CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Ecologische quick scan

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6a. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Parallelweg 2 te Schelluinen20.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

boomkruiper

Categ orie 5

zwarte mees

Categ orie 5

bosuil

Categ orie 5

zwarte roodstaart

Categ orie 5

brilduiker

Categ orie 5

zwarte specht

Categ orie 5

draaihals

Categ orie 5

Tabellen nieuwe wet Natuurbescherming A an de indeling v an de regels v an de Wnb (bijlage 1) zitten v erschillende soortenlijsten gekoppeld.

Namelij k 3.1. vogelri ch tlij n so o rt e n , 3.5 habitat ri ch tlijn s o o rt e n

en 3.10 andere soort e n.

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten.

noemd. Hieronder w ordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de v ogelsoorten met jaarrond beschermde nesten v an de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-v ogels.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

21

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten:

De volgende soorten zijn strikt beschermd:

Onder artikel 3.5 v allen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Hieronder v allen ook v ogels. V oor de v ogels v an

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orca

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

Brandts vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

Bultrug

Grijze dolfin

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

Bern II gelden dezelfde regels als genoemd onder de v ogelrichtlijn daarom w orden deze soorten hieronder niet specifiek benoemd.

*= niet opgen om e n in bijlag e 2 Mem or i e van Toel i c hti ng , maar

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

wel op lijst Habi t atr i c htli j n Bijlage IV.

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

22

Artikel 3.10 Andere soorten. Hieronder v allen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige v an deze soorten zijn v rijgesteld bij ruimtelijke ontw ikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat v erschilt per prov incie.

In bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gew. bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Bosboterbloem

Europese rivierkreeft

Haas

Lange zonnedauw

Spits havikskruid

Wilde weit

Bosdravik

Franjegentiaan

Hazelworm

Levendbarende hagedis

Steenbraam

Woelrat

Bosmuis

Geelgroene wespenorchis

Hermelijn

Liggende ereprijs

Steenmarter

Wolfskers

Bosparelmoervlinder

Gentiaanblauwtje

Honingorchis

Meerkikker

Stijve wolfsmelk

Zandwolfsmelk

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

23

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Soort/Provincie

Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

het gaat om handelingen die w orden v erricht in

Bunzing

x

x

x

x

x

x

x

x

x

v erband met:

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

kader v an bestendig beheer of onderhoud

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

aan v aarw egen, w atergangen, waterkeringen,

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

watersta a t sw e rke n, oevers, vliegvel d e n, wegen,

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

spoorw egen of bermen, of in het kader v an

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

landbouw of bosbouw ;

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

d. bestendig gebrui

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Woelrat

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wij brengen

ecologis c h e

In afw ijking v an artikel 3.10, eerste lid, v an de w et gelden de in dat lid opgenomen v erboden niet v oor de soorten hiernaast genoemd, mits

a. de uitv oering v an w erkzaamheden in het kader v an ruimtelijke ontw ikkeling en inrichting; b. de uitv oering v an w erkzaamheden in het

natuurbeheer;

x

x

c. de uitv oering v an w erkzaamheden in het kader v an bestendig beheer of onderhoud in de

Wild zwijn

x x

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

24

BIJLAGE 4 - KAART NIEUWE SITUATIE

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

25

Figuur: kaar t nieuwe situa ti e zoal s aangel e v er d door de opdr a ch tge v er

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

26

BIJLAG E 5 - INGEVUL DE GEGEVE NS Hieron de r is de ingevul de vrage nli j st weer ge ge v e n die door de opdr a ch tg e ver is ingevul d.

1. Algemene informatie

Kruis aan: Omgevingsvergunning

Ik vraag de quickscan aan voor een x

Bestemmingsplanwijziging Ruimtelijke ontwikkeling

Ik wil het rapport ontvangen

x

Over vier weken (standaardtarief) Na zes weken (10% korting) Sneller dan vier weken (spoedtarief +€ 195) Voor mezelf (particulier)

Ik vraag de quickscan aan: x

De organisatie waar ik voor uit kom Een klant van mij. Op het einde van het formulier vul ik de factuurgegevens van de betaler in.

