CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Molenwaards kookboek (2016)

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6f. Uitgangspunten voor actualisatie en opstellen van een nieuw document Landschappelijke kwaliteit buitengebied17.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Molenwaards kookboek | 2 0 1 6

kernkwaliteiten en de ingrediënten van het landschap

interviews met de gebruikers ‘de kwaliteit moet voorop staan’

10 recepten voor de toekomst

Aan de slag! plannen beter maken

ontwikkelen met kwaliteit

inhoud 05 Voorwoord

Inleiding 09 Aanleiding 10 Wat is ruimtelijke kwaliteit? 10 Voor en door de streek 10 Leeswijzer

Kwaliteiten van het landschap

Inleiding

p.07

19 Kernkwaliteiten 24 Ingrediënten

Kwaliteiten van het landschap

p.17

Landschap in ontwikkeling 39 10 belangrijkste ontwikkelingen

Aan de slag 45 In 7-stappen aan de slag

Landschap in ontwikkeling

p.37

De recepten 53 10 recepten

Het vervolg 121 120 Literatuurlijst 121 Colofon

Aan de slag

p.43

De recepten

p.53 2|

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K |3

voorwoord De gemeente Molenwaard is trots op haar landschap, met haar karakteristieke dorpslinten, een prachtig vestingstadje en een gevarieerd buitengebied. De gemeente koestert haar agrarische identiteit en haar rijkdom aan cultuurhistorie en is trots dat niet alleen de eigen inwoners maar ook de talrijke mensen die van heinde en ver ons gebied bezoeken Molenwaard zo waarderen. De ruimtelijke kwaliteit is een van de troefkaarten van Molenwaard.

Tegelijkertijd is het landschap van Molenwaard ook een levend landschap, continu in ontwikkeling. Die ontwikkeling is ook nodig om het landschap bij de tijd te houden, om tegemoet te komen aan de wensen van deze tijd. De gemeente hecht grote waarde aan de ruimtelijke kwaliteit, wil die ontwikkeling zorgvuldig afstemmen op de karakteristieke kwaliteit van het landschap.

‘Kwaliteit in Molenwaard moeten we koesteren’

Daartoe geeft de gemeente in het bestemmingsplan (en vanaf 2018 in de Omgevingsvisie) de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling aan. Binnen deze kaders wil de gemeente ontwikkeling stimuleren en aanjagen, inspireren en mogelijkheden bieden. Geen ‘nee, tenzij’ maar ‘ja, onder voorwaarde dat’. Over die voorwaarden gaat het in dit ruimtelijk kookboek. De gemeente wil aan het begin van een initiatief duidelijke ingrediënten als voorwaarde meegeven en initiatiefnemers inspireren, laten zien hoe met de ontwikkeling kan worden ingespeeld op de kenmerken van de plek, hoe de ontwikkeling zodanig kan worden uitgewerkt dat daarmee niet alleen de kwaliteiten behouden blijven maar ook nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd. Idealiter wordt ons gebied met toevoeging van de juiste ingrediënten ruimtelijk, sociaal, economisch en/of ecologisch interessanter. Met dit ruimtelijk kookboek biedt de gemeente zowel richtlijnen als een bron van inspiratie om ontwikkelingen op de juiste smaak te bereiden. Ik ben er trots op dat dit kookboek met onze inwoners tot stand is gekomen, dat tekent de betrokkenheid van onze inwoners bij hun dagelijkse woon-, werk- en leefomgeving. Samen maken we het Molenwaards landschap, dat is altijd zo geweest en zo zal het ook in de toekomst moeten zijn. Dirk Heijkoop Wethouder gemeente Molenwaard

4|

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K |5

INLEIDING 6|

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K |7

inleiding Het landschap van Molenwaard kent naast een verscheidenheid aan kernen een rijk gevarieerd agrarisch buitengebied. Het is het product van een lange geschiedenis, waarbij iedere episode zijn eigen aardigheden heeft toegevoegd zonder het voorgaande geheel uit te wissen. Het resultaat is een verhalend landschap, samengesteld uit elementen en structuren uit verschillende perioden. Bijzonder aan het landschap van Molenwaard is dat in de naoorlogse periode de verandering zich relatief geleidelijk heeft voltrokken. Grote transformaties zoals we die elders zo vaak zien zijn uitgebleven. Natuurlijk, dijken zijn versterkt, de landbouw is gemoderniseerd, wegen zijn aangelegd en woonkernen uitgebreid, maar in vergelijking met de meeste andere gebieden is de verandering beperkt. Dat maakt het landschap van Molenwaard tot een karaktervol en authentiek landschap. Authenticiteit is een belangrijke kwaliteit. In een wereld die steeds sneller om zijn as lijkt te draaien zijn mensen op zoek naar veilige thuishavens, naar plekken en dingen die ‘eigen’ zijn. Dat uit zich in de toenemende belangstelling voor de streekcultuur en streekproducten. Voorkomen moet worden dat de hang naar authenticiteit leidt tot de drang het landschap onder de glazen stolp te willen plaatsen. Ontwikkelingen moet men niet willen stoppen, dat is een heilloze weg; verandering hoort bij een levend landschap.

Ontwikkeling is nodig om ruimte te bieden aan nieuwe vragen die op het landschap afkomen. Het houdt het landschap ‘bij de tijd’ en biedt ook de mogelijkheid om kwaliteit toe te voegen. De gemeente Molenwaard hecht grote waarde aan de ruimtelijke kwaliteit. Zij wil de ontwikkeling zodanig geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht en nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd, en dat alles zodanig dat haar landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Daartoe is dit kookboek opgesteld, enerzijds om richtlijnen vooraf te geven maar ook om inspiratie bij de planuitwerking te bieden.

Ontwikkelingen in Molenwaard 8|

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K |9

inleiding Wat is ruimtelijke kwaliteit? Ruimtelijke kwaliteit gaat over meer dan ‘mooi of lelijk’. Het gaat ook over het gebruik en het functioneren van het landschap. Daarnaast gaat het om de herkenbaarheid van het verleden, om de natuur en de natuurbeleving.

• •

Het is een misvatting dat ruimtelijke kwaliteit plannen duurder maakt. Ruimtelijke kwaliteit draait vooral om de juiste aandacht op het juiste moment. Dat is het belangrijkste wat dit ruimtelijk kookboek beoogt. Om met een groot woonwarenhuis te spreken; ‘aandacht maakt alles mooier’.

•

Leeswijzer Het Molenwaards kookboek kent vier delen: • Het eerst deel beschrijft de kernkwaliteiten van het Molenwaards landschap. Deze zijn bepalend voor het huidige beeld van Molenwaard, voor de eigenheid van de streek. Deze kernkwaliteiten zijn ook van belang voor de toekomstige ontwikkeling. Uitgangspunt is dat ook in het landschap van 2050 deze kernkwaliteiten nog herkenbaar aanwezig zijn. • Het tweede deel gaat in op de ontwikkelingen die op het gebied af komen. De ontwikkelingen die in Molenwaard spelen zijn weliswaar relatief bescheiden van aard, maar vele kleine veranderingen tezamen hebben wel degelijk een grote impact op het ruimtelijk beeld. In dit kookboek komen de 10 belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen aan bod.

Het derde deel legt in een stappenplan uit hoe een initiatiefnemer aan de slag kan. Tot slot worden aan de hand van 10 basisrecepten handvatten gegeven voor de belangrijkste ingrepen in het landschap, zoals het bijplaatsen van een schuur of het uitbreiden van een dorpskern. Ieder recept geeft een overzicht van de ingrediënten waar men bij de ontwikkeling gebruik van kan maken (bouwstenen) en hoe deze bij de ontwikkeling toegepast kunnen worden (voorbeelduitwerking). Daarnaast zijn verspreid over het kookboek interviews met de echte streekbewoners opgenomen; de mensen die hier zijn groot geworden, die hier wonen en werken. In de interviews geven zij hun visie op de ruimtelijke kwaliteit.

voor de streek door de streek Het landschap van Molenwaard is door de eeuwen heen door de mensen gevormd. Ook nu zijn het nog altijd de mensen die het landschap maken. Het ruimtelijk kwaliteitskader kookboek wil die kwaliteiten behouden die door de streek als kwaliteit worden herkend en knelpunten oplossen die door de mensen uit de streek als probleem worden ervaren. Daarom is dit kader kookboek in een nauwe samenwerking met de streek opgesteld. In drie participatieve avonden is gekeken naar de kwaliteiten van Molenwaard, de ontwikkelingen die op het gebied afkomen en de inpassing van deze ontwikkelingen. Hierbij is tekenen als middel gebruikt om tot gezamenlijke gedachten te komen. De tekeningen hebben een belangrijke input geleverd die terug te vinden is in dit kookboek. Daarnaast zijn er drie gesprekken geweest met de Raadswerkgroep.

