CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2d Bijlagen

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5a. Bestemmingsplan Bleskensgraaf, Abbekesdoel 7027.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Bescherming Wnb

Soortspecifiek onderzoek

Planten

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Vleermuizen

Nee

Amfibieën

Nee

Reptielen

Nee

Vissen

Nee

Insecten en andere ongewervelden

Nee

Vogels (cat. 1 t/m 4)

Nee

Vogels (Algemeen en cat. 5)

Nee

Mogelijke functie planlocatie

4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Tabel 4.2

Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming

Afstand

Mogelijke effecten

Nader onderzoek

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Belangrijk weidevogelgebied Groene buffer

1,8 km 780 m 900 m 6,6 km

Geen Geen Geen Geen

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

20

5 Conclusie 5.1

Conclusie De beoogde sloop van de bedrijfsloods en het mogelijk verwijderen van de groenstrook aan de Abbekesdoel 70 te Bleskensgraaf ten behoeve van de realisatie van een twee-onder-een-kapwoning is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming.

5.3 Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De (graaf)werkzaamheden ten behoeve van de te realiseren watergangen dienen uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare periode van de heikikker. De werkzaamheden dienen buiten de periode 15 februari tot en met 31 juli uitgevoerd te worden.

• De sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

21

Bronvermelding Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) (2023) Kennisdocument Zandhagedis (Lacerta agilis) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.pzh.maps.arcgis.com www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl

Bijlage 1

Fotografische impressie

22

Bijlage 1

Fotografische impressie

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Abbekesdoel 70 te Bleskensgraaf en bestaat uit een bedrijfswoning en bedrijfsloods. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de sloop van de bedrijfsloods (zie bovenstaande) en de realisatie van een twee-onder-een-kapwoning.

Figuur 2

Binnenruimte van de bedrijfsloods.

23

Figuur 3

Achtertuin van de bedrijfswoning aan de zuidzijde van het perceel, met uitzicht op de achterliggende weidekavels en sloten.

Figuur 4

Zicht op de doorgaande weg, grenzend aan de noordzijde van het perceel.

24

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 25

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK Abbeksdoel 70 te Bleskensgraaf

Verantwoording

Titel

:

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK Abbeksdoel 70 te Bleskensgraaf

Documentnummer

:

20220430-D-VO-1.0

Status

:

Definitief

Versie

:

1.0

Datum

:

18-7-2023

Auteur(s)

:

F. van der Zouwen

E-mail adres

:

algemeen@adcim.nl

Deze rapportage, inclusief bijlagen, mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten van de keuringen volgens dit rapport gelden uitsluitend voor de gekeurde grond. Aan de resultaten kunnen derhalve geen rechten worden ontleend voor andere partijen.

ADCIM B.V. Rembrandtlaan 650 3362 AW Sliedrecht Tel. 0184 677500 Fax. 0184 617790 Info: algemeen@adcim.nl Web: www.adcim.nl

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

Inhoudsopgave 1.

ALGEMEEN............................................................................................................................................. 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 4 DOEL VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................................... 4 GEHANTEERDE ONDERZOEKSMETHODE ............................................................................................................ 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 4

VOORONDERZOEK ................................................................................................................................. 5 2.1.

HISTORIE EN ACTUELE SITUATIE....................................................................................................................... 5

2.1.1. 2.1.2. 2.1.3. 2.1.4. 2.1.5. 2.1.6. 2.1.7. 2.1.8. 2.1.9. 2.1.10.

2.2. 2.3. 3.

BODEMOPBOUW ......................................................................................................................................... 6 CONCLUSIE ................................................................................................................................................. 7

OPZET ONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 3.1. 3.2. 3.3.

ONDERZOEKSTRATEGIE ................................................................................................................................. 8 VELDWERK ................................................................................................................................................. 8 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN, CHEMISCH ONDERZOEK ...................................................................................... 8

3.3.1. 3.3.2.

4.

TOETSINGSKADER ......................................................................................................................................10 ANALYSERESULTATEN GROND .......................................................................................................................10 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER .............................................................................................................11 UITSPLITSING MENGMONSTERS ....................................................................................................................11

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ....................................................................................................... 12 5.1. 5.2. 5.3.

6.

Grond ..................................................................................................................................................................9 Grondwater .........................................................................................................................................................9

RESULTATEN ONDERZOEK .................................................................................................................... 10 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

5.

