Bijlage 2a Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2 vastgesteld
bestemmingsplan Toelichting
Schelluinen-West fase 2 vastgesteld
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planbeschrijving
9 9 9
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie
15 15 17 21 22 23
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Water 4.2 Bodem 4.3 Duurzaamheid 4.4 Landschap, cultuurhistorie en archeologie 4.5 Ecologie 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 Milieuzonering 4.10 M.e.r.-plicht
25 25 26 27 27 30 34 34 36 38 38
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Opbouw regels 5.3 De bestemmingen
41 41 41 41
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43 43 43
3
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
4
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Toelichting
5
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
6
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In 2017 is het actualiserende bestemmingsplan Schelluinen-West vastgesteld, waarin is voorzien in een gedeeltelijke invulling van het bedrijventerrein. Voor de overige gronden is in dit plan een uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Dit plan betrof een herziening van het bestemmingsplan van 2007 waarmee de realisatie van een collectief bedrijventerrein in het plangebied voor het eerst mogelijk werd gemaakt. De vestiging van bedrijven op deze locatie is ingezet als oplossing voor de regiobrede knelpunten voor (transport)bedrijven vanwege ruimteproblemen. Het betreft bedrijven gevestigd in de regio Alblasserwaard & Vijfheerenlanden, die door de aard van hun werkzaamheden veel transportbewegingen genereren. Dit heeft tot gevolg dat op de huidige locatie knelpunten ontstaan aangaande de leefbaarheid van de kernen, veiligheid en dimensionering van wegen en de beeldkwaliteit en het gebruik van het Groene Hart. Nu fase 1 is afgerond, is de initiatiefnemer voornemens te starten met de ontwikkeling van fase 2. Dit bestemmingsplan voorziet in deze ontwikkeling.
1.2
Plangebied
Het plangebied wordt begrensd door: de landscheiding aan de west- en noordzijde. de scheiding met het buitengebied (de gronden aan de Parallelweg en de Kerkweg) gelegen ten zuiden van het plangebied. Het bedrijventerrein aan de Griendweg, aan de oostzijde. Onderstaande afbeelding geeft de situering van het plangebied weer. Na terinzagelegging van het Ontwerp bestemmingsplan is het plangebied verkleind en is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Dit wordt in paragraaf 2.2 nader toegelicht.
Ligging plangebied
7
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Dit bestemmingsplan betreft een herziening van het westelijke deel van bestemmingsplan Schelluinen-West (2017) en een klein gedeelte van het bestemmingsplan Buitengebied Giessenlanden (2015). In hoofdstuk wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingsplannen en de aanleiding voor deze herziening.
1.4
Leeswijzer
In de toelichting worden de achtergronden van het juridische toetsingskader uiteengezet. De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het geldende beleidskader beschrijven waaraan het bestemmingsplan dient te voldoen. De toelichting bestaat verder uit een planbeschrijving. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten van de wettelijk verplichte onderzoeken weergegeven. In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden die in dit bestemmingsplan geboden worden getoetst op de aspecten: verkeer en infrastructuur, water, ecologie, archeologie, bedrijven en milieuzonering, milieuhinder en agrarische bedrijven, industrielawaai, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, externe veiligheid en kabels en leidingen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 de juridische regeling toegelicht. Ten slotte gaat hoofdstuk 7 in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie en planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Algemeen
Achtergrond Bedrijventerrein Schelluinen-West is bedoeld om regio-brede knelpunten op te lossen. Het gaat hier om bedrijven die door de aard van hun werkzaamheden veel transportbewegingen genereren, en die op voormalige locaties knelpunten veroorzaken op het gebied van leefbaarheid van de kernen, veiligheid en dimensionering van wegen en beeldkwaliteit en gebruik van het Groene Hart. In 2007 is het bestemmingsplan 'Schelluinen West 2007' vastgesteld, dat voorzag in de realisatie van het bedrijventerrein. Daarin werd het terrein louter bestemd voor transport en aanverwante logistieke activiteiten, ten behoeve van de te verplaatsen bedrijven vanuit de regio naar deze locatie. De planontwikkeling is gefaseerd opgezet, waarbij de eerste fase de ontwikkeling van het oostelijk deel van het bedrijventerrein behelst. Met de tweede fase wordt het westelijke deel ontwikkeld. In 2017 heeft het westelijke deel een uit te werken bestemming bedrijventerrein gekregen, samen met bestemmingen water, groen en agrarisch. Eind 2017 is echter door de gemeenteraad het besluit genomen slechts een deel van het gebied te ontwikkelen tot fase 2 en het westelijke gedeelte weer een agrarische bestemming te geven. Het geldende bestemmingsplan omvat alleen de mogelijkheid om de bestemming Bedrijventerrein uit te werken.
De wijziging naar een agrarische bestemming wordt met het geldende plan niet mogelijk gemaakt. Daarnaast omvat het plan aan de zuidzijde twee bestaande woningen die niet binnen de grenzen van het bestemmingsplan Schelluinen-West 2017 vallen. Er is daarom voor gekozen voor het hele plangebied een nieuwe bestemmingsplan op te stellen. Beschrijving plangebied Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door het reeds ontwikkelde bedrijventerrein . Langs de noordelijke begrenzing van het plangebied loopt een landscheiding, welke het water van de polder afvoert naar het gemaal gelegen ten westen van het bedrijventerrein. Grasvelden en een waterpartij (waterberging) vormen de westelijke begrenzing van het plangebied. Ten zuiden van het gebied bevindt zich de parallelweg, Betuwelijn, de A15 en het Kanaal van Steenenhoek. Tussen de parallelweg en de zuidelijke begrenzing zijn verschillende bedrijven gevestigd en is er sprake van agrarisch en groen landschap. De gronden binnen het plangebied zijn nog niet in gebruik genomen. Nu is dit een open agrarisch gebied. Ook zijn er twee woningen gelegen binnen het plangebied, welke zullen worden geamoveerd. Het betreft de woningen Parallelweg 7 en 8. 2.1.2
Ruimtelijke structuur
Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het bedrijventerrein waar de transportbedrijven zijn ontsloten middels de Griendweg. Het voorliggende plangebied zal aansluiten bij de bestaande Griendweg. Het bestaande bedrijventerrein wordt omsloten door watergangen. Rondom het bedrijventerrein is planologisch voorzien in een begrenzing met groen. Voor grote delen van het bedrijventerrein dient dit nog te worden gerealiseerd.
