CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagen bij de toelichting omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Bodem

Raadsvergadering 23 september 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Bodem24.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22A BODEM Molenlanden TAM-omgevingsplan

Bijlagen bij de toelichting

1/2

DATUM KENMERK

27-06-2025 NL.IMRO.1978.TAMOPBodem-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Bodem M. Kegler

OPDRACHTGEVER Gemeente Molenlanden PROJECTNUMMER 20241260 AUTEUR STATUS

2/2

L. Slikker Ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Preambule Dit plan beoogt de regels voor het thema bodem te wijzigen voor het ambtsgebied van Molenlanden. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Molenlanden. De in dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk [22a] van het omgevingsplan van de gemeente Molenlanden. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening Omgevingsloket.nl Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1

Notitie afweging bouwstoffen reguleren

Bijlage 2

Verslag vooroverleg en participatie

Bijlage 3

Nota Zienswijzen Molenlanden

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Notitie afweging bouwstoffen reguleren

A: Motivering regeling voor (secundaire) bouwstoffen Inleiding In deze notitie, behorend bij de motivering van de wijziging omgevingsplan van gemeente Molenlanden voor onder andere het onderwerp bodemkwaliteit, beschrijven we de onderbouwing en noodzaak voor een regeling voor het toepassen van (secundaire) bouwstoffen (AVI-bodemassen, grondstabilisatie, metaalslakken en immobilisaten) en thermisch gereinigde grond. Onder de Omgevingswet zijn deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond onder beperkte voorwaarden vrij toepasbaar. Daarbij geldt wel een informatieplicht. Vanuit het voorbereidingsbesluit geldt in Molenlanden sinds 1 januari 2024 een verbod op het toepassen van deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. Het toepassen van deze stoffen is alleen mogelijk met een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In de ontwerpwijziging van het omgevingsplan hebben we het verbod doorgezet. Naar aanleiding van zienswijzen op het ontwerp omgevingsplan van gemeente Dordrecht hebben we dit instrument heroverwogen. In het definitieve wijziging van het omgevingsplan zetten we het verbod om naar een binnenplanse vergunningplicht. Hieronder wordt beschreven wat voor de gemeente aanleiding geeft om aanvullende regels te stellen voor het toepassen van (secundaire) bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. Vervolgens motiveren we de keuze van de regeling.

Waarom aanvullende regels? In paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna Bal) zijn rijksregels opgenomen voor het toepassen van bouwstoffen. Met een informatieplicht moet een aantal gegevens bij de gemeente worden aangeleverd over de toepassing van AVI bodemassen en immobilisaat. De kwaliteitseisen van de toe te passen bouwstoffen zijn vast gelegd in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Als voldaan wordt aan de eisen van het Bal en de Regeling bodemkwaliteit dan zijn de betreffende bouwstoffen vrij toepasbaar. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat ze onafgedekt mogen worden toegepast of in contact mogen komen met grond- of hemelwater. In de praktijk vinden incidenten plaats bij het toepassen van bouwstoffen. Deze incidenten veroorzaken onder andere verontreiniging van de bodem, grondwater en/of oppervlaktewater. Waar het mis gaat zijn het vaak de betreffende gemeenten die met de problematiek worden opgezadeld. Daarnaast is er de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het toepassen en de gezondheidsrisico’s van de bouwstoffen en naar de regels die hierbij gelden. De onderzoeksrapporten geven een zorgelijk beeld over de vrije toepasbaarheid van deze bouwstoffen en over de geldende regels, want die schieten tekort.

Bovenstaande leidt bij ons tot de conclusie dat de huidige landelijke regels voor het toepassen van AVI-bodemassen, grondstabilisatie, metaalslakken, immobilisaten en thermisch gereinigde grond onvoldoende bescherming bieden om verontreiniging van bodem, grondwater en/of oppervlaktewater te voorkomen.

In de Omgevingsvisie Molenlanden 2040 heeft de gemeente ambities ten aanzien van bodemkwaliteit vastgelegd, waaronder het middels een sturingsfilosofie voorkomen dat ontwikkelingen onomkeerbare gevolgen hebben voor het natuurlijk systeem van bodem en water en het streven om de bodemkwaliteit te verbeteren. Op basis van het voorzorgbeginsel kunnen overheden preventief maatregelen nemen als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen en risico’s kunnen hebben voor het milieu en de gezondheid. Op grond van het voorzorgbeginsel nemen wij , aanvullend op de landelijke regels, een binnenplanse vergunningplicht voor het toepassen van de hierboven genoemde stoffen op in het omgevingsplan. In bijlage 1 bij deze memo beschrijven we een aantal voorbeelden recente incidenten met het toepassen van bouwstoffen en een aantal recente onderzoeken naar het toepassen en de regels daarbij.

Regeling in het omgevingsplan De voorbeelden en onderzoeken geven inzicht in de (mogelijk) negatieve gevolgen van het toepassen van de bouwstoffen AVI-bodemassen, metaalslakken, immobilisaten, grondstabilisatie en thermisch gereinigde grond voor het milieu en de gezondheid. In onze ogen zijn dit voldoende zorgelijke signalen over de mogelijke milieuschade die kan optreden bij de (verkeerde) toepassing van deze bouwstoffen en thermisch gereinigde grond om terug te vallen op het voorzorgbeginsel. Ons doel is om deze zorgwekkende situaties te voorkomen, in lijn met onze omgevingsvisie. Het is al jaren bekend dat er milieurisico’s kunnen zijn bij het toepassen van bouwstoffen en thermisch gereinigde grond. De huidige wetgeving biedt op dit punt onvoldoende bescherming. Wij zijn van mening dat een binnenplanse vergunningplicht het meest geschikte instrument is om grip te krijgen op de problematiek. Een belangrijk voordeel van de vergunningplicht is dat de toepassing vooraf beoordeeld kan worden, indien gewenst of nodig in afstemming met de aanvrager of met partners (bijvoorbeeld andere overheden of het waterschap). We hebben beoordelingsregels toegevoegd om zo goed als mogelijk vooraf duidelijk te maken op welke punten een aanvraag wordt beoordeeld.

Vanwege de verouderde en onvolledige uitlogingsnormen hebben we in de beoordelingsregels opgenomen dat de bouwstoffen nu en in de toekomst niet in contact mogen komen met het grondwater en ook niet met hemelwater. Daarnaast moet het project onder meer voldoende schaalgrootte hebben en moet ook bij de aanleg uitloging of verontreiniging van de onderliggende bodem, het grondwater of het oppervlaktewater voorkomen worden. In bijlage 2 hebben we de kenmerken van de verschillende instrumenten op een rij gezet.