Huidig grondgebruik............................................................................................................................................5 Voormalig grondgebruik .....................................................................................................................................5 Toekomstig grondgebruik ...................................................................................................................................6 Calamiteiten ........................................................................................................................................................6 Ophogingen/dempingen/stort ............................................................................................................................6 Boven‐ en ondergrondse tanks ...........................................................................................................................6 Asbestdaken ........................................................................................................................................................6 Bodemloket .........................................................................................................................................................6 Interactieve bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid‐Holland Zuid.

..........................................................6 PFAS................................................................................................................................................................6

ONDERZOEKSTRATEGIE ............................................................................................................................... 12 VELDWERK ...............................................................................................................................................12 ANALYSERESULTATEN VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ....................................................................................13

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 14 6.1.

CONCLUSIE ...............................................................................................................................................14

6.1.1.

6.2. 6.3.

Hypothese .........................................................................................................................................................15

AANBEVELINGEN. ......................................................................................................................................15 BETROUWBAARHEID...................................................................................................................................15

BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F

SITUATIETEKENING MET BORINGEN FOTO’S BOORPROFIELEN ANALYSECERTIFICATEN TOETSINGSTABELLEN OMGEVINGSRAPPORTAGE

Pagina 3

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

1. ALGEMEEN 1.1. Inleiding In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer is een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Abbeksdoel 70 te Bleskensgraaf Het onderzoek staat bij Adcim B.V. geregistreerd onder projectnummer 20220430. 1.2. Doel van het onderzoek Aanleiding voor het onderzoek betreft de grondtransactie door de grondeigenaar voorgenomen bestemmingsplan wijziging en de geplande nieuwbouw op het terrein. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de grond en/of het grondwater ter plaatse verontreinigingen bevatten welke een belemmering of beperking zouden kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. 1.3. Gehanteerde onderzoeksmethode Het veldwerk is verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001, 2002 en 2018. Adcim BV verklaart hierbij dat er geen sprake is van eigendom van het te onderzoeken onroerend goed en tevens dat het bodemonderzoek onpartijdig en onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. 1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 omschrijft het vooronderzoek en in hoofdstuk 3 is de opzet van onderzoek benoemd. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten van het asbest bodemonderzoek weergegeven en in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen.

Pagina 4

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

2. VOORONDERZOEK 2.1. Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft Abbekesdoel 70 te Bleskensgraaf. De onderzoekslocatie is kadastraal geregistreerd onder Bleskensgraaf sectie E nummer 739 met een oppervlakte van 4476m2. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1) Onderzoekslocatie ter plaatse van de rode lijn

2.1.1.

Huidig grondgebruik

De onderzoekslocatie heeft een woonbestemming en een bedrijfsbestemming. Het betreft een woonhuis (bouwjaar 1980) met schuur, tuin en oprit aan de westzijde van het perceel en aan de oostzijde een loods (bouwjaar 1986) met parkeerterrein. Het terrein aan de westzijde is grotendeels onverhard, het terrein aan de oostzijde is grotendeels verhard met elementen verhardingen. In de schuren ligt een betonvloer. De loods en de verharding daarvoor wat aansluit op de Vlietweg is hoger gelegen dan het resterende terreindeel. De onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening met boorpunten in bijlage A. De onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening met boorpunten in bijlage A. Enkele afbeeldingen zijn toegevoegd als bijlage B. 2.1.2.

Voormalig grondgebruik

De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van het historische Abbekesdoel een oude verbindingsweg langs het water de Alblas met lintbebouwing. Volgens topografische kaarten is de locatie is al bebouwd vanaf 1936, en mogelijk al eerder. Vanaf het perceel waren de achterliggende weilanden via een dam bereikbaar, deze dam is in later jaren verwijderd. De oude bebouwing is gesloopt en de huidige bebouwing dateert van jaren ’80.

1950

1970

1985

Afbeelding 2) Topografische kaarten

Pagina 5

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023 2.1.3.

Toekomstig grondgebruik

Het grondgebruik wordt gewijzigd wonen met tuin en er vindt nieuwbouw plaats. 2.1.4.

Calamiteiten

Er zijn geen gegevens bekend van eventuele calamiteiten. 2.1.5.

Ophogingen/dempingen/stort

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Ook is het gebied niet in gebruik geweest als stortlocatie of kassencomplex. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gedempte watergangen aanwezig. 2.1.6.

Boven- en ondergrondse tanks

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn zover bekend geen onder en of bovengrondse tanks aanwezig. Uit de gegevens blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een nul- of eindsituatieonderzoek uitgevoerd is door Adico Milieutechniek. Het betreft een eindsituatie onderzoek bij de ondergrondse dieseltank. De HBO tank is volgens KIWA gesaneerd en voldoende onderzocht 2.1.7.