2.2
Planbeschrijving
Met het voorliggende bestemmingsplan worden de geldende bestemmingsplannen Schelluinen-West (2017) en Buitengebied Giessenlanden (2015) deels herzien. Hoewel op een groot deel van het plangebied een uitwerkingsbevoegdheid rust, is er gekozen voor een algehele bestemmingsplanherziening.
9
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Ligging plangebied (ruimtelijkeplannen.nl) Wijziging plangebied na terinzagelegging ontwerp bestemmingsplan Naar aanleiding van een tweetal ontwikkelingen, principeverzoek Parallelweg 5-8 en de (concept) Visie Bedrijventerreinen, is gekozen het ontwerpbestemmingsplan Schelluinen West fase II in gewijzigde vorm ter vaststelling aan te bieden. Het moederbestemmingsplan Schelluinen West 2017 bevat een 'uit te werken' bestemming voor het gehele oorspronkelijke Transsportcentrum Schelluinen West. In 2017 heeft de raad van gemeente Giessenlanden op verzoek van ROMS besloten de tweede fase van Schelluinen West te verkleinen en het onbenutte deel weer als agrarisch te bestemmen. Het ontwerpbestemmingsplan Schelluinen West fase II is daarom in de zomer van 2021 ook in deze, verkleinde, vorm ter inzage gelegd. In het najaar van 2021 hebben zich een tweetal ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op de planopzet van Schelluinen West. De eerste is het principeverzoek Parallelweg 5-8, waarin gevraagd wordt het gebied ten zuiden (en ten westen) van Schelluinen West en ten noorden van de Parallelweg te ontwikkelen tot bedrijventerrein. De initiatiefnemer heeft hierom ook een zienwijze ingediend. Het college heeft op 1 februari 2022 een positief besluit genomen over dit principeverzoek.
De tweede ontwikkeling is dat het college de (concept) Visie Bedrijventerreinen ter vaststelling aan de raad heeft aangeboden. Hierin is Schelluinen West als één van de twee voorkeurslocaties voor ontwikkeling van bedrijventerrein in de gemeente Molenlanden aangewezen. Deze twee ontwikkelingen zetten het besluit uit 2017, om het voor transsportcentrum Schelluinen West onbenutte gebied terug te bestemmen naar agrarisch in een ander licht. Met het positieve principebesluit en de (concept) Visie Bedrijventerreinen geeft het college aan dat zij voor dit gebied andere ambities heeft, namelijk de ontwikkeling van bedrijventerrein. Daarom wordt het nu onbenutte deel van de 'uit te werken' bestemming gehandhaafd. De 'uit te werken' bestemming is immers in lijn met de ambities voor dit gebied. Dit gebied zal daarom onderdeel gaan uitmaken van de uitwerking van het principeverzoek.
10
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
2.2.1
Geldende situatie
Hieronder wordt per bestemmingsplan weergegeven wat de geldende bestemmingen en aanduidingen zijn binnen het plangebied van voorliggende herziening. Bestemmingsplan 'Schelluinen-West' (2017) Bestemmingen Het plangebied betreft hoofdzakelijk de geldende bestemming Bedrijventerrein - Uit te werken. Daarnaast ligt aan de zuidrand een bestemming Agrarisch. Daarnaast geldt er een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 en - 8. Aanduidingen Binnen de bestemming Bedrijventerrein - Uit te werken ligt, aan de zuid- en westzijde een strook met de aanduiding 'groen'. Daarnaast is er ter plaatse van de strook met bestemming Agrarisch en de hierboven genoemde 'groen' aanduiding een gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' opgenomen.
Uitsnede bestemmingsplan Schelluinen-West (2017) Bestemmingsplan 'Buitengebied Giessenlanden' (2015) Het perceel Parallelweg 7 en 8 valt binnen het plangebied. Hier geldt een bestemming Agrarisch met een agrarisch bouwvlak. Er zijn 2 bedrijfswoningen toegestaan. Op onderstaande afbeelding is het hier geldende plan weergegeven met aan de noordzijde, ter plaatse van de marker, de twee bedrijfswoningen.
11
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Giessenlanden (2015)
12
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
2.2.2
Actualisatie
Voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende bestemmingsplan maakt een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Schelluinen West mogelijk. Ten westen van het bedrijventerrein wordt circa 4,1 ha aan grond uitgeefbaar gemaakt ten behoeve van transportbedrijven. Daarnaast wordt het bedrijventerrein aan de noord-, west- en zuidzijde omsloten met een groenstrook. Ook wordt er aan de noord-, west- en zuidzijde een watergang en waterberging gerealiseerd met een oppervlak van ca. 1,15 ha. De eigenaren van de woningen Parallelweg 7 en 8 hebben een koopovereenkomst gesloten met de ontwikkelaar van het bedrijventerrein. Deze woningen zullen worden gesloopt. Wijziging bestemmingsplan Het oostelijke deel van de geldende bestemming Bedrijventerrein - Uit te werken wordt omgezet naar een bestemming Bedrijventerrein ten behoeve van bedrijven van maximaal milieucategorie 3.2. Aan de rand van het bedrijventerrein wordt tevens een bestemming Groen ten behoeve van de groenstrook, en Water ten behoeve van de watergangen en de waterberging gerealiseerd. Het westelijke deel van de geldende bestemming Bedrijventerrein - Uit te werken, met een oppervlak van ca 29 ha had in het ontwerp bestemmingsplan een bestemming Agrarisch. Zoals hiervoor reeds beschreven is dit gedeelte in het vastgestelde bestemmingsplan uit de plangrens verwijderd.
De locatie van de te amoveren woningen op de percelen Parallelweg 7 en 8 krijgt een waterhuishoudkundige functie. De woningen parallelweg 7 en 8 worden met deze herziening onder het overgangsrecht gebracht.
