CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Zomernota 2026

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Zomernota 202617.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

oq

Zomernota 2026

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................................ 2 Programmaverantwoording ...................................................................................................................................................................................................................... 3 Programma 1 – Wonen, Ruimtelijke Ordening en Bereikbaarheid ................................................................................................................. 4 Programma 2 – Economie, Energie en Buiten ............................................................................................................................................. 14 Programma 3 – Welzijn, Sociaal en Cultuur ............................................................................................................................................... 27 Programma 4 – Bestuur, Veiligheid en Dienstverlening ..............................................................................................................................

35 1.5 Ontwikkelingen Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................................... 39 2.

De financiële verantwoording........................................................................................................................................................................................................ 44 2.1 De exploitatie ...................................................................................................................................................................................... 44 2.2 Investeringen ...................................................................................................................................................................................... 59 2.3 Voortgangsrapportage Woningbouwprojecten Molenlanden ................................................................................................................. 61 2.4 Reserves en voorzieningen ................................................................................................................................................................... 68

1

Zomernota 2026

Inleiding In deze Zomernota rapporteren we over beleidsmatige en financiële ontwikkelingen over de eerste maanden van 2026 met een doorkijk naar het einde van dit jaar. Dit is de eerste tussentijdse rapportage van de gemeente Molenlanden over het jaar 2026. Waarom deze nota? Tweemaal per jaar biedt het college de gemeenteraad een rapportage aan. Eén hiervan is de Zomernota, waarin het gaat over de beleidsmatige en financiële tussenstand per 1 juni. Deze nota bestaat uit twee delen. De beleidsmatige toelichting (deel 1) geeft inzicht in de voortgang op de verschillende inspanningen binnen de programma’s. In deel 2 wordt een financiële tussenstand gegeven van het lopende begrotingsjaar. De geconstateerde over- en onderschrijdingen (> € 25.000) van de exploitatie- en investeringsbudgetten worden aangegeven, toegelicht en verwerkt in een begrotingswijziging. Wat kunt u verwachten? Deze Zomernota is gebaseerd op de Programmabegroting 2026. Deze bestaat uit vier programma’s waarbij de indeling van de programma’s en de financiële middelen één op één gekoppeld zijn. Wij rapporteren in deel 1 beleidsinhoudelijk en in deel 2 financieel over de vier programma’s. Wat zijn de kaders? Het kader voor de Zomernota is artikel 5 van de Financiële verordening gemeente Molenlanden.

Daarin is geregeld dat het college de raad met twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de lopende begroting informeert: • de Zomernota: over de stand per 1 juni; • de Najaarsnota: over de stand per 1 oktober. Hierdoor wordt duidelijk of de uitvoering van de begroting op koers ligt en of er aanleiding is om zo nodig bij te sturen. U stelt de Zomernota vast inclusief de hieruit voortvloeiende begrotingswijziging. Voortgangsrapportage projecten Als onderdeel van de doorontwikkeling Projectmatig Werken is afgesproken dat we in de Zomer- en Najaarsnota rapporteren over de uitvoering van de grote projecten. We rapporteren op hoofdlijnen over de projectbeheersingsaspecten geld, tijd, organisatie, informatie, kwaliteit, draagvlak en risico’s.

2

Zomernota 2026

Programmaverantwoording De programma’s in de gemeentebegroting 2026 zijn de volgende: 1. Wonen, Ruimtelijke Ordening en Bereikbaarheid; 2. Economie, Energie en Buiten; 3. Welzijn, Sociaal en Cultuur; 4. Bestuur, Veiligheid en Dienstverlening. Per programma is er een zogeheten ‘Verkeerslicht rapportage’ opgenomen om de voortgang per programma onderdeel weer te geven. Daarbij wordt vanuit drie invalshoeken naar de verschillende beleidsvoornemens gekeken: • wordt het doel dit jaar gehaald zoals dat is beschreven in de begroting (doel); • wordt het doel ook dit jaar behaald of is dat niet meer haalbaar (tijd); • wordt het beleidsvoornemen gerealiseerd met de in de begroting gevoteerde middelen (geld); Voor de verschillende invalshoeken hebben de kleuren de volgende betekenis. Doel Het resultaat wordt behaald Het resultaat wordt deels behaald Het resultaat wordt niet behaald Tijd De uitvoering loopt volgens planning De uitvoering verloopt niet geheel volgens planning De uitvoering blijft achter op de planning Geld De uitvoering van het resultaat wordt gerealiseerd binnen het vastgestelde budget De uitvoering van het resultaat wordt naar alle waarschijnlijkheid niet binnen het beschikbare budget uitgevoerd. Er dreigt een budget over- of onderschrijding De uitvoering van het resultaat zal niet lukken binnen het beschikbaar gestelde budget of het budget is overschreden

3

Zomernota 2026

Programma 1 – Wonen, Ruimtelijke Ordening en Bereikbaarheid A. Wonen Wat willen we bereiken A.1. Voorzien in de actuele (lokale) woonbehoefte.

Wat gaan we ervoor doen Doel • Versnellen van de woningbouw door: (A.1) o Invulling te geven aan de Regionale realisatieagenda (RRA), ook bekend als de Woondeal. Daarin staan afspraken tussen Rijk, regio en gemeenten Toelichting: Om beter aan te sluiten over het aantal te bouwen woningen en het type woningen; op de vraag ligt het accent op o Uitvoeren van het programma Versnelling Woningbouw, zoals onder betaalbare woningen voor (lokale) andere het versnellen van vergunningprocedures. starters en jonge doorstromers en kleinere woningen voor oudere Toelichting: We bouwen in de periode tot 2030 1.460 woningen om de woningvoorraad op peil te brengen. We streven naar 200 nieuwe woningen per huishoudens. Daarbij houden we rekening met de kwaliteiten van ons jaar. We zetten vooral in op wenselijke en haalbare plannen binnen het programma Versnelling Woningbouw. gebied. • Opstellen volkshuisvestingsprogramma dat in plaats komt van de woonvisie. (A.1) Toelichting: Het volkshuisvestingsprogramma moeten gemeenten op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrvh) opstellen. Het is een verplicht programma onder de Omgevingswet dat breder is dan alleen een woonvisie en meer op de uitvoering gericht. De Woonvisie Molenlanden liep tot en met 2024. Om aan te sluiten op de actuele woonbehoefte is in 2024 een Woningbehoefteonderzoek voor Molenlanden uitgevoerd.

We actualiseren in 2025 de Woonvisie tot een Volkshuisvestingsprogramma Molenlanden waarbij het woningbehoefteonderzoek de basis vormt. Daarnaast bevat het volkshuisvestingsprogramma het uitvoeringsprogramma van de Woonzorgvisie. De planning is om het volkshuisvestingsprogramma in het eerste half jaar van 2026 vast te stellen. • Huisvestingsverordening opstellen. (A.1)

4

Tijd

Geld

Zomernota 2026

Toelichting: De Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrvh) verplicht gemeenten tot het opstellen van een huisvestingsverordening. We bereiden de verordening voor in regionaal verband. Dit is vooral van belang voor de urgentieregeling (voorrangsregeling). Urgentie is een verplicht onderdeel van de verordening. In 2026 leggen we de nieuwe verordening ter vaststelling aan de gemeenteraad voor. We onderzoeken ook inzet van andere mogelijkheden van de Huisvestingwet. Daarbij houden we rekening met de motie Koopwoningen voor Molenlandse starters. We gebruiken het Volkshuisvestingsprogramma als basis voor onze keuzes. • Uitvoering geven aan het Woonwagenbeleid 2025. (A.1) Toelichting: In 2026 willen we zorgen de plaatsing van de laatste nieuwe woonwagens mogelijk maken. Dat hebben we in het Woonwagenbeleid van september 2024 met de gemeenteraad afgesproken. We zijn bezig met het voorbereiden van een vierde standplaats op de locatie in Arkel, zodat het te verdelen perceel een slimmere indeling kan krijgen. Hiervoor starten we een ruimtelijke procedure om de uitbreiding van het aantal standplaatsen van drie naar vier mogelijk te maken. Toelichting Opstellen volkshuisvestingsprogramma dat in plaats komt van de woonvisie. (A.1) De planning is aangepast, omdat we een verdiepend onderzoek uitvoeren. Dit onderzoek geeft extra informatie voor een meer kerngericht uitvoeringsprogramma.

