CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan ‘Vertreklocatie gemeentehuis Hoornaar’

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5a. Bestemmingsplan Vertreklocatie gemeentehuis Hoornaar21.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1: AMBITIEWIJZER

Ambitiewijzer Nadere uitwerking van het ‘Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen’

Vertreklocatie Hoornaar

J. Venderbos Vakteam Omgeving d.d. 18-5-2022 1

Vertreklocatie Hoornaar Door realisatie van een nieuw gemeentekantoor in Bleskensgraaf verliest het kantoor in Hoornaar zijn functie. Om ervoor te zorgen dat de locatie niet lange tijd leeg komt te staan is vroegtijdig gestart met de planvorming voor een nieuwe functie van deze locatie, gelegen aan de Groeneweg 33 in Hoornaar. Door de grote vraag naar woningen is de transformatie van deze locatie naar een woongebied een logische en daarnaast ook in de omgeving passende vervolgfunctie. De nieuw te realiseren wijk moet een duurzame en toekomstbestendige woonwijk worden. Daarom zijn diverse duurzaamheidsambities en -eisen aan het project gekoppeld. Daarbij wordt gekeken naar de thema’s gezondheid en biodiversiteit, klimaatbestendigheid, circulariteit, duurzaam vervoer en energie. Dit document is een nadere uitwerking van de geformuleerde ambities zoals deze zijn beschreven in het ‘Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen’. In dit document is een analyse gegeven over de gemeentelijke ambities op de thema’s energie, klimaatadaptatie, gezonde leefomgeving, circulariteit, en duurzame mobiliteit voor project Vertreklocatie Hoornaar. Het document vormt daarmee de onderlegger voor het stedenbouwkundig ontwerp. Het stedenbouwkundig ontwerp en dit document vormen beide een bijlage bij te de sluiten verkoopovereenkomst van de locatie aan een toekomstige ontwikkelaar.

Via deze weg worden de duurzaamheidsambities, -eisen en -maatregelen geborgd. We hanteren een onderverdeling in duurzaamheidsambities, waaruit we een aantal ‘-eisen’ en ‘maatregelen’ voor het project destilleren. De eisen en maatregelen sluiten innovatieve alternatieve oplossingen nadrukkelijk niet uit. Alleen door het maken van goede afwegingen voor deze locatie kunnen we een duurzame, gezonde en toekomstbestendige woonwijk realiseren. Bij de ontwikkeling moet er door de gemeente een keus gemaakt worden in de systematiek van meten van duurzaamheid. Het meten van duurzaamheid kan door een scala aan tools. De keuze wordt in door de projectgroep in een later stadium gemaakt.

2

3

Klimaatadaptatie Het weer en klimaat in Nederland verandert. Door stijging van de concentratie van broeikasgassen, waaronder CO2, stijgt de temperatuur. Deze temperatuurstijging heeft een klimaatverandering tot gevolg. De vier belangrijkste gevolgen zijn: • hogere temperaturen en vaker periodes van extreme hitte; • vaker en langere periodes van droogte; • meer en extremere neerslag; • stijging van de zeespiegel. Maatregelen zijn nodig om deze gevolgen zoveel mogelijk het hoofd te bieden: klimaatadaptatie. In de Nationale Klimaatadaptatie Strategie wordt de strategie uitgezet voor een klimaatbestendig Nederland. Binnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie werken rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland. Gemeente Molenlanden heeft, om de lokale veranderingen het hoofd te bieden, de Lokale Adaptatie Strategie Klimaat en Bodemdaling: ‘Op weg naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’ opgesteld. Hierin worden de gemeentelijke streefdoelen per thema beschreven. Voor meer achtergronden is het raadzaam om dit document te raadplegen. Daarnaast heeft gemeente Molenlanden zich aangesloten bij het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ van de Provincie ZuidHolland aangesloten.

De voorspelling is dat Nederland in 2050 vaker te maken krijgt met hitte maar de regen wordt onregelmatiger en de kans op piekbuien wordt groter. Ook nu al merken we al dat de temperatuur in Nederland stijgt. De effecten van hitte merken we overdag voornamelijk door een afname van de productiviteit en ‘s nachts slapen mensen slechter. Het heeft dus een grote impact op de gezondheid van inwoners. Een groene leefomgeving kan bijdragen aan een prettigere en gezondere leefomgeving. Daarnaast valt er steeds vaker in een korte tijd, heel veel regen. Een piekbui. Ons watersysteem is hier niet op voorbereid. Deze piekbui kan dus voor problemen zorgen, als we hier geen rekening mee houden en daar kunnen we bij nieuwe nieuwbouwprojecten rekening mee houden. We kiezen voor maatregelen waarbij groene en blauwe structuren de hoofdrol spelen. Het doel is daarbij om de ruimte zo efficiënt mogelijk in te richten. Zo heeft groen een positieve bijdrage aan de vermindering van hitte alsook een gezonde leefomgeving. Wordt dit groen ook verlaagd aangelegd, kan het bij een hevige regenbui dienen als tijdelijke waterberging. Piekbuien (90 mm in een uur) worden daarmee in beginsel opgevangen binnen het plangebied.

Hierbij volgt men het principe dat het water in eerste instantie wordt vastgehouden waar het valt, daarna vertraagd wordt afgevoerd naar (tijdelijke) lokale infiltratiepunten (zoals wadi’s) en als laatste wordt afgevoerd naar de watergangen. Het uitgangspunt is dat dergelijke piekbuien niet mogen leiden dat water via de straten de woningen of andere gebouwen instroomt en het mag geen belemmering opleveren voor hulpdiensten.

4

Door in nieuwbouwprojecten rekening te houden met hitte, droogte en wateroverlast beperken we schade nu en in de toekomst en houden we ook in de toekomst een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken en recreëren. Dit doen we aan de hand van de volgende ambities: ▪ Bij nieuwbouwontwikkelingen wordt zoveel mogelijk groen in het gebied gerealiseerd. ▪ Bij nieuwbouwontwikkelingen het watergebruik zoveel mogelijk beperken en bergen in het ▪ ▪ ▪

gebied zelf. Voorkomen van hittestress. Voorkomen van bodemdaling. Natuurinclusief bouwen.

Op basis van de geformuleerde ambities voor klimaatadaptatie stellen we de volgende eisen aan het project: ▪ Het plangebied wordt hittestress bestendig ingericht ▪ Het groen wat op de locatie aanwezig is wordt zo veel als mogelijk behouden ▪ We geven bomen de ruimte en benutten hun schaduw optimaal ▪ We kiezen 20 passende maatregelen vanuit het Convenant Klimaatadaptief bouwen ▪ Hevige neerslag leid niet tot schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen binnen

het projectgebied en directe omgeving.