10 |

Ophalen van kwaliteiten en diskwaliteiten

Ophalen van ontwikkelingen

Schetsen op mogelijke uitwerkingen

Schetsen op mogelijke uitwerkingen

Aanscherpen van de voorbeelduitwerkingen

Aanscherpen van de voorbeelduitwerkingen

Aanscherpen van de voorbeelduitwerkingen

Aanscherpen van de voorbeelduitwerkingen

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 11

inleiding

Plangebied gemeente Molenwaard 12 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 13

interview Wijnand Treure agrariër

Wat doet u in het dagelijks leven? Ik ben melkveehouder. Het beroep zit al generaties in de familie maar niet op dezelfde plek. We zijn vier jaar geleden naar het ruilverkavelingslint verhuisd. Hiervoor zaten we aan de Lekdijk, in het oude lint. Daar hadden we door alle omringende bebouwing onvoldoende ruimte om door te ontwikkelen, daarom zijn we toen uitgeplaatst. Welke rol heeft het landschap van Molenwaard voor u? Het Molenwaards landschap is een mooi en uniek landschap. Daar moeten we erg zuinig op zijn. Bijzonder is de openheid. Ik krijg het zelf altijd benauwd in de stad. Als het hier heel helder weer is dan zie ik de torenflats van Sliedrecht en dat vind ik eigenlijk al jammer. Die vergezichten vind ik heel bijzonder.

‘betrek andere mensen bij het maken van de plannen dan hoeft het ook niet veel te kosten’ 14 |

Wat is voor u kenmerkend aan Molenwaard? De landbouw is hier echt kenmerkend. Deze bepaalt voor het grootste deel het beeld van de polder. De ruilverkaveling in de jaren ’70 is voor de landbouw heel belangrijk geweest. Dat heeft Molenwaard op de kaart gezet. Het is nu, waar het de veehouderij betreft, de dichtst bevolkte gemeenschap in Nederland. Veel mensen waarderen het landschap zoals het nu is. Voor de landbouw is het belangrijk om rekening te houden met de andere bewoners. We moeten de landbouw niet te kolossaal laten worden en het erf passend bij de streek aankleden met beplanting. Wat is uw favoriete plek? Er is eigenlijk niet één plek specifiek te benoemen, er zijn hier zo veel plekken mooi. Ik zeg altijd “als je hier trouwfoto’s maakt hoef je nooit ver”. Een paar van die prachtige plekken zijn De Donk

en het gebied langs de Ammerse kade. De kracht van het landschap komt eigenlijk in alle jaargetijden wel naar voren. Met de schaats kun je hier op unieke plekken komen. Je beseft dan pas hoe mooi het hier is. Soms vergeet ik dat wel eens want deze omgeving is voor mij dagelijkse kost. Maar ’s ochtends blijft het beeld van de molens en de koeien in de wei heel speciaal. Wonen aan de Lekdijk vond ik ook bijzonder. Daar gingen we de dijk over en zag je over de Lek heen. Dat is ook prachtig. Welke boodschap heeft u voor het kookboek? Mijn advies is om de kwaliteit in het gebied te vergroten of in ieder geval te behouden. Wildvreemde projecten zou je hier niet uit de grond moeten stampen. Ik weet ook wel dat de economie moet draaien dus aan zoiets als een bedrijventerrein ontkom je niet, maar pas het dan zo in dat het niet hinderlijk is. Het zou naar mijn idee goed zijn om al een paar jaar van te voren bomen te planten, nog ruim voordat er gebouwd wordt, zodat er al iets staat. Op onze plek stond eerst ook nog geen boom. Samen met de natuurvereniging heb ik een plan gemaakt voor een gebiedseigen. Ik heb bomen geplant die uit het gebied komen en bij het gebied passen. Meer mensen zouden gebruik moeten maken van de kennis die in de streek, bijvoorbeeld bij de natuurverenigingen, aanwezig is. Er is zoveel knowhow, maak er gebruik van. Ik heb het gedaan en ik ben er blij mee.

Ik heb ook een vogelplan laten maken en dat voegt echt iets toe. Betrek andere mensen bij het maken van de plannen, dan hoeft het ook niet veel te kosten. Je krijgt dan een mooiere inpassing in het landschap. De ontwikkelingen blijven toch wel, dat kun je niet op slot zetten. Doe dit dan wel met de juiste zorg. Probeer het goed in te

passen op de plek waar het hoort. Je moet niet vastroesten maar zorgen dat het mooier wordt.. Hoe hoopt u dat Molenwaard er over 100 jaar uit ziet? Ik hoop dat het ‘Molenwaardgevoel’ blijft. Zo zijn nu de dorpskernen belangrijk. De gemeente zal waarschijnlijk alleen maar groter worden. Er moet daarom wel aandacht blijven voor de geluiden uit de kernen. Dat wordt denk ik moeilijker als alles groter wordt. Voor de landbouw is het zaak om geaccepteerd te blijven in de maatschappij. Met al het water is het voor grotere bedrijven niet eenvoudig om hier goed te boeren. Kavelruil is daarom belangrijk, ook om de weidegang in de benen te houden. Daarvoor moeten we in gesprek met de gemeente en met elkaar blijven. Ontwikkelingen moeten wel gestimuleerd worden, met oog voor kwaliteit. Alleen zo houden we ons landschap levend.

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 15

KWALITEITEN VAN HET LANDSCHAP 16 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 17

kwaliteiten De kernkwaliteiten bepalen de eigenheid van het Molenwaards landschap. Dit zijn de kwaliteiten die mede richting geven aan de toekomstige ontwikkeling van dit landschap. Het landschap moet zich kunnen ontwikkelen, maar de kernkwaliteiten die ten grondslag liggen aan de eigenheid van het landschap moeten behouden blijven. Bij het benoemen van de kernkwaliteiten gaat het om de vraag: Wat maakt het landschap van Molenwaard nu zo bijzonder en welke kwaliteiten moeten ook in de toekomst tekenend zijn voor het landschap van Molenwaard? Het landschap van Molenwaard is onderdeel van de Alblasserwaard en kent verschillende landschapselementen die voor dit gebied specifiek zijn. Deze kenmerkende landschapselementen vormen de ingrediënten van het landschap.

voor de streek door de streek Om te bepalen welke kwaliteiten van het Molenwaards landschap waardevol zijn is aan inwoners van Molenwaard gevraagd om ‘mooie’ voorbeelden maar ook de ‘nietmooie’ voorbeelden te duiden. Molenwaard kent prachtige landschappen en plekken. De inventarisatie van kwalitatieve plekken laat bijna letterlijk de structuur van de oude linten zien. Daarnaast wordt de verscheidenheid aan landschapselementen als tiendwegen, eendenkooien en molens als zeer waardevol ervaren.

Nieuwpoort Molenkade dijklinten

tiendwegen

boezem

De Donk

Kinderdijk

eendenkooi oude boerderijlinten

Er ook ontwikkelingen die minder wenselijk worden gevonden. Daarbij worden vooral de grootschalige ontwikkelingen als een diskwaliteit geduid, zoals de bedrijventerreinen aan de randen van de dorpen, drukke verkeersaders en grotere uitbreidingswijken.

0

1.000

2.000

3.000

4.000

bedrijventerreinen dijkversterkingen drukke verkeersaders

uitbreidings wijken bedrijventerreinen gaswinning

Inventarisatie van kwaliteiten en diskwaliteiten 18 |

Kernkwaliteiten van het landschap 0

1.000

2.000

3.000

4.000

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 19

kwaliteiten Herkenbaar verleden In Molenwaard zijn nog veel elementen uit het verleden zichtbaar, zowel aardkundig als bouwkundig als op het gebied van water en groen. Denk aan de donken, kreekruggen en huisterpen, aan de molens, oude boerderijen en historische dorpslinten, aan de boezems en wielen, aan de tiendwegen, kaden en hennepakkertjes. Hierdoor laat het landschap van Molenwaard zich lezen als een geschiedenisboek.