2. Vragen over de voorgenomen

ontwikkeling Vul het formulier zo uitgebreid mogelijk in. Gebruik gerust meer ruimte in het vak als dat nodig is voor een goede onderbouwing.

Formulier ingevuld door: dhr.. op datum: 22-10-2018 1.Waaruit bestaan de werkzaamheden precies? Graag volledig en zo specifiek als mogelijk benoemen. Antwoord:wonen ,opslag en werkplaats

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

27

2.Wat is de planning van de voorgenomen ontwikkeling? Graag zo specifiek mogelijk benoemen, zoals: wanneer vinden welke werkzaamheden plaats, wanneer start de voorbereiding in het veld, waar vindt de eventuele opslag van materialen plaats, welke rij- en werkroutes zijn er? Antwoord: opslag en rij route 3.Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Zo ja, zijn dit naar verwachting zware trillingen (>10 meter of trillingen buiten de grens van het projectgebied)? Antwoord: nee 4.Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winter. Antwoord: tusen 6 en 10 uur 5.Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? Antwoord: nee 6.Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Antwoord: nauwelijkd 7.Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten? Antwoord: nee 8. Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone? Antwoord: nee 9. Kunnen er zanddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden? Antwoord:nee 10. Het projectgebied (inclusief gebouwen en stallen e.d.) moet geheel geïnspecteerd kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor toegang? Zo ja, met wie en op welk telefoonnummer? Antwoord: nee Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

28

11. Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn? Antwo o rd : maak ons niet uit

12. Zijn er nog risico’s aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. Antwoord:nee 13. Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan? Antwoord:nee 14. Wij zijn voorstander van openbare informatie. De opdrachtgever is echter de eigenaar van de rapportage (en de inhoud). Het is dus aan jou of wij deze informatie mogen delen met derden. Mogen wij het rapport na oplevering en goedkeuring delen met derden? Antwoord:nee 15.Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig (indien relevant)? En zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Kun je deze meesturen? Antwoord:hebben jullie al

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

29

BIJLAGE 6 - EFFECT ENINDICAT O R

De effectenindicator (M inisterie v an E conomische Zaken, 2017) is ingev uld v oor N atura 2000-gebied ‘Biesbosch’ en v oor w erkzaaamheid ‘w oningbouw ’.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

30

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOG EN

Nick Kroese, BSc

Richard Notenboom, BSc

Bianca Wijnoltz, MSc

Functi e : kwal i te i ts co ntr ol e ur

Functi e : velde c ol oo g

Functi e : proj ec tl e i d er

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- hbo Bos- en natuurbeheer aan V an Hall Larenstein

- hbo Landscape & Env ironment management aan

- w o master Biology aan de Univ ersiteit Wageningen, met spe-

met specialisatie natuur- en landschapstechniek.

Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie.

- mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.

cialisatie conserv ation and systems ecology. - w o bachelor Biologie aan de Rijksuniv ersiteit Groningen met dubbele specialisatie mariene biologie en ecologie & ev olutie.

Ervaring: Ervaring:

Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste

Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij v oert al sinds 2009

jaar heeft hij bew ezen ov er grote kennis te beschikken v an plant -

Bianca is sinds juni 2018 in opleiding bij Habitus. Sinds 2018

quickscans uit en heeft daardoor ruime erv aring opgedaan met

en en v ogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016 heeft

v erricht zij quickscans onder begeleiding v an A mber Heitman en

deze dienst. Ook v erricht hij al sinds 2009 soortgerichte onder-

hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte onder-

Nick Kroese. Tijdens haar opleidingen heeft zij een brede kennis

zoeken en fauna-inv entarisaties. Zijn persoonlijke aandachts-

zoeken naar planten, v issen, w eekdieren, reptielen, v ogels en

opgedaan ov er terrestische, aquatische en mariene ecologie

groepen zijn planten, libellen, w eekdieren en kev ers. V an de

v leermuizen uitgev oerd. V anaf 2017 v oert hij deze onderzoeken

Ook heeft ze erv aring met inv asiev e, en terrestrische land-

v olgende soortgroepen heeft hij bew ezen ov er v oldoende ken-

zelfstandig uit. V an de v olgende soortgroepen heeft hij bew ezen

planten. Ze heeft onder andere interesse in zeezoogdieren en

nis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit

ov er v oldoende kennis te beschikken om een ecologische effect -

landzoogdieren.