BIJLAGE 1

Voorbeelden van incidenten o -

-

-

Voorbeelden waar metaalslakken (verkeerd) zijn toegepast en milieueffecten ontstonden1: Spijk: 700.000 ton voor uitbreiding golfclub. Eerbeek: 240.000 ton staalslakken in een afvalberg om zonnepark te bouwen. Hellevoetssluis: onder een weg Oude Tonge: Verkeerd toegepast Onder provinciale wegen in Zeeland (en Flevoland) Fietspaden van Staatsbosbeheer: uitlogen van giftige Vanadium2

Uit deze voorbeelden blijkt ook dat veelal staalslakken verkeerd worden toegepast met gevolgen van dien. Ondanks de wetgeving. Ons doel is dit te voorkomen en beoordelingsruimte in te bouwen om een zorgvuldige toepassing te kunnen beoordelen (en afdwingen). o -

-

Voorbeelden waar AVI-bodemassen (verkeerd) zijn toegepast en milieueffecten ontstonden: Tjalmaweg Katwijk: onder nieuwe provinciale weg is Beaumix toegepast3 Elsloo: bij verbreding van de A2 is het voorstel om Beaumix toe te passen, maar deze bevatten hoge gehalten metalen en PFAS4

Voorbeelden van onderzoeken •

Evaluatie normeringskader (her)gebruik secundaire bouwstoffen, RIVM-rapport 202400745 Dit recente rapport van het RIVM evalueert de huidige normen (in de landelijke wet- en regelgeving) voor het toepassen van secundaire bouwstoffen. Het RIVM schrijft in het rapport: - Dat de (landelijke) normen nu niet genoeg rekening houden met de bijzondere eigenschappen die sommige bouwstoffen hebben. Ze worden te algemeen beoordeeld. - De bouwstoffen worden in dikkere lagen en met grotere hoeveelheden toegepast dan was gedacht. Daardoor kunnen de bouwstoffen bij toetsing wel aan de normen voldoen, maar in de praktijk toch ongewenste milieueffecten veroorzaken. Op basis van deze zorgwekkende constateringen geeft het RIVM aanbevelingen aan het rijk mee voor vervolgonderzoek: -

Rekening houden met het effect van de zuurgraad van bouwstoffen. “Sommige bouwstoffen hebben kort nadat ze zijn gemaakt een lage zuurgraad (of hoge pH). Na een

Zie: https://nos.nl/r/445697 en https://nos.nl/l/2542672 Zie: Risico's verkeerd gebruik staalslakken waren al tientallen jaren bekend - EenVandaag 3 Zie https://nos.nl/regio/zh-west/artikel/442931-schadelijke-stoffen-gevonden-in-water-onder1 2

nieuwe-provinciale-weg-mogelijk-verband-met-beaumix 4 Zie https://elsloo.info/nieuws/nieuws-dossiers/3766-verbreding-a2 5

Dit rapport is te raadplegen via https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2024D32286

-

tijd kan de zuurgraad door natuurlijke processen toenemen (de pH zakt), waardoor sommige metalen in grotere hoeveelheden uit bouwstoffen kunnen vrijkomen.” Methode ontwikkelen om nieuwe stoffen in bouwstoffen op tijd op te merken. Opnieuw in kaart brengen welke (nieuwe) stoffen in secondaire bouwstoffen kunnen zitten en bepaal hiervoor normen. Methode ontwikkelen om te beoordelen of bouwstoffen meerdere keren veilig kunnen worden (her)gebruikt. “Op basis van de resultaten van deze studie en de vervolgstudies kan de beoordeling van het (her)gebruik bouwstoffen worden verbeterd. Op termijn kan de normstelling hierop worden aangepast.”

In onze ogen is het een zorgwekkend signaal uit dit onderzoek over dat bouwstoffen alleen algemeen worden beoordeeld, terwijl elke bouwstof, zeker AVI-bodemassen, metaalslakken, grondstabilisatie en immobilisaten, unieke eigenschappen hebben. De huidige landelijke normen zijn niet toereikend genoeg aan de gevolgen van de toepassing van deze bouwstoffen en dekken dus niet dat milieuschade wordt voorkomen. Uit de aanbevelingen wordt duidelijk dat aanpassing van de normen, maar ook meer kennis over de bouwstoffen en registratie hiervan, nodig is. Ook moet rekening gehouden worden met de zuurgraad en moeten nieuwe stoffen op tijd opgemerkt worden.

•

Rekenkameronderzoek 2024: Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 ministerie van IenW6 In dit onderzoek van de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de beleidsresultaten (en uitgaven) ten aanzien van het gebruik van secundaire bouwstoffen in en op de bodem. Ten aanzien van de doelstellingen van het ministerie op gebied van een circulaire economie wordt ingezet op het gebruik van secundaire bouwstoffen in en op de bodem. Echter mag dit niet ten koste gaan van de bodemkwaliteit in Nederland en kleven er risico's aan het gebruik van secundaire bouwstoffen voor bodem, water en volksgezondheid. De Algemene Rekenkamer geeft aan dat in een circulaire economie het toepassen van secundaire bouwstoffen veilig hoort te zijn. Daarvoor moeten waarborgen worden ingebouwd om hoogwaardig hergebruik van bouwstoffen en bescherming van de bodem te garanderen. De Rekenkamer concludeert echter dat de verantwoordelijk staatssecretaris niet weet of de maatregelen die daarvoor moeten zorgen (in de huidige wetgeving) voldoen, terwijl zij wel op de hoogte is van de verschillende risico’s (5.3.6 Conclusie). De Algemene Rekenkamer constateert verder in het rapport dat de regels bepaalde risico’s voor mens en milieu niet goed ondervangen, namelijk: -

6

Risicovolle toepassingen zijn toegestaan. AEC-bodemas, vermengd met cement of andere bindmiddelen, wordt op veel plekken toegepast en hoeft niet gemonitord te worden, maar in die toepassing zit nog steeds verontreinigde bodemas. Aan de buitenkant is dit niet te zien en als deze beschadigd raken komt de verontreiniging in de bodem. Bovendien blijkt uit een studie van het ministerie dat na een lange periode door chemische processen en verwering van de bouwstof ook verontreinigde stoffen kunnen vrijkomen.

Dit rapport is te raadplegen via: https://www.rekenkamer.nl/binaries/rekenkamer/documenten/rapporten/2024/05/15/resultatenverantwoordingsonderzoek-2023-ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat/XII+IenW+WR.pdf Zie ook:https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2024/05/15/snel-maatregelen-nodig-voor-veilig-hergebruikvan-afvalstoffen

-

-

-

-

De regels niet meer actueel zijn voor de veranderde praktijk. De normen voor schadelijke stoffen in secundaire bouwstoffen zijn berekend op de manier van werken in 2008, terwijl de praktijk nu anders is. “Destijds ging het ministerie bij de toepassing van staalslakken uit van een dunne laag van maximaal 50 centimeter. Uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van de ILT, blijkt dat er veel meer staalslakken in dikkere lagen worden toegepast. Laboratoriumtesten die worden gebruikt om inzicht te geven in de veiligheid van de secundaire bouwstoffen gaan nog uit van een dunnere laag.” Sinds 2008 zijn er daarnaast veel nieuwe stoffen op de markt gekomen die niet in de wet- en regelgeving zijn opgenomen. Als deze nieuwe stoffen worden gebruikt in producten of verpakkingen, komen deze in ons afval terecht en daarmee in de AECbodemas. Het probleem is dat producenten van secundaire bouwstoffen niet hoeven te letten op veel van deze nieuwe stoffen. In 2006 is voor het laatst onderzoek gedaan naar welke stoffen in AEC-bodemas zitten. De huidige wetgeving houdt ook geen rekening met de omstandigheden op de locatie waar het materiaal wordt gebruikt. Volgens de huidige wetgeving mogen alle secundaire bouwstoffen overal worden toegepast. Dat maakt het mogelijk om op dit moment secundaire bouwstoffen in de beschermde drinkwatergebieden toe te passen.

Als er dan verontreiniging vrijkomt brengt dat de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater in gevaar. De bodemregelgeving is voor het laatst herzien in 2008. Door de staatssecretaris is een herijking van de bodemregelgeving aangekondigd. Alleen pas vanaf halverwege 2025 kan pas duidelijk worden aangegeven welke wetswijzigingen worden voorgesteld.