Asbestdaken

Het dak van de loods heeft mogelijke een asbestverdacht golfplaten dak dat zonder dakgoot afwatert op het beplantingsvak. 2.1.8.

Bodemloket

De locatie staat bekend als: Uitvoeren aanvullend OO. Er moet op de locatie een aanvullend oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. De verontreinigende (onderzochte) activiteiten betreft: dieseltank (ondergronds) (631241) periode 1992-2009 en transportbedrijf (6024) periode 1970-1981. 2.1.9.

Interactieve bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

Uit de geraadpleegde interactieve bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn van dempingen, saneringscontouren, verontreinigingscontouren of nazorgcontouren. De rijbaan van Abbekesdoel staat bekend als verdacht en daarvoor is een BUS saneringsplan voor opgesteld, het eindoordeel betreft starten sanering. De rijbaan is enkele jaren geleden gereconstrueerd. Volgens de geraadpleegde bodemkwaliteitskaart voldoen zowel de boven- als de ondergrond aan klasse industrie heterogeen. Een klein gedeelte van het terrein valt in de zone landbouw/natuur. 2.1.10. PFAS

De onderzoekslocatie is gelegen in zone 2 volgens de verwachtingenkaart zoals opgenomen in bijlage 1a van de Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid. Het betreft de depositiezone met een verwacht PFOA gehalte van 0-120 μg/kg ds. Verhoogde PFAS gehalten worden met name verwacht in de bodem ter plaatse van de onverharde terreindelen. Als bij de nieuwbouw grond vrijkomt is het voor het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden wel noodzakelijk om onderzoek op PFAS uit te voeren. 2.2. Bodemopbouw Volgens de bodemkaart van Nederland (bron Atlas Leefomgeving) bestaat de grond uit een Waardveengronden op bosveen (of eutroof broekveen). Een weideveengrond is een bodemtype binnen het Nederlandse systeem van bodemclassificatie en behoort tot de rauwveengronden, een suborde van de veengronden. Het is een veengrond met een zavel- of kleidek en een vaak meer dan 20 cm diepe donker gekleurde of humusrijke bovengrond (de minerale eerdlaag). Het gehele minerale deel bestaat uit klei en is minder dan 40 centimeter dik. Het terrein is destijds bouwrijpgemaakt ten behoeve van de nieuwbouw, waarbij het terrein opgehoogd is. Naar verwachting is op het terrein vanwege alle, ook in het verleden uitgevoerde werkzaamheden, de van origine aanwezige bovengrond niet meer aanwezig

Pagina 6

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

2.3. Conclusie Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt afgeleid van de NEN5740 A1 april 2016 volgens de strategie verdachte diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) gezien het gebruik van de onderzoekslocatie, uitgaande dat de verdachte laag gelegen is op een diepte van 0-1,0m-mv. De diepere ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. Er vindt geen PFAS onderzoek plaats. De grond wordt aanvullende onderzocht op asbest ter plaatse van de drupzone van het dak zonder dakgoot. Zodra tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden visueel een bodemvreemde bijmenging wordt waargenomen zal het onderzoek worden opgeschaald doormiddel van een verkennend asbest bodemonderzoek.

Pagina 7

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

3. OPZET ONDERZOEK 3.1. Onderzoekstrategie Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt afgeleid van de NEN5740 A1 april 2016 volgens de strategie diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HE-NL) gezien het historische verleden van de onderzoek locatie. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene kwaliteit van de bodem in het kader van de voorgenomen bestemmingsplan wijziging en de geplande nieuwbouwwerkzaamheden op het terrein. Tabel 1: Uitvoering veldwerk verkennend bodemonderzoek