te v oeren en deze v an anderen te beoordelen: grondgebonden

enbeoordeling uit te v oeren: grondgebonden zoogdieren, v leer-

V an zeezoogdieren, mossen en kreeften is haar kennis nog te

zoogdieren, zeezoogdieren, v leermuizen, amfibieën, reptielen,

muizen, kev ers, amfibieën, reptielen, v linders, libellen, kreeften,

gering en v oert zij geen effectenbeoordeling uit. Ook v oert zij

v linders, libellen, kreeften, v ogels, mossen en v issen.

v ogels, mossen en v issen. V an zeezoogdieren is zijn kennis nog

geen kw aliteitscontroles uit. Haar sterke communicatiev e

te gering en v oert hij geen effectenbeoordeling uit. Ook v oert hij

v aardigheden zijn belangrijk in de functie v an projectleider.

Benieuw d naar de persoonlijke w aarnemingen die Nick doet? Zie

geen kw aliteitscontroles uit. Naast zijn functie als v eldecoloog is

dan zijn account op w aarneming.nl. Professionele w aarnemin-

Richard excursiegids bij Bosw achter & Co.

gen w orden ingev oerd v ia WrnPro. Benieuw d naar de persoonlijke w aarnemingen die Richard doet? Zie dan zijn account op w aarneming.nl. Professionele w aarnemingen w orden ingev oerd v ia WrnPro.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

31

BIJLAGE 8A - RESULT AT EN BUREA U-O NDE RZO E K Soorten die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is over een periode van de laatste vijf jaar gekeken. Vogels met een jaarrond beschermd nest zijn niet opgenomen in de tabel. Zoogdieren

Vleermuizen

Reptielen

Amfibieën

Vissen

Dagvlinders

Libellen

Vaatplanten

Weekdieren

Bever

Baardvleermuis

Ringslang

Alpenwatersalamander

Grote modderkruiper

Grote vos

Beekrombout

Schubvaren

Zeggekorfslak

Bosmuis*

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Bastaardkikker*

Bunzing*

Gewone dwergvleermuis

Bruine kikker*

Das

Gewone grootoorvleermuis

Gewone pad*

Dwergmuis*

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Heikikker

Egel*

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Kamsalamander

Haas*

Laatvlieger

Kleine watersalamander*

Hermelijn*

Rosse vleermuis

Meerkikker*

Huisspitsmuis*

Ruige dwergvleermuis

Poelkikker

Konijn*

Watervleermuis

Rugstreeppad

Rivierrombout

Ree* Rosse woelmuis* Steenmarter Veldmuis* Vos* Waterspitsmuis Wezel*

* = deze soorten zijn vrijgesteld in de Wet natuurbescherming in Zuid-Holland. Onderstreept = soorten die ook binnen één kilometer van het projectgebied zijn waargenomen.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

32

BIJLAGE 8B - RESUL TA TE N BUREAU- EN VELDO NDE RZ O EK

Te verwachten soort op basis van bureau-onderzoek

a/m¹

Te verwachten functies² Onderbouwing en locaties ³

Alpenwatersalamander

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt land-/overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk in de buurt van bos en/of houtwallen in het zuiden en oosten van Nederland met een voorkeur voor zandige leemgronden. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren, die de hele winter in het water verblijven. Het voortplantingswater is hooguit matig stromend en visarm (Ravon, z.d.a).

Heikikker*

m

v, w, z

Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals veengebieden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop (Ravon, z.d.c).

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Voortplantingsbiotoop: ongeschikt omdat matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met eengoed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Overwinteringsbiotoop: niet geschikt omdat kleinschalige landschappen ontbreken met essentiële biotoopelementen zoals bospercelen, heggen, struwelen en houtwallen. De soort komt voor in het zuiden, midden en oosten van het land (Ravon, z.d.d). Verder wordt niet in het water of langs de oever van de bestaande watergangen gewerkt.

Poelkikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren (Ravon, z.d.f).