13
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
14
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Barro (2011)
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is tot nu toe gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het besluit kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt in de SVIR geïntroduceerd en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onder artikel 3.1.6. Op 1 juli 2017 is 'de Ladder' gewijzigd in werking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat regels op grond waarvan gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een bestemmingsplan de Ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen, indien een besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen. De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een
15
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Het voorliggende bestemmingsplan Schelluinen-West maakt realisering van de westelijke uitbreiding van het bedrijventerrein planologisch mogelijk. Het plan biedt als zodanig de juridische basis voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied. Ten aanzien van de verdere invulling van het gebied met de bestemming Bedrijventerrein dient te worden aangetoond dat er behoefte bestaat de ontwikkelingen van bedrijven mogelijk te maken buiten bestaand stedelijk gebied. Afweging Door middel van ontwikkelingsplanologie wordt het Groene Hart ontlast. Dit is de reden dat het te ontwikkelen bedrijventerrein louter is bestemd voor transport en aanverwante logistieke activiteiten en branche-faciliterende bedrijven ten behoeve van de te verplaatsen bedrijven uit de Alblasserwaard Vijfheerenlanden. Provinciale bedrijventerreinenstrategie 2020 De Provincie Zuid-Holland heeft in 2020 haar bedrijventerreinenstrategie geactualiseerd. Het doel van dit beleidsdocument is het bevorderen van en aantrekkelijk en toekomstbestendig vestigings- en werkklimaat met aantrekkelijke en concurrerende bedrijventerreinen. Daarin wordt ingezet op: 1 . Evenwicht in vraag en aanbod 2. Beter benutten en functioneren van bestaande bedrijventerreinen 3.
Verduurzamen en voorbereiden op de toekomst Uit onderzoek (Bouw en Buck consultants) blijkt dat in alle vier landsdelen het planaanbod (hard en zacht) voldoende is om te voldoen in het behoedzaam scenario, met een geringe economische groei in de periode tot 2030. In het voorzichtige scenario zal in west Nederland (waar Schelluinen deel van uitmaakt) ook 'zachte' plannen omgezet moeten worden in uitgeefbare terreinen. Uitgaande van het gunstige scenario is de vraag naar bedrijventerreinen groter dan het harde en zachte planaanbod. Kwalitatieve verdieping bedrijventerreinen Alblasserwaard – Vijfheerenlanden Uiteraard zijn er wel verschillen per regio. Voor de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden – waar Schelluinen West deel van uitmaakt – is in 2018 een kwalitatieve verdieping bedrijventerreinen opgesteld (Stec groep, 2018). Hieruit komt naar voren dat de periode 2018 tot 2035 (16 jaren) een uitbreidingsvraag kent van 21-27 hectare. Aanvullend wordt een regionaal georiënteerde vraag verwacht van 17-26 hectare die de regio aan zich zou kunnen binden. Op basis van de transformatieplannen was de verwachting dat circa 7 hectare bedrijfsgrond gecompenseerd moet worden. Dit resulteert in een totale ruimtevraag van tussen de 45 en 60 hectare in de periode 2018 tot 2035.
Uit het onderzoek komt ook naar voren dat er op enkele plekken nog enige ruimtewinst is te halen door restruimtes en onbenutte planologische ruimte, waarbij deze ruimtewinst in de regio op maximaal 2 hectare wordt geschat. Het potentiele aanbod in de regio bedraagt circa 47,5 hectare. Schelluinen-West maakt hier onderdeel van uit met ca. 4,4 hectare. Daarnaast bieden de bedrijventerreinen Melkweg fase 2 (Molenlanden) en Oost II (Gorinchem) uitgeefbare grond met respectievelijk 2,4 en 1,6 hectare. De verwachting is dat de kavels van genoemde drie bedrijventerreinen op korte termijn uitgegeven zijn. Het onderzoek toont aan dat er in de regio zeer weinig aanbod beschikbaar is ten opzichte van de verwachte vraag. Aanvullend aanbod is nodig om aan de vraag te voldoen. Bedrijventerrein Schelluinen West, en het voorliggende plan ten behoeve van fase II sluit aan bij de regionale behoefte aan een groter aanbod van bedrijventerrein, zoals naar voren komt uit bovengenoemd recent onderzoek voor de regio. Daarmee past het voornemen ook bij de provinciale doelstelling 'evenwicht in vraag en aanbod' van bedrijventerreinen.
16
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Ook vindt de ontwikkeling aansluiting bij de duurzaamheidsdoelstellingen zoals opgenomen in de provinciale bedrijventerreinenstrategie. Er is aandacht voor hittestress, waterretentie en biodiversiteit door het realiseren van groen en water. Daarnaast sorteert het bestemmingsplan voor op toepassingen voor duurzame energieopwekking, zoals zonnepanelen op water en daken van bedrijfsbebouwing. Ook de positie van het transportcentrum wordt sterker naarmate de kritische massa toeneemt. Daarbij worden de transportbewegingen optimaal ontsloten via de Provinciale weg door de bedrijven in Schelluinen - West te centraliseren. De belasting van het regionale wegenwet neemt hierdoor af. Verder draagt de ontwikkeling van het bedrijventerrein bij aan het economisch welzijn van Molenlanden en de regio. Door de uitbreiding van de bedrijven neemt het aanbod van werk toe. Naast de genoemde afwegingen dient te worden vermeld dat het te ontwikkelen bedrijventerrein fase 2 reeds een bestemming 'Bedrijventerrein - uit te werken' heeft in het geldende bestemmingsplan. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een deel van deze bestemming omgezet naar Agrarisch en Water. Een kleiner deel wordt ingezet ten behoeve van bedrijventerrein. Conclusie Uit bovengenoemde punten kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Het plangebied is niet in strijd met het rijksbeleid en de geformuleerde nationale belangen en regels zijn niet van toepassing op het plangebied.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De provincie geeft dit beleid vorm door middel van 6 ambities. Deze ambities zijn hieronder weergegeven: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De ambities vinden hun grondslag in het hoofddoel om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Daarbij wordt een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit beoogd. Met omgevingskwaliteit wordt bedoeld het geheel aan kwaliteiten welke de waarde van de leefomgeving bepalen. Per ambitie zijn er een aantal opgaven gedefinieerd die de provincie graag wil realiseren. Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) Er wordt ingezet op het beter benutten van de bebouwde ruimte. Dit gebeurt onder meer door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Niet alle nieuwe woon- en werkfuncties kunnen en hoeven te worden opgevangen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.
Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha
17
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
kaart’) gezet. De ontwikkeling van het bedrijventerrein vormt een uitwerking van bestaande bedrijventerrein Schelluinen West. In paragraaf 3.2.4 wordt nader getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. In de Omgevingsvisie heeft de provincie de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. De deelgebieden zijn gelegen in het ‘veenweidelandschap’. De ruimtelijke structuur in het veenweidegebied wordt sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Haaks hierop staan de verkavelingspatronen. Kenmerkend voor het veenweidelandschap is de openheid van het gebied met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels omringd door sloten. Voor on twikkelingen in het veenweidelandschap heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden.
Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Afweging De landschappelijke inpassing van het plan wordt gevormd door gebiedseigen maatregelen bestaande uit kenmerken als: kaden; waterlopen; boezemranden; solitaire bomen en bosjes; bomenrijen. Aan de noordrand van het plangebied wordt aangesloten bij de bestaande verkavelingspatronen. Het plangebied wordt aan de noordzijde fysiek begrensd door een landscheiding. Het betreft een dijklichaam met bijbehorende sloten, en is een belangrijk cultuurhistorisch element in het landschap. In samenspraak met de provincie zijn een aantal landschappelijke randvoorwaarden bepaald. Deze randvoorwaarden zijn in het geldende bestemmingsplan 'Schelluinen-West' vertaald naar inrichtingsvoorschriften, opgenomen in de dubbelbestemming 'Landscheiding'. Op deze wijze wordt getracht om de bestaande kwaliteiten van de landscheiding zo goed mogelijk te laten aansluiten op de komst van het bedrijventerrein.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn de openheid van het landschap en de wijze waarop het bedrijventerrein wordt ingepast in dit karakteristieke landschap. De bestaande watergang wordt versterkt en de relatie met het landschap behouden door middel van toevoegen van beplanting. Aan de westrand wordt een houtsingel aangebracht waarmee het ontginningspatroon van het landschap in noord-zuid richting wordt versterkt. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de kwaliteitskaart en daarmee de richtpunten voor ontwikkelingen in het veenweidegebied. Het bedrijventerrein wordt aan de buitenzijden voorzien van een brede groenstrook en water. Het effect van het plan op het karakter van het gebied wordt daarmee beperkt.
18
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
3.2.2
Programma Ruimte
Op 29 juni 2018 is het programma Ruimte geconsolideerd in werking getreden. In dit Programma ruimte is het strategische beleid uit de visie doorvertaald naar operationeel beleid. Voor het plangebied zet de provincie zich in op de volgende onderdelen: 1.
Beter benutten bestaand stads- en dorpsgezicht
Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De provincie heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de Verordening ruimte. Volgens de Verordening ruimte moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgezicht van meer dan 3 ha in het door Provinciale Staten (PS) vastgestelde Programma ruimte staan. Kaart ruimtelijke reserveringen provincie Zuid Holland De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte wordt geboden voor bedrijventerreinen met de hoogst mogelijke milieucategorie en watergebonden bedrijventerreinen. In de programma ruimte is de locatie Schelluinen-West opgenomen als hard aanbod met een uitgeefbare oppervlakte 12 hectare. Hard aanbod omvat het aanbod waarvoor reeds een bestemmingsplan van kracht is. 2.
Voorzien in bedrijventerreinen
De provincie streeft naar een concurrerend vestigingsklimaat. Daarvoor dienen bedrijven voldoende passende ruimte tot hun beschikking te hebben om te kunnen ondernemen. Door afnemende vraag naar ruimte is het aanbod van bedrijventerreinen tot 2030 over het algemeen voldoende. Tegelijkertijd voldoet het bestaande aanbod niet altijd aan de gewenste kwaliteit. Dat vraagt om een aanpak gericht op kwaliteit van het aanbod in plaats van kwantiteit en het beter benutten van het bestaande aanbod van bedrijventerreinen. De provincie verkent de mogelijkheden om de actuele behoefte per sector naar kwaliteitseisen in beeld te brengen. 3.
Versterken en behouden van het veenweidelandschap in het Groene Hart
In de Alblasserwaard Vijfheerenlanden staat behoud en ontwikkeling van de landbouw centraal, in combinatie met de ontwikkeling van goede stad-landovergangen en versterking van de recreatieve kwaliteit onder meer door de totstandkoming van het regiopark Merwedezone. Ook hier speelt een dijkversterkingsopgave. 3.2.3
Programma Mobiliteit
Op 1 augustus 2014 is het programma Mobiliteit vastgesteld in werking getreden. Het voorliggend Programma mobiliteit operationaliseert de strategische doelstellingen voor mobiliteit en beschrijft concrete maatregelen. Voor mobiliteit heeft de provincie de volgende drie strategische doelen: 1. 2. 3.
Op orde brengen van het mobiliteitsnetwerk, zodat mensen en goederen doelmatig de juiste plaats kunnen bereiken. Verbeteren van de balans tussen mobiliteit en de kwaliteit van de omgeving, zodat mobiliteit veilig is, de omgeving leefbaar is en bijgedragen wordt aan energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Beter aansluiten van het aanbod van openbaar vervoer bij de maatschappelijke vraag.
Gebied Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden De Alblasserwaard en Vijfheerenlanden vormen een onderdeel van het Groene Hart. De doorstroming op de A15 en A27 is onvoldoende en leidt tot extra verkeer op het onderliggend wegennet. Voorts heeft het kruispunt met de N216 te weinig capaciteit. Verbeteringen worden nog nader onderzocht.
19
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
3.2.4
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de provincie Zuid-Holland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. In het hoofdstuk Ruimte van deze verordening zijn regels opgenomen met betrekking tot onder andere wonen, bedrijvigheid, glastuinbouw, veehouderij, grond- en drinkwater, natuur en landschap en energie. Voor het plangebied zijn geen specifieke regels opgenomen. In 2020 is de Omgevinsgsverordening Zuid-Holland - Koers 2020 vastgesteld. Hierin is Schelluinen West, fase 2 benoemd als bedrijventerrein waarbij is vastgelegd dat sprake is van 12 ha harde plancapaciteit. Ook in de ontwerp Omgevingsverordening - herziening 2021 is het gebied opgenomen als Bedrijventerrein. De volgende bepalingen zijn relevant voor het bestemmingsplan: 1.
