Bijlage 2d Bijlagen
Tekst van het document
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W9a W9a W9a W9a W0
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
-4,50 ----
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W0 W0 W9a W9a W9a
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
0,00 0,00 0,00 0,00
-----
Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0
W9a W0 W0 W0
30 30 30 30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
30 30 30 30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
30 30 30 30
30 30 30 30
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
Wegdek
23-12-2022 10:50:17
Invoergegevens akoestisch model 221772 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2033 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MV(N))
V(MV(P4))
V(ZV(D))
V(ZV(A))
V(ZV(N))
V(ZV(P4))
Totaal aantal
%Int(D)
%Int(A)
%Int(N)
%Int(P4)
%MR(D)
%MR(A)
%MR(N)
%MR(P4)
%LV(D)
%LV(A)
%LV(N)
%LV(P4)
%MV(D)
Merelplant Merelplant Merelplant Merelplant Molenlaan
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
609,42 366,52 609,42 366,52 609,42
6,69 6,69 6,69 6,69 6,69
3,65 3,65 3,65 3,65 3,66
0,64 0,64 0,64 0,64 0,64
------
------
------
------
------
98,59 98,59 98,59 98,59 98,93
99,43 99,43 99,43 99,43 99,57
99,03 99,03 99,03 99,03 99,27
------
1,12 1,12 1,12 1,12 0,83
Molenlaan Molenlaan Molenlaan Valkenlaan Valkenlaan
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
609,42 366,52 609,42 199,62 157,68
6,69 6,69 6,69 6,69 6,69
3,65 3,65 3,66 3,68 3,68
0,64 0,64 0,64 0,64 0,64
------
------
------
------
------
98,59 98,59 98,93 99,82 99,82
99,43 99,43 99,57 99,93 99,93
99,03 99,03 99,27 99,89 99,89
------
1,12 1,12 0,83 0,11 0,11
Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan voorstraat
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
199,62 157,68 199,62 157,68 1987,28
6,69 6,69 6,69 6,69 6,70
3,68 3,68 3,68 3,68 3,63
0,64 0,64 0,64 0,64 0,64
------
------
------
------
------
99,82 99,82 99,82 99,82 97,04
99,93 99,93 99,93 99,93 98,81
99,89 99,89 99,89 99,89 98,09
------
0,11 0,11 0,11 0,11 1,94
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
1399,23 2269,05 1987,28 1399,23 1782,58
6,70 6,70 6,70 6,70 6,70
3,63 3,63 3,63 3,63 3,63
0,64 0,64 0,64 0,64 0,64
------
------
------
------
------
97,04 97,30 97,04 97,04 97,30
98,81 98,92 98,81 98,81 98,92
98,09 98,25 98,09 98,09 98,25
------
1,94 1,80 1,94 1,94 1,80
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
30 30 30 30
-----
30 30 30 30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
2269,05 2269,05 1782,58 1782,58
6,70 6,70 6,70 6,70
3,63 3,63 3,63 3,63
0,64 0,64 0,64 0,64
-----
-----
-----
-----
-----
97,30 97,30 97,30 97,30
98,92 98,92 98,92 98,92
98,25 98,25 98,25 98,25
-----
1,80 1,80 1,80 1,80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:50:17
Invoergegevens akoestisch model 221772 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2033 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %MV(A)
%MV(N)
%MV(P4)
%ZV(D)
%ZV(A)
%ZV(N)
%ZV(P4)
MR(D)
MR(A)
MR(N)
MR(P4)
LV(D)
LV(A)
LV(N)
LV(P4)
MV(D)
MV(A)
MV(N)
MV(P4)
ZV(D)
ZV(A)
ZV(N)
Merelplant Merelplant Merelplant Merelplant Molenlaan
0,46 0,46 0,46 0,46 0,34
0,85 0,85 0,85 0,85 0,64
------
0,29 0,29 0,29 0,29 0,23
0,11 0,11 0,11 0,11 0,09
0,12 0,12 0,12 0,12 0,10
------
------
------
------
------
40,20 24,17 40,20 24,17 40,33
22,12 13,30 22,12 13,30 22,21
3,86 2,32 3,86 2,32 3,87
------
0,46 0,27 0,46 0,27 0,34
0,10 0,06 0,10 0,06 0,08
0,03 0,02 0,03 0,02 0,02
------