Rugstreeppad*

m

v, w, z, vm

Er zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen twee kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan geen onoverbrugbare barrières. Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes of ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals kassen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverbl ijfplaats. Verder zijn bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Er is kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiot oop indien er tijdens de werkzaamheden ondiepe wateren ontstaan (regenplassen) in de periode april-september. Er is kans op vestiging in geschikt winterbiotoop indien er hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen blijven liggen in de periode september-november. Juveniele rugstreeppadden uit de omgeving kunnen wel tot vijf kilometer afleggen op zoek naar geschikt leefgebied (Bij12, 2017b).

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4; Ravon, z.d.h).

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).

Amfibieën

Kevers Gestreepte waterroofkever*

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

33

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018).

Vliegend hert*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door w itrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden (Huijbrechts, 2002, Chinery, 2010).

N.v.t.

N.v.t.

Enkel bekend uit een poel in Warnsborn nabij Arnhem. De soort komt in zoet en redelijk koel, zuurstofrijk water voor en werd (tot 1986) vooral gevonden in onvervuilde beken, rivieren en meren in het zuiden en oosten van het land. Dit biotoop is niet aanwezig in of nabij het projectgebied (Rivierkreeften.be, z.d.).

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen en kele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet (vlinderstichting, z.d.a).

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie (vlinderstichting, z.d.c).

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten (vlinderstichting, z.d.d).

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden (vlinderstichting, z.d.g).

Tonghaarmuts*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak (BWLG, 2007). Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

Geel schorpioenmos*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkarme maar ijzerrijke moerassen, blauwgraslanden of beekdalen met veel kwel. Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. wateraardbei, zwarte zegge, moeraswalstro en egelboterbloem (Siebel & During, 2006).

Brede wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en w aarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing (Dijkstra, 2018d).

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen (Dijkstra, 2018e).

Kreeften Europese rivierkreeft* Libellen

Mossen

Planten

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

34

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras (Dijkstra, 2018f).

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018h).

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie (Dijkstra, 2018i).

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg (Dijkstra, 2018j).

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018m). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Kruipend moerasscherm* N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro (Dijkstra, 2018q).

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras (Dijkstra, 2018r). Vegetaties ui t het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde (Dijkstra, 2018t). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Schubvaren

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu’s zoals rotsen (vooral op kalksteen), rotsspleten, oude muren of puinhellingen. Zeer recent is op de afsluitdam van het Oostvoornse Meer voor het eerst ook een terrestische (in de aarde wortelende) groeiplaats van schubvaren gevonden. Vegetaties uit het Muurleeuwenbek-verbond (r21AB) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. muurvaren, gewoon muursterretje en steenbreekvaren (Dijkstra, 2018u).

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor (Dijkstra, 2018y).

Hazelworm*

N.v.t.

N.v.t.

In het projectgebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden, open plekken in bossen, ruige heidevelden, kalkgraslanden, vestingwerken, bermen van wegen en spoorwegen (Ravon, z.d.l).

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten (Ravon, z.d.m).

Reptielen

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

35

Ringslang*

m

v

Er is geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied (Ravon, z.d.o). Verder zijn broeihopen, zoals een composthoop aanwezig.

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken (kaal zand; Ravon, z.d.p).

Beekprik*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water (Ravon, z.d.q).

Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe (Ravon, z.d.r).

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones (Ravon, z.d.t).

Bruine eikenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten (Vlinderstichting z.d.j).

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout (Vlinderstichting z.d.m).

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen (Vlinderstichting z.d.o).

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien (Vlinderstichting z.d.r).

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Geen strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land (Vlinderstichting z.d.s).

Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Ook zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waarin de bijvoorbeeld de boomvalk tot laat in het broedseizoen nog tot broeden kan komen (Bij12, 2017e; Vogelbescherming Nederland, z.d.a-e).

Gierzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geen geschikte gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen (Bij12, 2017c; Vogelbescherming Nederland, z.d.b). Daarnaast zijn geen geschikte invliegopeningen of poepsporen aangetroffen.

Vissen

Vlinders

Vogels

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

36

Grote gele kwikstaart

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals beken en rivieren omzoomd door loofbos. De soort nestelt graag vlakbij stromend water in een nis in muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. Ze maken ook gebruik van speciale nestkasten. (Vogelbescherming Nederland, z.d.c).

