CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting bij bestemmingsplan 'Bleskensgraaf, Heulenslag 19-20'

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 9a. Bestemmingsplan Bleskensgraaf, Heulenslag 19-2028.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30 30 60 60 60

30 30 60 60 60

------

1082,00 1082,00 1193,00 1197,00 1082,00

6,69 6,69 6,85 6,84 6,82

3,65 3,65 2,86 2,87 2,90

0,64 0,64 0,81 0,81 0,81

------

------

------

------

------

98,68 98,68 95,79 96,09 98,70

99,46 99,46 98,14 98,25 99,43

98,99 98,99 96,74 96,91 98,98

------

1,32 1,32 3,64 3,91 1,30

Heulenslag Heulenslag Heulenslag Noorderweg Wijngaards

60 60 60 60 60

------

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

60 60 60 60 60

------

1197,00 1197,00 1082,00 115,00 1100,00

6,84 6,84 6,82 7,01 6,82

2,87 2,87 2,90 2,47 2,92

0,81 0,81 0,81 0,77 0,81

------

------

------

------

------

96,09 96,09 98,70 69,23 100,00

98,25 98,25 99,43 84,03 100,00

96,91 96,91 98,98 74,72 100,00

------

3,91 3,91 1,30 25,05 --

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:31:24

Invoergegevens akoestisch model 201438 Model: Groep:

Naam

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2

wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MV(A)

%MV(N)

%MV(P4)

%ZV(D)

%ZV(A)

%ZV(N)

%ZV(P4)

MR(D)

MR(A)

MR(N)

MR(P4)

LV(D)

LV(A)

LV(N)

LV(P4)

MV(D)

MV(A)

MV(N)

MV(P4)

ZV(D)

ZV(A)

ZV(N)

Abbekesd30 Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe

3,90 7,04 7,04 4,11 7,04

7,06 11,93 11,93 7,12 11,93

------

------

------

------

------

------

------

------

------

109,43 63,24 63,24 111,77 63,24

60,24 27,08 27,08 47,78 27,08

10,46 7,48 7,48 13,27 7,48

------

10,94 10,93 10,93 10,93 10,93

2,44 2,05 2,05 2,05 2,05

0,79 1,01 1,01 1,02 1,01

------

------

------

------

Abbekesdoe Abbekesdoe Dorpsstraa Dorpsstraa Heulensl30

7,00 7,04 3,90 3,90 0,54

11,83 11,93 7,06 7,06 1,01

------

1,15 -----

0,48 -----

0,79 -----

------

------

------

------

------

66,81 63,24 109,43 109,43 71,43

28,55 27,08 60,24 60,24 39,28

7,92 7,48 10,46 10,46 6,85

------

11,54 10,93 10,94 10,94 0,96

2,16 2,05 2,44 2,44 0,21

1,07 1,01 0,79 0,79 0,07

------

0,91 -----

0,15 -----

0,07 -----

Heulensl30 Heulensl30 Heulenslag Heulenslag Heulenslag

0,54 0,54 1,64 1,75 0,57

1,01 1,01 2,88 3,09 1,02

------

--0,56 ---

--0,22 ---

--0,38 ---

------

------

------

------

------

71,43 71,43 78,28 78,67 72,83

39,28 39,28 33,49 33,75 31,20

6,85 6,85 9,35 9,40 8,67

------

0,96 0,96 2,97 3,20 0,96

0,21 0,21 0,56 0,60 0,18

0,07 0,07 0,28 0,30 0,09

------

--0,46 ---

--0,08 ---

--0,04 ---

Heulenslag Heulenslag Heulenslag Noorderweg Wijngaards

1,75 1,75 0,57 13,32 --

3,09 3,09 1,02 21,20 --

------

---5,73 --

---2,65 --

---4,08 --

------

------

------

------

------

78,67 78,67 72,83 5,58 75,02

33,75 33,75 31,20 2,39 32,12

9,40 9,40 8,67 0,66 8,91

------

3,20 3,20 0,96 2,02 --

0,60 0,60 0,18 0,38 --

0,30 0,30 0,09 0,19 --

------

---0,46 --

---0,08 --

---0,04 --

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:31:24

Invoergegevens akoestisch model 201438 Model: Groep:

Naam

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2

wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 ZV(P4)