0,12 0,07 0,12 0,07 0,09
0,02 0,01 0,02 0,01 0,02
------
Molenlaan Molenlaan Molenlaan Valkenlaan Valkenlaan
0,46 0,46 0,34 0,05 0,05
0,85 0,85 0,64 0,08 0,08
------
0,29 0,29 0,23 0,07 0,07
0,11 0,11 0,09 0,03 0,03
0,12 0,12 0,10 0,03 0,03
------
------
------
------
------
40,20 24,17 40,33 13,33 10,53
22,12 13,30 22,21 7,34 5,80
3,86 2,32 3,87 1,28 1,01
------
0,46 0,27 0,34 0,01 0,01
0,10 0,06 0,08 ---
0,03 0,02 0,02 ---
------
0,12 0,07 0,09 0,01 0,01
0,02 0,01 0,02 ---
------
Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan voorstraat
0,05 0,05 0,05 0,05 0,80
0,08 0,08 0,08 0,08 1,49
------
0,07 0,07 0,07 0,07 1,02
0,03 0,03 0,03 0,03 0,39
0,03 0,03 0,03 0,03 0,42
------
------
------
------
------
13,33 10,53 13,33 10,53 129,21
7,34 5,80 7,34 5,80 71,28
1,28 1,01 1,28 1,01 12,48
------
0,01 0,01 0,01 0,01 2,58
----0,58
----0,19
------
0,01 0,01 0,01 0,01 1,36
----0,28
----0,05
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
0,80 0,74 0,80 0,80 0,74
1,49 1,38 1,49 1,49 1,38
------
1,02 0,90 1,02 1,02 0,90
0,39 0,34 0,39 0,39 0,34
0,42 0,37 0,42 0,42 0,37
------
------
------
------
------
90,97 147,92 129,21 90,97 116,21
50,19 81,48 71,28 50,19 64,01
8,78 14,27 12,48 8,78 11,21
------
1,82 2,74 2,58 1,82 2,15
0,41 0,61 0,58 0,41 0,48
0,13 0,20 0,19 0,13 0,16
------
0,96 1,37 1,36 0,96 1,07
0,20 0,28 0,28 0,20 0,22
0,04 0,05 0,05 0,04 0,04
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
0,74 0,74 0,74 0,74
1,38 1,38 1,38 1,38
-----
0,90 0,90 0,90 0,90
0,34 0,34 0,34 0,34
0,37 0,37 0,37 0,37
-----
-----
-----
-----
-----
147,92 147,92 116,21 116,21
81,48 81,48 64,01 64,01
14,27 14,27 11,21 11,21
-----
2,74 2,74 2,15 2,15
0,61 0,61 0,48 0,48
0,20 0,20 0,16 0,16
-----
1,37 1,37 1,07 1,07
0,28 0,28 0,22 0,22
0,05 0,05 0,04 0,04
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:50:17
Invoergegevens akoestisch model 221772 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2033 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer ZV(P4)
LE (D) 63
LE (D) 125
LE (D) 250
LE (D) 500
LE (D) 1k
LE (D) 2k
LE (D) 4k
LE (D) 8k
LE (A) 63
LE (A) 125
LE (A) 250
LE (A) 500
LE (A) 1k
LE (A) 2k
LE (A) 4k
LE (A) 8k
LE (N) 63
Merelplant Merelplant Merelplant Merelplant Molenlaan
------
77,41 75,20 70,14 67,94 77,20
81,42 79,21 73,74 71,53 81,10
87,87 85,66 81,04 78,83 87,10
89,88 87,67 85,93 83,72 89,80
93,41 91,20 91,47 89,26 93,36
86,58 84,37 88,33 86,12 86,49
81,40 79,19 81,65 79,44 81,31
74,09 71,88 73,29 71,08 73,60
74,26 72,05 67,01 64,81 74,18
77,95 75,74 70,29 68,08 77,81
83,06 80,85 76,26 74,05 82,58
87,03 84,82 83,09 80,88 87,01
90,66 88,45 88,72 86,51 90,65
83,73 81,53 85,49 83,28 83,71
78,53 76,32 78,78 76,58 78,50
70,15 67,94 69,38 67,17 69,91
66,95 64,74 59,69 57,48 66,81
Molenlaan Molenlaan Molenlaan Valkenlaan Valkenlaan
------
77,41 75,20 77,20 71,79 70,77
81,42 79,21 81,10 75,31 74,28
87,87 85,66 87,10 79,31 78,28
89,88 87,67 89,80 84,73 83,71
93,41 91,20 93,36 88,39 87,37
86,58 84,37 86,49 81,42 80,40
81,40 79,19 81,31 76,20 75,18
74,09 71,88 73,60 67,20 66,18
74,26 72,05 74,18 69,12 68,10
77,95 75,74 77,81 72,57 71,55
83,06 80,85 82,58 76,19 75,17
87,03 84,82 87,01 82,10 81,08
90,66 88,45 90,65 85,78 84,75
83,73 81,53 83,71 78,80 77,77
78,53 76,32 78,50 73,57 72,55
70,15 67,94 69,91 64,37 63,34
66,95 64,74 66,81 61,55 60,52
Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan voorstraat
------
71,79 70,77 71,79 70,77 76,10
75,31 74,28 75,31 74,28 80,24
79,31 78,28 79,31 78,28 88,60
84,73 83,71 84,73 83,71 91,60