We verwachten het volkshuisvestingsprogramma in september/oktober 2026 vast te stellen. Uitvoering geven aan het Woonwagenbeleid 2025. (A.1) Het onderzoek naar een vierde standplaats is uitgevoerd. Door een wijziging in de maatvoeringen voor een woonwagenstandplaats blijkt dat een vierde standplaats ruimtelijk niet mogelijk is. De drie standplaatsen realiseren we dit jaar.

5

Zomernota 2026

B. Leefomgeving en Ruimtelijke Ordening Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel B.1. Verdere werken aan inrichting • Het werken met de Omgevingswet in de organisatie beter in te passen. Dit en organisatie van de doen we door verder te werken aan de Omgevingsvisie, het verder inrichten Omgevingswet. Waarbij oog is voor van de beleidscyclus, het opstellen van het omgevingsplan (door gebiedsaanpak, werkwijze, proces en en themagerichte uitwerkingen) en het opstellen van procedure en het begeleiden van omgevingsprogramma's (B.1) inwoners bij aanvragen en zorgen voor snellere en logischere afhandeling van initiatieven. • De Omgevingsvisie, een van onze belangrijkste pijlers van beleid, verder verrijken met bestaande beleidsvisies. Daarna vertalen we dit in omgevingsprogramma's. (B.1 en B.3) Toelichting: We richten ons op het komen tot gebieds- en themagerichte uitwerking en verrijking van de Omgevingsvisie. Dit is een apart traject naast het werken met de omgevingsvisie (en andere visiestukken). We werken dit uit in het beleidshuis/cyclus van de gemeente. Deze manier van werken is integraal, waarbij we toetsen aan onze visies. We maken het beleidshuis eenvoudiger. Om goed uit de voeten te kunnen met de Omgevingsvisie hebben we een duidelijke structuur nodig van visies en uitvoeringsprogramma’s die passen bij de Molenlandse manier van werken.

Het doel is om de inwoner beter van dienst te zijn en regelgeving begrijpelijk te houden. Daarvoor passen we ook ons proces voor de behandeling van initiatieven aan om het slimmer en toegankelijker te maken. • Verder bouwen aan de (juridische-)structuur van het omgevingsplan dat integraal en gebiedsdekkend is. Dit omgevingsplan moet uiterlijk op 1 januari 2032 klaar zijn. (B.1 en B.3) Toelichting: Het Omgevingsplan brengt de landelijke, regionale en gemeentelijke regels samen. Zo kunnen we de ambities uit de Omgevingsvisie uitvoeren. De komende jaren maken we van het tijdelijke plan een plan dat geldt voor alle

6

Tijd

Geld

Zomernota 2026 gebieden. Deze periode noemen we de transitiefase. We zetten het tijdelijke omgevingsplan om in een gebiedsdekkend omgevingsplan. Alle huidige bestemmingsplannen, regels uit de bruidsschat en verordeningen maken deel uit van het omgevingsplan. Dit proces begint met een basisset van regels (de basisregelset). In de komende jaren werken we dit verder uit met thema’s zoals duurzaamheid, wonen en natuur. • De in 2025 vastgestelde Nota grondbeleid 2025-2030 uitvoeren. (B.2)

B.2. Tijdig en goed inspelen op trends, opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Toelichting: Grondbeleid is steeds belangrijker om onze doelen voor wonen en werken te kunnen halen. We voeren het nieuwe grondbeleid uit met het afwegingskader uit de Nota grondbeleid 2025. Waar nodig passen we actief grondbeleid toe. o Het wettelijk verplichte kostenverhaal voor bouwplannen die in strijd zijn met het omgevingsplan heeft mede op grond van de Nota kostenverhaal 2025 in 2025 meer aandacht gekregen. In 2026 geven we een vervolg aan het kostenverhaal. Concreet betekent dit dat we kostenverhaal meer gaan toepassen zodat de werkzaamheden die de organisatie voor de behandeling van initiatieven verricht waar mogelijk worden doorbelast naar initiatienemers (B.2, B.3). o Voor het stimuleren van de bouw van meer sociale woningbouw zetten we een vereveningsfonds in (B.2, B.3). B.3. Behouden en verder • De Omgevingsvisie, een van onze belangrijkste pijlers van beleid, verder ontwikkelen van levendige kernen, verrijken met bestaande beleidsvisies. Daarna vertalen we dit in linten, bedrijvigheid en een vitaal omgevingsprogramma's. (B.1 en B.3) buitengebied. Waar nodig wegen we de belangen zorgvuldig af die daar Toelichting: We richten ons op het komen tot gebieds- en themagerichte uitwerking een rol bij spelen. en verrijking van de Omgevingsvisie.

Dit is een apart traject naast het werken met de omgevingsvisie (en andere visiestukken). We werken dit uit in het beleidshuis/cyclus van de gemeente. Deze manier van werken is integraal, waarbij we toetsen aan onze visies. We maken het beleidshuis eenvoudiger. Om goed uit de voeten te kunnen met de Omgevingsvisie hebben we een duidelijke structuur nodig van visies en uitvoeringsprogramma’s die passen bij de Molenlandse manier van

7

Zomernota 2026 werken. Het doel is om de inwoner beter van dienst te zijn en regelgeving begrijpelijk te houden. Daarvoor passen we ook ons proces voor de behandeling van initiatieven aan om het slimmer en toegankelijker te maken. • Verder bouwen aan de (juridische-)structuur van het omgevingsplan dat integraal en gebiedsdekkend is. Dit omgevingsplan moet uiterlijk op 1 januari 2032 klaar zijn. (B.1 en B.3) Toelichting: Het Omgevingsplan brengt de landelijke, regionale en gemeentelijke regels samen. Zo kunnen we de ambities uit de Omgevingsvisie uitvoeren. De komende jaren maken we van het tijdelijke plan een plan dat geldt voor alle gebieden. Deze periode noemen we de transitiefase. We zetten het tijdelijke omgevingsplan om in een gebiedsdekkend omgevingsplan. Alle huidige bestemmingsplannen, regels uit de bruidsschat en verordeningen maken deel uit van het omgevingsplan. Dit proces begint met een basisset van regels (de basisregelset). In de komende jaren werken we dit verder uit met thema’s zoals duurzaamheid, wonen en natuur. B.4. Het thema “water” invoeren als • Water speelt een belangrijke rol in onze leefomgeving. Daarom schrijven we belangrijk beleidsterrein zodat we onze huidige uitgangspunten op in een position paper Water.

Hiermee huidige en toekomstige ruimtelijke zorgen we voor inzicht en overzicht in de positie van de gemeente opgaven en -ontwikkelingen goed Molenlanden in vraagstukken waarin water centraal staat. Op basis daarvan kunnen uitvoeren. blijven we meewerken aan een robuust watersysteem. (B.4) Toelichting: Water is een actueel, urgent, divers en structureel thema voor onze opgaven. Bij bijna alle ruimtelijke ontwikkelingen spelen water en bodem een grote rol. Daarom is het belangrijk dat Molenlanden goed kiest hoe we hiermee omgaan, ook met aandacht voor landbouw en boeren. Zo kunnen we werken aan een goed watersysteem. • We haken aan bij en adviseren over landelijke en regionale opgaven (B.4). Denk hierbij aan de energietransitie, de provinciale ruimtelijke puzzel, het provinciale omgevings- en natuurbeleid, het regionale waterbeheerbeleid (B.4).

8

Zomernota 2026 Toelichting: Nieuwe vraagstukken en opgaven vragen vaak om expertise op het gebied van ruimtelijke ordening en de impact op de fysieke leefomgeving. We vinden het belangrijk om als gemeente al in het begin mee te denken en te adviseren. B.5. Behouden en waar mogelijk • We richten ons op de ruimtelijke kwaliteiten van de kernen, linten en het buitengebied. We denken mee met de plannen van (externe en interne) verbeteren van het karakteristieke initiatiefnemers. Daarbij zetten we de instrumenten vanuit de landschap en de kwaliteit van de Omgevingswet, de intaketafel en de omgevingstafel in. (B.5) (lint)bebouwing van onze gemeente, met ruimte voor nieuwe initiatieven die passend zijn in het gebied. B.6. Met inwoners, ondernemers en • We ontwikkelen en houden het ruimtelijk beleid actueel. (B.5 en B.6) andere belanghebbenden zorgen voor een betere ruimtelijke inrichting van ons gebied. Toelichting Niet van toepassing.