LE (D) 63

LE (D) 125

LE (D) 250

LE (D) 500

LE (D) 1k

LE (D) 2k

LE (D) 4k

LE (D) 8k

LE (A) 63

LE (A) 125

LE (A) 250

LE (A) 500

LE (A) 1k

LE (A) 2k

LE (A) 4k

LE (A) 8k

LE (N) 63

Abbekesd30 Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe

------

77,67 74,87 74,87 76,08 74,87

82,02 84,09 84,09 84,97 84,09

92,12 90,52 90,52 91,14 90,52

91,39 94,52 94,52 95,98 94,52

96,71 100,57 100,57 102,56 100,57

94,20 97,22 97,22 99,11 97,22

87,61 90,49 90,49 92,33 90,49

82,73 81,07 81,07 82,40 81,07

73,08 69,46 69,46 71,15 69,46

77,00 78,21 78,21 79,57 78,21

86,04 84,25 84,25 85,32 84,25

87,91 89,48 89,48 91,37 89,48

93,42 96,25 96,25 98,48 96,25

90,52 92,76 92,76 94,93 92,76

83,86 85,97 85,97 88,11 85,97

77,19 75,84 75,84 77,63 75,84

66,77 65,01 65,01 66,39 65,01

Abbekesdoe Abbekesdoe Dorpsstraa Dorpsstraa Heulensl30

------

75,53 74,87 77,67 77,67 72,47

84,60 84,09 82,02 82,02 75,90

91,06 90,52 92,12 92,12 83,17

95,20 94,52 91,39 91,39 88,17

100,98 100,57 96,71 96,71 93,80

97,62 97,22 94,20 94,20 90,65

90,89 90,49 87,61 87,61 83,95

81,56 81,07 82,73 82,73 75,38

69,94 69,46 73,08 73,08 69,38

78,61 78,21 77,00 77,00 72,58

84,69 84,25 86,04 86,04 78,51

89,94 89,48 87,91 87,91 85,42

96,56 96,25 93,42 93,42 91,09

93,06 92,76 90,52 90,52 87,86

86,27 85,97 83,86 83,86 81,14

76,21 75,84 77,19 77,19 71,63

65,59 65,01 66,77 66,77 62,10

Heulensl30 Heulensl30 Heulenslag Heulenslag Heulenslag

------

72,47 79,73 73,51 73,26 72,13

75,90 83,58 81,79 81,65 80,09

83,17 90,00 87,55 87,37 85,32

88,17 92,12 93,73 93,49 92,60

93,80 95,74 100,68 100,63 100,09

90,65 88,89 97,11 97,07 96,47

83,95 83,69 90,30 90,26 89,63

75,38 76,17 79,85 79,75 78,74

69,38 76,63 69,02 68,93 68,21

72,58 80,24 77,02 76,99 76,01

78,51 85,30 82,39 82,33 81,03

85,42 89,36 89,43 89,36 88,75

91,09 93,02 96,78 96,78 96,35

87,86 86,10 93,16 93,17 92,71

81,14 80,88 86,33 86,34 85,86

71,63 72,39 75,54 75,52 74,86

62,10 69,35 63,95 63,79 62,80

Heulenslag Heulenslag Heulenslag Noorderweg Wijngaards

------

73,26 73,26 72,13 67,88 71,82

81,65 81,65 80,09 76,91 79,48

87,37 87,37 85,32 83,61 84,31

93,49 93,49 92,60 87,35 92,43

100,63 100,63 100,09 91,83 100,11

97,07 97,07 96,47 88,58 96,46

90,26 90,26 89,63 81,92 89,61

79,75 79,75 78,74 73,41 78,51

68,93 68,93 68,21 61,40 68,14

76,99 76,99 76,01 70,24 75,80

82,33 82,33 81,03 76,70 80,63

89,36 89,36 88,75 81,11 88,75

96,78 96,78 96,35 86,65 96,43

93,17 93,17 92,71 83,26 92,78

86,34 86,34 85,86 76,52 85,93

75,52 75,52 74,86 67,22 74,83

63,79 63,79 62,80 57,59 62,57

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:31:24

Invoergegevens akoestisch model 201438 Model: Groep:

