CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – Bijlagen bij bestemmingsplantoelichting Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 34

Raadsvergadering 26 oktober 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 3420.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afbeelding 7: Impressies van toekomstige bebouwing. Links: zicht vanaf straatzijde, rechts: zicht vanuit de tuinzijde. Bron: Van Es Architecten

9

Quickscan ecologie – Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 34

6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het Natura-2000 gebied wat het dichtst bij het plangebied is gelegen is de Donkse Laagten (ca. 1,8 km ten noordwesten van het plangebied). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. Dit Natura-2000 gebied bevat tevens geen stikstofgevoelige habitattypen. Negatief effect op dit gebied ten gevolge van stikstofdepositie is hierom niet aan de orde. Stikstofgevoelige habitattypen bevinden zich in Natura-2000 gebieden zoals de Biesbosch (>6 km afstand tot plangebied). De geplande ontwikkeling (kleinschalige bouwwerkzaamheden) leidt niet tot een dusdanige stikstofdepositie dat drempelwaardes in deze gebieden over overtreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.

6.2 Omgevingsverordening Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. De meest nabijgelegen belangrijke groene zone is het belangrijk weidevogelgebied op ca. 500 m ten zuiden van het plangebied (lichtgroen op Afb. 8). Gezien de aard en de kleinschaligheid van de ontwikkeling is er geen significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Omgevingsverordening.

Afbeelding 8: Beschermde natuurgebieden in de omgeving van het plangebied (rode cirkel). Groen= natuurnetwerk, paars= verbindingszone, lichtgroen= Belangrijk weidevogel gebied, verticale arcering= Natura 2000.

10

Quickscan ecologie – Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 34

7 Beschermde soorten 7.1 Planten In het plangebied is geen sprake van ecologisch beheerd terrein, het aanwezige groen bestaat uit een kort gemaaid gazon en tuinbeplanting. De begrenzing met het water wordt gevormd door een rechte beschoeiing, er is geen sprake van een natuurvriendelijke oever. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats. Tijdens het veldbezoek zijn enkel vrij algemene soorten aangetroffen zoals gewone hoornbloem, paardenbloem en hondsdraf. Dit zijn overwegend soorten die duiden op voedselrijke omstandigheden. Aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten op basis van dit habitat.

7.2 Vogels De bebouwing biedt geen geschikte openingen of structuren die gebruikt kunnen worden door gebouwbroedende vogels met een jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats (zoals de huismus of gierzwaluw). Sporen van uilen (veren, braakballen, uitwerpselen) zijn eveneens niet aangetroffen in de schuur. Het plangebied is wel geschikt als nesthabitat voor algemene vogels in de struiken en bomen in de tuin (zoals merel, heggenmus en houtduif). Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de kapwerkzaamheden t.b.v. de uitbouw wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van half maart t/m half juli. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

Afbeelding 9: Geschikt broedgebied voor struweelvogels in de tuin.

11

Quickscan ecologie – Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 34

Afbeelding 10: Oud duivennest in de tuin.

7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor deze soorten (zoals natte ruige graslanden, moeras met wilgenbossen). Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

7.4 Vleermuizen De bebouwing is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De geveldelen waar de toekomstige aanbouw tegenaan zal worden geplaatst zijn uitvoerig geïnspecteerd (o.a. met endoscoop camera) maar er zijn geen geschikte openingen aanwezig. De dakrandconstructies sluiten zeer nauw aan op de gevel en stootvoegen zijn voorzien van bijenbekjes. Aanvullend vleermuisonderzoek is niet nodig.

Afbeelding 11: Stootvoegen zijn ontoegankelijk door bijenbekjes en tussen de gevel en het rieten dak zijn geen geschikte kieren aanwezig.

12

Quickscan ecologie – Molenaarsgraaf, Graafdijk-West 34

7.5 Amfibieën In het poldergebied rondom Molenaarsgraaf komen de rugstreeppad en de heikikker voor. Het plangebied is in de huidige staat echter niet aantrekkelijk voor deze soorten. De rechte beschoeiing langs de watergang voorkomt dat dieren hier vanuit het water het land op kunnen en het gazon is geen ideaal geschikt foerageergebied voor deze amfibieën. Het te dempen deel van de watergang vorm eveneens geen essentieel habitat voor deze soorten: het betreft een een doodlopende watergang met beschoeiing, het water is bovendien te diep is om voor deze amfibieën als voortplantingshabitat te functioneren (en bovendien niet visvrij). Geschikt voorplantingshabitat bevindt zich met name in de plas-dras zone van het zuidelijk gelegen polderlandschap.

Afbeelding 12: Inham met water de rechte beschoeiing.

Afbeelding 13: Poldergebied met plas-dras ten zuiden van het plangebied.

Om deze redenen is vast te stellen dat de geplande ontwikkeling niet leidt tot het verdwijnen van essentieel functioneel leefgebied van de beschermde rugstreeppad of heikikker. Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Desalniettemin bestaat er altijd een (weliswaar kleine) kans dat de rugstreeppad incidenteel in het plangebied kan voorkomen. In de trektijd kan deze soort grote afstanden overbruggen en ook buiten het bekende verspreidingsgebied worden waargenomen (deze soort vertoont sterk opportunistisch

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=4896eed6-6bfb-41e3-8185-e011a1afd80b