C. Buitenruimte Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen C.1. Een buitenruimte waarin onze • Beheren en herinrichten van onze buitenruimte op basis van het inwoners en bezoekers zich vastgestelde integraal beheerplan Buitenruimte, waaronder: comfortabel en veilig voelen. (C.1). o Het op orde brengen en houden van het basisbeheer; We vertalen dit naar passende o Het realiseren van een toegankelijke buitenruimte (VN-verdrag); fysieke inrichting (inclusief dagelijks o Het omvormen van trapveldjes naar beweegparken (Sportakkoord); beheer) die voorziet in: o Het uitbreiden van de omvang van het aantal bomen en groen, zoals • voldoende groen, water en invulling van de motie: ‘Meer groen in dichter bebouwde straten en speelgelegenheid; wijken’ ; o Het aanleggen van natuurontwikkelingsgebieden. (C.1)

9

Doel

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

• •

•

voldoende bereik per openbaar vervoer, fiets en auto; ruimte voor ondergrondse infrastructuur; een aantrekkelijke, toegankelijke en veilige leefomgeving; een klimaatbestendige- en duurzame leefomgeving. •

•

Beheren en renoveren van de buitensportaccommodaties. In 2026 pakken we natuurgrasvelden bij ASV Arkel, SteDoCo, De Zwerver en vv Streefkerk aan. (C.1) Beheren en toekomstbestendig inrichten van onze begraafplaatsen. In 2026 breiden we de begraafplaats in Giessenburg uit. Op diverse begraafplaatsen voeren we (vervolg)onderzoeken uit om de (grond)waterproblematiek op te lossen. (C.1)

Toelichting Beheren en renoveren van de buitensportaccommodaties. In 2026 pakken we natuurgrasvelden bij ASV Arkel, SteDoCo, De Zwerver en vv Streefkerk aan. (C.1) Op de renovaties van sportvelden vindt een overschrijding van ongeveer 45 K plaats. De aanbestedingsbedragen zijn hoger dan de ramingen, die in het MeerJarenPlan sportvelden staan. Oorzaken hiervan zijn vooral de gestegen brandstof- en materiaalkosten. Beheren en toekomstbestendig inrichten van onze begraafplaatsen. In 2026 breiden we de begraafplaats in Giessenburg uit. Op diverse begraafplaatsen voeren we (vervolg)onderzoeken uit om de (grond)waterproblematiek op te lossen. (C.1) De uitbreiding van de begraafplaats Giessenburg heeft vertraging opgelopen. De oorzaken hiervan deelden we in een raadsinformatiebrief. De voorbelasting brengen we volgens planning aan in het 3e of 4e kwartaal van 2026. Na de voorbelastingsperiode verwijderen we in het 1e kwartaal van 2027 de overhoogte en starten met de definitieve inrichting.

10

Zomernota 2026

D. Verkeer en Vervoer Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen D.1. Een goed bereikbare gemeente, • Actief sturen op het beperken van de overlast bij reizigers, waarbij veiligheid en leefbaarheid in onze voorkomen van sluipverkeer prioriteit heeft. (D.1) kernen en op de wegen en duurzame mobiliteit. • Voor de Voorstraat/Sluis in Groot-Ammers onderzoeken we de mogelijkheden om de leefbaarheid te verbeteren en de verkeersveiligheid te bevorderen. (D.1) • Werken aan de herinrichting van de Molenstraat en Entreezone in Kinderdijk. (D.1) D.2. Ketenmobiliteit die zich • Verbeteren van de bereikbaarheid van het openbaar vervoer met bijvoorbeeld de inzet van deelfietsen bij ov-haltes en knooppunten. (D.2) aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen.

Doel

Tijd

Geld

Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel E.1. Goede en passende • We voeren het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs (IHP) 2024 uit. onderwijshuisvesting voor het Jaarlijks starten we een haalbaarheidsonderzoek, volgens planning van de basisonderwijs, waarin het fijn is om uitvoering van het IHP. In 2026 starten we met het haalbaarheidsonderzoek te leren en te werken. van OBS De Boomgaard in Streefkerk. (E.1) • We geven uitvoering aan de investeringen onderwijshuisvesting op basis van de door de raad goedgekeurde voorstellen (E.1) • De raad maakt een keuze in de verhouding tussen duurzaamheid en kwaliteit. Op basis daarvan voeren we de plannen uit van het IHP. (E.1) • Er zijn twee aanvragen ingediend voor capaciteitsuitbreiding van onderwijshuisvesting (CBS De Bron en OBS De Tuimelaar). Conform de

Tijd

Geld

Toelichting Niet van toepassing.

E. Onderwijshuisvesting

11

Zomernota 2026 verordening moet de gemeente Molenlanden uiterlijk 31 december 2025 een besluit over deze aanvragen nemen. Omdat de inhoudelijke uitwerking nog loopt, is dit nog niet in de begroting opgenomen. De voorstellen zullen daarom afzonderlijk aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming. Toelichting We voeren het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs (IHP) 2024 uit. Jaarlijks starten we een haalbaarheidsonderzoek, volgens planning van de uitvoering van het IHP. In 2026 starten we met het haalbaarheidsonderzoek van OBS De Boomgaard in Streefkerk. (E.1) Het haalbaarheidsonderzoek CBS De Hoeksteen in Giessenburg start in 2026 (in plaats van 2025). In 2026 is de benodigde capaciteit en expertise beschikbaar. Er zijn twee aanvragen ingediend voor capaciteitsuitbreiding van onderwijshuisvesting (CBS De Bron en OBS De Tuimelaar). Conform de verordening moet de gemeente Molenlanden uiterlijk 31 december 2025 een besluit over deze aanvragen nemen. Omdat de inhoudelijke uitwerking nog loopt, is dit nog niet in de begroting opgenomen. De voorstellen zullen daarom afzonderlijk aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming Deze voorstellen stelde de raad vast. De effecten van dit besluit zijn in deze zomernota verwerkt.

F. Opvang vluchtelingen Wat willen we bereiken F.1. Opvang van 200 ontheemden uit Oekraïne.

F.2. Opvang asielzoekers conform de opgave in de Spreidingswet.

Wat gaan we ervoor doen Doel • Beheer en exploitatie van de locaties in Groot-Ammers (inclusief dependance), Waal (inclusief dependance) en Giessenburg voor de huisvesting van ontheemden uit Oekraïne. (F.1) • Ondersteunen van ontheemden uit Oekraïne in de particuliere opvang (F.1) • Huisvesten van in totaal 251 asielzoekers, waarvan 37 alleenstaande minderjarige asielzoekers door de exploitatie van de TGO in Bleskensgraaf en de opening van meerdere opvanglocaties. (F.2)

12

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

Dialoog aangaan met de samenleving om tot de beste duurzame locaties te komen. Zodat we aanvullende locaties voor de opvang van asielzoekers kunnen openen (F.2)

Toelichting Huisvesten van in totaal 251 asielzoekers, waarvan 37 alleenstaande minderjarige asielzoekers door de exploitatie van de TGO in Bleskensgraaf en de opening van meerdere opvanglocaties. (F.2) We volgen de door de gemeenteraad vastgestelde planning om te voldoen aan de spreidingswetopgave en lopen op schema. De planning geeft aan dat we eind 2026, begin 2027 richting de realisatiefase gaan. Op dit moment is de opgave voor onze gemeente (volgens de spreidingswetopgave) het huisvesten van 254 asielzoekers, waarvan 16 alleenstaande minderjarige vreemdelingen. We hebben dit doel nog niet behaald. We huisvesten in de Tijdelijke Gemeentelijke Opvang in Bleskensgraaf 58 mensen, in juli 2026 worden dit er 70.