88,39 87,37 88,39 87,37 96,89
81,42 80,40 81,42 80,40 93,90
76,20 75,18 76,20 75,18 87,29
67,20 66,18 67,20 66,18 80,27
69,12 68,10 69,12 68,10 72,51
72,57 71,55 72,57 71,55 76,10
76,19 75,17 76,19 75,17 83,09
82,10 81,08 82,10 81,08 88,42
85,78 84,75 85,78 84,75 93,94
78,80 77,77 78,80 77,77 90,78
73,57 72,55 73,57 72,55 84,11
64,37 63,34 64,37 63,34 75,57
61,55 60,52 61,55 60,52 65,36
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
------
74,58 76,55 83,39 81,86 82,78
78,71 80,61 87,94 86,42 87,27
87,07 88,85 95,45 93,93 94,65
90,08 92,09 95,57 94,04 95,01
95,37 97,42 98,84 97,32 98,32
92,37 94,41 92,16 90,64 91,62
85,77 87,79 87,06 85,54 86,51
78,75 80,59 81,10 79,58 80,37
70,99 73,02 79,77 78,25 79,23
74,58 76,56 83,78 82,25 83,18
81,57 83,41 89,92 88,40 89,18
86,90 88,96 92,37 90,85 91,86
92,42 94,50 95,89 94,36 95,39
89,26 91,33 89,03 87,51 88,53
82,59 84,65 83,86 82,34 83,35
74,04 75,97 76,36 74,84 75,71
63,84 65,85 72,63 71,11 72,07
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
-----
83,83 76,55 75,50 75,50
88,32 80,61 79,57 79,57
95,70 88,85 87,80 87,80
96,06 92,09 91,04 91,04
99,37 97,42 96,37 96,37
92,67 94,41 93,36 93,36
87,55 87,79 86,74 86,74
81,42 80,59 79,54 79,54
80,28 73,02 71,97 71,97
84,23 76,56 75,51 75,51
90,23 83,41 82,36 82,36
92,91 88,96 87,91 87,91
96,44 94,50 93,45 93,45
89,57 91,33 90,28 90,28
84,40 84,65 83,60 83,60
76,76 75,97 74,92 74,92
73,12 65,85 64,80 64,80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:50:17
Invoergegevens akoestisch model 221772 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2033 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) 125
LE (N) 250
LE (N) 500
LE (N) 1k
LE (N) 2k
LE (N) 4k
LE (N) 8k
LE (P4) 63
LE (P4) 125
LE (P4) 250
LE (P4) 500
LE (P4) 1k
LE (P4) 2k
LE (P4) 4k
LE (P4) 8k
Merelplant Merelplant Merelplant Merelplant Molenlaan
70,76 68,55 63,09 60,89 70,54
76,65 74,44 69,83 67,62 76,02
79,54 77,33 75,59 73,39 79,49
83,14 80,93 81,20 78,99 83,11
76,26 74,05 78,02 75,81 76,21
71,06 68,85 71,32 69,11 71,00
63,20 60,99 62,42 60,21 62,85
------
------
------
------
------
------
------
------
Molenlaan Molenlaan Molenlaan Valkenlaan Valkenlaan
70,76 68,55 70,54 65,01 63,99
76,65 74,44 76,02 68,75 67,73
79,54 77,33 79,49 74,51 73,49
83,14 80,93 83,11 78,18 77,16
76,26 74,05 76,21 71,21 70,18
71,06 68,85 71,00 65,98 64,96
63,20 60,99 62,85 56,83 55,81
------
------
------
------
------
------
------
------
Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan Valkenlaan voorstraat
65,01 63,99 65,01 63,99 69,12
68,75 67,73 68,75 67,73 76,89
74,51 73,49 74,51 73,49 81,00
78,18 77,16 78,18 77,16 86,48
71,21 70,18 71,21 70,18 83,39
65,98 64,96 65,98 64,96 76,74
56,83 55,81 56,83 55,81 68,86
------
------
------
------
------
------
------
------
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
67,59 69,55 76,80 75,28 76,19
75,37 77,19 83,73 82,21 82,98
79,48 81,53 84,95 83,43 84,44
84,96 87,03 88,43 86,90 87,93
81,87 83,93 81,65 80,12 81,13
75,21 77,26 76,49 74,97 75,97
67,33 69,24 69,67 68,14 69,00
------
------
------
------
------
------
------
------
voorstraat voorstraat voorstraat voorstraat
77,24 69,55 68,51 68,51
84,03 77,19 76,15 76,15
85,48 81,53 80,48 80,48
88,98 87,03 85,98 85,98
82,18 83,93 82,88 82,88
77,02 77,26 76,22 76,22
70,04 69,24 68,19 68,19
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:50:17
Invoergegevens akoestisch model 221772 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2033 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
Omschr.