Kortom, de overheid weet onvoldoende over de kwaliteit van secundaire bouwstoffen, want dan moet eerst achterhaald worden wat er precies in zit. En dat is in 2006 voor het laatst onderzocht (wat er in ons afval zit en wat er in bodemas overblijft). De problemen met secundaire bouwstoffen spelen al jaren, maar er lijkt geen haast te worden gemaakt met de oplossing. De oplossing zit in de regels, opnieuw tegen het licht houden, verbeteren en handhaven, maar dit volgt pas na halverwege 20257. In onze ogen is dit een duidelijk signaal dat het landelijk beleid is verouderd en achterloopt op de praktijk en dus maatregelen op korte termijn nodig waren/zijn voor de bouwstoffen AVIbodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en staalslakken. Een oplossing op korte termijn wordt niet door het ministerie geboden. Vandaar dat er een voorbereidingsbesluit door de gemeente is genomen op 1 januari 2024 en dit gaat worden voortgezet met een omgevingsplanwijziging. Het is, zoals de Algemene Rekenkamer constateert, nodig om in een voorfase al maatregelen te kunnen opleggen om de risico’s op verontreiniging in te perken. Dat is niet mogelijk met huidige informatieplicht van het rijk. Daarnaast is sprake van nalatigheid van het ministerie.

Het meest recente nieuwsbericht is: https://www.nu.nl/klimaat/6349022/ministerie-negeert-oproepen-om-vervuilendestaalslakken-harder-aan-te-pakken.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F •

7

Andere relevante onderzoeken en stukken o Notitie Circulaire Bouwstoffen in de praktijk ODNL (2022)

Bron: https://www.rekenkamer.nl/actueel/andere-rubrieken/weblog/2024/pak-de-verontreiniging-doorbouwstoffen-aan#

o o o o o o

8

Literatuurstudie van het RIVM naar de Milieuhygienische kwaliteit van LD-staalslakken (april 2023)8 Quickscan gezondheidsrisico's van werken met grond die hergebruikte bouwstoffen bevat, RIVM (2013) Signaalrapportage ILT, 20199 en juni 2022 Omgevingsdienst Arnhem: gevaren van immobilisaat Onderzoek RHDHV immobilisaten

Toepassing van thermisch gereinigde grond. Een evaluatie en opties voor een toepassingskader, RIVM 202110

Te raadplegen via: https://www.rivm.nl/publicaties/milieuhygienische-kwaliteit-ld-staalslakken

Zie: Analyse risico's in de keten van bodemas | Signaalrapportage | Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 10 Zie https://www.rivm.nl/publicaties/toepassing-van-thermisch-gereinigde-grond 9

BIJLAGE 2 De verschillende mogelijkheden voor aanvullende bodemregels in het omgevingsplan.

•

Verbod

Met dit instrument geldt een absoluut verbod op de betreffende activiteit. Het is alleen mogelijk via een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) af te wijken waarvoor het beoordelingskader ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ geldt. Dit is het instrument met de hoogst mogelijke bescherming om in te zetten vanuit omgevingsrecht. Vanuit het voorbereidingsbesluit werd een verbod voorgesteld. Dit verbod impliceert geen medewerking. Dat is niet het uitgangspunt, want dat is een zorgvuldige toepassing. Zolang de risicovolle bouwstoffen en thermisch gereinigde grond zorgvuldig worden toegepast, is toepassing mogelijk.

•

Binnenplanse vergunningplicht

Met dit instrument kan de toepassing vooraf worden beoordeeld en kunnen indien nodig of gewenst vooraf maatregelen worden voorgeschreven. De voordelen: -

-

-

•

Met een binnenplanse verguninngplicht staan we het toepassen van de betreffende stoffen toe en kunnen we vooraf toetsen of de toepassing zorgvuldig is en welke voorschriften dat moeten borgen. Maatregelen achteraf meegeven is te laat, de activiteit is dan al gebeurd en moet dan worden hersteld. Uitloging of verontreiniging kan dan al hebben plaatsgevonden. De toepassing of verontreiniging achteraf ongedaan maken is in de praktijk lastig en (heel) duur. Aan de hand van de indieningsvereisten krijgen we voldoende gegevens om te kunnen beoordelen of de toepassen zorgvuldig is. Het geeft de gemeente beoordelingsruimte om elke aangevraagde toepassing zorgvuldig en op maat te beoordelen en vergunnen. Met de beoordelingsregels wordt zo veel als mogelijk duidelijkheid gegeven over de vergunbaarheid van het toepassen van een bouwstof. Er is ruimte om vooraf de zorgvuldige toepassing en eventuele maatregelen met de aanvrager of partners af te stemmen, te toetsen of voor te schrijven. Hiermee kan voorafgaand aan een werk consensus worden gezocht en wordt een ambtshalve (eenzijdig) opgelegd maatwerkbesluit, zoals bij een melding, voorkomen.

Informatieplicht

Bij een informatieplicht moet de indiener op een bepaald moment gegevens doorgeven aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan alleen toetsen of de gevraagde informatie wordt aangeleverd. De activiteit (toepassing) is al toegestaan. Een informatieplicht is onvoldoende om de volgende redenen: -

Dit instrument biedt geen ruimte om de toepassing en risico's te beoordelen. Als bevoegd gezag kun je alleen de gegevens die worden aangeleverd verwerken. Het

-

-

•

bevoegd gezag mag niet beoordelen en mag de indiener ook niet aanspreken. Als er geen gegevens worden aangeleverd is de toepassing nog steeds toegestaan. De toepassing kan niet worden tegengehouden, ook al past deze niet bij de functie van een locatie of gebied. Kleinschalige toepassingen kunnen niet tegengegaan worden, waardoor versnipperde toepassing mogelijk is, deze slecht terugneembaar is, later niet herkenbaar is als secundaire bouwstof en kan leiden tot diffuse verslechtering van de milieukwaliteit. Maatregelen om tijdens en na toepassing de zorgplicht te monitoren zijn niet te vragen/controleren. Er kan niet getoetst worden aan provinciale regelgeving ZHOV. Instructieregels of belangen van de provincie kunnen niet worden getoetst. Het bevoegd gezag kan de partij die de bouwstoffen toepast alleen aanspreken op de zorgplicht tijdens en na toepassen. Het gevoegd gezag moet zelf met bewijslast komen wanneer zij vindt dat een toepassing het milieu schaadt (pH strookje gaat nog wel, maar labanalyse is al duurder). Meestal is dat pas als de flora en fauna zichtbaar doodgaat. Het milieu heeft dan al schade opgelopen.

Meldingsplicht

Bij een meldingsplicht moet de indiener een aantal weken voordat hij de activiteit (toepassen) gaat uitvoeren melden aan het bevoegd gezag dat een toepassing gaat plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan alleen toetsen of de indieningsvereisten compleet zijn. De activiteit (toepassing) is toegestaan als de melding compleet is. Een meldingsplicht is onvoldoende om de volgende redenen: -

-

-

Zie ook de overwegingen bij de informatieplicht. Het bevoegd gezag kan alleen beoordelen of aan alle indieningsvereisten wordt voldaan. Het is alleen mogelijk om de indiener aan te schrijven op vereisten die missen. Het is niet mogelijk om preventieve maatregelen ten aanzien van de toepassing voor te schrijven. Na de melding maatwerkvoorschriften opstellen is mogelijk, maar vraagt een ambtshalve procedure (lastig uitvoerbaar binnen de termijn, omdat het gedegen onderbouwing en onderzoek vraagt). En de indiener krijgt in een laat stadium of achteraf nog extra maatregelen opgelegd. Buiten de meldplicht is het alleen mogelijk om aan te schrijven op basis van de zorgplicht. Dit kan alleen achteraf en dan heeft de toepassing al plaatsgevonden. Het is dan alleen mogelijk om mitigerende maatregelen voor te schrijven, maar de toepassing blijft op die plek en eventuele schade moet achteraf gemitigeerd worden. Het is verboden om zonder melding de activiteit uit te voeren. De indiener kan pas aan de slag na het melden. De melding is akkoord als voldaan wordt aan de indieningsvereisten. Voor toepassing kunnen alleen algemeen geldende regels worden vastgesteld, maar de toepassingen wil je juist per toepassing op een locatie afwegen. Weinig flexibel en alleen achteraf maatwerkvoorschriften op te leggen.