13

Zomernota 2026

Programma 2 – Economie, Energie en Buiten A. Economie Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel A.1. We willen zorgdragen voor een • We gaan starten met een pilot om een ondernemersfonds te realiseren. We prettig ondernemersklimaat met nemen hier een faciliterende rol in aan, waarbij het initiatief vanuit de voldoende, toekomstbestendige en ondernemers komt. (A.1) kwalitatief goede ruimte voor bedrijvigheid en werkgelegenheid zoals beschreven in het vastgestelde beleidskader bedrijvigheid (januari 2024). • Waar mogelijk stimuleren we multidisciplinair om de bestaande ruimte optimaal te benutten. (A.1) • We verkennen de mogelijkheden voor circulariteit en verduurzaming van bestaande en eventuele nieuwe bedrijven(terreinen). (A.1) • We denken mee met ondernemers die kampen met problemen zoals bijvoorbeeld een ruimtetekort. We gaan creatief om met de schaarse ruimte. (A.1) • Samen met een aantal gemeenten uit de regio Midden- en Noord lobbyen we richting de provincie voor meer ruimte voor bedrijventerreinen. • We vervolgen de stimulering van Koop Lokaal (A.1) A.2. Goede aansluiting van onderwijs • We zetten in op een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en op behoefte van ondernemers aan ondersteunen initiatieven die hieraan bijdragen. Het gaat hierbij om (lokale) arbeidskrachten.

ondersteuning van i_lab, organisatie van techniekroutes en activiteiten op het gebied van loopbaanoriëntatie en begeleiding. (A.2.)

Tijd

Toelichting We gaan starten met een pilot om een ondernemersfonds te realiseren. We nemen hier een faciliterende rol in aan, waarbij het initiatief vanuit de ondernemers komt. (A.1) We voeren de pilot Ondernemersfonds niet uit, omdat de gemeenteraad deze pilot afkeurde. Dit budget valt vrij.

14

Geld

Zomernota 2026 We vervolgen de stimulering van Koop Lokaal (A.1) Het programma Koop Lokaal kent wat vertraging wegens personele wijzigingen. De nieuwe accountmanager Bedrijven gaat hier weer mee aan de slag, maar dit loopt wel wat vertraging op ten opzichte van de oorspronkelijke planning.

B. Agrarische Economie Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel B.1. Een toekomstbestendige, • We geven uitvoering aan het Vergunningenloket voor agrarische duurzame, agrarische sector die zich ondernemers. Veel boeren hebben geen beeld bij hun vergunde situatie. verder kan ontwikkelen naar een Vanuit het vergunningenloket brengen we dit voor de boeren in beeld. (B.1) duurzamere landbouw met nieuwe verdienmodellen waarbij verbreding en diversifiëring van de bedrijfsvoering mogelijk is. • We werken op het niveau van de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden aan een collectieve aanpak stikstof en vergunningen. (B.1) • In maart 2025 is vanuit de Alblasserwaard een gebiedsagenda aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. De gebiedsagenda is vervolgens uitgewerkt naar een gebiedsplan 1.0. In 2026 willen we uitvoering geven aan het gebiedsplan Alblasserwaard. (B.1) • We participeren ambtelijk en bestuurlijk in het traject van het Zuid– Hollands Programma Landelijk Gebied). We zetten het voorzitterschap van de Regiegroep ZH-PLG/UPLG Alblasserwaard-Vijfheerenlanden voort. (B.1) • We ondersteunen de ontwikkeling van een agri- en food-campus onder de voorwaarde dat dit een innovatiehub wordt, waarin overheid, onderwijs, ondernemers samenwerken aan toekomstbestendige veenweiden.

(B.1) • Met de gelden vanuit de provincie Utrecht en Zuid-Holland kunnen we de pilot drukdrainage verlengen. In 2026 geven we hier uitvoering aan. • In 2026 geven we uitwerking aan het geactualiseerde beleid vrijkomende agrarische bebouwing 2.0. (B.1) • We voeren het penvoerderschap voor LEADER -Alblasserwaard uit. (B.1)

15

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

We zijn onderdeel van de Regiodeal ‘de fundamentele waarden van het Groene Hart’ en vervullen hiervoor de rol van penvoerder. We zetten we in op de realisatie van projecten in het programma van de Regiodeal. (B.1)

Toelichting We ondersteunen de ontwikkeling van een agri- en food-campus onder de voorwaarde dat dit een innovatiehub wordt, waarin overheid, onderwijs, ondernemers samenwerken aan toekomstbestendige veenweiden. (B.1) We staan positief tegenover het initiatief van de poldercampus. En de ontwikkeling van de beoogde programma's en leerlijnen loopt door. Ruimtelijk gezien zijn er beperkingen die te maken hebben met het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland.

C. Vrijetijdseconomie Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel C.1. Toerisme is in balans: Toerisme • We brengen ons kennisfundament op orde door dataonderzoek. We & Recreatie zorgen niet voor overlast verzamelen, analyseren en interpreteren gegevens over de omvang en (bij inwoners of het landschap), maar spreiding van toeristisch bezoek. Samen met de trends en ontwikkelingen dragen bij aan maatschappelijke in de vrijetijdssector gebruiken we deze inzichten om het toeristisch profiel doelen, zoals duurzaamheid, te versterken en gericht te sturen op druk en draagkracht. (C.1) leefbaarheid, mobiliteit, bewegen en gezondheid, educatie en opleidingen C.2. Toeristen komen specifiek voor • We geven uitvoering aan de geactualiseerde versie van de Toeristische het ‘verhaal van Molenlanden’. Dit Agenda Molenlanden (C.1, C2, C.5, C.6). doen we door de beleving van landschap, kernen en iconen te vergroten. C.3. Door gebiedsmarketing en • Samen met stakeholders werken we verder aan het opzetten van een promotie staat Molenlanden ‘op de Destinatie Marketing Organisatie (DMO). Het platform ‘Ontdek de kaart’ Alblasserwaard’ vormt hiervoor de basis. Daarnaast werken we samen met de overige lokale en regionale marketingpartners. (C.2 en C.3) C.4. Het recreatieve routenetwerk • Verbeteren recreatieve routenetwerk.

We zorgen ervoor dat de basis van (fietsen, wandelen en varen) het fiets-, wandel- en vaarroutenetwerk (beheer en onderhoud) op orde is stimuleert inwoners en bezoekers en aansluit op de wensen van gebruikers. (C.4)

16

Tijd

Geld

Zomernota 2026 om de Alblasserwaard op de fiets, te voet of over water te bezoeken. C.5. Het toeristisch profiel van Molenlanden wordt versterkt door inzet van regeneratief toerisme inclusief Agrotoerisme. C.6. De toeristisch-recreatieve sector heeft baat bij de aantrekkingskracht van Werelderfgoed Kinderdijk.

•

We geven uitvoering aan de geactualiseerde versie van de Toeristische Agenda Molenlanden. (C.1, C2, C.5, C.6).

•

We geven uitvoering aan de geactualiseerde versie van de Toeristische Agenda Molenlanden. (C.1, C2, C.5, C.6).

Toelichting Niet van toepassing.

D. Vrijetijdseconomie Kinderdijk Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel D.1. Het icoon Kinderdijk vertelt een • In 2026 gaan we de deelprojecten uit het vastgestelde bestemmingsplan authentiek en aansprekend verhaal. verder uitwerken en uitvoeren. Er wordt hiervoor een passend investeringsvoorstel opgesteld. Daarnaast vindt onderzoek plaatsnaar de gemeentelijke panden aan de Molenstraat, zodat we een afweging kunnen maken over het eigendom en de toekomst van deze panden. (D.1, D.2, D.3, D.5) D.2. De dorpen Kinderdijk en • In 2026 werken we aan een herziening van het gebiedsperspectief. Het Alblasserdam ontwikkelen zich in de huidige perspectief is sterk gefocust op het beter managen van de luwte van de toeristenstroom. bezoekersstromen en het tegengaan van overlast. We gaan op zoek naar een nieuw perspectief dat houvast biedt voor het maken van (ruimtelijke) keuzes en naar een duidelijkere symbiose van het Werelderfgoed met haar omgeving. (D.1, D.2, D.3, D.4, D.5) D.3. De verkeersveiligheid en • Het bezoekersmanagement blijft ook in 2026 een project waar leefbaarheid vergroten we door een (begrotingstechnisch) aandacht voor nodig is. Alblasserdam, Molenlanden optimale grip op alle en SWEK dragen zorg voor een sluitende begroting van het bezoekersstromen naar het bezoekersmanagement. Dit jaar voeren we een onderzoek uit naar Werelderfgoed over weg en water.