01 02 03 04
noordgevel oostgevel zuidgevel westgevel
Maaiveld -1,00 -1,00 -1,00 -1,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Hoogte D
Hoogte E
Hoogte F
Gevel
1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50
-----
-----
-----
Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:51:14
Invoergegevens akoestisch model 221772 Rapport: Model:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Lijst van model eigenschappen wegverkeerslawaai 2033
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
wegverkeerslawaai 2033 Jan #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Jan op 16-12-2022 Jan op 23-12-2022 Geomilieu V2022.4 rev 1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,80 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:51:34
Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai (2 pagina’s)
R-JVO/1858 / 22.1772
Gecumuleerde geluidbelasting alle wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh 221772 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2033 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
46,78 48,92 49,26 43,44 45,92
43,65 45,82 46,14 40,31 42,83
36,27 38,44 38,76 32,95 35,47
47,00 49,16 49,49 43,67 46,17
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel westgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
46,01 34,99 37,73 35,91 43,27
42,90 32,01 34,72 33,01 40,17
35,53 24,60 27,36 25,62 32,77
46,25 35,28 38,02 36,25 43,50
04_B 04_C
westgevel westgevel
4,50 7,50
45,02 45,22
41,94 42,11
34,53 34,72
45,26 45,45
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:52:58
Gecumuleerde geluidbelasting alle wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh 221772 (t.b.v. gevelmaatregelen) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2033 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
52 54 54 48 51
49 51 51 45 48
41 43 44 38 40
52 54 54 49 51
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel westgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
51 40 43 41 48
48 37 40 38 45
41 30 32 31 38
51 40 43 41 48
04_B 04_C
westgevel westgevel
4,50 7,50
50 50
47 47
40 40
50 50
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
23-12-2022 10:53:49
Quickscan Wet natuurbescherming Naast de Gelkenes 10 te GrootAmmers Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon
Status:
Definitief
Project:
2022-1228
Datum:
9 december 2022
Samensteller:
ing. B.C.E. Vleeshouwers
Collegiale toets:
ing. G. Fairhurst
Opdrachtgever:
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V.
Contactpersoon:
T. Versluis
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Planlocatie
5
1.2
Beoogde ruimtelijke ingreep
6
2 Methode
7
2.1
Uitvoering onderzoek
7
2.2
Soortenbescherming
7
2.3
Gebiedsbescherming
9
2.4
Houtopstanden
10
2.5
Houdbaarheid en toepassing
10
3 Beoordeling
11
3.1
Soortenbescherming
11
3.2
Gebiedsbescherming
15
3.3
Houtopstanden
16
4 Samenvatting
17
4.1
Soortenbescherming
17
4.2
Gebiedsbescherming
17
4.3
Houtopstanden
17
5 Conclusie
18
5.1
Conclusie
18
5.2
Uitvoerbaarheid
18
5.3
Vervolgstappen
18
5.4
Te treffen maatregelen
19
1 Inleiding Aan de Gelkenes 10 te Groot-Ammers is een woning met tuin gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens om in de naastgelegen tuin een vijver te dempen en 3 bomen te verplaatsen ten behoeve van een woning, oprit en watergang. Het bestemmingsplan voorziet niet volledig in de beoogde ruimtelijke ingreep en dient derhalve te worden gewijzigd van ‘Tuin’ naar ‘Wonen’ De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. Onderzoeksdoelen • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.
3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?
Figuur 1.1
De planlocatie is gelegen aan de Gelkenes 10 te Groot-Ammers.
