Bijlage 2 Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan ‘‘Noordeloos, Park Rietveld’
Tekst van het document
Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
7
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de rugstreeppad zijn deze richtlijnen vastgelegd in het Kennisdocument (BIJ12, 2017). De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de rugstreeppad beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform het Kennisdocument Rugstreeppad. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in het Kennisdocumenten Rugstreeppad. Aanvullend is eDNA onderzoek uitgevoerd.
Soort
Type
Periode
Omschrijving
Rugstreeppad
(Voortplantings) Biotoop
15 april t/m mei en juni t/m juli
Inventariseren middels luisteren naar kooractiviteit en onderzoek naar eisnoeren en larven. Aanvullend is eDNA onderzoek uitgevoerd
2.2 Praktische uitvoering Ten aanzien van de rugstreeppad is het kennisdocument (BIJ12, 2017) aangehouden waarbij er drie veldbezoeken zijn uitgevoerd. In overleg met OZHZ heeft er 1 veldbezoek in mei plaatsgevonden en 2 in juni. Om de aan- of afwezigheid van rugstreeppad vast te stellen zijn er koortellingen uitgevoerd in de avond. Op relatief warme, broeierige, windstille avond of nacht, na voldoende regenval is er kooractiviteit van de rugstreeppad waarneembaar. Tijdens deze koortellingen is er met name gelet op de aanwezigheid van ondiepe plassen met daarin eventueel kooractiviteit. Alle aanwezige oppervlaktewateren op het plangebied en in de directe omgeving ervan zijn echter ook onderzocht. Hierbij zijn de watergangen en plassen ook visueel beoordeeld op de aanwezigheid van de soort. Tevens is er een soort-specifieke eDNA analyse uitgevoerd. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op het onverharde deel van het plangebied zoals weergegeven in figuur 1.1. Tevens is de directe omgeving van het plangebied onderzocht. Enviromental DNA (eDNA) Alle dieren laten middels urine, uitwerpselen, huidcellen, haar of geslachtscellen hun DNA achter in de omgeving waarin ze leven. Dit DNA kan worden geëxtraheerd uit milieumonsters zoals bodem, water, uitwerpselen, etc. Op basis van deze DNA-sporen kunnen soorten worden gedetecteerd.
De environmental DNA-methode (afkorting: eDNA methode) is een methode gebaseerd op het achterhalen van stukken DNA via feces, urine en huidcellen. Door het unieke oplossende vermogen van water worden deze stukjes DNA verspreid over een groot oppervlak. Door watermonsters te verzamelen en te analyseren op de aanwezigheid van DNA kan het voorkomen van een doelsoort worden aangetoond. Op 30 mei 2023 is het veldbezoek betreft het verzamelen van mogelijk eDNA uitgevoerd. Hierbij zijn op drie punten samples genomen op de locaties in figuur 2.1. De samples zijn gecodeerd en opgestuurd naar een gespecialiseerd servicelab voor e-DNA en zijn door hen geanalyseerd.
8
Figuur 2.1 De locaties waarop samples voor het eDNA onderzoek zijn genomen. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van de planlocatie. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle aantallen individuen te vinden. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aanwezigheid van de rugstreeppad op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Volgens protocol dienen er drie veldbezoeken uitgevoerd te worden, waarbij er tijdens twee worden geluisterd naar kooractiviteit. Het derde veldbezoek wordt gebruikt om ei-snoeren en larven te zoeken. Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Rugstreeppad kooractiviteit en eDNA
Leefgebied
Zoeken ei-snoeren en larven en rugstreeppad kooractiviteit
Leefgebied
Aantal
Datum
Zon ↓
Tijd
Weersomstandigheden
1
30-052023
21.47
20.4500.00
3/8, droog, 3 Bft, 15˚C
1
07-062023
21.54
19.45-00.00
0/8, droog, 3 Bft, 20˚C
pers.
9
2.4 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in het Kennisdocument. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Rugstreeppad Tijdens de onderzoek rondes zijn geen rugstreeppadden waargenomen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan. De eDNA monsters zijn negatief (tabel 3.1). Vanwege de afwezigheid van eDNA, ei-snoeren, larven en kooractiviteit van rugstreeppadden kan geconcludeerd worden dat er geen voortplanting van de rugstreeppad plaatsvindt in de oppervlaktewateren op en in de directe omgeving van de planlocatie. Hierdoor is de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de rugstreeppad op de planlocatie uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van essentieel leefgebied van de rugstreeppad. Derhalve dient voorafgaand de beoogde ingreep geen ontheffing voorhanden te zijn. Tabel 3.1
PCR resultaten analyse monsters eDNA.
Monstercode
Resultaat rugstreeppad
Procedure blanco
Consevering controle
Inhibitie controle
PCR negatieve controle
PCR positive controle
E3425
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E3426
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
E3428
0/8
OK
OK
OK
OK
OK
11
4 Conclusie 4.1
Rugstreeppad In de periode mei en juni 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van rugstreeppadden op de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek zijn geen ei-snoeren of larven aangetroffen, tevens is er geen eDNA aangetoond in de oppervlaktewateren op de planlocatie en is er geen kooractiviteit op de planlocatie en in de directe omgeving ervan waargenomen. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat de oppervlaktewateren op de planlocatie en in de directe omgeving ervan geen essentiële functie hebben voor de rugstreeppad. De beoogde ingreep leidt derhalve niet tot negatieve effecten op de rugstreeppad. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
4.2 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.
12
Bronvermelding Dekkers, J., 2022. Quickscan Wnb aan de Singel 4 te Noordeloos. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Rugstreeppad (Epidalea calamita)
Bijlagen Rugstreeppad
13
Bijlagen Rugstreeppad De rugstreeppad is een echte pionier die gemakkelijk spontaan kan koloniseren als de locatie hiervoor geschikt is (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017) (figuur 1.0). Heideterreinen, groeve, zand- en kleiafgravingen en braakliggende bouwterreinen zijn geschikte locaties. Belangrijk is dat de grond goed vergraafbaar is en er lang genoeg (tijdelijk) water blijft staan voor de voortplanting. Door het gebrek aan dynamiek is de soort snel afhankelijk geworden van de mens. Het voortplantingswater moet ondiep zijn met weinig watervegetatie en predatie. Rugstreeppadden staan erom bekend dat ze lange afstanden kunnen afleggen van wel 3 tot 5 km (enkele 100 meters per nacht).
Figuur 1.0 Rugstreeppad (bron: Blom Ecologie B.V.).