Bijlage 2 Verslag vooroverleg en participatie

Verslag van participatie en vooroverleg omgevingsplanwijziging Molenlanden bodemregels

Ten aanzien van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen ten aanzien van de regels voor bodem is door het college het participatietraject Bodemregels Omgevingsplan vastgesteld, waarin is bepaald dat de participatie in twee vormen zou worden uitgevoerd, namelijk informeren (meeweten) en raadplegen (meedenken). Er zijn binnen het traject 3 doelgroepen voor participatie onderscheiden: -

inwoners, bedrijven en organisaties in het algemeen, professionals in het ruimtelijke domein, specifiek bodemgerelateerd, overheden en stakeholders (vooroverleg)

Deze doelgroepen zijn op verschillende manieren meegenomen.

Inwoners, bedrijven en organisaties in het algemeen Deze doelgroep heeft via de publicatie van het voornemen in Het Gemeenteblad op 14 november 2024 (en in Het Kontakt op 13 november 2024) en een bekendmaking van de terinzagelegging van stukken in Het Gemeenteblad op 21 november 2024 (en in Het Kontakt op 20 november 2024) kennis kunnen nemen dat de op het voornemen van toepassing zijnde stukken via de gemeentelijke website ter inzage hebben gelegen van 22 november 2024 november tot en met 19 december 2024. Hierbij is aangegeven dat er op dit moment alleen kennisgenomen kon worden van de stukken (meeweten). Wel konden vragen gesteld worden. Resultaat: er zijn gedurende de termijn van ter inzagelegging geen vragen gesteld.

Professionals in het ruimtelijke domein, specifiek bodemgerelateerd Onder deze professionals verstaan wij onder andere aannemers en adviesbureaus in grond-, weg-, en waterbouw. Deze professionals zijn persoonlijk uitgenodigd voor een regionaal georganiseerd informatiemoment op woensdag 16 oktober 2024. Tijdens deze bijeenkomst konden vragen gesteld worden. Hiervan is een verslag gemaakt. Tevens bestond de mogelijkheid om, via een daarvoor regionaal beschikbaar gestelde website, een reactie op de voorgenomen wijziging indienen. Resultaat: er zijn tijdens de informatiebijeenkomst veel vragen gesteld welke zijn beantwoord. Deze vragen en antwoorden zijn vastgelegd als een ‘verslag van de informatiebijeenkomst wijziging bodemregels 16 oktober 2024’ (bijlage 1). Tevens zijn naar aanleiding van de bijeenkomst en de vooraankondiging van de wijziging van het omgevingsplan reacties binnengekomen van 2 partijen welke werkzaam zijn in de Grond-, wegen waterbouw (Grondbank en Boskalis) De reacties zijn gericht aan de 10 gemeenten in de regio. De vragen van Grondbank en reactie daarop van de OZHZ namens de gemeente in een emailbericht zijn bij dit verslag gevoegd als bijlage 2. De reactie en vragen van Grondbank

hebben geen aanleiding gegeven om het ontwerp van de omgevingsplanwijziging afwijkend van het concept van de omgevingsplanwijziging aan het college voor te leggen. De reactie van Boskalis en de reactie daarop van de OZHZ namens de gemeente in een emailbericht en Excel-bestand zijn bij dit verslag gevoegd als bijlage 3. De reactie en vragen van Boskalis hebben geen aanleiding gegeven om het ontwerp van de omgevingsplanwijziging afwijkend van het concept van de omgevingsplanwijziging aan het college voor te leggen. Overheden en stakeholders (vooroverleg) De overheden en stakeholders, zoals de provincie Zuid-Holland, Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio ZHZ, Stedin, Oasen, Prorail en Tennet zijn in oktober 2024 om advies gevraagd op de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan. Deze partijen hebben een set van de regels met een artikelsgewijze toelichting ontvangen. Zij kunnen de gemeente een advies geven gedurende het participatietraject. Daarnaast hebben andere overheden en stakeholders, zoals het ministerie van IenW, RIVM, GGD, DCMR en de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, een set van de regels met artikelsgewijze toelichting toegezonden gekregen Deze wijziging van het omgevingsplan volgt uit een regionale samenwerking, vandaar dat ook de reacties van Waterschap Hollandse Delta en Evides zijn binnengekomen en meegenomen in dit verslag.

Formeel valt Molenlanden niet onder het beheergebied van deze organisaties. Hieronder volgt een overzicht van de organisaties die hebben gereageerd.

De inhoud en beantwoording van de reacties die door partijen in het kader van het vooroverleg zijn gegeven, volgen hierna. In de beantwoording wordt aangegeven of de reactie tot een aanpassing van de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan heeft geleid.

1. Rijkswaterstaat Reactie Hartelijk dank voor het toesturen van het concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid. Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan.

Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Antwoord Niet nodig

2. TenneT Reactie Onderstaand vindt u onze reactie met betrekking tot het plan. Uitvoeren van werken en/of werkzaamheden In de concept Handreiking omgevingsplanregels voor het thema bodemkwaliteit van de regio Zuid-Holland Zuid staat onder meer opgenomen dat geen informatieplicht is bij kleinschalig graven (paragraaf 6.3). De werkzaamheden hoeven niet meer gemeld te worden wanneer sprake is van graven in een bodemvolume kleiner dan 25 m3 en in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde. Echter, deze kleine graafwerkzaamheden kunnen mogelijk in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding of andere hoogspanningsinfrastructuur plaatsvinden. TenneT wil graag deze plannen toetsen om vast te stellen of de ontwikkelingen geen aantasting veroorzaken aan de veiligheid en leveringszekerheid van deze hoogspanningsverbindingen. Wij verzoeken u daarom in de nota op te nemen dat: 1. Bij de uitvoering van werken en of werkzaamheden in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding veiligheidsvoorwaarden aangevraagd moeten worden bij toestemming@tennet.eu. 2. Zonder deze zogenaamde Toestemming de werken en/of werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Succes met het afronden van de regeling. Dank ook voor de mogelijkheid om input te leveren middels een vooroverlegreactie.

Als het lukt dat ontvangen wij graag op voorhand een informele terugkoppeling voordat het ontwerp ter inzage ligt. Antwoord Via een andere activiteit, namelijk activiteiten of het uitvoeren van graafwerkzaamheden nabij een hoogspanningsverbinding, zal worden gezorgd dat er een vergunningplicht dan wel meldplicht gaat gelden en geborgd wordt dat TenneT de plannen kan toetsen. Dit betreft de voormalige aanlegvergunning in bestemmingsplannen en deze aanlegvergunning geldt momenteel nog steeds via het tijdelijk omgevingsplan. Dit voorstel voor bodemregels is niet van toepassing op activiteiten ter bescherming van de hoogspanningsverbinding en heeft dus geen

betrekking op deze aanlegvergunning. Wat hier wordt geschrapt is namelijk de melding – toetsing – vanuit de bodemkwaliteit (milieu), dus de vraag of de grond vervuild is en wat gevolgen zijn indien de grond vervuild is.

3. Evides Reactie Document: Voorstel beleid hergebruik PFAS houdende grond ZHZ - technische versie voor markt v8.1 1) Figuur 1: Toepassingskaart PFAS houdende grond Zuid-Holland Zuid à De op deze kaart weergegeven ‘grondwaterbeschermingsgebieden’ zijn niet hetgeen normaliter onder grondwaterbeschermingsgebieden wordt verstaan (en ook niet wat in het landelijk toetsingskader wordt verstaan). In dit document is het een combinatie van waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringsvrije zones en gebieden voor aanvullende strategische voorraad. Dat is verwarrend en maakt onduidelijk, en juridische mogelijk discustabel welke maximale waarden voor hergebruik gelden. Goed om dit te verduidelijken. 2) Tabel 2: Grond Zone B – lokaal beleid à Waarom niet expliciet opgenomen welke maximale waardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Nu alleen opgenomen dat er geen maatwerk mogelijk is.