Om aan deze eisen te voldoen verwerken we de volgende maatregelen in het project : ▪ Warmte werend inrichten kan bijvoorbeeld door: kleur van het materiaal (zo min mogelijk donkere

▪ ▪

▪ ▪

▪

▪

▪ ▪ ▪

materialen), het wit maken van bitumen/EPDM daken (bij voorkeur uiteraard groene daken), warmte werende coating aanbrengen, voldoende groen naast verharding zodat de warmte weg kan; Bewoners bewust maken van de bijdrage die zij kunnen leveren op particulier terrein. Groen maakt een wezenlijk onderdeel uit van de openbare ruimte, de wijk bestaat daarom uit minimaal 30% groen (inclusief groene daken). Dit groen bestaat zoveel mogelijk uit robuuste eenheden, om snippergroen te voorkomen en werkt positief voor de biodiversiteit. We werken volgens het principe ‘je plant een boom voor 70 jaar.’ Bomen staan bij voorkeur niet in verharding. Als het niet anders mogelijk is, is er extra aandacht voor de groeiomstandigheden. Bomen met grote kronen zorgen voor voldoende schaduw. Bij nieuw te plaatsen bomen wordt er rekening gehouden met de plant positie, zodat de schaduw van de kruin van de boom op bestrating of op bebouwing valt. Hierdoor kan hittestress worden voorkomen; Het projectgebied wordt groen ingevuld met hoogteverschillen wat bijdraagt aan de wateropname ter plaatse, tenzij de gronden die nodig zijn voor andere programmaonderdelen zoals: de bouw van de woningen, de minimaal aan te leggen infrastructuur. Ook bij de andere programmaonderdelen heeft dit de aandacht. Plaatsen toegewezen voor groen en/of tuin, voorbelasten met grond in plaats van zand.

Hiermee wordt in de planning rekening gehouden. Het regenwater wordt deels opgevangen en hergebruik door toepassing van regentonnen of bassins. Bij het aanleggen van wegen en parkeerplaatsen wordt de infiltratie en vertraagde afvoer van regenwater meegenomen in het ontwerp. Denk hierbij als voorbeeld aan het toepassen van waterpasserende bestrating, wegen die het water geleiden naar wadi’s waar het kan infiltreren en groene parkeerplaatsen. 5

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Gebouwen worden voorzien van groendaken, daktuinen en waar mogelijk natuur inclusieve gevels. De dakranden van gebouwen worden verhoogd, waardoor er een deel vertraagd wordt afgevoerd. De constructie van gebouwen is overal draagkrachtig genoeg voor een combinatie van groen dak (of water dak) én zonnepanelen of PVT-panelen. Dit zorgt voor voldoende bovengrondse berging voor hemelwater. De woningen worden voorzien van kleine voortuinen (maximaal 1,5 meter) om zo veel mogelijk openbaar groen te creëren. Gebouwen worden niet aangesloten op een hemelwaterriool en infiltreren in de bodem. Bij de keuze van beplanting en/of bomen wordt rekening gehouden met de grondsamenstelling en grondwaterstanden. Daarbij worden zoveel mogelijk inheemse beplanting en bomen gebruikt. De voorkeur heeft om een biodivers en inheems beplantingsplan op te laten stellen door een deskundige. Door slim te ontwerpen maken we in de openbare ruimte gebruik van natuurlijke ventilatie door op de juiste plekken bomen te plaatsen. Bij het planten van bomen wordt rekening gehouden met de stand van de zon ten aanzien van zonnepanelen én voldoende schaduw op straat. Om de waterkwaliteit op peil te houden, worden er zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers toegepast.

Het toepassen van groene erfafscheidingen en het stimuleren van bewoners tot het creëren groen in de tuin en het in standhouden van de groene erfafscheidingen Indien mogelijk het bevorderen van groen in de openbare ruimte door het creëren van semiopenbare ruimten waar inwoners zelf ontwikkelen (voorbeeld: speeltuin die beheert en onderhouden wordt door de inwoners zelf).

6

Molenlanden neemt deel aan het convenant klimaatadaptief bouwen van de Provincie. Dit houdt onder andere in dat we bij projecten twintig maatregelen moeten toepassen uit de lijst die bij de regeling hoort. Voor dit project zijn de volgende twintig maatregelen geselecteerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.

Gebouwen hebben groene daken. Iedere woning heeft een nestkast voor vogels of insecten. Er zijn voorzieningen voor vleermuizen in en om het gebouw. Alle muren zijn waar mogelijk bedekt met (klim)planten. De gevels van de gebouwen hebben nestgelegenheid voor zwaluwen of huismussen. Er zijn habitats en overwinteringsplaatsen voor amfibieën. Het hele jaar is er voedsel voor vogels beschikbaar. Er zijn voorzieningen voor insecten bijvoorbeeld steenstapel, insectenhotel. De ontwikkelaars werken samen met ecologische experts. De vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen bloeiende planten. De vegetatie op het terrein is rijk aan nectar en stuifmeel. Zorg voor variatie in de beplanting, niet meer dan vijf per soort. Er zijn ten minste twee verschillende fruit- en bessenplanten per 100 m2 terrein. Er is een biotoop voor waterinsecten op het terrein. Het terrein is groen, maar er zijn geen gazons. De vegetatie op het terrein heeft een bepaalde kleur of vorm als thema. Afscheidingen worden als haag uitgevoerd met minimaal drie verschillende heesters. Alle oppervlakten op het terrein zijn waterdoorlaatbaar. Al het hemelwater is van het riool afgekoppeld. Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een tweede gebruik (bijvoorbeeld door het nathouden van de bodem of gebruik regentonnen, of het opslag van regenwater met bassins in de kruipruimte van de woningen).

Noot: de opsomming hierboven heeft in sommige gevallen een overlap met de maatregelen die eerder of bij andere thema’s zijn genoemd. Maar om de selectie vanuit het convenant zuiver te houden is deze hier overzichtelijk opgesomd.