14
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 15
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Noordeloos, Park Rietveld’
Bijlage 5 Stikstofberekening
59
Blom Ecologie Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg
Develop Inv.
0418 820 288
T.a.v. dhr. D. Doornhein
info@blomecologie.nl
Soestdijkseweg Zuid 249
www.blomecologie.nl
3721 AE Bilthoven
Onderwerp:
Notitie AERIUS Singel 4 te Noordeloos
Datum:
16 juni 2022 (revisie: 8 maart 2023)
Project:
2022-0502
Samensteller:
ing. J. Dekkers
Revisie:
S. Gielen Ad.
KVK
67221904
BTW nr.
NL856882999B01
IBAN
NL21RABO0314240683
Aanleiding Aan de Singel 4 te Noordeloos is een bedrijfsperceel met een woning, loods en garage gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande loods en garage op de planlocatie te slopen en 45 nieuwe woningen te realiseren. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ (figuur 1).
Figuur 1 De planlocatie is gelegen aan de Singel 4 te Noordeloos.
Natura 2000 De planlocatie ligt op een afstand van circa 4,3 km tot het Natura 2000-gebied ‘Zouweboezem’ (figuur 2). Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gedeelte van dit Natura 2000-gebied betreft Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijngebied. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden liggen op een afstand van circa 5 km ten noorden van de planlocatie. Middels een berekening met de AERIUS Calculator wordt rekenkundig inzichtelijk gemaakt of de voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verhoging van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. De nieuwe habitatkartering afkomstig uit het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden is op 25 november 2022 vastgesteld.
Figuur 2 De ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura2000-gebieden. Locaties van stikstofemissie
Figuur 3
De stikstofemissie wordt gemodelleerd middels een verkeersweg en een planlocatie (AERIUS Calculator).
Stikstofemissie gebruiksfase Verkeer De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 45 woningen. Het gaat om 5 vrijstaande woningen, 8 twee-ondereen-kapwoningen en 32 rijtjeswoningen. De 5 vrijstaande woningen worden geclassificeerd als koop, huis, vrijstaand, rest bebouwde kom en weinig stedelijk. De 8 twee-onder-een-kapwoningen worden geclassificeerd als koop, huis, twee-onder-een-kap, rest bebouwde kom en weinig stedelijk. De 32 rijtjeswoningen worden geclassificeerd als koop, huis, tussen/hoek, rest bebouwde kom en weinig stedelijk. Er is een bestaande woning en een loods welke in gebruik is, maar in de berekening wordt aangenomen dat zonder, interne saldering, in de gebruiksfase extra stikstofemissie wordt veroorzaakt door 45 nieuwe woningen. De nieuwbouw zal geen gasaansluiting krijgen. Tevens worden de woningen zonder houthaard, sierhaard en rookgaskanaal opgeleverd. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ingreep worst-case tot een toename van circa 359 verkeersbewegingen (tabel 1) (CROW Toekomstbestendig parkeren, 2012). Richting de noordzijde van Noordeloos bevindt zich voornamelijk lintbebouwing, aansluitingen op N- en A-wegen zijn niet aanwezig binnen een redelijke afstand aan de noordzijde van Noordeloos. Derhalve wordt logischerwijs de N214 ten zuiden van de planlocatie gebruikt.
Voor de extra aangetrokken verkeersbewegingen worden deze derhalve voor 100% in zuidelijke richting gemodelleerd (figuur 3), totdat deze verkeersbewegingen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Hiervan is sprake indien het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Of zich daar daadwerkelijk ander verkeer bevindt, is niet relevant in het kader van de vraag of de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdende verkeer aan de beoogde ontwikkeling kunnen worden toegerekend. Tevens dient er rekening gehouden te worden met mogelijk vrachtverkeer in de gebruiksfase (CROW Toekomstbestendig parkeren, 2012). Hierbij kan er bij woningbouw worden uitgegaan van 0,02 verkeersbewegingen zwaar verkeer per woning per etmaal. Dit betekent dat er in de gebruiksfase 0,02 * 45 = 0,9 verkeersbewegingen zwaar verkeer per etmaal.
Tabel 1
Verkeersgeneratie in de gebruiksfase. Bron: Toekomstbestendig parkeren (CROW).
Categorie
Verkeersgeneratie per etmaal
Totaal aantal verkeersbewegingen per etmaal
5 vrijstaande woningen
8,6 per woning
43 licht verkeer
8,2 per woning
65,6 licht verkeer
32 rijtjeswoningen
7,8 per woning
249,6 licht verkeer
Vrachtverkeer
0.02 per woning
0.9 zwaar verkeer
8 twee-onder-eenkapwoningen
totaal
358,2 licht verkeer 0,9 zwaar verkeer
Stikstofemissie bouwfase Gedurende de sloopfase en de bouwfase wordt een tijdelijke toename in stikstofemissie verwacht. Deze stikstofemissie komt ten gevolge van: 1. De inzet van machines op de werklocatie en; 2. Het aan- en afvoeren van personeel, materiaal en machines middels verkeersbewegingen.
Tabel 2 Inzet van mobiele werktuigen gedurende de bouwfase. Fase
Werktuig
Stage
Vermogen (kW)
Draaiuren
Sloop
Graafmachine
IV
200
39
Sloop
Shovel
IV
200
39
Sloop
Rupskraan
IV
200
52
Sloop
Trilplaat
V
10
52
Bouwrijp maken
Graafmachine
IV
75
39
Bouwrijp maken
Shovel
IV
200
39
Bouwrijp maken
Trilplaat
V
10
52
Woningbouw
Heistelling
IV
200
338
Woningbouw
Betonpomp
IV
200
23
Woningbouw
Hijskraan
IV
200
45
Woningbouw
Graafmachine
IV
75
45
Woningbouw
Shovel
IV
200
45
Woningbouw
Trilplaat
V
10
45
Conform de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021 (BIJ12, 2021) wordt voor de berekening van het brandstofverbruik van mobiele werktuigen de volgende formule gebruikt: 𝐿𝐵𝑃𝐽 = (0,095 ∗ 𝑃𝑚𝑎𝑥 + 0,54) ∗ 𝐷 Waarin: LBPJ:
Brandstofverbruik (liter/jaar)
Pmax:
Het maximale vermogen van het werktuig (kW)
D:
Aantal draaiuren per jaar (uur/jaar)
De samenvatting van de inzet van mobiele werktuigen en de bijbehorende draaiuren, brandstofverbruik en Adblueverbruik staat in tabel 2. Het Adblueverbruik voor Stage IV en V werktuigen mag geschat worden op 6% van het brandstofverbruik (BIJ12, 2021).
