CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van zienswijzen omgevingsvisie 2040

Raadsvergadering 22 oktober 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6a. Omgevingsvisie 204010.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen Zienswijzen De ontwerp omgevingsvisie heeft vanaf 22 maart 2024 tot en met 3 mei 2024 ter inzage gelegen. In die periode was het voor eenieder mogelijk om een reactie (zienswijze) op de ontwerp omgevingsvisie te geven. Er zijn 12 zienswijzen ingediend. In onderstaande tabel zijn alle schriftelijk ontvangen zienswijzen samengevat en beantwoord. De namen en adresgegeven van particuliere insprekers mogen vanwege de AVG niet publiek worden gemaakt en zijn daarom geanonimiseerd.

Nummer Indieners 1 Veiligheidsregio ZHZ

Samenvatting zienswijze Mooi stuk waarin haakjes naar de omgevingsscan nog ontbreken. Goed om te zien dat deze worden meegenomen in de slag om concreet te maken.

Beantwoording en conclusie De omgevingsscan wordt benut voor de verdere verdieping en verrijking van de omgevingsvisie in andere instrumenten als programma’s en omgevingsplan. Hierin vindt de concretiseringslag plaats.

Aanpassing en/of toevoeging Aanpassing is niet aan de orde.

Het haakje voor de fysieke veiligheid wordt gemist. Om wat meer houvast te geven aan de fysieke veiligheid zouden de ontwerpprincipes gebruikt kunnen worden.

Het haakje naar fysieke veiligheid wordt toegevoegd aan Ambitie 6 ‘Een veilig en duurzaam bereikbare gemeente’

Onder Ambitie 6 wordt de volgende tekst toegevoegd:

Bereikbaarheid van hulpdiensten wordt gemist.

Bereikbaarheid van hulpdiensten wordt opgenomen.

Het stuk externe veiligheid gaat wel in op fysieke/externe veiligheid. Dit hoofdstuk is nu heel erg gericht op evenementen, dit kan worden losgekoppeld. De eerste twee alinea’s gaan meer in op externe veiligheid in het algemeen. Evenementen kan als onderdeel van een fysieke veilige leefomgeving worden gezien. Er is meer met betrekking tot externe veiligheid dan alleen evenementen.

De externe veiligheid wordt meegenomen in de uitwerking van de ontwerp omgevingsvisie naar de definitieve omgevingsvisie.

‘Externe veiligheid en evenementen’ wordt nog gesproken over oude wetgeving: BRZO-bedrijven en BEVI-inrichtingen. BRZO bedrijven zijn SEVESOinrichtingen. BEVI-inrichtingen zijn nu milieu belastende activiteiten geworden (MBA).

De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. Bij de inrichting van de ruimte is rekening te houden met bescherming van inwoners door ongevallen of incidenten van niet-menselijke oorsprong (zoals brand en overstroming). Dit is mogelijk door risico’s in beeld te hebben en deze waar mogelijk te voorkomen of te beperken, bijvoorbeeld door afstanden aan te houden, door te zorgen voor een goede ontsluiting en/of door een goede bereikbaarheid van hulpdiensten mogelijk te maken. Bereikbaarheid voor hulpdiensten was benoemd onder Bijlage 3 en is nu toegevoegd bij Ambitie 6 en Bijlage 9 (zie punt hiervoor en punt hierna). De volgende tekst wordt opgenomen in Bijlage 9, onder ‘externe veiligheid en evenementen’: We streven als gemeente naar een zo veilig mogelijke gemeente met een veilig woon-, leef- en werkklimaat. Voor de externe veiligheid zetten we in op zo laag mogelijke risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Onze ambitie hebben we voor de gehele gemeente. De omgeving maakt effectief en snel optreden van hulpdiensten mogelijk. De bouwwerken, directe omgeving en gebieden worden zo ingericht dat aanwezigen in geval van een incident makkelijk en snel van een risicobron af kunnen vluchten om naar een veilige plaats.

De vluchtroutes (ook in gebouwen) zijn ook geschikt voor mensen met een beperking en voor hulpdiensten, die gewonden in veiligheid brengen. We hebben in de gemeente te maken met het vervoer van gevaarlijke stoffen via het spoor, watergang en de weg. Routes zijn de Lek, de spoorweg, de snelwegen aan de randen van de gemeente en de N-wegen in de gemeente. Door de minister Infrastructuur en Milieu is er voor de gemeente één routeringsbesluit genomen. Deze route moet voor bepaalde gevaarlijke stoffen gebruikt worden. De route komt na de A15 en loopt tot aan de Vlietskade. Daarnaast hebben we een aantal belangrijke risicovolle bedrijven: SEVESOinrichtingen. Risicovolle bedrijven hebben gevaarlijke stoffen in opslag of

werken daarmee. In onze gemeente hebben we drie van deze bedrijven gevestigd liggen, waarvan de provincie het bevoegd gezag is. De bedrijven vinden zich in de buurt van Arkel (TREMCO), Groot-Ammers (Akzo Nobel) en Wijngaarden (N.V. Nederlandse Gasunie). Ook bevinden zich in de gemeente een aantal Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Dit zijn onder andere LPG – stations. Als gemeente zijn we ons bewust van deze locaties en houden rekening met de impact op de leefomgeving en de leefbaarheid. 2

Oasen drinkwater

Vragen aandacht aan gemeenten binnen hun Omgevingsvisie en omgevingsplannen voor de bescherming van de grondwaterwinningen en de infrastructuur van Oasen. Oasen is hier dagelijks mee bezig en is daarbij gefocust op het belang van voldoende grondwater uit schone bronnen om -wettelijk verplicht- tegen een acceptabele prijs 24/7 onberispelijk drinkwater te kunnen leveren aan inwoners en bedrijven in de regio. Hiervoor onttrekken en zuiveren zij continu – niet zoals u vermeldt op pagina 22 bij een tekort en bij calamiteiten - oevergrondwater op onze winlocaties te Nieuw-Lekkerland en Langerak. Door toestroming van grondwater vanuit de Lek wordt dit grondwater continu aangevuld.

In de omgevingsvisie is aandacht gegeven aan grondwaterwinningen. De bescherming van bronnen is een gegeven waaraan wij ons als gemeente conformeren op basis van de door de provincie aangegeven grondwaterbeschermingsgebieden. Deze gebieden zijn dan ook in de omgevingsvisie opgenomen.

In Bijlage 3 onder ‘Waterkwaliteit’ wordt de tekst aangepast zodat duidelijk is dat door toestroming van grondwater vanuit de Lek dit grondwater continu wordt aangevuld.

De toestroom van water dient in de toekomst acceptabel te blijven. Met andere ontwikkelingen kan de toestroming ter discussie komen te staan wanner we als gemeente problemen voorzien. Bij de definitieve omgevingsvisie wordt de tekst gewijzigd zodat duidelijk is dat er sprake is van continue onttrekking en zuivering.

Voor de bescherming van de bronnen voor drinkwater is het van belang dat er zo min mogelijk vervuilende stoffen en micro-organismen in het grondwater terecht kunnen komen. Daarom zijn er door de provincies grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen waar specifieke regels gelden om de huidige grondwaterwinningen te beschermen.

De bescherming van de grondwaterwinningen en de infrastructuur van Oasen wordt geborgd in het op te stellen Omgevingsplan.

Geen aanpassing aan de orde.

Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s): Er kan eventueel expliciet aangegeven worden dat op korte termijn een nieuw wingebied aangewezen moet worden binnen één van de ASV’s.

In Bijlage 3 is reeds aangegeven dat er ruimte gereserveerd moet worden. Dit onderdeel is daarmee verwerkt in de omgevingsvisie.

Geen aanpassing aan de orde.

Afstemming met Oasen en de gemeente wordt gevraagd over drinkwaterwinning. Omdat de gemeenten bevoegd gezag zijn voor de gesloten bodemenergiesystemen, vraagt Oasen terughoudend te zijn met de aanleg van bodemenergiesystemen nabij grondwaterwinningen.