Huismus*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geen geschikte gebouwen aanwezig. Er worden geen dakgoten, dakpannen of daklijsten gesloopt. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Daarnaast zijn er geen huismussen op of rond de projectlocatie aangetroffen binnen 1000 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van deze quickscan) niet aannemelijk is (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d).

Kerkuil, ransuil, steenuil*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of schuur. Ook worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. Er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn niet aanwezig. Ook zijn er geen oude ekster- of kraaiennesten aangetroffen waar de ransuil veelal gebruik van maakt (Vogelbescherming Nederland, z.d.e).

Oeverzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving (Vogelbescherming Nederland, z.d.f). Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april -juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Volgens de opdrachtgever worden er echter geen zanddepots geplaatst.

Ooievaar*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen nestvoorziening voor de ooievaar aanwezig (ooievaarspaal). Ook zijn geen elektriciteitspalen met een ooievaarsnest aanwezig. (Vogelbescherming Nederland, z.d.g)

Roek*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen roeken waargenomen. Ook geen zijn geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan (Vogelbescherming Nederland, z.d.h).

Slechtvalk*

N.v.t.

N.v.t.

Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig (Vogelbescherming Nederland, z.d.i).

Sperwer*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van sperwer. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven (Vogelbescherming Nederland, z.d.j).

Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige trend: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, b estaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen (Vogelbescherming Nederland, z.d.k-q).

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

37

Vogels zonder jaarrond beschermd nest*

m

N

•

• • • • •

In de bomen en bosschages kunnen zangvogels zoals de zanglijster, merel, tjiftjaf, roodborst, zwartkop, braamsluiper, tuinfluiter, heggenmus, vink, groenling, putter en winterkoning broeden. Daarnaast kunnen er ook duiven zoals de houtduif er broeden. Er is een oud duivvennest gevonden in één van de bomen in het projectgebied. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. Deze kunnen ook op rustige plekjes in kassen en schuren broeden. Langs de oevers kunnen watervogels zoals o.a. meerkoet, waterhoen, wilde eend of krakeend tot broeden komen. Er hangt een kast voor een torenvalk in één van de bomen. Behalve de torenvalk kunnen hier de kauw of de holenduif gebruik van maken. Pioniersoorten zoals kleine plevier en scholekster worden verwacht. Het projectgebied is open genoeg voor deze soorten. In de bouwfase zal het geschikt zijn wanneer kale en/of schaars begroeide grond aanwezig is. De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.

Weekdieren Bataafse stroommossel*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, de bataafse stroommossel prefereert gestructureerde grofzandige sedimenten en is daardoor gro tendeels gebonden aan stromende wateren zoals rivieren, beken of wateren die in verbinding staan met de rivier. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen (waaronder bijvoorbeeld elrits, ruisvoorn, kopvoorn en rivierdonderpad) graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt (Ministerie van Economische Zaken, 2015).

Platte schijfhoren*

N.v.t.

N.v.t.

Er is (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. Volgens de opdrachtgever wordt er echter niet in deze wateren gewerkt. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016).

N.v.t.

N.v.t.

Er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). De gebouwen hebben echter geen spouw, boeiboord, betimmering, daklijst of ruimte tussen de dakbedekking waar vleermuizen in kunnen kruipen en verblijven kunnen hebben. Ook wordt er geen verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt, negatieve effecten kunnen daarom uitgesloten worden. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt, buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte en daarom kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten worden uitgesloten. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur, vorstvrij (wel koud/koel), gradiënt, buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte, welke beide niet aanwezig zijn in het projectgebied. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten worden uitgesloten. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en boomholtes geschikt. In het projectgebied zijn dit soort plaatsen echter niet aanwezig.

Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn dit soort plaatsen niet aanwezig. Massawinterverblijfplaatsen: Massawinterverblijven zijn enkel aanwezig in massieve, hoge gebouwen, die zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt,watergangen gedempt of geblokkeerd. Effecten wordenuitgesloten. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt. Er wordt wel een groot oppervlak aan houtige beplanting verwijderd. Echter tasten de werkzaamheden geen essentieel foerageergebied aan. De overgebleven bosschages en bosschages rondom het projectgebied zorgen voor alternatieve foerageergebied. Effecten worden uitgesloten (Bij12, 2017a; Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018). Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9. In Bijlage 11 zijn foto’s opgenomen.