Naam

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2

wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 125

LE (N) 250

LE (N) 500

LE (N) 1k

LE (N) 2k

LE (N) 4k

LE (N) 8k

LE (P4) 63

LE (P4) 125

LE (P4) 250

LE (P4) 500

LE (P4) 1k

LE (P4) 2k

LE (P4) 4k

LE (P4) 8k

Abbekesd30 Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe Abbekesdoe

71,00 74,10 74,10 75,13 74,10

80,82 80,42 80,42 81,19 80,42

80,86 84,78 84,78 86,40 84,78

86,25 91,07 91,07 93,16 91,07

83,59 87,67 87,67 89,67 87,67

76,98 80,91 80,91 82,88 80,91

71,57 71,27 71,27 72,76 71,27

------

------

------

------

------

------

------

------

Abbekesdoe Abbekesdoe Dorpsstraa Dorpsstraa Heulensl30

74,56 74,10 71,00 71,00 65,45

80,91 80,42 80,82 80,82 72,28

85,35 84,78 80,86 80,86 77,93

91,44 91,07 86,25 86,25 83,57

88,03 87,67 83,59 83,59 80,39

81,28 80,91 76,98 76,98 73,69

71,70 71,27 71,57 71,57 64,78

------

------

------

------

------

------

------

------

Heulensl30 Heulensl30 Heulenslag Heulenslag Heulenslag

65,45 73,12 72,15 72,07 70,70

72,28 79,10 77,78 77,67 75,86

77,93 81,88 84,24 84,09 83,30

83,57 85,51 91,36 91,34 90,82

80,39 78,64 87,78 87,76 87,20

73,69 73,43 80,96 80,94 80,36

64,78 65,56 70,37 70,32 69,43

------

------

------

------

------

------

------

------

Heulenslag Heulenslag Heulenslag Noorderweg Wijngaards

72,07 72,07 70,70 66,63 70,23

77,67 77,67 75,86 73,27 75,06

84,09 84,09 83,30 77,11 83,18

91,34 91,34 90,82 81,97 90,86

87,76 87,76 87,20 78,69 87,21

80,94 80,94 80,36 72,00 80,36

70,32 70,32 69,43 63,25 69,26

------

------

------

------

------

------

------

------

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:31:24

Invoergegevens akoestisch model 201438 Model: Groep:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2

wegverkeerslawaai 2030 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam

Omschr.

Hoogte A

Hoogte B

Hoogte C

Hoogte D

Hoogte E

Hoogte F

Gevel

01 02 03 04 06

noordgevel noordgevel oostgevel zuidgevel westgevel

-0,50 -0,50 -0,50 -0,50 -0,50

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

08 09 05 07

westgevel noordgevel zuidgevel zuidgevel

-0,41 -0,41 -0,50 -0,41

Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde

1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50

-----

-----

-----

-----

Ja Ja Ja Ja

Geomilieu V5.10

Maaiveld

Hdef.

27-5-2020 09:32:32

Invoergegevens akoestisch model 201438 Rapport: Model:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 2

Lijst van model eigenschappen wegverkeerslawaai 2030

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

wegverkeerslawaai 2030 Jan #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

Jan op 25-5-2020 Jan op 27-5-2020 Geomilieu V5.10

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten ---0,80 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:33:00

Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai (6 pagina’s)

R-JVO/1573 / 20.1438

geluidbelasting Heulenslag, incl. aftrek art. 110g Wgh 201438 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Heulenslag Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

51,79 51,82 51,86 51,88 47,27

48,01 48,06 48,09 48,12 43,51

42,52 42,55 42,59 42,61 38,00

52,26 52,30 52,34 52,36 47,75

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

47,65 29,73 31,03 27,52 28,57

43,89 25,96 27,24 23,74 24,78

38,38 20,45 21,75 18,25 19,29

48,13 30,20 31,50 27,99 29,04

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

46,26 46,64 30,39 31,96 45,53

42,50 42,87 26,61 28,17 41,76

36,99 37,36 21,12 22,68 36,25

46,74 47,11 30,86 32,43 46,00

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

45,91 50,31 50,52

42,14 46,53 46,75

36,64 41,03 41,25

46,39 50,78 51,00

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:34:15

geluidbelasting Abbekesdoel, incl. aftrek art. 110g Wgh 201438 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Abbekesdoel Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

25,80 26,48 26,23 27,00 38,99

21,49 22,15 21,83 22,63 34,45

16,31 16,98 16,71 17,49 29,41

26,09 26,77 26,50 27,28 39,21

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

40,61 45,28 46,85 45,82 47,28

36,07 40,75 42,31 41,31 42,75

31,03 35,71 37,27 36,25 37,70

40,83 45,51 47,07 46,05 47,50

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

42,03 43,31 47,09 48,40 41,05

37,54 38,77 42,61 43,90 36,52

32,47 33,73 37,53 38,84 31,48

42,27 43,53 47,33 48,64 41,28

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

42,43 16,89 17,54

37,89 12,34 13,18

32,85 7,32 8,04

42,65 17,11 17,82

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:35:01

geluidbelasting Wijngaardseweg, incl. aftrek art. 110g Wgh 201438 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Wijngaardseweg Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

19,20 13,50 20,32 13,35 17,83

15,52 9,82 16,64 9,67 14,15

9,95 4,25 11,07 4,10 8,58

19,70 14,00 20,82 13,85 18,33

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

21,97 29,11 30,55 29,08 30,68

18,29 25,43 26,87 25,40 27,00

12,72 19,86 21,30 19,83 21,43

22,47 29,61 31,05 29,58 31,18

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

25,26 25,35 30,30 32,88 20,83

21,58 21,67 26,62 29,20 17,15

16,01 16,10 21,05 23,63 11,58

25,76 25,85 30,80 33,38 21,33

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

22,16 15,86 1,58

18,48 12,18 -2,10

12,91 6,61 -7,67

22,66 16,36 2,08

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:35:21

geluidbelasting Noorderweg, incl. aftrek art. 110g Wgh 201438 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Noorderweg Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

22,67 22,87 22,53 22,68 18,81

17,27 17,43 17,13 17,24 13,39

12,74 12,93 12,60 12,74 8,87

22,63 22,82 22,49 22,63 18,76

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

19,07 13,62 15,76 14,25 15,66

13,59 8,13 10,27 8,77 10,17

9,11 3,66 5,79 4,29 5,70

19,01 13,56 15,69 14,19 15,60

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

21,25 21,89 13,59 16,72 20,64

15,86 16,46 8,13 11,29 15,23

11,33 11,95 3,63 6,78 10,71

21,21 21,84 13,53 16,67 20,60

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

21,37 22,75 23,17

15,92 17,34 17,73

11,42 12,81 13,22

21,32 22,70 23,12

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:35:43

gecumuleerde geluidbelasting alle wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh 201438 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