Bodemenergiesystemen worden niet specifiek genoemd in de omgevingsvisie, maar de bescherming van de grondwaterwinning is wel benoemd. Het omgevingsplan zal het juridisch kader vormen voor bodemenergiesystemen. Bij initiatieven zal rekening moeten worden gehouden met de bescherming van de drinkwaterwinning. In het kader van het omgevingsplan gaan we hier graag over in gesprek met Oasen.

Geen aanpassing aan de orde.

Oasen vraagt de gemeenten om bij het toepassen van een warmtenet rekening te houden met de ligging van de drinkwaterleidingen. Warmtenetten dienen zo ver mogelijk van de (drink)waterleidingen

In de omgevingsvisie is opgenomen dat gestreefd wordt naar aardgasvrij wonen in 2050 voor alle gebouweigenaren. De wijze waarop dit wordt gerealiseerd, vraagt nog verdere uitwerking. Indien een

Toevoeging gedaan onder Warmtetransitie: Warmtenetten worden aangelegd, wanneer mogelijk, met voldoende afstand van

3

Waterschap Rivierenland

vandaan te blijven of, indien het niet anders kan, dient er te worden aangetoond dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft.

warmtenet aan de orde is, zal altijd afstemming nodig zijn met andere aanwezige functies, waaronder kabels en leidingen in de ondergrond.

(drink)waterleidingen of aantoonbaar is dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft.

Complimenten voor het document met enkele zorgpunten en redactionele zaken.

De omgevingsvisie beschrijft de ambities voor de lange termijn. Met het definitief maken van de omgevingsvisie zijn we niet klaar.

Onder Ambitie 6 wordt opgenomen dat mobiliteit vroegtijdig wordt meegenomen in de afweging van zowel de locatiekeuze als de ruimtelijke inrichting van ruimtelijke ontwikkelingen.

In thema’s die voor het waterschap van belang zijn wordt te weinig richting gegeven en worden geen keuzes gemaakt. Infrastructuur en riolering zijn beperkend. Vanuit RO moet gekeken worden welke functie waar kan worden toegestaan. De visie moet als kapstok voor initiatieven dienen, ontwikkelingen vinden zo plaats op gewenste locaties. In de voorliggende omgevingsvisie ontbreekt een afwegingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het waterschap verwacht meer sturing op de ruimtelijke ordening die wordt ingegeven door deze omgevingsvisie met een afwegingskader.

In de Omgevingsvisie zijn nu ambities vastgelegd en dilemma’s benoemd, onder meer over thema’s die voor het waterschap van belang zijn. Zoals beschreven in paragrafen 1.3 en hoofdstuk 4 vindt de uitwerking van de ambities en doelen plaats in gebiedsprogramma’s. Daarin worden dan ook per gebied de verdere feitelijke afwegingen en keuzes gemaakt. Zoals beschreven in paragraaf 4.1 werken we daarnaast verder aan uitwerking van opgaven en gebieden. Zo wordt onder meer gewerkt aan de Mobiliteitsvisie. Naar aanleiding van dat traject, nemen we explicieter op dat ook mobiliteit een onderwerp is dat vroegtijdig moet worden meegenomen bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen.

Waterschap Rivierenland is terughoudend er over nieuwe bouwplannen in het winterbed van de Linge of op boezemland. Aandacht wordt gevraagd voor het aspect dat het waterschap steeds terughoudender zal zijn en mogelijk ook negatief zal adviseren over nieuwe plannen in het winterbed van de Linge of op boezemland.

Als uitwerking van de omgevingsvisie wordt het principe ‘water en bodem’ sturend verder uitgewerkt. Waarbij we als gemeente kijken naar de rol van de gemeente die we innemen. We pakken deze rol als er ruimte wordt geclaimd. In overleg worden randvoorwaarden opgesteld waarbinnen we als gemeente locaties bepalen.

Geen aanpassing aan de orde.

In paragraaf 3.9 staat een korte verwijzing naar de bijlage met daarin een verdieping van o.a. de thema’s (3) ‘Ondergrond: water en bodem’ en (8) ‘Bereikbaarheid’. Er is twijfel of deze belangrijke thema’s in de bijlage van het hoofddocument thuishoren.

We kiezen ervoor om ten behoeve van leesbaarheid het hoofddocument niet te omvangrijk te maken. De bijlagen zijn een nadere verdieping, maar maken net zo goed onderdeel uit van de omgevingsvisie. Een verdere concretisering naar afwegingskaders en maatregelen vindt plaats in het kader van het vervolg op de omgevingsvisie.

Geen aanpassing aan de orde.

Overig/redactioneel: - In paragraaf 2.2 worden bij cultuurhistorie bijzondere landschapselementen rond water en geschiedenis genoemd. Hierbij zouden wij ook graag de dijken en boezemkades benoemen. - Paragraaf 2.3, klimaatverandering; Graag de tweede zin als volgt aanpassen: “Ook zal de hevigheid van buien en stormen toenemen en dit zal moeilijk ook in de kernen leiden tot meer wateroverlast."

Een aantal redactionele wijzigingen wordt meegenomen.

Hieronder is aangegeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd: - In paragraaf 2.2 worden bij cultuurhistorie bijzondere landschapselementen rond water en geschiedenis genoemd. Hierbij worden de dijken en boezemkades benoemd. - Paragraaf 2.3, klimaatverandering, aanpassing zin: Ook zal de hevigheid van buien en stormen toenemen en dit zal mogelijk ook in de kernen leiden tot meer wateroverlast. - De kaart is aangepast. - Paragraaf 3.4, ambitie 3; eerste alinea toevoegen “en dijkversterkingen die nodig blijven.” - Paragraaf 3.4, ambitie 3; vierde alinea: er vinden al diverse ontwikkelingen plaats, waarmee nadelige gevolgen voor gronden

-

-

-

-

-

-

De dijklinten zijn op de kaart Gebiedsindeling (pagina 8) niet zichtbaar, terwijl ze wel karakteristiek en bepalend in het landschap zijn. Wellicht kan de legenda of kleurstelling aan worden gepast zodat ze op de kaart beter zichtbaar worden. Paragraaf 3.4, ambitie 3; Graag aan de eerste alinea toevoegen “en dijkversterkingen die nodig blijven.” In de vierde alinea staat dat wij niet op dezelfde voet verder kunnen, dat er ontwikkelingen plaatsvinden zoals het peilbeheer van het waterschap. Wij zien peilbeheer niet als ontwikkeling. Het is eerder een feit of een omstandigheid waar rekening mee moet worden gehouden. Dit graag zo beschrijven. In de zesde alinea wordt ‘klimaatbestendig en waterrobuust’ Molenlanden genoemd. In de laatste alinea dat de landbouw in 2050 ’duurzaam in balans is met bodem en water’. Dit zijn containerbegrippen. Wat verstaat u hier concreet onder? Paragraaf 3.5, ambitie 4; Als er meer ruimte wordt geboden aan waterrecreatie is het belangrijk dat u het waterschap daar ook bij betrekt. Paragraaf 3.7, ambitie 6; gemeente stelt een mobiliteitsplan op. Het is goed om dit hier te benoemen. Paragraaf 3.8.2, keuze 3; Hier staat de tekstpassage: “Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer.