Landschap aan de rivier

Molenwaard is ook een landschap aan de rivier, vanaf de rivierdijk geniet men van vergezichten over de rivier en tot diep in de polder. Aan de rivier liggen tal van soorten watergebonden bedrijvigheid. Wielen herinneren aan de strijd tegen het water.

Gelaagd landschap

De Lek

Archetypisch polderlandschap Molenwaard is een typisch polderlandschap. Het landschap kenmerkt zich door openheid, hier kan men nog ver van zich afkijken. Het heeft een sterk agrarische identiteit, de koe staat hier nog gewoon in de wei. Het is waterrijk, natuurrijk en rijk aan molens. Kaden, tiendwegen en landweggetjes maken het landschap recreatief toegankelijk en de nachten zijn hier nog echt donker.

Divers samengestelde linten De historische linten kennen een gevarieerde opbouw met een menging van functies en een grote afwisseling in maat en ouderdom. Het water speelt een belangrijke rol in het beeld van het lint. Een lint is niet overal hetzelfde. Vaak is er binnen het lint een ‘centrumdeel’, waar de bebouwing dichter naast elkaar staat met relatief smalle doorzichten naar het achterliggend polderland. Naar de uiteinden verdunt het lint waarbij doorzichten talrijker en breder worden en voormalige (hennep)akkertjes en geriefhoutbosjes deel uitmaken van dit doorzicht. Bij de ruilverkaveling zijn moderne, stoere productielandschappen ontstaan. De boerderijen zijn eigentijds en staan op een ruime onderlinge afstand aan het ruilverkavelingslint. De boerderijen, schuren en erven zijn van een flinke maat. Het ruilverkavelingslint heeft een zuiver agrarisch karakter, menging van functies komt hier nagenoeg niet voor. Weids en open polderlandschap

Dijklint

Verscheidenheid aan landschapselementen Binnen dit open landschap is er een rijkdom aan kleine landschapselementen, zoals beplante achterkaden, huftbosjes, hovelingen aan de tiendwegen, knotwilgen op de koppen van de kavels en de verspreid gelegen eendenkooien. Deze maken deel uit van de geschiedenis van Molenwaard en maken het verhaal van het landschap zichtbaar.

Elke kern zijn eigen identiteit Molenwaard telt, naast het vestingstadje Nieuwpoort, 12 lintdorpen. Deze hebben allen een eigen karakter, dat mede wordt bepaald door de situatie van waaruit ze zijn ontstaan. Zo zijn linten gevormd aan voormalige veenstromen, op oude kreekruggen, aan de Lekdijk en aan gegraven water. Het verschil in oorsprong maakt dat deze 13 kernen onderling verschillen, ieder hun eigen identiteit hebben. Doordat de dorpen aanvankelijk heel geleidelijk, bijna woning voor woning, zijn gegroeid is er binnen het dorp een grote verscheidenheid in ouderdom en bouwstijl, en komen ook binnen het dorp veelal nog open landjes voor.

Beplante kaden 20 |

Historische kern van Nieuwpoort M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 21

kwaliteiten dijklint historisch lint ruilverkavelingslint kern molengebied intensieve landbouw reguliere landbouw fruitteelt natuur rivier boezem

Kernkwaliteiten Molenwaard 22 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 23

ingrediënten

Veen, donken en kreekruggen Het landschap is gevormd op een ondergrond van dekzand, waarop de wind tijdens de laatste ijstijd rivierduinen heeft gevormd. Toen na de laatste ijstijd de temperatuur steeg en het gebied met het stijgen van de zeespiegel vernatte is op deze ondergrond van zand een circa 11 meter dik veenpakket gevormd. Daarbij zijn de hoogste rivierduinen niet afgedekt, deze zijn nu nog als zandkoppen (donken) in het veengebied herkenbaar. Het veencomplex werd doorsneden door oude kreken en riviertjes, waarvan de beddingen later zijn verland. Door de klink van het veenpakket liggen deze oude stroombeddingen nu als hoger gelegen kreekruggen in het landschap.

Voormalige veenstromen Deels zijn de oorspronkelijke veenstromen nog aanwezig, zij het in getransformeerde vorm. De Alblas, het Achterwaterschap en de Ammersche Boezem vinden hun oorsprong in een oude veenstroom.

Samengevat bestaat de ondergrond uit veen met plaatselijk zandopduikingen (donken), doorsneden door verlande stroombeddingen (kreekruggen).

24 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 25

ingrediënten

Historische boerderijlinten Vanaf circa 1000 na Christus heeft men de ontginning van het veencomplex letterlijk ter hand genomen. Daarbij werden bloksgewijs delen uitgegeven. De ontginning van het veencomplex startte vanaf de oevers van de Alblas en de Lek en vanaf de kreekruggen, deze boden door hun hogere ligging en steviger ondergrond de beste condities. Later is het lint van de Alblas naar het oosten doorgetrokken waarbij in het verlengde van de Alblas de Graafstroom is gegraven. Nog altijd zijn de oorspronkelijke ontginningsassen als oost-west gerichte bebouwinglinten herkenbaar. Hieraan staan, vaak iets verhoogd, de historische boerderijen zij aan zij.

Zijdwendes en achterkaden Haaks op de ontginningsbasis, het lint waaraan de boerderijen stonden, werden sloten gegraven om het veen te ontwateren. Door de verbeterde ontwatering zette echter ook de oxidatie van het veenpakket in, waardoor de bodem daalde. Om de toestroom van zuur water vanuit de nog niet ontgonnen omgeving op het in cultuur genomen blok tegen te gaan zijn zijdwendes aangelegd. zijdwende

achterkade

Naar achteren werd het blok door een achterkade begrensd. Vaak kennen deze kades een meer doorgaande struweelbeplanting. Anders dan de tiendwegen, die een pluksgewijze beplanting van bomen kennen, vormen zij meer continue ‘groene linten’ in het landschap.

toemaak

26 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 27

ingredienten ingrediënten

Molens Molens, en later gemalen, sloegen het water vanuit het ontginningsblok uit op boezems. Wereldwijd is Molenwaard nog altijd de gemeente met het grootste aantal molens. De dubbele molengang van Kinderdijk trekt als werelderfgoed jaarlijks tienduizenden bezoekers van over de gehele wereld.

28 |

Knotwilgen op de koppen van de kavels Het landschap van Molenwaard is rijk aan knotwilgen. Deze staan op de voorzijde van de kavels, langs de eerste meters van de kavelgrens. Hiermee is het landschap in de omgeving van de linten meer besloten, met relatief veel knotbeplantingen in het veld, verder naar achteren wordt het landschap opener.

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 29

ingrediënten

Tiendwegen en hovelingen Het land dat het dichtst bij de boerderij ligt wordt vanouds het meest intensief gebruikt. Om de bodemvruchtbaarheid van dit voorste deel op peil te houden is regelmatig met bagger vermengde mest, de zogeheten ‘toemaak’, opgebracht. Het achterste deel van de kavel werd veel extensiever gebruikt als hooiland met soms kleine griendbosjes. De lange kavels zijn aan de achterzijde ontsloten door tiendwegen; smalle landwegen met aan beide zijden water. Aan deze tiendwegen lagen de achteringangen tot de percelen. De lengte van de percelen maakte dat deze achteringangen, vooral tijdens de hooitijd, veel werden gebruikt. Ter versterking van de draagkracht van de venige bodem zijn bij de toegang tot het perceel bomen geplant. De wortels van deze bomen, vaak wilg of es, versterkten de bodem.

Eendenkooien en huftbosjes Lange tijd was de vangst van wilde eenden voor de boeren een belangrijke bron van neveninkomsten. Dit werd gedaan in de zogeheten eendenkooien. Dit is een met beplanting omgeven beschut water met vangarmen. Verspreid over het landschap van Molenwaard liggen nog enkele eendenkooien. eendenkooi tiendweg met hoveling

huftbosje

Het landschap telt ook verscheidende kleine bosjes, de zogeheten huftbosjes, die het vee schaduw bieden. Om te voorkomen dat het vee de bosjes kaal vreten waren zij aanvankelijk door een ringsloot omgeven. Later is deze veelal vervangen door prikdraad.