7

| Mobiliteit

Duurzaam vervoer Als we het hebben over de toekomst van verkeer en vervoer in Nederland, is er een hoop onzeker. De elektrische auto en -fiets die nu hun opmars doen, deelauto's en een toenemend aantal mensen dat in steden wilt wonen, werken en daarmee ook vervoeren. Het vraagt opnieuw om een transitie in de huidige aanpak bij het bouwen van nieuwe wijken. Waar kunnen inwoners straks hun elektrische auto’s opladen? Hoe zorgen we voor een goed verkeers- en vervoersplan die klaar is voor de toekomst? Door in nieuwbouwprojecten rekening te houden met de actuele ontwikkelingen rondom mobiliteit faciliteren we toekomstige bewoners maximaal om over te stappen naar een duurzame vorm van mobiliteit. Dit doen we aan de hand van de volgende ambities: ▪ Parkeren gebeurt zoveel mogelijk op centrale plaatsen in het projectgebied. Daarmee worden

▪

laadpalen (en ondergrondse infrastructuur) gecentraliseerd en creëer je zo min mogelijk ontsluitingsverkeer. Deelauto concept wordt onderzocht en gestimuleerd en indien de haalbaarheid uit onderzoek positief is wordt deze gefaciliteerd.

Op basis van de geformuleerde ambities voor klimaatadaptatie stellen we de volgende eisen aan het project: ▪ Alle infrastructuur heeft een duidelijk doel, daarmee voorkomen we onnodige verharding en werken ▪

we volgens het principe ‘groen, tenzij’ (zie ook bij thema Klimaatadaptatie). Er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor fietsverbindingen.

Om aan deze eisen te voldoen verwerken we de volgende maatregelen in het project: ▪ Er wordt voldoende zware infrastructuur aangelegd, waarmee wordt geanticipeerd op het ▪ ▪

toekomstige elektrisch rijden. Er worden voldoende oplaadpunten voor elektrische auto’s geboden bij de openbare parkeerplaatsen. Woningen die op eigen terrein parkeren hebben een elektrisch oplaadpunt.

| Energie

Energie Het klimaat is aan het veranderen. Dit kunnen we beperken door de vermindering van uitstoot van CO2. Enerzijds door minder energie te gebruiken, anderzijds door het gebruik van duurzame energie. Vanuit het nationaal Klimaatakkoord is bij gemeenten de opgave neergelegd om te participeren in RES-regio’s. Molenlanden vormt samen met Gorinchem de RES-regio Alblasserwaard en heeft via de zogenaamde RES 1.0 een bod uitgebracht bij het Rijk waarmee zij de opgave voor duurzame opwek van energie in 2030 heeft vastgelegd. Bij nieuwbouwprojecten vinden we het belangrijk dat zij geen (grote) extra energievraag met zich mee brengen, die ervoor zorgt dat de opgave om het totale energieverbruik van de gemeente met duurzame bronnen op te wekken wordt vergroot. Als we hier geen rekening mee houden zou dit betekenen dat elders in de gemeente (RES-regio) bijvoorbeeld windmolens, zonnevelden of andere innovatieve vormen van energieopwekking moeten worden geplaatst om in deze energievoorziening te voorzien. Onze ambitie is dat we inzetten op het gebruik van duurzame energiesystemen met als doel om CO2 uitstoot te voorkomen. En er wordt naar gestreefd dat de energie die het project nodig heeft wordt opgewekt en indien nodig wordt opgeslagen binnen het plangebied. Dit geldt zowel voor de woningen als voor de openbare verlichting.

Op basis van de geformuleerde ambitie voor energie stellen we de volgende eisen aan het project: ▪ Er wordt slimme straatverlichting toegepast, die ’s avonds dimt tot een veilig niveau. ▪ We bouwen NOM woningen(Nul op de Meter) ▪ Alle energie die nodig is voor de openbare verlichting, wordt duurzaam opgewekt en opgeslagen. Dit ▪ ▪

gebeurt bij voorkeur op de lantaarnpaalzelf. Energie wordt zoveel mogelijk in het plangebied zelf, duurzaam opgewekt en opgeslagen. De gekozen techniek en aanvullende maatregelen om Nul Op de Meter woningen (NOM) te realiseren doet geen afbreuk aan de gezondheidsaspecten, zoals bijvoorbeeld geluid.

Om aan deze eisen te voldoen verwerken we de volgende maatregelen in het project: ▪ Erg goede isolatie van het dak, de gevel, spouwmuren, vloeren en ramen. ▪ Het plangebied wordt zoveel mogelijk zongericht verkaveld ten behoeve van de plaatsing van

zonnepanelen op de daken.

▪

Oververhitting in de zomer voorkomen door zonnewarmte zoveel mogelijk buiten woningen te houden en hiermee rekening te houden met het ontwerp van de woningen.

▪

Woningen realiseren met een duurzame manier van verwarmen en koelen, bijvoorbeeld door een (collectief buurt-) warmtepompsysteem of door toepassing een zonneboilers. Hierbij wordt nadrukkelijk gelet op een zo laag mogelijk energieverbruik van de gekozen installaties. Zonnepanelen, in combinatie met een groen dak en/of een zonneboiler, PVT panelen. Ventilatie met warmteterugwinning. Warmteterugwinning wordt toegepast waar mogelijk binnen de woningen.

▪ ▪ ▪

| Circulariteit

Circulariteit In Nederland is er toenemende aandacht voor de realisatie van een circulaire economie. Dit betekent dat producten en diensten worden uitgewisseld in gesloten kringlopen. In een circulaire economie bestaat er dus geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In 2016 is het programma Nederland Circulair in 2050 gepresenteerd: een volledig circulaire economie in 2050. Als tussendoelstelling voor 2030 is geformuleerd dat het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is gereduceerd. De ambitie is dat er bij nieuwe ontwikkelingen goed nagedacht wordt over wat is de impact is van de toe te passen materialen? Hoe zorgen we dat de cirkel weer rond wordt? Door te sturen, zorgen we dat er geen onnodige materialen gebruikt worden en gekeken wordt naar de gehele levensduur van het materiaal. Om aan de ambitie te voldoen verwerken we de volgende maatregelen in het project: ▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

Afval wordt gescheiden ingezameld volgens de uitgangspunten van Waardlanden Door de toepassing van het principe ‘groen, tenzij...’ gebruiken we zo min mogelijk materiaal. Waardoor minder grondstoffen gebruikt hoeven te worden. Als er wel materiaal wordt gebruikt, is er een afweging gemaakt dat het zo min mogelijk milieubelastend is en/of zo veel mogelijk circulair. Denk hierbij aan gebruik van biobased materiaal, secundaire materialen, materialen met een lage MPG-score Bij de toepassing van materialen wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van materialen en hoe deze demontabel kunnen worden verwerkt. Er wordt zowel voor de woningen, de openbare ruimte en kunstwerken een materialenpaspoort opgesteld voor de toegepaste materialen. Een materialenpaspoort is een document waarin alle gebruikte materialen van een woning of gebouw beschreven zijn, waardoor er meer bewustwording is voor materiaalkeuze en hergebruik. Op dit moment is hiervoor nog geen format of standaard. Er wordt gebouwd met minimale milieubelasting (BREAAM-NL gebied Excellent). De in het projectgebied aanwezige materialen worden zo veel als mogelijk hergebruikt bij de nieuwe ontwikkeling. Onderzocht wordt in hoeverre circulair slopen kan worden toegepast binnen het project. Door op circulaire wijze te slopen kunnen waardevolle vrijgekomen materialen een tweede leven krijgen.