Waar het waterschap voorheen stuurde op peilbeheer van oppervlaktewater om bodemdaling en daarmee veenoxidatie tegen te gaan, wordt nu gekozen voor peilbeheer van het grondwater.” Deze passage is niet helemaal juist en kan verkeerde verwachtingen wekken. Wellicht kan het als volgt aangepast worden: ”Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewaterpeil. Bij het opstellen van de peilbesluiten wordt gebruik gemaakt van de GGOR (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime)-methode. In de GGOR- methodiek wordt primair gekeken naar de gewenste ontwatering c.q. het gewenste grondwaterregime in plaats van naar de gewenste drooglegging.” Het gewenste grondwaterregime wordt dus wel meegenomen bij het bepalen van de nieuwe peilen. Paragraaf 3.8.2, keuze 4; Graag zien wij dat bij dit punt ook verkeersveiligheid en het 15-tons beleid dat van kracht is op

-

-

-

-

-

voor de toekomst worden opgevangen. Peilbeheer is hierbij een omstandigheid waar rekening mee gehouden wordt. Het streven naar een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente betekent dat we ons aan moeten passen aan het veranderende klimaat. De inrichting van de openbare ruimte vraagt aanpassing door de gevolgen van klimaatverandering. We willen een leefomgeving waarin hitte, droogte, wateroverlast, bodemdaling beheersbaar zijn en blijven. Kwetsbaarheden worden zoveel mogelijk tegengegaan. Hier is meer duiding aan gegeven door tekstuele toevoeging aan Ambitie 5 ‘Een klimaatrobuuste, circulaire en energieneutrale gemeente’. Ook was reeds in hoofdstuk 3 benoemd dat gemeente inzet op klimaatbestendig bouwen (waarbij kan gelden dat er meer ruimte gemaakt moet worden voor water). Dat er sprake is van raakvlakken met andere ambities blijkt ook uit paragraaf 3.8. Een verdere concretisering naar afwegingskaders en maatregelen vindt plaats in het kader van het vervolg op de omgevingsvisie. Paragraaf 3.5, ambitie 4; Bij initiatieven op het gebied van waterrecreatie zullen we het waterschap betrekken. Paragraaf 3.7, ambitie 6; er wordt een verwijzing naar de mobiliteitsvisie opgenomen die de gemeente nu opstelt. Paragraaf 3.8.2, keuze 3; De tekstpassage: “Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer.

Waar het waterschap voorheen stuurde op peilbeheer van oppervlaktewater om bodemdaling en daarmee veenoxidatie tegen te gaan, wordt nu gekozen voor peilbeheer van het grondwater.” wordt vervangen door “Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewaterpeil. Bij het opstellen van de peilbesluiten wordt gebruik gemaakt van de GGOR (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime)-methode. In de GGOR- methodiek wordt primair gekeken naar de gewenste ontwatering c.q. het gewenste grondwaterregime in plaats van naar de gewenste drooglegging.” Paragraaf 3.8.2, keuze 4; we voegen toe dat verkeersveiligheid en het 15-tons beleid van kracht is op verschillende wegen in het buitengebied. Onder Ambitie 5 is meer tekst toegevoegd over klimaatbestendigheid. De verdere uitwerking en concretisering van de ambities, zoals op gebied van klimaatbestendigheid en duurzaamheid, pakken we op met andere instrumenten, zoals het programma’s en het omgevingsplan. Dit pakken we dan ook verder op nadat deze omgevingsvisie is vastgesteld. Bijlage, thema 3; Waterveiligheid. Tekst wordt verwijderd dat boezemkades grotendeels uit veen zijn opgebouwd. Bijlage, thema 3; Wateroverlast. Voorbeelden als aanleg van natuurvriendelijke oevers worden toegevoegd. Bijlage, thema 3; Waterkwaliteit. Aan de eerste alinea wordt toegevoegd dat de meeste plekken nu nog niet voldoen aan een goede ecologische waterkwaliteit.

Verder wordt toegevoegd dat ook het waterschap en aanliggende eigenaren onderhoud uitvoeren aan het water. Daarbij benoemen we dat voor het plegen van goed onderhoud ruimte nodig is, evenals voor (tijdelijke) weiland- of baggerdepots om het (kosten)effectief te doen. Bijlage, thema 3; Riolering. Toegevoegd wordt dat er een rioolwaterzuivering staat in de kernen Schelluinen en Groot-Ammers en dat hier in de toekomst mogelijk nog uitbreidingen plaatsvinden.

-

-

-

-

-

-

-

verschillende wegen in het buitengebied wordt genoemd, Bijlage, thema 3; Er staat hier veel informatie en herhaling, maar er wordt geen standpunt ingenomen. Hoe en in welk opzicht gaat de gemeente zich aanpassen? Zien wij dat straks ook terug in nieuwe ontwikkelingen, namelijk dat er meer ruimte is voor water(berging)? Bijlage, thema 3; Waterveiligheid. De boezemkades bestaan niet grotendeels uit veen. Het zijn dijken van klei op een ondergrond van veen. Dit graag aanpassen. Bijlage, thema 3; Wateroverlast. Hier staat: als we waterberging realiseren, koppelen we dat aan andere opgaven. Daarbij worden voorbeelden van zogenaamde ‘technische waterberging’ genoemd. Graag zouden wij zien dat hier ook voorbeelden als aanleg van natuurvriendelijke oevers worden genoemd. Bijlage, thema 3; Waterkwaliteit. Aan de eerste alinea kan worden toegevoegd dat de meeste plekken nu nog niet voldoen aan een goede ecologische en chemische waterkwaliteit. Niet alleen de gemeente maar ook het waterschap en aanliggende eigenaren voeren onderhoud uit aan het water. Daarbij ook graag benoemen dat voor het plegen van goed onderhoud ruimte nodig is, evenals voor (tijdelijke) weiland- of baggerdepots om het (kosten)effectief te doen. Bijlage, thema 3; Riolering. In de kernen Schelluinen en Groot-Ammers staat een rioolwaterzuivering van het waterschap.

Mogelijk vinden hier in de toekomst nog uitbreidingen plaats. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt op welke locaties de gemeente inzet op recreatieve of agrarische nevenactiviteiten in relatie tot rioleringscapaciteit. Bijlage, thema 4; Niet Waterschap Rivierenland maar Provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de aanleg van natuurverbindingen en ecologische verbindingszones. Bijlage, thema 6; Bedrijventerreinen en solitaire bedrijvigheid. In de laatste alinea graag naast afvalwater ook verkeer en verkeersveiligheid noemen. Denk daarbij aan 15-tons beleid, verkeersbewegingen, weginrichting, trillingen, etc. Dat geldt ook voor agrotoerisme dat verderop wordt benoemd.

-

Bijlage, thema 4; Tekst wordt aangepast zodat duidelijk is dat Provincie Zuid-Holland verantwoordelijk is voor de aanleg van natuurverbindingen en ecologische verbindingszones. Bijlage, thema 6; Bedrijventerreinen en solitaire bedrijvigheid. In de laatste alinea wordt toegevoegd dat er naast afvalwater ook aandacht moet zijn voor verkeer en verkeersveiligheid. Ten aanzien van recreatie en toerisme (waaronder agrotoerisme) staat reeds aangegeven dat groei kan betekenen dat er meer druk komt op het wegennet en parkeercapaciteit en dat daarom nieuwe initiatieven moeten worden afgewogen, passend bij aard en schaal van de gemeente.

4

GGD

Onder Ambitie 2 wordt de vraag gesteld hoe wij een gezonde leefomgeving faciliteren. Een groene omgeving is niet per se een gezonde omgeving. Gevraagd wordt om ‘veerkracht’ verder te duiden met zelf regie en positieve gezondheid. Wanneer je wilt werken aan verkleinen van gezondheidsverschillen kan je niet iedere inwoner even belangrijk vinden. Maar zal je bij die inwoners waar achterstand is extra dienen in te zetten geldt voor alle achterstanden.

Een gezonde leefomgeving bevat meer aspecten dan alleen een groene omgeving. Bij deze ambitie zijn naast de groene omgeving dan ook opgaven benoemd op het gebied milieu, bewegen en ontmoeten van het sociaal domein, bestaanszekerheid, wonen, veiligheid, voorzieningen en bereikbaarheid. Deze omgevingsvisie zet de ambities neer voor de lange termijn. Bij nieuwe ontwikkelingen, bij beleidsvorming (bijvoorbeeld op het gebied van het sociaal domein of wonen) houden we rekening met de stip op de horizon die in deze omgevingsvisie staat en we vragen ook van andere partners en initiatiefnemers in onze gemeente om hiermee rekening te houden. De manier waarop we met achterstand van inwoners omgaan en kansenongelijkheid is vastgesteld in de Visie Sociaal Domein. De bereikbaarheid voor kwetsbare doelgroepen staat benoemd in de omgevingsvisie. Er wordt niet gesteld dat inwoners buiten de kernen geen gebruik maken van voorzieningen, maar wel dat mensen vaak afhankelijk zijn van eigen vervoer. De bereikbaarheid voor kwetsbare groepen komt terug in de mobiliteitsvisie. Daarbij merken we wel op dat de gemeente geen volledige regie heeft op het openbaar vervoer.

