Bijlage 2b bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
datum 15-05-2018
projectnummer 855.04.50.00.00.00
3
Ten behoeve van de inventarisatie is de Nationale Database Flora en Fauna1 (NDFF) via Quickscan2 hulp.nl (© NDFF - quickscanhulp.nl 15-05-2018 11:52:13) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat uit de om-
geving (0-5 kilometer) van het plangebied één soort bekend is die ten tijde van de Flora- en faunawet nog niet beschermd was. Het gaat om de libellensoort beekrombout. Deze soort is aangewezen op beken en riviertjes. De agrarische graslandpercelen binnen het plangebied zijn ongeschikt voor deze en andere nieuw beschermde planten en ongewervelden. Het plan leidt niet tot negatieve effecten op soorten die sinds de invoering van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. KAMSALAMANDER, HEIKIKKER EN GROTE MODDERKRUIPER Bij de actualisatie van het onderzoek in 2016 werd ervan uitgegaan dat de werkzaamheden aan watergangen die leefgebied vormden voor de beschermde soorten heikikker, kamsalamander, bittervoorn en grote modderkruiper reeds waren uitgevoerd. Voor Nu de inrichting van de westzijde van het plangebied afwijkt van het oorspronkelijke plan, waarbij graafwerkzaamheden aan watergangen zijn voorzien, is op de uitbreidingslocatie ten westen van het bedrijventerrein bepaald of geschikt leefgebied voor heikikker, kamsalamander en grote modderkruiper aanwezig is. Bittervoorn is niet langer beschermd sinds invoering van de Wet natuurbescherming. Voor kamsalamander vormen de kavelsloten in het plangebied geen geschikt voortplantingsbiotoop en ook is geen geschikt landbiotoop. Negatieve effecten op deze soort kunnen worden uitgesloten.
Voor heikikker geldt dat sloten in poldergebieden geen hoogwaardig biotoop vormen, maar de soort wordt af en toe wel aangetroffen in poldergebieden. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van deze soort. Het onderzoek naar heikikker is uitgevoerd tijdens twee veldbezoeken op 28 maart en 4 april 2018. Voor de volledige omschrijving van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de watergangen in het plangebied door de combinatie van voedselrijk water en het ontbreken van een uitbundige oever- en landvegetatie ongeschikt is als leefgebied van poelkikker. Bovendien waren de watergangen recent gebaggerd. Heikikkers zijn dan ook niet aangetroffen tijdens het onderzoek (bijlage 1). Negatieve effecten op heikikker als gevolg van het plan treden dan ook niet op. Grote modderkruiper is bekend uit de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl). De soort is aangewezen op verlandende wateren met een rijke watervegetatie. De kavelsloten zijn door het baggeren van de watergangen weinig geschikt voor deze soort. Op 14 mei 2018 zijn in de te vergraven
1
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens: de Gegevensautoriteit Natuur heeft vastgesteld dat ze kloppen. Informatie is te vinden op www.natuurloket.nl. 2 Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten in relatie tot het plangebied zijn aangetroffen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt, de Gegevensautoriteit Natuur staat hiervoor in.
datum 15-05-2018
projectnummer 855.04.50.00.00.00
4
watergangen binnen het plangebied watermonsters verzameld, die vervolgens zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van eDNA van grote modderkruiper. Hiertoe zijn 3 watermonsters verzameld, ieder samengesteld uit 26 sub samples, die zijn geanalyseerd in het laboratorium. In bijlage 2 bij dit rapport zijn de resultaten van dit onderzoek opgenomen. Gebiedsbescherming Voor
onderhavig projectgebied
is
de
volgende wet-
en
regelgeving
op
het
gebied
van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor de provincie Zuid-Holland vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. EFFECTBEOORDELING De bescherming van beschermde natuurgebieden om het plangebied is niet gewijzigd ten opzichte van 2016. Zo is de bescherming van Natura 2000-gebieden met invoering van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 gelijk gebleven.