De Ladder voor duurzame verstedelijking
Voor onderhavig gebied is de provinciale Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing (artikel 2.1.1). Deze regel luidt als volgt: Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. b. c.
de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd; in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, of indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van locaties die, 1. gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld, 2. passen in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel 2.2.1 van toepassing is, en 3. zijn opgenomen in het Programma ruimte, voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is eerder benoemd als onderdeel van het Besluit ruimtelijke ordening, in paragraaf 3.1.1. In deze paragraaf is de ontwikkeling van het bedrijventerrein Schelluinen West reeds getoetst. Zoals beschreven beoogt het plan Schelluinen-West een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, namelijk de vestiging van bedrijven op het aangewezen bedrijventerrein. Naast de toetsing aan de ladder is het van belang dat de locatie passend is ontsloten. De N216 draagt bij aan de ontsluiting zonder de regionale wegen te belasten. Daarnaast wijst het Programma Ruimte de locatie aan als gereserveerd gebied voor een bedrijventerrein. De locatie is middels het bestemmingsplan Schelluinen-West (2007) reeds aangewezen als bedrijventerrein en deels uitgewerkt met bestemmingsplan Schelluinen-West (2017). Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 2.1.1 Verordening Ruimte. 2.
Bedrijven
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, laat bedrijven toe uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte. Dit plan laat uitsluitend bedrijven tot en met categorie 3.2 toe met aanverwante logistieke activiteiten en bijbehorende faciliterende bedrijven, welke worden aangemerkt als 'knelpuntenbedrijven'. Deze milieucategorie is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Schelluinen-West van 2017. Er wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 2.1.3 Provinciale Verordening.
20
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Visie 2030
In 2010 is besloten om een regionale visie op te stellen die de kaders geeft voor toekomstig lokaal en regionaal beleid waarmee ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen. In het voorjaar van 2012 hebben de gemeenteraden in de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden de Visie 2030 vastgesteld. De kernwaarden die de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden het eigen karakter geven en het uitgangspunt vormen voor de Visie 2030 zijn gedefinieerd als: bijzonder kwaliteit van het cultuurlandschap en de historische steden grote sociale cohesie innovatiekracht van het bedrijfsleven. De regio neemt deel aan en speelt in op de economische ontwikkelingen: mondiaal, nationaal en specifiek in de Zuidvleugel. Dit houdt in dat: De (grote) bedrijvigheid zich concentreert langs de ontsluitingsassen, zowel op de noord-zuid as (A27) als op de oost-west as (Noord/Merwede, A15, Merwede Linge Lijn). Het platteland plaats biedt aan kleinschalige bedrijvigheid en de recreatieve en toeristische sector. Een goede bereikbaarheid, zowel fysiek via rivier, spoor en weg als digitaal essentieel is. Regionaal wordt ingezet op de verbetering van de bereikbaarheid van de regio.
3.3.2
Bedrijventerreinenstrategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2016
De Bedrijventerreinenstrategie is in 2012 vastgesteld en geactualiseerd in 2016. bedrijventerreinenstrategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2016 bestaat uit drie documenten.
De
In het manifest ‘Open, voor elkaar’ (visie 2030) is de toekomstvisie voor de regio AV beschreven. De hoofdlijn Economie uit het manifest geeft aan waar welke bedrijvigheid wordt gevestigd om daarmee te voorzien in kwalitatief en kwantitatief voldoende werklocaties. Daarbij is uitgegaan van de kwaliteiten van de regio AV. Het Ecorys rapport Bedrijventerreinenstrategie Alblasserwaard Vijfheerenlanden 2016 wordt door de regio gezien als een advies over een invulling van de bedrijventerreinenstrategie voor de AV. Uit deze rapportage zijn met name de behoefteraming, het aanbod op bestaande bedrijventerreinen en de in de regio geïnventariseerde plannen voor bedrijventerreinenontwikkeling gebruikt. De memo / beslisdocument met de door de regio AV vast te stellen bedrijventerreinenstrategie. In dit document is de regiovisie 2030 geprojecteerd op de gegevens uit de Ecorys rapportage. Hierin wordt voorgesteld de bedrijventerreinenstrategie vast te stellen die uit drie onderdelen bestaat: 1. Ontwikkelen van grootschalige bedrijventerreinen langs de infrastructuurassen van de AV zoals opgenomen in de Ecorys rapportage, 2. Ontwikkeling van kleinschalige bedrijventerreinen (maximaal 3 hectare) regionaal te melden en af te stemmen 3. Herijking van de bedrijventerreinenstrategie in 2020 of eerder indien noodzakelijk.
Grootschalige ruimtevraag (groter dan 2 hectare netto) kan worden opgevangen op het terrein Schelluinen-West. Schelluinen-West is aangewezen als bestaand bedrijventerrein. De doelgroep van Schelluinen-West is beperkt tot bedrijven verwant aan transport en logistiek afkomstig uit de regio, die zich willen verplaatsen naar Schelluinen-West. Bedrijventerrein Schelluinen-West sluit aan bij de Regionale Bedrijventerreinenstrategie. Er vindt een verplaatsing van bedrijven plaats naar een bereikbare locatie, waarbij clustering plaatsvindt van bedrijven in de transportsector. Dit bedrijventerrein heeft een ontwikkelend karakter, waarbij er een ontwikkeling plaatsvindt aan de hand van verschillende plan fases.