51,81 51,87 51,88 51,93 47,91

48,04 48,08 48,11 48,14 44,04

42,54 42,57 42,61 42,63 38,57

52,29 52,33 52,36 52,39 48,34

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

48,45 45,52 47,08 45,98 47,44

44,57 41,03 42,58 41,51 42,95

39,13 35,95 37,50 36,42 37,88

48,89 45,75 47,31 46,22 47,68

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

47,69 48,34 47,27 48,62 46,89

43,74 44,34 42,82 44,16 42,93

38,34 38,96 37,74 39,07 37,52

48,10 48,73 47,53 48,87 47,29

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

47,56 50,32 50,53

43,56 46,54 46,76

38,18 41,04 41,26

47,95 50,79 51,01

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:35:59

gecumuleerde geluidbelasting alle wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh 201438 (t.b.v. gevelmaatregelen) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3

Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

57 57 57 57 53

53 53 53 53 49

48 48 48 48 44

57 57 57 57 53

03_B 04_A 04_B 05_A 05_B

oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

53 51 52 51 52

50 46 48 46 48

44 41 42 41 43

54 51 52 51 53

06_A 06_B 07_A 07_B 08_A

westgevel westgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

53 53 52 54 52

49 49 48 49 48

43 44 43 44 43

53 54 53 54 52

08_B 09_A 09_B

westgevel noordgevel noordgevel

4,50 1,50 4,50

53 55 56

49 52 52

43 46 46

53 56 56

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.10

27-5-2020 09:36:28

VAN DEN HEUVEL ONTWIKKELING & BEHEER B.V. T.a.v. dhr. T. Versluis Lekdijk 44 2967 GB Langerak

Datum

3 maart 2020

Kenmerk

BE/2020/052/r

Uw kenmerk

Email d.d.20-01-2020

Auteur(s)

ing. G. Fairhurst

Collegiale toets

ir. ing. K.J. Rebergen

Quickscan Wet natuurbescherming Heulenslag 1920 te Bleskensgraaf Aan de Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf is een perceel met een woonboerderij en aangrenzende stal en een paardenstal met overkapping gesitueerd. De planlocatie betreft enkel de paardenstal, de woonboerderij met aangrenzende stal blijven binnen de beoogde ontwikkeling in de huidige staat behouden. De initiatiefnemer is voornemens de stal met overkapping aan de westzijde van de planlocatie te saneren en een twee-onder-één-kapwoning te realiseren. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van agrarisch naar wonen. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V.

verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan. Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland, Belangrijke weidevogelgebieden en/of de Strategische reservering natuur? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf (figuur 1). Het betreft een vrijstaande paardenstal met circa 12 paarden. Aansluitend, buiten de planlocatie, ligt een perceel met een woonboerderij met aangrenzende stal en tuin. Het volledige perceel is middels voorliggende quickscan onderzocht. Het perceel ligt met de zuidzijde aan de Graafstroom met op enkele delen de oude beschoeiing zichtbaar. Er staan een aantal bomen, struiken en heesters op het perceel en een borgen met gedomesticeerde planten. De bebouwing op het perceel ziet er als volgt uit: •

•

•

de woonboerderij (A) is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw met een pannendak, in erbarmelijke staat, dat boven op een rieten dak is geplaatst. Het dak sluit niet direct aan op de kopgevel, welke licht naar voren hangt en heeft enkele scheuren heeft. De woonboerderij zal behouden blijven; direct aan de woonboerderij sluit een stal (B). Deze is opgetrokken uit houten potdeksels zonder spouw en heeft een pannendak dat direct aansluit op het rieten dak. Aan de zuidzijde is het dak ooit hersteld met damwandplaten. In de muren en het dak zijn vele openingen, gaten en scheuren aanwezig. De stal zal binnen de beoogde ontwikkeling behouden blijven; De paardenstal (C) is opgetrokken uit houten planken en is tevens in een erbarmelijke staat. Het dak bestaat uit verschillende delen golfplaten en heeft enkele gaten. De stal is grotendeel begroeid met klimop, bramen en andere ruigte begroeiing. De paardenstal zal gesaneerd worden ten behoeve van een twee-onder-één-kapwoning.

In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door landelijkgebied en is omgeven door agrarische velden en sloten. Op circa 700 m ten oosten ligt Bleskensgraaf, op circa 1,5 km ten zuiden ligt de N214 en op circa 1,6 km ten noorden stroomt de Groote- of Achterwaterschap.

Figuur 1

2

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf (bron kaartmateriaal: arcgis.com

Figuur 2

Fotografische indruk van de planlocatie (de paardenstal) en de directe omgeving hiervan. Met A de woonboerderij, B de aangrenzende stal en C de vrijstaande paardenstal.