Tabel 3 Samenvatting van mobiele werktuigen gedurende de bouwfase als input voor de AERIUS Calculator. Werktuig Lichte machines
Stage
Vermogen
V
(kW)
Draaiuren (uur/jaar)
Brandstofverbruik (liter/jaar)
Adblueverbruik (liter/jaar)
10
149
221
n.v.t.
643
39
12083
725
Middelzware machines
IV
75
84
Zware machines
IV
200
618
De tijdelijke toename in verkeersbewegingen tijdens de bouwfase wordt in onderstaande tabel berekend (tabel 3). Hierbij wordt het aan en af rijdend verkeer berekend en het stationair draaiend vrachtverkeer op de bouwlocatie. Waarbij op de planlocatie een verkeersweg getrokken is en gerekende wordt met 100% file.
Tabel 4 Samenvatting van de verkeersbewegingen gedurende de bouwfase als input voor de AERIUS Calculator. Type verkeer
Weken bouwfase
Aantal per week
Totaalaantal
Stationair vrachtverkeer
Licht verkeer
100
50
5000
n.v.t
Middelzwaar vrachtverkeer
100
25
2500
2500
Zwaar vrachtverkeer
100
5
500
500
Resultaten stikstofdepositie gebruiksfase De AERIUS-berekening resulteert voor de gebruiksfase niet in een verhoging van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Stikstofemissie bouwfase Er is geen sprake van toename van stikstofdepositie ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep in de bouwfase. Conclusie De beoogde ontwikkeling is wat betreft stikstofdepositie en gebiedsbescherming uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve is er geen vergunning nodig en zijn er voor stikstof geen verdere vervolgstappen noodzakelijk.
We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. We verblijven in afwachting van uw reactie.
Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ing. J. Dekkers Auteur
Blom Ecologie B.V., ing. D.F. Knoops Collegiale toets
Blom Ecologie B.V., S. Gielen Ad. Auteur revisie
Blom Ecologie B.V. Koeweistraat 2 - 4181 CD Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
C.J. Blom Singel 4, 4225 PV Noordeloos Bouwfase Singel 4 Bouwfase van 45 woningen aan de Singel 4 te Noordeloos RZJSafd7gme6 09 maart 2023, 08:27 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023 -
3,1 kg/j
79,4 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen bouwfase Verkeersnetwerk
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,1 kg/j 58,8 g/j
77,2 kg/j 2,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Naam Locatie
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Mobiele werktuigen bouwfase X:124472,28 Y:435001,86
Naam
NOₓ NH₃
Stageklasse
77,2 kg/j 3,1 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
Lichte machines
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
221 l/j
149 u/j
Middelzware machines
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, 643 l/j SCR: ja
84 u/j
Zware machines
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
618 u/j 725 l/j
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Stationair draaiend vrachtverkeer X:124461,46 Y:435016,59 32,40 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
12083 l/j
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bouw verkeer X:124418,58 Y:435047,37 197,10 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
39 l/j
Stof Emissie
NOₓ
5,2 kg/j NH₃ 1,7 g/j NOₓ 3,7 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 68,3 kg/j NH₃ 2,9 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 6,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
0 p/jaar 2500 p/jaar 500 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 1,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - NH₃ 52,8 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
5000 p/jaar 2500 p/jaar 500 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RZJSafd7gme6 (09 maart 2023)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
S4dcJq66rq8t (09 maart 2023)
C.J. Blom Singel 4, 4225 PV Noordeloos Bouwfase Singel 4 gebruiksfase van 45 woningen aan de Singel 4 te Noordeloos S4dcJq66rq8t 09 maart 2023, 08:41 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2025 -
1,0 kg/j
16,8 kg/j
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
S4dcJq66rq8t (09 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,0 kg/j
16,8 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
S4dcJq66rq8t (09 maart 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
S4dcJq66rq8t (09 maart 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bron 1 X:124288,36 Y:434996,65 552,10 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 16,8 kg/j Type scherm - NO₂ 3,8 kg/j Hoogte - NH₃ 1,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
359 p/etmaal 0 p/etmaal 0.9 p/etmaal 0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230221_e1cb893112 Database versie 2022_e1cb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S4dcJq66rq8t (09 maart 2023)
6/6
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Noordeloos, Park Rietveld’
Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek
60
PROJECT 36653 VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK SINGEL 4 TE NOORDELOOS
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 36653
Titel
Verkennend en nader bodemonderzoek Singel 4 te Noordeloos
Projectleider
Mevr. ing. I.B.A. Bongers
Adviseur
Mevr. T. van Galen
Datum rapport
26 augustus 2022
Opdrachtgever
Develop Inc. BV Soestdijkseweg Zuid 249 3721 AE Bilthoven
Contactpersoon
Dhr. D. Doornhein
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 36653
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1 Algemeen 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Voorgaand onderzoek 2.6 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.7 Hypothese en onderzoeksopzet verkennend onderzoek 2.8 Onderzoeksopzet nader onderzoek
2 2 2 2 4 4 5 5 6
3
WERKZAAMHEDEN 3.1 Veldwerk 3.2 Resultaten veldwerk 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
7 7 8 8 9
4
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater
10 10 12
5
ASBESTANALYSES
14
6
VERONTREINIGINGSSITUATIE 6.1 Verontreiniging in grond 6.2 Verontreiniging in grondwater 6.3 Ernst van de verontreiniging en gevalsdefinitie 6.4 Spoedeisendheid van de sanering 6.5 Conceptueel model
15 15 15 15 16 16
7
CONCLUSIES
17
BIJLAGEN BIJLAGE I : Kaartmateriaal BIJLAGE II : Boorbeschrijvingen BIJLAGE III : Toetsing meetwaarden BIJLAGE IV : Analysecertificaten BIJLAGE V : Afleiding spoedeisendheid sanering Sanscrit BIJLAGE VI : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 36653
INLEIDING EN DOEL Door de heer Doornhein is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en nader bodemonderzoek op het perceel Singel 4 te Noordeloos. In verband met de beoogde bestemmingswijziging is een verkennend bodemonderzoek verricht. Men is voornemens om de bestemming van het terrein te wijzigen van bedrijventerrein naar wonen. Het doel van het verkennend onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. De aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij meerdere verontreinigingen zijn aangetroffen: - Sterke verhogingen aan zware metalen en minerale olie/PAK ter plaatse van boringen 07 en 24 - Sterke verhogingen aan minerale olie ter plaatse van boringen 19 en 27 - Een sterke verhoging aan kobalt in het grondwater ter plaatse van peilbuis 05, alsmede matige verhogingen aan nikkel, zink en vinylchloride Het doel van het nader onderzoek is: - Het bepalen van de omvang in horizontale en verticale richting van de aanwezige verontreinigingen in grond en grondwater; - het vaststellen of er sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging' in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb); - het vaststellen van een eventuele spoedeisendheid van sanering; - het achterhalen van de
oorzaak van de verontreiniging; - het vaststellen of de verontreiniging een belemmering kan vormen voor de beoogde herontwikkeling van de locatie. De gegevens van het uitgevoerde verkennend en nader onderzoek zijn gezamenlijk in onderhavige rapportage weergegeven. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).