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis*, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

38

Rosse vleermuis, watervleermuis

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur, warm, gradiënt en buffermogelijkheden. Er zijn geen mogelijke verblijfplaatsen die aan deze eisen voldoen en daarom kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten worden uitgesloten. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur, vorstvrij (wel koud/koel), gradiënt en buffermogelijkheden. Deze eisen zijn niet aanwezig en daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten worden uitgesloten. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan een kraam- of winterverblijf, een boom met een iets doorlopende holte (naar boven) kan geschikt zijn. In het projectgebied zijn deze plekken niet aanwezig en worden daarom uitgesloten. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, onder andere holtes in bomen. Deze zijn niet aanwezig en daarom kunnen paarverblijfplaatsen van de benoemde soorten worden uitgesloten. Massawinterverblijfplaatsen: Massawinterverblijven zijn enkel aanwezige in massieve, hoge gebouwen, die zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd.

Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Migratieroute: deze zijn onder andere bekend van de kust, rivierdalen en grote wateren (o.a. meervleermuis). Dit landschap is niet aanwezig binnen het projectgebied. (Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018)

Bever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig (Zoogdiervereniging, z.d.a).

Boommarter*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand. Er zijn echter geen bomen aanwezig op het terrein. Verder zijn geen inrottingsgaten, spechtengaten, eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken (Zoogdiervereniging, z.d.b).

Das*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden (Zoogdiervereniging, z.d.d).

Eekhoorn*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden (Zoogdiervereniging, z.d.e).

Gewone zeehond*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor deze soort. De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken a anwezig zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. Ze hebben een sterke voorkeur voor rustige plekken, zonder menselijke aanwezigheid. Een enkele keer komt een gewone zeehond (tijdelijk) voor bij riviermondingen of zelfs in (zoete) binnenwateren. De gewone zeehond is zeer gevoelig voor geluid, licht en trilling. De gevoeligheid voor optische verstoring is onbekend (Zoogdiervereniging, z.d.f).

Noordse woelmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos (Zoogdiervereniging, z.d.h).

Otter*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn geen overstromingsvrije oeverholtes die kunnen dienen als nestplaats. Ook zijn geen dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen (Zoogdiervereniging, z.d.i).

Zoogdieren

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

39

Steenmarter

N.v.t.

N.v.t.

Er is wel geschikt biotoop aanwezig, omdat mogelijke verblijfplaatsen aanwezig zijn zoals takkenhopen en dichte struwelen. De dichtstbijzijnde waarneming bevindt zich echter op 4,5 kilometer afstand, waarbij er onoverbrugbare barrières zijn zoals de Boven-Merwede en de A15. Ook zijn er geen sporen zoals uitwerpselen, prente n of prooiresten gevonden. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, gr eppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt (Zoogdiervereniging, z.d.j).

Waterspitsmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten (Zoogdiervereniging, z.d.l).

¹ a = beschermde functie aangetroffen, m = mogelijk beschermde functie aanwezig. ² N = nestplaats. z = zomerverblijfplaats, w = winterverblijfplaats, vm = vestiging mogelijk, v = voortplantingsbiotoop. *Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuur- of veldonderzoek.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

40

BIJLAGE 9 - CHECKLIS T VLEER MUIZE N Insch a tt e n mogelij ke aanwe zi g h ei d vleerm ui ze n in een Wet

2. Opgaande gewassen

natuurbescherming vooronderzoek

Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5

Inleiding

meter aanwezig?

Ga eerst na w elke soorten redelijkerw ijs of mogelijk te v erw achten

Ja

zijn aan de hand v an het landschap, de omgev ing en gekend v er-

a. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke

spreidingsbeeld (binnen 20 km v an het plangebied, denk daarbij

a. Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur,

route of verbinding (lijnelement)? Ja, maar deze functie wordt niet aangetast omdat een groot deel van de

te w orden w elke functies v oor v leermuizen mogelijk v oorkomen.

bomen behouden blijven.