Dit draagt bij aan het verminderen van het gebruik grond-/bouwstoffen en is beter voor het milieu.

| Gezondheid & Biodiversiteit

Gezondheid en biodiversiteit De toename van de verstedelijking legt een druk op de gezonde leefomgeving en de biodiversiteit. Steeds meer natuur wordt bebouwd. In sommige gevallen zonder rekening te houden met bestaande flora en fauna. Door het toevoegen van groen/blauwe structuren en in te zetten op duurzaam vervoer wordt er voor een deel invulling gegeven aan het onderwerp gezondheid en biodiversiteit. Meer groen biedt immers een gezondere leefomgeving en een leefomgeving voor plant en dier. In dit thema worden een aantal aanvullende ambities opgenomen voor de versterking van deze opgave: ▪ In de wijk is uitnodigend om in beweging te komen, bijvoorbeeld door een ommetje. ▪ Het gebied is een gezonde leefomgeving voor mensen, dieren en planten. ▪ Woningen (of deel daarvan) zijn levensloopbestendig. ▪ Er is ruimte voor ontmoeting. Op basis van de geformuleerde ambitie stellen we de volgende eisen aan het project: ▪ We bouwen we natuurinclusief ¹. ▪ We leggen robuuste groen eenheden aan om een habitat voor insecten te bieden en snippergroen te ▪

voorkomen. We leggen een wandelverbinding aan door het gebied.

Om aan de ambitie/eisen te voldoen verwerken we de volgende maatregelen in het project: ▪ Openbare verlichting is energiezuinig en bij voorkeur diervriendelijk (ecodynamisch) ▪ Bruggen en duikers hebben een passeer voorziening voor dieren. Watergangen met beschoeiing hebben ▪ ▪ ▪ ▪

een eenden trappetje. Nieuwbouwwoningen zijn voorzien van een variatie aan gevelstenen voor vogels, vleermuizen en insecten (één per woning). We hebben een diversiteit aan (inheemse) planten en begroeiing met voldoende. Eventueel aan te leggen speelplekken zijn beweegvriendelijk. Er wordt een bankje op een geschikte plek in de openbare ruimte geplaatst om ontmoeting te stimuleren.

¹ Met natuurinclusief bouwen doelen we op het nemen van een tal van maatregelen om natuur te integreren in nieuwbouw woningen en andere opbejecten.

BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Gemeentehuis Hoornaar te Hoornaar (gemeente Molenlanden)

AM21617

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Gemeentehuis Hoornaar te Hoornaar (gemeente Molenlanden) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM21617 : Definitief (versie 2) : 2214-5656 : 18 april 2023

Opdrachtgever

: Ordito Nieuwstraat 87 5126 CC Gilze

Opsteller rapport Paraaf

: L. Kruithof MSc. | J.M.L. van Boldrik MA. | drs. D. Hagens :

Redactie Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Vrijgave Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002 + 4003

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM21617

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 7 2. 2.1 2.2

WERKWIJZE ............................................................................................................................................................................................................ 10 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................. 10 Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ................................................................................................................... 10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 12 landschappelijke situatie - geomorfologie ........................................................................................................................................... 12 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 13 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 14 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 15 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 20

3.

4.

VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 25

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 27 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 27 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 28 Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 29 Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 30

6. CONCLUSIE ....................................................................................................................................................................................................................... 31 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 31 6.2 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 31 7.

AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 32

Bijlagen: 1 2 3 4 5 5b 6 7 8

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart voormalige gemeente Giessenlanden Overzicht geomorfologische kaart Stroomgordelkaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen

Pagina | 3

AM21617

SAMENVATTING Op 13 en 14 juni 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Groeneweg 33 te Hoornaar (gemeente Molenlanden). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden (2009) in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. Binnen het bestemmingsplan Dorpskern Hoornaar (2012) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. De omgeving van het plangebied ligt in een dynamisch gebied. Het grootste deel van het plangebied ligt binnen een LaatGlaciale meandergordel. Deze meandergordel was actief van circa 10.950 tot 9.000 voor Chr. (laat-paleolithicum B). De stroomgordel zal zich hebben ingesneden in de Pleistocene ondergrond.

Om die reden geldt een lage archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum. Naar verwachting was het plangebied te nat voor bewoning in deze periode. Om deze redenen geldt er een lage verwachting voor de periode laat-paleolithicum. Op basis van de datering van Laat-Glaciale meandergordel kunnen er archeologische resten vanaf het vroeg-mesolithicum voorkomen. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones). Er is geen tot onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van een dergelijke gradiëntzone in of nabij het plangebied. De top van de afzettingen uit het Weichselien bevindt zich in het plangebied op een diepte van circa 4,00 meter onder maaiveld. Om deze redenen kan er geen nader gespecificeerde archeologische verwachting gegeven worden voor de periode vroeg-mesolithicum tot laat-mesolithicum. De omgeving van het plangebied bestond tijdens het laat-neolithicum tot aan de ontginning van het plangebied in de middeleeuwen uit een veenlandschap. Alleen de hoger gelegen rivierduinen, zoals ten noordwesten van het plangebied, werden niet bedekt met veen. Het veen landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Om deze redenen geldt een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten.

Het plangebied ligt aan de Groeneweg, ten zuiden van de historische dorpskern van Hoornaar. Het uitgestrekte veengebied Alblasserwaard werd vanaf de 12e en 13e eeuw in cultuur gebracht. Gedurende de 19e en 20e eeuw in gebruik als weiland en akkerland. Vanwege de ligging in agrarisch gebied, en de afwezigheid van aanwijzingen voor historische bebouwing, worden resten van bewoning uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd niet verwacht in het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.

Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat in het plangebied de natuurlijke afzettingen vooral zijn gevormd in een komgebied van de stroomgordel van Schaik dat nat en/of vochtig was voor bewoning. In het zuiden van het plangebied is vermoedelijk een oude geul aangetroffen van de Schaik stroomgordel. Er zijn geen bewoonbare niveaus of donken of terpen en archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van archeologische resten. Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan de lage verwachting uit het bureauonderzoek worden gehandhaafd voor perioden neolithicum – nieuwe tijd.

