CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Concept Ruimtelijke motivering Steegse Hout

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Abbekesdoel 22a ontwikkeling terrein 'Steegse Hout'; Abbekesdoel 22 van bedrijfswoning naar woning15.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke motivering ‘De Steegse Hout’ Abbekesdoel 22-22a te Bleskensgraaf

Ruimtelijke motivering ‘De Steegse Hout’ Abbekesdoel 22-22a te Bleskensgraaf

Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967 GB Langerak In opdracht van: NBB Holding B.V. Abbekesdoel 22a 2971 VA Bleskensgraaf Datum 23 december 2024 Planstatus Concept Versie 1.2

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .................................................................................................. 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .............................................................. 6

1.3

Kader .......................................................................................................... 7

1.4

Leeswijzer................................................................................................... 9

Planbeschrijving .................................................................................................................... 10 2.1

Bestaande situatie ..................................................................................... 10

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 13

Verantwoording beleidskader ......................................................................................... 19 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 19

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 20

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 29

3.4

Waterschapsbeleid .................................................................................... 31

3.5

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 33

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu .................................................................. 36 4.1

Milieueffectrapportage .............................................................................. 36

4.2

Verkeer en vervoer .................................................................................... 38

4.3

Water ........................................................................................................ 42

4.4

Geluid ....................................................................................................... 47

4.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 48

4.6

Geur ......................................................................................................... 49

4.7

Bodem ...................................................................................................... 50

4.8

Milieuzonering .......................................................................................... 51

4.9

Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) .................................................. 52

4.10 Archeologie en cultureel erfgoed .............................................................. 54 4.11 Natuur ...................................................................................................... 56 4.12 Trillingen .................................................................................................. 59 5.

Financiële haalbaarheid ..................................................................................................... 60

6.

Participatie en overleg ........................................................................................................ 61

7.

6.1

Participatie................................................................................................ 61

6.2

Advies gemeenteraad................................................................................ 61

6.3

Bestuurlijk vooroverleg ............................................................................. 61

Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties ............................. 62

3

# Bijlage 1 Nieuwe situatietekening totaalplan 2 Landschaps- en beheerplan

Auteur Bongers Architecten BNA

Kenmerk 1841.SO.10

Datum 12-12-2024

Brons + partners landschapsarchitecten

19-12-2024

3 Ecologische quickscan 4 Verkennend bodemonderzoek 5 Archeologisch onderzoek 6 Stikstofdepositieonderzoek 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 8 Rioolberekening

Maasarend

20.028#LBP6122024.02 Versie 2 2024-080

Bakker Milieuadviezen

BM/3040-2024

Juni 2024

ADC ArcheoProjecten

Rapport 4411

10-12-2018

Van den Heuvel Milieuadvies Adromi Groep

23068

01-07-2024

S202413

25-06-2024

Adcim

20240235-CWA-001

01-11-2024

26-04-2024

4

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel Abbekesdoel 22a te Bleskensgraaf zijn al jaren de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra gevestigd. Deze bedrijven houden zich van oudsher bezig met kennisontwikkeling, onderzoek, de instandhouding, het beheer en de aanplant en verplant van (grote) bomen. Door de veranderende markt richten de bedrijven zich nu meer op kennisontwikkeling en specialistische boomzorg. Dit betekent dat het grootste deel van het terrein (ten zuiden van de wetering) zijn functie heeft verloren. Daarbij zijn het huidige terrein en de bedrijfsloodsen gedateerd. De werkprocessen kunnen niet meer optimaal worden voorbereid. Het plangebied betreft een uniek natuurgebied in de gemeente Molenlanden. Om te voorkomen dat dit natuurgebied verloren gaat, is het plan ontstaan om de locatie Abbekesdoel 22a, ook wel ‘Steegse Hout’ genoemd, aan te passen naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur. De initiatiefnemers van dit plan hebben al jarenlang de wens om naast ondernemerschap een maatschappelijke bijdrage te leveren in de vorm van een zorginstelling (dagopvanglocatie) voor autistische jongeren op het terrein te ontwikkelen. Een dergelijke zorginstelling is in de gemeente Molenlanden niet beschikbaar. Verder is het plan om drie bouwkavels gerealiseerd. Ter compensatie zal ca. 1,5 hectare nieuwe natuur worden aangelegd.

De nieuwe functies zullen aansluiten bij de bestaande groene identiteit van deze plek en deze waar nodig versterken. Het totale plan bestaat uit de volgende onderdelen: a. de wijziging van de Nationale Bomenbank naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur; b. het toevoegen van een dagopvangcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking met een hieraan gebonden kleinschalige winkel- en zorg-gerelateerde horecafunctie (die als doel heeft om cliënten een nuttige dagbesteding te bieden) en de realisatie van een buitenterrein met plukbos; c. de ontwikkeling van nieuwe natuur op het perceel direct ten westen van de bomenbank; d. de realisatie van 3 vrijstaande woningen; e. de bouw van een nieuwe loods (in de vorm van de extra bedrijfsruimte); f. de bouw van een groene kas (voor zorg-gerelateerde horeca, presentatieruimte en kas om groente te kweken); g. de wijziging van de bedrijfswoning Abbekesdoel 22 naar een burgerwoning; h. het bestemmen van huidige kantoorpand van de Nationale Bomenbank als kantoor. Het plan is in strijd met de regels van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Buitengebied Graafstroom’, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Molenlanden.

Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet (omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)). 5

Een omgevingsvergunning kan alleen verleend worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In voorliggende ruimtelijke motivering wordt onderbouwd dat hiervan sprake is. Gezien de grote behoefte van de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra naar een nieuwe bedrijfsruimte, dat voldoet aan de eisen in de huidige markt, is besloten om vooruitlopend op deze procedure een omgevingsvergunning aan vragen voor de bouw van de nieuwe bedrijfsloods. Voor de bouw van de nieuwe bedrijfsloods loopt een aparte procedure. In deze ruimtelijke motivering wordt derhalve niet ingegaan op de bouw van de nieuwe bedrijfsloods.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de percelen Abbekesdoel 22-22a Bleskensgraaf. Het plangebied is kadastraal bekend als de gemeente Bleskensgraaf, sectie E, nummer 157, 158, 434, 435, 551, 984, 1049 en 1050.

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3 Kader Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ (vastgesteld op 25 januari 2010) dat onderdeel uit maakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Molenlanden. Het plangebied heeft de bestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Water; • Waarde – Archeologie; Met de aanduidingen: • Bouwvlak; • Functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; • Functieaanduiding ‘bomenteelt’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning gevoelige bodem’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – aanlegvergunning overgangsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied dorpslint’.

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom 3e herziening’ Op 15 september 2015 is de 3de herziening van bestemmingsplan ‘Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld, dat onderdeel uit maakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Molenlanden. In deze herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. 7

Voor het plangebied betekent dat de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 4’, ‘Waarde – Archeologie 7’ en ‘Waarde – Archeologie 8’ zijn toegevoegd. Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ Op 20 februari 2018 is het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Buitengebied Graafstroom’ vastgesteld, dat onderdeel uit maakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Molenlanden. In deze herziening zijn regels opgenomen en aangepast naar aanleiding van afwijkingen tussen de verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied, evenals omissies of nieuw beleid. Deze herziening heeft niet geleid tot wijzigingen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Abbekesdoel 28’ Het westelijk deel van plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Abbekesdoel 28’ (vastgesteld op 16 mei 2017) dat onderdeel uit maakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Molenlanden. Het westelijk deel van plangebied heeft de bestemmingen: • Agrarisch met waarden; • Waarde – Archeologie 7; • Waarde – Archeologie 8; Met de aanduidingen: • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - bomenweide’; • Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning gevoelige bodem’; • Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied’;

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Bleskensgraaf, Abbekesdoel 28’

8

Parapluherziening Parkeren Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ vastgesteld dat inmiddels onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Molenlanden. Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in de gemeente Molenlanden. Dit paraplubestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het parkeerbeleid. In de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020” zijn de parkeernormen opgenomen die van toepassing zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren Molenlanden’ regelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voldaan aan de beleidsregel “Nota Parkeernormen Molenlanden 2020”. In paragraaf 4.2 ‘Verkeer en vervoer’ is beschreven dat dit plan voldoet aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten Op 26 oktober 2021 heeft de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ vastgesteld dat inmiddels onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Molenlanden. Het paraplubestemmingsplan voorziet uitsluitend in een juridische borging voor het reguleren van het beleid met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten.

Door deze regeling wordt het eveneens onmogelijk gemaakt om andere ongewenste huisvestingsvormen toe te staan in (bedrijf)woningen. De regeling blijft van kracht op de locatie Abbekesdoel 22-22a in Bleskensgraaf.

1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke motivering bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • • • • •

Hoofdstuk 1: Inleiding; Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskader; Hoofdstuk 4: Aspecten fysieke leefomgeving en milieu; Hoofdstuk 5: Financiële haalbaarheid; Hoofdstuk 6: Participatie en overleg; Hoofdstuk 7: Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