Geen aanpassing aan de orde.

3.4: de vraag wordt gesteld welke keuze gemaakt moet worden en naar welke agrarische activiteit wordt toegewerkt.

Ten aanzien van de agrarische sector verwijzen we naar bijlage 6 Bedrijvigheid, agrarische economie. Wij ondersteunen de oproep om bij vestigingsbeleid voor bedrijven/voorzieningen ook rekening te houden met de ambitie aangenaam wonen en tegengaan van eenzaamheid.

Geen aanpassing aan de orde.

Naast alle goed bedoelde ontmoetingsplaatsen moet er om deze ambitie waar te maken, sprake zijn van een heel gericht vestigingsbeleid voor bedrijven waarin keuzes gemaakt moeten worden.

Ten aanzien van ontmoetingsplaatsen: we willen inspelen op voldoende ontmoetingsplekken en erkennen dat diverse plekken en voorzieningen daarbij een rol kunnen spelen. We zoeken dan ook samenwerking op met bedrijven/partijen op om ontmoeting op diverse plekken te bewerkstelligen. Dit voegen we toe aan de tekst onder Ambitie 2.

Ambitie 2 wordt aangevuld met de tekst: We zoeken dan ook samenwerking op met bedrijven/partijen op om ontmoeting op diverse plekken te bewerkstelligen.

In het algemeen wordt de vraag gesteld HOE? We dit alles als gemeente gaan doen. Hoe we als gemeente de uitvoering voor ons zien.

In de omgevingsvisie stellen we ambities waar we graag op lange termijn naartoe willen. Om deze ambities te bereiken, heeft de gemeente een rol, die per opgave kan verschillen. Als vervolg op de omgevingsvisie zal uitwerkt worden met welk beleid, maatregelen en middelen de gemeente de ambities wil waarmaken. Daarnaast is er ook een rol weggelegd voor andere partijen in de samenleving. We hopen dat de omgevingsvisie een inspiratie vormt voor partijen die komende jaren met ontwikkelingen in onze gemeente en samen met ons als gemeente aan de slag gaan. Overige vragen: - Tekstuele fouten worden hersteld.

De tekst onder hoofdstuk 4 ten aanzien van de verschillende rollen die de gemeente aan kan nemen is aangevuld.

-

Vraag wordt gesteld hoe we als gemeente omgaan met het landelijke thema voor kansenongelijkheid. Gevraagd wordt naar de mogelijkheden voor (aangepast) ov te realiseren. Gesteld wordt dat inwoners buiten de kernen geen gebruik maken van voorzieningen dus de vraag wordt gesteld waarom de mogelijkheden in de kernen worden uitgebreid.

Overige vragen:

Geen aanpassing aan de orde.

Overige vragen: - Tekstuele aanpassing pagina 5 onderdeel bloeiende ondernemerscultuur: bedragen vervangen door bijdragen.

-

Pagina 5: een bloeiende ondernemerscultuur – bijdragen ipv bedragen. 3.6 gemeente: bedoelt de gemeente de inwoner of het gebied? Wat is daarnaast de rol van de gemeente? De vraag wordt gesteld of er plek is voor fietssnelpaden. 3.8.2 sub 3: Rol van de gemeente wordt niet beschreven.

-

-

5

Cumela

Cumela herkent zich als organisatie (namens onze leden) reeds in grote mate in de voorliggende visie. Aangaande de ambitie in de visie vervullen de Cumelabedrijven reeds een belangrijke rol voor het landelijk gebied in relatie tot aanleg, behouden en versterken van natuur, landschap, economie en passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Er wordt gevraagd om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.

Paragraaf 3.6: de gemeente is hier meer dan enkel de ‘gemeentelijke organisatie’. Het gaat om het grondgebied, maar daarmee heeft dit dus ook impact op haar inwoners. De rol van de gemeente is verschillend en afhankelijk van het thema. De tekst in hoofdstuk 4 is op dit onderdeel aangevuld. Tevens is met de tekstuele aanpassing van paragraaf 3.6 de rol van de gemeente specifieker beschreven. Ja, er is ruimte voor fietssnelpaden. Dit is ook aangegeven in de bijlage onder 8 ‘Bereikbaarheid’. 3.8.2: Bij het treffen van klimaatmaatregelen in relatie tot het agrarisch grondgebruik is de gemeente een van de partijen. Er is dan ook aangegeven dat we hier continu de afstemming zoeken met waterschap en agrarische ondernemers. De gemeente wil een proactieve rol pakken in de ontwikkeling van de agrarische economie en daarbij streven naar een goede balans met klimaatdoelstellingen. Onder paragraaf 4.2 wordt tekst toegevoegd ten aanzien van de rol van de gemeente.

-

Paragraaf 4.2: We voegen toe: ‘De gemeente kan diverse rollen aannemen, afhankelijk van de opgave. De gemeente ziet voor zichzelf in ieder geval een proactieve rol weggelegd als het gaat om de thema’s wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein.’

De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de ambities weer voor de bedrijven in de gemeente Molenlanden. We koesteren onze bestaande ondernemers, waarvan een aantal deel uitmaakt van Cumelabedrijven. Ten aanzien van de vraag om mogelijkheden te creëren op bestaande locaties en de uitdagingen ten aanzien van de circulaire economie wijzen we op de tekst in bijlage 6 ‘Bedrijvigheid’. Initiatieven van solitaire bedrijven en locaties wegen we zorgvuldig af en passen we in de omgeving, ook als het gaat om initiatieven voor buitenopslag.

Geen aanpassing aan de orde.

In de Mobiliteitsvisie, welke nu wordt opgesteld wordt, is ontsluiting een belangrijk onderwerp. Een van de aspecten daarbij vormt het type verkeer dat over de wegen zal rijden. Het omgevingsplan, concrete projecten

Geen aanpassing aan de orde.

Verzocht wordt om bij de bedrijfslocaties van cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden c.q. uitbreiding van bestaande bedrijfslocaties – in het landelijk gebied toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Verzocht wordt om het bestaansrecht van cumelabedrijven in het buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Verzocht wordt om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven.

Circulaire economie: de volgende uitdagingen worden gezien: - de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen; - ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen; - zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen. Gewezen wordt op het feit ruimte te reserveren voor circulaire bedrijvigheid en inrichting. Verzocht wordt om bij de bedrijfslocatie van cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet de benoemen in de omgevingsvisie. 6

Provincie ZH

Regionale samenwerking: erkent wordt dat ‘dé regio’ niet bestaat. De paragraaf over regionale samenwerking in de ontwerp omgevingsvisie is nu te vrijblijvend. Uit regionale samenwerking komen afspraken die gevolgen hebben voor ruimtelijke keuzes door de gemeente, maar komen ook (mogelijke) oplossingen voor bijvoorbeeld opgaven op het gebied van ruimte voor woningen en bedrijven. Behalve het globaal benoemen van relevante partners (p.17) is het van belang dat onder de thema’s wordt verwezen naar afspraken vanuit de samenwerking. Zonder dit kader kan de indruk gewekt worden dat Molenlanden in het realiseren van ambities geheel eigenstandig kan opereren.

en wegbeheer zullen in de lijn van de Mobiliteitsvisie uitwerking geven aan de ontsluitingswegen. We stimuleren onze bedrijven op circulair te ondernemen en te produceren. Dit is expliciet benoemd onder Ambitie 5. Onder Ambitie 4 is aangegeven dat ondernemers door lokale samenwerking op het gebied van energieopwekking, gebruik en opslag, de gevolgen van netcongestie kunnen verminderen en dat de gemeente dit graag faciliteert en stimuleert. Aangezien we het als gemeente belangrijk vinden dat onze kernen leefbaar blijven en er wordt ingezet op de kwaliteit van het wegennet is het van belang om in de toekomst rekening te houden met het mogelijk moeilijker kunnen benutten van delen van het wegennet door vervoersmiddelen, welke steeds groter worden in deze sector.

Ambitie 5 is aangevuld met tekst over circulaire economie.