4
1.1
Planlocatie De planlocatie is gelegen naast de Gelkenes 10 te Groot-Ammers (figuur 1.2). De planlocatie bestaat uit een tuinperceel met een bomenrij, bestaande uit katwilgen, 3 solitaire bomen en een vijver. Aan de zuiden westzijde zijn beschoeide watergangen gesitueerd. Langs de bestaande watergangen is een katwilgenrij met een enkele kronkelwilg gesitueerd. De kronkelwilg en katwilgenrij worden niet aangetast in de beoogde ontwikkeling. Aan de zuidelijke watergang wordt de nieuwe watergang verbonden. Tussen de oostelijk gelegen woning en de huidige vijver wordt de nieuwe watergang gerealiseerd. Ten noorden van de planlocatie is een schapenwei gelegen. De tuin kent een relatief hoog kwaliteitsbeeld, de vijver daarentegen is grotendeels overwoekerd met oevervegetatie. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen naast de Gelkenes 10 te Groot-Ammers. De planlocatie is aan de rand van Groot-Ammers gesitueerd. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door dorp-, bos- en agrarische gebieden. Op circa 500 m ten noordwesten stroomt de ‘Lek’.
5
1.2
Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft het dempen van de huidige vijver en het verplaatsen van 3 bomen ten behoeve van de bouw van een woning, watergang en oprit. De functie van het perceel dient gedeeltelijke te wijzigen van ‘Tuin’ naar ‘Wonen’. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • •
slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; verplaatsen van bomen: rooi- en graafwerkzaamheden; graafwerkzaamheden watergang; dempen van huidige vijver: graaf- en dempwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 1.3 Visuele representatie van Landschapsarchitecten).
de
beoogde
situatie
(bron:
Lagendijk
tuin-
en
6
2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en de provinciale omgevingsverordening.
2.1
Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 23 november 2022 en is uitgevoerd door ing. B.C.E. Vleeshouwers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 6/8 bewolkt, 8 Celsius en windkracht 1-2 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.
2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.5) en Andere soorten (Wnb art. 3.10). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij overtreding van een verbodsbepaling geldt een ontheffingsplicht. Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
7
Habitatrichtlijn (Wnb art. 3.5) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten (Wnb art. 3.10) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c.
vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vogelrichtlijn Onder de Vogelrichtlijn zijn alle in gebruik zijnde nesten en broedgevallen van vogels beschermd. Het is van alle vogelsoorten verboden om nesten te beschadigen of te vernielen. Daarnaast gelden onder provinciale aanwijzingen categorieën waarin de nesten en rustplaatsen van specifieke vogelsoorten jaarrond bescherming genieten, dus ook in de periode dat deze niet in gebruik zijn. Rustplaatsen zijn conform de Richtsnoeren van de Europese Commissie gedefinieerd als zijnde essentiële zones voor het bestaan van een dier of groep van dieren wanneer ze niet-actief zijn. Tabel 2.1
Vogelsoorten onder categorie 1 t/m 4: nesten en rustplaatsen jaarrond beschermd. Vogelsoorten onder categorie 5: nesten en rustplaatsen jaarrond beschermd, indien er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
Vogelsoorten onder categorie 1 t/m 4 Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart
Havik Huismus Kerkuil Oehoe
Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk
Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw
Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Vogelsoorten onder categorie 5 Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend
Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene Specht Grote bonte specht Hop Huiszwaluw IJsvogel
8
Provinciale vrijstelling Van de verboden als bedoeld in Andere soorten Wnb art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt dat er sprake is van een algemene zorgplicht (Wnb art. 1.11). Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden. Het uitgangspunt van de algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. In de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 2.2
Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland.
Vrijgestelde soorten Aardmuis
Gewone bosspitsmuis
Ree
Bastaardkikker
Gewone pad
Rosse woelmuis
Bosmuis
Haas
Veldmuis
Bruine kikker
Hermelijn
Vos
Bunzing
Huisspitsmuis
Wezel
Dwergmuis
Kleine watersalamander
Woelrat
Dwergspitsmuis
Konijn
Egel
Meerkikker
2.3 Gebiedsbescherming In Nederland zijn natuurgebieden aangewezen met een beschermde status. Deze natuurgebieden betreffen hoofdzakelijk Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn. Provinciaal beleid Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de Omgevingsverordening. Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuur en ecologische verbindingen, geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.
Mocht een ontwikkeling wel negatieve gevolgen hebben op de bovengenoemde aspecten, is deze ontwikkeling alleen mogelijk als er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Voor dergelijke ontwikkelingen dient tevens een ontheffing voorhanden te zijn. In de provincie Zuid-Holland valt het Natuurnetwerk Nederland onder beschermingscategorie 1.
9
Bescherming van de ruimtelijke kwaliteit Provincie Zuid-Holland heeft gebieden aangewezen met speciale bescherming van de ruimtelijke kwaliteit. Deze bescherming is opgedeeld in beschermingscategorie 1 en beschermingscategorie 2. Beschermingscategorie 1 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een wijziging van de bestaande gebiedsidentiteit op structuurniveau, of welke leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden. De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 1 betreffen Natuurnetwerk Nederland en Beschermd grasland in de Bollenstreek. Beschermingscategorie 2 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden.