9

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ruimtelijke structuur Het dorp Bleskensgraaf is ontstaan als lintbebouwing langs de Graafstroom. Vanuit de lintbebouwing is er rondom de kerk een buurtschap ontstaan. Vanuit dit buurtschap is het dorp Bleskensgraaf ontstaan. Mede door de verbetering van de wegen en de toename van transport over de weg (voorheen over water) is het dorp Bleskensgraaf in de loop der tijd gegroeid. De groei vond met name plaats in de dorpskern. In de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern van Bleskensgraaf nagenoeg volledig verwoest als gevolg van een bombardement. Thans is nog slechts een beperkt deel van het oorspronkelijke buurtschap zichtbaar. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp wederopgebouwd. De laatste fase van de wederopbouw werd afgerond met de opening van het gemeentehuis op 12 mei 1955. In de jaren daarna heeft Bleskensgraaf, net zoals de meeste dorpen in de Alblasserwaard een grote groei doorgemaakt, welke is terug te zien in de seriematige uitbreidingswijken rondom de oorspronkelijke kern van het dorp. Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten westen van de dorpskern Bleskensgraaf. Het noordelijk deel van het plangebied (ten noorden van de wetering) is gelegen in de cultuurhistorische lintbebouwing langs de Abbekesdoel. Deze lintbebouwing is gevormd door een langgerekte strook van min of meer samengegroeide gemengde bebouwing.

De bebouwing kenmerkt zich door een afwisseling van (grotere) boerderijen en (kleinere) arbeiders-/knechtenhuisjes. Hier en daar is de traditionele bebouwing vervangen door nieuwbouw (vrijstaande woningen) en hebben de bestaande boerderijen hun agrarische functie verloren en zijn volledig in gebruik als woonfunctie. De verkavelingsrichting van het landschap is haaks op de Graafstroom gericht. De traditionele bebouwing is overwegend haaks in de eerste bebouwingslijn op de Abbekesdoel en de Graafstroom gericht. De vervangende nieuwbouw is zowel haaks als parallel aan de Abbekesdoel en de Graafstroom gebouwd. Het zuidelijk deel van het plangebied (ten zuiden van de wetering) is gelegen in het veenweidelandschap. Het veenweidelandschap kenmerkt zich door slagenverkaveling omringd door sloten en weteringen. In het veenweidelandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). Ter plaatse van het plangebied is echter sprake van een unieke situatie binnen het veenweidelandschap. Door de boomkwekerij is ter plaatse sprake van volgroeide kwekerijbomen, waardoor er een bomenopstand in het grotendeels open veenweidelandschap is ontstaan. Het plangebied kent een grote variëteit aan boomsoorten.

10

2.1.2 Huidige status/gebruik Op het perceel Abbekesdoel 22a te Bleskensgraaf zijn al jaren de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra gevestigd. De woning Abbekesdoel 22 betreft een bedrijfswoning gekoppeld aan de bedrijvigheid op het perceel Abbekesdoel 22a. Op het noordelijke deel van het terrein is het kantoor gelegen. Het zuidelijk deel (circa 6 hectare) is vanouds in gebruik als boomkwekerij en tijdelijke gastplaats voor bomen van elders. Door de veranderende markt richten de bedrijven zich nu meer op kennisontwikkeling en specialistische boomzorg. Dit betekent dat het grootste deel van het terrein ten zuiden van de wetering zijn functie heeft verloren.

Afbeelding 4: Huidige situatie ten noorden wetering

Afbeelding 5: Straatbeeld Abbekesdoel 22-22a Bleskensgraaf

11

Afbeelding 6: Huidige situatie ten zuiden wetering

Afbeelding 7: Straatbeeld Wijngaardseweg

12

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Algemeen Het plan is om de locatie Abbekesdoel 22a, ook wel ‘Steegse Hout’ genoemd, aan te passen naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur. De nieuwe functies zullen aansluiten bij de bestaande groene identiteit van deze plek en deze waar nodig versterken. Het totale plan bestaat uit de volgende onderdelen: a. de wijziging van de boomkwekerij van de Nationale Bomenbank naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur; b. het toevoegen van een dagopvangcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking met een hieraan gebonden kleinschalige winkel- en zorg-gerelateerde horecafunctie (die als doel heeft om cliënten een nuttige dagbesteding te bieden) en de realisatie van een buitenterrein met plukbos; c. de ontwikkeling van nieuwe natuur op het perceel direct ten westen van de bomenbank; d. de realisatie van 3 vrijstaande woningen; e. de bouw van een nieuwe loods (in de vorm van de extra bedrijfsruimte); f. de bouw van een groene kas (voor zorg-gerelateerde horeca, presentatieruimte en kas om groente te kweken); g. de wijziging van de bedrijfswoning Abbekesdoel 22 naar een burgerwoning; h. het bestemmen van huidige kantoorpand van de Nationale Bomenbank als kantoor. Woning Abbekesdoel 22

Dagopvangcentrum met groene kas buitenterrein en plukbos 3 vrijstaande woningen

Natuurbos Kantoor Bedrijfsloodsen met bomendepot

Nieuwe natuur

Afbeelding 8: Nieuwe situatie totaalplan (bron: Landschaps- en beheerplan Brons +partners i.s.m. Bongers architecten, uitvergroot in bijlage)