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkeling betreft het saneren de paardenstal met aansluitende overkapping op de planlocatie te saneren en er een twee-onderéén-kapwoning te realiseren. Mogelijk worden een aantal bomen en struiken die tegen de stallen aan staan verwijderd. Tevens worden er nieuwe knotwilgen en een hoge haag aangeplant. De woonboerderij met aangrenzende stal blijven in de huidige staat behouden. Er vindt een functieverandering plaats van agrarisch naar wonen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • • •

saneren van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen van bomen en struiken: kapwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

Figuur 3

3

Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: Lagendijk tuin- en landschapsarchitecte).

Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 4 februari 2020 en is uitgevoerd door ing. G. Fairhurst. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog/ lichte bui, 6/8 bewolkt, 6 Celsius en windkracht 3 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijn met het ingaan van deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. (a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten.

In de verordening Ruimte van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. Aardmuis Gewone bosspitsmuis Ree Bastaardkikker

Gewone pad

Rosse woelmuis

Bosmuis

Haas

Veldmuis

Bruine kikker Bunzing Dwergmuis

Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander

Vos Wezel Woelrat

Dwergspitsmuis Egel

Konijn Meerkikker

(b) Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Voor werkzaamheden in Natura 2000-

4

gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist en binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In bepaalde gevallen dient er natuurcompensatie uitgevoerd te worden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden geldt een ontheffingsplicht. (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden.

Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Beoordeling (a) soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘Andere soorten’) geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie soortenbescherming). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor een ontheffingsplicht noodzakelijk is. Vaatplanten In de directe omgeving van de planlocatie is het voorkomen van beschermde vaatplanten niet bekend (NDFF 2010-2020). Gedurende het veldbezoek zijn enkel inheemse of aangeplante kruiden zonder beschermde status waargenomen. Enkele waargenomen soorten betreffen: conifeer, gewone braam, gewone es, gewone smeerwortel, gewone vlier, hortensia, hulst, kleine brandnetel, klimop, liguster, ridderzuring en wilg. Tegen de muren van de stallen groeit enkel gewone braam en klimop, hier is geen beschermde muurvegetatie aangetroffen. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie.

Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende schrale grond of stikstofarme blauwe graslanden. De planlocatie is voornamelijk verhard en betreft agrarische grond. Door vorengenoemd en doordat de mest van de paarden tevens op het perceel wordt opgeslagen is er sprake van een sterk geutrofieerd perceel. Dit is tevens zichtbaar door de waargenomen vaatplanten binnen het perceel. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid

5

hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, waarmee negatieve effecten ten aanzien van beschermde vaatplanten derhalve kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren In de omgeving, binnen een straal van 3 km, is onder andere de aanwezigheid van de volgende soorten vastgesteld: aardmuis, bever, bosmuis, bruine rat, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huismuis, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en wezel (Broekhuizen et al., 2016; NDFF 2010-2020). Voor de bever geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren. De bever leeft in het overgangsgebied tussen water en land: moerassen, langs beken, rivieren, meren en kanalen. De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste (BIJ12 kennisdocument Bever, 2017). Op het plangebied is door de afwezigheid van voldoende voedsel geen geschikt leefgebied voor de bever. Derhalve kan aanwezigheid van de soort uitgesloten worden.

Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van gunstige migratieroutes in de directe omgeving van de locatie is het aannemelijk dat soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten niet op de locatie voorkomen. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde zoogdieren zijn uitgesloten. Vleermuizen In de omgeving is het voorkomen bekend van onder andere: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis (Broekhuizen et al., 2016; Limpens et al., 1997; NDFF 2010-2020). Tijdens het veldbezoekzijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen. Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd.

Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). Mogelijk worden enkele (wilgen)bomen langs de waterkant gekapt. Deze zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholten welke kunnen dienen als rust- en/of verblijfplaats. Op de planlocatie zijn geen voor vleermuizen geschikte boomholten waargenomen welke kunnen dienen als rust- en/of verblijfplaats. De te slopen stal en overige bebouwing zijn nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van geschikte invliegopeningen. Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende pannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur waar ze een verblijfplaats zouden kunnen vinden. Zo’n verblijfplaats moet voldoen aan een geschikt microklimaat, met een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. De woonboerderij (A) is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en heeft een pannendak dat boven op een rieten dak en onder houten panelen is geplaatst.