Het realiseren van de gestelde ambities uit de omgevingsvisie kan en doet de gemeente niet alleen. Hiervoor is samenwerking nodig, met overheden (in bijvoorbeeld regionaal en provinciaal verband) en met andere partijen als bedrijven, ondernemers en maatschappelijke partijen. De gemeente maakt reeds deel uit van diverse samenwerkingsverbanden waarin afspraken worden gemaakt die gevolgen kunnen hebben voor ruimtelijke keuzes in onze gemeente. Deze samenwerkingsafspraken kennen vaak een kortere horizon dan deze omgevingsvisie en worden daarom niet allemaal specifiek benoemd. De gemeente zet graag in op samenwerkingsverbanden vanuit thema’s, zoals bij Windverkenning aan de orde is.

Tekstuele toevoeging 4.3: Als gemeente binden we ons niet aan één specifieke regio, maar werken we samen met meerdere partners in verschillende regio’s, samenwerkingsverbanden en platformen waarin afspraken worden gemaakt die gevolgen kunnen hebben voor ruimtelijke keuzes in onze gemeente. De samenwerking wordt opgezet vanuit thema’s en opgaven. Afhankelijk van de context van de opgaven kiest de gemeente passende samenwerkingsverbanden en samenwerkingspartners. Daarbij merken we op dat de gemeente niet altijd de regierol heeft, maar ook een faciliterende of stimulerende rol kan aannemen.

De omgevingsvisie geeft richting aan keuzes die we komende jaren te maken hebben. Het is een vergezicht

Onder paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat gemeente aan de slag gaat met (gebiedsgerichte) programma’s. We denken daarbij aan gebieden als het landelijk gebied, de kernen, bedrijventerreinen en Kinderdijk. Waar

Er wordt verzocht om overleg en afspraken met regiopartijen te benoemen bij de ambities waar deze aan de orde zijn, zoals de RES Alblasserwaard, woningbouwafspraken (RRA) Zuid-Holland Zuid en de regionale bedrijventerreinenstrategie ZuidHolland Zuid.

De visie blijft vaag, waardoor er voor partners en belanghebbenden veel ruimte blijft bestaan voor

interpretatie, alsook de mate waarop onze belangen in het geding kunnen zijn.

met ambities voor de lange termijn. Dit abstractieniveau blijft een bepaalde mate van ruimte geven.

Opgemerkt wordt dat de Omgevingsvisie zo in praktische zin geen beeld geeft van de wijze waarop de Visie een vervolg kan krijgen in (gebieds)programma’s, zoals mogelijk onder de Omgevingswet.

In de Omgevingsvisie zijn nu ambities vastgelegd en dilemma’s benoemd. Zoals beschreven in paragrafen 1.3 en 2.4 pakken we de verdere uitwerking en concretisering van de ambities op met andere instrumenten, zoals (gebiedsgerichte) programma’s en het omgevingsplan.

nodig/mogelijk zal de gemeente thematische programma’s opstellen. Hierbij kan gedacht worden aan thema’s als mobiliteit, circulariteit, warmte en versnelling woningbouw.

Onder paragraaf 4.1 is het werken met de Omgevingswet toegelicht. Hieraan zullen we meer opnemen over de doorwerking naar programma’s en omgevingsplan. U beschrijft unieke kwaliteiten in de gemeente die op kaart zichtbaar kunnen worden gemaakt, of elders uitgelegd. Grote en kleine kernen komen niet terug op de kaart. Kinderdijk is een woonkern, een UNESCO werelderfgoed, een N2000 gebied en kent bufferzones. Vesting Nieuwpoort; de vele molens en hun molenbiotopen; de linten en veenrivieren als de Giessen en de Graafstroom en bijzondere natuuren recreatiegebieden komen op meerdere plekken in de visie binnen de ambities terug en verdienen in hoofdstuk 2 een nadere uitleg. Tot slot valt het op dat ondanks de opgave op het gebied van ontsluiting, er alleen summier onder de verdieping een kaartbeeld voorkomt waarop de (auto)ontsluiting is weergegeven.

Ten aanzien van onze unieke kwaliteiten willen we het onderscheid tussen grote en kleine kernen benoemen. In 2023 is er een raadsvoorstel aangenomen om een document ‘landschappelijke kwaliteit buitengebied’ te maken. Dit document zal de unieke kwaliteiten op kaart zetten. In de omgevingsvisie is opgenomen dat de aanwezige waarden in onze gemeente worden gekoesterd en worden betrokken bij afwegingen van ruimtelijke initiatieven. Ten aanzien van de opgave op het gebied van ontsluiting zal een verdere uitwerking plaatsvinden, in eerste instantie via de Mobiliteitsvisie.

Onder 2.2 wordt toegevoegd welke grote en kleinere kernen de gemeente kent.

Ambitie 3: rol van de gemeente is niet duidelijk. Rol van de gemeente ihkv water- en bodemsturend benoemen.\

Ten aanzien van de rol van de gemeente in het kader van water en bodem sturend merken wij op dat we als gemeente de verschillende opgaven willen combineren, zodat we de ruimte optimaal benutten en ons landschap klimaatadaptief en waterrobuust inrichten, zonder afbreuk te doen aan het kenmerkende landelijke karakter. Als gemeente hebben we hier een proactieve rol in, maar we zijn ons er ook van bewust dat we in samenwerking met meer partijen tot de juist inrichting kunnen komen.

In paragraaf 4.3 is toegevoegd: Als gemeente binden we ons niet aan één specifieke regio, maar werken we samen met meerdere partners in verschillende regio’s, samenwerkingsverbanden en platformen waarin afspraken worden gemaakt die gevolgen kunnen hebben voor ruimtelijke keuzes in onze gemeente. De samenwerking wordt opgezet vanuit thema’s en opgaven. Afhankelijk van de context van de opgaven zoeken we passende samenwerkingsverbanden en samenwerkingspartners. Daarbij merken we op dat de gemeente niet altijd de regierol heeft, maar ook een faciliterende of stimulerende rol kan aannemen.

Ambitie 4: De provincie ziet dan ook geen noodzaak voor uitleg van bedrijventerreinen buiten de ontwikkelingen die in het provinciaal beleid en de regionale bedrijventerreinenstrategie zijn opgenomen.

Als het gaat om de bedrijventerreinen sluiten we aan bij de gemeentelijke bedrijventerreinenstrategie. Hierin is de uitleg van de noodzaak voor uitbreiding meegenomen en de afspraken en initiatieven van en met de provincie.

Geen aanpassing aan de orde.

Ambitie 5: De regionale afspraken die in de RES met het Rijk zijn gemaakt worden hier niet volledig verwoord voor wat betreft het aandeel windenergie. Zoeklocaties worden niet of voorzichtig benoemd. Advies is om aan te geven dat er een aanzienlijke kans is dat er windturbines gaan komen. Waarbij de inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld)erfgoed een belangrijk afwegingskader moet vormen.’

Wij zijn van mening dat de afspraken uit de RES ten aanzien van windenergie op juiste wijze terugkomen in deze omgevingsvisie. Naar aanleiding van het recente raadsbesluit in het kader van de Windverkenning is de tekst aangepast.

Tekstuele aanpassing in Ambitie 5: Er is sprake van een groei in het opgesteld vermogen zonne-energie. Wel is het onzeker of hiermee de doelstellingen uit de RES worden behaald. De wijze waarop de doelstellingen op het gebied van windenergie worden behaald, ligt nog niet vast. In de looptijd van deze omgevingsvisie wordt locatie Gorinchem-Noord (deels gelegen op grondgebied van Molenlanden) onderzocht als zoeklocatie voor windenergie. Inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld) erfgoed vormen in ieder geval een belangrijk afwegingskader. De maatvoering van de windmolens kan worden gezien als een voorwaarde om de ruimtelijke kwaliteit beperkt aan te tasten. We zetten daarom als gemeente in op

Gevraagd wordt om duidelijker te positioneren in de regio en ten opzichte van de andere overheden. Voor wat betreft de laatste paragraaf over ‘groenblauwe dooradering’ is daarbij het ZuidHollands Programma Landelijk Gebied relevant.