Prima om aan te geven dat maatwerk niet mogelijk is, maar ook waardes uit landelijk beleid opnemen, namelijk gebiedskwaliteit en wanneer niet bekend 0,1 ug/kg ds per individuele PFAS 3) Alle Tabellen: “overige PFAS” à Welke worden hiermee bedoeld? Op welke PFASparameters moet worden geanalyseerd? Welk analysepakket? Is er een partijkeuring volgens een specifieke methode vereist? 4) Algemeen: Hoe wordt toezicht en handhaving geborgd in de procedure van het maatwerkbesluit? Document: Regio Omgevingsplanregels Bodem sept 2024 5) Waarom matcht Tabel 11.14.1: afwijkende kwaliteitseisen zone B uit omgevingsplanregels niet met het bovenste deel van Tabel 2: Grond Zone B – lokaal

beleid uit de technische versie voor de markt? Daar staat namelijk ook nog een categorie wonen, industrie, infra, gbt in. 6) Op pagina 15 staat: “In grondwaterbeschermingsgebieden gelden ook eisen vanuit de provinciale omgevingsverordening. Op dit moment voldoen de eisen ook aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.” à Wat wordt hiermee bedoeld? Wat voor eisen? + klinkt alsof de provinciale omgevingsverordening iets anders is dan de ZuidHollandse Omgevingsverordening. 7) Waarom staat in de omgevingsplanregels bij afwijkende kwaliteitseisen niet expliciet welke maximale waardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Of op zijn minst expliciet dat het landelijk beleid uit het toepassingskader voor grondwaterbeschermingsgebieden van toepassing is, ook in zone B. 8) Artikel 11.30 à Waar komt de 0,06 mg/kg ds vandaan? Bij de uitleg wordt verwezen naar de INEVs maar die zijn toch verschillend voor ecologie en humaan? 9) Artikel 11.37 Maatwerkregel saneringsaanpak à Welke terugsaneerwaardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Expliciet maken. Antwoord 1) Wij sluiten met de term aan bij de aanwijzing in artikel 2.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV 2024). Hierin staat dat de grondwaterbeschermingsgebieden onderverdeeld zijn in: a. waterwingebieden; b. grondwaterbeschermingszones; c. boringsvrije zones; en d. gebieden voor aanvullende strategische voorraden.

De geometrische begrenzingen van de grondwaterbeschermingsgebieden staan opgenomen in figuur 1. Provincie Zuid-Holland heeft zelf regels gesteld in de ZuidHollandse Omgevingsverordening aangaande het toepassen van grond- en baggerspecie en de grondwaterbeschermingsgebieden ter bescherming van de drinkwaterwinning (zie § 3.3.6 Grond en baggerspecie, Artikel 3.41.). Het is inderdaad verwarrend en onduidelijk dat in het landelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021) een andere norm en uitleg staat. Mogelijk omdat het niet meer up-to-date is. 2) De gemeente stelt geen normen in grondwaterbeschermingsgebieden. Dit is de bevoegdheid van de provincie. De normen die in tabel B zijn opgenomen voldoen ook aan het provinciale beleid, daarom zijn deze normen niet opgenomen. Als wordt voldaan aan gemeentelijk beleid, dan wordt ook voldaan aan het provinciale beleid. Ons maatwerkbeleid gaat enkel over PFOA. Onze lokale normen betre en enkel PFOA en PFOS. Voor de overige PFAS- sto en is het provinciale en landelijke beleid geldig. Dit is niet opgenomen in de tabel. Het was niet de bedoeling om een allesomvattende

tabel te maken, alleen om het lokale beleid duidelijk te maken. Ik zal dit intern nog eens bespreken of we dit alsnog willen doen in de definitieve versie van dit stuk. 3) Overige PFAS zijn alle PFAS exclusief geen PFOA en PFOS. Voor PFOA en PFOS is lokaal beleid. Overige niet. Analysepakket volgt uit onderzoeksprotocollen en landelijke regels (Besluit bodemkwaliteit en landelijke handelingskader). Er is geen lokaal beleid voor onderzoek of onderzoeksmethoden. Over het algemeen moet altijd PFAS geanalyseerd worden bij een partijkeuring (alle grond is hierop verdacht). 4) Bij melding van een partij grond en aanvraag van maatwerkvoorschriften wordt de melding beoordeeld, het maatwerk afgewogen en een maatwerkbesluit opgesteld door een vergunningverlener. Vervolgens kan de grond worden toegepast. Onze omgevingsdienst is door al haar gemeenten gemandateerd om toezicht- en handhavingstaken uit te voeren voor zowel meldingen van toepassen van grond/baggerspecie als de maatwerkbesluiten. 5) In het omgevingsplan staan alleen de normen die afwijken van het landelijke beleid. In tabel 2 staan ook landelijke normen weergegeven zodat een algemeen totaalplaatje ontstaat voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Je kunt het dan makkelijker vergelijke met tabel 1; de landelijke normen. 6) Deze fout is hersteld.

Het beleid is opgesteld toen de provinciale milieuverordening Zuid-Holland (2021) van kracht was. Sinds 2024 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van kracht. Het lokale beleid voldoet aan beide. Dus bij opvolging van het lokale beleid overtreed je geen provinciale regels. 7) In het omgevingsplan staan gemeentelijke regels. Er staan daarom geen landelijke of provinciale regels in. Provinciale regels en landelijke regels zijn naast de lokale regels ook geldig. Het is niet werkbaar voor lagere overheden om alle regels van hogere overheden te herhalen. Als er dan een wijziging optreedt dan zou zij steeds genoodzaakt zijn al haar regels aan te passen. 8) De INEV wordt vastgesteld op basis van de gezondheidskundige en de ecologische risicogrenswaarden. Hierbij is de laagste waarde van hetzij het ecologisch risico, dan wel gezondheidskundige risico bepalend voor de uiteindelijke waarde. Voor PFOS, PFOA en GenX zijn de humane risicogrenzen bepalend. In tegenstelling tot de INEV’s uit 2020, die nog bepaald werden door de ecologische risicogrenzen. Zie ook memo "Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX" (RIVM 20 juli 2021).

9) De provincie heeft voor bodemsanering geen normen vastgesteld voor grondwaterbeschermingsgebieden. Deze zijn derhalve niet anders dan de lokale en landelijke normen. Voor lood en PFOA hebben wij lokale normen vastgesteld. Voor overige sto en en of bij niet genoemde gebruiksfuncties gelden de landelijke normen. Deze komen overeen met de kwaliteitsklasse die hoort bij de gebruiksfunctie van een locatie.

4. Oasen Reactie Op 21 oktober jl. heeft Oasen uw e-mail ontvangen inzake de concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid. We zien het als een goede basis om als drinkwaterbedrijf te worden betrokken in de ontwikkeling van nieuw beleid op basis van de gewijzigde wet- en regelgeving sinds het in werking treden van de Omgevingswet. Graag willen wij op dit concept reageren, middels deze e-mail. Drinkwaterbedrijf Oasen Drinkwaterbedrijf Oasen heeft als kernwaarden om onberispelijk drinkwater met grote leveringszekerheid en klanttevredenheid te leveren voor nu en in de toekomst. Onze infrastructuur (drinkwaterleidingen, als productie- en distributielocaties) en de bronnen voor drinkwater liggen binnen ons voorzieningsgebied over een aantal gemeenten in de provincies Zuid-Holland en Utrecht verspreid. Drinkwater is een primaire basisbehoefte en is in Nederland van topkwaliteit, dit komt onder meer door de zeer goede drinkwaterzuivering en infrastructuur. Daarom vragen wij aandacht aan de gemeenten binnen hun omgevingsprogramma’s voor de bescherming van de grondwaterwinningen en de infrastructuur van Oasen. Taken drinkwaterbedrijf Als drinkwaterbedrijf zijn we op verschillende manieren belanghebbende bij de bodemkwaliteit en de waterkwaliteit in ons gebied.