2
2
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Algemeen
Project 36653
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.1: Gegevens onderzoekslocatie
2.2
Locatieadres
Singel 4 te Noordeloos
Ligging locatie: gemeente provincie
Molenlanden Zuid-Holland
Oppervlakte
11.875 m2
Kadastrale aanduiding: gemeente sectie nummer
Noordeloos C 927, 928, 400 en 690
Huidige situatie De locatie betreft een bedrijfsterrein en bevindt zich op de rand van de bebouwde kom van Noordeloos. Op het terrein is een autogarage en een bedrijf voor op- en overslag gevestigd. Op de locatie staat een loods en enkele woningen. De oprit en omliggende delen zijn verhard met beton en grind. Op het zuidwesten van de locatie is een tuin aanwezig met gras. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie Ten behoeve van het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: -
huidige eigenaar opdrachtgever Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) www.bodemloket.nl
De locatie is in het verleden lange tijd agrarisch in gebruik geweest. Sinds circa eind jaren ‘60 heeft het perceel geen agrarische bestemming meer en is er een bedrijf gevestigd. Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bedrijven aanwezig geweest die asbesthoudende producten, apparaten of voorwerpen vervaardigden en/of verwerkten. Op de locatie zijn meerdere puinverhardingen aanwezig op en in de bodem. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest. Op historisch kaartmateriaal zijn drie slootdempingen op de locatie waarneembaar (zie onderstaande afbeeldingen). De eigenaar heeft aangegeven dat er nog een vierde slootdemping heeft plaatsgevonden.
3
Project 36653
Daarnaast is bij de Omgevingsdienst bekend dat op de locatie een bovengrondse HBO tank heeft gestaan tot eind 1998. Uit de omgevingsrapportage blijkt dat deze voldoende onderzocht is en niet verontreinigd. Daarnaast is op Singel 2a een ondergrondse HBO-tank verwijderd in 1999. Omliggende grond is afgegraven waarbij een lichte verhoging aan minerale olie is achtergebleven. Verder zijn voor zover nu bekend op de locatie geen bronnen voor bodemverontreiniging aanwezig (geweest) zoals puin, slakken, sintels en het veelvuldig toepassen van bestrijdingsmiddelen. Dit dient echter nog wel te worden geverifieerd door middel van een historisch onderzoek.
Slootdemping 1: gedempt in 1985
Slootdemping 2: gedempt in 1997
4
Project 36653
Slootdemping 3: gedempt in 2010
Slootdemping 4: Op aangeven van de eigenaar, tijdstip demping onbekend Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. 2.4
Toekomstige situatie Op de locatie worden woningen gerealiseerd. De bestemming van de locatie wordt ‘Wonen’.
2.5
Voorgaand onderzoek Van de locatie Singel 2 te Noordeloos zijn meerdere onderzoeken bekend bij de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid tussen 2000 en 2005. Hierbij wordt in de omgevingsrapportage geconstateerd dat in de grond lichte verhogingen aan metalen en EOX voorkomen, alsmede matige verhogingen aan zink, PAK en lood. Daarnaast worden lichte verhogingen aan arseen en chroom aangetroffen in het grondwater.
Project 36653
5
Van de locatie Singel 4-6 te Noordeloos (ten zuiden van onderhavige onderzoeksloctie) is tevens een verkennend onderzoek bekend uit 1993. In de omgevingsrapportage wordt genoemd dat de grond licht verontreinigd is met nikkel en EOX. In het grondwater komen lichte verhogingen voor aan fenolen, naftaleen en xylenen. 2.6
Regionale bodemopbouw en geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie (tabel 2.2) zijn afgeleid van het Dinoloket (TNO). Tabel 2.2: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)
Samenstelling
Geohydrologische eenheid
0-10
klei afgewisseld met veen
deklaag
10-27
uiterst grof t/m zeer grove zanden
1e watervoerend pakket
27-58
afwisselend zand- en kleilaagjes
scheidende laag
Grondwater De stromingsrichting van het grondwater is in het gebied waar de onderzoekslocatie is gelegen, globaal zuidwestelijk gericht. De locatie is gelegen in een lage polder, waar plaatselijk kwel kan plaatsvinden. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterwingebied. Ook zijn er geen grondwateronttrekkingen geregistreerd binnen een straal van 200 meter van de onderzoekslocatie. 2.7
Hypothese en onderzoeksopzet verkennend onderzoek Gezien de resultaten van voorgaand onderzoek kunnen lichte tot matige verhogingen aan zware metalen, PAK en minerale olie worden verwacht. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. De onderzoeksopzet wordt gebaseerd op de "Onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verdachte locatie (VED-HE-NL)" van de NEN 5740. Gezien slootdempingen 2 en 3 recent zijn gedempt, worden deze niet beschouwd als verdacht en worden derhalve niet als aparte deellocaties in het onderzoek meegenomen. Wel zal op de plek van deze dempingen een boring geplaatst worden als onderdeel van het verkennend onderzoek om te verifiëren of de sloten gedempt zijn met gebiedseigen grond. Ter plaatse van slootdemping 1 en 4 worden enkele boringen verricht om na te gaan waar de slootdemping mee heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van het type dempingsmateriaal kunnen verhogingen aan zware metalen en PAK worden verwacht. Op basis van het vooronderzoek kan een bodemverontreiniging met asbest niet worden uitgesloten. Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707.
Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging van de NEN 5707.