Strategie

Aantal boringen

NEN5740 VED-HE-NL

Boring tot 0,50 m in de verdachte laag 14x 1,00m-mv

Oppervlakte <0,4-0,5ha

Boring tot grondwater (max. 2,0 m-mv) 3x

Boring met peilbuis 1x

Aantal analyses (standaard pakket AS3000) Grond Bovengrond

Ondergrond

3x NEN

1x NEN

Grondwater 1x NEN

Afkortingen: cm/m-mv: centimeters/meters beneden maaiveld

3.2. Veldwerk Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een terrein inspectie uitgevoerd op 9 mei 2023. Tijdens deze inspectie zijn de volgende waarneming gedaan: - De voor en achtertuin rondom het woonhuis bestaat uit gras met plantenborders. - Tussen de schuur en het woonhuis is een halfverharding van grind aanwezig. - Langs de noordgrens parallel aan Abbekesdoel is een groenstrook aanwezig. - Langs de zuidgrens is een bomenrij aanwezig. - Ten oosten van de schuur is een oprit aanwezig, op het verhoogde deel is tevens een wasplaats aanwezig bestaande uit een betonvloer. De overige verhardingen op het terrein betreffen betonklinkers. - Er zijn geen invasieve exoten als Japanse duizendknoop aangetroffen. Met de bewoners is nog gesproken. Navraag is gedaan over de ondergrondse tank maar de locatie waar deze gelegen heeft was bij hen niet bekend. Aansluitend is het veldwerk gestart en gestaakt omdat de boringen niet handmatig uit te voeren zijn op het verharde terreindeel. De boringen stuiten op funderingslagen. Na afstemming met de opdrachtgever is besloten het veldwerk uit te voeren met behulp van een Geoprobe. Het veldwerk is verricht op 03 juli 2023 door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2001, 2002 en 2018. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier.

De locaties van de boringen en de peilbuis zijn bijgevoegd als bijlage A. De boorprofielen van deze boringen zijn bijgevoegd als bijlage C. Tabel 2: Peilbuisgegevens

Boring met peilbuis

Filter stelling in m-mv

Grondwaterstand in cm-mv bij plaatsing

Grondwaterstand pH Ec Ntu in cm-mv bij monstername Pb01 2.20-3.20 150 117 6.31 2410 6.23 De peilbuis is bemonsterd na afpompen op 10 juli, waarbij de pH, de troebelheid en de geleidbaarheid zijn bepaald. 3.3. Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen, hierbij zijn de volgende waarnemingen gedaan: - In de bovengrond is met name in de bovengrond van de tuin en plantvakken een zwakke bijmenging van metselpuin waargenomen. In verband hiermee is een asbestbodemonderzoek uitgevoerd op dit terreingedeelte.

Pagina 8

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

-

Onder de klinkerverharding is een funderingslaag aanwezig tot een diepte variërend tussen de 1,00 en 3,50m-mv bestaande uit hoogovenslakken, menggranulaat en een puinfundering met grind, baksteen, asfalt, hout en bijmenging met klei en zand. Het betreft geen grond >50% bodemvreemde materialen. In de ondergrond onder de funderingslaag is geen bijmenging van bodemvreemd materiaal aanwezig. Diverse boringen zijn verschillende dieptes gestuit op waarschijnlijk oude funderingslagen. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn geen zintuigelijke waarnemingen gedaan aan de uitkomende grond die een aanwijzing zouden kunnen vormen voor bodemverontreiniging.

-

3.3.1.

Grond

Van de grondmonsters zijn mengmonsters in het laboratorium samengesteld, waarvan de samenstelling, het betreffende trajectdeel en de onderzoeksresultaten zijn samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters

Nr.

Traject

Omschrijving

1

Ondergrond onder funderingsmateriaal

klei, matig siltig, zwak grindig

2

Ondergrond onder funderingsmateriaal

veen, zwak kleiig

3

Bovengrond noordzijde

Mengmonstersamenstelling boring en van – tot (in m-mv) 01: 200-250 01: 250-300 11: 100-120 02: 350-400 04: 230-280 11: 120-170 11:170-220 03, 17, 19, 22: 0-50

klei, matig zandig, zwak grindig, zwak humeus, zwak baksteen 4 Bovengrond tuin oostzijde klei, matig siltig, zwak grindig, zwak 14, 15, 16, 18: 0-50 humeus, zwak baksteen 5 Bovengrond onderzijde klei, matig zandig, zwak grindig, 10, 13, 20, 23: 0-50 zwak humeus, zwak baksteen Deze mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaard analysepakket (NEN 5740) voor grondmonsters. Dit pakket omvat de volgende parameters: - Zware metalen: barium, kobalt, molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink. De meeste metalen komen van nature reeds in lage concentraties in de bodem voor en worden daarbij niet aangemerkt als een verontreiniging. - Polychloorbifenylen (PCB). - Minerale olie. Minerale olie is een verzamelnaam voor de verschillende soorten aardolieproducten zoals benzine, gasolie en petroleum. Minerale olie kan als verontreiniging worden aangetroffen bij tankstations, ondergrondse opslagtanks e.d.; - Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Verontreinigingen met polycyclische aromaten kunnen worden aangetroffen op voormalige gasfabrieksterreinen, bij asfaltmolens, op stookplaatsen, in combinatie met verontreinigingen met aardolieproducten. 3.3.2.