Enerzijds bevinden verschillende van onze grondwaterwingebieden voor drinkwaterbereiding zich in het plangebied. Anderzijds behoort een deel van het plangebied tot ons voorzieningsgebied, waarbinnen de drinkwaterinfrastructuur veelal ondergronds is aangelegd. Voor beide aspecten is dit concept van groot belang voor de drinkwaterproductie en -distributie. Bescherming bronnen voor drinkwater Voor de bescherming van de bronnen voor drinkwater is het van belang dat er zo min mogelijk vervuilende stoffen en micro-organismen in het grondwater terecht kunnen komen. Daarom zijn er door de provincies grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen waar specifieke regels gelden om de huidige grondwaterwinningen te beschermen. Gevolgen voor grondwater t.b.v. drinkwaterwinning De bescherming van huidige bronnen waar wij grondwater onttrekken en de zoekgebieden voor nieuwe winlocaties heeft een hoge prioriteit. We vinden het dan ook belangrijk dat de planwijziging vanuit gezondheidsoogpunt rekening houdt met de grondwaterbeschermingsgebieden. Tegelijkertijd zien we dat de bodemkwaliteit in deze regio o.a. voor wat betreft PFAS en aanverwante zeer zorgwekkende stoffen slechter is dan in veel andere delen van Nederland. In die zin waarderen we de aanpak van dit onderwerp en het aanscherpen van de regelgeving ten opzichte van die van 2018.

De mobiliteit van deze stoffen, wanneer deze in het grondwater belanden, baart ons wel zorgen, waar licht vervuilde grond op zwaarder vervuilde grond mag worden aangebracht. Wij constateren dat hierdoor de totale hoeveelheid PFAS in een gebied toeneemt, terwijl het risico bestaat dat deze stoffen vanwege hun karakter op termijn toch uit zullen spoelen naar diepere bodemlagen.

Bodemenergiesystemen en geothermie Als gevolg van de energietransitie wordt het drukker in de ondergrond door de opkomst van onder andere open en gesloten bodemenergiesystemen en geothermie. Van deze systemen is het soms nog onduidelijk wat ze op lange termijn voor invloed hebben op de grondwaterkwaliteit. Omdat de gemeenten bevoegd gezag zijn voor de gesloten bodemenergiesystemen, vragen wij terughoudend te zijn met de aanleg van bodemenergiesystemen nabij grondwaterwinningen. Ook zijn er risico’s van de energietransitie voor onze infrastructuur, met betrekking tot opwarming van de leidingen en het drinkwater. Wij vragen de gemeenten om bij het toepassen van een warmtenet rekening te houden met de ligging van de drinkwaterleidingen. Warmtenetten dienen zo ver mogelijk van de waterleidingen vandaan te blijven of, indien het niet anders kan, dient er te worden aangetoond dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft. Vanuit Oasen vragen wij daarom aan de regio Zuid-Holland Zuid, ten behoeve van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening, deze belangen mee te wegen in de concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid, zodat wij aan onze kernwaarden kunnen blijven voldoen.

Gevolgen voor de ondergrondse drinkwaterinfrastructuur Door de nieuwe regels zoals in het concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio ZuidHolland Zuid zijn uitgewerkt voorzien wij een belangrijke verzwaring van de regelgeving voor de drinkwaterinfrastructuur. Zowel op het gebied van beheer en onderhoud als op het gebied van nieuwe aanleg voorzien wij een belangrijke toename van de onderzoeks- en rapportageverplichtingen bij vergunningaanvragen of onderhouds- en beheeractiviteiten. Uiteraard zijn we overtuigd van het belang van een adequate uitvoering van de zorg voor de bodemkwaliteit. Tegelijkertijd zien we de effecten van een uitgebreidere onderzoeks-, informatie- en meldings- en vergunningplicht met enige zorg tegemoet, als we kijken naar het nu al overbelaste systeem. Graag gaan we het gesprek aan, wellicht samen met ons collega-drinkwaterbedrijf Evides, om de praktische gevolgen van deze beleidswijziging werkbaar te maken en te houden.

Antwoord Gevolgen voor grondwater t.b.v. drinkwaterwinning

Ons beleid ten aanzien van PFOA gaat er vanuit dat grondverzet plaats mag vinden binnen de zone die di uus verontreinigd is met PFOA. De grond is afkomstig uit deze zone en mag worden toegepast binnen deze zone. Er is daarmee geen toename van de totale hoeveelheid PFOA. De stof is inderdaad mobiel en kan uitspoelen. Op perceelniveau kan dit invloed hebben. Op gebiedsniveau niet. Overigens is in de polder sprake van een kwelsituatie. Dit betekent dat ook als PFOA vanuit de bodem uitspoelt naar het grondwater, dit afvloeit naar het oppervlaktewater en uiteindelijk in de rivier terecht komt. De bodem in de polder heeft daarmee weinig tot geen invloed op de kwaliteit van het ruwwater dat voor het drinkwater uit diepere bodemlagen (eerste tot derde/vierde/vijfde watervoerend pakket; 15 – 200 m-mv) wordt opgepompt. Bodemenergiesystemen en geothermie

De omgevingsplanwijziging betreft enkel het thema bodemkwaliteit en gaat niet in op de bodemenergiesystemen of warmte in de ondergrond. Met deze wijziging worden onderwerpen ten aanzien van bodemenergiesystemen nog niet geregeld, dit volgt wel in de toekomst. In de praktijk zijn er als het goed is al regels die zorgen dat bodemenergiesystemen niet zomaar komen in waterwingebieden. Daarnaast is er in de praktijk altijd nauwe afstemming en coördinatie (gemeentelijke taak) tussen organisaties en bedrijven bij het aanleggen van kabels en leidingen.

In de toekomst zal rekening worden gehouden met dit aspect en indien nodig wordt in overleg gegaan met deze partij over hun belangen ten aanzien van bodemenergiesystemen nabij waterwingebieden. Gevolgen voor de ondergrondse drinkwaterinfrastructuur

Ten aanzien van dit punt gaan wij in overleg met Oasen en Evides. Daarin kunnen we nader in gesprek gaan over mogelijke knelpunten en mogelijke toename van onderzoeks- en rapportageverplichtingen bij vergunningaanvragen of onderhouds- en beheeractiviteiten. Het belang van het doorvoeren van het aanleveren van extra gegevens bij informatie- en meldplichten en het instellen van extra vergunningplichten is met het oog op het maken van een zorgvuldige en complete beoordeling als bevoegd gezag met als doel om milieuschade te voorkomen. Ons belang is een zorgvuldige toepassing.

5. Waterschap Rivierenland Reactie Gereageerd door middel van opmerkingen en vragen in de tekst van de toegestuurde stukken. Antwoord De opmerkingen en vragen zijn beantwoord en waar nodig verwerkt. We zijn in overleg met deze partij.

6. Waterschap Hollandse Delta Reactie Gereageerd door middel van opmerkingen en vragen in de tekst van de toegestuurde stukken. Antwoord De opmerkingen en vragen zijn beantwoord en waar nodig verwerkt. Er wordt nader overleg gevoerd met deze partij. Daarin zullen de vragen over lastenverzwaring en de normen ten aanzien van chloride worden besproken.