Hierbij ontstonden de karakteristieke hovelingen. Een hoveling wordt gevormd door het bruggetje dat toegang biedt tot het perceel, het hek met twee vleugels en twee tot vier (geknotte) bomen aan beide kanten van de oversteek, zodat de wortels de draagkracht van de bodem versterkten. Deze hovelingen geven de tiendwegen een specifiek beplantingsbeeld; pluksgewijze boombeplanting, gekoppeld aan de achter toegangen tot de percelen. 30 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 31

ingrediënten

Oude Hollandsche waterlinie Het vestingstadje Nieuwpoort, aan de Lek, was onderdeel van de Oud Hollandsche waterlinie. Anders dan de organisch gegroeide dorpen met hun geleidelijke overgang naar het landelijk gebied is dit een stelselmatig ontwikkeld stadje, waarbij de vestingwerken een harde scheiding tussen ‘stad’ en ‘land’ vormen. De regelmatige opbouw met lange straatwanden, de rijke geornamenteerde gebouwen, de centrale gracht en de aanwezigheid van de kanonnen maken Nieuwpoort tot een echt stadje.

32 |

Ruilverkavelingslinten Begin jaren zestig van de vorige eeuw zijn in het kader van de ruilverkaveling boerderijen van het oude lint verplaatst naar een locatie in het veld. Hierbij zijn nieuwe linten gevormd waar moderne boerderijen op ruime afstand van elkaar staan. Deze boerderijen vormen met hun opstallen markante massa’s in het overwegend open landschap.

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 33

ingrediënten

Veen, donken en kreekruggen

Voormalige veenstromen

Ontginningssysteem

Ingenieus watersysteem

Historische linten

Ruilverkavelingslinten

De provinciale weg als eigentijdse ruggengraat De provinciale weg N214 ligt royaal in het landschap. Bij de aanleg van de weg is veel ruimte gereserveerd voor een krachtige landschappelijke inpassing. Vanaf de snelweg voert de N214 eerst langs het Alblasserbos. Vervolgens voert deze weg door het open polderland, maar wordt deze rijkelijk geflankeerd door bosschages, open weitjes en monumentale wegbeplanting. Het resultaat is een aantrekkelijk ingepaste weg, met gecomponeerde doorzichten op het open polderland. Naast een prettige beleving vanaf de weg levert dit in het landschap een krachtige groenstructuur op. De provinciale weg is naast een verkeersader vooral ook een ruimtelijke ruggengraat van formaat.

34 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 35

LANDSCHAP IN ONTWIKKELING 36 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 37

1

Schaalvergroting landbouw in nieuw lint

4

Uitbreiding bedrijvigheid in oud lint

7

2

Schaalvergroting landbouw in oud lint

5

Vrijkomende agrarische bebouwing

8

3

Inbreiding in oud lint

6

Uitbreiding dorpskern

9

ontwikkelingen Vanuit de samenleving komen voortdurend nieuwe vragen op de omgeving af. Deze maken dat het landschap continu in ontwikkeling is. Bijzonder aan het landschap van Molenwaard is dat de naoorlogse verandering relatief bescheiden is gebleven. In de recente geschiedenis van het landschap van Molenwaard hebben zich ruimtelijk geen snelle omwentelingen voorgedaan. Dat betekent niet dat het landschap niet is veranderd, geenszins, maar de verandering is meer geleidelijk verlopen. Al die kleine veranderingen samen hebben wel degelijk een grote impact op het ruimtelijk beeld. Het landschap van Molenwaard is het resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen mogen het verleden niet uitwissen. Waar mogelijk moet de nieuwe ontwikkeling worden gebruikt om elementen uit het verleden te versterken, om structuren uit het verleden die dreigen te vervagen weer herkenbaar te maken. Kortom, de uitdaging is de ontwikkeling zodanig vorm te geven dat het verleden aan het landschap afleesbaar blijft. De opgave reikt echter verder dan het behouden van de kwaliteiten van het verleden. Wanneer het zo is dat het landschap continu in ontwikkeling is, dan moeten we ook durven nieuwe geschiedenis aan het landschap toe te voegen, nieuwe tijdlagen te ontwikkelen, in harmonie met het bestaande.

Dit kookboek formuleert richtlijnen voor de 10 belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen die momenteel aan de orde zijn en waar nog geen of ontoereikend afwegingskader voor is opgesteld. In overleg met de bewoners, de bestuurders en de gemeenteraad zijn de volgende 10 ontwikkelingen geselecteerd. Vanuit de landbouw •• Schaalvergroting in het ruilverkavelingslint •• Schaalvergroting in het historisch lint

Uitbreiding bedrijventerrein dorpskern

Uitbreiding verblijfsrecreatie

Uitbreiding recreatieve verbindingen

10

Vanuit wonen en werken •• Uitbreiding dorpskernen •• Uitbreiding bedrijventerrein bij een dorpskern •• Inbreiding in het lint •• Uitbreiding bedrijvigheid in het lint •• Vrijkomende agrarische bebouwing in het historisch lint Vanuit recreatie •• Uitbreiding van verblijfsrecreatie •• Uitbreiding van recreatieve verbindingen Vanuit energie •• Inpassing van nieuwe vormen van herwinbare energie

Inpassing herwinbare energie 38 |

De 10 belangrijkste ontwikkelingen M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 39

interview Gezinus Goeree taskforce economie

Wat doet u in het dagelijks leven? Ik ben ondernemer in de administratief dienstverlenende sector. Daarnaast zit ik in de taskforce economisch actieplan Molenwaard en ben ik penningmeester van de ondernemersvereniging NieuwLekkerland. Welke rol heeft het landschap van Molenwaard voor u? Als ik 200 meter vanaf mijn huis loop, loop ik op een tiendweg en ben ik midden in het groene landschap van de Alblasserwaard. Dat verveelt nooit, het is altijd anders. De natuur is heel dichtbij en je ziet verschillende weidevogels, waaronder ooievaars. Het geeft me rust en een gevoel van ruimte. Dit geldt niet alleen voor mijn eigen woonplaats maar ook voor de andere dorpen. Vanuit elk dorp zit je zo in het open landschap. Dat is het mooie van deze gemeente. Wat is voor u kenmerkend aan Molenwaard? Vanuit de economie is het een heel divers gebied, natuurlijk zijn er de agrarische en de watergebonden bedrijven. Je kan niet echt zeggen: dat is van de Molenwaard. Er zit hier gewoon van alles. Ik denk wel dat er meer uit te halen is. Zo denk ik dat een innovatief bedrijf dat iets wil doen met duurzaamheid hier zich heel goed kan vestigen. Dat geldt ook voor ingenieursbureaus, architecten en high-tech bedrijven

‘niet te moeilijk doen’ 40 |

Wat is uw favoriete plek? Daar heb ik eigenlijk nog nooit echt over nagedacht, er zijn zoveel mooie plekken. Tot een paar jaar geleden maakte ik nog lange wandelingen door de Alblasserwaard en dan waren er verschillende hoogtepunten langs de route. Bijvoorbeeld buurtschap De Donk. Een andere wereld, zo dichtbij.

Binnen mijn eigen woonplaats Nieuw-Lekkerland zijn er ook meerdere locaties die ik heel mooi vind. De kerk op de Lekdijk met de goed onderhouden panden eromheen. Dit geeft iets weer van de authenticiteit van NieuwLekkerland als dijkdorp. Op de rand van Nieuw-Lekkerland richting Alblasserdam heb je de Middelweg, dat was vroeger de belangrijkste straat van NieuwLekkerland. Hij loopt door tot het Achterwaterschap met het witte fietsbruggetje. Vandaar zie je de Alblasserwaard in al haar facetten: water, molens, grasakkers met op de achtergrond de bebouwing van woon- en industriegebieden. Wat ik ook mooi vind is de nieuwbouw aan de Middelweg. Een voorbeeld van hoe je oudbouw kan vervangen door nieuwbouw. Hoewel het nieuwbouw is, is het karakter nauwelijks veranderd. De charme is in stand gebleven. Hiervoor een pluim voor de woningbouwvereniging.

zooitje waarbij de verschillende tijden zichtbaar zijn. Hoe hoopt u dat Molenwaard er over 100 jaar uit ziet? Ik hoop dat het niet te veel is veranderd. Dat is wellicht een utopie. Ik hoop dat er nog veel groen is, dat het karakter nog steeds relatief in stand is gebleven. De kernwaarden moeten gehandhaafd blijven. Groen, grazend vee, groot en klein, veel water en ruimte om te recreëren. Er moet ook aandacht zijn voor nieuwe energiebronnen. Zorg dat je de regie in eigen hand houdt. Maar ja, over 100 jaar, dan hebben wij er helemaal niets meer over te zeggen. Op economische gebied heb ik de hoop dat de gemeente zich blijft ontwikkelingen. Probeer niet alles op te leggen van bovenaf. Laat ruimte om te ondernemen.