6
2.8
Project 36653
Onderzoeksopzet nader onderzoek In verband met de aangetoonde onderzoeksresultaten is na afloop van het verkennend onderzoek een nader onderzoek opgestart. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). De bepaling van de spoedeisendheid van sanering vindt plaats op basis van de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en het computerprogramma Sanscrit. Voorafgaand aan het nader onderzoek is conform de NTA 5755 een conceptueel model opgesteld. Het doel van het conceptueel model is om voorafgaand aan het nader onderzoek, aan de hand van een aantal onderzoeksvragen en een schematische weergave, een beter inzicht te krijgen in de te verwachten verontreinigingssituatie. Het conceptueel model kan worden beschouwd als een aanvulling op de hypothesestelling in een verkennend onderzoek. Zware metalen/PAK boring 07 & 24 De verwachting is dat de verontreiniging te relateren is aan de aanwezige slootdemping zoals aangewezen door de eigenaar van het perceel. Verwacht wordt dat de verontreinigingen te relateren zijn aan het puin en andere bijmenging die in de voormalige sloot gestort is. Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de verhogingen met minerale olie veroorzaakt worden door verhoogde PAK gehalten. Het betreft derhalve geen mobiele olieverontreiniging. De onderzoeksopzet van het nader onderzoek richt zich op de grondlaag onder de aanwezige slakkenlaag. Voor de verticale afperking van de verontreiniging wordt gebruik gemaakt van de reeds geplaatste boringen. Tijdens het verkennend onderzoek is de grondwaterkwaliteit reeds onderzocht (peilbuis 22), waar geen verhogingen zijn aangetoond die te relateren zijn aan de slootdemping. Aanvullend grondwateronderzoek is derhalve niet uitgevoerd. Minerale olie boring 19 & 27 De verwachting is dat de verontreiniging diffuus en heterogeen van aard is, waarbij mogelijk een zone met hogere gehalten dan de omgeving aanwezig is. Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De onderzoeksopzet van het nader onderzoek richt zich op de grondlaag direct onder de asfaltverharding. Voor de verticale afperking van de verontreiniging wordt gebruik gemaakt van de reeds geplaatste boringen. De verontreiniging in de grond staat niet in contact met het grondwater, waardoor er geen verontreiniging in het grondwater wordt verwacht. Een grondwateronderzoek wordt daarom niet verricht.
Zware metalen en VOCl in grondwater pb 05 In het historisch onderzoek en tijdens het verkennend onderzoek zijn geen bronnen of verdenkingen aangetroffen, waar de matige en sterke verhogingen aan zware metalen en VOCl in het grondwater van afkomstig kunnen zijn. Mogelijk was de week standtijd van de peilbuis niet voldoende om het grondwater te stabiliseren. Derhalve wordt in eerste instantie het grondwater herbemonsterd.
Project 36653
7
3
WERKZAAMHEDEN
3.1
Veldwerk De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen
20/21 juni 2022
dhr. B. Nieland
2001/2002
Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest
20/21 juni 2022
dhr. B. Nieland
2018
Grondwatermonstername
28 juni 2022
dhr. B. Nieland
2002
Verrichten boringen nader onderzoek
4 augustus 2022
dhr. B. Nieland
2001
Herbemonsteren peilbuis 05
12 augustus 2022
dhr. R.J.M. van Asselen
2002
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek 30 boringen verricht (nrs. 01 t/m 30). Boringen 07 en 24 zijn ter plaatse van slootdemping 4 geplaatst. De boringen 13 en 21 zijn ter plaatse van slootdemping 1 geplaatst. De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn nog acht boringen verricht (nrs. 101 t/m 108). De boringen 101 t/m 103 zijn verricht ter plaatse van de verontreiniging met minerale olie op het zuidelijk deel van het terrein. De boringen 104 t/m 108 zijn verricht ter plaatse van de verontreiniging met zware metalen en PAK op het noordelijk deel van het terrein. De boringen 05, 13 en 22 zijn voorzien van een peilbuis. Boring 05 is voorzien van een peilbuis in verband met de waargenomen teergeur. Boring 22 is voorzien van een peilbuis naar aanleiding van de locatie waar een tank heeft gestaan en in verband met de slootdemping. Boring 13 is voorzien van een peilbuis voor het achterhalen van de algemene kwaliteit van het grondwater. Alle boringen ten behoeve van verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv of 0,5 meter beneden verhardings-/funderingslaag. De boringen 02, 06, 10, 11, 14, 16, 20, 21, 23 en 24 zijn doorgezet tot een diepte van circa 1,5 à 2,0 m-mv.
De boringen 05, 13 en 22 zijn doorgezet tot een diepte van 3,0 m-mv in verband met de plaatsing van een peilbuis. De boringen 07, 08, 09, 23, 27 en 28 zijn op een diepte variërend tussen 0,5 en 1,5 m-mv gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. De boringen ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn uitgevoerd tot een diepte van circa 1,0 à 1,5 m-mv. De boringen 103, 106 en 107 zijn op een diepte variërend tussen 0,85 en 1,3 m-mv gestuit op een handmatig ondoordringbare laag. De ligging van boringen, inspectiegaten en peilbuizen van het verkennend en nader onderzoek is weergegeven in bijlage I.
Project 36653
8
3.2
Resultaten veldwerk
3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot de maximale boordiepte van maximaal 3,0 m-mv is hoofdzakelijk klei aanwezig. In de bovengrond worden zandlagen en puin-/asfaltlagen aangetroffen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen grond In tabel 3.2 zijn de zintuiglijke waarnemingen aan grond weergegeven. Tabel 3.2: Waarnemingen grond Boring
Diepte (m-mv)
Grondsoort
Waarneming
02
0,50 - 1,00
Klei
baksteen++
04
0,00 - 0,50
Zand, zwak siltig
baksteen+
05
0,40 - 1,10
Klei, zwak zandig
teergeur+, olie-water reactie+
1,10 - 2,00
Klei
teergeur+, olie-water reactie+
0,50 - 1,00
Klei
asfalt+
07
0,20 - 0,80
Klei, sterk zandig
baksteen+, kolen+, slakken+, teergeur+
08
0,40 - 0,80
Klei, sterk zandig
baksteen+++, hout+
0,60 - 1,00
Klei, sterk zandig
slakken+
15
0,50 - 1,00
Klei, zwak zandig
baksteen+++
17
0,00 - 0,50
Klei, zwak zandig
baksteen+
19
0,18 - 0,40
Klei, matig zandig
asfalt+, baksteen+, teergeur+
0,60 - 0,90
Klei, zwak zandig
baksteen+
0,29 - 0,60
Zand, zwak siltig
baksteen+, glas+
0,60 - 1,00
Klei, zwak zandig
slib+
22
0,50 - 1,10
Klei
baksteen+
23
0,50 - 1,50
Klei, matig zandig
baksteen+, slib+
24
0,60 - 0,80
Klei, zwak zandig
teergeur+
29
0,00 - 0,50
Klei, sterk zandig
baksteen+
101
0,30 - 0,60
Klei, matig zandig
asfalt+, baksteen+, teergeur+
0,60 - 1,00
Klei, zwak zandig
baksteen+
104
0,25 - 0,90
Klei, sterk zandig
baksteen+, kolen+, slakken+, teergeur+
105
0,50 - 0,70
Klei
aardewerk+, baksteen+
0,90 - 1,40
Klei, matig zandig
puin++
0,50 - 1,20
Klei, zwak zandig
glas+, kolen+, baksteen+
06
21
108
Waarneming: + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) De geurwaarnemingen zijn niet tot stand gekomen door 'actieve' waarnemingen
Er is tijdens de uitvoering van het veldwerk ter plaatse van de onderzoekslocatie visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen.