17

Tijd

Geld

Zomernota 2026

D.4. De bestuursstructuur is slagvaardig en flexibel, op alle niveaus voelen belanghebbenden (dus ook bewoners) zich vertegenwoordigt bij de ontwikkeling van Kinderdijk. D.5. De gezonde exploitatie van Kinderdijk herstelt zich na de coronacrisis.

•

•

Begeleidings- en parkeermanagement om de bezoekersstromen optimaal te kunnen begeleiden en het dorp Kinderdijk leefbaar te houden. (D.2 en D.3) Er wordt een communicatie en participatieaanpak opgesteld. (D.4)

Voor de thema’s in Kinderdijk zijn communicatie en participatie van doorslaggevend belang. Vanuit de projectopdrachten werken we met een afgestemde aanpak voor communicatie en participatie. (D.5)

Toelichting Niet van toepassing.

E. Arbeidsmarkt Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel E.1. Aansluiting van vraag en aanbod • Deelnemen aan de vanuit de landelijke overheid geïnitieerde hervorming van arbeidskrachten in de regio van de arbeidsmarktregio Gorinchem waarbij onder andere een Regionaal verbeteren, waarbij we optimaal Werkcentrum wordt gevormd. Hierin worden de diensten gebundeld van het gebruik maken van ieders Leerwerkloket, het werkgeversservicepunt en het Regionaal Mobiliteitsteam mogelijkheden. AV werkt door. Doel is een optimale samenwerking te creëren tussen publiek en private partners om mensen te begeleiden naar passend werk of scholing. 2025 is daarbij een transitiejaar. (E.1) • Continueren en herijken van de activiteiten op het gebied van Onderwijs. (E.1) Toelichting: Per activiteit wordt bekeken of deze nog voldoet aan de huidige wensen en behoeften van de deelnemers (onderwijs en ondernemers). • Deelnemen aan de arbeidsmarktregio en de activiteiten die daaronder vallen. (E.1)

18

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

Versterken van bestaande initiatieven en structuren zoals de SitY academy en bijdragen aan nieuwe activiteiten zoals het begeleiden van asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen naar werk. (E.1)

Toelichting Niet van toepassing.

F. Energietransitie Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel F.1. Een betaalbare en betrouwbare • Uitvoeren van projecten, acties en diensten die in het duurzame energievoorziening voor Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2026 zijn opgenomen, onze inwoners en bedrijven. Waarbij op basis van de vastgestelde RES 1.0, de Transitievisie warmte en het we opwekken, opslaan en gebruik ‘beleidskader kleinschalige windturbines'. (F.1 en F.2) van energie zo dicht mogelijk bij elkaar organiseren conform de klimaatdoelstellingen. • Toewerken naar een decentraal en daarmee ook toekomstbestendig, energiesysteem. Daarbij worden energie besparen, vraag en aanbod van duurzame elektriciteit, warmte en koude en opslag voortdurend op elkaar afgestemd en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de energievoorziening in kaart gebracht. (F.1) • Samenwerken aan de versterking van het energienetwerk om de toename van duurzame energiebronnen op te vangen. Met marktpartijen en de samenleving bekijken we waar een bijdrage geleverd kan worden om het lokale energienet nu of in de toekomst te ontlasten. Voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de energiehub voor Schelluinen-West en de agrarische energiehubs.

Daarnaast spannen we ons in met Tennet, Stedin en gemeente Gorinchem voor uitbreiding van station Arkel en verkennen we samen met Stedin locaties voor nieuwe middenstations in onze gemeente. (F.1)

19

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

•

F.2. Een versnelling in de afname van energiegebruik. Toelichting: De klimaatdoelstellingen zijn: In 2030, vergeleken met 2020, minimaal 20% energie besparen in Molenlanden. 35% van het totale energiegebruik komt in 2030 van hernieuwbare bronnen. De gemeentelijke organisatie is in 2030 CO²- en energieneutraal. In 2050 is de hele gemeente aardgasvrij en (nagenoeg) CO²neutraal.

•

•

F.3. Het vastgoed van de gemeente is in 2030 (nagenoeg) energieneutraal.

•

Energietransitie koppelen aan ruimtelijk beleid en gebiedsontwikkelingen. We nemen (waar mogelijk) kaders en regels op in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. (F.1) Faciliteren van lokale initiatieven van inwoners/partners, zonder daarbij de rol van de initiatiefnemer over te nemen. Het verwachte 'duurzaamheids- en CO²-rendement en de mate van bereik onder inwoners' wegen we mee bij ons besluit over het faciliteren van een lokaal initiatief. (F.1) Vaststellen van beleid voor lokaal eigendom en financiële participatie in grootschalige duurzame energieprojecten. (F.2)

Monitoring en Evaluatie: De voortgang van de energietransitie wordt gemonitord via een jaarlijkse rapportage. Belangrijke indicatoren zijn CO₂reductie, aantal duurzame woningen, en het aandeel hernieuwbare energie. Deze gegevens benutten we om het beleid bij te sturen en de effectiviteit van maatregelen te beoordelen. (F.2) Verduurzamen van (bestaand) strategisch gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Nieuwe gebouwen worden ten minste energieneutraal en de inrichting voeren we uit met zo veel mogelijk circulaire materialen. Het strategisch gemeentelijk maatschappelijk vastgoed wordt volgens het Meerjaren Investerings Programma Duurzaamheid verduurzaamd. (F.2)

20

Zomernota 2026 Toelichting Uitvoeren van projecten, acties en diensten die in het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2026 zijn opgenomen, op basis van de vastgestelde RES 1.0, de Transitievisie warmte en het ‘beleidskader kleinschalige windturbines'. (F.1 en F.2) We merken dat een aantal ‘externe’ factoren invloed hebben op de uitwerking en voortgang van de opgave. De Netcongestie en in het verlengde daarvan het Maatschappelijk prioriteren (per 1 juli 2026) zorgen voor onzekerheid rond het verkrijgen van een verzwaring van huisaansluitingen voor een warmtepomp, elektrisch koken of een elektrische auto. De Omgevingswet (onderdeel natuurbescherming) maakt dat isoleren wordt bemoeilijkt door soortenbescherming en de verplichting van het doen van onderzoek hiernaar. Het maken van een SoortenManagementPlan (SMP) blijkt een moeizaam en kostbaar traject. Het omgevingsbeleid van de Provincie Zuid-Holland wordt steeds meer rigide. Vaststellen van beleid voor lokaal eigendom en financiële participatie in grootschalige duurzame energieprojecten. (F.2) Binnen de kaders die de raad voor de windverkenning RES Alblasserwaard meegaf, stelden we de uitgangspunten voor lokaal eigendom en financiële participatie voor grote windturbines vast.

We hebben nog geen generiek beleid voor lokaal eigendom en participatie, want initiatieven voor (grootschalige) zonnevelden ontbreken in onze gemeente.

G. Afval en Circulariteit Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen Doel G.1. Aantal kilo's restafval per • Uitvoering van Strategienota 2021-2025 ‘Samen voor een afvalvrije en inwoner laten dalen van 207 kilo nu schone gemeente’. We verlengen dit beleid met een jaar om de niet naar 100 kilo in 2025 (landelijk uitgevoerde punten op te pakken en af te ronden (G.1) ijkpunt). • We gaan leringen trekken uit de evaluatie van Diftar in 2025 in samenhang met de ervaringen van andere Waardlanden gemeenten en voortborduren op gemeentelijke aanbevelingen (G.1) • Optimalisatie na invoering Diftar uitvoeren in combinatie met de andere Waardlanden gemeenten. Denk hierbij aan rijroutes en werking milieustraten. (G.1) • In samenwerking met Waardlanden communicatiemiddelen inzetten om bewoners tijdig, correct en volledig te informeren over scheiden van afvalstromen en wat dit precies betekent met betrekking tot Diftar. (G.1) G.2. Maatregelen uitvoeren om afval • We gaan het gemeentelijk beleid op circulaire economie verder ontwikkelen te voorkomen binnen gemeentelijk door middel van samenwerkingsverbanden Groene Hart Circulair en de

21

Tijd

Geld

Zomernota 2026 vastgoed en afvalpreventie met bijbehorende communicatie richting interne organisatie en inwoners.