Ten aanzien van de opgave op het gebied van energieinfrastructuur wijzen we op de laatste alinea van paragraaf 3.6. Een ruimtelijke afweging is afhankelijk van het project. Door op andere plekken onze waarden en belangrijke functies voor de fysieke leefomgeving te

De opgave op het gebied van energie infrastructuur is een groeiende ruimtelijke opgave die (derhalve) ook een aanzienlijke impact kan hebben op uw gemeente. Zoals elders in de Visie ook wordt genoemd speelt hier bijvoorbeeld de Rijkscoördinatieregeling voor een nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding waarvoor Molenlanden onderdeel is van het zoekgebied. Ook op andere schaalniveaus en modaliteiten zijn er ruimteclaims te verwachten. De provincie adviseert om ook een ruimtelijke afweging op dit onderwerp aan ambitie 5 toe te voegen.

benoemen, biedt de omgevingsvisie aanknopingspunten om bij concrete energieprojecten een verdere afweging te maken.

kleinschalige windturbines. We streven ook naar maximaal lokaal eigendom en naar het lokaal gebruiken van opgewekte energie. Uitgangspunt is ook dat in 2050 alternatieven op het gebied van duurzame energie (anders dan wind) beschikbaar zijn. Denk hierbij aan andere innovatieve energiebronnen, waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van waterkracht, bodem, mestvergisting en/of buitenluchtwarmte. De gemeente wil in ieder geval inzetten op het stimuleren en faciliteren van initiatieven binnen bestaande beleidskaders. De tekst in Bijlage 7 is aangepast met de lopende initiatieven op het gebied van netversterking.

Ambitie 6: - Fiets: Het valt ons op dat ambitie voor fiets beperkt worden benoemd. Het uitgangspunt lijkt autoafhankelijkheid. Zo wordt er alleen een autowegennetwerk gepresenteerd. Er wordt aangegeven vooral voor bestaande wegen te kijken naar verbeteren van fietsveiligheid. Er wordt wel gemeld dat e-bike mogelijkheden biedt. Een goede/uitgewerkte visie op het fietsnetwerk of belangrijke fietsverbindingen ontbreekt. Hier zou ook gekeken moeten worden naar de Schoolroutes. - Openbaar vervoer en lopen: Over openbaar vervoer wordt gesteld dat dit een ‘uitdaging’ is. Onduidelijk is wat de ambitie is die hier aan is gekoppeld. De visie bevat de ambitie om een openbare ruimte te ontwikkelen die uitnodigt om te bewegen. Dit zou aanleiding kunnen zijn om in een mobiliteitsvisie het STOMP principe uit te werken en te streven naar een veilige en aantrekkelijke beloopbaarheid van kernen, met name van de dagelijkse voorzieningen en OV-haltes. - Parkeren: Op het gebied van mobiliteit lijkt het thema ‘parkeren’ te ontbreken, terwijl dit een belangrijk ruimtelijk aspect is. De huidige normen voor nieuwe sociale huurappartementen in het gemeentelijke parkeerbeleid liggen aanzienlijk hoger dan het autobezit van sociale huurders ter plekke.

- Verkeersdata en model: We adviseren om de impact op het gebied van sluipverkeer en gewenste toevoeging van woningen en bedrijventerreinen vroegtijdig te onderzoeken in verkeersmodellen.

Ambitie 6: parallel aan deze omgevingsvisie is de Mobiliteitsvisie opgesteld. Deze gaat concreter in op opgaven op gebied van bijvoorbeeld STOMP-principe, openbaar vervoer en mobiliteitstransitie. We anticiperen we hier in de omgevingsvisie op door ambitie 6 aan te vullen.

Aanpassing is niet aan de orde.

Gevraagd wordt naar de rolinname van de gemeente om ambities te realiseren. Gaat dit verder dan faciliteren.

Onder sturingsfilosofie voegen we toe dat de gemeente diverse rollen kan aannemen, afhankelijk van de opgave. De gemeente ziet in ieder geval een proactieve rol weggelegd als het gaat om de thema’s wonen, werken,

Onder 4.2 wordt de volgende tekst toegevoegd: De gemeente kan diverse rollen aannemen, afhankelijk van de opgave. De gemeente ziet voor zichzelf in ieder geval een proactieve rol weggelegd als

7

LTO Noord

Geven aan met verbazing kennis te hebben genomen van het doorlopen participatietraject. Pag. 5 - Kenmerkend voor ons landschap is de afwisseling tussen uitgestrekt veenweidegebied, agrarische gronden, natuur, groen, water, dijkwegen en linten: Het is onbegrijpelijk dat er in het stuk vooral wordt gesproken over veenweide. Bijna het hele gebied bestaat uit klei op veen. Pure veen komt hier nauwelijks voor terwijl de tekst de nadruk legt op veengebied. Dit krijgt veel te veel aandacht en is in onbalans met de werkelijkheid. Ook de kaart op pag. 11 laat zien dat er veel meer klei is in het gebied dan alleen veen. Mogelijk kan het begrip veenweidegebied worden omgevormd tot overgangsgebied omdat het een overgang betreft tussen de echte veenweidegebieden en het rivierkleigebied. Pag. 10 - In ons gebied is de omgang met water en de bodem al eeuwenlang het leidende principe.: Het is goed dat hier de geschiedenis van het gebied wordt verteld. Hieruit blijkt ook dat de uitdagingen waar we voor staan niet nieuw zijn en dat de landbouw zich daar altijd op heeft kunnen aanpassen. Ook hier blijft men met het begrip veenweide worstelen. Pag. 6 - In het veenweidegebied speelt bodemdaling al jarenlang een grote rol.

Het is een proces dat waterbeheerders en agrariërs al eeuwen bezighoudt, maar wat steeds vaker tot problemen leidt, zoals verzakkingen bij bebouwing en meer CO2-uitstoot.: Ook op bodemdaling wordt te veel de nadruk gelegd. Bodemdaling is gerelateerd aan het grondwater-probleem en niet zo zeer het oppervlaktewater in het gebied. De bodemdaling is minimaal en bovendien niet iets nieuws. Echter vormt dit in het stuk wel een basis voor de transitie van de landbouw waarover gesproken wordt. Juist het bestaande eeuwenoude robuuste watersysteem zou meer aandacht en erkenning moeten krijgen. Dit succesvolle systeem van ontwatering is een grote kracht van het gebied.

duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein. De gemeente heeft het initiatief genomen om naar aanleiding van de zienswijze op 4 september met een afvaardiging van de LTO de reactie te bespreken om meer helderheid te scheppen in de duidingen en het proces. We nemen uw reactie ten aanzien van het gebruik van de term 'veenweidegebied' serieus. We zullen dit aanpassen om een betere balans te creëren in de beschrijving van onze landschappelijke kenmerken. De landbouwvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2030 van LTO Noord spreekt ook van vruchtbare veengrond.

het gaat om de thema’s wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein.

Uw zorg over de nadruk op bodemdaling begrijpen wij. Het is niet onze intentie om dit als een nieuw of geïsoleerd fenomeen te presenteren. We passen de tekst aan zodat duidelijk wordt dat er sprake is van verschillen tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied en dat dit leidt tot verschillende maatschappelijke opgaven.

In paragraaf 2.3 nemen we de volgende tekst op:

In hoofdstuk 2 vervangen we de term ‘veenweidegebied’. We nemen de volgende tekst op: Kenmerkend voor ons landschap zijn de uitgestrekte weidegebieden met natuur, groen, water, dijkwegen en linten. Een groot deel van het gebied bestaat uit veenbodems, vaak met een kleidek.