7. Provincie Zuid-Holland Reactie Inhoudelijk In hoofdzaak zien we dat in het omgevingsplan invulling is gegeven aan de instruc eregels. 1) We missen nog wel de invulling van ar kel 7.39d (lozen van grondwater op of in de bodem) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV).

2) Wellicht ten overvloede, Provinciale Staten hebben voorbeschermingsregels vastgesteld in het Voorbereidingsbesluit Wijziging ZHOV 2022 grondwaterkwaliteit d.d. 5 november 2022. We zien de voorbeschermingsregels soms terugkomen in de regels van het omgevingsplan. De vraag is hoe de gemeente invulling gee aan de voorbeschermingsregels. Handhaa de gemeente deze of is ze van plan deze op een later moment te integreren in het omgevingsplan. 3) Tekstueel Art 11.65 Voorstel om in ar kel 11.65, eerste lid, aan het einde van de zin na “grondwater” toe te voegen “als bedoeld onder 7.30 van de ZHOV”. Nu zit dat alleen in de uitleg van dit ar kel en hee het geen status. 4) Art 11.66, lid 3, onder 2. Daarin wordt verwezen naar ar kel 3.141d. Dat moet zijn 3.141e. 5) Art 11.67 Daarnaast moet er in ar kel 11.67, tweede lid, nog de woorden “aanhef, onder b” worden toegevoegd. Het tweede lid van dat ar kel komt dan als volgt te luiden: “Het eerste lid, aanhef, onder b, is niet van toepassing indien sprake is … aanwijsbaar is”. 6) Art 11.69 lid 3 De vierweeks termijn voor aanlevering ontbreekt in het ar kel, maar komt wel terug in de toelich ng.

Antwoord 1) Dit betreft een wateractiviteit en geen bodemactiviteit, daarom is deze nog niet meegenomen.

2) Naar ons weten zijn de voorbeschermingsregels uit het Voorbereidingsbesluit Wijziging ZHOV 2022 grondwaterkwaliteit opgevolgd (lees ook overgenomen) in dit voorstel voor omgevingsplanregels voor bodem. Dan gaat het over de voorbeschermingsregels voor bouwen van een grondwatergevoelig gebouw, saneren en historische bodemverontreiniging. Dat zijn niet de wateractiviteiten (lozen ed.). Wij zijn ons ervan bewust dat de voorbeschermingsregels voor de wateractiviteiten formeel binnen de 1,5 jaar looptijd van het voorbereidingsbesluit in de omgevingsplannen moeten zijn vastgesteld. 3) Dit is aangepast in de regels. 4) Dit is aangepast. 5) Dit is aangepast. 6)

Dit passen we aan. Het artikel heeft daardoor een andere opbouw gekregen, namelijk als volgt: Artikel 11.68 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw 1. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige loca e wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in ar kel 11.65 [voorafgaand grondwateronderzoek], verstrekt. 2. De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. 3. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschri verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: i. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; ii. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; iii. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit hee verricht; iv. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in ar kel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en v. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b.

indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschri van de melding, bedoeld in ar kel 4.1236 van het Besluit ac viteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in ar kel 11.67 (sanerende maatregelen), eerste lid, wordt verricht; en indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoe : een afschri van de aanvraag om omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.

Bijlage 1. Verslag (vragen en reac es) informa ebijeenkomst bodemregels 16 oktober 2024 Vragen bij de inleiding Hoe zit het met de afstemming van regels tussen gemeenten, bijvoorbeeld bij buurregio’s als Vij eerenlanden en Rijnmond? Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor de bodemregels in het omgevingsplan. Binnen de regio Zuid-Holland Zuid trekken de 10 gemeente samen op om tot gelijke regels te komen. Die regels kunnen afwijken van de regels in gemeenten buiten onze regio. Hoe moeten bodemonderzoeksgegevens worden aangeleverd? Bij het melden of informa e verstrekken in het omgevingsloket wordt ervoor gezorgd dat bijvoorbeeld een rapport van een par jkeuring kan worden toegevoegd. Bij het doen van een melding of informa eplicht komt deze vraag vanzelf langs. Vragen bij dia over toepassen grond/bagger en bouwstoffen: Is een kwaliteitscer ficaat nodig bij menggranulaat? Als het wel nodig is, verzoek om net als voor grond/baggerspecie een cer ficaat voorbeeld te krijgen. Er moet een MHV-B (milieuhygiënische verklaring - bouwstoffen) aanwezig zijn ten jde van toepassing. Hergebruik granulaat kan alleen met een par jkeuring. Met de par jkeuring moet dan weer een MHV—B worden gemaakt (voorwaarden Regeling bodemkwaliteit 2022). Wij maken hiervoor geen lokale voorbeelden omdat er lokaal geen extra aandachtspunten zijn.

De rijksvoorbeelden voor een MHV-B voorzien ook in de lokale behoe e. Is binnen de regio/10 gemeenten een verkennend bodemonderzoek nodig als je daar grond gaat toepassen? Dit is tenminste nodig om de kwaliteit aan te tonen. De milieuverklaring bodemkwaliteit mag dus niet zijn gebaseerd op enkel de bodemkwaliteitskaart. Dit moet al jd een bodemkwaliteitskaart plus een verkennend onderzoek zijn of een par jkeuring. Wat uiteraard ook mag is een productcer ficaat of fabrikant-eigen-verklaring. Als AVI bodemas nu al is toegepast, is dat dan een probleem? Moet dit achteraf gemeld worden? Nee, het is al toegepast. Er is geen melding of onderzoek nodig. Pas als je een nieuwe toepassing doet en de regels zijn van kracht, dan moet je daaraan voldoen. Zijn de normen voor woonwijken anders? Ja, daar gelden enkele scherpere normen (percentage bodemvreemd materiaal, lood, asbest). De normen zijn veelal gekoppeld aan de func ekaart (uitzondering: volkstuinen en asbestgevoelige loca es). Moeten we chloride standaard in een onderzoek/keuring meenemen? Alleen als de grond hierop verdacht is, bijvoorbeeld als er zout op de weg is gestrooid. We vragen niet om andere protocollen te hanteren dan de huidige onderzoeksprotocollen.

Is een bodemonderzoek voldoende om tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht grond te verze en? Ja, in combina e met de bodemkwaliteitskaart (bodemkwaliteitskaart plus bodemonderzoek). Tenzij de loca e verdacht is en een par jkeuring verplicht is vanuit de onderzoeksprotocollen.

Wegbermen raken toch vaak verontreinigd, waarom is de norm dan verlaagd?

De vervuiling blijkt in de prak jk mee te vallen. Het is om ecologische redenen beter en duurzamer als de grond kwaliteitsklasse wonen is. Over de regel van maximaal 5% bodemvreemd materiaal, kun je daaraan voldoen door te mengen en te middelen? Als je ontgraa zal je par jen van verschillende kwaliteiten gescheiden moeten ontgraven en dus niet mengen. Je kunt dan de grond met weinig puin (<5%) in een woonwijk hergebruiken. De grond met veel puin mag niet in een woonwijk worden toegepast. Als grond niet gescheiden te ontgraven is, dan is mogelijk alle grond niet toepasbaar in een woonwijk. Hoe moet je de 5% bodemvreemd materiaal bepalen? Als het goed is wordt bij de keuring gekeken hoeveel puin erin zit - dat blij een visuele waarneming van de veldwerker. Kun je in specifiek gevallen afwijken van de regels? Bij toepassen van grond kun je al jd maatwerk aanvragen(OZHZ is gemandateerd door gemeenten voor nemen van maatwerkbesluiten). Wil niet zeggen dat dit al jd slaagt, maar als het redelijk is kan dat. Er zijn wel legeskosten aan verbonden. Dit kun je ook voorbespreken. Vragen bij dia over graven in de bodem: Geldt het vervallen van de informa eplicht bij kleinschalig graven ook bij beschikte gevallen? Ja, als de gevallen niet spoedeisend zijn (geen risico's), anders geldt het overgangsrecht Wet bodembescherming.