krachtenbundeling op circulaire economie vanuit Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. (G.2) • • •

•

• •

•

Waar mogelijk wordt direct uitvoering gegeven aan gemeentelijk beleid door middel van pilots. (G.2) Vakteams worden ondersteund in het aanpassen van hun werkprocessen voor een meer circulaire werkorganisatie. (G.2) Opstellen van nieuw grondstoffenbeleid aangezien de Strategienota ‘Samen voor een afvalvrije en schone gemeente’ in 2026 eindigt. Een opzet volgt vanuit de vier Waardlanden gemeenten. (G.2) Openbare prullenbakken op hotspots verbeteren door middel van aanpassing uitstraling prullenbakken. Dit doen we samen met milieucoaches van Waardlanden, klankbordgroepen in de gemeente, basisscholen en de verbinder van de desbetreffende kern. (G.2) Faciliteren en uitrollen van initiatieven om afvalpreventie te realiseren. (G.2) Monitoring en evaluatie op werkprocessen die zijn uitgevoerd. En we onderzoeken of we op de goede weg zijn voor een circulaire economie. (G.2) Circulaire economie koppelen aan ruimtelijk beleid. We nemen (waar mogelijk) kaders en regels op in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. (G.2)

Toelichting Optimalisatie na invoering Diftar uitvoeren in combinatie met de andere Waardlanden gemeenten. Denk hierbij aan rijroutes en werking milieustraten. (G.1) De uitwerking van de genoemde punten blijft op dit moment nog wat achter omdat eerst de evaluatiepunten uit de invoering van Diftar voorrang krijgen. We gaan het gemeentelijk beleid op circulaire economie verder ontwikkelen door middel van samenwerkingsverbanden Groene Hart Circulair en de krachtenbundeling op circulaire economie vanuit Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. (G.2) Gemeentelijk beleid baseren we op een regionale visie van de OZHZ-regio. De opstelling van deze visie is van 2025 uitgesteld naar 2026. Eind mei 2026 maken we in regionale samenwerking een conceptrapport over de beleidsanalyse op het gebied van Circulaire economie.

22

Zomernota 2026 Hierin staan aanbevelingen over het verrijken, wijzigen of opschalen van Circulaire beleid in Molenlanden. In juli kijken we of op dit onderdeel de regionale samenwerking met ander OZHZ-gemeenten verder kan gaan. Opstellen van nieuw grondstoffenbeleid aangezien de Strategienota ‘Samen voor een afvalvrije en schone gemeente’ in 2026 eindigt. Een opzet volgt vanuit de vier Waardlanden gemeenten. (G.2) Rekening houdend met de nieuwe coalitievorming in 2026 en de komst van een nieuwe directeur bij Waardlanden, stellen we in 2027 een nieuw grondstoffenbeleid op.

H. Klimaatadaptatie Wat willen we bereiken H.1. Versterking van het aantrekkelijke leefklimaat door klimaatbewust handelen.

Wat gaan we ervoor doen Doel • Groenblauwe Dooradering (GBDA) toepassen in gebieden buiten de bebouwde kom. Hierin worden meekoppelkansen meegenomen van het A5H klimaatkernteam van de regio Ablasserwaard-Vijfheerenlanden. (H.1) • Groenblauwe Dooradering (GBDA) toepassen in de kernen van de gemeente. Hierbij nemen we meekoppelkansen mee van de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Ook maken we kansenkaarten voor welke kernen het meest kansrijk zijn. (H.1) • Groenblauwe Dooradering (GBDA) verbinden in gemeentelijke projecten op basis van het inrichtingsconvenant dat opgesteld wordt voor GBDA. (H.1) • Inwoners faciliteren en stimuleren om hun eigen leefruimte betaalbaar te vergroenen. (H.1) • Uitvoeren van projecten die behoren tot de uitvoering van de Lokale Adaptatiestrategie en Regionale Adaptatiestrategie. (H.1.) • Verstrekken van subsidies voor groendaken, volgens de vastgestelde subsidieregeling. (H.1) • De Lokale Adaptatie Strategie uitvoeren op basis van natuurlijk aangereikte momenten door (nieuwe) wet- en regelgeving en meekoppelkansen in de regio Alblasserwaard Vijfheerenlanden. (H.1) • Klimaatadaptie verankeren we in het gemeentelijke water- en rioleringsprogramma (H.1.)

23

Tijd

Geld

Zomernota 2026 H.2. Door het creëren van een aantrekkelijk woonklimaat met en voor de inwoners van Molenlanden leveren wij onze bijdrage aan een beheersbaar klimaat. H.3. Door in te spelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie blijven we onze kennis uitbreiden om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen.

•

Het onderwerp klimaatschade verder uitdiepen op minimaal één thema. (H.2)

•

Klimaatadaptatie koppelen aan ruimtelijk beleid. We nemen (waar mogelijk) kaders en regels op in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. (H.3)

•

Klimaatrisico’s bespreken met betrokken partijen aan de hand van de nieuwe stresstesten (beschikbaar in 2026 en opgesteld door het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie). (H.3)

Toelichting Groenblauwe Dooradering (GBDA) toepassen in de kernen van de gemeente. Hierbij nemen we meekoppelkansen mee van de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Ook maken we kansenkaarten voor welke kernen het meest kansrijk zijn. (H.1) Binnen de organisatie werken we al volgens de principes die aan GBDA ten grondslag liggen, maar de kansenkaarten voor de kernen hebben we nog niet opgesteld. De afgelopen periode lag de prioriteit bij het in beeld brengen van mogelijkheden in het buitengebied. Ook omdat hiervoor versnellingsgelden zijn toegekend. Met het afronden van deze eerste fase ontstaat ruimte om de focus te verbreden naar de kernen en de kansenkaarten systematisch uit te werken.

I. Landschap Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen I.1. Regie houden op de • Uitvoering geven aan de Uitvoeringsagenda Landelijk Gebied ontwikkeling van ons karakteristieke Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. (I.1) open veenweidelandschap, met het oog op de komende grote ontwikkelingen als, ZHPLG energietransitie, landbouwtransitie, bodemdaling, klimaatadaptatie en circulaire landbouw.

24

Doel

Tijd

Geld

Zomernota 2026 • • •

• •

• •

I.2. Dat water-thema’s op strategisch niveau in samenhang met elkaar bekeken kunnen worden, waarbij Molenlandse belangen en doelen goed en effectief ingebracht worden, zowel intern als bij samenwerkingspartners zoals waterschap, regio en provincie.

•

Participeren in het bestuurlijk platform Groene Hart (novex). (I.1) Voortzetten bestuurlijk en ambtelijk overleg Vitaal Buitengebied Alblasserwaard. (I.1) Met het waterschap en de omgevingsdienst inwoners en agrariërs duidelijkheid geven over ruimte voor water. En wat nodig en een verantwoordelijkheid is bij de aanleg, het beheer en onderhoud van IBA's (Individuele Behandeling van Afvalwater) waarbij de waterkwaliteit belangrijk is. (I.1). We geven uitvoering aan het inrichtingsconvenant Groen Blauw Alblasserwaard–Vijfheerenlanden. (I.1). Het ontwikkelen van een uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van projecten vanuit het ZH-PLG en het UP-LG. Het gaat dan bijvoorbeeld om het realiseren van het gebiedsplan Alblasserwaard op het gebied van Groenblauwe Dooradering. Dit komt voort uit de versnellingsgelden. (I.1) Onderzoeken of we kunnen komen tot de inrichting van een landschapsfonds. (I.1) Samen met het Waterschap Rivierenland, als bevoegd gezag, zoeken naar passende ruimte voor alternatieve sanitaire voorzieningen. Het gaat daarbij om locaties waar geen rioolaansluiting in ons buitengebied mogelijk is. Daarmee willen we ervoor zorgen dat op die locaties ontwikkelingen mogelijk worden en blijven zoals woningbouw (met name Tiny en Small houses) en afvalwaterbehandeling voor agrariërs (met het oog op de eisen van de Kaderrichtlijn water).