De conclusies in de paragraaf ecologie in de toelichting op het bestemmingsplan uit 2016 zijn nog steeds geldig.
datum 15-05-2018
projectnummer 855.04.50.00.00.00
5
Bijlage 1 – Nader onderzoek heikikker
datum 15-05-2018
projectnummer 855.04.50.00.00.00
6
ECOLOGISCH ONDERZOEK GRIENDWEG (ONG.) TE SCHELLUINEN-WEST
Rapportage ecologisch onderzoek Griendweg (ong.) te Schelluinen-West Opdrachtgever
ROM/S Commanderijstraat 9a 4209 AP Schelluinen
Rapportnummer Versienummer
6585.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
12 april 2018
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 038 - 7820540 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
F.M. van der Heide, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
A.M. Vergeer, MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 1 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 2 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen .................................................................. 2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 2
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 3
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 3
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 4
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 5
6585.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van ROM/S opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek naar de aanwezigheid van de heikikker binnen de onderzoekslocatie aan de Griendweg (ong.) te Schelluinen-West. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een actualisatie van de ecologische paragraaf van een vernieuwing van een bestemmingsplanwijziging. In 2007 is er door de gemeente Giessenlanden een bestemmingsplan ‘Schelluinen-West’ (d.d. 11 januari 2007) vastgesteld voor de onderzoekslocatie. In dat kader heeft Grontmij Nederland bv de onderzoekslocatie onderzocht op de natuurwaarden (rapport PN 277655, d.d. 7 juli 2009). Hoewel in het verleden heikikkers zijn waargenomen in de omgeving van de onderzoekslocatie bleek uit het veldonderzoek uitgevoerd door Grontmij (d.d. 26 mei 2009) dat de onderzoekslocatie geen geschikt leefgebied vormt voor de heikikker. BügelHajema Adviseurs bv heeft in 2016 een vernieuwing van het vastgesteld bestemmingsplan ‘Schelluinen-West’ (d.d. 11 januari 2007) opgesteld. In het kader van dit vernieuwde bestemmingsplan dient de ecologische paragraaf geactualiseerd te worden. Hiervoor heeft een ecoloog van BügelHajema een inventarisatie ten aanzien van aanwezige flora en fauna uitgevoerd (d.d. 22 augustus 2016). Uit deze inventarisatie bleek dat de onderzoekslocatie geschikt leefgebied voor de heikikker vormt.
De heikikker is een beschermde amfibieënsoort. In dat kader heeft Econsultancy opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek naar de aan-/afwezigheid van de heikikker. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. 2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 4,1 ha) ligt aan de Griendweg (ong.), circa 4,5 kilometer ten westen van de kern van Gorinchem (zie figuur 1). Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 38 G (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 122.140, Y = 428.255. De onderzoekslocatie betreft een perceel met agrarische bestemming, in gebruik als grasland. Af en toe wordt het perceel begraasd door paarden. De onderzoekslocatie is gelegen op het bedrijventerrein Schelluinen-West. Het gebied ten oosten grenzend aan de onderzoekslocatie is reeds ontwikkeld als bedrijventerrein. Verder ten oosten van de onderzoekslocatie bevinden zich bedrijventerreinen en daarachter de plaatsen Schelluinen en Gorinchem. Ten noorden en westen van de onderzoekslocatie bevindt zich een open agrarisch landschap. Het gebied ten westen grenzend aan de onderzoekslocatie krijgt in de nieuwe situatie wederom een agrarische bestemming. Op 300 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich de rijksweg A15. Daarachter ligt de Boven-Merwede met bijbehorende uiterwaarden.
Rapport 6585.001 versie D1
Pagina 1 van 5
Figuur 1. Topografisch overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving.
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie betreft bedrijventerrein. Het bedrijventerrein krijgt een omzoming van groen en water. 2.3
Te verwachten werkzaamheden en ingrepen
In het kader van het toekomstig gebruik is de initiatiefnemer voornemens de watergang ten noorden en westen van de onderzoekslocatie te verbreden. Ten zuiden van de onderzoekslocatie wordt een nieuwe watergang gegraven. In de nieuwe situatie zal de onderzoekslocatie vanaf de bestaande wegen te bereiken zijn. Daarom worden er geen nieuwe wegen aangelegd. De beoogde bedrijfspercelen worden opgehoogd. Volgens de aanvrager heeft er op de onderzoekslocatie niet eerder een ecologisch onderzoekslocatie plaatsgevonden. 3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Uit de onderzoeken van Grontmij bv (rapport PN 277655, d.d. 7 juli 2009) en BügelHajema bv blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er ten aanzien van de heikikker meer informatie is benodigd. Vervolgens worden de resultaten getoetst aan de voorgenomen ingreep en de Wet natuurbescherming.