Geldt dit ook voor leeflagen? Leeflagen zijn meestal schoon, maar als je daar doorheen gaat, moet je dat wel melden. Als een leeflaag wordt beschadigd moet deze herstelt worden (overgangsrecht Wet bodembescherming). Is maatwerk hetzelfde als een vergunning? Er zijn een aantal instrumenten die bevoegd gezag hee - een maatwerkbesluit is wat vroeger een beschikking was. Je kan het zien als het verschil tussen een BUS-melding (standaard melding) en een saneringsplan (maatwerk) wat je indient voor een beschikking (maatwerk-besluit). Vragen bij dia saneren van de bodem: Mag je halfopen verharding toepassen als afdeklaag? Halfopen verharden wordt gezien als afdeklaag, daarvoor volstaat het doen van een melding. Voor welke locaties geldt de leeflaag van een halve meter dikte? Op bijvoorbeeld industrie- en bedrijventerreinen.

Vragen bij dia bouwen van een gebouw: De saneringsdrempel voor lood wijzigt van 530 naar 370 mg/kgds. Wat betekent dit voor het onderzoek, moet dan aan die waarde getoetst worden? Als het onderzoek in het kader van een bouwvergunning wordt gedaan, dan moet aan de waarde van 370 mg/kgds getoetst worden. Als het onderzoek voor graafwerkzaamheden wordt gedaan, dan moet worden getoetst aan de interventiewaarde van 530 mg/kgds. Valt een bouwwerk geen gebouw zijnde hierbuiten? Ja, klopt. De eis geldt vanaf een bouwwerk van 50 m2 groot.

Moeten tuinen van woningbouwloca es worden meegenomen in het onderzoek? Ja, onder de Omgevingswet is dat nu duidelijk, zowel het gebouw als de tuin eromheen moeten worden onderzocht. In het concept staat dat bij een bodemgevoelige loca e je de hele loca e moet onderzoeken - maar kan dat meer worden gespecificeerd? Uit landelijke regels blijkt dat de bouwloca e en het omliggende terrein moet worden onderzocht. Hoe ver het terrein eromheen moet worden onderzocht is onduidelijk. Die onduidelijkheid was er ook al op basis van de Wabo. Dit moet per situa e worden bekeken. Bij het bouwen van een kan ne op een bedrijfsterrein, moet je dan het hele bedrijventerrein onderzoeken? De bodemgevoelige loca e moet worden onderzocht. Dat is volgens ar kel 5.89h Bkl: Defini e bodemgevoelige loca es: a. de loca e waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit; b. een onmiddellijk aan een gebouw als bedoeld onder a grenzende aaneengesloten tuin of een daaraan grenzend aaneengesloten terrein; of c. een onmiddellijk aan een op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanac viteit toegelaten woonschip of woonwagen grenzende tuin of grenzend terrein.

Vragen bij dia over normen PFOA: Hoe zit het met uitspoeling van PFOAS bij toepassen van grond met PFOA op een perceel waar de grond al belast is met PFOA? Het klopt dat PFOA kan uitspoelen. De grond die wordt toegepast komt uit hetzelfde gebied, dus de vracht aan PFOA in het gebied zal niet veranderen, in totaal zal er dus niet meer uitspoeling zijn in het gebied. Toepassen van grond met PFOA (boven de hergebruiksnorm) kan alleen met een maatwerkbesluit, dit besluit zal niet posi ef zijn als het in een omgeving is waar uitloging bezwaarlijk is. Maatwerk is ook a ankelijk van de func es in de directe omgeving, daarom kan het alleen op basis van een maatwerkbesluit waarin een afweging gemaakt wordt. Klopt het dat het alleen over PFOA gehad en geen ander PFAS-stoffen? Ons gebied is inderdaad hoofdzakelijk belast met PFOA. PFOS komt ook zeer licht verhoogd voor, maar niet noemenswaardig. Voor PFOS is de norm ook marginaal verruimt in zone B. Hebben jullie nog gekeken naar bijvoorbeeld GenX of andere PFAS-stoffen? Ja, alle PFAS zijn geanalyseerd (verwach ngskaart PFAS) en op basis daarvan zijn voor PFOA normen gesteld. GenX komt in zeer lage gehalten voor en er zijn geen lokale normen voor nodig (zie concept beleid hergebruik PFAS houdende grond).

Hebben jullie gekeken naar het hergebruik van grond op percelen met func e landbouw/natuur dat door het aanscherpen van deze normen minder kansrijk wordt? Ja, maar in dat geval gaat gezondheid voor hergebruik van grond. We zijn ons ervan bewust dat je niet alle PFOA-houdende grond op basis van de algemene regels kwijt kan, daar is het maatwerkbeleid voor bedoeld. Dit biedt ruimte/mogelijkheden voor hergebruik van PFOA-houdende grond tot de INEV.

Oasen is bezig met uitbreiden van grondwaterbeschermingsgebieden, men verwacht daarvan knelpunten in de Alblasserwaard, ook voor het toepassen van baggerdepots. Gevoelsma g gaat dit tegen duurzaamheid in, want je moet de grond ver gaan afvoeren omdat je het hier niet mag toepassen. Er wordt een probleem voorzien met grootschalig baggerwerk en het op de kant brengen van die bagger. Wat voor type onderzoek is er nodig voor de ontvangende bodem bij perceelsmatching? Tenminste een verkennend bodemonderzoek. Betekenen deze nieuwe regels dat nu in alle bodemonderzoeken PFOA moet worden meegenomen? Ja, als het verdacht is. Geldt dat voor hele zone B? Voor par jkeuringen is deze zone wel verdacht. Hoe werkt dat voor bouwwerkzaamheden en kabels en leidingen? Als je buiten de kernzone zit, wanneer neem je PFOA dan mee in een jdelijke uitname? Zie hieronder. Verdacht is niet duidelijk in de regels aangegeven? Wat is de kernzone? Wij sluiten aan bij het Besluit ac viteiten leefomgeving, maar zijn ons ervan bewust dat dit besluit niet duidelijk is op dit punt. Hieronder staat hoe de Omgevingsdienst ZHZ hier mee om gaat. Als de loca e verdacht is op basis van een bron van PFAS, moet PFAS worden onderzocht. Bij een par jkeuring moet al jd PFAS worden meegenomen, alle grond is verdacht voor PFAS. Het is verstandig om al jd PFAS mee te nemen in een onderzoek (ivm afvoer van grond).

Op onze verwach ngskaart hieronder komen in het gele gebied gehalten boven de hergebruiksnorm voor. Wij keuren graafmeldingen af als er geen PFOA is onderzocht en de loca e ligt in zone 15 of 17. Wij keuren onderzoek bij een omgevingsvergunning bouw af als geen PFOA is onderzocht en de loca e ligt in zone 15 of 17. In de toekomst is grondverzet binnen een loca e mogelijk onder bepaalde voorwaarden en op basis van een onderzoek en grondstromenplan. Als de loca e in het gele gebied ligt, dan is onderzoek op PFOA verplicht, omdat hier PFOA boven de hergebruiksnorm kan voorkomen en met grond met deze stof ook goed moet worden omgegaan. De onderstaande verwach ngskaart komt ook te staan op de website van OZHZ (staat er nu nog niet). Er loopt ook nog onderzoek, daardoor kunnen in de toekomst de contouren op kaart (een beetje) wijzigen. Let op: de kaart is niet te gebruiken als bodemkwaliteitskaart, omdat PFOA heterogeen voorkomt. De kaart gee enkel de verwach e bodemkwaliteit aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=60365640-d8f0-4852-8b9b-afede5bed286