(I.1) Een watervisie opstellen, volgens de structuur van het beleidshuis, en vervolgens een uitvoeringsprogramma. (I.2)

25

Zomernota 2026 Toelichting Samen met het Waterschap Rivierenland, als bevoegd gezag, zoeken naar passende ruimte voor alternatieve sanitaire voorzieningen. Het gaat daarbij om locaties waar geen rioolaansluiting in ons buitengebied mogelijk is. Daarmee willen we ervoor zorgen dat op die locaties ontwikkelingen mogelijk worden en blijven zoals woningbouw (met name Tiny en Small houses) en afvalwaterbehandeling voor agrariërs (met het oog op de eisen van de Kaderrichtlijn water). (I.1) We voeren de dialoog met het waterschap naar ruimte voor Alternatieve Sanitatie, maar het wordt steeds lastiger om die ruimte te vinden. Dit komt omdat de KRW-doelen/-eisen nog niet gehaald worden en WSRL daardoor strikter is geworden.

26

Zomernota 2026

Programma 3 – Welzijn, Sociaal en Cultuur A. Verminderen kansenongelijkheid Wat willen we bereiken A.1. Betaalbare en alternatieve woonvormen en huisvesting van kwetsbare doelgroepen.

A.2. Laagdrempelige en actieve informatie, advisering en begeleiding.

Wat gaan we ervoor doen Doel Tijd • We actualiseren in 2025 en 2026 de Woonvisie tot een Volkshuisvestingsprogramma Molenlanden, dat ook het uitvoeringsprogramma van de Woonzorgvisie bevat. (A.1) • Uitvoeren regionaal bod Huisvesting Kwetsbare Groepen: realisatie regionaal aanbod. (A.1) • Transitie Beschermd Wonen en Opvang: doordecentralisatie van regionaal naar lokaal van Wmo-voorzieningen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. (A.1) • Meer ondersteunen van vrijwilligersorganisaties: doorontwikkeling vrijwilligersinformatiepunt in combinatie met de dorpsapp Hoplr. (A.2) •

•

• • • •

Diensten en ondersteuning dichtbij inwoners: organiseren aanvullende steunfunctie nabij (waakvlamfunctie) en integrale doorontwikkeling gemeentelijke toegang en sociale teams. (A.2) We onderzoeken samen met de Dienst Gezondheid en Jeugd of het mogelijk is om meer GGZ-expertise aan de sociale teams toe te voegen. Zodat we de preventieve ondersteuning van kwetsbare inwoners kunnen verstevigen. Op deze manier willen we eerder en beter aansluiten bij inwoners die zelf geen ondersteuning of hulp vragen, maar wel overlast veroorzaken of waar mensen zich zorgen om maken. (A.2) Inloopfunctie voor informatie en advies versterken: Pilot Relatieloket. (A.2) Nieuwe wet Bibliotheekstelsel 2026 implementeren (A.2) Deelnemen aan landelijke pilot Overheidsbrede loketten (A.2) Uitvoeren pilot Molenlandse Formulierenbrigade (A.2 en A.3)

27

Geld

Zomernota 2026 A.3. Versterken basisvaardigheden (taal, digitaal, rekenen, lezen). A.4. Verminderen bestaansonzekerheid, armoede en onveiligheid.

• •

• • • •

Regionaal Taalpact en lokaal plan van aanpak basisvaardigheden uitvoeren (A.3 Lokale netwerken en samenwerking versterken voor vroegsignalering en preventie: Organiseren platformbijeenkomsten Sociaal Domein minimaal 2x per jaar en samenwerking met kerken versterken (A.4) Opzetten pilot Hulp bij Thuisadministratie (A.4) Toekomstscenario Jeugd en Gezinsbescherming uitvoeren (A.4) Bevorderen menselijke maat en maatwerk in dienstverlening en ondersteuning (A.4) Opstellen agenda armoedebeleid (A.4)

Toelichting Uitvoeren regionaal bod Huisvesting Kwetsbare Groepen: realisatie regionaal aanbod. (A.1) We gaan door met de uitvoering van de Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen. De uitvoering verloopt moeizaam door onder meer de krapte op de woningmarkt. In 2026 stelden we hiervoor een projectleider aan en werken we toe naar realisatie van het huidige bod. Nieuwe wet Bibliotheekstelsel 2026 implementeren (A.2) De nieuwe wet is nog niet vastgesteld. De uitvoering pakken we op na inwerkingtreding van de wet. Naar verwachting is dit eind 2026. Het budget wordt afgeraamd.

B. Veranderende bevolkingssamenstelling Wat willen we bereiken B.1. Meer samenwerking tussen sociaal en medisch domein.

Wat gaan we ervoor doen Doel • Uitvoeren Integraal Zorgakkoord en GALA: onder andere verbeteren mantelzorgondersteuning (o.a. Academie voor Zelfzorg), verbeteren samenwerking met huisartsen en nieuwe afspraken Jeugdmodule (POH GGZ jeugd, borging), Mentaal Gezondheidscentrum Mentiek enzovoort. (B.1) • Uitvoeren aanpak kwetsbare ouderen: herstart van de werkgroep Kwetsbare Ouderen met betrokken partners uit zorg en sociaal domein, aandacht voor preventie, eenzaamheid, mantelzorgondersteuning en passende zorg thuis. (B.1)

28

Tijd

Geld

Zomernota 2026 • • •

B.2. Hulp en ondersteuning meer passend, op maat en nabij.

• •

B.3. Ondersteunen en ontlasten (jonge) mantelzorgers. B.4. Langer en veiliger in de kernen wonen. B.5. Versterken netwerken hulp en ondersteuning

•

•

Verstevigen rol Welzijn op recept in de keten: huisartsen hebben samenwerking met welzijnswerker. (B.1) Versterken jeugdmodule: nieuwe samenwerkingsafspraken met huisartsen over inzet jeugd POH GGZ. (B.1) Hervormingsagenda Jeugd: uitvoering geven aan het plan Sterke Gezinnen, Sterke Jeugd 2025-2028. Onder andere met inzet op jeugdhulp naar voren, Kansrijke Start en de pedagogische basis (B.1en B.2) Integraal doorontwikkelen gemeentelijke toegang en sociale teams (B.2, zie ook A.2) Meer bekendheid geven aan Onafhankelijke Cliënten Ondersteuning (OCO) en juist gebruik van OCO. (B.2) Doorontwikkelen mantelzorgondersteuning (bv Steunpunt en Odensehuizen): focus op toenemende druk op mantelzorgers door maatschappelijke ontwikkelingen. (B.3)

Voortzetten Inclusieagenda. (B.5)

Toelichting Uitvoeren aanpak kwetsbare ouderen: herstart van de werkgroep Kwetsbare Ouderen met betrokken partners uit zorg en sociaal domein, aandacht voor preventie, eenzaamheid, mantelzorgondersteuning en passende zorg thuis. (B.1) In plaats van het opnieuw inrichten van één specifieke werkgroep kiezen we voor het beter verbinden van bestaande overlegstructuren binnen de zorg en het sociaal domein. Samen met partners verkennen we hoe we deze overleggen inhoudelijk aan elkaar kunnen koppelen, zodat we de doelen van B.1 zonder extra overlegdruk op een effectieve manier bereiken. Langer en veiliger in de kernen wonen. (B.4) Langer en veiliger in de kernen wonen is een opgave uit het Uitvoeringsplan Sociaal Domein. Hierbij is geen directe inspanning genoemd. Alle bij onderdeel B genoemde inspanningen dragen bij aan deze opgave. Omdat de meeste inspanningen volgens planning lopen, beoordelen we deze opgave ook zo.

29

Zomernota 2026

C. Verbeteren fysieke en mentale gezondheid Wat willen we bereiken C.1. Inzet op voorkomen mentale problemen bij jongeren.

Wat gaan we ervoor doen Doel • IZA ketenaanpak mentale gezondheid: realiseren Mentiek. (C.1, zie ook B.1) •

C.2. Vitaler en gezonder ouder worden. C.3. Versterken gezonde leefstijl en gezond gewicht.

• •

• • •

C.4. Bevorderen gezonde leefomgeving.