Welke boodschap heeft u voor het kookboek? Niet te moeilijk doen, niet te veel zeuren over mooi of lelijk. Dat is van alle tijden en heel persoonlijk. Laten we vooral bouwen en verbouwen met respect voor de omgeving, elkaar en ieders portemonnee. Het kookboek moet toepasbare en uitvoerbare richtlijnen geven. Dan kunnen vergunningaanvragers en vergunningverstrekkers met elkaar een bouw-/ verbouwaanvraag behandelen. We moeten het samen doen, overheid en bevolking. Dan krijg je kwaliteit. Dat bepleiten we in de Taskforce ook en dat gaat werken. Ambtenaren willen graag in de voorfase meedenken bij de ontwikkeling van projecten. Het landschap moet vooral groen blijven. Maar de diversiteit moet ook blijven. Een georganiseerd M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 41

AAN DE SLAG 42 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 43

aan de slag Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij in hun plannen de ruimtelijke kwaliteit als volwaardig aspect meenemen. Dit kookboek laat zien hoe u dat aan kunt pakken, hoe u daarbij letterlijk ‘te werk’ kunt gaan.

Stap 1: de voorbereiding - verdiep u voorafgaand in de procedure

1

Het opnemen van ruimtelijke kwaliteit, van landschap en cultuurhistorie in de planvorming is geen last, integendeel, het is naast leuk bovenal een kans om tot betere plannen te komen. In een tijd waarin veranderingen elkaar snel opvolgen en gebieden steeds meer op elkaar gaan lijken, zoekt men meer en meer naar een omgeving met karakter, naar gebieden met identiteit. Door landschap en cultuurhistorie van begin af aan in de planvorming te integreren wordt een vervlakking voorkomen en kunnen weer karaktervolle gebieden ontstaan. Daarmee wordt geïnvesteerd in de landschappelijke kwaliteit van de toekomst. Bij iedere ontwikkeling is het belangrijk dat u zich in de kenmerken van de plek verdiept, dat u probeert de plek te doorgronden en onderzoekt hoe u met de ontwikkeling op die kenmerken in kunt spelen. Verdiep u in het bestaande landschap en gebruik het verkregen begrip om, met behoud van de kernkwaliteiten, het landschap te vernieuwen. In het navolgende wordt beschreven hoe u daarbij te werk kunt gaan. Door deze 7 stappen te doorlopen kunnen teleurstellingen worden voorkomen en wordt de kans vergroot dat er een plan ontstaat waar niet alleen u als initiatiefnemer, maar ook Molenwaard als geheel trots op mag zijn.

1

In 7 stappen aan de slag Stap 1: de voorbereiding

Stap 1: de voorbereiding - bekijk de mogelijkheden en beperkingen vanuit de regelgeving

2

Stap 2: breng de geschiedenis in beeld 44 |

Verdiep u voorafgaand in de procedure In de meeste gevallen is voor de uitvoering van uw initiatief een omgevingsvergunning nodig. Verdiep u eerst in de procedure, daarmee worden niet alleen misverstanden voorkomen maar mogelijk ook dat u werk dubbel moet doen. De sites www.omgevingsloket.nl en www. omgevingsvergunning.nl kunnen u hierbij al flink op weg helpen. Bekijk de mogelijkheden en beperkingen vanuit de regelgeving Op sommige plekken zijn ontwikkelingen vanuit de regelgeving gemakkelijker te realiseren dan op andere plekken. Op www. ruimtelijkeplannen.nl vindt u bestemmingsplannen, structuurvisies en algemene regels die zijn door opgesteld door gemeente, provincie en Rijk en die u inzicht bieden in de mogelijkheden en beperkingen van uw locatie. Stap 2: breng de geschiedenis in beeld Kijk in uw analyse ook naar de ontwikkelingsgeschiedenis van uw plangebied. Niet om op zoek te gaan naar vormen die zich laten kopiëren, maar wel om het huidige landschap beter te kunnen interpreteren. Wie zich verdiept in de ontstaansgeschiedenis van het landschap, gaat met andere ogen naar dat landschap kijken. Om met Johan Cruijff te spreken, ‘je gaat er pas naar kijken als je het ziet’. Vaak zijn van verschillende tijdlagen sporen in het landschap terug te vinden. Onderdeel van M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 45

aan de slag de analyse van de ontwikkelingsgeschiedenis is de vergelijking van historische kaarten. De site www.topotijdreis.nl kan u hierbij helpen. Deze site is sowieso interessant om eens te bezoeken, dan kunt u zien hoe uw voorvaderen hier hebben gewerkt en gewoond.

Stap 3: onderzoek de huidige landschappelijke kenmerken

3

Stap 3: onderzoek de huidige landschappelijke kenmerken Kijk goed naar het plangebied en zijn omgeving. Kijk niet alleen naar de plek zelf, maar plaats het plangebied in zijn wijdere omgeving. Bij de zichtbare kenmerken van het landschap gaat het om aspecten als de maat van het landschap en de eventuele contrasten in de maatvoering van het landschap (intiem en besloten versus weids en open), de kwaliteit van de randen van de ruimte, de richtingen, ritmiek en zichtlijnen in het landschap, de kavelpatronen etc. Kijk of u de belangrijke structuurlijnen kunt onderscheiden. Wat is de hoofdstructuur van het landschap en welke elementen zijn daaraan ondergeschikt? Het Gebiedsprofiel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, ontwikkeld door de Provincie Zuid-Holland, benoemt tal van aspecten die u hierbij kunnen helpen. Onderzoek hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot de maat van het landschap en van de objecten in de omgeving. Wat is de voor dit gebied kenmerkende maat? Kijk ook naar de nokrichting, rooilijnen, kleuren materiaalgebruik, nok- en goothoogte, kenmerkende detaillering etc. Hoe kan uw plan op deze kenmerken aansluiten? Wanneer uw ontwikkeling zich in of nabij een lint bevindt, kijk dan ook naar de ritmiek in het lint, de wijze waarop de verschillende objecten aan dat lint staan en de aanwezigheid van doorzichten vanuit het lint naar het achterland.

4

Stap 4: benoem kwaliteiten en knelpunten

5

Stap 4: benoem kwaliteiten en knelpunten Breng de kwaliteiten van uw plangebied in beeld. Wat zijn kwaliteiten waarvan u zegt; ‘die moeten in de nieuwe situatie in ieder geval terugkomen’. Wat zijn de kwaliteiten die met de ontwikkeling behouden of versterkt kunnen worden? Breng ook de knelpunten in beeld en beschrijf waar ontwikkeling mogelijkheden biedt om knelpunten weg te nemen. Stap 5: formuleer uitgangspunten waar uw plan aan moet beantwoorden Opgave is om uw ontwikkeling zodanig in te passen en vorm te geven dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten worden opgelost en nieuwe kwaliteiten worden ontwikkeld. Denk na over hoe u de nieuwe ontwikkeling kunt enten op bestaande patronen en structuren en daarmee die structuren hernieuwde betekenis en zeggingskracht kunt geven. Vanuit uw verkregen inzicht in geschiedenis, kwaliteiten en knelpunten van de plek kunt u uitgangspunten formuleren waar uw voorgenomen ontwikkeling aan moet voldoen. Deze bieden houvast voor de planuitwerking en de ruimtelijke inpassing daarvan.

Stap 5: formuleer uitgangspunten waar uw plan aan moet beantwoorden 46 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 47

aan de slag Bestaande kwaliteiten. •• Onderzoek hoe de kwaliteiten die uit voorgaande analyse naar voren zijn gekomen in uw plan kunnen worden opgenomen. Bestaande knelpunten. •• Onderzoek hoe uw plan de knelpunten die uit de analyse naar voren zijn gekomen oplost. Kansen voor nieuwe kwaliteit. •• Nieuwe ontwikkelingen vormen niet per definitie een aantasting van ruimtelijke kwaliteiten. Onderzoek hoe uw ontwikkeling nieuwe kwaliteit kan toevoegen.