Grondwater

Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket voor grondwater. Dit pakket bestaat uit de volgende parameters: - benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, naftaleen en styreen; - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (13); - kobalt, barium, molybdeen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink; - minerale olie; - tribroommethaan; - dichloorpropanen(1,1-1,2-1,3).

Pagina 9

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

4. RESULTATEN ONDERZOEK 4.1. Toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden volgens tabel 1 van bijlage B behorende bij de Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden volgens tabel 1 van de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde AW 2000. Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier en plant heeft, zijn veiliggesteld. Interventiewaarde: Deze waarde geeft het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant kunnen verminderen. De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide studie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), naar zowel de humaan- als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging indien in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde door één of meer parameters.

Tussenwaarde: Voor de waarde voor nader onderzoek, de tussenwaarde genaamd, wordt het gemiddelde van de AW2000 en de interventiewaarde gehanteerd. 4.2. Analyseresultaten grond De genoemde waarden zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof van de grond. In het hierna volgende overzicht staan per geanalyseerd monster de overschrijdingen van de toetsingswaarden als volgt weergegeven: > AW gehalte boven achtergrondwaarde AW 2000 (lichte verontreiniging); >T gehalte boven tussenwaarde (matige verontreiniging); >I gehalte boven interventiewaarde (ernstige verontreiniging). In de laatste kolom staat tevens vermeld wat de kwaliteit van de grond is bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit, dit is de kwaliteit van de grond op basis van een indicatieve toets waaraan deze voldoet als grond afgevoerd en elders toegepast wordt. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage D. De toetsingstabellen zijn bijgevoegd als bijlage E. Tabel 4: Analyseresultaten grond

Nr

3 4

Mengmonstersamenstelling boring en van – tot (in m-mv) 01: 200-250 01: 250-300 11: 100-120 02: 350-400 04: 230-280 11: 120-170 11:170-220 03, 17, 19, 22: 0-50 14, 15, 16, 18: 0-50

5

10, 13, 20, 23: 0-50

1 2

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

Kwik, lood, zink, minerale olie en PAK

-

-

Indicatieve toetsing BBK Klasse industrie

Cadmium, koper, kwik, molybdeen, lood en minerale olie

Zink en PAK

-

Klasse industrie

Cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, lood, PCB en PAK Cadmium, kobalt, nikkel, lood, zink en PAK

-

Zink

Altijd toepasbaar Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

-

-

Klasse industrie

Pagina 10

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

4.3. Analyseresultaten grondwater In onderstaande tabel staan de overschrijdingen in het grondwater. Het analysecertificaat zijn opgenomen in bijlage D. De toetsingstabel is bijgevoegd als bijlage E. Tabel 5: Analyseresultaten grondwater

Peilbuis Pb01

Gehalten > Streefwaarde Barium, nikkel en lood

> Tussenwaarde -

> Interventiewaarde zink

4.4. Uitsplitsing mengmonsters Naar aanleiding van de aangetroffen matige verontreiniging met zink en PAK in mengmonster 2 en de sterke zinkverontreiniging in mengmonster 4 zijn de afzonderlijke deelmonsters van deze mengmonster separaat onderzocht. Tabel 6: Analyseresultaten uitsplitsing grond

Nr. 1

Bodemlaag 02: 350-400

14: 0-50

Gehalte > AW Kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink en PAK Koper, molybdeen, zink en PAK Cadmium, koper, molybdeen, zink, minerale olie Cadmium, kobalt, kwik, lood en minerale olie -

2

04: 230-280

3

11: 120-170

4

11:170-220

5 6 7 8

15: 0-50 16: 0-50 18: 0-50

Zink -

Gehalte > T -

Gehalte > I -

Indicatieve toetsing BBK Klasse industrie

-

Lood

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

PAK

Koper, nikkel en lood

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

PAK

Zink

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

-

Zink

Zink zink

-

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie

Na afzonderlijke analyse van de deelmonsters van de matig en sterk verontreinigde mengmonsters zijn de volgende verontreinigingen aangetroffen: - Ter plaatse van boring 4 (230-280 cm-mv) een sterke loodverontreiniging; - Ter plaatse van boring 11 (120-220cm-mv) een matige PAK verontreiniging en een sterke verontreiniging met koper, nikkel, lood en zink; - Ter plaatse van boring 14 is in de bovengrond een sterke zinkverontreiniging aangetroffen en ter plaatse van boring 15 en 18 een matige zinkverontreiniging. De verontreiniging van boring 4 en 11 is gelegen onder een duurzame afdeklaag van bestrating en fundering en onder het grondwaterniveau.