21
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Giessenlanden
De structuurvisie bevat de uitgangspunten en potenties voor de toekomstige ontwikkelingen waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke component. De visie gaat uit van kwalitatief hoogwaardige uitbreidingen, passend in het landschap. Ook bij inbreiding dienen nieuwe woningen zoveel mogelijk ingepast te worden in de bestaande situatie. Bij alle woningbouwprojecten dient aandacht te zijn voor cultuurhistorie en beeldkwaliteit. In 2017 is de Omgevingsvisie Giessenlanden vastgesteld. In de visie staan 8 omgevingskwaliteiten voor duurzame ontwikkeling in de gemeente centraal: Koesteren, versterken en stimuleren van de identiteit van dorpen en hun ommeland. Onder andere door te bewaken dat het karakter van ieder dorp te blijft behouden; De ondergrond, cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis van de dorpen en hun ommeland dragen in belangrijke mate bij aan de huidige kwaliteit, karakteristiek en identiteit. Deze aspecten zijn een belangrijk vertrekpunt bij toekomstige ontwikkelingen. Specifiek voor panden en elementen welke door volume, bouw- of (karakteristieke) verschijningsvorm, ligging, historie een bijdrage leveren aan de identiteit van een dorp of het ommeland geldt dat wij deze behouden. Zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt.
Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij de huidige en toekomstige vraag; De kwaliteiten van de onderlinge samenhang tussen de dorpen, het landschap en het water worden beschermd, benut en versterkt. De fysieke leefomgeving van de dorpen dient niet alleen functioneel te zijn, maar ook kwaliteit te bieden in beleving, veilig te zijn en bij te dragen aan de gezondheid van haar inwoners. Wij stimuleren duurzame maatregelen welke een positieve bijdrage leveren aan het milieu. Wij bieden ruimte aan innovatie, zolang deze geen afbreuk doet aan de overige omgevingskwaliteiten. Wij behouden het evenwicht tussen een doeltreffende waterhuishouding en het het karakteristieke slagenlandschap. Het landschap dankt haar karakteristiek mede aan het water en staat daar tegelijkertijd door onder druk. De omgevingskwaliteit "zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt" heeft het meest betrekking op de voorgenomen (door)ontwikkeling van bedrijventerrein Schelluinen-West. De ladder voor duurzame verstedelijking vormt hierin het belangrijkste uitgangspunt. Bij het rijks- en provinciaal beleid is de ontwikkeling reeds nader onderbouwd aan de hand van 'de ladder'.
3.4.2
Verkeers- en vervoersplan
De voormalige gemeente Giessenlanden heeft in 2015 het gemeentelijk verkeer- en vervoersplan (GVVP) opgesteld. In dit plan staat onder andere hoe de gemeente wil omgaan met vraagstukken op het gebied van verkeersveiligheid, ruimtelijke ordening, routering vrachtverkeer, milieu en parkeren. Schelluinen Het dorp Schelluinen heeft een compacte kern, enkele woonlinten en twee locaties buiten de kern voor werken en sport/ recreatie. Door de ligging aan de N216 en nabij de A15 en A27 is het dorp goed bereikbaar. Bedrijven in de transportsector hebben daardoor hun plaats gevonden op de locatie Schelluinen-West. Door deze ontsluiting is het effect van de ontwikkelingen van het bedrijventerrein op de dorpskern beperkt. Verkeersonderzoek Herziening Schelluinen-West Ten behoeve van het bestemmingsplan 'Herziening Schelluinen-West' is een verkeersonderzoek opgeleverd in 2009. De realisatie van het bedrijventerrein leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de N216. Hiertoe is met de herziening een uitbreiding van de rotonde planologisch mogelijk gemaakt. Deze rotonde vormt de hoofdontsluiting van het bedrijventerrein op de provinciale weg. Deze dubbelbaansrotonde is inmiddels gerealiseerd. De berekende verkeersintensiteit is doorgerekend
22
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
naar 2025, wat uitgangspunt is geweest voor de rotonde. De ontsluiting van het bedrijventerrein voorziet hiermee in de toegenomen verkeersintensiteit. Conclusie De huidige verkeersafwikkeling in het buitengebied levert geen grote knelpunten op voor het bedrijventerrein Schelluinen-West, en sluit aan bij het gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan.
3.5
Conclusie
Het voorliggend bestemmingsplan sluit aan bij de beleidskaders op rijks-, regionaal- en gemeentelijk schaalniveau.
23
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
24
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Water
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Beleid Met het Waterbeleid 21ste eeuw spelen de waterbeheerders in op de huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen, die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder meer de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het Waterbeleid 21ste eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd. Dit zijn de tritsen: Vasthouden, bergen en afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
Waterschap Rivierenland Het waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterbeheer in en om de gemeente Molenlanden. Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 "Koers houden, kansen benutten" bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Waterberging Eerder gemaakte afspraken met het waterschap aangaande de waterberging waren gebaseerd op ouder beleid (2003) van Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Met het uitwerkingsplan van 2017 en voorliggende herziening van het westelijke deel dient de waterbergingsopgave uitgewerkt te worden conform het actuele beleid van het waterschap. Naast de waterbergingsopgave vanwege de toename van verhard oppervlak, dienen slootdempingen één op één gecompenseerd te worden.
Er zijn tussen initiatiefnemer en het waterschap afspraken gemaakt over de benodigde waterberging ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak. Deze afspraken zijn verder uitgewerkt op basis van recente richtlijnen van het waterschap en een geactualiseerd plan vanuit de initiatiefnemer. In Bijlage 3 bij deze toelichting is een waterbalans opgenomen, met daarin een overzicht van te verwijderen en nieuw aan te leggen waterlichamen. Het plan voorziet in een waterberging direct gelegen rondom het bedrijventerrein. Een voornaam deel zal worden gerealiseerd in de vorm van een waterberging ten westen van het bedrijventerrein. Het waterschap gaat uit van een watercompensatie van 21,8% van het totale uitgeefbare terrein. Met de waterberging en omliggende watergangen wordt netto 9137 m2 aan water toegevoegd. Hiermee wordt voldaan aan de benodigde watercompensatie. De watercompensatie voor de te realiseren insteekweg is nog niet geregeld. Hierover worden nadere afspraken gemaakt tussen waterschap en gemeente op het moment dat de weg wordt aangelegd. In eerste instantie wordt hier een
25
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
pad in halfverharding aangelegd. Opbarstrisico In het vooroverleg heeft het waterschap geadviseerd om het opbarstrisico van de waterbodem nader te onderzoeken. Dit kan zich voordoen bij het graven van zeer brede waterpartijen en heeft zich recentelijk voorgedaan bij een ander plan in de omgeving. De initiatiefnemer laat hiertoe een nader onderzoek uitvoeren. Inrichting De watergang gelegen aan de noordzijde van het plangebied wordt doorgetrokken en voorzien van een naturvriendelijke oever. Ook aan de westzijde van het bedrijventerrein wordt een natuurvriendelijke oever gerealiseerd. Om de bereikbaarheid en het onderhoud van de oever te borgen zal er een onderhoudspad tussen het water en de groenstrook worden aangelegd. Dit pad loopt rondom het nieuw aan te leggen bedrijventerrein en zal aan beide zijden worden ontsloten. Deze onderdelen zijn weergegeven in de landschappelijke inpassing, welke is opgenomen in Bijlage 1. Riolering In de Griendweg ligt een gescheiden rioolstelsel waarop de riolering van het bedrijventerrein wordt aangesloten. Het regenwater van daken zal rechtstreeks op het open water worden geloosd. Het regenwater op terreinverharding wordt afgevoerd via de hemelwaterafvoer riolering. Er zal geen openbaar gebied worden aangelegd.