De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 2 betreffen Belangrijk weidevogelgebied en de Groene buffer.
2.4 Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft (Wnb art.
4.1): a) houtopstanden binnen de door gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.
2.5 Houdbaarheid en toepassing De beoogde ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de actuele wetgeving en provinciale verordening. Over het algemeen heeft een quickscan Wet natuurbescherming een houdbaarheid van 3 jaar, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen.
10
3 Beoordeling 3.1
Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen van beschermde planten niet bekend (NDFF 2012-2022). Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: Engels raaigras, hondsdraf, grote brandnetel, riet en watermunt. Op de planlocatie zijn er verschillende boomsoorten aanwezig, waaronder Amerikaanse eik, gewone esdoorn, katwilg en kronkelwilg. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek.
Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bever, bosmuis, bruine rat, bunzing, egel, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, mol, wezel en woelrat (NDFF 20122022). Voor de bever geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren. De bever komt onder andere voor op plekken met veel wilgen in uiterwaarden, (dode)rivierarmen en aftakkingen van grote rivieren (BIJ12 kennisdocument Bever, 2017). De planlocatie grenst aan een watergang met een beschoeide oever. Door de aanwezigheid van beschoeiing aan de oever maakt dit geen aantrekkelijke uittredeplaats voor de bever. Daarnaast door de aanwezigheid van beschoeiing is het niet mogelijk voor bevers om hier een burcht te graven, tevens zijn er geen vraatsporen waargenomen op de planlocatie. Door voorgenoemde argumenten wordt het voorkomen en negatieve effecten op de bever op de planlocatie uitgesloten.
Door vorengenoemde is het uitgesloten dat er sprake is van een essentiële functie op de planlocatie voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen (zie Wnb art. 3.10). Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.
11
Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige vleermuis (NDFF 2012-2022). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd (Wnb art. 3.5). Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. Ongeacht de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kunnen vleermuizen gebruikmaken van de planlocatie tijdens vliegbewegingen en foerageeractiviteiten. Hier dienen in het kader van de algemene zorgplicht mogelijk maatregelen genomen te worden (zie H5.4). Op de planlocatie zijn alle bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholten, loshangende bastdelen, scheuren, spleten of andere openingen welke kunnen dienen als verblijfplaats. In de bomen op de planlocatie zijn geen boomholten, loshangende bastdelen, scheuren, spleten of andere openingen aangetroffen. De ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Op de planlocatie is geen bebouwing aanwezig, derhalve kan het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten worden.
Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. Rondom de planlocatie zijn er verschillende structuren aanwezig in de vorm van bebouwing, watergangen en bomen die als foerageergebied en vliegroute kunnen functioneren. In de beoogde ontwikkeling worden enkele vrijstaande bomen verplaatst. Ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep worden essentiële foerageergebieden en vliegroutes derhalve niet aangetast Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker en kleine watersalamander (NDFF 2012-2022). Voor de heikikker geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De heikikker komt met name voor in vennen, poelen en watergangen in heidegebieden, hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Het water dient ondiep, voedselarm en zonbeschenen te zijn (Creemers & Van Delft, 2009). De watergangen rondom de planlocatie zijn beschoeid waardoor de planlocatie slecht toegankelijk is voor deze soort. Daarnaast zijn alle waarnemingen van heikikkers gedaan op circa 2 km ten zuiden gedaan van de planlocatie.
De vijver op de planlocatie is grotendeels dichtgegroeid met vegetatie. Tevens zijn er geen overwinteringsstructuren, zoals hout-/steenhopen, aanwezig op de planlocatie. Door de aanwezigheid van beschoeiing in de huidige watergangen is de planlocatie slecht toegankelijk. Door het gebrek aan overwinteringsstructuren en de slechte toegankelijkheid kan de aanwezigheid van de heikikker op de planlocatie uitgesloten worden. Amfibieën leven zowel in een aquatisch als terrestrische omgeving. Deze omgevingen betreffen voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.
12
Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van inheemse reptielen niet bekend (NDFF 2012-2022). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Door de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Er is ten aanzien van reptielen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 20122022). Bij de beoogde dempingswerkzaamheden dienen enkele maatregelen getroffen te worden, zie H5.4. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende beschermde insecten of ongewervelden: grote weerschijnvlinder en rivierrombout (NDFF 2012-2022). De grote weerschijnvlinder is gebonden aan oudere, vochtige loofbossen en wilgenbroekbossen.