“In een groot deel van het gebied bestaat de grond uit klei op veen. Al eeuwen kent dit gebied een robuust bodem- en watersysteem, een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de agrarische sector. In het gebied komt ook bodemdaling voor. Door de verdere klimaatverandering en het nieuwe uitgangspunt ‘water en bodem sturend’ van het Rijk zal dit aandachtspunt centraal staan in vele ontwikkelingen binnen onze gemeente. De bodemdalingsproblematiek verschilt per gebied en zal nader onderzocht moeten worden. In stedelijk gebied is bodemdaling vooral het gevolg van zetting door het gewicht van gebouwen en infrastructuur op slappe grond. In landelijk gebied is bodemdaling vooral het gevolg van de drooglegging die nodig is voor de landbouw. Dit leidt tot verschillende maatschappelijke opgaven: In het stedelijk gebied is sprake van verzakkingen van gebouwen en infrastructuur waardoor beheer en onderhoud op slappe grond duurder is dan in gebieden met stabielere bodems. Om problemen met verzakken te voorkomen, zijn kosten van nieuwbouw ook vaak hoger dan in gebieden met slappe grond. Maatregelen om veenafbraak in het landelijk gebied af te remmen zijn onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied en het Utrechts Programma Landelijk Gebied waarin de AlblasserwaardVijfheerenlanden aangewezen deelgebieden zijn.”

Pag. 8 – Kaart van de gebiedsindeling: Op de kaart gaat het om natuurgebieden (Natura 2000 en NNN). Het zou goed zijn om hier onderscheid in te maken omdat er ook andere afspraken voor gelden. Dit is op pagina 23 wel gebeurd. Bovendien staat er nu natuur ingetekend op de kaart die (nog) niet gerealiseerd is. Voorbeelden hiervan zijn de strook natuur boven Wijngaarden en die ten westen van Streefkerk. Het is voorbarig en onterecht om deze al op de kaart in te tekenen.

Er is inderdaad sprake van andere afspraken voor Natura 2000 gebieden en voor NNN-gebieden. De kaart gebiedsindeling is vooral bedoeld als functionele kaart. De kaart met het onderscheid is opgenomen in de bijlage. Onder NNN-gebieden vallen ook gebieden waar de natuur nog ontwikkeld moet worden, maar ook deze gebieden behoren tot de NNN. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie naar omgevingsplan wordt in regels uitgewerkt wat per gebied mogelijk is.

De kaart gebiedsindeling is aangepast zodat er onderscheid is gemaakt tussen Natura 2000 gebieden en NNN-gebieden.

Pag 12. - Daarbij willen we ruimte bieden voor toekomstbestendig, duurzaam en lokaal ondernemen: Wat wordt hier precies mee bedoeld? Hoe ziet de gemeente dit voor zich?

Gevraagd wordt om verduidelijking wat betreft ‘toekomstbestendig ondernemen’. Hieronder verstaan wij initiatieven die economisch levensvatbaar zijn en ecologisch verantwoord, inclusief kringlooplandbouw, maar we erkennen dat dit niet voor elke ondernemer de enige weg vooruit zal zijn. We willen benadrukken dat er ruimte blijft voor diverse bedrijfsmodellen binnen de agrarische sector. We faciliteren ook innovaties op andere terreinen, mits passend in de ambities van deze omgevingsvisie. Een toekomstbestendig ondernemersklimaat in balans met natuur, bodem en water. De tekst wordt aangepast.

In paragraaf 3.5 veranderen we de tekst naar:

Pag. 14: Kansen: Enerzijds gaat het heel erg over transitie. Anderzijds wil men de culturele en landschappelijke kwaliteiten intact houden. Hoe ziet de gemeente dit voor zich?

We zijn ervan overtuigd dat onze unieke kracht, waaronder kenmerkende culturele en landschappelijke waarden, niet altijd op gespannen voet hoeft te staan met de ontwikkelingen waar we komende jaren voor staan. Transitie van het landelijk gebied is mogelijk, mits rekening wordt gehouden met wat onze gemeente juist zo uniek maakt. Juist ook de agrarische sector draagt bij aan ons unieke landschap.

Geen aanpassing aan de orde.

Pag 14. De bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten in onze gemeente vormen een aantrekkingskracht. De doorontwikkeling van ons toeristisch en recreatief aanbod versterkt onze lokale economie en biedt kansen voor de agrarische economie.: Dat er ruimte is voor kleinschalig toerisme is evident. We moeten

We richten ons specifiek op duurzame integratie van kleinschalig toerisme die de agrarische bedrijvigheid ondersteunt en niet overbelast.

Geen aanpassing aan de orde.

Pag. 12. - We zoeken voortdurend naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en het water. Nieuwe passende verdienmodellen worden hiervoor ontwikkeld. We ondersteunen plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen.: Dit suggereert dat de bestaande verdienmodellen niet meer volstaan. Vervolgens wordt gezegd dat kringlooplandbouw, natuurinclusieve en biologische landbouw wél de toekomst voor de landbouw zijn. Dit zijn oplossingsrichtingen voor slechts een kleine groep ondernemers, niet voor alle opgaven waar de landbouw voor staat. We zijn teleurgesteld dat er zo sturend en op deze wijze over de sector gesproken wordt.

We faciliteren innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor een toekomstbestendig ondernemersklimaat. Daarnaast moeten deze innovaties in balans zijn met natuur, bodem en water. Denk hierbij aan innovaties die bijdragen aan vermindering van bodemdaling en stikstofbelasting.

Pag. 12: We faciliteren innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor de vermindering van bodemdaling en stikstofbelasting: Gaat het hier alleen om innovaties op het gebied van bodemdaling en stikstofbelasting? En hoe zit het dan met innovaties op andere terreinen?

echter wel waken voor massatoerisme. Daar leent het gebied zich onvoldoende voor. Toerisme krijgt veel aandacht in het stuk. Hoe wil de gemeente dit gaan stimuleren en hoe ziet zij de mogelijkheden voor multifunctionele landbouw op boerenbedrijven? Pag. 15- Juist ook voor de landbouw geldt dat de ondergrond, mits juist op elkaar afgestemd en tijdig ingebracht, substantieel kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging: Wat wordt hier bedoeld met ‘mits juist op elkaar afgestemd en tijdig ingebracht’?

De zinsnede ‘mits juist op elkaar afgestemd en tijdig ingebracht’ heeft betrekking op de afstemming die nodig is tussen de belangen van waterschap, gemeente en agrariërs om een goede balans te realiseren tussen functie en waterpeil.

Geen aanpassing aan de orde.

Pag. 20 - Er dreigen ook overstromingen door stijgende zeespiegels, vollopende rivieren, toenemende neerslag en bodemdaling: Dit klopt niet. Overstromingen ontstaan niet als gevolg van bodemdaling.

We onderschrijven dat er ook overstromingen dreigen door stijgende zeespiegels, vollopende rivieren en toenemende neerslag.

In Bijlage 3, onder het kopje ‘Een natuurlijk water- en bodemsysteem als uitgangspunt’ nemen we de volgende zin op:

Pag. 21 - In Molenlanden wordt bodemdaling veroorzaakt door verschillende factoren.: In deze opsomming mist bodemdaling door drinkwaterwinning.

Onder het kopje bodem noemen we verschillende factoren die bodemdaling veroorzaken. Een dalend waterpeil is een van de factoren. Wat oorzaken kunnen zijn van verlaging van het waterpeil, is in deze tekst niet relevant. We erkennen dat we gezamenlijk alert moeten blijven op de beschikbaarheid van voldoende kwalitatief goed water.

Onder het kopje bodem nemen we de volgende tekst op: “In Molenlanden wordt bodemdaling veroorzaakt door verschillende factoren. Het dalende waterpeil (mede door drinkwaterwinning) leidt tot het droogvallen van het bovenste veenpakket.”

Pag. 22 - Een aantal rioleringssystemen in de lintbebouwing van onze gemeente heeft de maximumcapaciteit (bijna) bereikt. Onze ruimtelijke ontwikkelingen zijn leidend voor de manier waarop we omgaan met riolering. Ruimtelijke ontwikkelingen blijven dus mogelijk in de lintbebouwingen waar mechanische riolering ligt. Dit geldt ook voor het buitengebied.

We blijven de capaciteit van riolering in het buitengebied ook monitoren. De grotere opgaven liggen echter momenteel voornamelijk in de lintbebouwing van onze gemeente, waar ook diverse initiatieven spelen voor nieuwe ontwikkelingen die op de riolering moeten aansluiten. Dit is ook wat we in deze tekst willen benadrukken.