2.2.2 Nationale Bomenbank en Terra Nostra Op het perceel Abbekesdoel 22a te Bleskensgraaf zijn al jaren de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra gevestigd. Deze bedrijven houden zich van oudsher bezig met kennisontwikkeling, onderzoek, de instandhouding, het beheer en de aanplant en verplant van (grote) bomen. Door de veranderende markt richten de bedrijven zich nu meer op kennisontwikkeling en specialistische boomzorg. Dit betekent dat het grootste deel van het terrein (ten zuiden van de wetering) zijn 13

functie heeft verloren. Daarbij zijn het huidige terrein en de bedrijfsloodsen gedateerd. De werkprocessen kunnen niet meer optimaal worden voorbereid. De huidige bedrijfsloods (ca. 600 m2) blijft bestaan. Het plan is om een nieuwe bedrijfsloods te realiseren met een oppervlakte van ca. 510 m2, een goothoogte van 4,5 meter en een nokhoogte van 7,5 meter (geen onderdeel van deze aanvraag). De bedrijfsloodsen worden gebruikt voor opslag van machines. Gezien de grote behoefte van de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra naar een nieuwe bedrijfsruimte, dat voldoet aan de eisen in de huidige markt, is besloten om vooruitlopend op deze procedure een omgevingsvergunning aan vragen voor de bouw van de nieuwe bedrijfsloods.

Afbeelding 9: Impressie nieuwe bedrijfsloods

2.2.3 Dagopvangcentrum (zorg) De initiatiefnemers van dit plan hebben al jarenlang de wens om naast ondernemerschap een maatschappelijke bijdrage te leveren in de vorm van een zorginstelling (dagopvanglocatie) voor autistische jongeren op het terrein te ontwikkelen (max. 30 cliënten). Het plan is om een dagopvangcentrum te realiseren waarbij het buiten zijn in een groene omgeving tot therapeutische meerwaarde leidt. De bestaande voormalige kwekerij, in combinatie met het aan te leggen buitenterrein en plukbos, op de locatie Abbekesdoel 22a zullen worden gebruikt voor diverse dagbestedingsactiviteiten. In het nieuw te bouwen zorggebouw, met een oppervlakte van ca. 375 m2 , een goothoogte van 3 meter en een nokhoogte van 9,5 meter, worden voor de cliënten therapeutische activiteiten met hout (houtbewerking) georganiseerd. Tevens wordt een ‘groene kas’ gerealiseerd op het terrein. De kas heeft een oppervlakte van ca. 225 m2, een goothoogte van 4 meter en een nokhoogte van 7 meter. De kas is onderdeel van de zorginstelling. In de kas komt een aan de zorg gebonden kleinschalige winkel- en horecafunctie (die als doel hebben om cliënten 14

een nuttige dagbesteding te bieden). Hierbij moet gedacht worden aan verkoop van door cliënten gemaakte houtproducten, gekweekte groente, fruit uit het plukbos en koffie/thee met taart. Er is geen sprake van verkoop van alcoholische dranken en de zorginstelling (incl. winkel- en horeca) is uitsluitend overdag geopend. De buitenruimte zal worden voorzien van therapietuinen/nutstuinen waarin cliënten groenten en fruit kunnen kweken. Verder zal er ook een samenwerking met de Nationale Bomenbank worden opgestart waarbij werkplekken voor de cliënten van de zorginstelling gecreëerd worden en men mag meelopen en ervaring kunnen opdoen in een professionele werkomgeving. Hiermee kan er een breed aanbod van dagbesteding worden aangeboden wat een maatschappelijke meerwaarde betekent voor het dorp Bleskensgraaf.

15

Afbeelding 10: Impressies dagopvangcentrum

2.2.4 Vrijstaande woningen/bouwkavels in natuur Het plan is om in de voormalige kwekerij drie woonpercelen te realiseren, welke als bouwkavel zullen worden verkocht. Ter compensatie zal ca. 1,5 hectare nieuwe natuur worden aangelegd. De woningen worden landschappelijk ingepast in de voormalige kwekerij waarbij zoveel mogelijk bomen/groen behouden zal blijven. De waardevolle bomen op de bouwkavels worden in principe verplant daar waar verharding of bebouwing wordt gerealiseerd. Wat betreft de bouwregels van de woningen wordt aangesloten bij de standaard bouwregels voor woningen in het buitengebied zoals vastgelegd in het Omgevingsplan van de gemeente Molenlanden: • De maximale inhoud van een woning (inclusief aan- en uitbouwen) bedraagt 850 m3; • De maximale goothoogte van een woning bedraagt 6 meter; • Per woning is maximaal 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan;