Pagina 11

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

5. VERKENNEND ASBESTONDERZOEK 5.1. Onderzoekstrategie Naar aanleiding van het asbestverdacht plaatmateriaal op het schuurdak waarbij regenwater afwatert op het maaiveld wordt een asbestbodemonderzoek uitgevoerd en naar aanleiding van de aangetroffen bijmenging in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is een asbestbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een gedeelte van het onverharde terrein met een oppervlakte van ca. 1500m2. Voor de strategie van het onderzoek is de NEN 5707+C1:2016 tabel 7: Aantal plekken voor visuele inspectie en te analyseren (meng)monsters bij verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming Voor het asbestbodemonderzoek in de drupzone van het dak is een afgeleid onderzoek uitgevoerd van NEN 5707 uitgevoerd waarbij de toplaag als meest verdachte bodemlaag onderzocht wordt 0-0,15m-mv. Het aantal gaten, de boringen en de locaties ervan zijn afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de eventuele aanwezigheid van asbest(vezels) in de grond. Tabel 7: Uitvoering veldwerk

Onderzoeksoppervlakte Drupzone dak 20m1 0.1-0.15ha bijmenging met metselpuin

Aantal maaiveldinspectiepunten 2 7

Gaten in de verdachte laag 2 7

Gaten tot onderzijde verdachte laag 2 1

Aantal te analyseren (meng)monsters 1 (asbest in grond) 2 (asbest in grond)

5.2. Veldwerk Op 10 juli 2023 is het veldwerk verricht door dhr. M. Visser (erkenning VB-078) onder certificaat BRL SIKB 2000 conform het protocol 2018. De bemonstering vind plaats aan de hand van het opgestelde monsternemingsformulier. Er zijn een achttal gaten gegraven van tenminste 0,30 x 0,30 m tot de ongeroerde ondergrond op een diepte van maximaal 55 cm-mv en een tweetal gaten van 0,30 x 0,30m ter plaatse van de druppelzone. Bij het uitvoeren van het veldwerk zijn de volgende bevindingen gedaan: - Bij het uitvoeren van het veldwerk is zintuigelijk geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. De locatie van de gaten zijn terug te vinden in de tekening bijgevoegd in bijlage A. De bodem is ontgraven in lagen van circa 0,05 meter. Het vrijkomende materiaal is in een dunne laag op folie met een hark uitgespreid om de visuele aanwezigheid van asbest vast te stellen. Foto´s en de boorstaten zijn opgenomen in bijlage B. De visuele resultaten van het onderzoek kunnen als volgt worden samengevat. tabel 8: gaten, omschrijving

Gat A01 t/m A08 Lijn-01 + Lijn-02

gat en verdachte laagdikte in cm 0-50 0-15

asbest op mv

visueel asbest in grond

geen geen

geen geen

asbest gewicht totaal geen geen

Pagina 12

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023 tabel 9: samenstelling mengmonsters

mengmonster MA

MB

ML

gat en verdachte laagdikte in cm A01 (0-50) A02 (0-50) A03 (0-50) A04 (0-50) A07 (0-50) A08 (0-50) Lijn-01 (0-15) Lijn-02 90-15)

mengmonster

bodemlaag

14.8 kg

klei, matig zandig, zwak grindig, zwak humeus, bv: 12.0%, zwak metselpuin, zwak hout, takken en wortels

14.7 kg

klei, matig zandig, zwak grindig, zwak humeus, bv: 12.0%, zwak metselpuin, zwak hout Takken en wortels klei, matig zandig, zwak grindig, zwak humeus, bv: 12.0%, zwak metselpuin, zwak hout, takken en wortels

13.4 kg

mengmonster, analyse grond <20mm NEN 5898 grond <20mm NEN 5898 grond <20mm NEN 5898

5.3. Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek De landelijke normen voor asbest in grond, bodem en puingranulaat zijn vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijngehalte vermeerderd met tienmaal het amfiboolgehalte). De hergebruikswaarden voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen zijn opgenomen in bijlagen A en B van de Regeling bodemkwaliteit. De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan de bouwstof, grond of baggerspecie is toegevoegd (zie Productenbesluit asbest). Ook in het Besluit asbestwegen is deze waarde van 100 mg/kg (gewogen gehalte). De interventiewaarde voor asbest voor historische bodemverontreinigingen (ontstaan voor 1 juli 1993) is opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. In tegenstelling tot andere chemische stoffen is het volumecriterium (minimaal 25 m3 verontreinigd bodemvolume) voor asbest niet van toepassing. Bij asbest is sprake van een geval van ernstige verontreiniging als het asbestgehalte binnen een in het bodemonderzoek onderscheiden ruimtelijke eenheid (RE) de interventiewaarde overschrijdt. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage C. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hechtgebonden en niet-hecht-gebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle.