6

Stap 6: zoek goede voorbeelden

7

Stap 7: teken de ontwikkeling en beschrijf de impact op het landschap

7

Deze uitgangspunten bieden handvatten voor de wijze waarop de nieuwe ontwikkeling in het historisch gegroeide landschap kan worden ingepast, voor de uiterlijke verschijningsvorm in samenhang met de omgeving, voor eventuele inpassingsmaatregelen als het wel of niet aanbrengen van beplanting. De 10 voorbeelduitwerkingen in hoofdstuk 5 geven u richtlijnen die u hierbij verder op weg kunnen helpen en tonen voorbeelduitwerkingen waar u inspiratie uit kunt halen. Stap 6: zoek goede voorbeelden Om de door u geformuleerde uitgangspunten te illustreren is het verstandig om hier goede voorbeelden, referenties, bij te zoeken. Referenties geven vaak ook inzicht in wat u wel wilt en wat niet. U kunt voorbeelden zoeken in de eigen omgeving maar ook daarbuiten. Een voorbeeld van elders Polder De Beemster in Noord-Holland is een van de mooiste en cultuurhistorisch gave polders van het land. Deze renaissancepolder is beschermd UNESCO werelderfgoed. Toen de CONO kaasfabriek (van de Beemsterkaas) moest uitbreiden is gekozen voor het contrast. De nieuwe fabriek staat als een eigentijds vormgegeven complex trots en zelfbewust in het hart van de polder en laat zien hoe oud en nieuw, ieder in zijn eigen vorm en aard, naast elkaar kunnen voorkomen.

Stap 7: teken de ontwikkeling en beschrijf de impact op het landschap Het is bijna nooit zo dat er maar een oplossing bestaat, bijna altijd zijn er meerdere oplossingen denkbaar. Door te tekenen ontdekt u welke denkbare oplossing uw voorkeur heeft. De laatste stap is om deze voorkeursoplossing gedetailleerd uit te werken en de impact van de ontwikkeling op de omgeving in beeld te brengen. Dat betekent dat u een nauwkeurige plattegrond moet maken, het kleur- en materiaalgebruik in beeld brengt en ook aan de hand van een tekening de nieuwe situatie in beeld brengt.

Stap 7: teken de ontwikkeling en beschrijf de impact op het landschap - werk uw voorkeursoplossing gedetailleerd uit 48 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 49

interview Teus Koorevaar gebiedsplatform

‘houd het verhaal in beeld’ 50 |

Wat doet u in het dagelijks leven? Ik ben docent in het technisch MBO en houd me in mijn vrije tijd bezig met cultuurhistorie. Bij het gebiedsplatform Alblasserwaard – Vijfheerenlanden ben ik voorzitter van de commissie beeldkwaliteit. Twee jaar terug hebben we onze visie beeldkwaliteit uitgebracht “het verhaal in beeld”. Dat gaat over ruimtelijke kwaliteit en de omgevingseisen die aan nieuwe ontwikkelingen gesteld moeten worden, denk aan vormgeving en kleurgebruik. Ik vertegenwoordig de belangen van de cultuurhistorie. Bij elke ontwikkeling kom je dat tegen.

Wat is uw favoriete plek? met de ontwikkeling meeweeft en De dorpskern van Wijngaarden, daar respecteert. Hiermee bedoel ik hoort een verhaal bij. Wijngaarden niet dat je het oude moet kopiëren. is als binnenwaardse ontginning Nieuwe ontwikkelingen moeten later ontgonnen dan plaatsen die laten zien dat ze nieuw zijn. Ik zie aan water lagen en vandaaruit zijn liever geen ontwikkelingen die ontgonnen. Wijngaarden ligt in geen rekening houden met de het midden van het gebied en was omgeving. Ontwikkelingen moeten daarom niet zo populair. Het was zich bewust zijn dat ze te gast in moeilijk om vanuit Wijngaarden je het landschap zijn. Dat hoeft niet producten af te zetten. Daarom ondergeschikt te zijn. Het mag kreeg het de naam Wijngaarden, als zijn eigen uitstraling hebben en loknaam om toch kolonisten naar dit moderne details bevatten. Laat gebied te krijgen. Daarnaast kreeg het niet zo zijn dat het contrasteert het extra voordelen. Zo hoefde men met de omgeving en daarmee alle hier geen belasting te betalen en aandacht naar zich toe trekt. Je geen mensen te leveren voor de moet je bewust zijn dat je in een Heirvaart. Het was ook een vrijplaats, omgeving met een sterk verhaal Welke rol heeft het landschap van mensen die een misdrijf hadden iets toevoegt. Molenwaard voor u? begaan konden hier verblijven Het landschap is het verhaal van het zonder te worden vervolgd.

Hoe hoopt u dat Molenwaard er verleden. De geschiedenis van mijn Het centrum van Wijngaarden is over 100 jaar uit ziet? voorgeslacht gaat heel ver terug in weinig verstoord. Als je kijkt naar Ik hoop dat het landschap van de dit gebied. Als ik hier rondrijd dan hoe het er in de Middeleeuwen uit toekomst nog steeds het verhaal zie ik de plek van mijn voorvaderen, zag dan is het weinig veranderd. van vroeger vertelt en dat dit de plek waar mijn genen liggen. Het De kern is niet uitgebreid. De afleesbaar is aan het landschap. landschap is voor mij met heel veel samenstelling ligt er nog precies Ik maak me wel zorgen omdat mensen verweven. Het is een stukje zo bij, met de kerk in het midden we hier toch te maken hebben identiteit van mezelf. van het dorp. In het kerkweer zijn met een gebied dat last heeft van armenhuisjes gebouwd, dit bracht bodemdaling. Daarnaast heb je bedrijvigheid in het dorp. Tegenover de dijkversterkingen en dat kost Wat is voor u kenmerkend aan de kerk is het café te vinden. De heel veel geld. Het wordt steeds Molenwaard? boerderij die er staat was van de duurder om het hier aantrekkelijk Het landschap was van oorsprong schout. Dat is ook de boerderij te houden. Uiteindelijk zullen een wildernis, een moerasgebied. waar later mijn voorgeslacht er wellicht ingrijpende keuzes Vanaf de 11e en 12e eeuw is het heeft gewoond.

Verder heb je het gemaakt moeten worden voor ontgonnen, in cultuur gebracht. schoolhuis en de raadskamer die dit gebied. Ik voorzie dat er veel Die basis ligt er nog steeds. een gezamenlijke entree hadden. De concurrentie zal zijn van andere Vanuit dit landschap hebben al die situatie en de verhoudingen tussen gebieden die daar minder last eeuwen de boeren hun inkomen de gebouwen is er nog steeds. van hebben. Bedrijven zullen gehad en hun leven geleden. Je Het schoolgebouw wordt opnieuw wegtrekken als ze hier teveel risico rijdt door een historisch en een ontwikkeld. Dan zie je dat bij zo’n lopen. Misschien wordt het gebied agrarische landschap. Dat is het ontwikkeling rekening gehouden dan weer teruggegeven aan de hoofdverhaal. Je ziet nu door nieuwe moet worden met de verhoudingen natuur. Dat is in die zin dan wel ontwikkelingen, door uitbreiding van van de verschillende gebouwen en weer hoopgevend voor het behoud woningen en bedrijven, dat er steeds het verhaal van de plek. Belangrijk van het oude verhaal. meer ruimtebeslag komt voor wonen hierbij is dat de details overeind en werken. Dit werken is anders blijven. dan agrarisch werken. Deze nieuwe ontwikkelingen moeten op de juiste Welke boodschap heeft u voor het manier worden ingepast om het kookboek? agrarische karakter herkenbaar en Hou het verhaal in beeld. Als je iets afleesbaar te houden.

Molenwaard ontwikkelt in Molenwaard, zorg dan is voor mij nog altijd een agrarisch dat je het verhaal van de plek kent of gebied. achterhaalt. Zorg dat je het verhaal M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 51

Aan de hand van 10 basisrecepten worden er handvatten gegeven voor de belangrijkste ingrepen in het landschap van de Molenwaard. De recepten volgen een eenduidige structuur zoals beschreven in het stappenplan. Elk recept geeft een beknopte typering van de opgave en de karakteristieke kenmerken en knelpunten die er spelen bij het vormgeven aan deze ontwikkeling. Om de ontwikkeling zorgvuldig in te passen zijn er bouwstenen op een rij gezet waar men bij een ontwikkeling gebruik van kan maken, de ingrediënten. In een voorbeelduitwerking wordt getoond hoe deze ingrediënten bij een ontwikkeling kunnen worden ingezet.