16

Afbeelding 11: Impressie bouwkavels/woningen

2.2.5 Beeldkwaliteit, landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting (beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing). Het plangebied is gelegen in het veenweidelandschap. Het veenweidelandschap kenmerkt zich door slagenverkaveling omringd door sloten en weteringen. In het veenweidelandschap zijn kaden en ontginningsassen gelegen welke veelal zijn beplant met bomenlanen (elzenrijen of knotwilgen). Ter plaatse van het plangebied is echter sprake van een unieke situatie binnen het veenweidelandschap. Door de boomkwekerij is ter plaatse sprake van volgroeide kwekerijbomen, waardoor er een bosje in het grotendeels open veenweidelandschap is ontstaan. Het plangebied kent een grote variëteit aan boomsoorten. Landschaps- en beheersplan Door Brons + partners landschapsarchitecten is een landschaps- en beheersplan uitgewerkt waarin de inrichting van het gehele plangebied integraal is uitgewerkt en onderbouwd. Het landschaps- en beheersplan is toegevoegd in de bijlage. Het uitgangspunt van het landschapsplan is om de bestaande bosrijke natuur zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te versterken. Als onderdeel van het plan wordt op het perceel direct ten westen van de voormalige kwekerij nieuwe natuur aangelegd.

De exacte invulling hiervan is nader uitgewerkt in het landschaps- en beheersplan. Hetzelfde geldt voor de inrichting van het plukbos bij het dagopvangcentrum. Het (bestaande) natuurbos aan de zuidzijde van het plangebied wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt, zodat het zicht op de gronden ten zuiden ervan wordt weggenomen. Het beheer van de blijvende bomen is gericht op een verdere natuurlijke ontwikkeling. Hiermee is een duurzame instandhouding van dit unieke gebied in het veenweidelandschap gegarandeerd. 17

De nieuwe bebouwing zal een passende landelijke en ingetogen uitstraling krijgen. Wat betreft de vormgeving, kleurstelling, architectuur en materiaalgebruik van het gebouw wordt aansluiting gezocht bij het landelijke en agrarisch karakter van het gebied.

Afbeelding 12: Impressies natuur

18

3.

Verantwoording beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. Het Bkl stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 5.129g van het Bkl is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden aan de behoefte van de stedelijke ontwikkeling. Indien de stedelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, dan moet ook rekening gehouden worden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied of -groen in die behoefte te voorzien. Het plangebied betreft een bestaande bedrijfslocatie waar de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra zijn gevestigd. Het plan is om het terrein (de voormalige bomenkwekerij) ten zuiden van de wetering aan te passen naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur gecombineerd.

De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in het bos 19

ingepast. Daarbij wordt er 1,5 hectare nieuwe natuur gerealiseerd. Met het plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bkl. Toetsing aan de ladder is daardoor niet nodig.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 1 januari 2024 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6.

Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Conform de Omgevingsvisie kunnen kleinschalige stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied plaatsvinden in

20

aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten (in de bebouwde ruimte). Het plangebied is gelegen buiten het bestaande stads- en dorpsgebied, maar vindt plaats op een bestaand bedrijfsperceel (bomenkwekerij). Er is geen sprake van een uitbreiding van de bedrijfsgronden in het landschap, maar uitsluitend de toevoeging van nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) in een uniek natuurgebied van het veenweidelandschap. Daarbij wordt er 1,5 hectare nieuwe natuur gerealiseerd. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).

De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hierin wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet.

Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 21

3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan.

Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. Dit plan kan worden geschaard in de categorie ‘aanpassing’. Het plan betreft de ontwikkeling van een voormalige bomenkwekerij naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur gecombineerd. De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in dit beboste deel van het veenweidelandschap ingepast. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige identiteit van het gebied. Dit is nader uitgewerkt in een landschaps- en beheerplan welke is toegevoegd in de bijlage. Als onderdeel van het plan wordt op het perceel direct ten westen van de voormalige kwekerij nieuwe natuur aangelegd. De exacte invulling hiervan is nader uitgewerkt in het landschaps- en beheersplan. Hetzelfde geldt voor de inrichting van het plukbos bij het dagopvangcentrum. Het (bestaande) natuurbos aan de zuidzijde van het plangebied wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt. Het beheer van de blijvende bomen is gericht op een verdere natuurlijke ontwikkeling.

Hiermee is een duurzame instandhouding van dit unieke gebied in het veenweidelandschap gegarandeerd. De nieuwe bebouwing zal een passende landelijke en ingetogen uitstraling krijgen. Wat betreft de vormgeving, kleurstelling, architectuur en materiaalgebruik van het gebouw wordt aansluiting gezocht bij het landelijke en agrarisch karakter van het gebied. Kwaliteitskaart De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de vier groepen landschappen: kustlandschap, veen(weide) landschap, deltarivierenlandschap en stedelijk landschap. Het plangebied valt in de groep ‘veen(weide) landschap’. Ter plaatse van het plangebied is echter sprake van een unieke situatie binnen het veenweidelandschap. Door de boomkwekerij is ter plaatse sprake van volgroeide kwekerijbomen, waardoor er een bosje in het grotendeels open

22

veenweidelandschap is ontstaan. De provincie wil de intrinsieke waarde van de verschillende landschappen behouden, beschermen, op passende wijze benutten en beleefbaar maken. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden afgewogen welke ontwikkelingen in welk landschap wenselijk zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het in standhouden, benutten, beleven en versterken van bestaande gebiedskwaliteiten. De provincie hecht waarde aan onbebouwde landschappen. De provincie beschermt het landschap tegen ongewenste ontwikkelingen en wil daarmee versnippering en onomkeerbare aantasting van het landschap tegengaan. De provincie wil in een aantal gebieden specifieke waarden in stand houden, omdat ze landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. De instandhouding en versterking van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde vraagt om toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘rivierdeltacomplex – rivierklei en veen’. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/ drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap.