Project 36653
9
3.2.2 Grondwater De grondwaterstanden gemeten tijdens grondwatermonstername, de resultaten van de veldmetingen en de gedane waarnemingen zijn schematisch weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
05 (28 juni)
2,00-3,00
0,79
7,0
2400
135,1
05 (12 augustus)
2,00-3,00
1,12
6,9
1700
27,5
13
2,00-3,00
1,00
6,7
2840
47,6
22
2,00-3,00
1,35
6,8
2960
56,8
Tijdens het veldwerk is de grondwaterstand bij peilbuis 13 lager ingeschat dan deze daadwerkelijk is gemeten. Hierdoor staat de bovenzijde van het filter van de peilbuis meer dan de voorgeschreven 0,5 m onder het grondwater. Omdat visueel en analytisch geen significante verontreiniging is aangetoond, beschouwen wij niet als een kritische afwijking. De gemeten troebelheid in het grondwater van de eerste meting van peilbuis 05 is aan de hoge kant. De troebelheid wordt veroorzaakt door in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes in het grondwater ten tijde van de bemonstering. Als gevolg van de verhoogde troebelheid kunnen de concentraties van de onderzochte stoffen mogelijk verhoogd zijn.
Project 36653
10
4
ONDERZOEKSRESULTATEN De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Verkennend onderzoek M01
21 (0,60-1,00)
Slib+
NEN-g
Ba@, Ni
-
-
M02
05 (0,40-0,70)
Teergeur+, oliewaterreactie+
NEN-g
Ba@, Mo, olie
-
-
M03
24 (0,60-0,80)
Teergeur+
NEN-g
Cd, Co, Hg, Mo, olie, PCB
Ba@, Pb
Cu (12*I), Ni (1,2*I), Zn (1,4*I) PAK (12*I)
M04
07 (0,20-0,80)
Baksteen+, kolen+, slakken+, teergeur+
NEN-g
Cd, Co, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
Ba@, Cu
Olie (1,0*I), PAK (22*I)
M05
08 (0,40-0,80) 15 (0,50-1,00)
Baksteen+++, hout+
NEN-g
Ba@, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, olie, PAK, PCB
-
M06
06 (0,50-1,00) 19 (0,18-0,40) 27 (0,40-0,60)
Asfalt+, baksteen+, teergeur+
NEN-g
Ba@, Cd, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PAK
-
Olie (1,3*I)
M07
17 (0,00-0,50) 22 (0,50-1,00) 29 (0,00-0,50)
Baksteen+
NEN-g
PAK
-
-
M08
02 (0,50-1,00)
Baksteen++
NEN-g
Ba@, Ni, PAK
-
-
M09
13 (1,00-1,50) 16 (1,00-1,50) 22 (1,50-2,00)
-
NEN-g
-
-
-
M10
06 (1,00-1,50) 11 (0,90-1,40) 14 (1,00-1,50) 20 (0,90-1,40)
-
NEN-g
Ba@, Mo, Ni
-
-
M11
21 (0,29-0,60)
Baksteen+, glas+
NEN-g
Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn
Ba@, Ni, PAK
-
M06-1 06 (0,50-1,00)
Asfalt+
Olie
-
-
-
M06-2 19 (0,18-0,40)
Asfalt+, baksteen+, teergeur+
Olie
-
-
Olie (1,5*I)
M06-3 27 (0,40-0,60)
-
Olie
-
-
Olie (7,5*I)
Uitsplitsing M06
Nader onderzoek Minerale olieverontreiniging boring 19 & 27 M12
101 (0,30-0,60)
Asfalt+, baksteen+, teergeur+
Olie
-
-
Olie (1,2*I)
M13
102 (0,50-1,00)
-
Olie
-
-
-
M14
19 (0,60-0,90)
Baksteen+
Olie
Olie
-
-
M21
20 (0,50-0,90)
-
Olie
Olie
-
-
M22
14 (0,50-1,00)
-
Olie
-
-
-
Project 36653
11
Vervolg tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Cd, Co, Mo
Ba@, Pb
Cu (3,9*I), Ni (1,0*I), Zn (1,5*I), olie (1,7*I), PAK (18*I)
Zware metalen, minerale olie en PAK-verontreiniging boring 07 & 24 M15
104 (0,25-0,75)
Baksteen+, kolen+, slakken+, teergeur+
NEN-g
M16
105 (0,50-0,70)
Aardewerk+, baksteen+ NEN-g
Ba@, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, olie, PAK, PCB
-
-
M17
105 (0,90-1,40)
Puin++
NEN-g
Ba@, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Ni, olie, PAK, PCB
Zn
-
M18
108 (0,50-1,00)
Glas+, kolen+, baksteen+
NEN-g
Cd, Cu, Pb, Mo, Zn, PCB
Olie
PAK (29*I)
M19
24 (0,80-1,00)
-
NEN-g
Ba@, Cd, Cu, Pb, Mo, Ni, Zn, olie
-
PAK (1,1*I)
M20
24 (1,00-1,50)
-
PAK
PAK
-
-
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)
Verkennend onderzoek De grondmonsters zijn geanalyseerd op een NEN pakket. Over het algemeen worden in de grond lichte verhogingen aan zware metalen, PAK, minerale olie en/of PCB aangetoond. De lichte verhogingen aan minerale olie zijn te relateren aan PAK-houdende verbindingen. Dit is af te lezen uit de oliechromatogrammen in de bijlage. Ter plaatse van boringen 07 en 24 (noordelijke slootdemping) worden sterke verhogingen aan koper, nikkel, zink, minerale olie en PAK aangetoond. Daarnaast zijn de gehalten aan barium en lood matig verhoogd aanwezig. De sterke verhoging aan minerale olie zijn te relateren aan PAK-houdende verbindingen. Dit is af te lezen uit de oliechromatogrammen in de bijlage. Ter plaatse van boringen 06, 19 en 27 (M06) wordt een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond. Het mengmonster is uitgesplitst en separaat geanalyseerd op minerale olie. Hierbij worden bij boringen 19 en 27 nog sterke verhogingen aan minerale olie aangetoond. In boring 06 is geen verhoging aan minerale olie aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. De sterke verhogingen aan minerale olie zijn te relateren aan bitumen. Dit is af te lezen uit de oliechromatogrammen in de bijlage. Nader onderzoek minerale olie (boring 19 en 27) Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn vier grondmonsters separaat geanalyseerd op minerale olie.