Geen aanpassingen aan de orde.

Pag. 23. - Kaart Natura 2000- & NNN-gebieden. : Hier zou bij Natura 2000-gebieden onderscheid gemaakt moeten worden tussen de stikstofgevoelige en niet stikstofgevoelige gebieden.

De kaart in Bijlage 4 ‘Landschap, natuur en biodiversiteit’ geeft weer waar diverse natuurgebieden liggen met een status (Natura 2000 en NNN). Het is op deze plek niet relevant om onderscheid te maken in stikstofgevoeligeen niet-stikstofgevoelige natuurgebieden.

Geen aanpassingen aan de orde.

Pag. 21 - Voldoende water. : Hier wordt minimaal op ingegaan terwijl dit een heel grote zorg is. Er staat te weinig vermeld over hoe het gebied in de toekomst van voldoende zoet water kan worden voorzien. De gemeente moet alert blijven op de beschikbaarheid van voldoende kwalitatief goed water!

Pag. 23 - We zetten ook in op natuurontwikkeling. Het doel is om een groen-blauwe ‘dooradering’ te realiseren. : Dit terwijl ook geschreven wordt dat er samen met agrariërs wordt gezocht naar mogelijkheden voor groen-blauwe dooradering op agrarische gronden. Uiteraard moet dit op vrijwillige basis zijn. De zin ‘We zetten in op natuurontwikkeling’ moet daarom weg.

De zin “we zetten ook in op natuurontwikkeling” sluit niet uit dat de bijdrage van agrariërs op vrijwillige basis plaatsvindt. De zin heeft ook niet enkel betrekking op de realisatie van de groen-blauwe dooradering via samenwerking met agrariërs, maar ook op bijvoorbeeld het verder vergroenen van de openbare ruimte. De

Er dreigen ook overstromingen door stijgende zeespiegels, vollopende rivieren en toenemende neerslag.

In Bijlage 3 voegen we de tekst toe: We zetten in op voldoende kwalitatief zoet water en de beschikbaarheid hiervan voor in de toekomst. Hier houden we in de ruimtelijke inrichting rekening mee.

zinsnede benadrukt dat we actief aan de slag gaan met realisatie van de groen-blauwe dooradering. Pag. 26 - In ons gebied komen enkele intensieve veehouderijen voor. We willen aanpassingen aan de bestaande inrichtingen en gebouwen mogelijk maken. Vestiging en uitbreiding van (nieuwe) intensieve veehouderijen zijn niet mogelijk. Dit betreft een veel te harde uitsluiting van agrarische bedrijven en moet eruit! Het kan niet zo zijn dat bestaande bedrijven zich niet verder mogen/ kunnen ontwikkelen. Het staat ook in schril contrast met het toekomstperspectief voor agrariërs waar bovenaan deze pagina over wordt gesproken.

De zinsnede ‘Vestiging en uitbreiding van (nieuwe) intensieve veehouderijen zijn niet mogelijk.’ Wordt aangepast naar ‘Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. Aanpassingen aan bestaande intensieve veehouderijen is in het kader van verduurzaming en het dierenwelzijn wel mogelijk.’ Dit sluit aan bij de landbouwvisie van de gemeente Molenlanden en de visie van de provincie Zuid-Holland.

De zinsnede ‘Vestiging en uitbreiding van (nieuwe) intensieve veehouderijen zijn niet mogelijk.’ wordt aangepast naar “Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. Aanpassingen aan bestaande intensieve veehouderijen is in het kader van verduurzaming en het dierenwelzijn wel mogelijk.’

Pag. 27 - We stimuleren en ondersteunen initiatieven die bijdragen aan het meerdaagse verblijf van de toerist in de gemeente, zoals met creatieve en passende overnachtingsmogelijkheden. : Hoe ziet de gemeente dit voor zich?

Wat betreft meerdaags verblijf toeristen merken we op dat er diverse manieren zijn om toeristische overnachtingsmogelijkheden te laten groeien. We willen ruimte bieden aan met name lokale initiatieven voor een veelzijdig (creatief) aanbod van verblijfsrecreatie, passend bij de plek.

Geen aanpassingen aan de orde.

Pag. 30 - We blijven dit goed monitoren en stellen waar nodig aanvullende verkeersmaatregelen in (zoals 15-tons zones waardoor het vrachtverkeer specifieke routes moet rijden). - 15-Tons zones geven beperkingen bij de aan- en afvoer van agrarische producten. Agrarische bedrijven moeten veilig en duurzaam bereikbaar zijn Dit kan gevaarlijke situaties opleveren in de dorpskernen. Hier moet snel wat aan gebeuren voordat er ongelukken gebeuren.

De 15-Tons-zones zijn hier genoemd als voorbeeld. Elke maatregel moet goed worden afgewogen, waarbij veiligheid en bereikbaarheid in ogenschouw worden genomen.

Geen aanpassingen aan de orde.

Pag. 31 - We koesteren onze natuurgebieden. : Dit moet zijn: We koesteren onze natuurgebieden én polders. De nadruk ligt hier te veel op natuurgebieden.

Vergroening draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde omgeving. We koesteren onze natuurgebieden en voegen hier polders aan toe.

Vergroening draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde omgeving. “We koesteren onze polders en natuurgebieden.”

Tenslotte missen we het onderwerp agrarisch natuurbeheer. Dit zou wel aan de orde moeten komen gezien de opgaven en doelstellingen waar het over gaat in het landelijk gebied.

Agrarisch Natuurbeheer: we noemen agrarisch natuurbeheer specifiek in Bijlage 6, kopje ‘Agrarische economie’. Hier staat al genoemd dat agrariërs een belangrijke rol vervullen als beheerders van het landschap en variatie in het gebied. Het agrarisch natuurbeheer hoort hierbij.

In Bijlage 6, onder het kopje ‘Agrarische economie’ passen we de volgende tekst aan:

De gemeente Molenlanden moet trots zijn op de kracht van de agrarische sector en heel zuinig moet zijn op haar agrarische gronden. Natuurlijk komen er ontwikkelingen op de sector af. Maar het is de uitdaging om daar met elkaar uit te komen en dus vooral mét de agrariërs. Deze ondernemers voelen

De gemeente Molenlanden is vastberaden om samen met alle stakeholders, inclusief de agrarische sector, te werken aan de transitie van het landelijk gebied die recht doet aan alle belangen. Binnen een programma ‘transitie landelijk gebied’ kan dit verder worden uitgewerkt.

Zie bovenstaande punten.

We zetten in op een gevarieerd buitengebied met de nodige landschaps- en natuurwaarden. Agrariërs vervullen een belangrijke rol als beheerders van het landschap en variatie in het gebied, bijvoorbeeld door inzet van agrarisch natuurbeheer. We zien dat de landbouw voortdurend zoekt naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en water. Daar horen ook passende verdienmodellen bij, en daarbij hoort soms een verbreding van activiteiten. Zo is landbouw verbonden aan landschaps- en natuurontwikkeling, waterbeheer en energieopwekking.

8

Inwoner

zich in de ontwerp omgevingsvisie onvoldoende gehoord en dat moet de gemeente rechtzetten. Ga alsnog met ze in gesprek en neem die kennis en ervaring mee in een aanpassing. Gevraagd wordt om het huidige stuk, zonder aanpassingen, niet verder te gebruiken binnen het gemeentelijk beleid. Overige opmerking: - Pag. 12: De foto bij de tekst. - Is er toestemming voor het plaatsen van deze foto gegeven door de mensen die op de foto staan? De taal wordt erg ambtelijk gezien waarop het stuk geschreven is. Agrariërs mogen niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering. Dit moet beschermd worden.

Naar aanleiding van uw zienswijze nodigen wij u uit voor een gesprek om deze punten verder te bespreken en samen te zoeken naar een gedragen oplossing.

Toerisme komt te nadrukkelijk naar voren. Slechts een beperkt aantal personen profiteert hiervan. De vraag wordt gesteld of de toeristenbelasting op een juiste manier wordt ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=c42d596b-a89e-4ac6-9c71-bf97afd41816