Pagina | 4

AM21617

Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden), dat op basis van het uitgebrachte advies een selectiebesluit zal nemen. “De gemeente is akkoord met het eindrapport op voorwaarde dat de opmerkingen, waar onder de bouwdossier gegevens verwerkt/toegelicht worden in het eindrapport. Wij gaan akkoord met het selectieadvies om het plangebied vanuit het aspect archeologie vrij te geven (geen vervolgonderzoek). De ondergrond bestaat uit komafzettingen en een veenpakket dat niet geschikt was voor permanente menselijke bewoning in het verleden. De trefkans op vindplaatsen is gezien de onderzoeksresultaten nihil. Wel wijzen wij erop dat voor toevalsvondsten een meldplicht geldt conform art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet bij de RCE en gemeente Molenlanden. Gemakshalve kan deze melding plaatsvinden via e-mail: ronald.vanoosterbos@jouwgemeente.nl en info@hamalandadvies.nl”. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Pagina | 5

AM21617

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer

: AM21617

OM-nummer

: 5268957100

Soort onderzoek

: Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Adres onderzoekslocatie

: Groenweg 33 te Hoornaar

Toponiem

: Groeneweg 33

Gemeente

: Molenlanden

Provincie

: Zuid-Holland

Kadastrale registratie

: Hoornaar, sectie B, nummers, 1095, 1256 (gedeeltelijk), 1319 en 1320

Coördinaten

: Centraal

124.780; 431.871

NW:

124.719; 431.949

NO:

124.815; 431.967

ZW:

124.751; 431.786

ZO:

124.847; 431.804

Oppervlakte

: Circa 1,63 ha

Huidig locatie gebruik

: Bebouwd (gemeentehuis), parkeerplaats en groenzones

Aanleiding onderzoek

: Omgevingswetvergunning

Opdrachtgever

: Ordito

Bevoegde overheid

: Gemeente Molenlanden, Dhr. R.A.R.M van Oosterbos (ronald.vanoosterbos@jouwgemeente.nl)

Adviseur namens bevoegde overheid

: Dhr. E.E.A. van der Kuijl (Hamaland Advies, info@hamaland-advies.nl) Ambachtsweg 9B 7021 BT Zelhem

Opslag documentatie en materiaal

: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Alphen aan den Rijn/E-depot

Datum uitvoering veldwerk

: 13 en 14 juni 2022

Pagina | 6

AM21617

1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Groeneweg 33 te Hoornaar

Gemeente

: Molenlanden

Oppervlakte

: Circa 1.63 ha

Huidig gebruik van de locatie

: Bebouwd (gemeentehuis), parkeerplaats en groenzones

Toekomstig gebruik

: (her)ontwikkeling van de locatie

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie (Figuur 1). Momenteel is het gebouw in gebruik als gemeentehuis met parkeerplaats (gemeentehuis Hoornaar). Doordat de voormalig gemeente Giessenlanden is gefuseerd naar gemeente Molenlanden, hierdoor komt het gebouw ter beschikking voor herontwikkeling met de bestemming ‘wonen’. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden (2009) in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. Binnen het bestemmingsplan Dorpskern Hoornaar (2012) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m 2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 4).1

Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel. Specifiek voor de onderzoekslocatie Groeneweg 33 te Hoornaar zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?

•

In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?

•

Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

1 Boshoven et al. 2009 (BAAC-rapport V-08.0185). Pagina | 7

AM21617

Plangebied Het plangebied ligt aan de Groeneweg, ten zuid(oosten) van de historische dorpskern van Hoornaar. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 2. Momenteel is het plangebied deels bebouwd (gemeentehuis Hoornaar), verhard (parkeerplaats) en groenzones. In het noorden wordt het plangebied begrensd door bebouwing aan de Schans (nummers 28 t/m 33), in het oosten door bebouwing aan de Fazantstraat (nummers 1 t/m 19), in het zuiden door bebouwing aan de Weide (nummers 2 en 4) en in het westen door de Groeneweg.

Figuur 1. Impressie van de toekomstige situatie binnen het plangebied (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina | 8

AM21617

Figuur 2. Topografische ligging van de onderzoekslocatie, weergegeven met het rode kader. (Bron: PDOK-viewer).

Pagina | 9

AM21617

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen •

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

•

Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)

•

Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden

•

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten •

Bodemkaart (Alterra)

•

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

•

Stroomgordelkaart (Cohen 2012)

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

Historische kaarten •

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

•

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

•

Moderne topografische kaart (tot 2021)

De Historische Vereniging Hoogblokland Hoornaar Noordeloos, is op 4 mei 2022 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

2.2

Verkennend veldonderzoek door middel van boringen

Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 2 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is hiermee verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,63 ha. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 10 boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten en bebouwing. De hoogte zal worden bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en een gutsboor van 3 centimeter. Het kalkgehalte is bepaald met een 10 procent zoutzuuroplossing.

2 Tol et al. 2012.

Pagina | 10

AM21617

De boorkernen worden conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. Gelet zal worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren als fragmenten keramiek, fosfaatvlekken en brokjes houtskool en verbrande leem. Daartoe worden de opgeboorde monsters verbrokkeld waar nodig.

Pagina | 11

AM21617

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Het plangebied ligt in de Rijn-Maasdelta3 en maakt deel uit van de Alblasserwaard en het Midden-Nederlandse rivierengebied. Het ligt in een landschappelijk gebied dat tijdens het Holoceen (vanaf circa 11.700 jaar geleden) tot stand is gekomen door (voormalige) meanderende riviersystemen. Tijdens het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) werden in het plangebied door de Rijn zand en grindrijke materiaal afgezet door vlechtende rivieren. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Kreftenheye. In het Laat-Glaciaal (LaatWeichselien, 14.700 – 11.700 jaar geleden) kregen de rivieren een meanderend karakter en werden de vlechtende rivierafzettingen afgedekt met komafzettingen, die tijdens overstromingen werd afgezet. Deze zandige, stugge kleilaag wordt gerekend tot de Laag van Wijchen. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de zeespiegel. Als gevolg van de zeespiegelstijging werd er sediment in de vroeg-Holocene rivierdalen afgezet en ontstonden er nieuwe rivierlopen. Tijdens overstromingen van deze nieuwe rivieren ontstonden er grote moerasgebieden en zoetwatermeren waarin veenvorming kon plaatsvinden op het dekzand. Ook in het gebied rond Hoornaar vond vanaf circa 5.000 voor Chr. veenvorming plaats.