Het hechtgebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). Het totale asbestgehalte in de grond/puin is bepaald door de aanwezigheid van de grove fractie (> 20 mm) en de fijne fractie (< 20 mm). Deze gehalten zijn daarom bij elkaar opgeteld. Hierbij is de asbestconcentraties in de materiaalmonsters van de grove fractie omgerekend naar een asbestgehalte in de grond (mg/kg ds. gewogen). tabel 10: Analyseresultaten grond (mg/kg ds)

omschrijving monster MA

MB ML

aantal deeltjes < 20 mm 1 (4-8mm) 3 (8-20mm) cement, vlakke plaat, hechtgebonden chrysotiel, vlakke plaat) geen geen

visueel asbest >20 mm geen

asbest totaal gewogen in mg/kg/ds 53

geen geen

<0,3 <0,4

Pagina 13

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

6. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer is een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Abbeksdoel 70 te Bleskensgraaf Het onderzoek staat bij Adcim B.V. geregistreerd onder projectnummer 20220430. Aanleiding voor het onderzoek betreft de grondtransactie door de grondeigenaar voorgenomen bestemmingsplan wijziging en de geplande nieuwbouw op het terrein. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of de grond en/of het grondwater ter plaatse verontreinigingen bevatten welke een belemmering of beperking zouden kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. 6.1. Conclusie Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor de onderzoekslocatie het volgende worden geconcludeerd: - In de bovengrond is met name in de bovengrond van de tuin en plantvakken een zwakke bijmenging van metselpuin waargenomen. In verband hiermee is een asbestbodemonderzoek uitgevoerd op dit terreingedeelte. - Onder de klinkerverharding is een funderingslaag aanwezig tot een diepte variërend tussen de 1,00 en 3,50m-mv bestaande uit hoogovenslakken, menggranulaat en een puinfundering met grind, baksteen, asfalt, hout en bijmenging met klei en zand. Het betreft geen grond >50% bodemvreemde materialen. - In de ondergrond onder de funderingslaag is geen bijmenging van bodemvreemd materiaal aanwezig.

- Diverse boringen zijn verschillende dieptes gestuit op waarschijnlijk oude funderingslagen. - Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn geen zintuigelijke waarnemingen gedaan aan de uitkomende grond die een aanwijzing zouden kunnen vormen voor bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt het volgende: - De ondergrond onder de verharding en (puin)funderingslagen is licht tot matig verontreinigd met verschillende zware metalen en PAK. Naar aanleiding van de aangetroffen matige verontreiniging zijn de deelmonsters van het betreffende mengmonster afzonderlijk geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van boring 4 (230-280 cm-mv) een sterke loodverontreiniging aanwezig is en ter plaatse van boring 11 (120-220cm-mv) een matige PAK verontreiniging en een sterke verontreiniging met koper, nikkel, lood en zink. - De bovengrond met een zwakke bijmenging aan baksteen is niet verontreinigd. - De bovengrond met een zwakke bijmenging aan metselpuin is licht verontreinigd met verschillende zware metalen, PAK en PCB en sterk verontreinigd met zink. Naar aanleiding van de aangetroffen sterke verontreiniging zijn de deelmonsters van het betreffende mengmonster afzonderlijk geanalyseerd.

Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van boring 14 in de bovengrond een sterke zinkverontreiniging is aangetroffen en ter plaatse van boring 15 en 18 een matige zinkverontreiniging. Deze verontreinigingen zijn gelegen aan de zuidzijde van het woonhuis. - Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en lood en sterk verontreinigd met zink. - In de grond in de drupzone van het asbestverdachte dak is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. - In de bovengrond met een zwakke bijmenging aan metselpuin is in één van de mengmonster, in de groenstroken tussen Abbekesdoel en de bebouwing, analytisch asbest aangetoond met een gehalte van 53 mg/kg ds, het betreft enkele kleine asbestplaatjes (cement, vlakke plaat met hechgebonden chrysotiel grootte <20mm).

Pagina 14

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023 6.1.1.