Rapport 6585.001 versie D1
Pagina 2 van 5
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Voor het onderzoek naar de heikikker zijn twee veldrondes uitgevoerd tussen eind maart en begin april 2018. Hierbij is gelet op de aanwezigheid van volwassen dieren en geluid/kooractiviteit. Op deze wijze is vastgesteld of de beschermde heikikker gebruik maakt van het water op de onderzoekslocatie. Vanwege eerder gemaakte afspraken ten aanzien van de onderzoeksperiode (tussen eind maart en begin april) is er ten aanzien van tijdstip en weersomstandigheden afgeweken van de in de offerte aangegeven protocollen (Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Handleiding voor het monitoren van amfibieën in Nederland, herziene uitgave 2015). Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van de heikikker suboptimaal. Tijdens beide veldbezoeken lag de temperatuur rond de 10 ºC en lag de windsnelheid beneden de 5 Bft. Tijdens het eerste veldbezoek (d.d. 28 maart 2018) was er sprake van neerslag. Tijdens het tweede veldbezoek (d.d. 4 april 2018) was er geen sprake van neerslag. Op basis van “expert judgement” wordt geconcludeerd dat afwijking van het protocol geen uitwerking heeft op de resultaten. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I. Overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. maart Heikikker
5
april
tijdstip
28 maart en 4 april 2018
functie
voortplantingshabitat
methode
volwassen dieren en geluid/kooractiviteit
ONDERZOEKSRESULTATEN
Heikikkers prefereren vochtige heidegebieden als leefgebied. Het voortplantingshabitat bestaat uit ondiep, stilstaand water met een rijke oevervegetatie. Het voortplantingswater is doorgaans licht zuur en voedselarm. Uit de veldbezoeken kwam naar voren dat de onderzoekslocatie geen geschikt habitat vormt voor heikikkers. Het water op de onderzoekslocatie, bestaand uit een stelsel van sloten, is voedselrijk en licht stromend. Daarnaast is er weinig oevervegetatie aanwezig. De sloten zijn recentelijk uitgebaggerd waarbij de weinige aanwezige vegetatie is verwijderd. Ook het landhabitat is weinig geschikt aangezien dit bestaat uit agrarisch landschap, begroeid met laag gras zonder enig (laag) struweel of kruidige gewassen. Figuren 2 en 3 geven een impressie van de onderzoekslocatie middels foto’s die genomen zijn tijdens het veldbezoek (d.d. 28 maart 2018).
Rapport 6585.001 versie D1
Pagina 3 van 5
Figuur 2. Detailfoto van de kale, uitgebaggerde sloot
Figuur 3. Overzichtfoto van de onderzoekslocatie met kaal agrarisch landschap en vegetatiearme sloot.
Tijdens beide onderzoeken zijn geen heikikkers, eiklompen of larven waargenomen. Ook is er geen kooractiviteit gehoord. Op basis van het ontbreken van geschikt land- en voortplantingshabitat en het feit dat er geen heikikkers zijn waargenomen kan er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de onderzoekslocatie geen geschikt habitat voor de heikikker vormt. 6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
Wegens het ontbreken van geschikt land- en voortplantingshabitat en daarnaast de afwezigheid van de heikikker zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de heikikker als gevolg van de voorgenomen ingreep uit te sluiten. Een ontheffing soortenbescherming en bijbehorend projectplan en compenserende en/of mitigerende maatregelen zijn overbodig.
Rapport 6585.001 versie D1
Pagina 4 van 5
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van ROM/S een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de heikikker binnen de onderzoekslocatie aan de Griendweg (ong.) te SchelluinenWest. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een actualisatie van de ecologische paragraaf van een vernieuwing van een bestemmingsplanwijziging Voorgenomen ingreep De toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie betreft bedrijventerrein. Het bedrijventerrein krijgt een omzoming van groen en water. In het kader van het toekomstig gebruik is de initiatiefnemer voornemens de watergang ten noorden en westen van de onderzoekslocatie te verbreden. Ten zuiden van de onderzoekslocatie wordt een nieuwe watergang gegraven. Aangezien de onderzoekslocatie in de nieuwe situatie vanaf de bestaande wegen te bereiken zal zijn, worden er geen nieuwe wegen aangelegd. De beoogde bedrijfspercelen worden opgehoogd Conclusie Aangezien de heikikker de onderzoekslocatie niet als land- en/of voortplantingshabitat gebruikt zijn bij de voorgenomen werkzaamheden overtredingen van de Wet natuurbescherming redelijkerwijs uit te sluiten.
Econsultancy Zwolle, 12 april 2018
Rapport 6585.001 versie D1
Pagina 5 van 5
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
Ontheffing De Flora- en faunawet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Flora- en faunawet een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Flora- en faunawet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. De Flora- en faunawet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.