Dit veen wordt het Basisveen genoemd en behoort tot de Formatie van Nieuwkoop.4 Onder invloed van de zeespiegelstijging kregen de rivieren in de pleistocene riviervlakte een meanderend en anastomoserend karakter, zoals die nu aanwezig is in het rivierengebied. De hoofdgeulen werden meanderend en de overige geulen opgevuld met veen en klei. Verschillende riviertakken hebben zich tijdens deze periode diverse keren in loop verlegd (alvulsies). Hierdoor bevinden zich meerdere stroomgordels van verschillende ouderdom in de ondergrond van het rivierengebied die veelal bedekt zijn met jongere afzettingen. De fluviatiele Holocene afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld.5 De Schaik stroomgordel is in belangrijke mate verantwoordelijk voor vorming van het landschappelijk gebied waarin het plangebied ligt. Volgens de stroomgordelkaart (Bijlage 5b) ligt in het zuidwestelijke deel van het plangebied de stroomgordel/meander van Schaik (nummer 150). Deze stroomgordel was actief van circa 3.325 tot 2.290 voor Chr. (midden neolithicum).6 De rivierafzettingen van meanderende rivieren kunnen worden onderverdeeld in beddingafzettingen (grind en zand), oeverafzettingen (zand, zavel en zandige klei), komafzettingen (zwak siltige klei) en crevasseafzettingen (zand, zavel en lichte klei).7 De beddingafzettingen werden in de binnenbochten afgezet.

Langs de geulen werden oeverafzettingen (sedimentatie) afgezet, als de rivier buiten haar bedding trad. In de lagere delen achter de oeverwallen vonden komafzettingen plaats.8

3 Rensink et al., 2019. 4 Berendsen 2011, 271. 5 Berendsen 2019, 125. 6 Cohen et al., 2012., nummer 150. 7 Berendsen 2010, 266-267. 8 Zonneveld 1981, 142-143; Berendsen 2011. Pagina | 12

AM21617

Oeverwaldoorbraakafzettingen of crevasseafzettingen ontstaan tijdens hoogwater als de rivier buiten haar oevers treedt en de gevormde oeverwallen braken. Hierdoor wordt ontstonden kleinere waterstromen die sediment naar de kom transporteert. Crevassevorming treedt vooral op aan het begin- en eindfase van de ontwikkeling van een stroomgordel.9 In de beginfase zijn de oeverwallen nog niet goed ontwikkeld, waardoor de rivier tijdens hoog water al snel buiten haar bedding treedt. Echter in de eindfase zijn de oeverwallen goed ontwikkeld en hoog opgeworpen waardoor het verval met de kom dan zo hoog is dat de oeverwal regelmatig zullen doorbreken en het sediment ver de kom in transporteren. In de omgeving van het plangebied komen rivierduinen voor. Deze rivierduinen zijn ontstaan in Jonge Dryas (circa 12.900 tot 11.700 jaar geleden) toen de vlechtende rivieren van Terras X droog of gedeeltelijk droog kwamen te liggen. 10 Hierdoor werden rivierduinen gevormd langs de rivieren. De rivierduinen bestaan uit matig goed gesorteerd, matig grof zand. Deze afzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Delwijnen, onderdeel van de Formatie van Boxtel.

Volgens de oppervlakte geologiekaart bestaat de ondergrond ter hoogte van het plangebied uit fijnkorrelige komafzettingen en ingeschakelde veen (Formatie van Nieuwkoop) (code k).11 Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied op een ontgonnen veenvlakte bedekt met fluviatiele klei en dekzand (code 1M81ykd). Op circa 280 meter ten noorden van het plangebied ligt het Giessen. Op de stroomgordelkaart ligt het plangebied grotendeels op een Laat-Glaciale meandergordel (Bijlage 5b, nummer 702). Deze stroomgordel was actief van 10.950 tot 9.000 voor Chr. (laat-paleolithicum B). Het zuidwestelijke deel ligt op Terras X (nummer 703). Deze stroomgordel was actief van 9.000 tot 8.200 voor Chr. (laat-paleolithicum B). Het zuidoostelijk deel ligt op de stroomgordel van Schaik (nummer 150). Deze stroomgordel was actief van 3.335 tot 2.290 voor Chr. (midden-neolithicum – laat-neolithicum). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 7) is duidelijk te zien dat het plangebied relatief ietwat hoger gelegen is in het landschap. De vorm en ligging van de Schaik stroomgordel en andere stroomgordels is duidelijk te herkennen. Ook is de rivierduin ten noordwesten van het plangebied duidelijk te herkennen als hoger gelegen zone. Direct ten westen van het plangebied ligt ook hoger gelegen zone. Vermoedelijk is deze zone opgehoogd ten behoeve van de huidige woonwijk.

Een andere mogelijkheid is dat hier een rivierduin aanwezig is. Volgens de bekende gegevens in DINOloket worden de rivierduinafzettingen in de omgeving van het plangebied verwacht op circa 3,75 meter -NAP.12 De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert tussen de 0,37 en 0,84 meter -NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in zuidoostelijke richting af.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart (Bijlage 6) wordt in het plangebied waardveengronden op bosveen (of eutroof broekveen) (code kvb) verwacht. Waardveengronden zijn gronden die voorkomen in de strook veengronden langs de Vecht. De gronden hebben een 10 cm dik zwak roestige bovengrond van humusrijke, zware klei met hierin plaatselijk zand. De zware tot zeer zware kleilaag onder de bovengrond is matig tot zeer humeus en veelal sterk roestig. Het daaronder liggende slibhoudende bosveen bevat meestal veel houtresten.

9 Makaske 1998, 220-224; Van Dinter/ Van Zijverden. 10 Stouthamer et al., 2020, 216. 11 Geologische overzichtskaart van Nederland 2021. 12 www.dinoloket.nl Pagina | 13

AM21617

Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld hoge grondwaterstand, te weten grondwatertrap II. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt tussen 50 en 80 centimeter onder maaiveld. Deze hoge grondwaterstand zorgt voor goed bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Hoornaar. Het plangebied ligt aan de Groenweg aan de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Hoornaar. Het is gelegen in de Polder Hoge Giessen. Hoornaar maakt deel uit van de Alblasserwaard. Vanaf de 11e eeuw werd de Alblasserwaard grootschalig in ontginning gebracht door toedoen van de bisschop van Utrecht. Tot die tijd bestond het gebied uit een uitgestrekt veenmoeras, afgewisseld met enkele hoger gelegen stroomruggen en donken. Door het gebied stroomden enkele riviertjes, waaronder de Kromme Giessen.13 Er werden watergangen en wegen aangelegd om daarmee het gebied te kunnen ontwateren en tegelijk toegankelijk te maken. Vanuit de riviertjes werden sloten gegraven, waardoor het water beter weg kon vloeien en daarmee de gronden bruikbaar werden voor bewoning. De bewoning vond plaats op de hoger gelegen donken direct langs de genoemde waterlopen. In de loop van de tijd ontstonden nederzettingen zoals Arkel, Hoornaar, Hoogblokland en Noordeloos. Hoornaar ontstond in deze periode aan de oevers van de Giessen en de Kromme Giessen. De Kromme Giessen stroomt op circa 280 meter ten noorden van het plangebied. De nederzetting ontwikkelde zich als een bewoningslint aan de huidige Dorpsweg.