Hemelwaterafvoerleidingen vanaf daken naar oppervlaktewater dienen voorafgaand aan de aanleg door de perceeleigenaaren te worden gemeld / aangevraagd bij het waterschap. Deze afvoerleidingen dienen zoveel mogelijk geconcetreerd te worden aangelegd en voorzien van een betonnen uitstroomconstructie. Conclusie Ten aanzien van de waterberging vindt afstemming plaats tussen het waterschap en de initiatiefnemer. In Bijlage 3 is een berekening opgenomen aangaande de te dempen en te realiseren watergangen. Voor het graven, dempen en aanpassen van watergangen evenals het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij de watergang is een watervergunning van het waterschap benodigd. Met inachtneming van voorgenoemde is onderhavige ontwikkeling uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.
4.2
Bodem
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Onderzoek
26
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
In 2018 is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is opgenomen als Bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt of geschikt te maken is voor de beoogde functies en er geen aanvullend onderzoek nodig is. De volgende aanbevelingen worden gegeven: Indien bij de herontwikkeling van de onderzoekslocatie tot bedrijventerrein grond vrijkomt, wordt aanbevolen om deze vrijkomende grond op hetzelfde bedrijventerrein toe te passen. Grond die vrijkomt ter hoogte van boringen B13, B14 en B15 kan op basis van de toepassingskaart van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid binnen klasse Industrie worden toegepast. Aangezien de huidige bodemfunctie (landbouw/natuur) mogelijk zal wijzigen naar de toekomstige bodemfunctie voor het bedrijventerrein, kan in overleg met het bevoegd gezag bepaald worden of de grond op locatie gebruikt kan worden. Aanbevolen wordt om de vrijkomende baggerspecie uit de watergangen toe te passen op het aanliggende perceel. Op locatie mag de baggerspecie verspreid worden. Indien het niet mogelijk is om het slib op het aanliggende perceel te verspreiden, kan het elders worden toegepast. Dan geldt echter de vastgestelde klasse Industrie volgens het Besluit bodemkwaliteit. Bij baggerwerkzaamheden treden altijd lozingen op in de vorm van mors en vertroebeling.
Voor dergelijke lozingen zijn algemene regels opgenomen in het Besluit lozen buiten inrichtingen (Bibi) en het Activiteitenbesluit. Indien aan deze algemene regels wordt voldaan, kan worden volstaan met een melding en hoeft dus geen vergunning te worden aangevraagd. Conclusie Het onderzoeksaspect bodem vormt geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan.
4.3
Duurzaamheid
Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt gestreefd naar een duurzame inrichting. De initiatiefnemer houdt zich aan het Bouwbesluit, maar heeft een hoge duurzaamheidsambitie. Zo wordt rond het bedrijventerrein groen aangeplant overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan met bijhorende beplantingsvoorstel. De aanleg van een natuurvriendelijke oever aan de noord en westzijde van het bedrijventerrein maakt hier onderdeel van uit. Daarnaast wordt er een omvangrijke waterberging gerealiseerd, welke een bijdrage levert aan de klimaatadaptiviteit van het bedrijventerrein én omliggend gebied. Deze groene inrichting van het terrein resulteert in een gunstige situatie ten aanzien van biodiversiteit, het voorkomen van hittestress en een betere balans in de verhouding verhard en onverhard terrein. Verder onderzoekt de initiatiefnemer mogelijkheden voor duurzame energiebronnen. In het bestemmingsplan wordt een regeling opgenomen waarmee de toepassing van duurzame energie voorzieningen haalbaarder wordt, passend binnen de bestemmings- en bouwvoorschriften. Het plaatsen van zonnepanelen op de daken van bedrijfsgebouwen behoort tot de mogelijkheden. Andere toepassingen die kunnen bijdragen aan een duurzame inrichting van het bedrijventerrein zijn groene/sedum daken en de aanleg van halfverharding ter plaatse van parkeerterreinen.