DE RECEPTEN 52 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 53

recepten

1. schaalvergroting landbouw in nieuw lint

Kwaliteiten - stap 4 Schaalvergroting in de landbouw in nieuw lint De relatief nieuwe boerderijlinten die bij de ruilverkaveling zijn ontstaan hebben een puur agrarisch karakter. Idealiter vormen de boerderijen groene eilanden in een overigens open en weids landschap. De boerderijen tonen zich trots en zelfbewust aan de weg, het erf biedt voldoende ruimte om de verschillende opstallen en silo’s te kunnen huisvesten en wordt met een groensingel omkaderd. In deze moderne productielandschappen staat de agrarische functie centraal. Hier krijgt de landbouw de ruimte zich door te ontwikkelen en is er de wens tot schaalvergroting. Dit uit zich in vergroten van de stallen, in het bijplaatsen van schuren of het vergroten of samenvoegen van agrarische kavels. Die ruimte wordt geboden, onder voorwaarde dat met deze vernieuwing wordt ingespeeld op de ruimtelijke karakteristieken en nieuwe ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd. Stoere ruilverkavelingslinten

Boerderijen als groene eilanden

Sterke agrarische identiteit

Gemis aan erfbeplanting

Bouwstijl sluit niet aan bij karakteristieken van de omgeving

Zorg voor een stoere eigentijdse vormgeving

Behoud doorzichten naar het achterland

Knelpunten - stap 4

Huidige landschappelijke kenmerken - stap 3

Doorzicht naar het achterland

Harde overgang naar het landschap

Ruilverkavelingslint

Referenties - stap 5 Erfbeplanting rondom het erf

Open slagenlandschap

Achterwetering

Huidige situatie 54 |

Zorg voor een landschappelijke omkadering met voldoende maat

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 55

recepten

1. schaalvergroting landbouw in nieuw lint

ontwikkeling

Richtlijnen - stap 6 Landschappelijke patronen • Sluit aan op het verkavelingspatroon en de verkavelingsrichting. • Behoud poldersloten en de eventueel aanwezige streekeigen landschapselementen. • Behoud doorzichten naar het achterliggende landschap. Uitstraling • Ontwikkel het boerenerf als een met groen omzoomd agrarische eiland in een open landschap. • Ontwikkel de boerderij trots en zelfbewust, stoer en eigentijds. • De boerderij ‘mag gezien worden’. Zorg dat vanaf de weg het bedrijf leesbaar is, dat de passant kan herkennen wat op het bedrijf gebeurt. Pas bijvoorbeeld doorzichten naar een open schuur in. • Bouw schuren en stallen bij voorkeur met een zadeldak en flauwe dakhelling, hanteer daarbij een goothoogte van maximaal 4 meter. • Wees terughoudend in kleur- en materiaalgebruik. Pas voor schuren en stallen een donkere kleur voor de daken toe en vermijd het gebruik van reflecterende materialen. • Behoud het puur agrarische karakter van de ruilverkavelingslinten en voorkom een menging met niet agrarische functies. Wanneer agrarische bebouwing vrijkomt vorm deze dan om tot agrarisch land en voeg dit bij het agrarisch bedrijf / de naastgelegen agrarische bedrijven. • Verplaats een bedrijf naar een bedrijventerrein wanneer de functie niet meer passend is binnen het agrarische karakter en de maat en schaal te groot wordt.

bouwstenen achtererf

voorerf

solitaire bomen

sier- of moestuin

boomgaard

haag

knot- houtstrook bomen

bomenrij watergang

doo

rkijk

Inpassingsmaatregelen • Zorg voor voldoende afstand tussen de boerderijen, met doorzicht vanaf de weg naar het aan- en achterliggend polderland. • Sluit met de vorm van het erf aan bij de bestaande verkaveling, maximaal twee slagen breed met een lengte-breedte verhouding van 3:5. • Herstel waar mogelijk het slagenlandschap door een nieuwe sloot langs de kavel in te passen. • Geef het erf voldoende maat, opdat in de toekomst eventuele nieuwe functies of uitbreidingen ook op het erf kunnen worden gesitueerd. • Bouw schuren en stallen in de richting van de verkaveling of in dezelfde lijn als de bestaande schuren achter op het erf. • Plaats sleuf- en voersilo’s achter op het erf en zorg voor een goede landschappelijke omkadering. • Omkader het erf met een gevarieerde singel van streekeigen inheemse beplanting, maar houdt aan de voorzijde zicht op de boerderij. • Geef deze singel voldoende maat, zodat deze zich zowel verhoudt tot de maat en schaal van dit moderne landschap als tot de maat en schaal van het bedrijf. Idealiter is de singel 6 tot 10 meter breed, met naast bomen (eik, es, els) ook bloeiende heesters (sleedoorn, meidoorn, hazelaar, gelderse roos, vuilboom, egelantier) aan de buitenrand. • Ontwikkel representativiteit naar de straatzijde, met een meer gedetailleerd woonhuis en een aantrekkelijk voorerf. • Ontwikkelingsprincipe met bouwstenen 56 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 57

recepten

1. schaalvergroting landbouw in nieuw lint

Voorbeelduitwerkingen - stap 7

Detail - stap 7 Sluit met de vorm van het erf aan bij de bestaande verkaveling, maximaal twee slagen breed met een lengte-breedte verhouding van 3:5. Zicht op boerderij

Geef het erf voldoende maat en omkader het met een gevarieerde streekeigen singel

Hagen als afscheiding van het voorerf

Aantrekkelijk voorerf

Ontwikkel een representatief voorerf.

Fruitbomen in voortuin

Herstel waar mogelijk het slagenlandschap door een nieuwe sloot langs de kavel in te passen.

Gevarieerde singel van streekeigen beplanting (6-10 m breed) Parkeren uit het zicht

Sleuf- en voorsilo’s uit het zicht en ingepast binnen groensingel

Doorzicht naar de schuur

Behoud en versterk zichtlijnen.

Schuur met zadeldak in tweede linie Ontwikkelingsmogelijkheid 1

Zichtlijn naar achterliggend landschap

Bouw schuren en stallen in de richting van de verkaveling of in dezelfde lijn als de bestaande schuren achter op het erf. Wees terughoudend in kleur- en materiaalgebruik. Plaats sleuf- en voersilo’s achter op het erf en zorg voor een goede landschappelijke omkadering.

Legenda

Ontwikkelingsmogelijkheid 2 58 |

woonfunctie

bomenrij

boerenerf

agrarische functie/schuur

verharde weg

verharding op erf

nieuwe schuur

watergang

solitaire boom

nieuwe of verbrede watergang

hoveling

landweg

boomgaard

zichtlijn M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 59

recepten

2. schaalvergroting landbouw in oud lint

Kwaliteiten - stap 4 Schaalvergroting in de landbouw in oud lint De historische linten kennen een gevarieerde opbouw. Binnen het lint is er een menging van functies en is er een grote afwisseling in maat en ouderdom. De boerderijen in het lint zijn overwegend historisch, vaak gebouwd op een huisterp, en kennen een sterk representatief voorerf en een meer landelijk achtererf. In de historische linten speelt de aanwezigheid van het water een belangrijke rol in het beeld. Vaak is binnen het lint sprake van een ‘centrumdeel’, waar de bebouwing meer schouder aan schouder staat met relatief smalle doorzichten naar het achterland. Naar de uiteinden verdunt het lint zich waarbij doorzichten talrijker en breder worden. Vaak maken daarbij voormalige (hennep)akkertjes en geriefhoutbosjes deel uit van dit doorzicht. Dit soort van streekeigen elementen versterkt de eigenheid van het gebied en maakt dat er vanaf de weg veel te zien is. Ook in de oude linten moet de landbouw, rekening houdend met de kenmerken van het waardevolle agrarisch cultuurlandschap, kunnen innoveren. Ook hier is schaalvergroting waaronder het vernieuwen, vergroten en / of bijplaatsen van schuren en stallen, aan de orde.