Ook verder zuidelijk, langs de Hoge Giessen en Lage Giessen, vond geleidelijk aan bewoning plaats. De eerste schriftelijke vermelding van de nederzetting Hoornaar ‘Hoirnair’ stamt uit 1475-1476. In 1494 en 1665 werd Hoornaar vermeld als ‘Hornaer’.14 De plaatsnaam is waarschijnlijk afkomstig van ‘hoorn’ (hoek) en ‘aar’ (water). Mogelijk duidt hoorn ook op een bocht ‘de hoek’ in het water. Hoornaar was in 1277 gelegen bij de Hornedamme. De naam komt vermoedelijk van Hornedamm, omdat zowel Hoorn als Horn op een bocht duiden. De rivier de Linge stroomde ooit achter Hoogblokland en mondde uit in de Giessen. Hier werd een dam gelegd, waar langs een nederzetting ontstond. Een andere verklaring kan gezocht worden in ‘hore’, wat slijk en modder betekende.15 Het plangebied ligt aan de Groeneweg. Dit werd als een apart buurtschap gezien. De benaming van de Groene weg is af te leiden uit een onverharde weg, die ten gevolge van gering of verminderd gebruik, buiten het wagenspoor onregelmatig met gras was begroeid. Hierdoor maakte de weg een ‘groene’ indruk.16 In oude kronieken wordt het verhaal verteld dat Hoornaar in 1481 zou zijn overvallen. In de 11e eeuw vond de aanval van Grofiel van Lotharingen plaats op Dordrecht, deze werd door graaf Dirk III van Holland verijdeld.17

13 Boshoven, Buesink e.a. 2009, 53. 14 https://www.plaatsengids.nl/hoornaar 15 Van Berkel & Samplonius 2006. 16 Van Berkel & Samplonius 2006. 17 https://www.plaatsengids.nl/hoornaar Pagina | 14

AM21617

Tussen 1943-1944 werd gedurende de Tweede Wereldoorlog een deel van Hoornaar geëvacueerd. Dit was nodig vanwege de onderwaterzetting van de polders. In mei 1945 zijn de speelterreinen van beide basisscholen ingericht als krijgsgevangenkamp.18 Tijdens de oorlog zijn een aantal inwoners van Hoornaar opgepakt en geëxecuteerd. De executie heeft niet plaatsgevonden in Hoornaar. Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden geldt voor het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting (Bijlage 4).19 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 300 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 drie archeologische monumenten en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel 1). Monumentnummer 10.435 Donk met sporen van bewoning uit het Mesolithicum-Neolithicum en de late middeleeuwen. Zie ook de verschillende waarnemingen. In de donk is een houtskoollaag aangetroffen.

Monumentnummer 10.437 Donk met sporen van bewoning uit het Mesolithicum en/of Neolithicum, mogelijk ook uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd. Hier is houtskool aangeboord. Actualisering Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland 2004-2006 De AMK van ZuidHolland, vervaardigd in 1994, is opgenomen in de (digitale) Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS). De gehele CHS, en daarmee ook de AMK, was aan herziening toe. Tussen 2004 en 2006 is, op initiatief van en gefinancierd door de Provincie Zuid-Holland, de AMK geheel herzien door middel van een bureauonderzoek. De projectleiding was in handen van Hazenberg Archeologie Leiden. Tijdens het onderzoek werden bestaande terreinen herwaardeert en nieuwe terreinen geselecteerd. Voor elk terrein is een advies gegeven voor wat betreft de waardering en/of begrenzing. Dit advies is telkens voorgelegd aan een selectiecommissie, waarin vertegenwoordigers van de provincie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland, de Universiteit van Amsterdam en gemeentelijke archeologen zitting hadden. Status terrein voor de actualisering: Hoge Archeologische Waarde. Beslissing commissie: dit terrein krijgt de status van terrein van Zeer Hoge Archeologische Waarde.

Monumentnummer 10.454 Terrein met sporen van bewoning uit het Mesolithicum en/of het Neolithicum en uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Dit terrein heeft een zeer hoge waarde door de zeldzaamheid van de sporen en door de hoge kwaliteit van de vondsten; de hoge mate van gaafheid en conservering. De sporen hebben daardoor een hoge informatiewaarde. De donk heeft hoge ensemblewaarde in de landschappelijke en archeologische context als onderdeel van een reeks donken. Er zijn meerdere afvallagen aangeboord.

18 https://www.plaatsengids.nl/hoornaar 19 Boshoven et al. 2009 (BAAC-rapport V-08.0185). Pagina | 15

AM21617

Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Zaakidentificatie 5163494100

Afstand Circa 60 m

Soort onderzoek BO door SOB

ten W van het

Research in 2022

Omschrijving In Archis en/of Easy DANS zijn nog geen gegevens bekend.

plangebied 4014905100

Circa 110 m

BO door

Het plangebied ligt op de (lagere) flank van een rivierduin. De flank ligt dieper dan

ten W van het

Archeomedia in

de voorgenomen graafwerkzaamheden. Er geldt een lage verwachting voor de

plangebied

2016

periode mesolithicum – neolithicum. Door de natte bodemomstandigheden geldt ook voor de periode bronstijd – Romeinse tijd een lage verwachting.