Richtpunt ruimtelijke kwaliteit: • Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Het plan betreft de ontwikkeling van een voormalige bomenkwekerij naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur gecombineerd. De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in een uniek natuurgebied in het veenweidelandschap ingepast. Het plan doet daarmee geen afbreuk aan de herkenbaarheid van het verschil tussen komgronden en oeverwallen. Laag van de natuur- en cultuurlandschappen Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘veenweidelandschap’. Ter plaatse van het plangebied is echter sprake van een unieke situatie binnen het veenweidelandschap. Door de boomkwekerij is ter plaatse sprake van volgroeide kwekerijbomen, waardoor er een bosje in het grotendeels open veenweidelandschap is ontstaan. Er is met deze aanvraag geen sprake van een uitbreiding van de bedrijfsgronden. De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in een uniek natuurgebied in het veenweidelandschap ingepast. Daarbij wordt er 1,5 hectare nieuwe natuur gerealiseerd.

Voor het plan is een landschaps- en beheersplan uitgewerkt waarin de inrichting van het gehele plangebied integraal is uitgewerkt. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van aantasting van de kenmerkende landschapselementen van het gebied en de ruimtelijke kwaliteit met dit plan tenminste gelijk blijft.

23

Plangebied

Afbeelding 13: Uitsnede Kwaliteitskaart – Laag van de cultuur- en natuurlandschappen

Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. De kaart ‘Laag van de stedelijk occupatie’ is niet van toepassing. Uitsluitend gelden er algemene regels voor bouwwerken voor energieopwekking. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Vooral grote windturbines hebben verreikende invloed. Ook biovergistingsinstallaties en zonnevelden zijn bouwwerken die niet vanzelf en niet altijd passen bij de kenmerken van het gebied. Anderzijds kunnen bouwwerken voor energieopwekking bijdragen aan nieuwe landschappelijke kwaliteit. Bij bouwwerken voor energieopwekking is altijd een zorgvuldige locatiekeuze en/of inpassing van belang. Laag van de beleving De vierde laag bestaat uit de beleving van Zuid-Holland en betreft plekken van cultuurhistorische waarde, maar gaat ook over het zorgdragen voor een recreatief toegankelijke provincie met een heldere groenstructuur als basis. Het plangebied valt niet binnen de aangegeven lagen van beleving.

24

3.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) Op 1 januari 2024 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) in werking getreden. In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 7.3.7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 7.43). Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b.

het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit (genoemd in bijlage IX, onder A). 3. Voor de gebiedstypen, bedoeld in artikel 7.42, vierde en vijfde lid zijn de artikelen 7.43h, 7.43i, 7.43j, 7.43k, 7.43l, 7.43m en 7.43n van toepassing tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 7.43l, in de weg staat. Artikel 7.43b (aanvaardbaarheid soort ruimtelijke ontwikkeling per beschermingscategorie) 1. Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. 2. Een omgevingsplanplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43i, 7.43j of 7.43k. 3. Een omgevingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43l, 7.43m of 7.43n.

25

Het plangebied is gelegen in een gebied met beschermingscategorie 3 (buitengebied). Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1. Een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op de ontwikkeling van een natuur- en groengebied en grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46. Dit plan kan worden geschaard in de categorie ‘aanpassing’. Het plan betreft de ontwikkeling van een voormalige bomenkwekerij naar een multifunctionele groene omgeving met daarin de functies werken, zorg, wonen en natuur gecombineerd.

De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in dit beboste deel van het veenweidelandschap ingepast. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige identiteit van het gebied. Dit is nader uitgewerkt in een landschaps- en beheerplan welke is toegevoegd in de bijlage. Als onderdeel van het plan wordt op het perceel direct ten westen van de voormalige kwekerij 1,5 ha nieuwe natuur aangelegd. De exacte invulling hiervan is nader uitgewerkt in het landschaps- en beheersplan. Hetzelfde geldt voor de inrichting van het plukbos bij het dagopvangcentrum. Het (bestaande) natuurbos aan de zuidzijde van het plangebied wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt. Het beheer van de blijvende bomen is gericht op een verdere natuurlijke ontwikkeling. Hiermee is een duurzame instandhouding van dit unieke gebied in het veenweidelandschap gegarandeerd. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 7.3.8 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 7.45). Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2.

Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a 26

van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Het plangebied is gelegen buiten het bestaande stads- en dorpsgebied, maar vindt plaats op een bestaand bedrijfsperceel (bomenkwekerij). Er is geen sprake van een uitbreiding van de bedrijfsgronden in het landschap, maar uitsluitend de toevoeging van nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) in een uniek natuurgebied van het veenweidelandschap. Daarbij wordt er 1,5 hectare nieuwe natuur gerealiseerd. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen In paragraaf 7.3.6a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen (artikel 7.41). Artikel 7.41b (risico’s van klimaatverandering) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: 1. wateroverlast door overvloedige neerslag; 2. overstroming; 3. hitte; 4. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico’s.

Wateroverlast door overvloedige neerslag Gezien het natter wordt moet de waterhuishouding geschikt zijn om zware regenbuien te kunnen opvangen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het hemelwater te snel in het open water verdwijnt. Het moet de gelegenheid krijgen om te infiltreren in de bodem. Het plan zal leiden tot een toename aan verharding, waardoor rekening is gehouden met het graven van voldoende waterberging. Aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt bestaande watergang verbreed. Daarbij behoudt het gebied een groen en bosrijk karakter. Verder wordt waar mogelijk halfverharding (bv. grasbetontegels) toegepast. In en rondom het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om hemelwater naar af te voeren of in de bodem te laten infiltreren. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4.3 Water. Overstroming Het plan wordt civieltechnisch uitgewerkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de risico’s van overstromingen. De nieuwe bebouwing en buitenterreinen worden op een aanleghoogte gerealiseerd waarmee wordt voorgesorteerd op het voorkomen van schade door hoge waterstanden. Het plan leidt niet tot extra overstromingsgevaar. Hitte en droogte Gezien het warmer en droger wordt, wordt bij de uitwerking van de nieuwe bebouwing rekening gehouden met de accumulatie van warmte. De nieuwe 27

gebouwen wordt gebouwd conform de meest actuele normen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. De installaties in de gebouwen worden geschikt gemaakt om naast verwarmen ook te kunnen koelen. Het verharde terrein rondom de bedrijfsloodsen zal worden vergroend zonder de transportbewegingen hierbij te hinderen. In de omgeving van de zorginstelling worden bomen aangeplant welke voor de nodige schaduwwerking en verkoeling zullen zorgen. De vrijstaande woningen worden zoveel mogelijk tussen de bestaande bomen ingepast. Waar nodig worden bomen verplant. Als onderdeel van het plan wordt nieuwe natuur aangelegd. De exacte invulling hiervan is nader uitgewerkt in het landschaps- en beheersplan (toegevoegd in de bijlage). De gekozen nieuwe beplanting is bestand tegen deze weersomstandigheden. Bodemdaling Het plan wordt civieltechnisch uitgewerkt. Hierbij rekening gehouden met de risico’s van bodemdaling (zettingen). Het bouwpeil (lees: aanleghoogte) van de nieuwe gebouwen zal in overleg met de gemeente Molenlanden worden bepaald.

28

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale structuurvisie Visie 2030 ‘Open voor elkaar’ In de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie ‘open voor elkaar’ benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden. In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, is het belangrijk dat regionale ondernemers zich verder kunnen ontplooien. Het plan voorziet enerzijds in de realisatie van een toekomstbestendige situatie voor de bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra. Het plan is passend binnen de regionale doelstelling om het bedrijfsleven in de regio te ondersteunen en te versterken.

Daarnaast wordt met het plan een maatschappelijke voorziening in de vorm van een zorginstelling (dagopvangcentrum) toegevoegd voor mensen met een verstandelijke beperking. De combinatie dagopvangcentrum met de groene omgeving is een therapeutische meerwaarde voor cliënten en een maatschappelijke meerwaarde voor de regio. De nieuwe functies (een zorginstelling en drie vrijstaande woningen) zijn kleinschalig van aard en worden op een passende wijze in het bos ingepast. De nieuwe bebouwing zal een passende landelijke en ingetogen uitstraling krijgen. Wat betreft de vormgeving, kleurstelling, architectuur en materiaalgebruik van het gebouw wordt aansluiting gezocht bij het landelijke en agrarisch karakter van het gebied.

3.3.2 Regionale woonvisie In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie

29

zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden. We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma’s. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. In de voormalige kwekerij worden drie woonpercelen gerealiseerd, welke als bouwkavel zullen worden verkocht. Ter compensatie zal ca. 1,5 hectare nieuwe natuur worden aangelegd. De woningen worden landschappelijk ingepast in de voormalige kwekerij waarbij zoveel mogelijk bomen/groen behouden zal blijven. De drie woningen worden meegenomen in de woningbouw- monitor AlblasserwaardVijfheerenlanden 2020-2030.