De waardplant van de soort betreft vooral boswilg en soms grauwe wilg (Vlinderstichting grote weerschijnvlinder, 2022). Op de planlocatie zijn er verschillende wilgen aanwezig waaronder katwilg en kronkelwilg. Deze soorten behoren niet tot de waardplaten van de grote weerschijnvlinder. Daarnaast zijn er geen oude vochtige loofbossen en/of wilgenbroekbossen aanwezig op de planlocatie. Door het gebrek aan waardplanten en geschikt leefgebied kan de aanwezigheid van grote weerschijnvlinder uitgesloten worden. De rivierrombout wordt vooral langs grote rivieren aangetroffen. Het habitat bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide en stromingsluwe delen van de grote rivieren, zoals achter kribben (Vlinderstichting rivierrombout, 2022). Op circa 500 m stroomt de Lek. Langs deze rivier zijn meerdere waarnemingen bekend van de rivierrombout. Op en rondom de planlocatie zijn geen grote wateren met zandige substraten aanwezig. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de rivierrombout uitgesloten worden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: houtduif, kauw en meerkoet.
Gedurende het veldbezoek zijn individuen, nesten en/of sporen niet aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2012-2022). Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) De huismus en gierzwaluw broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Deze structuren zijn echter niet aanwezig op de planlocatie. Derhalve is de aanwezigheid van huismus- en gierzwaluwnesten uitgesloten. Op de planlocatie zijn geen sporen van uilen met jaarrond beschermde nesten (kerkuil en steenuil) aangetroffen. Door het gebrek aan bebouwing en bomen met holtes kunnen nestplaatsen van de kerkuil en steenuil uitgesloten worden. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. De planlocatie is dermate klein in verhouding met omliggende gebieden dat er geen sprake is van essentieel leefgebied voor uilen en roofvogels.
13
De agrarische gebieden en waterrijke gebieden rondom de planlocatie kunnen als geschikt leefgebied dienen voor genoemde uilen- en roofvogelsoorten. Ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep worden essentiële leefgebieden niet aangetast. Er is wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen. Vogels - Algemene broedvogels en cat. 5 De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De bomen vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kan het verplaatsen van de bomen gedaan worden buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.
14
3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 5,4 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ (figuur 3.1).
Figuur 3.1 De planlocatie ligt op een afstand van circa 5,4 km tot het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een woning. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Per 2 november 2022 geldt dat de algemene bouwvrijstelling onbruikbaar is en dat activiteiten van de bouwsector onderdeel moeten zijn van de beoordeling.
Gezien er sprake is van een grote afstand (5,4 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS-Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer). Op een afstand van circa 10 m ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 3.2). De planlocatie is niet gelegen in de (buurt van de) Bollenstreek en Groene buffer (geen kaartweergave). Op een afstand van circa 600 m ligt Belangrijk weidevogelgebied (figuur 3.3). Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is. 15
Figuur 3.2 De planlocatie ligt op een afstand van circa 10 m tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl).
Figuur 3.3 De planlocatie ligt op een afstand van circa 600 m tot het Belangrijk weidevogelgebied (bron: ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl).
3.3 Houtopstanden Wet natuurbescherming Op de planlocatie zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.
16
4 Samenvatting 4.1
Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Tabel 4.1
Overzicht van de Soortenbescherming.
Soortgroep
Bescherming Wnb
Soortspecifiek onderzoek
Planten
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Vleermuizen
Nee
Amfibieën
Nee
Reptielen
Nee
Vissen
Nee
Insecten en andere ongewervelden
Nee
Vogels (cat. 1 t/m 4)
Nee
Vogels (Algemeen en cat. 5)
Nee
Mogelijke functie planlocatie
4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-berekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Tabel 4.2
Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.
Gebiedsbescherming
Afstand
Mogelijke effecten
Nader onderzoek
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Belangrijk weidevogelgebied Beschermd grasland in de Bollenstreek Groene buffer
5,4 km 10 m 600 m 38 km 13,5 km
Geen Geen Geen Geen Geen
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.
17
5 Conclusie 5.1
Conclusie Het dempen van de vijver en verplaatsen van 3 bomen ten behoeve van de bouw van een woning, oprit en nieuwe watergang naast de Gelkenes 10 te Groot-Ammers is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).
5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
5.3 Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
18
5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De beoogde dempwerkzaamheden leiden niet tot aantasting van functioneel leefgebied van beschermde vis-, amfibieën- en insectensoorten. Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de Algemene zorgplicht.