In het zintuiglijk verontreinigde grondmonster met een teergeur (M12, boring 101) overschrijdt het gehalte aan minerale olie de interventiewaarde. In het zintuiglijk schone monster M21 (boring 20) is een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond.
Project 36653
12
In de zintuiglijk schone monsters M13 (boring 102) en M22 (boring 14) wordt geen verhoging boven de achtergrondwaarde en/of detectielimiet aangetoond. Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boring 19) is een grondmonster ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie. Het grondmonster M14 van boring 19 (0,6-0,9 m-mv) bevat een lichte verhoging aan minerale olie. Nader onderzoek slootdemping (boring 07 en 24) Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn vier grondmonsters separaat geanalyseerd op een NEN-pakket. In het zintuiglijk verontreinigde grondmonster met een teergeur (M15, boring 104) overschrijdt het gehalte aan diverse metalen, minerale olie en PAK de interventiewaarde. In de zintuiglijk met puin verontreinigde grondmonsters M16 en M17 (boring 105) worden lichte tot matige verhogingen aan metalen, olie, PAK en PCB aangetoond. In monster M18 (boring 108) wordt een sterke verhoging aan PAK aangetoond, alsmede een matige verhoging aan minerale olie en lichte verhogingen aan diverse metalen en PCB. Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boring 24) zijn twee grondmonsters ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie. Het zintuiglijk schone grondmonster M19 van boring 24 (0,8-1,0 m-mv) bevat een sterke verhoging aan PAK en lichte verhogingen aan diverse metalen en minerale olie.
Het zintuiglijk schone grondmonster M20 van boring 24 (1,0-1,5 m-mv) bevat een lichte verhoging aan PAK. 4.2
Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
NEN-gw
Ba, Mo, dichlooretheen
Ni, Zn, vinylchloride
Co
Verkennend onderzoek 05
2,00-3,00
13
2,00-3,00
NEN-gw
Mo, naftaleen
Ba
-
22
2,00-3,00
NEN-gw
-
Ba
-
NEN-gw
Ni, Zn, dichlooretheen
Ba, vinylchloride
-
Her bemonstering pb 05 05
2,00-3,00
13
Project 36653
Verkennend onderzoek Het grondwater uit de peilbuizen is geanalyseerd op een NEN-analysepakket. Hierdoor wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 05 (geplaatst naar aanleiding van de waargenomen teergeur) is de concentratie aan kobalt sterk verhoogd aangetoond. Het gehalte aan nikkel, zink en vinylchloride is matig verhoogd. Tevens zijn lichte verhogingen aan barium, molybdeen en dichlooretheen aangetoond. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 13 (geplaatst ter bepaling van de algemene kwaliteit van het grondwater) is het gehalte aan barium matig verhoogd aangetoond. Tevens zijn lichte verhogingen aan molybdeen en naftaleen aangetoond. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 22 (geplaatst naar aanleiding van de tanklocatie en de slootdemping) is het gehalte aan barium matig verhoogd aangetoond. Nader onderzoek Het grondwater uit peilbuis 05 is herbemonsterd en geanalyseerd op een NEN-analysepakket. Hiermee kan worden bepaald of de verhogingen worden veroorzaakt door het nog niet stabiel zijn van het grondwater. Na herbemonstering worden vinylchloride en barium nog matig verhoogd aangetoond, en molybdeen, nikkel en dichlooretheen nog licht verhoogd. Kobalt en molybdeen worden niet meer verhoogd gemeten ten opzichte van de streefwaarde.
Project 36653
14
5
ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: ASB01: gat 01/14/20 ASB02: gat 08/09 ASB03: gat 23/27/28
De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek, bepaling indicatief gehalte (mg/kg ds) Code
monsterpunten (m-mv)
gewogen gehalte grove fractie1) (>2 cm)
gewogen gehalte fijne fractie2) (<2 cm)
totaalgehalte per gat
verdeling
toetswaarde
ASB01
01 (0,12-0,30) 14 (0,10-0,50) 20 (0,20-0,50)
-
0
0
-
0
ASB02
08 (0,25-0,40) 09 (0,27-1,00)
-
0
0
-
0
ASB03
23 (0,20-0,50) 27 (0,20-0,40) 28 (0,20-0,50)
-
0
0
-
0
-
1) 2)
Ho He * **
geen asbest (AVM) in grove fractie aangetroffen gewogen gehalte grove fractie = serpentijn + 10 x amfibool gewogen gehalte fijne fractie = serpentijn + 10 x amfibool, vermenigvuldigd met een correctiefactor (grof/fijn) waarmee het gehalte in de uitgezeefde fractie wordt teruggerekend naar het totale monster homogene verdeling: de toetswaarde betreft het gemiddelde, gewogen naar volume per sleuf/gat (zie hiervoor toetsingstabel in bijlage) heterogene verdeling: de toetswaarde betreft het hoogste totaalgehalte Het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (grond) resp. grenswaarde (puin) van 100 mg/kg ds
Zowel visueel als analytisch is op de locatie geen asbest aangetoond.