Hierv oor kan de onderstaande checklist of geheugensteun w orden

b. Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)?

gebruikt. Het gaat om v oor v leermuis v an belang zijnde objecten

Nee

aangetast. De hieronder aangegev en soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het v oorkomen v an zeldzaam v oorkomende soorten. Foerageergebied en v liegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn v oor het goede v oortbestaan v an de

1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? Ja a. Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten? Ja

dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). Nee. b. Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke?

c. Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?

Nee, niet aangetro ffe n . Sporen zijn echter niet altijd zichtb aar . c. Mogelijk foerageergebied? Ja, maar deze functie wordt niet aangetast. Er blijven veel bomen behou-

Ja, maar deze functie wordt niet aangetast omdat een groot deel van de bomen behouden blijven.

den die de functie ondersteunen, d . Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Nee e. bij hoogbouw is een aandachtpunt voor paarverblijfplaatsen voor tweekleu-

soort ter plaatse. Dat blijkt v aak pas uit het (nader) onderzoek. De antw oorden v an de v eldecoloog zijn in rood aangegev en achter de v raag.

Zijn er gebouwen aanwezig? Ja

indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken

die door de beoogde activ iteit of plan, in relev ante mate w orden

5. Gebouwen

3. Open water

rige vleermuis.

Is er open water aanwezig?

Niet van toepassing.

Ja a. Is er water?

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten

Enkel wat kleine slootjes.

Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere ob-

b. Is er water in tenminste iets besloten gebied?

jecten met ruimten?

Ja, kleine slootjes en greppels.

Nee

c. Is er water in open gebied?

b. Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding?

Nee

7. Grootschalige landschapselementen

Ja, maar deze functie wordt niet aangetast omdat een groot deel van de

d. Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater?

Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, groot-

bomen behouden blijven.

Nee, er is voldoende alternatief water.

schalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden (zie kaart

c. Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied?

4. Open gebied

bijlage 7 op werkblad 1. aanwijzingen voor gebruik).

Ja, maar deze functie wordt niet aangetast omdat een groot deel van de

Is er open gebied (> 1 ha)?

Nee

bomen behouden blijven.

Nee

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

41

BIJLAGE 10 - PAS Wat is het PAS?

Rel ev a nte

PA S staat v oor het Programma A anpak Stikstof (PA S). In dit pro-

In het PA S zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen w aar ten

gebi e de n

Wanne e r advi se r e n wij een aeri us ca l cul a ti e uit te voer e n? De afbakening v an het te beschouw en gebied is v eel gev allen com -

gramma w erkt het

PA S-bureau v oor Rijk en prov incies aan

minste één stikstofgev oelig habitat v oorkomt dat te maken heeft

plex, v anw ege het v erschil in activ iteit, uitstoothoogte, ligging v an

minder stikstof, sterkere natuur en economische ontw ikkeling. M in-

met ov erbelasting door stikstof. Dit is het gev al v oor 118 v an de

het projectgebied en ev entuele maatregelen. Wij adv iseren om

der stikstof, sterkere natuur en economische ontw ikkeling zijn de

160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn v ia deze pagina

bij projecten met een aanzienlijke stikstofuitstoot (zoals nieuw -

doelen v an het Programma A anpak Stikstof (PA S). A l jaren is er in

te bekijken.

bouw v an meerdere w oningen en grote uitv oeringsprojecten)

v eel Natura 2000-gebieden een ov erschot aan stikstof (ammoniak

of ammoniakuitstoot (v oornamelijk uitbreiding agrarische activ i-

en stikstofoxiden). Dit is schadelijk v oor de natuur. Het belemmert

Aer ius

ook v ergunningv erlening v oor economische activ iteiten.

