk, waarvan de oudste resten uit de 8e eeuw dateren. Vanaf de 11e eeuw vindt er continue bewoning van de regio plaats op grote schaal. Wanneer de ontginning van het veengebied begint, vestigen zich mensen in het gebied. Zo groeien nederzettingen uit tot dorpen. In de 13e eeuw moet men maatregelen treffen voor alle ambachten gelegen aan open water voor de wering van rivierwater en de afvoer van het toestromende veenwater dat niet meer door het afgeturfde veen wordt vastgehouden. Langs de rivieren worden dijken aangelegd voorzien van sluizen. Al eerder zijn zij- en achterkaden opgeworpen om het water uit de onontgonnen gebieden te weren.
Op deze wijze ontstaan polders, gebieden waarin de waterstand beheerst wordt.15 Hoogblokland is gevestigd op een oude dijk, die op een rivierduin (donk) is aangelegd. Hoogblokland wordt als eerst vermeld in 1323, in de tijd dat het gebied behoort tot de heren van Arkel. De heren van Arkel leggen in die tijd een ringdijk om hun land heen. Deze ringdijk loopt van de Hoogbloklandse Paal via Hoogblokland naar Hoornaar en wordt aangelegd op de natuurlijke hoogten (donken) in het toenmalige veengebied. Blokland betekend ‘land dat aan alle kanten omsloten is’. Het gebied om Hoogblokland blijft lang een vrij ontoegankelijk en besloten gebied, een ‘beloken land’. Ontginning vindt pas later plaats vanaf de rivieroevers. 16 In 1497 wordt het Hoogblokland platgebrand tijdens de oorlogen 14
Louwe Kooijmans & Smits, 2001
15
Boshoven e.a., 2009
16
Plaatsengids.nl/hoogblokland
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 12 van 15
tussen Holland en Gelre en opnieuw in 1543. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is Alblasserwaard onder water gezet en zijn de inwoners gevlucht naar het honger gelegen Hoornaar. Het dorp is daarom in 1574 ontvolkt en wordt later pas weer bewoond. Op de kadastrale minuut uit de periode 1811 – 1832 (figuur 10A) is te zien dat het plangebied ten noorden van het Vlietje, Hoog en Bloklandweg, ten westen van de Zeederik Kanaal en in de Hooge Beemd ligt. Het plangebied beslaat waarschijnlijk perceel nummer 877 en is volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafels (OAT’s) eigendom van Arie Kuypers. Het perceel is in gebruik als weiland. De Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ van W.A. Hoekwater uit de periode 1898 – 1903 (niet opgenomen) laat zien dat Hoogblokland op de grens van Polder De Beemd en Polder Hoornaar ligt, ten westen van de Bazeldijk en ten oosten van de waterloop (boezem) De Giesen. De Polder Hoornaar waar Hoogblokland in ligt wateren uit op De Giesen.17 Tot 1937 veranderd er weinig in en rondom het plangebied, de Hooge en Laage Beemd polder worden samengevoegd tot Polder Den Beemd en er komt bebouwing ten oosten van het plangebied aan de Merwede (voorheen de Zeederik). Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een begraafplaats aan de Hoogbloklandsche Weg (figuur 10B).
Tussen 1962 en 1970 wordt er een weg aangelegd ten westen van het plangebied, later wordt dit de A27 (figuur 10C). Tussen 1980 en 1984 komt er bebouwing in en om het plangebied als uitbreiding van Hoogblokland (figuur 10D). In 1990 wordt de Hoogblokland weg de Dorpsweg (figuur 10E). Tot op heden veranderd er weinig in en rondom het plangebied (figuur 10F). Bouwhistorische waarden De reeds gesloopte basisschool in het plangebied dateert uit 1975.18 Bij de gemeente Molenlanden is bij het bouwarchief een aanvraag gedaan tot inzage van bouwdossiers voor de bebouwing binnen het plangebied. Op 11 februari zijn de tekeningen van het schoolgebouw en alle uitbreidingen ontvangen. In figuur 11 is de locatie van de oorspronkelijke school en de verschillende uitbreidingsfases weergegeven. De tekeningen van de eerste school dateren uit 1975 en zijn goedgekeurd in 1978. Uit de tekeningen blijkt dat de buitenmuren van de school een fundering op palen tot 110 cm -peil heeft (figuur 12). Het gebouw heeft een oppervlakte van 440 m2. Ten noordwesten van het gebouw is een fietsenberging en buitenberging aanwezig met een oppervlakte van 40 m2.19 In 1979 wordt er een uitbreiding van het schoolgebouw in de vorm van een extra klaslokaal en een berging goedgekeurd. Deze uitbreiding heeft een oppervlakte van 88 m2 en een fundering op palen van 110 cm -peil.
Verder wordt er aan de fietsenberging ook een uitbreiding gerealiseerd van in totaal 10 m2 met een fundering op 5 stuks palen met een diepte van 100 cm – peil (figuur 12).20 In 1993 wordt er een vergunning verleent voor het vergroten van de school met een speellokaal aan de voorzijde van het gebouw en een berging met een totale oppervlakte van 122 m2. Het palenplan bestaat
17
256 B 48 [1], Plano’s en plakkaten, Koninklijke Bibliotheek; geheugen.delpher.nl/
18
planviewer.nl
19
24-4-1975, HBL 360, Bouw schoolgebouw, ‘t Hoog 18b
20
22-2-1979, HBL 474, vergroten schoolgebouw, ’t Hoog 18b
RAPPORT 14577.001 versie 2
Pagina 13 van 15