De

verwachting voor middeleeuwen – nieuwe tijd is middelhoog. Er is booronderzoek geadviseerd. 2070305100

Circa 110 m

IVO-O door

Tijdens het booronderzoek is een sterk verschil tussen de archeologische

ten N van het

Synthegra BV in

boorprofielen waargenomen, en deze komen veelal niet overeen met de

plangebied

2005

verwachting uit het bureauonderzoek. Binnen het plangebied is de formatie van Kreftenheye aangetroffen. Alleen in boring één is de verwachten waardveengrond aangetroffen. In boringen vier t/m zeven ligt de top van de donk aan of nabij de oppervlakte. Vermoedelijk door erosie of (sub)recente verstoring. Tegen de flank van de donk ligt een pakket rivier klei (Formatie van Echteld), waarin een laag veen of venig klei is waargenomen. Dit is de Formatie van Nieuwkoop. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

4595125100

Circa 150 m

IVO-O door SOB

De zones waar de Formatie van Kreftenheye zijn aangetroffen liggen in het

(BO) /

ten N van het

Research in 2018

noorden, oosten en zuidwestelijke deel van het plangebied op een diepte van circa

4624382100

plangebied

(IVO-O)

1,4 meter beneden maaiveld. Dit is de zuidelijke flank van de rivierdonk. Hierop zijn de Afzettingen van Tiel IIIa afgezet op een diepte van 1.0 – 1.1 meter beneden maaiveld. In het oosten van het plangebied werd de Formatie van Kreftenheye afgezet op een diepte van 0,45-0,90 meter beneden maaiveld. Dit betreft de westelijke flank van de rivierdonk. De Afzettingen van Tiel IIIa bevonden zich hier op een diepte van circa 0,40 meter beneden maaiveld. Ter hoogte van boring 15 werd hieronder de Formatie van Kreftenheye Hollandveen aangetroffen. In het zuidwestelijk deel zijn (dagzomende) Afzettingen van Kreftenheye aangetroffen op een diepte van circa 0,60 – 0,85 meter beneden het maaiveld. In het overige deel van het plangebied werd een bodemopbouw aangetroffen met Afzettingen van Tiel IIIa, op Hollandveen, op Afzettingen van Gorkum. De top van de Afzettingen van Gorkum zijn hier aangetroffen op een diepte van circa 0.90-1,45 meter beneden maaiveld. Daarnaast is in alle boringen subrecent pakket zand en/of klei waargenomen. In het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt een wadi, waardoor dit deel van het plangebied verlaagd is. Het noorden van het plangebied ligt binnen een archeologisch monument (Monumentnr. 10.435). Geadviseerd wordt de bouwplannen aanpassen, zodat het archeologisch niveau niet verstoord wordt.

Indien dit niet mogelijk is wordt een archeologische begeleiding geadviseerd. Ter hoogte van de bouwlocaties is vervolgonderzoek geadviseerd d.m.v. proefsleuven. Voor de rest van de graafwerkzaamheden is een archeologische begeleiding geadviseerd.

Pagina | 16

AM21617

Zaakidentificatie 2116962100

Afstand Circa 155 m

Soort onderzoek IVO-O door SOB

Omschrijving Het onderzoek betreft 3 locaties. Binnen het noordelijk deel van het plangebied

ten N van het

Research in 2006

werden Afzettingen van Gorkum en Tiel met Hollandveen verwacht. Deze zouden

plangebied

naar verwacht zijn afgezet op de Formatie van Kreftenheye. Tijdens het booronderzoek is deze bodem niet aangetroffen. De bodemopbouw bestond hier uit dagzomende rivierduinafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. De bodemopbouw die in het noorden van het plangebied werd verwacht, is wel aangetroffen aan de westzijde van het plangebied. Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. Op alle drie de locaties is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

4705203100/

Circa 160 m

IVO-P door SOB

Tijdens

4699502100

ten N van het

Research in 2019

archeologische resten aangetroffen. Ter plaatse van onderzoeksgebied B is de

plangebied

het

proefsleuvenonderzoek

zijn

op

onderzoekslocatie

A

geen

bodem grotendeels verstoord, en hier ontbreekt de top van de C-horizont. De sporen die zijn aangetroffen hadden een jonge datering in de nieuwe tijd. Alleen in het westelijk deel van onderzoeksgebied B is een deels intacte bodem aangetroffen. De C-horizont (afzettingen van de Formatie van Kreftenheye) werden afdekkingen door Hollandveen of Afzettingen van Tiel I/IIIa aangetroffen. In het zuidelijk deel van het plangebied is aardewerkfragment uit de late prehistorie en een aardwerkfragment uit de midden Romeinse tijd aangetroffen. Voor het westelijk deel van het onderzoeksgebied B blijft een dubbelbestemming archeologie gelden. Voor het oostelijke deel van het onderzoeksgebied B en voor onderzoeksgebied A wordt geadviseerd de dubbelbestemming archeologie op te heven.

2009831100

Circa 205 m

IVO-O door SOB

Binnen het plangebied zijn afzettingen van Tiel (komklei) op een afwisselende

ten NO van

Research in 2002

gelaagdheid van Hollandveen met Afzettingen van Gorkum aangetroffen. Aan de

het

oostzijde van het plangebied (Hoge Giessen 10/10a) is in één boring een geul

plangebied

waargenomen. Deze geul hangt waarschijnlijk samen met de circa 200 meter ten zuiden van het plangebied gelegen verlopende zijtak van de Schaikse Stroom. De zijtak is tot in de Gorkum (IV-periode (circa 2700-2000 voor Chr.) actief geweest. Hierna is het gebied afgedekt met een wisselend pakket van klei en veen of venige klei. Bij Hoge Giessen 10a/10a zijn geen archeologische indicatoren waargenomen, bij Hoge Giessen 19 en 20 wel. Het betreft een fragment handgevormd aardwerk, aangetroffen in de afzettingen van Tiel op een diepte van 0,80- 1,00 meter beneden maaiveld. Op basis hiervan zijn ter hoogte van deze boring, nog zes extra boringen gezet. Hieruit bleek dat de bodem tot een diepte van 1,50-2,00 meter beneden maaiveld verstoord was. Het fragment aardewerk, is waarschijnlijk van elders afkomstig. Er is geen verder vervolgonderzoek geadviseerd.

4027874100

Circa 210 m

IVO-O door

De bovenste laag bestaand uit een antropogene laag (zand en tuinaarde).

ten W van het

Archeomedia in

Hieronder ligt een afwisseling van klei en veenlagen. De klei laagt behoort tot

plangebied

2017

kom/overwalafzetting van de Schaik-stroomgordel. De onderste kleilaag gaat geleidelijk in het bovenliggende veen over. Dit wijst op vernatting van het landschap. Het veen is aan de bovenzijde door het hier bovenliggende kleipakket (overstromingsdek uit de middeleeuwen) afgetopt. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Pagina | 17

AM21617

Zaakidentificatie 2083939100/

Afstand Circa 225 m

Soort onderzoek IVO-O door SOB

Omschrijving Het onderzoek uit 2005 is een aanvulling op het bureau- en booronderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=41f7f96e-0fc1-483b-bdb4-05951a15257e