Hypothese

De hypothese ‘verdacht’ is bevestigd gezien de aangetroffen lichte tot sterke verontreinigingen in grond en grondwater. De aangetroffen verontreinigingen houden hoogst waarschijnlijk verband met de bijmenging in de bodem en de aanwezigheid van de (puin)funderingslagen en zijn ontstaan voor 1987 als gevolg van het historisch gebruik van de locatie. De sterke verontreinigingen betreft een verontreiniging welke niet geheel horizontaal en verticaal afgebakend is met het uitgevoerde onderzoek. Nader onderzoek is nodig voor het afperken van deze verontreiniging en om uit te sluiten of een geval van ernstige bodemverontreiniging >25m3 of grondwaterverontreiniging >100m3 aanwezig is. Voor de voorgenomen nieuwbouw vormt de bodemkwaliteit op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek vooralsnog een belemmering. 6.2. Aanbevelingen. Aanbevolen wordt een nader onderzoek uit te voeren naar: - De sterke zinkverontreiniging in de bovengrond aan de zuidzijde van het woonhuis om deze horizontaal en verticaal af te bakenen. - Formeel gezien is nader onderzoek nodig voor de aangetroffen sterke loodverontreiniging ter plaatse van boring 4 (230-280 cm-mv) en de sterke verontreiniging met koper, nikkel, lood en zink ter plaatse van boring 11 (120-220cm-mv).

Gezien de diepte waar de verontreiniging voorkomt en de aanwezige dikke (puin)funderingslagen wordt aanbevolen om te bezien welke werkzaamheden op dit terreindeel gaan plaatsvinden en afhankelijk daarvan met bevoegd af te stemmen over nut en noodzaak van vervolg onderzoek. - Aanbevolen wordt om het grondwater te her analyseren. - Aanbevolen wordt om in de groenstrook tussen Abbekesdoel en de bebouwing een aanvullend verkennend bodemonderzoek uit te voeren door middel van extra gaten en analyses gezien het gehalte aan asbest de grens voor nader onderzoek net overschrijdt >53 versus 50 mg/kg. Aanbevolen wordt de onderzoeksresultaten van dit onderzoek en de benodigde vervolgacties af te stemmen met bevoegd gezag. 6.3. Betrouwbaarheid Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.

Pagina 15

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

Bijlage A Situatietekening met boringen

P

P P P

P

P

P

P

P 69

P

P

a

P

E 777

P

P P

P

P P

P A01

boring handmatig peilbuis 1 filter boring handmatig

P 23

22 01

Lijn-01

08

09

06

P

19

P

1 1

07

02

21

P

asbestgat

Vlietweg

05

Lijn-02 A02

1

04 03

P

Abbekesdoel

P

P

P

P

P

Legenda

P

11

A04

17

A03 70

Situatie

E 739

20

P

P

10

ri

A05

P

70

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

D 264 D 559

P

P

P E 776

P P

P

P

P

P E 777

1a

P

P

P

A01

23 01

P

P

P

A04

06

11

17

E 33

08

09

P

P

P

Vlietweg

05 07

22

Lijn-01

19

P

A03

E 739

70 70

10

ri

20

esdoel Abbek

P

71

P

P

P

P

1a

A07

E 405

16

P

12

13

P

14

P

P

P

A08 A06

P

P

P

15

P

P

P

P

P

P

P

P

A08

18

P

P

A05

P

P

P

04

P

21

P

02

Lijn-02 A02

P

P

03

P

Abbekesdoel

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

E 405

14

P

P

D 581

P P

A07

16

P P

69a

P

P

P

P

P

P

P

13

P

P P

P

18

12

P

P

P

0

5

10

15

20m

P

15

P

P

P

P

A06

P

P

P

E 738

Gebouwlocatie en afmetingen ter indicatie, maten kunnen afwijken Maten in meters, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld

P P

P

P

Project

Veldwerkschets

Abbekesdoel 70 Bleskensgraaf Opdrachtgever

Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer

P

P

Onderdeel

Verkennend (asbest)bodemonderzoek Projectnr. Tek. nr. Schaal Form. Get. Acc. Datum Bijlagenr. Bestandsnaam 20220430 VO 1:500 A3 MV FvdZ 10-07-2023 A 20220430-VO.dwg

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

Bijlage B Afbeeldingen

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

20220430, m eet punt Locat ie

VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK ABBEKSDOEL 70 TE BLESKENSGRAAF Projectnummer: 20220430 Definitief versie 1.0 Datum: 18-7-2023

Bijlage C Boorprofielen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=be718cf5-326d-4764-8a01-db5950641838