Het dak sluit niet direct aan op de kopgevel welke licht naar voren hangt en heeft enkele scheuren heeft. Deze scheuren leiden mogelijk naar een open (kruip)ruimte, welke geschikt is als rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. De woonboerderij sluit direct aan op de oude stal (B) welke opgetrokken is uit houten potdeksels zonder spouw en een pannendak heeft dat direct aansluit op het rieten dak. Door de afwezigheid van een spouw zijn er geen geschikte kruipruimtes in de muren aanwezig. Echter door dat het dak een open zolderruimte heeft met houten balken en er

6

voldoende openingen aanwezig zijn die ernaartoe leiden. Is de woonboerderij met stal mogelijk geschikt als rust- en verblijfplaats voor grootoorvleermuizen. De paardenstal (C) is opgetrokken uit houten planken en is in een erbarmelijke staat. Het dak bestaat uit verschillende delen golfplaten en heeft enkele gaten. Er zijn veel (grote) openingen aanwezig waardoor er tochtplaatsen ontstaan. Tevens is het dak erg laag en vol behangen met stof en spinnenrag, daarnaast wijzen schimmelplekken op veel vocht en een onstabiel microklimaat. Derhalve wordt de aanwezigheid van vleermuizen in de te slopen stal niet verwacht. Hierdoor en doordat zowel de woonboerderij als de aansluitende stal binnen de beoogde ontwikkeling behouden blijven is er geen sprake van afname van rust- en verblijfplaatsen en is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Er bestaat een mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als vaste rust- en/of verblijfplaats, daarnaast bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. De planlocatie zal echter geen onderdeel zijn van het essentieel foerageergebied doordat in de directe omgeving veel soortgelijke groenstructuren met afwisselende elementen als sloten, akkers, bomen, struiken en bebouwing. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling worden deze dan ook niet aangetast.

In de luwte van opgaande vegetatie of bebouwing kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden. De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Tijdens de werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden voor passerende en jagende vleermuizen in de directe omgeving als gevolg van lichtgebruik. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën In de omgeving, binnen een straal van 2 km, is de aanwezigheid bekend van de bruine kikker, gewone pad, heikikker, kleine watersalamander en meerkikker (Creemers & Van Delft, 2009; NDFF 2010-2020).

Voor de heikikker geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. De planlocatie is voor groot deel verhard en bebouwd met een omliggende tuin en enkele bomen en struiken. Parallel aan het plangebied is de Graafstroom gelegen. De oevers zijn beschoeid, echter zijn op enkele plaatsen de beschoeiing weggezakt. De habitatskritische heikikker wordt niet verwacht in en om het plangebied aangezien deze de voorkeur geeft aan ondiep, relatief zuur, zonbeschenen en voedselarm voortplantingswater met in directe omgeving vochtvrije plaatsen voor overwintering. Het is echter niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Reptielen In de omgeving, binnen een straal van 3 km, is de aanwezigheid bekend reptielen niet bekend (Creemers & Van Delft, 2009; NDFF 2010-2020).

Reptielen worden tevens niet verwacht op de planlocatie aangezien deze over het algemeen verbonden zijn aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Parallel aan het plangebied is de Graafstroom gelegen. Er zijn geen werkzaamheden beoogd aan de waterkant. Tevens zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde soorten als de grote modderkruiper. Derhalve kunnen negatieve effecten op (beschermde) vissen worden uitgesloten.

7

Insecten en andere ongewervelden In de omgeving, binnen een straal van 2 km, is de aanwezigheid bekend van beschermde ongewervelde niet bekend (NDFF 2010-2020). Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek tevens geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Daarnaast is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: kauw, koolmees, meerkoet, merel, roodborst en wilde eend. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek is in de stal (B) sporen als braakballen, plukplaatsen, horsten en uitwerpselen aangetroffen van de kerkuil. De stal is, doordat er veel openingen aanwezig zijn die naar het dak leiden en ook naar kruipruimtes in het dak (figuur 4), zeer geschikt als rust- en nestplaats voor de kerkuil. Daarnaast in de directe omgeving door de afwisseling van agrarische velden en boeren erven geschikt als functioneel leefgebied van de kerkuil.

Doordat deze stal behouden zal blijven en in de stal (C) geen potentie is voor uilen is er geen sprake van afname van vaste rust- of nestplaatsen. Derhalve worden er geen negatieve effecten op uilen verwacht. Er zijn geen nesten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van nesten van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden.

Figuur 4

De stal (B) heeft verschillende openingen in het dak en teven kruipruimtes (links) welke geschikt zijn als rust- en verblijfplaats voor de kerkuil. Daarnaast lagen over de hele lengte van de vloer oude en verse braakballen.

Doordat de daken van de woonboerderij en aansluitende stal (A en B) een rieten dak hebben met daarop dakpannen is het niet optimaal als nestlocatie voor de huismus. Tevens geldt dat rieten daken over het algemeen vermeden worden door huismussen, daarnaast zijn de ruimtes tussen het rieten dak en de dakpannen erg beperkt. Daarnaast is de stal (C) door de vele grote openingen en de afwezigheid van een dakbeschot ongeschikt als nestlocatie. Doordat in de directe omgeving geschikte woningen, met pannendaken en functioneel leefgebied aanwezig is, wordt verwacht dat de planlocatie geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de huismus. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. Van aantasting van functioneel leefgebied en nestlocaties van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). De soort is vaak te vinden in woonwijken en is vrij zeldzaam in landelijk gebied. In de daken zijn geen openingen met geschikte in- en uitvliegroutes waargenomen die mogelijk geschikt zijn als nestlocatie. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden.

Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van jaarrond beschermde nestlocaties en essentiële habitatonderdelen is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen)

8

De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Tevens vormt de stal (B) geschikte nestlocaties voor boerenzwaluwen, hiervan zijn dan ook een aantal (oude) nesten van waargenomen. In de directe omgeving (binnen een straal van 1 km) zijn circa 300 waarnemingen bekend zijn van de soort, tevens zijn er voldoende soortgelijke stallen en schuren zijn. Hierdoor wordt verwacht dat de beoogde ontwikkeling geen negatief effect zal hebben op de gunstige staat van instandhouding van de huismus. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

Beoordeling (b) gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 1,5 km ligt het Natura 2000gebied ‘Donkse Laagten’ (figuur 5). Op een afstand van circa 1,2 km ligt het Natuurnetwerk Nederland (figuur 6). Op een afstand van circa 300 m ligt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied (figuur 7). Op een afstand van circa 2,1 km ligt het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de ‘Strategische reservering natuur’ (figuur 8). Er zijn karakteristieke landschapselementen, in de vorm van knotwilgen, aanwezig op de planlocatie. Indien deze verwijderd worden geldt er een compensatieplicht waarbij deze één op één terug geplant dienen te worden (Zuid-Holland, 2013).

Figuur 5

9

De planlocatie ligt op een afstand van 1,5 km tot het Natura 2000-gebied ‘Donkse Laagten’ (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).

10

Figuur 6

De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,2 km tot het Natuurnetwerk Nederland (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).

Figuur 7

De planlocatie ligt op een afstand van circa 300 m tot een Belangrijk weidevogelgebied (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).

Figuur 8

De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,1 km tot het dichtstbijzijnde gebied wat valt onder de ‘Strategische reservering natuur’ (bron: pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN).

Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Blom Ecologie B.V. adviseert om projecten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in kwetsbare habitats binnen Natura 2000-gebieden te beoordelen middels de AERIUS Calculator. Doel daarvan is vast te stellen of significante effecten kunnen worden uitgesloten. In sommige gevallen kan op voorhand negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten, wegens de grote afstand tot kwetsbare habitats binnen Natura 2000-gebieden, een afname in stikstofemissie of een beperkte ingreep. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van de paardenstal en de realisatie van een tweeonder-één-kapwoning. Ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben.

Daarnaast zal doordat er een functieverandering plaats vindt van agrarisch naar wonen, waarbij de (12) paarden van het terrein zullen verdwijnen, een afname in stikstofemissies ontstaan. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het ‘projecteffect’). In de handreiking ‘woningbouw en AERIUS’ (Rijksoverheid januari 2020) wordt uitgegaan van de volgende kengetallen: • • •

Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen; Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning; Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transport): 3 kg NOx per woning.

Gezien de afstand (1,2 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (‘Donkse Laagten’) en in de gebruiksfase sprake is van een afname in stikstofemissie wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in kwetsbare habitats binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.

11

Beoordeling (c) houtopstanden Mogelijk worden een aantal bomen en struiken gekapt en gerooid ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Deze kapwerkzaamheden op de planlocatie vallen onder type b. Het kappen/verwijderen van houtopstanden op de planlocatie is derhalve niet meldingsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten hebben vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De beoogde ontwikkeling leidt evt. tot de kap van een aantal bomen en struiken. Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.

12

Conclusies Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie (A en B) heeft mogelijk een essentiële betekenis voor beschermde soorten. Echter doordat er geen werkzaamheden zijn beoogd in de desbetreffende bebouwing is aanvullend onderzoek naar uilen en vleermuizen niet noodzakelijk. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Strategische reservering natuur. Er zijn karakteristieke landschapselementen aanwezig in de vorm van knotwilgen, deze dienen bij eventuele kap gecompenseerd te worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000gebieden geen sprake. Een Aerius-berekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

-

+/-

Soortspecifiek onderzoek noodzakelijk

n

n

Gebiedsbescherming

afstand

effecten

nader onderzoek

1,5 km

geen

n.v.t.

1,2 km

geen

n.v.t.

300 m

geen

n.v.t.

Strategische reservering natuur

2,1 km

geen

n.v.t.

Houtopstanden

aanwezig

kap

melding

ja

ja

n.v.t.

ja

ja

n.v.t.

Bomen

-

-

+/-

-

+/-

n

n

n

n

n

Geschikt habitat Andere soort

Struiken

-

n

-

Belangrijk weidevogelgebied

-

+

-

Natuurnetwerk Nederland

+/-

+

Geschikt habitat Habitatrichtlijnsoort

Natura 2000

+

broedvogels (j)

Geschikt habitat Vogelrichtlijnsoort

broedvogels (a)

vissen

reptielen

amfibieën

Insecten en andere ongewervelden

Soortenbescherming - = ongeschikt + = geschikt n (nee)/ j (ja)/ m (maatregelen)

vaatplanten

Legenda

vleermuizen

Overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde flora en fauna en ook de verwachtte effecten naar aanleiding van de beoogde ingrepen en de eventueel daarop te nemen vervolgstap. (a) algemene broedvogel en cat. 5 soorten, (j) jaarrond beschermde nesten, cat. 1 t/m 4 soorten.

grondgebonden zoogdieren

Tabel 2

n

Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.