4.4
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
4.4.1
Landschap en cultuurhistorie
In 2009 is er een beeldkwaliteitplan opgesteld, waarmee de gewenste ruimtelijke kwaliteit wordt vertaald naar een toetsingskader. De betrokken partijen worden hiermee gestimuleerd tot het leveren van een kwaliteit gerichte inspanning. De ontwikkeling van het westelijke deel van het bedrijventerrein is hierin niet primair meegenomen. Hiertoe is een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 4. Daarnaast gaat de ontwikkeling gepaard met een landschappelijke inpassing zoals hieronder benoemd. Landschappelijke inpassing De verdere invulling van het westelijke deel van het bedrijventerrein sluit aan bij de landschappelijke inpassing zoals deze is beschreven in het beeldkwaliteitplan. Het betreffen gebiedseigen maatregelen bestaande uit de volgende kenmerken:
27
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
kaden waterlopen boezemranden solitaire bomen en bosjes bomenrijen De zuidzijde van het nieuwe bedrijventerrein vormt de grens tussen het bedrijventerrein en bestaande erven van bedrijven en woningen. Hier is gekozen voor een robuuste afscheiding inde vorm van een waterloop, schouw- en groenstrook. De groenstrook bestaat uit struweel en opgaande beplanting. Aan het gebied ten westen van het bedrijventerrein zal de bestaande agrarische functie worden voortgezet. Als scheiding tussen het bedrijventerrein en het weiland wordt een waterloop met groenstrook opgenomen, zoals dit ook aan de noord en zuidzijde gebeurt. Voor de west- en zuidzijde wordt een bestemming Water en Groen opgenomen. Inrichtingsvoorschriften Het plangebied wordt aan de noordzijde fysiek begrensd door een landscheiding. Het betreft een dijklichaam met bijbehorende sloten, en is een belangrijk cultuurhistorisch element in het landschap. Om dit dijklichaam zichtbaar te houden, is in samenspraak met de provincie een aantal landschappelijke randvoorwaarden bepaald. Deze randvoorwaarden zijn in het geldende bestemmingsplan 'Schelluinen-West' vertaald naar inrichtingsvoorschriften, opgenomen in de dubbelbestemming 'Landscheiding'. Op deze wijze wordt getracht om de bestaande kwaliteiten van de landscheiding zo goed mogelijk te laten aansluiten op de komst van het bedrijventerrein.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn de openheid van het landschap en de wijze waarop het bedrijventerrein wordt ingepast in dit karakteristieke landschap. 4.4.2
Archeologie
Beleidsadvieskaart gemeente Giessenlanden 2009 De archeologische verwachtingskaart die is opgesteld voor de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, laat twee type verwachtingen zien die betrekking hebben op het plangebied. Een uitsnede van deze kaart voor het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Uitsnede Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart De bruine gebieden duiden op een hoge verwachting aan of nabij het oppervlak. Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 250 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De gele gebieden staan voor een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit verwachtingswaarden zijn doorvertaald in de regels van het bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2. Zie hiervoor subparagraaf
28
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
5.3.5. Archeologisch onderzoek In 2018 heeft er een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 8. Verwachting bureauonderzoek Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het Neolithicum liep de Schaik stroomgordel ten noorden van het plan-gebied. Hoewel niet bevestigd tijdens eerder booronderzoek in het uiterste noorden van het plange-bied, werd verwacht dat mogelijk oeverafzettingen van deze stroomgordel in het noorden van het plangebied aanwezig zijn. In dat geval zouden in de top van deze afzettingen, binnen 2 m –mv, resten uit het Neolithicum kunnen voorkomen. Na het Neolithicum kwam het plangebied in een drassig veengebied te liggen en raakten de afzettingen van de stroomgordel van Schaik bedekt met een veenpakket. In de Midden-IJzertijd was de Spijk stroomgordel actief, die vermoedelijk in het zuidwes-ten van het plangebied gestroomd heeft. Binnen deze zone worden binnen 1 m –mv oeverafzettingen van de Spijk stroomgordel verwacht. In de top van deze afzettingen kunnen resten uit de IJzertijd of Romeinse tijd voorkomen. Vermoedelijk zijn deze afzettingen afgedekt door een pakket komklei uit de Middeleeuwen.
Resultaten inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase blijkt dat de bodem grotendeels uit veen bestaat, waarvan de top op ca. 50 cm -mv ligt. In het zuiden zijn restgeulafzet-tingen aangetroffen en ligt het veen aanzienlijk dieper, tot meer dan 400 cm -mv. Deze restgeul kan een vroege fase van de Spijk stroomgordel betreffen, maar waarschijnlijker is dat het hier om een crevassegeul gaat. In het zuidwesten is een 50 tot 85 cm dik pakket oeverafzettingen op de restgeul-afzettingen aanwezig. In het overige deel van het plangebied wordt het veen en de restgeulafzettin-gen afgedekt met een pakket komklei. De aangetroffen komafzettingen, veen en restgeulafzettingen zijn een aanwijzing voor natte omstan-digheden met weinig bewoningsmogelijkheden. Op de in het zuidwesten aangetroffen oeverafzettin-gen kunnen op basis van het bureauonderzoek resten verwacht worden uit de IJzertijd en Romeinse tijd. Er is geen ontkalkte of humeuze laag in de oeverafzettingen aangetroffen en een eventuele vondstlaag is vermoedelijk opgenomen in de recente bouwvoor. Aangezien de bodem in deze borin-gen tot slechts 30 à 35 cm –mv verstoord is, wordt verwacht dat eventuele grondsporen nog goed bewaard zullen zijn gebleven.
Resultaten inventariserend veldonderzoek, karterende fase Binnen de zone met oeverafzettingen is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn frag-menten recent puin, ondateerbare puinspikkels, een recent botfragment en een houtskoolbrokje aan-getroffen. Er zijn geen eenduidige aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen aangetroffen. Van-daar dat de archeologische verwachting wordt bijgesteld naar laag. Advies Binnen het deel van het plangebied waar drassige omstandigheden geheerst hebben en waar dus geen archeologische waarden worden verwacht, wordt op basis van het verkennende booronderzoek geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. In het zuidwestelijke deel, waar oeverafzettin-gen aanwezig zijn, is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Aangezien hierbij geen eenduidige aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen, wordt ook hier geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Conclusie Het onderzoeksaspect archeologie vormt geen belemmeringen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan.
29
bestemmingsplan Schelluinen-West fase 2
4.5
Ecologie
Kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Voor 1 januari 2017 is reeds een ecologisch onderzoek uitgevoerd om de uitvoerbaarheid van de voorliggende ontwikkeling Schelluinen West fase 2 te toetsen. Een aantal soorten die ten tijde van de Floraen faunawet niet beschermd waren, zijn sinds de invoering van de nieuwe wet beschermd. Daartoe is er een oplegnotitie opgesteld waarin wordt ingegaan op deze nieuw beschermde soorten. Deze oplegnotitie is in november 2020 op een aantal punten aangevuld en geactualiseerd. De oplegnotitie is opgenomen in Bijlage 5. Daarnaast is tijdens het onderzoek in 2016 aangegeven dat aanvullend onderzoek nodig is naar een aantal beschermde soorten, te weten grote modderkruiper, heikikker en kamsalamander. De resultaten van het nader onderzoek zijn omschreven in bovengenoemde oplegnotitie. Plangebied Het plangebied ligt ten westen van Schelluinen en wordt begrenst door de N216, de Parallelweg en de Landscheiding.