Voorafgaand het dempen van de vijver dient eerst de nieuwe watergang gerealiseerd te worden. Wanneer de nieuwe watergang voltooid is kan de bestaande vijver gedempt worden. De dempingswerkzaamheden dienen met een vaste werkrichting plaats te vinden, namelijk van west naar oost. Hierdoor kan de fauna uitwijken naar de nieuwe watergang. • Het verplaatsen van de bomen dient opgestart of uitvoert te worden buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
19
Bronvermelding Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Bever (Castor fiber) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Heikikker (Rana arvalis) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl
Bijlage 1
Fotografische impressie
20
Bijlage 1
Fotografische impressie
Figuur 1
De planlocatie is gelegen naast de Gelkenes 10 te Groot-Ammers en bestaat uit een tuinperceel met vijver en bomen. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft het dempen van de vijver en verplaatsen van 3 bomen ten behoeve van een woning en oprit.
Figuur 2
De vijver is grotendeels dichtgegroeid met vegetatie.
21
Figuur 3
De knotwilgenrij en kronkelwilg blijven behouden in de beoogde ontwikkeling.
Figuur 4
Naast de planlocatie is een schapenwei gesitueerd, hier zal de oprit worden gerealiseerd.
22
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 23
Voortoets stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase Gelkenes 10, Groot-Ammers
Van den Heuvel Milieuadvies Adres: Postcode + plaats: Telefoon: Email: Website:
Lekdijk 44 2967 GB Langerak 0184-600240 info@vandenheuvelbv.eu www.vandenheuvelbv.eu
Titel document:
Voortoets stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase Gelkenes 10, Groot-Ammers
Auteur: Referentie: Versie: Datum:
Trevor Versluis 21052 1.1 20 februari 2023
AERIUS kenmerk bouwfase: Rc4YvGrS1o1c AERIUS kenmerk gebruiksfase: RuPqsbF2vUp9
Pagina 2 van 14
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Nieuwe situatie.............................................................................................................................. 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats .......................................................... 6 2. Beleidskader............................................................................................................................. 7 2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................... 7 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ................................................................................................ 7 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering .................................................................................. 7 3.
Uitgangspunten ........................................................................................................................ 8 3.1 Bouwfase ....................................................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 10 4. Wijze van modelleren ............................................................................................................. 11 4.1 Bouwfase ..................................................................................................................................... 11 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 11 4.3 Gebouwinvloed ........................................................................................................................... 12 5. Rekenresultaat en conclusie.................................................................................................... 13
Bijlage – AERIUS-exports ............................................................................................................ 14
Pagina 3 van 14
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Een initiatiefnemer is voornemens om aan de Gelkenes 10 te Groot-Ammers een vrijstaande woning te realiseren. Om te beoordelen of de ontwikkeling voorziet in een stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden, is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd een voortoets stikstofdepositie op te stellen.
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Gelkenes te Groot-Ammers. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Gelkenes en ten zuiden wordt het plangebied begrensd door een wetering. De bestaande woning Gelkenes 10 en de perceelsgrens van Gelkenes 9 zorgen voor respectievelijk voor de oostelijke en westelijke begrenzing. Het plangebied maakt onderdeel uit van de kadastrale percelen gemeente Groot-Ammers, sectie D, nummers 254 en 255.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
Pagina 4 van 14
1.3 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is een vrijstaande woning gerealiseerd. Het omliggende terrein is tevens ingericht.
Afbeelding 2: Schets nieuwe situatie
Pagina 5 van 14
1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat is gelegen binnen Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ en is gelegen op een afstand van circa 5,5 kilometer. Op grotere afstand zijn stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’, ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’, ‘Zouweboezem’, ‘Boezems Kinderdijk’, ‘Donkse Laagten’ en ‘Biesbosch’. Binnen de Natura 2000gebieden ‘Boezems Kinderdijk’ en ‘Donkse Laagten’ zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig. Tabel 1: Stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden Gebieds- Natura 2000-gebied Afstand plangebied tot stikstofgevoelige nummer habitats (ca.) 70 Lingegebied & Diefdijk-Zuid 13,9 kilometer 71 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem 18,0 kilometer 82 Uiterwaarden Lek 5,5 kilometer 105 Zouweboezem 11,3 kilometer 106 Boezems Kinderdijk Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 107 Donkse Laagten Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 112 Biesbosch 12,1 kilometer
5,5 km 11,3 km
13,9 km
12,1 km 18,0 km Afbeelding 3: Afstand plangebied tot stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden
Pagina 6 van 14
2. Beleidskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. Bij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan voordat een ontheffing op basis van de Wnb verleend kan worden.
2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen (Natura 2000-gebieden). Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Hierdoor zijn alle gemelde activiteiten alsnog vergunningplichtig en dient aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.