13

Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt, mits enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. De conclusie is dan ook dat de ontwikkeling aan de Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

Vervolgstappen Doordat de woonboerderij en de aansluitende stal behouden blijven is er geen sprake van aantasting van beschermde natuurwaarde. Derhalve is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a.

op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

14

Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Diepenbeek, A., 1999. Veldgids Diersporen. KNNV Uitgeverij 5e druk 2015, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Zuid-Holland, 2013. Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013.

Provincie Zuid-Holland Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.nationaalgeoregister.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl

15

We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,

Blom Ecologie B.V., ing. G. Fairhurst Auteur

Blom Ecologie B.V., ir. ing. K.J. Rebergen Collegiale toets

Bijlage 1 Fotografische impressie

© BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.

16

Bijlage 1 Fotografische impressie

17

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf en bestaat uit woonboerderij met aangrenzende stal en een vrijstaande paardenstal.

Figuur 2

Een deel van de paardenstal (C).

18

Figuur 3

De stal (B) die aansluit op de woonboerderij (A).

Figuur 4

De voorgevel (oostzijde) van de woonboerderij (A).

Stikstofdepositieberekening Aanleg- en gebruiksfase Heulenslag 19-20, Bleskensgraaf

Van den Heuvel Milieuadvies Adres: Postcode + plaats: Telefoon: Email: Website:

Lekdijk 44 2967 GB Langerak 0184-600240 info@vandenheuvelbv.eu www.vandenheuvelbv.eu

Titel document:

Stikstofdepositieberekening aanleg- en gebruiksfase Heulenslag 19-20, Bleskensgraaf Trevor Versluis 18106 5 oktober 2023 2

Auteur: Referentie: Datum: Versie:

AERIUS kenmerk aanlegfase: Rk9LT31LUp8W AERIUS kenmerk gebruiksfase: Re86EXsA6hhB

Pagina 2 van 15

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Nieuwe situatie.............................................................................................................................. 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats .......................................................... 6 2. Beleidskader............................................................................................................................. 7 2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................... 7 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ................................................................................................ 7 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ..................................................................................

7 2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden.................................................................................... 7 3. Uitgangspunten ........................................................................................................................ 8 3.1 Aanlegfase ..................................................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 11 4. Wijze van modelleren ............................................................................................................. 12 4.1 Aanlegfase ................................................................................................................................... 12 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 12 4.3 Gebouwinvloed ........................................................................................................................... 13 5. Rekenresultaat en conclusie.................................................................................................... 14

Bijlage – AERIUS-exports ............................................................................................................ 15

Pagina 3 van 15

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het perceel Heulenslag 19-20 betreft een voormalig agrarisch perceel. Op het perceel is een boerderij gerealiseerd waarin twee woningen aanwezig zijn. Ten westen van deze boerderij zijn voormalige agrarische schuurtjes gebouwd. De initiatiefnemer is voornemens om deze schuurtjes te saneren en ter plaatse twee woningen te realiseren. Om de relevante stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase van deze ontwikkeling te berekenen is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd om een stikstofdepositieberekening op te stellen. Met deze stikstofdepositieberekening is onderzocht of er sprake is van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige habitats als gevolg van stikstofdepositie vanwege het plan en of er al dan niet sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel stikstofdepositie.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft het westelijke deel van het perceel Heulenslag 19-20 te Bleskensgraaf. Binnen het plangebied zijn de voormalig agrarische schuurtjes gelegen. Deze schuurtjes zijn wat verouderd. Het plangebied maakt onderdeel uit van het kadastrale perceel Bleskensgraaf – D – 191.

Afbeelding 1: Begrenzing plangebied

Pagina 4 van 15

1.3 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn de voormalig agrarische schuurtjes gesaneerd en zijn er ter plaatse twee woningen gerealiseerd.

Afbeelding 2: Ontwerptekening nieuwe situatie

Pagina 5 van 15

1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat is gelegen binnen Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ en is gelegen op een afstand van circa 6,2 kilometer tot het plangebied. Op grotere afstand is het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ aanwezig. Binnen Natura 2000-gebieden ‘Donkse Laagten’ en ‘Boezems Kinderdijk’ zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig. Tabel 1: Stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden Gebieds- Natura 2000-gebied Afstand plangebied tot stikstofgevoelige nummer habitats (ca.) 82 Uiterwaarden Lek 12,3 kilometer 106 Boezems Kinderdijk Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 107 Donkse Laagten Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 112 Biesbosch 6,3 kilometer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=393b6e06-59d6-46e3-b903-365c04da5658