• •

Tijd

Geld

Inzetten op netwerkversterking jongeren: continueren jongerenwerk/ buurtsport- en cultuurcoaches/ groepswerk sociaal team. (C.1) Extra inzetten op preventie: versterken project Zeker op de Been (valpreventie). (C.2) Stimuleren gezonde leefstijl onder kinderen: aandacht voor dagelijks bewegen (buurtsportcoaches) via Sportservice Zuid-Holland, aandacht middelengebruik (jeugdhulp naar voren), aanpak Kinderen naar gezond gewicht. (C.3) Expertise middelenpreventie toevoegen aan het Sociaal Team Molenlanden door middel van een verbindingsfunctionaris gezondheid en verslaving (C.3) Uitvoeren van Bewust Blijven Bewegen en Sporten: beweegroutes, zwem- en gymonderwijs, Sportakkoord. (C.3) Borgen Gezonde School aanpak: het aantal scholen dat werkt aan een gezonde leefstijl onder leerlingen (met aandacht voor o.a. welbevinden, sport en bewegen en voeding) blijft gelijk aan het voorgaande jaar of wordt vergroot. Ook willen we via de GGD werken aan een nieuwe meerjarige aanpak mentale gezondheid op VO-scholen (C.3) Versterken samenwerking Ruimtelijk en Sociaal domein: inzet Omgevingstafels, project herinrichting Openbare Ruimte. (C.4) Uitvoeren Gezond en Actief Leven Akkoord/Integraal Zorgakkoord. (C.1., C.2, C.3 en C.4; zie ook B.1).

Toelichting Expertise middelenpreventie toevoegen aan het Sociaal Team Molenlanden door middel van een verbindingsfunctionaris gezondheid en verslaving (C.3) De vacature is nog niet ingevuld. We verkennen een alternatieve invulling om het beoogde doel te bereiken.

30

Zomernota 2026 Borgen Gezonde School aanpak: het aantal scholen dat werkt aan een gezonde leefstijl onder leerlingen (met aandacht voor o.a. welbevinden, sport en bewegen en voeding) blijft gelijk aan het voorgaande jaar of wordt vergroot. Ook willen we via de GGD werken aan een nieuwe meerjarige aanpak mentale gezondheid op VO-scholen (C.3) De aanpak Gezonde School is vanuit de GGD gewijzigd. Men werkt meer vraaggericht, waarbij de focus ligt op scholen waar energie en bereidheid aanwezig is, in plaats van op het actief blijven benaderen van scholen die (nog) niet willen deelnemen. Ten aanzien van het plan mentale gezondheid: dit plan was eerder goedgekeurd onder de voorwaarde dat er voldoende draagvlak bij de scholen zou zijn. In de praktijk bleek dit draagvlak onvoldoende aanwezig. Dit is de aanleiding om het plan te herijken en onder te brengen binnen de bredere aanpak suïcidepreventie. Op die manier ontstaat samenhang en verbetert de uitvoerbaarheid voor scholen.

D. Doe het zelf, doe het samen: andere inwoners, andere overheid Wat willen we bereiken D.1. Vertrouwen in inwoners en aandacht voor hun situatie.

D.2. Gemeente werkt meer samen met inwoners.

D.3. Samenwerking gericht op maatwerk en passende voorziening.

Wat gaan we ervoor doen Doel • Bredere indicatiestelling door professionals meer mogelijk maken: uitvoeren pilot met zorgaanbieders + versterken casemanagersfunctie zorgplan (D.1. en D.3). • Meer proactief ondersteunen van kwetsbare inwoners en dit laten terugkomen in de subsidieafspraken met Stichting Welzijn Molenlanden; borgen waakvlamcontact voor inwoners in afwachting van hulpverlening door het Sociaal Team. (D.1, zie ook A.2) • Benutten netwerken voor signalering en verwijzing: platformbijeenkomsten. (D.2) • Versterken inclusiviteit en diversiteit: voortzetten en borging Motie Respect. (D.2 • Vrijwilligersbeleid: doorontwikkelen van vrijwilligersinformatiepunt van Stichting Welzijn Molenlanden. (D.2) • Vrijwilligersinformatiepunt en kennisbank lokale initiatieven opzetten. (D.2, zie ook A.2) • Aanpakken relatieproblematiek: evalueren pilot relatieloket. (D.3, zie A.2)

31

Tijd

Geld

Zomernota 2026 •

D.4. Meer normaliseren en hulp bij accepteren.

•

Versterken participatieprojecten: verbreden en versterken aanpak Jij bent in Beeld. (D.3) Bij professionals in het sociaal domein is het belang van normaliseren (niet problematiseren van het gewone leven) een leidend principe om de druk op vraag naar ondersteuning te verminderen. (D.4)

Toelichting Versterken participatieprojecten: verbreden en versterken aanpak Jij bent in Beeld. (D.3) Het doel is nog niet bereikt. Er is nog geen uitbreiding van Jij bent in Beeld. Dit hangt ook samen met de mogelijke komst van een leer/werklocatie van AVRES in Nieuw-Lekkerland. Hierover voeren we nog bestuurlijke gesprekken. We spraken wel af dat AVRES jaarlijks 25 participatieprojecten afneemt bij Jij bent in Beeld.

E. Stads- en Dorpsgericht werken Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen E.1. We werken dorps- en • We evalueren de Hoplr-buurtapp in kwartaal 3 met de initiatiefnemers en stadsgericht waardoor we de identificeren optimalisatie mogelijkheden. (E.1) betrokkenheid, inzet en autonomie van onze samenleving versterken. • We sluiten aan bij initiatieven en activiteiten in onze dorpen en stad. En stimuleren naar het zoeken van mogelijkheden om vanuit de gemeente te kunnen bijdragen aan initiatieven en activiteiten met positieve (maatschappelijke) impact voor de leefomgeving van inwoners. (E.1) E.2. Medewerkers kennen de • We stimuleren de nabijheid met de samenleving door aanwezigheid van Molenlandse samenleving en zijn zowel bestuurders als ambtenaren in onze dorpen en stad. (E.2) betrokken bij ondernemers en inwoners. E.3. We willen een integrale • Integraal advies binnen de organisatie over stads- en dorpsgericht werken, doorontwikkeling van onze manier participatie en dienstverlening. (E.3) van werken waarbij we de nieuwe kaders rond dienstverlening en participatie integreren.

32

Doel

Tijd

Geld

Zomernota 2026 • •

We ontwikkelen een toolkit Participatie met praktische handvatten en informatie voor medewerkers over inwoner- en overheidsparticipatie. (E.3) We werken verder aan de participatieverordening die volgens de wet “Versterking participatie op decentraal niveau” in 2027 vastgesteld moet zijn. (E.3)

Toelichting Integraal advies binnen de organisatie over stads- en dorpsgericht werken, participatie en dienstverlening. (E.3) We ontwikkelen de toolkit Participatie verder met praktische handvatten en informatie voor medewerkers over inwoner- en overheidsparticipatie. (E.3) We werken verder aan de participatieverordening die volgens de wet “Versterking participatie op decentraal niveau” in 2027 vastgesteld moet zijn. (E.3) Door een combinatie van personeelsverloop en de latere invulling van vacatures lopen we iets achter op de planning.

F. Cultuur Wat willen we bereiken Wat gaan we ervoor doen F.1. We stimuleren • We brengen via onderzoek in kaart wat de culturele behoefte is van cultuurparticipatie om inwoners inwoners en kijken waar aanbod ligt. En wegen af op welke manier we laagdrempelig te kunnen laten cultuurparticipatie kunnen stimuleren. (F.1) deelnemen aan culturele activiteiten F.2. We versterken de relatie en • We realiseren een loketfunctie om inwoners en culturele organisaties te slagkracht in de culturele ondersteunen. (F.2) dienstverlening. F.3. We organiseren tweejaarlijks • We bouwen aan een sterker netwerk en gerichte ondersteuning van de een culturele bijeenkomst om het culturele sector. Dit doen we door te onderzoeken hoe kennisdeling een netwerk tussen partners te verbinder kan zijn voor de culturele bijeenkomsten (F.3). versterken. F.4. We ontwikkelen een We onderzoeken de mogelijkheden van een cultuurprijs om culturele cultuurprijs. initiatieven te stimuleren. (F.4) F.5. We geven uitvoering aan het • We ondersteunen en faciliteren de musea waar nodig bij de gewenste gemeentelijk museumbeleid. kwaliteitsimpuls. (F.5)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=6616ae32-2296-4cf2-b4a7-ea1f997f7c98