A ERIUS is het online rekeninstrument US

teiten) én ligging in de omgev ing v an een gev oelig Natura 2000-

ondersteunt

de

v an het

v ergunningv erlening,

PA S. A ERI -

gebied een calculatie uit te v oeren. V oor w egen w ordt een afstand

monitoring

v an v ijf kilometer gehanteerd. Op korte afstand v an een Natura 2000-

de

Wette li j k kader

v an het PA S en ruimtelijke planv orming in relatie tot

stik -

gebied is v rijw el elke activ iteit relev ant, terw ijl op grotere afstand

De regelgev ing in het kader v an de PA S is v astgelegd in de Wet na-

stof. Op basis v an de locatie en de kenmerken v an stik-

een grotere uitstoot v erw aarloosbaar kan zijn. Snelw egen en buiten-

tuurbescherming (Wnb). Deze w et is op 1 januari 2017 in w erking

stofuitstotende

emissies,

stedelijke w egen die op meer dan 5 km v an een Natura 2000-gebied

getreden. Naast de w et zijn nog het Besluit natuurbescherming

v erspreiding en depositie v an stikstof. Door de depositiekaart te com-

of toetspunt liggen hebben conform de rekenmethode v an A ERIUS

(Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) v an belang. Zie deze

bineren met de habitatkaart v an de stikstofgev oelige Natura 2000-

Calculator geen bijdrage op de genoemde locatie. Hoew el de

pagina v oor meer informatie.

gebieden, ontstaat een beeld v an de stikstofbelasting v an de ha-

activ iteit in onze quickscan v aak niet ov ereenkomt met v erkeer,

bitats.

nemen w ij w el deze arbitraire grens als uitgangspunt, tenzij w ij

bronnen

berekent

A ERIUS

de

v ermoeden dat de activ iteit w el meldings- of v ergunningsplichtig is.

Wanneer en voor wie r elevant? Het PA S is relev ant v oor iedereen die uitstoot v an stikstof v eroor-

Ver gun ni ng vr ij , mel di ng mak e n of ver gu ni ng aanv r a ge n?

zaakt (initiatiefnemers), betrokken is bij het v erlenen v an v ergun-

A ls een activ iteit stikstofdepositie v eroorzaakt op een PA S-gebied

Grens w a ar d e verl a gi ng

ningen (ov erheden) en bij natuurbeheer (eigenaren en beheerders

dient de initiatiefnemer v an de activ iteit te onderzoeken of de

Wanneer nog maar 5% v an de hoev eelheid depositieruimte res-

v an natuurterreinen). Dit gebeurt bijv oorbeeld in landbouw , indus -

activ iteit v ergunningplichting is onder het PA S. Om te bepalen of

teert die v oor dit Natura 2000-gebied hierv oor is v astgesteld w ordt

trie, infrastructuur, w oningbouw en recreatie.

een activ iteit v ergunningplichtig is, of de uitzondering op de v er-

de grensw aarde v erlaagd v an 1,0 mol/ha/jaar naar 0,05 mol/ha/

gunningplicht v an toepassing is, moet een enkelv oudige bereke-

jaar. V oor div erse Natura 2000-gebieden is deze grensw aarde v er-

ning in A ERIUS Calculator w orden uitgev oerd door een initiatiefne-

laagd. Een actueel ov erzicht is te v inden v ia deze link.

mer. A lleen indien v ergunningplicht of meldingsplicht aan de orde is w ordt v erv olgens een tw eede berekening uitgev oerd in A ERIUS Calculator om de hoev eelheid benodigde depositieruimte te bepa-

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

42

BIJLAGE 11 - RELEVANT E FOTO’S

Figuur : oud nest van een houtd ui f.

Figuur: kast voor torenv al k e n.

Figuur: greppe l in het westel ij k e per cee l.

Figuur: de schuur tj e s hebben veel al dakbe de k k i ng besta an d uit een enk el e laag golfpl a te n.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

43

BIJLAGE 11 - RELEVANT E FOTO’S

Figuur : op diver s e plaats e n in het weste li j k e perce e l liggen stap el s hout of plate n . Dit zijn

Figuur: veel losse materi a l en zoal s hout en golfpl at e n in het terr ei n.

op termijn prima schuilplaatsen v oor bijv oorbeeld muizen en amfibieën (w aaronder de bescher mde r ugstr eeppad)

Figuur : het weste li j k e perce e l heeft veel klei ne bome n en hees ter s waar voge l s in kunne n

Figuur: op veel plaats e n is een dikk e strooi se ll a a g aanwe z i g waar dier en in kunne n schui l e n

br oeden.

en zelfs ov erw interen zoals amfibieën en muizen.

Quicksc an

Wet natuurb es c h er mi n g.

Wij brengen

ecologis c h e

risico’s

in kaart en adviser en

over het voorkom en

van wetsov ertr edi ng .

44

Over ons Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap, een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=97886cc9-895a-4f5d-abb2-4d2485d561ec