15
6
VERONTREINIGINGSSITUATIE
6.1
Verontreiniging in grond
Project 36653
Zware metalen en PAK noordelijk terrein Er is sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor zware metalen en PAK (en PAK-gerelateerde minerale olie) wordt overschreden. De kern van de verontreiniging bevindt zich ter plaatse van de gedempte sloot, ter hoogte van de boringen 07 en 24. De verontreiniging wordt hier aangetroffen direct onder de verharding/fundering vanaf 0,2 à 0,5 tot een diepte van 0,9 à 1,2 m-mv. De verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan de slootdemping. De verontreiniging met zware metalen en PAK heeft een oppervlakte circa 620 m2. De dikte van het pakket sterk verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 0,5 meter. Het totale volume sterk verontreinigde grond wordt geraamd op circa 310 m3. Dit komt overeen met 500 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,6 ton/m3). Minerale olie zuidelijk terrein Er is sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor minerale olie wordt overschreden. De kern van de verontreiniging bevindt zich bij het gedeelte dat met grind verhard is, ter hoogte van de boringen 19 en 27. De verontreiniging wordt hier aangetroffen direct onder de verharding/fundering vanaf circa 0,3 m-mv tot een diepte van circa 0,6 m-mv. De verontreiniging is te relateren aan de aangetroffen asfaltbijmengingen. De verontreiniging met minerale olie heeft een oppervlakte circa 710 m2.
De dikte van het pakket sterk verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 0,3 meter. Het totale volume sterk verontreinigde grond wordt geraamd op circa 210 m3. Dit komt overeen met 340 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,6 ton/m3). 6.2
Verontreiniging in grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 05 zijn na herbemonstering geen sterke verhogingen meer aangetroffen, enkel nog een matige verhoging aan vinylchloride. Er zijn geen bronnen op de locatie aanwezig en ook in de omgeving zijn geen verdenkingen aanwezig. Er zijn ook geen grootschalige verontreinigingen in de omgeving geregistreerd. In peilbuis 13 stroomafwaarts van peilbuis 05 zijn geen verhogingen aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. Gezien de ligging in een lage polder, is het mogelijk dat vinylchloride (meest mobiele variant van de VOCl) door opkomend kwelwater verhoogd gemeten wordt.
6.3
Ernst van de verontreiniging en gevalsdefinitie Aangezien de omvang van de sterke verontreinigingen in grond groter zijn dan 25 m3, is er sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet bodembescherming. Conform de Wet bodembescherming wordt de verontreiniging gedefinieerd aan de hand van de aard en oorzaak van de verontreinigende stoffen (technische samenhang), de geografische ligging (ruimtelijke samenhang) en de relatie met enerzijds de activiteiten die de verontreiniging hebben veroorzaakt en anderzijds de rechtspersoon die daarvoor verantwoordelijk is (organisatorische samenhang).
16
Project 36653
Het verontreinigingsgeval betreft een verontreiniging met minerale olie in grond en een verontreiniging met zware metalen en PAK in grond. De verontreinigingen worden toegeschreven aan respectievelijk de asfaltbijmengingen en een gedempte sloot. Tot het geval worden alle zintuiglijke en analytische verhogingen met minerale olie, zware metalen en PAK gerekend, die te relateren zijn aan de asfaltbijmengingen en de gedempte sloot. Het betreffen tevens aaneengesloten gevallen van verontreiniging. Er is derhalve sprake van een technische en ruimtelijke samenhang. De verontreiniging is aanwezig op één kadastraal perceel. Er is derhalve tevens sprake van een organisatorische samenhang. 6.4
Spoedeisendheid van de sanering De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van humaantoxicologische risico’s, ecotoxicologische risico’s en verspreidingsrisico's van de verontreiniging. Voor de toetsing van de spoedeisendheid van de sanering wordt gebruik gemaakt van de publicatie: ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en het computerprogramma Sanscrit (website www.sanscrit.nl). In bijlage V is een weergave van de toetsing met Sanscrit opgenomen. Voor de toetsing is uitgegaan van een worst-case scenario (hoogst gemeten waarden en meest gevoelige gebruik). Uit de berekeningen blijkt dat, gelet op de huidige bestemming van het terrein (bedrijfsterrein), de verontreiniging niet leidt tot onaanvaardbare humaantoxicologische, ecotoxicologische en/of verspreidingsrisico’s. De aangetoonde verontreinigingen kunnen ons inziens worden aangeduid als gevallen van ernstige, niet spoedeisende bodemverontreiniging.
6.5
Conceptueel model Voorafgaand aan het nader onderzoek is een conceptueel model opgesteld (zie paragraaf 2.8). De resultaten die zijn verkregen tijdens de uitvoer van het nader onderzoek hebben niet geleid tot aanpassing of een wijziging van het model, of een aanvulling van de onderzoeksopzet. De onderzoeksvragen zijn middels het uitgevoerde onderzoek voldoende beantwoord.
17
7
Project 36653
CONCLUSIES Op het perceel Singel 4 te Noordeloos is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw) en bestemmingswijziging. In verband met het aantreffen van meerdere verontreinigingen, is direct aansluitend een nader onderzoek uitgevoerd. De omvang van de verontreiniging met zware metalen en PAK is in kaart gebracht voor zover de terreinsituatie dit mogelijk maakt (bebouwing, openbare weg). De omvang van de sterke verontreiniging met zware metalen en PAK in grond bedraagt circa 310 m3. Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreiniging is te relateren aan de gedempte sloot. Deze sloot is voor 1987 gedempt, de verontreiniging is derhalve ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De omvang van de verontreiniging met minerale olie is in kaart gebracht voor zover de terreinsituatie dit mogelijk maakt. De omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie in grond bedraagt circa 210 m3. Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreiniging is te relateren aan de asfaltbijmengingen. Deze bijmengingen zijn vermoedelijk sinds de herontwikkeling van het terrein aanwezig.
De verontreiniging is derhalve ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De sterke verontreiniging met zware metalen in het grondwater van peilbuis 05 is na herbemonstering niet meer aanwezig. Gezien de hogere troebelheid, zal het grondwater na één week standtijd niet voldoende zijn gestabiliseerd. De matige verhoging aan vinylchloride in het grondwater is na herbemonstering nog steeds matig verhoogd aangetoond. Op en nabij de locatie zijn geen bronnen/verdenkingen hiervoor aanwezig. Vermoedelijk zal deze mobiele versie van VOCl door kwel in de omgeving omhoog zijn gekomen. De matige verhogingen aan barium zijn vermoedelijk van nature verhoogd aanwezig. Opmerkingen en aanbevelingen A: vóór 1987, ernstig geval Wanneer sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dient dit gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Het bevoegde gezag ten aanzien van de verontreiniging is de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is. Uit de risico-analyse volgt dat de verontreiniging bij het huidige gebruik geen risico’s oplevert en dat een sanering dus niet spoedeisend is.