Kleinschalig en gemengde samenstelling

Doorzichten naar het landschap

Aantrekkelijk voorerf

Maat en schaal van uitbreiding niet passend in het lint

Harde overgang naar het landschap

Breng streekeigen inheemse erfbeplanting aan

Investeer in een aantrekkelijk voorerf

Knelpunten - stap 4

Huidige landschappelijke kenmerken - stap 3

Verlies aan doorzichten door verdichting Doorzichten naar het achterland

Referenties - stap 5 Historisch boerderijlint Graafstroom Streekeigen erfbeplanting Achterwetering

Huidige situatie 60 |

Plaats schuren achter op het erf en wees terughoudend in kleur- en materiaalgebruik

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 61

recepten

2. schaalvergroting landbouw in oud lint

ontwikkeling

Richtlijnen - stap 6 Landschappelijke patronen • Sluit aan op het verkavelingspatroon en de verkavelingsrichting. • Behoud poldersloten en de eventueel aanwezige streekeigen landschapselementen. • Behoud de doorzichten naar het achterliggende landschap. Uitstraling • Stem de maat en schaal van huis, schuren en stallen aan op de afmetingen zoals die in de directe omgeving in het lint voorkomen. • Zoek bij grotere volumes (7.500-10.000 m3) naar architectonische middelen om het volume te geleden en qua maat en schaal te laten harmoniëren met de overige bebouwing in het lint. Pas grotere volumes bij voorkeur in als ‘onderdelen in ensemble’ of zorg voor een geleding van de gevel om het grootschalige karakter te verzachten. • Sluit aan op de karakteristieken van het lint (situering, rooilijn, nokrichting, goothoogte en kapvorm). • Bouw schuren en stallen bij voorkeur met een zadeldak en flauwe dakhelling, hanteer daarbij een goothoogte van maximaal 4 meter. • Wees terughoudend in kleur- en materiaalgebruik. Gebruik voor het woonhuis uitsluitend natuurlijke materialen (baksteen, hout, gebakken pannen) die ook elders in het lint worden toegepast. Pas voor schuren en stallen een donkere kleur voor de daken toe en vermijd het gebruik van reflecterende materialen.

• Verplaats een agrarisch bedrijf naar een ruilverkavelingslint wanneer de maat te groot wordt, wanneer het bedrijf de schaal van het historische lint ontstijgt.

bouwstenen achtererf

voorerf

leibomen solitaire boom

sier- of boomgaard haag moestuin

knot- houtstrook bomen

bomenrij watergang

doo

rkijk

Inpassingsmaatregelen • Zorg dat de boerderij het zicht op essentiële kwaliteiten niet blokkeert. • Bouw bij voorkeur niet voorbij de wetering. • Bouw schuren en stallen in de richting van de verkaveling of in dezelfde lijn als de bestaande schuren achter op het erf. • Breng streekeigen inheemse erfbeplanting aan, niet met het doel schuren of stallen weg te planten, maar om de overgang naar de omgeving te verzachten. • Investeer in een aantrekkelijk voorerf. • Herstel waar mogelijk het slagenlandschap door een nieuwe sloot langs de kavel in te passen. • Investeer in natuurlijke oevers en voorkom harde beschoeiing. Plaats, waar beschoeiing toch noodzakelijk is, deze zo laag mogelijk bij de waterlijn en gebruik bij voorkeur een natuurlijke ogende beschoeiing of een streekeigen vorm van beschoeiing (wilgenvlechtwerk). • Pas het parkeren op een slimme manier in de erfinrichting in, uit het zicht of ingepast in bestaande schuren. •

Ontwikkelingsprincipe met bouwstenen 62 |

M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 63

recepten

2. schaalvergroting landbouw in oud lint

Voorbeelduitwerkingen - stap 7

Detail - stap 7

Behoud en versterk zichtlijnen.

Hagen als afscheiding van het voorerf

Breng streekeigen inheemse erfbeplanting aan om de overgang naar de omgeving te verzachten.

Aantrekkelijk voorerf Fruitbomen in voortuin Parkeren uit het zicht

Investeer in natuurlijke oevers en voorkom harde beschoeiing.

Streekeigen erfbeplanting

Doorzicht naar de schuur

Investeer in een aantrekkelijk voorerf.

Kavelsloot met natuurlijke oever

Schuur met zadeldak in tweede linie

Zichtlijn naar achterliggend landschap

Ontwikkelingsmogelijkheid 1

Bouw bij voorkeur niet voorbij de wetering.

Bouw schuren en stallen in de richting van de verkaveling of in dezelfde lijn als de bestaande schuren achter op het erf.

Ontwikkelingsmogelijkheid 2 64 |

Legenda

Wees terughoudend in kleur- en materiaalgebruik.

woonfunctie

boomgaard

boerenerf

agrarische functie/schuur

bomenrij

verharding op erf

Pas het parkeren op een slimme manier in de erfinrichting in, uit het zicht of ingepast in bestaande schuren.

niet agrarische bedrijvigheid

verharde weg

nieuwe schuur

watergang

brug

landweg

solitaire boom

zichtlijn M OLE NWA A R D S

K O O K B O E K | 65

interview Jacqueline Tinga

commissie ruimtelijke ordening en kwaliteit

Wat doet u in het dagelijks leven? Als burgerlid van de commissie ruimtelijke ordening en kwaliteit, vroeger ook wel welstand genoemd, ben ik net begonnen aan mijn tweede termijn van 3 jaar. Alle plannen die vergunningplichtig zijn komen op het eind bij ons langs en dan kijken we er naar en geven we een advies. Ik woon nu ruim 20 jaar in de gemeente. Ik ben begonnen met een cursus Boerenerf om meer te weten te komen van het landschap en de cultuurhistorie. De interesse voor cultuurhistorie, bouwen en de gemeente heb ik steeds verder uitgebreid. Welke rol heeft het landschap van Molenwaard voor u? Ik ben opgegroeid op het platteland, in een heel ander gebied dan hier. Dit is veeteelt en ik ben opgegroeid in een akkerbouw gebied. Wat gemeenschappelijk is, is de ruimte die je ervaart. Je kunt hier de luchten zien en de seizoenen beleven. Een veeteelt gebied is natuurlijk altijd groen, ik vind dat mooi. Verder heb ik samen met mijn man ook wat met het water. Hij heeft vroeger gevaren en we hebben een boot voor de recreatie. De Graafstroom, de Alblas of de Lekdijk, ik vind het allemaal heel mooi. Dat is voor mij de Alblasserwaard; het water, het groen, de ruimte, het licht en de lucht.

‘Ik hoop dat ontregeld wordt op de dingen waarop het kan’ 66 |

Wat is voor u kenmerkend aan Molenwaard? Het is bovenal een agrarisch gebied. In dit gebied zie je dat de tijd niet stil heeft gestaan. Dat er ontwikkelingen zijn geweest. Ik denk dat als je al die ontwikkelingen bij elkaar optelt blijkt dat ze een grotere impact hebben gehad dan dat je zou denken. Zo is de ruilverkaveling een onderdeel geweest van een heel proces. Het is onvermijdelijk

dat er veranderingen plaatsvinden, het is hier gelukkig geen openluchtreservaat. Het is wel een heel kwetsbaar gebied, vooral voor de verkeerde beslissing. Er zijn verschillende partijen, zoals de overheid, burgers en bedrijven, met verschillende belangen. Als er beslissingen worden genomen is cultuurhistorie vaak kwetsbaar bij de afweging van belangen.

moet je visie voor ontwikkelen. Ik zou ook graag willen dat alle partijen (randgemeenten, provincie, waterschap en gemeenten) samen een visie kunnen maken en gezamenlijk optrekken, dat er consistentie zit in het beleid. Daarnaast hoop ik dat mensen verder kijken dan alleen de korte termijn, dat ze ook aan een lange termijn visie durven vast te houden.

Wat is uw favoriete plek? Dat is er niet één specifiek. Ik denk dat het verschillende momenten of vergezichten zijn. Een voorbeeld is in de Alblas het gegraven stuk, en dan met name het stuk naar Ottoland waar je de eerste slinger maakt bij Brandwijk, dan kom je toch weer in een heel ander gebied met een heel andere beleving. Verder is het een gebied zonder toeters en bellen, zonder opsmuk, aards. Verder is het rijden over de Lekdijk, met zicht op de rivier, ook heel mooi. Maar ook de wipmolen van Aad Schouten vind ik prachtig. Het zijn eigenlijk meer de momenten die je hier kunt beleven als je er een beetje oog voor hebt. Dat heb je misschien niet elke dag. Een poosje geleden reed ik naar Groot- Ammers. Bij de brug over de boezem bij Nieuw-Lekkerland kijk je dan de polder in die een stuk lager ligt. De zonsopkomst met de mist in de polder, echt geweldig!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=b21f4e62-263f-4fe3-a40c-484f6a658a10