30

3.4 Waterschapsbeleid 3.4.1 Waterschapsverordening Rivierenland De waterschapsverordening is een uitwerking van artikel 2.5 van de Omgevingswet. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen, welke activiteiten, waar in ons gebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De verordening bevat de regels van het Waterschap Rivierenland over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiverings-technische werken en de wegen die in beheer zijn bij het waterschap. Ook bevat de verordening regels over lozingen. Het waterschap werkt met het 'ja, mits'-principe. Dit betekent dat activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan de in de waterschapsverordening genoemde voorwaarden. Daarnaast is voor gebieden waar in de toekomst specifieke ontwikkelingen gaan plaatsvinden een uitzondering gemaakt voor de toepassing van de waterschapsverordening. Deze gebieden zijn gereserveerd voor het verruimen, verleggen of wijzigen van waterstaatswerken. Zo wordt voorkomen dat initiatieven worden uitgevoerd die op een later moment, door de aanleg op wijziging van een waterstaatswerk, weer ongedaan moet worden gemaakt. Onderdeel van de waterschapsverordening is de digitale kaart. Deze kaart geeft aan waar en welke regels van de waterschapsverordening gelden. Deze regels op de kaart worden werkingsgebieden genoemd.

De werkingsgebieden zijn gekoppeld aan de regels uit de verordening.

Afbeelding 14: Digitale kaart werkingsgebied waterschap Rivierenland

31

3.4.2 Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. In hoofdstuk 4.3 Water van deze ruimtelijke motivering wordt ingegaan op de voor dit plan relevante wateraspecten.

32

3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Toekomstvisie Molenlanden De Toekomstvisie Molenlanden 2030 ‘Eigenheid in verbondenheid’ houdt de gemeente op koers tot 2030 door dialoog, nabijheid en ambitie. Op zes onderwerpen beschrijft de visie de landelijke en lokale trends en de wensen van de gemeente. Deze trends die de gemeente ziet, gebruikt de gemeente om de wensen mogelijk te maken. Per onderwerp schetst de gemeente het beeld voor het jaar 2030. Deze zes beelden samen bepalen het integrale beeld voor wat de gemeente in 2030 wil zijn: • Inclusieve samenleving: in onze samenleving staat gezondheid voorop en zijn alle inwoners even belangrijk; • Leefomgeving: de omgeving waarin we wonen voelt veilig en is zo ingericht dat we grote gevolgen van klimaat op kunnen vangen. Er staan genoeg woningen in onze gemeente waar vraag naar is; • Economie: Molenlanden is een gemeente waar innovatie een belangrijke plek heeft en ondernemen vanzelfsprekend is; • Recreatie en Toerisme: het toerisme in Molenlanden is in balans; • Klimaat en energie: we werken samen aan een circulair, energieneutraal, klimaatbestendig en schoon Molenlanden met aandacht voor een eerlijke voedselketen waarin afval wordt gezien als grondstof; • Bereikbaarheid: Inwoners van Molenlanden ervaren met verschillende vervoersmiddelen dat onze dorpen, de vestingstad en de regio veilig en goed bereikbaar zijn.

Het plan sluit aan bij de toekomstvisie van de gemeente Molenlanden. De toekomstvisie geeft aan dat de gemeente plaats biedt aan mensen die in de gemeente wonen en werken, die hier willen blijven en mensen die een binding hebben met de gemeente Molenlanden. Daarnaast is er voldoende bedrijvigheid nodig. Gemeente Molenlanden wil inspelen op economische ontwikkelingen en de aantrekkelijkheid van het gebied voor bedrijvigheid behouden. Hierbij worden bedrijven actief ondersteund en begeleid in hun ontwikkeling. Met dit plan wordt een toekomstbestendige situatie gecreëerd voor Molenlandse en maatschappelijk betrokken bedrijven (maatschappelijke meerwaarde). Daarnaast wordt met het plan een maatschappelijke voorziening in de vorm van een zorginstelling (dagopvangcentrum) toegevoegd voor mensen met een verstandelijke beperking. De combinatie dagopvangcentrum is een maatschappelijke meerwaarde voor de gemeente Molenlanden.

3.5.2 Beleidskader bedrijvigheid Molenlanden In januari 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Beleidskader Bedrijvigheid. In dit beleidskader wordt het huidige economische profiel van Molenlanden beschreven, wordt de context geschetst en de trends en ontwikkelen die eraan komen. Ook wordt beschreven waar de gemeente naartoe wil met de bedrijvigheid. Dit beleidskader wordt gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Maar ook om nieuwe initiatieven voor uitbreiding van het bestaande bedrijvenareaal en andere ruimte voor bedrijven te kunnen afwegen. De bedrijven Nationale Bomenbank en Terra Nostra vallen in 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=09cfcd49-2a3f-4032-ac18-b643da69bbd5